Posted on 1 Comment

Schijnheilige kwartiermakers van de massa-immigratie

Benedictijner monnik Thomas Quartier is voor open grenzen. Quartier, ondertussen de bekendste broeder van Nederland en naast monnik ook hoogleraar in Nijmegen, zegt in een interview met het Nederlands Dagblad van 10 april: “Wij zouden als abdij verdwijnen als we onze grenzen niet bewaken. Er zit een beperking aan wat wij kunnen doen en die grens moeten we bewaken. Tegelijk ben ik voorstander van open grenzen. We mogen aan de poort niemand afwijzen. En als dat tot conflicten leidt, moeten we daarover praten.”

Grens en Geest

Quartier doet zijn uitspraken naar aanleiding van een studiedag over ‘Grens en Geest’, in Kapel Berchmanianum in Nijmegen. Dat de Geest alle kanten opwaait laat niet alleen de paradoxale opmerking van broeder Thomas zien. Want waarom wel de grenzen van een abdij bewaken en niet die van een land?

Kardinaal Robert Sarah, prefect van de Congregatie voor de Goddelijke Eredienst en de Regeling van de Sacramenten van de Romeinse Curie, krijgt een andere geestelijke inspiratie. In een interview met het Franse tijdschrift Valeurs Actuelles eind maart bekritiseert Sarah die Katholieke leiders die de kerk zien als een soort NGO, die zich moet focussen op migratie, open grenzen en milieuvraagstukken. “Sommige katholieke leiders vragen de kerk niet over God te spreken, maar zich met hart en ziel in te zetten voor sociale problemen: migratie, ecologie, dialoog, de cultuur van ontmoeting, de strijd tegen armoede, voor vrede en rechtvaardigheid,” aldus de prefect. “Hoewel allemaal zeer belangrijk, heeft zo’n kerk geen enkel belang voor ons. De kerk is alleen van belang omdat ze ons Jezus laat ontmoeten.”

Quartier en Sarah

De verschillen in opvatting tussen Quartier en Sarah over wat de kerk moet zijn laten de breuklijnen zien die dwars door de Katholieke kerk sinds het Tweede Vaticaans Concilie lopen. Bevangen door de revolutionaire geest van de jaren zestig werd de kerk meer en meer een welzijnsorganisatie, waar niet langer de Openbaring van God centraal staat, maar een maatschappelijk sociaal actieprogramma. “De crisis van de kerk is vooral een crisis van geloof,” zegt kardinaal Sarah hierover. “Sommigen willen dat de kerk menselijke en horizontale organisatie wordt; ze willen dat ze de taal van de media spreekt. Ze willen haar populair maken.”

Hoewel de kardinaal de naam van paus Franciscus nergens noemt, is het wel duidelijk dat hij ook de ‘dictator-paus’ op het oog heeft. Deze spreekt, hoewel zeer vaak verwarrend, ook de taal van de media, die in de progressieve goegemeente zoveel onthaal krijgt. Broeder Thomas spreekt, hoewel zeer vaak verpakt in vage mystieke bewoordingen, ook deze taal. Zeg maar het partijprogramma van GroenLinks.

Benedictus en Franciscus

Thomas Quartier is Benedictijn. Deze oudste kloosterorde beroept zich op de ‘Regel van Benedictus’, de grondlegger van de orde. De Amerikaanse conservatieve auteur Rod Dreher publiceerde in 2017 ‘The Benedict Option: A Strategy for Christians in a Post-Christian Nation’. Het boek wil, vanuit het leven van Benedictus en zijn kloosterregel, een strategie voor het overleven van de kerk in de seculiere en postmoderne 21ste eeuw bieden. Dreher, ooit Rooms-Katholiek maar overgegaan naar de Oosters-Orthodoxe kerk, is kritisch over de maatschappelijke rol die paus Franciscus (Jezuïet) meent te moeten spelen.

In een artikel over de apostolische exhortatie ‘Gaudete et Exsultate’ (‘Verheugt u en jubelt’) schrijft Dreher in ‘The American Conservative’ dat als de paus zijn woorden over vluchtelingen echt meent, hij de grenzen van Vaticaan Stad eerst maar eens moet openen. ‘Walk the way you talk”, een populaire uitspraak in progressieve kringen (die daar zelfs overigens geen gehoor aan geven). Volgens Dreher zegt de Regel van Benedictus nergens dat iedereen maar welkom moet zijn, zoals paus Franciscus in zijn exhortatie suggereert.

En de paus gaat nog een stap verder. Hij schrijft specifiek over economische vluchtelingen en zegt daarover dat de enige “echt christelijke’ houding is hen toe te laten. “Open de grenzen, of je bent on-christelijk,” zegt Dreher hierover. De conservatieve journalist haalt de theoloog Oliver O‘Donovan aan, die stelt dat het algemeen welzijn van een gemeenschap ook inhoudt dat deze in staat is haar waarden over te dragen naar volgende generaties.

Paradox

De vraag is welke waarden dat zijn in een post-christelijk, seculier en steeds meer atheïstisch Europa? Broeder Thomas beroept zich op een postmodern idee van individualisme, ook al zo’n paradox voor een monnik in een kloostergemeenschap: “Je kunt alleen open zijn, als je weet waar je grenzen liggen.” Bepaalde vormen van volksprotest, zoals de Brexit, worden door Quartier weggezet als “angst”. O wee het volk dat opkomt voor haar eigen identiteit! Ook al zo’n progressieve manie, om alles dat tegen je ideologische uitgangspunten ingaat te psychologiseren.

Kardinaal Sarah noemt massa-immigratie een vorm van slavernij, die een bedreiging vormt voor het Westen. Vanuit de visie van de monnik moet de kardinaal een bange man zijn. Maar juist Sarah betoont zich, door het opkomen voor kerk en beschaving, vele malen moediger dan de postmoderne mysticus, die wel zijn eigen kloostercel beschermt, maar dat het land misgunt.

Posted on

De dubbele agenda van de dictator-paus

Het nieuws van een groot onderzoek naar misbruik binnen de Katholieke Kerk in Pennsylvania sloeg in als een bom. De details van de getuigenissen van slachtoffers van misbruik door meer dan 300 priesters in de Amerikaanse staat liegen er dan ook niet om. Hoofdaanklager Josh Shapiro somde op zijn persconferentie op 14 augustus een aantal uit het 900 pagina’s tellende onderzoeksrapport op: een priester dwong een negenjarige jongen tot orale seks en spoelde diens mond daarna met wijwater; een jongen werd naakt aan een kruis gebonden en de priesters namen foto’s van hem; een priester maakt een meisje zwanger, regelt een abortus en ontvangt van de bisschop een brief waarin die zijn medelijden kenbaar maakt – niet aan het meisje maar aan de priester die haar heeft misbruikt; priesters in het bisdom Pittsburg runden een pedofiliering, waarin ze slachtoffers naar elkaar doorschoven.

Shapiro maakte ook bekend dat kerkleiders, zoals aartsbisschop Donald Wuerl, het onderzoek bewust hebben gedwarsboomd. Het is opnieuw een herhaling van zetten. De kerkleiding negeert keer op keer waarschuwingen en onderneemt geen stappen. Integendeel, de misbruikpriesters en -bisschoppen werden overgeplaatst naar andere parochies, waar ze vervolgens verder gingen met hun misdadige praktijken. De enige verantwoordelijke die het veld moest ruimen was kardinaal Theodore McCarrick, die onlangs zijn ontslag aanbood aan paus Franciscus. Deze accepteerde het ontslag. Maar ontslag aanvaarden is een passieve handeling is, niet een actief optreden tegen misbruikers! Het blijft bij mooie woorden en een wat scherp aangezette brief. Eerder dit jaar vergaloppeerde de paus zich ook al in de kwestie rond de Chileense bisschoppen. Ook dat land kent een langdurig misbruikschandaal, waarin de verantwoordelijke priesters en bisschoppen buiten schot bleven. Paus Franciscus deed onthullingen daarover af als laster, maar werd uiteindelijk gedwongen het ontslag te aanvaarden van 3 van de 34 Chileense bisschoppen die een ontslagbrief hadden ingediend.

Waar is het 300 pagina’s tellend dossier over seksueel misbruik in de kerk, dat de toenmalige paus Benedictus XVI vlak voor zijn abdicatie ontving? De katholieke blogger Louie Verrecchio (https://akacatholic.com/) schreef onlangs dat Benedictus (mogelijk afgetreden vanwege de onthullingen in het dossier?) zijn opvolger de opdracht meegaf stappen te ondernemen. “Maar wat heeft Jorge Bergoglio, die het dossier nu vijf jaar in handen heeft, gedaan?” vraagt Verrecchio zich af. “Hij benoemde een homoseksueel, priester Battista Ricca, tot hoofd van de Vaticaanse Bank en antwoordde op vragen over de seksuele gerichtheid van de man “Wie ben ik om te oordelen?”; hij publiceerde een rapport voor de Synode van 2014 waarin hij schrijft dat “homoseksuelen gaven en kwaliteiten hebben die ten goede kunnen komen aan de christelijke gemeenschap”; hij benoemde Juan Barros tot bisschop in Chili, hoewel mensen de paus wezen op de homoseksuele voorkeur van Barros; hij benoemde priester James Martin, een LHBT-activist, tot raadgever bij het Secretariaat voor Communicatie van het Vaticaan.” En eerder deze maand benoemde de paus de Portugese priester José Tolentino Mendonça tot hoofd van het Geheim Vaticaans Archief. Mendonça zegt dat “Jezus geen regels vaststelde” en hij verkondigt de ideeën van een non die abortus en het homohuwelijk goedkeurt.

Veel zalvende woorden, maar ondertussen de verkeerde daden stellen. Hoe anders gaat de paus te werk als het gaat om priesters en bisschoppen die meer traditioneel en conservatief zijn. Kardinaal Raymond Burke heeft dat als een van de eersten ondervonden. Eind 2013 verwijderde paus Franciscus hem uit de Congregatie voor de Bisschoppen. Burke wordt gezien als woordvoerder van de conservatieve vleugel binnen de Rooms-Katholieke Kerk. Een van de jongste slachtoffers van de progressieve koers van paus Franciscus is de aartsbisschop van Zagreb, kardinaal Josip Bozanić. Eind juli werd bekend dat het Vaticaan de conservatieve Bozanić wil verwijderen van zijn post in Zagreb en vervangen door de jonge bisschop Dražen Kutleša. Het is geen geheim dat de paus de traditionalistische kerkleiding in Kroatië niet ziet zitten. Kardinaal Bozanić spreekt zich openlijk uit “tegen de mislukte ideologieën uit de vorige eeuw, die een nieuwe orde in de samenleving willen creëren en vrede, welvaart en volledige gelijkheid beloven”. En terwijl Franciscus er geen probleem mee heeft een hamer-en-sikkel in ontvangst te nemen van de Boliviaanse president Evo Morales (in 2015), leidde Bozanić in mei 2017 een herdenkingsdienst voor de slachtoffers van het communisme. “Voor ons betekende het communistische totalitaire systeem het begin van nieuwe vervolgingen, detenties en het vermoordden van onschuldige mensen in kuilen, ravijnen en massagraven. Vele daarvan bestaan nog steeds en zijn niet onderzocht,” aldus de kardinaal.

Paus Franciscus houdt er een dubbele agenda op na. Hard optreden richting conservatieve en traditionalistische priesters en weifelen of geen actie ondernemen naar liberale prelaten. Dat past binnen de politieke en theologische visie die ontwikkeld is door de ‘St. Gallen Groep’, een verzameling progressieve kardinalen die probeerde de verkiezing van paus Benedictus te voorkomen en er in 2013 in slaagde Jorge Bergoglio tot paus te laten verkiezen. Dat is althans de mening van Henry Sire, die onder het pseudoniem Marcantonio Colonna, vorig jaar The Dictator Pope: The Inside Story of the Francis Papacy publiceerde. In dat boek beschuldigt Sire paus Franciscus van opportunisme, tiranniek gedrag richting andersdenkenden, het mislukken van het aanpakken van corruptie in het Vaticaan, en het doelbewust sturen van de Synode over het Gezin, waarvan de uitkomsten moesten leiden tot wijziging van de moraal-leer van de Kerk. Eenzelfde mening houdt Philip Lawler er op na in zijn eerder dit jaar verschenen boek Lost Shepherd: How Pope Francis is Misleading His Flock. Meer en meer katholieken spreken hun verontrusting uit over de zwalkende koers van paus Franciscus en zijn moedwillig creëren van chaos in de Kerk en in haar leer. De vrees bestaat dat er nog heel wat onderzoeksrapporten zullen verschijnen, die vervolgens op mysterieuze wijze verdwijnen. Ook dat past in het chaotische beleid van de huidige paus.

Een Nederlandse vertaling van The Dictator Pope verschijnt later dit jaar bij uitgeverij De Blauwe Tijger:

Marcantonio Colonna ~ De dictator-paus

Posted on Leave a comment

Seculiere zendingsijver in Europa. Durven zwijgzame christenen de confrontatie aan?

Enkele weken geleden, op de Nederlandse ambassade in Tbilisi, Georgië vond een gesprek plaats tussen een medewerker van de ambassade, een medewerker van de universiteit in Tbilisi en een vertegenwoordiger van een Nederlandse universiteit.

Het volgende voorstel werd geopperd. In Georgië is er de noodzaak voor begeleiding voor kinderen met handicaps. De universiteit van Tbilisi heeft een plan uitgewerkt waarbij een school met dagopvang wordt gebouwd voor kinderen met allerlei soort van handicap. Hierdoor kunnen honderden kinderen geholpen worden in hun dagelijks leven. Geld om de school te bouwen is er, geregeld door Noorwegen en Japan. Het enige wat nog ontbreekt is het ontwerp zelf. Er is nog een beperkt geldbedrag nodig om het ontwerp te maken.

Helaas, de Nederlandse ambassade heeft wel geld, maar niet voor een dergelijk initiatief. De aanwezige fondsen zijn gelabeld en bestemd voor `sexuele minderheden´.

Zomaar een voorbeeld. Maar wel een die het seculiere gezicht van Nederland in Europa laat zien. In dit artikel bekijken we een aantal recente gebeurtenissen in dit licht.

Meer dan een belangengemeenschap
De Europese Unie vindt zijn oorsprong in de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS), die in 1952 gevormd werd door zes landen (België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg en Nederland). Deze gemeenschap was bedoeld om samen te werken op het gebied van zware industrie, noodzakelijk om elkaars productie van wapentuig te controleren. In 1958 kwamen de Europese Economie Gemeenschap (EEG) en de Europese Atoom Gemeeschap (Euratom) tot stand. De laatste om het vreedzaam gebruik van atoomenergie voor vreedzame doeleinden in Europa te bewerkstelligen. De EEG bevorderde de onderlinge samenhang op het vlak van onderlinge handel. In 1993 werd bij het verdrag van Maastricht de Europese Unie zoals we die nu kennen een feit. Inmiddels heeft de Europese Unie 27 lidstaten.

Vormt het gedeelde belang van vrede, handel en economie de enige gemeenschappelijke grond voor een hechte samenwerking van Europese lidstaten? Nee. Om een andere gezamenlijke bron op het spoor te komen gaan we verder terug in de tijd.

Christelijke wortels
Dit jaar is het 1700 jaar geleden dat in Edict van Milaan[1] werd uitgevaardigd in het Romeinse Rijk door Licinius en Constantijn de Grote. Vanaf toen waren burgers vrij hun godsdienst openlijk uit te oefenen. We mogen zeggen dat vanaf toen het christendom groeide in Europa en de cultuur mede gevormd heeft. De landen in Europa hebben een christelijke geschiedenis met daarbij behorende culturen en tradities.

In de afgelopen 1700 jaar is vanzelfsprekend veel gebeurd en veranderd. Was in het jaar 1000 de theologie nog absoluut de koningin der wetenschappen, aan het einde van de middeleeuwen was dat de natuurkunde. De rede had het geloof verdreven van de universiteiten. Deze overwinning van de rede werd met de Verlichting bezegeld.

Anno 2013 hebben we te maken met een ander Europa, een werelddeel met een nieuw gezicht, een nieuwe orde. De landen in Oost-Europa herleven na het communisme. Het christendom groeit daar terwijl het in West-Europa tanende is.

Seculiere propaganda
Golden vroeger de christelijke waarden in West-Europa, inmiddels zijn ze  vervangen door humanistische en libertijnse waarden. Dit wordt met name verspreid door de instellingen van de Europese Unie. De Europese Unie is een instituut geworden die de soevereiniteit van de natiestaten overstijgt, terwijl het verdrag officieel stelt dat EU de soevereiniteit en identiteit van de lidstaten respecteert.

De bevordering van humanistische en libertijnse waarden zien we vooral terug bij de omgang met toetredingseisen voor nieuwe lidstaten. Een land dat wil toetreden tot de Europese Unie heeft officieel te maken met de criteria van Kopenhagen. Deze criteria bevatten een aantal voorwaarden waaraan een land moet voldoen wil het kunnen toetreden tot de Europese Unie. Deze voorwaarden zijn vastgelegd door de Europese Raad in 1993 in Kopenhagen. Volgens deze voorwaarden moet een land dat wil toetreden tot de Europese Unie o.a. de mensenrechten respecteren, democratische principes in de praktijk brengen en een goed functionerende markteconomie hebben. Buiten het gegeven dat de mensenrechten universeel worden benoemd, gaan de Kopenhagen-criteria niet in op ethische kwesties. Toch worden deze criteria in de praktijk gebruikt als een kapstok om humanistische c.q. libertijnse waarden te introduceren en aan landen aanvullende eisen te stellen voor toetreding. Moldavië kreeg bijvoorbeeld te maken met Europese druk om abortus en euthanasie te legaliseren, omdat toetredingsgesprekken anders geen zin hadden.

Niet alleen het de instellingen van de propageren deze seculiere waarden, diverse lidstaten waaronder Nederland doen dat ook. In het vervolg van dit artikel gaan we in op een aantal voorbeelden uit de praktijk waarin deze seculiere zendingsijver in Europa tot uitdrukking komt:
–          Het Pink Embassy initiatief en de Nederlandse ambassade in Albanië
–          De kwestie Rocco Buttiglione en Tonio Borg
–          De reacties op anti-homohuwelijk demonstraties in Parijs

PINK Embassy
PINK Embassy is een initiatief dat opkomt voor homorechten in Albanië en wordt mede gesubsidieerd door Nederlandse MATRA-programma en COC-Nederland. Regelmatig schuift de Nederlanse ambassadeur, De la Beij aan bij rondetafelgesprekken.[2]

Nu zijn er ongetwijfeld Albanezen die hierop zitten te wachten. Er is immers aandacht en geld voor een bepaalde minderheid. Echter veel Albanezen zien dit initiatief als een grove belediging aan het adres van Albanië. Wie denken de Nederlanders wel dat ze zijn, en waar bemoeit die ambassade zich eigenlijk mee?

Dit en het voorbeeld waar dit artikel mee begon, duiden erop dat het secularisme bepaald niet neutraal is, maar traditionele, christelijke waarden wil vervangen door wat men ‘moderne waarden’ vindt. Genoemd is al het voorbeeld waarbij alleen geld beschikbaar is voor ´sexuele minderheden´ in een land als Georgië waar christelijke waarden hoog in het vaandel staan. In die traditionele maatschappelijke context zullen secularisten in 2013 wel even vertellen dat het allemaal anders moet. Blind als men is voor voor het levensbeschouwelijk karakter van het eigen streven, schoffeert men zonder meer de lokale samenleving en hun tradities. En dat in naam van ‘Democratiebevordering’. Je gaat je afvragen van wie ze dit kunstje hebben afgekeken…

Rocco Buttiglione en Tonio Borg
In 2004 zou de Italiaan Rocco Buttiglione aantreden als eurocommissaris voor Justitie, Vrijheid en Veiligheid. Echter, hij werd weggestemd door liberale en socialistische groeperingen in het Europees parlement, met als reden dat hij als christen niet kan instemmen met de seculiere visie op homoseksualiteit. Hoewel Buttiglione aan de leden van het Europees Parlement helder uiteenzette dat hij zijn privémening keurig gescheiden zou houden van de uitvoering van de taken waarvoor hij als eurocommissaris verantwoordelijk is, werd hij toch weggestemd. Men pruimde zo’n conservatieve christen gewoonweg niet. Feitelijk was zijn levensbeschouwing de reden om af te zien van een aanstelling.

De casus Tonio Borg is van recenter datum. Hij volgde vorig jaar John Dalli op als eurocommissaris voor Gezondheid. Borg is orthodox katholiek en burger van Malta. Ook Tonio Borg werd bevraagd over zijn standpunten rondom abortus en het homohuwelijk. Ook nu weer kwam de meeste kritiek uit de liberale en socialistische kampen van het Europees Parlement. Uiteindelijk werd hij toch gekozen met een minimale benodigde meerderheid van stemmen.

Uit het voorgaande blijkt duidelijk dat het een orthodox christen bijzonder moeilijk wordt gemaakt om eurocommissaris te worden. De discussie gaat niet over de capaciteiten van de kandidaat, maar over levensbeschouwelijke zaken die vaak niets of slechts zijdelings te maken hebben met de functie. Daarnaast is het zo dat de Europese Unie zich niet mag inlaten met ethische kwesties van lidstaten. Op dit punt lopen wetten en regelgeving in de lidstaten uiteen. Het is volgens het verdrag niet toegestaan dat er vanuit de Europese Unie pressie wordt uitgevoerd op lidstaten om hun wetgeving op dit punt aan te passen.

Parijse demonstratie tegen homohuwelijk

Demonstraties in Parijs
Eind maart 2013 gingen meer dan een miljoen vreedzame betogers de straten van Parijs op om te protesteren tegen de invoering van het homohuwelijk. Schattingen naar aantallen liepen in de media nogal uiteen. Van honderdduizenden tot 1,4 miljoen.

Volgens de politie was er sprake van overtredingen door de betogers en daarom zette zij traangas in. Zelfs kinderen werden hier het slachtoffer van.

Men durfde zelfs zover te gaan dat organisaties die betrokken waren bij de organisatie van deze betoging, getypeerd moesten worden als staatsgevaarlijk, extra in de gaten moesten worden gehouden en mogelijk zelfs verbieden.

Wat in Frankrijk is gebeurd is demonstratief voor de toenemende intolerantie van het secularisme in Europa. We zien regelrecht de aanval geopend worden op christelijke organisaties die pleiten voor het traditionele gezin en daarmee tegen een mening van de dominante meerderheid ingaan. Blijkbaar raakten de protesterende mannen, vrouwen en kinderen – vaak ook jonge gezinnen! – een gevoelige snaar bij hun seculiere opponenten. Aan de andere kant moeten we bedenken dat er in Parijs meer dan een miljoen mensen op de been waren om christelijke waarden publiekelijk te verdedigen, daar kunnen we in Nederland nog wat van leren.

Geen enkele levensbeschouwing is neutraal
De christelijke overtuiging is niet neutraal, de niet-religieuze liberalen of atheïsten zijn beslist ook niet neutraal. Iedere overtuiging heeft levensbeschouwelijke of filosofische uitgangspunten. De christelijke heeft dat, de atheïstische of humanistische hebben dat niet minder. Het vertrekpunt bijvoorbeeld dat er geen waarheid bestaat of dat alle godsdiensten even waar of even onwaar zijn, is net zo goed vooringenomen als een religieus vertrekpunt. In filosofische zin gaat het bij geloven en bij niet-geloven om dezelfde handeling, slechts de oriëntatie of het object van de gelovige of ongelovige verschilt. Een mens kan de ene kant opgaan en zich in de richting van God bewegen, of zich van Hem vandaan bewegen en de andere kant opgaan. Tegenover God staat geen macht of mens neutraal.

Verder geldt de overweging dat de meerderheid niet altijd gelijk heeft. Soms is een mening zo dominant in een samenleving dat men bij voorbaat degenen die een andere opvatting erop nahouden als achterlijk bestempelt. In een democratie telt elke stem, anders ontaardt zij in een dictatuur van de meerderheid. Daarom is het belangrijk dat christenen vandaag de dag de moed opbrengen om een afwijkende mening naar voren te brengen.

En het is goed om christen-jongeren vaardigheden aan te leren hoe zij hun visie of mening naar voren kunnen brengen, zodat ze zich niet bij het eerste het beste tegenargument uit het veld laten slaan. Op deze manier kunnen we de zwijgzaamheid van christenen doorbreken. Dat hoeft niet alleen in het publieke debat te gebeuren, juist op de werkplek en in het alledaagse leven, bij de bakker of de kapper, is het goed om een andere visie te laten horen.

Zwijgzaamheid doorbreken
Christenen willen niet graag provoceren en zijn daarom mogelijk te zwijgzaam. Ze laten zich misschien ook te makkelijk uit het veld slaan met ondeugdelijke argumenten van anderen. Maar als we zelf wegduiken, geven we libertijnen en atheïsten volop de ruimte. Het liberale verhaal mag dan populair zijn, het is ook vrij kortzichtig. Men zet oude, diep verankerde waarden overboord voor nieuwe, soms zeer vluchtige opvattingen. Gisteren werd het homohuwelijk legaal, nu spreekt men over polygamie, wordt straks pedofilie ook normaal? Europa is door moderniteit en secularisme op drift geraakt. We moeten daarom onze zwijgzaamheid doorbreken. De samenleving mag best meer aan de weet komen waar christenen voor staan.


Zicht
Zicht 2013-2 kleinDit artikel verscheen in Zicht 2013-2: Christenvervolging wereldwijd.

Wereldwijd worden er vandaag de dag zo’n 100 miljoen christenen verdrukt en vervolgd omwille van hun geloof. Christenen in politiek en samenleving mogen niet zwijgen over het kwaad en onrecht dat medebroeders en –zusters in andere landen op deze wereld wordt aangedaan.

Vanaf 2012 heeft Novini een eigen rubriek in het tijdschrift Zicht onder de naam Worldview. Zicht is een kwartaaluitgave van het Wetenschappelijk Instituut van de SGP. Meer info over Zicht vindt u hier.

Posted on Leave a comment

De nalatenschap van Benedictus XVI

Paus Benedictus treedt af

Omstreeks 17.00 uur op 28 februari heeft Benedictus XVI per helikopter het Vaticaan verlaten. Achttien dagen voordien had hij aangekondigd het pausambt neer te leggen, omdat zijn afnemende lichaams- en geesteskracht hem niet meer in staat stelde het schip van Petrus goed te besturen. Zijn laatste audiëntie die voor de gelegenheid op het Sint-Pietersplein werd gehouden, trok 200.000 belangstellenden aan. De Paus sprak er zijn vertrouwen en vreugde uit over de Kerk en haar toekomst, ondanks de wilde wateren en de tegenwind waar zij doorheen moet varen – terwijl het soms lijkt alsof God slaapt.

Na de dood van Johannes Paulus II in 2005 kwam in België en Nederland een mediatheater op gang van progressieve opiniemakers. Zij ijverden voor een paus die bij de tijd was, alsof het aggiornamento van het 2e Vaticaans Concilie maar een voorspel was geweest: vrouwen moesten de priesterwijding kunnen ontvangen, het verplichte celibaat diende afgeschaft, homohuwelijken moesten kerkelijk ingezegend. En natuurlijk ook niet langer abortus, euthanasie, contraceptie en condooms veroordelen. Rechtzinnige stemmen waren in de reguliere media nauwelijks te horen. Zo gaat het nu ook weer. Links tracht met de druk van de publieke opinie de pauskeuze te beïnvloeden.

Paus Benedictus treedt afWat zij hierbij vergeten, is dat het bestuur van de Kerk geen binnenlandse aangelegenheid is. Het gaat om een wereldkerk die verder reikt dan de navelstaarderij van progressieve elites, die misschien in West-Europa en Noord-Amerika het mooie weer mogen maken, maar in de rest van de wereld op heel wat minder bijval kunnen rekenen. Afrika, de Arabische wereld, Oost-Europa, Azië, Latijns-Amerika, … Overal wonen katholieken en in die landen deelt men niet altijd de Westerse opvatting inzake homoseksualiteit, gelijkheid van man en vrouw, …

Vrijzinnigen en atheïsten willen graag het profiel van de volgende paus bepalen. Alsof het een zichzelf-vervullende-profetie wordt, wanneer ze het maar genoeg in de media herhalen. Het heeft iets van een dwangneurose. Er zijn echter kerkgenootschappen die zowat alles wat Rome afkeurt, goedkeuren. Meestal zijn het kleine en weinig dynamische gemeenschappen, die onevenredig veel aandacht in de media krijgen. Iedereen die wil kan toetreden tot die vrijzinnige kerken als hij niet tevreden is met Rome.

Maar dat is blijkbaar de bedoeling niet. Alsof de duivel geen eigen kerk wil, maar Rome zelf wil veroveren. Als dat zou lukken en de Paus verkondigt de glorie van het moreel relativisme, gaat de progressieve goegemeente zich dan bekeren en ‘s zondags naar de kerk komen? Ik denk het niet. Het enige wat zal gebeuren, is dat Rome zichzelf vernietigt. En dat is blijkbaar het ultieme doel. De Kerk uit de weg ruimen. Zij is een geestelijk wereldrijk dat al tweeduizend jaar in voor- en tegenspoed stand houdt. Ondanks haar vele teloorgangen rijst zij telkens weer als een feniks uit haar as op. De duivel wordt er gek van.

Toen Joseph Ratzinger op 19 april 2005 tot paus gekozen werd, wist het Westen dat de Kerk niet links zou worden. De heersende media en haar intriges hebben er vanaf dat moment alles aan gedaan om zijn imago te beschadigen. Leugens, uit hun verband gerukte citaten, de affaire Williamson, Vatileaks, … Alles was toegelaten om de Paus te besmeuren en haat te zaaien. Wie er openlijk voor uit kwam achter Benedictus XVI te staan, kreeg van hetzelfde laken een pak. Gewone katholieken moesten zich op het werk en in hun kennissenkring verantwoorden voor hun katholiek-zijn, als zij dit niet verborgen hadden gehouden. Het was alsof je een lepralijder was. Je mocht enkel nog katholiek zijn als je de Paus maar slecht vond.

Dit alles was buiten de daadkracht van de Paus zelf gerekend. Benedictus XVI heeft met het in ere herstellen van de Tridentijnse ritus de hervorming van de hervorming ingezet. Vaticanum II is geen breuk met het verleden meer, maar moet geïnterpreteerd worden in de hermeneutiek van de continuïteit met de traditie. Een andere lezing is vandaag niet meer denkbaar. De onjuiste interpretaties van het Concilie zijn voor een groot deel te wijten aan de misleidende berichtgeving ervan in de media. Theologen binnen de Kerk durven het Concilie nu aan een kritisch onderzoek te onderwerpen, wat voordien taboe was.

De Kerk is de traditie aan het herontdekken. Jonge priesterstudenten voelen zich weer aangetrokken tot de Tridentijnse liturgie en krijgen op verschillende seminaries de kans om haar aan te leren. Op ethisch vlak heeft Benedictus XVI de strijd aangebonden tegen het moreel relativisme dat de Westerse wereld bedwelmd heeft. Abortus, euthanasie en homohuwelijk zijn een intrinsiek kwaad voor mens en samenleving. De marsen voor het leven in West-Europa kennen een groeiend succes. Meer dan 800.000 mensen namen deel aan de mars tegen het homohuwelijk in Parijs op 13 januari jongstleden. De Paus is er in geslaagd de katholieke gemeenschap in West-Europa te mobiliseren en zo een dynamiek op gang te brengen met andere christelijke gemeenschappen voor de verdediging van het leven en het gezin.

Zijn trilogie over het leven van Jezus inspireerde zowel katholieken als protestanten. Hij maakte brandhout van het historisch-kritische bijbelonderzoek en bracht de historische Jezus weer in samenspraak met de Jezus van het geloof. De theologische erfenis van Benedictus XVI is van onschatbare waarde voor de Kerk. Zijn rechtzinnige koers heeft ook tot gevolg gehad dat de behoudende vleugel van de Anglicaanse kerk, die ontevreden was met de progressieve koers van Rowan Williams, naar de katholieke Kerk is teruggekeerd.

Zijn opvolger zal niet dezelfde zijn. Hij zal een andere persoonlijkheid en charisma hebben. Het Jaar van het Geloof, dat van start ging op 11 oktober 2012, nodigt hem uit om de hervormingen en de herevangelisering verder te zetten. Vooral orde op zaken stellen in de Curie. Het Vatileaks-schandaal, waarbij de butler van de Paus vertrouwelijke documenten lekte naar de pers, heeft de problemen op pijnlijke wijze openbaar gemaakt. Het carrièrisme, de corruptie en het machtsmisbruik. Er zijn geen structurele maatregelen nodig, maar wel een grondige mentaliteits- en gedragswijziging. De nieuwe paus is dan ook best een goede ordehandhaver. Door de vele buitenlandse reizen van Johannes Paulus II en de theologische activiteiten van Benedictus XVI is er de laatste dertig jaar te weinig toezicht op de Curie zelf gehouden.

Het schip van Petrus vaart al tweeduizend jaar op woelige wateren. De Kerk zal ook deze crisis weer te boven komen. Zelfs voor hen die geloven dat de eindtijd is aangebroken, zal na de barensweeën met de tweede komst van Christus een nieuwe tijd aanbreken. God wint altijd, wat Zijn vijanden ook vermogen.

Posted on Leave a comment

Uniek voor een tijd; de refozuil in internationaal perspectief

Ontwikkeling van de kerk wereldwijd

Het einde van het protestantisme is aanstaande. Aldus de bekende Britse theoloog Alister McGrath. In het in 2010 verschenen De toekomst van het christendom betoogt hij dat traditionele protestantse kerken geen toekomst hebben vanwege de opmars van pinkstergemeenten en evangelische, charismatische kerken. In zijn visie wordt het protestantisme opgenomen binnen het evangelicalisme. De toekomst is aan het Rooms-Katholicisme, de Oosterse orthodoxie en aan het evangelicalisme. Deze vrijere kerken hebben de toekomst, niet de traditionele instellingen en instituten, die lijden aan vergrijzing en afkalving. Voor het protestantisme is geen plek meer weggelegd: “Zelfs voor de meest sympathiserende waarnemer – en daar reken ik mijzelf onder – lijken de grote protestantse denominaties van het Westen met één voet in het graf te staan, en de andere voet in de tijdelijk voetensteun die de westerse cultuur het op het moment toevallig biedt. Maar de cultuur is aan verandering onderhevig.” [1]

Al eerder was hij met deze opzienbare stelling naar voren gekomen, namelijk in een interview met het blad Beweging in 2003. Dat het interview veel reactie opriep is begrijpelijk, zeker omdat veel protestantse christenen hun angst bewaarheid zien worden. Hoe de protestantse kerk zich wereldwijd zal ontwikkelen blijft onzeker, maar één ding is wel zeker: het christendom wereldwijd groeit. Uit cijfers van World Christian Trends blijkt hoe het christendom over veertig jaar de grootste religie is. De focus verschuift weliswaar van Europa en de VS naar Zuid-Amerika, Afrika en Azië.

Theoloog Wim Dekker beaamt in zijn boek Marginaal en missionair dat de protestantse kerk wereldwijd in een crisis verkeert. Maar de stelling van McGrath dat het protestantisme zal verdwijnen wijst hij van de hand. De protestantse kerk moet zichzelf volgens hem opnieuw uitvinden, terug naar de roots. De afkalving van de kerk ziet hij als een oordeel Gods. Daar de vroeg-christelijke kerk leed onder de vervolging, lijdt de huidige onder de afval. De vervolging louterde en verdiepte de kerk, de huidige afval kan eveneens een geestelijke leerweg zijn. Op die geestelijke leerweg moet de prediking een nieuwe rol krijgen in de heilsbemiddeling en zo kan het protestantisme vernieuwd en weer levensvatbaar worden.

Zuilen van oude tempels in Rome

Bloeiende zuil
Als de verkiezingsuitslag van 12 september jl. een afspiegeling is van de christelijke kerk in ons land, is het wel duidelijk dat de kerk alhier eveneens in een crisis verkeert. Die crisis is er niet sinds gisteren, maar raast al langer door de ledenaantallen van veel gemeenten. Wim Dekker zag de leegloop van Protestantse kerken in Nederland met lede ogen aan, maar besefte ook: “Als ik zie dat de kerk sterft, dan betekent dat niet per definitie het einde. Het kan een doorgang zijn naar een nieuwe tijd.”[2] Afgaand op de ledenaantallen lijkt die nieuwe tijd nog even op zich te laten wachten.

Bekend is de teloorgang van de grote gereformeerde en katholieke zuilen door de emancipatie van de gelovigen. Was in de eerste helft van de 20e eeuw de Nederlandse samenleving nog sterk verzuild en bepaalden de 4 grote zuilen samen het gezicht van ons land, aan het einde van de 2e helft was daar weinig meer van over.

Juist in de tijd van de sterkst merkbare ontzuiling ontstond de behoefte aan de oprichting van een refozuil. Een zuil waarin men van de wieg tot het graf binnen het reformatorisch spectrum wordt gehouden, om daardoor de kans op wereldgelijkvormigheid zo klein mogelijk te houden. Men leerde van het lot van de katholieken en gereformeerden. Deze opzet lijkt geslaagd te zijn. In deze jongste zuil lijkt de geloofscrisis op het eerste gezicht wel mee te vallen. Het aantal leden stijgt en kan nog altijd kiezen uit een netwerk van organisaties en faciliteiten op dezelfde levensbeschouwelijke grondslag. Het geloof en de godsdienst horen nog bij de totale levenssfeer waarin men woont, werkt en leeft. Niet alleen het feit dat deze zuil nog fier overeind staat maakt hem uniek. Bovenal de mate waarin onderwijs een rol speelt om greep te houden op het opkomende geslacht.

Bijzonder onderwijs
Onderwijs dat volledig door de staat gefinancieerd wordt, waarin de eigen levensbeschouwing als grondslag dient, mag terecht bijzonder genaamd worden. Sinds de oprichting van het reformatorisch onderwijs zo’n 40 jaar geleden is er een sterkte clustering geweest van bevindelijk-gereformeerden rondom de scholen. Het aantal reformatorische basisschoolleerlingen is de laatste 20 jaar bovendien sterk gegroeid. Zonder financiering van de staat was dat niet mogelijk geweest. In geen enkel ander land vinden we een dergelijk onderwijssysteem.

Deze gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs roept logischerwijs ook tegenstand op. Verschillende parlementsleden roepen op tot het afschaffen van deze met belastinggeld betaalde ‘indoctrinatie’. In een RD-interview reageert opiniemaker prof.dr.mr. Philipse: “ Ik vind het verwerpelijk dat kinderen op christelijke scholen dingen leren die volgens de wetenschap onjuist zijn. Bijvoorbeeld dat de aarde in zes dagen is geschapen en maar 6000 jaar oud is. Mensen die dat geloven, zijn knettergek. Met permissie”.[3]

Ondanks de weerstand handhaaft de zuil zich, met al haar bijbehorende faciliteiten.Toch moet men binnen de zuil zich realiseren dat het snel met de beschutting afgelopen kan zijn. De tijden zijn veranderd, zowel buiten als binnenin de zuil. De grenzen tussen de reformatorische cultuur en de wereld  om ons heen, lijken in een snel tempo te vervagen.  Ondanks de verwoede pogingen die gedaan worden om de reformatorische cultuur af te schermen van de buitenwereld, lijkt een openbreking van deze cultuur onafwendbaar. We willen de reformatorische zuil in bezien in het licht van de actuele internationale processen van individualisering, globalisering en matrialisme.

Religieuze identiteit in onze samenleving.
Bij veel mensen leeft de misvatting dat de wereld om ons heen steeds minder religieus geworden is. Juist in een tijd van individualisering hebben mensen en daarmee bevolkingsgroepen behoefte aan een duidelijke, afgebakende identiteit. Het aantal religieuzen is dan ook niet zozeer verminderd, maar heeft andere vormen aangenomen. Een belangrijke oorzaak daarvan is de centrale plaats die het individu inneemt in onze moderne samenleving. Geloven is een optie geworden, een persoonlijk ervaring waarin individuele, subjectieve begrippen als gevoel en keuzevrijheid de norm zijn “We denken niet meer vanuit de werkelijkheid van God, als de Eerste.” [4] Religieuze identiteit komt daarmee steeds meer los te staan  van kerkelijke instituties en organisaties. Er is om zo te zeggen een toenemende  scheiding ontstaan tussen ‘believing’ en ‘belonging’. De godsdienstsociologe Grace Davie heeft dit proces in Groot-Brittannië al in de jaren negentig beschreven.[5] Ook de reformatorische subcultuur is onderhevig aan dit proces. Ook hier wordt de persoonlijke beleving, los van kerkelijk structuren van steeds grotere waarde voor het religieuze individu. De persoonlijke beleving is maatgevend voor de keuzes die we maken voor ons leven, dus ook voor wat betreft de religie.

Globalisering
Juist in een tijd van globalisering versneld het proces van individualisering. Het individu is overgeleverd aan zichzelf en op zoek naar zingeving in een steeds complexere wereld. De gesegmenteerde samenleving, waarin religieuze overtuigingen vaak samenvielen met territoriale rijken en geografische gebieden, heeft plaats gemaakt voor een pluralistische markt van religieuze concurrenten. Meer religieuze contacten en concurrenten hebben als gevolg dat de gereformeerde traditie steeds meer onder druk komt te staan. Er zijn immers genoeg alternatieven. De kerk kan niet meer terugvallen op de staat, maar moet de religieuze markt op, om met andere religieuze stromingen te concurreren.[6] Dat vraagt een belangrijke omslag in het denken over onze reformatorische cultuur. De grote vraag is of het zoeken naar sociale cohesie en het bij elkaar houden van de verschillende leefwerelden, doeltreffende mechanismen zijn om de reformatorische belijdenis en –cultuur te beschermen tegen de oprukkende buitenwereld.

De hervormde kerk van Oosterend, Texel

Materialisme en de interne uitholling.
Het typeert de moderne, autonome mens dat deze zoekt naar een situatie waarin volledige vrijheid en middelen geboden worden om de eigen behoeften te bevredigen. Terecht laat Dekker in zijn boek zien dat er een proces van interne secularisatie plaats vindt binnen de kerken. Hij beschrijft hoe onze cultuur gestempeld is door het antropocentrisme en een immanent wereldbeeld. [7] De moderne mens leeft alsof hij hier een blijvende stad heeft, alsof er geen andere wereld aanstaande is. De cruciale vraag is in hoeverre de reformatorische cultuur zich nog onderscheidt  van deze  moderne cultuur. Neem enkel het materialisme, dat diepe sporen trekt in onze maatschappij, en daarmee in de reformatorische cultuur, die toch ook onderdeel uitmaakt van die maatschappij.  Is de reformatorische leefwereld niet door en door modern?

Culturele en religieuze uitholling hebben een geestelijke oorzaak; De liefde voor de wereld. De puritein Thomas Meade schrijft ergens dat het de lage roeping van de wereld is wat ons afhoud van het evangelie. Een nuchtere kijk op deze vergankelijke wereld is noodzakelijk.  Terecht stelt Aalders in zijn boek Burgers van twee werelden dat het reformatorisch geloof een ‘nomaden geloof’ is.  We mogen de kritiek van Aalders wel ter harte nemen als hij schrijft: “In plaats van een pelgrim werd men een wereldse bourgeois.” [8] Waar zijn de nomaden christenen die hun hoop gesteld hebben op een beter vaderland?

Een nieuwe oriëntatie
De belangrijkste vraag is dan ook niet of de reformatorische zuil zal blijven bestaan. De vraag voor de reformatorische gemeenschap is of we de gereformeerde belijdenis weten vast te houden en door te geven aan toekomstige generaties.  We staan met onze kinderen midden in de wereld, de tijd dat we jongeren konden afschermen van de buitenwereld is voorbij. Dit vraagt een duidelijke visie op- en open houding naar onze cultuur. Een andere oriëntatie, waarin we beseffen dat de zuil uniek is voor een tijd. Terugverlangen naar de  tijd van God, Nederland en Oranje zal ons dan ook niet verder helpen. Het verleden als maatstaf gebruiken maakt ons ons blind maakt  voor de oprukkende tijdgeest. We zijn geroepen om onze eigen tijd steeds weer tegen het licht te houden van Gods Woord, met het gebed; wat wilt Gij dat ik doen zal? Wat we ontvangen hebben hoeven we niet los te laten maar we moeten de toekomst in met  iets dat boven de tijd en boven onze (sub)cultuur verheven is: Gods onveranderlijke Woord. Dat Woord is profetisch, eeuwig, zeker en vast.


Aanbevolen boeken in dit artikel:


Voetnoten:

[1] A. McGrath, De toekomst van het Christendom (Kampen 2010) 125.

[2] W. Dekker, Marginaal en missionair (Zoetermeer 2011) 36.

[3] H. Philipse, “Elke religie is een illusie”, in: Reformatorisch Dagblad (13-11-2004)

[4] W. Dekker, Marginaal en missionair (Zoetermeer  2011) 174.

[5] G. Davie, Religion in Britain since 1945: believing without belonging (Oxford 1994)

[6] J. Kennedy, Stad op een berg. De publieke rol van protestantse kerken (Zoetermeer 2010) 37.

[7] W. Dekker, Marginaal en missionair (Zoetermeer 2011) 176.

[8] W. Aalders, Burger van twee werelden (Den Haag) 206.


Zicht
Dit artikel verscheen in Zicht 2012 nummer 3 - Verzuilen of verziltenZicht 2012-3: Verzuilen of verzilten.

Het voortbestaan van de zogeheten refozuil staat steeds meer ter discussie. Er wordt zelfs al gesproken van haar onvermijdelijke einde (Johan Schouls). Zowel van binnen als van buiten staat de positie van de reformatorische christenheid ter discussie. Het herfstnummer van Zicht, kwartaaltijdschrift van het Wetenschappelijk Instituut voor de SGP, belicht deze actuele thematiek van verschillende kanten in een extra dikke uitgave.

Vanaf 2012 heeft Novini een eigen rubriek in het tijdschrift Zicht onder de naam Worldview. Zicht is een kwartaaluitgave van het Wetenschappelijk Instituut van de SGP. Meer info over Zicht vindt u hier.

Posted on Leave a comment

Oosterse Orthodoxie, mensenrechten en Europese integratie

Recentelijk is een gezamenlijke leerstoel van de Vrije Universiteit en de Protestantse Theologische Universiteit in Amsterdam voor Orthodoxie en Vredesopbouw in Europa ingesteld, met Alfons Brüning als bijzonder hoogleraar. Koos van der Tang interviewde hem voor Novini.

Wat is uw achtergrond? Ik ben een geboren Duitser, sinds 2005 werkzaam aan de Radboud Universiteit. Ik ben in Berlijn gepromoveerd als kerkhistoricus en heb voordat ik naar Nijmegen kwam twee jaar aan de Universiteit van Münster gewerkt. De laatste jaren ben ik mij qua onderzoek meer gaan begeven op het vlak van religious studies. Wat mij bijzonder interesseert is het grensgebied, de scheidslijnen en ontmoetingen tussen het Latijns en Oosters christendom. Specifiek heb ik mij gericht op de kerken van Oekraïne, Wit-Rusland, Litouwen en Rusland. Maar dit gaat zich nu met de leerstoel uitbreiden naar alle relevante kerken. Mijn onderwijs binnen de minor Oosters Christendom omvat de spiritualiteit en de kerk in de periode van Paulus tot de laatste paus. Deze minor kan rekenen op een tiental studenten waarvan het voor de meesten een inleiding is tot een wereld die voor hen tot dan toe onbekend was.

Voor mij zijn niet alleen de historische ontwikkelingen maar vooral ook de reflectie op deze ontwikkelingen relevant gezien het feit dat culturele uitwisselingen een belangrijke rol speelt bij zowel het tot stand komen van vrede als van geweld tussen verschillende groeperingen. In WOII hebben we hiervan verschillende gezien tussen nationale en religieuze groeperingen. De vraag rijst wanneer resulteren deze ‘cultural encounters’ nu in vrede en wanneer leiden ze tot conflicten? En verder, wat is de rol van kerken en dan met name kerkleiders hierin. Onder welke voorwaarden spelen ze een positieve dan wel negatieve rol met betrekking tot het komen tot vreedzame oplossingen van onderlinge verschillen.

Waarom komen de stichting Instituut voor Oosters Christendom, de stichting VredesWetenschappen met deze leerstoel? Met de toetreding van landen als Roemenië en Bulgarije tot de Europese Unie in 2007 zijn miljoenen oosters-orthodoxe christenen onderdeel geworden van de europese integratie. In de afgelopen jaren is steeds duidelijker geworden dat er een bepaalde spanning bestaat tussen de opvattingen van oosters-orthodoxe kerken en de Europese integratie van grondgebied. Met deze leerstoel wordt beoogd meer inzicht te krijgen in dit proces. Hoe zit het bijvoorbeeld met de identificatie van kerken en de nationale geschiedenis, denk hierbij aan de conflicten tussen de Bosniakken en Serven. In de periode dat dit conflict speelde is er onderzoek gedaan naar de rol van kerken en kerkleiders. De oosters-orthodoxe kerken vormen geen monolithisch blok maar zijn losser georganiseerd en veelkleuriger dan de Rooms Katholieke Kerk. Waarom doen ze aan vrede en wanneer aan conflict, wat zijn hun belangen en leidende motieven? Die vragen verdienen nader onderzoek.

Wat zijn de wensen en doelen wat u betreft en wat gaat er concreet gebeuren? Het komende halfjaar ga ik uitzoeken welke mensen in de universitaire wereld zich bezighouden met de verhouding tussen het orthodox christendom en de mensenrechten, de orthodoxe kerk in Roemenië, de orthodoxe kerk in Griekenland en de onderzoekers in Moskou die de ontwikkelingen van het patriarchaat aldaar onder de loep nemen. Om dit concreet vorm te geven zullen ook congressen georganiseerd gaan worden om de uitwisseling van kennis op dit terrein te faciliteren. Het doel van deze leerstoel is de Oosters Orthodoxe kerk en de conceptie van mensenrechten nader te onderzoeken.

De kritiek op de mensenrechten zoals geformuleerd door Abraham Kuyper lijkt op een aantal punten zeer sterk op kritiekpunten van oosters-orthodoxe leiders nu.

Wat is de relevantie van dit onderzoeksgebied? De Verklaring van Universele Rechten van de Mens is veel en soms zelfs in zijn geheel bekritiseerd door bepaalde kerkleiders. Het beeld wat bij deze mensen leeft is dat de mensenrechten voortkomen uit de radicale ideeën van de Verlichting uit West-Europa en dat is iets wat in Rusland zo niet heeft plaatsgevonden. Vanwege deze principiële maar ook andere specifieke punten verklaren veel kerkleiders de mensenrechten dan ook als ‘voor ons niet van toepassing’. In augustus 2008 formuleerde de Russisch-Orthodoxe Kerk haar eigen ‘leer van de Russisch-Orthodoxe Kerk over vrijheid, waardigheid en de rechten van de mens’. Dat klinkt anders dan maar is niet perse strijdig met westerse idealen. Het probleem wat zij hebben met de mensenrechten zit niet zozeer in de tegenstelling oost en west maar in de religieuze (katholiek, orthodox, protestants) versus de seculiere benadering. Volgens vele orthodoxen is het proces van aanvaarding van de mensenrechten gekenmerkt door de Franse Revolutie, welke zij beoordelen als antiklerikaal en dus verdacht, de Onafhankelijkheidsverklaring van Amerika, die zij zien als voornamelijk gebaseerd op een protestants idee, en de uiteindelijke universele verklaring door de Verenigde Naties die als voornamelijk westers en seculier beschouwd wordt.

Desondanks zijn de westerse kerken door een lang proces over het algemeen gekomen tot aanvaarding dan wel een steunende houding ten opzichte van de mensenrechten. Overigens, de kritiek op de mensenrechten zoals geformuleerd door bijvoorbeeld Abraham Kuyper lijkt op een aantal punten zeer sterk op kritiekpunten van oosters-orthodoxe leiders nu. In het stuk uit 2008 vraagt de Russisch orthodoxe kerk zich bijvoorbeeld af over welke vrijheid en welke rechten het moet gaan en vooral: waarop deze dan gefundeerd zijn, op het geschapen zijn door God of op een individualistische toepassing van een gelijkheidsbeginsel als zijnde een filosofische natuurwet. Maar ook, als er rechten zijn moeten daar plichten tegenover staan en waardoor wordt de vrijheid dan beperkt? Door het territorium van anderen of zijn er ook nog Goddelijke geboden? Zo ja hebben die dan nog enige betekenis voor de seculiere wetgeving? Sommigen argumenteren dan dat dit onmogelijk is gezien de verschillen tussen religies, wat de een vindt geldt mogelijk niet voor de ander. Anderen zijn van mening dat de seculiere democratie is gebaseerd op culturele verworvenheden en een bepaalde verdeling van macht en een discussiecultuur kent die haar oorsprong heeft in de christelijke opvoeding. Orthodoxen stellen dus de vraag naar de aard van de vrijheid, gaat het over autonoom beslissingen nemen of gaat het over vrij zijn van de zonde? Met andere woorden is het vrijheid voor iets, zelfstandig morele beslissingen nemen, of is het vrijheid van iets, het kwaad of de zonde.

Complicerende factor hierbij is dat het begrip ‘zonde’ in den brede niet veel bekendheid geniet omdat het een lastig begrip is voor een seculier persoon, want het heeft voor deze persoon geen betekenis. Veelal is men ook niet meer bekend met de herkomst, het is niet legalistisch dus het heeft geen duidelijke plaats in het discours. Orthodoxen vertrekken echter voor hun mens- opvatting vanuit de natuur van de mens en beschouwen de zonde niet zozeer als schuld en misdrijf maar als geestelijke ziekte waarvan men genezen dient te worden. Overigens kennen oosters-orthodoxe christenen het begrip erfzonde niet, hebben zij een wat positiever mensbeeld en zijn zij gericht op het vinden van genade voor de dood, iets waar de seculiere mens volgens hen de ogen voor sluit. De waardigheid van de mens sneeuwt onder door passies en verslavingen zoals bijvoorbeeld bij Hitler en Stalin die bepaald geen waardige en naar Gods evenbeeld levende mensen waren. De menselijke waardigheid zichtbaar maken vereist namelijk een bepaalde levenswijze. Opvattingen over hoe dat dan precies eruit moet zien kunnen schuren met de mensenrechten of met de opvattingen van seculieren die in een staat leven waar de oosters-orthodoxe kerk veel invloed heeft en in een aantal landen bijvoorbeeld ook veel zendtijd heeft op televisie. Dit leidt tot een tegenstelling die naar mijn idee allesbehalve noodzakelijk is. Bepaalde NGO’s bekritiseren dat laatste als een ‘clericalisering’ van de maatschappij waaraan zij niets menen te hebben. De geestelijkheid is echter ook op internet zeer aanwezig en presenteert zich veelvuldig in de media om te lobbyen voor hun standpunten om zo het overheidsbeleid te beïnvloeden.

Ondanks de verscheidenheid wordt vaak gesproken over het patriarchaat van Moskou als toon-aangevend. Wat zijn de onderlinge verhoudingen tussen de oosters-orthodoxe kerken? De kerken van Bulgarije, Roemenië, Servië, het oosten van Polen en dergelijke nemen een geïnteresseerd luisterende houding aan maar niet kritiekloos. Er is sprake van een theologische concurrentie tussen bijvoorbeeld theologen uit Griekenland en Rusland. Aanspraak op de leidende rol door Moskou gezien het grootste aantal leden wordt niet altijd positief ontvangen, men benadrukt graag de eigenheid en zelfstandigheid. Dit laatste geldt zeker voor de Roemeens-Orthodoxe Kerk die op Europees vlak een actieve rol vervult. De Roemeense patriarch kan vrij zeggen dat hij wat positiever staat tegenover de mensenrechten, toch probeert het patriarchaat in Moskou hier ietwat invloed op uit te oefenen.

De nationale patriarchen kennen sinds het eind van de 19e eeuw een onafhankelijke jurisdictie met als leidend idee het nationaal orthodox christendom. De kerkleiders komen regelmatig bijeen maar kennen geen paus-bisschop verhouding. Moskou het derde Rome noemen is dan ook geen politieke constructie maar puur theologisch en echatologisch, Rome was ook niet het centrum van de macht maar van de geestelijk christelijke wereld. Na de oorlog in de Krim werd Moskou nogal eens het derde Rome genoemd maar dat is tegenwoordig niet echt een issue meer. De patriarch spreekt echter nog wel over een bepaald ‘canoniek territorium’ van de Russische kerk (min of meer het territorium van de voormalige Sovjet-Unie) maar dan als zijnde een gebied waar zich historisch gezien een bepaalde vorm van christendom heeft ontwikkeld. Geopolitieke aanspraken spelen zijdelings wel een rol.

Veel kerkleiders hebben, met name in Roemenië, samengewerkt met de staat en hebben dus een diffuse rol gespeeld.

Wat is de visie van de oosters-orthodoxe kerk op de relatie tussen Rusland en Europa? Geopolitiek heeft men op een zeker moment het onderscheid gemaakt tussen Rusland, Europa en Islam. De conclusie was toen dat Rusland een aparte cultuur is, het idee van het derde Rome is erbij getrokken omdat het zo uitkwam niet omdat het zo bedoeld was. Wat dat betreft denken kerkleiders meer in verschillende werelddelen en civilisaties en dus niet alleen politiek, dit zorgt wel voor spanningen. Bijvoorbeeld in Moldavië dat in een omstreden grensgebied met Rusland de republiek Transnistrië kent. In dit gebied zijn zowel de Roemeens-Orthodoxe als de Russisch-Orthodoxe Kerk gevestigd. De patriarch van Rusland hield een toespraak waarin hij het gebied rekent tot de invloedsfeer van de Russisch-Orthodoxen, niet om hiermee de zelfstandigheid van de staat Moldavië te bestrijden maar wel om aan te geven dat de russischtalige mensen in Moldavië in principe onder de invloedssfeer van de Russisch-Orthodoxe Kerk vallen. Sommige mensen in Moldavië vinden vervolgens dat deze patriarch er niets te zoeken heeft en daar kunnen dan weer conflicten over ontstaan hoewel die doorgaans minder scherp zijn dan het lijkt.

Er zijn dus verschillen tussen de visie ten opzichte van Europa en daarmee ook tussen de maatschappelijke betekenis die de nationaal orthodox-christelijke kerken hebben? Inderdaad, neem Griekenland, Roemenie en Oekraïne. Griekenland is al sinds 1981 bij de EU en heeft sindsdien dus op het gebied van wetgeving een integratieproces doorlopen waarmee ook de invloed van de mensenrechten groter is dan in beide andere landen. Alle oosters-orthodoxe kerken hebben hun eigen vertegenwoordigers in Brussel, zonder een overkoepelende organisatie. Wel bestaat er een overkoepelende organisatie van Europese kerken, de Conferentie van Europese kerken behalve de Rooms Katholieke. Griekenland is dus zonder communistische verleden al dertig jaar gericht op de EU, vergelijk dat dan met Roemenië dat pas in de 21e eeuw bij de EU kwam en tot en met 1989 geregeerd werd door het dictatoriale bewind van Ceaucescu.

Veel kerkleiders hebben, met name in Roemenië, samengewerkt met de staat en hebben dus een diffuse rol gespeeld. Van pure onderdrukking van de kerken was wel vaak sprake maar niet overal. Tijdelijke samenwerking was min of meer de tendens. Van de kant van de staat betekende het geven van een reguliere structuur en functie aan de kerk vooral een middel van controle. Dit betekende niet dat priesters ook voor de geheime dienst werkten maar dat de kerk als zodanig wel onder leiding van de staat stond. Dit maakt het lastig waardoor een simpel zwart-wit slachtoffer-en-misdadigerverdeling geen rechtvaardigingsgrond heeft. Dit verleden speelt de Roemeens-Orthodoxe Kerk echter nog steeds parten, men weet niet goed hoe men er mee moet omgaan. Veel huidige kerkleiders hebben in hun jonge jaren onder censuur en observatie van al dan niet in de openbaarheid opererende staatsagenten hun opleiding genoten en dit maakt hen verdacht in de ogen van de gewone gelovigen. Men is dan ook nu nog huiverig voor elke vorm van samenwerking met de staat en de kerk is in algemene zin gesloten met betrekking tot deze problematiek. Bepaalde mensenrechtenorganisaties dringen aan op openbaarmaking van wie welke rol heeft gespeeld in de communistische periode en of zij dan moreel gezien wel het recht hebben om momenteel kerkleider te zijn. Mij zijn geen gevallen bekend van ontslag op basis van het verleden, veel priesters zijn dan ook van de nieuwe generatie en hogere kerkleiders blijven doorgaans hooggehouden, toch bestaat hierover binnen de kerk nog een bepaalde onzekerheid.

Wat maakt de kerkelijke situatie in Oekraïne anders dan in de andere landen? Oekraïne, ook een voormalig sovjetland kent een gedeelde Orthodoxe kerk. De Oekraïense Grieks-Katholieke Kerk die onder de jurisdictie van de paus valt maar de liturgie volgens de byzantijnse stijl viert en drie takken van de Orthodoxe kerk. Deze tweedeling ontstond begin jaren ’90 toen een bisschop zich afscheidde van het patriarchaat van Kiev waar vervolgens veel uit ballingschap terugkerende Oekraïners uit de Verenigde Staten zich bij aansloten. De verdeeldheid van de orthodoxe kerk in Oekraïne doet de kerk in de ogen van veel gelovigen krediet verliezen waardoor het beïnvloeden van het maatschappelijke debat een lastige klus is vergeleken met de kerken van Griekenland en Roemenië die wel een eenheid vormen. Opmerkelijk is verder dat sinds 2010 de machthebbers in Oekraïne bezig zijn invloed uit te oefenen op de Grieks-Katholieken omdat zij meer westerse neigingen vertonen en minder op het Russische denken gericht zijn. Hierbij worden stevige termen als nationalisme en fascisme gebruikt om hen zwart te maken terwijl het inhoudelijk nergens op gebaseerd is. Door deze spanningen zijn er wel grote verschillen merkbaar tussen wat kerkleiders in een gesprek onder vier ogen zeggen en wat zij in een openbare bijeenkomst te berde brengen en treden zij ook niet gezamenlijk op in het openbaar terwijl men elkaar achter de schermen wel regelmatig ontmoet.

Orthodoxe kerken onderling komen weinig tot elkaar om tot afstemming of een gezamenlijk geluid te komen.

Wat is de verhouding tussen de orthodoxe kerken en de protestantse? Zowel orthodoxen als protestanten hebben de Europese ‘Charta Oecumenica’ ondertekend en zijn met elkaar in gesprek via de Conferentie van Europese kerken. De relaties tussen de kerken zijn momenteel onderwerp van onderzoek want de structuren en invloedssferen zijn niet duidelijk. Bekend is dat er veel bilaterale consultaties zijn tussen de Russisch-Orthodoxe Kerk en de Katholieke Kerk in Duitsland, de protestantse kerk in Finland en hun Russische buren, enzovoorts. Orthodoxe kerken onderling komen echter weinig tot elkaar om tot afstemming of een gezamenlijk geluid te komen. Griekse en Armeense priesters gaan bijvoorbeeld niet samen iets overleggen of bezoeken afleggen, zij zijn vooral bezig met zichzelf. Geen concurrentie maar wel afstand, tegelijkertijd probeert men wel banden met kerken in de diaspora te versterken.

Wat kunt u zeggen over het karakter van geloven in de oosters-orthodoxe kerken? Allereerst bestaan er net als in West-Europa veel verschillen tussen individuele gelovigen, sommige zijn heel serieus bezig met de moraal en anderen leven er meer los van. In peilingen in Roemenië noemt bijvoorbeeld 80% zich orthodox, als er echter gevraagd wordt naar het kerkbezoek en Bijbellezen dan geldt dat 5% van de ondervraagden dat tenminste twee keer per maand doet. Tegelijkertijd is trouwen en kinderen dopen nog wel bij de overgrote meerderheid in gebruik vanwege de schoonheid en traditie. Orthodoxen geven in het algemeen minder om theorie, het moment van ervaring is zeer belangrijk. Ook hier ligt echter een verschil: een protestant die van ervaring spreekt doelt daarmee op zijn ervaring van de ontmoeting met God, een orthodoxe bedoelt de liturgie, de gezangen en de ontmoeting met een icoon. Het zijn dus andere ervaringen die een orthodoxe gelovige bindt aan de kerk. Ook wordt veel belang gehecht aan praten over de invloed die het heeft op je dagelijks leven maar op een minder praktische wijze dan protestanten dat doen. Waar bij protestanten de verhouding tot de medemens een meer centrale plaats heeft, heeft de oosters-orthodoxe het meer over devotie, vroomheid en religiositeit. Bovendien is een soort eschatologisch bewustzijn sterk aanwezig, met andere woorden, men denkt meer dan in het Westen over het laatste oordeel en de eigen dood die men vreest in zonde te ontmoeten.

Wat is de maatschappelijke status van het lid zijn van de orthodoxe kerk? Bepaalde studies zeggen dat het in Griekenland een rol speelt of je orthodox bent of niet. In Roemenië wordt er echter weer weinig belang aan gehecht. Wat Rusland betreft is er geen systematisch onderzoek naar gedaan maar het lijkt alsof bij verkiezingen een succesvol kandidaat religieus of zelfs orthodox moet zijn. In de voormalig communistische landen kan het voorkomen dat bedrijven die op zoek zijn naar werknemers wel kijken of men religieus is in algemene zin omdat men aanneemt dat iemand met een religieuze achtergrond betrouwbaarder is. In West-Europa spelen dat soort zaken geen rol meer, of je nu vier keer getrouwd bent is bijvoorbeeld niet van belang terwijl dat in Oost-Europese landen veel minder gewaardeerd wordt. Verder wordt van mensen die een openbare functie vervullen veelal verwacht dat ze religieus en het liefst orthodox zijn met het oog op het hooghouden van een bepaald nationaal besef.

Afrondend, welke rol ziet u voor uzelf, wat zijn uw doelen? Begonnen met de invalshoek theologie en mensen-rechten hebben wij zowel theorie als praktijk besproken. De positie ten aanzien van de mensenrechten zal veranderen, maar langzaam. Momenteel zijn de meeste westerse christelijke kerken voorstanders van de mensenrechten en zijn vele christenen actief binnen mensenrechtenorganisaties. Dat laatste geldt ook voor individuele Orthodoxe gelovigen maar samenwerking op publiek niveau bestaat gewoon niet. Dat is eigenlijk jammer, met name in een land als Rusland waar nog steeds veel zaken beter kunnen zou het goed zijn de kerk als bondgenoot te hebben. Ik heb geen illusies dat ik de patriarch binnenkort daarvan kan overtuigen, wel wil ik proberen hindernissen weg te werken. Hoe dit precies vorm-gegeven gaat worden is nog lastig te zeggen, we zijn nu bezig de contacten te verstevigen en uit te breiden om een beeld te kunnen vormen van waar het terrein nog braak ligt en verder onderzoek nodig is.

prof. dr. Alfons Brüning
Alfons Brüning (1967) is kerkhistoricus met een focus op Orthodoxe kerken in Oost-Europa, met name die van Rusland, Oekraïne en Roemenië. Na zijn promotie in Berlijn was hij tussen 2003 en 2005 wetenschappelijk medewerker aan de leerstoel Oecumene en Vredesonderzoek van de Universiteit Münster in Duitsland. Sinds 2005 is hij wetenschappelijk medewerker aan het Instituut voor Oosters Christendom (IvOC) aan de Radboud Universiteit Nijmegen. In zijn onderzoek gaat hij zich onder meer richten op vredes- en conflictvraagstukken langs de grens tussen Westers en Oosters Christendom en de verhouding tussen de seculiere westerse en de religieuze oosters-christelijke benadering van
mensenrechten.