Posted on

Hongkong – Het ministerie van de waarheid

Hongkong

Toch mooi die helden van de revolutie in Hongkong zoals we die op onze televisie en in de kranten en weekbladen te zien krijgen. Vandaag had men het op de VRT zelfs over DE mensen van Hongkong die het verbod op het dragen van maskers door de betogers niet nemen en massaal op straat komen.

Hetzelfde voor de Britse staatsomroep BBC die vandaag op haar werelduitzendingen alleen betogers aan het woord liet. Wat al vanaf het begin praktisch altijd het geval is. Ook hier was de uitgedragen boodschap dat Hongkong als één man/vrouw achter die eisen van de betogers staat. Nou.

Propaganda

Journalistieke regels zeggen dat men bij conflicten genuanceerd verslag moet uitbrengen. Waarbij men beide zijden op een evenwichtige en ook kritische wijze aan het woord laat. Vergeet het: Er is hier al wekenlang maar een klok die men in beeld krijgt of die aan het woord komt. Dissidentie is uit den boze.

Vrouw met oogletsel - Augustus 2019
Deze dame met haar oogletsel is een typerend voorbeeld van propaganda. Volgens de betogers liep ze dit op toen een rubberen politiekogel haar oog trof. Waarna onze media het verhaal zo overnamen en men overal foto’s publiceerde van deze dame. Met betogers die overal rondliepen met een symbolisch bloedend doekje voor hun oog. Klassieke agitprop. Wat er precies gebeurde weten we echter niet. Politie schoot toen inderdaad met rubberen kogels maar de betogers gooiden met stenen, molotovcocktails en gebruikten katapulten en stokken. De politie is dan een onderzoek begonnen naar de ware toedracht van de zaak. Ze dook echter onder.

Uiteraard zijn er massa’s mensen in Hongkong die wat er gebeurt, zoals het vernielen van metrostations, kordaat afkeuren. Toch pure logica. Maar als zij al eens reageren dan is het antwoord in onze media zo gevonden: Dit zijn de triaden, Chinese maffia, die betaald door China hondsbrutaal optreden tegen die onschuldige naar vrede, vrijheid, democratie en dies meer snakkende jongeren.

Amnesty International

Typerend is ook het persbericht van Amnesty International hierover (1), waarin men op basis van wat men alleen een neponderzoek kan noemen de Hongkongse politie zelfs folterpraktijken verwijt. Over het feit dat die betogers de politie aanvielen met onder meer petroleumbommen, die dodelijk kunnen zijn, echter geen woord.

Maar zoals ten overvloede al is gebleken met hun verhalen over Jemen, Syrië enzovoort is Amnesty International gewoon een afdeling van het Britse ministerie van Buitenlandse Zaken. Over de aanwezigheid en zelfs de leidende rol van al Qaida bij die Arabische Lente (sic) kon je er bijvoorbeeld nooit iets lezen.

Bloed en vernielzucht

Dat winkeliers het niet nemen dat hun winkels niet kunnen openen of gewoon vernield worden moet toch voor iedereen begrijpelijk zijn. Ach geen zorg voor onze pers. Wat we nu meemaken is in wezen simpelweg een herhaling van de berichtgeving over wat de media de Arabische Lente noemde. En we weten allen nu wat die lente betekende voor de regio: Bloed en vernielzucht.

Over het vandalisme van deze betogers amper of geen woord. Voor wie een bewijs wil over wie achter die rellen zitten een duidelijke aanwijzing. Hier is immers het Amerikaans/Britse ministerie van de Waarheid als dirigent actief die via haar pionnen in de media vertelt wat men de wereld als de Waarheid moet vertellen. Journalistieke regels van nuance, kritische analyse en woord en wederwoord gooit men dan overboord en aan boord komt propaganda.


Noten

1) https://www.amnesty.nl/actueel/politie-hongkong-mishandelt-en-martelt-demonstranten. 

Dat Amnesty International zo frontaal de Hongkongse politie aanvalt hoeft niet te verbazen. Zonder een stevige, gemotiveerde politie kan de regering nu eenmaal niet optreden tegen die gewelddadige betogers. Geen enkele regering waar trouwens ook. En dan rest de overheid hier alleen nog het Chinese leger om op te treden en de orde te herstellen.

En het is op dat moment dat de VS zit te wachten om nieuwe sancties tegen China te treffen. Men zegt het zowel bij sommige van die betogers als in Washington zelfs openlijk. De nodige wetgeving ligt in Washington zelfs al klaar. Of hoe Hong Kong een speelbal van de VS wordt in haar poging om terug de nummer 1 van de wereld te worden boven China. De VS, de Vernielzuchtige Staten.

Posted on

Een briljant beschreven rit naar het einde van de beschaving

Meestal zijn jonge mensen vol enthousiasme en hoop over het leven dat voor hen ligt. Zo niet Sid Lukkassen, die, geboren in 1987, in zijn boek ‘De democratie en haar media’ een scherpe blik toont voor de gebrekkige samenwerking tussen de kiezers en hun vertegenwoordigers in de huidige democratie. Het boek eindigt met de metafoor van de verloren beschaving gehuld in een spookachtig licht. Vanaf het begin tot het einde werkt het boek naar deze metafoor toe.

Het is ook geen detective waarvan je de clou niet mag verraden; het is een boek dat vanuit filosofische grondslagen onderzoekt waarom de communicatie tussen burgers in de overheid en burgers buiten de overheid niet wil leiden tot het geluk dat volgens Aristoteles het uiteindelijke levensdoel is. 

De drie hoofddelen van het boek

Het boek is grofweg in te delen in 3 delen (hoewel ze niet volledig binnen de hoofdstukken zijn te scheiden): Het eerste deel omvat de eerste 3 hoofdstukken en behandelt meerdere filosofen, zoals Rousseau, Rosanvallon, Nida-Rümelin, Ortega y Gasset, Crouch, en Byung-Chul Han. Deze filosofen uit de 18e, 19e en 20e eeuw worden na en naast elkaar behandeld. Zonder de onvermijdelijke complexiteit te ontwijken maakt het boek veel duidelijk. Weliswaar zijn er beperkingen bij de oudere filosofen merkbaar – omdat hun wereld nou eenmaal scherp verschilt van de onze – maar tegelijk blijkt ook dat de kern van hun bevindingen in grote mate overeind blijft. De mens heeft nu immers wel meer mogelijkheden voor communicatie, maar is en blijft nog steeds mens. Het is hierom mogelijk om Plato en Rawls naast elkaar te zetten al zitten er 23 eeuwen tussen hun levens.

Het tweede deel omsluit de hoofdstukken 4 t/m 7: hierin ligt het accent, vanuit deze filosofische beschouwingen en vergelijkingen, op de praktische uitwerking van de hedendaagse communicatiemogelijkheden op de democratie van vandaag. Gelardeerd met herkenbare en actuele voorbeelden maken de filosofische inzichten duidelijk hoe democratie zich in de praktijk ontwikkelde tot een kakofonie van stemmen en meningen in deze 21e eeuw.

Tenslotte is er het laatste hoofdstuk waarin aan de hand van 19 stellingen een ultieme invulling wordt gegeven aan hetgeen in het tweede deel al was voorbereid en waarin ook de filosofische fundamenten uit het eerste deel feilloos verweven zijn. Hier heeft de filosoof zijn ivoren toren verlaten en bewijst hij dat alle wijsheid uit deze ivoren toren naadloos terugkomt in de wereld waarin wij – eenvoudige mensen – onze rijke samenleving overdacht en onomkeerbaar naar de verdoemenis helpen.

Kan een democratie de eigen bestaansvoorwaarden zeker stellen?

Om de rode draad in zijn boek te borgen onderzoekt Lukkassen twee vragen: “Is het mogelijk dat een liberaal-democratische samenleving moreel kapitaal als burgerdeugd en vrijheidsliefde kan garanderen” en de vraag of het mogelijk is “dat de representatieve democratie is gebaseerd op communicatieve voorwaarden die deze democratie zelf maar in beperkte mate kan waarborgen.”

Lukkassen wijst hierbij met name op het belang van een mate van Öffentlichkeit (of public sphere) om te garanderen dat op deze vragen een positief antwoord gegeven kan worden. Het boek onderbouwt vervolgens dat deze mate van Öffentlichkeit in meerdere opzichten ontbreekt, waardoor dit positieve antwoord onvermijdelijk uit moet blijven.

Soundbites bevorderen vluchtige conclusies

Zo wijst hij onder meer op de grote ophef in het Midden-Oosten over het boek De Duivelsverzen van Salman Rushdie. Deze ophef draaide puur rond beeldvorming, aangezien dit boek in dat deel van de wereld niet te koop was en dus niet werd gelezen. Het is één van de vele voorbeelden van beeldcultuur in dit boek. Een vergelijkbaar punt maakt hij met het simulacrum: een kopie van een origineel dat nooit bestaan heeft. Hierdoor kan – ook in onze open democratie – een bestaand beeld worden vervormd door (of tot) een soundbite. En terwijl het origineel beschikbaar is om te beoordelen richt de massa zich op het beeld dat is geschapen door het verkorte (en vaak: verknipte) bericht.

Zo neemt Lukkassen ons mee in een samenspel tussen deliberatie en acceleratie. Overpeinzing en vluchtigheid. Doordachte studies en vluchtige conclusies. Een samenspel waarin de menselijke geest onverbiddelijk wordt doorgrond in haar fatale zucht naar onlogische keuzes.

Het meest opmerkelijke van het boek is echter dat Lukkassen met dit boek zijn eigen ongelijk bewijst. Waar hij in alle geledingen van het boek aantoont dat grondig, inhoudelijk onderzoek het aflegt tegen soundbites en andere vormen van Twitter-geweld, doet hij dat in de hoge mate van deskundigheid, eruditie en grondigheid. De kwaliteiten waarvan hij aantoont dat ze in onze wereld geen schijn van kans hebben om gehoord te worden. Daarbij ondersteunt hij de kracht van het boek door columns en podcasts (verspreid via Facebook en e-mail) waarin niet alleen eenzelfde grondigheid aanwezig is, maar zelfs de poging tot vluchtigheid ontbreekt terwijl deze gremia zich juist uitstekend lenen voor vluchtigheid.

Het boek kan ons juist redden van de ondergang

Juist hierdoor ben ik van mening dat dit boek een basis legt die uitdaagt om steeds opnieuw te bestuderen en doordenken en daarmee bijdraagt aan de kracht van de samenleving waar hij zoveel zorgen over heeft. Hoewel Lukkassen zelf ongetwijfeld zou tegenwerpen dat deze visies structureel worden vermeden bij de breder bekeken programma’s, zoals die van Pauw, Jinek, Humberto Tan en Matthijs van Nieuwkerk. En dat zelfs de kranten deze bevindingen mijden, omdat de boodschap niet past in een links-liberaal tsjakka-optimisme, noch in de inmiddels van links tot rechts gedeelde veronderstellingen van techno-hedonisme, de kneedbare persoonlijkheid en de maakbare samenleving. Kortom, Lukkassen zou er op wijzen dat zijn inzichten niet doordringen tot een politieke werkelijkheid die meer door baantjes, vriendjes en korte lijntjes met het bedrijfsleven wordt bepaald dan door ethische principes of een vorming die deels op cultuurhistorische kennis berust.

Nu moet de koper van het boek zich voorbereiden op een forse intellectuele inspanning – in het begin zet het boek de grondbegrippen en stellingen uiteen en leest daarna prettig weg. Deze inspanning is het zeker waard omdat de lezer wordt gestimuleerd c.q. gedwongen om een strakker beeld te krijgen van de opbouw van ons onbewuste besef van communicatieve mogelijkheden.

Conclusie: het boek helpt ons een kloof te overbruggen

Lukkassen legt scherp de vinger op de scheiding tussen de massa en de leiders van een staat. Leiders zijn in staat om de waarde van dit soort grondige studies te (h)erkennen; juist door de kracht ervan toe te passen in hun handelen kunnen zij de twitterende burger leiden naar een krachtige samenleving. Zo kan juist dit boek voorkomen dat onze samenleving eindigt in het doembeeld van een verloren beschaving gehuld in een spookachtig licht; een waarschuwing die Lukkassen ons vanaf de eerste bladzijde voorhoudt.

N.a.v. Sid Lukkassen, De democratie en haar media (Groningen: De Blauwe Tijger, 2017) paperback met flappen, 400 pagina’s.

Posted on 1 Comment

Waarom de mislukte Turkse couppoging geen “valse vlag” machtsgreep door Erdogan was

Door Andrew Korybko, vertaling door Anneke de Laaf

De mislukte couppoging tegen President Erdogan heeft een wervelwind aan opgewonden polemieken veroorzaakt in de alternatieve informatiekanalen, wat heeft geleid tot de totstandkoming van twee concurrerende hypotheses. De auteur heeft eerder al zijn eigen analyse gepubliceerd, dat de couppoging in werkelijkheid een onzorgvuldige, wanhopige poging van de VS was om koortsachtig de alles-veranderende geopolitieke consequenties van de recente, verrassende Russisch-Turkse detente te neutraliseren, maar de andere hoofdtheorie die de ronde doet is dat dit een valse vlag poging was van Erdogan om meer macht te grijpen.

De Valse Vlag Theorie

Er zijn talrijke redenen waarom dit geloofwaardig is, niet in het minst vanwege Erdogan’s betrokkenheid bij andere valse vlag operaties, zoals de afgebroken aanval in 2014 op de Süleyman Shah tombe in noord Syrië als voorwendsel voor het lanceren van een grootscheepse aanval. De sterke man van Turkije is ook beschuldigd van betrokkenheid bij de terroristische bommencampagne die uitbrak in het zuidelijk deel van het land afgelopen zomer en die uiteindelijk is gebruikt als excuus om opnieuw de Koerden aan te vallen.

Voorstanders van de “valse vlag coup” theorie wijzen naar Erdogan’s onmiddellijke vergelding op politieke tegenstanders als aannemelijk bewijs dat hij het machtswisselingsdrama in zijn land zelf geïnitieerd heeft om hem zo een excuus te geven om zuiveringen door te voeren en de islamisering van de bij grondwet seculiere staat te voltooien.  Maar in werkelijkheid was het al in brede laag bekend dat de President een lange lijst van politieke vijanden had die hij een voor een afhandelde en dat de op de Moslim Broeders geïnspireerde ‘Salafizatie’ van de maatschappij geleidelijk mogelijk was gemaakt door internationaal erkende “democratische” middelen (hoe gebrekkig en gemanipuleerd ze ook mogen zijn). Erdogan had geen “valse vlag coup” nodig om deze jaren durende en breedvoerige agenda voort te zetten, hoewel het ongetwijfeld zijn plannen heeft versneld.

Bij het weerleggen van de “valse vlag coup” theorie is het relevant om te onthouden dat Erdogan de volleerde politicus is die nooit een kans mist om een crisis te benutten voor zijn eigen profijt. Nadat hij zijn macht opnieuw deed gelden in de nasleep van de mislukte coup, zag Erdogan een ongekende kans om al zijn vijanden in een keer uit de weg te ruimen, wat precies is dat hij nu aan het doen is. Uiteraard bewijst dit nog niet noodzakelijkerwijs dat hij niet “betrokken” was vanaf het begin.

Een redelijke verfijning van de theorie

Als we deze aantijgingen voor een moment in overweging nemen en een iets redelijkere benadering toevoegen, zou je kunnen zeggen dat het theoretisch mogelijk is dat Erdogan zich inderdaad bewust was dat er actief aan een coup tegen hem werd gewerkt, maar tot de conclusie is gekomen dat het beter was om het zwakke en al gecompromitteerde plan te laten uitspelen om zijn tegenstanders zo te verpletteren en vervolgens de opportune voordelen te oogsten. Dit zou in zekere zin vergelijkbaar zijn met de situatie rondom Pearl Harbor en volgens sommigen zelfs 9/11, waar de Verenigde Staten wisten dat een aanval aanstaande was, maar een diepgeworteld, alles overstijgend strategisch belang hadden om het desondanks toch te laten gebeuren.

De auteur onderschrijft deze benadering waar het Turkije betreft niet per se, het lijkt een te bovenmatig riskante gok zelfs voor Erdogan (die een geschiedenis heeft van zulk roekeloos gedrag), maar als we deze theorie voor het moment accepteren is het zelfs voorstelbaar dat hij door de Russische geheime dienst is gewaarschuwd over wat op het punt stond te gebeuren. Moskou zou de details van het plan hebben kunnen aanbieden als blijk van vertrouwen in aanloop naar de alles-veranderende – “game-changing” – Russisch-Turkse detente, en ook omdat Rusland niet wilde dat de VS en zijn bondgenoten haar de schuld in de schoenen zou kunnen schuiven als de coup zou mislukken.

Erdogan, ontstoken in razernij omdat de VS probeert zijn aanstaande vernederende ondergang live op tv te orkestreren, zou zich daarop hebben kunnen committeren aan de geleidelijke heroriëntatie van zijn land op Eurazië, wel wetend dat hij daarvoor een publiekelijk verdedigbare reden zou moeten hebben, ergo toestaan dat het geschonden Amerikaanse plan doorgaat zodat hij het direct kan verpletteren en gebruiken om de draai in het buitenlands beleid van zijn land te rechtvaardigen.

Acties spreken luider dan speculatie

Hoe dan ook, of Erdogan nu volstrekt overvallen werd door de coup of van tevoren al besloot er zijn voordeel mee te doen, de opeenvolgende gebeurtenissen die zich afspeelden in de nasleep van de coup bieden overtuigend bewijs dat de poging tot gedwongen machtswisseling door de VS gedirigeerd werd.

De Turkse minister van Arbeid Suleyman Soylu zei dit zelfs openlijk, maar Premier Binali Yildirim was diplomatieker toen hij over Gülen zei: “Ik zie geen enkel land dat zich achter deze man zou scharen, deze leider van een terroristische bende, vooral niet na afgelopen nacht. Het land dat achter deze man zou staan is geen vriend van Turkije. Het zou zelfs een agressieve daad tegen Turkije zijn.”  De gelijktijdige de facto neutralisatie van de Amerikaanse luchtmachtbasis Incirlik door het instellen van een ‘no-fly zone’ (hoewel het zo niet formeel genoemd wordt), het afsluiten van de elektriciteit van alle faciliteiten daar en de arrestatie van  de bevelhebber ter plekke Generaal Bekir Ercan Van op het terrein van de basis vanwege zijn betrokkenheid bij de coup zijn een sterke indicatie dat dit niet slechts een geënsceneerde, melodramatische machtsgreep door Erdogan is, maar het beginstadium van een serieuze geopolitieke heroriëntatie weg van de VS.

Of de VS in Incirlik blijft of niet is feitelijk niet het twistpunt, omdat de diepe symboliek van wat zich nu ontvouwt veel substantiëler is dan de fysieke aanwezigheid van het Pentagon ter plaatse. Nooit eerder in de geschiedenis is de VS afgesloten geweest van de eigen nucleaire wapens, wat feitelijk gebeurd is met de ‘no-fly zone’ en het uitschakelen van de elektriciteit op Incirlik. Erdogan probeert op de meest memorabele manier met de grootst mogelijke impact duidelijk te maken dat hij de Sultan van heel Turkije is — inclusief Incirlik — en dat hij niet zal tolereren dat de basis gebruikt wordt tegen hem door actief coupplegers te helpen en te verbergen. In antwoord op dit ondenkbare gebrek aan respect door een voormalige quisling is de VS nu bezig met een boosaardige Hybride Oorlog aanval op Erdogan, een aanval die zelfs kan escaleren tot een niveau waarbij Turkije geopolitiek opgedeeld wordt en de 70 miljoen inwoners van het Neo-Ottomaanse “Kalifaat” in de hete ketel van de chaos worden geworpen, een chaos die dan strategisch tegen Rusland en Iran ingezet kan worden.

Bewapening van de Turkse gevechtsruimte tegen Rusland en Iran

Deze beide multipolaire naties zijn zich zeer wel bewust van hoe de VS hen wil destabiliseren vis-a-vis de verbreiding van de verwoesting van het Midden-Oosten, dit ligt dan ook ten grondslag aan hun strijd tegen terroristen en militaire samenwerking in Syrië.  Nu het tij van die oorlog zich eindelijk tegen de VS heeft gekeerd en het conflict langzaam naar het einde beweegt (hoe lang het uiteindelijk ook zal duren voordat het volledig opgelost is), valt te verwachten dat de VS zal trachten andere regionale conflicten te organiseren om de rol van het Syrische conflict over te nemen en de indirecte asymmetrische oorlog tegen de Russische en Iraanse strategische belangen te prolongeren. De militante schepping van het “tweede geopolitieke Israël – i.e. Koerdistan” is beslist onderdeel van deze plannen, maar met Erdogan’s anti-unipolaire rebellie en daar bovenop de gevolgen van de mislukte door de VS gedirigeerde coup heeft Washington nu een veelheid aan redenen om de talloze mogelijkheden om Turkije uit elkaar te reten uit te buiten.

Rusland en Iran begrijpen allebei de ernst van wat op het spel staat en dat het zeer waarschijnlijk is dat de VS zal trachten om zijn mislukte couppoging tegen Erdogan om te zetten in kiemen voor een nieuwe Kleurenrevolutie tegen hem en misschien mogelijk zelfs een Onconventionele oorlog. Er is een overvloed aan legitieme redenen waarom Turken hun President verachten, met zijn betrokkenheid bij de oorlog in Syrië door te “Leiden van Achteren” en zijn islamistische binnenlandse politiek als eerste en belangrijkste reden, maar de vrees bestaat dat de verdedigbare boosheid van een groot deel van de maatschappij door de VS misbruikt kan worden in zijn streven om tumult te verspreiden in heel Turkije en een zwart gat van chaos te creëren dat structureel zou functioneren als een “Nieuw Syrië”.

Irans antwoord en belangen

Omdat Iran deze keten van gebeurtenissen voorzag en realiseerde dat ze de eersten zouden zijn die hier direct door getroffen zouden worden, uitte Iran onmiddellijk haar bezwaar tegen de couppoging. Minister van Buitenlandse zaken Zarif, in commentaar dat werd gerapporteerd door de door de overheid gefinancierde Iraanse omroep Press TV, ging zelfs zo ver dat hij het parlement voorhield: “Wij zijn het eerste land dat expliciet een verklaring over haar houding tegenover Turkije heeft afgelegd, terwijl andere landen of muisstil bleven of … nogal vaag waren over hun houding, als ze al een positie innamen, en verzuimden om hun steun voor de democratie te uiten …  Sommige landen zoals Saudi-Arabië en Qatar gaven de voorkeur aan de escalatie van de couppoging tegen de Turkse regering.” Deze volmondige en krachtig verwoorde verklaring gaat veel verder dan de obligatoir geuite steun aan de internationaal erkende regering waartoe bijna alle andere landen zich beperkten en demonstreert ontegenzeggelijk dat Teheran zich opzettelijk positioneert als Ankara’s trouwste internationale bondgenoot in het regionale post-coup landschap.

Hiervoor zijn verscheidene redenen en ze hebben te maken met het volgende:

  • Iran wil geen slachtoffer worden van “Wapens van Massa Migratie” in de nasleep van een door de VS geplande vernietiging van Turkije;
  • Iran wil Erdogan’s blijvende en gecoördineerde samenwerking om te reageren op potentieel, grensoverschrijdend Koerdisch terrorisme (Iran wordt momenteel aangevallen door de PKK-gelieerde “Koerdische Democratische Partij van Iran”);
  • en Iran voorziet een toekomst waar de Iraanse gaspijpleiding kan aansluiten op het TAP project in Noord-Turkije en zo Europa’s vraag naar niet-Russische energieleveringen kan vervullen.

Ruslands antwoord en belangen

Ruslands anti-coup antwoord was in vergelijking terughoudender, maar was desondanks behoorlijk krachtig. Terwijl Rusland zich onthield van het beschuldigen van betrokkenen of profiteurs van de ontwikkelingen en het benadrukken van hoe snel ze diplomatiek reageerde op de coup achterwege liet, zoals Iran in beide gevallen wel deed, uitte ze simpelweg haar steun aan de internationaal erkende regering van Turkije en sprak over de ontoelaatbaarheid van een militaire machtswisseling.  Veelzeggend echter was dat president Poetin later Erdogan opbelde en instemde om hun al geplande afspraak in september een maand te vervroegen, en ook sprak over potentiële samenwerking via de Euraziatische Economische Unie.

Ruslands belangen in Turkije zijn talrijk, maar een aantal vallen meer op dan de rest en zijn bedoeld om te garanderen dat Ankara haar geopolitieke heroriëntatie voltooit door de volgende stappen te zetten:

  • Turkije moet haar eerdere beleid afzweren door de steun aan de terroristen in Syrië te stoppen en de grens af te sluiten voor de voortdurende infiltratie door terroristen;
  • Turkije moet de onderhandelingen over de Balkan Stream-pijpleiding hervatten en dit multipolaire megaproject nieuw leven inblazen;
  • en Turkije moet de complexe economische onderlinge afhankelijkheid met Rusland verdiepen door samen te werken via het Euraziatische Economische Unie platform.

Daarenboven is Moskou’s diplomatieke steun aan Erdogan’s presidentschap ook ingegeven door de pragmatische noodzaak te voorkomen dat de Gülenisten de macht grijpen. Indien de in de VS wonende en Clinton-gelieerde religieuze leider van dit duistere, transnationale netwerk de volgende leider van Turkije zou worden of een overheersende invloed zou hebben op wie dan ook van zijn ondergeschikten in plaats van hem de leider zou worden, dan heeft Rusland alle reden om aan te nemen dat ze alle instrumenten van de staat zouden omleiden om de agenda van de terroristische netwerken te promoten in het hele post-sovjet territorium. Dit zou dozijnen “mini- Tsjetsjeniës” kunnen creëren waar Rusland op zou moeten reageren namens haar CVVO-bondgenoten, waarmee ze gedwongen zou worden permanent strategisch defensief te opereren en alle vorderingen die ze sinds 2008 heeft bereikt wereldwijd zouden worden teruggedraaid.

De blik afwenden van Erdogan’s zondes

Het meest controversiële aspect van deze hele situatie waar veel multipolaire supporters moeite mee hebben om te accepteren is, waarom Rusland en Iran Turkije zouden steunen terwijl ze zich zeer wel bewust zijn van Erdogan’s medeplichtigheid in de Oorlog van Terreur tegen Syrië. En na het zien van beelden van wraakzuchtig groepsgeweld in Istanboel en tenminste één geverifieerde openbare onthoofding, om nog maar niets te zeggen van de sectoroverschrijdende natiewijde zuivering die momenteel plaatsvindt, krabben mensen die normaliter sympathiek staan tegenover Ruslands en Irans buitenlandbeleid zich achter de oren en vragen zich af waarom Moskou en Teheran zich niet krachtig uitspreken tegen zulke schokkende gebeurtenissen.

Hoezeer dit ook veel lezers kan teleurstellen, de harde realiteit is dat Rusland noch Iran er enig belang bij heeft om zich te mengen in de binnenlandse aangelegenheden van hun partners, of die nu goed of fout zijn. Beide staten volgen in het algemeen een politiek van nationale soevereiniteit waarbij ze controversiële ontwikkelingen bij hun partners meestal negeren, zolang de pragmatische staat-met-staat samenwerking er niet door belemmerd wordt.

De uitzondering op deze regel is vooral te zien wanneer een staat die van groot belang is voor Rusland of Iran plotseling vijandig wordt (of al is) tegen een van hen en een serie schandelijke stappen zet, ontworpen om indirect schade te berokkenen aan de strategische positie in het land van deze multipolaire leiders. Het Kiev van na de Maidan bijvoorbeeld steunt impliciet de etnische zuiveringen tegen Russen en de aan Rusland verbonden bevolking in Oekraïne, wat verklaart waarom Rusland reageerde op het verzoek [tot re-unificatie] van de Krim en bepaalde vormen van steun verleende aan de milities in Donbasbekken.

Iran, aan de andere kant, heeft afwijzend gereageerd op de gewelddadige onderdrukking van de Sjiitische minderheid in Bahrein en Saudi-Arabië. Hieraan moet echter worden toegevoegd, dat Teheran zich in het verleden ook heeft beziggehouden met minder makkelijk te verdedigen uitzonderingen op deze regel, door de Bosnische Moedjahedien te bewapenen en diplomatieke steun te verlenen aan de anti-Khadaffi rebellen, van wie Iran officieel verkondigde dat ze betrokken waren bij een “Islamitisch Ontwaken” (de term die Iran gebruikte voor de “Arabische Lente” Kleurenrevoluties, voordat ze beseften dat dit allemaal door Amerika aangestuurde unipolaire operaties waren).

Ondanks deze uitzonderingen die Rusland en Iran per geval toepassen op de voornaamste richtlijn van hun buitenlands beleid van nationale soevereiniteit, verwerpen deze beide landen de door het Westen gefabriceerde ideologieën van “humanitaire interventie” en het “bevorderen van democratie”. Geen van beide landen laat doorgaans “humanitaire” of “democratische” overwegingen de relaties met hun tegenhangers beïnvloeden, hoewel zoals reeds gezegd dit niet noodzakelijkerwijs het geval is wanneer ze te maken hebben met een vijandige regering die een (bestaand of potentieel) pragmatisch partnership mijdt. Moskou en Teheran zien “humanitaire interventie” en het “bevorderen van democratie ” als een marketing truc om politieke, economische, sociale en militaire, destabiliserende interventies in de binnenlandse aangelegenheden van andere landen te rechtvaardigen in het streven naar “zero-sum” geostrategische winst en als zodanig zouden deze strategieën slechts zelden gebruikt mogen worden en uitsluitend in de meest extreme situaties.

Conclusie

Vanwege het leidende principe van nationale soevereiniteit in het buitenlands beleid, het feit dat Erdogan is gedraaid en nu aanstuurt op een Turkije dat een vriendelijke multipolaire bondgenoot is, en vanwege de zwaarwegende geopolitieke overwegingen van dit moment steunen Rusland en Iran Turkije diplomatiek op dit scharniermoment in haar geschiedenis (en die van de rest van de wereld), ondanks Erdogan’s anti-“humanitaire” en anti-“democratische” uitbuiting van de mislukte Amerikaanse coup tegen hem.

Dit artikel is oorspronkelijk in het Engels verschenen op Geopolitica.