Posted on

Infinity War: Tot dusver hadden helden het te makkelijk

Een gedachte waarop ik mezelf vaak betrap tijdens de Marvel superheldenfilms, is dat de helden het tot dusver te makkelijk hadden. Hun krachten waren altijd zó overweldigend dat de dreiging vooral zat in hun eigen geesteskwellingen en onderlinge onenigheden – steevast werd de harmonie hervonden en vanaf dat moment waren de schurken totaal kansloos. Dit maakte de filmplots voorspelbaar en in wezen saai, ondanks alle actie en spektakel.

Avengers: Infinity War breekt met deze trend en is daarmee in één klap de beste van alle Marvel films. Het draait om Thanos, wiens naam komt van Thanatos oftewel Grieks voor ‘de dood’. De druk op de hulpbronnen van het heelal zou te groot zijn en hierom wil hij de helft van alle levende wezens uitroeien. Hiervoor heeft hij zes magische stenen nodig – die staan voor tijd, ruimte, geest, ziel, realiteit en kracht; zij geven hem het vermogen om de werkelijkheid te herscheppen. Van armen tot koningen, van jong tot oud: iedereen heeft evenveel kans om te worden uitgevaagd. Dat is rechtvaardigheid volgens Thanos.

Bekijk de film wetende dat hij de feitelijke protagonist is: doordat er zo enorm veel superhelden meedoen – van Spiderman en Iron Man tot Thor en de Hulk – is Thanos de enige die een welbepaald ontwikkelingstraject doormaakt compleet met eigen uitdagingen en vormende dilemma’s. De superhelden benadrukken steeds dat zij geen enkel leven willen opofferen, zelfs al is het om vele levens te redden. Deze Kantiaanse ethiek komt nobel over – Thanos maakt echter een andere keuze en ziet u zelf hoe dit uitpakt.

Deze film is een aanrader omdat hij breekt met de voornaamste clichés. Op de vraag waarom hij doet wat hij doet, antwoordt Thanos dat hij alleen geestelijk vrij zal zijn wanneer de balans in het heelal is hersteld. Pas als de helft van alle zielen is uitgedoofd en de avondzon achter de glooiende heuvels verdwijnt, pas dan zal zijn gemoedsrust zijn hersteld.

Posted on

Wat is chaos? Een cultuur-filosofisch gesprek

Na eerder de vraag ‘Wat is cultuur?‘ uitgediept te hebben, voerden Wim van den Bergh van de Batavieren Podcast en uitgever en filosoof Tom Zwitser onlangs opnieuw een uitgebreid gesprek met elkaar. Nu vanuit de tegenovergestelde benadering: ‘Wat is chaos?’ Dit mede naar aanleiding van dingen die de Canadese hoogleraar psychologie en cultuurcriticus Jordan Peterson daar enige tijd geleden over zei op de conferentie van De Nederlandse Leeuw.

“De vraag wat chaos precies is”, aldus Zwitser “is heel interessant, want niemand heeft daar direct een beeld bij. Hooguit zou je kunnen zeggen: chaos is een gefragmenteerde orde of datgene wat eerst ordelijk in elkaar zat, maar versplinterd is of kapot is. En dat ervaar je als chaos. Maar chaos zelf? Wat kan chaos nou zelf zijn? Dat is eigenlijk veel lastiger.”

Het gesprek van zo’n anderhalf uur is hier te bekijken:

Tom Zwitser ~ Heerlijke platte wereld

 

Posted on

In deze Zwitserse streek viert men Oud en Nieuw met Klazen volgens Juliaanse kalender

De Juliaanse kalender loopt 13 dagen achter op onze Gregoriaanse kalender. In de Oosters-Orthodoxe kerken wordt deze kalender nog altijd aangehouden. Maar ook in Zwitserland laat de kalender in delen van het kanton Appenzell tot op de dag van vandaag zijn sporen na. Zodoende wordt daar met de Silversterchlaus pas op 13 januari de jaarwisseling gevierd.

Om vijf uur ’s morgens is de winternacht in het ommeland van Appenzell nog pikkedonker en krakend koud. Maar in sommige drinklokalen brandt al licht, want hier maken de zogenaamde Silvesterchläuse zich gereed. Iedere groep van deze gemaskerde Klazen (Nikolazen) bestaat uit vijf tot acht mannen. Een Schuppel wordt zo’n groep genoemd. Ze trekken vrouwenkleren aan met witte kanten schorten of kleurige fluwelen pofbroeken. Katoenen kappen worden omgebonden, witte handschoenen aangetrokken. Ten slotte moeten de grote koebellen en hoeden nog opgezet worden.

Op deze hoofdbedekking, zo groot als een wagenwiel, is het boerenleven in miniatuur verbeeld. Kleine uit hout gesneden figuurtjes zijn te zien aan de dagelijkse arbeid. De mannen dragen dikwijls hele weides in miniatuurformaat op hun hoofd. De Vorrolli, de aanvoerder van een Schuppel, draagt 13 bellen op zijn borst en rug en heeft zo’n grote hoofdversiering, dat hij nog slechts waggelend door de deur naar buiten kan.

Wanneer alles opgetuigd is, breekt de groep terwijl het nog donker is in ganzenpas op en gaat op weg naar de eerste boerderij. Voor de Chläuse wordt het een langer en inspannende dag, want de maskers, hoofdbedekking en bellen wegen bij elkaar zeker 30 kilo, en de weg van boerderij naar boerderij gaat berg op en berg af. Het is een lange weg naar het dorp in het dal.

Hier in Urnäsch, een klein dorp midden in het Zwitserse Appenzellerland, aan de voet van de Säntis, verloopt de tijd anders. Want terwijl overal elders het nieuwe jaar al twee weken oud is, wordt hier nog Silvester gevierd met een unieke traditie, die in het Hinterland van Appenzell Außerrhoden, oftewel in de gemeentes Urnäsch, Herisau, Hundwil, Stein, Waldstatt, Schwellbrunn en Schönengrund, de meest indrukwekkende wintertraditie is.

De wortels van deze traditie kent hier niemand meer precies, maar ze stamt in ieder geval van voor de invoering van de Gregoriaanse kalender. Toen de paus in 1582 de Gregoriaanse kalender, een aanpassing van de Juliaanse, afkondigde, waardoor oud en nieuw verschoof, besloten de gereformeerde Appenzellers (dus die in Außerrhoden) simpelweg tweemaal oud en nieuw te vieren: volgens de nieuwe kalender op 31 december, maar ook volgens de oude kalender op 13 januari.

Het is een bijzondere eer om een Schuppel te gast te krijgen. Eerst wordt er veel geluid gemaakt met de bellen en dan zetten ze hun Zäuerli in, een hoog mannengezang, dat ver door het dal weerklinkt en nog het meest lijkt op jodelen zonder woorden. De heer des huizes en zijn gezin luisteren aandachtig. Driemaal herhaalt zich het schouwspel van gezang en klokgelui, dan wensen de Chläuse stuk voor stuk met een stevige handdruk een goed nieuwjaar. Als dank krijgen ze glühwein, die ze met een strohalm door een gaatje in hun masker opdrinken. Bij deze gelegenheid wordt er ook onderhands een geldbiljet overhandigd.

Tegen de middag hebben de diverse Schuppels van Chläuse alle boerderijen gehad en naderen ze het dorp. Daar ziet men groepjes van huis tot huis trekken, ondertussen door veel toeschouwers gadegeslagen. De feestelijke stemming wordt steeds meer tot een volksfeest. Uiteindelijk komen de verschillende groepen bij elkaar, de mooie Chläuse wedijveren met de Schö-Wüschten en de Wüsten. De woeste klazen zijn waarschijnlijk de meest oorspronkelijke. Hun gezichten zijn achter vreeswekkende maskers verborgen en door hun bekleding lijken ze op wandelende bomen of struiken. Maar als ze hun klokken en koebellen luiden en beginnen te zingen, gaat van hen dezelfde fascinatie uit.

In de kostuums van de Schö-Wüschten zijn geen grenzen gesteld aan de fantasie. De kostuums bestaan wel steeds uit natuurlijk materiaal, hun gezichten verbergen ze achter dennenappelmaskers, de bekleding bestaat uit mos, schors en gevlochten materiaal.

’s Middags verplaatst het gedruis zich geleidelijk naar de herbergen en taveernes, waar de klazen tot ver na middernacht met de andere gasten drinken en feestvieren en van tijd tot tijd nog een Zäuerli ten beste geven.

Het museum in Urnäsch heeft een expositie over diverse lokale tradities, waaronder deze. Meer informatie is te vinden op www.museum-urnaesch.ch

Posted on

Vuurwerk is niet leuk

Een van mijn grootste angsten is dat secularisatie niet alleen geloof en kerk aantast, maar ook de alledaagse dingen in het leven. Geloof het of niet, maar de discussie over vuurwerk is door en door geseculariseerd en keert zich tegen het diep menselijke aspect van de beleving van Oud en Nieuw. De argumenten tegen vuurwerk slaan wat mij betreft de plank mis, omdat weinig mensen in deze tijd kunnen peilen waarom er eigenlijk vuurwerk juist op dat punt in de tijd wordt afgestoken. Mensen die betogen tegen vuurwerk afsteken veronderstellen een lineaire tijdsdimensie, met andere woorden een geseculariseerde, platte tijd die niks anders is dan de voortgaande opsomming seconden, minuten, uren, zonder onderling verschil.

Dit blijkt vooral uit de argumenten die worden gebruikt, vuurwerk zorgt voor overlast, het is geldverspilling, slecht voor het milieu en huisdier. Zelfs christenen betogen dat vuurwerk afsteken een teken is van slecht rentmeesterschap, en dus zonde. Ook de jaarlijkse gewonden door ongelukken met vuurwerk worden aangedragen. Kortom, laat vuurwerk achterwege of laat het afsteken door professionals op een afgezonderd terrein, maar zorg er in vredesnaam voor dat Oud en Nieuw leuk is voor zoveel mogelijk mensen. Alsof Oud en Nieuw een moment is als ieder ander.

Het idee van vuurwerk is juist dat het past bij Oud en Nieuw omdat dit tijdstip een kwalitatief andere tijd is. Het tapt in een diepere tijdsdimensie, die niet zozeer chronologisch iets uitmaakt, maar wel de kwaliteit van het huidige moment verandert.

Nieuwjaarsduik bij Scheveningen (foto: Alexander Fritze)

En op zo’n moment breekt er een chaos door die alle orde en gevestigde regels op losse schroeven zet. De normale gang van zaken geldt niet meer, nu zijn er andere verhoudingen en regels. De straten zijn chaotisch met veel volk en overal wordt geknald. In de breuklijn van de kalender dringt een diepere tijd door, een tijd van overgang van de ene status naar een andere status, een liminale tijd. Dit wortelt diep in de menselijke tijdsbeleving, het is een fout om te denken dat deze chaos en plotselinge speling in alledaagse regels slechts fungeert als een soort veiligheidsventiel. Het komt voort uit de beleving dat tijd meer is dan het ene inwisselbare moment na het andere inwisselbare moment. Het moment van Oud en Nieuw is speciaal  en er is niets passender bij het moment om vuurwerk af te steken. Daarom is het fout om te betogen dat Oud en Nieuw, en in het bijzonder, vuurwerk afsteken leuk moet zijn voor ieder moment. Vuurwerk is niet leuk, het is chaotisch, gevaarlijk, ondermijnend.

In zijn boek A Secular Age behandelt Charles Taylor dit soort tijden, voornamelijk bij de viering van Carnaval. Daarin breekt de anti-orde sterker en duidelijker door. Naar analogie kunnen we ook deze liminale en chaotische tijdsperiodes terug herkennen in ontgroeningen bij studentenverenigingen, zelfs de examenstunt op een middelbare school wordt in een nieuw licht gezet door het besef van een diepere tijd. Oud en Nieuw met het bijbehorende vuurwerk valt ook onder dit soort tijden van een andere orde, juist omdat zo duidelijk wordt waar het fout gaat. Menselijk welzijn is de enige waarde die geldt, er is niks wat er tegenover staat en menselijk welzijn overstijgt. Het is te zien in de utilistische argumenten tegen vuurwerk. Vuurwerk moet leuk en ongevaarlijk zijn. Vuurwerk is niet leuk en het is niet ongevaarlijk. Het hoort bij een tijd van chaos die de bestaande orde onder een bedreigende spanning zet. Wie betoogt dat vuurwerk leuk en ongevaarlijk moet zijn  is bezig met domesticerende secularisering van de mens in zijn alledaagse leven.

Posted on

De mentale geografie van ‘Islamitische Staat’

Dat ‘Islamitische Staat’ (IS) zijn veroverde gebied inmiddels langzaam maar zeker verliest aan diverse andere staten of groeperingen, betekent nog niet dat IS daarmee ook verslagen wordt, schrijft de Franse schrijver en filmregisseur Yann Moix in het Franse dagblad Le Monde. IS is volgens Moix namelijk allang bezig een gemoedstoestand te worden.

Hoe meer grondgebied IS verliest, hoe meer zieltjes het wint. Een land dat in werkelijkheid steeds onvoorstelbaarder wordt, wordt in de verbeelding steeds reëler. Elke verloren kavel metamorfoseert tot een intentie. De aanslagen in naam van IS zullen niet ophouden bij IS: het verloren kalifaat zal zich, als het beloofde paradijs, in de hoofden realiseren.

IS wordt zo de staat voor al diegenen die zich in een bepaalde gemoedstoestand bevinden, een mentale staat met andere woorden. Volgens Moix is het te simpel om te stellen dat als IS als staat geen fysiek territorium meer bezet, het dan simpelweg niet meer bestaat. Dat onderschat volgens hem de vermenging die er kan zijn tussen realiteit en virtualiteit:

Kijk maar naar Pokémon Go. De werkelijkheid beperkt zich momenteel niet meer tot wat reëel is; ook het virtuele speelt een rol. De Islamitische Staat van de grond en de Islamitische Staat van het web zijn één pot nat.

In een tijd waarin de computer en het internet zo’n belangrijke plaats innemen, zou het volgens Moix een vergissing zijn te denken dat de territoriale versie van IS van groter belang is dan de draagbare versie.

Moix wijst er vervolgens op dat IS de gewoonte van het opeisen van aanslagen fundamenteel verandert heeft. Waar het vroeger gebruikelijk was om een aanslag achteraf al dan niet op te eisen voor een organisatie, eist IS als het ware bij voorbaat aanslagen op:

[H]et opeisen is niet langer een kwalificatie van een daad uit het verleden, maar van willekeurig welke toekomstige daad. [..] IS tekent de godganse dag blanco cheques: Célines geliefde uitdrukking ‘dood op krediet’ is hier alleszins van toepassing. Elke gepleegde aanslag past op de een of andere manier in de toekomst die IS met zijn ogen dicht voor zich ziet.

Datzelfde verschil van verleden en toekomst ziet Moix bij de reactie op de aanslagen. Na de aanslagen gedenkt men in het Westen de doden, is met andere woorden gericht op het verleden. Ondertussen gedenkt IS niet de terroristen die omgekomen zijn, maar houdt zich bezig met degenen die zich opmaken voor volgende aanslagen. De schrijver typeert de strijd met IS dan ook als een oorlog van verschillende tijdsbelevingen.

Wat Yann Moix schrijft over werkelijkheid, realiteit en virtualiteit, doet sterk denken aan het boek Welkom in de woestijn van de werkelijkheid van de Sloveense filosoof Slavoj Zizek, dat insteekt bij de aanslagen van 11 september 2001 op het World Trade Center en het Pentagon.

Posted on

Veel voorkomende misverstanden over het vruchtbaarheidscijfer

De Total Fertility Rate (vruchtbaarheidscijfer) komt veel in het nieuws, maar er zijn nogal wat misverstanden rondom de TFR. Bij deze een poging een aantal daarvan weg te nemen.

Allereerst, de TFR is een gemiddelde. Enige reflectie leert direct dat zoiets nogal apart is als het om geografisch zeer uitgestrekte of multi-etnische landen gaat. Zo wordt er apart gerapporteerd over Nederlandse en Belgische TFR’s, maar wordt Rusland als één geheel gezien. Dat heeft natuurlijk iets ridicuuls. In het oosten van Rusland wonen Turkische en Aziatische volkeren, die een volkomen andere cultuur hebben dan de Slavische groepen in het Orthodoxe westen of de overwegend islamitische Noord-Kaukasus.

Daarnaast, zelfs een land als Nederland is niet monolithisch: de TFR-verschillen tussen bevolkingsgroepen zijn aanzienlijk. Orthodox-gereformeerden en moslims hebben veel meer kinderen dan niet-religieuzen in Nederland. Het is niet erg bekend, maar gereformeerden hebben bijvoorbeeld meer kinderen dan Turken in Nederland. En die groep is niet klein of geconcentreerd, deze bijbelgordel strekt zich uit van Zeeland tot voorbij de Veluwe. Om moslima’s en orthodox-gereformeerde vrouwen op één hoop te gooien met alleenstaande carrièrevrouwen in de Amsterdamse binnenstad en daar een gemiddelde van te maken, raakt eigenlijk kant noch wal.

Stel dat een land een TFR heeft van 1.8, dan zegt dat dus absoluut niets als je de bandbreedte van die vruchtbaarheid niet kent. Stel dat het vruchtbaarheidscijfer van niet-religieus en religieus, respectievelijk 1.6 en 2.6 is – en het gemiddelde 1.8 – betekent dit geenszins dat de bevolking dus elke generatie met 10% afneemt. Het betekent dat de niet-religieuzen elke generatie met 20% afnemen en de religieuzen elke generatie met 30% toenemen. In Gregory Clarks A Farewell to Alms wordt bewezen dat de Engelse bevolking van nu volledig afstamt van rijke, slimme boeren: zij hadden immers generaties lang de meeste kinderen. Steden waren in de middeleeuwen “population sinks”, mensen gingen er als gevolg van bevolkingsconcentratie massaal dood door besmettelijke ziektes.

Op zich is bovenstaand gegeven natuurlijk van marginaal belang, als de tijdspanne vooruit slechts 1 generatie is, maar dikwijls worden er door de VN prognoses tot 2100 afgegeven. Dat is misschien wel drie tot vier generaties vooruit – en dat is echt nonsens, want de dynamiek wordt dan anders.

Ten tweede, het tempo van vruchtbaarheid wordt zelden meegenomen in berekeningen. Stel, er zijn twee groepen van 100 mensen. Beide groepen mensen hebben precies 50 mannen en 50 vrouwen, waarvan de eerste groep een TFR heeft van 2.2 en de tweede groep een TFR van 2.4. Het enige verschil: de vrouwen van groep 1 krijgen kinderen rond hun 25e en de vrouwen van groep 2 krijgen kinderen rond hun 33e. Dat betekent dat groep 1 dus 4 generaties in 100 jaar realiseert, terwijl groep 2 er slechts 3 in 100 jaar realiseert. Groep 2 is dan groter dan groep 1: 144 vs. 133. Maar in absolute zin is groep 1 veel groter: 464 (100+110+121+133) vs. 364 (100+120+144). De leeftijd waarop vrouwen dus trouwen en kinderen krijgen, maakt nogal veel uit voor intranationale prognoses.

Ten derde, vrij weinig mensen weten wat de definitie van de TFR is. De TFR =/= het gemiddeld totaal aantal kinderen dat vrouwen in hun leven krijgen – dat is de CTFR, de completed TFR of de total period fertility rate. De TFR geeft het gemiddeld aantal kinderen, dat vrouwen binnen een bepaald _leeftijdscohort_ krijgen, bijvoorbeeld tussen 15-44 jaar. Maar een cohort omvat dus bijna 30 jaar! In 30 jaar verandert er immers veel. In een land waar vrouwen studeren, werken en vaak laat families starten, ligt de leeftijd van het eerste kind dus ook relatief hoog – in Nederland vaak na 30-32 jaar, zeker bij hoogopgeleide vrouwen.

Dit zorgt ervoor dat de berekende TFR van het cohort zeer laag lijkt, omdat alle vrouwen die laat kinderen kregen (32-15=) 17 jaar lang werden meegeteld werden als TFR=0 voor het gemiddelde. Hierdoor werd er in de jaren ’70-’90 een te lage TFR vastgesteld, grote aantallen vrouwen kregen nog 1 tot 3 kinderen (extra) na hun 35e. De TFR voor het cohort lag dus in realiteit een stuk hoger, misschien wel 0.1-0.2 hoger in totaal. Dat maakt meer uit dan wordt gedacht. Elke 0.1 verlaging onder 2.05 impliceert immers een krimp van 10%(!) per generatie.

Ten slotte, de TFR is geen slecht middel om de bevolkingsgrootte te voorspellen, maar het is een wat “statisch” statistisch begrip. Nieuwe, dynamische ontwikkelingen worden er niet in meegeteld. Ondertussen zijn er allerlei vruchtbaarheidsbevorderende technologieën in ontwikkeling, van hormoonkuren tot kunst-baarmoeders. Er zijn zat carrièrevrouwen die op latere leeftijd, mits mogelijk, alsnog een extra kind hadden gewild, maar als gevolg van de biologische klok daar niet meer toe in staat bleken. Hillary Clinton heeft bijvoorbeeld eens aangegeven, dat ze een tweede kind had gewild, maar ze was toen al in de 50…

Daarnaast, over 30 jaar valt te verwachten dat de anti-verouderingswetenschap enorme vooruitgang zal hebben gekend. Veel chronische aandoeningen en dodelijke ziektes worden steeds beter begrepen en door middel van medicatie uitgebannen en onder controle gebracht. De ziektes waar mijn ouders aan overleden zijn; darmkanker (moeder) en MS (vader), zijn ondertussen goed behandel- en controleerbaar. Mensen zullen op termijn veel ouder worden, veel langer gezond, jong en vruchtbaar blijven en meer kinderen kunnen krijgen dan nu.

Posted on

Het einde van de geschiedenis als verraderlijke comfortzone

Hoeveel doden er ook vallen, in Nice, Brussel, München of Parijs. Hoeveel oorlogen en conflicten er ook ontstaan of dreigen – nog steeds lijkt de westerse samenleving overtuigd van de absolute superioriteit van haar eigen cultuur, en handelt alsof haar cultuur onkwetsbaar en onoverwinnelijk is. Onze verlichtingscultuur is de cultuur van de comfortzone. Van comfortabele burgers die weliswaar opgeschrikt worden, maar daardoor niet gaan nadenken over zichzelf. En daar moet verandering in komen.

In het artikel ‘De islam is het probleem niet’ van 28 juli, leverde ik kritiek op het anti-islam discours dat naar ik meen in de weg staat van een kritische zelfreflectie van onze samenleving. Dit punt maakte ik niet om in het rijtje van politiek correcte commentatoren te behoren die de rode draad weigert te zien in de reeks aanslagen, maar ik maakte het punt om aan te duiden dat de oorzaak niet zozeer een vijandige gevaarlijke ideologie of religie is, maar dat de aanslagen symbool staan voor het falen van onze eigen politiek. De drie in het vorige artikel besproken zwaktepunten waardoor het religieus geweld de kop op steekt waren 1) vrije migratie en slechte integratie; 2) het falen van justitie, en 3) de geopolitieke agenda.[1] In dit ‘vervolg’ wil ik ingaan op iets wat me evenzeer bezighoudt als waar het anti-islam discours faalt: het vermogen tot maatschappelijke en culturele zelfkritiek.

Als we nadenken waarom velen zo bang zijn voor de radicale islam, komen we vaak op twee redenen uit. Enerzijds dat de jihadisten ergens het lef vandaan halen om hun eigen leven op te offeren voor hun strijd. Tegen zo’n vijand is het natuurlijk moeilijk te vechten. In de jihadist wordt de moderne Europeaan geconfronteerd met een voor ons vreemde samenleving die ‘verder kijkt dan het hier en nu’ van de moderne samenleving door een hiernamaals na dit leven voor te stellen. En een hiernamaals is vandaag de dag voor vele westerlingen ondenkbaar, en wordt in de islam in veler ogen zelfs lachwekkend voorgesteld.

Daarnaast zijn we bang voor een collectief dat achter één doel staat. Als we de anti-islam profeten mogen geloven is dat doel de onderwerping van het Westen. Een verzameling van individuen is minder wervend en minder dreigend. Onze samenleving is in oorlog, maar de onverschilligheid keert bij ons terug in alsmaar snellere cycli. Dit is anders bij de jihadisten die als groep gezamenlijk achter een transcendent doel staan, in tegenstelling tot ons, waar enkel individuen lijken te leven die enkel bezig zijn met het hier en nu. Het is niet moeilijk dat we dit als benauwend ervaren.

Onze politici slaan volop op de oorlogstrom. Van links tot rechts zijn we het ogenschijnlijk over één zaak eens. Wij moeten ‘onze’ waarden verdedigen, en ‘onze’ manier van leven niet in het gedrang laten komen. Als je verder doorkijkt op wat die waarden dan zijn, komen we al snel tot de waarden van de Verlichting. Onze democratie, onze mensenrechten, onze vrijheid, ons verlicht burgerschap – het zijn allemaal populaire termen voor politici om die ‘waarden’ te benoemen.[2]

Door de focus op deze Verlichting – met haar waarden – lijkt deze ‘verlichting’ wel het enige dat de moslims en de Europeanen weet te onderscheiden. En bijgevolg moeten we eventjes wachten tot ze de verlichting en de mensenrechten overnemen. Hoe mooi dit in theorie ook klinkt, in de praktijk zien we deze strategie falen. Ten eerste omdat de verlichting in het Westen er is gekomen op een zeer specifiek moment in tijd en ruimte. De geschiedenis ontwikkelt zich overal anders. Daarnaast moeten we ons van het idee ontdoen dat de verlichte waarden overal geldend kunnen zijn. Een politiek die eender welk waardenpatroon verabsoluteert, heeft als resultaat een dogmatische benadering van de realiteit die enkel en alleen met een ‘dictatuur’ van waarden kan worden gerealiseerd. De islam dus van buitenaf gaan verlichten, is iets wat blijkbaar een averechts effect blijkt te hebben, omdat geen enkele samenleving maakbaar is.

Het is dan ook naïef te denken dat men hele groepen kan laten immigreren, en dat deze groepen na vestiging zomaar die waarden gaan overnemen. Moraliteit is een individuele zaak, en een heersende ideologie opleggen lukt eenvoudigweg ook niet. Dat men in België – maar ook in andere landen – symboolpolitiek voert zoals men doet met de ‘nieuwkomersverklaring’ [3] zal hier dan ook weinig aan veranderen. Ondanks de mogelijkheden van meer materiële welstand, de democratie en de vrijheid nemen talloze immigranten onze waarden vandaag de dag helemaal niet over. We stellen vast dat er telkens meer jongeren hier opgroeien, meestal dan met een andere culturele achtergrond, die achteraf deze westerse moraal gaan haten. [4]

Bovendien: als we spreken over onze cultuur te verdedigen, verengen we dit hoe langer hoe vaker tot die verlichting. Sinds wanneer behoren onze christelijke zowel als pre-christelijke (‘heidense’) gebruiken en tradities niet meer tot ons erfgoed? Ons cultureel patrimonium is er een van duizenden jaren aan beschaving, en we komen enkel en alleen af met de heersende ideologie. Hoe moeilijk dit ook denkbaar is, deze is vergankelijk. Dit wil natuurlijk niet zeggen dat we verwezenlijkingen en goede elementen meteen moeten prijsgeven. Maar elke ideologie of politiek systeem heeft zijn zwaktepunten en wordt opgevolgd door een nieuwe synthese. Zoals in vorig artikel beschreven zijn een aantal zwaktepunten van het Westers liberalisme ook oorzaken van de huidige problematiek van het terrorisme. Zou het dan niet ondenkbaar zijn dat een kosmopolitisch mensbeeld dat aan de basis ligt van vrije migratie, een oorzaak zal zijn van het definitieve verval van het liberalisme? Of dat ons geloof dat we elders een democratie kunnen maken, als een boemerang in ons gezicht terugkeert? Of dat we bij een gebrek aan collectief bewustzijn niet in staat zijn om onze samenleving een andere wending te geven?

We moeten dan ook uit onze comfortzone komen. Want een vijandsbeeld opwerpen is te gemakkelijk, dat zien we in de opgroeifase van elk kind. De fout bij een ander leggen is veel makkelijker dan eigen fouten toe te geven. Het heeft ook een functie om de eenheid te verzekeren in eigen rangen. Deze morele zelfreflectie mag niet worden uitgespeeld tegen het leed dat de aanslagen veroorzaken. Want van links tot rechts is iedereen er het over eens dat het ontoelaatbaar is dat mensen aanslagen plegen, onder welke noemer dan ook, tegen onschuldige burgers. Maar ook deze common sense ontslaat ons niet van de plicht ongemakkelijke paden te betreden die ons uit onze moderne maatschappelijke comfortzone leiden.

Het is natuurlijk buitengewoon makkelijk en voor de hand liggend om vanuit een moral high ground te spreken en een andere cultuur als minderwaardig te beschouwen. Wij met onze mensenrechten, democratie en vrijheid staan volgens het gros van de leiders en opinieleiders immer ver vooruit op andere samenlevingen. Althans, zo is de teneur bij mensen als Holslag.[5] En natuurlijk: we kunnen terecht tevreden zijn met een aantal verwezenlijkingen die we hebben gekend de afgelopen honderden jaren, dat zal ik zeker niet ontkennen.

Maar erkennen van verworvenheden hoeft niet te leiden tot het jezelf niet te willen ontdoen van de moral high ground. Ons systeem is verre van volmaakt, dat kunnen we vandaag alleen maar vaststellen. Elke ideologie en elk politiek systeem heeft het in zich om onder veranderlijke omstandigheden achterhaald te worden. Bovendien is ook een politiek systeem daarom niet toepasbaar in elke situatie. Als we verschillende historische periodes uit onze eigen geschiedenis erbij nemen kunnen we alleen maar vaststellen dat die mensenrechten en vrijheden er niet altijd waren, ondanks opkomst of bloei van de samenleving. Een lineaire historische analyse met onszelf als verlichte democraten aan het uiteinde is dan ook een grote denkfout.

Juist vandaag, in het licht van terreurdreiging en internationale verwarring en conflicten, zou het niet moeilijk moeten zijn de zwaktes van ons huidig politiek systeem vast te stellen? En in plaats van in het defensief te gaan en deze fouten niet te erkennen is een aanpassing van ons metapolitiek denkkader nodig. Metapolitiek gezien verdient elke nieuwe antithese immers een nieuwe synthese.

In plaats van de fouten te leggen bij de islam of de radicale islam, afhankelijk van de interpretatie, ligt de enige oplossing voor de huidige problematiek van het terrorisme bij het analyseren van het eigen politiek denkkader. Om een zoveelste nutteloze discussie aan te gaan alsof wij allemaal weten wat de intentie is van ‘de islam’, liggen de oorzaken van dat dit jihadisme een kans krijgt bij ons eigen politiek systeem. Een polarisatie tussen ‘de islam’ en het ‘liberale westen’ belet dat we die oorzaken zouden aanpassen. Hiervoor moeten we wel bereid zijn uit een moral high ground of een levensbeschouwelijke superioriteit ten opzichte van andere politieke structuren te stappen.

Elk politiek systeem kent een begin onder bepaalde omstandigheden, maar draagt het altijd in zich om te verdwijnen als die bepaalde omstandigheden veranderen. Hier kan er gedacht worden aan de snelle opkomst en val van derde politieke wegen zoals fascisme en nationaalsocialisme die in haar ontstaan al de kiemen van de eigen ondergang in zich bleken te dragen. Maar ook aan het uiteenvallen van de Sovjet-Unie en het einde van het communisme. Juist ideologieën die zichzelf als het einde van de geschiedenis zagen, zoals genoemde voorbeelden, waren en zijn extra bevattelijk voor ondergang. Dit zou ons wantrouwig moeten maken tegen elke claim dat we met de verlichte maatschappij in het westen nu werkelijk het eindpunt van de geschiedenis hebben bereikt, zoals Fukuyama jaren geleden in een liberaal pleidooi poneerde.

De vraag is of deze veranderlijke omstandigheden: het terrorisme, de veranderingen op geopolitiek vlak en de schokken op economisch vlak zwaar genoeg zullen zijn om ons dit te doen beseffen. En de bijkomende vraag is hoeveel slachtoffers er nog moeten vallen eer we dit zullen beseffen.

De geschiedenis kent geen comfortzone, maar slechts periodes van rust. Diezelfde geschiedenis leert ons dat juist deze periodes gebruikt dienen te worden om het besef te sterken dat rust en comfort slechts bijproducten zijn van moeite en strijd. Ook op het gebied van ideologie en politieke en maatschappelijke zelfkritiek. De terreur in naam van islam of iets anders ontslaat ons niet van deze plicht.


[1] http://www.novini.nl/islam-is-probleem-niet/
[2] http://www.demorgen.be/opinie/wie-niet-wil-vechten-zal-op-zijn-knieen-verder-mogen-leven-bd3625ff/
[3] http://nieuws.vtm.be/binnenland/184946-deze-verklaring-moeten-nieuwkomers-tekenen
[4] http://www.hln.be/hln/nl/33982/Islamitische-Staat/article/detail/2819432/2016/08/01/IS-somt-zes-redenen-op-waarom-we-jullie-haten.dhtml
[5] http://www.demorgen.be/opinie/beste-bart-bespaar-ons-uw-volksverlakkerij-b2d32cb7/1UrwuU/