Posted on

Intimideren Sid Lukkassen faalt, boekpresentatie ging door

Helemaal niemand hield dr. Sid tegen bij het presenteren van zijn boek “Levenslust en Doodsdrift”. Ondanks de dreiging van extreemlinks, werd zaterdag 2 december het boek “Levenslust en Doodsdrift” door Sid Lukkassen gepresenteerd in Arnhem. Het boek is tot stand gekomen door crowdfunding via Voor De Kunst.

De relschoppers waren vermoedelijk in de veronderstelling dat het niet doorging, omdat de eerste locatie het evenement had geannuleerd uit angst voor rellen. Hoewel de nieuwe locatie absoluut geheim moest blijven en er sterk benadrukt werd dat de locatie niet aan anderen doorgegeven mocht worden, was de sfeer erg gemoedelijk. Het publiek was divers, er waren kiezers van de VVD, CDA, D66, PvdA, SP en de Piratenpartij aanwezig.
Jesper Jansen en Charlotte Blaak presenteerden de avond met flair en trapten af met een klein vraaggesprek met Tom Zwitser, die vertelde over hoe hij is begonnen met zijn uitgeverij ‘De Blauwe Tijger’.

Even later was er een mini-interview met Sid Lukkassen zelf waar hij een stuk uit zijn boek voorlas, een anekdote over een EU-ambtenaar “Fabian”, die volgens hem symbool staat voor de kosmopolitische cultuur in het Europees Parlement. Hij ging in Brussel sociaal vooral met ambtenaren om, omdat die daar langer blijven werken en politici sneller verdwijnen.

Na een bescheiden pauze sprak Derk Jan Eppink. Hij was voor de presentatie overgevlogen uit New York en kent de auteur omdat hij reageerde op een mail die hem aansprak. Sid vertelde ook dat de conversaties tussen hem en Derk Jan Eppink een inspiratie waren voor de eerste twee hoofdstukken van ‘Avondland en Identiteit’.

Enkele memorabele uitspraken en vragen later begon de “Sid one-man-show”, waar men volgens de presentator de hele avond op had gewacht. Het ging zoals verwacht over de huidige kosmopolitische cultuur en het gebrek aan excellentie. Volgens Dr. Sid halen mensen wel voldoening uit radicalisering, maar is er nog weinig vreugde uit moderne arbeid te halen. De massa’s houden van plat vermaak en ontlenen identiteit aan narcistisch gedrag. Ook ging het over de cultuur van het slachtofferschap en een “utopisme wat op leugens is gebaseerd”.

Bij aankoop van het boek ontving je een “Spengler” als drankbon. Na de presentatie waren er inhoudelijke discussies tussen het publiek. Niet iedereen was het eens met alle statements van Lukkassen, zo ben ik zelf dol op plat massavermaak en vind ik het functioneel. Gelukkig kon daar zoals gebruikelijk bij bijeenkomsten met Sid Lukkassen zonder angst voor geweld openlijk over gesproken worden. Hier wel, spijtig dat extreemlinks niet open staat voor een dialoog.


Een video-opname van de boekpresentatie vind je hier: Geheime boekpresentatie Sid Lukkassen: Post-liberalisme kweekt cultuur van lange tenen. Het boek Levenslust en doodsdrift is te bestellen via de link hieronder:

Sid Lukkassen ~ Levenslust en doodsdrift, essays over politiek en cultuur

Posted on

Het Avondland in het licht van Spengler en de Islam

De nu volgende tekst is een ingekorte versie van een voordracht die Sid Lukkassen op 23 oktober jl. hield voor het KVHV Leuven.

Het motto van deze voordracht is: “Ducunt fata volentem, nolentem trahunt”: de gewillige leidt het lot, de onwillige wordt erdoor meegesleept; het lot zal leiden wie wil, wie niet wil zal het dwingen.

Uitgeverij Boom voltooide een vertaling van Der Untergang des Abendlandes (1918) van Oswald Spengler. Boom onderstreept met de publicatie (terecht) de urgentie en relevantie van Spenglers werk voor de huidige tijd. In deze verhandeling maak ik u deelgenoot van mijn omgang met Spengler en de waarde van zijn werk voor een politiek filosoof.

Culturen voorgesteld als levensvormen

Over Spengler moet allereerst gezegd worden dat zijn levensloop in alles naar de conceptie voert van Der Untergang des Abendlandes. Daarop volgt de receptie van dat werk en ten slotte wordt Spenglers leven geheel beheerst en getekend door zijn reacties op die receptie. Steeds keert daarbij terug dat er volgens Spengler ‘culturen’ bestaan; wezenlijk van elkaar te onderscheiden ‘levensvormen’. In de geschiedenis maken zij een analoge ontwikkeling door die in essentie de levenscyclus van een mensenwezen volgt.

Spenglers uitgangspunt wijkt af van het ‘maakbaarheidsdenken’ van de Verlichting en het techno-utopisme – daarom wordt zijn werk verworpen in progressieve kringen. Ook botst de cyclische uitleg van de historie met de lineaire voorstelling van het christendom (vanaf de schepping tot de openbaring gevolgd door de Apocalyps en de verlossing). Ook de nazi’s maakten Spengler het leven zuur: zijn geschiedsopvatting zou het onderwerp ‘ras’ verwaarlozen en werd als ‘fatalistisch’ aangemerkt.

Deze auteur overstijgt zijn tijdsgewricht

Spengler was groot vóór de machtsovername van de nazi’s en dit maakte hem tot een van de enkelen die nog in een positie was om het nieuwe regime te kunnen bekritiseren; dit scenario kan zich in onze toekomst makkelijk herhalen. Het zijn er maar weinigen die intrinsiek gedreven zijn om in alle omstandigheden objectief en kritisch te blijven – dit type mensen keert maar zelden terug op verkiesbare lijstplaatsen: partijbesturen kunnen dit persoonlijkheidstype simpelweg niet aan.

Het is ook precies waarom Spengler zijn tijdsgeest kon overstijgen en waarom het nazi-regime dat niet kon, evenzeer als dat de Westerse politieke partijen zichzelf vandaag overbodig maken. Permanent gevangen in de noodzaak om stemmen te trekken kijken partijleiders niet vooruit maar raken zij blijvend verweven in de waan van de dag. Populariteit, meeklappen en meeglibberen boven inhoud: de buitendienstcultuur in een notendop.

Wat de hofintriges van het politieke spel betreft zag Spengler scherp de schaduwzijden. Hij herkende die in de massapolitiek als voorwaarde voor plebiscieten en demagogie. Zoals toen grote aantallen mensen werden samengeperst in de straten van Rome; zuchtend naar vermaak en afleiding waren zij gevoelig voor bespeling en ophitsing door populaire volksleiders. Kijkend naar hoe joviaal de huidige leiders zich profileren zult u de buitendienstcultuur moeiteloos in hen herkennen: besef dat achter deze gemoedelijke façades meedogenloze partijhiërarchieën schuilgaan. De leden zijn aanvankelijk noodzakelijk om de partij op de kaart te zetten en populair te maken; zij worden gaandeweg op de achtergrond geplaatst en vervangen door teams van professionele spindoctors en imagomakers.

Spengler zou het daarom met ons eens zijn dat de oplossing van onze huidige malaise niet ligt in partijen met hun fladderige leiders – steeds vluchtig en jachtig op zoek naar bekende individuen wier populariteit op hen moet afstralen en die zij vervolgens weer afdanken en aan de kant schuiven – maar ligt in de geaarde binding aan een gemeenschap; een gemeenschap zoals zij vorm krijgt en wortels aanmaakt in een Nieuwe Zuil.

Dit project begrenst tegelijk de libertijnse en hedonistische ego’s van politici: het is de politicus die de zuil dient en politiek vertegenwoordigt; het is de zuil die de politicus corrigeert. De politicus kan omgekeerd niet leven zonder de zuil – zonder de zuil is het geen bestendigd gedachtegoed dat hem draagt maar slechts het vergankelijke beeld dat de spindoctor produceert. Daarmee – zonder zuil – ligt de macht bij de spindoctor en niet bij de gekozen volksvertegenwoordiger. Het zijn zuilen die democratieën überhaupt mogelijk maken, want zonder verankering in gewortelde gemeenschappen, in intellectuele arbeid en in Bildung, is het de wispelturigheid van het moment die de democratie beheerst; zo’n democratie is decadent en gedraagt zich min of meer als tirannie. Ook Spengler constateert in Der Untergang des Abendlandes dat de handel in imago’s een decadente democratie typeert.

Het boek zelf las ik voor het eerst in de vroege lente van 2008. Ik nam het boek mee op studiereis naar Berlijn, de hoofdstad van wat eens “het noordelijke Sparta” werd genoemd. Als er eens een uur was waarin de leerlingen zichzelf vermaakten, dan trok ik mij terug om in rust wat pagina’s te lezen – ik zette daarbij de ramen open en voelde hoe de lentebries zich binnenliet vanuit de skyline van de betonnen metropool. Zo werkte ik het boek in zijn totaliteit door, van kaft tot kaft – als een roman.

Duiding van het thema ‘Avondland’

Volgens Spengler is ‘alleen zijn in het woud’ de diepste religieuze ervaring van Europeanen. Gotische kathedralen bootsen die ervaring na – de meest geslaagde bouwwerken raken iets van het eindeloos ronddolen, wat we ook zien in de epische verhalen van de Westerse cultuur: het ronddolen van koning Arthur, Parsifal en The Lord of the Rings gaat terug op Odin: “Veel heb ik gereisd, veel heb ik gezien, veel van goden ervaren.” aldus het Vikinggedicht Vafþrúðnismál. Ook verwees Spengler vaak naar Gauss en Leibniz – naar ontdekkingsreizen en wiskundige formules. Het Westerse brein heeft een existentiële behoefte aan doorgronding en expansie: de oer-Europeaan vecht tegen de elementen en vormt het leven op het aambeeld van zijn wilskracht.

Europa is voor Spengler het ‘Avondland’ omdat het met zijn westelijke ligging de grond verbeeldt waarachter de zon verdwijnt wanneer de avond valt. Verkenningsschepen doorkruisten kolkende oceanen, zoekend naar nieuwe gebieden met helwitte stranden, waar de zon tot aan de einder loopt – dit was een tijd waarin de schepen van hout waren en de mannen van staal. “Westerse kunst staat gelijk aan het weghakken van de overvloedigheid der natuur” schrijft Camille Paglia. “De Westerse geest maakt definities; dat wil zeggen – deze trekt lijnen.” Het Europees intellect schept een logica die zich exponentieel doorzet, voorbij de grenzen van tijd en ruimte – het oneindige, het lineaire, het abstracte – raketten lancerend door een ijl heelal, afkoersend op onbekende bestemmingen. Dit is een belangrijk verschil met de Oosterse religies – in het boeddhistische Morgenland ligt het einddoel juist in het ophouden te streven. Vanuit deze tegenstelling denkend is ‘Avondland’ tevens een overkoepelend begrip voor de geestelijke cultuur van de Europese beschaving.

In Avondland en Identiteit wees ik vooral op de invloed van Spengler tegen de achtergrond van het fin de siècle. De meesters van de achterdocht, zoals Marx, Nietzsche en Freud brachten het Europese zelfvertrouwen aan het wankelen. Was die indrukwekkende Westerse beschaving niet een façade voor allerlei economische klassenbelangen, machtswellust en seksuele driften? Ook bleek het zelfnuancerende, zelfreflexieve bewustzijn van het christendom gevolgen te hebben voor het zelfbeeld van de Europese beschaving. Het Bijbelboek Daniël beschrijft een opeenvolging van wereldrijken die ten val komen: mede hierdoor hebben Euro­peanen de neiging om zichzelf te duiden binnen een geschiedenis die eigenlijk al is afgerond – als een uitvloeisel van een tijdperk dat reeds is afgesloten. Dit leidde tot relativisme en uiteindelijk tot schuldbesef, vermoeidheid en verlamming. Het is tegen deze achtergrond dat Spengler Der Untergang des Abendlandes schreef.

Een mogelijk dilemma is de lastige falsifieerbaarheid van Spenglers voorspellingen. Ieder fenomeen van verval is uit te leggen als een voorteken van het naderende instorten van een beschaving; dat verval is immers aangekondigd en vervolgens wordt alles in dat licht gezien. Alexis de Tocqueville, toch niet de minste, stelde het zeer krachtig: iedere nieuwe generatie biedt weer vers materiaal om te vormen naar de wensen die wetgevers vooropstellen. Als de wetgevers eenmaal decadent worden, dan is er een groter probleem.

Vervreemding van de eigen cultuur

Spinoza merkte al op dat wetten niet zijn opgewassen tegen de gebreken waarin mensen vervallen die te veel vrije tijd hebben – gebreken die niet zelden de val van een rijk veroorzaken. Zo stelt hij in hoofdstuk tien van Tractatus Politicus (1677) dat in het lichaam van een staat zich net als in een natuurlijk lichaam kwalijke stoffen ophopen, die zo nu en dan moeten worden gereinigd en doorgespoeld. De staat moet dan terugkeren naar haar uitgangspunt – naar de normen en waarden die de grondslag vormen van de bijbehorende cultuur. Blijft deze omwenteling uit, dan zullen het karakter van het volk en het karakter van haar staat volgens Spinoza twee verschillende paden inslaan. “Waardoor men er ten slotte toe komt de vaderlijke zeden te minachten en zich vreemde eigen maken, wat erop neer komt zichzelf te knechten.”

Vanuit deze verandering van heersende zeden komen wij vanzelf op de actuele migratiekwestie en het ‘Heimatgefühl’. Dit wil zeggen dat mensen, wanneer ze niet in de toeristische modus zijn, het liefst in een omgeving verkeren waar ze zich thuis, vertrouwd en geborgen voelen. Het woord ‘goed’ hangt oorspronkelijk samen met dat wat je ervaart als het eigene – vandaar ook een woord als ‘landgoed’. Met de instroom van andere culturen maakt dit thuisgevoel plaats voor maatschappelijke versplintering en sociaal atomisme. Mensen identificeren zich minder met elkaar waardoor solidariteit verdwijnt voor berekenend gedrag. De tradities die voor maatschappelijke samenhang zorgen verwaaien en men krijgt er enclavevorming voor terug.

Als een beschaving de fase van cultuurvervreemding heeft bereikt, dan treedt het onderscheid naar voren dat Spengler in Der Untergang des Abendlandes aanbracht tussen ‘slapende’ en ‘wakende’ zielen. De slapende zielen vertegenwoordigen de onderstroom van een beschaving: ze overdenken hun cultuur niet bewust maar beleven deze gevoelsmatig. Ze zijn verbonden met een oerkracht en sluimeren tussen met mos begroeide ruïnes waaruit een lichte nevel opstijgt. Soms komen ze spontaan in roering – precies om de “giftige stoffen uit te spoelen”. De wakkere zielen daarentegen staan volgens Spengler meer op hun eigen oordeelskracht: ze denken systemen uit en zijn op abstracties gericht, op ‘hoe de wereld in theorie zou moeten functioneren’.

In theorie kan men inderdaad zeggen: “Hoe erg is het als er duizenden of zelfs honderdduizenden immigranten naar Europa komen? Geen enkele cultuur is statisch – we passen ons vanzelf aan.” In de praktijk redeneren alleen mensen op deze wijze die voortdurend in een toeristische modus zijn: het slag mensen voor wie cultuur, geschiedenis en erfgoed geen intrinsieke waarde hebben, en voor hen volledig inwisselbaar zijn. Het is hierom dat Spengler in het tweede deel van zijn magnum opus concludeert dat ontworteling en doorgedreven kosmopolitisme kenmerkend zijn voor oude en stervende beschavingen. 

Nu eerst meer over de invloed van de islam op het Avondland. Daarvoor verdiepen wij ons in een bespiegeling op Michel Houellebecqs roman Onderworpen. Het is in 2015 geschreven als Soumission en naar het Nederlands vertaald door Martin de Haan, dat onze gedachten in die richting stuurt. Het boek verscheen in Frankrijk op exact dezelfde dag dat de moordaanslag op Charlie Hebdo plaatsvond, waarbij tekenaars van onwelgevallige cartoons door moslimfundamentalisten met machinegeweren werden doorzeefd. De provocatieve titel verwijst naar de significantie van het woord islam, wat letterlijk “onderwerping” betekent en uitdraagt dat het leven van de individuele gelovige niet aan hemzelf toebehoort maar aan diens opperwezen.

Integratie tussen de lakens?

In mijn leven deed zich een ontmoeting voor die het voorgaande bevestigt. Dit was toen ik tijdens een wetenschappelijke conferentie een knappe jongedame trof met een migratieachtergrond. Ze kwam me zeer Westers voor. Niet alleen was ze als een veelbelovend wetenschapper uitgekozen voor de bijeenkomst: ook accentueerde de dunne stof van haar kleding haar zandloperfiguur. De rok die ze droeg benadrukte hoe haar venusheuvel afstak tegen de musculatuur van haar onderbuik. Haar ontblote schouders boden uitzicht op de verfijnde pezen en zelfs de amberkleurige huid van haar bescheiden borsten was bij de juiste invalshoek te zien. Plots vertelde ze dat ze de relatie met haar Nederlandse vriend had verbroken vanwege de islam.

Hij was naar haar zeggen goed op weg. Drie jaar geleden had hij zich voor haar bekeerd en sindsdien hadden ze een relatie. Hij had echter laten doorschemeren dat hij voor haar alcohol en varkensvlees liet staan. Met een verzoekende ondertoon vroeg hij haar of er dan ook een punt was waarop zij concessies kon doen. “Hij moet zich aan Allah geven ter wille van Allah,” zei ze resoluut. “niet ter wille van mij.” Precies, zo vulde ik aan, “want zijn overgave moet absoluut zijn.” Haar okerkleurige ogen begonnen te fonkelen: “Absoluut, volkomen en totaal. De kern van ons geloof is onderwerping. Onderwerping aan Allah vanwege Allah en niet vanwege je vriendin.”

Onderworpen is het levensverhaal van een docent in de negentiende-eeuwse Franse literatuur aan een prestigieuze universiteit. Buiten enige affaires met studentes is zijn leven eigenlijk bar saai. Dat verandert zodra de Moslimbroederschap in Frankrijk aan de macht komt en salafistische oliesjeiks zich met het onderwijsbeleid gaan bemoeien. In Onderworpen vertegenwoordigt de islam niet zozeer een bedreiging voor Europa alswel de redding van Europa:

“Want in dezelfde mate als het liberale individualisme wel moest zegevieren zolang het alleen tussenstructuren zoals vaderlanden, corporaties en kasten ontbond, had het zijn eigen doodvonnis getekend toen het zijn aanval richtte op de ultieme structuur van het gezin, en dus op de demografie; daarna kwam logischerwijs de tijd van de islam.” (blz 212).

“De massale komst van immigrantenpopulaties die waren doordrongen van een traditionele cultuur waarin de natuurlijke hiërarchieën, de onderworpenheid van de vrouw en het respect voor ouderen nog niet waren aangetast, vormde een historische kans voor de morele en familiale herbewapening van Europa. Dit opende de weg voor een nieuwe bloeitijd van het oude continent.” (blz 215).

Dit brengt ons terug op wat ik zei over de politieke filosofen van de twintigste eeuw. Als politiek filosoof vermoed ik dat de politieke wijsbegeerte na de voornoemde ‘grote leermeesters’ feitelijk stil kwam te staan. De literatuur blijkt ons te hebben ingehaald en drukt ons nu met de neus op de feiten. Ik bedoel hiermee de enorm visionaire kracht van Houellebecq: terwijl liberalen en socialisten elkaar bevechten met economische vertogen (Piketty) voelt de schrijver haarfijn aan dat het politieke debat zich verplaatst naar identiteit. Politieke botsingen zullen gaan om de demografische voorwaarden die een beschaving nodig heeft om überhaupt te kunnen voortbestaan.

“De Moslimbroederschap is een bijzondere partij – voor hen zijn demografie en onderwijs de hoofdpunten: de bevolkingsgroep die de beste vruchtbaarheidscijfers heeft en die zijn waarden weet door te geven trekt aan het langste eind. Zo simpel is het in hun ogen, economie en zelfs geopolitiek zijn maar bijzaak: wie de kinderen heeft, heeft de toekomst, punt uit.” (blz 64).

Wat Onderworpen nóg controversiëler maakt is dat het Front National in het verhaal een verzetsbeweging wordt, als de enige groep die nog bereid is voor de traditionele Westerse waarden te vechten. Sociaal-liberalen zijn bezig met ‘lauwe’ economische compromissen en ondertussen verplaatst het ‘bezielend-ideologische vuur’ zich naar de rechterkant van het politiek spectrum. Zoals in een debat tussen filosoof Etienne Vermeersch en politicus Bart de Wever al werd gezegd “zijn de mensen nu wel een beetje klaar met de holle vertogen over wereldburgerschap die ze vanuit hun maatschappelijke elites krijgen opgedrongen”. Rond dezelfde tijd omschreef Martin Bosma zichzelf als leider van een club rebellen die zich verzet tegen de afschaffing van Nederland. Dit was in een interview over zijn boek Minderheid in eigen land (2015). Ook de recente oprichting van een nieuwe groep in het Europees Parlement, met daarin onder meer Front National, PVV en Vlaams Belang, is een teken aan de wand.

Westerse zelfopheffing?

Minder visionair was de bijeenkomst in Utrecht op 16 mei 2015 waar de schrijver optrad ondersteund door diens vertaler. Wie in de ban is van Houellebecqs boeken is dat wegens de aangrijpende thema’s: de invloed van feminisme op man-vrouw verhoudingen, de pornografisering van de samenleving en de botsing tussen de islam en het Westen. Het vraaggesprek ging echter over technische trivialiteiten omtrent het vertalingsproces. “Hoe vaak herhaal je een woord binnen een alinea – volg je daarin Flaubert of Balzac?” Helaas kreeg het publiek maar vijf minuutjes om vragen te stellen en het debat te ontketenen 

In een interview met Paris Review (2 januari 2015) noemde Houellebecq Frankrijk juist een verzetshaard tegen deze collectieve zelfopheffing; dat maakt het land vrij uniek in vergelijking met andere Europese landen (zoals Zweden). De uitspraak is interessant omdat de discussie «wel of geen Westerse zelfopheffing en zo ja, in hoeverre?» de inhoud van zowel politieke filosofie als geopolitiek zal bepalen. Deze kwestie is de ultieme inleiding tot mijn nieuwe boek Levenslust en Doodsdrift: essays over cultuur en politiek, dat op de boekenbeurs van Antwerpen gepresenteerd zal worden en uitvoerig ingaat op de laatstgenoemde vraag.

Posted on

Europa: regressie of renaissance?

De afgelopen tijd heb ik De Europese Spagaat met mij mee gedragen en gelezen. De Europese Spagaat is een recent uitgebracht boek over een van de heetste politieke vraagstukken van onze tijd. De Europese Spagaat is een bundel, samengesteld uit de pennen van zeventien verschillende schrijvers uit Nederland en België. Dit maakt het een literair werk wat rijk is in perspectieven. Immers, iedere schrijver voorziet andere problemen en biedt andere oplossingen. De keerzijde is dat het boek een haastige indruk kan geven; zeventien schrijvers moeten 300 pagina’s delen, waardoor de informatiedichtheid heel hoog is en de schrijvers soms over hun eigen verhaal lijken te struikelen.

In deze recensie zal ik mijn aandacht richten op het stuk van Sid Lukkassen. Het stuk van Lukkassen is het langste en meest monumentale stuk van het boek. Het is even fris als ernstig en biedt een vernieuwend politiek kompas voor de tijd die is en komen zal.

In aanloop naar dit stuk wil ik laten zien hoe een ogenschijnlijk rommelige bundel een zekere opbouw kent. De stukken van sommige schrijvers complementeren elkaar dan ook goed. Ik begin met het eerste stuk, van Ad Verbrugge. Verbrugge biedt de heldere, filosofische duikplank waarmee men het onderwerp en de problemen in het boek leert kennen. Vervolgens behandel ik een tweetal schrijvers: Patrick van Schie en Wim Couwenberg. Zij schrijven beiden over het begrip ‘soevereiniteit’ en geven daarmee een harde basis voor de kritieken op de EU. Hierna kom ik terecht bij het eerder genoemde stuk van Sid Lukkassen. De recensie eindigt met een algemene reflectie op De Europese Spagaat; waarbij ik ook de tijd neem voor de overige nodige kritieken en prijzenswaardigheden.

Twee zielen van Europa

Het stuk van Ad Verbrugge – conservatief filosoof en universitair hoofddocent aan de VU – is een bewerking van zijn lezing op de Dag van de Filosofie(2012). Hij leidt zijn stuk in met een vraagstelling over de oorsprong en rol van de ziel. Dit ziet Verbrugge als belangrijk, aangezien het een te weinig belichte vraag is in onze tijd. Verbrugge wijst het verband aan tussen ‘habitus’ en ‘habitat’ – gewoontes en woonplaats – en verklaart hoe dat de basis is voor een culturele ‘ziel’. Deze culturele ziel baseert zijn ethiek onvermijdelijk op een vergelijking tussen datgene wat hij kent en wat hij niet kent. Wat ‘goed’ wordt geacht is iets wat binnen het bekende wereldbeeld valt.

Dit alles is natuurlijk een belangrijk opstapje naar zijn verhaal over de EU. Verbrugge maakt een punt waarmee je Europa kan beschouwen als een continent waar twee collectieve zielen te onderscheiden zijn. Hij verteld over zijn zorgen om het Europese project; het is onmogelijk haalbaar als je geen rekenschap houdt met de culturele diversiteit van Europa. Volgens Verbrugge is de culturele diversiteit op het continent zo buitengewoon hoog dat de vorming van politieke eenheid bij voorbaat onmogelijk is. Dat de EU zich op economie focust maakt ook meer inbreuk op onze ziel dan wij denken. Economie gaat over de huishouding van de staat. Verbrugge waarschuwt dat dit huishouden te diep verbonden is met onze ziel als politiek dier – hoe je je huis inricht en zaken regelt is altijd heel eigen – en het daarom gevaarlijk is om het in de verkoop te zetten.

Verwarring

Reliekschrijn uit de domschat van Aken. buste van Karel de Grote die de kroon van het Heilige Roomse Rijk draagt en motieven van zowel de Duitse rijksadelaar als de Franse fleur-de-lis.

Vervolgens probeert Verbrugge een punt te maken waarbij het een en ander mij voorbij gaat. Verbrugge wijst aan dat er in de Europese geschiedenis altijd sprake was van convergentie en divergentie van de organisatie van gemeenschappen: zoals centralisatie van kerkelijke macht tegenover verzet vanuit het Heilige Roomse Rijk; of Habsburgse eenheid tegenover Nederlandse onafhankelijkheidsstrijders. Afzetten en verenigen zit heel diep in de geschiedenis van ons continent. Verbrugge concludeert dat de ziel van het convergeren en de ziel van het divergeren ‘De Twee Zielen van Europa’ zijn. Volgens Verbrugge lopen deze krachten dwars door en tussen alle volkeren en landen van Europa.

Hier sloeg bij mij een stop door, want in het begin van zijn stuk begreep ik dat de ‘ziel’ een afspiegeling is van de eigen ethiek en thuis en daarmee een specifieke cultuur kan zijn – van clubniveau tot volksniveau, bijvoorbeeld. De manier waarop het begrip ‘ziel’ wordt gebruikt komt wat arbitrair over in mijn optiek. Aangezien zijn idee van ‘ziel’, in de tweedeling convergentie en divergentie, eerder slaat op een strikt politieke wens van een volk om wel/niet ergens bij te horen. Dit is in mijn ogen eerder een kénmerk van de ziel dan de ziel an sich. Wellicht is mij een cruciaal punt ontgaan, maar voor nu levert dit statement voor mij meer verwarring op dan dat het zijn punt duidelijk maakt.

Negatieve identiteit

Hoe dan ook, Verbrugge gaat verder met het verklaren van de gemeenschappelijke ziel/identiteit van de EU. Hij zegt dat de identiteit die de EU biedt niet een positieve identiteit is, maar een negatieve. De EU zou verbinden door collectief het idee van nationale eenheid uit te dunnen. Hiermee  maakt hij de vergelijking met het communisme, een universele ideologie die door heel Europa herkenbaar was in wat zij afwees: kapitalisme, burgerij en nationalisme. Uit deze vijandbeelden dachten de communisten verbinding te vinden. Echter, volgens Verbrugge hadden de communisten per land zeer uiteenlopende ideeën over de invulling  van de ideologie – zo waren de Duitsers georganiseerder en de Fransen veel anarchistischer. De communisten hadden misschien het idee dat zij verbonden waren in een vorm van ideologische eenheid. Maar onder alle ideologische symboliek scholen meer verschillen dan zij zelf zouden willen geloven.

Met deze vergelijking maakt Verbrugge het complexe probleem over identiteit verrassend duidelijk. Volgens hem ontkomen negatieve identiteiten niet aan datgeen wat zij proberen te onderdrukken. Alleen al in de uiting van deze negatieve identiteit steekt de nationale ziel en ethos de kop op. Huis, haard en de gewoontes die we hieruit opdoen zijn diep ingesleten, collectieve karaktereigenschappen. Of je het nou doorhebt of niet.

Conclusie

In het laatste deel van zijn stuk gaat Verbrugge door op ‘de ontwortelende kracht van geld’ en de rol hiervan in het Europese project. Dit is een kracht waar wij al veel langer tegen vechten. In de tijd van de industrialisatie was dit al merkbaar. Volgens Verbrugge is ook de EU, als economische unie, gebaseerd op het idee dat zolang de burger er beter van wordt, deze vorm van grensoverschrijding gewenst is. Hiermee vergeet de EU, zoals Verbrugge al eerder zei, dat bij een gezonde economie ook een gezonde cultuur hoort; anders is de economische constructie het product van een kunstmatige wil.

Verbrugge biedt een ernstig, maar hoopvol beeld over het Europese ideaal. Hij ziet een EU als een haalbaar idee, mits de politieke wens onder de culturen daarnaar staan. Met de huidige poging tot het vormen van een EU is het vanaf het begin gedoemd geweest. Er is te veel culturele divergentie. Zolang de politieke elite deze culturele divergentie niet gaat erkennen, zullen zij ook nooit begrijpen waarom er zoveel weerstand is. De EU is een interessant en wellicht noodzakelijk project, maar in het huidige culturele klimaat is er geen plaats voor.

Soevereiniteit

Mijn volgende opstapje richting het stuk van Lukkassen brengt mij langs het begrip ‘soevereiniteit’. Twee stukjes achter elkaar, van Patrick van Schie – historicus die zich op allerlei manieren inzet voor het liberalisme – en Wim Couwenberg – rechtsgeleerde met een veelzijdige CV en een lange lijst publicaties op zijn naam – behandelen het begrip ‘soevereiniteit’. Waar Ad Verbrugge een cultuurfilosofische kritiek tegen de (huidige) EU maakt, bieden deze twee stukjes een kritiek op basis van een zoektocht naar soevereiniteit in het Europese spinnenweb van macht.

Patrick van Schie

Voor wie slecht bekend is met de rechtsfilosofie is het werk van Patrick van Schie een verademing om te lezen. Hij begint met de simpele vraag wat soevereiniteit is en wat het nog waard is in onze tijd. Aan de hand van de EU zoekt Van Schie uit waar soevereiniteit gevonden kan worden. Volgens Van Schie is de waarde van het begrip zijn relevantie kwijt geraakt. Men maakt zich minder zorgen over de vraag wie het laatste woord mag hebben: de natiestaat, of de EU? Het parlement, of de commissies? De vergaande gevolgen hiervan zijn voor de meeste mensen onzichtbaar en worden dus irrelevant. Dit is gevaarlijk, aangezien hierdoor de Europese elite ongemerkt bevoegdheden overhevelen van natiestaat naar de EU, zonder dat zij voldoende democratische verantwoording hoeven af te leggen.

Wim Couwenberg

Couwenberg gaat dieper op de problematiek in. Volgens Couwenberg zijn er weinig begrippen waar zoveel verwarring en controverse omheen zit als ‘soevereiniteit’. Vervolgens grijpt hij een aantal filosofen aan die proberen duidelijkheid te geven hierover. Dit bouwt hij uit tot een analyse over alle mogelijke staatkundige structuren waarin wij de EU zouden kunnen passen. De conclusie luidt dat de EU geen van alles en alles van niets is, waardoor je de EU onvermijdelijk met scepsis zou moeten benaderen.

Het is snel duidelijk dat Wim Couwenberg zeer belezen is en diepgaande kennis heeft van de theorieën en structuren die hij behandelt. Dit kan het voor de lezer soms moeilijk te volgen maken. Voor mij was dit in ieder geval wel zo. Ondanks dat dit stuk helder maakt hoe malafide de EU in elkaar steekt, kan ik niet zeggen dat ik het verhaal ten volste heb begrepen. Ik geloof dat iemand met gevorderde kennis over de rechtsfilosofie dit stuk heel waardevol zal vinden. Tegelijkertijd is het ook een zeer geschikt stuk om argumenten tégen de EU te sprokkelen.

Europa: regressie of renaissance?

Het stuk van Sid Lukkassen – historicus, filosoof en gemeenteraadslid in Duiven – is, zoals ik eerder in deze recensie zei, het meest monumentale onderdeel van De Europese Spagaat. Lukkassen wijdt de eerste pagina’s aan het uiteenzetten van alle problemen die, volgens hem, cruciaal zijn om over te denken. Hij begint met een van zijn favoriete geschiedfilosofen, Oswald Spengler, en diens theorie over een cyclische beschavingsgeschiedenis. Vanuit deze theorie zien wij een geschiedenis van culturen die opkomen, bloeien en afsterven. Culturen die zichzelf niet opnieuw weten te ijken sterven uit in een tijd van crisis.

De problemen van onze tijd
Met de dood van God, geloof en het nihilisme van de wetenschap moeten wij op zoek naar een duurzaam  idee om een groepsidentiteit uit te vormen. Dit brengt Lukkassen bij de vraag welke rol nationalisme hierin speelt. Nationalisme wordt als iets vies of engs gezien door de heersende kosmopolitische elite. De tweedeling in politiek valt terug te zien in de levenshouding van de aanhangers van de twee politieke ideeën. Lukkassen beschrijft het als volgt:

“Dit keert terug in het dagelijks leven: D66 oriënteert zich op de post-adolescentiecultuur, met waarden als risico en avontuur. De PVV kiezer komt moe uit het werk en wil rust aan het hoofd: huiselijkheid, betrouwbaarheid en zekerheid. De PVV’er brengt zijn kinderen naar de buren als hij boodschappen gaat doen – hij heeft sterke sociale banden nodig; hij moet zijn buren goed kunnen verstaan. Een D66’er kan zich een Thaise nanny veroorloven en vindt het multiculturalisme een fraai, pittoresk gegeven. Hun politieke voorkeur is een voortzetting van hun karakter, dus als je hun politieke standpunten bekritiseert ervaren ze dat alsof je hun persoonlijkheid bekritiseert.”

Deze tweedeling tussen kosmopolitisme en nationalisme, die veelvoudig terugkomt in het stuk van Lukkassen, is volgens hem de grootste ideologische splijtzwam van onze tijd. Hij citeert een uitspraak van Theresa May waarin zij het wereldburgerschap bekritiseert en schetst een beeld waarbij de kosmopolitische elite een veilig leven in een internationaal netwerk lijdt, terwijl zij alle binding met hun landgenoten kwijt zijn. Zij zetten volledig in op het verbeteren van de materiële situatie van hun land, maar missen het belang van cultuur en spiritualiteit voor de mensen. Dit is een ongezonde ontwikkeling. De ervaring van gemeenschap wordt eendimensionaal.

Staatsburgerschap en haar vijanden
Lukkassen pleit dan ook voor een herbronning van de morele inhoud van het staatsburgerschap. Wat betekend het om burger te zijn van een land? In ruil voor bescherming en rechten binnen de groep vervult het individu zijn plichten. Het alternatief is chaos. Wereldburgerschap bestaat niet zolang er geen wereldstaat is. Het is een leeg begrip. De waarde van het burgerschap is geen triviaal gebeuren en Lukkassen ziet goed dat dit te lang onderbelicht is gebleven.

Lukkassen neemt in zijn stuk de tijd om de ideologieën die de morele inhoud van het staatsburgerschap uithollen te doorgronden. Hij duikt de betekenis van ‘regressief links’ in, verkent het wereldbeeld van kosmopolitisch links en zoekt naar analogieën met het verleden. Hier mag één uitspraak van Lukkassen zeker niet vergeten worden: waar Lukkassen het spottend heeft over afwegingen van welke minderheid het zieliger zou hebben, noemt hij de ‘bedreigde diersoort wet’. Lukkassen weet dit soort gevatte uitspraken kunstig in zijn stuk te verwerken, zonder te veel serieusheid te verliezen. In een zwaar stuk zoals deze is luchtigheid een verademing.

De nieuwe zuil
Wat Lukkassen er uit laat springen, in deze bundel, is zijn slotbericht. Het hele stuk is een soort draaikolk van informatie, vragen en antwoorden, die uitkomen op een blauwdruk voor de toekomst. Op de laatste pagina’s zegt Lukkassen dat de vorming van een viertal zuilen voor Nederland en Vlaanderen onvermijdelijk zal zijn:

  • Kosmopolitisch/postmodern/progressief
  • Islam
  • Biblebelt/SGP/Christenunie
  • Soevereine patriotten/humanistisch realisme/post-progressieven

Als wij het staatsburgerschap weer (morele) inhoud willen geven moeten wij hierin meegaan. Het grote probleem is dat de vierde zuil nog niet voldoende vorm gekregen heeft. Willen de mensen die onder de vierde zuil vallen een kans hebben om hun mannetje te staan en hun belangen te verdedigen, dan moet er meer samenhang in komen. Vervolgens stelt hij een soort stappenplan voor waarmee de nieuwe zuil relevant wordt en macht kan uitoefenen.

Sid Lukkassen schrijft in feite een manifest voor het bloeiende rechts van onze tijd. Zijn stuk is ernstig. Soms té ernstig. Maarja, wat weet ik; misschien is het wel zo ernstig, of is er op zijn minst noodzaak voor gezonde ernst. Het is, hoe dan ook, een monumentaal stuk met zowel vernieuwende perspectieven als pogingen om met praktische oplossingen te komen. De actiebereidheid siert het stuk en dient als politieke motivatie in een tijd waar men naarstig op zoek is naar duurzame handvatten op rechts.

Overige hulde en kritiek
Uiteraard staat er nog veel meer in De Europese Spagaat dan wat ik hierboven belichtte. Ik heb enkel geprobeerd om een soort hink-stap-sprong te maken tussen de belangrijkste informatie en ideologische inspiratie uit de bundel. Dat neemt niet weg dat er nog veel meer noemenswaardige dingen in staan. Zowel in positieve als negatieve zin.

Over het algemeen biedt het boek zowel veel basiskennis als verdieping over alle onderwerpen die aan bod komen. We hebben het dan over het recht, militaire functionaliteit, filosofie, theologie, sociologie, politieke theorie enz. Dat gegeven alleen al maakt dit een noodzakelijk boek voor iedere Euroscepticus van deze tijd, ongeacht hoe slim je jezelf acht. Ik geloof dat iedereen wat aan dit boek heeft.

Wat het boek ook siert is de veelzijdigheid van opvattingen over de EU. Verassend veel van de auteurs lijken nog hoop te hebben in het Europese ideaal en zijn in hun verhaal naarstig opzoek naar manieren om het tóch een werkbaar concept te maken. Het verhaal van Luc Pauwels staat zelfs geheel in het teken hiervan. Ook de aandacht voor geloof en het behoud van moraal is in mijn ogen belangrijk. De frisse toon die het af en toe door het boek laat waaien maakt het hopelijk ook prettig leesbaar voor de mensen die niet per se eurosceptisch zijn, maar wel nieuwsgierig. Het laat zien dat de stem achter de kritiek op de EU er een is van rede en idealisme; niet van kortzichtigheid en verbitterdheid.

Kritiek
Helaas is De Europese Spagaat niet perfect. Ik wil in de eerste plaats op wat praktische zaken wijzen, zoals de vele schrijffouten die hier en daar opdoken. Met name in de stukken geschreven door Anton Kruft kan je er niet omheen. Het oogt veel te slordig voor een boek van inhoudelijk niveau.

Over het stuk ‘Bezonken gedachten over Europa en Islam’ van Wim van Rooy, wil ik ook nog kort mijn ongenoegen delen. Dit is het enige stuk waarbij ik halverwege besloot om het over te slaan en aan het volgende stuk te beginnen. De schrijfstijl van Van Rooy is gewoon niet vol te houden. Hij schrijft met zoveel dedain en rancune over zijn ‘vijanden’, dat het haast niet serieus meer te nemen is. Van Rooy zal vast zijn ernst met zoveel mogelijk mensen willen delen, maar op deze manier ga je niemand buiten de rechtse echokamer bereiken.

Ik wil geen pleidooi houden voor politieke correctheid. Verre van zelfs. Maar je moet ook voorkomen dat je een stuk schrijft waar mensen weerzin van krijgen en zich gaan inbeelden hoe driftig die auteur wel niet achter zijn typemachine moet hebben gezeten. Daarmee zorg je er ook voor dat de lezer niet eens meer met je inhoud bezig is. Erg jammer.

Conclusie over De Europese Spagaat
De Europese Spagaat is natuurlijk geen perfect werk. Er zitten schrijvers tussen die wat minder zijn en het is hier en daar wat sloridg. Tip voor de uitgever dus. Uiteindelijk wegen de pluspunten goed op tegen de minpunten. De meningen en (sub)onderwerpen in De Europese Spagaat zijn goed afgewogen en bij het lezen ga je vanzelf merken dat ze elkaar complementeren.

De Europese Spagaat is hét politieke kompas voor eurosceptisch rechts in Nederland. Of je nou aan het snuffelen bent naar andere vormen van EU-kritiek; op zoek bent naar ideologische sturing; of jezelf als voorstander van de (huidige) EU wilt uitdagen: deze bundel is de beste plek om te beginnen. Filosofen als Ad Verbrugge zoeken de culturele problemen die op de loer liggen en geven een inzicht in de ongekende verdeeldheid van het continent. Mensen met kennis over het recht, zoals Patrick van Schie en Wim Couwenberg, duiken in de complexiteit van de machtsstructuren rondom de EU. Zij dikken het arsenaal argumenten voor eurosceptici mooi aan. En voorspellende stukken als die van Sid Lukkassen bieden het nodige scenariodenken dat ons scherp moet houden.

N.a.v. Sid Lukkassen e.v.a., De Europese Spagaat. Het Europa der Vaderlanden òf een Hernieuwde Europese Unie (Aspekt, 2017) 300 pagina’s.

Posted on

De heerschappij van de onvitalen

De verkiezing van Emmanuel Macron tot president van Frankrijk is het zoveelste teken van de heersende cultuur van de dood.

Emmanuel Macron is 39 jaar oud, staat dus in de bloei van zijn leven en is wel op het hoogtepunt van zijn carrière aangekomen. Zijn echtgenote Brigitte is 64 jaar oud, dus in een tegengestelde fase van haar leven. Zoals bekend hebben de twee elkaar als scholier en lerares leren kennen, toen Emmanuel 15 jaar oud was. Twee jaar later werden ze een stel. Een van Brigittes dochters zat destijds in dezelfde klas als Emmanuel. De moeder van drie kinderen liet zich later van haar toenmalige man scheiden en trouwden in 2007 met haar jeugdige geliefde.

Ik heb me afgevraagd of ik hierover moest schrijven, aangezien het immers om een privéaangelegenheid gaat. Weliswaar gaan het liefdesleven ook van een prominente persoon niemand wat aan. Maar Emmanuel Macron heeft het hele gebeuren zelf tot een publieke aangelegenheid gemaakt, door zijn echtgenote tijdens de campagne naar allerlei gelegenheden mee te nemen. Daarmee werd de zaak metapolitiek van belang.

De verhouding tussen de geslachten is biologisch bepaald
Onnodig te zeggen, dat de beschreven verhouding door de meeste normale mensen tenminste als ongewoon wordt gezien. Voor een jonge man mag het dan een erotische fantasie zijn eens een affaire te hebben met een oudere vrouw, maar om er ook mee te trouwen, is zelden onderdeel van een dergelijke fantasie. Gebruikelijkerwijs beperkt een dergelijke voorstelling zich vooral tot een oudere vrouw, die evenwel nog niet een bepaalde leeftijdsgrens overschreden heeft en die grens is in essentie biologisch bepaald.

Een relevant verschil tussen mannen en vrouwen is namelijk, dat een man theoretisch nog tot op hoge leeftijd kinderen kan krijgen, terwijl een vrouw dat slechts tot het eind van haar aflopende vruchtbaarheid kan. Al voor het definitieve uitscheiden van de vruchtbaarheid wordt voor vrouwen de hele aangelegenheid echter al ingewikkelder. Daaruit verklaart zich de natuurlijke neiging van mannen zich vooral tot jonge vrouwen aangetrokken te voelen, aangezien de seksualiteit van nature gericht is op voortplanting. Ook de verliefdheid dient er in essentie toen de partners aan elkaar te binden om de opvoeding van het nageslacht veilig te stellen.

Op grond van deze biologische verschillen, die ook door de gender-ideologie genegeerd worden, willen de meeste mannen niet samenzijn met een vrouw die veel ouder is. Min of meer dezelfde leeftijd wordt nog als normaal gezien, gebruikelijk is echter dat de vrouw ten minste een beetje jonger is. Ook de meeste vrouwen willen dat zo. Een werkelijk rijpe vrouw die met een half kind naar bed wil, is buitengewoon ongebruikelijk, aangezien vrouwen zich normaliter tot mannelijkheid en succes aangetrokken voelen.

De Macrons zijn geleefd cultuurmarxisme
Weinig verrassend wordt het komische huwelijk van de Macrons door de massamedia min of meer, maar toch uitsluitend, positief benaderd. In het bijzonder bij de voorstelling van Brigitte grijpt men graag naar lovende woordkeuzes. Men merkt hier duidelijk een strijdbaar feministische ondertoon op.

Het normale wordt in zijn tegendeel verkeerd, gekroond en moet nu voor de algemeenheid als voorbeeld dienen, om de cultuurmarxistische ondergraving van de samenleving te bevorderen. Het is nu dus zogenaamd een overwinning voor het feminisme, dat nu ook eens een oma met een toyboy gezien kan worden, die bovendien ook nog eens het hoogste staatsambt bekleedt.

Interessant is hier natuurlijk de dubbele moraal. Had namelijk een 41-jarige man een 17-jarige vriendin, dan zouden de feministen protesteren. Inderdaad is ook deze voorstelling voor de meeste mensen in meer of mindere mate afstotend. Ofschoon het om genoemde redenen natuurlijk is, wanneer de vrouw jonger dan de man is, zo is er evenwel ook hier ene zekere grens van de goede smaak resp. van de overschrijding van de grens naar prostitutie. Maar nu de verhouding tussen de seksen omgekeerd is, waagt niemand het de zaak te bekritiseren.

Het gezin is de kerneenheid van het volk
Een van de neveneffecten van deze verhouding is ook dat Emmanuel Macron geen kinderen heeft en ook geen kinderen meer kan krijgen, althans niet met zijn echtgenote. Daarmee is hij een slecht voorbeeld voor het volk, wiens kleinste eenheid en enige garant voor zijn voortbestaan het gezin is. Hij sluit zich dus aan in de rangen van de kinderloze carrièremensen à la Angela Merkel, die onze politieke kaste domineren. Deze kinderlozen willen zoals bekend onze volken door kinderrijke vreemde volken uit de Derde Wereld vervangen.

Het is fataal wanneer de politieke kaste uit decadenten bestaat, die geen relatie meer hebben met het normale leven en de natuurlijke gemeenschap. Het ontbreekt hen aan vitaliteit, aan gezonde instincten en de kracht voor echte overgave, die op geestelijke verbindingen met de oerkrachten van het leven stoelt. Niet ieder concubinaat is een huwelijk in eigenlijke zin. Oswald Spengler zag in het opkomen van partnerschappen tussen man en vrouw, die niet meer primair op de wens om een gezin te stichten berusten, een teken van de ontaarding van de samenleving, die tot de onvruchtbaarheid van de beschaafde mens leidt.

Emmanuel Macron staat daarmee symbool voor een zwakke leider, die zijn land ruïneert. Zoals bekend juicht hij de lopende massa-immigratie en islamisering toe. Het mag dan niet stroken met de politiek-correcte denkvoorschriften, maar een normaal mens denkt toch onvermijdelijk bij zichzelf: Wat mankeert die man, hij ziet er goed uit, is jong en succesvol, maar zoekt geen vrouw op waarvan hetzelfde geldt en waarmee hij een gezin kan stichten. Is hij werkelijk een man in de beste betekenis van het woord of is hij toch niet meer dan een zonderlinge marionet van de werkelijk machtigen?

Dit artikel is oorspronkelijk in het Duits verschenen bij de Blaue Narzisse.

Posted on

John Gray: De EU is niet de wereld

Na de Brexit is Europa onherroepelijk veranderd, en het Verenigd Koninkrijk ook. Voor mij staat dit voor een nieuw begin, een kans voor het Verenigd Koninkrijk om zich te ontdoen van het blok aan haar been dat het falende Europese project geworden is en haar plaats in te nemen in de grotere wereld. Tegelijkertijd kunnen we ons voordeel doen met een sceptischer houding tegenover de politieke klasse, waarvan een groot deel het referendum zo ontzettend verkeerd had ingeschat.

Er zijn echter velen die met een bang voorgevoel naar de toekomst kijken, zij vrezen dat de Brexit ons zal veranderen in een meer gesloten en teruggetrokken samenleving, dat we een vergeten hoekje zullen worden waar weinig gebeurt, afgesneden van de culturele rijkdom en economische levendigheid van de rest van de wereld. Een dergelijke zwarte kijk op de toekomst wordt gehuldigd door veel van de tegenstanders van de Brexit, voor hen is dat wat Brexit betekent.

Voor mij is er echter iets onwerkelijks, iets irrationeels en zelfs hysterisch aan deze reactie. De EU is niet de wereld, of het meest dynamische deel van de wereld. De EU is zelfs niet Europa. Het is alleen maar een specifieke set aan regelingen die over de afgelopen decennia opgebouwd zijn door een deel van de Europese landen. Een vertrek uit deze zelfingenomen en claustrofobische instelling is geen terugtrekking uit de wereld, het is eerder een terugkeer naar de wereld.

Misschien zullen weinigen het zich nog herinneren, maar vanaf het prille begin was het Europese project een middel om de macht van Europa opnieuw te vestigen in de wereld. Schrijvend in 1919, volgend op de catastrofe van de Eerste Wereldoorlog, vroeg de Franse essayist en dichter Paul Valéry zich af: “Zal Europa worden wat het in werkelijkheid is, dat wil zeggen een klein voorgebergte aan het Aziatische continent? Of zal het blijven wat het lijkt te zijn, dat wil zeggen het uitverkoren deel van de aardkloot, de parel van de wereld, het brein van een groot lichaam?” Voor Valéry en menigeen die dacht zoals hij, destijds en later, had Europa de eerste wereldomspannende beschaving geschapen. Gebruik makend van hun superieure kennis en uitvindingen, hadden Europeanen hun dynamisme geprojecteerd naar immobiele culturen overal ter wereld. Het waren Europeanen die Afrika gekoloniseerd hadden en hun schepen naar China en Japan hadden gestuurd. Ook waren het Europeanen die de energieke beschaving gecreëerd hadden die was uitgegroeid tot de Verenigde Staten. Europa was de bron van de vooruitgang. De vraag in 1919 was of Europa de positie van wereldmeesterschap kon hernemen die het ooit gehad had.

Het Europese project begon op te doemen na wat wel Europa’s tweede burgeroorlog genoemd is, maar was niet louter een poging om de wonden van Europa te helen. Het was ook, in de optiek van veel van haar voorstanders, een manier om een tegenwicht te creëren tegen de Amerikaanse macht. Europa was in die jaren een braakland, zoals dat ook in 1919 voor grote delen ervan gegolden had. Internationaal stond het zwakker dan ooit. Vanuit het oosten werd Europa bedreigd door Rusland, terwijl het van de andere zijde van de Atlantische Oceaan uitgedaagd werd door de grote macht van Amerika. De taak waarvoor men zich gesteld zag was om Europa om te vormen tot een enkele staat, die zich kon meten met deze twee grote rivalen. Het nieuwe Europa zou een derde weg zijn tussen kapitalisme en socialisme in een supranationale staat die zich uitstrekte over het hele continent.

Na de conferentie van Jalta in februari 1945, werd Europa verdeeld in twee sferen, waarvan een, de oostelijke, gedomineerd werd door de Sovjet-Unie. Deze scheiding duurde bijna een halve eeuw. Maar toen de Sovjet-Unie instortte, grepen de hoeders van de Europese gedachte de kans aan die het einde van de Koude Oorlog bood. Ze zetten het project door van een supranationale staat die Europa weer een plaats als mondiale supermacht moest geven.

Wat mij betreft was dit altijd een naar binnen gekeerde visie. Andere culturen waren niet statisch tot de Europeanen kwamen kijken en de boel opschudden. Tot voor een paar eeuwen geleden waren India en China de meest innovatieve economieën ter wereld. De periode van Europese dominantie was kort. Tegen de laatste decennia van de 19e eeuw was Japan snel aan het industrialiseren, terwijl de meeste Europese economieën nog altijd op landbouw gebaseerd waren. In 1905, tijdens de Russisch-Japanse oorlog, in de Slag bij Tsushima, waar de Russische keizerlijke vloot verslagen werd door Japan, werd dat land het eerste niet-Europese land dat een beslissende militaire slag toebracht aan een Europese grootmacht. De betekenis van die gebeurtenis ging niet voorbij aan de leiders van anti-koloniale bewegingen zoals Sun Yat-sen in China en Jawaharlal Nehru in India, die het vierden als een overwinning voor de onafhankelijkheidszaak.

De Europese gedachte is nog altijd naar binnen gericht. Ik kan me goed herinneren dat ik enkele jaren geleden luisterde naar een Europese academicus, die een internationaal publiek vertelde dat het ongeveer een eeuw zou duren om een Europese regering tot stand te brengen. Ik hoorde het aan met ongeloof en enig vermaak. Stelde deze spreker zich nou voor dat de rest van de wereld zo’n honderd jaar zou afwachten hoe Europa een naar binnen gerichte obsessie najaagt?

In het midden van de 19e eeuw vreesde de liberale denker John Stuart Mill dat Engeland een soort China zou worden, een beschaving, zo schreef hij in zijn essay On liberty, die stationair was geworden. Als China nog vooruit gebracht zou worden, dan moest dat volgens Mill wel door buitenlanders gedaan worden. Met het oog op de tijd waarin hij schreef kunnen we de Victoriaanse wijsgeer zijn tunnelvisie misschien wel vergeven. Maar hoe kan ook maar iemand niet zien welk deel van de wereld nu stationair is?

Zij die vrezen dat de Brexit van het Verenigd Koninkrijk een stilstaand hoekje zal maken, hebben niet opgemerkt wat een backwater Europa al geworden is. Het Verenigd Koninkrijk kan er alleen maar op vooruit gaan als het zijn banden uitbreidt met regio’s wier economieën groeien, zoals China, India en Afrika. Politiek zit Europa muurvast in onoverkomelijke dilemma’s.

Hoewel het geruststellend zou zijn om te denken dat een Brexit hervorming [van de EU] zou stimuleren, is een meer plausibel scenario dat de EU zal versplinteren. In cultureel opzicht heeft Europa iets van zijn vitaliteit behouden, maar het kunnen toch alleen de meest provinciale tegenstanders van een Brexit zijn die denken dat een vertrek uit de EU het Verenigd Koninkrijk zou afsnijden van de belangrijke stromingen in de cultuur en de kunst. De werken van Michel Houellebecq en Bernardo Bertolucci zullen ons niet ontzegd worden, omdat de handelsvoorwaarden tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk enigszins veranderd zullen zijn.

Maar terwijl we een andere verhouding met Europa krijgen, krijgen we misschien ook betere toegang tot de culturen van het leeuwendeel van de wereld. Ik kan me moeilijk voorstellen dat het meer open staan voor de creatieve vitaliteit van India, China, Rusland, Japan, Afrika, het Midden-Oosten, Australazië en Noord- en Zuid-Amerika, een conditie van culturele armoede is.

Brexit zal niet betekenen dat we afgesneden zijn van de rest van de wereld, wel integendeel. Maar het Verenigd Koninkrijk zal er gewis fundamenteel door veranderd worden. En dat kon wel eens zijn waar de tegenstanders van Brexit zo bang voor zijn.

Het referendum staat voor een groot falen van de regerende klasse. Niet alleen had men er niet serieus bij stil gestaan dat de kiezers daadwerkelijk voor een Brexit zouden kunnen kiezen. Dat de kiezers de toegenomen fragiliteit van de Europese Unie zouden doorzien werd niet eens in overweging genomen. Toen de kiezers de koers die door zo’n groot deel van het establishment aanbevolen werd van de hand wezen, kon dat alleen maar uit irrationale motieven zijn. Vreemd genoeg zijn het nu niet de wereldvreemde politici die al zo lang aan de macht zijn die aangevallen worden, maar de gewone mensen die tegen hen stemden. Stompzinnig en bevooroordeeld zouden de onwetende massa’s de leiding van hun meer rationale meesters afgewezen hebben en een waanvoorstelling omhelsd hebben.

Op een bepaalde manier is het een begrijpelijke reactie. Er zijn irrationale krachten die een rol spelen in de politiek. Maar onze politieke klasse is veel irrationeler geweest dan de massa die hen al zo lang moet verdragen. Tegen al het bewijs van de jaren sinds de financiële crisis in, waarin de EU van de ene misslag naar de andere ging, zijn zij die ons regeerden er op blijven staan dat de EU te hervormen is.

Onheilspellend gerommel in de Europese politiek is afgeschreven als tekenen van achterlijkheid die vanzelf zullen verdwijnen als de nieuwe orde gevestigd wordt. Maar er is nu een domino-effect in werking getreden. Overal in Europa keren nationale regeringen of groeiende oppositiekrachten zich tegen onderdelen van de Europese integratie, bijvoorbeeld de herverdeling van vluchtelingen. Nationale regeringen hernemen langzaam maar zeker hun machtspositie.

De toenemende tekortkomingen van de EU zijn onderdeel van de bredere crisis van de globalisering. Terwijl het enerzijds de welvaart van veel mensen heeft doen toenemen heeft de mondiale markt anderzijds grote aantallen mensen in een positie van chronische ontbering en verarming geplaatst. Zij die in de steek gelaten zijn, hebben niet slechts minder geld te besteden, hun hele bestaan kan getekend zijn doordat ze van hun positie in de samenleving beroofd zijn. In sommige delen van de ontwikkelde wereld is de levensverwachting weer teruggevallen naar het niveau van ontwikkelingslanden. De armen onder ons zijn anders, ze sterven eerder dan de rest. In de tussentijd kunnen ze echter stemmen.

Brexit is de eerste in een reeks revoltes die in veel andere landen uit zullen breken. Het zijn niet alleen die groepen die verarmd zijn, die het slachtoffer zijn geworden van globalisering. Delen van de middenklasse hebben hun inkomens en vooruitzichten al decennia zien stagneren. De vrees die vat krijgt op deze mensen is ook onderdeel van wat achter de opkomst van Donald Trump zit. Met een gebrek aan uitzicht op een toekomst heeft men geen vertrouwen meer in mainstream-politici.

De gebruikelijke remedie is meer onderwijs. Maar zoals menigeen ondervonden heeft, is een universitaire graad dikwijls niet veel meer dan een paspoort naar een levenslange schuld, gekoppeld aan een eindeloze baanonzekerheid.

Stemmen uit het establishment stellen dat beperkingen aan handel en migratie deze situatie niet zullen veranderen, die voortvloeit uit technologische vooruitgang. Een gerobotiseerde economie komt op die grote aantallen arbeiders overtollig zal maken. Maar de ontwrichting die deze nieuwe technologieën gewrocht hebben, is versneld en vergroot door goedkope import en arbeidsmigranten die weinig kosten. De miljoenen die aan de scherpe kant van deze ontwikkelingen zitten, weten dat zij die hen tot nu geregeerd hebben niets anders te bieden hebben dan een zich nog verder verslechterende status quo. Het is niet geheel toevallig, dat de eerste duidelijke tekenen dat kiezers deze status quo zouden gaan verwerpen, in de vroege ochtenduren van 24 juni uit de steden van het post-industriële noorden van Engeland kwamen. Het was nooit realistisch om te denken dat de miljoenen verworpenen eindeloos zouden kunnen bestaan op een dieet van loze beloften. Vroeger of later moest er zich wel een politieke opstand voordoen. Hoe kan het dat zoveel politici en opiniemakers bezeten waren van zo’n absurde visie? Het antwoord is dat ze geloofden dat ze aan wat sommigen graag de goede kant van de geschiedenis noemen stonden. Welke moeilijkheden er misschien ook overwonnen moesten worden, de globalisering zou vanzelf op koers blijven met hen aan de leiding. Vandaag kunnen deze heersende klassen niet meer zo zeker zijn dat de geschiedenis aan hun kant staat. En toch blijven sommigen spreken en handelen alsof wat er gebeurt is niet meer is dan een incident en alles al snel weer zal gaan zo als voorheen. Zij die zichzelf als verlicht en vooruitstrevend beschouwen verkeren vandaag de dag in een staat van ontkenning.

Sommigen zeggen dat de Brexit nooit werkelijk voltrokken zal worden, anderen zeggen dat het Verenigd Koninkrijk voor een apocalyptische ramp staat. Dit zijn fantasieën, die verder verwijderd zijn van enige waarneembare werkelijkheid of realistisch voorstelbare toekomst dan de percepties van gewone mensen.

De grootste verandering die de Brexit op de kortere termijn teweeg zal brengen heeft betrekking op de manier waarop het Verenigd Koninkrijk bestuurd wordt. Iedere partij die weigert de boodschap van het referendum in acht te nemen heeft een zeer onzekere toekomst. Sommigen die claimen voor de 48 procent te spreken die tegen de Brexit stemden, zeggen dat ze ‘hun land terug willen’. Het is een vreemd bezitterige taal waarin ze hun boosheid en teleurstelling uitdrukken. Het Verenigd Koninkrijk is niet meer hún land dan het het land van de voorstanders van de Brexit is. Mij klinken deze klagerige protesten een beetje in de oren als die opmerking van de apocriefe hertogin in het Dorchester Hotel, die toen ze hoorde dat Labour de parlementsverkiezingen van 1945 gewonnen had, sputterde: “Het land zal het niet nemen!” Wat het referendum duidelijk heeft gemaakt, is dat er een meerderheid in het land is die niet langer van zins is gezag op vertrouwen te accepteren. Zij die terug verlangen naar de status quo van voor de referendumuitslag, zijn nostalgisch naar een verleden dat niet meer terug zal keren. Laten we de kans die we gekregen hebben aangrijpen en ons huis opbin een ruimere wereld.

Deze tekst is gebaseerd op een toespraak uit juli 2016.

Posted on 1 Comment

Ophef over Zee

Vanuit diverse hoeken werd Machteld Zee deze week belaagd door critici. De recent gepromoveerde politicologe/juriste Zee heeft haar dissertatie in boekvorm uiteengezet en uit hierin scherpe kritiek op zowel Islamisme als de westerse visie op islamisme. Vooral haar opmerking dat er “een plan” is om te islamiseren wordt haar erg verweten.

De “plan”-quote werd gretig uit zijn context gerukt door de mensen die Zee tracht te bekritiseren. Onmiddellijk gingen dezelfde gevarenlampjes aan, die rood gloeien als een dwalende geest over de “protocollen van de wijzen van Zion” begint te oreren. En als zodanig werd er dan ook gesproken over alu-hoedje en complotdenker. Jammer, maar helaas, daar doelde Zee in het geheel niet op. Waar Zee wel op doelt, is tweeledig. Allereerst, de islam legt een zeer duidelijke claim op de publieke ruimte. Dit concludeert zij op basis van de teksten; het valt te hopen dat mensen dit inmiddels wel doorzien. Dit is ook niet zozeer een georkestreerd plan, maar een “goddelijke” taak van moslims. Vergelijk het met de Bijbelse taken voor christenen om het evangelie te verspreiden of joden om de sabbat te eren. Ten tweede, fundamentalistische regimes als Saoedi-Arabië en Qatar stoppen heel veel geld in de bouw van moskeeën in niet-moslimlanden en sturen conservatieve imams om daar te preken.

Zee stelt ook, dat de huidige spelregels van integratie misbruikt worden door Islamisten en dat, mits niets daartegen ondernomen, westerse landen hierdoor met parallelle samenlevingen komen te zitten. Tevens waarschuwt ze daarom voor het proces van sluimerende islamisering; via druk en angst worden zaken, die haaks staan op de islam – neem bijvoorbeeld alcoholconsumptie – steeds meer uit de publieke sfeer onttrokken. Wie hier aan twijfelt, moet maar eens een spotprent van Mohammed tekenen en inzenden naar de krant onder eigen naam.

In haar dissertatie heeft Zee zich m.n. verdiept in de shariarechtbanken van het VK en is gealarmeerd geraakt door de wijze waarop die parallelle samenlevingen nu al in ons midden bewegen. Zee zag duidelijke voorbeelden van misstanden en deed er verslag van. Voorts waarschuwde Zee ook nog voor de subversieve cultuur, die deze shariarechtbanken voorstaan. Shariarechtbanken ontmoedigen hun gemeenschap actief om zich niet te wenden tot de rechtstaat van de ongelovigen of volgens de algemene normen te leven. Shariarechtbanken helpen integratie dus geenszins, maar leiden tot een religieuze apartheid.

Interpretaties

Ewout Klei deed op Jalta de opmerkingen van Zee af als “ondergangsdenken”. Ik vermoed dat hij hier refereert aan de voorspellingen van bijvoorbeeld Pat Buchanan (“Death of the West”), Mark Steyn (“America Alone”) of Oswald Spengler (“Der Untergang des Abendlandes”). Zij zijn allen zeer negatief over de toekomst, omdat zij stellen dat de moderne seculiere samenleving niet kan overleven zonder sterke cultuur/religie (zoals het christendom) en/of gezonde demografische opbouw (minder dan 2,1 kinderen per vrouw). Wilders zit ook duidelijk op dit spoor. Klei stelde verder dat er een midden gezocht moet worden tussen Zee en het politiek-correcte denken.

Om deze reden probeerde ik de politiek-correcte tegenhanger van Zee te zoeken en stuitte ik op de website Krapuul, die een treffende verwoording gaf van het pro-Islam standpunt. Aldus Krapuul:

Mr. Dr. Zee schetst zichzelf als een realist, die een reële situatie onder ogen durft te zien. Probleem is echter dat ze blijkbaar denkt dat het uniek is voor de Islam (sic) om er een aparte vorm van rechtsspraak op na te houden. Dat dit aperte nonsens is is alleen al duidelijk na de perikelen rondom Vindicat. Ook bijvoorbeeld de Katholieke kerk houdt er haar eigen rechtbank op na.

Krapuul stelt dus dat shariarechtbanken moreel gelijk zijn aan interne afhandeling van onenigheden en affaires binnen studentenverenigingen en de RKK.

Maar Zee doet precies met shariarechtbanken wat anderen met Vindicat en de RKK hebben gedaan. Ze openbaart wat zij ziet als misstanden. Krapuul zou, volgens de eigen logica, dus toe moeten juichen dat Zee de misstanden binnen shariarechtbanken openbaart. Het is wel begrijpelijk dat Krapuul bezwaar maakt tegen Zees verwijt dat multiculturalisten helpen om Nederland te islamiseren. Wat beveelt Zee aan?

We zullen veel weerbaarder moeten worden en grenzen moeten stellen aan de islamisering. Niet ingaan op de eis dat afbeeldingen van schaars geklede vrouwen moeten worden afgeplakt, bijvoorbeeld. ‘Just say no’. En burgers moeten niet telkens een beroep doen op de overheid. Je kunt zelf immers ook laten zien wat je normen en waarden zijn. Waarom haalt de Hogeschool Den Haag preventief de kerstboom weg? En waarom wordt op plekken waar moslims komen alcohol geweerd? Dat hoeft allemaal niet, we doen het zelf.

Zee bekritiseert met deze voorbeelden dus met name de reactie van niet-moslims en de intolerantie van moslims naar niet-moslims. Opnieuw, Zee staat dus weerbaarheid voor en zoekt de primaire schuld bij de links-liberale cultuur en staat oplossingen voor waar geen moslim onder zal lijden: “just say no”.

Multiculturalisme

Zees standpunt over multiculturalisten als belangrijkste veroorzaker van het integratieprobleem met de Islam is waarschijnlijk onjuist. In uiteenlopende landen als Birma, Thailand, Nigeria, China, Angola, India en Rusland zijn er spanningen tussen moslims en niet-moslims en daar hebben ze nog nooit van SJW’s, cultuurmarxisme, multiculturalisme, kosmopolitisme, radicale tolerantie of wat dan ook gehoord. De gemene deler is steeds de islam.

Ook binnen het Westen zijn er zeer verschillende aanpakken van integratie. Frankrijk hanteert republicanisme; België doet (kan?) niets; Duitsland doet alsof er geen probleem is; Zweden heft zichzelf op; Nederland, Denemarken en Oostenrijk doen aan confrontatie; en de Angelsaksische landen gaan voor klassiek multiculti: langs elkaar heen leven. Maar ondertussen: niets helpt. Vrijwel overal zijn dezelfde hardnekkige integratieproblemen met moslims in westerse landen (schooluitval, getto’s, werkloosheid, etnische spanningen, criminaliteit, terreur en extremisme, etc.) Het multiculturalisme helpt natuurlijk niet om het probleem op te lossen, maar inmiddels is het laken van multiculturalisme een wat al te gemakkelijk doelwit om je woede (zonder tegenrisico op geweld) op los te laten.

Verder, moslims zijn bepaald niet de enige migrantengroep in Westerse landen met een andere cultuur. Vietnamezen kwamen bijvoorbeeld in de jaren ’70 naar Frankrijk, ver na de Algerijnen, die zich er al sinds 1900 vestigden, en Vietnamezen doen het nu zelfs beter dan de gemiddelde Fransman. Vietnamezen gedijen prima in het Franse Republicanisme – ook in de Nederlandse aanpak trouwens. In Nederland wordt de integratie van Indo’s niet eens meer bijgehouden, omdat ze volledig geassimileerd zijn. In Nederland en het VK zijn er ook genoeg Hindoescholen, een typisch multiculturalistische vrijheid, maar die leveren burgers op die prima functioneren in de maatschappij.

Liberaal

Het is verder interessant om te melden dat Zee zichzelf identificeert als D66’er en feminist; Zee identificeert zich dus niet eens met het rechterkamp. Zee wordt alleen door links bij rechts geschaard, omdat ze haar ideeën niet kunnen verenigen met hun eigen pro-islam-standpunten. Zee geeft zeer specifieke kritiek op basis van uitgebreid onderzoek. Een dissertatie is dan ook geen prikkelende column of werkstukje, maar het resultaat van (minstens) vier jaar gedegen onderzoek. Daarnaast is Zees kritiek op islamisering gebouwd op onderzoek van vele anderen en komt ze helemaal niet met revolutionaire conclusies.

De woede en verwarring t.a.v. Zee zijn, rationeel bekeken, enigszins verbazingwekkend. In de Volkskrant ging Peter Middendorp helemaal door het lint, zonder één argument tegen Zee in te brengen. Hij was waarschijnlijk zo van zijn stuk dat het voor hem wellicht zelf-evident was, hóé fout Zee wel niet bezig was. Schelden op een tegenstander is meestal een impliciete erkenning dat je geen tegenargumenten hebt. Middendorp is daarmee typerend voor het achterhoedegevecht dat ingegraven progressieven strijden tegen islamkritiek.

Interessanter was Martijn de Koning, een pro-Islam religieonderzoeker, die stelt dat de meeste integratieproblemen ontstaan door discriminatie en islamofobie. De Koning heeft duidelijk het werk van Zee bestudeerd en kwam met een paar zinnige tegenwerpingen. Hij vond dat Zee het multiculturalisme wetenschappelijk tekort deed door er te kort bij stil te staan. De waarheid is eerder dat het multiculturalisme i.p.v. een serieuze leer een sjiek genaamd vehikel is voor beleidsmakers die niet weten hoe ze problemen moeten oplossen en daarom mensen maar hun gang laten gaan.

Het is duidelijk dat Zee met haar, overigens geringe aantal, publieke optredens precies weet te drukken waar het pijn doet. Hopelijk ziet ze de storm die over haar heen komt niet als een ontmoediging, maar een bevestiging dat ze op het juiste spoor zit. Zoals links al een eeuw volhoudt om te zeggen: sommige mensen moet je voor hun eigen bestwil een beetje de juiste richting op duwen. Zee heeft overduidelijk een veelbelovende carrière voor zich, maar het zal haar voorlopig niet gemakkelijk gemaakt worden.


http://www.volkskrant.nl/opinie/ik-laat-me-niet-islamiseren~a4391435/

http://religionresearch.org/closer/2016/10/08/recht-voor-iedereen-een-bespreking-van-de-boeken-van-machteld-zee-over-britse-shariaraden/

https://blendle.com/i/ad/achter-islamisering-zit-een-plan/bnl-adn-20161004-7102167

http://www.krapuul.nl/samenleving/nederland-blog/2604670/mr-dr-machteld-zee-en-de-protocollen-van-mekka/?utm_medium=website&utm_source=nieuwskoerier.nl

Posted on

‘Toenemende militarisering Amerikaanse politiek teken van neergang imperium’

Terwijl de westerse coalitie zich inmiddels grotendeels heeft teruggetrokken uit Afghanistan, hebben de Verenigde Staten ook de controle over de situatie in Noord-Afrika en het Midden-Oosten verloren. Dat kunnen ook Amerikaanse waarnemers inmiddels niet meer loochenen, zo ook kolonel b.d. Lawrence Wilkerson, oud-kabinetschef van toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell.

In een lezing voor studenten van het Lone Star College in Kingwood, Texas, sprak Wilkerson over de Verenigde Staten als een imperium in een periode van neergang en geselde het Amerikaanse buitenlandbeleid.

“Imperiums concentreren zich kort voor hun ondergang op militair geweld als het een en al van de macht. Ze zetten in de fase van hun neergang alles op huurlingen in plaats van reguliere soldaten die gerekruteerd worden uit de burgers. Als er een aanval door de ‘barbaren’ plaats vindt, die vooral door de nalatigheid van het imperium tot de dood van 3.000 burgers leidt, dan trekken ze uit en doden op hun beurt 300.000 mensen en geven daarvoor 3 miljard dollar uit. Ze verscherpen de bedreigingen door hun eigen handelen. Dat kennen we ergens van, niet waar? Dat is het, wat imperiums doen – vooral als ze aan de vooravond van hun instorting staan.”

Wilkersons woorden doen denken aan een voorspelling van de Franse bestsellerauteur Emmanuel Todd, die in zijn boek ‘Après l’empire. Essai sur la décomposition du système américain‘ reeds in 2002 de toenemende militarisering van de Amerikaanse politiek met de onstuitbare neergang van het Amerikaanse imperium in verband bracht en daarbij parallellen zag met de neergang van de Sovjet-Unie.

Posted on

Avondland en Identiteit: “Hebben we het wel over hetzelfde boek?”

avondland en identiteitIn de nacht van zondag 15 op maandag 16 maart was ik te gast bij het radioprogramma ‘Echte Jannen’ om te praten over mijn boek Avondland en Identiteit.[1] De interviewers waren Jan Heemskerk (bekend van tijdschrift Playboy) en dr. Thierry Baudet (bekend van diverse publicaties, waaronder zijn proefschrift De Aanval op de Natiestaat). Aan de heer Baudet kon ik duidelijk merken dat hij daadwerkelijk tijd had uitgetrokken om het boek te lezen – mede hierdoor beleefde ik veel plezier aan het interview. Hoewel de interviewers met name geïnteresseerd waren in de hoofdstukken over feminisme, kwamen thema’s als islam- en immigratiepolitiek toch ook kort aan de orde. Kortom ik vond het een prima inhoudelijke discussie.

Soms echter, lees je een stuk terug en denk je: “Hebben we het wel over hetzelfde boek?” Zo schreef de objectivistische blog ‘pomonieuws’ het volgende na afloop van het radio-interview:

“Sid Lukkassen is een upcoming, angry young millennial die uit de kloof is komen kruipen tussen het decadente politieke establishment en de keiharde realiteit van vandaag. Zijn these dat het feminisme de bron zou zijn van alle ellende, gaat slechts over een symptoom.”[2]

Hoewel ik tijdens het interview geen boosheid heb ervaren – sterker nog ik vond het erg gezellig – kan ik de term ‘angry young millennial’ nog verklaren uit de inhoud van het boek: deze is niet mild. Maar de bewering dat ik het feminisme als enige oorzaak van het Europees verval zou zien klopt simpelweg niet. Ik schrijf in de inleiding expliciet “dat het proces dat de feminisering van de Westerse cultuur omschrijft weliswaar samenhangt met sociaal-politiek feminisme, maar er geen een op een gevolg van is. Feminisering slaat allereerst op het falen van de balans tussen masculiene en feminiene waarden, deugden en kwaliteiten binnen een cultuur. Het verdwijnen van deze balans in Europa heeft meerdere oorzaken, die ik in de hoofdstukken van dit boek uiteenzet.” [p 20]  Dit punt werd door dr. Baudet tijdens het interview bovendien zeer scherp opgemerkt.

Verder worden de lezers door de schrijver op ‘pomonieuws’ misleid, omdat hij of zij linkt naar een stuk over de feminisering van het onderwijs dat ik enkele jaren geleden schreef. Het is weliswaar een stuk waar ik nog steeds achter sta, maar vervat geenszins de kern van Avondland en Identiteit.

Daarnaast klaagt men dat het boek een “ideologische analyse mist” wat betreft een van de hoofdonderwerpen: cultuurmarxisme. Ook dit klopt niet.

“Waar Lukkassen het bij het rechte eind heeft, is wanneer hij de Ondergang van het Avondland van Spengler koppelt aan het cultuurmarxisme van de Frankfurt School. Maar voor een afgestudeerd filosoof is het vrij nalatig om daarna de ideologische analyse in zijn geheel te missen!”

Sterker nog, het boek is geboren uit een ideologische uiteenzetting van cultuurmarxisme. Destijds legde ik Derk Jan Eppink een concepttekst voor waarvan de essentie was dat toen de economie zich herstelde en de communistische revolutie in Europa uitbleef, men het marxistische gelijkheidsideaal ging toepassen op cultuur in plaats van op economie. Om zo het “valse culturele bewustzijn” te doorbreken (zoals Thierry Baudet ook helder omschreef tijdens het interview). De analyse beviel zozeer dat ik het advies kreeg om verder te schrijven. Naast een geschiedkundige uitleg over cultuurmarxisme heb ik een hoofdstuk toegevoegd om het verschijnsel filosofisch te verklaren.

De indruk dringt zich op dat degene die op ‘pomonieuws’ over mij schreef wenste mee te liften op het feit dat cultuurmarxisme op de radio besproken werd, wat ten koste is gegaan van een inhoudelijke verdieping. Het gortigst wordt dit waar men schrijft dat ik de klok zou willen terugzetten naar de jaren ’50 – men spreekt over een “throwback naar de spruitjeslucht.” Hij of zij heeft de uiteenzettingen over nieuwverworven seksuele vrijheden duidelijk niet (allemaal) gelezen. In een recentelijk schrijven voorspelde ik nog dat de grote vraag van de eenentwintigste eeuw als volgt zal luiden: “Hoe kunnen we de voordelen van het liberalisme behouden, van de economische en seksuele vrijheid, en tegelijkertijd de sociale samenhang van de Europese cultuur versterken?”[3] In een slothoofdstuk van Avondland en Identiteit wijs ik verder op blijvende veranderingen die door technologie zijn veroorzaakt, en op de geopolitieke noodzaak om in innovatieve techniek te investeren.

“De allesbepalende wortel van de Contra-Verlichting laat Lukkassen in zijn stelling buiten beschouwing. Waarschijnlijk heeft hij het verwoestende ideologische grondwerk van Rousseau, Kant en Hegel in zijn geheel niet opgemerkt.”

Ook deze constatering deel ik niet. Wat Immanuel Kant betreft bekritiseer ik zowel zijn kennisleer (omdat deze een wortel is van het subjectivisme) als zijn ethiek (omdat deze ethiek puur naar intenties kijkt en gevolgen van handelingen buiten beschouwing laat). Wie in de index van mijn boek had gekeken, had de passages waarin Kant genoemd wordt simpelweg kunnen opzoeken. Hetzelfde geldt voor Rousseau, die ik wel degelijk (kort) noem. Daarbij is de kern dat Rousseau meende dat de ongerepte natuurmens was bedorven door de vooruitgang van de beschaving. Hij geloofde in de maakbaarheid van de mens en verlangde naar een prille, idyllische puurheid.[4] Laat mij hier volstaan met de opmerking dat veel van de cultuurmarxistische haat tegen het kapitalisme tot dit denkbeeld te herleiden is.

Mogelijk heeft men wel een punt dat ik meer aandacht aan ‘counter-currents’ tegen de Verlichting had kunnen schenken. Echter een boek – en zeker een debuutboek – kan maar zoveel pagina’s en onderwerpen bevatten. Op een gegeven moment moet men een grens trekken. Wie weet wat de toekomst nog brengt.


[1] http://www.powned.tv/programmas/echtejannen.html (17 maart 2015).

[2] http://www.pomonieuws.nl/2015/03/sid-lukkassen-polemiek-van-een-angry.html (17 maart 2015).

[3] http://www.dagelijksestandaard.nl/2015/02/avondland-en-identiteit-burgers-zoeken-een-nieuwe-elite/2/

[4] “Many authors have hastily concluded that man is naturally cruel, and requires a regular system of police to be reclaimed; whereas nothing can be more gentle than he in his primitive state, when placed by nature at an equal distance from the stupidity of brutes, and the pernicious good sense of civilized man.” Jean-Jacques Rousseau, A Discourse Upon The Origin And The Foundation Of The Inequality Among Mankind, in: Harvard Classics Volume 34, 1910. Editor: Charles W. Eliot.