Posted on

#EP2019 Demonisering eurosceptici onderstreept: EU niet van binnenuit hervormbaar

Inhoudelijke leegte wordt overschreeuwd, iedere kritiek op Brussel gedemoniseerd. Het mag voor iedereen duidelijk zijn; het staat er bar slecht voor met de EU. 

De ten einde lopende campagne voor de Europese Parlementsverkiezingen van komende zondag (in de meeste lidstaten althans) wierp een ongenadig licht op de hopeloze staat van de Europese Unie. Het establishment probeert haar inhoudelijke leegte te overschreeuwen. Wie problemen als het voortdurend in crisis verkerende euro-systeem, het ontspoorde immigratiebeleid of de democratische tekorten van de EU eindelijk ter discussie wilde stellen, werd met hysterische clichés bestreden.

Polemische mottenkist

Daarbij grepen die partijen die het tot nog toe in Brussel voor het zeggen hebben diep in de polemische mottenkist. Critici werden per definitie weggezet als populistisch en anti-Europees. Geen bewering was plat genoeg om niet te berde te brengen. Bijvoorbeeld dat er zonder deze EU een nieuwe Europese oorlog waarschijnlijker zou worden. Daarbij wordt voor het gemak buiten beschouwing gelaten, dat de beide Europese hoofdvijanden van Duitsland in de Tweede Wereldoorlog, Rusland en het Verenigd Koninkrijk, ofwel nooit EU-lid waren, dan wel het zeer binnenkort waarschijnlijk niet meer zullen zijn.

Verdeeldheid

Intussen speelt de EU een belangrijke rol in het opstoken van de spanning met Rusland. Ook de Britten die hun eigen weg willen gaan, worden door Brussel niet bepaald als ‘even goede vrienden’ uitgezwaaid. Als iedereen zich nou maar zou conformeren aan wat Brussel wil, dan was er geen verdeeldheid, zo simplistisch lijkt de gedachtegang van de EU-mandarijnen.

EU ≠ Europa

Ze spreken als vanzelfsprekend over de EU als ‘Europa’ en doen daarmee alsof de landen buiten dat politieke arrangement überhaupt en per definitie niet tot ons continent en onze beschaving behoren. Alsof het alleen maar over achtergebleven buitenstaanders gaat, die men gerust negeren of slecht behandelen kan.

Zelfsacralisatie

Naar binnen heeft de zelfsacralisatie de plaats ingenomen van argumentatie en dialoog. Wie kritiek oefent, wordt als een afvallige uit de kring van de goeden uitgesloten. Die hoort eigenlijk niet in het Europees Parlement of in de Europese Raad thuis en moet zoveel mogelijk geïsoleerd worden. Tegen zulke ketters is ook meteen iedere vuile truc geoorloofd, zoals de affaire Strache nog eens duidelijk maakt.

Façademanifestaties

De afstand tussen de eurocraten en de burgers wordt op deze manier alleen maar groter. Geënsceneerde pro-EU-‘bewegingen’, zoals Pulse for Europe of de demonstraties die afgelopen zondag in Duitsland plaats vonden, doen daar niets aan af. Te eenvoudig is voor iedereen herkenbaar, dat het hier om geconstrueerde façade-manifestaties gaat, die aan de geforceerde optochten in dictaturen doen denken. De naamgeving spreekt daarbij al boekdelen; bij goede gezondheid is de polsslag immers geen onderwerp.

Van binnenuit hervormbaar?

Als deze campagne iets heeft gedaan, dan is het wel een domper zetten op de hoop dat de EU nog van binnenuit te hervormen zou zijn. Hoewel partijen als Rassemblement National, Lega en Forum voor Democratie voor deze verkiezingen hun koers hebben bijgesteld en duidelijk maken een ultieme poging te willen doen om de EU van binnenuit te hervormen in plaats van direct naar de uitgang te bewegen, worden ze nog altijd voor ‘anti-Europees’ versleten. Establishment-krachten sluiten samenwerking met zogenaamde ‘anti-Europese’ populisten op voorhand uit en zijn daarvoor desnoods bereid een monsterverbond aan te gaan.

Repressie en intimidatie

Het EU-establishment is kennelijk niet in staat om problemen als de eurocrisis of de immigratie op een manier op te lossen, waarin alle lidstaten mee kunnen komen. Dus zetten ze in op repressie en intimidatie van iedere oppositie. Deze ondemocratische opstelling – en niet het populisme – kan de EU in de komende jaren nog lelijk opbreken.

Posted on

Raad van Europa: “Bescherm kind tegen draadloos”

De Raad van Europa roept lidstaten op wifi-netwerken en mobiele telefoons te weren op scholen. Maar Nederland neemt geen maatregelen. Het kabinet lijkt de verantwoordelijkheid af te willen wentelen op de telecomindustrie.

“Voor kinderen in het algemeen, en in het bijzonder in scholen en klaslokalen, maak liefst gebruik van bedrade internetverbindingen en leg strenge regels op voor het gebruik van mobiele telefoons op schoolterreinen.” Aldus adviseerde in 2011 de Raad van Europa de Europese lidstaten in een resolutie getiteld De potentiële gevaren van elektromagnetische velden en hun effect voor de omgeving. Ook zouden de ministeries van Onderwijs, Volksgezondheid en Milieu van de lidstaten campagnes moeten beginnen om “leraren, ouders en kinderen bewust te maken van de specifieke risico’s van vroegtijdige, ondoordachte en langdurige blootstelling aan mobiele telefoons en andere apparaten die microgolven uitzenden.”

“voldoende bewijs”

De Raad van Europa, die overigens geen deel uitmaakt van de Europese Unie (EU), baseert zich voor haar visie op de gezondheidseffecten van straling op de uitkomst van een rapport, dat werd samengesteld aan de hand van twee hoorzittingen die een comité van de Raad had georganiseerd in 2010 en 2011. Op de hoorzittingen kwamen zowel vertegenwoordigers van de telecomindustrie aan het woord, alsook onafhankelijke wetenschappers. Na alle deskundigen te hebben gehoord, concludeerde de Raad dat er inmiddels “voldoende bewijs” is voor de stelling dat straling van mobiele telefoons, wifi, babyfoons, DECT-huistelefoons en andere draadloze apparaten zoals tablets en laptops schadelijk kan zijn voor mensen, dieren en zelfs planten. Zo verwijst de Raad naar de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) die sinds 2011 aanneemt dat veelvuldig en langdurige mobiel bellen mogelijk kan leiden tot tumoren in het hoofd.

Dat er ook veel onderzoeken zijn waaruit geen schadelijke gezondheidseffecten naar voren komen, verklaart de Raad door te wijzen naar de financiering ervan: slechts uit 33 procent van de onderzoeken die betaald zijn door de telecomindustrie blijkt dat er gezondheidseffecten zijn, tegen ruim 80 procent van de studies die bekostigd zijn met publiek geld. Ook het terughoudende optreden van overheden verklaart de Raad uit activiteiten van de telecomindustrie, die elke ingreep zou tegenhouden die de belangen van de industrie kunnen schaden.

voorzorgsbeginsel

De Raad van Europa erkent weliswaar dat er nog veel onduidelijk is over de effecten van straling van draadloze apparaten en de bijbehorende zend- en ontvangstapparatuur, maar acht het inmiddels de hoogste tijd om het voorzorgsbeginsel in acht te nemen, en wijst in dit verband naar het optreden van overheden ten aanzien van asbest en tabak. Al ruim honderd jaar geleden waarschuwden wetenschappers voor de gezondheidseffecten, maar pas vrij recent zijn overheden het gebruik ervan gaan reguleren. Vooral kinderen zouden in bescherming moeten worden genomen tegen straling, vindt de Raad. Dit omdat zij behoren tot de meest intensieve gebruikers van draadloze apparaten en ook omdat zij een groter risico zouden hebben op de ontwikkeling van tumoren in het hoofd.

dovemansoren

De resolutie van de Raad was aan dovemansoren gericht. Althans in Nederland. Er werden vanuit de Tweede Kamer geen vragen over gesteld en kabinetsmaatregelen bleven uit. Hoe is dit mogelijk?

Bij de behandeling van de resolutie in de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa (PACE) was slechts één Nederlander aanwezig: SP-senator Tiny Kox. Dat hij de resolutie niet onder de aandacht heeft gebracht van zijn partijleden op het Binnenhof was te verwachten. Uit de notulen van de assemblee blijkt weinig enthousiasme bij Kox voor de resolutie. “We moeten uitkijken voor radicale voorstellen zoals het bannen van mobiele telefoons van schoolpleinen,” zo liet hij zuinigjes weten, verwijzend naar een eerdere versie van de resolutie, die kennelijk pleitte voor nog strengere maatregelen dan in de definitieve versie vervat waren. De resolutie en het onderliggende rapport hebben op Kox kennelijk ook weinig indruk gemaakt. Hij zegt zich er desgevraagd, nu, zeven jaar later, niks van te kunnen herinneren. Zelfs niet dat hij bij de behandeling aanwezig is geweest.

niet op de hoogte

De Raad roept met name ministeries van Volksgezondheid, Onderwijs en Milieu op maatregelen te treffen. De Nederlandse ministeries van Volksgezondheid, Welzijn & Sport (VWS) en Onderwijs, Cultuur & Wetenschap (OCW) verklaren echter niet op de hoogte te zijn van de resolutie. Alleen het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) zegt er bekend mee te zijn. “Wij vinden het belangrijk de blootstelling te beperken,” aldus woordvoerster Ilana Rooderkerk. Maar voor het nemen van maatregelen op scholen verwijst zij naar het ministerie van OCW. “Dat is aan zet waar het gaat om het gebruik van wifi en mobiele telefoons door scholieren.”

Vinden de ministeries dat er iets moet gebeuren om in het bijzonder kinderen in bescherming te nemen tegen de straling van draadloze apparatuur? Zowel het ministerie van IenW als de ministeries van VWS en OCW verwijzen naar een advies  van de Gezondheidsraad, die in 2016 stelde: “Er is geen bewezen verband tussen langdurig en frequent gebruik van een mobiele telefoon en een verhoogd risico op tumoren in de hersenen of het hoofd-halsgebied. Een verband kan echter ook niet worden uitgesloten, maar is naar het oordeel van de raad onwaarschijnlijk.”

meningsverschil

De Gezondheidsraad blijkt dus van mening te verschillen met de Raad van Europa. Waar de Gezondheidsraad het “onwaarschijnlijk” acht dat mobiele telefoons kankerverwekkend kunnen zijn, ziet de Raad van Europa wel degelijk een gezondheidsrisico, en niet alleen in het gebruik van mobieltjes, maar van alle draadloze apparatuur. Hoe is het mogelijk dat die visies zo ver uit elkaar liggen? Heeft de Gezondheidsraad eigenlijk überhaupt kennis genomen van de resolutie van de Raad van Europa en het onderliggende rapport? Woordvoerder Eert Schoten is daar kort over: “De Gezondheidsraad spreekt zich niet apart uit over resoluties van de Raad van Europa.”

In het advies van de Gezondheidsraad aan het kabinet wordt niet in het bijzonder ingegaan op het gezondheidsrisico voor kinderen, die volgens de Raad van Europa extra risico lopen. Maar in een eerder rapport van de Gezondheidsraad, uit 2011, van de Commissie Elektromagnetische velden, wordt daar wel iets over gezegd: “In verschillende landen loopt nog epidemiologisch onderzoek naar de relatie tussen mobiele telefoongebruik en hersentumoren bij kinderen. Over langetermijneffecten bij kinderen kunnen dus voorlopig geen goede uitspraken worden gedaan.” Zeven jaar later, anno 2018, is de commissie nog steeds deze mening toegedaan. “Er loopt momenteel nog steeds een onderzoek naar langetermijneffecten bij kinderen, maar daarvan zijn nog geen resultaten bekend,” aldus wetenschappelijk stafmedewerker dr. Eric van Rongen van de Gezondheidsraad.

“blootstelling zo laag mogelijk”

Vindt de Gezondheidsraad dus dat de overheid geen maatregelen hoeft te treffen? Ze ziet daarvoor “geen aanleiding”, staat in het advies aan het kabinet. Niettemin adviseert ze “de blootstelling zo laag te houden als redelijkerwijs mogelijk is.” Ze legt niet uit waarom. Alleen dat ze zich daarmee aansluit bij een advies dat ze eerder uitbracht, getiteld Voorzorg met rede.

Niet alleen heeft de Gezondheidsraad het kabinet nooit geadviseerd over de langetermijneffecten van langdurig en frequent mobiel bellen voor de gezondheid van kinderen. Ook heeft de Gezondheidsraad het kabinet nooit geadviseerd over langdurige blootstelling van kinderen aan elektromagnetische velden van wifi-routers, tablets op schoot en mobiele telefoons die op het lichaam worden gedragen. Maar toch verwijzen de ministeries unisono naar de Gezondheidsraad als ze gevraagd wordt naar hun mening over de Resolutie van de Raad van Europa waarin wordt opgeroepen kinderen te beschermen tegen elektromagnetische velden.

klokkenluider

Binnen het ambtelijk apparaat heerst onvrede over de manier waarop het kabinet het dossier ‘elektromagnetische velden en gezondheid’ behandelt. “Het is een onderwerp dat tussen wal en schip dreigt te belanden,” zegt een ambtenaar die liever niet bij naam genoemd wil worden. “Om de een of andere reden is lang geleden besloten dat alles wat met straling en gezondheid te maken heeft bij het milieuministerie hoort in plaats van bij Volksgezondheid. Hoe vreemd die constructie ook is, deze heeft decennialang wel gefunctioneerd. Tot nu toe. Het ministerie van IenW heeft inmiddels besloten dat de verantwoordelijkheid van eventuele gezondheidsproblemen veroorzaakt door kunstmatige bronnen, zoals hoogspanningslijnen en mobiele telefoons, bij degenen ligt die verantwoordelijk zijn voor die bronnen. Dus: de elektriciteitsmaatschappijen en de telecombedrijven. En dat IenW zich daar beleidsmatig uit terugtrekt. IenW vindt dat het dossier elektromagnetische velden en gezondheid meer thuishoort bij Economische Zaken of bij Binnenlandse Zaken, maar het ziet er naar uit dat die ministeries weinig trek hebben om dit dossier over te nemen.”

Dat het dossier tussen wal en schip dreigt te belanden, zal als een boemerang op de overheid terugslaan, zo verwacht hij:  “De maatschappelijke onrust over elektromagnetische velden neemt toe. Want zie bijvoorbeeld het groeiende protest tegen de installatie van 5G-zendmasten. Als de overheid zich terugtrekt op dit dossier, dan zal ze zich niet meer laten adviseren door de Gezondheidsraad en het RIVM, en dan zal ook een einde komen aan de publieksvoorlichting, die nu verzorgd wordt door het Kennisplatform Elektromagnetische Velden.”

De ambtenaar wijst er verder op dat, hoewel het ministerie van IenW zegt de blootstelling aan straling te beperken, er in Nederland nog steeds geen ‘wettelijk vastgelegde blootstellingslimieten’ zijn voor ‘de algemene bevolking’. “Nederland is wat dat betreft een beetje een buitenbeentje in Europa,” zegt hij. “Wettelijke limieten zijn er alleen voor beroepsmatige blootstelling. Als gevolg van een Europese richtlijn is in Nederland vastgesteld dat werkgevers ervoor moeten zorgen dat werknemers niet boven een bepaald niveau aan elektromagnetische velden mogen worden blootgesteld.”

“geen dwingende maatregelen”

Het ziet er niet naar uit dat er in Nederland een wettelijke blootstellingslimiet zal komen voor de gehele bevolking. “Dwingende overheidsmaatregelen in die richting liggen niet voor de hand,” schreef staatssecretaris Stientje van Veldhoven in december 2017 in een brief aan de Tweede Kamer. “Dit omdat onduidelijk is wat de waarde daarvan zou zijn.” Verder verwijst ze naar het ministerie van Economische Zaken en Klimaat dat “met de telecomsector de mogelijkheden heeft besproken om op vrijwillige basis de blootstelling zo laag als redelijkerwijs mogelijk te houden.”

En ook verklaarde ze, in antwoord op vragen van CDA-Kamerlid Maurits von Martels, dat er in de praktijk in Nederland al wel blootstellingslimieten worden gehanteerd, namelijk limieten die worden aanbevolen door de International Commission on Non-Ionizing Radiation (ICNIRP). “Deze ICNIRP-blootstellingslimieten bevatten een ruime veiligheidsmarge, zodat ook rekening gehouden wordt met ouderen, kinderen en mensen met een zwakke gezondheid,” aldus de staatssecretaris. Ze gaat daarbij voorbij aan de kritische kanttekening die de Raad van Europa plaatst bij de door ICNIRP aanbevolen limieten. De ICNIRP is een in Duitsland gevestigde NGO, die zich profileert als onafhankelijk, non-profit en wetenschappelijk. De Raad van Europa stelt dat de herkomst en de structuur van de ICNIRP “niet al te duidelijk” zijn en dat de ICNIRP “warme contacten” lijkt te onderhouden met “industrieën die voor hun expansie afhankelijk zijn van aanbevelingen voor maximale drempelwaarden.”

bliksemafleider

Niet alleen in het ambtenarenapparaat, maar ook bij burgers die zich zorgen maken over de gezondheidseffecten van draadloze technologie heerst onvrede over het kabinetsbeleid. Zo voelde emeritus professor Michiel Haas zich jarenlang niet gehoord. Hij is betrokken geweest bij de klankbordgroep van het Kennisplatform Elektromagnetische Velden, maar daar is hij uitgestapt omdat daar volgens hem “de industriebelangen te veel vertegenwoordigd werden”. Dr. Leendert Vriens van Stop UMTS verliet om dezelfde reden deze klankbordgroep. “Waar het op neerkomt is dat het Kennisplatform fungeert als bliksemafleider voor de telecom- en overheidsbelangen op het gebied van draadloze communicatie en de continue uitbreiding daarvan,” stelt hij. “De financiële belangen van zowel overheid als telecomindustrie zijn enorm.”

De door de ICNIRP  aanbevolen blootstellingslimieten, die volgens staatssecretaris van Veldhoven in Nederland zouden worden nageleefd, vindt Vriens volstrekt ontoereikend. “De stralingslimieten zijn in Rusland, China en de meeste voormalige Oostbloklanden een factor 10 tot 100 lager,” zegt hij, verwijzend naar cijfers van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). “De ICNIRP gaat uit van de hypothese dat alleen door elektromagnetische velden veroorzaakte verwarmingseffecten schadelijk voor ons lichaam kunnen zijn. Er zijn duizenden peer-reviewed publicaties waaruit blijkt dat er ook gezondheidsschade kan ontstaan door niet-thermische biologische effecten. De ICNIRP negeert alle wetenschappelijke publicaties die schadelijke effecten aantonen, zoals enkele en dubbele breuken in DNA, vorming van micronuclei, productie van de stresshormonen HSP27 en HSP70, vorming van reactieve vrije radicalen waaronder reactive oxygen species, verandering bloedwaarden, melatoninetekort, veranderingen in EEG en ECG, doorlatend worden van de bloed-hersenbarrière en schade aan de hersenen.”

Frans wifiverbod

Vriens kent de Resolutie van de Raad van Europa, maar dat is volgens hem maar “één van de negentig” relevante adviezen, uitspraken en maatregelen die de Nederlandse overheid in de wind slaat. Hij wijst er op dat in andere landen wel maatregelen zijn genomen om kinderen te beschermen tegen draadloze apparatuur. Zo geldt er in Frankrijk een wet die Wifi verbiedt op crèches – en die basisscholen verplicht de ouders op de hoogte te stellen als er een wifi-netwerk wordt geïnstalleerd en dit uit te schakelen als er geen gebruik van wordt gemaakt. Ook geldt er in Frankrijk vanaf september 2018 een verbod op het gebruik van mobiele telefoons op lagere en middelbare scholen, zowel tijdens de lesuren als tussen de lesuren en in de pauzes.

Posted on

Gelekt telefoongesprek: Oekraïne verbergt misdaden voor Europees Hof voor de Rechten van de Mens

Oekraïne verbergt misdaden voor het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). Dit blijkt uit een telefoongesprek dat eerder deze maand naar Novini is gelekt. In het gesprek spreekt een Oekraïense vertegenwoordiger bij het EHRM met een politieofficier uit Pokrovskij (Oekraïne, Donetsk Oblast). Ze bespreken hoe het beste kan worden omgegaan met een aangifte van een inwoner van Donetsk tegen de Oekraïense luchtmacht voor het bombarderen van haar huis in 2014.

Indien video niet verschijnt, klik op deze link

Gebombardeerd

Het telefoongesprek is naar Novini gelekt samen met een document (PDF) waarin een inwoonster van Donetsk, Antonina Maslova een klacht indient tegen de Oekraïense staat voor het bombarderen van haar huis in augustus 2014. Uit het document blijkt dat Maslova heeft gewezen op het overtreden van haar rechten door Oekraïne. Gebaseerd op de uitkomsten van een inspectie door het Onderzoeksdepartement van het Ministerie van Justitie van Oekraïne op 15 Augustus 2014, vraagt Maslova om een schadevergoeding.

In het bijbehorende telefoongesprek spreekt een officier van de politie (waarvan Novini de identiteit niet heeft kunnen achterhalen) met Margarita Sokorenko, vervangend hoofd van de Oekraïense vertegenwoordiging van strafzaken van het secretariaat van de staatscommissaris van het EHRM. De politiefunctionaris spreekt uit dat de politie alleen doet alsof ze de aangifte van Maslova hebben geregistreerd en wil vragen hoe de politie in de toekomst om moet gaan met dergelijke zaken. De officier vraagt zich af of het in de toekomst misschien beter is om dergelijke zaken toch te registreren maar wijst op de consequenties voor de leiding (van Oekraïne) en dat hij zulke dingen niet zal opschrijven. De agent zoekt naar een contactpersoon die kan helpen om te voorkomen dat dit soort zaken bij het EHRM terecht komen.

Donbass

Sokorenko stelt voor dat er wordt gesproken met de afgevaardigde van Oekraïne bij het EHRM te spreken en dat hij altijd bereid is over dergelijke zaken te spreken. Sokorenko legt ook uit dat soortgelijke zaken in het verleden veelal als onontvankelijk zijn verklaard en er wordt geprobeerd zulke zaken af te houden.

De politieofficier vertelt verder de mensen die in nog Donbass wonen (inclusief burgers) te beschouwen als separatisten en terroristen. Hij beschouwd hun klachten ook als het onterecht belasten van Oekraïne met die zaken en stelt ook dat Oekraïne niet verantwoordelijk is voor de situatie. Sokorenko antwoord: “Wij willen in geen enkel geval zeggen dat de verantwoordelijkheid ligt bij de kant van Oekraïne, dat wil zeggen dat wij… laten zien dat dat niet waar is.” Ook is ze ervan overtuigd dat haar afdeling en de politie een gemeenschappelijke taal zullen vinden over dit dossier.

Gesprek in het kort

Uit het gesprek spreekt een sterke weerzin om burgers te helpen die in niet door de Oekraïense overheid gecontroleerde gebieden wonen (DNR, LNR) te helpen als zij slachtoffer zijn geworden van de oorlog. Met name als zij of hun bezittingen doelwit zijn geworden van het Oekraïense leger. Er wordt gepoogd om de gevoelige zaken weg te houden van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens omdat dit onvoordelig is voor Oekraïne. Ook is de vertegenwoordigster bij het EHRM en haar Oekraïense leiding bereid te adviseren hoe om moet worden gegaan met dit delicate vraagstuk.

Het volledige gesprek is hier te beluisteren. Het gesprek is door Novini van ondertiteling voorzien. Om privacyredenen heeft Novini besloten het telefoonnummer te verwijderen. De stem van de politieofficier die  afkomstig zou zijn uit Pokrovskij is niet door Novini bevestigd. Wel komt de stem van Sokorenko overeen met andere opnames van haar.

Technische analyse opname

De geluidsopname van het gesprek is door middel van spectrumanalyse gecontroleerd. Een aantal dingen die hier in het oog springen zijn:

  • Een geluidloze pauze elke 8,2 seconden,
  • Een verschil in het ruisniveau tussen wanneer de man spreekt in vergelijking met wanneer de vrouw spreekt,
  • Het gesprek is afgekapt op een frequentie van 5kHz. Doorgaans is het gebruikelijk dat, in ieder geval bij mobiele telefoongesprekken, de frequentie is begrenst tot 4kHz,
  • Er een scherpe cutoff-frequentie is bij 5kHz, er zijn geen pieken te zien hoewel dit gebruikelijk is.

Mogelijke verklaringen zijn dat de geluidloze pauze het resultaat is van langzame opname-hardware. Voor de scherpe begrenzing is geen duidelijke verklaring, maar dit kan te maken hebben met het post-processen van de software die het gesprek bijvoorbeeld onder de video heeft gezet. Het lagere geluidsniveau als de vrouw spreekt lijkt vreemd, maar dit suggereert niet meer dan dat er twee kanalen waren waaruit het gesprek voortkomt (zoals te verwachten is bij een telefoongesprek). Hoewel Novini niet over de expertise beschikt om onomstotelijk vast te stellen waardoor deze bijzonderheden zijn ontstaan, zijn er geen evidente aanwijzingen gevonden dat het gesprek is bewerkt.

Reacties

Novini heeft zowel het EHRM en Margarita Sokorenko om een reactie gevraagd. Beiden hebben niet gereageerd op de vragen van Novini.

Posted on

De regenboogvlag: symbool van een totalitair systeem

In het tweede deel van de filmtrilogie God’s Not Dead moet een geschiedenisdocente zich voor een rechter verantwoorden omdat ze een vraag over geweldloos verzet beantwoordde met een verwijzing naar de bijbel. Het bestuur van de Martin Luther King-school – veelzeggend zonder ds. in de naam! – zette de onderwijzeres op non-actief en nadat zij weigerde haar excuses aan te bieden spanden ze een proces tegen haar aan. Fictie op celluloid, maar een gebeuren dat ondertussen realiteit is. Voorstanders van het traditionele huwelijk en activisten die zich uitspreken tegen gender mainstreaming krijgen steeds vaker te maken met haatmail, fysieke bedreigingen, sociale media-ban en juridische procedures. Een paar jaar geleden gingen in Duitsland auto’s van voorvechtsters van het traditionele huwelijk en gezin in vlammen op. De katholieke blogger Joseph Bordat ontving doodsbedreigingen omdat hij op zijn website melding maakte van de aanslagen. Vorige maand kreeg Austin Ruse, directeur van het Center for Family and Human Rights (C-Fam), de FBI op bezoek, omdat hij een grap had getwitterd over het verzoek van een LHBT-organisatie om meer regenboogsymbolen in de etalages van winkels en bedrijven. Volgens Gabriele Kuby, auteur van de klassieker De seksuele revolutie. Vernietiging van de vrijheid uit naam van de vrijheid (Uitgeverij De Blauwe Tijger), “beweegt de strijd voor het leven en het gezin zich naar een nieuwe fase, nu aanvallen van verbaal naar fysiek veranderen.”

Verbaal en fysiek geweld tegen voorstanders van het traditionele huwelijk en gezin komt ook in Nederland steeds vaker voor. Toen in 2010 bekend werd dat pastoor Luc Buyens uit Reusel geen communie verleende aan een homo, schonden alle liberale partijen voor het gemak het door hen gekoesterde principe van scheiding kerk en staat, en riepen op tot lijfelijk protest. Het was nota bene de SGP die hierover in de Tweede Kamer vragen stelde. Vorige maand werd bekend dat Hugo Bos moest onderduiken vanwege bedreigingen. Bos, directeur van Civitas Christiana, die onder meer opkomt voor het gezin en tegen de seksualisering van de samenleving, kwam in het nieuws door zijn protest tegen SuitSupply, het bedrijf dat posters van twee zoenende mannen als reclame laat zien.

Gabriele Kuby ~ De seksuele revolutie. Vernietiging van de vrijheid uit naam van de vrijheid

‘Homohaat’ is het label dat iedereen die kritische vragen durft te stellen bij genderisme en seksualisering krijgt opgeplakt en waarmee iedere discussie onmogelijk wordt gemaakt. Ook Bos is als ‘hater’ weggezet. Kuby, die zelf ook veel haatmail ontvangt, zegt over dit label: “Homohaat is een begrip dat de homolobby heeft uitgevonden om kritiek op de cultuur-revolutionaire strategieën die de homolobby heeft uitgedacht in kwade reuk te brengen en te criminaliseren.” Meest recente voorbeeld hiervan is het een-tweetje tussen de Amsterdamse stadszender AT5 en GroenLinks. Op het hoogfeest van de LHBT-gemeenschap in Nederland, de Canal Pride, lijkt het erop dat een lesbische vluchteling uit Oeganda uit het klooster van de Missionaries for Charity in Amsterdam is gezet. Uiteraard heeft GroenLinks direct raadsvragen gesteld en organiseerde de partij een ‘kiss-in’ bij het klooster. Het spreekt voor zich dat dagblad Trouw dit nieuws groot bracht, zonder kritische vragen te stellen bij de hele gang van zaken en alleen de verontwaardigde activisten aan het woord liet. De media speelt hierin al lang een eenzijdige en daarmee bedenkelijke rol. Zij fungeren als megafoon voor emancipatiebewegingen zoals die voor LHBT-ers.

[pullquote]“Ideologie is de quasi-metafysische ‘lijm’ die een totalitair systeem bij elkaar houdt.”[/pullquote]

De Ierse schrijver John Waters, die het voorbeeld van Austin Ruse in een artikel op de website van het Amerikaanse tijdschrift First Things aanhaalt, ziet in het regenboogsymbool een dwangmiddel: het is het symbool van een ideologie die opereert binnen de cultuur. “Ideologie is de quasi-metafysische ‘lijm’ die een totalitair systeem bij elkaar houdt,” citeert Waters de Tsjechische schrijver Vaclav Havel. Waters: “Het doel van de ideologie is het dehumaniseren, het overtuigen van mensen om hun menselijke identiteit in te ruilen voor een bedrijfsidentiteit. Ideologie verschaft het systeem de ‘handschoenen’ waarmee het haar doelen zonder schijnbare dwang kan verwezenlijken. Het maakt het mogelijk dat de mens in harmonie met het systeem wordt gebracht, maar deze onderwerping gaat schuil achter hoge idealen.” George Orwell had deze ideologie scherp door: “Sommige mensen zijn meer gelijk dan anderen”. Omdat sommige groepen menen meer rechten te kunnen opeisen én te krijgen boven de aanspraken van anderen, aldus Waters. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de discussie binnen de LHBT-beweging momenteel gaat over het ‘terugwinnen’ van het regenboogsymbool.

Als er een groep is die het gelijk van deze constatering bevestigt, is het de genderbeweging. Juli en augustus zijn het mondiale seizoen van de gay parades. Het regenboogsymbool wappert op veel (overheids)gebouwen, is in veel winkels prominent zichtbaar en kleurt bedrijfslogo’s. Het symbool staat voor de ideologie die binnen het westerse liberale systeem leidend is geworden. Het is die “quasi-metafysische lijm die mensen zonder schijnbare dwang onderwerpt”. De genderbeweging is fanatiek, intolerant en totalitair. Of het nu gaat om het homohuwelijk, transgender-toiletten of genderonderwijs, de activisten dulden geen tegenspraak en snoeren andersdenkenden de mond. Vrijheid van meningsuiting en geweten bestaan voor hen niet. “Het gaat erover hoe we de liefde ‘vrij’ kunnen maken: vrij van kleinburgerlijke opvattingen, het knellende instituut van het huwelijk, de overerfde moraal van het christendom,’ schreef Colin van Heezik afgelopen mei in de Volkskrant. “Wat vijf nog tien jaar geleden nog vrij zeldzaam was, is het nu niet meer. Open relaties (dus relaties zonder seksuele exclusiviteit) en polyamorie (het onderhouden van meerdere intieme, toegewijde liefdesrelaties tegelijk) worden steeds minder uitzonderlijk.” De revolutie dendert verder.

“De morele normen die seksualiteit zo begrenzen dat ze het leven en niet de dood dient, deze grenzen worden tegenwoordig als ‘discriminatie’ gebrandmerkt en met de dwang van de wet vernietigd. Dat gebeurt onder de vlag van ‘vrijheid’. Maar deze opvatting van vrijheid heeft niets met waarheid en verantwoordelijkheid te doen en is het bewijs van een hellend vlak in een nieuw totalitarisme,” schrijft Kuby. Diverse kritische wetenschappers zijn hun baan al kwijt en actiegroepen hebben onder druk van een totale ban kritische berichten en video’s van sociale media-kanalen moeten verwijderen. Kuby: “We bevinden ons in  een culturele oorlog waarin het om de toekomst van het gezin gaat, om de vrijheid, de menselijkheid, het christendom, de culturele identiteit en het fysieke voortbestaan van de natie.”

Posted on

De Soros-machine

Het Franse liberaal-conservatieve weekblad Valeurs Actuelles bracht de afgelopen week een dossier over de Amerikaanse oligarch George Soros, met daarin een aantal artikels over politieke opvattingen van Soros en zijn rol in de ondersteuning van islamisme en immigratie naar Europa. Dit onder de titel ‘de miljardair die samenzweert tegen Frankrijk’ een krachtige kop met als doel nieuwsgierige lezers te lokken. Soros heeft overigens een moeizaam verleden met Frankrijk, tijdens zijn werk als speculant op de geldmarkt werd hij in 2005 in Hoger Beroep in het land definitief veroordeeld voor handelen met voorkennis. Zijn enorme fortuin dat hij met speculatie op verschillende markten heeft vergaard, schatte men op 8 miljard dollar nadat hij in oktober 2017 een groot deel van zijn geld (18 miljard) naar zijn Open Society Foundations (OSF) overboekte.

Over speculatie gaat het dossier dus niet, het heeft betrekking op wat er precies met het geld van het OSF gebeurt en vooral de rol van inmenging in interne politieke aangelegenheden van Europese landen. George Soros gebruikt de organisaties zonder winstoogmerk naar eigen schrijven omdat “NGO’s een onderwerp zijn waarmee de politiek zich niet bemoeit”. Evenwel is hij een graag geziene gast bij beleidsmakers van de Europese Unie en droomt van een wereld zonder grenzen, die wordt bestuurd door de economie en niet door de politiek. Een voorbeeld van het hand in hand gaan van de activiteiten van zijn NGO’s en zijn handelsgeest komt uit Oekraïne. Daar steunde Soros de oppositie tijdens de staatsgreep van 2014 en heeft vervolgens grote invloed binnen het energiebedrijf Naftogaz verworven, dat momenteel op het punt staat om te worden geprivatiseerd.

In het artikel ‘de activist voor massa-immigratie en islamisme’, heeft het tijdschrift uitgezocht dat er in Europa 5 grote programma’s lopen voor steun aan migranten en tegen racisme en islamofobie, met daarachter een complexe stroom van gelden naar onder andere islamitische en extreemlinkse organisaties. Dit past bij de opvattingen van Soros dat Europa 1 miljoen immigranten per jaar moet binnenlaten, lichtere straffen voor misdaden begaan door immigranten, grenzen moeten verdwijnen, sancties voor landen die geen migranten opnemen en het wegvegen van de westerse identiteit. Ook opvallend is zijn steun voor euthanasie en abortus in bepaalde landen. Zo richt hij zich specifiek op Ierland, door hem aangeduid als katholiek en conservatief land, waar de pro-abortus groeperingen worden ondersteund. De gedachte is hierbij dat als dit land zijn beleid hierop wijzigt dit een impact zal hebben op andere katholieke landen zoals Polen.

Inmiddels is er al enige tijd en zelfs in de Europese Unie sprake van tegenwerking, Zo heeft de Hongaarse regering wetgeving ingevoerd om dergelijke organisaties met externe geldinjecties voor 25 procent te belasten en daarnaast hun rol gepolitiseerd en onderdeel van het publieke debat gemaakt (zoals bij de laatste verkiezingen). Kortom, een interessant dossier dat nog maar de oppervlakte raakt en gezien de miljoenen aan geldstromen en de druk van de OSF op regeringen om intern het beleid te veranderen een noodzakelijk journalistiek onderwerp dat verdere uitdieping behoeft.

Lees ook:

Posted on

Spanje: Kosovo alleen bij EU als deel van Servië

Eind februari wordt een informele top van de Europese Raad gehouden, waar onder andere een nieuwe EU-uitbreidingsstrategie voor de westelijke Balkan op de agenda staat. Spanje benadrukt naar aanleiding hiervan opnieuw dat het toetreding van Kosovo tot de EU zal blokkeren, behalve als Servische regio.

Madrid stelt zich op het standpunt dat Kosovo alleen lid kan worden van de Europese Unie, als een aparte regering binnen Servië, zo meldt het Servische dagblad Vecernje Novosti. Op deze wijze hoeft Spanje Kosovo niet als staat te erkennen. De meeste EU-lidstaten hebben de onafhankelijkheid van Kosovo erkend. Het eveneens Oosters-Orthodoxe Griekenland echter niet, daarnaast hebben Spanje, Roemenië en Slowakije Kosovo niet erkend, mede om de reden dat het een precedent zou scheppen voor eventuele secessie van regio’s in hun eigen land.

Spanje heeft naar aanleiding van de nieuwe EU-uitbreidingsstrategie voor de westelijke Balkan (i.e. voormalig Joegoslavië en Albanië), bezwaar gemaakt tegen de suggestie dat Kosovo als staat toe zou kunnen treden tot de EU en hierover diverse documenten naar EU-functionarissen gestuurd. Het Spaanse ministerie van Buitenlandse Zaken bevestigde dit tegenover het Servische dagblad en stelde dat het voet bij stuk zal houden: “Het standpunt van Spanje over het niet erkennen van de eenzijdig uitgeroepen onafhankelijkheid van Kosovo is gebaseerd op de verdediging van de beginselen van de territoriale integriteit van staten, respect voor internationaal recht en de rule of law.”

De situatie in Catalonië lijkt de opstelling van Spanje ten aanzien van Kosovo alleen nog geconsolideerd te hebben. Vecernje Novosti roept in dit verband in herinnering dat de Europese Commissie na het illegale onafhankelijkheidsreferendum in Catalonië stelde dat de situatie in Catalonië niet te vergelijken is met die in Kosovo, omdat Spanje lid is van de EU en Servië niet. Belgrado had destijds op het punt gestaan om te protesteren tegen deze dubbelhartige opvatting van het internationaal recht, maar president Aleksandar Vucic zag hier destijds op aandringen van Madrid vanaf, omdat het de situatie voor Spanje verder zou kunnen compliceren. Vucic stelde destijds ook dat hij weet hoeveel druk er op premier Mariano Rajoy wordt uitgeoefend om Kosovo te erkennen.

Posted on

Brexitbuit: Duitsland gunt Frankrijk Europees Geneesmiddelenbureau in hoop Bankautoriteit binnen te halen

In de strijd om wie in de toekomst het Europese Geneesmiddelenbureau (European Medicines Agency, EMA) mag huisvesten, gooide Berlijn hoge ogen. Inmiddels berichten Berlijnse media echter dat de Duitse regering besloten heeft ten gunste van Frankrijk van een Duits bod af te zien.

De EMA, een in Londen gevestigd agentschap van de Europese Unie, dat voor de beoordeling en bewaking van geneesmiddelen verantwoordelijk is, moet vanwege de Brexit verplaatst worden naar het continent. Volgens de Berliner Morgenpost en de Tagesspiegel is de kans dat het agentschap naar Duitsland komt verkeken. Zowel Bonn als Hamburg, het Saarland en Berlijn hoopten de nieuwe standplaats van de EMA te worden.

Volgens de Duitse dagbladen zijn bondskanselier Merkel en minister van Buitenlandse Zake Gabriel het in directe gesprekken met de Franse regering eens geworden over vestiging van de EMA in Frankrijk. De Duitse regering zou hier twee motieven voor hebben. Ten eerste zou aan Duitse zijde de wens bestaan om de nieuwe Franse president Emmanuel Macron ter wille te zijn. Ten tweede hoopt Berlijn door af te zien van de EMA, zijn kansen te verbeteren op het binnenhalen van het andere EU-agentschap dat momenteel in Londen gevestigd is, de Europese Bankautoriteit (EBA). Ook de EBA moet immers ten gevolge van de Brexit zijn zetel van Londen naar het continent verplaatsen.

Zelfs als het koehandelplan van de Berlijnse regering opgaat, is het nog de vraag of de Duitse regering hier verstandig aan doet. De EBA heeft slechts zo’n 160 medewerkers, bij de EMA gaat het daarentegen om zo’n 1.000 arbeidsplaatsen. Meerdere duizenden consultants, experts en vertegenwoordigers van de farmaceutische industrie rond het EU-agentschap zouden bovendien de lokale economie van een eventuele vestigingsplaats in Duitsland gestimuleerd hebben.

Frankfurt en Parijs

De Duitse regering lijkt echter zo gefixeerd op het promoten van Frankfurt am Main als financieel centrum, dat het blind is voor dit verschil in gewicht. Duitsland heeft bovendien een veel betere reputatie op farmaceutisch gebied dan Frankrijk en zou ten aanzien van de EMA derhalve een veel logischer keuze zijn geweest. Op financieel gebied is Frankfurt echter nooit uitgegroeid tot wat de Duitse regering voor ogen stond. Ook de komst van de Europese Centrale Bank (ECB) bracht niet de verwachte impuls. Londen bleef toch altijd het belangrijkste financiële centrum van Europa en ook Parijs moet niet over het hoofd gezien worden.

Belangrijker dan de vraag van de relatief kleine Bankautoriteit, is de vraag wie de Euro-clearing van Londen over mag nemen. De Europese Commissie wil namelijk niet dat deze lucratieve zaak in Londen blijft. Momenteel wordt een groot deel van de in Euro’s uitgegeven derivaten in Londen afgehandeld. Naast Frankfurt am Main hoopt ook Parijs na de Brexit een zo groot mogelijk deel van de clearing-handel binnen te halen. In Londen zijn er tienduizenden arbeidsplaatsen mee gemoeid. Parijs heeft een streepje voor op Frankfurt, omdat het kan aanvoeren dat het nu al de standplaats is van de Europese Waardepapieren- en Markttoezichthouder (European Securities and Markets Authority, ESMA) is.

Straatsburg

Intussen gaat het gerucht dat het gunnen van de EMA aan Frankrijk ook onderdeel zou kunnen zijn van een groter compromis. Als Frankrijk de EMA gegund wordt, zou het land bereid kunnen zijn om in te stemmen met de verplaatsing van het Europees Parlement van Straatsburg naar Brussel. Momenteel zetelt het Europees Parlement, hoewel de meeste zittingen in Brussel gehouden worden, officieel namelijk in Straatsburg. Het kostbare heen en weer reizen van het parlement tussen België en de Elzas staat al jaren onder kritiek. Of Frankrijk daadwerkelijk bereid is af te zien van het Europees Parlement in ruil voor de geneesmiddelenautoriteit, valt te bezien.

Zo heeft het er alle schijn van de Duitse regering weer eens veel te toeschietelijk is geweest naar de Fransen. Frankrijk heeft straks de EMA, die veel meer werkgelegenheid met zich meebrengt dan de EBA. En of Duitsland de EBA daadwerkelijk toegewezen krijgt, valt nog te bezien. Ook haalt Parijs waarschijnlijk een veel groter deel van de uit Londen overkomende derivatenhandel binnen dan Frankfurt. Het eind van het liedje kan zomaar zijn dat Merkel en Gabriel om Macron ter wille te zijn Frankrijk aan de EMA geholpen hebben, terwijl Duitsland er uiteindelijk niets voor terugkrijgt.

Posted on

Zweedse pro-life verloskundige naar Europees Mensenrechtenhof vanwege discriminatie

Een verloskundige die in Zweden herhaaldelijk werk geweigerd is vanwege haar bezwaar tegen abortus heeft ten einde raad besloten recht te zoeken bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in Straatsburg.

Ellinor Grimmark weigert abortussen uit te voeren onder verwijzing naar haar christelijke geloofsovertuiging. Naar eigen zeggen is ze hierom door diverse klinieken gediscrimineerd.

De zaak heeft tot een fel debat geleid in Zweden, dat een van de hoogste abortuscijfers van Europa heeft, waarbij de verloskundige ook persoonlijk aangevallen is.

Nadat zowel de kantonrechter als Zwedens anti-discriminatie-autoriteit in Grimmarks nadeel besloten, oordeelde deze week het Arbeidshof dat ze niet gediscrimineerd was toen haar een baan als verloskundige geweigerd werd.

“Het Arbeidshof heeft geen onderzoek gedaan naar het recht van gewetensvrijheid volgens het internationaal recht of het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens”, aldus haar advocaat Ruth Nordstrom in een verklaring. “We hebben nu besloten om de zaak door te zetten naar het Europese Hof voor de Rechten van de Mens”, aldus Nordstrom tegenover persbureau AFP.

Grimmark zijn sinds 2013 banen geweigerd bij diverse klinieken, omdat ze weigert abortussen uit te voeren en dit niet onder stoelen of banken stak. In één geval werd ze eerst aangenomen en werd het contract kort daarna ingetrokken. Het Arbeidshof oordeelde echter dat de gemeente Jönköping Grimmark niet weigerde vanwege haar geloof, maar omdat ze bepaalde taken die vereist werden niet wilde uitvoeren.

Posted on

De identiteit van de Elzas staat onder druk

Een jaar nadat de Elzas door Parijs is opgeheven als zelfstandige regio, leeft onder de Elzassers breed de angst dat er verdere inperkingen van hun regionale en culturele rechten zullen volgen.

In het afgelopen jaar stonden de belangen van de regio al duidelijk onder druk. In plaats van de zelfstandige regio kwam een nieuwe, grotere regio, genaamd Grand Est; een onhistorische samenvoeging van Elzas, Lotharingen en Champagne-Ardennen. Ondertussen blijven de verwachte schaalvoordelen, een belangrijk argument voor de invoering van de grotere regio, uit.

Veel Elzassers zien daarentegen hun regionale, culturele en talige karakter onder druk staan. En daar is ook alle aanleiding toe. Eind 2015 had Radio France reeds haar uitzendingen op de middellange golf gestopt. Die maatregel trof ook de radiozender France Bleu Elsass in het Elzassische Sélestat/Schlettstàdt. Deze zender was de laatste die, vanuit de regionale Radio France-studie in Straatsburg, nog een volledig programma in de Elzassische taal uitzond. Sinds 1 januari 2016 is het programma alleen nog via internet-streaming te beluisteren, een beleidskeuze waartegen vooral oudere luisteraars te hoop liepen. Radio France, dat nog wel haar programma’s in het Bretons, Corsicaans en Baskisch via de ether uitzendt kon echter niet bewogen worden op haar keuze terug te komen, maar volstond met een reclamecampagne om luisteraars te informeren.

De keuze om het Elzassisch anders te behandelen dan de andere regionale talen laat zich slecht rechtvaardigen, in de Elzas maakt nog zo’n 60 procent van de bevolking geregeld actief gebruik van het Elzassisch. Tien jaar geleden stopte het laatste tweetalige dagblad al met haar tweetalige editie.

En voor het bewustzijn van de Elzassische identiteit misschien nog wel grotere slag was het verdwijnen van de Sint-Nicolaasfeesten op twee basisscholen in de gemeente Hüningen, nabij de Zwitserse grens. Daar beriepen zich voor het eerst in de geschiedenis van de regio twee schooldirectrices op de laïciteit van de Franse Republiek om de Sint-Nicolaasfeesten uit de scholen te verbannen. Ook het verbod op de aanduiding ‘Christkindelsmärik’ voor de Kerstmarkt en het verwijderen van de kerststal van het Kleberplein door het Straatsburgse stadsbestuur werden met dergelijke argumenten onderbouwd. Op de Kerstmarkt in Straatsburg waren dan ook veel protestborden te zien met opschriften als “Je suis Christkindel”.

De rigoureuze scheiding van kerk en staat die in Frankrijk in 1905 ingevoerd werd, werd in Elzas-Lotharingen, dat pas in 1918 weer bij Frankrijk gevoegd werd, niet doorgevoerd. Het principe van de laïciteit geldt met andere woorden in deze drie departementen helemaal niet, en toch wordt er nu effectief een beroep op gedaan. Geen wonder dat steeds meer inwoners van Elzas en Lotharingen deze verworvenheid van de regionalisten uit 1922, toen de weerstand van de Elzassische bevolking ertoe leidde dat de centrale Franse overheid zich genoodzaakt zag de reeds in werking getreden scheiding van kerk en staat weer terug te nemen, in gevaar zien. Het door de terugtrekking voortbestaande concordaat van 1801 heeft ook tot gevolg dat met Goede Vrijdag en Tweede Kerstdag twee wettelijke feestdagen behouden bleven in Elzas-Lotharingen die in de rest van Frankrijk reeds afgeschaft waren.

In 1922 bereikten de regionalisten ook dat veel van hun regionale en lokale privileges uit de tijd dat Elzas en Lotharingen bij het Duitse keizerrijk hoorden behouden bleven. Deze privileges betreffen vooral bepalingen uit het arbeidsrecht, het verzekeringswezen en het kadasterwezen. In de afgelopen jaren waren verscheidene van die bepalingen voorwerp van rechtszaken. Steeds weer benadrukte de Vereniging voor de Verbreiding van het Franse Laïcisme daarbij de eenheid van de Franse Republiek en exclusieve geldigheid van de Franse taal. Sommige van de regionaal nog van toepassing zijnde wetten die nog uit de Duitse tijd stammen zijn namelijk nooit in het Frans vertaald. Men is die zogezegd vergeten. In de Duitse tijd, van het einde van de Frans-Duitse oorlog (1871) tot het einde van de Eerste Wereldoorlog (1918), zijn wetten uitgevaardigd die deels op de toentertijd zeer vooruitstrevende sociale wetgeving van Bismarck gebaseerd waren en die in 1918 niet afgeschaft zijn. Zo vergoed het ziekenfonds in Elzas-Lotharingen meer dan in de rest van Frankrijk, zijn uitkeringen reeds vanaf 16 jaar in plaats vanaf 25 jaar beschikbaar, is de doorbetaling bij absentie op het werk royaler geregeld en is de ontslagbescherming voor werknemers beter.

De regionalisten van de Elzassische partij ‘Unser Land’ ondersteunen in de Franse presidentsverkiezingen van mei aanstaande de gezamenlijke kandidaat van diverse regionalistische partijen, de Breton Christian Troadec, die uiteraard weinig kans maakt. De ervaring leert dat de presidentskandidaten van de grote partijen tijdens de campagne ook op de belangen van de regionalisten ingaan en beloftes doen over het respecteren van het Europese Handvest voor regionale talen of talen van minderheden, om die eenmaal verkozen niet waar te maken. Dat is de Franse politieke traditie sinds de vaststelling van dit handvest in 1992 – Frankrijk heeft het nog altijd niet geratificeerd.