Posted on

Veroordeling terugkerende jihadisten vaak moeilijk

De terugkeer van jihadisten vanuit Syrië naar West-Europa bergt grote veiligheidsrisico’s in zich. Veroordeling blijkt vaak moeilijk. En na een gevangenisstraf kunnen jihadisten, na een paar jaar als slapende cel, opnieuw geactiveerd worden voor terroristische activiteiten.

Naar schatting zo’n 40.000 personen uit de hele wereld zouden als jihadist naar Syrië zijn getrokken. Zo’n 2.000 uit kwamen er uit de Russische Federatie. Uit West-Europa kwamen er circa 4.500, waarvan 1500 uit Frankrijk, 850 uit het Verenigd Koninkrijk en 400 uit België. Van de 980 jihadisten uit Duitsland werden er 170 gedood, een derde van de overlevenden keer inmiddels terug. Tegenwoordig bevinden er zich nog 66 Duitse staatsburgers in Koerdische gevangenschap, tegen 18 is een Duits arrestatiebevel uitgevaardigd. Hun uitlevering vindt geen doorgang, omdat er geen uitleveringsverdrag is en de Koerdische junta weliswaar feitelijk macht uitoefent in delen van het noordoosten van Syrië, maar niet als staat erkend is. Het risico bestaat dat er IS-strijders ongecontroleerd vrijkomen.

Internationaal tribunaal

Verschillende landen roepen nu dan ook op tot vervolging door een tribunaal van de Verenigde Naties. Ook Zwitserland pleit voor een internationaal strafhof, maar dan wel ter plaatse. Frankrijk liet dit idee inmiddels varen uit zorg dat gevaarlijke jihadisten daar vrijgelaten zouden kunnen worden. Behalve Engeland maken de meeste landen geen haast. De terugkeerders zouden met het vliegtuig teruggehaald moeten worden, er is zelfs sprake van een internationale luchtbrug. Zwitserland wijst dit actieve terughalen als enige af. “Ze hebben de weg naar Syrië gevonden, dan moeten ze de weg terug ook maar zien te vinden”, aldus een expert van de federale overheid tegenover Novini.

http://www.novini.nl/laat-internationale-jihadisten-gewoon-door-syrie-berechten/

Arrestatiebevel

Anders dan Engeland, Frankrijk en België die de opname van hun staatsburgers afwijzen, staat Zwitserland iedere Zwitser de inreis toe. Ook de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Heiko Maas stelt: “Deze personen kunnen alleen dan naar Duitsland komen, wanneer vastgesteld is dat ze onmiddellijk in hechtenis gekomen kunnen worden.” Dat kan Maas wel zeggen, maar Duitsland is internationaal-rechtelijk verplicht zijn staatsburgers toe te laten, ook als ze in het buitenland misdaden hebben gepleegd. Een arrestatiebevel vereist concrete bewijzen. Om deze te verzamelen is dikwijls bijzonder lastig. Volgens een uitspraak van het Duitse Bundesgerichtshof is het blote feit van verblijf in IS-gebied niet voldoende voor strafvervolging. Mede daarom maken Duitse overheidsinstanties geen haast met de repatriatie.

Intrekken staatsburgerschap

Voor het intrekken van staatsburgerschap is in Zwitserland een veroordeling nodig. Het intrekken van staatsburgerschap gebeurt in Europese landen doorgaans echter alleen als er sprake is van dubbel staatsburgerschap. De conventie is immers dat niemand stateloos gemaakt mag worden. Zodoende was de uitzondering die de Britse regering onlangs maakte ook omstreden. Londen koos ervoor Shamima Begum, een in Engeland geboren vrouwelijke IS-strijder van Bangladeshi afkomst het staatsburgerschap te ontnemen, waarop zij stateloos werd. Bangladesh wil haar ook niet opnemen.

Bewijzen

Mannelijke jihadisten waren vaak in IS-propagandavideo’s te zijn met vermoorde slachtoffers. Beelden die nu gebruikt kunnen worden voor het opbouwen van een zaak. Niet zelden zijn hun stemmen te identificeren. Terugkerende jihadisten die zich onschuldig voordoen, zijn vaak toch als strijders te herkennen aan het eelt op de vinger waarmee ze de trekker overgehaald hebben.

Vrouwen, die een vijfde van de jihadisten uit Duitsland uitmaken, waren minder vaak te zien in video’s. Eerder strafzaken hebben echter reeds bewezen dat ook zij in trainingskampen vaak onderwezen werden in het gebruik van automatische vuurwapens en dat ze aan publieke executies deelnamen. Wanneer directe betrokkenheid bij een misdaad niet te bewijzen valt, zijn ze voor IS-lidmaatschap of ondersteuning van een terroristische organisatie nog tot enkele jaren gevangenisstraf te veroordelen.

Laatste bolwerk ontmanteld, strijd gaat voort

Ofschoon onlangs na bijna vijf jaar ook het laatste bastion van IS in Syrië, in het dorp Baghouz ontmanteld kon worden, betekent dit niet dat IS zijn strijd op zal geven. IS-leider Abu Bakr al-Bagdadi, op wiens hoofd de VS een beloning van 25 miljoen dollar hebben gezet, zou in Irak ondergedoken zijn. In een audioboodschap riep hij op tot nieuwe aanslagen in het Westen, met “bommen, messen en auto’s”.

Surveillance

Zoals te verwachten verklaren veel jihadisten zich bij arrestatie voor onschuldige slachtoffers. De meesten lijken echter onverbeterlijk te zijn – de moorddadige ideologie leeft dikwijls voort. In Zwitserland verklaarde het verantwoordelijke department onlangs: “de terroristische dreiging in Zwitserland blijft verhoogd.” Natuurlijk zal een veroordeelde IS-strijder ook buiten de gevangenis in de gaten gehouden worden, zo licht een overheidsexpert toe. Maar volledige toezicht vereist zo’n 30 personen per geval, dat kan geen West-Europees land in alle gevallen opbrengen.

Slapercellen

Al met al is de kans groot dat niet weinig jihadisten zich na een paar jaar gevangenis uiterlijk hervormd voor zullen doen, om vervolgens twee of drie jaar een normaal leven te leiden, waarna ze opnieuw ingeschakeld kunnen worden voor aanslagen.

Posted on

Syrië en de chemische wapens – De centrale rol van de VS

Verhalen rond Syrië en chemische wapens die de wereld recent bijna over de afgrond duwden begonnen al te circuleren in de nazomer van 2012. Toen rukten die salafistische rebellen dankzij de toestroom van tienduizenden buitenlandse Syriëstrijders overal op. Met grote delen van zelfs Damascus en Aleppo, de twee grootste steden, die samen met steeds meer militaire basissen in hun handen vielen. De vrienden van al Qaida & co in onze media zagen hen toen al de macht in Damascus overnemen.

Syrisch gifgas

En op sommige van die basissen – welke was geheim – lagen sarin en mosterdgas in grote hoeveelheden opgeslagen. Zo beschikte het leger over meer dan 1.300 ton gifgas.(1) Specifiek voor gebruik in de oorlog tegen Israël dat naast een vermeende 200 atoombommen nog steeds trouwens over grote hoeveelheden gifgas beschikt.

Een van die militaire basissen die in het jihadistische vizier lag was die van Sjeik Soeleiman, alias Regiment 111 vlakbij de stad Daret Izza in de buurt van Aleppo. In de ochtend van 10 december 2012 na een bijna zes maanden durende strijd viel die basis in handen van al Qaida. Tot dan had de Syrische luchtmacht die jihadisten tegengehouden maar er waren die dagen teveel bewolking en dus geen luchtmacht beschikbaar.

Toen op 21 augustus 2013 in de regio van Oost-Ghouta een aanval met sarin, een zeer dodelijk zenuwgas, gebeurde op de steden Zamalka en Moadamiyah dan waren de massamedia, ngo’s genre Human Rights Watch en Artsen zonder Grenzen en de regeringen van de NAVO, Qatar, Turkije, Israël en Saoedi-Arabië er zeker van: Dit was het werk van het regeringsleger want die ‘verzetsstrijders’, zoals men ze toen veelal noemden, hadden geen sarin en konden dat ook niet produceren. Onzin natuurlijk.

Zogenaamde Iraakse Borak-projectielen met sarin die de CIA in 2015 opkocht.

Zo is er het verhaal van de Japanse sekte Aum Shinrikyo(2) die op 20 maart 1995 sarin gebruikte bij een aanslag op de Tokyose metro. Met als resultaat 12 doden. In het grootste geheim hadden ze in een eigen fabriek, vermomd als een tempel, sarin zitten produceren. En niemand had het gezien.

En dan is er natuurlijk het Iraakse verhaal over het leuren met gifgasbommen, restafval van het leger van Saddam Hoessein dat door een slimme zakenman aan de Amerikaanse CIA werd doorverkocht.(3)

Bommen die in bepaalde gevallen nog 25% van hun capaciteit hadden. Wie de verkoper was is nooit bekend geworden. Wel schreef The New York Times dat de man ze elders dreigde te verkopen indien de VS geen interesse meer hadden.

Sjeik Soeleiman

Mogelijkheden genoeg dus voor die jihadisten om aan sarin te geraken. Maar zoals het verhaal van Sjeik Soeleiman aantoont was hun probleem reeds op 10 december 2012 opgelost.

Volgens de Nederlandse correspondent Harald Doornbos en Jenna Moussa, een journaliste verbonden aan Al Aan TV uit Dubai, nam al Qaida toen 15 containers met chloor en sarin mee. Bijna zeker was daar trouwens ook de voorraad mosterdgas bij. Genoeg materiaal voor 10 grote vrachtwagens. (4)

Waarheen die vertrokken is niet bekend. Wel zal sarin al snel daarna op het slagveld opduiken. Opvallend is echter de houding in deze kwestie van de regering van Barack Obama toen in het najaar van 2012.

Met Amerikaanse steun kon al Qaida het op de basis van Sjeik Soeleiman opgeslagen sarin in handen krijgen. Ze zullen het nadien nog enkele malen ook gebruiken.

 

Zo rakelde men vanuit Washington het probleem van de Syrische gifgassen almaar meer op alsmede het gevaar komende van die ‘hondsbrutale dictator’ uit Damascus. Want die, stelde Obama, dreigde dat te gebruiken. De verklaringen van Obama en Hillary Clinton, toen zijn minister voor Buitenlandse Zaken, werden dan ook steeds harder. Men voerde bewust de spanning rond deze kwestie op.

Begin december zal de Britse krant The Telegraph zelfs stellen dat het Syrisch leger alles in gereedheid had gebracht om sarin te gebruiken.(5) Men was al begonnen met het mengen van de chemische producten om zo sarin te maken opperde deze krant. Zich baserend op niet nader genoemde Amerikaanse regeringsbronnen.

In de zomer van 2012 hadden al Qaida (toen Jabhat al Nusra) samen met de kleinere groepen Mahlis Shura al Mujahideen, Kataib Muhajiri al Sham en Katibat al Battar het stadje Daret Izza al veroverd en begon hun belegering van de nabijgelegen legerbasis. Het waren volgens de berichten vooral ook buitenlanders waaronder Libiërs en mensen uit de vroegere Sovjet-Unie die er vochten.(6)

En dan op 2 december 2012 herhaalden zowel Hillary Clinton als Barack Obama dat moest het Syrische leger chemische wapens gebruiken dan zou dat voor hen een rode lijn zijn, een die tot Amerikaans militair optreden ging leiden. Wat zij eerder al, op 20 augustus 2012, stelden toen de belegering van de basis Sjeik Soeleiman goed op gang was gekomen.(7)

Training al Qaida

Ook stelde Obama dat het beveiligen van dat gifgas voor de VS essentieel was en dat president Bashar al Assad hiervoor persoonlijk verantwoordelijk was. Op 6 december 2012 bracht dan de Amerikaanse website Syria Deeply het verhaal, naar hun zeggen gebaseerd op vier niet bij naam genoemde diplomaten, dat de VS en enkele geallieerden die jihadisten in Jordanië en Turkije leerden om te gaan met dat gifgas.(8)

Zo stelt de website:

The programs were intended to prepare brigades to handle chemical weapons sites and materials they might encounter, as Assad troops lose control over parts of the country.

US contractors have also been on the ground in Syria to monitor the status of regime stockpiles, said an employee with a major US defense consultancy that has been engaged in that work.

Het programma heeft de bedoeling brigades (jihadisten, nvdr.) te leren omgaan met chemische wapens en materiaal waar ze mee in contact kunnen komen.

Amerikaanse onderaannemers zijn ook in Syrië actief met het monitoren van de voorraden (chemische wapens, nvdr.) van het regime, stelde een medewerker van een belangrijke Amerikaanse militaire adviseur die betrokken is bij dit werk.

Ze hadden daarvoor volgens dat verhaal een onderaannemer aangesproken. Iets later had The Washington Post het ook over de betrokkenheid van de CIA en Special Forces, het leger zelf dus.(9)

Ook was hierover volgens die krant ook overleg geweest met Israël en waren Franse en Britse militairen betrokken. De Amerikaanse website NTI stelde gebaseerd op een serie andere bronnen dat er zelfs in Syrië aanwezige Israëlische soldaten bij de zaak actief waren. Wat logisch is.(10)

Jordanië

En alhoewel de locatie van die chemische wapenvoorraden geheim was, lijkt het, mede gezien een serie overlopers van het leger, praktisch zeker dat de VS wist dat in die basis Sjeik Soeleiman gifgas lag opgeslagen. Vandaar ook natuurlijk de training die men volgens de Britse krant The Guardian voorzag in o.a. het Jordaanse King Abdullah II Special Operations Training Center niet ver van de Syrische grens.(11)

Jordanian security sources say the training effort is led by the US, but involves British and French instructors….. The Pentagon said last October that a small group of US special forces and military planners had been to Jordan during the summer to help the country prepare for the possibility of Syrian use of chemical weapons and train selected rebel fighters. That planning cell, which was housed at the King Abdullah II Special Operations Training Centre…

Bronnen bij de Jordaanse veiligheidsdiensten stelden dat bij de door de VS geleide training (van jihadisten, nvdr.) ook Britse en Franse instructeurs betrokken zijn…. Het Pentagon stelde vorige oktober (2012, nvdr.) dat een kleine groep van Special Forces en militaire planners in Jordanië in de zomer hielpen om het land voor te bereiden op het Syrisch gebruik van chemische wapens en het trainen van een geselecteerde groep gewapende opstandelingen. Die groep instructeurs was gehuisvest in de Koning Abdoellah II Special Operations Training Centre…

En dan is er de Israëlische blog Israël Matzav van een orthodoxe maar wel zionistische jood die zich Carl in Jeruzalem noemt en waarschuwt voor het feit dat, zoals hij het stelt, het merendeel van de zogenaamde rebellen die zo’n opleiding krijgen feitelijk leden van al Qaida zijn.(12)

Merkwaardig is ook dat alhoewel de drie jihadistengroepen bij de belegering nauw samenwerkten al Qaida plots in de nacht van 9 op 10 december, tot verrassing van hun ‘bondgenoten’ alleen aanvielen en de basis veroverden. Volgens Doornbos, die zich vooral baseert op de getuigenis van een toen aanwezige jihadist, was het Al Qaida dat er met dat gifgas vandoor ging.

Waarbij de Aramees in Nederland verschijnende blog Aramnahrin bijna als een profetie waarschuwt dat de verovering van een basis met chemische wapens het mogelijk zal maken om er zogenaamde valse vlagaanvallen mee uit te voeren.(13)

Het verhaal van de verovering verscheen op 16 december 2012 in The Washington Post en op 10 december, de dag zelf dat men de basis in handen kreeg, in The Long War Journal van de Amerikaanse en erg zionistische Foundation for the Defense of Democracies. Waarbij beiden het hadden over de vermoedelijke aanwezigheid op die basis van gifgas.

Khan al Asal

Dus terwijl Obama stelde dat Assad persoonlijk verantwoordelijk was voor de veiligheid van die wapens dirigeerde hij jihadisten om die basis te veroveren. En Obama ging zelfs zorgen dat al Qaeda de nodige specialisten kreeg toegewezen om hen te leren hoe ze met die chemische wapens moesten omgaan. Het is dan ook niet verbazend dat de Rode Lijn van Obama snel overschreden zal worden.

De dirigent achter al Qaeda in Syrië en hun chemische wapens.

Slechts vier maanden nadien, op 19 maart 1013, zal het stadje Khan al Asal voor zover bekend als eerste een aanval met sarin ervaren. Khan al Asal werd toen aangevallen door alweer al Qaida en mede dankzij deze gifgasaanval kon men het stadje veroveren.(14)

 

Waarna al Qaida en haar bondgenoten in de stad een waar bloedbad aanrichtten waarbij men zowel burgers als militairen standrechtelijk executeerde.(15) Volgens het rapport van de VN-missie van Ake Sellström die de zaak van die gifgasaanval in 2013 moest onderzoeken kwamen bij die aanval 16 soldaten om alsmede 10 burgers en geen enkele jihadist.(16)

Al snel rees hier het vermoeden dat sarin gebruikt werd. Wat een gespecialiseerd Russisch lab nadien bevestigde. Maar terwijl Syrië naar die jihadisten wees stelden die jihadisten dat het leger hiervoor zelf verantwoordelijk was en daarbij hun eigen troepen per ongeluk hadden aangevallen. Waarbij men elkaar echter tegensprak en de enen het hadden over een mortiergranaat en de anderen over een vliegtuigbom.

Het eigenaardige is echter dat de Syrische leger zweeg over het gifgas van Sjeik Soeleiman en stelde dat het om eigen fabricaat van die jihadisten ging. Waarom men in Damascus over die diefstal zweeg is raar maar niet bekend. (17)

Wel bleek achteraf uit onder meer verklaringen van Ahmet Üzümcu, baas van de Organisatie voor het Verbod van Chemische Wapens (OPCW) in Den Haag, dat alle Syrische gifgasvoorraden niet meer in handen waren van het leger. Details werden echter door Üzümcu en zijn OPCW nooit gegeven.(18)

Men zal, uiteraard louter symbolisch, vanuit de VS onder meer aan die jihadisten zelfs vragen om ook hun gifgasvoorraden te laten inspecteren en ontmantelen. Natuurlijk zonder dat er ooit van hen een antwoord kwam of dat men vanuit Washington ook maar verder aandrong.

ISIS

Hierbij dient men ook te beseffen dat al Qaida in 2012, toen feitelijk al Qaida in Irak, nog niet in tweeën gesplitst was tussen ISIS en het huidige Hayat Tahrir al Sham, al Qaida in Syrië. Maar dat betekent wel dat ISIS dat pas begin 2014 ontstond ook zo de beschikking kreeg over die chemische wapens en dankzij de VS, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Israël bovendien de nodige expertise verkreeg over hoe er mee om te gaan.

Op 9 maart 2016 zal volgens getuigenissen en verklaringen van de VS ISIS mosterdgas gebruiken in Irak. Ook veroverden die jihadisten op 8 december 2012, twee dagen voor de val van Sjeik Soeleiman, de vlakbij de stad Safira in de provincie Aleppo gelegen Syrian-Saudi Chemicals Company, de grootste producent van chloor in het land. Wat in Syrië op veel plaatsen voor paniek zorgde.

Daar ISIS bij de verovering van de basis van Sjeik Soeleiman nog in een alliantie met al Qaida zat, kon ook ISIS mee genieten van die voorraad aan chemische wapens en de door de VS en haar bondgenoten geleverde training. Later zal ISIS trouwens zeker één keer mosterdgas gebruiken.

 

Na de aanval op Khan al Asal vroeg de Syrische regering om een onderzoek door de VN van die gebeurtenissen en reeds op 27 maart 2013 werd de Zweed Ake Sellström, een oud-gediende van de zinloze serie inspectierondes van 2002 en 2003 naar de niet-bestaande Iraakse massavernietigingswapens.

Maar het duurde nog tot 18 augustus voor hij met zijn missie in Damascus arriveerde. Plots immers bleken er na Khan al Asal de een na de andere vermeende gifgasaanval te zijn en eiste de VS met haar bondgenoten dat men al die sites met zogenaamde gifgasaanvallen zou onderzoeken. Wat Damascus en Rusland weigerden.

Die hadden immers geen zin in een herhaling van de farce van die andere Zweed Hans Blix die men maandenlang in Irak steeds maar nieuwe plaatsen liet onderzoeken waar de VS beweerde dat er massavernietigingswapens verstopt zaten. Wat de VS zo toeliet om via hun spionnen in die missies allerlei militaire basissen te laten onderzoeken.

Oost-Ghouta

En dan plots gaf de VS toe en liet het de missie van Sellström vertrekken ondanks het feit dat men van Damascus alleen maar twee andere plekken mocht bezoeken. En kijk, toevallig drie dagen nadat de missie van Sellström op 18 augustus 2013 in Damascus arriveerde was er opnieuw een aanval met sarin, en ditmaal dan nog vlakbij Damascus. En het was bovendien nog een heel grote aanval. Tja, toeval nietwaar.

Volgens de verhalen van die jihadisten, westerse regeringen, ngo’s en de massamedia was het de meest dodelijke aanval in de oorlog. De Amerikaanse regering had het zelfs over 1.429 doden waaronder meer dan 400 kinderen. De Franse regering sprak dan weer over 281 doden.

Niemand wist het juiste getal en iedereen raaskalde er maar op los. Ervoor zorgend dat de cijfers liefst zo hoog mogelijk werden opgedreven want men wou het Amerikaanse leger Syrië doen aanvallen. Zo riep Human Rights Watch in een persbericht zelfs op tot het bombarderen van Syrië. De humanitaire (sic) oorlog dus.

Uiteindelijk was het vooral het Amerikaanse leger met stafchef generaal Martin Dempsey die neen zei en Obama die hem volgde.(19) Volgens sommigen om te verhinderen dat al Qaida Syrië in handen zou krijgen en ook met de bedoeling de oorlog en de vernielingen zo lang mogelijk te laten voortduren.

Ake Sellström geeft zijn rapport op 12 december 2013 af aan Ban Ki-moon, de toenmalige secretaris-generaal van de VN. Ondanks de zware problemen waarmee hij kampte leverde zijn team toch een behoorlijke prestatie.

 

Achteraf bleek dat de ene raket die voor zover bekend gebruikt werd en neerkwam in Zamalka slechts maximaal een 2,2 kilometer ver kon vliegen en daarom praktisch zeker uit rebellengebied moest komen. Het plan om Syrië plat te bombarderen en de staat zoals Libië te doen instorten mislukte omdat het Amerikaanse leger en Obama er geen zin in hadden.(19)

Achteraf zal James Mattis, de huidige minister van Defensie van de VS, zelfs verklaren dat er geen bewijs is dat het Syrische leger ooit sarin heeft gebruikt.(20) En dat die jihadisten er geen probleem mee hadden om die wapens te gebruiken en ze ook hadden blijkt ook uit de verklaring van de Nederlandse Turk Salih Yilmaz (4), een oud-gediende van zowel het Turkse als het Nederlandse leger en lid van ISIS, op diens blog:

“Where do you think IS got their chemical weapons from? From our enemies – And thus we use their own weapons against them.”

“Waar denkt U dat IS (ISIS) zijn chemische wapens vandaan haalde? Van onze vijanden – En dus gebruiken wij hun eigen wapens tegen hen.”

Dubieus OPCW

Nadien zullen er in Syrië nog meerdere vermeende aanvallen met chemische wapens plaats hebben, vooral dan met chloor. Zoals met Khan Sheikhoun in april 2015 en recent in de stad Douma. Niet een van die verhalen is echter geloofwaardig.

Allen waren slechts gebaseerd op verhalen van groepen zoals al Qaida en dit zonder enige onafhankelijke getuigenissen of forensisch materiaal dat op een correcte betrouwbare wijze was verkregen. Dat het OPCW hierover rapporten vol insinuaties publiceerde toont alleen de dubieuze natuur aan van deze instelling. Het is een vermeende wetenschappelijke instelling totaal onwaardig.

Zeker de verhalen over Khan Sheikhoun waar sarin door de OPCW werd ontdekt, en Douma zijn te ongeloofwaardig om serieus genomen te worden. Ze dienden alleen als een laatste poging van al Qaida en haar supporters om alsnog de militaire nederlaag af te wentelen. Het werd niks.

De Turkse diplomaat Ahmet Uzumcu, hoofd van de OPCW, wiens organisatie in het dossier van Syrië teveel blunders beging om nog echt aanvaardbaar te zijn. Men had die opdrachten rond die vermeende aanvallen met chloor en die met sarin in Khan Sheikhoun om zuiver professionele reden gewoon moeten weigeren.

 

Conclusie

Nergens in de geciteerde artikels en documenten wordt echt gesteld dat de VS en haar bondgenoten al Qaida en hun vrienden leerden om sarin als wapen te gebruiken. Maar duidelijk is dat de VS, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Israël al Qaida leerden omgaan met die wapens.

En dan is het gebruik ervan een simpele kleine stap verder. Men kan ook moeilijk verwachten dat Washington zomaar publiek gaat toegeven dat zij die jihadisten trainden om sarin te gebruiken. Een openbaar en doorgedreven onderzoek zou die bewijzen wel kunnen leveren. Maar, wees er zeker van, dit komt nooit.

Bewezen is wel dat al Qaida het gifgas gebruikte tegen het leger en de burgerbevolking. Bewezen is ook dat al Qaeda hier steeds een centrale rol speelde. Zowel met de basis van Sjeik Soeleiman, Khan al Asal, Zamalka en Khan Sheikhoun waar telkenmale met zekerheid sarin werd gebruikt was al Qaida altijd betrokken. Zo viel Zamalka toen op 21 augustus 2013 onder controle van al Qaida. Hetzelfde voor Khan Sheikhoun.

Duidelijk is ook dat Barack Obama, samen met Hillary Clinton, de dirigenten waren die dit gruwelijk oorlogsbeleid leiding gaven en daarom verantwoordelijk zijn voor dit onnoemelijk leed. Spreken over een Rode Lijn en intussen al Qaida een opleiding in chemische wapens bezorgen is grof en je reinste hypocrisie. Het is een zeer zware oorlogsmisdaad.


1) The New York Times, 18 augustus 2014, Alan Rappaport, ‘Syria’s Chemical Arsenal Fully Destroyed, U.S. Says.’ https://www.nytimes.com/2014/08/19/world/middleeast/syrias-chemical-arsenal-fully-destroyed-us-says.html

2) Wikipedia, Aum Shinrikyo, https://nl.wikipedia.org/wiki/Aum_Shinrikyo

3) The New York Times, 15 februari 2015, C.J. Chivers en Eric Schmitt, ‘C.I.A. Is Said to Have Bought and Destroyed Iraqi Chemical Weapons.’ https://www.nytimes.com/2015/02/16/world/cia-is-said-to-have-bought-and-destroyed-iraqi-chemical-weapons.html

4) Foreign Policy, 17 augustus 2016, Harald Doornbos en Jenan Moussa, ‘How the Islamic State Seized a Chemical Weapons Stockpile.’ http://foreignpolicy.com/2016/08/17/how-the-islamic-state-seized-a-chemical-weapons-stockpile/

Het verhaal is een reconstructie van wat toen gebeurde bij de aanval op de militaire basis van Sjeik Soeleiman aan de hand van een bij naam genoemde bron binnen die salafistische groepen, Abu Ahmad. Het verhaal komt overeen met eerder in december 2012 gepubliceerde verhalen over deze episode.

Salih Yilmaz kwam volgens de Britse krant The Daily Mail op 7 september 2016 om het leven bij de gevechten in Rakka.

5) The Telegraph, Richard Spencer, 3 december 2012, ‘Syria regime ‘mixing chemicals to make sarin gas’: report’. https://www.telegraph.co.uk/news/worldnews/middleeast/syria/9719511/Syria-regime-mixing-chemicals-to-make-sarin-gas-report.html

Het gebruiken van anonieme bronnen om verhalen te verspreiden over Syrië is een vaste praktijk in de oorlog tegen Syrië. In wezen is dit soort informatie dan ook grotendeels waardeloos en vooral stemmingmakerij en propaganda. Het is een herhaling van de hysterie rond de Iraakse massavernietigingswapens.

6) The Long War Journal, 10 december 2012, Bill Roggio, ‘Al Nusrah Front, foreign jihadists seize key Syrian base in Aleppo;’ https://www.longwarjournal.org/archives/2012/12/al_nusrah_front_alli.php

The Long War Journal is een website van de Foundation for the Defense of Democracies, een studie- en lobbydienst die in de VS tot de harde zionistische kern behoort. Een van haar medewerkers was in het begin van de Syrische oorlog zelfs lid van die rebellenregering. Bill Roggio is hun man die het Syrische dossier op de voet volgt.

7) The Washington Post, 20 augustus 2012, James Ball, ‘Obama issues Syria a ‘red line’ warning on chemical weapons.’ https://www.washingtonpost.com/world/national-security/obama-issues-syria-red-line-warning-on-chemical-weapons/2012/08/20/ba5d26ec-eaf7-11e1-b811-09036bcb182b_story.html?utm_term=.0a4b65982748

Ook: The Telegraph, 3 december 2012, Richard Spencer, ‘Syria regime ‘mixing chemicals to make sarin gas’: report.’ https://www.telegraph.co.uk/news/worldnews/middleeAst/syria/9719511/Syria-regime-mixing-chemicals-to-make-sarin-gas-report.html

8) Syria Deeply, 7 december 2017, Lare Setrakian en Alex Zerden, ‘EXCLUSIVE: US Trains Rebel Brigades to Secure Chemical Weapons.’ https://www.newsdeeply.com/syria/articles/2012/12/07/exclusive-us-trains-rebel-brigades-to-secure-chemical-weapons

9) The Washington Post, 16 december 2012, Craigh Whitlock en Carol Morello, ‘U.S. plans for possibility that Assad could lose control of chemical arms cache.’ https://www.washingtonpost.com/world/national-security/us-plans-for-possibility-that-assad-could-lose-control-of-chemical-arms-cache/2012/12/16/f4912be2-4628-11e2-a685-c1fad0d6cd1f_story.html?utm_term=.ea7a95330836

10) NTI, 10 december 2012, ‘Israel Deploys Commandos to Syria to Monitor WMD: Report.’ http://www.nti.org/gsn/article/israel-deploys-special-operators-syria-monitor-chemical-arms-report/

NTI is een website die zich specialiseert in de problematiek van nucleaire, chemische en biologische wapens en werd opgericht door Ted Turner, stichter van de mediagroep CNN, en Sam Nunn, vroeger op militair vlak een erg invloedrijke Democratische senator. NTI staat voor Nuclear Threat Initiative.

11) The Guardian, 8 maart 2013, Julian Borger en Nick Hopkins, ‘West training Syrian rebels in Jordan.’https://www.theguardian.com/world/2013/mar/08/west-training-syrian-rebels-jordan

De Koning Abdoellah II Operations Training Center is een door het Amerikaanse leger gefinancierde, ontworpen en gebouwde militaire basis. De beslissing hiervoor viel in 2006 en ze werd operationeel in 2009. Twee jaar voor het begin van de oorlog tegen Syrië.

Eind 2006 viel volgens het in The New Yorker gepubliceerde artikel The Redirection van Seymour Hersh de beslissing om Hezbollah uit te schakelen door eerst Syrië te vernielen. In 2006 leed Israël een feitelijke nederlaag tegen Hezbollah toen ze nog maar eens Libanon aanvielen.

Sindsdien laten ze het land min of meer met rust. Deze Jordaanse basis was het voornaamste trainingscentrum in Jordanië voor die salafistische bendes. Zou men hen er ook hebben leren kelen?

12) Israël Matzav, 8 december 2012, ‘US training Syrian rebels to secure chemical weapons.’  http://israelmatzav.blogspot.com/2012/12/us-training-syrian-rebels-to-secure.html

13) Aramnahrir, 30 juli 2012, ‘Syrië: Is de tijd gekomen om een aanslag met chemische wapens in scene te zetten zodat de koloniale machten het land kunnen binnenvallen?’

Aramees was de lingua franca in de Levant. Wat na de Arabische invasies van de zevende eeuw geleidelijk aan veranderde. De taal wordt nog wel gesproken en soms onderwezen in delen van Syrië, Libanon, Irak en Turkije. Het Hebreeuws is er verwant mee.

14) Reuters, 19 maart 2013, Oliver Holmes, Erika Solomon, ‘Alleged chemical attack kills 25 in northern Syria.’, https://www.reuters.com/article/us-syria-crisis-chemical/alleged-chemical-attack-kills-25-in-northern-syria-idUSBRE92I0A220130319

15) BBC, 29 juli 2013, ‘Syria opposition condemns Khan al-Assal ‘executions.’ https://www.bbc.com/news/world-middle-east-23488853

Volgens het Syrian Observatory for Human Rights, een onderdeel van de rebellenbeweging, werden er bij de verovering van de stad op 21 en 22 maart 2013 in totaal 51 mensen, waarvan 30 militairen, standrechtelijk neergeschoten. De regering had het over 123 doden.

De rebellenregering van de Syrische Nationale Raad beloofde toen een onderzoek naar de feiten met indien nodig maatregelen tegen de daders. Het is wachten. Al meer dan 5 jaar lang. Het zal er vermoedelijk komen samen met het Britse onderzoeksresultaat naar de rol van MI5 bij de aanslag op de Manchester Arena van vorig jaar. Met Sint-Juttemis dus.

16) Verenigde Naties, 12 december 2013, ‘United Nations Mission to Investigate Allegations of the Use of Chemical Weapons in the Syrian Arab Republic. Final report.’   https://undocs.org/A/68/663

Het onderzoek in Oost-Ghouta zelf alsmede die elders nadien heeft maar een beperkte waarde daar alle getuigenissen en het verzamelen van bewijsmateriaal gebeurden onder controle van die salafistische groepen, een betrokken partij. Zij bepaalden waar men stalen kon nemen en welke getuigen men mocht ondervragen en onderzoeken. Wat vanuit forensisch oogpunt natuurlijk onaanvaardbaar is.

Zeker is wel dat een raket met sarin werd afgevuurd in Zamalka. Volgens de onderzoekers Theodor Postol, professor Technology and National Security, en Charles M. Lloyd van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) bevatte die raket een vijftig liter sarin. Deze kon volgens hen en Ake Sellström een 2,2 kilometer vliegen en kwam dus praktisch zeker vanuit het door die salafistische bendes gecontroleerde gebied. .

Zie: London Review of Books, 19 december 2013, Seymour Hersh, ‘Whose sarin?’. https://www.lrb.co.uk/v35/n24/seymour-m-hersh/whose-sarin. Zie brief onderaan artikel van beide professoren.

Het eigenaardige van dit onderzoek is dat bij het analyseren van de in de stad Moadamiyah genomen stalen maar een ervan bij de twee aangestelde laboratoria positief bleek voor DIMP, een restproduct van sarin. In Zamalka daarentegen bleken praktisch alle staten positief te testen voor de afbraakproducten van sarin zoals DIMP.

Waarop men zich de vraag moet stellen of er in Moadamiyah wel degelijk gifgas was gebruikt. Uiteindelijk hadden die jihadisten, die men veronderstelde kroongetuigen te zijn van die aanval, de te onderzoeken plekken voor de VN-missie aangeduid.

17) CBRNE World, Februari 2014. Gwyn Winfield, Interview met Ake Sellström. http://www.cbrneworld.com/_uploads/download_magazines/Sellstrom_Feb_2014_v2.pdf

Het is uit dit interview duidelijk dat beiden onvoldoende kennis hadden van de geschiedenis van dit dossier. Anders hadden ze geweten van de episode bij Daret Izza en de basis Sjeik Soeleiman.

18) The New York Times, 14 oktober 2013, Allan Cowell en Anne Barnard, ‘Syrian Rebels Urged to Let Inspectors See Arms Sites.’ https://www.nytimes.com/2013/10/15/world/middleeast/syria.html

19) London Review of Books, 19 december 2013, Seymour Hersh, ‘Whose sarin?’. https://www.lrb.co.uk/v35/n24/seymour-m-hersh/whose-sarin.

20) Newsweek, 8 februari 2018, Ian Wilkie, ‘Now Mattis Admits There Was No Evidence Assad Used Poison Gas on His People: Opinion.’ http://www.newsweek.com/now-mattis-admits-there-was-no-evidence-assad-using-poison-gas-his-people-801542

Posted on

Het aantal buitenlandse missies van Amerikaanse speciale eenheden is snel toegenomen

Inmiddels zijn Amerikaanse speciale eenheden wereldwijd in bijna honderdvijftig staten actief, waarvan ruim een vijfde in Afrika.

De crisisboog in Sub-Sahara Afrika is in de laatste jaren uitgegroeid tot het zoveelste krijgstoneel van Amerikaanse speciale eenheden. Van Mauretanië tot Tsjaad, het Congobekken en de Hoorn van Afrika, hebben ze militaire bases ingericht en assisteren ze bondgenoten bij de vorming van reguliere legers, politie-eenheden en milities, maar komen ze ook zelf in actie tegen het groeiende aantal vaak islamistisch geïnspireerde gewapende groeperingen.

Toenemende inzet in Afrika

De inzet van deze speciale eenheden wordt gerechtvaardigd met verwijzing naar hun flexibiliteit, de hoge bereidheidsgraad en hun geringe zichtbaarheid. Niet zelden vervangt hun inzet de inzet van grotere contingenten reguliere troepen. Onder de Amerikaanse president Donald Trump zijn de speciale eenheden inmiddels in 149 landen actief. Onder zijn voorganger Barack Obama waren het er nog 138 en onder George W. Bush rond de honderd. Volgens Amerikaanse bronnen zijn Amerikaanse speciale eenheden in 33 Afrikaanse landen actief. In 2006 was nog slechts ongeveer één procent van de Amerikaanse speciale eenheden in donker Afrika actief. In 2010 was het drie procent en in 2017 reeds 17%.

Leden van de 10th Special Forces Group geven opleiding in infanterie-technieken aan Malinese soldaten. Timboektoe, 2004.

De speciale eenheden vormen een eigen commando, het US Special Forces Command, dat circa 70.000 soldaten sterk is. De operaties in Afrika staan onder toezicht van het US Africa Command in Stuttgart. Ze kwamen in het blikveld van het bredere publiek toen in oktober 2017 een gemengde gevechtseenheid van Amerikaanse militairen en militairen uit het leger van Niger in een hinderlaag van ‘Islamitische Staat in de Grotere Sahara’ (ISGS) liep. Vier Amerikanen werden daarbij gedood, alsmede vier militairen uit Niger en een tolk. Het was tot een lang gevecht gekomen, doordat luchtsteun vooreerst uitbleef. Franse gevechtsvliegtuigen waren pas een uur later ter plaatse. De ISGS-strijders waren toen reeds over de dichtbij gelegen grens naar het buurland Mali vertrokken.

Politieke controle

Voor veel Amerikaanse parlementsleden was deze schermutseling verbonden met een onaangename vaststelling. “We weten niet precies waar in de wereld we actief zijn en wat we daar precies doen”, zo moest de Amerikaanse senator Lindsey Graham, die lid is van de Defensiecommissie en als havik bekend staat, toegeven.

In de Republiek Niger zijn momenteel circa 800 Amerikaanse militairen gestationeerd. Zij ondersteunen het leger van Niger en runnen twee bases van waaruit onbemande drones ingezet worden. De Amerikaanse troepen zijn sinds 2012 in het land, toen in het buurland Mali een burgeroorlog uitbrak. De regering van Niger heeft zowel te kampen met binnengeslopen strijders uit het westelijke buurland Mali, als ook met de in het noorden van het zuidelijke buurland Nigeria opererende organisatie Boko Haram.

Vanwege de geheimhouding valt het de politiek verantwoordelijken in Washington zwaar effectief toe te zien op de vele operaties. William Hartung, directeur van het Arms & Security Project van de denktank Center for International Policy in Washington, stelt tegenover Amerikaanse media dat dit zeer riskant is:

Zonder controle door het publiek of het Congres, is er geen mogelijkheid de Amerikaanse strijdkrachten verantwoordelijk te maken voor hun acties en is er geen mogelijkheid hun prestaties objectief te beoordelen.”

Meestal fungeren de Amerikaanse militairen als opleiders of coördineren ze luchtsteun. De strijd op de grond wordt meestal waargenomen door inheemse krachten, ook al laat het gevecht in Niger van oktober zien dat ook militaire adviseurs gemakkelijk in gevechtssituaties betrokken kunnen raken. De balans van de operaties is bepaald niet onproblematisch. Zo onderzoekt de recherchedienst van de Amerikaanse marine momenteel een missie in Somalië in augustus 2017, waarbij soldaten mogelijk tien burgers doodden. In Mali hebben twee Navy SEALs mogelijk een kameraad van de Green Berets gewurgd, omdat ze hem voor een vijandelijke strijder hielden. In Mali, Burkina Faso en diverse andere landen werden staatsgrepen gepleegd door officieren die het Amerikaanse trainingsprogramma doorlopen hadden.

Van Koude Oorlog naar War on Terror naar concurrentie met China

Afrika is niet pas sinds het begin van de zogenaamde War on Terror en de wereldwijde opkomst van gewapende islamistische groeperingen een arena waarin de Verenigde Staten hun invloed doen gelden. Vandaag de dag gaat het er om een groeiend aantal gewapende groeperingen tegen te werken dat Amerikaanse economische belangen doorkruist, alsmede om het militaire gewicht van Amerika tegenover het groeiende economische gewicht van China in de regio te stellen.

Ten tijde van de Koude Oorlog waren de Amerikanen echter ook al zeer actief in Afrika. Toen was de belangrijkste tegenstrever de Sovjet-Unie, die aan socialistische staten ontwikkelingshulp en militaire steun bood. Een vroeg voorbeeld zijn de activiteiten van de CIA tijdens de Congocrisis tussen 1960 en 1962. De eerste gekozen premier van het land was Patrice Lumumba, die reeds de onafhankelijkheidsbeweging geleid had. Hij oriënteerde zich meer op de Sovjet-Unie en was zodoende een doorn in het oog van de VS. De CIA ondersteunde dan ook de oppositie tegen Lumumba, wat tot de kortstondige afscheiding van de delfstofrijke provinice Katanga en tot de moord op Lumumba leidde. Uiteindelijk zette zich de op het Westen georiënteerde dictator Mobutu Sese Seko door, die tot 1997 aan de macht bleef.

Een ander voorbeeld is de circa 30 jaar durende burgeroorlog in de vroegere Portugese kolonie Angola. Die begon in 1974 met de zogeheten Anjerrevolutie in Portugal, toen de nieuwe regering in dat land de koloniën onafhankelijk liet worden. In Angola streden drie organisaties om de macht. De socialistisch georiënteerde MPLA zette zich door, maar de tot het einde van de Koude Oorlog door het Westen ondersteunde UNITA legde pas in 2002 de wapens neer. De verdekte CIA-steun werd daarbij primair door Congo (onder Mobutu Zaïre genoemd) afgewikkeld.

Terwijl Angola zich inmiddels van de effecten van de burgeroorlog herstelt, is in de Congo nog altijd geen duurzame vrede gevestigd. Met het begin van de zogenaamde War on Terror hebben de VS hun geheime operaties in Afrika weer uitgebreid.

Posted on

‘Doel van regime change heiligde alle middelen in Syrië’

De jonge Vlaamse onderzoeksjournalist Jens de Rycke reisde de afgelopen jaren door het door oorlog verscheurde Syrië en publiceerde hierover onlangs zijn ‘Dagboek van granaten in Damascus’. Yves Pernet sprak voor Novini met hem over zijn boek en zijn ervaringen in Syrië, over de rol van andere actoren, zoals regionale staten en de westerse politiek en media.

Voor we beginnen met de inhoud van het boek een vraag over het boek zelf. Hoe ben je er toe gekomen dit te schrijven? Het conflict daar is dan wel bekend vanaf het begin, maar er zelf onderzoek naar doen is toch nog iets anders. 

Het boek, mijn interesse in de Syrische oorlog alsook het begin van mijn journalistieke carrière zijn allemaal met een toevallige ontmoeting begonnen. Deze bewuste ontmoeting was er één met een Melkitische priester op de luchthaven van Stockholm en het bracht me ertoe om me in de Syrische oorlog te gaan verdiepen. Uiteindelijk ben ik een jaar na deze ontmoeting zelf naar het land kunnen afreizen en toen ik nadien terug in Vlaanderen mijn ervaringen deelde vertelden personen in mijn omgeving me dat dit een goed idee voor een boek zou zijn. Daarom besloot ik om nog eens terug naar Syrië te gaan en op zoek te gaan naar de verhalen van de burgers die in het Syrië van al-Assad (over)leven. Op deze manier wou ik hen via mij en het boek de kans te geven om hun verhaal te delen. 

Jij bent ter plaatse geweest, hebt kunnen spreken met de plaatselijke bevolking. Hoe makkelijk of moeilijk is het voor een West-Europese journalist om toegang te krijgen tot betrouwbare informatie? Kreeg je veel staatsbegeleiding mee? Werd er gecontroleerd op wat voor antwoorden je kreeg? 

De eerste keer dat ik in Syrië was ervoer ik dat men mij, alsook de andere genodigden, de visie van de Syrische regering wilde tonen. Er was begeleiding en we reden enkel naar de plekken die ze ons wilden laten zien. Er was geen ruimte om zelf op verkenning te gaan, dit ook omwille van het veiligheidsrisico.  Foto’s nemen van bijvoorbeeld het gebombardeerde hotel waarin ik verbleef alsook van andere beschadigde gebouwen stelden ze niet op prijs, omdat men een ander beeld van Damascus (zijnde een hoofdstad waar het leven toch nog normaal kan zijn) wilde tonen. Maar informeel lukte het me toch om met enkele Syriërs te praten en ook hun verhaal te horen. Dit hebben ze in alle eerlijkheid en zonder controle kunnen doen want personen die vreesden dat hun verhaal niet goed zou vallen bij de veiligheidsdienst heb ik een alias gegeven.

Tijdens mijn tweede reis heb ik wel met meer vrijheid kunnen werken maar ik was me er wel van bewust dat ik in het oog werd gehouden. 

Langs de andere kant: denk je dat je collega’s die veel meer aandacht gaven aan de versie van de rebellen oprecht geloofden dat het om vrijheid en democratie ging of werden/worden zij ingeschakeld in hogere belangen? Udo Ulfkotte schreef zo bijvoorbeeld al over de invloed van staatsactoren in de journalistiek. 

Het was duidelijk dat de mediaberichtgeving in het Westen het conflict herleidde tot een goed/slecht-verhaal waarbij Assad de wrede dictator was die werd gedemoniseerd en de rebellen als vrijheidsstrijders werden geschilderd. Uiteraard is het niet meer dan terecht dat de wandaden van de Syrische regering worden benoemd, aangekaart en veroordeeld. Maar de berichtgeving over de oorlog werd zeer éénzijdig doordat Assad de schuld kreeg van alle oorlogsgeweld en (islamistische) strijders ondanks al hun misdaden nog steeds werden voorgesteld als democratisch verzet. Het echte verhaal over de Syrische oorlog gaat dieper dan dat. Beide partijen hebben bloed aan hun handen in deze vreselijke oorlog en het feit dat vanaf het begin de oorlog in Syrië geen opstand was maar een proxy-oorlog tussen verschillende (regionale) staten werd nooit voldoende benoemd. 

Maar het klopt ook dat bepaalde mediabedrijven alsook journalisten zich hebben laten inschakelen om de agenda van een regimewissel in Damascus te ondersteunen. Een mooi voorbeeld van zo’n mediabedrijf is Al Jazeera. De regering van Qatar beïnvloedt duidelijk de berichtgeving van Al Jazeera ten behoeve van haar politieke belangen en Qatar is sinds het begin van het conflict één van de drijvende krachten in de oorlog tegen president Assad. 

Je schrijft dat de samenleving in Syrië op het vlak van samenwonen tussen religies vreedzaam was. Is dit eigen aan Syrië an sich of toch vooral een verwezenlijking van Hafez al-Assad)? 

De familie al-Assad regeerde met harde hand over Syrië en onderdrukte  (gewelddadig) iedereen die zich niet bij hun status quo neerlegde. Ze handhaafden met geweld een seculiere maatschappij maar werden hierdoor door minderheden alsook gematigde soennieten gezien als een dam tegen het extremisme.

Syrië is altijd al een mozaïek geweest van culturen, religies en volkeren. Lang voor het Sykes-Picotverdrag dat Syrië zijn huidige grenzen gaf was dit al het geval. Uiteraard brengt samenleven met zoveel verschillen veel spanningen met zich mee. Helaas zijn deze breuklijnen  door buitenlandse actoren misbruikt om het sektarisch vuur dat tot deze oorlog leidde aan te wakkeren. 

Dan het conflict zelf. Je toont in je boek aan dat buitenlandse actoren (Verenigde Staten van Amerika, Iran, Rusland, Israël, Turkije, Qatar,…) aan beide kanten een belangrijke rol spelen. Die van Iran en Rusland is bekend. Welk nut hebben landen als Israël en Amerika echter met het steunen van groepen opstandelingen? 

Zowel Israël als de VS hebben een gemeenschappelijk doel in Syrië: De invloed van Iran in de Levant breken. Syrië maak deel uit van de zogenoemde ‘as van het verzet’. Een bondgenootschap tussen Iran – Syrië en de sjiitische beweging Hezbollah in Libanon (alsook in mindere mate Irak ) dat zich verzet tegen de Amerikaanse en Israëlische aanwezigheid in het Midden-Oosten.

Mocht er een regimewissel in Syrië zijn geweest dan zou Iran zijn belangrijkste bondgenoot in de regio hebben verloren en zouden de wapenlevering alsook trainingscapaciteiten van Hezbollah wegvallen. Daarnaast bezet Israël nog steeds de Golanhoogten, een stuk Syrisch grondgebied dat strategisch ontzettend belangrijk is alsook gasvoorraden herbergt. Een regimewissel in Syrië en de daaropvolgende chaos in het land zouden het Israël makkelijker hebben gemaakt om zijn positie op de Golanhoogten te behouden.

Om dit alles te bereiken hadden ze geen enkel probleem om extremistische soennieten – die omwille van religieuze redenen zelf tegen sjiieten strijden – te gebruiken als strijders in hun strijd tegen Iran en zijn bondgenoten. Zoals Machiavelli destijds terecht beweerde: het doel heiligt de middelen. 

In de oorlog leerde je een collega, Khaled, goed kennen. Hij is echter omgekomen bij een raketaanval van Daesh. Wat deed zoiets met je? 

Om zijn verhaal met de wereld te delen alsook zijn offer als oorlogsjournalist te eren heb ik besloten om het boek aan hem op te dragen. Ik heb onlangs nog met zijn moeder gesproken via Messenger. Zij was blij om te horen dat mijn boek aan hem was opgedragen omdat zo haar zoon op een bepaalde manier toch nog verder leefde. Ik heb haar beloofd een exemplaar te bezorgen en ik ga mijn best doen om mijn belofte aan haar te houden. 

Aanvankelijk was het een grote shock en het is er één die nog steeds nazindert. Ik beschouwde het schrijven van het boek eerst als een groot avontuur, maar toen ik Syriërs persoonlijk leerde kennen en ook vrienden maakte kreeg de oorlog ook een persoonlijke dimensie voor mij. Je hoort iedere dag over Syriërs die sterven door het oorlogsgeweld maar doordat je hen niet kent zijn het maar onbekende namen en uiteindelijk zelfs maar cijfers… Met Khaled veranderde dit alles omdat ik voor het eerst iemand in de oorlog verloor die ik niet alleen kende maar die ik ook als een vriend van mij beschouwde.

Je schrijft in je boek over de mentale impact die de inname van Palmyra door Daesh had op de Syriërs. Hoe komt het dat de ruïnes van deze oude stad nog steeds zo belangrijk zijn voor hun collectieve identiteit? 

Syrië kent vele archeologische prachten maar Palmyra had als ‘parel van de woestijn’ een unieke plaats in de Syrische geesten. Mede doordat de stad verbonden is met Zenobia en haar unieke verhaal dat zich tijdens de Oudheid afspeelt. De vernietiging van de ruïnes zagen zij als een aanval op hun unieke Syrische geschiedenis alsook als een poging van IS om hun Syrische identiteit weg te vagen. Dit was ook het doel van de vernietiging van de ruïnes door IS: de Syrische identiteit vernietigen en deze door hun ideologie te vervangen.

Daarnaast gaat de verovering van Palmyra ook gepaard met de brutale moord die IS op Khaled al-Assad pleegde. Een moord die naast de Syriërs ook de internationale gemeenschap schokte.

De christenen van het Nabije Oosten hebben eigenlijk slechts marginaal weinig aandacht gekregen. Voor de Jezidi’s was bijvoorbeeld de aandacht veel groter. Waarom sluiten politici en media praktisch altijd hun ogen voor het lot van de christenen in die regio? En is er nog een toekomst voor de christenen in Syrië? 

Er zijn bepaalde politici die aandacht vragen voor het lot van de christenen, maar het geeft een wrang gevoel om te zien dat diezelfde politici vaak in het verleden diezelfde rebellen steunden die christenen vervolgen. Het was voor het Westen moeilijk om toe te geven dat deze zogenaamde vrijheidsstrijders minderheden vervolgden omdat ze hierdoor toegaven dat de zogenaamde gematigde rebellen in werkelijkheid religieuze extremisten zijn.

Daarnaast denk ik dat in het post-christelijke, cultuur-marxistische Westen veel politici het ongemakkelijk vinden om op te komen voor de christenen van het Midden-Oosten omdat zij onze wortels herbergen. Een voor het Westen exotische minderheid zoals de Jezidi’s, wier leed we ook niet mogen minimaliseren, is makkelijker om voor op te komen omdat we bij hen niet met onze eigen christelijke wortels worden geconfronteerd.

Voor de oorlog was tien procent van de Syrische bevolking christelijk. Dat percentage is nu zwaar verminderd door het oorlogsgeweld en door het feit dat deze minderheid van het begin af aan door de verschillende extremistische soennitische groeperingen werd geviseerd. Zo deel ik in het boek het verhaal van de christelijke bevolking van Damascus die door Jaysh al-Islam (leger van de Islam) dagelijks mortieraanvallen kreeg te verduren enkel omwille van hun geloof. Maar er is zeker nog toekomst voor de christenen in Syrië. Ze zullen een kleinere kudde zijn en onze hulp zeker nodig hebben om hun plaats in het Syrië van na de oorlog te behouden.

N.a.v. Jens de Rycke, Dagboek van granaten in Damascus (Polemos: Antwerpen, 2017), paperback, 160 pagina’s.

Posted on

“We doen alsof Poetin Hitler is, en knijpen een oogje dicht bij Saoedi-Arabië”

Harry van Bommel vindt dat Nederland een hypocriete houding aanneemt in haar buitenlandbeleid. Mensenrechten doen er niet toe. Alles draait om het behagen van de Amerikanen en het ‘grootkapitaal’.

Een gesprek met het tot voor kort langstzittende Kamerlid Harry van Bommel. Over zijn afscheid van Den Haag, het verlies van de SP bij de Tweede Kamerverkiezingen, de uitbreidingsdrang van de NAVO, de Nederlandse steun aan gewapende groepen in Syrië, het associatieakkoord met Oekraïne, de Nederlandse handelsbelangen in Saoedi-Arabië, de The Hague Invasion Act – en de onmogelijkheid van een Europees leger.

U heeft na achttien jaar afscheid genomen van de Tweede Kamer. Dat was omdat u zich niet opnieuw verkiesbaar had gesteld. Waarom?

Ik wil graag voor een internationale organisatie gaan werken. Dan moet je niet te lang wachten met de overstap. Ik ben nu 54, bijna 55 jaar.

Het zal geen licht besluit zijn geweest. U had nog niks nieuws op het oog toen u vorig jaar aankondigde de Tweede Kamer te zullen verlaten.

Het werk in de Tweede Kamer doe je voor 100 procent. Het is dan niet doenlijk actief om je heen te kijken. En het is bovendien een ongeschreven regel dat je je Kamerperiode afmaakt. Ik heb wel aanbiedingen gehad, en die waren soms ook verleidelijk, maar ik heb steeds de vier jaar uitgezeten.

Emile Roemer heeft niet geprobeerd u over te halen u opnieuw verkiesbaar te stellen?

Dat werkt anders. Ik heb vorig jaar de afweging gemaakt, en die was dat ik niet wilde bijtekenen voor vier jaar.

U bent een belangrijk aanspreekpunt geweest voor verdrukte en stateloze volkeren: de Oeigoeren, Tibetanen, Koerden, Palestijnen, Papoea’s, Molukkers. Misschien dat we u terugzien bij Unrepresented Nations and Peoples Organization (UNPO)?

Als ze daar een voorman nodig hebben, dan ben ik zeker geïnteresseerd. Veel van de organisaties waarmee ik heb samengewerkt zijn ook aangesloten bij UNPO.

Uw opvolger als buitenlandwoordvoerder is Sadet Karabulut. Zij is een Koerdische. Is dat niet riskant? Er zullen Turken zijn die er aanstoot aan nemen dat zij namens de SP het buitenlandbeleid over Turkije bepaalt.

Dat oordeel is aan de fractie. Je moet niet je opvolgster voor de voeten gaan lopen.

The New York Times beschuldigde u ervan een campagneteam te hebben geleid dat bijna volledig bestond uit Russen, en dat misschien zelfs wel werd aangestuurd vanuit Moskou.

Die journalist van The New York Times noemde mensen die helemaal niet in ons campagneteam zaten. Dat waren bezoekers van publieke debatten over het referendum. Dat die mensen bij de debatten verschenen was niet zo vreemd, want die stonden overal aangekondigd.

Maar er zaten wel Russische Oekraïners in uw campagneteam.

Er zaten drie Oekraïense dames in het campagneteam. Die hadden zich bij mij gemeld met de boodschap: wij zijn lid van de SP, wij zijn Oekraïens, wij willen het associatieakkoord niet en wij willen graag samenwerken met jou.

En u heeft ze niet gevraagd of ze een Russische achtergrond hadden?
Nee, ik heb niet gevraagd naar hun paspoorten. Ik heb ze alleen gevraagd, uit belangstelling: Waar komen jullie vandaan? Elena Tarnavskaya uit Lviv, Elena Plotnikova uit Donetsk en een derde, Anastacia, die liever alleen bij haar voornaam genoemd wil worden in verband met haar werk.

De dame uit Lviv heeft overigens geen enkele relatie met Rusland. En zij is bedreigd door Oekraïners. We hebben haar daarom niet prominent naar voren gebracht op bijeenkomsten en in onze publicaties.

Waar het fout ging was op de uitslagenavond van het referendum. Toen verscheen er op Twitter een groepsfoto van mij met een aantal mensen die niet tot mijn campagneteam behoorden, Russen en Oekraïners, met het bijschrift: ‘Hier viert @harryvandesp de overwinning met de Oekraïeners met wie hij campagne heeft gevoerd. V for Victory’.

Waarom verscheen het artikel in The New York Times pas tien maanden na het referendum?

Het verscheen in de aanloop naar de verkiezingen voor de Tweede Kamer, en het paste binnen het frame dat inmiddels was ontstaan in de VS van Russen die zich mengen in buitenlandse verkiezingen. Alles wat ingaat tegen de officiële lijn van westerse landen, wordt aangestuurd vanuit het Kremlin.

U sprak over die campagnemedewerkster van u die bedreigd werd. Een andere campagnemedewerker van u, Younis Lutfula, een Iraakse Koerd, is van de weg gereden, onder verdachte omstandigheden.

Die aanrijding vond inderdaad plaats onder zeer verdachte omstandigheden. Younis was op weg naar een avond waar hij een documentaire zou inleiden, Masks of Revolution, die de Oekraïense overheid liever niet vertoond zag. Hij eindigde in het ziekenhuis, en de vertoning werd afgelast.

De vrachtwagenchauffeur die hem had aangereden is aangehouden door de politie, en heeft schuld bekend. Is het bij een verzekeringskwestie gebleven, of heeft de politie nog een vervolgonderzoek ingesteld?

Volgens mij is dat ongeluk van Younis inderdaad afgedaan als verzekeringskwestie. Meer heb ik er niet over gehoord. Zijn auto was overigens total loss en hij heeft lang last gehad van fysieke klachten.

GroenLinks heeft het kabinet aan een meerderheid geholpen voor ondertekening van het  associatieakkoord. Hoe verklaart u het dat GroenLinks en de SP zo anders denken over associatie met Oekraïne? Uit onderzoek van het Transnational Institute blijkt duidelijk dat het akkoord in het voordeel is Oekraïense oligarchen en westerse multinationals, en in het nadeel van de Oekraïense en Europese bevolking.

GroenLinks heeft een andere oriëntatie op de Europese Unie. Ze houden vast aan het standpunt van de ever closer union, een steeds hechtere samenwerking binnen Europa.

Het associatieakkoord met Oekraïne is overigens niet te vergelijken met andere associaties. Het is het meest vergaande akkoord dat de EU ooit gesloten heeft. Ik kan het niet anders zien dan als een alternatief voor het lidmaatschap, dus eigenlijk gemodelleerd naar de wens van president Porosjenko om uiteindelijk lid te worden van de EU. Zo heeft hij het in eigen land ook verkocht.

Dat GroenLinks het kabinet aan een meerderheid heeft geholpen voor het akkoord met Oekraïne heeft ze misschien bij de VVD op de kaart gezet als potentiële coalitiepartner?

Zeker. GroenLinks is een partij die er een gewoonte van heeft gemaakt handreikingen te doen aan kabinetten nog voordat de onderhandelingen zijn begonnen. Zie ook de Nederlandse missie in de Afghaanse provincie Kunduz. GroenLinks weet: je diskwalificeert jezelf voor regeringsdeelname als je het kabinet voor de voeten loopt bij buitenlandse missies.

De SP heeft tijdens de laatste verkiezingen niet geprofiteerd van het verlies van de PvdA. GroenLinks wel. Hoe verklaart u dat?
De eenzijdige focus misschien op de zorg. Daarmee bind je geen jonge kiezers aan je. De zorgcampagne was op zichzelf goed, maar mensen vroegen zich af: wat wil de SP nog meer behalve een stelselherziening en het eigen risico naar nul?

En natuurlijk was er het Jesse Klaver effect. Niet dat Emile Roemer het slecht heeft gedaan. Integendeel. Ik vind dat hij het heel goed heeft gedaan.

Maar sowieso vind ik dat de SP een onderzoek zou moeten doen onder de PvdA-kiezers, waarbij je ze de vraag voorlegt: waarom bent u niet bij de SP terecht gekomen?

Een veelgehoord verwijt aan het adres van de SP is dat de partij het onbehagen van de eigen natuurlijke achterban negeert over de immigratieproblematiek. Uit het Nationale Kiezersonderzoek blijkt dat maar liefst één op de drie PVV-kiezers zichzelf ziet als behorend tot de arbeidersklasse; bij de SP is dat één op de vier kiezers. Hoe ziet u dat?

Het verbaast mij niet. Ik begrijp die mensen goed: het zijn slachtoffers van de globalisering; ze lijden onder het Europese beleid, dat zich richt op het grote bedrijfsleven en de vrijhandel, en als SP verzetten we ons daar dan ook tegen. Maar het grote verschil is: de PVV zet zich heel duidelijk af tegen de komst van asielzoekers, en dat doen wij niet.

De immigratie bestaat uit meer dan alleen asielzoekers. Via de Europese Unie komen ook veel arbeidsmigranten onze kant op.

Dan heb je het over ‘vrij verkeer van werknemers’, niet over immigratie in de vorm van landverhuizing, want de meesten zijn hier maar voor tijdelijk. Maar als SP hebben we ons altijd duidelijk uitgesproken tegen dit vrije verkeer, omdat het verstorend werkt op de arbeidsmarkt. Het kabinet heeft ons wat dat betreft ook flink zand in de ogen gestrooid. Het kabinet zei: het worden er maximaal 20.000, maar het werden er meer dan 100.000.

Hoe dan ook. Een groot deel van jullie natuurlijke achterban wil minder migranten, en ze hebben het idee dat de SP zich daar niks van aantrekt.

Wij gaan niet een standpunt overnemen van een andere partij alleen omdat het electoraal lekker ligt. Voor ons geen hek om Nederland en weg uit de EU.

Tot 2006 pleitte de SP in haar verkiezingsprogramma voor vertrek uit de NAVO en afschaffing van de monarchie. Waarom zijn die standpunten geschrapt? Heeft u daar zelf een rol in gespeeld?

In 2006 was ik voorzitter van de programmacommissie. We hebben toen in het programma opgenomen dat we het lidmaatschap van de NAVO als politiek feit accepteerden. Dat was een logische stap, omdat we eerder de Nederlandse deelname aan NAVO-operaties, waaronder in Kosovo, hadden goedgekeurd.

Ons verkiezingsstandpunt over de monarchie hebben we uit meer praktische overwegingen aangepast. In een verkiezingsprogramma neem je op wat je de komende vier jaar kunt realiseren. Voor afschaffing van de monarchie is een grondwetswijziging nodig en dus nieuwe verkiezingen. We vinden overigens nog steeds dat alle bestuurders in Nederland gekozen moeten worden, inclusief het staatshoofd. Dat standpunt staat ook nog steeds in onze beginselverklaring.

De SP stond in 2006 heel hoog in de peilingen. Jan Marijnissen zei dat hij een mogelijkheid zag een kabinet te vormen met CDA en PvdA. Misschien dat de SP de kans op regeringsdeelname wilde vergroten door afstand te doen van de meest omstreden partijstandpunten?

Het verkiezingsprogramma was al klaar voordat we zo hoog kwamen te staan in de peilingen. Het stond al een half jaar voor de verkiezingen vast.

In 2009 schreef u het discussiestuk Waarheen met de NAVO? Daaruit sprak weinig enthousiasme voor die organisatie. U stelde dat de NAVO zich, na de opheffing van het Warschau Pact, overbodig had gemaakt, maar zich desondanks uitbreidde, met een nieuwe Koude Oorlog tot gevolg. En ook sprak u uw zorgen uit over de ontwikkeling van de NAVO van territoriale verdedigingsorganisatie tot mondiale politieagent. Was u inmiddels van inzicht veranderd?

Nee. Want wij hebben ons consequent verzet tegen de uitbreiding van de NAVO, zowel in de richting van de Balkan, als in de richting van Rusland. Ik zie daar geen inconsequentie in.

U memoreerde net zelf dat de SP de NAVO-missie in Kosovo heeft gesteund. Kosovo ligt op de Balkan. Daar heeft de NAVO het bommen laten regenen.

Wij hebben niet het ingrijpen van de NAVO daar gesteund. Alleen de vredesmissie KFOR.

U heeft vorig jaar op een spreekbeurt gezegd dat de SP graag mee wil kunnen praten over de NAVO. En dat de partij daarom niet langer streeft naar vertrek van Nederland uit de NAVO.

Er wordt van tijd tot tijd gediscussieerd over de oriëntatie van de NAVO, zoals in 2009 over het Strategisch Concept. Je plaatst jezelf buiten die discussie als je zegt: ‘Wij willen deze club opheffen, maar zolang dat niet gebeurt, willen we wel meepraten over de koers van de NAVO’. Je kunt pas serieus meepraten over beleid van een organisatie als je het lidmaatschap daarvan accepteert.

U heeft zes jaar meegepraat in de Parlementaire Assemblee van de NAVO. Heeft dat iets uitgehaald?

De Assemblee heeft in meerderheid partijen in zich die het beleid van de NAVO steunen. Ik zal je zeggen: Het is best prettig daar af en toe een steen in de vijver te gooien, mensen aan het denken te zetten.

Maar natuurlijk is de Assemblee niet een organisatie die het beleid van de NAVO vaststelt. Vergelijk het met de Tweede Kamer. Die controleert het kabinet, maar het is het kabinet dat bepaalt.

Heeft Nederland, of hebben andere EU-lidstaten, überhaupt iets te vertellen binnen de NAVO? Het militaire opperbevel ligt al sinds de oprichting bij de Amerikanen.

Nederland heeft wel degelijk iets in te brengen in de NAVO-Raad. Denk aan 2001. De Amerikanen in de NAVO zeiden toen: De terroristische aanslagen in de VS van 9/11 zijn een aanval op allen. Toen werd voor het eerst artikel 5 van het Handvest van de NAVO ingeroepen. Nederland heeft toen in de NAVO-Raad zijn hand opgestoken en gezegd: Moeten we ons niet eerst afvragen of deze casus op het Handvest van toepassing is? Maar Nederland is uiteindelijk wel meegegaan met de Amerikanen. Als Nederland consequent was geweest, dan had het gezegd: Wij beschouwen dit niet als een artikel 5 situatie, en daarom blokkeren wij de besluitvorming. Je kunt dus wel invloed uitoefenen, maar dan moet je wel voet bij stuk houden.  

Zijn er voorbeelden dat Nederland of een ander land wel met succes is ingegaan tegen de Amerikaanse lijn binnen de NAVO?

Dat is moeilijk vast te stellen. Neem het Membership Action Plan voor Georgië en Oekraïne. Daar werd heel kritisch over gedacht door sommige NAVO-lidstaten. Heeft dat geleid tot een minimumvariant van het plan? We weten het niet, omdat het voor Kamerleden zoals ik ondoorzichtig is wat er aanvankelijk op tafel lag.

U sprak in Waarheen met de NAVO? de wens uit de NAVO onder auspiciën te plaatsen van de VN. We zijn inmiddels acht jaar verder. Blijkt dat achteraf een illusie te zijn geweest?

Ik zie dat inderdaad niet meer gebeuren.

Wat betekent dat inmiddels voor het standpunt van de SP over de NAVO?

De discussie  over het lidmaatschap van de NAVO en de oriëntatie van de NAVO is volop gaande in onze partij. Daar zijn mensen bij die zeggen: we hebben het lang genoeg geprobeerd, voorstellen gedaan, en de huidige ontwikkeling van de NAVO is er geen die door ons gesteund wordt, we moeten er uit. Die discussie is nog gaande en leidt op termijn misschien tot een nieuwe stellingname.

Er wordt binnen de EU gesproken over de oprichting van een Europees leger. Zou dat een alternatief kunnen vormen voor de NAVO?

De SP is niet voor een Europese defensie, omdat het onmogelijk is die aan te sturen vanuit de huidige EU. Het kan alleen als de EU een politieke unie zou zijn, met een Europese regering en een Europese minister van Buitenlandse Zaken. Een federaal Europa dus. En met nationale krijgsmachten die zichzelf volledig ondergeschikt hebben gemaakt aan de Europese besluitvorming.

Een Europees buitenlandbeleid en defensiebeleid wordt wel gezien als een manier ons onafhankelijker te maken van de VS.

Dat gaat uit van het rare idee dat de VS anders zouden opereren op het wereldtoneel als Europa een zelfstandige defensiecapaciteit zou hebben. Ik geloof daar helemaal niets van. De Amerikanen hebben vrij spel omdat zij de enig overgebleven militaire grootmacht zijn. Het zou eigenaardig zijn te denken dat het ingrijpen in Irak, en recent Syrië, niet zou zijn gebeurd als Europa had gezegd, vanuit een eigen defensiepolitiek: Daar zijn wij het niet mee eens.

Maar dan zouden de Europese landen misschien niet hebben meegedaan aan de buitenlandavonturen van de NAVO en de VS?

Het punt is dat daar binnen Europa dus verschillend over gedacht wordt.

Landen hebben geen vrienden, maar alleen maar belangen, zoals de Franse president De Gaulle zei. En dat betekent dat wanneer de belangen uiteen lopen er geen gezamenlijk besluit kan worden genomen. Je kunt geen buitenlands beleid afdwingen dat tegen de belangen van de grote landen in Europa ingaat.

Maar dat probleem ondervang je dus met een federaal Europa, met een gezamenlijk buitenland- en defensiebeleid en een gezamenlijke defensiecapaciteit.

Dan zul je alle landen in Europa bereid moeten vinden om hun eigen buitenland- en defensiebeleid op te geven, en militairen te leveren die onder Europees bevel komen te staan. Dat gaat niet gebeuren. Nooit.

En dus blijven we voor onze veiligheid afhankelijk van de Amerikanen?

In belangrijke mate wel.

Maar voor wie moeten we in Nederland bang zijn, zonder de bescherming van Amerika? We zullen niet snel door Duitsland aangevallen worden, of door België.

Ik heb niet gezegd dat we voor iemand bang moeten zijn. Maar er zijn conflicten denkbaar waar wij mee te maken kunnen krijgen. Kijk bijvoorbeeld naar de spanningen rond Iran of Turkije.

Dat zijn landen die ver van ons bed liggen.

Maar het zijn wel landen in de periferie van Europa. Oorlogen in die landen kunnen een gevaar vormen voor de Europese Unie. Neem Turkije. Als daar een groot conflict dreigt, dan heeft dat zijn neerslag op Nederland, want kijk alleen al naar het grote aantal Turken in Nederland. Het is de grootste migrantengroep. We hebben gezien wat er gebeurde toen  er Turkse ministers naar hier kwamen om Turkse Nederlanders toe te spreken. We kregen rellen in Rotterdam.

Zegt u daarmee dat we moeten kunnen interveniëren in Turkije of andere landen in de periferie van Europa? Dat lijkt me in het geval van Turkije trouwens lastig, omdat dat een NAVO-lidstaat is.

Daar ligt niet mijn grootste zorg. Maar ik vind wel dat, zeker binnen de NAVO, het uitgangspunt van collectieve veiligheid zeker iets waard is. Want neem de Baltische staten waar grote Russische minderheden zitten. Daar zal niet zomaar de vlam in de pan slaan, maar het is niet ondenkbaar dat er afscheidingsbewegingen ontstaan. Dan krijgen we daar direct mee te maken, omdat die landen bij ons in de EU zitten.

Door wie wordt de Nederlandse buitenlandpolitiek het sterkst bepaald? Door onze multinationals? De VS? Of de Europese Commissie?

Het zijn allemaal grote spelers. Het zou groot wetenschappelijk onderzoek vergen om dat te kwantificeren. Het zal in elk geval verschillen per thema. En dat zul je dus per geval moeten onderzoeken.

Bij TTIP zie je vooral de invloed van de multinationals. Dat gaat over vrijhandel, en dat is primair in het belang van de internationale ondernemingen, het grootkapitaal. En die hebben dat aangekaart bij de Amerikaanse overheid, die het op haar beurt heeft aangekaart bij de Europese Commissie.

Doen wij altijd alles wat de Amerikanen van ons vragen? Of zeggen we ook wel eens ‘nee’?

Jazeker zeggen wij wel eens ‘nee’.  Zo wilden de Amerikanen heel graag dat onze militairen langer in Uruzgan bleven. Maar dat hebben we niet gedaan, en dat werd ons flink verweten. En om dat een beetje goed te maken zijn we later wel iets anders gaan doen in Uruzgan.

Kunt u meer voorbeelden noemen?

Uruzgan is wel het meest duidelijke voorbeeld.

Overigens gaat het anders dan de gemiddelde krantenlezer misschien denkt. Als er vanuit Amerika een formeel verzoek binnenkomt voor deelname aan iets, dan zijn de kaarten eigenlijk al geschud. Zo’n verzoek komt namelijk niet uit het niets. Er is dan al veel vooroverleg geweest. De Amerikanen hebben dan al gevraagd of we willen meedoen – en zo ja, wat we kunnen leveren. Als dus het formele verzoek binnenkomt, heeft de Nederlandse regering al gezegd: ‘Ja, we willen meedoen en we kunnen dit en dat leveren, onder voorbehoud van parlementaire goedkeuring’. Als er dus ‘nee’ wordt gezegd, dan is dat ook voor ons een probleem, omdat dan eigenlijk al de verwachting is gewekt bij de Amerikanen dat we meedoen.

Als wij ‘nee’ zeggen tegen de Amerikanen, kan dat dan leiden tot repercussies?

Zeker. Nederland kan dan uitgesloten worden van deelname aan belangrijke besprekingen, zoals de G20. Het kan ook leiden tot repercussies bij de benoeming van functionarissen op internationale posten, zoals bij de NAVO en de VN.

Hoe verklaart u de goede betrekkingen tussen Nederland en Saoedi-Arabië? In Saoedi-Arabië doen ze alles wat de Nederlandse regering ISIS verwijt: het stenigen, onthoofden, kruisigen, en doodzwepen van onteerde vrouwen, homo’s, activisten en andersgelovigen. Bovendien is Saoedi-Arabië de belangrijkste financier van terroristische organisaties als ISIS en extremistische moskeeën, scholen en welzijnsorganisaties overal in Europa. En ook richt het land momenteel een humanitaire ramp aan in buurland Jemen.

De economische betrekkingen met Saoedi-Arabië zijn leidend voor het Nederlandse buitenlandbeleid. Het Nederlandse bedrijfsleven verdient miljarden in Saoedi-Arabië.

Als wij de mensenrechten als uitgangspunt van beleid nemen, dan zouden we eerder sancties bepleiten tegen Saoedi-Arabië dan onze koning sturen voor het uiten van onze deelneming aan de familie van een overleden lid van het Huis van Saoed.

De SP heeft samen met D66 gepleit voor een wapenembargo tegen Saoedi-Arabië. Daar is niks uit voortgekomen?

Onze motie ter bevriezing van de wapenexport naar dat land werd breed gesteund in de Kamer, maar coalitiepartijen PvdA en VVD stemden tegen. En dat terwijl onze wapenexport naar Saudi-Arabië zeer beperkt is: in 2014 een paar miljoen aan materieel. We hadden dus gedacht dat minister Bert Koenders daar wel een grens zou trekken, maar niets bleek minder waar.

Dan zal het op Europees niveau helemaal moeilijk zijn zo’n embargo van de grond te krijgen?

Als landen de Europese criteria zouden volgen, dan zouden ze geen wapens leveren aan Saoedi-Arabië. Er is Europees wapenexportbeleid, en dat zegt: Niet leveren aan landen die de mensenrechten schenden. Niettemin zijn landen als het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en België grootexporteurs van wapentuig naar Saoedi-Arabië.

Wie zijn de lobbyisten die ons kabinet influisteren dat we Saoedi-Arabië te vriend moeten houden? Wapenhandelaren? Shell? Ballast Nedam? VNO-NCW?

In de eerste plaats VNO-NCW. Dat is een werkgeversorganisatie die, anders dan je misschien zou vermoeden, zich niet bezighoudt met de motor van de Nederlandse economie, het midden- en kleinbedrijf, maar uitsluitend lobbyt voor het internationale bedrijfsleven, dus ook voor Shell en Ballast Nedam.

De economische sancties tegen Rusland leken de EU, en ook onze regering geen enkele moeite te kosten. Was de inschatting dat er met dat land minder op het spel staat?

Er staat wel degelijk iets op het spel met dat land. Rusland is als buurland van de EU een belangrijke economische speler. Onze boeren en tuinders zijn inmiddels een half miljard aan inkomsten kwijtgeraakt vanwege de Russische tegenmaatregelen.

De sancties van de EU tegen Rusland vanwege de annexatie van de Krim hebben ook geen enkele zin, want de Krim krijg je er niet mee terug. We moeten in de relatie met Rusland aansturen op de-escalatie.

Maar hoe is het dan te verklaren dat we met Rusland zo anders omgaan dan met Saoedi-Arabië?

Het is hypocrisie. We doen alsof Poetin Hitler is, en we knijpen een oogje dicht bij Saoedi-Arabië. De rapporten van Amnesty International liegen er niet om. En Amnesty roept dan ook op strikter beleid te voeren tegen Saoedi-Arabië.

Maar we gaan in het geval van Rusland in tegen onze eigen economische belangen.

Dat is omdat Saoedi-Arabië gezien wordt als een bondgenoot. Ze verlenen diensten aan de VS, bijvoorbeeld in de strijd in het Midden-Oosten.

Zouden we niet juist Rusland moeten zien als een bondgenoot in de strijd tegen het terrorisme? Saoedi-Arabië is nota bene een van de belangrijkste financiers van ISIS.

ISIS wordt niet gefinancierd door de Saoedische overheid.

Uit een gelekte e-mail van Hillary Clinton blijkt dat de Saoedische overheid ISIS financiert.

Ik dacht dat het alleen Saoedische particulieren waren die fondsen beschikbaar stelden aan ISIS.

In 2002 namen de Amerikanen een wet aan, de The Hague Invasion Act, die de Amerikaanse president machtigt met geweld Amerikanen te bevrijden die worden vastgehouden door het Internationaal Strafhof in Den Haag om te worden berecht. Er is niet of nauwelijks over bericht in de media en het lijkt geen enkele opschudding te hebben gewekt. Hoe is dit mogelijk? Waarom is het van geen enkele invloed geweest op onze relatie met de VS?

Dat is omdat journalisten, zoals wel vaker gebeurt, meegaan in de redenering van de regering. Als het kabinet een bepaald onderwerp doodverklaart, dan is het voor de media meteen niet interessant meer. Want dat is precies wat er gebeurd is met de The Hague Invasion Act. De Nederlandse regering heeft elk debat hierover in de kiem gesmoord door het af te doen als een bagatel. ‘Dat zal nooit gebeuren’, werd er gezegd. ‘Die wet is voor binnenlandse consumptie in Amerika.’ Vragen uit de Kamer werden afgedaan met: ‘Wat wilt u wat we doen? Dat we troepen gaan stationeren in Scheveningen?’ Het viel dus al publicitair dood nog voordat er over gepubliceerd was.

Kun je een land dat jou met geweld bedreigt nog wel als een bondgenoot of bevriende natie beschouwen?

Zeker wel. Want het is geen directe bedreiging. Het is een indirecte bedreiging. De Amerikanen zeggen: Onder bepaalde omstandigheden behouden wij het recht voor om dit of dat te doen.

Maar zo praat je toch niet met je vrienden?

Dat is wel zo. Maar het wil niet zeggen dat je dan meteen de relatie moet opzeggen.

Wat moet je er dan mee?

Dan moet je als Nederlandse regering duidelijk maken dat je het ‘onaanvaardbaar’ vindt en er op geen enkele manier aan mee zult werken. Dat je dus, als de VS vraagt om uitlevering van een Amerikaan die terecht staat bij het Strafhof, daar onder geen enkele voorwaarde aan mee zult werken.

Heeft het Internationaal Strafhof nog toekomst zolang militaire grootmachten als de VS, Rusland en Israël, die verantwoordelijk worden gehouden voor mensenrechtenschendingen, niet zijn aangesloten? Een aantal Afrikaanse landen heeft zijn vertrek al aangekondigd.

Dat laatste zie ik als een grotere bedreiging dan het eerste. Het is altijd zo met internationale verdragsorganisaties dat je begint met een kleine club, de voorhoede, dat vervolgens steeds meer landen zich aansluiten en dat uiteindelijk ook de grote landen zich aansluiten.  Het Verdrag Chemische Wapens is hier een goed voorbeeld van.

Hoe ziet u de oorlog in Syrië? Er zijn er die de oorzaak leggen bij de Syrische overheid die keihard zou zijn opgetreden tegen mensen die vreedzaam demonstreerden. En er zijn er die de oorlog zien als een gevolg van een poging tot regime change van de VS en bondgenoten. Volgens een ooggetuige, pater Frans van der Lugt, die later in Homs vermoord werd, begon het geweld met demonstranten die op de politie schoten.

In 2011 zei de Nederlandse regering de EU en de VS na: ‘Assad moet weg’. Dat was zeer kwalijk, omdat de oorlog hierdoor verlengd en verdiept is.

De oppositie werd aangemoedigd door te vechten, niet alleen met woorden, maar later ook praktisch, door het leveren van wapens en militaire trainingen.

U vindt niet dat president Assad het veld moet ruimen?

Iedere realist zal zeggen: Assad is in belangrijke mate verantwoordelijk voor veel slachtoffers in Syrië, maar Assad is ook nodig voor de transitie. Want wat als je zegt: ‘Eerst moet Assad weg, en dan gaan we praten?’ Dat is hetzelfde als tegen de kalkoen zeggen: ‘We willen met jou praten over het kerstmaal, maar uiteindelijk eindig je in de pan.’ Dan zegt die kalkoen: ‘Dan ga ik niet met jou praten, dan ga ik vechten.’

Je kunt ook niet voorbijgaan aan de betrokkenheid van de Russen in het conflict. Zolang de Russen Assad blijven steunen, kun je blijven roepen dat Assad weg moet, maar dan leidt dat alleen maar tot een verlenging van het conflict.

De Verenigde Naties beschouwden Aleppo als een stad die bezet was door Al Nusra, een terroristische broederorganisatie van Al Qaida. Maar dit feit bleef onvermeld in de reguliere nieuwsmedia. Men sprak stelselmatig over ‘rebellen’ in plaats van ‘terroristen’. Hoe ziet u dat?

De geschiedenis van alle conflicten leert dat wij mensen die wij zien als onze bondgenoot aanduiden met termen als ‘opstandelingen’, ‘het verzet’,  ‘oppositie’ of ‘rebellen’ . En mensen die aan de andere kant vechten, noemen we ‘terroristen’. Je ziet daarbij dat de media het jargon van de politiek overnemen. Want het plakken van labels op strijdende partijen begint vrijwel altijd bij de politiek.

U heeft deelgenomen aan een demonstratie bij de Russische ambassade tegen de bombardementen op Aleppo in Syrië, georganiseerd door Amnesty International, Pax Christi en Save The Children. Is er bij uw weten al zo’n demonstratie georganiseerd bij de Amerikaanse ambassade vanwege de bommen op Mosul in Irak, of bij de Saoedische en Amerikaanse ambassades vanwege de bommen op Jemen?

Ik heb wel deelgenomen aan een demonstratie bij de Saoedische ambassade, vanwege Jemen. Voor een demonstratie bij de Amerikaanse ambassade vanwege Mosul ben ik niet uitgenodigd. Ik weet ook niet of er zo’n demonstratie is gehouden.

Een zoekactie op Google, leverde mij geen resultaten op. Misschien vinden Amnesty, Pax Christi en Save The Children de bommen op Aleppo kwalijker dan die op Mosul?

Er zijn overeenkomsten tussen Aleppo en Mosul. Maar conflicten zijn natuurlijk nooit helemaal hetzelfde.

Er zijn in Mosul in een paar weken tijd honderden burgerdoden gevallen, als gevolg van Amerikaanse bombardementen. Meer dan honderdduizend mensen zijn op de vlucht geslagen.

De werkwijze van ISIS in Mosul is anders dan die van Al Nusra in Aleppo. ISIS is uit op zoveel mogelijk burgerdoden.

In Aleppo werden ook burgers als menselijk schild gebruikt.

Dat is zo. Maar wat ISIS doet gaat nog een stapje verder. Zij drijven burgers bijeen op plekken waar gebombardeerd wordt, en trekken zich daarna dan zelf terug in schuilkelders. Dat gaat dus verder dan burgers als menselijk schild gebruiken, waarbij je zelf ook een risico loopt.

Maar er is alle reden om ook de demonstreren bij de Amerikaanse ambassade.

De Nederlandse overheid steunt gewapende groeperingen in Syrië, zonder te willen zeggen wie het zijn, alleen dat ze ‘gematigd’ zijn. Ze ontvangen weliswaar geen wapens, maar wel dekens, tenten, medicijnen en communicatieapparatuur. Wat vindt u daarvan?

Steun aan gewapende groepen wijs ik af. Die steun komt neer op een aanmoediging om door te vechten.

En er zijn al jarenlang berichten over zogenaamde gematigde groeperingen die alles wat ze aan wapens en overig materieel krijgen stelselmatig afgeven aan ISIS en Al Nusra, of in elk geval nauw hiermee samenwerken of hiernaar overlopen. Bestaat er in Syrië überhaupt nog een gematigde oppositie?

Er is enige tijd sprake geweest van Nederlandse steun aan de Syrian National Council. Dat proces heeft overigens niet lang geduurd. De Syrian National Council bleek geen succes en tegenwoordig is er een lappendeken aan oppositiebewegingen in Syrië. En ja, het is inderdaad moeilijk te voorkomen dat humanitaire hulp bij terroristische groepen terecht komt. De situatie in Syrië is zeer onoverzichtelijk.

Posted on

Nice – Eigen schuld, dikke bult

Zoals verwacht heeft de salafistische terreur nog maar eens toegeslagen in Europa. Ditmaal was Nice het doelwit. Met mensen, veel kinderen incluis, die naar het vuurwerk zaten te kijken en plots geconfronteerd werden met een kamikaze met vrachtwagen die door de massa rijdend meer dan 80 doden maakte. De Franse nationale feestdag passend gevierd zal men bij salafisten zeggen.

Zij aan zij met al Qaeda

Maar dit is natuurlijk allemaal geen verrassing. Salafistische terreurgroepen zullen nog een tijd hier blijven toeslaan en het bloed veelvuldig doen stromen. Maar waar komt dit geweld vandaan? Hoe kon dit zo groeien en zo geraffineerd werken? Het antwoord is doodsimpel. Het westen leerde hen de trucs, hielp met diplomatieke steun en gaf hen zelfs de wapens om ermee toe te slaan.

Neem het Parijse satirische tijdschrift Charlie Hebdo dat begin 2015 werd aangevallen en de redactie gedecimeerd. Het was al Qaeda, niet rivaal ISIS, die had toegeslagen. Maar nog steeds wordt datzelfde al Qaeda in o.m. Syrië en Jemen de hand boven het hoofd gehouden.

Het aan al Qaeda gelieerde Ansar al Sharia zij aan zij met het leger van de Verenigde Arabische Emiraten bij de Jemenitische stad Taiz. De foto is genomen in februari 2016. Een oorlog die de steun heeft van François Hollande, de Britten en de VS.
Het aan al Qaeda gelieerde Ansar al Sharia zij aan zij met het leger van de Verenigde Arabische Emiraten bij de Jemenitische stad Taiz. De foto is genomen in februari 2016. Een oorlog die de steun heeft van François Hollande, de Britten en de VS.

Kijk naar Jemen waar al Qaeda en ISIS dankzij de Saoedische interventie exponentieel konden groeien. Al Qaeda vecht zelfs aan de zijde van de Saoedische interventiemacht. En die krijgt volop steun van de VS, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.

De Franse president François Hollande – die het lef heeft om zich socialist te noemen – steunt dus nog steeds die groep die bij Charlie Hebdo dat bloedbad veroorzaakte. De man zou dan ook best nu ontslag nemen en voor de rechtbank gesleurd worden wegens medeplichtigheid aan terreur en landverraad. Dit is toch heulen met de vijand.

Typerend is dat men nu in Europa overal een minuutje stilte gaat houden. Mooi gebaar. Maar toen Charlie Hebdo werd aangevallen betuigde de Syrische regering haar condoleances. Als diezelfde terreurgroepen in Syrië toeslaan was er jarenlang zelfs applaus in de salons van Londen, Parijs en Washington. Onze kranten hadden het over een ‘succesvolle bevrijdingsstrijd’. Om van te kotsen.

De Standaard

Kijk naar een invloedrijke krant als De Standaard. Wie in Vlaanderen wil weten wat er allemaal in de wereld gebeurt leest die krant. Maar zie, recent riep men in die krant nog op om aan die Syrische jihadisten modern luchtafweergeschut te bezorgen.

En hun correspondent in het Midden-Oosten, Jorn De Cock, gaf zelfs mediatraining aan die opstandelingen die hij nadien in zijn krantenartikels dan omschreef als de toekomst voor het land, de helden van de (sic) revolutie. En intussen hielp zijn deels Libische vrouw vanuit jihadistenland Qatar mee zodat al Qaeda & Co Libië kort en klein konden slaan. Wat haar vader als premier ooit hielp opbouwen.

Of neem hun andere journaliste, Corry Hancké die zich voor haar berichtgeving over de Krim baseerde op de propaganda van Hizb ut Tahrir, na de Moslimbroeders de belangrijkste internationaal georganiseerde salafistische terreurgroep. En zo gaat die krant onverstoord verder. Excuses? Koerswijziging? Vergeet het.

De Franse president François Hollande met zijn vrienden uit de Arabische woestijnstaten. Rechts van hem de Saoedische koning Salman de Hakbijl. En die president moet dan de salafistische terreur gaan bestrijden. Hoe zot moet men zijn om dat te geloven? Nu nog ook zo’n kleed en Hollande is klaar voor de strijd. Wat een smeerlap, wat een clown.
De Franse president François Hollande met zijn vrienden uit de Arabische woestijnstaten. Rechts van hem de Saoedische koning Salman de Hakbijl. En die president moet dan de salafistische terreur gaan bestrijden. Hoe zot moet men zijn om dat te geloven? Nu nog ook zo’n kleed en Hollande is klaar voor de strijd. Wat een smeerlap, wat een clown.

Hoeft het dan te verbazen dat het politiek debat in onze politiek over die terreur en het Midden-Oosten van een onvoorstelbaar laag niveau is. Een man zijn broek zakt er van af. Maar ja, al die parlementsleden lezen De Standaard en denken dan dat ze aan de hand van de verhalen van een Corry Hancké en Jorn De Cock echt weten wat er ginds aan het gebeuren, is.

Joegoslavië

Neem bijvoorbeeld ook de Joegoslavische oorlog uit de jaren negentig van vorige eeuw. Tonnen papier verspilden diezelfde kranten aan de Servische president Slobodan Milosevic – het ‘monster’ – en die voor hen bloeddorstige Serviërs. Maar dat ginds Bin Laden en al Qaeda volop actief waren las men er NOOIT. Men hield het voor de buitenwereld verborgen.

Het resultaat is nu gekend. Niet België is per hoofd van de bevolking in Europa de grootste leverancier van Syriëstrijders zoals onze kranten verkeerdelijk schrijven. Neen, dat zijn Albanië, Kosovo en Bosnië. Landen die volop de steun van de VS genoten, zelfs hun creaties zijn en een bekeringsgebied bij uitstek bleken voor Saoedi Arabië. Het krioelt er tegenwoordig van de minaretten en hoofddoeken.

Daar ligt het probleem. De VS zegt nu toch al Qaeda en haar bondgenoten in Syrië eindelijk te willen gaan aanvallen. Afwachten maar. Met dubbele tong spreken was een uitdrukking van de inheemse bevolking in Noord-Amerika over de regering in Washington. En ze kenden de praktijk van die regering. Luister niet naar hun woorden dus maar kijk naar hun daden. Liefst die achter de schermen.

Drie Syrische rebellengroepen netjes bij elkaar. Links Ahrar al Sham, waartoe onze Molenbeekse sjeik Bassam Ayachi behoort, het Vrij Syrische leger, waarvan Didier Reynders stelt dat hij die steunt, en rechts Jabhat al Nusra, de Syrische tak van al Qaeda. En dan beweert onze regering dat ze strijd tegen de terreur. Leugenaars!!
Drie Syrische rebellengroepen netjes bij elkaar. Links Ahrar al Sham, waartoe onze Molenbeekse sjeik Bassam Ayachi behoort, het Vrij Syrische leger, waarvan Didier Reynders stelt dat hij die steunt, en rechts Jabhat al Nusra, de Syrische tak van al Qaeda. En dan beweert onze regering dat ze strijd tegen de terreur. Leugenaars!!

Neen, zolang men de salafistische bekeringsijver van die Arabische woestijnstaten blijft tolereren en zich door hen laat omkopen zal de strijd tegen de terreur alleen maar een lege doos blijven, een slogan zonder inhoud. Maar of we van figuren als Didier Reynders, Hollande, Nicolas Sarkozy of Barack Obama een echte koerswijziging gaan krijgen is zeer twijfelachtig. Eerst zien en dan geloven.

PS: Wie een uitstekend stuk wil lezen over wat de VS in Syrië moet doen kan dit eens lezen. Het is geschreven door twee voormalige Amerikaanse toplui die vroeger onder Obama betrokken waren bij het beleid tegenover het Midden-Oosten. De neo-conservatieven en ‘progressieve’ haviken zoals die van Human Rights Watch zullen het niet graag lezen.

The New York Times, 15 juli 2016, ‘Why the U.S. military can’t fix Syria’, Simon Stevin en Jonathan Stevens. http://www.nytimes.com/2016/07/14/opinion/why-the-us-military-cant-fix-syria.html?nlid=67751936&src=recpb&_r=0.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op de weblog van Willy Van Damme en met toestemming overgenomen op Novini.

Posted on

Steunpunt ‘Islamitische Staat’ in kandidaat-EU-lidstaat Bosnië

Bosnië-Herzegovina heeft afgelopen maandag formeel het lidmaatschap van de Europese Unie aangevraagd, zo maakte het Nederlandse voorzitterschap bekend. Minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders verwelkomde de Europese aspiraties van het Balkanland. Intussen is echter de terreurgroep ‘Islamitische Staat’ ook op de westelijke Balkan en in het bijzonder in Bosnië actief.

Terwijl diverse landen en groepen in Syrië en Irak strijd leveren met IS, heeft de islamistische terreurgroep stilletjes een steunpunt kunnen creëren in Bosnië van waaruit het zich eenvoudig toegang kan verschaffen tot de rest van Europa en met name de Schengenzone.

In juni van vorig jaar deed al een filmpje de ronde op internet waarin IS de bewoners van de Balkan bedreigde. In de video werden daarnaast Bosnische moslims opgeroepen terreuracties uit te voeren. Zo’n 45 procent van de Bosnische bevolking is islamitisch en vormt daarmee een ongeveer even grote bevolkingsgroep als katholieke en Servisch-Orthodoxe christenen bij elkaar.

De oproep van IS is niet vreemd, wanneer we bedenken dat Bosnië in 2014 al de op drie na grootste leverancier van IS-strijders was. De Bosnische politie neemt aan dat alleen in 2015 al 92 Bosniaken zich bij IS aangesloten hebben. Bij elkaar zouden zich momenteel 130 Bosnische staatsburgers in Syrië of Irak bevinden, 43 zouden er al hun leven gelaten hebben. Verontrustender zijn de 50 die zijn teruggekeerd uit de Levant, mogelijk om nieuwe strijders te rekruteren. Volgens de Bosnische minister van Veiligheid Dragan Metkic moeten deze terugkeerders rekening houden met gevangenisstraffen van vijf jaar. Onduidelijk is echter in hoeveel gevallen die ook opgelegd en daadwerkelijk uitgevoerd is.

In november vond er in de Bosnische hoofdstad Sarajevo daadwerkelijk een terroristische aanslag plaats. De 34-jarige dader schoot daarbij twee Bosnische soldaten dood en verwondde diverse anderen. Toen hij staande gehouden werd, blies hij zichzelf op. Volgens de plaatsvervangende minister van Defensie Emir Suljagic was de dader lid van een salafistische organisatie en was hij schijnbaar door terugkeerders uit Syrië geworven. Eveneens in november van vorig jaar werd een imam tot een gevangenisstraf van zeven jaar veroordeeld, omdat hij zijn positie als religieuze autoriteit gebruikte om strijders voor IS te werven en de drijvende kracht zou zijn geweest achter de opbouw van een terroristische organisatie in Bosnië.

Beide feiten lijken er op te duiden dat IS zijn activiteiten in Europa uitbreidt en dat Bosnië daarbij als springplank kan gaan fungeren. Bosnië-Herzegovina is officieel kandidaat NAVO-lidstaat en nu dus ook kandidaat voor EU-lidmaatschap. IS-militanten houden zich niet zozeer in grote steden als Sarajevo op, maar veeleer in het bergachtige en dichtbeboste noorden. Volgens het Italiaanse dagblad Corriere della Sera bevinden zich daar ook trainingskampen van IS en kan men vanuit Bosnische plattelandsdorpen moeiteloos over landweggetjes de grens met Kroatië, die ook buitengrens van de EU is, oversteken. De Bosnische overheid bestrijdt echter het bestaan van dergelijke kampen.

De aanwezigheid van een aanzienlijk islamitisch bevolkingsdeel en hoge werkloosheidscijfers bieden een goede voedingsbodem voor radicalisering van jongeren. Bovendien hebben reeds in de Joegoslavische oorlog in de jaren ’90 zo’n 2.000 islamisten uit de Arabische wereld in Bosnië gevochten. Enkele daarvan zijn na de oorlog gebleven en ondersteunen of rekruteren tegenwoordig jonge Bosnische moslims voor IS.

Na het uiteenvallen van Joegoslavië in diverse republieken en de daaropvolgende oorlog, is Bosnië per de akkoorden van Dayton verdeeld in twee entiteiten: de Federatie van Bosnië en Herzegovina, die overwegend door moslims en Kroaten bevolkt wordt en de Servische Republiek waar vooral Serviërs wonen. Daarnaast is er nog het gezamenlijk bestuurd Brcko-district.

Een uitgebreid artikel van de Corriere della Sera met foto’s en filmbeelden is hier te vinden: http://www.corriere.it/reportage/esteri/2015/bosnia-l-islam-radicale-alle-porte-d-italia-nel-cuore-dell-europa/