Posted on

Rusland vergemakkelijkt verstrekking paspoort aan inwoners Donbass

De Russische president Poetin heeft een presidentieel decreet getekend waardoor inwoners van de Donbass gemakkelijker een Russisch paspoort kunnen krijgen. Dat kwam hem op een sterke veroordeling vanuit Oekraïne en de VS te staan. Een dag na de uitvaardiging van het decreet nam de Verchnova Rada een reeds lang besproken voorstel voor een ingrijpende nieuwe taalwet aan, die niet-Oekraïense talen verder uitbant.

Sprekend voor de Raad van Wetgevers (een gremium bestaande uit de voorzitters van de Doema en de Federatieraad en hun plaatsvervangers, alsmede de voorzitters van verschillende commissies in beide kamers van het parlement en de voorzitters van de parlementen van de deelgebieden van de federatie) lichtte president Poetin zijn decreet waardoor inwoners van de Donbass gemakkelijker de Russische nationaliteit kunnen ontvangen toe.

“In principe hebben wij geen behoefte om problemen te creëren voor de nieuwe Oekraïense macht. Maar om een situatie te tolereren waarin mensen die leven op het territorium van deze Donetsk- en Loeganskrepublieken hun burgerrechten volledig ontnomen worden, dit gaat de grenzen al te buiten in termen van mensenrechten. Ze mogen niet normaal heen en weer bewegen, ze mogen niet in hun meest elementaire behoeftes voorzien. Dit is een zuiver humanitair vraagstuk.”

Het verwijzen naar humanitaire gronden voor de versimpeling is niet uit de lucht gegrepen. Dat de Volksrepublieken Donetsk en Loegansk niet worden erkend betekent dat veel inwoners van het gebied geen internationaal paspoort meer hebben. Als ze al een Oekraïens internationaal paspoort hadden aan het begin van het conflict kan deze zijn verlopen of kwijtgeraakt in de oorlog. Sommigen kunnen mogelijk het territorium van Oekraïne niet meer in vanwege mogelijke represailles. Paspoorten kunnen om die redenen niet opnieuw worden aangevraagd. Wel hebben de twee niet-erkende landen hun eigen paspoorten uitgegeven. Die worden echter alleen in Rusland geaccepteerd.

Paspoorten niet uitgedeeld, maar aan te vragen

Het Russische ministerie van Binnenlandse Zaken legt in een verklaring uit dat de regeling vooral bedoeld is voor personen die permanent wonen op het territorium van de Volksrepublieken Donetsk en Loegansk (DNR en LNR). Hierbij hoeft de aanvrager geen afstand te doen van zijn Oekraïense nationaliteit, mocht hij deze nog bezitten. In de verklaring is sprake van het accepteren van verzoeken van personen in de bovenstaande categorie langs ambtelijke weg vanuit de LNR en de DNR. De verzoeken zullen vervolgens worden beoordeeld in het Russische Rostov Oblast. Binnen drie maanden moet er een antwoord volgen, waarna het paspoort zal moeten worden opgehaald in Rusland. Mogelijk zal het ophalen aan de grens zelf kunnen.

Dat paspoorten worden ‘uitgedeeld’, zoals de Volkskrant beweert, is op basis van informatie die nu bekend is onjuist. Ook is er geen sprake van dat Rusland de nationaliteit van inwoners van de Donbass verandert zoals de scheidende Oekraïense president Porosjenko beweert. Inwoners moeten zelf de aanvraag indienen en worden niet gevraagd de Oekraïense nationaliteit op te geven.

Nieuwe president

Het presidentiële decreet komt slechts drie dagen na de Oekraïense presidentsverkiezingen waarin Zelensky met een overgrote meerderheid van de stemmen heeft gewonnen. De toekomstige president van Oekraïne heeft te kennen gegeven met Rusland (maar niet met de DNR en LNR) te willen onderhandelen over het stoppen van de oorlog in Donbass. Zelensky stelde daarnaast een ‘informatie-oorlog’ te willen starten om de oorlog in Oekraïne te beëindigen. Hij nodigde journalisten en bloggers uit hem te helpen.

Nauw contact met oligarch Kolomoisky

Zelensky wordt ervan verdacht de kandidaat te zijn voor de oligarch Kolomoisky. In de afgelopen paar weken is meer duidelijk geworden over de verhouding tussen Kolomoisky en Zelensky. Onder andere is gebleken dat de acteur die in dienst was bij het TV-kanaal 1+1 van Kolomoisky en tijdens de campagne stelde geen contact met Kolomoisky te onderhouden, de oligarch de afgelopen jaren 14 keer heeft bezocht in Geneve en Tel Aviv. Daarnaast zou de zender van Kolomoisky veel aandacht besteed hebben aan de kandidatuur van Zelensky en zouden ze dezelfde advocaat hebben.

Kolomoisky is mogelijk de machtigste oligarch van Oekraïne. De eigenaar van PrivatBank is er vandoor gegaan met de tegoeden van veel inwoners van de Krim. Daarnaast is Kolomoisky betrokken bij een omvangrijk fraudeschandaal. Verder is de oligarch bekend om zijn financiële steun aan een reeks ultranationalistische gewapende groeperingen die tegen de separatisten in Oost-Oekraïne vechten.

Oekraïense reacties

De Oekraïense minister van Defensie Oleksandr Toertsjynov stelde: “Poetin creëert de wettelijke voorwaarden voor het officieel gebruik van de strijdkrachten van de Russische Federatie tegen Oekraïne. (…) Dit omdat de Russische wetgeving het toelaat haar strijdkrachten in te zetten om Russische burgers te beschermen buiten de Russische grenzen.” Toertsjynov voegt eraan toe dat de enige reactie hierop het versterken van de defensiecapaciteiten en het invoeren van strengere sancties is.

De permanente vertegenwoordiger van Oekraïne naar de VN, Volodimir Jeltsjenkov, meldde op twitter:

“Opgedragen door Petro Porosjenko, heb ik al een beroep gedaan op de VN Veiligheidsraad. Deze onbeschaamde stap is in tegenspraak met de Minsk-akkoorden die zijn goedgekeurd door de Veiligheidsraad.”

Ook de VS hebben fel gereageerd. In een verklaring schreef het State Department: “De VS veroordeelt de beslissing (…) door Poetin om versneld Russisch burgerschap te verlenen aan Oekraïners die leven in het door Rusland gecontroleerde deel van Oost-Oekraïne. Rusland, via deze hoogst provocatieve actie, intensiveert zijn aanval op Oekraïnes soevereiniteit en haar territoriale onafhankelijkheid.”

Nieuwe Oekraïense taalwet

De dag na het Russische presidentiele decreet nam de Verchnova Rada, het Oekraïense parlement, de wet ‘Over de Oekraïense taal’ aan. Een wet die 7 maanden geleden al besproken werd. De wet stelt dat de officiële taal van Oekraïne Oekraïens wordt. Voor veel functies wordt het daarom verplicht om de taal te spreken. In alle educatieve instellingen moeten lessen worden gegeven in het Oekraïens. In gebieden waar minderheidstalen worden gesproken (bijvoorbeeld Hongaars of Russisch) wordt de balans geregeld via de wet ‘Over de nationale minderheden’.

TV-uitzendingen moeten in het Oekraïens zijn, indien het buitenlandse programma’s zijn moeten ze worden overgesproken in het Oekraïens. Gasten die geen Oekraïens spreken moet het kanaal vertalen. In de gedrukte media moeten 50% van de boeken en tijdschriften die worden aangeboden in het Oekraïens zijn. Geprinte media mogen worden gedrukt in andere talen, maar verplicht is dat er ook in het Oekraïens wordt gedrukt. Verslag van sportevenementen moet in het Oekraïens. De wet wordt gehandhaafd met boetes die dezelfde orde van grote hebben als een gemiddeld maandsalaris. Ook wordt het voor Oekraïners verplicht de Oekraïense taal te spreken.

Videobijschrift: Nadat bekend wordt dat de Verchnova Rada de wet ‘Over Oekraïense taal’ heeft aangenomen, scandeert een groep demonstranten ‘Goed gedaan!’ en de (inmiddels ingeburgerde, maar van Nazi-collaborateurs afkomstige) groet schreeuwende: “Eer aan Oekraïne! Eer aan de helden!”) Waarna de groep het Oekraïense volkslied inzet.

‘200 000 ton aan diplomatie’

Bijna tegelijkertijd met het bekend maken van het decreet bleek dat de Amerikaanse ambassadeur in Rusland, Jon Huntsman was afgereisd naar een vliegdekschip in de Middellandse Zee. Voor het eerst sinds 2016 zijn er in de Middellandse Zee twee Carrier Task Groups aanwezig, beide bestaande uit een vliegdekschip begeleid door andere marineschepen. Aan boord verklaarde Huntsman aan CNN:

“Als je 200 000 ton aan diplomatie hebt dat door de Middellandse Zee kruist – dat is wat ik diplomatie noem, dat is wat ik voorwaarts ingezette diplomatie noem – dan hoeft niets meer te worden gezegd. Je hebt alle zelfvertrouwen dat je nodig hebt om aan tafel te zitten en te proberen oplossingen te vinden voor de problemen die ons nu al vele jaren verdelen.”

Inmiddels is bekend geworden dat Rusland een onderzeeër van de Zwarte Zeevloot door de Bosporus heeft laten varen. Het Verdrag van Montreux staat het varen van onderzeeërs door de straat alleen toe indien de onderzeeër wordt gerepareerd. De Stary Oskol, die in dienst is genomen in 2015, zou inderdaad op weg zijn naar reparatie. Dergelijke transits door de Bosporus zijn zeer zeldzaam. Toch is dit nu de tweede onderzeeër die doorvaart binnen 40 dagen.

Oekraïne zegt verdrag op

Vlak voor het uitvaardigen van het decreet door Poetin zegde Oekraïne een verdrag op dat haar verplicht geheime uitvindingen uit de Sovjet-tijd daadwerkelijk geheim te houden.

Uitgifte Russische paspoorten in het verleden

Het is niet de eerste keer dat Rusland paspoorten verstrekt aan mensen buiten de Russische Federatie. Een vergelijkbaar scenario speelde zich af in Zuid-Ossetië en Abchazië, twee niet-erkende landen die zich af hebben gescheiden van Georgië. Nadat toenmalig president Saakasjvili bekend maakte geen pensioenen en andere sociale zekerheid meer uit te betalen aan de burgers van Abchazië en Zuid-Ossetië, begon Rusland met het uitgeven van Russische paspoorten. Op die manier werd het voor inwoners van de niet-erkende landen makkelijker om een pensioen te ontvangen, zij het via de Russische Federatie.

Het Russische burgerschap van een groot aantal Abchazen en Zuid-Osseten en het willen beschermen van haar burgers in het buitenland, was een bijkomend argument voor Rusland om Zuid-Ossetië bij te staan toen er oorlog uitbrak met Georgië.

De Russische Federatie is overigens niet het enige land in de wereld dat buitenlanders (onder voorwaarden) in staat stelt het staatsburgerschap te verwerven. Ook Israël, Duitsland, Griekenland en Hongarije hebben bijvoorbeeld dergelijk beleid.

Posted on

Een schijnbaar onbegrijpelijke foto

Kijkt u eens goed naar de foto hierboven. Neem de tijd. Wat ziet u? De tekst zal ik u vertalen. De tekst die boven Poetins hoofd prijkt vertaalt zich als “De Krim is in mijn hart.” In het water staat groot “Rusland” geschreven. De twee moeilijk te plaatsen vlaggen op de schouders van de kinderen zult u niet terug kunnen vinden bij de Verenigde Naties: dit zijn de vlaggen van de Volksrepublieken Donetsk en Loegansk.

Contrast

Dat de Donbass als een grauw en grijs concentratiekamp is afgebeeld lijkt te suggereren dat het hier om een pro-Oekraïense boodschap gaat. Maar waarom is de Krim dan een zee van pracht, praal en kleuren omringt door jachten? Poetin spreekt een massa mensen toe. Ook de Volksrepublieken Donetsk en Loegansk, twee niet-erkende landen in het oosten van Oekraïne, worden afgebeeld, als twee onschuldige meisjes met alleen Christus die hen bijstaat.

Onbegrijpelijk

De poster is te positief over Rusland om Oekraïense propaganda te zijn. Tegelijkertijd is het te negatief over de Donbass om door te gaan voor een lofzang op het beleid van Rusland. Het is een foto die onbegrijpelijk lijkt voor journalisten van het type ‘Des te meer je weet over Rusland des te minder je haar begrijpt’.

Teleurstelling

De foto is geen hulde aan het patriottisme van Rusland, noch aan dat van Oekraïne. Het is een uitdrukking van teleurstelling van mensen, vaak wonende in Donbass, dat Rusland hen in de steek heeft gelaten. Dit komt de lezer mogelijk vreemd over: Was de Donbass niet dat gedeelte van Oekraïne wat Rusland heeft ingenomen door daar massaal Russische troepen naar toe te sturen en waarover constant wordt gesproken in termen van ‘hybride oorlog’?

In de steek gelaten

Niet volgens een deel van de bevolking. Het loon is er laag, werk is er weinig, veel bedrijven zijn vertrokken. Rusland heeft de helpende hand uitgestoken naar de Krim en dit werd deel van Rusland. Maar voor de Donbass wachtte een ander lot: het werd niet opgenomen in de Russische Federatie en ook erkenning van de Volksrepublieken bleef uit. Het ziet er ook niet naar uit dat die erkenning snel zal komen. Veel mensen in de Donbass voelen zich door Rusland verraden. Niet vanwege een grote militaire, economische steun, maar juist omdat Rusland in hun ogen te weinig heeft gedaan.

Vijf jaar Volksrepubliek Donetsk

Een twitteraar postte deze foto vijf jaar na het uitroepen van de Volksrepubliek Donetsk op 7 april 2019. Hij voorzag de foto van het bijschrift:

En God vroeg Kaïn:
“Waar is jouw broer Abel?”
En Kaïn antwoordde:
“Ben ik dan de beschermer van mijn broer?”

Cynisch voegde de twitteraar er nog aan toe: “Broeders en zusters, gefeliciteerd met de vijfde verjaardag van de Volksrepubliek Donetsk.”

Posted on

“De VS en Rusland vechten tot de laatste Oekraïense patriot”

Aan beide kanten in het gewapende conflict in Oekraïne vechten patriotten, aldus de Oekraïense journalist Ruslan Kotsaba. Veel gewone mensen hebben zich in 2013 laten misleiden door propaganda. Zelf heeft Kotsaba zich verontschuldigd voor zijn deelname aan de Euromaidan die een staatsgreep mogelijk maakte. Inmiddels wordt hij door Kiev reeds voor de tweede maal vervolgd wegens landverraad.

De Oekraïense journalist Ruslan Kotsaba werd in 2015 door de Oekraïense staat aangeklaagd wegens landverraad. De uit West-Oekraïne afkomstige journalist, die in 2013 openlijk zijn steun had uitgesproken voor de EuroMaidan, had zich op zijn eigen Youtube-kanaal tegen de mobilisatie uitgesproken. Uiteindelijk werd hij vrijgesproken voor landverraad. Maar hoewel Amnesty International hem erkende als politieke gevangene, werd Kotsaba wel een gevangenisstraf opgelegd voor het hinderen van het leger. Sinds januari 2019 staat hij opnieuw terecht voor landverraad.

Tijdens Kotsaba’s korte verblijf in Nederland zocht Novini hem op. In dit eerste deel van een tweetal interviews spreken we met hem over het conflict in Oekraïne van 2014 tot de dag van vandaag. Kotsaba kan zich hierbij beroepen op zijn verslaglegging van de Maidan. Hij heeft als één van de weinige Oekraïense journalisten de burgeroorlog van beide zijden laten zien.

Posted on

Drastische bevolkingsdaling Baltische staten

De directeur van het Litouwse Centrum voor Sociaal Onderzoek, Sarmine Mikulioniene uit bezorgdheid over de bevolkingsdaling in de Baltische staten in het algemeen en Litouwen in het bijzonder.

In de eerste plaats trekken mensen tussen de 18 en 30 jaar oud sinds de jaren ’90 naar het westen en is dit verschijnsel sterk toegenomen sinds de toetreding tot de Europese Unie in 2004. Hoofdreden is de mogelijkheid om beter te verdienen. Hoewel de economie in de Baltische staten zich positief ontwikkelt, is vooral bij de lonen nog een duidelijke kloof met West-Europa zichtbaar.

Waar in bijvoorbeeld Duitsland het doorsnee uurloon bij 15,70 euro ligt, is dat in Letland slechts 3,35 euro. De toetreding van Letland tot de EU leidde tot een massale uittocht van arbeidskrachten, vooral naar Ierland en Groot-Brittannië, maar ook andere West-Europese landen gelden bij de Balten als aantrekkelijker dan hun eigen arbeidsmarkt.

Diverse andere landen hebben met een vergelijkbare uittocht te maken. Vooral Letland, Litouwen, Bulgarije en Moldavië hebben te kampen met een drastische krimp van de bevolking. Mikulioniene waarschuwt: “De situatie is zeer zorgwekkend. In Litouwen zijn 2.000 dorpen volledig verdwenen, we sluiten universiteitsafdelingen en kunnen geen mensen vinden voor het werk.”

De bevolkingsdaling bedraagt in Litouwen 23 procent sinds 1991. Wanneer steeds meer jonge mensen hun land verlaten, heeft dat voor het land in kwestie als gevolg dat de bevolking snel vergrijst. Zowel de economie als het pensioenstelsel zuchten hieronder.

Letland kampt met 27 procent nog sterker met bevolkingsdaling. Wanneer mensen in de vruchtbare leeftijd wegtrekken, betekent dat ook dat in hun thuisland minder kinderen geboren worden. De bevolkingsdichtheid is in Litouwen gedaald naar 44 inwoners per vierkante kilometer, in Letland zelfs naar 29. Ter vergelijking: Nederland heeft 411 inwoners per vierkante kilometer en Duitsland 231.

Naast de Balten die naar het Westen trekken, zijn veel etnische Russen vanuit de Baltische staten naar Rusland vertrokken. In Rusland geldt al langer een vereenvoudigde naturalisatieprocedure. Het is een van de manieren waarop Moskou de eigen negatieve demografische ontwikkeling af probeert te remmen. Sinds 2014 hebben zo’n 600.000 etnische Russen uit diverse voormalige Sovjetrepublieken daar gebruik van gemaakt. Velen kwamen uit de Oekraïne of Kazachstan, maar ook uit de Baltische staten, waar hun rechten sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie aanzienlijk beperkt zijn. Zo zijn veel van de etnische Russen die vaak al generaties in de Baltische staten wonen stateloos. In Litouwen vormen etnische Russen zo’n vijf procent van de bevolking, maar in Estland en Letland is ongeveer een kwart van de bevolking van Russische afkomst.

In Estland stijgt het geboortecijfer sinds enkele jaren weer licht, doordat de regering een aantal prikkels in het leven geroepen heeft. Zo krijgt de ouder die thuisblijft een vergoeding ter hoogte van het laatste loon voor het zwangerschapsverlof en moeten werkgevers naar de andere ouder flexibel zijn.

Posted on

Wonen op de frontlinie in Oekraïne

Toegang Zaitsevo Oekraine

Een monument voor de Tweede Wereldoorlog, middenin het dorp, trek direct de aandacht. Doordat het vlakbij een vernietigd gebouw staat valt de verse verflaag meteen op. “We hebben het monument al drie keer gerestaureerd. Ze weten waar ze schieten, het is een monument ter ere van de veteranen van de Tweede Wereldoorlog”, zo legt Irina Dikoen, de burgemeester van Zaitsevo uit. “Wanneer 9 mei, Bevrijdingsdag, dichterbij komt, worden alle monumenten vernietigd.”

Het vernietigde huis waar we naar kijken was vroeger het gemeentehuis van Zaitsevo. De vorige burgemeester werkte vroeger in dit gebouw. Hij verliet het dorp, maar niet voordat hij het gemeentegebouw had vernietigd met de hulp van drie tanks. Een ‘nieuw’ gemeentehuis staat vlakbij, maar de toestand van het gebouw laat veel te wensen over. De buitenkant is bezaaid met kogelgaten en gebroken ramen. In het kantoor van Dikoen zijn de meeste ramen gesloten met behulp van houten borden. Alleen een deel van het venster is afgeschermd met transparant plastic. Ondanks de moeilijkheden hangt er een vlag van de Volksrepubliek Donetsk (DNR) aan de muur. Twee foto’s zijn aan de vlag gespeld; één van Aleksandr Zachartsjenko, het hoofd van de DNR, de andere is een foto van president Poetin.

“Kijk. Gisteren, het mag dan wel niet een zwaar gevecht zijn geweest, maar het vuurgevecht duurde de hele nacht”, legt Dikoen uit. Zaitsevo ligt in Oekraïne, niemand zal het daar mee oneens zijn. Toch, een ander deel van het dorp ligt in een land dat geen ander land in de wereld erkent: De Volksrepubliek Donetsk (DNR). Het dorp ligt niet alleen vlakbij de frontlinie, de frontlinie gaat midden door het dorp heen. Het gevolg is dat het dorp bijna dagelijks onder vuur ligt. Wanneer Dikoen, zelf moeder van twee kinderen, wordt gevraagd hoe mensen in het dorp leven, antwoord ze: “Hier leven we niet, we overleven. Hoe kan je leven wanneer je bang bent naar buiten te gaan? Hoe kan je je kinderen naar buiten laten gaan als al drie keer mortieren zijn geland op de speelplaats?”

“Het gelach van kinderen hangt niet langer in de lucht. We vragen onze kinderen: ‘Wat moeten wij doen zodat jullie in orde zullen zijn?’ Er is alleen maar één antwoord: ‘Dat de oorlog moet eindigen’. Terwijl Dikoen vertelt begint ze te huilen. “De kinderen weten met wat voor kaliber er wordt geschoten. Ze weten wanneer een tank schiet, wanneer een BMP (een infanteriegevechtsvoertuig, red.) schiet, wanneer zware wapens worden gebruikt. Is dat een leven voor kinderen? Is dat een jeugd voor kinderen?”

Eén van de families in het dorp vertelt hun verhaal. Het is een familie van vier: een moeder met haar twee dochters en hun grootmoeder. De familie vertelt over hun leven in Zaitsevo en hoe de kinderen naar school gaan. “Ze hebben een busdienst gecreëerd van en naar school.” De dienst werd ingesteld omdat de school in Zaitsevo in een slechte staat verkeert, in het bijzonder sinds het dorp onder vuur kwam te liggen. Eén van de meisjes vertelt zelfs dat glas door de school vloog. Haar moeders woordgebruik imiterend: “Dank God dat niemand gewond is geraakt.”

De twee meisjes vertellen verhalen van mortiergranaten die rondom hen zijn gevallen terwijl ze op de schoolbus wachtten. Verhalen van kogels die door hun tent vlogen terwijl ze speelden in de tuin of verhalen over hoe ze van de speeltuin wegrenden toen er werd begonnen met schieten. De vraag die zich opdringt is: ‘Waarom verhuizen jullie niet naar elders?’ Tanya, de moeder van de meisjes antwoordt: “Maar waar moeten we naartoe? We hebben geen pensioen, we hebben niets. Alleen één persoon werkt, dat geeft ons 500 roebel (ongeveer 7 euro, red.) eens per twee weken. Dat is alles. Waar kan ik naartoe? Hier heb ik mijn eigen aardappelen. Maar als ik naar een appartement verhuis, moet ik dan mijn hand ophouden?”

 

Zaitsevo is misschien wel één van de meest bekende frontlinie-dorpen in de DNR. Ondanks dat, klaagt Svetlana over het gebrek aan interesse in het dorp. “Niemand komt naar ons toe.” Ze doelt daarmee echter niet op journalisten, die hier best vaak komen. Ze heeft het over de OVSE-missie. Sarcastisch voegt ze toe: “Daar, daar zijn mensen, maar hier niet. Hier zijn geen kinderen, geen mensen, geen vrouwen. Hier zijn alleen ‘separs’ (een Oekraïens scheldwoord voor de inwoners van de volksrepublieken,red.)”. De grootmoeder gaat verder: “Wat zijn separs? De separ die vrede wil, die een normaal leven wil zodat zijn kinderen in vrede kunnen leven? Is dat een separ? Ik zal niet rondrennen met een pan op mijn hoofd terwijl ik schreeuw ‘Glorie aan Oekraïne!’ (deel van een veelgebruikte leus van Banderisten, red.). Ja, laat er voorspoed zijn in Oekraïne, maar laat ze ons niet aanraken.”

Dit sentiment lijkt te worden gedeeld door de burgemeester. Iets eerder maakte zij eenzelfde opmerking. Ze vertelde over burgers die dagelijks naar de DNR rezen vanuit Oekraïne. Toen deze mensen werden gestopt op de grens en werden ondervraagd waarom ze niet in Oekraïne werkten, was het antwoord: ‘Geef me werk hier en ik zal in Oekraïne blijven!’ De burgemeester vertelt over een vader, ook op Oekraïens territorium, terwijl er een geweer op hem werd gericht werd hij met de dood bedreigd. Hij werd alleen vrijgelaten toen hij smeekte te worden vrijgelaten, niet voor hemzelf, maar voor het belang van zijn kinderen. “Toen het Oekraïense leger hier was, werden dat soort gevallen niet waargenomen. Toen Aidar, Dnjepr, Rechtse Sector (ultranationalistische vrijwilligersbataljons die inmiddels in het Oekraïense leger geïntegreerd zijn, red.) hier kwamen, toen begonnen de klachten. Toen begonnen de tranen te stromen.”

Terwijl het einde van het interview met de burgemeester naderde, vroeg ik haar wat haar hoop was voor de toekomst. Ze begon herinneringen op te halen over hoe prachtig het dorp vroeger was, dat mensen er kwamen voor vakantie, de prachtige bossen, het schone water. “Ik hoop dat mijn dorp zal bloesemen.”, verteld Irina Dikoen, “Ik weet dat de Volksrepubliek Donetsk zal helpen om huizen en de rest te herstellen. We leven met deze hoop: dat alles goed zal zijn. En dat we dit allemaal zullen herinneren als een vreselijke droom.”

Posted on

De omvang van de Russische aanwezigheid in Donbass

In een aantal video’s en rapporten van de afgelopen dagen legt de OVSE opnieuw de vinger bij de betrokkenheid van Rusland in het conflict in Oost-Oekraïne. De betrokkenheid van Rusland heeft tot veel kritiek uit westerse landen geleid. In dit artikel een korte weergave van de betrokkenheid van Rusland in het conflict in Oost-Oekraïne en de omvang hiervan. Daarnaast wordt ingegaan op een aantal juridische en ethische zaken die verband houden met de Russische aanwezigheid in Oost-Oekraïne.

De militaire aanwezigheid van Rusland in Oekraïne is op zich geen nieuws. Zelfs president Poetin heeft erkend dat er tot op zeker hoogte een Russische militaire aanwezigheid is in Oekraïne. Er blijft echter onduidelijkheid over hoever deze Russische militaire aanwezigheid precies gaat. In dat opzicht zijn een aantal recent gepubliceerde drone-beelden van de OVSE erg interessant.

Op de drone beelden is te zien hoe een colonne vrachtwagens vanuit grondgebied dat onder controle van de Volksrepubliek Donetsk en Loegansk staat in het midden van de nacht naar Russisch grondgebied toe rijdt. Eveneens is te zien hoe de colonne tegemoet wordt gereden door een konvooi vrachtwagens dat Oekraïne inrijdt. De videobeelden zijn bijzonder interessant omdat de beelden laten zien dat de colonne de Russische grens oversteekt. Wat de lading was die de vrachtwagens transporteerden is niet duidelijk. Wel moet erbij woren vermeld dat er in de DNR en LNR een avondklok geldt in verband met de oorlog.

In dezelfde week deed de OVSE nog een ontdekking. In een rapport maakte ze het volgende bekend:

In niet-door-de-overheid-gecontroleerde gebieden spotte op 28 juli een mini-drone vier verschillende elektronische oorlogsvoeringssystemen (een Leer-3 RB-341V, een 1L269 Krasukha-2 en RB-109A Bylina en een anti-drone systeem, Repellent-1) bij Tsjornuchyne (64 zuidwestelijk van Loegansk), allen werden voor de eerste keer gezien door de Waarnemingsmissie.

Voor al dit materiaal geldt dat het om gloednieuw Russisch materiaal gaat. De RB-109A Bylina bevindt zich zelfs nog in de testfase. De wapensystemen konden dus niet zijn buitgemaakt op het Oekraïense leger.

Dit is echter niet de eerste keer dat dergelijke beelden opduiken. Eveneens bekend is het verschijnen van een  modern Russisch wapensysteem Pantsir-S in Loegansk. Het gloednieuwe luchtdoelraketsysteem werd waargenomen in Loegansk rond de tijd van de slag om Debaltsevo. Ook hier gaat het om een wapensysteem wat niet door Oekraïne wordt of werd gebruikt en zodoende door Rusland moest zijn geleverd.

Pantsir-S anti-luchtsysteem rijdt door de straten van Loegansk in Februari 2015, rond de tijd van de slag om Debaltsevo.

Een ander voorval is toen de Engelse journalist Graham Phillips, die bekend staat om zijn positieve houding naar de DNR en LNR, in één van zijn video’s bij de slag om Debaltsevo in 2015 een colonne T-72B3M’s liet zien. Het gaat hier om de meest moderne versie van de T-72-tank die evenmin in gebruik is bij het Oekraïense leger en dus uit Rusland afkomstig was.

Daarnaast bestaat er een beroemde reportage van VICE News die sterk in de richting wijst van de aanwezigheid van reguliere troepen van het Russische leger. In de reportage reproduceert de journalist Simon Ostrovsky een aantal foto’s die gemaakt zijn door een officier van het Russische leger. Ostrovsky laat zien dat één van de foto’s van de desbetreffende dienstdoende officier hoogstwaarschijnlijk in Oost-Oekraïne is gemaakt ten tijde van de eerder genoemde slag om Debaltsevo.

De grenzen van de Russische militaire aanwezigheid

Met het bovenstaande is nog niet alles gezegd. De aanwezigheid van het Russische leger in Oost-Oekraïne wordt veelal groter voorgesteld dan ze naar alle waarschijnlijkheid is. Misschien wel het bekendste voorbeeld hiervan is een persconferentie van de Oekraïense president Porosjenko aan het begin van het conflict. Op de conferentie houdt Porosjenko o.a. een aantal Russische paspoorten omhoog en gebruikt dit om aan te tonen dat er Russische troepen aanwezig zijn in Oekraïne. Het beeld van Porosjenko met de paspoorten in de hand levert weliswaar mooie plaatjes, maar aantonen dat het Russisch leger massaal in Donbass aanwezig is doet het niet. Iedere Rus die het leger ingaat moet namelijk zijn paspoort inleveren en krijgt daarvoor in de plaats een militair biljet. Reizen naar het buitenland, buiten missies om, is daarmee niet mogelijk. Daarenboven kan de soldaat na zijn dienst vijf jaar het land niet uit.

(foto: Widmann/MSC)

De mediastunt van Porosjenko heeft daarentegen eerder het tegenovergestelde aangetoond: namelijk dat tussen de rebellen veel Russische burgers dienstdeden. (Overigens waren er aan de zijde van DNR en LNR niet alleen vrijwilligers uit Rusland, er waren ook Serven, Wit-Russen, Moldaviërs, Kazakken,etc.) Dit beeld werd bevestigd door de Amerikaanse journalist George Eliason die een invasief paspoort- en wapenonderzoek heeft uitgevoerd in het door rebellen gecontroleerde gebied in 2014, aan het begin van het conflict. Eliason geeft aan bij vele checkpoints te zijn gestopt die door het Prezrak-Bataljon werden gecontroleerd en daar checks te hebben uitgevoerd van paspoorten en wapens van soldaten. Hoewel hij ook een aantal Russische vrijwilligers is tegengekomen geeft hij aan dat Oekraïense paspoorthouders verreweg de meerderheid vormden. De grootste groep buitenlanders die hij bij elkaar aantrof waren tien Spanjaarden. Wat wapens betreft geeft hij aan dat het meest moderne wapen dat hij in die tijd is tegen gekomen een Kalasjnikov was van bouwjaar 1963. Het type wapen dat tegenwoordig door het Russische leger wordt gebruikt is begin jaren `90 geproduceerd.

In dit opzicht van Russische troepen in Donbass is de bewoording van het Amerikaanse State Department (ministerie van Buitenlandse Zaken) voor de milities van de LNR en DNR interessant. Het State Department refereert namelijk veelal aan de rebellen als ‘Russian-led forces’. Deze bewoording wordt onder andere gebruikt door de speciale afgevaardigde van de VS voor het conflict in Oekraïne, Kurt Volker, als de woordvoerster van het State Department Heather Nauert. Er wordt dus niet gesproken over het Russische leger, hoewel een lezer niet bekend met het onderwerp misschien wel met deze indruk achterblijft.

De woordkeuze van het State Department is in overeenstemming te brengen met het antwoord dat president Poetin eind 2014 heeft gegeven op de vraag van een Oekraïense man. Tijdens een Q&A-sessie die live werd uitgezonden op de Russische televisie deed de Oekraïner Poetin de groeten van twee Russische soldaten die zich vermeend in Oekraïense gevangenschap bevonden. Poetin antwoordde:

“We hebben nooit gezegd dat daar (in Donbass, red.) geen mensen zijn die zich daar bezighouden met het oplossen van bepaalde vragen, inclusief in de militaire sfeer. Maar dat betekent niet dat daar een aanwezigheid is van reguliere Russische troepen. Voel het verschil.”

De permanente aanwezigheid van Russen in de Donbass zal vermoedelijk commandanten betreffen (uitgaande van de woordkeuze van het State Department) en specialisten. Het is bijvoorbeeld onwaarschijnlijk dat het hierboven besproken Pantsir-S luchtdoelraketsysteem wordt bediend door lokale soldaten. Om een dergelijk systeem en elektronische oorlogsvoeringssystemen te bedienen is een aanzienlijke training nodig die niet voorhanden is in de DNR of LNR. Ook kan gedacht worden aan de aanwezigheid van Russische speciale eenheden of trainers.

Voor de permanente inzet van het reguliere leger zijn echter geen aanwijzingen. Weliswaar hebben reguliere formaties van het Russische leger hoogstwaarschijnlijk een rol gespeeld in de slag om Ilovaisk en de eerder genoemde slag om Debaltsevo (zie: Gordon M. Hahn, Ukraine over the Edge, p.272-275), op andere momenten zijn er echter geen aanwijzingen dat het reguliere Russische leger aan gevechten heeft deelgenomen in Oekraïne.

Ondanks dat zijn de tussenkomsten van het Russische leger wel op belangrijke momenten gekomen. Tijdens de slag om Ilovaisk zou, zonder de tussenkomst van het Russische leger, de DNR gevallen zijn. Tijdens de slag om Debaltsevo in februari werd een belangrijk spoorwegknooppunt, dat het in december had ingenomen, op Oekraïne heroverd.

Internationale kritiek op Rusland

Met haar steun aan de zelfuitgeroepen volksrepublieken in Oost-Oekraïne heeft Rusland veel kritiek geoogst. Overigens beperkt zich deze kritiek niet alleen tot de militaire steun, maar wordt ook de humanitaire steun die Rusland de DNR en LNR geeft bekritiseerd. Die hulp betreft bijvoorbeeld voedsel, medicijnen en schoolboeken. Volgens internationaal recht is de militaire steun aan de DNR en LNR inderdaad illegaal. Wat echter opvalt is het grote verschil in perceptie in de westerse wereld van wat Rusland in Oekraïne doet in vergelijking met de veelvuldige inmenging van westerse landen in de binnenlandse aangelegenheden van derden.

Het is bijvoorbeeld geen geheim dat de VS in de jaren ’80 de Taliban steunden toen deze verwikkeld waren in een oorlog met o.a. de Sovjet-Unie in Afghanistan. Ook de steun van de VS aan het UÇK in Kosovo is algemeen bekend en is nooit serieus veroordeeld in westerse landen. Actueler is de steun van de Verenigde Staten aan de Koerden in het noordoosten van Syrië. En daarvoor hun steun aan het Vrije Syrische Leger en de westerse bombardementen op Syrië. Dit alles is ook niet in overeenstemming met het internationale recht.

Hoewel Rusland door westerse landen wordt bekritiseerd voor hun steun aan ‘dictator Assad’, is de militaire aanwezigheid van Rusland in Syrië wel legaal. Dit komt omdat het Russische leger op uitnodiging van Syrische regering naar het land is gekomen. Voor de Verenigde Staten is dit niet het geval, Syrisch Koerdistan, voor zover zij de VS hebben uitgenodigd, is geen erkende staat, ook niet door de VS zelf. Eveneens geldt dat de oorlogen die zijn gevoerd door westerse landen tegen andere landen (zoals bijvoorbeeld de oorlogen in Irak en Afghanistan) tegen het internationaal recht ingaan.

Er is een reden voor het verschil in perceptie in het westen van bijvoorbeeld de aanwezigheid van de VS in Syrië of haar handelen in Irak toen de oorlog uitbrak, in vergelijking met de aanwezigheid van bijvoorbeeld Rusland in Oekraïne of in Georgië. In het westen worden veel oorlogen namelijk als humanitaire interventies gepresenteerd (als ‘goede’ oorlogen) die moeten worden gevoerd om een bevolking te beschermen, vrijheid en democratie te brengen, te vechten tegen een dictator, etc. Welke oorlog een ‘goede’ oorlog is en welke oorlog een ‘slechte’  wordt hier aan de lezer overgelaten. Maar of een oorlog ‘goed’ of ‘slecht’ is zegt niets over de legaliteit van een dergelijke oorlog, het internationale recht is hier vrij duidelijk over: Internationaal-rechtelijk is de militaire aanwezigheid van een land op het grondgebied van een ander land pas gerechtvaardigd als het ofwel door de VN gesanctioneerd wordt op grond van massale mensenrechtenschendingen óf het land wordt uitgenodigd op het grondgebied. Dit betekent dat de Amerikaanse aanwezigheid in Syrië evenals de Russische aanwezigheid in Oekraïne illegaal is.

Indien het standpunt wordt ingenomen dat als een oorlog ‘goed’ is, het internationaal recht voor lief mag worden genomen, dan moet echter ook worden gekeken naar de situatie waarin de Donbass-oorlog zich heeft afgespeeld. In dat geval moet in het achterhoofd worden gehouden dat westerse landen openlijk hun steun hebben gegeven aan de staatsgreep die in Kiev heeft plaats gevonden. Het daaropvolgende verbod van politieke partijen die meer georiënteerd waren op federalisering van Oekraïne kan ook dienen om een ‘humanitaire interventie’ te bepleiten. Andere pijnpunten zijn: het voorstellen van het afschaffen van de officiële status van de Russische taal, wat veel kwaad bloed heeft gezet onder de bevolking van de Donbass; het afzetten van de president en het instellen van de interim-regering had geen grondwettelijke basis en beslissingen zijn door het parlement gemaakt onder druk van geweld; het sturen van het leger naar de demonstranten in Donbass ondanks dat er amper onderhandelingen hebben plaatsgevonden tussen de demonstranten en de regering. Ook de aanslag op het vakbondsgebouw in Odessa van 2 mei 2014 en het gebrek aan vervolging van de daders zouden stuk voor stuk goed kunnen dienen als argumenten voor een ‘humanitaire interventie’ van Russische zijde.

De houding van het Westen tegenover het conflict in Oekraïne staat in schril contrast met de houding ten opzichte van het conflict in Libië of Irak: daar waar schendingen van mensen- en burgerrechten in de laatste voorbeelden in het westen als moverende redenen voor interventie gezien worden, zijn de bovengenoemde zaken in Oekraïne niet serieus opgepakt door westerse landen. Veelal genieten deze feiten zelfs amper bekendheid.

Betekent Russische aanwezigheid oorlog?

Niet verrassend blijft de Oekraïense houding ten opzichte van de militaire betrokkenheid in Donbass onverminderd hard. Door Oekraïense politici en media wordt aan de Donbass (maar ook de Krim) gerefereerd als de ‘tijdelijk bezette gebieden’. Veelal wordt er gesproken over ‘Russische agressie’ en ‘Russische militaire aanwezigheid’ en wordt er in hun taalgebruik geen onderscheid gemaakt tussen de soldaten die voor het overgrote deel lokale burgers zijn en de Russische specialisten, commandanten en materieel.

De houding van Oekraïne naar het conflict in Donbass kwam recent opnieuw aan het licht toen Deutsche Welle aan de oorlog in de Donbass refereerde als zijnde een burgeroorlog. Er werd vervolgens een mediaoffensief opgezet vanuit Oekraïne dat Deutsche Welle haar woordgebruik over een ‘burgeroorlog’ zou moeten aanpassen. In deze campagne heeft ook de Oekraïense woordvoerster van het ministerie van buitenlandse zaken Mariana Betsa zich gemengd. Het resultaat is dat Deutsche Welle uiteindelijk haar woorden heeft aangepast als zou het conflict in Donbass geen burgeroorlog zijn.

Er valt wat te zeggen voor het gebruik van de term ‘oorlog’ voor het conflict in Oost-Oekraïne. Maar om de term ‘burgeroorlog’ te vermijden gaat voorbij aan het lokale karakter van de opstand in Donbass. Rusland steunt de DNR en LNR weliswaar, ook met militaire middelen. Sterker nog, zonder Rusland zouden de volksrepublieken niet kunnen bestaan vanwege de sancties vanuit Kiev. Maar het is hetzelfde als zeggen dat de burgeroorlog in Kosovo geen burgeroorlog is maar een oorlog door de steun van de VS aan het UÇK. Eenzelfde soort argument kan worden gebruik voor de situatie in Tsjetsjenië, Libië, Jemen etc. stuk voor stuk conflicten die in het Westen algemeen als burgeroorlog worden beschouwd. Een groot deel van de achterliggende problemen gaat verloren door het conflict een oorlog te noemen waarin alleen Rusland moet stoppen.

Een peiling die vorig jaar is afgenomen in de DNR legt dit bloot. Daarin wordt opnieuw stil gestaan bij het referendum dat in 2014 werd gehouden in de DNR. Van de stemmers heeft destijds 89% voor gestemd voor ‘de akte van staatsonafhankelijkheid van de Volksrepubliek Donetsk’, 10% stemde tegen. Na drie jaar oorlog geeft slechts 55% van de deelnemers van de peiling aan nog steeds hetzelfde te zullen stemmen indien een dergelijk referendum opnieuw zou worden gehouden. De overige 45% stemt tegen. Op de vraag echter welke toekomst voor de DNR door de respondenten van de enquête wordt geprefereerd geeft 65% aan deel te willen worden van Rusland, 18% zou onafhankelijk of met de LNR verder willen, slechts 11% wil terug naar Oekraïne (9% onder voorwaarde van autonomie of in een confederatie).

Hoewel Rusland de zelfuitgeroepen Volksrepublieken in Oost-Oekraïne steunt, inclusief met (beperkte) militaire steun, lijkt de militie in de Volksrepublieken voornamelijk te bestaan uit lokale krachten. Alleen op kritieke momenten zijn deze versterkt door Russische reguliere legereenheden. Dit doet er echter weinig af aan dat er sterke aanwijzingen zijn dat de lokale bevolking weinig sympathie heeft voor een terugkeer naar Oekraïne. Het conflict in Oost-Oekraïne heeft daarom het karakter van een burgeroorlog.

Posted on

Oekraïne en Hongarije in de clinch over taalwet

Een wet die de Oekraïense taal verplicht stelt in Oekraïense scholen leidt tot spanningen tussen Oekraïne en Hongarije. De wet regelt dat, naast de Russische, ook de Hongaarse minderheid onderwijs in het Oekraïens moet volgen in plaats van in hun moedertaal. Er wordt openlijk gesproken over het opleggen van een inreisverbod voor Oekraïne voor de Hongaarse minister die zich met het dossier moet bezighouden. Ook is er sprake van het stationeren van een extra bataljon militairen nabij de Hongaarse grens.

Het onderwerp van het geschil is een Oekraïense taalwet die eerder dit jaar is aangenomen. Waar het voor etnische minderheden voorheen mogelijk was onderwijs in eigen taal te ontvangen als tien procent van de lokale bevolking die taal sprak, is de drempel nu verhoogd naar 33% van de plaatselijke bevolking. Hoewel de moedertaal nog wel geleerd kan worden op school, worden vakken als wiskunde en geschiedenis gegeven in het Oekraïens.

Eind vorige maand heeft de Hongaarse minister voor Buitenlandse Zaken Peter Szijjarto in een interview verklaard:

“Volgens internationale regelgeving kunnen aan nationale minderheden geen rechten worden ontnomen die hen al zijn toegekend (…) In een vorige wet stond dat als een minderheid 10% van de bevolking uitmaakte van een regio, dat betekende dat die taal één van de officiële talen werd van het dorp, de stad, het district of de plaats waar de leden van de minderheid de meerderheid vormden van een lokale bevolking. (…) De nieuwe wetgeving verhoogt dat naar 33% van de bevolking. Natuurlijk zullen wij ons verzetten tegen zulke veranderingen.”

Oekraïne beschouwt dit als inmenging van Hongarije in de binnenlandse aangelegenheden van Oekraïne. Des te meer daar Hongarije bekend heeft gemaakt een ministerspost te zullen creëren die gewijd is aan de ontwikkeling van Transkarpatië, het Oekraïense gebied met een grote Hongaarse minderheid grenzend aan de Hongaarse grens. Er werd door Oekraïne bekend gemaakt dat de Hongaarse minister een inreisverbod kan krijgen voor Oekraïne indien geen uitleg zal worden gegeven aan Oekraïne over de situatie. Tevens kwam op dezelfde dag nieuws naar buiten over een gesprek tussen Oekraïense minister van Defensie Stepan Poltorak en de gouverneur van Transkarpatië over het mogelijk stationeren van een extra bataljon militairen in de provincie.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken van Oekraïne legde er de nadruk op dat de opmerkingen van de Hongaarse premier Viktor Orbán over de Europese integratie en NAVO-aspiraties van Oekraïne onacceptabel zijn omdat ze af zouden wijken van het beleid van de EU en zouden doen denken aan de benadering van een agressor. Hongarije heeft vanwege de kwestie reeds de totstandkoming van enkele gezamenlijke initiatieven van Oekraïne en de NAVO tegengewerkt en besloten de Europese integratie van Oekraïne voorlopig niet te ondersteunen.

Hongarije reageerde met een verklaring dat “Oekraïne faalde om vooruitgang te maken met het toetreden tot de EU en NAVO door haar eigen schuld (…) Hongarije heeft er niets mee te maken.” Verder reageerde de pas aangestelde Hongaarse afgevaardigde voor Transkarpatië op insinuaties over zijn functie vanuit Kiev met te zeggen: “Er is geen enkele grond voor beschuldigingen (van separatisme, red.). Er zijn geen verholen separatistische bedoelingen Het doel is slecht het ondersteunen van mensen die in Transkarpatië wonen ongeacht hun nationaliteit.”

De controversiële nieuwe taalwet is niet alleen door Hongarije, maar ook door Roemenië en Rusland bekritiseerd, alsmede door de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa. Oekraïne stelt dat de wet bedoeld is om de kansen van de nationale minderheden te vergroten door ze Oekraïens te leren op school. Ook wil Oekraïne met de taalwet de invloed van Rusland op Oekraïne verminderen. Rusland beschouwt de taalwet als discriminerend. De parlementaire vergadering van de Raad van Europa nam een resolutie waarin onder andere gesteld wordt dat de wet “geen gepaste balans heeft tussen de officiële staatstaal en de talen van de nationale minderheden. (…) In het bijzonder betekent de wet een sterke beperking van de rechten als voorheen toegekend aan de ‘nationale minderheden’ aangaande hun eigen onderwijstaal.”

Oekraïne kent diverse grote etnische minderheden, doordat de Oekraïense staat relatief jong is en de grenzen tussen diverse staten in dit gebied historisch herhaaldelijk verlegd zijn. De Hongaarse minderheid in Oekraïne is vooral gevestigd in Transkarpatië, dat van 896 tot 1918 deel van Hongarije was.

Posted on

Syrië – Als een mes door zachte boter

Afgelopen week publiceerde de Franse krant Le Monde een artikel waarbij deze het Syrische leger ridiculiseerde en het omschreef als een soort alawitisch – een der tientallen religieuze minderheden in het land –  huurlingenleger dat militair amper iets voorstelt. Maar Le Monde is wat betreft de buitenlandse berichtgeving, en zeker Syrië, niet veel meer dan de spreekbuis van de Franse regering, of dat nu Nicolas Sarkozy, François Hollande of Emmanuel Macron is.

Onderhandelen

Ondertussen staat dit leger op het punt het land geheel te zuiveren van die dikwijls uit het buitenland afkomstige salafistische terreurgroepen. Zonder hulp van Hezbollah of de buitenlandse door Iran aangebrachte vrijwilligers viel het op 20 juni de door die jihadisten bezette delen van de provincies Daraa, Quneitra en Sweida aan. Met daarbij het zuidelijk stuk van de provinciehoofdstad Daraa, goed voor ongeveer 50%. Een stad met normaal tot 150.000 inwoners, voorsteden incluis.

De militaire toestand in het gebied voor het Syrische leger op 20 juni met zijn aanval begon. De stad Daraa ligt in het zuiden van de rode uitstulping vlakbij Jordanië.

 

Een goede twee weken later was het oostelijk deel van dit gebied praktisch geheel veroverd op die jihadisten. En daarbij dient men dan nog rekening te houden met het feit dat het grootste deel van de tijd verloren werd met onderhandelingen met die groepen in de hoop zoveel mogelijk bloedvergieten en vernielingen te vermijden.

Niet simpel want alhoewel al Qaida hier minder sterk staat dan in de noordelijke provincie Idlib, zorgde die ook hier voor veel problemen. Desondanks ging het Syrische leger als een mes door zachte boter door de verdedigingslinies van die terreurgroepen. Wat nog maar eens toont welke fantasierijke verhalen kranten als Le Monde publiceren.

Dorpsnotabelen die een overeenkomst met de regering wilden tekenen bekochten dat zeker in het begin van dit offensief en ervoor niet zelden met hun leven. Wat op dit ogenblik nog te veroveren is zijn twee gebieden pal aan de door Israël bezette Golanhoogvlakte. Een stuk ervan bezet door al Qaida en haar bondgenoten en een in handen van de groep Khalid ibn al Walid, een filiaal van ISIS.

Bij deze militaire operatie werden door het regeringsleger o.m. ook voorraden Franse telegeleide antitankraketten ontdekt alsmede Britse pantservoertuigen. Geen toeval want in 2003 gaf de EU de toelating aan haar lidstaten om officieel wapens te leveren aan wat men dan de gematigde (sic) rebellen noemde. Gematigde rebellen die nu deels zijn overgelopen naar Khalid ibn al Walid, de mannen van ISIS. Met hun Franse en Britse wapens.

Eigen boontjes doppen

Voor de Syrische en ook Jordaanse regering is dit een goede en vooral zeer belangrijke zaak. Vanaf nu immers kan de handel tussen Jordanië en Syrië weer op gang komen. De autoweg tussen de Jordaanse hoofdstad Amman en de Syrische steden Damascus, Homs en Hama kan aldus weer geopend worden. Een economisch zeer positieve ontwikkeling.

De militaire situatie op 6 juli toen men de grensovergang bij het stadje Nasib had veroverd. Groen is al Qaida en haar bondgenoten. Zwart is ISIS en rood het Syrische leger.

 

Vermoedelijk zal eind deze maand het hele gebied aan de Jordaanse en Israëlische grens weer geheel in handen van de Syrische regering komen. Waarna deze troepenmacht zich noordwaarts zal verplaatsen naar de provincie Idlib. De eerste berichten uit de Russische media en het Syrische leger wijzen in die richting. Maar dan is het vermoedelijk al september.

Noch de VS noch Israël lijken tegenwoordig enig bezwaar te maken tegen deze ontwikkeling in het zuiden van Syrië. Eerst klonk het in Washington dat er ernstige gevolgen voor Syrië zouden zijn als men dit gebied aan zou vallen.

De week nadien liet men echter al verstaan dat wat Washington betreft die jihadisten hun eigen boontjes moeten doppen. “Ze staan er alleen voor”, klonk het daar. De wispelturigheid van de VS bewijzend. Wat al jaren hier het geval is.

Het was het signaal voor Damascus om met de aanval te starten. En voor Israël, zoals men officieel verklaarde, is er geen enkel probleem dat het Syrische leger als enige de grens met de zionistische staat bewaakt.

Plots kan premier Benjamin Netanyahu er mee leven. Het was ooit anders. Zijn vermeende basiseis is dat er daar geen troepen van Hezbollah en Iran gestationeerd worden. Wat voor beiden geen probleem lijkt. Syrië heeft hen militair ook niet meer nodig.

Wat ook opviel en zorgde voor moeilijke onderhandelingen was dat men die jihadisten in ruil voor een overgave zoals elders geen busticket richting Idlib meer beloofde. “Men gaat dit gebied toch weldra aanvallen’’, klonk het hier en daar in Syrische regeringskringen.

De militaire situatie op 13 juli toen het grensgebied met Jordanië terug in Syrische handen was. Alleen het door ISIS gecontroleerde gebied blijft nog te bevrijden. Deze nacht 14 juli werd ook het stadje al Harrah veroverd. Een zeer belangrijke zet daar hier de belangrijkste afluisterbasis van Syrië en ook Rusland was waarmee men Israël in de gaten hield. Deze zat op een heuvel en werd voorheen met Israëlische steun door die jihadisten veroverd. Deze basis kijkt ook neer op de rest van dit gebied. Al Harra situeert zich in het noorden van de door de jihadisten bezette zone.

 

Beslan

En dat men Idlib gaat aanvallen is logisch. Vooreerst is al Qaida daar de veruit sterkste partij, zijn er cellen van ISIS actief en, belangrijk, bevinden er zich grote aantallen vrijwilligers uit de vroegere Sovjet-Unie die onder de vlag van de Turkestan Islamic Party (TIP) in een vaste alliantie met al Qaida zitten. Waarbij die TIP recentelijk nog met enkele tientallen drones een serie mislukte aanvallen op de Russische luchtmachtbasis van Khmeimim uitvoerde.

En tussen de Russen en die TIP zijn er, waaronder voor de twee oorlogen voor de controle over Tsjetsjenië, nog een serie rekeningen die openstaan. Moskou is bijvoorbeeld zeker niet de gijzeling op 3 september 2004 van die lagere school in Beslan vergeten. Hierbij vielen er eventjes 783 gewonden en 334 doden waaronder 186 kinderen.

En het vernielen van die jihadisten is de voornaamste reden waarom Rusland in Syrië aan de kant van de Syrische regering staat. Verwacht dus een erg bloedig gevecht. Een symbolische mogelijk laatste veldslag van het Russische leger tegen die salafistische terreurgroepen. Hier zal veel bloed vloeien.

Koerden

Ook in de relatie van de Syrische regering met de Koerdische nationalisten van de YPG zijn er positieve ontwikkelingen. Zo voeren beiden nu onderhandelingen en volgens Syrische bronnen zou de YPG twee voorname eisen hebben, zijnde onderwijs in de eigen taal en een vertegenwoordiger op het ministerie van Olie. Een centenkwestie.

Gisteren lekte bij de YPG ook uit dat er met de regering een akkoord is om gezamenlijk de Tabqa-dam op de Eufraat te beheren. Die dam regelt het peil van de Eufraat, zorgt voor de irrigatie van die vallei en de energievoorziening van een groot deel van het land. Het is op dit vlak de belangrijkste installatie van het land.

Na de bevrijding van de provincie Daraa ontdekte het Syrische leger onder meer grote hoeveelheden Franse en Britse wapens waaronder deze Apilas, telegeleide raketsysteem. Geleverd zonder toestemming van het Franse parlement aan salafistische terreurgroepen actief in een ander land. Zonder discussie een oorlogsmisdaad. Over die vondst niets in Le Monde. Wat dacht je.

 

Probleem is hier welke Koerdische taal men zou moeten onderwijzen. Er zijn er immers vier. En de vraag is of Damascus hiertoe wel bereid zal zijn. Die Koerdisch-nationalistische groepen krijgen immers steun van Israël en de VS en zowel in Iran, Irak, Syrië als Turkije is men radicaal tegen elke mogelijke stap richting een eigen staat gecontroleerd door die nationalisten.

Maar de YPG beseft nu ook wel dat de VS een totaal onbetrouwbare partner is en men nu eenmaal moet leven met de Syrische regering, een veel sterkere partij dan zij. Typerend is dat zij recent een district van de provinciehoofdplaats Hassaka overdroegen aan het Syrische leger die er al een deel van die stad met de centrale administratie nog steeds bezet.

Ook is men in het kader van wat de YPG het opkuisen van die zone noemt bezig met het verwijderen van de beeltenissen van Abdullah Ocalan, de leider van de Turkse PKK. Het was een basiseis van Damascus. Ook is er terug handel mogelijk over de Eufraat tussen het gebied van de Syrische regering en dat waar de VS met de YPG de baas is.

Donald Trump

Volgens berichten in de Russische media zou de kwestie Syrië trouwens centraal staan bij het gesprek van Vladimir Poetin en Donald Trump. Het lijkt er dan ook op dat de VS zich vrij snel uit Syrië gaan terugtrekken.

Toen de YPG met steun van de VS de stad Rakka op ISIS veroverden plaatste men een enorme spandoek met daarop de Turkse PKK-leider Abdullah Ocalan op het centrale plein van Rakka. Zowel in Ankara als in Damascus was men woest. Diens beeltenis verdwijnt nu overal. Officieel een opfrissingsactie genoemd om het netjes te houden. Netjes inderdaad.

 

Trump stelde in het recente verleden trouwens herhaalde malen dat hij weg wil uit Syrië. Het is dan ook geen toeval dat Netanyahu recent nog maar eens voor een zoveelste maal bij Poetin op bezoek was. Of hij veel bekomen heeft is echter zeer twijfelachtig.

Voor Syrië is de oorlog alleszins een aflopende zaak. Van de beweringen van de door de staten van het Arabisch schiereiland, de VS of het Verenigd Koninkrijk betaalde ‘deskundigen’ over de snel te verwachten val van de Syrische regering blijft niets meer over.

Hetzelfde toen diezelfde ‘specialisten’ de bewering in 2016 van president Bashar al Assad over het geheel heroveren van zijn land weglachten. Als figuren als Jorn De Cock, Charles Lister, Eliot Higgins (Bellingcat), Hassan Hassan, Montasser Alde‘emeh of Koert Debeuf nu nog lachen dan is dat eerder groen. Maar ze zullen er zich wel uitpraten. Het zijn intellectuelen en hun bochtenwerk is beter dan dat van welke paling ook.

Posted on

MH17 – Wie verdraait feiten, Britse BBC of Russische Vesti?

Het aantal niet-anonieme getuigen waarvan bekend is dat ze het rookspoor hebben gezien van de raket die de MH17 neerhaalde is zeer beperkt. Ik ben opzoek naar één van hen: Valentina Kovalenko. Kovalenko heeft in een interview aan de BBC verteld dat zij een raketlancering heeft gezien. Er is echter iets raars, Kovalenko vertelt in een later interview met het Russische Vesti (Вести) iets heel anders. Aan Vesti vertelt ze dat de BBC woorden heeft weggelaten. Wie te geloven? Vesti of de BBC? De enige manier om erachter te komen is om Kovalenko zelf op te zoeken en te controleren wat ze heeft gezegd.

Rijdend naar Kovalenko kijk ik uit naar een pas gemaaid veld. Het is een boerenveld net als alle andere in de regio, op één groot verschil na. Volgens het JIT is dit het veld waar de BUK heeft gestaan op het moment dat hij de MH17 zou hebben neergeschoten. Behalve dat ik dat weet, is er niets wat eraan herinnert. Ik kijk nog even om terwijl ik met mijn fixer praat, maar dan is het weer business as usual, we zijn op weg naar Krasnij Oktyabr: Rode Oktober, het dorp waar Kovalenko woont.

Kovalenko is één van de weinige mensen waarvan het bekend is dat zij een raketlancering heeft gezien. In de BBC documentaire ‘The Conspiracy Files: Who shot down MH17?’  vertelt Kovalenko dat ze al werkende in haar tuin een vliegtuig zag neerstorten. Alleen, zo merkte ze toen al op, het vliegtuig viel niet naar beneden, maar naar boven. Toen begreep ze dat het een raket was die werd aangedreven door een raketmotor en een zwarte rookpluim achterliet. Even later hoorde ze een explosie. “Het was de eerste en laatste keer dat ze zoiets heeft gehoord sindsdien”, aldus Kovalenko aan de BBC.

 

Niet de eersten

Kovalenko woont in een klein dorp, Krasnij Oktyabr, de weg ernaartoe is niet verhard. ’s Winters is het zelfs niet mogelijk er naartoe te gaan. De eerste persoon die wij spreken is een vrouw die we naar Kovalenko vragen. Met moeite begrijp ik wat de vrouw vertelt en dat we niet de eerste zijn. Ik kom er pas later achter dat het een keer niet aan mijn Russisch lag dat ik haar moeilijk versta; de vrouw is namelijk één van de weinige mensen die hier in de DNR Oekraïens spreekt. Russen, Nederlanders en Engelsen ging ons al voor, vertelt ze. Ze zegt de journalisten zat te zijn. Maar de altijd goede stemming van mijn fixer en een grap lijken haar te overtuigen ons te helpen Kovalenko te vinden.

Ik vraag de vrouw nog wat ze zelf heeft gezien op de dag dat de MH17 neer werd geschoten. Ze legt uit hoe ze op die dag naar buiten ging om haar geiten te voeren. Veel van de tijd zat ze binnen omdat er in de regio zwaar werd gevochten op dat moment. Ze vertelt over twee zwarte rookpluimen die ze op die dag zag: één hele brede, de ander wat dunner. Ze heeft het over de plaats waar de MH17 neerkwam, meer dan twintig kilometer van de rampplek nog steeds goed te zien.

Struiken, kuilen en omwegen van belang

We blijken nog ongeveer een uur te moeten wachten voor Kovalenko terug is van haar werk. En besluiten in die tijd opzoek te gaan naar andere bewoners. Aan het einde van het dorp kloppen we aan bij een gezin dat op dat moment bezoek heeft. Er staat een auto met aanhangwagen vol stro, op het erf meer stro en modder, biggetjes rennen rond. Een vreemd gezicht voor iemand die de Nederlandse stad gewend is.

Ook hier blijken we niet de eerste te zijn, vier journalisten gingen ons al voor. De man die op bezoek is blijkt in de militie te hebben gevochten. We zijn opzoek naar Valentina Kovalenko, vertellen we, en dat we onderzoek doen naar de MH17. We laten een kaart zien van de plaats waar de BUK zou hebben gestaan waarop ineens de man die in de militie heeft gevochten enthousiast uitroept: “Dat heb ik gezien! Dat is waar die struik is als je rijdt! Waar je om heen rijdt als je op het veld bent. Er waren daar buitenlandse specialisten, er zou daar een BUK zich hebben gekeerd.” De man heeft het over de plaats waar volgens het JIT de BUK zou hebben gestaan toen die de raket afschoot. Wat hij vertelt over de buitenlandse specialisten klopt ook.

Video: Nederlandse experts die grondmonsters nemen op het gebied waar de BUK zou hebben gestaan die de MH17 zou hebben neergeschoten. Lokale hulpdiensten zijn aanwezig o.a. voor het verwijderen van explosieven.

Één van de redenen dat men denkt dat de BUK hier stond toen hij de raket afschoot van dat veld is omdat er een brand heeft gewoed op deze plaats. Naar men vermoedt veroorzaakt door de lancering van een BUK-raket. Op satellietbeelden is inderdaad te zien dat het veld opeens een andere kleur heeft gekregen, ook hebben twee journalisten vastgesteld dat tenminste een deel van het veld in brand heeft gestaan. Verder zijn er band- of rupsbandsporen te zien zijn op de satellietbeelden van het veld. Er is gesuggereerd dat deze veroorzaakt zouden zijn door de BUK.

De brand op het veld bevestigen de mannen. Maar ze voegen eraan toe dat er veel werd beschoten in die tijd, waardoor constant velden in de brand vlogen. De man gaat verder over de weg. “Maar er is daar een struik”, vertelt hij, “en we reden toen via het veld. En er is daar een gat.” Hij legt uit waarom: “Hier was een weg [over het veld – SB], want hier was een kuil. En daar zaten we altijd vast. Dat was constant.”

Vliegtuigen en rooksporen

‘Wat heeft u nog meer gezien op die dag?’, vraag ik. De bewoner van het huis antwoord: “Ik zag twee vliegtuigen die vlogen. Dat is alles wat ik gezien heb. Twee vliegtuigen, ze draaiden en ze gingen naar Grabovo.” De andere man vertelde dat heel veel mensen ze hebben gezien. Ik vraag of de man ook een spoor van een raket heeft gezien. “Ik heb helemaal geen raketten gezien.” Mijn fixer vraagt nog een keer “Er was geen spoor, juist?” De man die in de militie zat antwoord “Begrijp me, het spoor van een BUK is zo’n enorm spoor. Zodanig dat als ie er was, hem niet zien onmogelijk zou zijn geweest.”

Sporen van de oorzaken van het conflict

Voordat het tijd is om naar Kovalenko te gaan is het gesprek, zoals zo vaak gebeurt als het over de MH17 gaat, al lang uitgelopen op de politiek. De gebeurtenissen die zich voor hebben gedaan ten tijde van het conflict komen daarbij zo goed als altijd naar boven. “Oekraïense taal, vanaf de eerste klas heb ik het tien jaar gehad”, vertelt de man die in de militie heeft gezeten. “Ik kan normaal in het Russisch denken. Maar als ik in het Oekraïens denk… Hoe kan ik… Ik kan jou toch ook niet dwingen om te denken in het Russisch? Je kunt alleen denken in jouw moedertaal. Zo is het ook met ons.” De man refereert hier aan één van de reden waarom de mensen in Donbass in opstand kwamen: jarenlange Oekraïnificatie en een controversiële taalwet die door de ultranationalisten vlak na de Maidan is opgesteld. President Porosjenko zou uiteindelijk een veto uitspreken over de taalwet, maar de stemming was toen allang gezet onder de veelal Russisch sprekende bevolking van Donbass.

Frontlinies in de hoofden

De sporen van het conflict zijn hier nog steeds voelbaar onder de bevolking. “Ze kwamen hier, stoere criminelen, allemaal”, begint de bewoner, “In tanks, Oekropi (een woord wat in de DNR veel gebruikt wordt om Oekraïense soldaten aan te duiden. Het woord betekend letterlijk Dille), Oekraïners. Maar wij zijn ook Oekraïners, maar wij hebben ons systeem, houden van Poetin. Ja, dat is geen vraag.” De andere man, die vocht in de militie vult hem aan. “Het gaat niet om Poetin. In Rusland hebben wij familie. We zijn verbonden, daar wonen mijn familieleden.”

De man die in de militie vocht, vertelt dat hij een broer heeft in Oekraïne. Zijn broer aan één kant van het front, hij aan de andere kant. “Ik heb een broer in Dnjepr”, zegt hij me, “Hij geloofde het ook niet, toen ik in de loopgraven zat, dat ik mijzelf zou beschieten toen ik hem video’s stuurde.” De man spreekt hier over een verhaal dat in Oekraïne veel de ronde heeft gedaan op momenten dat burgerdoelwitten in door rebellen gecontroleerd gebied werden beschoten. In Oekraïne werd dit vaak weggezet, dat het de milities waren die naar hun eigen gebied schoten. “Dat is hun propaganda”, vertelt de man rustig, “De onzen zijn ook niet heilig, dat je het weet. Maar hier is meer waarheid. Veel meer.” Mijn gedachten zijn echter blijven steken bij een bijzin van de man: ‘Hij geloofde het ook niet.’ Dat lijkt te suggereren dat zijn broer in Oekraïne naar veel andere gebeurtenissen anders keek. Het lijkt alsof het front niet alleen fysiek tussen de broers ligt, maar ook mentaal, qua denken.

Het gesprek gaat echter verder over de beschietingen die zich hier hebben voorgedaan. “Als er bij ons voertuigen waren als een BUK”, vertelt de zus van de bewoner over de beperkte militaire capaciteiten bij de rebellen in 2014, “dan, neem mij niet kwalijk, dan zou ons huis nog heel zijn.” De man voegt eraan toe dat hij op een dag bij het huis was met zijn dochter, en toen plotseling alles om hem heen ontplofte. “Ik laat jullie zien wat voor granaten naar ons toevlogen.” Hij neemt ons mee naar een veld slechts enkele tientallen meters van hun huis. Bijna rechtop in de grond staat een paal, althans zo lijkt het van veraf. Dichterbij blijkt het een Oeragan, een zware artillerieraket te zijn. Ik vraag of hij nog steeds kan ontploffen. Rustig, alsof er niets aan de hand is, laat staan dat het ding slechts enkele meters van zijn huis ligt, antwoord hij: “Ja”.

Kovalenko

“Mogen we u een paar vragen stellen?”, vraag mijn fixer als we eindelijk bij Valentina Kovalenko zijn aangekomen. “Waarover?”, antwoordt ze kort. Mijn Fixer antwoordt kort en vrolijk “Over de Boeing natuurlijk”. Nog korter voelt het volgende antwoord: “Nee, tot ziens. Je vertelt het één… Ik heb het gezien, dus, dit is alles.” Mijn fixer laat het er niet bij zitten, hij zet door en weer antwoordt Kovalenko: “Nee, genoeg, ik wil niet.”

Het kost heel veel moeite uiteindelijk Kovalenko te overtuigen. Maar ze gaat dan toch akkoord met het kijken van de reportage die recentelijk is opgenomen door Vesti. (Die van de BBC had ze al gezien.) In de reportage van Vesti is namelijk te zien dat Kovalenko zegt dat de raket niet kwam uit de JIT-lanceerplaats, maar van een locatie die heel goed onder controle kon liggen van Oekraïne.

Na het bekijken van de beelden vraagt mijn fixer: “Van de hele vraag blijft eigenlijk alleen over, waar is meer… Deze jongen is uit Nederland gekomen om er concreet achter te komen wie de waarheid vertelt: Vesti of BBC?” Kovalenko’s antwoord is kort maar doeltreffend: “Vesti”

Kovalenko vertelt verder dat de raket geen rook achterliet, waardoor er geen spoor achterbleef van een raket. Ze heeft alleen de raket zelf gezien. Ook Kovalenko bevestigt dat er op het desbetreffende veld inderdaad een brand heeft gewoed en het graan op het veld heeft in de brand gestaan. We controleren de dag waarop ze alles heeft gezien en de richting waar ze de raket vandaan heeft zien komen. Beide antwoorden lijken inderdaad te kloppen met wat ze al verteld had in de Vesti-reportage. Ook vertelt Kovalenko vliegtuigen te hebben gehoord. Ze heeft niet de moeite genomen om te kijken vanwege de wolken op die dag. Wel vertelt ze dat wat ze hoorde vanuit het zuiden vloog, richting het noorden.

Afscheid van de Rode Oktober.

De vraag is natuurlijk of hetgeen wat Kovalenko heeft gezien inderdaad de raket is geweest die de MH17 heeft neergehaald. Maar het lijkt erop dat de BBC een deel van Kovalenko’s verhaal eruit heeft gelaten en, uitgaande van Kovalenko’s woorden, dat het het Russische Vesti was die wel haar woorden juist heeft weergegeven. Pijnlijk voor de BBC-documentaire die juist de Russische ‘complottheorieën’ onderuit wou halen.

Het is inmiddels een jaar verder sinds het bezoek aan Krasnij Oktyabr. Ik vraag mij nog steeds af of de man waarmee ik heb gesproken nog leeft. Hij had kanker, vertelde hij mij en hij wist dat er voor hem snel een einde zou komen. Toen de man ons meebracht naar Kovalenko vertelde hij mij nog dankbaar te zijn dat ik gekomen was om erachter te komen wie de MH17 neerschoot.  In het korte gesprek voor het afscheid vertelde hij dat hij zelf heel erg met de ramp heeft gezeten. “Ik heb gehuild, echt. Om de Boeing heb ik gehuild.” Hij voegt eraan toe: “Ik heb zelf kinderen.” Ik begrijp wat hij bedoelt.


Update 23 juli 2018:

In een reactie op vragen van Novini aan de maker van de genoemde BBC-documentaire geven de makers aan dat Kovalenko naar het oosten, waarschijnlijk naar het noordoosten wijst, dat wil zeggen in de richting van de JIT-lanceerlocatie. Er is echter niet ingegaan op het verzoek van Novini om het ruwe beeldmateriaal vrij te geven.

Posted on

De Nederlander die vecht tegen Oekraïne

In Donbass, in het oosten van Oekraïne wordt nog altijd gevochten tussen de pro-Russische separatisten van de Volksrepublieken Donetsk (DNR) en Loegansk aan de ene kant en het Oekraïense leger, inclusief de beruchte ‘vrijwilligersbataljons’, aan de andere kant. Aan de kant van de separatisten vecht ook een Nederlander mee; Pascal Hillebrand vertrok met zijn gezin naar de DNR en meldde zich daar aan voor het leger. Niet om te vechten tegen Oekraïne, zoals hij het zelf stelt, maar tegen neonazistische vrijwilligersbataljons. Hoewel Hillebrand inmiddels het leger heeft verlaten, denkt de oud-NAVO-militair er niet aan terug te keren naar Nederland. Met een pas verkregen DNR-paspoort lijkt dat ook niet nodig.