Posted on

Sea Watch heeft recht noch moraal aan haar zijde

Sea Watch 3

Het indringen van de Sea Watch 3 in de haven van Lampedusa stort de betrekkingen tussen Duitsland en Italië in een crisis. Dit terwijl Sea Watch zich op recht noch moraal kan beroepen voor haar roekeloze acties.

De Berlijnse reactie op de arrestatie van de “Kapitänin” van het schip Sea Watch 3, Carola Rackete, door de Italiaanse autoriteiten was bijna eensluidend. “Wie mensenlevens redt, kan geen misdadiger zijn”, loofde president Frank-Walter Steinmeier Rackete en de haren. Minister van Buitenlandse Zaken Heiko Maas (SPD) stelde dat “redding op zee” niet “gecriminaliseerd” mag worden. En minister van Ontwikkelingshulp Gerd Müller (CDU) zei te “verwachten” dat de EU de “onmiddellijke vrijlating eist”.

Sea Watch interpreteert zeerecht naar willekeur

De Sea Watch 3 had op 12 juni voor de Libische kust 53 asielzoekers opgepikt die door mensensmokkelaars de zee op gebracht waren, alwaar ze vermoedelijk volgens plan “in nood” raakten. De bemanning weigerde meer nabij gelegen havens aan te doen, bijvoorbeeld in Tunesië, om de “schipbreukelingen” aan land te brengen, zoals het zeerecht voorschrijft. In plaats daarvan wilde men per se de reis naar Italië afdwingen.

Sea Watch drong met geweld haven binnen

Afgezien van mensen in acuut levensgevaar, wees Rome dit echter af. Uiteindelijk drong de Sea Watch 3 dan met geweld de haven van Lampedusa binnen. Een Italiaanse patrouilleboot werd naar zeggen van zijn commandant bij deze manoeuvre bijna “gekraakt” door het schip van 600 ton. De Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken Matteo Salvini spreekt van een “oorlogshandeling”. Het Europese Gerechtshof had spoedprocedures van de Berlijnse Sea Watch-organisatie om de opname van asielzoekers in Italië reeds afgewezen. Het staat dan ook buiten kijf dat het zich gewelddadig toegang verschaffen tot een Italiaanse haven illegaal was.

Sea Watch en medestanders wanen zich met hun “waarden” boven de wet

Duitse politieke leiders storen zich daar echter niet aan. Ze staan met hun “waarden” kennelijk boven de wet. Dat wil zeggen, bij hen gaat ideologie boven recht. Zelfs het argument van de humaniteit is misleidend. Want pas door de meer rigide grenscontroles aan en op de Middellandse Zee kon het aantal bij de overtocht verdronken asielzoekers van bijna 4600 (2016) naar 341 in het eerste half jaar van 2019 teruggedrongen worden. De reden is simpel: Veel minder mensen waagden zich aan de gevaarlijke overtocht, omdat door Salvini’s beleid het uitzicht op toelating tot de EU was afgenomen. Het vooruitzicht dat zogenaamde “reddingsschepen” je naar binnen kunnen loodsen, trekt echter nog altijd de nodige mensen aan. Daardoor begeven zich tienduizenden zwarte Afrikanen noordwaarts.

Recht noch moraal

Wat de deugseiners in politiek en media ook beweren, Sea Watch en gelijkgezinden kunnen zich op het recht noch op een verantwoorde moraal beroepen. Het ene verachten ze, het andere hebben ze in werkelijkheid niet. Ondertussen zet Berlijn, door zich aan de zijde van rechtsovertreders met dubieuze moraal tegen de soevereiniteit van een andere lidstaat te stellen de samenwerking binnen de EU onder druk. Dat kon Duitsland nog wel eens duur komen te staan. In Rome zullen ze het niet snel vergeten.

Posted on

De achilleshiel van radicaal-rechts

Zelfs radicaal rechtse partijen vermijden bepaalde controversiële onderwerpen liever, omwille van de beeldvorming. Maar het zijn juist deze fundamentele discussies die gevoerd moeten worden om uit de politieke malaise te geraken.

In zowel Vlaanderen als Nederland is de winst van radicaal rechts, tegenover de beperkte groei van radicaal links de belangrijkste conclusie. Qua zetels zijn Forum voor Democratie en Vlaams Belang er enorm op vooruit gegaan. De politieke partijen kunnen dus volop medewerkers aanwerven, budgetten spenderen aan sociale media campagnes en reserves aanleggen voor moeilijkere tijden.

In de weken na de verkiezingen werd het al wel duidelijk dat het politieke midden zich nog niet kan neerleggen bij het hertekende politieke landschap. In Nederland zijn de uitspraken van de heer Otten over partijkopstuk Baudet dagenlang breed uitgesmeerd in de media en werd meteen een koerswijziging t.a.v. een vertrek uit de EU in beeld gebracht om de radicaleren nog liever terug richting PVV te duwen. Ook werd tijdens de Europese verkiezingen gespeeld dat Baudet te nauwe banden wil hebben met Rusland en daarom de vooropgestelde analyses van het MH17-onderzoek niet zomaar wil aanvaarden. Een aantal van deze verwijten begonnen uiteraard al tijdens de campagne zelf.

Het Russische spook

In Vlaanderen had je een gelijkaardig scenario. Ook daar werd er gespeeld met het Russische spook, alsof Tom Van Grieken een Russische agent is en werd er tijdens de onderhandelingen telkens opnieuw hierop gehamerd. Het bezoek van kopstuk Filip Dewinter aan de Syrische president Assad werd uitentreuren erbij gehaald als het ging over de onderhandelingen van de Vlaamse regering. Kort na de verkiezingen kwam er dan een uitspraak van een nieuw Kamerlid van Vlaams Belang, Dominiek Sneppe, die zei dat homohuwelijken en kinderen adopteren door holebi’s een brug te ver zijn. De pers smeerde deze uitspraak dagenlang uit, en er was op sociale media veel opgestookte ophef door andere partijen over deze uitspraak. De moraliserende vingers stonden allemaal gretig in de lucht te wijzen.

Dit is een tendens die we nog vaker kunnen verwachten, radicaal rechts heeft namelijk een zeer groot en breed kiespubliek kunnen aanspreken, en loopt nu het risico om deze te bruuskeren en dus te verliezen. Zo krijgen andere partijen ook een handig excuus aangeboden om niet met de overwinnaars samen te moeten regeren.

Gebrek aan debat

Eigen aan het moraliseren van discussies is dat we geen argumenten meer tegen elkaar kunnen afwegen. Het verontwaardigd reageren door journalisten en politici is dus een strategisch toneelstuk om fundamentele discussies uit de weg te gaan. Denk maar aan een debat over migratie zonder het verwijt ‘racisme’ erin.

De drogargumenten tegen een standpunt zijn vaak legio in de pers. Een standpunt is “achterhaald” bijvoorbeeld, of “het is immers 2019”. Alsof een tijdsaanduiding een argument is. Om het wat cru te stellen: was “het is 1942” soms ook een argument om een bepaald beleid te rechtvaardigen?

Achter bepaalde onbespreekbare zaken tijdens of na een campagne zitten vaak zeer logische voorstellen die in een andere context heel anders overkomen. De vermeende banden tussen radicaal-rechts en Rusland, met Rusland als grote vijand is daar een voorbeeld van. De sancties die de EU, op aandringen van de VS, tegenover Rusland stelt treft onze export en bovendien kunnen we door het conflict met Rusland vaak geen oplossing bieden voor oorlogen in het Midden-Oosten. Een normalisering met een sterke buur zou in het voordeel van Europa  kunnen spelen. Vanwaar dan nog de demonisering van Rusland en Poetin? Alsof we plots vergeten welke andere ‘bondgenoten’ wij hebben in de wereld (VS, Saoedi-Arabië, Israël).

De globale context ontbreekt in het debat

Wat de verkiezingen in West-Europa aantonen, en de groei van radicale partijen, is dat ons huidige politieke en ideologische systeem in een ernstige crisissfeer terecht is gekomen. Er zijn trouwens genoeg parameters om te kunnen stellen dat de onvrede bij de burger nog zal toenemen. Om er twee te noemen: We hebben de komende 30 jaar nog zo’n 150 a 200 miljoen Afrikaanse migranten naar Europa te verwachten. En de schuldenberg in de Europese Unie van financiële instellingen en staten is er sinds 2010 niet op verbeterd, het is dus een kwestie van tijd dat een volgende zeepbel onze economie in crisis stort.

Geen enkele traditionele politieke partij kan een degelijk antwoord bieden en deze verliezen dan ook electoraal terrein. De christendemocraten, de liberalen, de sociaaldemocraten… Degenen die het minst verliezen zijn op termijn wellicht de liberalen, aangezien zij als kiespubliek vooral de ‘winnaars’ van de globalisering aanspreken.
Al zitten zij met het nadeel dat de kleine zelfstandigen en KMO’ers misnoegd zijn over hogere belastingen die het gevolg zijn van beleid dat meestal door liberalen is uitgevoerd.

Maar lange termijnperspectief en degelijke redevoeringen komen er niet van deze partijen. Tenzij misschien een uitzondering in Denemarken, waar de sociaaldemocraten een streng migratiebeleid voorstaan om de opgang van de Deense volkspartij af te remmen. Maar we kijken maar even naar Vlaanderen, Nederland, Duitsland, Frankrijk… om te besluiten. De verdamping lijkt nog niet voorbij, en de misnoegde kiezers van vandaag zullen niet snel tevreden gesteld worden door de hardnekkige houding van het politieke midden en de partijtoppen van de traditionele partijen.

Fundamentele discussies

Op verschillende vlakken moeten we het op zijn minst aandurven om de meest fundamentele discussies en debatten te voeren. Zowel over economische zaken, of ons monetair geldinjectiesysteem nog wel houdbaar is?Of de Euro niet volledig ontmanteld moet worden? Of over cultuur, over een einde van een slachtoffercultus of over de verlichtingswaarden. Of over de plaats van religie in de samenleving. Over geopolitiek, over de houding t.o.v. Rusland en de NAVO. Over migratie, over klimaat…

Onze samenleving zit met een existentiële crisis van formaat. De waarden waarop ons leidend politiek systeem, het liberalisme, is gebaseerd, zijn al meer dan 100 jaar op de schop gezet in de filosofie. Het is niet ondenkbaar dat dit systeem ook zijn einde zal kennen, alsook het communisme (1917-1989) en het facisme (1923 – 1945) reeds hun periode hebben gekend.

Een alternatief vormen

Om een alternatief te vormen zullen ook de radicaal rechtse partijen dus wel deze discussies moeten aan durven gaan, in plaats van zo snel mogelijk deze ‘incidenten’ zoals in begin gezegd te willen sluiten. Dat ze dit zelf, als partij, niet kunnen is begrijpelijk. Ten slotte draait een partij op kiezers die snel kunnen wisselen.

Hier zit hem natuurlijk een grote paradox. Een alternatief voor het huidige politieke systeem kan enkel maar door fundamentele levensbeschouwelijke vragen te stellen, een economisch alternatief en een geopolitiek fundamenteel andere koers te varen. Als je net deze discussies en debatten wel uit de weg moet gaan omdat je je niet kan veroorloven als partij om veel kiezers kwijt te spelen is het dus wel een heel strategische zoektocht naar de juiste momenten om debatten uit te lokken en te beslechten.

Om het anders te stellen, partijpolitiek heeft de neiging om al te snel opiniemakers weg te plukken naar de partijpolitiek en bewegingen er rond leeg te halen qua talenten om het electoraat tevreden te stellen en uiteraard bekwame parlementsleden en medewerkers in hun rangen te krijgen. Dit verarmt wel de opiniemakers die kunnen spreken en schrijven zonder altijd te moeten rekenen met een eventueel verlies van kiezers. Het zullen echter net die controversiële standpunten zijn die beslecht moeten worden voor een politiek ideologisch kader dat zijn einde nadert ook zijn opvolger kent.

Posted on

Kijktip: Borderless – Documentaire Lauren Southern over migratiecrisis

“Het was een grote vergissing!” Met die woorden eindigt de documentaire Borderless, die de Canadese publiciste Lauren Southern onlangs op YouTube publiceerde. Ze klinken uit de mond van een zwarte afrikaan bij het kampvuur in een tentenkamp onder een brug in het winterse Parijs. 

Southerns documentaire is niet wat je misschien zou verwachten. De Canadese nam eerder deel aan de anti-immigratiemissie Defend Europe en staat er dan ook niet neutraal in. Maar met Borderless heeft ze geen rechtse propagandafilm geproduceerd, maar eerder een goed onderzocht stuk onderzoeksjournalistiek. Zoals ze overigens eerder al een goede documentaire over het lot van de blanke boeren in Zuid-Afrika maakte.

Hotspots van de asielcrisis

Met haar team reist ze naar verschillende hotspots van de asielcrisis. De Turkse kust tegenover Lesbos, Marokko, de Spaanse enclaves Ceuta en Melilla en de Bulgaars-Turkse grens. Daarbij ligt haar focus niet primair op de migranten, maar vooral op de profiteurs van de crisis.

Profiteurs

Dat is de rode draad in Borderless: Wie verdient er eigenlijk aan mensen vanuit Afrika naar Europa te transporteren? Wie winnen erbij en wie zijn de verliezers? Bij het zoeken naar antwoorden op deze vragen, stuit ze op rücksichtslose mensensmokkelaars en criminele ngo-medewerkers, die soms zonder scrupules de mensenhandel op de Middellandse Zee faciliteren.

Verborgen camera’s

Het is met name dit onderzoeksdeel van de documentaire, dat het de moeite waard maakt. Ze slagen er bijvoorbeeld in met een verborgen camera opnames te maken van een medewerkster van een grote asiel-ngo die vrijuit vertelt hoe ze potentiële asielaanvragers acteerles geeft zodat ze zich voor christelijke vluchtelingen uit kunnen geven. Anderen vertellen over smeergeld, valse identiteitsbewijzen, doktersverklaringen en wat dies meer zij. Kijken dus, Borderless!

Posted on

Tunesië: Jood wordt minister

René Trabelsi is de nieuwe minister van Toerisme van Tunesië. Daarmee is de 56-jarige de enige joodse minister in de Arabische wereld en de eerste in Tunesië sinds de jaren ’50.

Trabelsi groeide op het eiland Djerba, voor de oostkust van het Noord-Afrikaanse land, op. Daar staat met de Al-Ghriba-synagoge het oudste joodse gebedshuis van Afrika. Die synagoge kwam 17 jaar geleden internationaal in het nieuws, toen bij een aanslag 20 Duitse toeristen om het leven kwamen. Trabelsi studeerde in Frankrijk en begon daar een toeristische onderneming waarmee hij pelgrimages van joden uit de hele wereld naar de Al-Ghriba-synagoge organiseert.

Interieur van de Al-Ghriba-synagoge

Coëxistentie

Trabelsi geldt als een geëngageerde voorvechter van de coëxistentie van joden (waarvan er slechts zo’n 1.200 zijn in Tunesië) en moslims, wat hem natuurlijk niet vrijwaart van vijandigheden van de zijde van radicale moslims. Bij zijn bevestiging als minister van Toerisme kreeg hij echter ook de stemmen van de parlementsleden van de islamistische Ennahda-partij.

Posted on

Hoe westerse geheime diensten jihadisten gebruiken

Gegevens rond de persoon van de Britse en erg belangrijke salafistische predikant Anjem Choudary (1), de man van Shariah4UK, tonen aan dat deze een infiltrant was van de Britse veiligheidsdienst MI5. Hij moest salafistische kernen oprichten en rekruteerde zo onder meer de Belg Fouad Belkacem, de stichter van Sharia4Belgium.

Ook rond de persoon van de Molenbeekse predikant Bassam Ayachi hangt er een verdacht geurtje. In Europa kwam die voor het eerst in 1996 met het gerecht in aanraking toen men hem noemde als de draaischijf die geld van erg gewelddadige overvallen gepleegd door de salafistische Bende van Roubaix doorsluisde naar terreurgroepen in Bosnië. En die steun van Bassam Ayachi aan de terreur blijft nu al 22 jaar lang duren en desondanks is de man nog nooit veroordeeld. Hoe kan dat?

Een groot huurlingenleger

Bekend is dat westerse veiligheidsdiensten al sinds de Afghaanse oorlog in 1978 begon massaal investeerden in de ontwikkeling van een enorm groot geworden leger van moslimextremisten. Het bevat vele tienduizenden jihadisten uit zowat alle landen ter wereld. Het is de culminatie van de al sinds de jaren twintig van de vorige eeuw gegroeide samenwerking van eerst de Britten en daarna de Verenigde Staten met het salafistische Saoedi-Arabië.

Deze huurlingen waren voor de westerse alliantie al nuttig in een ganse serie door de VS en haar bondgenoten georganiseerde oorlogen zoals in Tsjetsjenië, Afghanistan, Libië, Kasjmir, Somalië, Mali, Joegoslavië, Irak, Libanon en Syrië.

Leden van al Qaida in Syrië, een onderdeel van het salafistische huurlingenleger aangestuurd door westerse inlichtingendiensten.

 

Ook in Iran gebruikte men dergelijke groepen voor terreuraanslagen. Zo is er de in Iraans Beloetsjistan, een gebied in het zuidoosten aan de grens met Pakistan, opererende Jundallah, de Volksverzetsbeweging van Iran, opgericht door een zekere Abdolmalek Rigi. De man werd echter gevangen genomen, kreeg de doodstraf en werd opgehangen.

Zonder die tienduizenden terroristen zou de VS immers haar eigen troepen moeten sturen, wat echter in de VS politiek niet meer te verkopen is. Vandaar dat men die salafistische moordbendes inschakelde. Overigens in veel gevallen met groot succes zoals bleek in Afghanistan, Libië en in het begin ook in Tsjetsjenië met de eerste van 1994 tot 1996 gevoerde oorlog met het Russische leger.

Eerst met de tweede oorlog in 2000 in Tsjetsjenië en nu in Syrië loopt het echter totaal fout en toont het de zwakte van die groepen. Een goed uitgerust en gemotiveerd leger haalt het er van het veelal ongeregeld maar wel gemotiveerd en voldoende bewapend jihadistenleger.

Duidelijk is dat het de westerse geheime diensten pakken werk bezorgt met de rekrutering, training, bewapening en ondersteuning via onder meer de media van die salafistische groepen. Dat de Israëlische Mossad hierbij betrokken is staat eveneens vast en is logisch. Zo is er de zionistische steun in de vorm van financiering en bewapening van in Syrië actieve terreurgroepen. (2)

Abdelkader Belliraj

En er is ook het verhaal van de Marokkaanse Belg Abdelkader Belliraj die in Marokko levenslang kreeg wegens het oprichten van een salafistische terreurgroep met een link naar al Qaida. Het aan het Belgisch parlement verbonden Comité I dat de inlichtingendiensten moet onderzoeken legde de zaak bloot (3). Uit dat bij de Senaat neergelegde rapport bleek dat de man naast informant van onze Staatsveiligheid ook werkte voor een andere maar dan grote dienst.

Verder onderzoek leerde dat volgens de toenmalige voorzitter van het Comité I wijlen Anne-Marie Lizin en drie andere betrokken bronnen die grote geheime dienst de Israëlische Mossad was.

Onder meer op voorstel van Anne-Marie Lizin (PS), toen voorzitster van de Senaat, werd het verhaal rond Abdelkader Belliraj door het Comité I onderzocht. Bleek de man Bin Laden te hebben ontmoet, een Marokkaans terreurnetwerk te hebben opgezet en te werken voor de Mossad. Nadien viel ze politiek in ongenade. Geen toeval natuurlijk.

 

Daarbij bleek dat Belliraj, ogenschijnlijk een gewone huisvader uit Evergem, kort voor de aanslagen van 11 september 2001 een privaat gesprek had met zowel Osama Bin Laden als met Ayman al Zawahiri, respectievelijk nummer een en twee van al Qaida. De Mossad wist dus waar Bin Laden verbleef.

Op 15 januari 2008 werd Belliraj dan in Marokko opgepakt als de stichter en wapenleverancier van een nieuwe salafistische terreurgroep. Het hof van beroep in het Marokkaanse Salé zal hem op 17 juli 2010 hiervoor veroordelen tot een levenslange celstraf. (4) Of hoe een infiltrant van de Mossad in Marokko vanuit de centrale positie van stichter en wapenleverancier de terreur poogde te organiseren.

Britse veiligheidsdiensten

Aan veel van de aanslagen in Europa zelf hangt niet verbazend dan ook een geurtje van de veiligheidsdiensten. Zo onthulde de Britse zakenkrant The Financial Times in een gedetailleerd artikel (5) hoe de aanslag van 22 mei 2017 tegen de Manchester Arena en het concert van Ariana Grande het werk was van mensen die MI5 voorheen van Manchester naar Libië had gestuurd.

Omar Bakri Muhammed, een infiltrant van MI5, is hier zijn volgelingen aan het opzwepen. Rechts naast hem Abu Hamza al Masri, nog een man van MI5.

 

Dit om het land te vernielen en president Moeammar Kadhaffi te vermoorden. Er vielen in Manchester toen 23 doden en 512 gewonden. Men wacht nog op het resultaat van het beloofde onderzoek naar de rol van de veiligheidsdiensten in de zaak. En dat zal zo te zien nog lang wachten worden.

Uit verder speurwerk blijkt nu dat die Britse veiligheidsdiensten op grote schaal en al decennia niet alleen zomaar samenwerken met die salafistische terreurbendes maar er integendeel een centrale rol in spelen.

Zo blijken drie der kopstukken van het Britse salafisme agenten te zijn van MI5. Wat betekent dat dit feitelijk geen veiligheidsdiensten zijn zoals het hoort maar oorlogsstokers en de ware leiders van terroristenbendes, verantwoordelijk voor een enorm aantal moorden en een massale destructie wereldwijd.

Zowel Abu Hamza al Masri, alias kapitein Haak, Omar Bakri Muhammed als Anjem Choudary blijken figuren te zijn die voor rekening van MI5 in moslimkringen ageerden en zo rekruten verzamelde voor de vele oorlogen van Afghanistan tot nu Syrië die het Verenigd Koninkrijk, de VS en Israël voor hen in petto hadden. Lekker kanonnenvoer dus.

Het is een wereldje gelieerd aan zowat alle terreuraanslagen en andere vormen van criminaliteit die salafisten op hun kerfstok hebben. Met onder meer de aanslagen op de Londense metro van 7 juli 2005, de aanslagen van Mohammed Merah, de moordenaar van Toulouse, de bende van Roubaix met haar uiterst gewelddadige overvallen tot de aanslagen in Zaventem en de Brusselse metro in Maalbeek van 22 maart 2016.

Anjem Choudary

Vooral de figuren van Omar Bakri Muhammed en Anjem Choudary zijn hierbij interessant. Deze Choudary, een geschorste advocaat, leidde in zijn jongere jaren een erg liederlijk leven met grote hoeveelheden drugs, drank en het nodige vrouwelijke gezelschap.

Plots echter ontpopte die man zich als een uiterst fanatiek predikant voor wie het provoceren en uitschelden van de Britse maatschappij dagelijkse kost was. Hij werd dus geen advocaat maar onrustzaaier die maar niet genoeg kreeg van het beledigen van zijn thuisland. De drank, drugs en seks veranderden in donderpreken.

Omar Bakri en later Choudary richten eerst al Muhajiroun op en daarna Shariah4UK, Sharia4Islam en Mulims4Crusades op. Organisaties die na verloop van tijd werden verboden maar de leiders als Choudary en Omar Bakri bleven gerechtelijk merkwaardig steeds netjes buitenschot.

Anjem Choudary toen hij nog geen salafist en agent van MI5 was.

 

Een van hun strafste daden was het uitschelden in het stadje Wootton Bassett van de in Afghanistan gestorven Britse soldaten. Die werden er door de overheid ceremonieel in een kist door het stadje vervoerd, uiteraard in aanwezigheid van hun nabestaanden. Choudary en zijn vrienden kwamen er telkens tegen betogen en uiteraard al de omstanders, inclusief verwanten, beledigen.

Scheldpartijen

Wat voor de Britse pers dan weer een thema bij uitstek was om Choudary en Bakri en hun organisaties eveneens uit te schelden. Choudary werd voor de pers en de doorsnee Brit zo vijand nummer één. Het regende in het Verenigd Koninkrijk beledigingen heen en weer. Het leek dat ook voor de Britse regering Anjem Choudary en Omar Bakri Muhammed eveneens vijand nummer één waren.

Maar buiten de scheldpartijen en harde woorden van de regering gebeurde er niets. En dankzij die steeds maar opgedreven spanningen werden Choudary en zijn kompanen steeds populairder bij een bepaald segment van de Britse bevolking, jonge moslims, oudere tieners en twintigers die in de marge der samenleving zich veelal bezig hielden met allerlei vormen van kleinere criminaliteit.

Hun bestaan hier stelde niet veel voor, maar Choudary schotelde hen een nieuw leven voor en een waar er nog wat te verdienen was, huurling bij het almaar groeiende leger van jihadisten in Syrië en elders. En verloren ze hun leven dan waren er nog de 64 of zo maagden in de hemel, een neukparadijs. En men kreeg ginds niet alleen een loon maar men kon er ook naar hartenlust stelen, moorden en verkrachten.

Volgens vele bronnen zijn Choudary en Omar Bakri verantwoordelijk voor de rekrutering van zo’n 500 van de 850 Britten die in het Midden-Oosten voor al Qaida, ISIS en andere terreurgroepen gingen vechten. (1)

Abu Hamza al Masri

Een andere vriend van Omar Bakri en Choudary was Abu Hamza al Masri, alias Kapitein Haak. Dit omwille van de prothese waarbij een van zijn handen was vervangen door een haak zoals men die wel eens in zeeroverfilms ziet.

Ook die kon jarenlang vanuit de moskee van Finsbury Park in Londen waar hij imam was de heilige oorlog prediken, o.m. op de bijeenkomsten van al Muhajiroun die daar gehouden werden. Zijn eerste publiek bekende salafistische terreuractiviteiten dateren van rond 1990 en situeren zich in Bosnië.

Ook deze werd jarenlang, tot grote frustratie van zelfs de koningin, de volledige vrijheid gelaten om zoals Choudary op te roepen tot steun voor al Qaida en andere terreurgroepen. Hij vocht trouwens mee in de oorlogen rond Bosnië, Kasjmir, Algerije, Afghanistan, Pakistan en Jemen. In het geval van Jemen werd een van zijn zoons gearresteerd wegen het organiseren van ontvoeringen.

Abu Hamza werd een eerste maal gearresteerd op 27 mei 2004 op vraag van de VS en kort nadien op 26 augustus 2004 op vraag van het Britse gerecht zelf wegens betrokkenheid bij terrorisme. Men veroordeelde hem op 7 februari 2006 in London tot 7 jaar cel en leverde hem nadien op 6 oktober 2012, 6 jaar later, uit aan de VS.

Abu Hamza al Masri, provocateur in dienst van MI5, hier samen met enkele vrienden, zeer waarschijnlijk wereldverbeteraars.

 

Hier kreeg hij dan op 14 april 2014 levenslang zonder kans op beroep. Tijdens dat proces stelde diens advocaat Joshua Dratel dat zijn acties gebeurden in overleg met MI5 om zo de moslimgemeenschap in het Verenigd Koninkrijk te infiltreren. (6)

De strategie van MI5 en Choudary was dan ook succesvol. Door hem voor te stellen als ‘s lands grootste vijand werd hij geloofwaardig in dat segment van de bevolking dat zich om allerlei reden afkeerde van die Britse maatschappij. Des te meer scheldpartijen heen en weer des te beter voor MI5 en figuren als Aboe Hamza, Omar Bakri Mohammed en Anjem Choudary.

Voorwaarde was wel dat men hen liet begaan. Niet simpel, want terwijl de ene politiedienst tegen hen wilde optreden, zorgde een andere ervoor dat ze gerechtelijk buiten schot bleven. Wat bij nogal wat Britse politielui voor grote frustratie zorgde.

Aanslagen op Londense metro

Zo waren er in de pers verhalen te lezen over trainingskampen met wapens en de Britse krant The Telegraph noemde zelfs 15 terreuraanvallen of pogingen tot waarbij Choudary vanaf 2001 betrokken was. Zo waren er de aanslagen van 7 juli 2005 op de Londense metro en een dubbeldeksbus waarbij eventjes 52 doden en 700 gewonden vielen. De zelfmoordenaars waren allen lid geweest van Al Muhajiroun. (7)

Ook Rachid Redouane, Kuram Shozad Butt en Youssef Zaghba waren lid geweest van al Muhajiroun en haar opvolgers. Het waren zij die op 3 juni 2017 de moorddadige aanslagen pleegden op London Bridge, goed voor 5 doden.

Redouane was een oud-gediende van o.m. de oorlog in Libië waar hij vocht met de Libische Strijdersgroep van Abdul Hakim Belhaj, de man van al Qaida in Libië en na de machtsovername commandant van de Nationale Transitieraad. (8)

Youssef Zagba werd in maart 2016 op weg naar Syrië door de Italiaanse autoriteiten in Bologna tegengehouden maar na contact met iemand bij MI5 vrijgelaten. (9) Ook waren Michael Adelbolajo en Michael Adebowale, de moordenaars op 22 mei 2013 van de Britse soldaat Lee Rigby kennissen van diezelfde Choudary. Maar de politie ondernam niets en liet gewoon betijen.

En wie dacht dat de politie dan Omar Bakri Mohammed ging arresteren was eveneens verkeerd. De man trok op reis naar Libanon en toen hij wou terugkeren werd hem de toegang tot het Verenigd Koninkrijk verboden. Er kwam dus geen Brits proces tegen de man. Toch netjes. (1)

Abdul Hakim Belhaj, leider van de Libische Strijdersgroep, een onderdeel van al Qaida, werd om die reden door de Britten ontvoerd en overgeleverd aan de Libische regering van Khadaffi. Die mocht er dan mee doen wat hij wou. Nadien gebruikten de Britten hem om Khadaffi te vermoorden. Een regeringsbeleid gestoeld op democratische humanitaire principes noemt men dat.

 

Waarna de fakkel bij al Muhajiroun dan werd overgenomen door de Pakistaan Anjem Choudary. De meester agitator werd de nieuwe leider. Choudary kon zo verder kanonnenvlees werven voor de oorlogen van MI5.

Tot hij op 5 augustus 2015 in een filmpje op YouTube de eed van trouw aflegde aan ISIS. (1) Toen kon de Britse regering die hem tot dan beschermde niet veel anders meer doen dan hem arresteren en doen veroordelen. Het duurde echter nog tot 28 juli 2016 voor zijn veroordeling definitief was. Waarom hij in 2015 die ultieme provocatie deed is natuurlijk een goeie vraag die echter tot heden zonder antwoord blijft.

Leveranciers van al Qaida

Dat salafistische terreurorganisaties in het Verenigd Koninkrijk feitelijk vrij kunnen opereren is ook duidelijk uit het verhaal van de liefdadigheidsinstelling (sic) One Nation die werkt vanuit vier steden, Batley, Leicester, Oldham en High Wycombe.

Toen al Qaida in het Syrische stad Khan Sheikhoun begin april 2017 gasmaskers wou hebben was het One Nation die ze leverde. One Nation is dan ook een puur salafistische organisatie die samenwerkt met allerlei terreurgroepen in het buitenland. Wie dus een bijdrage wil leveren aan de ‘goede’ werken van al Qaida kan er zo geld storten, hen bellen of een bezoekje brengen. Zeer gemakkelijk. (10)

En zoals veel van die figuren in dit milieu hebben ook de beheerders van deze ngo een mooi strafblad. Zo veroordeelde de rechtbank voorzitter Maqsood Motala op 18 augustus 2003 voor zijn betrokkenheid bij een serie inbraken en de handel in hard drugs en wapens. (11)

Een andere beheerder en vroeger voorzitter van One Nation was dan Arshad Patel. Deze prees de daders van de zelfmoordaanslagen van 7 juli 2005 op de Londense metro en een dubbeldeksbus. Hij is immers gehuwd met Hasina Siddique Khan, de zus van zelfmoordenaar Mohammed Sidique Khan, de leider van de terreurgeroep die tekende voor die aanslagen. (12)

Opvallend is wel de steun die Arshad Patel en Maqsood Motala kregen van Jo Cox, het nadien vermoorde parlementslid van Labour voor de regio Batley waar One Nation haar hoofdkwartier heeft. (13) Steun die er kwam ondanks de eerdere veroordelingen en de bekende relaties van Patel met het salafisme.

Prins Charles

Een ander crimineel figuur in One Nation is een zekere Tarek Islam. Deze kreeg voorheen 16 maanden cel om reden dat hij in een nachtclub en stomdronken een man aftroefde met een fles champagne.

Anjem Choudary in actie. Is dat niet leuk, je door de Britse staat laten betalen om hen voor rotte vis uit te schelden. Fijn beroep.

 

En alhoewel de Britse officiële Liefdadigheidscommissie One Nation regelmatig op de vingers tikte blijft ze operationeel. (14). Maar One Nation steunt Al Qaida en dat doet ook de Britse regering en dus kan One Nation blijven verder werken. Deze blijkt immers bovendien goede vrienden te hebben in zionistische kringen. (10)

Zo krijgt One Nation geld van Prism The Gift Fund dat mede wordt geleid door lord Stone of Blackheath. Een lid van het Britse Hogerhuis die zijn benoeming daar te danken heeft aan premier Tony Blair (Labour).

Deze lord is ook lid van onder meer The Labour Friends of Israel en Jewish Policy Research dat onder leiding staat van bankier Jacob Rothschild, de levenslange voorzitter van deze organisatie. En wie Rothschild zegt denkt bijna onmiddellijk ook aan de stichting van Israël.

Hoeft het dan ook te verbazen dat de Moslimbroeders, in wezen toch een salafistische organisatie die in veel gevallen al samenwerkte met al Qaida, ook in het Verenigd Koninkrijk alle nodige steun krijgt. Kroonprins Charles is zelfs beschermheer van hun aan de universiteit van Oxford verbonden organisatie, het Oxford Center for Islamic Studies.

En daar komt men ook de Egyptische predikant Youssef Qaradawi tegen (15). Deze werd in 2004 een paar jaar beheerder van deze organisatie en leeft in ballingschap in Qatar. In zijn toespraken haalde die al uit naar alle niet-salafisten en uiteraard ook alle christenen, joden, enzovoort die wat hem betreft ook mogen vermoord worden. Hij wordt gezien als de hoofdideoloog van de Moslimbroeders maar werd in 2008 wel de toegang tot het Verenigd Koninkrijk ontzegd.

Moslimbroeders

In wezen gaat die relatie tussen de Britten en de Moslimbroeders terug tot de stichting van deze organisatie in 1928. Men zag haar als een tegengif voor het opkomende Arabische nationalisme dat in essentie vooral seculier was.

Hetzelfde voor het salafisme, ook wel eens wahhabisme genoemd. Het waren de Britten die in de periode 1917 tot ongeveer 1936 de basis legden voor het salafistisch rijk van Ibn Saoed, stichter van Saoedi-Arabië en beschermer van het salafisme.

En toen Europese zionisten in 1948 Israël stichten weigerde Ibn Saoed, ook wel Abdoelaziz Saoed genoemd,  zich daar tegen te verzetten. Het begin van de alliantie tussen dat land, de VS, het Verenigd Koninkrijk en het zionisme.

Bovendien hebben de veiligheidsdiensten MI5, MI6 en de CIA steeds kunnen rekenen op financiële steun vanuit het Huis van Saoed. Legden men ze in hun thuisland financieel en militair aan banden dan was er steeds Riaad om hen uit de nood te helpen. Wat er voor zorgde dat die samenwerking nog intensiever werd. Met dan de cruciale vraag: Wie controleerde dan uiteindelijk die diensten? Washington en Londen of Riaad, of beiden?

Het ontstaan van het salafisme in zijn huidige jihadistische vorm is ontstaan in 1978 toen de VS Afghanistan destabiliseerden en zo de Sovjetunie deden interveniëren in wat altijd al haar invloedsfeer was. Afghanistan was bijvoorbeeld het eerste land om na de Oktoberrevolutie de Sovjetunie te erkennen. Beiden hadden immers de Britten als vijand.

Zbigniew Brzezinski

In Pakistan bracht men in 1977 dictator Zia ul-Haq aan de macht en samen met hem, Saoedi-Arabië en Londen begon de VS met de creatie van wat toen nog de moedjahedien hette. Wat militair voor de VS een enorm succes was, voor Afghanistan zelf en de wereld echter een enorme ramp. (16)

Het was een strategie uitgedacht door Zbigniew Brzezinski, de toenmalige Amerikaanse Nationale Veiligheidsadviseur onder president Jimmy Carter. Toen men Brzezinski later hierover interviewde gaf hij probleemloos de rol van de VS in de kwestie toe, incluis de destabilisering van Afghanistan. En toen men daarop de vraag stelde of die jihadisten geen gevaar vormende lachte hij dat ogenschijnlijk heel arrogant weg.

Achteraf gezien was zijn nonchalante houding in deze zaak begrijpelijk want het zijn de Westerse inlichtingendiensten die deze jihadisten via hun infiltranten van het genre Anjem Choudary en Abu Hamza al Masri sturen in de richting die de Mossad, CIA en MI5 wensen.

Het verklaart ook perfect waarom de oorlog tegen de terreur net als de oorlog tegen de drugs nergens raakt en men integendeel beide fenomenen ziet groeien. Immers achter die terreur en drugs staan diezelfde zogenaamde inlichtingendiensten die als het ware een staat binnen de staat vormen. Want ook de opbrengst van hun drugshandel zorgt dat zij desnoods onafhankelijk van hun regeringen kunnen opereren. (17)

Fouad Belkacem

Maar Anjem Choudary kwam er met zijn proces nog goed vanaf. Hij kreeg amper 5 jaar en 6 maanden cel voor steun aan een terreurorganisatie, hier ISIS. De hier in België en Nederland best bekende door Choudary gerekruteerde extremist is natuurlijk de Antwerpenaar Fouad Belkacem die samen met enkele kompanen in navolging van zijn vriend Choudary op 3 maart 2010 Sharia4belgium 2010 opricht.

En zoals Choudary was ook Fouad Belkacem een provocateur die steeds maar de spanning deed toenemen en daardoor van de media veel belangstelling en dus publiciteit kreeg. Fouad Belkacem mag, net als zijn illustere voorbeeld in het Verenigd Koninkrijk, in België gezien worden als de mogelijk meest succesvolle ronselaar voor de oorlogen in het Midden-Oosten.

Fouad Belkacem een man met een stevig strafblad die salafistisch predikant werd na rekrutering door Anjem Choudary, een agent van MI5. Zoals Anjem Choudary in het Verenigd Koninkrijk de meest succesvolle werver voor Syriëstrijders was zo is Fouad Belkacem dat voor België geweest. Een succes dus voor MI5.

 

Voor hij zich in 2003 tot het salafisme bekeerde was ook hij een man met al een stevig strafblad gaande van inbraak tot weerspannigheid, autozwendel, schriftvervalsing, BTW-fraude, racisme, slagen en verwondingen, smaad aan de politie en drugshandel. Of Belkacem ook directe contacten had met MI5 is niet bekend, zeker is dat hij de methoden van Choudary overnam.

Zo werd Sharia4Belgium reeds op 7 oktober 2012, na twee jaar dus, verboden en kreeg hij van het Antwerpse hof van beroep op 27 januari 2016 twaalf jaar cel. Zijn Sharia4Belgium kon dus wel bijna drie jaar relatief ongestoord werken.

Verder konden zijn kompanen probleemloos naar Syrië vertrekken om er bij die terreurgroepen te gaan vechten. Zo bedreigde Belkacem ook o.m. toenmalig minister van Defensie Pieter De Crem (CD&V) met de dood. Wel werd hij regelmatig opgepakt en zag hij dikwijls een cel. Wat doet vermoeden dat hij zeker niet de bescherming genoot van zijn voorbeeld Anjem Choudary.

Het vertrek naar het Midden-Oosten van veel leden om er te gaan vechten en acties van politie en gerecht zorgden voor het wegkwijnen van deze beweging. En de enorme nederlaag die het salafisme in Irak en Syrië leed zal er ook niet veel goed aan doen.

Afghanistan en de eerste Tsjetsjeense oorlog waren de hoogtijdagen van het salafisme, nu is de top al lang voorbij en zit men in een dal. Of men hen daar nog uit zal kunnen halen is de vraag.

De sjeik van Molenbeek

En dan is er de andere bekende Belgische salafistische predikant, de 72-jarige uit het Syrische Aleppo afkomstige Bassam Ayachi. De man die in in 1992 na een failliet avontuur met een restaurant in Aix-en-Provence naar Brussel trok en er het Centre Islamique de Belgique (CIB) opricht. Wat Abu Hamza al Masri en de moskee van Finsbury Park in Londen was voor het rekruteren van jihadisten zo was dit het geval voor Bassam Ayachi en het CIB in het Brusselse Molenbeek.

Op 4 april van dit jaar werd hij door de Fransen aangehouden toen hij via Turkije uit Syrië terugkeerde. Blijkbaar verbleef hij al enkele maanden in Turkije, volgens zijn fans om er een nieuwe prothese voor zijn arm te laten plaatsen. Waarna de Turken hem oppakten en naar Frankrijk stuurden. (18)

Daar was er op 12 maart een onderzoek tegen hem gestart na de arrestatie van een naar Frankrijk uit Syrië teruggekeerde jihadist. Mogelijkerwijs viel bij diens ondervraging de naam van Bassam Ayachi als diens rekruteerder. (19)

Bassam Ayachi heeft het uiterlijk van een soort Sinterklaas, wee echter de niet-salafistische kinderen die in zijn handen raken.

 

En kijk onmiddellijk klommen enkelen in België in de pen om de man voor te stellen als feitelijk een onschadelijk figuur die het wel goed meent. Een soort fanclub dus. De allereerste om verzachtende omstandigheden in te roepen was Gauthier De Bock. Die schrijft op 4 april 2018 (20) op de website van het weekblad Moustique een stuk en stelt daarin:

Les amalgames allant bon train s’agissant de musulmans, barbus et maniant l’AK 47, même pour une bonne cause, le Cheikh Bassam Ayachi est toujours inculpé, en Belgique, de participation à une organisation terroriste.

Amalgamen verkopen altijd goed als het gaat over moslims, mannen met baarden die dan nog zwaaien met een AK47, zelfs als het voor een goede zaak is, dan is de sjeik Bassam Ayachi in België altijd schuldig wegens het lidmaatschap van een terroristische organisatie.

Een soefi

Zelfs de website Bellingcat doet hier een flinke duit in het zakje (21) en springt in de bres voor onze Molenbeekse sjeik. Daar stellen onderzoeker Pieter Van Ostaeyen en journalist  Guy Van Vlierden, die werkt voor het Laatste Nieuws, dat het wat betreft Bassam Ayachi allemaal overroepen is.

Hun stelling is: Jazeker, hij is een salafistisch predikant maar hij heeft steeds gezegd dat hij tegen de komst naar Syrië van Syriërstrijders is. Bovendien vocht hij in Syrië tegen ISIS en nu tegen Hayat Tahrir al Sham (al Qaida in Syrië). Kortom hij is een gematigde jihadist waarmee men zaken kan doen.

En wie de man breed glimlachend en met zijn grijze baard ziet zou zelfs denken dat dit de vleesgeworden Sinterklaas is, de goede kindervriend dus. Maar dan moet men de realiteit die achter die baard, de mooie woorden en de glimlach schuilt wegcijferen. En daarin zijn Pieter Van Ostaeyen en Guy Van Vlierden bedreven.

Zo stellen zij in het stuk: ‘The pictures show an old man, dressed as a Sufi cleric, not a bloodthirsty jihadi.’ (‘De foto’s tonen een oude man, gekleed als een soefistische (22) predikant eerder dan als een bloeddorstig jihadist). Voor hen is de man een gematigde jihadist die buiten Syrië geen terreuraanslagen wil zien gebeuren en wiens groep De Valken van de Levant (Suqur al Sham) best te doen is. Ze zijn gematigd in hun jihad.

Bellingcat

En dat de website Bellingcat dit gemoedelijk portret van de vader van het Molenbeekse salafisme publiceert hoeft ook niet te verbazen. Eliot Higgins, de man achter eerst Moses Brown en nu Bellingcat, werkt immers voor The Atlantic Council en dat is feitelijk een soort van intellectuele satelliet van de NAVO die toch mee die oorlog tegen Syrië steunt.

Bovendien is Bellingcat binnen de Atlantic Council een deel van het Digital Forensic Research Lab en dat krijgt volgens eigen informatie steun van The Syrian American Medical Society, het Aleppo Media Center, the Syria Institute, Syrian Civil Defense (De Witte Helmen) en de Syrian Campaign. Organisaties die o.m. leiden naar al Qaida, en de Rockefeller Brothers Foundation en vermoedelijk naar allerlei Westerse geheime diensten.

Een deel van het netwerk rondom Eliot Higgins en zijn Bellingcat. Een man die op basis van internetfoto’s en video’s zware beschuldigingen uit. Alsof foto’s en video’s op het internet te betrouwen zijn. Links onderaan het logo van de Witte Helmen.

 

Dus de Witte Helmen steunen Bellingcat die op haar beurt al de verhalen die de Witte Helmen uit hun helm toveren, zoals de gifgasaanval op Douma, bewijzen door haar (sic) forensisch onderzoek. Een zwendel dus.

En bovendien stelt zich hier de vraag waarom zogenaamde hulporganisaties een toch rijke instelling als The Atlantic Council en dat Lab moeten gaan steunen. Dat is toch niet de taak van een hulporganisatie. Het is alsof het Nederlandse Rode Kruis het Haagse onderzoeksinstituut Clingendael of De Telegraaf zou gaan steunen.

Maar het toont dat Bellingcat gewoon een onderdeel is van een zwendel van organisaties die organisch met elkaar verbonden zijn en er alleen maar dienen om elkaar geloofwaardig te maken. Het verklaart waarom haar zogenaamde onderzoeksresultaten steeds daar belanden waar de VS en haar bondgenoten dat willen. Geen toeval.

Achter de façade

Pieter Van Ostaeyen, Gauthier De Bock en Guy Van Vlierden baseren zich in essentie op de verklaringen van Bassam Ayachi zelf, zonder echter achter die façade te kijken. Hij zegt wel dat hij tegen de komst naar Syrië van buitenlandse jihadisten is maar de realiteit is dat er in zijn spoor wel mensen naar Syrië trokken.

En dat hij tegen de internationale terreur is is eveneens een fabeltje. Vanuit zijn Centre Islamique de Belgique lopen er contacten met de ganse wereld van de internationale terreur, zelfs naar de aanslagen in Zaventem en Maalbeek.

Maar dan moet men wel verder kijken dan naar zijn beweringen natuurlijk. Ook die over de Valken van de Levant. En, nog erger, sinds wanneer is salafistische terreur een probleem hier in het Westen en niet ginds? Syriërs, Irakezen, enzovoort mogen dus in die filosofie leven onder het juk van die bendes. Zolang wij Belgen er maar geen last van hebben.

Abdel Rahman Ayachi, hier in de Brusselse rechtbank, de zoon van de ‘gematigde’ Bassam Ayachi, noemde joden op de website van het CIB apen en varkens en zette er ook video’s met onthoofdingen op. Gematigde weliswaar.

 

En zoals met Abu Hamza kan men ook hier de vraag stellen naar de rol van de inlichtingendiensten. Bassam Ayachi kwam voor het eerst begin 1996 in het vizier van het gerecht toen hij volgens een enquête van de Franse onderzoeksrechter Jean-Louis Bruguière een cruciale rol speelde bij de erg gewelddadige overvallen van wat men de Bende van Roubaix noemde. (23)

En nog steeds kreeg onze Molenbeekse salafist ondanks al de feiten nooit een definitieve veroordeling op zijn naam. Dus al 22 jaar kan de man bijna ongestraft opereren in de wereld van de salafistische terreur. Wat natuurlijk de steun van bepaalde machtige structuren zoals geheime diensten doet vermoeden.

De uit 12 leden bestaande bende van Roubaix pleegde tussen 20 januari en 29 maart 1996 in totaal 8 aanslagen waaronder die met een autobom voor het hoofdkantoor van de politie in Rijsel. De buit van die overvallen diende voor het financieren van de jihadistische terreur in Bosnië.

Volgens het onderzoek van rechter Bruguière werd het geld via Bassam Ayachi doorgesluisd naar de vrienden in Bosnië waar al Qaeda met Bin Laden toen erg actief was. Ook de Britse MI5-predikant Abu Hamza kwam hier in beeld. (24) De leider van die bende was immers een zekere Christophe Caza die als salafist in Bosnië had gevochten en wiens spirituele gids Abu Hamza was.

Dat jihadisten toen in Bosnië opereerden was natuurlijk logisch. De landen van de NAVO wilden Joegoslavië kapot en daarvoor diende men het sektarisme zoals nu in Irak en Syrië op de spits te drijven. En in Bosnië en in Kosovo waren figuren als Bassam Ayachi en Abu Hamza met Bin Laden hiervoor de geschikte figuren. Over hun gruweldaden lazen we natuurlijk nooit iets in de pers. En dus bleven Abu Hamza en Bassam Ayachi buiten schot.

Maar reeds voor 1996 kwam Bassam Ayachi in contact met het gerecht. Na zijn vertrek naar Frankrijk in 1960 werkte hij in 1979 een tijd voor de Franse bouwonderneming Bouygues in Saoedi-Arabië. Dit tijdens de beruchte bestorming van de Grote Moskee door een 500 man sterke bende onder leiding van Juhayman al Otaybi, een extremist van het zuiverste water. Bassam Ayachi werd hierbij als verdachte gearresteerd. (25)

Salafistisch broeinest

Een tweede maal maar dan veel sensationeler kwam hij in het vizier van het Europese gerecht toen hij het huwelijk inzegende van Malika al Aroud en Abdessatar Dahmane vlak voor die laatste onder het mom van journalist naar Afghanistan vertrok om op 9 september 2001, twee dagen voor de aanslagen in New York, Achmed Sjah Massoud te vermoorden.

Deze pleegde vanuit de Afghaanse Panshirvallei als zowat laatste verzet tegen de Taliban en werd gezien als de contactman van de Fransen, Indiërs en Russen. Maar uiteraard was de daad van Bassam Ayachi om een huwelijk hier in te zegenen op zich al strafbaar want om een religieus huwelijk mogelijk te maken moet het echtpaar eerst voor de wet zijn getrouwd. Maar ja, Bassam Ayachi erkent zoals hij stelt maar een wet, die van zijn Allah.

Malika el Aroud wordt zowat gezien als de Belgische topjihadiste van het internet en huwde nadien met de Tunesiër Moez Garsallaoui, een lid van al Qaida die op 10 oktober 2012 in Pakistan zou gesneuveld zijn. Malika al Aroud kreeg op 10 mei 2010 8 jaar cel en verloor op 1 december 2017 ook haar Belgische nationaliteit. (26)

Zaventem en Maalbeek

Het Centre Islamique de Belgique was dan ook een broeinest van allerlei jihadisten op zoek naar plekken om terreur te plegen. Zo werden zeven salafisten van het CIB in november 2010 gearresteerd wegens hun betrokkenheid bij het terrorisme in Irak in de jaren 2005 en 2006. Bij de huiszoekingen werden trouwens ook wapens ontdekt. (27)

Niet verassend komt bij het onderzoek naar de aanslagen in Zaventem en Maalbeek ook de figuur van Bassam Ayachi en zijn CIB ter sprake. Onder meer in de figuur van Ali Tabich, een gekend terrorist, oud lid van het CIB en vermeend leverancier van de producten voor het aanmaken van de toen gebruikte springstof.

 

Onder de zeven Ali Tabich, Olivier Dassy en Abdelrahman Ayachi. Ali Tabich zal later opduiken in het onderzoek naar de aanslagen van 22 maart 2016 in Zaventem en Maalbeek. Ali Tabich runde aan de Brusselse Stalingradlaan een doe-het-zelf-zaak waar zelfmoordterrorist Ibrahim al Bakraoui zijn materiaal kocht voor het aanmaken van de in Maalbeek en Zaventem gebruikte springstof. (28)

Olivier Dassy duikt dan weer op in Syrië bij Bassam Ayachi evenals Abdel Rahman, zoon van Bassam Ayachi. Deze zoon krijgt in Brussel in eerste aanleg 8 jaar cel en in beroep 4 jaar. Abdel Rahman wordt ook het verspreiden via de website Ribaat.org verweten van onder meer onthoofdingen. Het betere salafistenwerk dus.

Voordien al veroordeelde het Brusselse hof van beroep de man samen met zijn kompaan Raphaël Gendron op 23 januari 2006 wegens het verspreiden van racistische boodschappen via Assabyle.com, de website van het CIB. (29) Hier werden joden onder meer omschreven als apen en varkens en een onwaardig volk dat zijn straf niet zou ontlopen.

Opvallend is dat Sebastien Courtoy, advocaat van Abdel Rahman Ayachi, tijdens de debatten voor de rechtbank als argument ter verdediging stelde dat zijn cliënt werkte voor de DGSE, de Franse buitenlandse veiligheidsdienst. Wat uiteraard niet zou moeten verbazen. Het is een lekkere bijverdienste en geeft een zekere immuniteit om te moorden en plunderen. (30)

Het mag allemaal

En ondanks al die criminele feiten bleef Bassam Ayachi gerechtelijk buiten schot. Na 2001 zal er bij hem slechts op 27 januari 2006 voor zover geweten voor het eerst een huiszoeking gehouden worden en werd hij in de zaak van de Bende van Roubaix maar eventjes gearresteerd.

Tot een definitieve veroordeling kwam het echter tot heden nooit. Zelfs al schrijft hij in maart 2004 een open brief met doodsbedreigingen aan het adres van de Franse president Nicolas Sarkozy. Het kan en mag allemaal.

Zo zal hij na die huiszoeking in 2006 naar het Midden-Oosten trekken en bij zijn terugkeer met Raphaël Gendron in het Italiaanse Bari op 11 november 2008 gearresteerd worden. In hun caravan hadden zich immers 2 Syriërs en drie Palestijnen verstopt. Mensenhandel dus.

 

Volgens de politie was er in hun caravan propagandamateriaal voor al Qaida gevonden. Zij kregen hiervoor 4 jaar cel maar werden in beroep vrijgesproken. In hun gevangeniscel had de politie echter microfoons verstopt en uit de gesprekken leidde men af dat ze in Frankrijk een aanslag planden op de luchthaven van Roissy-Charles de Gaulle.

Wat voor een nieuw proces zorgde met een veroordeling op 11 juni 2011 tot 8 jaar cel. Maar in beroep werd dat wegens onvoldoende bewijzen op 3 juli 2012 opnieuw een vrijspraak. Nadien keert hij wel terug naar België maar niet voor lang want stilaan voelt hij de druk vanuit de politiek en het gerecht op hem toenemen. Op dat ogenblik beginnen de kranten immers het probleem te ontdekken van de salafistische terreur in Europa.

Zo stelt de Brusselse raadkamer Bassam Ayachi op 14 december 2016 eindelijk in verdenking. (31) En zoals ook zijn zoon Abdel Rahman, hun kompanen Raphaël Gendron en Olivier Dassy naar Syrië trokken om aan de gevangenis te ontsnappen, zo vlucht ook Bassam Ayachi in 2013 terug naar zijn oude vaderland Syrië.

Valken van de Levant

Zij voegen zich daar bij de Valken van de Levant (Suqur al Sham) een van de vele honderden salafistische terreurgroepen. (32) De Valken van de Levant is vooral actief in de provincie Idlib maar raakte eind 2013 verwikkeld in de interne jihadistische oorlog tussen ISIS en de andere groepen waarmee men voorheen vrij probleemloos samenwerkte.

De groep werd in september 2011 opgericht door Ahmed Aboe Eissa, voor de oorlog in Syrië uitbrak een van de vele salafistische gevangen in het land. De Valken van de Levant groeide, ongetwijfeld dankzij Amerikaanse en andere buitenlandse steun, snel uit tot een van de grootste groepen van het land. Tot eind 2013 toen er in jihadistan een oorlog uitbrak.

Eind 2013 had die jihadisten immers zoals de VS had gevraagd het olierijke oosten van Syrië bezet (33). En daarbij hoorde ook de voor de lente van 2014 geplande verovering van grote delen van het nog veel olierijkere Irak. Dit laatste met als idee Irak definitief te versplinteren. En olie betekent heel veel geld en heel vermoedelijk was dit de aanleiding voor de interne oorlog onder jihadisten.

Hier feestende leiders van terreurgroep Nour Din al Zinki als ze het 12-jarige zwaar zieke Palestijnse jongen Abdoellah Issa onthoofden. En leutig dat dit blijkbaar was. Zie maar naar de vrolijke jongen die breed lachend zijn duim omhoog steekt. Dit zijn de bondgenoten van de Valken van de Levant en Bassam Ayachi. Gematigde vrienden dus.

 

Voor de Valken van de Levant was deze oorlog echter desastreus met ganse eenheden die overliepen naar ISIS. Het toont nogmaals dat de bewering van Pieter Van Ostaeyen en Guy Van Vlierden dat deze Valken van de Levant ‘a rather moderate islamist group’ is (een nogal gematigde islamitische groep) gewoon fantasie is.

Zo voegden de familie Ayachi in 2012 en midden 2013 zich bij een groep waarbij ook massa’s toekomstige leden van ISIS zaten. Bovendien rekruteerde die groep ook kinderen (34) en waren ze in een bepaalde periode toen Bassam Ayachi er toch voor rechter speelde zelfs in alliantie met al Qaida. Waarbij men eveneens werkte met zelfmoordterroristen. (35)

Sinds de oorlog met ISIS zijn de Valken van de Levant echter gekrompen tot een van de kleinere legertjes die alleen lijkt te kunnen overleven in de hel die de provincie Idlib geworden is door allianties te sluiten met andere groepen. Dan eens met al Qaida en daarna tegen al Qaida.

Nu zijn ze in een front tegen al Qaida waartoe ook Ahrar al Sham en Nour Din al Zinki behoren en dat duidelijk de steun van Turkije krijgt. Het is deze alliantie die ook met Turkije tegen de Koerdische YPG/PKK vecht. Het zijn gewoon huurlingen.

Techniek van de autobom

Een van de specialiteiten van de Valken van de Levant is het gebruiken van autobommen. Daarbij wordt gevangenen de vrijheid gegeven en krijgen de ‘gelukkigen’ zelfs een auto ter beschikking om hen zelf naar hun vrijheid te rijden. Wat deze gelukkigen natuurlijk niet weten is dat dit een autobom is die men zodra hij een controlepost van het leger nadert tot ontploffing wordt gebracht. Bye bye geluk.

En uiteraard streeft de Valken van de Levant zoals de rest van die terreurgroepen naar een kalifaat om zo hun versie van de sharia ingang te doen vinden. En dat ze in alliantie zijn met een groep als Nour Din al Zinki zegt ook veel.

Deze groep bracht in 2016 bij het bouwen van een feestje de 12-jarige uit een hospitaal ontvoerde Palestijnse jongen Abdullah Issa om het leven door hem te onhoofden. (36) Ze zetten hun ‘feestgedrag’ zelfs op YouTube. Ook die groep werd in de westerse media voorheen steeds omschreven als gematigd. Gematigd onthoofden misschien?

De gematigde rechter Bassam Ayachi poserend met een AK47. Om zijn rechtspraak kracht bij te zetten?

 

Bassam Ayachi had wel meer geluk dan zijn zoon Abdel Rahman die op 19 juni 2013 sneuvelde en kompaan Raphaël Gendron die sneuvelde op 14 april 2013. Bassam Ayachi werd in februari 2015 alleen kort ontvoerd door al Qaeda en verloor bij een aanslag in februari 2015 een deel van een arm.

Bij de Valken van de Levant was hij rechter die zijn visie op de sharia deed naleven. Over zijn vonnissen hier is niets geweten. Vermoedelijk was hij ook wel invloedrijk. Maar het rijk van de jihadisten in Syrië loopt naar haar einde en misschien is dat de ware reden waarom hij zoals vele anderen naar Turkije trok. Beter in een Franse of Belgische gevangenis zitten dan in handen te vallen van het Syrische leger of haar bondgenoten.

Het is nu wachten op de verdere afwikkeling van de rechtszaken die in Frankrijk en België tegen de man lopen. Komt er nog een einde aan diens straffeloosheid en zullen zijn slachtoffers nog gerechtigheid zien?

Conclusie

Al Qaida, ISIS, Valken van de Levant en al die andere groepen staan in de praktijk onder controle van de westerse veiligheidsdiensten die hen financieren, sturen en wapens en andere benodigdheden om oorlog te voeren leveren. En dit zo al 40 jaar lang. Zonder geld en centen van de CIA zijn zij niets. (37)

Het is gewoon kanonnenvlees die het slachtoffer werden van gewetenloze schurken als Bassam Ayachi, Abu Hamza en Anjem Choudary. Zij stuurden soms simpele geesten en kleine criminelen regelrecht de dood tegemoet zoals bij die aanslagen van 7 juli 2005 op de Londense metro.

Maar de echte schuldigen voor die ontelbare doden zijn de westerse geheime diensten die zonder scrupules en gedreven door hun machtshonger de wereld de vernieling injagen. Over de slachtoffers van die aanslagen in Nice, Londen, Zaventem en Madrid maken zij zich geen enkele zorg. Als een aanslag lukt zijn zij blijkbaar tevreden.

De grote vraag is dan ook: Waarom? Willen zij het angstgevoel bij de bevolking er zo inpompen om aldus Big Brother, de alleswetende staat, dichterbij te brengen? Men moet het zeker niet uitsluiten want een ander motief lijkt er zo te zien niet te zijn.

En onze Britse bondgenoten (sic)? Ze breken in bij telefoonmaatschappij Proximus om er alle data te stelen en rekruteren hier dan ook nog salafisten om in België en elders terreuraanslagen te plegen. Met zulke bondgenoten heeft men uiteraard geen vijanden meer nodig.


1) Insurge Intelligence, 17 juni 2017, Nefeez Ahmed, ‘ISIS recruiter who radicalised London Bridge attackers was protected by MI5’. https://medium.com/insurge-intelligence/isis-recruiter-who-radicalised-london-bridge-attackers-was-protected-by-mi5-232998ab6421

Omar Bakri Muhammed was ook de oprichter van de Britse tak van de internationale terreurbeweging Hizb ut-Tahrir. De bron bij uitstek voor Corry Hancké van de Standaard om te weten wat er op de Krim juist gaande is.

2) Haaretz, 19 juni 2017, ‘Israel Reportedly Providing Direct Aid, Funding to Syrian Rebels.’ https://www.haaretz.com/middle-east-news/syria/with-eye-on-iran-israel-increases-military-support-for-syrian-rebels-1.5826348

Haaretz, 21 februari 2018, ‘To Push Iran Back, Israel Ramps Up Support for Syrian Rebels, ‘Arming 7 Different Groups’, https://www.haaretz.com/middle-east-news/syria/with-eye-on-iran-israel-increases-military-support-for-syrian-rebels-1.5826348

3) Het geheim van Belliraj, George Timmerman, Houtekiet, 2011.

4) Belliraj bekende bij zijn ondervragingen in Marokko ook de moord op dokter Joseph Wybran, een topfiguur binnen de Brusselse joodse gemeenschap. Hij wist daarbij gegevens te onthullen die normaal alleen de moordenaar kon weten.

5) The Financial Times, Sam Jones, 27 mei 2017, ‘A forgotten civil war comes home to Manchester’.

De grote vraag is waarom die krant dit voor de Britse regering schadelijk verhaal publiceerde. Journalist Sam Jones is kind aan huis bij de veiligheidsdiensten en het is in dat milieu zoals overal steeds een zaak van ons kent ons.

Hadden sommigen bij MI5/MI6 gewoon genoeg van de samenwerking met die jihadisten en wilden ze dit via dit lek aan de kaak stellen? Mogelijks, en dus trok men naar vriend Sam Jones die dit dan na overleg publiceerde.

6) The Telegraph, 7 mei 2014, Philip Sherwell, ‘Abu Hamza ‘secretly worked for MI5’ to ‘keep streets of London safe’.’ https://www.telegraph.co.uk/news/worldnews/northamerica/usa/10814816/Abu-Hamza-secretly-worked-for-MI5-to-keep-streets-of-London-safe.html.

Documenten die dat dienden te bewijzen werd door diens advocaat aan de rechtbank ook overhandigd. Blijkbaar zonder gevolg. Ook tijdens diens Brits proces haalde men dit argument boven.

7) The Telegraph, 21 augustus 2016, Martin Evans en Ben Farmer, ‘ MI5 stopped Scotland Yard taking Choudary down, sources claim.’ https://www.telegraph.co.uk/news/2016/08/21/mi5-stopped-scotland-yard-taking-choudary-down-sources-claim/

8) BBC, 10 mei 2018, ‘Abdul Hakim Belhaj: Libyan rebel commander who got UK apology.’ http://www.bbc.com/news/world-africa-14786753

Hij vocht in Libië en Afghanistan als lid van de Libische Strijdersgroep die in wezen de Libische tak van al Qaeda is. Hij werd door de Britten in Thailand in 2004 ontvoerd en uitgeleverd aan de regering van Moeammar Kadhaffi waar hij er 7 jaar in een gevangenis verbleef.

Die ontvoering was een onderdeel van het toen grootschalig ontvoeringsprogramma van de CIA en ook dus ook de Britten onder Tony Blair. Ontvoeringen die veelal eindigden in Guantánamo.

Hierdoor verloor de echtgenote van Belhaj, die mee ontvoerd was, echter ook haar nog niet geboren baby. Nadien moest Belhaj dan voor de Britten meehelpen bij de moord op Kadhaffi. Wat uiteraard voor veel nieuwe gevangenen zorgde.

Deze maand heeft de Britse regering zich officieel verontschuldigd en betaalde het aan de echtgenote van Belhaj ook een schadevergoeding. Het kan verkeren zei Bredero.

9) Corriere della Sera, 6 juni 2017, Fiorenza Sarzanini, ‘ESCLUSIVA|Attentato Londra: Youssef Zaghba, ecco il terzo terrorista. Fu fermato a Bologna, la madre italiana vive lì.’ https://www.corriere.it/cronache/17_giugno_06/terzo-attentatore-londra-aveva-madre-italiana-089fd452-4a8f-11e7-ac11-205c7f1cfc9f.shtml

10) Casting a Golden Eye, 11 april 2017, ‘The sources behind the gas attack in Idlib, Syria.’ https://castingacoldeye.blogspot.be/2017/04/uncovering-source.html

11) The Telegraph and Argus, 18 augustus 2003, Jenny Loweth, ‘Car gang is jailed for 32 years’. http://www.thetelegraphandargus.co.uk/news/884960.Car_gang_is_jailed_for_32_years9)

12) The Sun, 11 mei 2014, Michael Hamilton en Tom Worden, ‘7/7 bomber’s brother in cop charity probe’. https://www.thesun.co.uk/archives/news/808035/77-bombers-brother-in-cop-charity-probe/

13) Twitter Jo Cox, 31 oktober 2015, ‘ Good luck to Arshad Patel & Maqsood Motala from One Nation.’ https://twitter.com/jo_cox1/status/660368342444851200.

De steun van Arshad Patel voor de zelfmoordaanslagen op de Londense metro van 7 juli 2005 was toen al zeer goed gekend. Zie punt 12. De tweet betrof steun voor een reis van One Nation naar Griekenland om er zogenaamd Syrische vluchtelingen te helpen.

Jo Cox werkte eerst als politiek adviseur voor Sarah Brown, echtgenote van de vroegere premier Gordon Brown (Labour) en nadien bij Oxfam UK. In 2015 werd ze als parlementslid voor Labour verkozen voor het district Beatley and Penn, de regio waar de hoofdzetel van One Nation gevestigd is. Ze werd op 16 juni 2016 vermoord door de racist Thomas Maire. Haar steun voor het salafisme staat echter vast.

14) Charity Commission, 23 december 2016, ‘New charity investigation: One Nation ‘. https://www.gov.uk/government/news/new-charity-investigation-one-nation

15) European Council on Foreign Relations, November 2013, Fatima Ayub, ‘The Gulf and sectarianism;’ http://www.ecfr.eu/page/-/ECFR91_GULF_ANALYSIS_AW.pdf.

Qaradawi is een sluwe vos en naar gelang de periode wijzigde hij wel eens 180° van positie. Zijn functie als hoofdtheoloog binnen de Moslimbroeders en zijn televisietoespraken via al Jazeera Arabic tonen echter diens ware gezicht. Hij moet uiteraard bij zijn toespraken ook rekening houden met zijn gastland Qatar.

16) Le Nouvel Observateur, 15/21 januari 1999, Vincent Jouvert, ‘Oui, la CIA est entrée en Afghanistan avant les Russes.’

Interview met de intussen overleden Zbigniev Brzezinski. Het was dus de zich tegenwoordig voor gutmensch uitgevende ex-president Jimmy Carter (Democraat) die verantwoordelijk is voor het ontstaan van die almaar groeiende golf van salafistische terreur.

17) Voor een beter licht op de werking van de CIA en haar relatie tot de drugshandel en productie is de volgende lectuur aan te bevelen:

– Dark alliance, Gary Webb, Seven Stories Press, 1998. Over het ontstaan van crackcocaïne, de Nicaraguaanse Contra’s en de CIA.

– The politics of Heroine, CIA complicity in the global drug trade, Alfred W. McCoy, Lawrence Hill Books, revised edition, 2003. Over de CIA in vooral Laos en Afghanistan.

– Whiteout, The CIA, drugs and the press, Alexander Cockburn en Jeffrey St. Clair, Verso, 1998. Over hoe de CIA via de media klokkenluiders genadeloos aanpakt.

– Kill the messenger, Nick Schou, Nation Books, 2006. Over de wijze waarom men journalist Gary Webb tot zelfmoord duwde.

18) Sudinfo, 28 maart 2018, ‘Cheikh Bassam Ayachi, le plus vieux djihadiste de Belgique (71 ans), est toujours en vie et il a fui la Syrie!’ http://www.sudinfo.be/id46174/article/2018-03-28/cheikh-bassam-ayachi-le-plus-vieux-djihadiste-de-belgique-71-ans-est-toujours-en

19) Le Monde, 4 april 2018, Soren Seelow, ‘Un vétéran du djihad de 71 ans arrêté en France.’
http://www.lemonde.fr/international/article/2018/04/04/un-veteran-du-djihad-de-71-ans-arrete-en-france’

20) Moustique, 4 april 2018, Gauthier De Bock, La dernière interview du “plus vieux djihadiste de Belgique.‘ https://www.moustique.be/20685/la-derniere-interview-du-plus-vieux-djihadiste-de-belgique

21) Bellingcat, 9 april 2018, Pieter Van Ostaeyen & Guy Van Vlierden, ‘Separating Facts from Fiction about Belgium’s Oldest Foreign Fighter, Bassam Ayachi.’ https://www.bellingcat.com/news/uk-and-europe/2018/04/09/separating-facts-fiction-belgiums-oldest-foreign-fighter-bassam-ayachi/

22) Het soefisme is een stroming binnen de islam die te vuur en te zwaard wordt bestreden door salafisten. Veel soefisten lieten al het leven bij aanslagen door al Qaida & Co in zowat alle landen waar moslims in de meerderheid zijn zoals Pakistan, Irak, Egypte, Afghanistan en Irak.

23) L’ Express, 14 november 1996, Chabrun Laurent en Dupuis Jérôme, ‘Roubaix: la filière bosniaque’. https://www.lexpress.fr/informations/roubaix-la-filiere-bosniaque_619395.html.

24) Claude Moniquet, Néo-djihadistes : ils sont parmi nous. Qui sont-ils ? Comment les combattre ?, Broché, 2013

25) Paris Match, 5 februari 2016, Alfred de Montesquiou, ‘Un clan au cœur du djihad.’ http://www.parismatch.com/Actu/International/Un-clan-au-coeur-du-djihad-908515#

26) De Standaard, 1 december 2017, Mark Eeckhaut, ‘Zwarte weduwe van de jihad’ geen Belgische meer.’ http://www.standaard.be/cnt/dmf20171130_03217170. Ze had daarnaast nog de Marokkaanse nationaliteit.

27) 7 sur 7, 16 april 2012, Maxime de Valensart, ‘Procès terrorisme: Ali Tabich conteste s’être rendu en Irak.’ www.7sur7.be/7s7/fr/1502/Belgique/article/detail/1424126/2012/04/16/Proces-terrorisme-Ali-Tabich-conteste-s-etre-rendu-en-Irak.dhtml

28) De Standaard, 11 november 2017, Mark Eeckhaut, ‘Ibrahim El Bakraoui kocht zwavelzuur aan Zuidstation.’ http://www.standaard.be/cnt/dmf20171011_03125662

29) Unia, 23 januari 2009, ‘Belangrijke veroordeling in de strijd tegen cyberhate.’ https://www.unia.be/nl/artikels/belangrijke-veroordeling-in-de-strijd-tegen-cyberhate

30) Agoravox, 6 april 2013, Morice, La mort d’un pied nickelé.’ https://www.agoravox.fr/tribune-libre/article/la-mort-d-un-pied-nickele-134311

31) Vers l’ Avenir, 14 december 2016, Jean-Pierre De Staercke, ‘Prescription pour l’ex-patron du centre islamique belge.’  www.lavenir.net/cnt/dmf20161213_00930372/prescription-pour-l-ex-patron-du-centre-islamique-belge

32) Over de groep Valken van de Levant (Suqur al Sham) bestaan enkele portretten van Amerikaanse instellingen. Die portretten zijn veelal onbetrouwbaar. Logisch want deze groep kreeg geld en wapens van de VS. De teksten zijn ook steevast verouderd en dus niet aangepast en verder alleen gebaseerd op Angelsaksische bronnen of mensen als Hassan Hassan die deze jihadisten steunen.

– Mapping Militant Organizations, Stanford University, 5 augustus 2016. http://web.stanford.edu/group/mappingmilitants/cgi-bin/groups/view/525

– Terrorist Research and Analysis Consortium (TRAC), Suqour al Sham, ht3ps://www.trackingterrorism.org/group/suqour-al-sham-brigade

33) Levant Report, 19 mei 2015, Brad Hoff, ‘Defense Intelligence Agency document: West will facilitate rise of Islamic State “in order to isolate the Syrian regime.’ https://levantreport.com/2015/05/19/2012-defense-intelligence-agency-document-west-will-facilitate-rise-of-islamic-state-in-order-to-isolate-the-syrian-regime/

Studie van augustus 2012 van de Amerikaanse Militaire Veiligheidsdienst DIA over hoe men het toen nog onbekende ISIS moest gebruiken in de oorlog tegen Syrië en ook Irak. Vermoedelijk werkte ook Aboe Bakr al Baghdadi, baas van ISIS, dus voor een westerse veiligheidsdienst.

Zowel de toenmalige directeur als de woordvoerder van de DIA bevestigden nadien de echtheid van het document. Het raakte openbaar als een gevolg van de hetze vanuit de Republikeinse partij tegen de presidentskandidate Hillary Clinton. Delen van het document zijn om veiligheidsreden wel onleesbaar gemaakt.

34) Bellingcat, 16 november 2016, Eric Woods, ‘Lost boys, Child combatants of he Syrian civil war.’ https://www.bellingcat.com/news/mena/2016/11/16/lost-boys-child-combatants-syrian-civil-war/

35) FDD’s Long War Journal, 26 mei 2014, Bill Roggio, ‘Al Nusra Front, Suqour al Sham launch joint suicide assault in Syria.’  https://www.longwarjournal.org/archives/2014/05/american_reportedly.php

36) International Middle East Media Center, 22 juli 2016, ‘Syria: PLO Statement on Beheading of Palestinian Boy in Aleppo.’ http://imemc.org/article/syria-plo-statement-on-beheading-of-palestinian-boy-in-aleppo-video/

Het kind had Thalassemie, een erfelijke aandoening van het bloed. Hoe beide heren een groep gematigd kan noemen die samenwerkt met monsters als die van Nour Din al Zinki grenst aan het ongelooflijke en is alleen als walgelijk te omschrijven. Het toont het totaal gebrek aan moraliteit.

37) Washington Post, 14 april 2013, Liz Sly, ‘U.S. feeds Syrians, but secretly’, https://www.washingtonpost.com/world/middle_east/us-feeds-syrians-but-secretly/2013/04/14/bfbc0ba6-a3b3-11e2-bd52-614156372695_story.html?utm_term=.0281322e9f21.

Het artikel is een prachtig voorbeeld die de symbiose toont tussen de Amerikaanse overheid, de CIA, de Amerikaanse media en al Qaeda. In de VS stelt de ‘overheid’ dat er een probleem in Syrië is want men wil in de buitenwereld hierover een beter profiel krijgen.

En daarom stuurt men dan maar Liz Sly van de Washington Post, de journaliste die voor de krant de oorlog vanuit Beiroet al jaren volgt, naar het door al Qaida & Co bezette Aleppo. Waartoe trouwens toen ook nog ISIS zat.

Althans zo beschrijft Liz Sly in het artikel haar opdracht die ze krijgt. Ze stelt ook dat ze veel namen moest weglaten. Verder toont ze hoe de CIA en USAID, de officiële ontwikkelingsorganisatie van de VS, op grote schaal met vrachtwagens vanuit Turkije in Aleppo bloem en andere benodigdheden leveren aan de door die jihadisten gestolen bakkerijen. Wat al Qaida een enorme machtspositie tegenover die bevolking geeft. Niet luisteren is geen eten! Deze mensen daar waren zo dan ook hun gevangene. Dankzij de VS.

Posted on

Waarom Libië een failed state werd

In het Noord-Afrikaanse land werd in 2011 door westerse interventie een regimewissel doorgezet. Voorgewende reden was dat Khadaffi grof geweld zou gebruiken tegen de burgerbevolking. In feite werd het ooit welvarende land vanwege westerse belangen in chaos en ellende gestort.

Sinds 2015 geldt Libië als een van de grootste doorgangslanden voor de Afrikaanse migratie naar Europa. In het afgelopen jaar probeerden landen als Frankrijk en Italië de massale transit vanuit Libië in overladen en vaak niet zeewaardige boten te kanaliseren. Wat alleen al moeilijk bleek omdat er in Libië geen centraal gezag is dat de controle over de gehele Libische kust uitoefent. Of het teruglopen van de migratiestroom in het najaar van 2017 het gevolg is van onderhandelingen met lokale warlords of toch vooral met het jaargetijde samenhangt, zal de komende maanden blijken. De situatie in de Libische kampen is in ieder geval nauwelijks verbeterd.

Opdat niet in vergetelheid raakt hoe het tot deze tragedie gekomen is en wie daarvoor verantwoordelijk is, is het van belang om de aanvalsoorlog tegen Libië in herinnering te roepen, die ruim zeven jaar geleden, in maart 2011, begon. Op 1 mei 2003 verklaarde de toenmalige Amerikaanse president George W. Bush de Irak-oorlog voor succesvol beëindigd. Enkele dagen later verkondigde John Gibson, een leidende manager van de Halliburton’s Energy Service Group, in een interview: “We hopen dat Irak de eerste dominosteen is en dat Libië en Iran aansluitend vallen. We houden er niet van uit markten buitengesloten te worden, omdat dit onze concurrenten een oneerlijk voordeel verschaft.” De voorzitter van de raad van toezicht van Halliburton van 1995 tot 2000 was Richard (Dick) Cheney, voordat hij in 2001 vicepresident van de Verenigde Staten werd.

In 2011 moest de Libische dominosteen vallen. Bewust misleidende berichten over slachtingen die de Libische regering aan zou richten onder demonstranten leidden op 17 maart tot Resolutie 1973 van de VN-Veiligheidsraad, waarmee een wapenembargo en een no-fly-zone werden opgelegd. Op 19 maart begonnen Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten luchtaanvallen op Libië, totdat de NAVO de oorlogsvoering op 31 maart overnam. Tegen de zomer van 2011 had de door Resolutie 1973 voorziene beperkte interventie ter bescherming van burgers zich ontwikkeld tot een tegen het internationaal recht indruisende campagne voor regime change. De uitkomst was de politieke en economische instorting van Libië, oorlog tussen de verschillende milities en stammen, humanitaire crises en de migratiecrisis, wijdverbreide schendingen van de mensenrechten, slavenmarkten, de plundering van Libische wapenarsenalen vanwaar wapens hun weg vonden naar landen als Mali en Syrië, en de uitbreiding van de positie van ‘Islamitische Staat’ in Noord-Afrika.

De oorlog tegen Libië druiste in tegen de grondwet van de Verenigde Staten, tegen letter en geest van het Noord-Atlantische Verdrag en tegen het internationaal recht. Het Handvest van de Verenigde Naties verbiedt de leden geweld te gebruiken tegen een andere lidstaat en laat alleen zelfverdediging tegen een aanval of een interventie met een mandaat van de VN-Veiligheidsraad toe. De Veiligheidsraad kan de inzet van militaire middelen echter pas dan toestaan wanneer de internationale veiligheid niet met andere middelen bewaard kan worden en de wereldvrede bedreigd wordt.

Libië heeft in 2011 echter geen ander land aangevallen, noch ging er een bedreiging voor de wereldvrede van uit. Er werd dan ook een rookgordijn aan voorgewende redenen opgetrokken, waarachter de agressors hun werkelijke economische en geostrategische beweegredenen verborgen:

  1. Libië zou terroristen steunen,
  2. de bescherming van de mensenrechten zou niet gewaarborgd zijn,
  3. burgers zouden het slachtoffer van slachtingen door de regering zijn.

De werkelijke redenen voor de oorlog waren echter:

  1. het veiligstellen van de toegang tot Afrikaanse natuurlijke hulpbronnen,
  2. bezorgdheid om het mogelijke verlies van westerse grip op het bankwezen van Libië en mogelijk andere Afrikaanse landen,
  3. het veiligstellen van westerse geostrategische belangen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Bondgenoot tegen islamistisch terrorisme

Voor de NAVO-oorlog gold Moeammar al-Khadaffi in Amerikaanse militaire en inlichtingenkringen als een betrouwbare bondgenoot in de strijd tegen het islamistische terrorisme. in 2006 kondigde de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice derhalve aan dat de volwaardige diplomatieke betrekkingen van de VS met Libië hervat werden en bedankte Libië daarbij uitdrukkelijk voor de “uitstekende samenwerking” in de terrorismebestrijding. Khadaffi gold in islamistische oppositiekringen namelijk als vijand nr. 1. Deze kringen bestreden hem dan ook niet omdat hij een vijand van de democratie zou zijn, maar omdat hij in hun ogen ‘onislamitisch’ was.

Om het mensenrechtenargument te beoordelen, moet men Libië vergelijken met andere landen in de bredere regio. Nemen we slechts Saoedi-Arabië en Bahrein als voorbeelden: Saoedi-Arabië is een van de meest repressieve staten ter wereld en in 2011 werd niet alleen in Libië, maar ook in Bahrein militair geweld aangewend tegen demonstranten. In Bahrein wordt namelijk een sjiitische twee derde meerderheid door een soennitisch koningshuis onder de knoet gehouden. De Verenigde Staten hebben echter militaire bases in Bahrein, Qatar, Koeweit, Oman en de Verenigde Arabische Emiraten. In Bahrein ligt het hoofdkwartier van de Amerikaanse 5e vloot. In het Westen zweeg men dan ook over het met hulp van Saoedische troepen neerslaan van de volksopstand in februari 2011.

Bovendien moesten de Amerikaanse minister van Defensie Robert Gates en de chef van de generale staf, admiraal Michael Mullen, tijdens een persconferentie van het Pentagon op 1 maart 2011 op vragen van journalisten reeds toegeven, dat er geen bewijzen waren dat Khadaffi luchtaanvallen op zijn eigen volk uit zou hebben laten voeren. Er was in Libië een genocide, noch etnische zuiveringen, noch een slachting onder de burgerbevolking.

Het in september 2016 gepubliceerde onderzoeksrapport van het Britse Lagerhuis was dan ook een dreunende oorvijg voor de Britse regering onder de toenmalige premier David Cameron en daarmee ook voor de andere aan de oorlog deelnemende mogendheden. De acties van het Westen berustten volgens het rapport “niet op accurate inlichtingen van de geheime dienst. De [Britse] regering onderkende met name niet, dat het gevaar voor de burgerbevolking overdreven voorgesteld werd en dat zich een aanzienlijk aantal islamisten onder de rebellen bevond.”

Nadat Libië afzag van het bezit van massavernietigingswapens investeerden westerse olieconcerns massief in het land. Men was echter al snel teleurgesteld, omdat Libië terughoudend was met de door Amerikaanse firma’s verwachte miljardenopdrachten voor de uitbouw van de infrastructuur. Ook Khadaffi was ontevreden over de opbrengst van de Libische olie en dacht erover de oliebedrijven te nationaliseren. Tijdens zijn bezoek aan Moskou in november 2008 werd de oprichting van een aardgaskartel besproken, dat Rusland, Libië, Iran, Algerije en Centraal-Aziatische landen zou moeten omvatten. Nauwelijks een maand na de moord op Khadaffi op 20 oktober 2011 hadden vertegenwoordigers van diverse Amerikaanse firma’s een ontmoeting met het Libische staatsbedrijf National Oil Company, naderhand toonden ze zich uiterst tevreden en hoopvol ten aanzien van toekomstige zaken.

Libië wikkelde zijn financiële transacties buiten de controle van internationale, dat wil zeggen westerse, financiële agentschappen af. De Libische Centrale Bank, die voor honderd procent in handen van de Libische staat was, kon eigen betaalmiddelen in omloop brengen en een eigen kredietsysteem runnen. De Libische onafhankelijkheid van externe financieringsbronnen moest mogelijk gemaakt worden door zijn goudreserves en zijn fossiele brandstoffen. Libië beschikt immers over de grootste aardolievoorraad op het Afrikaanse continent en de Libische aardolie staat bekend om zijn goede kwaliteit.

De Libische centrale bank bezat verder in het jaar 2010 143,8 ton goud en nam daarmee plaats 24 op de ranglijst van landen met goudreserves in. Deze reserves moesten dienen tot dekking van een pan-Afrikaanse, op de Libische goud-dinar berustende, munt. Voorts zouden ook alle handelszaken met Libische olie via de Libische centrale bank op basis van deze munt afgewikkeld moeten worden, in plaats van in Amerikaanse dollars. Dat had voor de VS het verlies van de controle over de aardoliehandel met Libië betekent. Aangezien de Verenigde Staten er aanspraak op maken zich met alle transacties die in dollars afgehandeld worden te mogen bemoeien en buitenlandse zakenpartners voor Amerikaanse rechters te mogen dagen, zou het succes van Khadaffi’s plan een verlies aan controle van de VS over Libisch-Afrikaanse handels- en financiële aangelegenheden met zich mee gebracht.

Slachtoffer van geostrategische machtsprojectie

De door de VS ‘bevroren’ tegoeden van de Libische staat, van minstens 30 miljarden dollar, hadden de Libische bijdrage moeten zijn aan de financiering van drie kernprojecten van de Afrikaanse monetaire onafhankelijkheid: de Afrikaanse Investeringsbank in Sirte, het Afrikaanse Monetair Fonds in Yaoundé en de Afrikaanse Centrale Bank in Aboedja. Een centrale bank die eigen geld uitgeeft op basis van de dekking door Libisch goud had de francofone staten in Afrika een alternatief voor de Franse CFA-frank verschaft.

Volgens de toenmalige Franse president Nicolas Sarkozy vormden de Libische activiteiten een “bedreiging voor de financiële veiligheid van de mensheid”. Volgens een e-mail aan Hillary Clinton van 2 april 2011, die zich baseert op informatie uit Franse inlichtingenkringen, wou Sarkozy door de oorlog tegen Libië

  1. voor Frankrijk een groter aandeel in de Libische aardolieproductie veiligstellen;
  2. de Franse invloed in Noord-Afrika vergroten;
  3. verhinderen dat Libië op de lange termijn Frankrijk verdringt als dominante macht in francofoon Afrika;
  4. de Franse krijgsmacht de gelegenheid geven op het wereldtoneel zijn kunnen te demonstreren;
  5. zijn eigen politieke positie in Frankrijk verstevigen.

Libië was een Noord-Afrikaanse staat die zich ertegen verweerde onder curatele van het United States African Command (Africom) te raken en door de verplaatsing van het Africom-hoofdkwartier van Stuttgart naar Libische bodem tot NAVO-partnerstaat te worden. Africom coördineert de Amerikaanse militaire activiteiten in Afrika, om te verzekeren dat de Afrikaanse grondstoffen vrijelijk naar de wereldmarkt (lees: de Amerikaanse en Europese markt) blijven vloeien. In het jaar 2000 importeerden de VS reeds 16 procent van hun aardolie uit Sub-Sahara-Afrika, bijna evenveel als uit Saoedi-Arabië. Al in 2002 gold de Golf van Guinee als een gebied van vitaal Amerikaans veiligheidsbelang, want de regio beschikt niet alleen over fossiele brandstoffen maar ook over mineralen en delfstoffen die voor de VS van grote economische betekenis zijn: chroom, uranium, kobalt, titanium, diamanten, goud, koper, bauxiet en fosfaten.

Een geostrategisch doel van het Westen is de neutralisering van de invloed van China en Rusland in Afrika. Het ging zodoende bij de oorlog tegen Libië ook om de inrichting van een basis voor de Amerikaanse machtsprojectie in de rest van het Afrikaanse continent. Van daaruit moesten de Maghreb, het zuidelijk Middellandse Zeegebied en de staten van de Sahel onder controle gebracht worden. Met Khadaffi ontdeed men zich van de sterkste tegenstrever, want hij was faliekant tegen een basis voor Africom op Afrikaanse bodem.

De Wikileaks Documenten ~ Wikileaks en Julian Assange

Een diplomatiek bericht van de Amerikaanse ambassade in Tripoli informeerde minister van Buitenlandse Zaken Rice voor haar bezoek aan Libië in 2008 over de houding van de Libische regering: “Met betrekking tot Africom is de Libische regering van mening dat iedere buitenlandse militaire aanwezigheid op het Afrikaanse continent, ongeacht haar opdracht, een onacceptabel neokolonialisme en bovendien een aantrekkelijk doelwit voor Al Qaida zou vormen.”

Khadaffi kwam in het vizier van de NAVO, omdat hij niet inschikkelijk genoeg tegenover de westerse belangen en doelstellingen was. Daarom besloot men hem uit de weg te ruimen. Libië, eens een bloeiende staat, werd door de NAVO-oorlog in chaos en ellende gestort. Welke fatale gevolgen dit had, wordt alleen al duidelijk uit de Human Development Index, die levensstandaard, levensverwachting, kindersterfte, inkomen, opleidingsgraad, voeding, gezondheid, vrije tijd en infrastructuur meet. Libië had in 2010 de hoogste plaats onder alle staten op het Afrikaanse continent. Dat is verleden tijd.

Posted on

De oorzaken van de massamigratie in historisch perspectief

In zijn nagelaten werk Das Migrationsproblem ontwerpt de Duitse historicus, politicoloog en socioloog Rolf Peter Sieferle een groot historisch en functioneel beeld van het verschijnsel massa-immigratie.

De ondertitel van het boek, over de onverenigbaarheid van verzorgingsstaat en massa-immigratie, is daarentegen misleidend. Gelukkig maar, want over dit thema valt per slot van rekening weinig meer te zeggen. Wie nu nog niet begrepen heeft dat een solidariteitssysteem slechts op grond van exclusiviteit kan functioneren, of gechargeerd, dat we niet de halve wereld een uitkering kunnen bieden, zonder onze verzorgingsstaat te overvragen, die zal het wel nooit begrijpen.

Gelukkig heeft Rolf Peter Sieferle (1949-2016) veel meer te bieden dan deze trivialiteit. In Das Migrationsproblem poogt hij het verschijnsel van de massa-immigratie binnen het functionele kader van de hedendaagse westerse democratie te verklaren en historisch te plaatsen. Dat alles in niet meer dan 124 pagina’s. Het probleem dat Sieferle bespreekt bestaat dan ook niet, zoals de ondertitel deed vrezen, in het eindeloos herhalen van het hierboven beschrevene. In tegendeel, het gaat om een groot essay met een keur aan inzichten, zonder expliciete integrerende betoogtrant.

Ondanks dat is het een even leesbaar als omvattend boek. Sieferle slaagt er in vanuit de kern van zijn bespreking, de destructieve wisselwerking tussen verzorgingsstaat en immigratie, waarin de verzorgingsstaat de immigranten aantrekt en deze de verzorgingsstaat overbelasten, verbanden te leggen in vrijwel alle richtingen.

Hij begint met de oorzaken van de migratie en maakt duidelijk dat er met het oog op de bevolkingsexplosie in de derde wereld geen relevant onderscheid tussen economische en burgeroorlogsvluchtelingen meer is. Van de wereldhistorisch onvermijdelijke aftakeling van de verzorgingsstaat in de oude industrielanden gaat hij over naar het blootleggen van de verschillende narratieven waarmee de politiek de massa-immigratie rechtvaardigt.

Demografische ontwikkeling

In het bijzonder een simpele vaststelling verdient het ook door de tegenstanders van het multiculturele experiment ter kennis genomen te worden: De huidige massa-immigratie heeft niets met de teruglopende demografie van de ontwikkelde landen te maken. Dit is veeleer een gezonde ontwikkeling in een tijd waarin het massale sterven door infectieziektes gelukkig tot het verleden behoort.

De “indringers” dringen niet in lege gebieden door. In tegendeel, ze trekken in de regel van dunner bevolkte naar dichter bevolkte gebieden. Sieferle loochent niet de demografische druk van een overschot aan jongeren in Afrika, maar verwijst het complementaire idee van een demografische zog van het kinderarme Europa, die een soort ‘eigen schuld’ impliceert, naar het rijk der fabelen.

Hetzelfde geldt voor de zich anti-imperialistische noemende ideologie, die de armoede van de derde wereld verklaart door de vermeende uitbuitende handel met de eerste wereld. Alsof deze landen niet reeds lang voor het koloniale tijdperk arm waren en het handelsvolume van de industrielanden onder elkaar de handel met de ontwikkelingslanden niet vele malen overstijgt.

Ochlocratie

Daarbij ontlast Sieferle de Europeanen echter geenszins van de verantwoordelijkheid voor hun huidige dilemma. In tegendeel, hij ziet hun huidige politieke systemen als onhervormbaar gecorrumpeerd. Dikwijls bekruipt de lezer het gevoel dat de onspectaculaire titel van het boek ter versluiering dient, om zich ten minste het gekrijt van die commentatoren van het lijf te houden, die een dergelijk boek sowieso niet lezen, maar bij een titel de inhoud treffend beschrijft alleen al vanwege de titel in de gebruikelijke luidkeelse verontwaardiging ontbrand zouden zijn.

Sieferle ziet de democratie in Duitsland en West-Europa in ieder geval onderhevig aan ochlocratisch verval. Verval dat zich, aan de hand van de stijgende staatsschuld, die immers niets anders dan consumptie op de pof is, zelfs laat meten. Kort bespreekt hij de problemen van verschillende vormen van degeneratie van staten, om uiteindelijk de vraag te stellen of het Chinese systeem niet beter is toegesneden om de duurzaamheidsproblemen van de 21e eeuw meester te worden.

In deze ochlocratie nu heeft de universalistische ethiek van de gelijkheidsideologie een catastrofale uitwerking. Het geïnfantiliseerde volk kiest ook in dit opzicht de weg van de minste weerstand en ziet er geen been in zich tegen de prijs van de opname van onintegreerbare “barbaren” het goede geweten te verschaffen dat in de welvaartszones tot de levensstandaard behoort.

Multiculturalisme

Hier ligt echter ook de grote zwakte van het boek. Sieferle, die overigens nog veel meer verschijnselen bespreekt dan hier behandeld kunnen worden, zwijgt over het ontstaan en de verbreiding van de multiculturele ideologie. Het lijkt wel of deze uit de lucht is komen vallen, een onafwendbaar lot van de Europese beschaving. Alleen het nationaalsocialisme noemt hij als oorzaak. In de Duitse context speelt dit natuurlijk ook een grote rol. Maar Sieferle laat na de vraag te bespreken of dit door links niet propagandistisch is uitgebuit om de huidige metapolitieke misère te creëren. In plaats daarvan vervalt Sieferle, die in 2016 zelfmoord pleegde, in defaitisme.

Met de holocaust als oorzaak van het multiculturalisme, ziet Sieferle Duitsland als het onbetwiste centrum en uitgangspunt van de multiculturele waanzin. Daarmee vergeleken zou de rest van de westerse wereld nog relatief normaal zijn. In het andere boekje uit zijn nalatenschap, Finis Germania, wordt dit nog duidelijker. Deze kijk op Duitsland gaat gepaard met de voor dergelijke gezichtspunten niet ongebruikelijke anglofilie, die het huidige Engeland en Amerika, maar ook Frankrijk als “burgerlijk-aristocratische wereld” wil zien.

In het licht van de decennia lange, door de politie niet gehinderde, handel van Pakistaanse bendes in Engelse meisjes, de regelmatig in brand staande Franse voorsteden en de absurde excessen van Amerikaanse social justice warriors, lijken alle naar Duitse bijzonderheden verwijzende verklaringen voor de multiculturele ideologie echter moeilijk houdbaar. De kwestie van het recente politieke verleden maakt het de Duitsers dan wel niet gemakkelijker de multiculturele ideologie te bestrijden, het ontslaat ze niet van hun verantwoordelijkheid.

Toekomst

Zeer zinvol is daarentegen hoe Sieferle het migratieprobleem in de historische horizon van onze tijd plaatst. Met het oog op zijn jarenlange studie naar het thema is het niet verwonderlijk dat zijn aandacht hierbij vooral uitgaat naar de onopgeloste energie-economische vragen van onze industriële beschaving. De huidige economische bedrijfsvoering vernietigt in ras tempo de eigen basis en nieuwe duurzaamheid is volgens de auteur alleen door massieve technologische doorbraken – en geenszins door nulgroei – mogelijk.

Of een geïslamiseerd of geafrikaniseerd Europa aan deze daadwerkelijke opgaven voor de mensheid zijn bijdrage zal kunnen leveren, is meer dan twijfelachtig. Met dit perspectief toont Sieferle het migratieprobleem als wat het uiteindelijk is: Een nieuwe barbareninval, die we geconfronteerd met urgente andere problemen kunnen missen als kiespijn.

N.a.v. Rolf Peter Sieferle, Das Migrationsproblem. über die Unvereinbarkeit von Sozialstaat und Masseneinwanderung (Manuscriptum: Waltrop/Berlin, 2017), paperback, 135 pagina’s.

Posted on

Veel Franse gevangenissen geterroriseerd door islamistische bendeleiders

Een staking van gevangenisbewakers heeft onhoudbare toestanden in de Franse gevangenissen blootgelegd. Vooral radicale moslims die bewakers en medegevangenen bedreigen en aanvallen zorgen voor een onveilige situatie.

De Franse regering is er nog eenmaal zonder kleerscheuren vanaf gekomen: De illegale staking van gevangenisbewakers is na meer dan twee weken beëindigd. Na dreiging met disciplinaire maatregelen, enkele ontslagen en het inhouden van loon door de gevangenisdirectie en het ministerie van Justitie accepteerde ruim een week geleden de grootste vakbond UFAP-UNSA, die circa 40 procent van de bewakers vertegenwoordigt, het aanbod van minister van Justitie Nicole Belloubet voor verbetering van de arbeidsvoorwaarden.

De beide andere vakbonden, FO en CGT weigeren weliswaar nog het akkoord te ondertekenen, maar voorlopig is de stakingsdynamiek gebroken. Aanleiding voor de opstand van het gevangenispersoneel was een actie van Christian Ganczarski, een Duitse staatsburger van Poolse afkomst, die betrokken zou zijn bij Al Qaida en veroordeeld is voor het plegen van een aanslag bij een synagoge in Tunesië, waarbij onder andere Duitse en Franse toeristen om het leven kwamen.

Op 11 januari viel Ganczarski in de zwaar beveiligde gevangenis van Vendin-le-Vieil drie bewakers met een mes en een schaar aan. Daarop staakten de gevangenisbewakers landelijk en blokkeerden veel gevangenissen. Met meer dan 4.000 aanvallen op bewakers alleen in het afgelopen jaar is de situatie in de Franse gevangenissen namelijk toch al zeer gespannen. In sommige gevangenissen, zoals die van Moulins Yzeure moesten bewakers door een mobiele eenheid van de politie ontzet worden. In Fresnes dreven politie en militairen de gevangenen met traangas terug in hun cellen om een muiterij in de kiem te smoren.

Justitie vreesde intussen dat het misdadigers die zich in voorlopige hechtenis bevonden door de blokkades niet meer op tijd zou kunnen voorgeleiden en ze daarom op formele gronden zou moeten laten gaan. Door het einde van de staking is het acute gevaar weliswaar geweken. Maar het is nog de vraag of de beloften van minister van Justitie Belloubet, om 1500 bijzonder beveiligde cellen voor radicale moslims te creëren, het bewakingspersoneel beter uit te rusten, tot 2021 1100 extra arbeidsplaatsen voor gevangenisbewakers te scheppen en de beloning te verbeteren, genoeg zullen zijn om de situatie in de Franse gevangenissen op te lossen.

Al jaren is er een tekort er ten minste 40.000 cellen in het land. Op 100 cellen zitten vandaag de dag gemiddeld 118 gevangenen. Mensenrechtenorganisaties en de Raad van Europa manen Frankrijk al jaren vanwege de slechte uitrusting en de precaire hygiënevoorwaarden in de gevangenissen. In 2016 kregen twee gevangenen leptospirose door de aanwezigheid van ratten.

Maar zelfs een voormalige jihadist, die na acht jaar in Marokkaanse gevangenissen ruim zes jaar geleden naar Frankrijk teruggekeerd is en aanvankelijk in de gevangenis van Fleury-Mérongis en nu in de gevangenis van Moulins-Yzeure zijn straf uitzit, verdedigt de Franse staat. “Het zijn de gevangenen die alles vernielen. Er is bijvoorbeeld nauwelijks een nieuwe softdrink-automaat of ze schoppen er al tegenaan en maken hem kapot, om vervolgens te klagen over de zware omstandigheden. Met de douches is het net zo. Met alles. Ze slaan alles aan stukken”, aldus de gevangene ‘Richard’ tegenover Franse media.

Dit alomtegenwoordige geweld is het grootste probleem in de penitentiaire inrichtingen. De radicaal-islamitische achtergrond van een aanzienlijk deel van de gevangenen versterkt dit. Richard gaat bijna alleen ’s morgens vroeg uit zijn cel, als de meeste andere gevangenen nog slapen. Omdat hij de islam heeft afgezworen en zich tot het christendom heeft bekeerd, wordt hij door moslims in de gevangenis bedreigd – soms zo hevig, dat hij zelf om een isolatiecel vraagt. “Toen ik naar Frankrijk terugkwam, had ik gehoopt bevrijd te zijn van de druk van de islamisten. Maar de situatie in de gevangenis is in Frankrijk nauwelijks anders dan in Marokko.”

Bewaker ‘Bernard’ stelt in het tijdschrift Paris Match: “Vroeger was ik ’s morgens altijd bang een gevangene die zichzelf verhangen had in de cel aan te treffen. Tegenwoordig ben ik bang dat iemand me de keel doorsnijdt, me onthoofdt, een mes in de rug steekt – uit naam van IS. Iedere dag heb ik die angst bij m’n werk.” Met de verwachte terugkeer van door de strijd geharde jihadisten uit Syrië, laat het zich aannemen dat de situatie in de gevangenissen er niet beter op zal worden.

In de gevangenissen zelf worden de veiligheidsvoorschriften niet consequent opgevolgd. Zo zijn bijvoorbeeld tegen de regels in in veel gevangenissen de deuren niet permanent vergrendeld. Deze nalatigheden bij het doorvoeren van de discipline door het bewakingspersoneel zelf versterken de algemene onveiligheid binnen de gevangenissen. In veel gevangenissen hebben de caïds, de islamitische bendeleiders, het in hoge mate voor het zeggen. Zij kunnen relatief ongestoord hun handeltjes drijven en medegevangenen terroriseren.

Posted on

Interpol waarschuwt: IS-strijders komen als bootvluchtelingen

Interpol heeft alarm geslagen en een lijst van 50 vermoedelijke IS-strijders gepubliceerd, die in de afgelopen maanden als ‘bootvluchtelingen’ naar Italië gekomen zijn en die nu hun weg zouden kunnen vinden naar andere EU-lidstaten. Het gaat daarbij om Tunesische staatsburgers, zo meldt het Britse dagblad The Guardian.

De lijst van verdachten werd op 29 november reeds aan het Italiaanse Ministerie van Binnenlandse Zaken doorgespeeld. Deze heeft de lijst doorgeleid naar de EU-coördinator voor terrorismebestrijding. Volgens informatie van de Verenigde Naties zouden zich reeds duizenden Tunesiërs bij IS hebben aangesloten. Na de nederlagen van IS in Irak en Syrië, zouden veel Tunesische IS-leden via hun vaderland proberen Europa te bereiken.

Vier verdachte Tunesiërs op de Interpol-lijst waren reeds bekend bij de EU-coördinator, aldus The Guardian. Een van hen zou de Italiaans-Franse grens zijn overgestoken en in het departement van de Gard gesignaleerd zijn. De meeste Tunesiërs zouden in de periode tussen juli en oktober 2017 aan boord van vissersboten Sicilië bereikt hebben. De Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken Marco Minniti waarschuwde al herhaaldelijk voor het gevaar dat IS-strijders zouden kunnen proberen aan boord van ‘vluchtelingen’-boten naar Europa te komen.

Alleen al sinds juli hebben 3.000 Tunesiërs de kust nabij de Siciliaanse stad Agrigento, bekend om zijn ruïnes van tempels uit de Oudheid, bereikt. De Italiaanse overheid kon tot op heden slechts 400 van hen identificeren. In het hele jaar 2017 werden volgens het Italiaanse Ministerie van Binnenlandse Zaken 5.500 Tunesiërs na hun aanlanding in Italië geïdentificeerd.

Posted on

“Voor Damascus is wat vandaag gebeurt een déja-vu”- Westerse interventies als wortel van conflicten in Midden-Oosten

Zo eenzijdig als de blik van de mainstream van de westerse politiek op het Midden-Oosten met zijn verschillende conflictgebieden is, zo manicheïsch is haar indeling daarvan in goede en kwade actoren. Goed zijn vooral diegenen die met dit manicheïsche wereldbeeld instemmen en de de opvatting van de westerse politiek bevestigen. Wie daarentegen een gedifferentieerd beeld van de situatie uitwerkt en de conflicten in hun veelkleurigheid probeert te vatten, wordt al snel bij de As van het Kwaad ingedeeld.

Zo ook de Duitse journalist en islamoloog Michael Lüders, die met ‘Wer den Wind sät’ en ‘Die den Sturm ernten’ twee met elkaar samenhangende boeken over de gevolgen van de westerse politiek in het Midden-Oosten en Noord-Afrika heeft uitgebracht. In het eerste boek, dat een iets algemenere scope heeft en twee jaar geleden voor het eerst verscheen, belicht Lüders eerst de omverwerping van de Iraanse premier Mohammed Mossadegh door de CIA, die hij als blauwdruk voor vergelijkbare operaties ziet: “De staatsgreep in 1953 laat een basismodel zien, dat de VS en hun bondgenoten nog altijd aanwenden bij een voorgenomen wisseling van regime: de demonisering van de tegenstander voorafgaand aan de eigenlijke operatie”, aldus Lüders. Zo wordt Mossadegh bijvoorbeeld in campagnes herhaaldelijk met Hitler vergeleken. Vergelijkbare formuleringen als in die campagnes steken later “bijna woord voor woord het zelfde” de kop op in campagnes tegen Saddam Hoessein, Moeammar Khadaffi of Bashar al-Assad.

Blow back

Deze eerste regime change is de haast ideaaltypische illustratie van een steeds terugkerende figuur bij Lüders, de ‘blow back’ van westerse politiek. Interventies in de islamitische wereld, moreel  opgeblazen als bevrijding of democratisering, in werkelijkheid echter uitdrukking van door belangen geleide machtspolitiek, zetten processen in gang die zich tegen de oorspronkelijke of voorgewende doelstellingen keren. In het geval van Iran had de interventie op de langere termijn de islamitische revolutie van 1979 tot gevolg.

Knap is ook Lüders portret van het conflict tussen Afghanistan en de Sovjet-Unie als kiem van Al Qaida en het ‘jihad-toerisme’, dat aanvankelijk door het Westen gestimuleerd werd. Ook het portret van ‘Islamitische Staat’ en zijn wortels in Saoedi-Arabië is, ondanks dat het relatief kort is, informatief en opnieuw een goede illustratie van de ‘blow back’ van westerse interventies.

‘Die den Sturm ernten’ concentreert zich op het conflict in Syrië, dat Lüders inleidt met een breder historisch vertoog. Uitgaande van de geleidelijke dekolonisatie en de emancipatie van Arabische naties, beschrijft Lüders hoe de westerse machten in dit proces hun belangen proberen door te zetten. Met de Verenigde Staten, die daarmee het prestige dat ze daarvoor als niet-koloniale macht in die regio hadden, verspeeld hebben, voorop. Met betrekking tot Syrië: “Zonder Syrisch gebied te doorkruisen, laat zich geen rendabele pijpleiding van de Perzische Golf of vanuit Irak naar de Middellandse Zee aanleggen.” En dat geldt al in 1956.

Bezorgd zien de Verenigde Staten en Groot-Brittannië hoe opeenvolgende Syrische machthebbers toenemend ondersteuning zoeken uit de Sovjet-Unie. En die laatsten registreren verontrust de westerse voorbereidingen voor ‘regime change’. Lüders vat de Britse, pas recent publiek geworden plannen samen: “Het [plan] voorzag er in met behulp van terreuraanslagen en het binnensluizen van geld en wapens een opstand van regeringstegenstanders te veroorzaken en vooral ontevreden stammen in het zuiden en oosten van Syrië te mobiliseren.”

Déja-vu

Het plan wordt voortijdig onthuld, de Amerikaanse ambassadeur het land uitgezet en Moskou dreigt met troepenopbouw aan de grens van Bulgarije (dan nog in het Warschaupact) met Turkije. De daaropvolgende consolidatie van een militaire dictatuur aan het hoofd waarvan Hafiz al-Assad zich in 1970 stelt, wordt begrijpelijkerwijs gekenmerkt door paranoia ten aanzien van westerse invloeden die het regime willen destabiliseren. “Voor Damascus is wat vandaag gebeurt een déja-vu.”

Lüders schildert enerzijds duidelijk het rücksichtslose optreden van de dictatuur, maar maakt anderzijds ook duidelijk dat de westerse perceptie, als zou de Syrische ‘oppositie’ het gehele Syrische volk of zelfs maar een wezenlijk deel van de bevolking vertegenwoordigen, simpelweg onjuist is. In vrije verkiezingen zouden de opstandelingen geen schijn van kans hebben op een overwinning. De manicheïsche indeling in goed en kwaad kan bovendien niet verder van de waarheid verwijderd zijn. De strijders van de oppositie houden in de schermutselingen net zo min rekening met mogelijke burgerslachtoffers als regeringstroepen, zo vat Lüders samen. “Beide zijden zijn vertrouwd met gruweldaden.”

Goede bedoelingen?

Lüders slaagt er weliswaar in te laten zien hoe de westerse interventiepolitiek onder leiding van de VS tot een destabilisatie van de regio geleid heeft. “Gechargeerd gezegd worden de Europeanen in de vluchtelingencrisis geconfronteerd met de brokken van een mislukt Amerikaans interventiebeleid, en betalen ze gewillig de prijs voor de machtsaanspraken van anderen.” Minder overtuigend werkt daarbij echter Lüders eenzijdige interpretatie als zou de ‘blow back’ louter een irrationele fout van dit beleid zijn.

Dat de Europeanen, Duitsland voorop, allang zelf voorwerp van een interventiebeleid zijn geworden, dat tot uitdrukking komt in de massale instroom van Midden-Oosterse en Afrikaanse immigranten, komt bij Lüders kennelijk niet op. Zo beklaagt hij de verdere opkomst van de radicale islam, omdat deze “niet in de laatste plaats een fontein van de jeugd is voor de rechts-populisten in Europa”. Desalniettemin bevat het boek genoeg waarmee ook ‘rechtspopulisten’ hun voordeel kunnen doen in de bestrijding van het schadelijke beleid van de gevestigde partijen.