Posted on

Een slag in het Syrische gezicht

Terwijl achter de schermen een hevige diplomatieke strijd uitgevochten wordt door de verschillende bij de Syrische oorlog betrokken landen kondigde Staffan de Mistura, de speciaal gezant van de Verenigde Naties voor Syrië, enkele weken terug zijn ontslag aan. Deze gewezen ereconsul met Zweedse en Italiaanse nationaliteit wordt per 1 november vervangen door een zekere Geir Pedersen, een Noorse beroepsdiplomaat met ervaring in het Midden-Oosten.

In wezen is dit een zoveelste slag in het gezicht van de Syriërs. Noorwegen is immers lid van de NAVO welke jarenlang betrokken was bij de oorlog in Syrië. Een land dat dus veel bloed aan haar handen heeft en dan ook niet neutraal kan genoemd worden. De gewezen Noorse premier Jens Stoltenberg is op dit ogenblik trouwens secretaris-generaal van die instelling.

Geir Pedersen
De Noorse diplomaat Geir Pedersen mag na Staffan de Mistura pogen voor de VS toch nog wat in de wacht te slepen na het politieke en militaire fiasco van de Amerikaanse regering in het Midden-Oosten. Hij is al de vierde westerse bemiddelaar. Nu al kan men met praktische zekerheid zeggen dat hij er niets substantieels zal bereiken voor zijn Amerikaanse bazen. Zijn benoeming is wel een zware belediging voor de miljoenen Syriërs. Een serieuze man zou deze job gewoon weigeren.

Stoltenberg was als premier ook instrumenteel in het geven in 2009 van de Nobelprijs voor de Vrede aan Barack Obama toen die nog maar pas president was. Twee jaar later gaf ‘vredesapostel’ Obama het groen licht voor de jihadistische aanval op Syrië. Noorwegen heeft ook altijd die aanval, massamoord en grootschalige vernielingen gesteund, o.m. door het financieren van allerlei jihadistische activiteiten in het land.

En dus nu moet een topdiplomaat van dat land gaan zorgen voor een oplossing van dit conflict. Het is gewoon de Syriërs uitlachen in hun gezicht en zeggen dat niet de Syriërs maar de NAVO en haar bondgenoten zullen bepalen wat er met Syrië moet gebeuren.

Zo poogde Staffan de Mistura nog tot het voorbije weekend de samenstelling van het comité dat een nieuwe Syrische grondwet moet maken op te dringen aan Damascus en de Syriërs. Dit ondanks het feit dat de NAVO en haar lidstaten deze oorlog grandioos verloren.

Het is alsof men een Saoediër uit de entourage van kroonprins Mohammed bin Salman op die post zou zetten. Maar geen verbazing natuurlijk want de VN is gewoon een instrument van de Amerikaanse buitenlandse politiek. Zo is de secretaris-generaal van de VN immers Antonio Guterres, een gewezen Portugese premier en dus eveneens komende uit een lidstaat van de NAVO.

1
De Zweeds-Italiaanse diplomaat Staffan de Mistura neemt officieel om familiereden ontslag als VN-bemiddelaar voor de oorlog tegen Syrië. En zoals zijn twee voorgangers bereikte hij totaal niets. Het is dan ook niet de VS, zijn feitelijke baas, die er de touwtjes in handen heeft maar de alliantie van Iran, Turkije, Rusland en de Syrische regering. De anderen mogen alleen maar kwaad toekijken.

Toen waarnemers enkele jaren geleden ontdekten dat het grote Jordaanse vluchtelingenkamp van Zaatari gebruikt werd voor de rekrutering door al Qaida & Co van kindsoldaten voor de oorlog tegen Syrië verdween dat rapport in New York in de onderste lade om er stof te vangen. Veel stof.

Neen, Geir Pederson zal zoals zijn voorgangers de Amerikaanse politiek verdedigen en zoals zijn voorgangers nergens geraken. Hoogstens zal men hem in de onderhandelingen wat zoethoudertjes, kruimels toewerpen. Wat hij dan zal pogen te verkopen als een grote diplomatieke overwinning. Hij zal uiteraard overal in de hoofdsteden ontvangen worden en daarna met een glimlach maar wel met lege handen huiswaarts keren. Wedden?


Mededeling van de redactie:

Willy Van Damme spreekt 17 november aanstaande op het congres van het Geopolitiek Instituut Vlaanderen-Nederland in Leuven. Hier licht hij alvast een tipje van de sluier over de inhoud van zijn lezing:

http://www.novini.nl/willy-van-damme-macht-westen-kalft-af/

Posted on

‘Onafhankelijk’ Syrisch Observatorium ontving 2 ton van Britse overheid

Het Syrisch Observatorium voor de Mensenrechten, dat door mainstream media overal in de westerse wereld regelmatig wordt aangehaald als bron voor nieuws over Syrië, heeft bijna 2 ton in Britse ponden ontvangen van het Britse Ministerie van Buitenlandse Zaken. Dat meldt de Britse journalist en schrijver Peter Hitchens op zijn blog.

Het vanuit Coventry in Engeland opererende Observatorium wordt door mainstream media dikwijls opgevoerd als ware het een onafhankelijke bron. Iets waarover al langer twijfel bestaat, gezien zijn vooringenomenheid ten faveure van de zogenoemde rebellen.

Op haar website stelt het Observatorium echter onafhankelijk te zijn van enig politiek lichaam. Waarop Peter Hitchens op zijn blog de retorische vraag stelt of het Britse Ministerie van Buitenlandse Zaken geen politiek lichaam is. “Want Minbuza bevestigde aan mij zojuist”, aldus Hitchens, “dat ‘het Verenigd Koninkrijk een project groot £194.769,60 gefinancierd heeft om het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten van communicatieapparatuur en camera’s te voorzien’.”

Het Syrisch Observatorium opereert dus niet alleen vanuit het Verenigd Koninkrijk, dat reeds militaire operaties ontplooide tegen Syrië, het ontving ook een aanzienlijke som aan subsidie van de Britse overheid. Tot zover de onafhankelijkheid van dit Observatorium.

http://www.novini.nl/wie-zit-er-achter-het-syrische-observatorium-voor-de-mensenrechten/

H/t Niemands Knegt

Posted on

‘Doel van regime change heiligde alle middelen in Syrië’

De jonge Vlaamse onderzoeksjournalist Jens de Rycke reisde de afgelopen jaren door het door oorlog verscheurde Syrië en publiceerde hierover onlangs zijn ‘Dagboek van granaten in Damascus’. Yves Pernet sprak voor Novini met hem over zijn boek en zijn ervaringen in Syrië, over de rol van andere actoren, zoals regionale staten en de westerse politiek en media.

Voor we beginnen met de inhoud van het boek een vraag over het boek zelf. Hoe ben je er toe gekomen dit te schrijven? Het conflict daar is dan wel bekend vanaf het begin, maar er zelf onderzoek naar doen is toch nog iets anders. 

Het boek, mijn interesse in de Syrische oorlog alsook het begin van mijn journalistieke carrière zijn allemaal met een toevallige ontmoeting begonnen. Deze bewuste ontmoeting was er één met een Melkitische priester op de luchthaven van Stockholm en het bracht me ertoe om me in de Syrische oorlog te gaan verdiepen. Uiteindelijk ben ik een jaar na deze ontmoeting zelf naar het land kunnen afreizen en toen ik nadien terug in Vlaanderen mijn ervaringen deelde vertelden personen in mijn omgeving me dat dit een goed idee voor een boek zou zijn. Daarom besloot ik om nog eens terug naar Syrië te gaan en op zoek te gaan naar de verhalen van de burgers die in het Syrië van al-Assad (over)leven. Op deze manier wou ik hen via mij en het boek de kans te geven om hun verhaal te delen. 

Jij bent ter plaatse geweest, hebt kunnen spreken met de plaatselijke bevolking. Hoe makkelijk of moeilijk is het voor een West-Europese journalist om toegang te krijgen tot betrouwbare informatie? Kreeg je veel staatsbegeleiding mee? Werd er gecontroleerd op wat voor antwoorden je kreeg? 

De eerste keer dat ik in Syrië was ervoer ik dat men mij, alsook de andere genodigden, de visie van de Syrische regering wilde tonen. Er was begeleiding en we reden enkel naar de plekken die ze ons wilden laten zien. Er was geen ruimte om zelf op verkenning te gaan, dit ook omwille van het veiligheidsrisico.  Foto’s nemen van bijvoorbeeld het gebombardeerde hotel waarin ik verbleef alsook van andere beschadigde gebouwen stelden ze niet op prijs, omdat men een ander beeld van Damascus (zijnde een hoofdstad waar het leven toch nog normaal kan zijn) wilde tonen. Maar informeel lukte het me toch om met enkele Syriërs te praten en ook hun verhaal te horen. Dit hebben ze in alle eerlijkheid en zonder controle kunnen doen want personen die vreesden dat hun verhaal niet goed zou vallen bij de veiligheidsdienst heb ik een alias gegeven.

Tijdens mijn tweede reis heb ik wel met meer vrijheid kunnen werken maar ik was me er wel van bewust dat ik in het oog werd gehouden. 

Langs de andere kant: denk je dat je collega’s die veel meer aandacht gaven aan de versie van de rebellen oprecht geloofden dat het om vrijheid en democratie ging of werden/worden zij ingeschakeld in hogere belangen? Udo Ulfkotte schreef zo bijvoorbeeld al over de invloed van staatsactoren in de journalistiek. 

Het was duidelijk dat de mediaberichtgeving in het Westen het conflict herleidde tot een goed/slecht-verhaal waarbij Assad de wrede dictator was die werd gedemoniseerd en de rebellen als vrijheidsstrijders werden geschilderd. Uiteraard is het niet meer dan terecht dat de wandaden van de Syrische regering worden benoemd, aangekaart en veroordeeld. Maar de berichtgeving over de oorlog werd zeer éénzijdig doordat Assad de schuld kreeg van alle oorlogsgeweld en (islamistische) strijders ondanks al hun misdaden nog steeds werden voorgesteld als democratisch verzet. Het echte verhaal over de Syrische oorlog gaat dieper dan dat. Beide partijen hebben bloed aan hun handen in deze vreselijke oorlog en het feit dat vanaf het begin de oorlog in Syrië geen opstand was maar een proxy-oorlog tussen verschillende (regionale) staten werd nooit voldoende benoemd. 

Maar het klopt ook dat bepaalde mediabedrijven alsook journalisten zich hebben laten inschakelen om de agenda van een regimewissel in Damascus te ondersteunen. Een mooi voorbeeld van zo’n mediabedrijf is Al Jazeera. De regering van Qatar beïnvloedt duidelijk de berichtgeving van Al Jazeera ten behoeve van haar politieke belangen en Qatar is sinds het begin van het conflict één van de drijvende krachten in de oorlog tegen president Assad. 

Je schrijft dat de samenleving in Syrië op het vlak van samenwonen tussen religies vreedzaam was. Is dit eigen aan Syrië an sich of toch vooral een verwezenlijking van Hafez al-Assad)? 

De familie al-Assad regeerde met harde hand over Syrië en onderdrukte  (gewelddadig) iedereen die zich niet bij hun status quo neerlegde. Ze handhaafden met geweld een seculiere maatschappij maar werden hierdoor door minderheden alsook gematigde soennieten gezien als een dam tegen het extremisme.

Syrië is altijd al een mozaïek geweest van culturen, religies en volkeren. Lang voor het Sykes-Picotverdrag dat Syrië zijn huidige grenzen gaf was dit al het geval. Uiteraard brengt samenleven met zoveel verschillen veel spanningen met zich mee. Helaas zijn deze breuklijnen  door buitenlandse actoren misbruikt om het sektarisch vuur dat tot deze oorlog leidde aan te wakkeren. 

Dan het conflict zelf. Je toont in je boek aan dat buitenlandse actoren (Verenigde Staten van Amerika, Iran, Rusland, Israël, Turkije, Qatar,…) aan beide kanten een belangrijke rol spelen. Die van Iran en Rusland is bekend. Welk nut hebben landen als Israël en Amerika echter met het steunen van groepen opstandelingen? 

Zowel Israël als de VS hebben een gemeenschappelijk doel in Syrië: De invloed van Iran in de Levant breken. Syrië maak deel uit van de zogenoemde ‘as van het verzet’. Een bondgenootschap tussen Iran – Syrië en de sjiitische beweging Hezbollah in Libanon (alsook in mindere mate Irak ) dat zich verzet tegen de Amerikaanse en Israëlische aanwezigheid in het Midden-Oosten.

Mocht er een regimewissel in Syrië zijn geweest dan zou Iran zijn belangrijkste bondgenoot in de regio hebben verloren en zouden de wapenlevering alsook trainingscapaciteiten van Hezbollah wegvallen. Daarnaast bezet Israël nog steeds de Golanhoogten, een stuk Syrisch grondgebied dat strategisch ontzettend belangrijk is alsook gasvoorraden herbergt. Een regimewissel in Syrië en de daaropvolgende chaos in het land zouden het Israël makkelijker hebben gemaakt om zijn positie op de Golanhoogten te behouden.

Om dit alles te bereiken hadden ze geen enkel probleem om extremistische soennieten – die omwille van religieuze redenen zelf tegen sjiieten strijden – te gebruiken als strijders in hun strijd tegen Iran en zijn bondgenoten. Zoals Machiavelli destijds terecht beweerde: het doel heiligt de middelen. 

In de oorlog leerde je een collega, Khaled, goed kennen. Hij is echter omgekomen bij een raketaanval van Daesh. Wat deed zoiets met je? 

Om zijn verhaal met de wereld te delen alsook zijn offer als oorlogsjournalist te eren heb ik besloten om het boek aan hem op te dragen. Ik heb onlangs nog met zijn moeder gesproken via Messenger. Zij was blij om te horen dat mijn boek aan hem was opgedragen omdat zo haar zoon op een bepaalde manier toch nog verder leefde. Ik heb haar beloofd een exemplaar te bezorgen en ik ga mijn best doen om mijn belofte aan haar te houden. 

Aanvankelijk was het een grote shock en het is er één die nog steeds nazindert. Ik beschouwde het schrijven van het boek eerst als een groot avontuur, maar toen ik Syriërs persoonlijk leerde kennen en ook vrienden maakte kreeg de oorlog ook een persoonlijke dimensie voor mij. Je hoort iedere dag over Syriërs die sterven door het oorlogsgeweld maar doordat je hen niet kent zijn het maar onbekende namen en uiteindelijk zelfs maar cijfers… Met Khaled veranderde dit alles omdat ik voor het eerst iemand in de oorlog verloor die ik niet alleen kende maar die ik ook als een vriend van mij beschouwde.

Je schrijft in je boek over de mentale impact die de inname van Palmyra door Daesh had op de Syriërs. Hoe komt het dat de ruïnes van deze oude stad nog steeds zo belangrijk zijn voor hun collectieve identiteit? 

Syrië kent vele archeologische prachten maar Palmyra had als ‘parel van de woestijn’ een unieke plaats in de Syrische geesten. Mede doordat de stad verbonden is met Zenobia en haar unieke verhaal dat zich tijdens de Oudheid afspeelt. De vernietiging van de ruïnes zagen zij als een aanval op hun unieke Syrische geschiedenis alsook als een poging van IS om hun Syrische identiteit weg te vagen. Dit was ook het doel van de vernietiging van de ruïnes door IS: de Syrische identiteit vernietigen en deze door hun ideologie te vervangen.

Daarnaast gaat de verovering van Palmyra ook gepaard met de brutale moord die IS op Khaled al-Assad pleegde. Een moord die naast de Syriërs ook de internationale gemeenschap schokte.

De christenen van het Nabije Oosten hebben eigenlijk slechts marginaal weinig aandacht gekregen. Voor de Jezidi’s was bijvoorbeeld de aandacht veel groter. Waarom sluiten politici en media praktisch altijd hun ogen voor het lot van de christenen in die regio? En is er nog een toekomst voor de christenen in Syrië? 

Er zijn bepaalde politici die aandacht vragen voor het lot van de christenen, maar het geeft een wrang gevoel om te zien dat diezelfde politici vaak in het verleden diezelfde rebellen steunden die christenen vervolgen. Het was voor het Westen moeilijk om toe te geven dat deze zogenaamde vrijheidsstrijders minderheden vervolgden omdat ze hierdoor toegaven dat de zogenaamde gematigde rebellen in werkelijkheid religieuze extremisten zijn.

Daarnaast denk ik dat in het post-christelijke, cultuur-marxistische Westen veel politici het ongemakkelijk vinden om op te komen voor de christenen van het Midden-Oosten omdat zij onze wortels herbergen. Een voor het Westen exotische minderheid zoals de Jezidi’s, wier leed we ook niet mogen minimaliseren, is makkelijker om voor op te komen omdat we bij hen niet met onze eigen christelijke wortels worden geconfronteerd.

Voor de oorlog was tien procent van de Syrische bevolking christelijk. Dat percentage is nu zwaar verminderd door het oorlogsgeweld en door het feit dat deze minderheid van het begin af aan door de verschillende extremistische soennitische groeperingen werd geviseerd. Zo deel ik in het boek het verhaal van de christelijke bevolking van Damascus die door Jaysh al-Islam (leger van de Islam) dagelijks mortieraanvallen kreeg te verduren enkel omwille van hun geloof. Maar er is zeker nog toekomst voor de christenen in Syrië. Ze zullen een kleinere kudde zijn en onze hulp zeker nodig hebben om hun plaats in het Syrië van na de oorlog te behouden.

N.a.v. Jens de Rycke, Dagboek van granaten in Damascus (Polemos: Antwerpen, 2017), paperback, 160 pagina’s.

Posted on

“We doen alsof Poetin Hitler is, en knijpen een oogje dicht bij Saoedi-Arabië”

Harry van Bommel vindt dat Nederland een hypocriete houding aanneemt in haar buitenlandbeleid. Mensenrechten doen er niet toe. Alles draait om het behagen van de Amerikanen en het ‘grootkapitaal’.

Een gesprek met het tot voor kort langstzittende Kamerlid Harry van Bommel. Over zijn afscheid van Den Haag, het verlies van de SP bij de Tweede Kamerverkiezingen, de uitbreidingsdrang van de NAVO, de Nederlandse steun aan gewapende groepen in Syrië, het associatieakkoord met Oekraïne, de Nederlandse handelsbelangen in Saoedi-Arabië, de The Hague Invasion Act – en de onmogelijkheid van een Europees leger.

U heeft na achttien jaar afscheid genomen van de Tweede Kamer. Dat was omdat u zich niet opnieuw verkiesbaar had gesteld. Waarom?

Ik wil graag voor een internationale organisatie gaan werken. Dan moet je niet te lang wachten met de overstap. Ik ben nu 54, bijna 55 jaar.

Het zal geen licht besluit zijn geweest. U had nog niks nieuws op het oog toen u vorig jaar aankondigde de Tweede Kamer te zullen verlaten.

Het werk in de Tweede Kamer doe je voor 100 procent. Het is dan niet doenlijk actief om je heen te kijken. En het is bovendien een ongeschreven regel dat je je Kamerperiode afmaakt. Ik heb wel aanbiedingen gehad, en die waren soms ook verleidelijk, maar ik heb steeds de vier jaar uitgezeten.

Emile Roemer heeft niet geprobeerd u over te halen u opnieuw verkiesbaar te stellen?

Dat werkt anders. Ik heb vorig jaar de afweging gemaakt, en die was dat ik niet wilde bijtekenen voor vier jaar.

U bent een belangrijk aanspreekpunt geweest voor verdrukte en stateloze volkeren: de Oeigoeren, Tibetanen, Koerden, Palestijnen, Papoea’s, Molukkers. Misschien dat we u terugzien bij Unrepresented Nations and Peoples Organization (UNPO)?

Als ze daar een voorman nodig hebben, dan ben ik zeker geïnteresseerd. Veel van de organisaties waarmee ik heb samengewerkt zijn ook aangesloten bij UNPO.

Uw opvolger als buitenlandwoordvoerder is Sadet Karabulut. Zij is een Koerdische. Is dat niet riskant? Er zullen Turken zijn die er aanstoot aan nemen dat zij namens de SP het buitenlandbeleid over Turkije bepaalt.

Dat oordeel is aan de fractie. Je moet niet je opvolgster voor de voeten gaan lopen.

The New York Times beschuldigde u ervan een campagneteam te hebben geleid dat bijna volledig bestond uit Russen, en dat misschien zelfs wel werd aangestuurd vanuit Moskou.

Die journalist van The New York Times noemde mensen die helemaal niet in ons campagneteam zaten. Dat waren bezoekers van publieke debatten over het referendum. Dat die mensen bij de debatten verschenen was niet zo vreemd, want die stonden overal aangekondigd.

Maar er zaten wel Russische Oekraïners in uw campagneteam.

Er zaten drie Oekraïense dames in het campagneteam. Die hadden zich bij mij gemeld met de boodschap: wij zijn lid van de SP, wij zijn Oekraïens, wij willen het associatieakkoord niet en wij willen graag samenwerken met jou.

En u heeft ze niet gevraagd of ze een Russische achtergrond hadden?
Nee, ik heb niet gevraagd naar hun paspoorten. Ik heb ze alleen gevraagd, uit belangstelling: Waar komen jullie vandaan? Elena Tarnavskaya uit Lviv, Elena Plotnikova uit Donetsk en een derde, Anastacia, die liever alleen bij haar voornaam genoemd wil worden in verband met haar werk.

De dame uit Lviv heeft overigens geen enkele relatie met Rusland. En zij is bedreigd door Oekraïners. We hebben haar daarom niet prominent naar voren gebracht op bijeenkomsten en in onze publicaties.

Waar het fout ging was op de uitslagenavond van het referendum. Toen verscheen er op Twitter een groepsfoto van mij met een aantal mensen die niet tot mijn campagneteam behoorden, Russen en Oekraïners, met het bijschrift: ‘Hier viert @harryvandesp de overwinning met de Oekraïeners met wie hij campagne heeft gevoerd. V for Victory’.

Waarom verscheen het artikel in The New York Times pas tien maanden na het referendum?

Het verscheen in de aanloop naar de verkiezingen voor de Tweede Kamer, en het paste binnen het frame dat inmiddels was ontstaan in de VS van Russen die zich mengen in buitenlandse verkiezingen. Alles wat ingaat tegen de officiële lijn van westerse landen, wordt aangestuurd vanuit het Kremlin.

U sprak over die campagnemedewerkster van u die bedreigd werd. Een andere campagnemedewerker van u, Younis Lutfula, een Iraakse Koerd, is van de weg gereden, onder verdachte omstandigheden.

Die aanrijding vond inderdaad plaats onder zeer verdachte omstandigheden. Younis was op weg naar een avond waar hij een documentaire zou inleiden, Masks of Revolution, die de Oekraïense overheid liever niet vertoond zag. Hij eindigde in het ziekenhuis, en de vertoning werd afgelast.

De vrachtwagenchauffeur die hem had aangereden is aangehouden door de politie, en heeft schuld bekend. Is het bij een verzekeringskwestie gebleven, of heeft de politie nog een vervolgonderzoek ingesteld?

Volgens mij is dat ongeluk van Younis inderdaad afgedaan als verzekeringskwestie. Meer heb ik er niet over gehoord. Zijn auto was overigens total loss en hij heeft lang last gehad van fysieke klachten.

GroenLinks heeft het kabinet aan een meerderheid geholpen voor ondertekening van het  associatieakkoord. Hoe verklaart u het dat GroenLinks en de SP zo anders denken over associatie met Oekraïne? Uit onderzoek van het Transnational Institute blijkt duidelijk dat het akkoord in het voordeel is Oekraïense oligarchen en westerse multinationals, en in het nadeel van de Oekraïense en Europese bevolking.

GroenLinks heeft een andere oriëntatie op de Europese Unie. Ze houden vast aan het standpunt van de ever closer union, een steeds hechtere samenwerking binnen Europa.

Het associatieakkoord met Oekraïne is overigens niet te vergelijken met andere associaties. Het is het meest vergaande akkoord dat de EU ooit gesloten heeft. Ik kan het niet anders zien dan als een alternatief voor het lidmaatschap, dus eigenlijk gemodelleerd naar de wens van president Porosjenko om uiteindelijk lid te worden van de EU. Zo heeft hij het in eigen land ook verkocht.

Dat GroenLinks het kabinet aan een meerderheid heeft geholpen voor het akkoord met Oekraïne heeft ze misschien bij de VVD op de kaart gezet als potentiële coalitiepartner?

Zeker. GroenLinks is een partij die er een gewoonte van heeft gemaakt handreikingen te doen aan kabinetten nog voordat de onderhandelingen zijn begonnen. Zie ook de Nederlandse missie in de Afghaanse provincie Kunduz. GroenLinks weet: je diskwalificeert jezelf voor regeringsdeelname als je het kabinet voor de voeten loopt bij buitenlandse missies.

De SP heeft tijdens de laatste verkiezingen niet geprofiteerd van het verlies van de PvdA. GroenLinks wel. Hoe verklaart u dat?
De eenzijdige focus misschien op de zorg. Daarmee bind je geen jonge kiezers aan je. De zorgcampagne was op zichzelf goed, maar mensen vroegen zich af: wat wil de SP nog meer behalve een stelselherziening en het eigen risico naar nul?

En natuurlijk was er het Jesse Klaver effect. Niet dat Emile Roemer het slecht heeft gedaan. Integendeel. Ik vind dat hij het heel goed heeft gedaan.

Maar sowieso vind ik dat de SP een onderzoek zou moeten doen onder de PvdA-kiezers, waarbij je ze de vraag voorlegt: waarom bent u niet bij de SP terecht gekomen?

Een veelgehoord verwijt aan het adres van de SP is dat de partij het onbehagen van de eigen natuurlijke achterban negeert over de immigratieproblematiek. Uit het Nationale Kiezersonderzoek blijkt dat maar liefst één op de drie PVV-kiezers zichzelf ziet als behorend tot de arbeidersklasse; bij de SP is dat één op de vier kiezers. Hoe ziet u dat?

Het verbaast mij niet. Ik begrijp die mensen goed: het zijn slachtoffers van de globalisering; ze lijden onder het Europese beleid, dat zich richt op het grote bedrijfsleven en de vrijhandel, en als SP verzetten we ons daar dan ook tegen. Maar het grote verschil is: de PVV zet zich heel duidelijk af tegen de komst van asielzoekers, en dat doen wij niet.

De immigratie bestaat uit meer dan alleen asielzoekers. Via de Europese Unie komen ook veel arbeidsmigranten onze kant op.

Dan heb je het over ‘vrij verkeer van werknemers’, niet over immigratie in de vorm van landverhuizing, want de meesten zijn hier maar voor tijdelijk. Maar als SP hebben we ons altijd duidelijk uitgesproken tegen dit vrije verkeer, omdat het verstorend werkt op de arbeidsmarkt. Het kabinet heeft ons wat dat betreft ook flink zand in de ogen gestrooid. Het kabinet zei: het worden er maximaal 20.000, maar het werden er meer dan 100.000.

Hoe dan ook. Een groot deel van jullie natuurlijke achterban wil minder migranten, en ze hebben het idee dat de SP zich daar niks van aantrekt.

Wij gaan niet een standpunt overnemen van een andere partij alleen omdat het electoraal lekker ligt. Voor ons geen hek om Nederland en weg uit de EU.

Tot 2006 pleitte de SP in haar verkiezingsprogramma voor vertrek uit de NAVO en afschaffing van de monarchie. Waarom zijn die standpunten geschrapt? Heeft u daar zelf een rol in gespeeld?

In 2006 was ik voorzitter van de programmacommissie. We hebben toen in het programma opgenomen dat we het lidmaatschap van de NAVO als politiek feit accepteerden. Dat was een logische stap, omdat we eerder de Nederlandse deelname aan NAVO-operaties, waaronder in Kosovo, hadden goedgekeurd.

Ons verkiezingsstandpunt over de monarchie hebben we uit meer praktische overwegingen aangepast. In een verkiezingsprogramma neem je op wat je de komende vier jaar kunt realiseren. Voor afschaffing van de monarchie is een grondwetswijziging nodig en dus nieuwe verkiezingen. We vinden overigens nog steeds dat alle bestuurders in Nederland gekozen moeten worden, inclusief het staatshoofd. Dat standpunt staat ook nog steeds in onze beginselverklaring.

De SP stond in 2006 heel hoog in de peilingen. Jan Marijnissen zei dat hij een mogelijkheid zag een kabinet te vormen met CDA en PvdA. Misschien dat de SP de kans op regeringsdeelname wilde vergroten door afstand te doen van de meest omstreden partijstandpunten?

Het verkiezingsprogramma was al klaar voordat we zo hoog kwamen te staan in de peilingen. Het stond al een half jaar voor de verkiezingen vast.

In 2009 schreef u het discussiestuk Waarheen met de NAVO? Daaruit sprak weinig enthousiasme voor die organisatie. U stelde dat de NAVO zich, na de opheffing van het Warschau Pact, overbodig had gemaakt, maar zich desondanks uitbreidde, met een nieuwe Koude Oorlog tot gevolg. En ook sprak u uw zorgen uit over de ontwikkeling van de NAVO van territoriale verdedigingsorganisatie tot mondiale politieagent. Was u inmiddels van inzicht veranderd?

Nee. Want wij hebben ons consequent verzet tegen de uitbreiding van de NAVO, zowel in de richting van de Balkan, als in de richting van Rusland. Ik zie daar geen inconsequentie in.

U memoreerde net zelf dat de SP de NAVO-missie in Kosovo heeft gesteund. Kosovo ligt op de Balkan. Daar heeft de NAVO het bommen laten regenen.

Wij hebben niet het ingrijpen van de NAVO daar gesteund. Alleen de vredesmissie KFOR.

U heeft vorig jaar op een spreekbeurt gezegd dat de SP graag mee wil kunnen praten over de NAVO. En dat de partij daarom niet langer streeft naar vertrek van Nederland uit de NAVO.

Er wordt van tijd tot tijd gediscussieerd over de oriëntatie van de NAVO, zoals in 2009 over het Strategisch Concept. Je plaatst jezelf buiten die discussie als je zegt: ‘Wij willen deze club opheffen, maar zolang dat niet gebeurt, willen we wel meepraten over de koers van de NAVO’. Je kunt pas serieus meepraten over beleid van een organisatie als je het lidmaatschap daarvan accepteert.

U heeft zes jaar meegepraat in de Parlementaire Assemblee van de NAVO. Heeft dat iets uitgehaald?

De Assemblee heeft in meerderheid partijen in zich die het beleid van de NAVO steunen. Ik zal je zeggen: Het is best prettig daar af en toe een steen in de vijver te gooien, mensen aan het denken te zetten.

Maar natuurlijk is de Assemblee niet een organisatie die het beleid van de NAVO vaststelt. Vergelijk het met de Tweede Kamer. Die controleert het kabinet, maar het is het kabinet dat bepaalt.

Heeft Nederland, of hebben andere EU-lidstaten, überhaupt iets te vertellen binnen de NAVO? Het militaire opperbevel ligt al sinds de oprichting bij de Amerikanen.

Nederland heeft wel degelijk iets in te brengen in de NAVO-Raad. Denk aan 2001. De Amerikanen in de NAVO zeiden toen: De terroristische aanslagen in de VS van 9/11 zijn een aanval op allen. Toen werd voor het eerst artikel 5 van het Handvest van de NAVO ingeroepen. Nederland heeft toen in de NAVO-Raad zijn hand opgestoken en gezegd: Moeten we ons niet eerst afvragen of deze casus op het Handvest van toepassing is? Maar Nederland is uiteindelijk wel meegegaan met de Amerikanen. Als Nederland consequent was geweest, dan had het gezegd: Wij beschouwen dit niet als een artikel 5 situatie, en daarom blokkeren wij de besluitvorming. Je kunt dus wel invloed uitoefenen, maar dan moet je wel voet bij stuk houden.  

Zijn er voorbeelden dat Nederland of een ander land wel met succes is ingegaan tegen de Amerikaanse lijn binnen de NAVO?

Dat is moeilijk vast te stellen. Neem het Membership Action Plan voor Georgië en Oekraïne. Daar werd heel kritisch over gedacht door sommige NAVO-lidstaten. Heeft dat geleid tot een minimumvariant van het plan? We weten het niet, omdat het voor Kamerleden zoals ik ondoorzichtig is wat er aanvankelijk op tafel lag.

U sprak in Waarheen met de NAVO? de wens uit de NAVO onder auspiciën te plaatsen van de VN. We zijn inmiddels acht jaar verder. Blijkt dat achteraf een illusie te zijn geweest?

Ik zie dat inderdaad niet meer gebeuren.

Wat betekent dat inmiddels voor het standpunt van de SP over de NAVO?

De discussie  over het lidmaatschap van de NAVO en de oriëntatie van de NAVO is volop gaande in onze partij. Daar zijn mensen bij die zeggen: we hebben het lang genoeg geprobeerd, voorstellen gedaan, en de huidige ontwikkeling van de NAVO is er geen die door ons gesteund wordt, we moeten er uit. Die discussie is nog gaande en leidt op termijn misschien tot een nieuwe stellingname.

Er wordt binnen de EU gesproken over de oprichting van een Europees leger. Zou dat een alternatief kunnen vormen voor de NAVO?

De SP is niet voor een Europese defensie, omdat het onmogelijk is die aan te sturen vanuit de huidige EU. Het kan alleen als de EU een politieke unie zou zijn, met een Europese regering en een Europese minister van Buitenlandse Zaken. Een federaal Europa dus. En met nationale krijgsmachten die zichzelf volledig ondergeschikt hebben gemaakt aan de Europese besluitvorming.

Een Europees buitenlandbeleid en defensiebeleid wordt wel gezien als een manier ons onafhankelijker te maken van de VS.

Dat gaat uit van het rare idee dat de VS anders zouden opereren op het wereldtoneel als Europa een zelfstandige defensiecapaciteit zou hebben. Ik geloof daar helemaal niets van. De Amerikanen hebben vrij spel omdat zij de enig overgebleven militaire grootmacht zijn. Het zou eigenaardig zijn te denken dat het ingrijpen in Irak, en recent Syrië, niet zou zijn gebeurd als Europa had gezegd, vanuit een eigen defensiepolitiek: Daar zijn wij het niet mee eens.

Maar dan zouden de Europese landen misschien niet hebben meegedaan aan de buitenlandavonturen van de NAVO en de VS?

Het punt is dat daar binnen Europa dus verschillend over gedacht wordt.

Landen hebben geen vrienden, maar alleen maar belangen, zoals de Franse president De Gaulle zei. En dat betekent dat wanneer de belangen uiteen lopen er geen gezamenlijk besluit kan worden genomen. Je kunt geen buitenlands beleid afdwingen dat tegen de belangen van de grote landen in Europa ingaat.

Maar dat probleem ondervang je dus met een federaal Europa, met een gezamenlijk buitenland- en defensiebeleid en een gezamenlijke defensiecapaciteit.

Dan zul je alle landen in Europa bereid moeten vinden om hun eigen buitenland- en defensiebeleid op te geven, en militairen te leveren die onder Europees bevel komen te staan. Dat gaat niet gebeuren. Nooit.

En dus blijven we voor onze veiligheid afhankelijk van de Amerikanen?

In belangrijke mate wel.

Maar voor wie moeten we in Nederland bang zijn, zonder de bescherming van Amerika? We zullen niet snel door Duitsland aangevallen worden, of door België.

Ik heb niet gezegd dat we voor iemand bang moeten zijn. Maar er zijn conflicten denkbaar waar wij mee te maken kunnen krijgen. Kijk bijvoorbeeld naar de spanningen rond Iran of Turkije.

Dat zijn landen die ver van ons bed liggen.

Maar het zijn wel landen in de periferie van Europa. Oorlogen in die landen kunnen een gevaar vormen voor de Europese Unie. Neem Turkije. Als daar een groot conflict dreigt, dan heeft dat zijn neerslag op Nederland, want kijk alleen al naar het grote aantal Turken in Nederland. Het is de grootste migrantengroep. We hebben gezien wat er gebeurde toen  er Turkse ministers naar hier kwamen om Turkse Nederlanders toe te spreken. We kregen rellen in Rotterdam.

Zegt u daarmee dat we moeten kunnen interveniëren in Turkije of andere landen in de periferie van Europa? Dat lijkt me in het geval van Turkije trouwens lastig, omdat dat een NAVO-lidstaat is.

Daar ligt niet mijn grootste zorg. Maar ik vind wel dat, zeker binnen de NAVO, het uitgangspunt van collectieve veiligheid zeker iets waard is. Want neem de Baltische staten waar grote Russische minderheden zitten. Daar zal niet zomaar de vlam in de pan slaan, maar het is niet ondenkbaar dat er afscheidingsbewegingen ontstaan. Dan krijgen we daar direct mee te maken, omdat die landen bij ons in de EU zitten.

Door wie wordt de Nederlandse buitenlandpolitiek het sterkst bepaald? Door onze multinationals? De VS? Of de Europese Commissie?

Het zijn allemaal grote spelers. Het zou groot wetenschappelijk onderzoek vergen om dat te kwantificeren. Het zal in elk geval verschillen per thema. En dat zul je dus per geval moeten onderzoeken.

Bij TTIP zie je vooral de invloed van de multinationals. Dat gaat over vrijhandel, en dat is primair in het belang van de internationale ondernemingen, het grootkapitaal. En die hebben dat aangekaart bij de Amerikaanse overheid, die het op haar beurt heeft aangekaart bij de Europese Commissie.

Doen wij altijd alles wat de Amerikanen van ons vragen? Of zeggen we ook wel eens ‘nee’?

Jazeker zeggen wij wel eens ‘nee’.  Zo wilden de Amerikanen heel graag dat onze militairen langer in Uruzgan bleven. Maar dat hebben we niet gedaan, en dat werd ons flink verweten. En om dat een beetje goed te maken zijn we later wel iets anders gaan doen in Uruzgan.

Kunt u meer voorbeelden noemen?

Uruzgan is wel het meest duidelijke voorbeeld.

Overigens gaat het anders dan de gemiddelde krantenlezer misschien denkt. Als er vanuit Amerika een formeel verzoek binnenkomt voor deelname aan iets, dan zijn de kaarten eigenlijk al geschud. Zo’n verzoek komt namelijk niet uit het niets. Er is dan al veel vooroverleg geweest. De Amerikanen hebben dan al gevraagd of we willen meedoen – en zo ja, wat we kunnen leveren. Als dus het formele verzoek binnenkomt, heeft de Nederlandse regering al gezegd: ‘Ja, we willen meedoen en we kunnen dit en dat leveren, onder voorbehoud van parlementaire goedkeuring’. Als er dus ‘nee’ wordt gezegd, dan is dat ook voor ons een probleem, omdat dan eigenlijk al de verwachting is gewekt bij de Amerikanen dat we meedoen.

Als wij ‘nee’ zeggen tegen de Amerikanen, kan dat dan leiden tot repercussies?

Zeker. Nederland kan dan uitgesloten worden van deelname aan belangrijke besprekingen, zoals de G20. Het kan ook leiden tot repercussies bij de benoeming van functionarissen op internationale posten, zoals bij de NAVO en de VN.

Hoe verklaart u de goede betrekkingen tussen Nederland en Saoedi-Arabië? In Saoedi-Arabië doen ze alles wat de Nederlandse regering ISIS verwijt: het stenigen, onthoofden, kruisigen, en doodzwepen van onteerde vrouwen, homo’s, activisten en andersgelovigen. Bovendien is Saoedi-Arabië de belangrijkste financier van terroristische organisaties als ISIS en extremistische moskeeën, scholen en welzijnsorganisaties overal in Europa. En ook richt het land momenteel een humanitaire ramp aan in buurland Jemen.

De economische betrekkingen met Saoedi-Arabië zijn leidend voor het Nederlandse buitenlandbeleid. Het Nederlandse bedrijfsleven verdient miljarden in Saoedi-Arabië.

Als wij de mensenrechten als uitgangspunt van beleid nemen, dan zouden we eerder sancties bepleiten tegen Saoedi-Arabië dan onze koning sturen voor het uiten van onze deelneming aan de familie van een overleden lid van het Huis van Saoed.

De SP heeft samen met D66 gepleit voor een wapenembargo tegen Saoedi-Arabië. Daar is niks uit voortgekomen?

Onze motie ter bevriezing van de wapenexport naar dat land werd breed gesteund in de Kamer, maar coalitiepartijen PvdA en VVD stemden tegen. En dat terwijl onze wapenexport naar Saudi-Arabië zeer beperkt is: in 2014 een paar miljoen aan materieel. We hadden dus gedacht dat minister Bert Koenders daar wel een grens zou trekken, maar niets bleek minder waar.

Dan zal het op Europees niveau helemaal moeilijk zijn zo’n embargo van de grond te krijgen?

Als landen de Europese criteria zouden volgen, dan zouden ze geen wapens leveren aan Saoedi-Arabië. Er is Europees wapenexportbeleid, en dat zegt: Niet leveren aan landen die de mensenrechten schenden. Niettemin zijn landen als het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en België grootexporteurs van wapentuig naar Saoedi-Arabië.

Wie zijn de lobbyisten die ons kabinet influisteren dat we Saoedi-Arabië te vriend moeten houden? Wapenhandelaren? Shell? Ballast Nedam? VNO-NCW?

In de eerste plaats VNO-NCW. Dat is een werkgeversorganisatie die, anders dan je misschien zou vermoeden, zich niet bezighoudt met de motor van de Nederlandse economie, het midden- en kleinbedrijf, maar uitsluitend lobbyt voor het internationale bedrijfsleven, dus ook voor Shell en Ballast Nedam.

De economische sancties tegen Rusland leken de EU, en ook onze regering geen enkele moeite te kosten. Was de inschatting dat er met dat land minder op het spel staat?

Er staat wel degelijk iets op het spel met dat land. Rusland is als buurland van de EU een belangrijke economische speler. Onze boeren en tuinders zijn inmiddels een half miljard aan inkomsten kwijtgeraakt vanwege de Russische tegenmaatregelen.

De sancties van de EU tegen Rusland vanwege de annexatie van de Krim hebben ook geen enkele zin, want de Krim krijg je er niet mee terug. We moeten in de relatie met Rusland aansturen op de-escalatie.

Maar hoe is het dan te verklaren dat we met Rusland zo anders omgaan dan met Saoedi-Arabië?

Het is hypocrisie. We doen alsof Poetin Hitler is, en we knijpen een oogje dicht bij Saoedi-Arabië. De rapporten van Amnesty International liegen er niet om. En Amnesty roept dan ook op strikter beleid te voeren tegen Saoedi-Arabië.

Maar we gaan in het geval van Rusland in tegen onze eigen economische belangen.

Dat is omdat Saoedi-Arabië gezien wordt als een bondgenoot. Ze verlenen diensten aan de VS, bijvoorbeeld in de strijd in het Midden-Oosten.

Zouden we niet juist Rusland moeten zien als een bondgenoot in de strijd tegen het terrorisme? Saoedi-Arabië is nota bene een van de belangrijkste financiers van ISIS.

ISIS wordt niet gefinancierd door de Saoedische overheid.

Uit een gelekte e-mail van Hillary Clinton blijkt dat de Saoedische overheid ISIS financiert.

Ik dacht dat het alleen Saoedische particulieren waren die fondsen beschikbaar stelden aan ISIS.

In 2002 namen de Amerikanen een wet aan, de The Hague Invasion Act, die de Amerikaanse president machtigt met geweld Amerikanen te bevrijden die worden vastgehouden door het Internationaal Strafhof in Den Haag om te worden berecht. Er is niet of nauwelijks over bericht in de media en het lijkt geen enkele opschudding te hebben gewekt. Hoe is dit mogelijk? Waarom is het van geen enkele invloed geweest op onze relatie met de VS?

Dat is omdat journalisten, zoals wel vaker gebeurt, meegaan in de redenering van de regering. Als het kabinet een bepaald onderwerp doodverklaart, dan is het voor de media meteen niet interessant meer. Want dat is precies wat er gebeurd is met de The Hague Invasion Act. De Nederlandse regering heeft elk debat hierover in de kiem gesmoord door het af te doen als een bagatel. ‘Dat zal nooit gebeuren’, werd er gezegd. ‘Die wet is voor binnenlandse consumptie in Amerika.’ Vragen uit de Kamer werden afgedaan met: ‘Wat wilt u wat we doen? Dat we troepen gaan stationeren in Scheveningen?’ Het viel dus al publicitair dood nog voordat er over gepubliceerd was.

Kun je een land dat jou met geweld bedreigt nog wel als een bondgenoot of bevriende natie beschouwen?

Zeker wel. Want het is geen directe bedreiging. Het is een indirecte bedreiging. De Amerikanen zeggen: Onder bepaalde omstandigheden behouden wij het recht voor om dit of dat te doen.

Maar zo praat je toch niet met je vrienden?

Dat is wel zo. Maar het wil niet zeggen dat je dan meteen de relatie moet opzeggen.

Wat moet je er dan mee?

Dan moet je als Nederlandse regering duidelijk maken dat je het ‘onaanvaardbaar’ vindt en er op geen enkele manier aan mee zult werken. Dat je dus, als de VS vraagt om uitlevering van een Amerikaan die terecht staat bij het Strafhof, daar onder geen enkele voorwaarde aan mee zult werken.

Heeft het Internationaal Strafhof nog toekomst zolang militaire grootmachten als de VS, Rusland en Israël, die verantwoordelijk worden gehouden voor mensenrechtenschendingen, niet zijn aangesloten? Een aantal Afrikaanse landen heeft zijn vertrek al aangekondigd.

Dat laatste zie ik als een grotere bedreiging dan het eerste. Het is altijd zo met internationale verdragsorganisaties dat je begint met een kleine club, de voorhoede, dat vervolgens steeds meer landen zich aansluiten en dat uiteindelijk ook de grote landen zich aansluiten.  Het Verdrag Chemische Wapens is hier een goed voorbeeld van.

Hoe ziet u de oorlog in Syrië? Er zijn er die de oorzaak leggen bij de Syrische overheid die keihard zou zijn opgetreden tegen mensen die vreedzaam demonstreerden. En er zijn er die de oorlog zien als een gevolg van een poging tot regime change van de VS en bondgenoten. Volgens een ooggetuige, pater Frans van der Lugt, die later in Homs vermoord werd, begon het geweld met demonstranten die op de politie schoten.

In 2011 zei de Nederlandse regering de EU en de VS na: ‘Assad moet weg’. Dat was zeer kwalijk, omdat de oorlog hierdoor verlengd en verdiept is.

De oppositie werd aangemoedigd door te vechten, niet alleen met woorden, maar later ook praktisch, door het leveren van wapens en militaire trainingen.

U vindt niet dat president Assad het veld moet ruimen?

Iedere realist zal zeggen: Assad is in belangrijke mate verantwoordelijk voor veel slachtoffers in Syrië, maar Assad is ook nodig voor de transitie. Want wat als je zegt: ‘Eerst moet Assad weg, en dan gaan we praten?’ Dat is hetzelfde als tegen de kalkoen zeggen: ‘We willen met jou praten over het kerstmaal, maar uiteindelijk eindig je in de pan.’ Dan zegt die kalkoen: ‘Dan ga ik niet met jou praten, dan ga ik vechten.’

Je kunt ook niet voorbijgaan aan de betrokkenheid van de Russen in het conflict. Zolang de Russen Assad blijven steunen, kun je blijven roepen dat Assad weg moet, maar dan leidt dat alleen maar tot een verlenging van het conflict.

De Verenigde Naties beschouwden Aleppo als een stad die bezet was door Al Nusra, een terroristische broederorganisatie van Al Qaida. Maar dit feit bleef onvermeld in de reguliere nieuwsmedia. Men sprak stelselmatig over ‘rebellen’ in plaats van ‘terroristen’. Hoe ziet u dat?

De geschiedenis van alle conflicten leert dat wij mensen die wij zien als onze bondgenoot aanduiden met termen als ‘opstandelingen’, ‘het verzet’,  ‘oppositie’ of ‘rebellen’ . En mensen die aan de andere kant vechten, noemen we ‘terroristen’. Je ziet daarbij dat de media het jargon van de politiek overnemen. Want het plakken van labels op strijdende partijen begint vrijwel altijd bij de politiek.

U heeft deelgenomen aan een demonstratie bij de Russische ambassade tegen de bombardementen op Aleppo in Syrië, georganiseerd door Amnesty International, Pax Christi en Save The Children. Is er bij uw weten al zo’n demonstratie georganiseerd bij de Amerikaanse ambassade vanwege de bommen op Mosul in Irak, of bij de Saoedische en Amerikaanse ambassades vanwege de bommen op Jemen?

Ik heb wel deelgenomen aan een demonstratie bij de Saoedische ambassade, vanwege Jemen. Voor een demonstratie bij de Amerikaanse ambassade vanwege Mosul ben ik niet uitgenodigd. Ik weet ook niet of er zo’n demonstratie is gehouden.

Een zoekactie op Google, leverde mij geen resultaten op. Misschien vinden Amnesty, Pax Christi en Save The Children de bommen op Aleppo kwalijker dan die op Mosul?

Er zijn overeenkomsten tussen Aleppo en Mosul. Maar conflicten zijn natuurlijk nooit helemaal hetzelfde.

Er zijn in Mosul in een paar weken tijd honderden burgerdoden gevallen, als gevolg van Amerikaanse bombardementen. Meer dan honderdduizend mensen zijn op de vlucht geslagen.

De werkwijze van ISIS in Mosul is anders dan die van Al Nusra in Aleppo. ISIS is uit op zoveel mogelijk burgerdoden.

In Aleppo werden ook burgers als menselijk schild gebruikt.

Dat is zo. Maar wat ISIS doet gaat nog een stapje verder. Zij drijven burgers bijeen op plekken waar gebombardeerd wordt, en trekken zich daarna dan zelf terug in schuilkelders. Dat gaat dus verder dan burgers als menselijk schild gebruiken, waarbij je zelf ook een risico loopt.

Maar er is alle reden om ook de demonstreren bij de Amerikaanse ambassade.

De Nederlandse overheid steunt gewapende groeperingen in Syrië, zonder te willen zeggen wie het zijn, alleen dat ze ‘gematigd’ zijn. Ze ontvangen weliswaar geen wapens, maar wel dekens, tenten, medicijnen en communicatieapparatuur. Wat vindt u daarvan?

Steun aan gewapende groepen wijs ik af. Die steun komt neer op een aanmoediging om door te vechten.

En er zijn al jarenlang berichten over zogenaamde gematigde groeperingen die alles wat ze aan wapens en overig materieel krijgen stelselmatig afgeven aan ISIS en Al Nusra, of in elk geval nauw hiermee samenwerken of hiernaar overlopen. Bestaat er in Syrië überhaupt nog een gematigde oppositie?

Er is enige tijd sprake geweest van Nederlandse steun aan de Syrian National Council. Dat proces heeft overigens niet lang geduurd. De Syrian National Council bleek geen succes en tegenwoordig is er een lappendeken aan oppositiebewegingen in Syrië. En ja, het is inderdaad moeilijk te voorkomen dat humanitaire hulp bij terroristische groepen terecht komt. De situatie in Syrië is zeer onoverzichtelijk.

Posted on

Zogenaamd belangrijkste oppositiegroep Syrië frustreert onderhandelingen

Veel media berichten dat “de belangrijkste Syrische oppositiegroep“,* het zogenaamde “Hoge Onderhandelingscomité” eist dat president Assad vertrekt zonder dat de bevolking zich daarover uit kan spreken.

De typering van het “Hoge Onderhandelingscomité” als “de belangrijkste Syrische oppositiegroep” is echter zeer dubieus. Het samenwerkingsverband van islamistische strijders met de bombastische naam werd pas in december vorig jaar opgericht. Aan de organisatie zijn nagenoeg geen bekende politici, laat staan oppositieleiders verbonden.

Het belangrijkste oogmerk van de door Saoedi-Arabië gesponsorde groep lijkt het frustreren van de onderhandelingen te zijn. Zo weigert het HOC met vertegenwoordigers van de Syrische regering om de tafel te gaan. VN-bemiddelaar Staffan de Mistura sprak vrijdag in Geneve dan ook alleen met vertegenwoordigers van de Syrische regering, terwijl het HOC zelfs weigerde indirect via De Mistura met de Syrische regering te onderhandelen. Het HOC eist simpelweg dat Assad verdwijnt.

Daarnaast kunnen er sowieso vraagtekens gesteld worden bij de zin van de onderhandelingen, wanneer belangrijke andere groepen niet vertegenwoordigd zijn. Zo is de Syrisch-Koerdische Democratische Unie Partij (PYD) niet uitgenodigd voor de gesprekken, terwijl deze partij met haar gewapende tak een belangrijke speler in de strijd tegen ‘Islamitische Staat’ (IS) is.

De deelname van de Koerden aan de onderhandelingen werd effectief tegengewerkt door de Turken. De Turken willen het ontstaan van een onafhankelijke  Koerdische staat in Noord-Syrië voorkomen. Vertegenwoordigers van de PYD verlieten Geneve vrijdag dan ook.

Ook de Syrische Democratische Raad, die verschillende Koerdische, Arabische en christelijke groepen vertegenwoordigd is niet betrokken in de gesprekken.

Het zogenaamde Hoge Onderhandelingscomité werd in december 2015 in de Saoedische hoofdstad Riaad opgericht en wordt naast Saoedi-Arabië onder andere door Qatar en Turkije gesteund. Het Al Nusra Front werd door de Saoedische autoriteiten niet uitgenodigd voor deze conferentie omdat het deel uitmaakt van het Al Qaida-netwerk. Diverse andere salafistische organisaties zoals Jaysh al-Islam en Ahrar al-Sham nemen wel deel aan het comité. Deze en andere organisaties maken weer deel uit van andere samenwerkingsverbanden met het Al Nusra Front.

Het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken deelde zaterdag mee dat minister Sergei Lavrov en zijn Amerikaanse ambtsgenoot John Kerry op 11 februari de eerste balans van de gesprekken op te willen maken. Mogelijk wordt er op 11 februari een treffen over Syrië gehouden in de marge van de Veiligheidsconferentie in München.

Intussen rukt het Syrische leger, ondersteund door de Russische luchtmacht, op in het noordwesten van Syrië. Dit tot misnoegen van Turkije dat dan ook prompt met een nieuwe vermeende schending van haar luchtruim door de Russen op de proppen kwam.

__________

* Dat bij uiteenlopende media woordelijk dezelfde formulering te vinden is, maakt maar weer eens duidelijk hoe zeer media op berichtgeving door een klein aantal persbureau’s leunen.