Posted on

Naoorlogse verzetshelden waarschuwen voor Baudet

De wanhoop slaat nu toch echt toe! Zelfbenoemd ‘weldenkend’ Nederland weet nu echt niet meer hoe ze Baudet moet stoppen. Ruim een week geleden werd er tijdens een antiracisme-demonstratie opgeroepen Baudet neer te schieten; het journaille en de intellectuele goegemeente was er als de kippen bij om deze moordoproep te bagatelliseren. Bijna dagelijks zitten ‘pratende hoofden’ in een van de vele talkshows te fulmineren tegen Baudet en het Forum voor Democratie. Opiniepagina’s van de dagbladen staan dag-in dag-uit vol met alarmerende schrijfsels over de filosoof-politicus en redactionele commentaren maken voortdurend hysterische vergelijkingen tussen de opkomst van Baudet en – natuurlijk – de jaren dertig van de vorige eeuw. Een al lang uitgerangeerde cabaretier schreeuwde onsamenhangende anti-Baudet kreten tijdens het herdenkingsmoment voor de slachtoffers van de aanslag in Utrecht bij de opening van het Boekenbal. Men zit kortom met de handen in het haar. Waarom wil het domme volk maar niet luisteren?!

“Volwassen politici”

Een laatste bedroevende bijdrage aan de dagelijkse stroom van anti-Baudet geluiden levert filosoof en Trouw-redacteur Leonie Breebaart. In het Letter&Geest-katern van 30 maart steekt ze al vanaf zin 1 met grof geschut van wal: “In de week voor de Maand van de Filosofie sloeg Thierry Baudet alle taboes aan diggelen die volwassen filosofen – en volwassen politici – proberen te respecteren, en die je kunt samenvatten als: doe niet of je een goddelijke ziener bent en hou je aan de feiten.”

Breebaart suggereert hier nogal wat in één zin. Baudet is geen volwassen filosoof en geen volwassen politicus, hij noemt zichzelf een ‘goddelijke ziener’ en hij houdt zich niet aan de feiten. Daarnaast verwijt de redacteur tussen neus en lippen door dat Baudet taboes doorbreekt. Laat het nu juist de generatie linkse journalisten zijn die er prat op gaat overal en nergens taboes te willen doorbreken! Maar Baudet, die schopt tegen het linkerbeen, verstoort het progressieve feestje.

Bodar op de korrel

Wie is Breebaart om vast te stellen wie wel volwassen is en wie niet? Welke criteria hanteert de filosoof/redacteur daarvoor? Op z’n minst mag je daarvan toch wel een verantwoording verwachten van iemand die zichzelf filosoof noemt? Maar de Trouw-redacteur suggereert heel geniepig dat Baudet, in tegenstelling tot zijn tegenstanders, een kind is. En kinderen hoef je niet serieus te nemen. Dat blijkt al uit de volgende alinea, waarin Breebaart Antoine Bodar, die zeldzaam moedig in Buitenhof het opnam voor Baudet, op de korrel neemt. De priester had de leider van het Forum vergeleken met een gymnasiast. Breebaart schampert daarover: “Ach ja, die goeie, ouwe puberteit, toen je grootse visies de wereld in slingerde in de hoop heel geleerd over te komen.” Nee, de redactie van Trouw is dat stadium allang ontgroeid. Daar werken alleen heel volwassenen mensen.

“Het land beschermen”

Want volgens Breebaart zelf behoort zij tot de groep mensen die het land beschermen, maar die Baudet wegzet als vijanden: “En dus dat degenen die ons in werkelijkheid beschermen tegen de macht van een leider – wetenschappers, journalisten, bestuurders – weggezet moeten worden als vijanden van het volk.” Het staat er echt. Wetenschappers, journalisten en bestuurders die “ons” moeten beschermen. Wat een gotspe, wat een eigendunk, wat een arrogantie!

(Non-)conformisme in de wetenschap

Wetenschappers die bijvoorbeeld werkzaam zijn bij een van de overheidsinstellingen, zoals een Planbureau, en die braaf opschrijven wat een ministerie wil horen. Wetenschappers die zo overtuigd zijn van hun eigen theorieën, dat ieder afwijkend geluid de mond wordt gesnoerd. Neem bijvoorbeeld promovendus Joris van Rossum van de VU in Amsterdam. In zijn proefschrift haalde Van Rossum, niet christelijk, de evolutietheorie van Darwin onderuit. Hij kon een baan in zijn vakgebied vergeten.

Gekochte journalisten

Journalisten die braaf op- of beter overschrijven wat een ministerie of inlichtingendienst hen voorkauwt. Udo Ulfkotte heeft dit overtuigend aangetoond in zijn boeken, zoals ‘Gekochte journalisten’ (Uitgeverij De Blauwe Tijger). Journalisten, die acht jaar lang hijgerig en kwijlend achter president Obama hebben aangehobbeld, maar die sinds 2016 Trump wegzetten als een levensgevaarlijk man. Trouw kopte op 31 maart nog: “Donald Trump regeert als een koning die geestelijk niet tegen zijn taak is opgewassen”. Alweer een kind, net als Baudet. Verslaggevers die twee jaar lang ongenuanceerd en kritiekloos berichten over Russische beïnvloeding van de Amerikaanse presidentsverkiezingen, maar vervolgens het Mueller-rapport – dat als conclusie heeft dat er geen enkel bewijs van beïnvloeding is – in twijfel trekken. En dat noemt zich kwaliteitsjournalistiek. Journalistiek als verdienmodel is een betere naam (Perscombinatie, salaris Van Nieuwkerk, etc.).

Reductio ad hitlerum

Bestuurders die hun sociale media-kanalen gebruiken voor het rondsturen van berichten waarin Baudet en het Forum voor Democratie een-op-een geassocieerd worden met het nationaal-socialisme. Als het Forum inderdaad de grootste partij van Nederland wordt, verwacht ik al snel ‘Baudet-vrije’ gemeenten. Want de bestuurders in dit land zijn echte verzetshelden.

Breebaart zingt in dat koor lustig mee. “Nieuw-rechtse bewegingen”, “extreem-rechtse Polen”, “omvolking”, “sterke leider”: de column van de redacteur grossiert in dit soort grove associaties en beschuldigingen. Beschermers? Tendentieuze rioolratten, die een klimaat creëren dat erger is dan dat van 2002. De demonisering neemt beangstigende vormen aan. Was het in 2002 nog ‘Stop de Hollandse Haider’, nu leest men zwart op wit of tussen de regels door ‘Stop de Hollandse Hitler’. De wanhoop van de linkse elite kent geen grenzen meer. Wie herinnert zich niet de schreeuwende Alexander Pechtold in De Balie in Amsterdam? Er hoeft maar een gek op te staan…

Posted on

Tegen rechts is alles geoorloofd

In hun zeer herkenbare en bemoedigende boek ‘Mit Linken leben’ wijzen Caroline Sommerfeld en Martin Lichtmesz op de debatdooddoener die links voortdurend inzet. “Nazi”, “fascist”, plus het gevreesde H-woord (Adolf). “Zonder het grote verhaal van Adolf Hitler en het nationaalsocialisme als de pseudo-Gouden Standaard van het absolute Kwaad stelt links niets voor,” schrijven Sommerfeld en Lichtmesz. “Zijn terugkeer moet absoluut voorkomen worden.” Het bewijs van hun constatering is dagelijks in de media (kranten, rtv, sociale media) te vinden. Zoals afgelopen zaterdag in Trouw. Marijn Kruk bespreekt ‘Fascisme, een waarschuwing’ van Madeleine Albright en ‘Het verraad van de intellectuelen’ van Julien Benda. Onder de kop “Fascisme is terug (maar dan anders)” trekt de recensent een aantal zeer wonderlijke conclusies.

Madeleine Albright was minister van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten in de jaren negentig van de vorige eeuw. Op de Balkan kunnen ze haar bloed wel drinken en de dood van duizenden dode kinderen ten gevolge van de oorlog in Irak in 2003 en daarna bagatelliseerde ze. Tegenwoordig doceert de 80-jarige internationale betrekkingen in Washington. Vanuit haar huidige en vorige functie meent ze te moeten waarschuwen voor het ‘fascisme’ dat in Europa, maar zelfs in de Verenigde Staten, aan een comeback bezig zou zijn. De vrouw die tijdens de verkiezingsstrijd in 2016 zei dat “er een speciale plek in de hel is ingericht voor vrouwen die niet op Hillary Clinton stemmen”, schrijft nu in haar boek: “Als we fascisme beschouwen als een wond uit het verleden die bijna was geheeld, is Trump in het Witte Huis zoiets als het verband losrukken en aan de korst krabben”. De typering die Albright geeft voor het herkennen van een fascistische leider luidt: “iemand die zich sterk identificeert met een hele natie of groep, zich niet bekommert om de rechten van anderen, en bereid is elk middel aan te wenden om het gewenste doel te bereiken, inclusief geweld”. Uiteraard doelt Albright hier op Orbán, Erdogan en Trump. Ironisch genoeg gaat haar definitie net zo zeer of beter op voor de beide Clintons. Die gebruikten geweld om hun doel te bereiken (critici van hun politiek, Irak, voormalig Joegoslavië, Libië), voerden een machtspolitiek op basis van identity politics en verachten die groepen die in hun ogen niet tot de gewenste minderheden behoren – de “deplorables” – en ontzegden rechten aan de ‘restjesmensen’ (Jan Antonissen) en bijvoorbeeld christelijke ondernemers. Maar het begrip ‘fascsime’ wordt voor progressieve en linkse politici, intellectuelen en activisten niet toegepast. Het is voorbehouden aan alles en iedereen die zich tegenwoordig nog rechts durft te noemen. Het mechanisme waar Sommerfeld en Lichtmesz op wijzen.

Vandaar dat Trouwrecensent Kruk de Nederlandse actualiteit erbij meent te moet betrekken en in één adem een verband legt tussen de mensen die de politiek van Orbán steunen en de ‘blokkeerfriezen’ die vorige week in Leeuwarden voor de rechter verschenen. Kruk noemt het niet letterlijk, maar de hele teneur van zijn artikel wijst erop: het zijn mensen die handelen in de geest van het fascisme. “Bedenkelijke groepsdenkers”, die “hun identiteit bóven de rechtsstaat” stellen. Dezelfde eenzijdige blik, het H-woord, de debatdooddoener, volgt hij in zijn bespreking van het boek van Julien Benda. Volgens Kruk verweet de Franse filosoof begin vorige eeuw dat de intellectuelen van die tijd tijdens de Dreyfusaffaire zich niet boven de politieke passies hadden gesteld, maar deze juist hadden aangewakkerd. Volgens Kruk doelt Benda op Maurice Barrès en Charles Maurras, “extreemrechtse schrijvers”, ergo, fascisten. Kruk noemt Benda “een uitstekende gids in deze verwarrende en verontrustende tijden. Zelfs als wij te maken hebben met blokkeerfriezen in plaats van de Dreyfusaffaire”.  Een gotspe! Voor het gemak vergeet Kruk maar even het echtpaar Webb (Sovjetunie), Sartre (China), Foucault (Iran) en Mulisch (Cuba). Intellectuelen die volledig opgingen in hun politieke passies en zo’n beetje ieder links-totalitair regime steunden. En gaat het niet om Dreyfus en blokkeerfriezen, maar om Stalin en antifa-terreur.

Want zij passen nu eenmaal niet in het betoog van Kruk, die alles ter rechterzijde weg zet met het gevreesde H-woord. “Ben je rechts, dan ben je een ‘nazi’; een ‘nazi’ is een onmens en daarmee ben je eigenlijk een ‘untermensch’, een duivel, die als een gevaarlijk virus van de rest van de samenleving geïsoleerd moet worden,” schrijven Sommerfeld en Lichtmesz. “Wie het label ‘nazi’ krijgt is vogelvrij. Als het om ‘tegen rechts’ gaat, is voor veel mensen alles geoorloofd.”

Posted on

Syrië – Nederland Jihadistenvriend

Wat insiders reeds lang vermoeden is de voorbije dagen duidelijk geworden. De Nederlandse regering steunt al jaren met militair materieel de salafistische terreurgroepen in Syrië. Was dat vanaf 2011 voor zover bekend alleen via politieke en diplomatieke steun en via de propaganda van de in wezen regeringsgetrouwe massamedia dan ging dat daarna verder.

Volgens het dagblad Trouw en het televisieprogramma Nieuwsuur gebeurde dit vanaf 2015 immers ook onder meer via de levering van voor die terreurgroepen cruciale communicatieapparatuur en pick-ups.

Waarop zij dan door andere landen van de westerse alliantie geschonken wapens monteerden en eventueel gebruikten om te folteren gevangenen te vervoeren of hun eigen troepen naar het front te brengen. Een oorlogsmisdaad lijkt het.

Witwasserij Ko Colijn

In totaal ging het volgens die informatie om 25 miljoen euro aan materiaal waaronder eveneens laptops en pakken ander materieel bruikbaar voor een leger. Dit dan bestemd voor 22 groepen waarvan er echter maar twee namen tot heden bekend raakten. Feiten die de regering van Mark Rutte (VVD) niet betwist.

Bert Koenders - 4
Bert Koenders, De Nederlandse sociaaldemocraat en gewezen minister van Buitenlandse Zaken. De man is een trouwe vazal van Washington die in 2015 hoogstnodig militair materieel moest leveren aan jihadistische terreurgroepen in Syrië.

Dat het dan toch openbaar werd is deels het werk van onder meer parlementslid Pieter Omtzigt (CDA) en natuurlijk die betrokken journalisten die hier ditmaal alle eer verdienen voor hun degelijk onderzoekswerk. Vraag is nu echter wat de gevolgen zullen zijn voor de Nederlandse regering die al zeker vanaf 2015 die groepen met militair materieel steunde. Men noemde het mooi ‘niet-dodelijke hulp’.

Een ding viel al snel op, en dat is de operatie ‘beperk de schade’ die onmiddellijk in gang schoot. Waarbij de vermeende kwaliteitskrant NRC blijkbaar voorop gaat. Zo stelde de krant dat het allemaal zo erg niet was en ook logisch toen in 2015 deze beslissing viel.

Ook is het zenden van dit materiaal naar gewapende groepen in Syrië niet in strijd met de internationale rechtsregels en is die Jabhat al Shamiya (het Front van de Levant) geen salafistische terreurorganisatie. Het zijn in wezen goede jongens, zelfs al begaan ze wel eens een misdaad. Maar dat doet daar iedereen.

Ko Colijn - Officier in de Orde van Oranje-Nassau
In zijn column in de NRC stelt Ko Colijn dat het misschien wel fout was maar in wezen kon voor hem alles toch door de beugel. De internationale rechtsorde kan wat hem betreft op de schop. Hier krijgt hij het ereteken van Officier in de Orde van Oranje Nassau.

Dit allemaal ondanks de tegengestelde visies van Amnesty International en het Nederlandse openbaar ministerie. Merkwaardig toch. Mensen als Ko Colijn sprongen in het verleden wild op die rapporten en visies om de Syrische regering als crimineel aan te duiden.

Nu men bij AI en elders ook de andere kant in beeld brengt is dat voor Colijn & co plots onzin. En op de visie van Rusland en Syrië zitten de Colijns van deze wereld natuurlijk nog minder te wachten dan op die van justitie en AI. Die eersten zijn voor hen nu eenmaal doortrapte smeerlappen.

Internationaal recht

Zo schreef de russofobe NRC op 14 september 2018 “Jabhat al Shamiya wordt over het algemeen beschouwd als een gematigde islamitische groep”.(1) En voor Ko Colijn van het regeringsinstituut Clingendael, schrijvend in een opiniestuk in diezelfde NRC (2) is er in wezen zelfs helemaal niets fouts aan de hele zaak. De bewering dat men zo het internationaal recht heeft geschonden noemt hij ‘nogal buitenaards’.

“Maar dat je je niet zou mogen mengen in de interne aangelegenheden van een andere (soevereine) staat schiet door. Dat zou tirannen als Assad en Maduro (3) in deze wereld te veel ruimte geven …… maar op een orthodox advies van ‘het mag niet’ zit geen diplomaat te wachten ..…… Überhaupt wordt het voeren van buitenlandse politiek wel erg moeilijk als het ‘volkenrechtelijk verbod op interventie’ (Nollkaemper) (4) te letterlijk wordt genomen.”

Het internationaal recht is nochtans duidelijk: De grenzen van een soevereine staat zijn onschendbaar en dient men te eerbiedigen. En het steunen van een gewapende rebellie in een andere staat is onder internationaal recht een casus belli voor een oorlog tegen de agressor door de hier aangevallen partij. Syrië kan dus onder het internationaal recht legaal de hulp inroepen van bondgenoten – hier Rusland –  en eventueel als represaille zelfs Nederland kapot laten bombarderen.

Front met al Qaida

Wat mensen als Colijn hier eveneens vergeten is natuurlijk dat dit Front van de Levant niet alleen een stel criminelen zijn die op zeer grote schaal moorden, stelen, folteren, ontvoeren en verkrachten maar ook samenwerken met andere salafistische terreurgroepen waaronder bij tijden al Qaida. Ko Colijn schrijft in wezen dus dat steun aan al Qaida door de beugel kan.

Pieter Omtzigt - 1
Pieter Omtzigt, lid voor het CDA van de Tweede Kamer, was een van de weinigen in de Nederlandse politiek die zich vastbeet in deze zaak en zorgde ervoor dat dit schandaal aan het licht kwam.

Bovendien verzwijgen mensen als Colijn en Nikolaos van Dam, de spin in dit web, verder dat al wie goederen van welke aard ook naar de Syrische provincie Idlib uitvoert eveneens zorgt voor het financieren van al Qaida via de door deze terroristen geïnde invoerrechten.

Men steunt al Qaida dus niet alleen indirect via de allianties van die groepen maar ook via het betalen van belastingen in natura – Al Qaida gebruikt nu eenmaal geen Visa – aan de grens met Idlib of onderweg bij een van de tientallen controleposten.

En dus is er de vraag: Hoeveel van die door Nederland geleverde pick-ups en ander materiaal werden door al Qaida (hier officieel Hayat Tahrir al Sham) als taks in beslag genomen? Het is een vraag die men zeker in de Tweede Kamer zal dienen te stellen. Als men het durft natuurlijk.

Leuk is zeker natuurlijk, en dat kwam tot heden in de Nederlandse media voor zover bekend niet echt aan bod, dat men naast het Front van de Levant ook de Sultan Murad Brigade op dezelfde wijze steunde. Die huurlingen vechten aan de Turkse grens in Syrië op vraag van en met steun van het Turkse leger een oorlog uit tegen de Koerdische YPG/PKK.

Een YPG/PKK die volop de steun geniet van de Nederlandse regering en waarvoor men meer dan twee jaar lang de nu teruggetrokken F 16’s ter beschikking stelde. Een hulp die op het zelfde ogenblik kwam als het sturen van allerlei legermateriaal naar de Sultan Murad Brigade.

Of hoe Nederland gelijktijdig twee met elkaar oorlog voerende partijen bewapende. En dat heet dan buitenlands beleid. Trouwens ook delen van het Front van de Levant vechten met Turkije tegen de YPG/PKK. Met de lonen die hier zoals bij de Sultan Murad Brigade eveneens komen van de Turkse schatkist.

De Nederlandse geheime oorlog

Ook dit is een zaak die door de Tweede Kamer in Den Haag besproken dient te worden. Het is naast zwaar crimineel gedrag ook geknoei van de bovenste plank. En toen enkele parlementsleden zoals Pieter Omtzigt (5) steeds meer kritische vragen begonnen te stellen riep de regering plots het staatsgeheim in.

Het parlement mocht niet weten wie wat voor materiaal had gekregen. En als er dan een onderzoeksrapport klaar is roept men ook dit uit tot staatsgeheim. Het parlement, toch het allerhoogste gezag in wat men een democratie noemt, werd zijn inzagerecht afgenomen. Nederland voert oorlog, maar dit parlement mag niets weten. Democratie? Kom nou.

Mark Rutte - 3
Premier Mark Rutte (VVD) wou koste wat kost verhinderen dat het parlement op de hoogte zou geraken van zijn onverklaarde oorlog tegen Syrië en riep gans de zaak dan maar uit tot staatsgeheim. .

Tot de maandag nadien Nieuwsuur en Trouw met het verhaal kwamen en dit staatsgeheim deels in het openbaar gooiden. Het toont de ondemocratische natuur van de regering van Mark Rutte en de partijen die dit op zijn minst wangedrag steunen. Het is de totale minachting van het parlement en zo de bevolking die dit parlement koos.

Politieke linkerzijde

Opvallend natuurlijk is de houding van wat men traditioneel de politieke linkerzijde noemt. Zo werd de beslissing om salafistische terreurgroepen aan materiaal te helpen genomen door minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders, lid van de sociaal-democratische PvdA.

Tweede Kamerlid Attje Kuiken (PvdA) stelde het op 12 september in NRC zo:

“De Syrische leider Assad was zijn eigen bevolking aan het uitmoorden….. als je geconfronteerd wordt met het Kwaad dan moet je zulke beslissingen nemen.” (6)

Kamerlid Bram van Ojik (GroenLinks) ging nog een stuk verder en stelde het in diezelfde NRC zo (7):

Het is duidelijk dat Assad als winnaar uit de strijd is gekomen, maar dat is geen reden om met de steun stil te zitten… De gematigde rebellen verdienen onze steun – juist nu.”

De gematigde rebellen dus. Ook Jesse Klaver, de ster van GroenLinks, klonk gelijkaardig in het televisieprogramma Buitenhof. Dit terwijl praktisch iedereen die dit dossier volgt nu toegeeft dat zoiets als ‘gematigde’ rebellen er niet bestaan en in wezen ook nooit bestonden.

Termen als het Vrij Syrische Leger zijn zoals die andere slogan van de ‘Arabische Lente’ creaties van Britse en Amerikaanse pr-bureaus die zo de oorlog aan het publiek als iets lovenswaardig moesten verkopen. GroenLinks doet hieraan mee. Of hoe wat heet politiek links te zijn in wezen ook zeer asociaal en zelfs crimineel kan zijn. Voluit oorlogen steunen is geen probleem. Ook na Libië, Irak en Afghanistan. Wat een politiek niveau!

Nikolaos van Dam

Natuurlijk staat in dit schandaal de persoon van Arabist Nikolaos van Dam centraal. Deze oud-ambassadeur in o.m. Irak en Egypte was in die periode de zogenaamde speciale Nederlandse gezant voor Syrië en de man die op het veld richting gaf aan het beleid. Hij kende de kleinste details van de zaak en jihadistische terreurgroepen hadden het in Nieuwsuur over ‘hun vriend’. Zou dat voor van Dam een eretitel zijn?

Nikolaos van Dam - 2
Nikolaos van Dam, de jihadistenvriend en Syriëstrijder op jaren en met pak en das. De man die vorm gaf aan het Nederlandse steunprogramma voor Syrische jihadisten. Zijn bijdrage aan de vernieling van het land waar hij zegt veel van te houden.

Voor Van Dam is het Front van de Levant helemaal geen salafistische terreurbeweging zoals onder meer het Nederlandse gerecht stelt. De groep ondertekende in de Saoedische hoofdstad Riaad ooit een verklaring stellende dat ze streefden naar een democratie en dat was voor van Dam voldoende om hen als gematigd te zien en massaal militair materieel te geven. Een geschenkje van de Nederlandse vrienden.

Neen, dat is geen salafistische terreurgroep want, opperde hij ook op Buitenhof van de NOS televisie, Charles Lister stelt dat dit gematigden zijn. Charles Lister is de man die jarenlang vanuit Qatar, wapenleverancier aan al Qaida & co, via het door Qatar gefinancierde Brookings Doha Center de oorlog tegen Syrië becommentarieerde. En op BNR Nieuwsradio maakte Van Dam vergelijkbare verklaringen. (8)

Als bron een Qatarese broodschrijver gebruiken om te beweren dat het Front van de Levant een gematigde groep is kan dus wel tellen. Maar bronnenkritiek kent Nikolaos van Dam zoals bleek uit zijn hier besproken boek ‘Destroying a nation’, helemaal niet.

Feiten over de ware relatie van Israël, Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en de VS met die salafistische terreurgroepen van ISIS tot Ahrar al Sham en al Qaida zal je er niet in vinden. Ondanks de berg aan bewijzen voor die stelling. En zoals uit zijn parcours duidelijk blijkt moet hij hierover heel veel weten.

En dat ze al eens samenwerkten met andere terreurgroepen in dat gebied was voor van Dam eveneens geen probleem. Ze zitten daar ook zo dicht bij elkaar dat het in zijn visie bijna niet anders kan dan dat ze wel eens samenwerken. En dat is blijkbaar geen enkel bezwaar voor onze diplomaat.

Een ander argument voor hem was dat ze vochten tegen ISIS. Nou, ze vochten tegen ISIS! Jarenlang hebben ze echter ook militair samengewerkt met ISIS toen zich dat nog al Qaida in Irak noemde. En strijden tegen de huidige Syrische tak van al Qaida? Hoogstens zoals in het geval eerder met ISIS betreft het in essentie vechten om de buit.

Zichzelf beschuldigen

Voor wie goed naar Van Dam luistert en zijn laatste boek las stelt hij zich in wezen echter zelf in beschuldiging als zijnde medeplichtig aan de vernieling van Syrië en de massamoord daar.

Hij was gezien zijn expertise de man die het Nederlandse beleid rond Syrië toen vorm gaf en zorgde dat die moordbendes als het Front van de Levant en de Sultan Murad Brigade militair materieel kregen om zo de oorlog voort te zetten. In zijn boek stelt hij dat het Westen die jihadisten met hun maximalistische eisen – Assad moet weg en liefst dood – bleef steunen maar hen jarenlang onvoldoende hulp gaf om de oorlog te winnen.

Jihadisten tesamen met vlaggen
De vlaggen van terreurgroep Ahrar al Sham (links), het zogenaamde Vrije Syrische Leger (midden) en al Qaida (rechts) broederlijk naast elkaar. Zoek de gematigde jihadisten.

Het is als gevolg hiervan, stelt hij in zijn boek, dat de oorlog bleef duren en een politieke oplossing nergens raakte. Met als resultaat honderdduizenden doden en grote delen van het land vernield en geplunderd. Wat natuurlijk helemaal de bedoeling was. Irak verwoest, Libië verwoest, Afghanistan verwoest, Syrië verwoest, het schiet al aardig op.

Nikolaos van Dam is echter, zoals nu is gebleken, hiervoor als uitvoerder deels zelf medeverantwoordelijk. De vraag is dan ook of Nikolaos van Dam hier schuldig is aan zware misdaden gaande van medeplichtigheid aan genocide tot oorlogsmisdaden en terreur. Zwaarder kan niet.

Wel is het toch merkwaardig te noemen dat de Nederlandse massamedia al meer dan 7 jaar de waarheid over de oorlog tegen Syrië verbergen. Geen woord over het ware karakter van deze oorlog. En nu plots de openbaring. Goed, maar het is merkwaardig.

Neem de Nederlandse jezuïet Frans van der Lugt die jarenlang vanuit Syrië ageerde tegen die steun van zijn vaderland aan die jihadisten. Het dagblad Trouw zweeg hem dood. Tot hij in de stad Homs in 2014 kort voor de bevrijding ervan door een jihadist werd vermoord. Dan plots klonk het een en al rouw bij die krant. Waarbij men echter – je moet maar durven – de schuld nog poogde te steken op de Syrische regering. (10)

En wat nu met de Nederlandse regering? Ach, er is het gezegde: Ze dronken een glas, pisten een plas en alles bleef zoals het was. Nederland is gewoon een vazalstaat van de VS en haar salafistische bondgenoten. En dus loopt men op het Binnenhof netjes in de pas van Washington. Al Qaida of niet, het doet er niet toe, zolang het Witte Huis maar tevreden is. Nederland gidsland? Wat een grap.

En de Belgische kranten? Veel bladvulling zoals gewoonlijk maar over deze bij de noorderburen toch wel belangrijke zaak behoudens een kort bericht in de Gazet van Antwerpen niets. Wel korte berichten op de websites van o.m. De Morgen en De Standaard, meer niet.

En elders in Nederland? Recent stopte de Nederlandse regering nu ook met de financiële steun aan de Witte Helmen. De door de Britse regering opgerichte propaganda-afdeling van het Syrische salafisme. Assad heeft de oorlog gewonnen dus kunnen we maar beter stoppen met die zaak is de stelling van Den Haag.

Ook blijft IKV/Pax Christi, die zichzelf een vredesbeweging noemt, verder volharden in het maken van propaganda voor die Syrische terreurgroepen. Zo maakt deze organisatie nog steeds reclame om geld te geven aan het Syrische zogenaamde schoolproject Kesh Malek (11) dat actief is in het jihadistengebied rond de provincie Idlib. Ze geeft volgens haar website in enkele door haar beheerde scholen aan jongens en meisjes apart lessen gebaseerd op een salafistisch curriculum.


1) ‘Kamer wordt vertrouwelijk geïnformeerd over hulp rebellen Syrië’, NRC 14 september 2018

2) ‘Steun jihadisten? Fout maar overdrijf niet’, NRC 13 september 2018. Dat ze een stuk met een andere opinie over deze affaire bij NRC niet plaatsten wekt natuurlijk voor wie de krant kent geen enkele verbazing. Modder gooien naar Rusland is er bij de krant een dagelijkse vaste traditie.

3) Door ook de Venezolaanse president Maduro terloops te vermelden ontstaat de indruk dat hij en enkele andere westerse vuilspuiters al een nieuwe zoveelste oorlog aan het voorbereiden zijn, die tegen Venezuela.

Maar wat moet men volgens Colijn dan doen met bevriende dictators zoals de familie al Saoed? Bommen gooien? En wat met de VS die Irak vernielde en er bij haar invasie en bezetting massaal mensen ombrachten? Bommen gooien? Maar ja, dat zijn vrienden. Daarover zal je figuren als Ko Colijn dus niet horen piepen.

4) Het betreft professor jurist André Nollkaemper die na de commissie Willebrord Davids over de wandaden rond de invasie van Irak in 2003 werd aangesteld. Die stelde met akkoord van het parlement dat men in de toekomst bij buitenlandse interventies Nollkaemper als Extern Volkenrechtelijk Adviseur voor Buitenlandse Zaken zou raadplegen. Deze noemde de zaak in Nieuwsuur een schending van het internationaal recht en dus crimineel gedrag. Hem raadplegen hoefde helemaal niet stelde Colijn.

5) Toen Omtzigt kritische opmerkingen begon te maken over de Nederlandse houding rond het neerhalen boven Oekraïne van het Maleisische vliegtuig van vlucht MH17 was het opnieuw de NRC die een karaktermoord poogde te plegen op deze bijna enige kritische parlementaire stem in dit dossier. Geen toeval natuurlijk.

6) ‘In 2015 leek het politiek nog zo’n goed idee…’, NRC 12 september 2018

7) ‘Nederland steunde terreurbeweging in Syrië’, NRC 11 september 2018.

8) ‘Organisaties waar wij contact mee hadden waren niet jihadistisch’, BNR Nieuwsradio, 13 september 2018. https://www.bnr.nl/nieuws/internationaal/10354191/organisaties-waar-wij-contact-mee-hadden-niet-jihadistisch

Hier stelt men: ‘Nederlandse politici zijn volgens Van Dam medeverantwoordelijk voor de ‘enorme ellende’ die is aangericht in Syrië. ‘Politici die hebben willen interveniëren en met allerlei stellingen kwamen waarop ze niet konden terugkomen, dragen een zekere medeverantwoordelijkheid voor de enorme ellende die daar is aangericht.’. Maar diegene die dit beleid op het veld realiseerde zoals van Dam is dan uiteraard eveneens schuldig.

9) Destroying a Nation, Nikolaos van Dam, I.B. Taurus, 2017, 242 pagina’s. Hier op 12 augustus besproken in het artikel ‘boeken over Syrië’.

10) ‘Patermoord’, Trouw, 8 april 2014, Sylvain Ephimemco.  https://www.trouw.nl/home/patermoord~a55b9397/

Zo schreef de krant:

‘Van der Lugt was vooral hinderlijk voor het regime van president Assad. Hij getuigde via video’s en Skype-verbindingen van de wreedheid van zijn leger dat de stad omsingelt en inwoners laat verhongeren. Hij bleef maar hameren en hopen op bemoeienis van ‘de wereld’, die ‘niet kan blijven toekijken’. Waarom zouden de djihadisten die het lot van de pater deelden en ook gras moeten eten, hem executeren?’

Frans van der Lugt werd op 7 april 2014 in de stad Homs Vermoord. Daar waar hij onder het juk van deze terreurgroepen koppig was blijven wonen. Hij is er begraven

11) https://globalyouthrising.org/2016/04/15/friday-spotlight-paxthe-activist-hive/. Kesh Malek heeft een website: https://www.keshmalek.org/.

Ze werkt vanuit Atareb, een door al Qaeda gecontroleerde stad gelegen in het westen van de provincie Aleppo. Of hoe onze bisschoppen – Pax Christi werkt onder hun toezicht – samenwerken met deze salafistische terreurgroep.

Posted on

De regenboogvlag: symbool van een totalitair systeem

In het tweede deel van de filmtrilogie God’s Not Dead moet een geschiedenisdocente zich voor een rechter verantwoorden omdat ze een vraag over geweldloos verzet beantwoordde met een verwijzing naar de bijbel. Het bestuur van de Martin Luther King-school – veelzeggend zonder ds. in de naam! – zette de onderwijzeres op non-actief en nadat zij weigerde haar excuses aan te bieden spanden ze een proces tegen haar aan. Fictie op celluloid, maar een gebeuren dat ondertussen realiteit is. Voorstanders van het traditionele huwelijk en activisten die zich uitspreken tegen gender mainstreaming krijgen steeds vaker te maken met haatmail, fysieke bedreigingen, sociale media-ban en juridische procedures. Een paar jaar geleden gingen in Duitsland auto’s van voorvechtsters van het traditionele huwelijk en gezin in vlammen op. De katholieke blogger Joseph Bordat ontving doodsbedreigingen omdat hij op zijn website melding maakte van de aanslagen. Vorige maand kreeg Austin Ruse, directeur van het Center for Family and Human Rights (C-Fam), de FBI op bezoek, omdat hij een grap had getwitterd over het verzoek van een LHBT-organisatie om meer regenboogsymbolen in de etalages van winkels en bedrijven. Volgens Gabriele Kuby, auteur van de klassieker De seksuele revolutie. Vernietiging van de vrijheid uit naam van de vrijheid (Uitgeverij De Blauwe Tijger), “beweegt de strijd voor het leven en het gezin zich naar een nieuwe fase, nu aanvallen van verbaal naar fysiek veranderen.”

Verbaal en fysiek geweld tegen voorstanders van het traditionele huwelijk en gezin komt ook in Nederland steeds vaker voor. Toen in 2010 bekend werd dat pastoor Luc Buyens uit Reusel geen communie verleende aan een homo, schonden alle liberale partijen voor het gemak het door hen gekoesterde principe van scheiding kerk en staat, en riepen op tot lijfelijk protest. Het was nota bene de SGP die hierover in de Tweede Kamer vragen stelde. Vorige maand werd bekend dat Hugo Bos moest onderduiken vanwege bedreigingen. Bos, directeur van Civitas Christiana, die onder meer opkomt voor het gezin en tegen de seksualisering van de samenleving, kwam in het nieuws door zijn protest tegen SuitSupply, het bedrijf dat posters van twee zoenende mannen als reclame laat zien.

Gabriele Kuby ~ De seksuele revolutie. Vernietiging van de vrijheid uit naam van de vrijheid

‘Homohaat’ is het label dat iedereen die kritische vragen durft te stellen bij genderisme en seksualisering krijgt opgeplakt en waarmee iedere discussie onmogelijk wordt gemaakt. Ook Bos is als ‘hater’ weggezet. Kuby, die zelf ook veel haatmail ontvangt, zegt over dit label: “Homohaat is een begrip dat de homolobby heeft uitgevonden om kritiek op de cultuur-revolutionaire strategieën die de homolobby heeft uitgedacht in kwade reuk te brengen en te criminaliseren.” Meest recente voorbeeld hiervan is het een-tweetje tussen de Amsterdamse stadszender AT5 en GroenLinks. Op het hoogfeest van de LHBT-gemeenschap in Nederland, de Canal Pride, lijkt het erop dat een lesbische vluchteling uit Oeganda uit het klooster van de Missionaries for Charity in Amsterdam is gezet. Uiteraard heeft GroenLinks direct raadsvragen gesteld en organiseerde de partij een ‘kiss-in’ bij het klooster. Het spreekt voor zich dat dagblad Trouw dit nieuws groot bracht, zonder kritische vragen te stellen bij de hele gang van zaken en alleen de verontwaardigde activisten aan het woord liet. De media speelt hierin al lang een eenzijdige en daarmee bedenkelijke rol. Zij fungeren als megafoon voor emancipatiebewegingen zoals die voor LHBT-ers.

[pullquote]“Ideologie is de quasi-metafysische ‘lijm’ die een totalitair systeem bij elkaar houdt.”[/pullquote]

De Ierse schrijver John Waters, die het voorbeeld van Austin Ruse in een artikel op de website van het Amerikaanse tijdschrift First Things aanhaalt, ziet in het regenboogsymbool een dwangmiddel: het is het symbool van een ideologie die opereert binnen de cultuur. “Ideologie is de quasi-metafysische ‘lijm’ die een totalitair systeem bij elkaar houdt,” citeert Waters de Tsjechische schrijver Vaclav Havel. Waters: “Het doel van de ideologie is het dehumaniseren, het overtuigen van mensen om hun menselijke identiteit in te ruilen voor een bedrijfsidentiteit. Ideologie verschaft het systeem de ‘handschoenen’ waarmee het haar doelen zonder schijnbare dwang kan verwezenlijken. Het maakt het mogelijk dat de mens in harmonie met het systeem wordt gebracht, maar deze onderwerping gaat schuil achter hoge idealen.” George Orwell had deze ideologie scherp door: “Sommige mensen zijn meer gelijk dan anderen”. Omdat sommige groepen menen meer rechten te kunnen opeisen én te krijgen boven de aanspraken van anderen, aldus Waters. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de discussie binnen de LHBT-beweging momenteel gaat over het ‘terugwinnen’ van het regenboogsymbool.

Als er een groep is die het gelijk van deze constatering bevestigt, is het de genderbeweging. Juli en augustus zijn het mondiale seizoen van de gay parades. Het regenboogsymbool wappert op veel (overheids)gebouwen, is in veel winkels prominent zichtbaar en kleurt bedrijfslogo’s. Het symbool staat voor de ideologie die binnen het westerse liberale systeem leidend is geworden. Het is die “quasi-metafysische lijm die mensen zonder schijnbare dwang onderwerpt”. De genderbeweging is fanatiek, intolerant en totalitair. Of het nu gaat om het homohuwelijk, transgender-toiletten of genderonderwijs, de activisten dulden geen tegenspraak en snoeren andersdenkenden de mond. Vrijheid van meningsuiting en geweten bestaan voor hen niet. “Het gaat erover hoe we de liefde ‘vrij’ kunnen maken: vrij van kleinburgerlijke opvattingen, het knellende instituut van het huwelijk, de overerfde moraal van het christendom,’ schreef Colin van Heezik afgelopen mei in de Volkskrant. “Wat vijf nog tien jaar geleden nog vrij zeldzaam was, is het nu niet meer. Open relaties (dus relaties zonder seksuele exclusiviteit) en polyamorie (het onderhouden van meerdere intieme, toegewijde liefdesrelaties tegelijk) worden steeds minder uitzonderlijk.” De revolutie dendert verder.

“De morele normen die seksualiteit zo begrenzen dat ze het leven en niet de dood dient, deze grenzen worden tegenwoordig als ‘discriminatie’ gebrandmerkt en met de dwang van de wet vernietigd. Dat gebeurt onder de vlag van ‘vrijheid’. Maar deze opvatting van vrijheid heeft niets met waarheid en verantwoordelijkheid te doen en is het bewijs van een hellend vlak in een nieuw totalitarisme,” schrijft Kuby. Diverse kritische wetenschappers zijn hun baan al kwijt en actiegroepen hebben onder druk van een totale ban kritische berichten en video’s van sociale media-kanalen moeten verwijderen. Kuby: “We bevinden ons in  een culturele oorlog waarin het om de toekomst van het gezin gaat, om de vrijheid, de menselijkheid, het christendom, de culturele identiteit en het fysieke voortbestaan van de natie.”

Posted on

Joelen en klappen voor Angela Davis

“Tweeduizend jongeren joelen en klappen als Angela Davis opkomt”, schreef dagblad Trouw over het bezoek van Davis aan de Sorbonne in Parijs, op 3 mei jl. Het was die dag exact 50 jaar geleden dat de studentenopstand in Parijs begon. Met de actievoerende jongeren anno 2018 joelde de Trouw-verslaggeefster mee. Het portret dat de krant op 8 mei publiceerde is een hagiografie van een zwarte activiste die ooit – en waarschijnlijk nog steeds – de Verenigde Staten graag als ‘Amerikkka’ typeerde (de kkk behoeft hier verder geen uitleg).

Trouw omschrijft de Black Panther-beweging als “een organisatie die streed voor de rechten van zwarte mensen”. Dat lijkt een club met een nobel doel, zoiets als Martin Luther King Jr., maar niets is minder waar. De Black Panther Party was een terroristische organisatie die er niet voor terugschrok politieagenten neer te schieten, maar ook, naar goed radicaal links gebruik, mensen uit de eigen beweging die men ‘verdacht’ vond. Laat Angela Davis nu begin jaren zeventig nauw betrokken zijn geweest bij de Black Panthers. Voor schrijver David Horowitz, ooit een links icoon en medestrijder van Angela Davis en de Black Panthers, was de moord op een vriendin van hem door Panther-activisten het begin van zijn werdegang. Hij bekeerde zich van het marxisme – en alle bevrijdingstheorieën die daarmee verwant zijn – stemde in 1984 op Reagan en verkeert nu in neoconservatieve kringen.

Davis ging onverschrokken voort in de marxistisch geïnspireerde zwarte beweging. Terwijl de meeste communistische sympathisanten na de inval van het Sovjetleger in Praag in 1968 twijfels kregen over het ‘reëel bestaande socialisme’, sloot Davis zich in dat jaar juist aan bij de Communistische Partij van de Verenigde Staten. Geen onverwachte keuze, want van jongs af aan verkeerde zij al tussen een aantal bekende communisten, zoals Herbert Aptheker (de partij-ideoloog) en Herbert Marcuse. In 1970 kwam ze op de opsporingslijst van de FBI nadat ze betrokken was bij de gijzeling in een rechtbank. Doel van de gijzeling was de vrijlating van Black Panther George Jackson, die gevangen zat in de Soledad-gevangenis. Zijn boek over zijn gevangenistijd, Soledad Brother, werd een internationale bestseller. De Nederlandse vertaling (1971) in de ‘Kritiese Bibliotheek’ van uitgevers De Bezige Bij en Van Gennep stond op vele boekenplankjes in studentenkamers. Tijdens de gijzeling werd rechter Harold Haley door zijn hoofd geschoten met een geweer dat op naam stond van Angela Davis. Het activistische verhaal – dat ook terug te vinden is op Wikipedia en bijvoorbeeld in het Historisch Nieuwsblad – pleit Davis vrij van de moord. Maar tijdens het proces in 1972 waarin ze terecht stond, trad Davis op als haar eigen advocaat. Dit betekende dat ze niet aan een kruisverhoor onderworpen kon worden en zelf een aantal getuigen kon oproepen die haar alibi – een partijtje Scrabble op kilometers afstand van de gijzeling – bevestigden. Al die getuigen waren trouwe communisten. Getuigen a charge werden door Davis en haar medestanders weggehoond: ze waren blank, dus konden geen betrouwbaar getuigenis geven. Davis werd vrijgesproken, waarna ze de lieveling van radicaal links wereldwijd werd. Overal werd ze als een ‘martelaar voor de goede zaak’ onthaald. Tegenwoordig is ze overigens actief in de beweging ‘The Prison-Industrial Complex’, die alle gevangenen met een minderheidsachtergrond wil vrijlaten, omdat “ze politieke gevangenen zijn van de racistische Verenigde Staten”.

In 1979 ontving ze in de DDR de ‘Internationale Lenin Prijs voor de Vrede’ (voorheen de Stalin Prijs voor de Vrede). Ze was kandidaat vice-president voor de Communistische Partij tijdens de verkiezingen in 1980 en 1984. Ze steunde de inval in Tsjechoslowakije in 1968 en in Afghanistan in 1979. Pas in 1991 werd ze uit de partij gezet nadat ze afstand had genomen van de coup tegen Gorbatsjov.

Niet dat ze haar marxistische idealen aan de wilgen heeft gehangen. Na het uiteenvallen van de Sovjetunie in 1992 vormde Davis met communistische medestanders de ‘Committees of Correspondence’. Typerende naam voor een klassieke communistische mantelorganisatie, want de comités hebben als doel “het bevorderen van democratie en socialisme” oor middel van acties, seminars op universiteiten, stakingen, burgerlijke ongehoorzaamheid, etc. In 2008 steunde het comité de campagne van Barack Obama.

Davis is hoogleraar ‘History of Consiousness’ aan de Universiteit van Californië. De naam geeft treffend het cultureel marxistisch curriculum aan dat de studenten kunnen volgen. Een greep: African and African American Studies, ethnic studies, queer theory, feminism, disability studies, histories and theories of race and racialization, animality studies, post-colonial studies, Marxism, psychoanalysis, globalization, history of movements of the left and right, environmentalism, popular culture, cultural studies. Davis’ coming-out als lesbiënne past in dit cultureel marxistische gedachtengoed. Voor haar was het “een politiek statement”, zei ze zelf. Wel gemakkelijk gezegd voor iemand die zich uitspreekt voor een “radicale omverwerping van de kapitalistische klasse”, met een salaris van zes cijfers en een honorarium voor spreekbeurten dat ligt tussen de tien en twintigduizend dollar.

Van 12 tot en met 17 mei is Angela Davis in Nederland voor een aantal spreekbeurten. Ze is een week lang te gast in het programma ‘Moving Together: Activism, Art, and Education – A Week with Angela Davis’, waarin “het werk van Angela Davis centraal staat en dat een divers programma voor een breed publiek biedt”, aldus de organisatoren (waarin bekende namen als Amal Alhaag, Quinsy Gario, en Bojana Mladenović). Davis neemt deel aan het programma-onderdeel ‘Public Dialogue: Radical Solidarity and Intergenerational Coalitions’, en verzorgt de belangrijkste speech, waarin ze ongetwijfeld zal ingaan op identiteitspolitiek, feminisme, intersectionaliteit en andere postmoderne en verhuld marxistische nachtmerries.

Opmerkelijk is dat de week vol politiek activisme een initiatief is van SNDO, School voor Nieuwe Dansontwikkeling. Waarschijnlijk gaan de deelnemers veel joelen en klappen.

Posted on

Eric van de Beek bij Café Weltschmerz over Nepnieuwsexplosie

Onze medewerker Eric van de Beek was onlangs opnieuw te gast bij Café Weltschmerz, waar hij door Teun Gautier geïnterviewd werd naar aanleiding van het recent verschenen boek Nepnieuwsexplosie, waarover Van de Beek samen met communicatiewetenschapper Tabe Bergman de redactie voerde.

Nepnieuwsexplosie is een bundel artikelen over desinformatie in de Nederlandse media. In dit boek buigt een groep kritische journalisten en academici zich over de prangende vraag wat nepnieuws is en waar het vandaan komt. Aan de hand van onder meer de oorlog in Syrië, de ramp met vlucht MH17 en de doodgezwegen Amerikaanse invloed op de Nederlandse pers, tonen de auteurs dat het zogenaamde kwaliteitsnieuws keer op keer een vervormd beeld van de werkelijkheid geeft. Journalisten dienen, vaak zonder dat zij er zelf erg in hebben, de belangen van de politieke en economische elites – niet die van de gewone burger.

De bundel bevat bijdragen van onder andere Willy Van Damme, Stan van Houcke, Arnold Karskens en Cees Hamelink. Het boek is verschenen bij Uitgeverij De Blauwe Tijger:

Nepnieuwsexplosie ~ Tabe Bergman & Eric van de Beek (red.)

 

Posted on

De morele ongenaakbaarheid van ontwikkelingswerkers

Plan International biedt verontschuldigingen aan voor misbruik van kinderen door medewerkers. De Nederlandse afdeling schrijft op haar website dat “de bescherming van kinderen en jongeren boven alles staat. Het is daarom niet te bevatten en schokkend dat er personen in de organisatie zijn die dit principe schenden”.

Plan is, na Artsen zonder Grenzen, het Internationale Rode Kruis, Save the Children en Oxfam de zoveelste hulporganisatie die misbruik van kinderen en jongeren door hulpverleners moet bekennen. Schokkend nieuws, waarvan je zou verwachten dat de media bol zou staan van hijgerigheid. Maar in de slagschaduw van het #MeToo gebeuren waren er voor het journaille gelukkig Olympische Winterspelen, een politiek debat over het referendum en iets met een filmpje van Patricia Paay.

Bovendien, volgens Trouw-columnist Stevo Akkerman is het wel te begrijpen, die seksfeesten van Oxfam. En valt het dus allemaal wel mee. Want, zo citeert hij journalist Koert Lindijer (veteraan van de Afrika-correspondenten, die ‘zo kwetsbaar’ schrijft): aan de frontlinie is het vechten of neuken. Het patroon volgens Akkerman is dan ook: “Het doet zich overal voor waar macht onmacht treft en rijkdom het pad kruist van armoede: er ontstaat afhankelijkheid. En handel. Die kan uit van alles bestaan, ook seks, maar vruchtbare business is het zelden.” Het is dus eigenlijk de schuld van ongelijke verdeling en machtsverhoudingen, aldus de crypto-marxistische analyse van de columnist. De goedwillende hulpverleners, die juist strijden tegen die ongelijkheid, treft geen blaam.

De eerste reactie van Dolf Jansen, ambassadeur van Oxfam Novib, bij DWDD was “Als het waar is, dan…”, om vervolgens snel over te gaan op het formuleren van een antwoord op zijn eigen vraag “Wat is je volgende stap als hulporganisatie?” Bagatelliseren kun je leren!

Een nog verbijsterender conclusie trekt oud-hulpverlener Willem van der Put. Volgens hem is de aanwezigheid van buitenlanders fnuikend voor de ontwikkeling van arme landen. Je ontneemt hen de eigen verantwoordelijkheid. Goed punt! Opmerkelijk genoeg horen we dit argument uit deze hoek nooit als het gaat om de situatie in Nederland, maar dit terzijde. Vervolgens houdt Willem echter een pleidooi voor meer geld naar ontwikkelingslanden. We halen de hulpverleners weg vanwege afhankelijkheid en verruilen die voor afhankelijkheid van westers geld. Heel logisch. Terwijl medestrijder Akkerman juist constateert dat het allemaal onderdeel is van handel.

Columnist en dominee Rikko Voorberg haalt er ‘je kruis opnemen’ bij: “de waardes dragen waaraan je zelf opgehangen kunt worden”. Want Oxfam is een moreel hoogstaande organisatie die “onwaarschijnlijk goed werk doet en absoluut gesteund moet worden”. Zit hier niet de crux? De moraliteit die de Akkermannen, Jansens en Voorbergen zichzelf toeëigenen en die hen blind maakt voor de negatieve en verwoestende kanten van hulpverleningsorganisaties en hun doelstellingen. Want wat is de moraal van ngo’s, met grote kantoren, hoge salarissen, four-wheel drives, stromend water en ‘room for a pony’? Die toegeëigende moraal staat een discussie over de doeltreffendheid en noodzaak van buitenlandse hulp in de weg. En dan is het makkelijk moralistisch sneren naar bijvoorbeeld een politicus als Jacob Rees-Mogg (toch al verdacht als Brexiteer), die toevallig een dag na de onthulling van het Oxfam-seksschandaal een petitie “Stop de buitenlandse hulpgekte’ op 10 Downing Street aanbood.

De ingehuurde Haïtiaanse prostituees (nee Stevo, ze kwamen zichzelf niet aanbieden) zijn een smet op de hulporganisaties. Maar hun getuigen à decharge hijsen hen al snel weer op het smetteloze blazoen en gaan over tot de orde van de dag. Je opwinden over vermeend racisme of Assad doodwensen bijvoorbeeld.

Posted on

“Demonisering Poetin is zeer gevaarlijk”

Marie-Thérèse ter Haar is de grande dame van de Nederlands-Russische betrekkingen. Sinds begin jaren tachtig, toen Rusland nog onderdeel uitmaakte van de Sovjet-Unie, zet ze zich in voor een beter wederzijds begrip tussen de landen. Als tolk-vertaalster en koppelaarster begeleidt zij multinationals als Shell, ABN Amro, Rabobank, Philips, Campina en Grolsch op de Russische markt. In Moskou, waar zij een deel van het jaar woont, en ook in Sint-Petersburg, maakt zij studenten aan de universiteit wegwijs in de Nederlandse taal en cultuur. In haar vrije tijd speelt zij viool in het Moskou Symfonieorkest en zet ze zich in voor de Rotary Club Moskou.

Vanuit haar tweede woonplaats Arnhem, reist Ter Haar het land door voor het verzorgen van lezingen over Rusland-gerelateerde onderwerpen, maar ook voor het geven van solovoorstellingen over de levens van de tsarina’s Catharina de Grote en Alexandra Romanov. Verder verzorgt zij culturele groepsreizen; zowel naar Rusland als naar andere voormalige sovjet-republieken.

Plaats van gesprek is Ter Haars Rusland & Oost-Europa Academie, gevestigd in een statig pand langs de Arnhemse Rijnoever. Ze is net terug van een lezing in Tilburg, voor een ondernemersvereniging, en moet duidelijk nog even stoom afblazen over de reacties die ze daar voor haar kiezen kreeg: de gebruikelijke aantijgingen over agressieve Russen die elk moment Europa kunnen binnenvallen en een dictatoriale Poetin die iedereen uit de weg ruimt die hem voor de voeten loopt.

Ter Haar: “Toen na afloop de wijn ging werken waren er tien macho-meneertjes, die allemaal hun zegje deden, waarbij de een het nog beter wist dan de ander, en ik terloops naar het hoofd geslingerd kreeg dat ik geïndoctrineerd was, het allemaal niet meer helder zag, en men zich hardop afvroeg of ik misschien door de Russische regering betaald werd. Van alle aanwezigen die het zo goed dachten te weten, was er maar één met Rusland-ervaring. Hij was één keer in het land geweest. Als toerist.”

Ter Haar benadrukt dat er veel niet in orde is in Rusland, en dat ze niks wil goedpraten wat fout is. Ze vindt alleen dat er weinig klopt van het algemene beeld dat wij in het Westen van Rusland hebben, en dat de politiek en media hiervoor verantwoordelijk zijn. “Onze berichtgeving toont weinig oog voor de achtergronden van het land”, zegt ze. “Laten we, voordat we oordelen, eerst eens onze westerse bril afzetten, en proberen in de schoenen te gaan staan van de Russen. Wij in het Westen vinden Poetin maar niks. Maar de grote meerderheid van de Russen loopt met hem weg. Die kunnen toch niet allemaal gek zijn?”

Een gesprek over: de Russische presidentsverkiezingen van 18 maart, de toenemende dreiging van een oorlog met het land, en de anti-Poetin-retoriek in de Nederlandse pers en politiek.

Jij schrijft in jouw boek De Ontgoocheling – Rusland en het Westen dat de Nederlandse pers niet veel verschilt van de Russische?

Ook in Nederland worden er feiten verdraaid en belangrijke zaken weggelaten. Er is sprake van stemmingmakerij, de nuance ontbreekt. Zelden wordt een spreker aan het woord gelaten die de zaak van een andere kant belicht.

Het zijn vooral de hardliners die een podium krijgen in de media. Van kopstukken uit de VVD, PvdA en D66 tot en met NAVO-secretarissen; en van virulente Ruslandhaters tot en met betweterige parlementsleden die nog nooit in Rusland zijn geweest. Allen appelleren ze aan het Koude-Oorlog-spookbeeld van ‘De Russen komen’.

Er zijn veel westerlingen met verstand van Rusland, die begrip hebben voor de Russische positie of die kritisch zijn ten opzichte van de westerse politiek. Zij komen bij ons nauwelijks aan het woord in de media. Alleen op het internet en bij de Russische zenders Rossia 1 en RT krijgen ze de ruimte.

Wij, met onze vrije pers, gaan ervan uit dat onze nieuwsvoorziening niet gemanipuleerd wordt en onbevooroordeeld is. En daarin schuilt wel het grootste gevaar. Wij zijn zelf het slachtoffer van de grootste zelfcensuur in de westerse media sinds de Tweede Wereldoorlog.

Jij citeert in jouw boek met instemming Henry Kissinger die zich kritisch uitlaat over de ‘demonisering’ van Poetin. Zelf noem je die demonisering ‘een zeer gevaarlijke zaak’. Waarom? 

Op Kerstavond stond ik op het vliegveld in Moskou, met een reisgezelschap dat ik leidde. Het was de bedoeling dat we Kerst zouden vieren in Rusland. Ik werd er uit de rij gehaald door een douanier. Hij zei: “Uw papieren zijn niet in orde. U moet terug naar Nederland.” Ik zei: “Beste meneer, ik ben verantwoordelijk voor al die mensen die u net heeft doorgelaten. Zij staan al aan de overkant. Ik heb nooit problemen. Ik woon al dertig jaar in Rusland. Wat kan hier aan de hand zijn?” Het leek mij een eerlijke man. Geen Brezjnev-type. Dus ik dacht dat er een kans was dat ik hem nog om kon praten. Maar toen mij eenmaal duidelijk werd dat ik toch op het vliegtuig terug gezet zou worden, smeekte ik hem: “Ik ben uw land goedgezind. Hier, ik bied u 200, 300 euro om mij er door te laten.” Dat was totaal verkeerd geschoten van mij. Hij veranderde van een aardige in een boze man, die mij bulderend duidelijk maakte hoezeer het hem dwars zat dat wij vanuit het Westen de Russen steeds maar weer de les lezen en schofferen. Hij zei: “U in het Westen beschuldigt ons er van een corrupt land te zijn. En wat doet u? U probeert mij om te kopen.”
Zoals deze meneer zijn er tegenwoordig velen in Rusland. Ze pikken het niet langer, ons opgeheven vingertje, de sancties tegen hun land, onze militaire dreigementen, onze betweterigheid, onze bemoeizucht. Je ziet daaraan: De schade die wij hebben aangericht in Rusland is enorm. Rusland was eerst nog op de hand van het Westen. Ze namen een voorbeeld aan ons. Maar sinds een jaar of twee is dat helemaal aan het omdraaien. Het nationalisme neemt toe. De Russen keren zich steeds meer van ons af, en zoeken steeds meer toenadering tot China en andere niet-Westerse landen. Ze zien: In het Oosten daar gebeurt het. Daar liggen de economische kansen.

Is jou inmiddels duidelijk geworden waarom je er werd uitgepikt bij de douane?

Van de Russische ambassade in Den Haag hoorde ik achteraf dat ik niet de enige was die die dag was teruggestuurd naar Nederland. Er zat ook iemand bij van Philips en drie journalisten, waarvan twee waarschijnlijk van de Volkskrant. En waarschijnlijk had het er mee te maken dat het ‘code rood’ was voor de Russen. Op Kerstavond was bekend geworden dat de VS weer nieuwe wapens zouden leveren aan Oekraïne. 

Het is spijtig dat de verhoudingen zo verstoord zijn. Maar hoezo vind je dat ‘zeer gevaarlijk’? 

Door de demonisering van Rusland begint er een draagvlak te ontstaan voor het voeren van een oorlog. Aan beide zijden.

In de Baltische staten houdt de NAVO schietoefeningen langs de Russische grens. Er vliegen Russische bommenwerpers langs de Noorzeekust. Er hoeft maar een ongelukje te gebeuren, in Oekraïne of in Estland, iemand van de NAVO of van het Russische leger die zijn geduld verliest, of een inschattingsfout maakt, en we hebben de poppen aan het dansen.

In juli 2016 heeft Gorbatsjov nog alarmerende woorden gesproken op de Russische televisie. Hij heeft gezegd de indruk te hebben dat de NAVO voorbereidingen treft voor een aanval op Rusland.

De Amerikaanse minister van Defensie James Mattis heeft afgelopen maand gezegd Rusland en China als een grotere bedreiging te beschouwen dan terroristische groeperingen als IS en Al Qaida.

Je kunt je afvragen hoe het mogelijk is dat de Amerikanen Donald Trump tot president hebben verkozen. Maar met Hilllary Clinton was het niet beter geweest. Als minister van Buitenlandse Zaken heeft ze er alles aan gedaan om de relatie met Rusland te verstoren, niet in de laatste plaats in Oekraïne.

In het begin van de jaren ’80 werd er in Nederland nog massaal gedemonstreerd tegen de plaatsing van Amerikaanse kruisraketten. Het nummer De Bom van Doe Maar was een grote hit. Nu lijkt niemand in Nederland zich nog bewust van het gevaar van een kernoorlog. Hoe zit dat met de Russen? Zien die de ernst in van de situatie?

Ook in Rusland is het gevaar van een kernoorlog geen onderwerp van gesprek. Mensen willen er waarschijnlijk liever niet aan denken dat het met één knal afgelopen kan zijn. Het gaat het menselijk voorstellingsvermogen te boven.

Donald Trump heeft in zijn eerste persconferentie nog gewaarschuwd voor een ‘nuclear holocaust’, en de pers ervan beschuldigd het hem onmogelijk te maken de relatie met Rusland te verbeteren. Hoe verklaar jij de anti-Russische houding van de westerse media?

China en Rusland zijn opkomende machten, en de VS willen die de kop indrukken omdat ze streven naar alleenheerschappij. Zie de Wolfowitz-doctrine die ik in mijn boek noem, en Project For A New American Century. Natuurlijk speelt ook de lobby van de Amerikaanse wapenindustrie een grote rol. Die heeft er belang bij dat de spanningen tussen Oost en West in stand worden gehouden.

Wij in Nederland worden meegezogen in dat Amerikaanse verhaal van gecreëerde vijanden. We kunnen kennelijk niet onze eigen koers bepalen.

Jeltsin en later ook Poetin hebben te kennen gegeven open te staan voor een lidmaatschap van de NAVO. De toenmalige secretaris-generaal van de NAVO was voor, net als Duitsland en Frankrijk. Maar de Amerikanen waren tegen. Zij hebben de controlerende stem binnen de NAVO.

Zijn er nog andere partijen die belang hebben bij het opvoeren van de spanningen met Rusland en het afvoeren van Poetin van het politieke toneel? 

Tijdens de chaos van de jaren negentig had een club oligarchen zich het hele land toegeëigend. Toen Poetin de macht wilde terugbrengen bij de staat, en begon met het innen van achterstallige belastingbetalingen, is een aantal van die oligarchen naar het Westen gevlucht. In hun kielzog volgden personen als Masha Gessen, Bill Browder en Gary Kasparov. Die verdienen hun brood met het demoniseren van Poetin. Ze worden overal uitgenodigd, en komen overal, tot in de Balie en de Rode Hoed aan toe.

De Russen zien deze mensen als de Vijfde Kolonne. Ze zijn er heel erg allergisch voor. 

Je zegt in je boek een verschil te zien tussen de Nederlandse en de  Duitse pers.

Die vormen een positieve uitzondering. Veel vooraanstaande Duitsers pleiten in de media en in de politiek voor betere betrekkingen met Rusland en benadrukken dat de westerse waarden en vrijheid niet worden bedreigd door Rusland. De Duitsers kijken breder en minder door een NAVO-bril. Het lijkt alsof zij meer de ernst zien van een dreigende oorlog op ons continent. Zij begrijpen beter dat Rusland zich omsingeld voelt door NAVO-troepen en ze vragen zich af of de EU niet te ver is gegaan door Oekraïne binnen de Europese invloedssfeer te halen zonder Rusland hierin te kennen.

Je houdt in je boek een pleidooi voor een meer genuanceerde berichtgeving. Ben je hierover al eens in gesprek geweest met Nederlandse correspondenten en Rusland-deskundigen?

Om gericht met mensen hierover in gesprek te gaan ontbreekt mij helaas de tijd. Maar ik kom ze wel eens tegen, Hubert Smeets, Michel Krielaars en Peter d’Hamecourt. En ik heb wel eens aan ze gevraagd: “Waarom laten jullie maar steeds één kant van het verhaal horen?” Onder vier ogen is het goed praten met ze, vooral als ze een borrel op hebben. Dan erkennen ze soms zelf dat het niet deugt bij de media waarvoor ze werken. Maar op de televisie of in de krant vertellen ze weer het bekende verhaal over Rusland waar niks goed is of het deugt niet.

Wat vind je van de met belastinggeld betaalde website Raam op Rusland van Hubert Smeets en Laura Starink? Sommigen, waaronder Stan van Houcke, noemen dat een ‘anti-Ruslandwebsite’.  

Ik vind het niet te pruimen. Ik begrijp niet wat er met die mensen is gebeurd. Waarom schrijven ze alleen nog wat de Nederlandse politiek en media willen horen? Ik kon het vroeger zo goed met ze vinden. Ik kijk wel eens naar mijzelf in de spiegel; niet om mijn haar te kammen, maar met de vraag: “Ben ik misschien degene die de nuance uit het oog is verloren, in plaats van zij?” Maar ik denk dan: “Vroeger keek ik tegen ze op, omdat ze ouder waren dan ik en meer ervaren, en misschien zie ik nu pas hoe ze werkelijk zijn.”

Hubert Smeets en Laura Starink zijn nu geen correspondent meer bij het NRC. Maar hun opvolger Steven Derix is geen haar beter. In zijn artikelen ontbreekt elke nuance. Hij geeft zijn lezers de indruk dat Rusland een verschrikkelijk land is om in te leven, en dat alles de schuld is van Poetin.

Je lijkt een medestander te hebben in hoofdredactrice Eva Hartog van The Moscow Times. Zij vindt het beeld dat Nederlanders van Rusland hebben ‘zorgwekkend’ en noemt met name de lezers van NRC en de Volkskrant.

Dat ziet ze inderdaad goed. Maar in haar analyse van de Russische media zie ik dat zij echt een leerling is van Derk Sauer, de eigenaar van die krant. Ik ken hem nog van een cursus Ruslandkunde die wij gevolgd hebben, in 1993 of 1994. Ik heb respect voor hoe hij in de jaren negentig in Rusland een media-imperium heeft opgebouwd. Hij had dé persoon kunnen zijn die in Nederland het echte Rusland kon laten zien. Maar helaas. Wat ben ik teleurgesteld in hem. Het enige wat hem nog lijkt te interesseren is de vraag: “Hoe kom ik zo vaak mogelijk bij Jinek en De Wereld Draait Door?”

In navolging van Eva Hartog liet ook Pieter Waterdrinker onlangs weten dat er iets mankeert aan de berichtgeving over Rusland. Hij heeft zelfs Poetin in verdediging genomen tegen zijn westerse critici, en maakt geen gebruik meer van kwaadsprekende anonieme bronnen.

Pieter Waterdrinker heeft lange tijd in dubio gestaan. Vertel ik wat de politiek en media willen horen? Of vertel ik een genuanceerd verhaal? Tijdens borrels heb ik hem heel vaak kritisch gehoord over de Nederlandse Ruslandverslaggeving. Maar in zijn publieke optredens praatte hij weer heel anders. Ik ben blij dat dat nu anders is. Ik heb er ook respect voor, dat hij het uiteindelijk heeft aangedurfd kleur te bekennen.

Correspondent Joost Bosman van het Financieele Dagblad stelt dat het niet zo gek is dat Rusland vaker in het nieuws komt over mensenrechtenschendingen dan bijvoorbeeld een land als Duitsland. Hij zegt: “Als Amnesty International een rapport uitbrengt over mensenrechtenschendingen in Rusland, dan kun je daar als journalist moeilijk omheen.”  

Ik snap zijn reactie. Natuurlijk moet hij daarover schrijven, en ik prijs Joost Bosman voor zijn eerlijke verslaggeving. Maar ik vind het onterecht de huidige regering daar zo hard op af te rekenen. Het land komt van achthonderd jaar achterstand. Je kunt dan toch niet in tien jaar tijd alles goedmaken wat er fout is? Je mag dan ook wel kijken wat er in de afgelopen pakweg tien jaar is verbeterd. Zoals de hervorming van het gevangeniswezen, onder Dmitri Medvedev, toen die president was.
In tegenstelling tot Joost Bosman begin ik steeds meer waardering te krijgen voor Vladimir Poetin, omdat ik steeds meer ben gaan inzien wat het betekent om een land als Rusland te besturen. Russen, maar ook veel Oost-Europeanen, beschouwen het als een vanzelfsprekendheid dat de staat voor je zorgt. Ze nemen zelf weinig initiatief, stellen zich erg afhankelijk op. Dat is iets wat wij in Nederland maar niet kunnen bevatten. Steeds als de Russische overheid maatregelen neemt, dan zien wij dat als een verdere aantasting van de vrijheid van het Russische volk. Wat we niet zien is dat die maatregelen worden genomen bij gebrek aan initiatieven vanuit de bevolking zelf.

Hoe zie jij de rol van de mensenrechtenorganisaties in de demonisering van Rusland?

Bij organisaties als Amnesty werken veel mensen van goede wil, geweldig lieve mensen. Maar ik ben mij inmiddels gaan afvragen wat de werkelijke bedoelingen zijn van sommige van die organisaties. Zoals de NGO’s van meneer George Soros. Ik heb met eigen ogen gezien hoe die in Kiev de mensen opjutten om in opstand te komen. Ik ben daardoor gaan begrijpen waarom de Russen mensenrechtenorganisaties met argwaan bekijken.

Je beschrijft in jouw boek een oud-medewerker van de AIVD die met jou op groepsreis ging naar Rusland. Hij zag dingen die er niet waren, zoals drie mannen in een zwarte auto die hem achtervolgden, en moest uiteindelijk door de Nederlandse SOS-dienst worden teruggevlogen naar Schiphol omdat hij helemaal was doorgedraaid. De paranoïde wanen van deze meneer doen mij denken aan bepaalde politici in Den Haag die overal Kremlintrollen zien.

Het is een treffende vergelijking. Die meneer Buma die zegt dat de Russen vuurtjes stoken in Nederland, en mevrouw Ollongren die vreest voor Russische beïnvloeding van de gemeenteraadsverkiezingen. Wat moet ik daar verder op zeggen? Ik kan er met mijn pet soms niet bij hoe deze mensen denken. Het is voer voor psychiaters. Minister Sergej Lavrov van Buitenlandse zaken heeft een keer grappend gezegd: “Wij Russen voelen ons gevleid dat wij de Amerikaanse presidentsverkiezingen hebben gewonnen.”

Ik probeer mij wel eens voor te stellen hoe ik zou hebben gedacht over Rusland als ik het land nooit had leren kennen. Ik denk dat het met je persoonlijkheid te maken heeft. Als iedereen in één richting praat, dan zullen de meesten denken: “Het zal wel zo zijn.” Slechts een enkeling denkt: “Klopt het wel?” Ik durf niet te zeggen dat ik tot de enkelingen had behoord. Ik kan het alleen hopen. Zo’n 95 procent van de Nederlanders die nog nooit in Rusland zijn geweest, hebben hun oordeel al klaar: “Het land deugt niet.” Het is bijna onmogelijk daar enige nuance in aan te brengen. Het is het gevolg van een jarenlange, dagelijkse stroom aan propaganda.

Op 18 maart kiezen de Russen een nieuwe president. Er zijn 14 kandidaten. Maar het wordt zo goed als zeker opnieuw Vladimir Poetin. Hoe kan dat? Jij verklaart Poetins populariteit uit de orde die hij heeft aangebracht in de chaos die zijn voorganger Jeltsin had aangericht in de jaren negentig. Toch is er de afgelopen jaren veel onvrede ontstaan over de toenemende sociale ongelijkheid, de dalende levensstandaard en diverse verkiezingen die oneerlijk zouden zijn verlopen. Hoe kan het dat geen van de kandidaten die het opneemt tegen Poetin er in slaagt daar politieke munt uit te slaan?

Dat is omdat de Russen het idee hebben dat geen van die kandidaten een plan B heeft, een geloofwaardig alternatief biedt voor de huidige koers van de regering. Bovenal zijn de Russen bang voor de zoveelste revolutie. Met het wildwest-kapitalisme van de jaren negentig nog vers in het geheugen zitten ze niet te wachten op een nieuw experiment. Ze kiezen voor safe. Voor zover ze ontevreden zijn en hopen op verbetering is die hoop niet gevestigd op andere politici maar op de huidige machthebbers.
Daar komt bij dat de meeste Russen helemaal niet geïnteresseerd zijn in politiek. Een praatcultuur zoals bij ons in Nederland, over ‘wat wil Pechthold’, ‘wat doet Rutte’ en ‘wat vinden we van Ollongren’, kennen ze daar helemaal niet. Ik zie het althans heel weinig in mijn omgeving: mensen uit de middenklasse en studenten aan de universiteit.

Al die demonstraties in Rusland lijken een ander beeld te geven. Volgens Ruslandkenner Bas van der Plas, die een aantal van die demonstraties bezocht, nemen ze al sinds enige jaren in aantal en omvang toe.

Ik herken dat niet. Op die demonstraties in Moskou en Sint-Petersburg wordt altijd flink ingezoomd, zodat het lijkt alsof ze heel groot zijn. Maar in werkelijkheid lopen er dan maar iets van 8000 mensen door de straten. Zet dat tegenover het inwonertal van Moskou: ruim 12 miljoen.

Je schrijft in jouw boek dat er in 2012 zoveel protestmarsen waren in Moskou dat het verkeer ernstig belemmerd werd, en je regelmatig te laat kwam op jouw afspraken.

Het leek toen inderdaad een doorgeslagen protestmaatschappij. Op de ene hoek stonden jonge anarchistische neo-bolsjewieken te protesteren en op een andere hoek aanhangers van Poetins partij Verenigd Rusland. Een paar stoplichten verder gingen veertig bejaarden met vlaggen van hamer en sikkel de straat over, om vervolgens bij de Doema op een protestmars van een anti-WTO beweging te stuiten. Het verkeer werd daardoor ernstig belemmerd.

Sinds een paar jaar moet je daarom een vergunning aanvragen voor demonstraties. Ik snap niet waarom wij daar in het Westen over vallen. Dat is bij ons toch ook normaal? Bij ons moet je toch ook een vergunning aanvragen om in protest de straat op te gaan? Soms krijg je zo’n vergunning niet, en als je dan toch gaat demonstreren, maakt de politie er een einde aan.

Poetin is, in tegenstelling tot zijn tegenkandidaten, iedere dag op televisie te zien. Dat zorgt er voor dat zijn populariteit groot blijft.

Die tegenkandidaten mogen van mij vaker op televisie, maar ik denk niet dat ze daarmee hun kansen vergroten. Ook bij de meeste Russen die buiten Rusland wonen is Poetin heel populair.

We horen in het Westen veel over Aleksej Navalny, die niet mee mag doen aan de verkiezingen en al een paar keer in de gevangenis is beland.

Drie jaar geleden zag ik nog wat in hem. Ik dacht: “Die doet tenminste wat. Hij heeft een leuke uitstraling. Hij vertegenwoordigt een nieuwe generatie Russen.”

Maar inmiddels is hij op de populistische toer gegaan, en roept nu dingen als: “Als ik president van Rusland wordt, dan gaan alle tsjorni, alle zwarten eruit.” (Tsjetsjenen en mensen uit de Aziatische voormalige sovjet-republieken, EvdB) Vergelijk dat met het beleid van de Russische overheid van de afgelopen tien jaar. Om het fundamentalisme onder moslims tegen te gaan is er flink geïnvesteerd in onderwijs, en ook in de ‘onderbuik van Rusland’, in de economieën daar, van de deelrepubliek Tsjetsjenië tot en met de buurlanden Kazachstan, Oezbekistan en Tadzjikistan.

Een andere presidentskandidaat waar we in het Westen veel over horen is tv-persoonlijkheid Ksenia Sobtsjak. Het NRC suggereert dat zij een verlengstuk is van Poetin en meedoet om de verkiezingen meer aanzien te geven en ook om stemmen bij de liberale partijen weg te kapen. Hoe zie jij haar kandidatuur? 

De reden dat de Westerse media haar afschilderen als een beschermeling van Poetin is omdat hij een student is geweest van Sobtsjaks vader, toen die professor was aan de Universiteit van Leningrad. En ook omdat Poetin in 1999 als premier een einde maakte aan het corruptieonderzoek dat tegen haar vader liep. Maar ik zie niet hoe Poetin belang heeft bij de kandidatuur van Ksenia Sobtsjak. Geen van de andere liberale kandidaten vormt een bedreiging voor Poetins herverkiezing. Ook Sobtsjak maakt geen enkele kans. De Russen zien haar als talkshowpresentatrice en glamourgirl. Iedereen die weet wat ervoor nodig is Rusland te besturen lacht om haar kandidatuur. Ze heeft geen enkele bestuurlijke ervaring. Ze heeft zelf ook al aangegeven dat ze weinig kans maakt Poetin op te volgen. De reden waarom ze dan toch meedoet? Ze staat graag in de belangstelling. En misschien ook om te kijken hoever ze komt. 

Jij zegt: ‘Wij wanen ons in het Westen superieur aan Rusland.’ Zijn er zaken waarvan jij zegt: Wij kunnen nog een voorbeeld nemen aan Rusland?

Op zaterdagavond lijkt het hier in de binnenstad van Arnhem een sport te zijn zoveel mogelijk MacDonalds-zakken en Coca Cola-flessen op straat te gooien. Als je op zondagochtend door de stad loopt is het een grote ravage. In Rusland zal je zoiets nergens zien. Mensen spreken elkaar er op aan dat het not done is je afval op straat te gooien.

Ik zie daarnaast dat het de norm is in Rusland om niet al te luidruchtig te praten in publieke ruimtes, zoals in restaurants, op vliegvelden, op scholen, in de metro, op vergaderingen. Dreinende peuters worden terecht gewezen. In de metro zie je jonge mensen opstaan voor ouderen en heren voor dames.

In Nederland leggen wij dat negatief uit. We zien het als een achteruitgang dat de Russen conservatiever en patriottischer worden, het gezinsleven voorop stellen en dat de kerk weer een grotere rol gaat spelen. Maar ik ervaar het als een verademing de mensen zo te zien knokken voor beschaving. Ze doen hard hun best om, na de ellende van het communisme en de chaos van de jaren negentig, hun land weer op de rails te krijgen.

Andere zaken waar we in Nederland een voorbeeld aan kunnen nemen?

De Russen zijn er trots op dat hun land geen noemenswaardige staatsschulden meer heeft. Dit in tegenstelling tot de megaschulden van de VS en de EU.

De Russen zijn ook erg gesteld op hun cultuur. De theaterzalen zitten avond na avond bomvol. Ze zijn trouw aan hun tradities, zoals Internationale Vrouwendag. Dan komt meneer Grolsch naar mij toe en die vraagt: “Wat moet ik daar toch mee? Dan wordt er zeker weer van mij verwacht dat ik aan de vrouwelijke medewerkers rozen uitdeel en gedichten van Tolstoi?” Dan zeg ik: “Dat is wel de manier om uw waardering te tonen aan de vrouwen hier, en als u daar in meegaat, dan geven ze u het beste wat ze te bieden hebben.” Maar dan zegt meneer Grolsch: “Ik wil helemaal niks met cultuur, ik wil dat het personeel mij helpt de omzet te versnellen.”

Daar gaat het dus mis tussen de Russen en de Nederlanders. Zij willen gewaardeerd worden om hun eigen identiteit, en wij kunnen daar maar geen begrip voor opbrengen.

Hoe is de positie van de vrouw in Rusland?

Aan de ene kant ongeëmancipeerd. Je ziet weinig mannen achter een kinderwagen lopen of een aardappeltje meeschillen. Maar aan de andere kant is de Russische vrouw veel geëmancipeerder dan de Nederlandse. In Rusland zitten er veel meer vrouwen op topfuncties. Dat is een erfenis van het communisme. De Russische vrouw is al decennialang hoogopgeleid. Ze heeft recht op een zwangerschapsverlof van een jaar en de garantie dat ze bij terugkeer op haar werk weer aan de slag kan in haar oude functie.

Wat heb jij met Catharina de Grote? Jij verbeeldt haar in jouw solovoorstellingen, en er staat een borstbeeld van haar in jouw Rusland & Oost-Europa Academie.

Er is veel dat ik in haar herken. Zij was een vrouw die leefde tussen twee culturen, de westerse en de Russische. Van Duitse prinses werd ze tsarina van Rusland. Zij stuitte op veel onbegrip van westerse tijdgenoten als Voltaire en Montesquieu, die vonden dat ze het land waarover ze regeerde niet snel genoeg hervormde. Dan schreef ze teleurgesteld: “Die filosofen en politici zitten daar in hun westerse studeerkamers en chique paleizen, en dan denken ze dat ze mij kunnen vertellen hoe ik van Rusland in een paar jaar een Europees land moet maken. Ze hebben geen idee van het grote verschil in cultuur en mentaliteit.”

Ik ervaar dat net zo. Dan zie ik zo’n Frans Timmermans, of in de VS Hillary Clinton. Het zijn geen grote filosofen als Voltaire en Montesquieu, maar ze zijn even betweterig. Ze eisen van de Russische regering dat die het land à la minute omtovert in een democratie naar westers model. Ik kan mij daar flink aan ergeren. Dat heb ik gemeen met Catharina.

Jij stelt dat Poetin een enorme populariteit geniet bij Russische vrouwen. Hoe verklaar je dat?

Het is waar. Ik schat zijn populariteit bij vrouwen op 82 procent, uit alle lagen van de bevolking, van jong tot oud. Ze hangen aan Poetin. Heel apart. Ik vraag wel eens aan de vrouwen die ik ken, bij de Rotary, in het orkest waar ik speel en op de universiteit. “Wat zien jullie toch in die man?” De antwoorden die ik dan hoor komen meestal aardig overeen: “Hij drinkt en rookt niet, hij sport, hij is een patriot, hij wil het beste voor Rusland, hij heeft ons uit de ellende geholpen en heeft ons land weer op de kaart gezet.”

Ik zeg wel eens grappend tegen mijn studentes: “Prima als je hem zo’n goede president vind. Maar je moet geen Poetin t-shirt aantrekken, want dan ga ik gillen.”


Russische media en Nederlandse Ruslandverslaggeving

Dit interview is onderdeel van een reeks interviews en artikelen van Eric van de Beek over de Russische media en de verslaggeving van Nederlandse media over Rusland. Eveneens verschenen in deze reeks:

Posted on

“Laat je niks wijsmaken”

Psycholoog Dr. Jaap van Ginneken is een vreemde eend in de bijt van de communicatiewetenschap. Waar de meesten van zijn generatiegenoten hun ‘systeemkritiek’ op de nieuwsmedia afzwoeren, bleef Van Ginneken een luis in de pels van de journalistiek. Zijn in 1996 verschenen boek, De schepping van de wereld in het nieuws, waarin hij ‘101 vertekeningen van het nieuws’ uiteenzette, werd tot leerboek aan scholen voor journalistiek in tal van landen, waaronder laatst zelfs nog in China.

Deze maand verscheen van Van Ginneken een biografie over het bewogen leven van de joodse Duitser Kurt Baschwitz, die tijdens de Eerste Wereldoorlog als correspondent naar het neutrale Nederland kwam, terug in de Weimarrepubliek opklom tot hoofdredacteur van het gezaghebbende weekblad voor krantenuitgevers, in 1933 terugkeerde naar Nederland op de vlucht voor de nazi’s, tijdens de Duitse bezetting zat ondergedoken, korte tijd in kamp Westerbork zat opgesloten, na de bevrijding als eerste in Nederland een journalistiekopleiding begon en aan de wieg stond van de communicatiewetenschap in ons land.
De 74-jarige Van Ginneken gaat nu met pensioen. De Baschwitz-biografie is zijn laatste boek. Eerder, in 2004, stopte hij al met het doceren aan de vakgroep communicatiewetenschap aan de Universiteit van Amsterdam.

Een gesprek over het commerciële en propagandistische karakter van de nieuwsmedia.

In de jaren zeventig was er vanuit de Nederlandse communicatiewetenschap veel kritiek op het ‘kapitalistische’ karakter van de pers. Sindsdien is de invloed van adverteerders alleen maar toegenomen en is de Nederlandse krantenmarkt een semi-monopolie geworden. Maar de kritiek daarop vanuit de communicatiewetenschap lijkt verstomd. Hoe zie jij dat?

Die is inderdaad afgestorven, maar daar zitten twee kanten aan. De systeemkritiek van de jaren zeventig was te primair en te simpel. Die had in die zin geen bestaansrecht meer. Mijn boek De schepping van de wereld in het nieuws is een poging geweest om te laten zien de commerciële invloeden op de nieuwsmedia complexer zijn dan tot dan toe werd gedacht.

Zijn het inmiddels de adverteerders die bepalen of een publicatie kan overleven? Zo ja, welke gevolgen heeft dit gehad voor de manier waarop ons het nieuws wordt gepresenteerd?

Adverteerders oefenen zelden rechtstreeks invloed uit. Als je een lelijk stuk schrijft over bodymilk van Dove is het niet zo dat meneer Unilever op hoge poten met de hoofdredactie belt. Het belangrijkste hier is wat ik heb genoemd het ‘Umfeld’. Er zijn bepaalde redactionele omgevingen waarin een adverteerder graag verschijnt. Glossy-magazines bijvoorbeeld. Die krijgen maar een fractie van hun inkomsten uit de verkoop van losse nummers. Het grootste deel komt uit dure advertenties. Die bladen staan vol redactioneel materiaal waar adverteerders graag tussen willen staan. Stukje over mode, een nieuwe bodycrème, leuke reisjes. De glossy’s venten comfortabele illusies uit die zich helemaal hebben losgezongen van de werkelijkheid.
Het omgekeerde zie je bij een blad als de Groene Amsterdammer, met alsmaar intellectuele stukken, en vroeger: kritisch gezeur over dit is niet goed en dat is niet goed, en de wereld gaat naar de kloten. Dat is voor adverteerders niet erg aantrekkelijk. De Groene heeft een geniaal ding gedaan in de meer dan honderd jaar dat ze bestaan: ze hebben nooit met geld gesmeten, en hebben de verleiding weerstaan geld te lenen om te kunnen expanderen. HP/De Tijd en Vrij Nederland hebben meer financieel risico genomen. Die zijn daardoor van weekbladen tot maandbladen gedegradeerd. Ook het afnemende aantal drank- en tabaksreclames in de opinietijdschriften heeft daar waarschijnlijk aan bijgedragen. Daar bestonden die bladen vroeger goeddeels van.

Je hebt gezegd: “Op zichzelf is er met commercie en reclame niks mis, als de pluriformiteit verder goed gewaarborgd blijft.” Vind jij dat we in Nederland een pluriforme pers hebben?

Op het eerste gezicht als je de kiosk binnenloopt en je ziet al die wanden met bladen, dan denk je: pluriform. Maar dat wordt anders als je ziet dat het bijna allemaal glossy’s en modebladen zijn, dat er nog twee opinieweekbladen over zijn en dat de weekendbijlagen van de kranten zijn verworden tot een soort advertentiefuiken met human interest en rubriekjes over ditjes en datjes. De algemene trend is dat de consumptiepropaganda in de media moeiteloos de echt kritische analyses overstemt.

Wat betreft pluriformiteit: Zien we alle visies die er leven in de maatschappij voldoende weerspiegeld in de Nederlandse pers?

Het is niet zo dat wat het publiek denkt gereflecteerd zou moeten worden in de media. Het is juist de pers die het voortouw zou moeten nemen in het vormen van een visie op wat er in Den Haag gebeurt, hoe onze economie reilt en zeilt, enzovoort. Journalisten worden ervoor betaald kritisch te zijn en met een eigen visie te komen, en dat geldt trouwens ook voor wetenschappers.

We hebben voorbeelden gezien van breed gedragen visies in de maatschappij waar de pers volledig aan voorbij ging. Zoals over de problemen met de multiculturele samenleving, of, meer actueel, over de demonisering van Rusland in de media, waarover in lezersrubrieken veel geklaagd wordt.

Het is waar dat er te weinig en op de verkeerde manier is bericht over problemen die gepaard gingen met de multiculturele samenleving.

Maar je zegt dus eigenlijk: pluriformiteit moet niet komen van een pers die alle geluiden in de samenleving een stem geeft? Pluriformiteit moet komen van journalisten die van bovenaf het publiek vertellen waar de problemen liggen?

Populisme, zoals het genoemd wordt, heeft zeker bijgedragen aan het op de agenda plaatsen van onderwerpen die ten onrechte onbelicht of onderbelicht zijn gebleven. Maar waar het mij om gaat: veel kritiek blijft aan de oppervlakte hangen, graaft niet erg diep, is niet in staat de achterkant van het gelijk inzichtelijk te maken. Er is in de pers te weinig radicale systeemkritiek. Er staan wel kritische artikelen in de krant, maar dat gaat vooral over de ene columnist tegen de andere. Youp van ’t Hek die flink tekeer gaat is natuurlijk wel geestig, maar het is niet wat een kritische pers inhoudt. Het gaat er om dat je redacties uitrust met voldoende middelen om de onderste steen boven te krijgen. Er zou veel meer onderzoeksjournalistiek moeten zijn. Het ideaal van de pers als vierde macht wordt maar in zeer beperkte mate waar gemaakt.

Hoe zie jij de concentratie van de pers? De monopolievorming op de dagbladenmarkt?

Het feit dat er nu twee bedrijven zijn die meer dan negentig procent van kranten in handen hebben hoeft niet per se te leiden tot een slechte journalistiek. Het betekent wel dat winstbejag een grotere rol is gaan spelen. Een onrendabele krantenonderneming kan niet bestaan anno nu. In het verleden waren er veel onrendabele ondernemingen. Die werden gesubsidieerd door de zuil waar ze toe behoorden. Het nadeel daarvan was dat ze de zuil naar de mond praatten. Daar stond tegenover dat ze zich weinig aan de adverteerders gelegen hoefden te laten liggen. Maar in elk geval hadden we in de tijd van de verzuiling wel vijf verschillende ideologieën die met elkaar streden over onderwerpen. Nu is alles onderhorig gemaakt aan de commerciële ideologie, het Umfeld-effect wat ik noemde.

De nieuwsmedia zijn al een halve eeuw een studieobject voor jou geweest. Kun jij nog een krant openslaan of naar een tv-journaal kijken met het doel kennis te nemen van wat er in de wereld gebeurt?

Nee. Ik kan alleen nog naar het nieuws kijken met de vraag: Wat gaat er achter schuil? Waarom is dit opeens in het nieuws? Waarom wordt iets opeens heel groot, terwijl andere zaken nog geen seconde aandacht krijgen? Wie heeft daar belang bij? Was die of die persoon of instelling in de positie om dat nieuws een handje te helpen? Past het binnen een cultuurverschuiving waardoor er opeens iets zichtbaar wordt?

Journaals zijn niet jouw favoriete nieuwsvoorziening?

Zoals de meeste mensen van mijn generatie kijk ik nog trouw naar het journaal, zowel op de Nederlandse als de Franse televisie. Ik zie het televisienieuws als een soort collectieve psychotherapie. Mogelijke bedreigingen van ons wereldbeeld worden opgeroepen, geïdentificeerd, geëtiketteerd, gecategoriseerd, ‘behandeld’ en vervolgens weer opgeborgen. Voor dit doel voert de presentator iedere dag een hele stoet autoriteiten en experts ten tonele. Zij stellen gerust, zodat we onbezorgd kunnen gaan slapen.

Jij hebt vaak gesteld dat objectiviteit niet bestaat, en dus ook niet voor journalisten. Wat is dan volgens jou de juiste grondhouding?

Je moet als journalist kritisch zijn. Geloof nooit meteen wat je verteld wordt. Laat je niks wijsmaken. Je moet je altijd afvragen: ‘Wie heeft er belang bij dat dit verhaal op dit moment bij mij terecht komt?’ Behalve als je te maken krijgt met zoiets als vulkaanuitbarsting in een ver land, dan zal het niet snel gebeuren dat iemand er een speciaal belang bij heeft dat in de krant te krijgen.

Als je als journalist niet objectief kunt zijn, mag je wel geëngageerd zijn?

Het kan legitiem zijn om als journalist begaan te zijn met een bepaalde zaak, en dat je daar alsmaar aandacht voor vraagt. Maar je moet dan uitkijken dat je niet in een bubble belandt, waarin kritische geluiden en relevante tegenspraak je niet meer bereiken.

Wat zijn sinds de jaren zestig de belangrijkste veranderingen die je hebt gezien in de nieuwsmedia?

Over misschien de belangrijkste grote verandering hebben we het al gehad. De media zijn vrijwel allemaal commercieel geworden. De publieke omroepen een beetje minder dan de rest. Maar de strijd om de kijkcijfers werkt deels in het verlengde daarvan.

Een andere grote verandering is de audiovisualisering. Beeld en geluid zijn leidend geworden. Als er geen beeld van is dan zullen de journaals er niet snel mee openen, en dan zullen vervolgens de kranten er minder snel aandacht aan besteden. Het audiovisuele is de belangrijkste bron geworden van informatie en educatie.
De elektronisering heeft er bovendien toe geleid dat elke nieuwtje dat ergens op de wereld bekend wordt een paar seconden later bij ons op internet verschijnt of op de journaals. Met alle hijgerigheid en pseudo-actualiteit van dien.
Dan is er de BN’erisering. Op tv zie je de hele dag Bekende Nederlanders die van het ene naar het andere spelletje rennen en van quiz naar talkshow doorschuiven. Ook in de kranten en bladen is het een komen en gaan van BN’ers.

Je schrijft dat weinig beroepsgroepen zo zelfgenoegzaam en lichtgeraakt zijn als journalisten. Kritische boeken of studies van buiten de beroepsgroep worden vaak unaniem neergesabeld.

Ik leerde al snel dat als je je polemieken op Nederlandse personages en media richtte je dat snel kreeg terugbetaald. Als je je polemieken op het buitenland richtte, bijvoorbeeld op wat er in de VS gebeurde, dan was dat veel veiliger.

Niettemin schreef De Journalist, het toenmalige huisorgaan van de Nederlandse Vereniging van Journalisten, over jouw boek De schepping van de wereld in het nieuws: “Men kan Van Ginnekens boek afdoen als oude, linkse koek. Maar wie het leest, komt net iets te veel voorbeelden tegen die tot nadenken stemmen.”

Ja, dat was fair. Maar verder heeft het boek weinig veranderd. Behalve misschien dat het de grond rijp heeft gemaakt voor de prachtige boeken die Luyendijk later schreef, over deels dezelfde onderwerpen.

Je hebt een boek geschreven over de joods-Duitse Kurt Baschwitz, die je als een van de grondleggers beschouwt van de communicatiewetenschap in Nederland, en die als eerste een journalistenopleiding begon. Wat is het belangrijkste dat je van hem hebt geleerd? 

Het belang van ruimte voor systematische tegenspraak. Die is er vaak niet. Baschwitz heeft dat gemerkt tijdens de opkomst van het nazisme en antisemitisme in Duitsland. Ik heb dat bijvoorbeeld gemerkt aan de vooravond van de Tweede Golfoorlog. Ik heb toen vergeefs lopen leuren met een Nederlands artikel waarin ik uitvoerig beargumenteerde dat die atoomwapens van Saddam Hoessein waarschijnlijk helemaal niet bestonden. Niemand wilde het hebben. Het verscheen uiteindelijk pro forma in een klein wetenschappelijk blad.

Noam Chomsky cum suis hebben vastgesteld dat er in de mainstream media impliciete ‘limits of acceptable discourse’ worden gehanteerd, dat de ruimte voor tegenspraak vaak maar zeer beperkt is. Dat geldt bij uitstek bij hoog-emotionele kwesties in het internationale nieuws, en aan de vooravond van interventies en oorlogen. Het blijkt vaak pas decennia later, dat de werkelijkheid daarbij geweld werd aangedaan. 

Opvallend aan Baschwitz is dat hij een vrije pers en de vrijheid van meningsuiting als voldoende voorwaarden lijkt te zien voor een goed geïnformeerd publiek. Hoe zie jij dat? Is dat niet een beetje naïef?

Baschwitz leefde in een tijd van totalitarisme, crisis en oorlogen. De vrije pers en de vrijheid van meningsuiting stonden toen heel erg onder druk. Later is het allemaal een stuk ingewikkelder geworden. Co-optatie is volgens mij een van de meest effectieve maar goeddeels onzichtbare controlemechanismen in onze maatschappij geworden. Fabrikanten co-opteren wetenschappers en onderzoek die laten zien dat hun producten gezond en geenszins schadelijk zijn. De rijksten in de VS co-opteren een beleid en instellingen die hun visie onderbouwen en veel breder verspreiden dan logisch is. Toppolitici co-opteren staf en lagere echelons die inschikkelijk zijn. In al die gevallen wordt er formeel nergens dwang gebruikt, en blijft de fameuze keuzevrijheid schijnbaar onaangetast.

Bijzonder aan Baschwitz is dat hij tegen de tijdsgeest inging van het Interbellum, toen de democratie onder druk stond, vooral in Duitsland, met de zegen van veel intellectuelen. Die laatsten zagen ‘het volk’ als een bedreiging, als een blinde, kolkende massa die met propaganda in de goede richting moest worden gestuurd.

Baschwitz zag het inderdaad precies andersom. De gewone mensen waren volgens hem begiftigd met gezond verstand en medemenselijkheid. De massa is niet dom, maar wordt steeds door de terreur van een kleine minderheid op één hoop gedreven. Het kwaad kwam vooral van de elites, de intellectuelen inbegrepen. Als het volk al moest worden aangestuurd dan vond Baschwitz dat het moest gebeuren door een beroep te doen op hun goedheid, niet door misbruik te maken van hun zwaktes.

Je beschrijft dat Baschwitz ten tijde van de Weimarrepubliek zag hoe in Duitsland banken, ondernemers en overheden telkens opnieuw probeerden om een vinger in de pap te krijgen bij de pers, op zoek naar politieke steun. Hoe ver reikt volgens jou de invloed van de elites?

Uit het Amerikaanse Project Censored komt naar voren dat kwesties die zowel het bedrijfsleven als de overheid heel erg onwelgevallig zijn niet snel het nieuws halen. Terwijl er continu vaste contacten zijn tussen journalisten en ‘establishment’, zijn er veel minder contacten tussen journalisten en alternatieve nieuwsbronnen. Het grootste deel van het nieuws wordt bepaald door persberichten, persconferenties, officiële gebeurtenissen en uitingen van westerse overheidsinstellingen en bedrijven.

In hoeverre zijn wij allen gehersenspoeld, propaganda-slachtoffers? In hoeverre worden wij in ons denken beïnvloed door The Powers That Be?

In de communicatiewetenschap wordt vaak gewezen op het proces van agendasetting: het establishment en de media bepalen niet zozeer wat we denken, maar waarover we denken, de onderwerpen die ons bezighouden.

Frank Zappa zei: ‘Politics are the entertainment branch of industry.’ Staart de pers zich blind op de poppetjes in de politiek?

Ja. Een steeds groter deel van het nieuws bestaat niet uit serieuze informatie maar uit ‘celebrity theater’. Neem de voormalige premier van Italië, Silvio Berlusconi. Media en publiek waren nauwelijks geïnteresseerd in diens vermeende banden met de maffia en het geheime P2-genootschap, maar des te meer in zijn orgies met minderjarige meisjes. Of neem de voormalige president Bill Clinton. Zijn affaire met een stagiaire overschaduwde lange tijd alles wat zich in de Amerikaanse politiek afspeelde. Zelfs de kat en de hond van de Amerikaanse president krijgen meer aandacht in de internationale media dan sommige grote landen elders bij elkaar.

Terug naar Baschwitz. Die verbleef een deel van de Eerste Wereldoorlog als correspondent in Nederland. Je beschrijft hoe hij zich verbaasde over het gemak waarmee geallieerde propaganda in de Nederlandse kranten verscheen. Zoals het verhaal dat de Duitsers hun gesneuvelde soldaten tot veevoer verwerkten. En ook over de cartoons zoals in de Telegraaf over Duitsers afgebeeld als Neanderthalers die vrouwen verkrachtten en hun slachtoffers kruisigden. Er lijkt weinig te zijn veranderd sindsdien? 

In mijn boek Verborgen Verleiders heb ik een apart hoofdstuk gewijd aan oorlogspropaganda. Ik beschrijf daarin hoe de VS steeds weer met succes de media gebruiken door met hele en halve leugens ‘nieuwe bedreigingen voor het Westen’ en hun oorlogen te verkopen. Het proces van agendasetting speelt daar een belangrijke rol in. De regering van de Verenigde Staten bepaalt meer dan enige andere instelling in de wereld wat mensen bezig houdt. Om een voorbeeld te noemen: iedere paar maanden maakt de Amerikaanse regering bekend dat uit haar satellietwaarnemingen blijkt dat deze of gene vijandige mogendheid ‘gevoelige’ technologie importeert, militaire installaties bouwt of legerdivisies in grensgebieden plaatst en daarmee een bedreiging voor anderen vormt. Vaak nemen de media dergelijke beschuldigingen klakkeloos over. Diezelfde bronnen en media vestigen haast nooit de aandacht erop dat de VS en hun bondgenoten ook voortdurend bezig zijn met de ontwikkeling van niet-conventionele wapensystemen en met de verplaatsing van militaire eenheden op een manier die door anderen als een bedreiging kan worden waargenomen.

Vergis ik mij of wordt er in de communicatiewetenschap nauwelijks nog studie gemaakt van oorlogspropaganda?

Er wordt vrijwel niets aan gedaan. Daarom trappen de regering en het parlement ook steeds opnieuw in leugencampagnes om bepaalde militaire interventies te rechtvaardigen. Keer op keer op keer, zonder dat er iets geleerd wordt. Na een paar jaar zijn die politici weer weg. Vaak worden ze pas kritisch als ze geen verantwoordelijkheid meer dragen.

Je schrijft: “Het principe van hoor- en wederhoor dat voor binnenlands nieuws hoog in het vaandel staat, wordt bij internationale conflicten waarbij het Westen partij is slechts hoogst zelden op een evenwichtige manier toegepast. Zodra een bron als ‘vreemd’ of ‘vijandig’ wordt aangemerkt, krijgt die vaak niet langer een serieuze behandeling.” Misschien heeft dat er mee te maken dat de Amerikanen communicatief sterker zijn dan andere volkeren?

De Amerikaanse pers zit in het hart van het wereldwijde communicatiesysteem, en laat zich in hoge mate aansturen door de autoriteiten. Op een conferentie over de Golfoorlog stelde Ed Cody van The Washington Post dat als er een conflict is waar de VS bij betrokken zijn de Amerikaanse regering met zoveel informatie komt dat het vrijwel automatisch de definitie wordt van wat er aan de hand is. Als er een reporter in Saoedi-Arabië, Koeweit of Bagdad zit die zegt: “Ho, wacht eens even, ik zit hier, ik praat juist met een betrokkene, en die zegt dat het helemaal anders zit”; dan wordt het geluid van die persoon wel doorgegeven, maar het legt geen gewicht in de schaal omdat het overstemd wordt door de lawine aan informatie die de Amerikaanse regering dagelijks over de media uitstort.

Hoe zie jij de strijd van overheden tegen wat ‘nepnieuws’ is gaan heten? Is dat een legitieme strijd? Volgens Cees Hamelink zijn overheden de grootste producenten van nepnieuws en zijn journalisten de belangrijkste distributeurs hiervan.

Hij heeft helemaal gelijk.

Zou Baschwitz zich thuis voelen op de Universiteit van Amsterdam anno 2018? Jouw jongere collega, communicatiewetenschapper Tabe Bergman schrijft: “Ik vermoed dat Baschwitz, (..) wiens boeken (..) over propaganda de nadruk legden op de schuld van de elites voor twee wereldoorlogen en andere ellende, zich nauwelijks thuis zou voelen tussen de wetenschappers van de Universiteit van Amsterdam, die zich, ondanks al hun deugden, hebben toegelegd op kwantitatieve onderzoeken, die moeilijk leesbaar en te doorgronden zijn, zelfs voor de hogeropgeleide leek.”

Tijdens de presentatie van mijn boek in Spui25 in Amsterdam werd de vraag opgeworpen of Baschwitz zou worden aangenomen aan de UvA als hij nu zou solliciteren. De meningen liepen daarover uiteen. Er waren er die weerspraken dat Baschwitz aan de basis heeft gestaan van de communicatiewetenschap. Zij zien Baschwitz eerder als iemand die deel uitmaakte van de voorgeschiedenis, en ook als studeerkamergeleerde. Ik zeg in antwoord daarop: “Erudiet aan de huidige universiteit is eerder een vloek dan een zegen. De huidige universiteit is overgespecialiseerd en overmethodologisch.”

Posted on

“Ik hou heel erg van Russen”

Bas van der Plas woont in de stad Narva in Estland, op 100 meter afstand van de Russische Federatie. “Ik heb de NAVO al gezegd dat ze hier geen troepen hoeven stationeren, want ik kijk goed uit mijn raam en als ik de Russische tanks zie aankomen dan bel ik wel even”, aldus de schrijver annex activist.

Hoewel zeer kritisch over de NAVO, het buitenlandbeleid van de VS en de ‘koude oorlogsjournalistiek’ van de Westerse media, kan Van der Plas onmogelijk verdacht worden van pro-Poetin-sympathieën. “Op 7 mei wordt Poetin president van een politiestaat”, twitterde hij in 2012 vanuit zijn toenmalige woonplaats Sint-Petersburg. “Tijd om te vertrekken. In de herfst ben ik hier weg.”

Het is een zienswijze die je in Nederland niet vaak aantreft. Althans niet in de mainstreammedia, waarin het anti-Poetin-geluid vrijwel altijd gelijk opgaat met een pro-NAVO, pro-liberale en pro-VS ideologie.

Bas van der Plas stelt in zijn laatste boek, gewijd aan de oppositie in Rusland, dat de VS protesten aansturen, via liberale partijen die nauwe betrekkingen onderhouden met het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. Tegelijk beweert hij dat de protesten, die ‘in aantal en kracht toenemen’, een getrouwe afspiegeling zijn van de maatschappelijk onvrede die zou heersen onder brede lagen van de bevolking, over onder meer de stijgende sociale ongelijkheid, de dalende levensstandaard en diverse oneerlijk verlopen verkiezingen. Vandaar de titel van het boek, Hij maakt alleen de dood leefbaarder, die Van der Plas ontleende aan de tekst die hij op een spandoek zag van een oudere dame die in Sint-Petersburg demonstreerde tegen Poetin.

In de bijlage van zijn boek heeft Van der Plas een opmerkelijk document opgenomen, getiteld De Witte Revolutie, waarvan hij zegt dat het circuleert in liberale kringen. In het document wordt beschreven hoe de liberalen de macht willen grijpen in Rusland. Onder meer door te infiltreren in de redacties van kranten, radio en tv. Volgens het document zou de oppositie de ‘hoogwaardige media’ inmiddels al domineren.

Het is weer bijna Kerst. Ik las vorig jaar op uw Facebook-pagina dat er dan jaarlijks bij uw woonplaats Narva een opmerkelijk vredesinitiatief plaatsheeft?

De Russische Kerstman ontmoet dan op de brug boven de grensrivier de Narva de Estse Kerstman. Die brug wordt genoemd: de Brug van de Vriendschap. Het is om aan te tonen dat het wel meevalt met die zogenaamde vijandigheid tussen de twee landen.

Die Estse Kerstman is niet toevallig een etnische Rus?

Nee, een Est. Een groot deel van de Russen in Estland heeft na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie de Estse nationaliteit aangenomen.

De Esten hebben volgens u geen Russische inval te vrezen?

Hier in Narva krijgen we regelmatig Westerse journalisten op bezoek die duidelijk proberen te maken dat de etnische Russen in Estland een soort vijfde colonne van Poetin vormen. Dat slaat nergens op. Het is propaganda om te rechtvaardigen dat de NAVO troepen plaatst en oefeningen houdt in de Baltische staten.

In 2015 was er in Narva een militaire parade van de NAVO. Het wrange was: Die parade begon op 10 meter van de Russische grens. Dat was een duidelijke provocatie aan het adres van de Russen. Van militair machtsvertoon aan de Russische kant van de grens met Narva heb ik nooit iets gemerkt.

Boze brieven schrijven naar de krant heeft geen zin. Die worden toch niet geplaatst. Zoals mijn ingezonden brief aan Trouw over een tendentieus artikel in die krant over Narva. En lees ook vooral mijn open brief aan mijn vrienden en kennissen in Nederland, getiteld Laat je niet ongerust maken door de oorlogshitserij van de Nederlandse media! 

Maar aan een vergelijking tussen de Nederlandse en Russische media wilt u zich niet wagen?

Ik lees met enige regelmaat vier Russische kranten: Novaya Gazeta, Sovetskaya Rossiya, Rossiyskaya Gazeta en Nezavisimaya Gazeta. Ik kijk ook dagelijks op televisie naar de uitzendingen van Vesti, Vremya en Segodnya. Maar van de Nederlandse kranten lees ik alleen nog wat ik toegestuurd krijg van vrienden en kennissen in Nederland, en wat ik voorbij zie komen op Facebook. Via Uitzending Gemist kijk ik nog wel eens naar het NOS Journaal. Dat heeft mij regelmatig bloeduitstortingen aan mijn voeten opgeleverd omdat ik mijn tenen tegen elkaar moest knijpen als ik David Jan Godfroid weer over Rusland hoorde. De suggesties en de verdachtmakingen vliegen je om de oren. Zoals toen met MH17. Godfroid meldde vanuit het oosten van Oekraïne dat “de rebellen enkele dagen de tijd hadden gehad om bewijsmateriaal te laten verdwijnen.” Hij vervolgde: “Ik zeg niet dat ze dat gedaan hebben, maar het zou zomaar kunnen.” Dat is dan het niveau van ‘nieuwsgaring’ over de tragiek van bijna 300 mensen. Het is valse stemmingmakerij, en hij doet dat regelmatig. Hetzelfde gebeurde met zijn voorganger, Peter d’Hamecourt, die er dezelfde verborgen agenda op na hield. De enige tv-correspondent voor wie ik nog enige waardering kon opbrengen was Jeroen Akkermans van RTL4 vanwege zijn open manier van verslaggeving. 

Wat is dan de verborgen agenda van Godfroid en d’Hamecourt? En waarom denkt u dat ze die hebben?

Zij moeten een bepaald beeld in Nederland neerzetten over hoe de situatie in Rusland is, om bijvoorbeeld de sancties tegen Rusland te rechtvaardigen.

U denkt dat ze aangestuurd worden?

Dat zou kunnen. 

Hoe ziet u de website Raam op Rusland van Hubert Smeets en Laura Starink die hiervoor drie ton subsidie hebben gekregen van het Rijk?

Ik heb een paar boeken gelezen van Laura Starink en Hubert Smeets, en ze schrijven op zich best goed en ik ben het ook in sommige opzichten met ze eens. Maar dat ze zich verbonden hebben aan Raam op Rusland heeft mijn woede gewekt. Met die drie ton belastinggeld hebben ze hun onafhankelijkheid verkwanseld. Daarbij kan ik Laura Starink ook niet meer serieus nemen vanwege haar propagandistische boekje over Oekraïne. Dat verscheen in de aanloop naar het referendum van 2016 en was alleen maar bedoeld om mensen ervan te overtuigen dat ze moesten stemmen voor het associatieakkoord.

We gaan het over uw boek hebben. U stelt daarin dat de VS protesten aansturen via liberale partijen in Rusland. Waaruit blijkt dat? En wat willen ze er mee bereiken?

Er lopen diverse geldstromen naar de liberale oppositie, onder meer via de Amerikaanse ambassade in Moskou en organisaties die gelieerd zijn aan met name kringen rond personen uit de Democratische Partij als Hillary Clinton en Madeleine Albright. Er is bijvoorbeeld een fonds, Democracy Promotion Community, waaruit diverse organisaties worden gefinancierd, waaronder USAID, National Endowment For Democracy, The Orange Ring en Freedom House. Dat soort organisaties maakt zich sterk voor politieke veranderingen in de Russische Federatie.

Het zijn organisaties die de democratie willen bevorderen in Rusland en in andere landen. Dat betekent niet noodzakelijk dat ze aansturen op protesten, onrust en revolutie.

Juist wel. Want kijk hoe dat gegaan is in onder meer voormalig Joegoslavië, Georgië, Tadzjikistan en Oekraïne.

U merkt in uw boek op dat, hoewel de protesten tegen Poetin vooral georganiseerd worden door de liberalen, het complete politieke spectrum van Rusland er aan deelneemt. Toch maakt dit de liberalen er niet populairder op. Ze blijven een marginale politieke groepering. Hoe verklaart u dat?

Liberalisme en democratie worden in Rusland nog steeds heel sterk geassocieerd met de Jeltsin-periode, toen mensen hun spaargeld en werk kwijtraakten, de roebel zijn waarde verloor, de kosten voor levensonderhoud heel erg stegen, de maffia de macht overnam en de oligarchen opkwamen. Zie mijn boek over de Russische maffia, waarin ik beschrijf hoe in de jaren negentig de georganiseerde misdaad een samenwerking aanging met hoge ambtenaren die doorgaven welke maatregelen er aan kwamen en jonge economen die wisten hoe een kapitalistische maatschappij functioneert.

Is het terecht dat de liberalen van nu in verband gebracht worden met wat er in de jaren negentig is gebeurd?

Dat niet. Maar ze hebben nog wel steeds die naam. Het zit bij de mensen nog stevig verankerd tussen de oren. Het is nog maar kort geleden. De liberalen, of eigenlijk de democraten, want zo worden ze in Rusland genoemd, zijn tot zondebok gemaakt.

U heeft in uw boek een opmerkelijke bijlage opgenomen. Een vertrouwelijke document getiteld De Witte Revolutie, waarvan u zegt dat het in liberale kringen rondgaat, en waarin beschreven staat hoe ze de macht willen overnemen in Rusland. Weet u zeker dat dit een authentiek document is, en niet zoiets als de Protocollen van Zion, bedoeld om een bepaalde groep mensen zwart te maken? 

Ik weet zeker dat het authentiek is. Ik heb het gekregen van mensen die actief zijn in die bewegingen.

Het is niet op internet te vinden?

Dat weet ik niet. Ik denk het niet, want het is mij gepresenteerd als een vertrouwelijk document dat in besloten bijeenkomsten besproken is.

Het is nog niet gelekt naar de Russische pers?

Natuurlijk niet.

U heeft dus de primeur?

Ik ben geen journalist. Ik houd mij niet met primeurs bezig. Ik heb het bij toeval in handen gekregen. Ik heb een groot en breed netwerk in Rusland, dat ik heb opgebouwd via het reisbureau Czarina dat ik jarenlang heb gehad.

Waarom denkt u dat ze u het document hebben toegespeeld? Omdat ze in u een liberaal of democraat vermoeden?

Dat in elk geval niet. Ik had zelf een klein partijtje in Rusland dat bestond uit maar acht leden. Ik heb nooit een geheim gemaakt van mijn politieke overtuiging.

Wat is dan uw politieke overtuiging?

Ik was revolutionair socialist en tegenwoordig ben ik anarcho-socialist. Als revolutionair socialist streef je naar een voorhoedepartij en een sterke staat die de voorwaarden moet scheppen om het socialisme te bereiken. Als je naar de Russische geschiedenis kijkt, dan zie je wat er gebeurt als zo’n partij de macht overneemt. Ik heb het revolutionaire socialisme afgezworen. Het gaat mij er nu om dat mensen vanuit de onderste lagen van de bevolking tot zelfbeheer komen. Daar past geen voorhoedepartij bij en ook geen sterke staat.

Hoe ziet u het document van de Witte Revolutie?

Het document bevat niet alleen een stapsgewijs plan over hoe van Poetin af te komen, maar ook een analyse van de huidige situatie. Zo wordt gesteld dat de oppositie al een belangrijk deel van de sociale media en de ‘hoogwaardige media’ domineren. Genoemd worden: Novaya Gazeta, The New Times, Vedomosti, Moskovsky Komsomolets, Ogonyok, Nezavismaya Gazeta, Echo van Moskou, REN TV en een deel van Kommersant. Als enige hoogwaardige kranten die nog op de hand van de autoriteiten zijn worden genoemd: Komsomolskaya Pravda, de Rossiyskaya Gazeta en een deel van de Izvestia.

Ziet u dat ook zo? Domineren de liberalen de belangrijkste media? Laten de genoemde media een duidelijk liberaal geluid horen?

Toen Garri Kasparov het in de Russische presidentsverkiezingen opnam tegen Poetin beklaagde hij zich er over dat hij geen enkele toegang had tot de Russische media.

Was het terecht dat hij zich hierover beklaagde? Had hij geen toegang tot de Russische media?

Voor een deel niet.

Dus de Russische autoriteiten hoeven zich geen zorgen te maken over de liberale infiltratie van de sociale media en kwaliteitsmedia?

Ik denk het niet. In elk geval niet zolang de overheid nog de belangrijkste televisiekanalen in handen heeft. Ze hebben daarmee een belangrijk propagandamiddel in handen. De meeste mensen in Rusland laten zich informeren over het nieuws via de televisie. Ik kijk daar met kromme tenen naar. Zoals afgelopen maandag, naar het Russische journaal op Kanaal 1 dat een half uur duurt. Het ging een kwartier lang over het feit dat Poetin in Syrië was, daarna acht minuten over een nieuwe televisieserie en tussendoor nog even een halve minuut over een aanslag in New York. Dat was dan het nieuws. Dat is dus de manier waarop het gros van de Russische bevolking geïnformeerd wordt.

Daarnaast is het zo dat de mensen die buiten de grote steden wonen nauwelijks landelijke kranten lezen, maar wel de regionale en lokale kranten. Ik lees die ook graag, omdat de inhoud ervan minder wordt aangestuurd en gecontroleerd door de liberalen of de Poetin-clan. De journalisten van die kranten functioneren redelijk zelfstandig. Ik vind het belangrijkere bronnen dan de grote kranten.

Over de liberale oppositieleider Aleksej Navalny, die het in de presidentsverkiezingen van maart 2018 wil opnemen tegen Poetin, wordt in het document gezegd dat hij niet de juiste figuur is om de  Witte Revolutie te leiden. Men lijkt te wachten op een soort Verlosser?

Eigenlijk wel ja.

Komt het document over de Witte Revolutie uit een Amerikaanse koker?

Het zou kunnen. Ik kan het niet zeggen.

In welke vorm heeft u het ontvangen?

Op een CD-ROM. Het beslaat ongeveer 40 pagina’s. In mijn boek staat alleen een samenvatting. Poetin wordt in het document overigens geen Poetin genoemd, maar ‘VVP’, dus bij zijn initialen, Vladimir Vladimirovitsj Poetin. Ik heb het vertaald naar ‘Poetin’.

Over naar een ander onderwerp: de maatschappelijk onvrede in Rusland, waarvan u zegt dat die breed leeft en grotendeels te verklaren is uit de dalende levensstandaard. U schrijft dat er fors is bezuinigd op sociale voorzieningen; dat de kosten voor het levensonderhoud al jaren sneller stijgen dan de lonen en uitkeringen; dat de lonen steeds vaker vaak niet of niet op tijd worden uitbetaald; en dat steeds meer mensen steeds zwaarder in de schulden komen te zitten.

Op 18 maart 2018 zijn er weer verkiezingen, dus we kunnen voor die datum weer een verhoging van de pensioenen tegemoet zien, om Poetin in een gunstig daglicht te stellen. Maar geen enkele verhoging van de pensioenen compenseert de sterk gestegen kosten voor het levensonderhoud. Ik ben getrouwd met een Russische vrouw. Zij was wetenschapster en ontvangt nu een Russisch pensioen van 120 euro per maand. De woonlasten van de flat die ik met haar bewoonde in Sint-Petersburg bedragen inmiddels 70 euro per maand. Blijft over 50 euro in de maand om van te leven. Zo zijn er dus heel veel mensen in Rusland. Ik heb een groot netwerk van Russen uit alle lagen van de bevolking, werknemers, werklozen, gepensioneerden, geslaagde zakenlieden, stedelingen, mensen in de provincie. Iedereen klaagt over sterke stijging van de woonlasten en de prijzen in de winkels.

De onvrede is te begrijpen. Maar is het terecht de overheid de schuld te geven? U schrijft zelf in uw boek dat de economische problemen van Rusland grotendeels het gevolg zijn van externe factoren: de gedaalde olieprijzen en de Westerse sancties. De inkomsten voor de overheid zijn daardoor flink afgenomen. 

Dat klopt. Maar het geld dat er is wordt op een verkeerde manier uitgegeven. Want wie van de Russische bevolking heeft gevraagd om Olympische Winterspelen en om een WK Voetbal? Het nieuwe voetbalstadion in Sint-Petersburg heeft maar liefst een miljard dollar gekost, en de helft van dat bedrag is verdwenen in de verkeerde zakken.

Maar de overheid kan er toch niks aan doen als de lonen niet of niet op tijd worden uitbetaald?

De overheid zou dan moeten bijspringen. Dat kan ze doen als er niet zoveel winst vanuit de bedrijven zou verdwijnen naar het buitenland, via Cyprus en andere offshore constructies. Zie de Panama Papers en de Paradise Papers.

Poetin heeft niks gedaan tegen de belastingvlucht? In de eerste jaren van zijn presidentschap maakte hij naam met gemaskerde politieteams die binnenvielen bij machtige bedrijven.

Dat was alleen maar schijn. In werkelijkheid veranderde er niets. Het heeft niet geleid tot minder belastingontduiking van de grote bedrijven.

Als oorzaak voor de groeiende maatschappelijke onvrede wijst u in uw boek ook naar de sociale ongelijkheid. U spreekt over een ‘staatskapitalistische onderneming’ en over een ‘ongebreidelde zelfverrijking van de Kremlin-clan’. U verwijst naar het Global Wealth Report 2016 waaruit blijkt dat er in geen ander land ter wereld zoveel rijkdom in handen is van zo weinig mensen. Niettemin wordt Poetin nog steeds gezien als de man die de macht van de oligarchen heeft gebroken die zich onder Jeltsin het land hadden toegeëigend.

De macht van een paar oligarchen is gebroken, waaronder die van de inmiddels overleden Boris Berezovski. Hetzelfde verhaal met Michail Chodorkovski. Maar bijvoorbeeld Roman Abramovitsj spreidt nog steeds zijn rijkdom ten toon, en zo zijn er nog een paar. Je kunt in Rusland gerust een oligarch zijn, als je Poetin maar met rust laat, geen politieke aspiraties toont en wat douceurtjes aan de Russische staat gunt. Zie Alisjer Oesmanov. Die werd aanvankelijk bedreigd met eenzelfde proces als Chodorkovski vanwege zogenaamde belastingontduiking. Die heeft dat afgekocht door de complete kunstcollectie van de cellist Mstislav Rostropovitsj te kopen en die cadeau te doen aan de Russische staat. De collectie staat nu tentoongesteld in het paleis dat Poetin zich heeft toegeëigend in het paleis net buiten Sint-Petersburg.

Rekent u het Poetin persoonlijk aan dat er in Rusland zo’n grote sociale ongelijkheid bestaat? Die was er toch al voor Poetin?

Toen Poetin eind 1999 aan de macht kwam, werd hij gezien als de man die orde op zaken zou stellen en een einde zou maken aan het zogeheten ‘junglekapitalisme’ van Boris Jeltsin. Die belofte heeft hij voor een deel ingelost. Hij heeft gezorgd voor rust en orde in het land. Zo heeft hij met de verhoging van de salarissen van de politie een einde gemaakt aan de ergste uitwassen van de corruptie binnen het politiekorps. En zoals gezegd: Hij is de strijd aangegaan met Berezovski en Chodorkovski. Dat is in het collectieve geheugen gegrift. Hij wordt daarom nog steeds door velen gezien als de redder des vaderlands. Ze zien over het hoofd dat Poetin het met de overige oligarchen heeft laten afweten; dat hij het met ze op een akkoordje heeft gegooid.

Toch geniet Poetin nog steeds een grote populariteit in Rusland.

Dat heeft dus te maken met de successen uit zijn eerste jaren als president. Maar het heeft er ook mee te maken dat er geen alternatief is. Er is geen tegenkandidaat die een serieuze kans maakt op het presidentschap.

Waarom is er geen serieuze tegenkandidaat? Is dat omdat bijvoorbeeld Aleksej Navalny niet mag meedoen aan de verkiezingen?

Het is allerminst zeker dat Navalny niet zal meedoen aan de verkiezingen. Van een adviseur uit het Kremlin hoorde ik dat overwogen wordt hem toch mee te laten doen. Dit om een democratisch tintje te geven aan de verkiezingen, en ook omdat hij gezien wordt als ongevaarlijke kandidaat en zijn deelname de aandacht zou kunnen afleiden van de serieuzere kandidaten.

Heeft Poetin zijn populariteit misschien ook te danken aan het oprukken van de NAVO en de manier waarop hij hierop heeft gereageerd?

Dat denk ik niet. Russen zijn niet bang voor de NAVO. Dat is omdat het Kremlin al heel lang benadrukt dat Rusland een sterke natie is, die veel geld uitgeeft aan de ontwikkeling van nieuwe wapensystemen. Dat wordt ook breed in de pers uitgemeten.

Poetin heeft zich wel populair gemaakt inzake Oekraïne en de Krim?

Daar wel mee. Het was een welkome afleiding voor de belabberde economische situatie.
Maar even terug naar de Jeltsin-periode: Rusland werd toen als een derderangs-natie beschouwd, zonder enige macht internationaal. Onder Poetin werd Rusland terug op de kaart gezet als wereldmacht. Dat was belangrijk voor de Russen. Er is niemand die in een ondergeschikt, derde wereldland wil leven.
Poetin was de juiste man op de juiste plaats, maar die tijd is voorbij. Ik heb de hoop dat de Russische bevolking tot een andere keuze gaat komen.

Uit uw boek spreekt teleurstelling over de linkse oppositie in Rusland. De liberalen gaan voorop in het protest, de Communistische Partij is niet echt communistisch meer en de autoriteiten hebben geweigerd Links Front mee te laten doen aan de verkiezingen.

Ik ben teleurgesteld, niet alleen in de linkse oppositie in Rusland. Ik ben teleurgesteld in de linkse oppositie in de hele wereld. Als ik naar Nederland kijk dan zie ik ook geen enkele linkse partij meer.

In mijn adolescentie werd ik links. Toen ik in de twintig was had ik de overtuiging dat ik tijdens mijn leven nog een andere maatschappij zou meemaken. Ik maak nu een andere maatschappij mee, maar precies het tegenovergestelde van wat ik voor ogen had.

Maar het komt wel weer. Ik blijf hoop houden en ik blijf trouw aan mijn idealen. Van de onlangs overleden PSP-voorman Fred van der Spek, die in een interview erkend heeft dat hij in zijn leven niks heeft bereikt, heb ik het adagium overgenomen ‘Ik wankel niet in mijn overtuiging’. Je kunt toch niet, zoals veel linkse mensen gedaan hebben, van de ene op de andere dag lid worden van D66? Of van een neoliberale club als GroenLinks?

Hoe is uw interesse ontstaan voor Rusland?

Ik heb een tijd gewoond met mijn ouders in Amsterdam-Noord. Daar had je de Oostzanerdijk. Vandaaruit kon je op de fiets naar Zaandam. Daar had je houtzagerijen, en daar lagen schepen uit Rusland die hout kwamen brengen. Ik ben toen als jongetje, een beetje brutaal, de loopplank van zo’n Russisch schip opgelopen. Ik werd daar hartelijk ontvangen door de matrozen. Ik kreeg thee, koekjes en ze gaven mij Russische kopeken. Ik vond dat heel exotisch. Ik heb daarna nog een paar keer dat soort bezoeken gebracht, en heb toen mijn vader gevraagd of hij voor mij een boekje wilde kopen over de Russische taal, Hoe en wat zeg je in het Russisch? Ik leerde zo met handen en voeten met die scheepsbemanningen communiceren. In 1973 ben ik voor het eerst naar Moskou gegaan om bij het Poesjkin Instituut een cursus Russisch te volgen, daarna nog een vervolgcursus. In 1978 heb ik INSUDOK, een informatie en documentatiecentrum over de Sovjet-Unie, opgezet. En zo is het eigenlijk allemaal een beetje gaan lopen.

Ik hou heel erg van Russen. Ze zijn heel warm in vergelijking met Nederlanders. Ik keek laatst naar een uitzending van Nieuwsuur. Die opende met de vraag: ‘Wat kost een dag sneeuw in Nederland?’ Dat is dus typisch Nederlands, het gaat altijd in de eerste plaats over de kosten, en daarna pas over wat het voor mensen betekent. Dat zal je in Rusland nooit meemaken.

Een ander voorbeeld: uitvaarten. Ik was twee weken geleden in Nederland vanwege het overlijden van mijn moeder. Mijn vrouw, die voor het eerst zoiets meemaakte in Nederland, was verbijsterd. Je komt in zo’n uitvaartcentrum, er wordt een toespraak gehouden, na afloop krijg je twee kopjes koffie en een koekje, en dat was het dan. Terwijl in Rusland ga je met z’n allen naar een restaurant of ergens anders heen, om uitgebreid te eten. Voor de overledene wordt ook nog een bordje neergezet en een glaasje wodka ingeschonken Er wordt op hem of haar een toast uitgebracht. Het blijkt dan dat degene die overleden is een hele belangrijke plek innam en ook blijft innemen.

Ik voel mij tegenwoordig meer Rus dan Nederlander, juist vanwege de warmte die je van Russische mensen krijgt, en vanwege de meer intense verhoudingen zonder dat er ook maar over geld of wat dan ook gesproken wordt. Eén van de grootste complimenten die ik ooit gekregen heb was van mijn zwager die zei: ‘Bas is geen buitenlander, hij is één van ons.’ Het is sowieso het mooiste compliment dat je kunt krijgen daar. 

Hij maakt alleen de dood leefbaar is verkrijgbaar via bol.com voor €20,95 (incl. verzendkosten binnen Nederland).

Voor een gesigneerd exemplaar aangetekend verstuurd vanuit Estland: maak €25 over op rekeningnummer NL37INGB0002142763 ten name van B.H.K. van der Plas, onder vermelding van ‘oppositie’ of ‘oppositie gesigneerd’ en de eigen adresgegevens.

Russische media en Nederlandse Ruslandverslaggeving

Dit interview is het laatste deel van een reeks interviews en artikelen van Eric van de Beek over de Russische media en de verslaggeving van Nederlandse media over Rusland. Eerder verschenen in deze reeks: