Posted on

Brexit on music – Morrissey stem van de Britse arbeidersklasse

Platenzaken werden niet bestormd of belegerd. Er lagen geen diehard fans in slaapzakken de hele nacht voor de deur. Het is dan ook geen groot nieuws meer, een nieuwe plaat van Morrissey. Op 24 mei (direct na zijn verjaardag) verscheen California Son, een plaat met covers van Amerikaanse artiesten. Ooit vierde de Moz als voorman van The Smiths grote successen. De groep uit Manchester werd door sommige critici zelfs beter dan The Beatles genoemd. En dat ondanks slechts 4 albums en 70 songs tussen 1982 en 1987.

Net als die van The Beatles uit Liverpool waren de ouders van Steven Patrick Morrissey, van gitarist Johnny Marr en van drummer Mike Joyce arbeiders van Ierse afkomst; de vader van bassist Andy Rourke was Iers. Typische voorbeelden van de Ierse immigranten-arbeidersklasse.

Op het podium en in zijn teksten is Morrissey een hopeloze romanticus. Veel gebroken harten, onbereikbare liefdes en dode dichters. In de begintijd van The Smiths stond hij het liefst met een bos bloemen in de broekband op het toneel. Zoals overigens Duitse jongeren eind 19de eeuw de burgerij provoceerden door rond te lopen met bloemen in de gulp van hun broek.

Provocaties

Provocaties zijn zo’n beetje het handelsmerk van de Moz. Die gaan verder dan de romantische pose die hij graag aannam in zijn jongere jaren. Maar zelfs in de teksten van een groot aantal nummers uit de dagen van The Smiths is een dubbelzinnigheid te bespeuren die veel progressieve fans wanhopig maakt. Zoals in het nummer ‘Still Ill’ van de debuutelpee The Smiths uit 1984. Daarin zingt Morrissey “I decree today that life is simply taking and not giving/England is mine, it owes me a living/But ask me why, and I’ll spit in your eye”. Simpele tekst lijkt het, maar volgens critici verwijst de zanger hier naar niet-Engelsen die, zonder ooit iets voor het land te hebben gedaan en betekend, denken dat ze recht hebben op werk en inkomen.

Vergelijk deze gedachte met een uitspraak van Morrissey uit 1999: “Although I don’t have anything against people from other countries, the higher the influx into England the more the British identity disappears.” En in 2012: “If you walk through Knightsbridge on any bland day of the week you won’t hear an English accent. You’ll hear every accent under the sun apart from the British accent…England is a memory now. The gates are flooded and anybody can have access to England and join in.”

England for the English

Het is niet de eerste keer dat Morrissey beschuldigd wordt van (extreem)-rechtse sympathieën. In 1992 was hij het middelpunt van een politieke mediastorm vanwege het nummer ‘The National Front Disco’, op de elpee Your Arsenal. Vooral de tekst “England for the English” riep heftige reacties op bij de linkse criticasters. Toen hij ook nog ging optreden met een Union Jack over de schouders gedrapeerd, nam de hysterie ongekende vormen aan.

Al snel volgden de plichtmatige oproepen tot een boycot. Die er overigens vorige maand – 17 jaar nadien – toe leidden dat de Engelse spoorwegmaatschappij Merseyrail reclameposters voor de nieuwe plaat van Morrissey verwijderde van stations omdat een reiziger had geklaagd over de politieke meningen van de zanger. De linkse website Mangal Media schreef onlangs: “We need to vote with our ears and call Morrissey out.”

Margaret on the guillotine

Maar het nummer ‘The National Front Disco’ biedt juist een opmerkelijke kijk op de visie van de zanger op de wereld, speciaal op het Britse koninkrijk. “David, the wind blows/The wind blows/Bits of your life away/Your friends all say/”Where is our boy? Oh, we’ve lost our boy” zingt Morrisey. “There’s a country, you don’t live there/But one day you would like to/And if you show them what you’re made of/Oh, then you might do.” Het is de samenleving waarin hij opgroeide, maar die verdwenen is, willens en wetens stuk gemaakt door liberalisering, globalisering en massa-immigratie.

Op zijn eerste solo-album Viva Hate uit 1988 zingt Morrissey: “The kind people/Have a wonderful dream/Margaret on the guillotine/Cause people like you/Make me feel so tired/When will you die?” Hij kreeg vanwege deze tekst zelfs bezoek van Scotland Yard! Links meende dat Morrissey en The Smiths spreekbuizen waren van hun politiek, omdat ze zich keerden tegen Thatcher. Maar de werkelijke reden waarom Morrissey een hekel had aan de Britse conservatieve premier, die het land regeerde van 1979 tot 1990, was vanwege haar harde, neoliberale beleid, dat het leven van de oorspronkelijke arbeidersklasse stuk maakte en hen ieder perspectief op verbetering ontnam. “I’ve been dreaming of a time when/The English are sick to death of Labour and Tories/And spit upon the name Oliver Cromwell/And denounce this royal line/That still salute him and will salute him forever,” zingt hij in ‘Irish Blood, English Heart’ (2002).

Having ones childhood wiped away

Op YouTube staat een mooi filmpje van de nog jonge Morrissey, waarin hij vertelt over zijn jeugd en de buurt waarin hij opgroeide. Die buurt bestaat niet meer, afgebroken eind jaren zestig. “In a way, it’s having ones childhood wiped away. It was a very strong community, it was very tight, very solid, and it was often quite happy.” De zwart-wit beelden van de straten met eenvoudige Victoriaanse huizen, maken in de opname plaats voor kleurenbeelden van hoge, moderne, anonieme flatgebouwen. “There’s nothing here, everything has vanished, it’s completely erased. It makes me angry and sad.”

De ziel is verdwenen. Er is enkel nog beton, staal en vervreemding. In Autobiography (in 2013 verschenen in nota bene de Penguin Classics-reeks) schrijft hij: “My childhood is streets upon streets upon streets upon streets. Streets to define you and streets to confine you, with no sign of motorway, freeway or highway. Somewhere beyond hides the treat of the countryside.” Zijn oma woonde links en zijn tante woonde rechts van het Morrissey-gezin. “We are stuck in the wettest part of England in a society where we are not needed, yet we are washed and warm and well fed.”

In de steek gelaten

Als Morrissey een stem vertegenwoordigt, is het die van de arbeider die door de politieke klasse in de steek is gelaten. In het bijzonder door de oorspronkelijke socialistische partijen, die hun oude idealen hebben verloochend en hun ziel hebben verkocht aan het grootkapitaal. Het zijn die arbeiders die in Frankrijk de partij van Le Pen groot maken, in Italië Matteo Salvini aan de macht brachten, en in het Verenigd Koninkrijk de Brexit mogelijk maakten. In 2016 verklaarde de zanger dat hij de Brexit een “magnifieke beslissing” vindt. En vervolgens: “The British political class has never quite been so hopeless, but the same can be said for the USA. What has happened is that news media can no longer attach any nobility to old-style politics because, although politicians do not and cannot change, the people the world over have changed. What could be more grotesquely stupid than the Clinton-Trump coverage?  As for Brexit, the result was magnificent, but it is not accepted by the BBC or Sky News because they object to a public that cannot be hypnotised by BBC or Sky nonsense.”

Schietschijf voor links

Drie jaar eerder zei hij dat hij overwogen had op UKIP te stemmen en bewondering heeft voor Nigel Farage: “His views are quite logical – especially where Europe is concerned.” Met dit soort uitspraken blijft Morrissey een schietschijf voor links, dat maar niet wil begrijpen waar het de zanger echt om gaat. “I despise racism. I despise fascism. I would do anything for my Muslim friends, and I know they would do anything for me, ” schreef hij in 2018. “In view of this, there is only one British political party that can safeguard our security. That party is For Britain. Please give them a chance. Listen to them. Do not be influenced by the tyrannies of the MSM who will tell you that For Britain are racist or fascist – please believe me, they are the very opposite!!! Please do not close your mind. Labour is hopelessly naive. Theresa May’s policies have turned Britain into an international target. The BBC has closed down. The Loony Left is concerned only with victim culture. For Britain will keep British society together. Violence is not the way forward.”

Pro-Brexit

Overigens is Morrissey niet de enige muzikant die een uitgesproken pro-Brexit geluid laat horen. Roger Daltrey staat bekend om zijn ongezouten mening over de EU. Daltrey, die al 55 jaar samen met Pete Townsend het hart van de Britse popgroep The Who vormt, vergeleek de Europese Unie met de maffia: “If you want to be signed up to be ruled by a f****** mafia, you do it. Like being governed by FIFA.”

Over de muzieksmaak van Nigel Farage is weinig bekend. Maar de leider van de Brexit Party kan met een gerust hart een paar cd’s van The Smiths en The Who aanschaffen. Hoewel hij daarvoor niet meer terecht kan bij een platenzaak. Die zijn in de neoliberale storm van de laatste decennia ook verloren gaan.

Posted on

Canterbury markeert de nederlaag van May

De studentenstad Canterbury verschoot gisteren van kleur. De stad was sinds 1841 een conservatief bolwerk, maar tijdens de parlementsverkiezingen won Labour overtuigend in Canterbury.

Zelfs Canterbury. Het tekent het slagveld van de Britse politiek na 9 juni 2017. Premier Theresa May, die de Brexit in goede banen moest leiden na het verlies van haar voorganger Cameron in het referendum over uittreden, gaat KO in de tweede ronde. Overmoedig door de peilingen schreef ze in april landelijke verkiezingen uit, in de verwachting dat ze met een absolute meerderheid de Brexit-onderhandelingen met de EU goed en hard kon voeren. Niets blijkt minder waar. Cameron gokte en verloor, May gokte en verloor. Een verrassende aanval vanuit de linkerflank leidt ertoe dat de Conservative Party haar meerderheid in het Lagerhuis kwijt is. Labour, onder leiding van de klassieke socialist Jeremy Corbyn – hij blijft iets hebben van een Blackadder-personage – deed het verrassend goed en won stevig. De Schotse Nationalistische Partij verloor sterk. Alleen de Liberaal-Democraten en de Ierse DUP wonnen een aantal zetels. UKIP is weggevaagd, zoals al bleek bij de regionale verkiezingen begin mei.

May heeft haar Waterloo gevonden. Waar de eerste hertog van Wellington, prins van Waterloo, de Franse macht op het continent in de pan hakte, leidt geografe en afgevaardigde van het district Maidenhead May een smadelijke nederlaag. De gok dat de pro-Brexit kiezers massaal van UKIP naar de Conservatieven zouden overlopen bleek een verkeerde. May, die tegen de Brexit was, maakte dezelfde inschattingsfout als Cameron. Nigel Farage, de geestelijk vader van de Brexit, had dat overigens goed door en verweet May dat ze de meest ongeloofwaardige Brexit-leider van het Verenigd Koninkrijk is. Hij complimenteerde daarentegen Corbyn als een prima campagnevoerder.

Misschien is Corbyn nog wel de grootste verrassing van de afgelopen weken. Een stuntelende politiek leider die zich omringt met nog stunteliger adviseurs, een leider die bizarre uitspraken en voorstellen doet, een leider die een partijcrisis overleeft omdat hij te pro-EU is, weet een Euro-kritisch publiek aan zich te binden.

In mei leken de Britse kiezers het Brexit-avontuur nog volledig te steunen. Bij de lokale verkiezingen deden de Conservatieven het heel goed en leed Labour een gevoelige nederlaag. Nu zijn de rollen omgekeerd. Er zullen nog heel wat analyses over dit bizarre spektakel volgen. Was het de onhandige campagne van May, haar harde uitstraling, de slechte (en weer ingetrokken) beleidsvoorstellen tijdens de campagne? De opkomst van jonge, nieuwe kiezers, die in grote meerderheid voor Labour kozen?

En er is een theorie die stelt dat ze bewust de verkiezingen wilde in de wetenschap dat ze haar mandaat zou verliezen: als tegenstander van de Brexit kan ze nu de onderhandelingen, met steun van andere eurofiele partijen, vertragen.

Feit is wel dat de Schotse onafhankelijkheid verder weg is dan ooit, Nigel Farage zijn opwachting weer maakt in de politieke coulissen, men op het hoofdkwartier van de Conservative Party de messen slijpt en Corbyn tegen alle verwachtingen in (voorlopig) op lauweren zit. Het Verenigd Koninkrijk heeft een ‘hung parliament’ en gaat een periode van politieke instabiliteit tegemoet.

Posted on

Vertrek Britten betekent hogere bijdrage EU-lidstaten

Door de Brexit valt een van de grootste bijdragers aan de begroting van de Europese Unie weg. Dit betekent dat de resterende lidstaten meer moeten gaan betalen, want één ding is voor de eurocraten duidelijk: Met minder budget nemen ze geen genoegen.

Hoe hoog de bijdrage van de 27 lidstaten door het vertrek van de Britten wordt, staat nog niet vast. En dat zal ook wel niet vastgesteld worden voordat eind september de verkiezingen voor de Duitse bondsdag hebben plaats gevonden. Duitsland krijgt als grootste lidstaat immers ook met de grootste verhoging te maken.

Het vertrek van het Verenigde Koninkrijk betekent een reductie van de EU-begroting met tien procent. En omdat de bijdrages van de lidstaten schommelen zou het effect nog iets groter kunnen zijn, waarschuwde het Jacques Delors Instituut in januari.

Hoe hoog de bijdrage van een lidstaat is, bepaalt de EU in essentie op basis van het economische presteren van een land. Uitgangspunt is het aandeel aan het gezamenlijke Bruto Binnenlands Product. De berekening van de bijdrages is een ingewikkelde en steeds weer onenigheid oproepende procedure, de bijdrages zijn vloeiend, de formule lang – wat het ene land meer betaalt vermindert de last van andere landen.

Zo viel de Britse nettobijdrage in 2015 door nabetalingen relatief hoog uit. De Europese Commissie had de Britse bijdrages vanaf 1995 nog eens nagerekend. Op basis daarvan kwam men tot de conclusie dat de Britten nog 2,1 miljard euro na moesten betalen, wat de Britse bijdrage een jaar voor het Brexit-referendum met circa 11,5 miljard euro hoog uit deed vallen. De EU stelt dat de Britten zonder de door hen uitonderhandelde rebate (korting) nog eens zes miljard meer moeten betalen. De reële nettobijdrage had kortom 17,5 miljard moeten zijn.

De vermindering van het economische gewicht van de EU is met andere woorden nog groter dan de begrotingsbijdrage doet vermoeden. Het Jacques Delors Instituut rekent dan ook met verliezen van vijf tot zeventien miljard euro per jaar. Sinds 2014 presteert het Verenigd Koninkrijk economisch beter dan bijvoorbeeld Frankrijk. Duitsland betaalde in 2015 netto 14,3 miljard euro en is zodoende met afstand de grootste betaler.

De procedure voor de vaststelling van de bijdrages is voortdurend aanleiding voor politieke meningsverschillen. Voor het renteloze uitstel van betaling dat de Britse nabetalingen van 2014 en 2015 p de keper beschouwd inhielden, moest feitelijk Duitsland opdraaien.

Zowel de berekening van de bijdrages in het algemeen, als de uitzonderingen voor individuele lidstaten geven geregeld aanleiding tot conflict. Als basis bepaalt de EU de operatieve begrotingssaldi van de lidstaten. Daar is op zich al een boom over op te zetten.

Naast de generieke bijdrage zijn er bijkomende die per land variëren. Zo betaalt Nederland vanwege de grote zeehavens relatief veel over die band en krijgt België een tegemoetkoming voor het herbergen van diverse EU-instellingen. De Britten wisten in 1985 een later meermaals gewijzigde rebate te bedingen. Ook voor Denemarken en Ierland zijn er bepaalde uitzonderingen en er is een generieke korting voor Zweden en Nederland. De precieze formule is zodoende zelfs voor politici niet erg doorzichtig.

De EU is terughoudend met uitlatingen over de gegevens, omdat het thema gevoelig ligt. Deskundigen schatten dat Duitsland van 1991 tot 2011 goed 45 procent van de bijdrages van de nettobetalers voor zijn rekening heeft genomen, wat duidelijk meer is dan zijn economische aandeel. De Nederlander betaalt per hoofd van de bevolking meer, maar het vertrek van de in absolute getallen op een na grootste nettobetaler laat een flink gat achter in de begroting van de EU, zodat een debat over de verdeling van de lasten niet uit kan blijven.

Op basis van de huidige cijfers zou Duitsland door het vertrek van de Britten zo’n 2,5 à 3 miljard euro per jaar extra moeten bijdragen. Brussel probeert de Britten dan ook nog zo veel mogelijk te laten betalen, wat in de Brexit-onderhandelingen een belangrijke rol zal spelen. Oude rekeningen worden nog eens nagelopen om te zien of er nog ergens iets te vereffenen valt.

Tegen de burgers zegt Berlijn dat Duitsland meer profijt heeft van de EU dan het betaalt; een stelling die gezien de complexiteit van de materie door economen eenvoudig te bewijzen noch te weerleggen valt. Als politici  daarmee de al jaren stijgende nettobijdrage goed willen praten, dan komt het uiteindelijk neer op een kwestie van geloof in het Europese project.

Brussel mag er dan op inzetten dat de resterende lidstaten het verlies aan inkomsten door het vertrek van de Britten goedmaken, de diverse landen zullen stuk voor stuk zo veel mogelijk af proberen te dingen, zodat ook aan bezuinigingen op de uitgaven van de EU denkbaar niet te ontkomen valt. Daarbij zal er al snel gekeken worden naar subsidiepotten voor de landbouw en economisch zwakke regio’s. Dat het vertrek van de Britten ook een gelegenheid zou kunnen zijn voor een structurele hervorming van de EU-begroting is bij de eurocraten evenwel nog niet opgekomen.

Posted on

Speculatie over vertrek Merkel neemt toe

Zowel in de unie van CDU en CSU als bij coalitiepartner SPD nemen de verbittering, woede en vertwijfeling toe. Dat zou al deze zomer tot beslissingen kunnen leiden, zo speculeren kenners van de politieke scène in Berlijn.

Dat zou in ieder geval een meevaller voor journalisten zijn. Het zomerreces is normaal gesproken een nieuwsarme tijd met vooral komkommernieuws, maar dat zou komende zomer wel eens anders kunnen zijn. Zowel tussen als binnen de drie coalitiepartijen tieren wantrouwen, woede en regelrechte vertwijfeling welig. De vooruitzichten van de regering zien er dan ook bepaald niet rooskleurig uit.

Intussen is deze stemming ook overgeslagen op de kiezers. Volgens een recente peiling wil 64% van de kiezers niet dat Angela Merkel in 2017 nog eens kandidaat is voor het bondskanselierschap. De regeringspartijen behalen in de peiling samen nog zo’n 50% van de stemmen, terwijl bij de verkiezingen in 2013 nog 67% was. Het zijn dramatische cijfers, zowel voor de coalitiepartijen als voor de bondskanselier.

Merkels onenigheid met de CSU is reeds berucht. Kenners van de Berlijnse politieke scène constateren echter ook een steeds grotere kloof tussen de CDU-leider en de parlementsleden van haar eigen partij, waar de vervreemding door herhaalde solo-acties van de bondskanselier alleen maar toeneemt. Merkel gedraagt zich verheven, zo is onder CDU-politici in de wandelgangen van de bondsdag en het Adenauerhuis (het partijbureau van de CDU) te vernemen. Ze vermijdt de dialoog en laat eigen mensen voor een dichte deur staan.

Ouwe rotten in de CDU raden de bondskanselier reeds aan nog komende zomer vrijwillig op te stappen als bondskanselier. Daarna kon het wel eens ras te laat zijn om nog uit eigen beweging en met opgeheven hoofd te vertrekken. De regering zal immers onvermijdelijk met nieuwe tegenslagen te maken krijgen, die de stemming zouden kunnen doen escaleren.

De asielcrisis kan op ieder moment weer oplaaien. In de zomer staat ook opnieuw een besluit over miljarden voor Griekenland op de rol, waarbij iedere keer de kans bestaat dat minder parlementsleden de regering daarin volgen. Kort na de zomer op 4 september vinden dan verkiezingen plaats voor de landdag van Mecklenburg-Voorpommeren en twee weken later in Berlijn, waar CDU en SPD opnieuw een electorale klap zullen moeten incasseren. Hoe het middenkader van de partijen op wéér een nederlaag zal reageren, valt niet te voorzien.

In de SPD bereikt de berusting over de hopeloze situatie van de eigen partij reeds bizarre hoogten. Waar de positie van kandidaat voor het bondskanselierschap ooit fel begeerd was, wordt deze in de aanloop naar 2017 als een gifbeker gemeden. Dat de SPD het bondskanselierschap niet in de wacht zal slepen is dermate voorzienbaar dat niemand Sigmar Gabriel zijn positie wil ontnemen.

Merkel gedraagt zich als zoveel regeringsleiders die na hun tweede herverkiezing het contact met de basis en met de werkelijkheid verliezen, zo heet het. Ook Adenauer en Kohl werden hun partij in deze fase eerder tot last, zo ook de legendaire Margaret Thatcher. Zodoende zou het einde van het tijdperk Merkel – eerder al voorspeld, maar nooit gekomen – nu toch nabij kunnen zijn.

Posted on 1 Comment

Labour kiest anti-Blair tot leider

De leden van de Britse Labour-partij hebben zaterdag met een overtuigende meerderheid Jeremy Corbyn tot leider gekozen van de centrumlinkse oppositiepartij. Corbyn staat bekend als een uitgesproken socialist en pacifist en is daarmee het tegendeel van oud-Labour-leider Tony Blair, die zich dan ook fel tegen het vooruitzicht van Corbyns partijleiderschap uitsprak.

In de afgelopen weken brachten zo’n 423.000 mensen een stem uit op één van de vier kandidaten voor het leiderschap. Zaterdag bleek Corbyn de verkiezing in één ronde overtuigend gewonnen te hebben met 59,5% van de uitgebrachte stemmen.

Waar het partij-establishment de voorkeur had voor een vage middenkoers, kiest de Labour-achterban hiermee voor een duidelijk linkse koers. Na twee relatief kleurloze partijleiders, Gordon Brown en Ed Milliband, krijgt Labour daarmee een leider die in zijn campagne pleitte voor herkenbare socialistische speerpunten als de renationalisatie van de spoorwegen en nutsbedrijven, en de invoering van een maximumloon om exorbitante topsalarissen tegen te gaan. Corbyn is al sinds de jaren ’80 lid van het Lagerhuis en staat er als backbencher om bekend regelmatig tegen de partijlijn in te gaan.

Anti-Blair

Diverse meer of minder prominente (oud-)politici betoonden zich ongelukkig met het vooruitzicht dat Corbyn het partijleiderschap zou overnemen. Een van de meest uitgesproken tegenstanders is oud-premier en -partijleider Tony Blair. Waar Blair staat voor New Labour, een sociaaldemocratisch profiel dat qua economisch beleid meer op het neoliberalisme van Margaret Thatcher aantrekt, noemt Corbyn zich ‘democratisch socialist’. En waar de oud-premier zijn reputatie vestigde door het Lagerhuis voor te liegen om maar steun te krijgen voor de inval in Irak, staat Corbyn bekend als vredesactivist en criticus van het Britse kernwapenarsenaal. Bovendien kondigde hij aan dat hij als Labour-leider excuses zou maken aan het Britse volk voor de “misleiding” door zijn partijgenoot in de aanloop naar de inval in Irak door de Amerikanen, Britten en anderen en aan het Irakese volk voor het hun toegebrachte lijden. In het algemeen sprak hij zich uit voor minder Britse militaire interventies.

Corbyn staat kritisch tegenover de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO), de Europese Unie en het atlanticisme in het algemeen. “De EU en de NAVO zijn instrumenten van Amerikaans beleid geworden”, stelde hij in een opiniestuk in het voorjaar van 2014. De politicus sprak zich in hetzelfde stuk dan ook kritisch uit over de rol van de EU en de VS in de Oekraïense crisis, de acties van Rusland zijn “niet onuitgelokt”. Een en ander kwam hem uiteraard op kritiek te staan van neoconservatieve usual suspects als Anne Applebaum en Edward Lucas. Corbyn zou het Verenigd Koninkrijk het liefst helemaal terugtrekken uit de NAVO, maar bij gebrek aan draagvlak zou hij in ieder geval de rol van de NAVO in willen perken.

Eurofielen binnen de Labour-partij vrezen intussen dat Corbyns mild eurosceptische opstelling kan betekenen dat Labour minder eenduidig campagne zal voeren om in de EU te blijven en dat er meer ruimte komt voor eurokritische geluiden in de eigen gelederen. In 2016 of uiterlijk in 2017 wordt er in het Verenigd Koninkrijk een referendum gehouden over het al of niet lid blijven van de Europese Unie. De huidige centrumrechtse premier David Cameron wil voor die tijd een heronderhandeling van de voorwaarden van het Britse EU-lidmaatschap afgerond hebben.

De verkiezing van Corbyn tot Labour-leider werd internationaal begroet door leiders van onder andere het Griekse SYRIZA, Spaanse PODEMOS en Iers-Republikeinse Sinn Fein.

Posted on Leave a comment

Kohl wilde helft Turken uitwijzen

De vroegere bondskanselier Helmut Kohl wilde de helft van de in Duitsland wonende Turken uitwijzen. Zo blijkt uit een onlangs openbaar geworden notulen van een gesprek dat Kohl had met de Britse premier Margaret Thatcher in oktober 1982. “Het zou onmogelijk zijn voor Duitsland om het huidige aantal Turken te assimileren”,  zo citeert Der Spiegel uit het verslag dat na dertig jaar automatisch publiek toegankelijk is gemaakt.

Thatcher Kohl“In de komende vier jaar zal het noodzakelijk zijn het aantal Turken met 50% terug te brengen”, zo verslaat Thatchers persoonlijk secretaris A.J. Coles de voornemens van de bondskanselier die toen net vier weken zijn ambt bekleedde. Naast de twee regeringshoofden en de notulist was alleen Horst Teltschik, adviseur en vertrouweling van Kohl, aanwezig bij het gesprek dat tijdens Thatchers bezoek aan Bonn plaats vond.

“Duitsland heeft geen problemen met de Portugezen, Italianen en zelfs de Zuidoost-Aziaten, omdat deze gemeenschappen zich goed integreren”,  zo parafraseert Coles het Duitse perspectief. “Maar de Turken komen uit een heel andersoortige cultuur. (..) Duitsland heeft elf miljoen Duitsers uit Oost-Europese landen geïntegreerd. Maar dat zijn Europeanen en is dus geen probleem.”

Duitse Turken hebben in het kader van het wereldkampioenschap voetbal in 2006 een vlag geknutseld. Foto: Rainer Zenz
Duitse Turken hebben in het kader van het wereldkampioenschap voetbal in 2006 een vlag geknutseld. Foto: Rainer Zenz

Kohl waarschuwde in het gesprek indringend voor het “botsen van twee verschillende culturen”.  Als voorbeelden noemde de Duitse regeringsleider gedwongen huwelijken en zwart werkende Turkse immigranten. Turken zouden “niet tot integratie in staat zijn en overigens ook niet willen integreren”, zo stelde Kohl als oppositieleider al.

Concreet zou Kohl gedacht hebben aan het meegeven van een premie aan Turken die tot vrijwillige terugkeer bereid zouden zijn. Hij zou daarbij gedacht hebben aan een afkoopsom van de sociale verzekeringsafdrachten van de Turken in kwestie. Een dergelijk programma is ook daadwerkelijk in gang gezet, maar bleek een misser, niet meer dan 100.000 Turken nam het aanbod aan om met een premie van 10.500 D-Mark en een afkoopsom van hun pensioenvoorziening naar Turkije terug te keren.

Kohls bureau in Berlijn heeft via een persverklaring laten weten dat de weergave van het gesprek volgens de oud-bondskanselier correct is. Of hij nog altijd achter deze uitingen staat, wil hij in het midden laten, omdat hij geen actief politicus meer is. Politici van SPD en Groenen proberen uiteraard politieke munt te slaan uit de persaandacht voor de dertig jaar oude documenten.

Kohl was bondskanselier van West-Duitsland en later van het herenigde Duitsland van 1982 tot 1998.  Bij zijn aantreden woonden er ruim anderhalf miljoen Turkse staatsburgers in Duitsland, bij zijn aftreden ruim twee miljoen, waarbij in Duitsland geboren kinderen automatisch Duits staatsburgerschap verwierven. In 2011 telde Duitsland volgens officiële statistieken bijna drie miljoen ingezetenen van Turkse afkomst.

Posted on 2 Comments

Wat er mis is met de Britse rechtervleugel

Laat ik beginnen met het definiëren van ‘rechts’, want het is een vage term, een term waar over gestreden wordt – meestal door mensen die niet rechts genoemd willen worden. Ik bedoel mensen – van welke partij ook, of partijloos – die geloven dat er zoiets is als een aangeboren menselijke natuur die zowel slechte als goede trekken omvat, dat mensen en volken geboren worden met verschillen, dat terwijl hun natuur aangepast kan worden, deze nooit compleet veranderd kan worden – en dat deze verschillen niet veroordeeld, maar gevierd zouden moeten worden.

Hieruit vloeit bijna al het andere dat de conservatieve gezindheid bepaalt voort – geloof in de onmogelijkheid ooit gelijkheid te bereiken – een voorkeur voor lokale identiteiten en tradities boven abstracte aspiraties – een afkeer van onoprechte demagogie en politiek-correcte pantomimepolitiek.

De meeste van de bekwaamste en aangenaamste mensen die ik ooit ontmoet heb, vallen onder deze categorie – en zelfs wanneer ze niet bekwaam of aangenaam zijn, zijn rechtse mensen ten minste interessant! Mensen op de linkervleugel zijn dikwijls tot de opmerkelijke prestatie in staat tegelijkertijd hoogst hartstochtelijk te zijn – en ongelooflijk saai!

Mijn kwalificaties – voor wat ze waard zijn – om over dit onderwerp te spreken, bestaan in ongeveer 20 jaar van schrijven voor en redigeren van conservatieve publicaties van allerlei soort. In deze tijd heb ik ‘ rechtsen’ van allerlei pluimage ontmoet, Conservatieve leden van het Hogerhuis en het Lagerhuis, academici en journalisten, UKIP-politici, leden van kleinere partijen, Amerikaanse en Europese nieuw-rechtse denkers, katholieken, protestanten, joden, paganisten en atheïsten. Ik hak zelf niet met een partijpolitiek bijltje en probeer altijd het beste te zien in dingen en in mensen, zelfs wanneer ik het niet met ze eens ben. Mijn commentaar is constructief bedoeld. Ten slotte onttrek ik mezelf niet van mijn eigen kritiek – ik heb ook wel eens onverstandige dingen gedaan of gezegd en zal dat allicht nog wel eens doen.

Er wordt vaak gedacht – zelfs door conservatieven – dat Groot-Brittannië een conservatief land is – een plaats waar ontspannen gezond verstand prevaleert, een plaats die niet alleen door het Kanaal van Dover voor revolutie beschermd wordt, maar ook door iets in het nationale volkskarakter zelf.

De gebeurtenissen van deze zomer lijken dit te bevestigen – de omvangrijke, vrolijke menigten die in de regen kwamen opdraven voor het diamanten jubileum [van de koningin, red.] en gretig de prestaties van Team GB op de Olympische Spelen volgden. Ten aanzien van allerlei onderwerpen varieert de Britse publieke opinie, door alles sociale klassen en achtergronden heen, van gematigd conservatief tot sterk reactionair. Dit wordt weerspiegeld in decennia van opiniepeilingen, invloedrijke rechtse gedrukte media en een eeuw van verkiezingsresultaten die steeds weer de Conservatieve Partij aan de macht hebben gebracht en in recentere jaren de UK Independence Party (UKIP) 12 leden van het Europese Parlement bezorgden. Er was zelfs een tijd – in de dagen voor New Labour – dat van de Conservatieven gezegd werd dat ze de ‘natuurlijke regeringspartij’ waren.

En toch – ondanks dit alles – is het Groot-Brittannië van 2012 vrijwel geheel anders dan dat van 1912, of 1952, of 1992 of zelfs 2002. Verandering is onvermijdelijk, niet alle tradities kunnen gered worden en sommige verdienen het niet om gered te worden – maar dit land waarvan gezegd wordt dat het conservatief is, ondergaat een soort van permanente revolutie. Alles is tot een cultureel slagveld geworden en er is steeds minder onderscheid tussen de publieke en de private levenssferen. Opvattingen die ooit als ‘loony left’ beschouwd werden zijn tot iets van het midden geworden – en opvattingen die ooit als simpelweg conservatief werden beschouwd zijn dientengevolge ‘uiterst rechts’  geworden.

De monarchie heeft op de een of andere manier overleefd, maar dit verhult slechts het feit dat Groot-Brittannië in ieder ander opzicht een vreemd land geworden is, haast letterlijk een ander land – een plaats waar de bouwwerken van een groots verleden bewoond worden door een in toenemende mate onverenigde bevolking geregeerd door een steeds opdringeriger regering. Gemeten aan zo ongeveer iedere indicator, heeft de grote staatsdragende partij die beloofd had de onafhankelijk en identiteit van het koninkrijk te bewaren laten zien niet tegen deze taak opgewassen te zijn.

De voornaamste reden is dat, hoewel de Conservatieven dikwijls de regering vormden, ze zeer zelden de macht bezaten. Conservatieve regeringen hebben vaak – zelfs wanneer ze grote meerderheden tot hun beschikking hadden en onder leiders met een sterke overtuiging – kansen verspeeld en zelfs hun eigen zaak ondermijnd. De Conservatieve Partij is een formidabele machine voor het winnen van verkiezingen, maar als ze de verkiezingen eenmaal gewonnen heeft, weet ze doorgaans niet meer wat te doen.

De enige keer dat een nieuwe Conservatieve regering een echt duidelijk idee had van wat ze wilde gaan doen was in 1979 – en het Thatcheristische programma was slechts ten delen conservatief. De vrije marktideologen hadden gelijk dat economisch radicalisme nodig was, maar in sommige opzichten, en in sommige delen van het land, ging het programma te ver en te snel. Al dat ontmantelen van bedrijven en het los verkopen van de onderdelen, had vergezeld moeten gaan van nieuwe sociale woningbouw om de mensen te verenigen in een post-imperiale zingeving. Sommige Conservatieven uit de jaren tachtig waren helaas echter meer geïnteresseerd in directeursposities dan in de richting van het land.

En dan waren er de zaken die de regering Thatcher niet deed. Behalve op het gebied van de economie, draaiden ze weinig tot geen van de wetten terug die door Labour geïntroduceerd waren. De voormalige adviseur van Thatcher, Sir Alfred Sherman, noemde dit het ‘paleffect’, waarbij beleid zich in het algemeen slechts in een richting ontwikkeld, ongeacht wie Downing Street [de straat met de ambtswoningen van de premier en de minister van Financiën, red.] bezet.

In dit opzicht was mevrouw Thatcher minder schuldig dan haar voorgangers. In 1951, toen Churchill terugkeerde als premier, zei hij tegen zijn schoonzoon dat het beleid van zijn regering zou bestaan in “huizen en vlees en niet worden getorpedeerd”. Spoelen we twintig jaar door, dan zien we hoe Ted Heath en Harold Wilson zoveel op elkaar leken dat Enoch Powell de verkiezingen van 1970 van de hand deed als een wedstrijd “tussen een man met een boot en een man met een pijp”.

Wat nog rampzaliger was, is dat de Thatcheristen vrijwel volledig de meedogenloze opkomst van de politieke correctheid negeerden, met name in het onderwijs en op radio en televisie. Er bestond een luie aanname dat als je de mensen economische kansen gaf, ze op magische wijze zouden veranderen in sociale conservatieven. Zoals Thatcher zei toen ze premier was, “Economie is slechts de methode. Ik wil de zielen van de mensen veranderen”. Zoals we weten is dit nooit gebeurd – en er was ook nooit enig uitzicht dat dit zou gebeuren. De economie volgt de cultuur, niet andersom. Economie wint de verkiezingen, maar cultuur wint oorlogen. Een van de voornaamste Conservatieve tekortkomingen is een chronisch gebrek aan belangstelling in ideeën en cultuur.

De Conservatieve Partij heeft te lang simpelweg vertrouwd op het vaderlandslievende gezonde verstand van de menigten – en dit is verdraaglijk zolang de cultuur gezond is. Maar de menigten bestaan uit individuen die op het internet surfen, televisie kijken, naar de radio luisteren, tijdschriften lezen en naar scholen gaan, die overgoten zijn met ideeën die vijandig staan tegenover conservatisme en zelfs beschaving. Het is onredelijk om te verwachten dat je op de mensen kunt blijven rekenen zonder hen van intellectuele ammunitie en culturele hernieuwing te voorzien. Gisteren nog, werd bekend gemaakt, dat er onder de huidige door de Conservatieven geleide regering vijf keer zoveel Labour-kiezers als Conservatieve keizers zijn aangesteld in publieke dienst. De Conservatieven spelen altijd het spelletje mee – en ze verliezen bijna altijd.

De regeringen onder Thatcher moesten het hoofd bieden aan de grof onverantwoordelijke vakbonden, maar ze hadden op de een of andere manier ook de tijd moeten vinden om conservatieve waarden te bevorderen in alle hoeken van de samenleving. Waar waren, tussen de sombere pamfletten over huurhervorming en de vraag wie het telecombedrijf zou moeten runnen, de discussies over ecologie, gelijkheid, de historische misdaden van het communisme, de toekomst van de Anglicaanse kerk, de aard van de westerse beschaving, gezinsleven, volkstradities, het erfprincipe en het Hogerhuis, immigratie, manieren, multiculturalisme, politiek-correcte censuur… de lijst lijkt wel oneindig. Het was een rampzalig gebrek aan verbeeldingskracht. Financiële ondersteuners uit het bedrijfsleven doneerden geld aan individuele politici of aan verkiezingsfondsen, maar er werd niet systematisch geïnvesteerd in ideeën.

Zelfs in het uiterst zeldzame geval dat Conservatieven wel proberen om scherpe culturele politiek te bedrijven, is het bijna altijd in reactie op een vijandig offensief. Conservatieven initiëren vrijwel nooit een campagne – het aanvallende leger heeft zodoende het voordeel van de verrassing en heeft al het moraal en het momentum opgebouwd voordat de verdedigers zelfs maar opgemerkt hebben dat de oorlog is begonnen. Aanvallers hebben altijd hoop dat ze hun doel zullen behalen – terwijl de verdedigers alleen maar kunnen hopen hun nederlaag een tijdje uit te stellen.

Eervolle uitzonderingen daargelaten, lijkt het erop dat Conservatieve politici een te zwakke maag hebben om te vechten. Ze worden wellicht afgeleid door hun district of interne beslommeringen van hun partij, of misschien hebben ze zich gewoon te comfortabel verschanst in de machtsstructuren. Het zou echter ook simpelweg kunnen zijn dat ze niet geloven  dat ze kunnen winnen. Het zou nauwelijks verrassend zijn als ze er zo over dachten, want conservatieven hebben maar weinig gewonnen de laatste zestig jaar.

Velen ter linkerzijde zijn daarentegen obsessief gefocust – als iets of iemand eenmaal in hun vizier is, zullen ze eenvoudigweg niet stoppen tot ze hem vernietigd hebben. Simplistisch en scherp moralistisch, heeft hun extatische wereldbeschouwing een ingebouwde manische energie. Zoals W.B. Yeats in zijn gedicht  The Second Coming uit 1919 al stelde – “The best lack all conviction, while the worst / Are full of passionate intensity.”

De slechtsten zijn ook sluw. Als ze niet onmiddellijk succesvol zijn, zullen ze hun tactieken aanpassen. Dit is waarom de Fabian Society [een socialistisch intellectueel gezelschap dat als voorloper van de Labour partij gezien kan worden, red.] als logo een wolf in schaapskleren aannam – als teken van de tactische flexibiliteit van links.  Links is er doorgaans tevreden mee om twee stappen vooruit te doen en een stap terug – terwijl veel conservatieven liever zouden sterven dan zich aan te passen. In sommige opzichten zijn ze het tegendeel van de Fabianen – ze zijn schapen in wolfskleren.

Zo nu en dan zal een Conservatief parlementslid in verontwaardiging ontbranden over iets uit het nieuws en aankondigen dat hij een campagnegroep zal oprichten om te bestrijden wat hem geërgerd heeft. Deze groep heeft dan een startbijeenkomst met hoge omes en veel aplomb – en nadien wordt er nooit meer iets van vernomen. Soms hebben ze zelfs geen noemenswaardige startbijeenkomst! In de zeldzame gevallen dat een traditionalistische groep, zoals de oude Monday Club, tekenen van leven vertoont, neemt het partijleiderschap er onmiddellijk afstand van of valt het initiatief zelfs aan.

Het is een vernietigende aanklacht tegen de Conservatieve Partij, dat er dikwijls steviger geopponeerd wordt tegen links door de landelijk dagbladen als de Daily Mail of de Daily Telegraph dan door alle Conservatieve parlementsleden bij elkaar. Het zou fascinerend zijn om te zien wat er zou gebeuren als de Conservatieve Partij ooit een systematische en vastberaden campagne zou lanceren tegen de een of andere linkse institutie of persoonlijkheid of zelfs tegen een van de geloofsartikelen van de politieke correctheid. Het is zonderling dat dit nog nooit geprobeerd is.

Maar misschien is het niet zo uitzonderlijk – omdat conservatieven een achterwaartsgerichte, melancholische verbeelding hebben. Er bestaat vaak een aanname dat het heden niet kan tippen aan het verleden – en dat de toekomst waarschijnlijk zowel onbegrijpelijk als weerzinwekkend zal zijn. Mijn favoriete futurofobische citaat komt van het 18e eeuwse Ierse Conservatieve parlementslid Sir Boyle Roche – “All along the untrodden footpaths of the future, I can see the footprints of an unseen hand.”

Conservatieven zijn half verliefd op verliezen. Ze schrijven boeken met titels als De Afschaffing van Groot-Brittannië – of Engeland: een Grafrede. Het is wat de romanschrijfster Rose Macaulay Het Genot van Ruïnes noemde – een bitterzoete voldoening in het omringd zijn door verval, staande als de Laatste Man of Aarde tussen de puinhopen van een vervallen stad.

Nu is het een gezonde en nobele zaak om zich in het verleden te verbeelden, om zichzelf in historische context te plaatsen – om zich te kunnen verplaatsen in hen die je zijn voorgegaan. Ik besteed een groot deel van mijn eigen leven door rond te struinen door middeleeuwse kerken en landhuizen of door vergeten wegen te volgen door dorpen die van de aardbodem verdwenen zijn! Maar ik ben realistisch genoeg om te weten dat dergelijke activiteit nooit de basis kan vormen van een praktisch programma.

Sommigen van jullie herinneren je misschien het verkiezingslied van Labour in 1977 – “Things Can Only Get Better“. Dat was een sentimenteel liedje en gebaseerd op een sentiment dat duidelijk niet waar is – maar als liedje werkte het een stuk beter dan het impliciete Conservatieve volkslied, Things Can Only Get Worse!

Er zijn veel Conservatieve tekortkomingen om uit te kiezen! Maar de Conservatieven zijn ten minste pragmatische en praktisch ingesteld. Ze weten dat politiek een rommelige zaak is waar compromissen gesloten moeten worden. Ze weten dat politieke partijen allianties zijn – en dat je soms met mensen moet samenwerken waar je het niet mee eens bent of waar je zelfs een hekel aan hebt. Ze zijn misschien niet blij met wat hun leiders soms zeggen, maar ze weten dat dingen soms gezegd moeten worden en dat sommige dingen er nu eenmaal bij horen. Dat iets gezegd wordt betekent ook nog niet dat er iets gedaan zal worden. Zelfs nu, in haar teruggang, trekt de Conservatieve Partij nog altijd intellectuele en integere mensen aan – er zijn veel indrukwekkende jonge parlementsleden – en voor de afzienbare toekomst zal ze waarschijnlijk de meest voor de hand liggende verdediger van conservatieve zaken blijven. En toch is er zelfs nu geen effectieve sociaal-conservatieve stroming binnen de partij.

UK Independence Party
Naast de Conservatieve Partij is er UKIP. UKIP is traditioneel een laatste uitwijkmogelijkheid voor Conservatieven die vinden dat er iets ernstig mis is gegaan met alles en dat deze problemen voornamelijk voortvloeien uit het Britse lidmaatschap van de EU. UKIP trekt weliswaar ook leden aan uit andere partijen, maar het is toch in de eerste plaats een soort van Conservatieve Partij in ballingschap.

UKIP doet het, onder leiding van de eloquente Nigel Farage, goed in opeenvolgende Europarlementsverkiezingen.

Historisch is UKIP geneigd geweest tot buitengemeen harde interne conflicten, maar deze problemen zijn afgenomen. Haar belangrijkste tactische probleem is nu uiteraard het parlementaire kiesstelsel. [De leden van het nationale parlement worden, anders dan die van het Europese, door middel van een districtenstelsel verkozen, red.]. Voor de afzienbare toekomst blijft ze waarschijnlijk vooral op het niveau van het Europees Parlement opereren. Dit betekent dat ze grotendeels onzichtbaar zullen blijven voor de Britse kiezers, omdat zij begrijpelijkerwijze geen hoge pet op hebben van wat er daar gebeurd!

UKIP heeft ook wat dieperliggende problemen. Het heeft een smalle leiderschapsbasis. De partij heeft hard geprobeerd om beleid te ontwikkelen op allerlei terrein, maar het is effectief nog steeds een single-issuepartij. Er is geen UKIP-denktank en ze hebben simpelweg niet diepgravend genoeg nagedacht over de problemen waarvoor het Verenigd Koninkrijk zich gesteld ziet. Veel leden van UKIP lijken te geloven dat het eenvoudig verlaten van de EU een panacee zou zijn en Groot-Brittannië op magische wijze zou herstellen tot een soort utopia dat aan Britse televisieseries uit de jaren ’50 doet denken, waarin treinen vol buitenlui langs mooie optrekjes razen.

Sommige van de UKIP-leden huldigen een zwartgallig anti-Europeanisme – alsof Groot-Brittannië niet zelf deel uitmaakt van de Europese beschaving. Een minderheid van de leden lijkt ook nog altijd de Tweede Wereldoorlog uit te vechten. Er zijn dikwijls verwijzingen naar de EU als een soort van Vierde Rijk – een liberale façade voor nazisme dat in het geheim zeventig jaar overbrugd heeft, ongetwijfeld gebruikmakend van de beroemde luchtbases op Antarctica! Ze wijzen op overeenkomsten in retoriek tussen Nazi- en EU-politici en op enige continuïteit in bureaucratie en ze tellen een en een op tot drie. Er is overduidelijk een element van nostalgie in hun constante terugverlangen naar de periode toen de vijand zou duidelijk aan te wijzen was en Brittannië nog echt Groots was. Ze lijken niet in staat te zijn om te onderscheiden tussen Duitse individuen die van de EU profiteren en Duitsland als geheel dat niet van de EU profiteert. Ze zijn kennelijk ook niet in staat om onderscheid te maken tussen de janboel van het managerschap van de EU en de verschrikkingen die de Nazi’s hebben aangericht.

Een kleiner deel van de UKIP-leden ziet de EU als een nieuwe USSR. Dit is een waarschijnlijker argument, dat ook wel is gemaakt door aanzienlijke denkers zoals Vladimir Bukovsky – maar mij komt dit overdreven voor. Er is een massief kwalitatief verschil tussen bolsjewisme en de EU-variant van liberalisme. Het is het verschil tussen wreedheid en goedbedoelende dwaasheid. De oorsprong en aard van beide is simpelweg niet te vergelijken. De doelstellingen en zelfs sommige van de effecten zijn allicht hetzelfde, maar tot nu toe is de EU niet eens in staat geweest om een gemeenschappelijk buitenlands beleid tot stand te brengen, laat staan om pantserkonvooien landen binnen te laten binnenvallen om er een meer inschikkelijk regime te installeren.

Maar UKIP heeft een capabele leiding en lijkt een stabiele basis van steun onder de kiezers ontwikkeld te hebben. Er zijn tijden geweest dat de stemmen van UKIP in de nationale verkiezingen er toe geleid hebben dat de Conservatieven zetels verloren. Dit is de reden dat er in toenemende mate opgeroepen wordt tot een verkiezingspact van Conservatieven en UKIP. Zo’n pact is onwaarschijnlijk, maar als het zou gebeuren zou het riskant zijn voor UKIP, die veel van haar aanhang dankt aan het zijn van een anti-establishmentpartij. Een partij kan echter niet altijd alleen maar een protestpartij blijven; op een gegeven moment zal UKIP moeten buigen in een poging om te overwinnen. Op dat moment zal het lijden, net zoals de zinloze partij van Nick Clegg [de Liberaal-Democraten, red.] heeft geleden onder haar gedartel met de Conservatieven – en UKIP zal stalen zenuwen moeten hebben om dit te overleven.

Kleine partijen
Een overzicht als dit zou incompleet zijn zonder een korte blik op de kleinere partijen die van tijd tot tijd de kop opsteken of de rechtervleugel. Ze zijn niet meer dan een korte blik waardig, omdat ze in het grotere geheel van de dingen niet veel impact gehad hebben. Net als UKIP lijden ze onder het first-past-the-postkiesstelsel – anders dan UKIP verspelen ze echter dikwijls de kansen die ze krijgen.

Deze partijen komen vooral op in reactie op Conservatieve onzinnigheid en trekken kortstondig wat teleurgestelde Conservatieven aan. Hun lot hangt deels af van hoe slim de Conservatieve Partij inspeelt op de gevoelens op haar rechtervleugel. Het Nationale Front stortte bijvoorbeeld in toen Margaret Thatcher haar befaamde opmerking maakte over het “overspoeld” worden door immigratie – een onderwerp waar ze echter kennelijk daarna nooit meer een gedachte besteed heeft. Maar deze kleinere partijen worden in het algemeen ook slecht geleid en veel van de getalenteerde en respectabele mensen die door hen aangetrokken worden vertrekken vaak al snel weer – afgeschrokken door de paranoia, de weigering om talent te belonen en het gebrek aan ernst van deze partijen.

Links en de media schetsen doorgaans een vals beeld van deze partijtjes en ik wil er geen goedkope gijpen over maken – maar de waarheid gebied te zeggen dat deze partijen daadwerkelijk bovengemiddeld veel gekken, dromers, egomaniakken en fanatici aantrekken. Sociaal onaangepaste mensen die nergens een politiek onderdak kunnen vinden, vinden hun weg naar dit soort partijen – aangetrokken door het feit dat deze partijen zo gehaat en vervolgd worden. Hun marginale persoonlijkheden versterken vervolgens de marginale aard van deze partijen. Het is een ondeugdelijke cirkel van steeds toenemende irrelevantie.

Wat is nu de toekomst voor traditionalistisch rechts? Veel zal afhangen van externe, onvoorspelbare factoren, in de woorden van Macmillan “Events, dear boy, events”! Er zijn alle mogelijke scenario’s denkbaar, zeker als de economische slechtere tijden aanhouden. Het economisch, sociaal en cultureel uithollen van de laatste decennia is dermate voortgeschreden dat het wellicht ongeneeslijk is. Het naoorlogse politiek model van steeds toenemende welvaart plus steeds lakser liberalisme werd ‘gefinancierd’ door eeuwen van opgehoopt sociaal kapitaal en industriële macht, die nu grotendeels verspeeld zijn. Het valt moeilijk in te zien hoe het naoorlogse model nog gered zou kunnen worden – niet dat dat moet! De waarschijnlijke, radicale herstructurering van alle westerse samenlevingen zal kansen bieden voor hen die gereed zijn om er op in te springen – en op ieder moment kan een tot nu toe onbekende individu of partij naar voren treden en alles op zijn kop zetten.

Maar of de toekomst er nu een is van revolutionaire of alleen van geleidelijke verandering, traditionalisten zouden samen moeten werken, hun denken aan moeten scherpen en hun praktijken en presentatie moeten verbeteren. De tekortkomingen van het westerse politieke systeem zijn evengoed de tekortkomingen van links als van centrum-rechts, en de intelligentere jongeren zien dit in. Links had eens een doel – soms een nobel doel – maar nu staat links voor saai burgerlijk conformisme en haar politiek-correcte geloofssysteem is niets dan een neurotische religie. Rechts heeft nu een kans om het intellectuele initiatief te grijpen, met een aantrekkelijk uitgedrukte, voorwaartsblikkende filosofie die tot de verbeelding van intelligente mensen kan spreken. Het moge logisch inconsistent zijn met het begrip van conservatisme van sommige mensen, maar we moeten inspirerende ideeën bestrijden met inspirerende ideeën en realistische programma’s met realistische programma’s.

Heden ten dage is het links dat obscurantistisch is en de gevestigde orde vormt – en het oude rechts dat radicaal is, dat teruggrijpt op eerste principes. Wij zijn het die werkelijk geloven in het vieren van verschillen en daarvoor willen vechten tegenover de wereld. Het is onze zijde die gelooft in diversiteit boven gelijkvormigheid – in het vieren van onderscheiden – in kwaliteit boven gelijkheid – in trots boven schaamte – en vrijheid boven groepsdenken. Dit is een krachtige en positieve boodschap en als we maar een manier kunnen vinden om deze naar voren te brengen, zouden we misschien zelfs het tij nog kunnen keren en iets van het geweldige verleden over kunnen dragen op een veel betere toekomst.

Dit artikel is gebaseerd op een toespraak op een gezamenlijke conferentie van de Quarterly Review en de Traditional Britain Group en met toestemming van de auteur overgenomen. Vertaling: Jonathan van Tongeren