Posted on

Media, waarom werkt u mee aan karaktermoord Assange?

Assange

De afgelopen weken hebben we mooie verhalen kunnen lezen over de bevrijding van Nederland, hoe zorgen over het klimaat tienduizenden samenbrengen en hoe de schokkende moord op een advocaat de Nederlandse rechtsorde onder druk zet. Zonder meer belangrijke verhalen die duidelijk maken dat vrijheid, goede leefomstandigheden en een functionerende rechtsstaat ons allemaal aan het hart gaan. Des te onverkwikkelijker wordt het met de jaren om aan te moeten zien hoe media en politiek de mensen blijven mis-informeren over de zaak Julian Assange. Voor zover überhaupt met inhoudelijke diepgang over de zaak wordt gesproken.

Julian Assange zit op dit moment vast in de Belmarsh-gevangenis in het Verenigd Koninkrijk, ook wel bekend als “the UK’s Guantanamo Bay”. Hij wordt daar vastgehouden onder een regime dat bestemd is voor terroristen en ander levensgevaarlijk volk. Dit betekent dat hij 23 uur per dag in eenzame opsluiting zit en 1 uur per week bezoek mag ontvangen, inclusief bezoeken van advocaten. Wanneer hij van zijn cel mag, wordt ieder contact met andere gevangenen voorkomen. Mensen die Assange bezochten schrokken van zijn zichtbaar slechte gezondheid, waaronder de speciaal rapporteur inzake foltering van de VN.

Assange ‘vluchtgevaarlijk’

Julian Assange’ buitensporige en hoogst ongebruikelijke straf voor het overtreden van de borgtocht die in 2012 gesteld werd naar aanleiding van het welbekende Zweedse onderzoek naar Assange, is inmiddels verstreken. Toch zit hij nog voor onbepaalde tijd vast, omdat hij vluchtgevaarlijk zou zijn.

Maar die redenering gaat compleet mank en is bovendien strijdig met verdragen waar het Verenigd Koninkrijk deelnemer aan is. Julian Assange heeft politiek asiel aangevraagd en gekregen. Daarmee zijn zowel de borgtocht als daaruit voortvloeiende straffen niet langer relevant en is het argument dat Assange vluchtgevaarlijk zou zijn exact het soort cynisme dat we uit andere, doorgaans als onvrij bestempelde landen maar al te goed kennen. De intrekking van Assange’ asiel door Ecuador was bovendien zowel inhoudelijk als procesmatig onverenigbaar met het Geneefse vluchtelingenverdrag. Om over de overdracht van Assange’ eigendommen aan de Verenigde Staten nog maar te zwijgen.

Zweedse aanklaagster onder druk gezet door Britten

Daarnaast moet niet vergeten worden in welke context één en ander zich afspeelde. Achteraf is dankzij de FOIA-verzoeken van de Italiaanse journaliste Stefania Maurizi gebleken dat de Zweden in 2013 al het arrestatiebevel tegen Assange wilden laten vallen – waarna de Zweedse aanklaagster door de Britse Crown Prosecution Service onder druk werd gezet de zaak door te zetten en alles op alles te zetten om Assange naar Zweden te halen in plaats van hem in de ambassade te verhoren. Wiens arrestatiebevel betrof het hier nu eigenlijk? We zullen het fijne er wellicht nooit van weten aangezien veel correspondentie tussen de CPS en de Zweden is vernietigd door de CPS.

Opmerkelijke juridische situatie

Een nieuw arrestatiebevel is onlangs geweigerd door de Zweedse rechter omdat het een buitenproportioneel middel zou zijn. Het vorige arrestatiebevel was slechts door de aanklaagster getekend. Een opmerkelijke juridische situatie die eigenlijk alleen volgens Zweeds recht kon voorkomen (inmiddels zijn zulke bevelen niet langer geldig). Evenals het feit dat alleen volgens Zweeds recht gesproken kan worden van verkrachting als aanklacht/onderwerp van onderzoek dat zwaar genoeg is om een Europees Arrestatiebevel uit te vaardigen. Het enige bewijs dat ooit is geproduceerd in de zaak (het welbekende en tamelijk absurde gescheurde condoom) bleek na onderzoek geen sporen op te leveren.

Verkrachtingszaak in strijd met procesrecht heropend en gerekt

We praten over een vermeende “verkrachtingszaak” die is heropend en jaren achtereen is gerekt (in strijd met Zweeds procesrecht) met onder andere de leugen dat Assange (die al eerder verhoord was in dit kader) niet in de Ecuadoraanse ambassade verhoord zou kunnen worden. Het laat zich dankzij de informatie uit eerder genoemde FOIA-verzoeken wel raden waar dat vandaan kwam. Al die tijd heeft Assange zich beschikbaar gehouden voor het Zweedse onderzoek – in ruil voor de garantie dat hij niet aan de VS zou worden uitgeleverd. Dat is, gezien de Amerikaanse geschiedenis van extraordinary rendition, enhanced interrogation techniques en extrajudicial executions geen buitensporig verzoek.

Vooropgezet spel om Assange in handen te krijgen

Een zaak waarin de Britten de Zweden (de juridische opdrachtgever) er dus van weerhielden één en ander tot een snelle oplossing te bewegen. Een zaak waarin al die tijd dan ook niets is gebeurd, en het ziet er steeds meer naar uit dat er ook nooit meer iets mee zal gebeuren. Een situatie die op gespannen voet staat met Assange’ Zweedse rechtsbescherming, maar ook een verontrustend beeld oproept wanneer je de uiteindelijke ‘zaak’ in een breder perspectief zet. Het heeft er enige schijn van dat het in handen krijgen van Assange een vooropgezet spel is geweest – een zorg van Assange die hem mikpunt van spot maakte, maar die nu toch bewaarheid lijkt te worden.

Assange jaren bespioneerd in Ecuadoraanse ambassade

Afgelopen week kwam nog naar buiten dat Assange jaren bespioneerd is in de Ecuadoraanse ambassade, en dat het materiaal (inclusief gesprekken met advocaten) werd doorgespeeld aan de CIA. De vraag is: waar was u?

Media en politiek, waar was u?

Waar was u toen de VN-Werkgroep Arbitraire Detentie zonder enige feitelijke basis werd weggezet als een publiciteitsstunt, een obscuur werkgroepje, en haar leden als een stel amateurs? Waar was u toen Nils Melzer uit hoofde van zijn functie als Speciaal Rapporteur van de VN inzake o.a. foltering het proces tegen Assange politiek en strijdig met internationaal recht noemde, en de behandeling van Assange als foltering bestempelde? Julian Assange’ leven is niet veilig, zijn fysieke en geestelijke gezondheid zijn in gevaar en hij dreigt te worden uitgeleverd aan een land dat basale mensenrechten niet respecteert.

Waarom werkt u mee aan de (karakter)moord op Assange? Waarom zwijgt u? Waarom werkt u mee aan het toedekken van dit schandaal? Waarom bent u opgehouden nieuwe WikiLeaks-publicaties de aandacht te geven die zij op basis van hun inhoud verdienden?

L. Pronk, namens Free Assange Nederland

Posted on

Had Anis Amri handlangers bij aanslag op Berlijnse kerstmarkt?

Amri

Een vreemd genoeg pas onlangs opgedoken video laat het vermoeden toe dat Anis Amri bij de aanslag in Berlijn met handlangers van de plaats delict vluchtte. Politie en openbaar ministerie verdedigen niettemin met klem de these dat Amri alleen handelde.

De aanslag van de afgewezen maar niet uitgezette Tunesische asielzoeker Anis Amri op de kerstmarkt in Berlijn op 19 december 2016 was de tot nu toe zwaarste islamistische aanslag op Duitse bodem. De dader was als risico bekend en in het vizier van verschillende overheidsdiensten. Niettemin kon hij zijn aanslag ongestoord uitvoeren. Ook bij de achtervolging en vlucht van de dader van de plaats delict liet men aanzienlijke steken vallen. Deze waren allemaal voorwerp van onderzoek in een daarna ingestelde onderzoekscommissie.

Amateurbeelden van Amri met mogelijke handlangers duiken op

Daar bleef het echter niet bij. Want ook in het onderzoek naar de aanslag, de manier waarop de slachtoffers herdacht werden en zelfs in de door de Duitse Bondsdag in 2018 ingestelde onderzoekscommissie heeft men steken laten vallen. Zo hebben leden van de onderzoekscommissie nu pas inzage in een tot voor kort niet openbare video-opname van de plaats delict. Het filmpje van 34 seconden lang werd op de avond van 19 december 2016 op de Breitscheidplatz tijdens en direct na de terroristische aanslag van Anis Amri opgenomen. Het gaat om amateurbeelden, gefilmd vanuit een nabijgelegen flat. Desalniettemin zijn de beelden scherp genoeg om het gerechtelijk onderzoek tot nu toe en vooral de direct na de aanslag afgekondigde versie dat Amri alleen handelde in twijfel te trekken.

Eerder al twijfel over stelling dat Amri alleen handelde

Direct na de aanslag bestond reeds twijfel over de stelling dat Amri alleen gehandeld zou hebben. Op de nu op televisie vertoonde nieuwe video is het gebeuren te zien rond de vrachtwagen waarmee Amri in de mensenmassa raasde. Daarbij kwamen elf mensen op de kerstmarkt om het leven. De Poolse vrachtwagenchauffeur had Amri eerder al doodgeschoten. De video toont de paniek en chaos nadat de vrachtwagen op de Budapester Straße tot stilstand is gekomen. Circa 40 meter verwijderd van de vrachtwagen liep een persoon met schoenen met witte zolen weg van de plaats delict in de richting van het metrostation Zoologischer Garten. Hem naderden drie andere personen. Men heeft de indruk dat ze bij elkaar horen.

Overheidsdiensten legden beelden als irrelevant terzijde

De betrokken overheidsdiensten argumenteerden tot nog toe steeds dat uit de videobeelden geen relevante gegevens voor het onderzoek of de vervolging naar voren kwamen. Steeds meer deskundigen twijfelen daar echter aan. Want op een andere video van een bewakingscamera van de Berliner Verkehrsbetriebe was te zien dat de aanslagpleger rode schoenen met witte zolen droeg. De man in de nieuwe video, die eveneens witte zolen draagt, waar drie anderen zich bij aansluiten, zou Amri kunnen zijn, de anderen zijn handlangers.

Handlangers mogelijk zelfde mensen die Amri hielpen vluchten

Ook als er voor de handlangers buiten het filmpje (nog) geen bewijzen zijn, stelt de opname deze kwestie opnieuw nadrukkelijk aan de orde. Het zou om dezelfde personen kunnen gaan, die hem mogelijk in de volgende vier dagen bij zijn vlucht dwars door West-Europa naar Italië hielpen. Dit alles ondanks intensieve klopjacht in heel Duitsland in de dagen voor Kerst. Pas op 23 december beëindigden politie-agenten in het Italiaanse Sesto San Giovanni zijn vlucht.

Duitse overheid speelt met veiligheid burgers

De vraag of Amri handlangers of helpers had, bleef in de evaluaties van de commissie tot nog toe compleet buiten beschouwing en lijkt de veiligheidsdiensten ook niet te interesseren. Zo speelt de Duitse overheid met de zekerheid van haar burgers. Want van eventuele handlangers die niet vastgenomen worden, gaat nog altijd een dreiging uit.

Dat Amri binnen een netwerk ageerde staat in ieder geval vast. Zo is bekend dat hij contacten onderhield in het salafistenmilieu rond de Berlijnse Fazilet-moskee. Ook connecties met groepen rond de eveneens Noord-Afrikaanse plegers van aanslagen in Frankrijk en België in 2015 en 2016 dringen zich op.

Posted on

Nieuwe MH17-documentaire met belangrijke getuigen

MH17

De raket was Russisch, de verdachten zijn aangewezen, de rechtszaak gaat beginnen. Maar dan verschijnt een documentaire die alles op zijn kop zet: MH17 – Call For Justice, gemaakt door MH17-onderzoeker Max van der Werff en Yana Yerlashova van Bonanza Media. 

De documentaire schijnt nieuw licht op het verkrijgen van de zwarte dozen door Maleisië. Ook stelt het vraagtekens bij de telefoongesprekken die de Oekraïense geheime dienst naar buiten heeft gebracht over de ramp met het Maleisische vliegtuig. Hierbij spreken ze met audio-experts en zelfs met de controversiële Sergej Dubinsky, bekend van de SBU-telefoontaps. De documentairemakers laten wel hele bijzondere getuigen aan het woord.

Documentaire doorbreekt mantra westerse journalistiek rond MH17

De documentaire doorbreekt met haar kritische houding de gebruikelijke mantra van de westerse journalistiek rondom de ramp, waarin het JIT-verhaal bijna tot evangelie is verheven. De documentaire geeft weliswaar geen antwoord op de vraag wat er 17 juli 2014 precies gebeurd is, maar doet wel het stof van 5 jaar vrijwel onbewogen journalistiek opwaaien.

Meer over de ramp met vlucht MH17 vind je in ons dossier: http://www.novini.nl/dossiers/mh17/

Posted on

Veroordeling terugkerende jihadisten vaak moeilijk

De terugkeer van jihadisten vanuit Syrië naar West-Europa bergt grote veiligheidsrisico’s in zich. Veroordeling blijkt vaak moeilijk. En na een gevangenisstraf kunnen jihadisten, na een paar jaar als slapende cel, opnieuw geactiveerd worden voor terroristische activiteiten.

Naar schatting zo’n 40.000 personen uit de hele wereld zouden als jihadist naar Syrië zijn getrokken. Zo’n 2.000 uit kwamen er uit de Russische Federatie. Uit West-Europa kwamen er circa 4.500, waarvan 1500 uit Frankrijk, 850 uit het Verenigd Koninkrijk en 400 uit België. Van de 980 jihadisten uit Duitsland werden er 170 gedood, een derde van de overlevenden keer inmiddels terug. Tegenwoordig bevinden er zich nog 66 Duitse staatsburgers in Koerdische gevangenschap, tegen 18 is een Duits arrestatiebevel uitgevaardigd. Hun uitlevering vindt geen doorgang, omdat er geen uitleveringsverdrag is en de Koerdische junta weliswaar feitelijk macht uitoefent in delen van het noordoosten van Syrië, maar niet als staat erkend is. Het risico bestaat dat er IS-strijders ongecontroleerd vrijkomen.

Internationaal tribunaal

Verschillende landen roepen nu dan ook op tot vervolging door een tribunaal van de Verenigde Naties. Ook Zwitserland pleit voor een internationaal strafhof, maar dan wel ter plaatse. Frankrijk liet dit idee inmiddels varen uit zorg dat gevaarlijke jihadisten daar vrijgelaten zouden kunnen worden. Behalve Engeland maken de meeste landen geen haast. De terugkeerders zouden met het vliegtuig teruggehaald moeten worden, er is zelfs sprake van een internationale luchtbrug. Zwitserland wijst dit actieve terughalen als enige af. “Ze hebben de weg naar Syrië gevonden, dan moeten ze de weg terug ook maar zien te vinden”, aldus een expert van de federale overheid tegenover Novini.

http://www.novini.nl/laat-internationale-jihadisten-gewoon-door-syrie-berechten/

Arrestatiebevel

Anders dan Engeland, Frankrijk en België die de opname van hun staatsburgers afwijzen, staat Zwitserland iedere Zwitser de inreis toe. Ook de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Heiko Maas stelt: “Deze personen kunnen alleen dan naar Duitsland komen, wanneer vastgesteld is dat ze onmiddellijk in hechtenis gekomen kunnen worden.” Dat kan Maas wel zeggen, maar Duitsland is internationaal-rechtelijk verplicht zijn staatsburgers toe te laten, ook als ze in het buitenland misdaden hebben gepleegd. Een arrestatiebevel vereist concrete bewijzen. Om deze te verzamelen is dikwijls bijzonder lastig. Volgens een uitspraak van het Duitse Bundesgerichtshof is het blote feit van verblijf in IS-gebied niet voldoende voor strafvervolging. Mede daarom maken Duitse overheidsinstanties geen haast met de repatriatie.

Intrekken staatsburgerschap

Voor het intrekken van staatsburgerschap is in Zwitserland een veroordeling nodig. Het intrekken van staatsburgerschap gebeurt in Europese landen doorgaans echter alleen als er sprake is van dubbel staatsburgerschap. De conventie is immers dat niemand stateloos gemaakt mag worden. Zodoende was de uitzondering die de Britse regering onlangs maakte ook omstreden. Londen koos ervoor Shamima Begum, een in Engeland geboren vrouwelijke IS-strijder van Bangladeshi afkomst het staatsburgerschap te ontnemen, waarop zij stateloos werd. Bangladesh wil haar ook niet opnemen.

Bewijzen

Mannelijke jihadisten waren vaak in IS-propagandavideo’s te zijn met vermoorde slachtoffers. Beelden die nu gebruikt kunnen worden voor het opbouwen van een zaak. Niet zelden zijn hun stemmen te identificeren. Terugkerende jihadisten die zich onschuldig voordoen, zijn vaak toch als strijders te herkennen aan het eelt op de vinger waarmee ze de trekker overgehaald hebben.

Vrouwen, die een vijfde van de jihadisten uit Duitsland uitmaken, waren minder vaak te zien in video’s. Eerder strafzaken hebben echter reeds bewezen dat ook zij in trainingskampen vaak onderwezen werden in het gebruik van automatische vuurwapens en dat ze aan publieke executies deelnamen. Wanneer directe betrokkenheid bij een misdaad niet te bewijzen valt, zijn ze voor IS-lidmaatschap of ondersteuning van een terroristische organisatie nog tot enkele jaren gevangenisstraf te veroordelen.

Laatste bolwerk ontmanteld, strijd gaat voort

Ofschoon onlangs na bijna vijf jaar ook het laatste bastion van IS in Syrië, in het dorp Baghouz ontmanteld kon worden, betekent dit niet dat IS zijn strijd op zal geven. IS-leider Abu Bakr al-Bagdadi, op wiens hoofd de VS een beloning van 25 miljoen dollar hebben gezet, zou in Irak ondergedoken zijn. In een audioboodschap riep hij op tot nieuwe aanslagen in het Westen, met “bommen, messen en auto’s”.

Surveillance

Zoals te verwachten verklaren veel jihadisten zich bij arrestatie voor onschuldige slachtoffers. De meesten lijken echter onverbeterlijk te zijn – de moorddadige ideologie leeft dikwijls voort. In Zwitserland verklaarde het verantwoordelijke department onlangs: “de terroristische dreiging in Zwitserland blijft verhoogd.” Natuurlijk zal een veroordeelde IS-strijder ook buiten de gevangenis in de gaten gehouden worden, zo licht een overheidsexpert toe. Maar volledige toezicht vereist zo’n 30 personen per geval, dat kan geen West-Europees land in alle gevallen opbrengen.

Slapercellen

Al met al is de kans groot dat niet weinig jihadisten zich na een paar jaar gevangenis uiterlijk hervormd voor zullen doen, om vervolgens twee of drie jaar een normaal leven te leiden, waarna ze opnieuw ingeschakeld kunnen worden voor aanslagen.

Posted on

Strafhof zwicht voor intimidatie VS

Er komt geen strafrechtelijk onderzoek naar oorlogsmisdaden in Afghanistan. Tot genoegen van de VS, die al sinds 2002 bedreigingen uiten aan het adres van het Internationaal Strafhof in Den Haag. Afrikaanse landen zien vermoeden bevestigd: Strafhof is neokoloniaal instrument.

De rechters van het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag hebben het verzoek afgewezen van de hoofdaanklaagster, de Gambiaanse Fatou Bensouda, om een strafrechtelijk onderzoek te beginnen naar misdaden begaan tijdens de oorlog in Afghanistan door de Taliban, het Afghaanse leger en de Amerikanen die in 2001 het land binnenvielen. Dit ondanks het feit dat ook de rechters aannemen dat er misdaden zijn gepleegd.

Vaagheid

De redenen die de rechters aanvoeren voor hun afwijzing van een strafrechtelijk onderzoek blinken uit in vaagheid. Zij voeren aan dat het voorbereidende onderzoek van Bensouda te lang heeft geduurd, dat “de politieke situatie inmiddels is veranderd” en dat ze verwachten dat betrokken partijen te weinig medewerking zullen verlenen.

Intimidatie

Het heeft er alle schijn van dat de rechters van het Strafhof gezwicht zijn voor intimidatie van de VS. De Nationaal Veiligheidsadviseur John Bolton van de regering Trump dreigde in september vorig jaar met strafmaatregelen mocht het Strafhof een strafrechtelijk onderzoek instellen naar de betrokkenheid van Amerikanen bij oorlogsmisdaden tijdens de oorlog in Afghanistan, of naar mogelijke misdaden van Israël of een andere bondgenoot. Personeel van het Strafhof zou door Amerikaanse rechtbanken worden vervolgd, hun banktegoeden zouden worden bevroren en ze zouden de VS niet meer inkomen. En niet alleen zij, maar elk bedrijf of land dat het Strafhof bijstaat in onderzoek naar Amerikanen, Israëliërs of andere bondgenoten van de VS zou worden gestraft. “We zullen het Strafhof rustig laten sterven,” voegde Bolton daaraan toe. “In praktisch alle opzichten is het Strafhof voor ons immers toch al dood.”

The Hague Invasion Act

Aan die bedreiging van Bolton voorafgaand, in 2002, het jaar waarin het Strafhof haar deuren opende, namen de VS een wet aan, The American Service-Members’ Protection Act, bijgenaamd The Hague Invasion Act, die de Amerikaanse president machtigt met alle middelen, zo nodig met geweld, personen te bevrijden die door of namens het Internationaal Strafhof in Den Haag gevangen worden gehouden.

http://www.novini.nl/eric-van-de-beek-bij-cafe-weltschmerz-over-the-hague-invasion-act/

Dat het niet bij bedreigingen blijft, maakten de VS begin april van dit jaar duidelijk door het visum van Bensouda in te trekken, zodat zij de VS niet meer inkomt. Dit terwijl op dat moment de rechters van het Strafhof nog geen besluit hadden genomen over haar verzoek een strafrechtelijk onderzoek in te stellen.

Afrikaanse uittocht

Het besluit van de rechters kan grote gevolgen hebben voor de toekomst van het Strafhof, vooral wat betreft het lidmaatschap van Afrikaanse landen. De Afrikaanse Unie (AU) nam in januari 2017 een resolutie aan waarin staat dat Afrikaanse landen aandringen op forse hervorming bij het Strafhof, omdat ze anders massaal hun lidmaatschap opzeggen. De AU wil dat het Strafhof stopt met, wat zij noemt, “de dubbele standaard”. Het zijn tot nu toe alleen Afrikanen die door het Hof zijn vervolgd en veroordeeld.

Eén Afrikaans land, Burundi, heeft zijn lidmaatschap al opgezegd; Zuid-Afrika en Gambia kondigden afgelopen jaar aan uit het Strafhof te stappen. De president van Namibië, Hage Geingob, heeft verklaard dat zijn land alleen lid blijft als de VS ook lid worden. Het recente besluit van het Hof een machtig westers land als de VS te ontzien, zal daarom veel Afrikaanse en andere niet-westerse landen in hun vermoeden bevestigen dat het Hof een neokoloniaal instrument is van westerse landen en mogelijk resulteren in een massale opzegging van lidmaatschappen.

Statuut van Rome

Er zijn op dit moment 122 landen die het Statuut van Rome hebben geratificeerd , en daarmee lid zijn van het Strafhof. Het Internationaal Strafhof vervolgt verdachten van oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid, genocide en – sinds 2018 – ‘agressiemisdrijven’ (aanvalsoorlogen), voor zover deze verdachten nog niet vervolgd zijn in eigen land. Belangrijke landen als de VS, Rusland, China, Israël en India zijn geen lid. Toch kunnen ook burgers van die landen door het Strafhof worden vervolgd als zij hun misdaden hebben begaan in één van de landen die wel zijn aangesloten bij het Hof. Zo kan het Hof wel onderzoek doen naar oorlogsmisdaden van Amerikanen begaan in Afghanistan, dat lid is van het Hof, en niet in Irak, dat geen lid is.

CIA’s ‘black sites’

Een aantal misdaden van Amerikanen begaan in Irak, zoals in de Abu Graib-gevangenis, is bestraft in de VS, al bleven de hogere echelons en politiek verantwoordelijken buiten schot. Misdaden begaan door Amerikanen in Afghanistan zijn echter, op één uitzondering na, onbestraft gebleven. Ene David Passaro, een burger die was ingehuurd door de CIA, en die een Afghaanse man, genaamd Abdul Walid, doodsloeg, is veroordeeld tot een gevangenisstraf. Ook John C. Kiriakou, een CIA-officier, belandde achter de tralies; niet omdat hij zich schuldig had gemaakt aan een oorlogsmisdaad of een misdaad tegen de menselijkheid, maar omdat hij als klokkenluider de wereld deelgenoot had gemaakt van de manier waarop de CIA verdachten doorgaans verhoort: door ze met hun hoofd onder water te houden, het zogeheten waterboarding.

De onwil of onkunde van de Amerikaanse justitie om degelijk onderzoek te doen naar Amerikaanse verdachten van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid in Afghanistan en ze strafrechtelijk te vervolgen en te veroordelen, heeft er toe geleid dat het Internationaal Strafhof in actie kwam. In 2006 startte de voorganger van Bensouda een vooronderzoek naar misdaden begaan tijdens de oorlog in Afghanistan. In 2016 presenteerde Bensouda het resultaat. Zij verdenkt tenminste 61 Amerikaanse militairen en 27 CIA’ers van marteling, wrede behandeling, aantasting van de menselijke waardigheid en verkrachting. Die verdachte CIA’ers waren overigens niet alleen actief in Afghanistan, maar ook in geheime centra in Polen, Roemenië en Litouwen, de zogeheten CIA black sites, waar ze verdachte Afghanen verhoorden. Bensouda voegt daar aan toe dat het niet om geïsoleerde gevallen lijkt te gaan , maar dat ze onderdeel uitmaakten van een verhoormethode die van bovenaf was opgelegd.

VS dreigen opnieuw

De Amerikaanse regering heeft haar tevredenheid geuit over het besluit van de rechters van het Strafhof af te zien van strafrechtelijk onderzoek naar Amerikanen in Afghanistan en de CIA-blacksites in EU-landen. President Trump bracht een officiële verklaring uit waarin hij het besluit “een enorme internationale overwinning” noemde en nog eens dreigde dat iedereen die Amerikaanse of Israëlische functionarissen wil vervolgen een ‘robuuste’ reactie kan verwachten.

Bensouda heeft echter aangegeven het er niet bij te laten zitten. Zij zegt te broeden op een juridische reactie. Waarschijnlijk zal dit zijn: heropening van het vooronderzoek, zoals eerder gebeurd is in het geval van Britse betrokkenheid bij oorlogsmisdaden in Irak. De rechters gaven Bensouda geen toestemming een strafrechtelijk onderzoek hiernaar in te stellen, waarna Bensouda het vooronderzoek heropende. Bensouda weet zich gesterkt door mensenrechtenorganisaties als Amnesty International. Die laatste liet in een verklaring weten dat het Strafhof “is gezwicht voor Amerikaanse pesterijen en dreigementen” en “op schokkende wijze slachtoffers in de steek heeft gelaten”. Het besluit van de rechters zal, volgens Amnesty, “de geloofwaardigheid van het Hof nog verder aantasten.”

Nieuwe vuurproef

Intussen wacht Bensouda en de rechters van het Hof een nieuwe vuurproef. Bensouda leidt sinds 2015 een vooronderzoek naar mogelijke oorlogsmisdaden van Palestijnen en Israeliërs tijdens het 51-dagen durende conflict rond Gaza in 2014. Hoewel Israël geen lid is van het Strafhof, kan het Hof wel onderzoek doen naar mogelijke oorlogsmisdaden van Israël begaan op Palestijns grondgebied, omdat Palestina wel lid is. Gezien de dreigende woorden van Bolton in september vorig jaar, waarin hij met name Israël noemde als bondgenoot van de VS die met rust gelaten moest worden, kan het personeel van het Internationaal Strafhof opnieuw zijn borst natmaken.

Posted on

Eric van de Beek bij Café Weltschmerz over The Hague Invasion Act

Eric van de Beek was onlangs bij Café Weltschmerz te gast om met Stan van Houcke te spreken over The Hague Invasion Act. In februari maakte Van de Beek voor Novini een reconstructie van de totstandkoming van deze wet die een Amerikaanse invasie van Nederland mogelijk maakt wanneer een Amerikaan bij het Internationaal Strafhof in Den Haag aangeklaagd wordt voor oorlogsmisdaden en de reactie van de Nederlandse politiek hierop in de loop der jaren. Nu openbaar aanklager Fatou Bensouda vooronderzoek gestart is, dreigde de Amerikaanse nationale veiligheidsadviseur John Bolton nogmaals met dit vooruitzicht. Een zeer actuele kwestie dus.

Nepnieuwsexplosie ~ Tabe Bergman & Eric van de Beek (red.)

Posted on

Oekraïne straft journalist voor vredesoproep

Als er niemand is om te vechten, geen kanonnenvlees, dan zal men wel móeten onderhandelen, zo dacht de Oekraïense journalist Ruslan Kotsaba. Nu wordt er 13 jaar gevangenisstraf tegen hem geëist, omdat hij zich in een video-boodschap op zijn YouTube-kanaal tegen de mobilisatie uitsprak.

In 2015 klaagde de Oekraïense staat de Oekraïense journalist Ruslan Kotsaba aan wegens landverraad. De reden was dat de uit West-Oekraïne afkomstige journalist, die in 2014 openlijk zijn steun had uitgesproken voor de EuroMaidan, zich op zijn eigen YouTube-kanaal tegen de mobilisatie had uitgesproken. Uiteindelijk werd de journalist vrijgesproken voor landverraad. Hoewel Amnesty International hem erkende als politiegevangenen werd Kotsaba wel een gevangenisstraf opgelegd voor het hinderen van het leger. Sinds januari 2019 staat Kotsaba opnieuw terecht opnieuw voor landverraad.

In het eerste deel van een tweetal interviews spraken we met hem over het conflict in Oekraïne van 2014 tot de dag van vandaag. In dit tweede deel van het interview met Kotsaba spreken we over zijn proces en de status van de journalistiek in Oekraïne.

Posted on 1 Comment

Amerika dreigt met invasie Den Haag – Kabinet “verontrust”

De Verenigde Staten dreigen sinds 2002 met militair ingrijpen tegen het Internationaal Strafhof in Den Haag. Hoe heeft Nederland hier in de loop der jaren op gereageerd? Een reconstructie aan de hand van berichten van de Amerikaanse ambassade, Kamerstukken en krantenartikelen. 

De betrekkingen tussen Nederland en de VS zijn “excellent”, liet op 30 juni 2005 toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot weten, tijdens een ontmoeting met de Amerikaanse ambassadeur in Den Haag Clifford Sobel. Hij bespeurde de laatste vier jaar zelfs een verbetering van de betrekkingen. Er waren niettemin vier “zorgen” die Bot wilde voorleggen. Het ergerde de Nederlandse regering dat de Amerikanen herhaaldelijk en openlijk kritiek uitten op het Nederlandse aandeel in de strijd tegen de mensenhandel. Verder zou Nederland graag zien dat de Amerikanen samenwerkten met andere landen om de verspreiding van kernwapens te voorkomen, dus multilateraal in plaats van op eigen houtje. Ook herinnerde Bot de Amerikaanse ambassadeur aan een belofte die de VS niet waren nagekomen: mensenrechtenrapporteurs van de Verenigde Naties toegang verlenen tot het cellencomplex van Guantanamo Bay, waar krijgsgevangen werden vastgehouden. Last but not least: het Nederlandse bedrijfsleven, waaronder Philips, voelde zich onderbedeeld in ‘de wederopbouw’ van Irak. Franse en Duitse hadden veel meer contracten gekregen, en dit terwijl Nederland, aldus Bot, “een duidelijk veel grotere bijdrage” had geleverd aan “de stabiliteit van Irak”.

The Hague Invasion Act

Wat opvalt aan het onderhoud van de CDA-minister met de Amerikaanse ambassadeur, waarvan overigens het verslag dankzij Wikileaks op straat is komen te liggen, is dat er met geen woord werd gerept over een onderwerp waar drie jaar eerder veel ophef over was ontstaan in Den Haag: The American Service Members’ Protection Act (ASPA), bijgenaamd The Hague Invasion Act. Deze wet machtigt de Amerikaanse president met alle middelen, zo nodig met geweld, personen te bevrijden die door of namens het Internationale Strafhof in Den Haag gevangen worden gehouden. De wet verbiedt verder Amerikaanse deelname aan VN-vredesoperaties, tenzij latere berechting door het Strafhof uitdrukkelijk is uitgesloten voor Amerikanen. Ook mag geen militaire steun (meer) geleverd worden aan staten die het Strafhof hebben erkend, uitzonderingen daargelaten, zoals Amerika’s NAVO-partners.

De Amerikaanse Senaat nam de wet aan in juni 2002. Dat was een maand voordat het Internationaal Strafhof officieel haar deuren opende. Het Internationaal Strafhof vervolgt verdachten van oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid, genocide en – sinds 2018 – ‘agressiemisdrijven’ (aanvalsoorlogen), voor zover deze verdachten nog niet vervolgd zijn in eigen land. De rechtsmacht van het Internationaal Strafhof strekt zich uit tot alle 123 landen die het Statuut van Rome hebben geratificeerd. Ook burgers van landen die niet hebben geratificeerd, zoals de VS, Rusland, China, India en Israël, kunnen worden vervolgd door het Hof, als zij hun misdaden hebben gedaan in één van de landen die aangesloten zijn bij het Hof, zoals Afghanistan of Palestina.

“Verontwaardiging en verontrusting”

Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Jozias van Aartsen zei in de Tweede Kamer dat hij met “grote verontwaardiging en verontrusting” kennis had genomen van het feit dat de Amerikaanse Senaat akkoord was gegaan met de wet. “Nederland wordt hier als gastland van het Internationaal Strafhof direct geraakt als soevereine staat,” zo stelde de VVD-minister. “De wet gaat veel te ver en veel verder dan noodzakelijk is voor de VS om afstand te houden tot het Strafhof. Uiteraard zou die afstand in onze ogen niet moeten worden gehouden, maar dit is volstrekt onnodig. Het Statuut van Rome biedt alle waarborgen om gepolitiseerde vervolging van VS-onderdanen te voorkomen, want dat is de vrees aan de kant van de VS. De VS weten dat het Strafhof geen primaire jurisdictie toekomt.”

De Tweede Kamer deelde die analyse, bleek in een door GroenLinks aangevraagd spoeddebat. “‘Het is bizar en absurd, een wetsvoorstel dat militaire interventie in Nederland mogelijk maakt,” reageerde VVD-Kamerlid Erica Terpstra. GroenLinks-kamerlid Farah Karimi: “Schokkend en ongehoord.” CDA-kamerlid Maxime Verhagen: “Onacceptabel. Zeker van een NAVO-bondgenoot verwacht je dit niet.” D66-kamerlid Boris Dittrich: “Het is absurd dat de ene NAVO-partner wetgeving aanvaardt die in haar uiterste consequentie tot een gewapend conflict tussen NAVO-bondgenoten kan leiden.” LPF-Kamerlid Jim Janssen van Raaij: “We zijn Panama niet, waar ze zomaar zijn binnengevallen. Onze krijgsmacht moet clearance to shoot back krijgen als Amerikaanse militairen ingrijpen.”

“Bom op het Vredespaleis”

Ook de reacties in de pers waren niet mals. “Een bom op het Vredespaleis,” zo kwalificeerde Bart Tromp de invasiewet in zijn Elsevier-column. “Er is alle reden voor Nederland om deze kwestie hoog op te nemen, en in Europees en NAVO-verband aan de orde te stellen. De combinatie van macht, arrogantie en minachting voor internationale afspraken en overeenkomsten die niet alleen uit de invasiewet blijkt, is een ernstige bedreiging van het streven naar een internationale rechtsorde, waarvan het Vredespaleis het symbool vormt.”

De Volkskrant oordeelde in een hoofdredactioneel commentaar: “Het aannemen van de invasiewet is niet alleen een schoffering van het Internationaal Strafhof, maar ook van de Europese bondgenoten van de VS.” J. L. Heldring schreef in NRC: “Een land kan het niet dulden dat zijn soevereiniteit wordt aangetast door een wet van een ander land die, op z’n zachtst gezegd, de mogelijkheid van een militaire interventie niet uitsluit. Zeker onder bondgenoten is dit onaanvaardbaar.”

Oud-minister van Buitenlandse zaken Hans van den Broek in een ingezonden brief in NRC: ” Het gaat hier niet alleen om gebrek aan respect voor de internationale rechtsorde en het, naar de letter gesproken, dreigen met een oorlogsdaad, maar tevens om een aantasting van het morele gezag van de Verenigde Staten. Die verheffen hiermee, en niet voor het eerst, het recht van de sterkste tot hoogste rechtsnorm.”

Etentje met ambassadeur

Wat was er drie jaar later nog over van alle “verontrusting en verontwaardiging”? Helemaal niks, zo leek het, afgaande op de inhoud van het gesprek van CDA-minister Bot met de Amerikaanse ambassadeur Sobel. Geen van de vier zorgen die Bot aan Sobel voorlegde betrof het Amerikaanse dreigement over militair ingrijpen op Nederlands grondgebied, mocht daar ooit een Amerikaanse staatsburger worden vastgehouden op verdenking van oorlogsmisdaden.

Van de “verontrusting en verontwaardiging” waar Van Aartsen in 2002 nog van gesproken had, leek zelfs in 2003 al geen sprake meer. Twee maanden nadat de toenmalige premier Jan Peter Balkenende en diens minister van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop Scheffer het Witte Huis hadden bezocht, trakteerde Sobel Balkenende op een etentje in diens Haagse ambassadeurswoning. Er werd bij die gelegenheid met geen woord gesproken over de invasiewet, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van die ontmoeting.

En dat was des te opmerkelijker omdat het Internationaal Strafhof wel als gespreksonderwerp ter tafel kwam. Sobel verzocht Balkenende stille diplomatie in te zetten om het verzet van de Europese Unie (EU) te breken tegen Amerikaanse pogingen om zogeheten artikel 98-verdragen te sluiten met EU-landen. Dit zijn bilaterale verdragen waarbij de ondertekenaars beloven geen Amerikaanse onderdanen uit te leveren aan het Internationaal Strafhof. De VS hadden op dat moment al met ruim 50 landen dergelijke verdragen gesloten, op straffe van intrekking van militaire steun. Balkenende greep echter de gelegenheid niet aan om te herinneren aan de The Hague Invasion Action. Hij volstond met de mededeling dat het “moeilijk voorstelbaar” zou zijn dat de Europese Raad artikel 98-verdragen met de VS zou toestaan. Diplomatiek adviseur Rob Swartbol, die Balkenende bijstond tijdens zijn diner met Sobel, voegde daar aan toe dat, aangezien Nederland gastland is voor het Internationaal Strafhof, het voor Nederland moeilijk zou zijn zich in te zetten voor acceptatie in de EU voor dergelijke verdragen.

Sussende woorden

Hoe is het mogelijk dat de The Hague Invasion Act geen gespreksonderwerp meer was in de contacten van Nederlandse bewindslieden met de Amerikaanse ambassadeur, in 2003, een jaar nadat er zoveel ophef over was ontstaan in Nederland?

Nog voordat minister Van Aartsen in 2002 zijn “verontrusting en verontwaardiging” had kunnen delen met de Tweede Kamer hadden de Amerikanen de Nederlandse regering al een argument aangereikt om zich niet al te druk te maken. De Amerikaanse regering kan zich “geen omstandigheden voorstellen waarin de VS zouden moeten overgaan tot militaire actie tegen Nederland of een andere bondgenoot,” zo verklaarde de Amerikaanse ambassade op 12 juni 2002. In het spoeddebat dat de dag erop volgde in de Tweede Kamer, waarin van Aartsen zijn “verontwaardiging en verontrusting” deelde, refereerde hij in één adem aan de sussende woorden van de Amerikaanse ambassade. Ook vertelde hij dat de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken Grossman hem had verzekerd dat de VS Nederland niet zouden binnenvallen, en slechts “diplomatieke, juridische en politieke middelen” zouden aanwenden om Amerikanen te vrijwaren van strafvervolging door het Internationaal Strafhof.

Tweede Kamerlid Maxime Verhagen (CDA) nam echter geen genoegen met deze verklaringen van de VS. “Als de Amerikanen het ondenkbaar achten dat er omstandigheden zullen ontstaan die militaire actie noodzakelijk zouden maken, moet je het ook daadwerkelijk uitsluiten, niet alleen in theorie, maar ook in de praktijk en in mogelijke wetgeving,” zo gaf hij de minister te verstaan. “Daarvoor is actie nodig richting regering en de gezamenlijke vergadering van Senaat en Congres.” Tweede Kamerlid Harry van Bommel (SP) sloot zich daarbij aan. “Het gaat niet om de reikwijdte van het voorstellingsvermogen van de Amerikanen, maar om de reikwijdte van de wettekst. Deelt de minister die opvatting? De uitleg bij de wet dat daar nooit gebruik van gemaakt zal worden, maakt die wetgeving dan toch overbodig?” Farah Karimi (GroenLinks): “Na alle commotie in Nederland zeggen de VS dat zij zich zo’n situatie niet kunnen voorstellen, maar ze zeggen niet dat zij hebben begrepen dat dit voor Nederland onacceptabel is.”

Hete aardappel naar EU

Al deze bedenkingen ten spijt bleken de sussende woorden van de Amerikanen niet zonder effect. Al tijdens hetzelfde spoeddebat, waarin de Tweede Kamer zijn afkeuring uitsprak over de invasiewet, en deze zelfs bezegelde met het aannemen van een motie waarin het kabinet werd verzocht “alle diplomatieke middelen aan te wenden, zowel bilateraal als op internationaal niveau, om de bezorgdheid van de Kamer aan de Amerikaanse regering, de Senaat en het Congres kenbaar te maken”, ontstond een lacherige stemming. “Mijn woning op Scheveningen kijkt uit over zee,” sprak VVD-Kamerlid Terpstra. “Maar het is ook voor de VVD-fractie zeer onwaarschijnlijk dat deze ooit wordt gebruikt als een vooruitgeschoven post om te kijken of de invasie een feit wordt. Ik zal waarschuwen als het zover is.” PvdA-Kamerlid Bert Koenders: “Gelukkig woont mevrouw Terpstra in Scheveningen en dat geeft extra vertrouwen.”

Mogelijk beschouwde de Nederlandse regering de invasiewet als symboolwetgeving, bestemd voor binnenlands gebruik in de VS – en was dat de reden dat Nederlandse bewindslieden, al snel nadat de wet was aangenomen, deze niet meer ter sprake brachten in contacten met Amerikaanse ambtsdragers en bewindslieden. Zeker is dat de Nederlandse regering al in een vroeg stadium besloot de hete aardappel door te schuiven naar Brussel. “Wij hebben vooral getracht te opereren in EU-verband, omdat dat ons de meest effectieve manier leek,” antwoordde Van Aartsen op 13 juni 2002 op de vraag van Kamerlid Karimi wat de Nederlandse regering had gedaan om te voorkomen dat de Senaat de wet zou aannemen. Zo zou op aandringen van Nederland de EU bij meerdere gelegenheden haar zorgen hebben overgebracht aan de Amerikanen over het – toen nog – wetsvoorstel. Ook zou Nederland bij de EU hebben gelobbyd voor een waarschuwing aan het adres van de VS, dat de tweespalt over het Internationaal Strafhof, “een negatieve invloed” kon gaan hebben op “het gezamenlijk optrekken bij het Midden-Oosten conflict.”

De meerderheid van de Tweede Kamer nam genoegen met de uitleg van de minister, en stelde zich gerust met diens belofte dat Nederland er “uiteraard alles” aan zou blijven doen om de VS te ontmoedigen “een actieve, obstructieve politiek tegen het Strafhof te voeren, samen met onze partners in de Europese Unie en de overige landen die het statuut van Rome van het Internationaal Strafhof hebben geratificeerd.” Voor de Tweede Kamer leek daarmee de kous af. Afgezien dan voor Kamerlid Janssen van Raaij die de minister een vraag voorlegde waar deze niet meteen een antwoord op had: “Is er toen wij toestemming gaven voor het stationeren van Amerikaanse gevechtsvliegtuigen en militairen op Nederlands grondgebied een afspraak gemaakt en, zo nee, is die alsnog te maken, dat zich in Nederland bevindende Amerikaanse krijgsmachtonderdelen in elk geval niet mogen worden gebruikt voor een interventie in Den Haag?” De minister antwoordde daarop, een maand later, in een brief: “Uit de verklaring van de VS van 12 juni 2002 blijkt dat de Amerikaanse regering zich geen situatie kan voorstellen waarbij de VS zouden terugvallen op militaire actie tegen Nederland. Er is dan ook geen reden om te komen tot een afspraak, zoals door de heer Janssen van Raaij wordt gesuggereerd.”

Invasiewet politiek dood

Op 2 augustus, een maand nadat het Internationaal Strafhof van start was gegaan, bekrachtigde toenmalig president George W. Bush de invasiewet. Van Aartsen was even daarvoor opgevolgd door CDA’er Jaap de Hoop Scheffer. Die werd niet naar de Tweede Kamer geroepen om zich te verantwoorden voor wat het kabinet nog had gedaan om de Amerikaanse president ervan te weerhouden zijn handtekening te zetten, of om de balans op te maken van de betrekkingen met de VS. Hij werd hooguit kritisch aan de tand gevoeld over zijn optreden inzake Irak. In zijn ijver het de Amerikanen naar de zin te maken, had hij zich al bereid verklaard een aanval op het land te steunen nog voordat de regering Bush zelf zover was.

Ook in de periode daarna kwamen geen tekenen uit de Tweede Kamer dat de invasiewet de volksvertegenwoordigers nog bezighield. Voor zover het kabinet nog met de wet in haar maag zat, werd het in elk geval niet langer aangemoedigd door de Kamer daar acties aan te verbinden. De Hoop Scheffer verruilde tijdens de jaarwisseling 2003/2004 zijn ministerschap voor de functie van secretaris-generaal van de NAVO, en partijgenoot Ben Bot volgde hem op. De invasiewet leek politiek dood te zijn verklaard. In de Kamerstukken uit de periode 2003 tot en met 2008 wordt althans niet één keer aan de wet gerefereerd.

Aanval op België

Voor zover er nog publiekelijk over de invasiewet werd gesproken, gebeurde dat niet in Den Haag, maar wel bijvoorbeeld in België, waar commentatoren in 2003 veelvuldig verwezen naar de The Hague Invasion Act. Dit omdat in de VS werd gewerkt aan een soortgelijke wet, de Universal Jurisdiction Rejection Act, die het de Amerikaanse president mogelijk moest maken België binnen te vallen. Niet vanwege het Internationaal Strafhof in Den Haag, maar vanwege de Belgische genocidewet, die Belgische rechtbanken het recht gaf overal ter wereld misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden te onderzoeken. De Amerikaanse wet, door de Belgen omgedoopt tot Brussels Liberation Act, kwam er uiteindelijk niet. Een dreigement van minister Donald Rumsfeld dat de VS het NAVO-hoofdkwartier in Brussel zouden sluiten, was voldoende om de Belgische politiek zover te krijgen dat deze de Genocidewet volledig introk.

Verdedigingswal Scheveningen

In 2003 waren er nog ludieke protesten op het Scheveningse strand. Een actiegroep genaamd Volksfront van Hogerhand bouwde een verdedigingswal om de Amerikanen op afstand te houden. Geestelijk vader van het Strafhof Benjamin Ferencz hees er, namens zijn land, de Amerikaanse vlag.

Twee lokale politieke partijen richtten later dat jaar een strook in voor landende Amerikaanse soldaten. De ‘D-Day strook’ werd gemarkeerd met Amerikaanse vlaggen en wijzers die de richting van het Strafhof aangaven. “Zo kunnen de badgasten ongestoord blijven liggen als de Amerikanen komen,” grapte PPS-raadslid Cees de Jager in een interview met De Telegraaf.

In 2004 verscheen er van de hand van Pieter Nouwen een roman getiteld De Pias van het Pentagon, over ene Amerikaanse president Push, die, nadat één van zijn adviseurs is vastgezet door het Strafhof, besluit Nederland binnen te vallen.

In 2005 diende bij de Haagse rechtbank een kort geding vanwege de komst van de Amerikaanse president naar Nederland. Namens een aantal geagiteerde organisaties en particulieren eiste mr. Meindert Stelling dat de president bij aankomst in de boeien werd geslagen, of, als de rechtbank dat een te rigoureuze maatregel vond, hem de toegang tot het land te ontzeggen. Stelling betoogde dat de The Hague Invasion Act een verkapte oorlogsverklaring was aan Nederland in het algemeen en aan de stad Den Haag, als vestigingsplaats van het Internationale Strafhof, in het bijzonder. “De Nederlandse regering gaat er ten onrechte van uit dat de Amerikanen onze vrienden zijn. Door dik en dun,” aldus Stelling. “Dat is een ernstige misvatting. Als ergens ooit het gezegde ‘liefde maakt blind’ opgaat, dan is het hier.” De vredesactivisten haalden echter bakzeil. De rechter vond dat er geen grond was om de president te arresteren of hem tot persona non grata te verklaren.

“Transatlantisch anker”

Het kort geding bij de Haagse rechtbank; de protestacties op het Scheveningse strand; een enkele journalist die zich nog drukte maakte, onder wie Karel van Wolferen, die in een gesprek met NRC zei dat de Nederlandse regering met de vuist op tafel had moeten slaan en desnoods had moeten dreigen uit de NAVO te stappen – veel leek er niet meer te doen rond de gewraakte invasiewet, in de eerste vijf jaar nadat Bush deze had bekrachtigd met zijn handtekening. De betrekkingen met de VS waren er op geen enkele manier door geschaad, getuige de uitspraak van minister Bot in 2005. Integendeel, deze waren er volgens hem alleen maar op vooruitgegaan. De Amerikaanse ambassadeur Sobel kon dat alleen maar beamen.

In het door Wikileaks gelekte ambtsbericht dat hij schreef, bij zijn afscheid in 2005, had hij niets dan lof over Nederland. En dan vooral omdat hij vond dat de Nederlanders de Amerikaanse belangen zo goed dienden, in Irak, in Afghanistan, in de NAVO, in de VN, in de EU. “De Nederlanders dienen als een belangrijk transatlantisch anker in Europa,” aldus Sobel. “Ze trekken samen met de Britten op om Frans-Duitse pogingen te dwarsbomen om Europa los te weken van zijn transatlantische koers. Het aanhalen van de Amerikaans-Nederlandse betrekkingen is van belang om er zeker van te zijn dat de Nederlanders voortgaan met het meekrijgen van anderen in het behartigen van belangen die in lijn zijn met die van de VS, in het bijzonder op politiek-militair gebied.” Zelfs in de ondermijning van het Internationaal Strafhof zag Sobel een belangrijke taak voor de Nederlanders weggelegd. Nederlanders hechten sterk aan hun eigen rechtsbeginselen, maar zijn tegelijk erg pragmatisch ingesteld, zo stelde hij. Die unieke combinatie maakte ze tot een belangrijke partner voor de VS in het gladstrijken van verschillen van inzicht met de EU over het Internationaal Strafhof en artikel 98-verdragen.

Hoop op Obama

Dat was in 2005. Twee jaar later, in 2007, werd minister van Buitenlandse Zaken Bot opgevolgd door zijn CDA-partijgenoot Maxime Verhagen, die zich eerder als Kamerlid scherp had uitgesproken tegen de invasiewet. “De Amerikanen weten dat ze goodwill hebben verspeeld,” zei Verhagen in 2008 in een interview met de Volkskrant. Hij noemde in dat verband Guantanamo Bay en de weigering van de regering Bush om het Kyoto-klimaatverdrag te tekenen. Verhagen sprak verder de hoop uit dat onder de nieuwe president, die dat jaar werd gekozen, de VS alsnog Kyoto zouden omarmen, meer waarde zouden toekennen aan de Verenigde Naties alsook ‘partij’ zouden worden in het Internationaal Strafhof.

Over de vraag van de Volkskrant of Verhagens voorkeur uitging naar de Republikeinse kandidaat John McCain of de Democratische kandidaat Barack Obama, daarover liet Verhagen zich – heel diplomatiek – niet uit. Maar het is vrijwel zeker dat hij zijn hoop had gevestigd op Obama, omdat die zich, anders dan McCain, had geprofileerd als multilateralist. Tot geluk van Verhagen werd het niet McCain, maar Obama.

Nadat Obama in januari 2009 was beëdigd, zag Verhagen zijn kans schoon, en toverde hij een onderwerp uit de hoge hoed dat vier opeenvolgende kabinetten Balkenende daar gedurende zeven jaar verborgen hadden gehouden: de The Hague Invasion Act. “Deze wet is uit de tijd en moet worden aangepast,” tekende het ANP op uit Verhagens mond, tijdens diens bezoek aan de VS, in april 2009. Hij zou die boodschap hebben overgebracht aan de Democratische afgevaardigde Chris van Hollen, die zich als medevoorzitter van een groep congresleden inzette voor goede betrekkingen tussen Nederland en de VS. Verhagen zei veder tegen de ANP-verslaggever blij te zijn met de betere samenwerking tussen de Verenigde Staten en het Internationaal Strafhof. Als voorbeeld daarvan noemde hij het onderzoek van het  Strafhof naar misdrijven in Darfur, het westelijk deel van Soedan, waarbij de VS in de VN-veiligheidsraad dwars hadden kunnen liggen, maar dat niet hadden gedaan, nota bene tijdens de tweede termijn van Obama’s voorganger Bush. “Ik hoop dat die trend zich zal voortzetten en dat dit ook zal leiden tot de herziening van de The Hague Invasion Act’,” zo sprak hij.

Verhagen bij Clinton

Het waren mooie worden, maar in hoeverre waren ze ook echt gemeend? De vorige dag nog had Verhagen een ontmoeting gehad met zijn Amerikaanse ambtsgenote Hillary Clinton. Zij was door de Amerikaanse ambassade in Den Haag goed voorbereid op de thema’s die Verhagen waarschijnlijk zou aansnijden: Guantanamo Bay en het Internationaal Strafhof. “Het sluiten van Guantanamo zal heel veel scepsis wegnemen van de Nederlanders over de Amerikaanse politiek ten aanzien van mensenrechten en burgerrechten,” schreef de ambassade haar in een later door Wikileaks gelekt ambtsbericht. “Verhagen zal u misschien ook om steun verzoeken voor het Internationaal Strafhof. De Nederlanders zijn er trots op thuisbasis te zijn voor het internationaal recht en gastland te zijn voor vele internationale rechtsorganen zoals het Internationaal Strafhof. Als u of de president een belangrijke aankondiging wilt doen over het Strafhof, of over Amerikaanse inzet voor internationaal recht en mensenrechten, dan is er geen beter podium dan Den Haag, Nederland.”

Maar wat schetste Clintons verbazing? Verhagen bracht noch Guantanamo, noch het Internationaal Strafhof ter sprake, laat staan de The Hague Invasion Act, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van de ontmoeting. De onderwerpen die wel besproken werden waren: de strijd tegen Somalische piraterij, de Nederlandse militaire inzet in Afghanistan, de hernieuwde deelname van de VS aan de VN-mensenrechtencommissie – en de herdenking van de exploratie van New York, 400 jaar daarvoor, door de Britse kapitein in VOC-dienst Henry Hudson.

Balkenende bij Obama

Waren dan Verhagens woorden, gesproken in Washington tegen een ANP-verslaggever, alleen maar bestemd voor de bühne, het Nederlandse thuisfront? Het heeft er alle schijn van. In juli 2008 volgde een bezoek van premier Balkenende aan president Obama. Een verslag hiervan ontbreekt helaas op de Wikileaks-website. Maar het is vrijwel zeker dat ook bij die gelegenheid de invasiewet onbesproken is gebleven. Uit een bericht dat de Amerikaanse ambassade Obama stuurde ter voorbereiding van diens onderhoud met de Nederlandse premier blijkt dat Balkende zich wilde “beperken tot vier belangrijke onderwerpen tijdens zijn ontmoeting met de president”. Dat waren: Afghanistan/Pakistan; de economische crisis/G20; het vredesproces in het Midden Oosten/Iran; klimaatverandering.

Het was in elk geval niet wat het thuisfront verwacht had. Dat ging er, na de paukenslag van Verhagen, eerder dat jaar, in zijn interview met het ANP, nog steeds blindelings van uit dat het kabinet de invasiewet op het hoogste niveau zou aankaarten bij de Amerikanen. “New York staat na de zomer bol van de feestelijkheden vanwege zijn vierhonderdjarige bestaan. Amsterdam en in bredere zin Nederland stonden aan de wieg van deze stad,” schreef Willem Post van Instituut Clingendael in Het Parool, enkele dagen na terugkomst van Balkenende in Nederland. “Alle aanleiding dus voor een gezamenlijk feest, maar helaas heeft de Amerikaanse volksvertegenwoordiging nog steeds niet de The Hague Invasion Act ingetrokken. Nog voor het zomerreces in augustus moet het Congres deze blamage van tafel vegen. Minister Maxime Verhagen van Buitenlandse Zaken heeft onlangs in Washington in diplomatieke taal hetzelfde gezegd. Twee Congresleden zijn nu bezig een soort ‘feestresolutie’ te ontwerpen om de goede betrekkingen tussen de VS en Nederland nog eens te onderstrepen. Ik vertrouw daar niet op. De Nederlandse regering moet geen genoegen nemen met een slap epistel. In een resolutie moet klip-en-klaar staan dat de eerdere resolutie wordt ingetrokken en dat dus geen militaire middelen zullen worden ingezet als het Internationaal Strafhof in Den Haag Amerikaanse soldaten laat arresteren.”

Druk op de VS

De Amerikanen vriendelijk verzoeken de wet in te trekken, zou geen effect hebben, stelde CDA-Europarlementariër Wim van de Camp (CDA) in een interview met het TROS-radioprogramma Kamerbreed. Nederland moest druk zetten. Bijvoorbeeld door zich bereid te verklaren gedetineerden uit Guantanamo op te nemen op voorwaarde dat de VS het Internationaal Strafhof erkenden en de The Hague Invasion Act introkken.

Ook het CDA-kamerlid Coşkun Çörüz maande het kabinet druk te zetten op de Amerikanen. “De VS vragen ons deel te nemen aan de strijd tegen terrorisme. Wij vragen de VS lid te laten worden van het Internationaal Strafhof. Wat onderneemt de minister daarin?” Verhagen antwoordde dat hij de VS “meerdere malen” had aangesproken over het Internationaal Strafhof. En hij beloofde dat te blijven doen. “De eerste stap die gezet zal moeten worden, is de wijziging van de wetgeving die wij hier gekscherend de The Hague Invasion Act noemen.”

Toen later in dat jaar, 2009, SP-Kamerlid Harry van Bommel de minister vroeg naar de stand van zaken rond het Internationaal Strafhof en de invasiewet, antwoordde Verhagen dat, hoewel de nieuwe Amerikaanse regering “een positievere toon” aansloeg ten aanzien van het Strafhof, het er niet naar uitzag dat de VS “op korte termijn” zouden toetreden tot het Statuut van Rome, omdat hiertegen in het Amerikaanse Congres nog steeds veel weerstand bestond. Verhagen verwees verder naar zijn bezoek eerder dat jaar aan Washington, waarbij hij had aangedrongen op intrekking van de invasiewet. “Mijn gesprekspartners toen wezen erop dat de intrekking van deze wet voorlopig lastig ligt”, zo lichtte hij toe. “Tegelijkertijd is ook duidelijk te kennen gegeven dat er geen sprake is van een mogelijke invasie van Den Haag.” Verder herhaalde hij zijn belofte aan de Kamer: “De regering zal bij de VS blijven aandringen op intrekking dan wel aanpassing van de wet.”

Belofte van Verhagen

Verhagen gaf in het jaar daarop, 2010, het ministersstokje door aan Frans Timmermans (PvdA), die op zijn beurt werd opgevolgd door achtereenvolgens Bert Koenders (PvdA), Halbe Zijlstra (VVD) en Stef Blok (VVD). In hoeverre hebben zij de belofte van Verhagen waargemaakt? Wat hebben zij gedaan om de Amerikanen er toe te bewegen de invasiewet in te trekken? Deze ministers hebben zich hierover nooit hoeven te verantwoorden in de Kamer. Er zijn althans geen Kamerstukken uit de periode 2010-2019 waaruit blijkt dat de invasiewet onderwerp van gesprek is geweest tussen de Kamer en de opeenvolgende ministers van Buitenlandse Zaken. Op de vraag van Novini aan het ministerie van Buitenlandse Zaken wat het kabinet vanaf 2010 heeft ondernomen inzake de invasiewet kwam een algemeen en ontwijkend antwoord. “Het Nederlandse standpunt is bekend bij de Verenigde Staten. Nederland brengt het belang van het Strafhof consistent onder de aandacht tijdens de reguliere diplomatieke dialogen met de VS,” aldus een voorlichtster van het ministerie.

“Strafhof al dood”

Het Internationaal Strafhof stond in 2018 weer even volop in de schijnwerpers. Dit vanwege het onderzoek dat het Strafhof wil doen naar oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid tijdens de oorlog in Afghanistan. Omdat de aanklaagster van het Hof, Fatou Bensouda, zich waarschijnlijk niet wil beperken tot misdaden begaan door de Taliban, maar ook Amerikaanse misdaden in het onderzoek wil betrekken, kwam uit Washington een ongemeen felle reactie. Nationaal Veiligheidsadviseur John Bolton dreigde met strafmaatregelen tegen de rechters en aanklagers van het Hof. Ze zouden door Amerikaanse rechtbanken worden vervolgd, hun banktegoeden zouden worden bevroren en ze zouden de VS niet meer inkomen. En niet alleen zij, maar elk bedrijf of land dat het Strafhof bijstaat in onderzoek naar Amerikanen zou worden gestraft. ” We zullen het Strafhof rustig laten sterven,” voegde Bolton daaraan toe. “In praktisch alle opzichten is het Strafhof voor ons immers toch al dood.”

Er volgden meteen de volgende dag reacties van de Franse en Duitse regering. “We staan pal achter het Internationaal Strafhof – in het bijzonder als het onder vuur komt te liggen”, verklaarde het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken. “Frankrijk, met zijn Europese partners, steunt het Internationaal Strafhof,” voegde het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken daar aan toe. “Het Hof moet zijn bevoegdheden kunnen uitoefenen, ongehinderd, onafhankelijk en onpartijdig, binnen het juridische kader van het Statuut van Rome.” Van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken kwam geen reactie, en dus vroeg CDA-kamerlid Martijn van Helvert minister Blok wat hij vond van de uitspraken van Bolton. “Stevige uitspraken, maar niet geheel nieuw,” antwoordde die. “De VS zijn vanaf het begin tegenstander geweest van het Strafhof, omdat zij niet willen dat hun eigen burgers daar berecht kunnen worden.”

“Invasiewet blijft gevaarlijk”

Twee maanden later richtten de VS opnieuw een dreigement richting Nederland. De Amerikaanse ambassadeur Pete Hoekstra dreigde met sancties tegen Nederlandse bedrijven als Shell, Boskalis en Van Oord vanwege hun betrokkenheid bij de aanleg van Nord Stream 2, een gaspijpleiding van Rusland naar Duitsland. Al snel bleek dat deze bedrijven niet hoefden te rekenen op steun van de Nederlandse regering. Die liet, bij monde van minister Blok, weten het conflict tussen de VS en de Nederlandse bedrijven niet te beschouwen als iets waar de Nederlandse overheid zich mee zou moeten bemoeien. “Nord Stream 2 is een privaat project,” zo verklaarde hij. “Als Nederlandse bedrijven daarbij betrokken zijn, en ik weet dat dat zo is, dan zullen zij in contact moeten treden met de Amerikaanse regering en moeten kijken wat de consequenties voor hen zijn.”

Kan het zijn dat de Nederlandse overheid ongeveer dezelfde redenering toepast op het Internationaal Strafhof? Het Strafhof is net als Shell, Boskalis en Van Oord geen Nederlandse overheidsinstelling. Beschouwt dus het kabinet het conflict dat de VS heeft met het Strafhof als iets wat haar primair niet aangaat?

http://www.novini.nl/the-hague-invasion-act-blijft-gevaarlijk/

Novini vroeg William Pace van de Coalitie voor het Internationaal Strafhof in hoeverre Nederland de dreiging van een Amerikaanse invasie serieus moet nemen. “The Hague Invasion Act blijft een gevaarlijk symbolisch verzet tegen het internationale strafrecht,” antwoordde Pace. “Het hele idee van een militaire invasie van Nederland om een ​​Amerikaans staatsburger te bevrijden, zou je normaliter naar het rijk der fabelen verwijzen. Maar we hebben nu een president die voortdurend in die sectie opereert. Onder de huidige regering Trump is alles mogelijk. Als beschuldigingen worden ingebracht tegen hooggeplaatste personen uit de regering-Bush of tegen onze militairen, dan denk ik dat dit zal leiden tot een zeer krachtige reactie.”

Bovenstaand artikel is tot stand gekomen zonder subsidie van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Een subsidieaanvraag bij het Fonds werd afgewezen omdat het Fonds een Zwarte Lijst blijkt te hanteren, waar het de auteur van dit artikel aan toe heeft gevoegd.
Voor een verdere verdieping van het onderwerp had de auteur graag willen spreken met (oud-)diplomaten, (oud-)politici, (oud-)medewerkers van het Internationaal Strafhof en andere ingewijden. Ook had hij een WOB-procedure willen aanspannen om overheidsdocumenten boven tafel te krijgen. Maar aangezien er geen subsidie werd verstrekt, heeft hij zich voor zijn journalistieke onderzoek beperkt tot een literatuurstudie.

 

Posted on

“The Hague Invasion Act blijft gevaarlijk”

“Dreigementen gericht tegen het Internationaal Strafhof zijn dit keer veel serieuzer”, zegt William Pace van de Coalitie voor het Internationaal Strafhof. “Onder de huidige regering Trump is alles mogelijk.”

William Pace leidt de Coalitie voor het Internationaal Strafhof, een internationale koepel van meer dan 2500 maatschappelijke organisaties die pleiten voor een rechtvaardig, effectief en onafhankelijk Internationaal Strafhof. Hoewel het Strafhof wordt gesteund door maar liefst 123 lidstaten, inclusief alle landen in de Europese Unie, is het er niet in geslaagd om de Verenigde Staten, Rusland, China, India en Israël aan boord te krijgen. Sterker nog: sinds het Hof in 2002 van start ging, hebben de Verenigde Staten verschillende maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat er nooit een Amerikaan voor de rechter kan verschijnen in Den Haag. In 2002 riep het Amerikaanse Congres de Amerikaanse Service-Members’ Protection Act in het leven, die al snel de bijnaam ‘The Hague Invasion Act’, ‘Den Haag Invasiewet’ kreeg. De wet machtigt de Amerikaanse president met alle middelen, zo nodig met geweld, personen te bevrijden die door of namens het Internationaal Strafhof gevangen worden gehouden. Bovendien bedreigde de Amerikaanse nationale veiligheidsadviseur John Bolton in september 2018 het Strafhof met sancties en beloofde hij functionarissen van het Strafhof strafrechtelijk te zullen vervolgen – indien de rechtbank een onderzoek zou beginnen naar mogelijke oorlogsmisdaden begaan door Amerikaanse militairen en inlichtingendiensten tijdens de oorlog in Afghanistan. Hetzelfde lot zou het Strafhof treffen als het Israël of een andere Amerikaanse bondgenoot in het beklaagdenbankje zou plaatsen.

Meneer Pace, denkt u dat de aanklaagster van het Strafhof, Fatou Bensouda, toestemming zal krijgen van de rechters van het Strafhof om een ​​onderzoek in te stellen naar Amerikaanse betrokkenheid bij oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid in Afghanistan?

Ik denk dat het erg moeilijk zal zijn voor de rechters om geen toestemming te verlenen voor het Afghaanse onderzoek. Maar dat is slechts een mening op basis van alle misdaden tegen de menselijkheid en de oorlogsmisdaden die daar sinds 2002 hebben plaatsgevonden. Het zou uiterst vreemd zijn als een onderzoek naar de Taliban en IS niet werd toegestaan. Ik weet echter niet of de rechters het onderdeel van de extraordinary renditions daarin zullen opnemen.

(Met Extraordinary renditions wordt bedoeld: Amerikaanse ontvoeringen van personen in Afghanistan en hun buitengerechtelijke overdracht aan het militaire gevangenenkamp Guantanamo Bay en ‘black sites’, geheime gevangenissen van de CIA, met als doel de Amerikaanse wetten inzake ondervraging, detentie en foltering te omzeilen, EvdB)

Zullen misschien de rechters mevrouw Bensouda niet machtigen om de extraordinary renditions te onderzoeken uit vrees voor de recente dreigementen van John Bolton?

Ik weet niet of de rechters aandacht schenken aan de dreigementen van Bolton. Ik hoop dat ze dat niet doen. Maar ik denk wel dat Bolton alles zal doen waar hij mee weg kan komen. Hij is fanatiek tegen een Internationaal Strafhof en hij was een belangrijke architect van de The Hague Invasion Act.

Wat als mogelijke misdaden van Amerikanen niet worden onderzocht? Hoe zullen de Afrikaanse landen hierop reageren? Sommige hebben het Internationaal Strafhof ervan beschuldigd een instrument te zijn van westers imperialisme, alleen leiders van kleine, zwakke staten te straffen en misdaden van rijkere en machtiger staten te negeren.

Ik denk dat het voor de geloofwaardigheid van de rechtbank absoluut van belang is dat de aanklager en de rechters alle personen vervolgen die zich schuldig hebben gemaakt aan misdaden waar het Hof bevoegd is, ongeacht de regio of nationaliteit van de beschuldigden. De VS, Rusland en Israël mogen dan weliswaar nog niet hebben geratificeerd, maar de rechtbank heeft niettemin rechtsbevoegdheid over misdaden begaan door Amerikaanse, Russische en Israëlische staatsburgers indien begaan op het grondgebied van landen die het Statuut van Rome hebben geratificeerd. Aangezien Afghanistan het Statuut heeft geratificeerd, heeft de rechtbank jurisdictie over alle misdaden begaan op Afghaans grondgebied, of het nu Afghaanse onderdanen of Amerikaanse staatsburgers zijn. Veel van de klachten van tegenstanders van het Strafhof in Afrika negeren dergelijke juridische implicaties van het Statuut van Rome. Nu Palestina geratificeerd heeft, kan de aanklager zowel vermeende Palestijnse misdaden onderzoeken als vermeende Israëlische misdaden. Georgiërs zijn van mening dat Rusland misdaden heeft begaan op hun grondgebied, en aangezien Georgië een verdragsstaat is, heeft het Hof rechtsmacht over vermeende misdaden van Russische staatsburgers op Georgisch grondgebied.

Wat als Fatou Bensouda niet gemachtigd wordt onderzoek te doen naar mogelijke misdaden van Amerikanen? Kan dit leiden tot een uittocht van Afrikaanse landen?

Er is veel meer steun voor het Strafhof in Afrika dan de academici en media ons willen doen geloven. Twee jaar geleden deden Kenia, Soedan en anderen een oproep aan de Afrikaanse landen zich massaal terug te trekken uit het Strafhof. Zestien regeringen in de Afrikaanse Unie hebben zich toen publiekelijk hiertegen uitgesproken. Ook zijn de meeste Afrikaanse regeringen erg afhankelijk van Amerikaanse hulp en handel. Ze zullen daarom de rechtbank niet snel bekritiseren als die besluit geen Amerikaanse leiders of zelfs soldaten te vervolgen. En het is verder interessant te zien dat de kritiek van de Afrikanen op de rechtbank vooral van invloed is geweest op de manier waarop er in het Westen wordt gekeken naar de rechtbank. In Zuid-Amerika en Azië is er nauwelijks iets veranderd in de opvattingen over het Strafhof.

Denkt u dat het Strafhof zich beschermd voelt door de Nederlandse regering en de Europese Commissie? Is het Strafhof tevreden over de manier waarop Den Haag en Brussel reageren op acties en verklaringen zoals die sinds 2002 uit Washington komen?

Zelfs met de huidige conservatieve regering en de huidige premier Rutte die Trump prijst, staat Nederland vierkant achter het Statuut van Rome en het Internationaal Strafhof. De Europese Unie heeft zich ook een fervent supporter getoond.

Steun uitspreken aan het Strafhof is één ding. Hebben bij uw weten Den Haag en Brussel zich ooit publiekelijk uitgesproken tegen verklaringen en acties van de VS gericht tegen het Strafhof?

Ze hebben zich grotendeels op de vlakte gehouden, waarschijnlijk uit berekening, omdat de The Hague Invasion Act werd aangenomen nog zo kort na de aanslagen van 11 september op de Verenigde Staten. De meeste regeringen waren toen niet bereid openlijk kritiek te uiten op de regering-Bush.

Meteen nadat Barack Obama tot president was verkozen, in 2009, heeft onze minister van Buitenlandse zaken Maxime Verhagen in het Amerikaanse Congres gepleit voor intrekking van de The Hague Invasion Act. Zonder succes.

Het Congres heeft een aantal bepalingen van de American Service Members’ Protection Act aangepast toen deze ten koste bleken te gaan van de militaire samenwerking met landen en van de Amerikaanse wapenverkopen, maar de The Hague Invasion-bepaling is toen inderdaad niet geschrapt.

Den Haag en Brussel steunen het Strafhof, maar ze hechten ook sterk aan goede betrekkingen met Washington. Zijn ze bereid om hun relatie met Washington op het spel te zetten voor de bescherming van het Strafhof?

Dat is één van de kwesties waarbij we goed de vinger aan de pols houden. We zien overal in de wereld een buitengewoon gevaarlijke verkwanseling van de principes van het multilateralisme. En het meest zorgelijk is dat sommige regeringen in West-Europa zich daarin mee laten slepen. Als afnemende steun voor multilateralisme zou leiden tot omstandigheden waarin regeringen bereid zouden zijn het Strafhof te offeren aan goede betrekkingen met de Verenigde Staten, dan zou dat een grote nederlaag betekenen voor de internationale rechtsorde.

Moeten Nederland en de EU de The Hague Invasion Act serieus nemen? In 2002 verklaarde de Amerikaanse ambassade in Den Haag dat de Amerikaanse regering zich geen omstandigheden kon voorstellen waarin de Verenigde Staten zouden besluiten om militaire actie te ondernemen tegen Nederland.

Het officiële standpunt van het Amerikaanse Congres, de The Hague Invasion Act, blijft een gevaarlijk symbolisch verzet tegen het internationale strafrecht. Het hele idee van een militaire invasie van Nederland om een ​​Amerikaans staatsburger te bevrijden, zou je normaliter naar het rijk der fabelen verwijzen. Maar we hebben nu een president die voortdurend in die sectie opereert. Onder de huidige regering Trump is alles mogelijk. Als beschuldigingen worden ingebracht tegen hooggeplaatste personen uit de regering-Bush of tegen onze militairen, dan denk ik dat dit zal leiden tot een zeer krachtige reactie. En ik denk dat dat precies is wat Bolton graag zou zien gebeuren. Hij zou de internationale gemeenschap er graag van overtuigen: “U hebt een fout gemaakt met de oprichting van het Strafhof en nu moet u de deuren sluiten. Als u dat niet doet, zullen we u net zo lang straffen totdat u dat wel doet.” Tijdens de regering-Bush waren er nog personen in het Witte Huis die Bolton een beetje in toom konden houden, zoals de ministers van Buitenlandse zaken Colin Powell en Condoleeza Rice. Nu heeft hij meneer Trump. Ik denk daarom dat we zijn dreigementen dit keer veel serieuzer moeten nemen.

Posted on

Rusland start onderzoek naar moord op president Volksrepubliek Donetsk

De Russische Veiligheidsdienst FSB is in Donetsk aangekomen om een onderzoek uit te voeren naar de aanslag op Aleksandr Zachartsjenko, het hoofd van de Volksrepubliek Donetsk (DNR). Intussen blijft een reactie op de aanslag vanuit zowel de EU als de VS zo goed als uit.

De aanslag op Zachartsjenko is niet de eerste aanslag op een hooggeplaatste bewindspersoon in de volksrepubliek. Eerder werden al aanslagen gepleegd op de beroemde commandanten Motorola, Givi en Mozgovoj en mislukte een aanslag op de minister van Defensie van de DNR. Ondanks de bekendheid die deze mensen genieten in de Russische wereld is dit pas de eerste keer dat Rusland een onderzoeksteam naar de DNR stuurt.

Het Russische onderzoek is verder van betekenis omdat de DNR al naar Oekraïne heeft gewezen voor de verantwoordelijkheid voor de aanslag. De Russische woordvoerster voor Buitenlandse Zaken Maria Zakharova, verklaarde:

“Het hoofd van de DNR is vermoord in een terreuraanval in Donetsk. Er bestaat elke reden om aan te nemen dat het Kiev-regime achter de aanslag zit. De wereldgemeenschap moet een onafhankelijk onderzoek eisen en leiden naar die misdaad.”

Sergej Beseda, woordvoerder van de FSB, heeft al verklaard dat de Oekraïense veiligheidsdienst SBU waarschijnlijk achter de aanslag zit.

Het FSB-onderzoek is van betekenis omdat het onderzoek mogelijk kan dienen voor de bewijsvoering naar internationale organen toe voor de eventuele betrokkenheid van Kiev bij de aanslag. Dit suggereert op zijn beurt  dat Moskou nog niet klaar is met de zaak. Tot dusverre heeft Rusland opvallend duidelijk op de aanslag gereageerd, waarbij er zelfs een verklaring op presidentieel niveau is uitgegeven, hetgeen het belang onderstreept dat Moskou aan deze zaak hecht.

Op de foto: Links Russisch parlementslid en voormalig procureur-generaal van de Krim, Nataliya Poklonskaja en de bij de aanslag aanwezige minister van Financiën van de Volksrepubliek Donetsk, Alexander Timofeev, brengen laatste eer bij de kist van de vermoorde Aleksandr Zachartsjenko. Rechts een foto genomen bij de Russische Ambassade in Kiev. De foto’s zijn van de pas overleden Russische zanger Joseph Kobzon, Aleksandr Zachartsjenko en de Russische president Poetin. De kippen op de flessen verwijzen naar een kippenvleesfabriek die Zachatsjenko naar verluidt zou bezitten en hem in Oekraïne de bijnaam ‘Kippenmaarschalk’ opleverde.

Internationale reactie

De reactie van andere landen is tot nu toe zeer beperkt geweest. Ook vanuit Duitsland, Frankrijk (landen die hebben geholpen met het tot stand komen van het huidige staakt-het-vuren: ‘Minsk II’) is er amper een reactie gekomen, hetzelfde geldt voor de Verenigde Staten.

Dat is bijzonder omdat het hier een aanslag betreft op het hoofd van één van de partijen in het conflict en één van de ondertekenaars van het Minsk-verdrag. Hoewel nog niet zeker is wie er achter de aanslag zit, is de aanslag nog door geen enkel ministerie van Buitenlandse Zaken veroordeeld. Op de websites van het State Department, het Franse en Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken, van de OVSE, het twitterkanaal van Kurt Volker of de OVSE is niets te vinden. Voor zover er reacties waren, waren die kort en alleen in antwoord op directe vragen van journalisten.

Een Russisch artikel citeert een woordvoerder van de Europese unie als volgt:

“Wij als EU blijven werken aan de volledige implementatie van de Minsk-akkoorden, die een betrouwbare basis blijven voor een duurzame politieke oplossing voor het conflict, die de territoriale integriteit, souvereiniteit en onafhankelijkheid van Oekraïne respecteert.”

Het ministerie van Buitenlandse Zaken van Frankrijk verklaarde:

“Het is niet waarschijnlijk dat de laatste ontwikkelingen in het oosten van Oekraïne de verplichtingen van de partijen onder de Minsk-verdragen of de relevantie van de bijeenkomsten in het Normandië-format  tussen Frankrijk, Duitsland, Rusland en Oekraïne zullen ondermijnen. Juist als er spanningen ontstaan moeten er in goed vertrouwen onderhandelingen begonnen worden.”

Ook de OVSE heeft afgezien van observaties over de feitelijke situatie niet gereageerd, zo meldt de organisatie  dat volgens lokale autoriteiten Zachartsjenko is omgekomen bij een aanslag en er enkele duizenden mensen op de been waren. Dat de OVSE zich verder niet uitlaat over de aanslag is des te opmerkelijker iomdat het restaurant waar Zachartsjenko is omgebracht zich op slechts enkele honderden meters bevindt van het hotel waarin OVSE-medewerkers verblijven.

“We hebben tot onze grote spijt moeten constateren dat er geen enkele reactie op de moord op de leider van de DNR, A. Zakharchenko, is geweest van de leiding van de OVSE”, aldus de Russische permanente vertegenwoordiger bij de OVSE, Alexander Loekasjevitsj.

Schuldvraag

Er bestaat in principe altijd de mogelijkheid dat de aanslag is gepleegd door een derde partij. Zo wordt er vanuit Oekraïense bronnen veel gewezen naar interne ruzies binnen de volksrepublieken. Ook bestaat de mogelijkheid dat de aanslag is gepleegd door Oekraïense ultranationalistische groeperingen zoals bijvoorbeeld de ‘Rechtse Sector’.

Feit blijft dat de DNR vrij snel bekend heeft gemaakt de daders van de aanslag te hebben opgepakt, zodoende werd het in- en uitreisverbod in de DNR ook snel weer opgeheven. De DNR wijst ook na de arrestaties uitsluitend naar Oekraïne en de verhouding met de LNR noch andere partijen is zichtbaar veranderd.


Meer over de herdenking van Zachartsjenko hier: Het laatste eerbetoon aan Alexander Vladimirovich Zakharchenko