Posted on

Duitse politievakbond: Laat ons grens weer bewaken, Seehofer

Terwijl voor de Beierse premier Markus Söder (CSU) alles van een leien dakje gaat, als hij het conservatieve profiel van zijn partij wat probeert op te poetsen, raakt zijn partijgenoot Horst Seehofer in het nauw.

Voor Söder verloopt alles volgens plan: Zijn officiële besluit kruizen op te hangen in Beierse overheidsgebouwen als uitdrukking van de culturele identiteit van Beieren en Duitsland, heeft precies tot de reacties geleid waarop de Beierse premier had gehoopt. Van het ‘midden’ tot uiterst links was er in de Duitse politiek en media veel misbaar, waardoor de CSU conservatiever voorkomt.

Dat was precies wat Söder wilde bereiken om voor de verkiezingen voor de Beierse landdag van 14 oktober kiezers terug te lokken van de AfD. Dat aan de multiculturele samenleving verslingerde kerkvorsten en aanhangers van rood en groen of naar links lonkende CDU-politici van de kook zijn, kan hem daarbij weinig schelen.

Een vergelijkbaar effect hoopte waarschijnlijk ook Söders partijgenoot in Berlijn, de federale minister van Binnenlandse Zaken Horst Seehofer, te bereiken, toen hij pochend op een coalitiebesluit tot de vorming van ‘ankercentra’ opriep, waar asielzoekers zouden moeten blijven tot de afronding van hun asielprocedure. Veel Duitsers ergeren zich er immers aan dat afgewezen asielaanvragers simpelweg van de radar van de autoriteiten verdwijnen en voor hun uitzetting onvindbaar blijken.

Seehofers plannetje loopt echter niet zo glad als Söders kruizenactie. De bewaking van de zogenoemde ankercentra zou de federale politie voor haar rekening moeten nemen. De voor de federale politie verantwoordelijke vice-voorzitter van de politiekvakbond (GdP), Jörg Radek, wijst dat echter van de hand: Daarvoor zijn zijn collega’s niet verantwoordelijk en bovendien beschikken ze niet over de nodige capaciteit.

Bovenal legt Radek echter de vinger op de zere plek: Sinds 2015 geldt een richtlijn van de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken Thomas de Maizière (CDU), die stelt dat de federale politie asielzoekers zelfs niet aan de grens mag afwijzen wanneer hun asielaanvraag overduidelijk ongegrond is – als ze bijvoorbeeld uit een veilig land als Oostenrijk binnen komen, waar ze vanzelfsprekend niet voor vervolging te vrezen hebben. Radek roept ertoe op dat de federale politie eindelijk weer zijn grenzen bewakende werk mag doen, dan zouden er ook geen ‘ankercentra’ nodig zijn. Voor een minister die zijn conservatieve profiel wat op wil poetsen is een dergelijk verzoek vanuit de politie, om iets dat eigenlijk vanzelfsprekend is weer te mogen doen, meer dan pijnlijk. Blokkeert bondskanselier Merkel het terugnemen van de richtlijn uit 2015? Dan moet Seehofer op de blaren zitten.

Ook op een ander terrein valt Merkel Seehofer in de rug aan, ze heeft haar adviseur in het Kanzleramt, Eva Christiansen,ineens voor digitaal beleid verantwoordelijk gemaakt. Een belediging van CSU-staatssecretaris Dorothee Bär, die eigenlijk voor dit beleidsterrein verantwoordelijk zou zijn. Indirect is het echter ook een aanval op CSU-leider Seehofer. Waarom doet CDU-leider Merkel dat? Het lijkt wel of ze de met haar profiel worstelende CSU al afgeschreven heeft en heimelijk op een coalitie met SPD en Groenen mikt.

Posted on

Een stabiele Duitse regering, moet je dat wel willen?

Wordt het wat met de nieuwe grote coalitie in Duitsland? Dat weten we nog niet, na het ‘Jamaica’-fiasco is iedereen immers heel voorzichtig geworden. Eerst liepen er nu maar eens interne besprekingen binnen de partijen over de vraag of men aan pre-sonderingen mee zou doen, waarin voorgesondeerd wordt of men tot sonderingen bereid is, zo heet het in de media. Als dat goed gaat, gaan CDU/CSU en SPD dus tot sonderingsgesprekkken over, waarin gesondeerd moet worden of men tot onderhandelingen wil overgaan. Als ook dat lukt, beginnen de onderhandelingen over de vraag of men een coalitie wil vormen. En als die onderhandelingen klaar zijn, is er nog de partijbasis, die tenminste in het geval van de SPD ook nog om goedkeuring gevraagd wil worden.

Als alles goed is, betreedt dan op enig moment de Paashaas het toneel om zijn ei te leggen: het coalitieakkoord. Kan ook zijn dat het lieve dier veel te laat komt, met Pinksteren of zo. Maakt allemaal niet uit: Hoofdzaak is dat er uiteindelijk in Berlijn weer een “stabiele regering” zit, waarop per slot van rekening niet alleen Duitsland, maar heel Europa, wat zeg ik, de hele wereld handenwringend wacht.

Wat Duitsland aangaat, moet men zich toch enigszins verwonderen over het verlangen naar een “stabiele regering”. Wie de feiten in ogenschouw neemt, moet voor een regering met een al te comfortabele parlementaire meerderheid eerder vrezen dan er op hopen. Zo “stabiel” als in de afgelopen vier jaar was de regering van de Bondsrepubliek nog nooit. De coalitiefracties hadden meer dan drie kwart van de zetels in de Bondsdag. En dat tegenover een oppositie die nauwelijks weerwerk leverde. Als de oppositie eens zijn mond open deed, bijvoorbeeld in de asielkwestie, dan was het om steeds precies hetzelfde te eisen als de regering, maar dan nog gekker: Nog opener grenzen, nog minder “veilige landen van herkomst”, nog meer welkomscultuur.

De staatsbeurs puilde uit als nooit tevoren, de economie liep en de werkloosheid zonk, geen sociale onrust of catastrofes schudden het land op, om kort te gaan: De uitgangspositie voor de grote coalitie in 2013 was zo rond en glad als een babybipsje.

Asielchaos

Zo kan het niet langer, moet Merkel gedacht hebben en stichtte de grootste chaos sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog. En dat niet alleen voor het moment, maar – geheel in lijn met de tijdsgeest – “duurzaam”. Want tienduizenden over de door de Duitse regering wagenwijd opengestelde grenzen binnenstromende vluchtelingen en tienduizenden die nog komen in het kader van gezinshereniging zullen de Duitsers nog generaties bezig houden.

Bestaat er soms een samenhang tussen een stabiele regeringsmeerderheid en chaos in het land? De geschiedenis van de Bondsrepubliek zegt ja: Geen kabinet moest het met minder parlementaire steun doen dan het allereerste. Met een meerderheid van één enkele stem beklom Adenauer in 1949 de Bondskanselierszetel. Na vier jaar suisde de uit de verwarde jaren direct na de oorlog gekropen staat door het Wirtschaftswunder naar de wereldtop. De stemming van de burgers van de Bondsrepubliek was vervuld van vreugde over het bereikte en bracht CDU/CSU in de beide volgende verkiezingen in 1953 en 1957 glanzende overwinningen.

Van de komende grote coalitie, als die er komt, hoeven de Duitsers echter geen hoopvolle verwachtingen te hebben. Wat het verwerken van de asielvloed aangaat, heeft ze nu al de zeilen gestreken: De demissionaire minister van Binnenlandse Zaken Thomas de Maizière biedt uitreisplichtige buitenlanders tot 3000 euro aan, als ze naar hun land terugkeren. Let wel: Daarmee worden uitsluitend mensen aangesproken die noch een geldige reden om te vluchten noch om asiel aan te vragen hebben. Als ze die hadden, zouden ze voor geen geld terugkeren. Het gaat dus om mensen die zich volstrekt illegaal in Duitsland bevinden, die nu een premie moeten krijgen om zich in al hun grootmoedigheid aan het geldende recht te houden, omdat de staat niet in staat of bereid blijkt te zijn om zijn eigen wetten te handhaven. Dat is alsof je iemand een beloning in het vooruitzicht stelt voor het correct parkeren, in plaats van hem te beboeten voor het foutparkeren. Afgelopen januari waarschuwde de minister nog indringend: “Het vertrouwen in de democratische rechtsstaat kalft af!” Ja, hoe zou dat nou komen?

PIGS zien uit naar nieuwe Grote Coalitie

Maar we willen het niet te zwart inzien en een voorbeeld nemen aan het vertrouwen waarmee onze Zuid-Europese vrienden en partners uitzien naar een herhaling van de oude regeringscoalitie. “Europa” is per slot van rekening een van de “grote toekomstthema’s” waarmee Merkel & Schulz de aandacht van de asielellende af proberen te leiden. En er is inderdaad actie nodig in Europa. Zoals een rapport van de Europese Centrale Bank onthult, heeft de Euro niet zijn doel bereikt, namelijk de convergentie van de inkomensverhoudingen tussen de armere zuidelijke lidstaten en het rijkere noorden. Volgens het rapport gaat het de Duitsers daadwerkelijk al een stukje minder goed dan voorheen. Maar helaas is het niet genoeg, want de Italianen en Grieken zijn regelrecht gekelderd, de afstand is sinds de crisis zelfs toegenomen, aldus de auteurs van het rapport die dat “frappant” vinden.

Het medicijn heeft met andere woorden niet gewerkt. En wat doen we als een medicijn niet werkt? We nemen nog meer van dat spul, dat spreekt voor zich. Naast het idee van een Minister van Financiën voor de Eurozone, die Duits, Nederlands, Fins enz. belastinggeld naar andere landen moet sluizen, wordt steeds gelobbyd voor een Europees depositogarantiestelsel. Daarmee worden de reserves van solide Duitse enz. spaarbanken aansprakelijk gemaakt voor Italiaanse of Griekse faalbanken. Dat helpt vooral de regeringen daar, die hun bankroete geldhuizen dan niet meer van het eigen belastinggeld hoeven te “redden”, omdat daarvoor dan de Noord-Europese reserves klaar staan. Dat is niet alleen in het geval van het dreigende omvallen van een bank een uiterst elegante oplossing, maar doet ook al eerder de zon weer aangenaam schijnen op het zuiden: Want met de Duitse enz. zekerheid in de rug kunnen de faalbanken zich weer eens goed in de schulden steken. Bovendien kunnen ook de hongerige regering in Rome, Athene en dergelijke opnieuw veel eenvoudiger geld lenen, wanneer de last van mogelijke bankenreddingen van hun schouders genomen wordt. Voorzitter van de Europese Commissie Jean-Claude Juncker bereidt alvast een versoepeling van de schuldenregels voor, zodat dit ook mogelijk wordt.

Een lastige hindernis voor het vrolijk schulden maken op rekening en risico van andere volken heette tot voor kort Jeroen Dijsselbloem. De voormalige voorzitter van de Eurogroep van minister van Financiën had tijdens de Griekse crisis steeds weer aangedrongen op het zich houden aan de regels. Daarom werd hij dan ook hevig gehaat. Maar zoals we eerder deze week leerden, treedt nu de Portugese socialist Mário Centeno aan ter vervanging van Dijsselbloem. Met hem zullen de Grieken ongetwijfeld niet zoveel ergernis beleven als met die knakenpoetser uit Eindhoven, wanneer het gaat om het verdelen van de financiële koek, die vooral door Duitsland, Nederland en Oostenrijk gespekt word.

De ontwikkeling bij de Eurogroep vertoont parallellen met de successie aan het hoofd van de ECB. Daar begon het met de stabiliteitszuchtige Nederlander Wim Duisenberg, die een Europese D-Mark voor ogen stond. Op hem volgde de al duidelijk elastischer Fransman Jean-Claude Trichet en uiteindelijk de Italiaan Mario Draghi, die de zelfbedieningswinkel open gooide.

Op de vraag: “Wanneer is de Europese integratie voltooid?”, dringt zich dan ook steeds sterker het antwoord op: Wanneer we allemaal op het niveau van Sicilië zitten.

Posted on

CDU-premier Saksen treedt af vanwege AfD-overwinning

De Saksische deelstaatpremier Stanislaw Tillich (CDU) heeft woensdagmiddag aangekondigd af te zullen treden.

De niet onpopulaire Tillich, die tot de Sorbische minderheid behoort, zat sinds 2008 vast in het zadel, tot de Bondsdagverkiezingen van 24 september jongstleden. Voor het eerst sinds de hereniging van Oost- en West-Duitsland werd de CDU in verkiezingen niet de grootste partij in Saksen.

In de traditioneel relatief rechtse deelstaat koos namelijk 27% van de kiezers voor de AfD, terwijl de CDU op 26,9 % bleef steken. In de verkiezingen voor de Landdag in 2014 was de CDU met 39,4% nog met afstand de grootste partij. De scheidend deelstaatpremier heeft een conservatiever profiel dan bondskanselier Merkel.

In een ad hoc georganiseerde persconferentie verklaarde Tillich, dat hij zijn ambt op het regionale CDU-congres begin december officieel wil neerleggen en aan een jonger iemand wil overdragen. Als opvolger noemde hij de partijsecretaris van de Saksische CDU, Michael Kretschmer. Saillant detail is dat Kretschmer tot de verkiezingen lid was van de Bondsdag, maar zijn zetel moest afstaan aan een AfD’er.

Naar rechts bijsturen

Ondertussen roept de fractievoorzitter van de CDU in de Saksische Landdag, Frank Kupfer, op tot een koerswijziging van zijn partij. De CDU is in de afgelopen jaren naar links gezwenkt, aldus Kupfer tegenover de Deutschlandfunk. Om terug te keren naar het midden ligt het nu voor de hand naar rechts bij te sturen, aldus de Saksische fractievoorzitter.

Voor het slechte verkiezingsresultaat voor de CDU in Saksen in de Bondsdagverkiezingen houdt de Saksische fractievoorzitter vooral de federale partij verantwoordelijk. Er is weliswaar ook een Saksische component, aldus Kupfer, maar hoofdreden voor het verkiezingsdebacle is volgens hem het beleid van de federale regering en in het bijzonder het vluchtelingenbeleid. Bondskanselier Merkel zou hier “tenminste voor haar opstelling” consequenties uit moeten trekken.

Posted on

Discussie over Duitse Leitkultur is pluralisme voor de bühne

In de Duitse politiek doen de stellingen van minister van Binnenlandse Zaken Thomas de Maizière over de Duitse Leitkultur veel stof opwaaien. Maar meer dan een beetje onenigheid voor de bühne is het niet.

Gedurende de hele parlementaire zittingsperiode zijn de gevestigde partijen in Duitsland het over de hoofdzaken met elkaar eens, bijvoorbeeld als het gaat over het immigratiebeleid. Een anti-Duitse gezindheid is zo ongeveer het onderscheidende kenmerk voor het behoren tot het establishment.

Met de verkiezingen voor de Bondsdag in het vooruitzicht tekent zich voor de gevestigde partijen echter het gevaar af, dat de niet anti-Duits gezinde kiezers bij bosjes naar de AfD overstappen, die immers een pro-Duits alternatief biedt.

Pluraliteit

Men doet in de maanden tot de verkiezingen dan ook naarstig zijn best om het te doen voorkomen alsof er wezenlijk verschil is tussen de gevestigde partijen. Het ene deel van het establishment laat zich ineens verrassend pro-Duits uit, terwijl het andere deel het eerste deel daarover bekritiseert.

Men blijft weliswaar eensgezind in anti-Duits beleid, maar tegenover de kiezers wekt men ten minste de schijn op het gehele pluralistische spectrum af te dekken, zodat het zoeken naar een alternatief buiten het establishment niet nodig zou zijn.

De opgave om dat deel van de bevolking dat nog nationaal gevoel heeft tenminste verbaal met het establishment te verzoenen, neemt nu uitgerekend minister van Binnenlandse Zaken Thomas de Maizière op zich, één van de trouwste agenten van Merkel.

Enkele maanden geleden, op het partijcongres van de CDU liet De Maizière nog zijn ware gezicht zien, toen hij de uitspraak van het congres over dubbele paspoorten afwees en het standpunt van de bondskanselier en partijvoorzitter verdedigde.

Leitkultur

Om te doen alsof in de realiteit van de praktische politiek niet bestaande tegenstellingen er toch zijn, komen vooral symbolen goed van pas. De Maizière loopt lang genoeg mee in de politiek, om te weten dat sinds de door Merkel weggewerkte CDU-fractievoorzitter Friedrich Merz reeds het gebruik van het woord Leitkultur volstaat om Pavlov-reflexen bij links op te wekken en daarmee een woordenstrijd te provoceren die politieke veelkleurigheid suggereert.

Een nadere bepaling van die Leitkultur is dan niet eens meer nodig. Op links is het hooguit omstreden, of er een slechte Duitse cultuur is, die wel tot Auschwitz moest leiden, of dat er überhaupt geen cultuur is die specifiek Duits is. Maar het idee dat er een Duitse cultuur is, die in de Bondsrepubliek een leidende functie zou moeten hebben, is voor links op zich al een pure provocatie.

Daarbij zijn de tien stellingen waarmee de Maizière de Duitse Leitkultur beschrijft dermate onschuldig, dat men er net zo goed over kan twisten, of Duitsers tijdens het Wereldkampioenschap voetbal met Duitse vlaggen mogen zwaaien of niet. Niet voor niets geldt zijn positionering “Wir sind nicht Burka” nog als de meest markante. Deze poging om de tegenstanders van de bewering dat “de islam bij Duitsland hoort” zich thuis te laten voelen bij de CDU, zonder de bewering daadwerkelijk te weerspreken, is typerend voor het opereren van politici als De Maizière. Of veel potentiële AfD-kiezers zich met een dergelijk kluitje het riet in laten sturen moet in september blijken.

Lees ook:

Posted on

Blokfluit en curryworst – Duitse politici minachten hun eigen volk

Voorbij zijn de tijden dat prominente (West-)Duitse politici van zowel links als rechts een gezond patriottisme onderhielden. Met tenenkrommende uitingen laten regeringsleden van vandaag hun verstoorde verhouding tot de natie zien. Te midden van de immigratiechaos is dat een dodelijk gevaar voor Duitsland.

Ze hitst op en zet aan tot haat. Jutta Ditfurth (65), ooit medeoprichter van de Groenen en tegenwoordig voor een obscuur ecologisch splinterpartijtje gemeenteraadslid in Frankfurt, houdt zich niet in. Het racisme en de haat die ze op 13 oktober jongstleden van het spreekgestoelte in het Römer, het raadshuis van de financiële metropool, verbreidde, zal haar niet haar baan kosten. Ze zal niet van Facebook verbannen worden. Ze zal niet de hele verontwaardigingsmachinerie van de mainstream media over zich heen krijgen. Het gaat per slot van rekening maar om Duitsland. Sterven moet het, omdat dat geweldig zou zijn, zo citeert Jutta Ditfurth genoeglijk uit een lied van een punkband. Ze maakt geen geheim van haar sympathie voor dit soort hersenloze liedjes.

Wat gemeenteraadslid Ditfurth in alle openheid te beste geeft, zou bondskanselier Angela Merkel vanzelfsprekend nooit over de lippen komen. Haar houding tegenover de natie lijkt veeleer in een stadium aanbeland dat het midden houdt tussen onverschilligheid en minachting. Als het om geboren Duitsers gaat – autochtonen zouden we in Nederland zeggen, dan heeft Merkel het over “de mensen die hier al wat langer wonen” (in een interview in de prime time talkshow Anne Will op televisiekanaal ARD). In tegenstelling tot “hen die er nieuw bijgekomen zijn”, waarmee Merkel de heerscharen aan ‘asielzoekers’ die ze het land heeft binnengelaten bedoelt. Willekeuriger kan het niet.

En als de bondskanselier zich dan toch eens over culturele waarden en nationale identiteit uitlaat, is plaatsvervangende schaamte op zijn plaats. De zorg voor de uitbreiding van de islam in Duitsland moet men volgens Merkel beantwoorden met het in ere houden van christelijke tradities. Daar zit wat in, al kun je er natuurlijk niet mee volstaan. Maar op het buitengewone partijcongres van haar CDU waar ze deze uitspraak deed vulde ze dat vervolgens in met een oproep aan haar toehoorders om met Kerst vooral samen liedjes te zingen en blokfluit te spelen. “Ik meen dat volstrekt oprecht. Anders zouden we een stuk heimat kwijtraken.” Oprecht is ten aanzien hiervan slechts de indruk hoe vals en onecht de tonen van Merkels blokfluit-statement klinken.

Dat dergelijke tenenkrommende uitlatingen in de publieke sfeer vrijwel onverschillig geaccepteerd worden, ligt er misschien aan dat er naast en achter Merkel al te veel blokfluiten het zelfde deuntje blazen, zodat je oren er van gaan suizen. Toondoof van die aanhoudende blokfluiterij is de anti-Duitse klank een vanzelfsprekendheid geworden. Zo viel minister van Binnenlandse Zaken Thomas de Maizière in een discussie over integratie en nationale cultuur niets anders te binnen dan geroosterd varkensvlees en curryworst. Dergelijke lekkernijen zal men natuurlijk ondanks de instroom van islamitische immigranten ook in de toekomst kunnen blijven eten, zo verkondigde hij genereus.

Wat een mogelijke toekomstige regeringscollega van zijn geboorteland vindt, heeft hij ook reeds duidelijk gemaakt. Martin Schulz, die in januari afzwaait als voorzitter van het Europees Parlement en genoemd wordt voor de positie van minister van Buitenlandse Zaken, wil naar eigen zeggen ook in de toekomst de EU-belangen voorop stellen. De belangen van Duitsland lijken hem minder na aan het hart te liggen.

Samenvattend kunnen we zeggen dat, ook als CDU en SPD met het oog op de verkiezingscampagne weer enigszins uit elkaar drijven qua standpunten, ze toch nog altijd een zijn in hun verachting voor het Duitse volk. Vanuit de huidige praktijk is het haast niet voor te stellen dat Willy Brandt – toch bepaald geen nationalist – ooit als leider van de sociaaldemocraten aantrad met de leuze ‘Duitsers, we kunnen trots zijn op ons land’. Dat was in de campagne voor de verkiezingen van 1972, en de SPD behaalde met 45,8 procent van de stemmen haar beste verkiezingsresultaat ooit.

Met patriottisme laten zich verkiezingen winnen. Het is een kracht die mensen er toe aan kan zetten voorbij hun eigenbelang te zien en zich in dienst te stellen van een groter goed. Natuurlijk verschillen culturen in de keuze van uitingsvormen voor hun patriottisme, zo komt het Amerikaanse patriottisme Europeanen dikwijls pathetisch voor. Maar zonder een gezonde mate aan vaderlandsliefde gaat het ook niet.

Vraag je maar eens af hoe het een onderneming zal vergaan, waarvan de leidinggevenden zich niet met het bedrijf identificeren. Stel je voor dat de inkopers halfhartig over prijzen onderhandelen, dat het de personeelchefs om het even is wie er aangenomen wordt, en dat de productieleiders meer bezig zijn met de kwaliteit van hun stropdassen dan met die van de producten van de firma. Zo’n onderneming zou binnen de kortste keren een geval voor de curator zijn. Jutta Ditfurths fantasieën over het massaal verrekken van de Duitsers zijn er niet voor nodig, om het land massieve schade toe te brengen, de onverschilligheid en minachting van CDU en SPD kunnen daartoe meer dan volstaan.