Posted on

Tocht voor vrede tussen Europa en Rusland

In een periode van grote spanning tussen het Westen en Rusland vindt er op donderdag 9 mei in Arnhem een Vredestocht en Vredesconcert plaats om de impasse te doorbreken en een brug te bouwen tussen Oost en West.

Rond Arnhem is in de Tweede Wereldoorlog fel gevochten, zo schrijven de organisatoren. De meeste Nederlanders weten echter niet meer wat de Sovjet-Unie met zijn circa 28 miljoen doden voor de bevrijding van Europa betekend heeft.

Tocht

“9 mei is de dag waarop in de Sovjet-Unie de slachtoffers van de strijd tegen Hitler worden herdacht en de vrijheid wordt gevierd, te vergelijken met onze 4 & 5 mei, maar dan op dezelfde dag”, schrijft de organisatie. “We nodigen voormalige Sovjetburgers die in Nederland wonen uit om op 9 mei 2019 om 16.00 uur mee te doen en, samen met de Nederlandse bevolking, in Arnhem over de Nelson Mandelabrug te lopen, van P+R Gelredome naar het Audrey Hepburnplein, wel of niet met een bordje van uw dierbaren die in de Tweede Wereldoorlog om het leven zijn gekomen. De tocht wordt muzikaal omlijst door leden van de in Nederland gevestigde zanggroep Zarjanka.”

Concert

Na de tocht volgt om 20.00 uur een concert in de Parkzaal van Musis met het 12-koppige Russisch-orthodoxe koor Zlatoust (‘Gouden Stem’) onder leiding van dirigent Mikhail Borodyanski, dat speciaal overkomt uit Moskou en de jonge, Nederlandse toppianist Martin Oei.

Aanmelden

De Vredesdag 9 mei is een initiatief van de Rusland & Oost-Europa Academie (lees hier een interview met de oprichter van de academie). Voor meer informatie, kaarten voor het concert (€ 29,50) en aanmelden voor de Vredestocht: www.ruslandacademie.nl/vredesdag-9-mei-2019/ of vredesdag @ ruslandacademie .nl.

Posted on

Woede – een gevolg van angst?

Laatst werd in een artikel in het RD een uitspraak aangehaald van Beatrice de Graaf, professor en specialiste in het terrorisme. Tijdens een debat met Adriaan van Dis in de Jacobikerk te Utrecht zou ze hebben opgemerkt dat woede voortkomt uit angst. De uitspraak had blijkbaar indruk gemaakt – ze werd gebruikt als titel. Gegeven haar christelijke achtergrond, is het vreemd als ze deze uitspraak inderdaad gedaan heeft. Wellicht heeft de verslaggever iets niet goed begrepen of uit het verband gerukt.

Woede is geen dierlijke instinctieve reactie op gevaar en geen uiting van een pathologische angst voor een niet werkelijk bestaande bedreiging. Met andere woorden, het is geen gevolg van angst. Woede is een rationele reactie op een duidelijk onrecht, waar bovendien anderen geen of onvoldoende aandacht voor hebben. Woede trekt aandacht en wil onrecht bestrijden. De mens heeft het recht om tegenover veronachtzaamd onrecht woedend te zijn, of eigenlijk: hij heeft de plicht.

Over woede is door denkers in de klassieke oudheid en door christelijke schrijvers veel nagedacht. Het verband tussen verstand, emoties en moreel handelen heeft altijd gefascineerd. Woede is binnen het driftleven van de mens de extreme tegenpool van begeerte. Immers, begeerte kan ontaarden in een dwang om egocentrische lusten te bevredigen, terwijl woede kan verworden tot zelfdestructieve agressie. Overigens, die twee extremen versterken elkaar; overgevoelige sentimentaliteit en erotiek gaan vaak samen met wreedheid en gewelddadige tirannie.

De relatie tussen de rede en het driftleven is belangrijk, met name tussen de rede en de woede. De rede moet begeerten beheersen, die voortkomen uit de lichamelijke natuur van de mens, oftewel uit ‘het vlees’. Maar de woede komt voort uit de rede zélf, ze hoort bij een rationele conclusie, terwijl vervolgens de rede de uitingen van woede niet alleen moet controleren, maar ook moet richten. Met name Romeinse stoïcijnen en Roomse scholastieken hebben uitgebreid hierover nagedacht. Met name binnen het christendom raakt dit onderwerp ook de discussie over de rechtvaardige oorlog en de doodstraf.

Woede als zodanig is in eerste instantie geen object van politiek, maar van het persoonlijke morele leven en de vorming van een mens tot een verantwoordelijk handelend individu. Opvoeding is nodig voor een mens om rekenschap te kunnen afleggen voor zijn woorden en daden. Verstandelijke vorming én lichamelijke training zijn nodig om tot adequate en doeltreffende uitingen van woede te komen. Zelfbeheersing én doortastendheid moeten worden aangeleerd om de ‘juiste’ oftewel redelijke woede te doen ontstaan, proportioneel te houden en tot voltooiing te brengen.

Door haar nauwe band met de rede is de woede een toetssteen van de menselijke waardigheid. De woede kan een ultieme test zijn voor het natuurlijke vermogen van de mens om rekenschap af te leggen voor zijn daden. Woede roept ter verantwoording en is tegelijkertijd een antwoord. Ze getuigt van de waardigheid van de menselijke persoon en openbaart de noodzaak om rekenschap af te leggen, eventueel met inzet van eigen leven. Woede verwijst daarmee naar de onvermijdelijke en onontkoombare waarheden van het bestaan, die niet ontkend kunnen worden. Ze is de meest ‘transcendente’ drift.

Zo is te verklaren waarom de Kerk door de eeuwen heen nooit heeft willen ontkennen dat doodstraf de ziel tot het besef en de aanvaarding kan brengen dat ze rekenschap moet afleggen en de doodstraf kan ondergaan om haar waardigheid te herstellen. Dit standpunt komt dus voort uit de onverwoestbaarheid van de menselijke waardigheid, niet uit het ontkennen of uit de teloorgang daarvan (zoals de nieuwe versie van artikel 266 van de Katechismus van de Katholieke Kerk ten onrechte suggereert). Verder kan men ook inzien dat de uitspraak ‘religie is een oorzaak van oorlog’ niet klopt. Het is precies andersom: oorlog en collectieve oncontroleerbare uitingen van agressie hebben door de eeuwen heen vele zielen tot rede en religie gebracht. Oorlog is een oorzaak van religie. Juist in de areligieuze of antireligieuze conflicten van de laatste twee revolutionaire eeuwen, die miljoenen levens hebben geëist, bestaan veel voorbeelden van dit opmerkelijke verschijnsel.

Tenzij we aan de term een geheel andere betekenis geven, is het niet moeilijk in te zien dat woede in het geheel niet uit angst voortkomt. Angst en bangheid kunnen wel leiden tot tegennatuurlijke  irrationele karikaturen van woede, zoals agressie en vooral wreedheid. Ook onverschilligheid kan een verdekte vorm van angst zijn, een ultieme uiting van lafheid.

De stelling, dat woede een gevolg is van angst, kenmerkt een gedachtegoed dat zijn eigen uitgangspunten en hypotheses niet onderkent, oftewel een gesloten principeloos ‘paradigma’. Terwijl echte wetenschap altijd zijn eigen principes kritisch onderzoekt en toetst, en wijsheid altijd blijft vragen naar de ultieme zin van menselijk leven en sterven, doen en laten, en zelfs weten en niet weten, produceert een paradigma een totaal en volledig ideologisch geheel van conclusies die vaak verwarrend zijn en strijdig met elkaar. Om de chaos te vermijden en een eenheid te creëren moet dan dwang worden gebruikt – met name bureaucratische, immers het geschreven woord lijkt waarheden definitief en onomkeerbaar te maken, ook al zijn het leugens of absurditeiten.

Binnen het paradigma waarin woede uit angst voortkomt en niet uit de rede, is woede eerst een zonde, een verzet tegen de massa en de waarheid – een onrecht dat bestreden moet worden omdat ze het paradigma bedreigt. Dit vormde de basis van de totalitaire nationaalsocialistische (nazi-) staat en multinationale socialistische (sovjet-) staten van de 20e eeuw, die beide ontstonden als synthese, nadat als these en antithese het nationalisme en het internationale socialisme in de Eerste Wereldoorlog hun verleidelijkheid hadden verloren. Na de Tweede Wereldoorlog en de ineenstorting van het multinationale socialisme veertig jaar daarna was woede ineens geen schadelijke zonde meer, maar een zielige ziekte, een fobie.

Inderdaad, in het huidige ‘postideologische’ paradigma is woede en daarna de rede zélf een gebrek of een aandoening geworden. Ze moeten niet bestreden, maar genezen worden. De valse rechtvaardigheid heeft plaatsgemaakt voor een geperverteerde vorm van barmhartigheid. Alles wat aanspraak maakt op rationele argumenten mag worden vergeven en worden betiteld als fobie. Objectiviteit wordt als een kwetsende maar gelukkig geneesbare vorm van intolerantie beschouwd. Verantwoordelijkheid is dan irrelevant, volwassenheid en zelfstandigheid worden onnozele ideeën van een onvolwassen mensheid, of eventueel onnavolgbare idealen uit een mythisch verleden. Niemand hoeft nog volwassen te worden. De wereld wordt een universele buik waaruit niemand geboren hoeft te worden. Mensen verblijven en moeten blijven in een eeuwige kleuterschool, zonder fysiek geweld, maar bijeengehouden door een psychologische dwangmatigheid van commerciële verleidingen en ideologische indoctrinatie. Nog nooit in haar geschiedenis heeft de mensheid over middelen beschikt om zich in een dergelijke machtsstructuur op te sluiten. Het is nauwelijks mogelijk in deze tirannie een verworden patriarchaat te herkennen. De term matriarchaat lijkt me meer op z’n plaats.

Posted on

De mysterieuze verdwijning van Arjen Kamphuis

Noorse politie vindt kajak van Arjen Kamphuis, meldden de media op 13 september. Een paar dagen eerder had een visser al andere spullen gevonden van de vermiste Nederlander, waaronder zijn ID-bewijs. Na de vondst van de kajak vond de politie een peddel die waarschijnlijk van Kamphuis is. Kamphuis, een gerenommeerd cybersecurityspecialist, wordt sinds 20 augustus vermist. Hij is voor het laatst gezien bij het uitchecken van een hotel in Bodø, Noord-Noorwegen.

Alles aan de verdwijning van Arjen Kamphuis is raar. De vermissing is nu een maand geleden. Sindsdien zijn er spullen van de beveiligingsexpert gevonden: een kajak, een peddel, een ID-kaart. Wat er verder is gevonden heeft de politie in Noorwegen tot nu toe niet bekend gemaakt. Maar tien dagen nadat Kamphuis voor het laatst werd gezien is zijn telefoon 20 minuten actief en worden de simkaarten verwijderd en vervangen door een Duitse kaart. Dat gebeurt in Vikeså, op zo’n 1700 kilometer ten zuiden van Bodø. Een getuige verklaart dat hij Kamphuis die dag (30 augustus) in dat plaatsje heeft gezien. Er waren twee nog niet geïdentificeerde personen bij hem. Hoe kan iemand de telefoon van de cybersecurityexpert, die nu juist bekend staat om zijn uitstekende beveiliging van digitale apparatuur, activeren en een nieuwe simkaart plaatsen? Is Kamphuis het slachtoffer van een ongeluk – omgeslagen kajak in ijskoud water in een verraderlijke fjord, een misdrijf, of een in scene gezette verdwijning?

Een uitgebreide reconstructie in het Algemeen Dagblad van de verdwijning van Kamphuis werpt meer licht op de raadselen. Waarom boekte hij eerst een reis naar Spitsbergen, maar annuleerde hij die vlak voor vertrek? Waarom vervolgens voor een reis naar Noord-Noorwegen een dure kajak aanschaffen, terwijl hij het daar volgens vrienden nooit over had? Waarom heeft niemand hem, op de hotelreceptionisten na, gezien in Bodø? Wat heeft hij die tien dagen in het stadje, dat nu niet echt bekend staat als toeristische trekpleister, gedaan?

Cybersecurity

Er zijn een aantal aanwijzingen. Arjen Kamphuis is een cyberspecialist en ict-specialist op het gebied van privacy. Hij werkte voor diverse bedrijven en overheden om de online veiligheid te waarborgen. Maar Kamphuis had ook contact met Julian Assange en Wikileaks. “Hij is wereldwijd een van de meest prominente cybersecurity-experts van de wereld. Hij benadert het van de ethische kant en denkt na over hoe we ervoor zorgen dat onze maatschappij een vrije democratische rechtsstaat blijft in een tijd waarin we vaak online communiceren,” zei Ancilla van de Leest, voormalig lijsttrekker van de Piratenpartij en één van de beste vrienden van Kamphuis, in een radio-interview. Zij nuanceert overigens de Wikileaks-connectie, net als andere vrienden van Kamphuis. Silkie Carlo, directeur van Big Brother Watch en mede-auteur van een boek van Kamphuis over hoe je onder de radar van overheidsurveillance kan blijven, twitterde: “WikiLeaks might want to make this sound like it’s about them, but it is not … It makes me, and others, feel sick to my stomach to see Arjen being missing/out of contact reported like a WikiLeaks murder mystery.”

In Bodø is weinig te doen, maar net buiten de plaats is het hoofdkwartier van het Noorse leger en NAVO-steunpunt gevestigd in een ondergrondse bunker.

Het is echter wel opmerkelijk dat Bodø bekend staat als een van de grootste cybersecuritycentra ter wereld. In een voormalige Nazi-bunker in een berg in de buurt van het stadje huist het Joint Headquarters van het Noorse leger. In Bodø is ook een luchtmachtbasis die tevens dienstdoet als uitvalsbasis voor de Navo. In Fauske, op enkele kilometers van de plek waar de spullen van Kamphuis zijn gevonden, heeft de Noorse inlichtingendienst een basis waar gegevens worden verzameld en geanalyseerd die binnenkomen van satellieten. Voor een cybersecurityspecialist niet zomaar een plaats. Maar ook een plek die in het brandpunt van de inlichtingendiensten staat.

Een lege kajak

En dan is er de kajak. Op 28 april 1996 vindt een visser een lege kano op de oever van een zijrivier van de Potomac, Maryland. Negen dagen later wordt het lichaam van de kanoër gevonden. Het bleek te gaan om William Colby, gepensioneerd CIA-directeur. Colby leidde de Amerikaanse geheime dienst van 1973 tot 1976. In de decennia daarvoor had Colby, “the man nobody knew”, carrière gemaakt in de CIA en haar voorloper de OSS. Hij was actief als geheim agent in Europa tijdens de Tweede Wereldoorlog. Direct na het einde daarvan werd hij verantwoordelijk voor het opzetten van Gladio, het geheime paramilitaire ‘stay behind network’, dat tijdens een eventuele Sovjetbezetting in actie moest komen. In de jaren zeventig en tachtig was het betrokken bij een groot aantal ‘false flag’-aanslagen, ontvoeringen en sluipmoorden op vooraanstaande personen in Europa. In de jaren zestig was hij hoofd van de CIA in Vietnam en onder meer verantwoordelijk voor het geheime Phoenix-programma, waarin duizenden Vietnamezen werden vermoord die verdacht werden te werken voor de Vietcong.

CIA-directeur William Colby (links) in gesprek met o.a. president Ford in 1975

Maar halverwege de jaren zeventig klapt Colby uit de school. In de nasleep van Watergate kwamen de inlichtingdiensten steeds meer onder vuur te liggen. Het Amerikaanse Congres deed onderzoek. William Colby antwoordde openhartig op de vragen die hem werden gesteld en hij stelde een lijvig rapport samen over de illegale activiteiten die de CIA sinds 1945 had uitgevoerd. De veelzeggende titel van het rapport: ‘Family Jewels’. De CIA-directeur maakte hiermee geen vrienden. CIA-medewerkers noemden hem een verrader en onder druk van minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger stuurde president Ford Colby de laan uit en verving hem door George H.W. Bush.

Vragen

Volgens de zoon van William Colby pleegde zijn vader zelfmoord. De officiële lezing houdt het op een ongeluk. Onderzoeksjournalist Zalin Grant, een kennis van Colby, is ervan overtuigd dat de oud-CIA baas is vermoord. De zaak Kamphuis is nog volledig open. Toch roepen zijn activiteiten in en rond de plaats waar hij logeerde heel veel vragen op, al was het alleen maar vanwege de betekenis van het Noorse stadje. Kamphuis zal niet de eerste zijn die op een raadselachtige manier van de aardbodem verdwijnt. De inlichtingdiensten hebben een lange staat van dienst als het gaat om ‘ongelukken’ en ‘verdwijningen’. Er is een lange lijst met eenzijdige verkeersongevallen, mensen die zomaar uit een raam vallen, ontploffende geisers en omgeslagen vaartuigen. Dat lot trof getuigen, journalisten, maar ook politici en zelfs mensen uit eigen gelederen.

Saillant detail in de levensloop van William Colby: in april 1945 werd hij als inlichtingenofficier gedropt achter vijandige linies… in Noorwegen.


In april 2017 interviewde Eric van de Beek Arjen Kamphuis voor Novini:

http://www.novini.nl/ieder-mens-wel-iets-verbergen/

Posted on

Niet radicale islam maar goudkoorts bedreigt stabiliteit Indonesië

Door de zelfmoordaanslagen in Soerabaja kreeg Indonesië weer even wereldwijde aandacht. In diverse Nederlandse media was te lezen over de vrees van het Westen dat IS, na verslagen te zijn in het Midden-Oosten, de activiteiten naar Zuidoost-Azië aan het verplaatsen is. De nieuwe geweldsgolf op Java zou daar een bewijs van zijn. In dat narratief is het haast vanzelfsprekend dat Amerikaanse en Australische inlichtingendiensten ondersteuning bieden in de strijd tegen terrorisme.

Dit was ook zo na de bomaanslagen op Bali in 2002, waarbij veel Australische toeristen omkwamen. In de jaren die volgden werden de Indonesische autoriteiten bijgestaan door Australische en Amerikaanse inlichtingendiensten om de betreffende terreurgroep op te rollen.[1] Op de Filipijnen hetzelfde verhaal: voor de herovering van Marawi heeft president Duterte eveneens de hulp van de VS geaccepteerd: “Amerikaanse en Australische vliegtuigen assisteren bij het opsporen van de jihadisten en Amerikaanse commando’s helpen op de grond met adviezen.”[2] Zover gaat de inmenging in Indonesië niet, alhoewel, meteen na de aanslagen in Surabaya was de CIA er als de kippen bij om via het eigen Amerikaanse mediakanaal ‘CNN Indonesia’ assistentie aan de te bieden bij: “het ontmantelen van terroristische [netwerken], inclusief de jacht op de daders en de breinen achter deze terroristische acties.[3]

Voordat we deze ongevraagde assistentie meteen als een daad van onbaatzuchtige barmhartigheid beschouwen, is het cruciaal om de werkelijke geopolitieke belangen, en de geschiedenis daarvan, helder voor ogen te hebben.

Het punt is dat IS niet het enige gevaar vormt voor de nationale veiligheid van Indonesiërs. De kapers op de Indonesische (goud)kust komen niet zozeer uit het Midden-Oosten maar o.a. uit Phoenix Arizona waar het hoofdkantoor van het mijnbedrijf ‘Freeport McMoRan’ gevestigd is. Een Amerikaanse multinational dat door het delven van goud op West-Papoea onvoorstelbaar grote miljardenwinsten heeft gedraaid. De Indonesische president Joko Widodo (in de volksmond Jokowi) wil dit bedrijf nu gedeeltelijk nationaliseren. Het Amerikaanse Freeport is overigens gelieerd aan het Brits-Australische ‘Rio Tinto’. Terwijl de Amerikanen zich 60% van de goudberg op West-Papoea hebben toegeëigend, wordt de overige 40% door de Australiërs en Britten beheerd.[4]

Het heeft er alle schijn van dat de echte ‘piraten’ slechts handig gebruik maken van de angst en de chaos die IS-geïnspireerde aanslagen veroorzaken. Onder het mom van de strijd tegen terrorisme hebben ze zich met hun inlichtingendiensten, op slinkse wijze toegang verschaft.

Moslims versus niet-Moslims?

Zoals altijd spelen de media een belangrijke rol. Wat opvalt is dat Westerse media (in Nederland met name de Volkskrant, NOS en NRC) ons al een tijdje willen laten geloven dat het niet lang meer duurt voordat Indonesië een moslimstaat wordt.[5] Dus een situatie waarbij de 87% moslims de andere vijf religies (waaronder 10% Christenen) in een sektarische strijd overwinnen en het motto van de Republiek ‘Eenheid in diversiteit’ aanpassen. Voor de meeste Indonesiërs is dit ondenkbaar.

Dat neemt niet weg dat er sprake is van zichtbare beïnvloeding door het fundamentalistische Wahabisme dat uit Saoedi Arabië komt. De Indonesische liberale interpretatie van de Islam staat ontegenzeggelijk onder druk. Maar het in het Westen circulerende idee dat Indonesië ongeveer op het punt staat de sharia-wetgeving in te voeren is voor de meeste van mijn Indonesische vrienden totaal absurd.

Zo kopte NRC vorige week plompverloren: “20 jaar na de val van Soeharto is het moslims versus niet-moslims in Indonesië.”[6] Inderdaad was het precies twintig jaar geleden dat er een eind kwam aan het autoritaire regime van de Indonesische president Soeharto die vanaf 1965 tot 1998 het land met harde hand bestuurde. Echter, ook al waren de aanslagen in de havenstad Soerabaja deels gericht tegen kerken (maar ook de politie) iedereen die de stad wel eens bezoekt weet dat daar geen felle geloofsstrijd aan de gang is.

Prabowo’s flirt met moslimfundamentalisme

Maar niets is wat het lijkt. In werkelijkheid is er een machtsstrijd gaande die weinig met geloof maar alles met keiharde dollars en geopolitieke belangen te maken heeft. Dit gaat verder dan binnenlandse geloofsperikelen en de dreiging van terroristen en hun zo gevreesde kalifaat. Cruciaal zijn de Indonesische verkiezingen van volgend jaar. De rivaliteit tussen de twee belangrijkste politieke tegenstanders gaat over de internationale allianties die zij aangaan: van het opkomende China/Rusland tegenover de tanende macht van de VS. Het is algemeen bekend dat China een steeds grotere invloed heeft op de regio en het is ook duidelijk dat Washington dit al jaren zorgen baart.

Jokowi’s opponent Prabowo, (niet geheel toevallig ex-schoonzoon van dictator Soeharto die in 1965 met Westerse steun in het zadel was geholpen) is openlijk anti-China en als het erop aankomt kiest hij ervoor om Amerikaanse belangen te verdedigen.

Prabowo speelt een zeer dubieuze rol en heeft zich in het verleden als opportunistisch, machtsziek en uiterst gewelddadig getoond. Hij wordt onder andere beschuldigd van grove mensenrechtenschendingen op Oost-Timor en West-Papoea. Op het hoogtepunt van het (oorspronkelijk prowesterse) regime ging Prabowo in het leger, schopte het uiteindelijk tot generaal, trouwde in 1983 met de dochter van Soeharto en kwam zo dichtbij het centrum van de macht. Tijdens de studentenopstanden in 1998 heeft hij echter zijn troepen zodanig opgehitst dat dit resulteerde in massageweld waarbij studenten werden ontvoerd en zelfs vermoord. Daarnaast werden met name Chinezen slachtoffer. Prabowo’s medeplichtigheid in de ontsporing van geweld tijdens de opstand die zou leiden tot het aftreden van zijn schoonvader, zorgde er ook voor dat laatstgenoemde het contact met zijn schoonzoon verbrak. Het is nooit meer goed gekomen tussen die twee. Ook zijn huwelijk met de dochter liep in dat jaar op de klippen. Prabowo werd uit het leger ontslagen. Saillant detail: vanaf dat moment weigerden ook de VS hem toegang. Voor een aantal jaar week hij uit naar Jordanië, vestigde zich als zakenman en keerde vanaf 2004 in de Indonesische politiek terug.

Dat de VS in hun buitenlandbeleid erg selectief om mensenrechten geven, is evident. Het brengen van vrijheid en democratie is allang een holle frase gebleken. En als Prabowo iets met hen gemeen heeft is het wel opportunisme: het ontbreken van principes als het eigenbelang gediend moet worden. Ideologieën (of het nu democratie of islam is) zijn slechts interessant als manier om de massa’s te binden. Dit komt onder andere tot uiting in zijn steun voor fundamentalistische moslimgroepen die democratische waarden niet bepaald hoog hebben staan. De van huis uit christelijke Prabowo, die zich pas op latere leeftijd tot de Islam bekeerde, heeft geen enkele moeite met de meest militante groep van allemaal: de FPI (Front ter Verdediging van de Islam). De leider van deze club, die overigens net als Prabowo geweld niet schuwt, vluchtte een jaar geleden nog uit angst voor vervolging naar Saoedi-Arabië, waar hij eerder in de jaren ’90 cum laude was afgestudeerd. De FPI betuigt openlijk steun aan IS-leider Abu Bakr al-Baghdadi en andere aftakkingen van Al-Qaida. Ook togen ze vorig jaar massaal de straat op om de veroordeling van de Chinese en christelijke gouverneur Ahok te eisen. Illustratief is dat zijn uiteindelijke veroordeling voor veel Nederlanders het bewijs was dat de radicale islam dé bedreiging vormt voor het leefklimaat in de voormalige kolonie met zijn exotische stranden waar we maar al te graag ons biertje willen blijven drinken. Terwijl het in werkelijkheid dus weinig met geloof maar alles met politiek te maken heeft. 

Nieuwe allianties

De huidige president Jokowi, op zijn beurt, vaart een andere koers en het is te gemakkelijk om zijn buitenlandbeleid slechts als nationalistisch af te doen. De toenemende protectionistische wetgeving die onder zijn bewind werd doorgevoerd, en waar Westerse bedrijven steen en been over klagen, maakt tegelijkertijd een reeks niet-Westerse zakendeals mogelijk. Zo deed Indonesië vorig jaar nog een bestelling bij de Russen van in totaal negentien Soechoj gevechtsvliegtuigen.[7] Een deal waarbij Indonesië voor 50% in natura (koffie, tabak, palmolie enz.) mag betalen, iets waar Westerse multinationals met hun Wereldbank nooit mee in zouden stemmen. Ook zijn de Russen bereid hun kennis en expertise te delen zodat Indonesië de onderdelen zelf kan gaan fabriceren. Hoe reageerden de VS op dit nieuws? Jawel, door Indonesië prompt vierentwintig gevechtsvliegtuigen cadeau te doen.[8] Net als het genereuze aanbod om te helpen met terreurbestrijding komt deze daad van ogenschijnlijke barmhartigheid toch in een heel ander licht te staan als we hier het principe van ‘follow the money’ toepassen.

De Nederlandse geschiedenis van goud op Papoea

De spil in dit verhaal is de grootste goudmijn ter wereld die niet geheel toevallig de Nederlandse naam ‘Grasberg’ draagt en op het afgelegen West-Papoea ligt. Inderdaad, exact het gebied dat Nederland tot in 1963 niet op wilde geven, ook al hadden we eerder in 1949 de Indonesische onafhankelijkheid aanvaard.

Het narratief dat ons jarenlang is voorgehouden is dat wij ons dan misschien paternalistisch koloniaal opstelden maar dat we toch oprecht begaan waren met het lot van de lokale bevolking die niet bij Jakarta wilde horen. Ook nu nog, op die zeldzame momenten als er eens over West-Papoea wordt bericht, gaat het altijd over hun terechte vrijheidswens versus Indonesische mensenrechtenschendingen. In de Nederlandse versie van dit verhaal is Indonesië de nieuwe koloniaal en Amerika de neutrale bemiddelaar die ons tot inkeer bracht.

De Grasbergmijn is de omvangrijkste goudmijn en op twee na grootste kopermijn ter wereld. De mijn bevindt zich op de Grasberg in de nabijheid van de Ertsberg, waar eveneens zeer succesvol een mijn wordt geëxploiteerd (foto: Alfindra Primaldhi).

Niets is minder waar. In werkelijkheid is Nederland, die alleen maar raad wist met kolonialisme ‘oude stijl’ op een geraffineerde manier buiten spel gezet door de Amerikaanse ‘nieuwe stijl’ van koloniseren. Beiden ging het om het ‘El Dorado’ de Grasberg, en eerder de Ertsberg die inmiddels al tot op de bodem is uitgegraven. Kortom: het motief voor de Nederlandse claim op West-Papoea was niet humanitair maar primair goud en olie.

Het ontoegankelijke berggebied werd in 1936, vlak voor de Tweede Wereldoorlog, door de Nederlandse geoloog Jean Jacques Dozy in kaart gebracht. De uitzonderlijk hoge concentratie goud en andere waardevolle olievondsten werden bewust geheim gehouden, bang als men was voor Nazi-Duitsland en Japan, waarvan eind jaren ’30 al een dreiging uitging. Vanaf 1945 gooide de Indonesische onafhankelijkheidsverklaring roet in het eten. Overigens konden de Nederlanders niet om de Amerikanen heen, aangezien de Nederlandsche Nieuw Guinea Petroleum Maatschappij (NNPGM) voor 60% in Amerikaanse handen was, direct gelinkt aan de befaamde Rockefellers die later Freeport zouden opzetten. Als gevolg van de geheimhouding waren slechts enkele Nederlandse en Amerikaanse regeringsfunctionarissen op de hoogte van het nog te ontginnen ‘El Dorado’. Zelfs Soekarno en John F. Kennedy, die elkaar wel mochten, hadden geen idee. Pas toen Soeharto met wat hulp van Washington stevig in het zadel zat en Soekarno buiten spel was gezet ging Freeport op Papoea aan de slag.

In de recente publicatie ‘The Incubus of Intervention’ (2015) doet de Australische historicus Greg Poulgrain uitgebreid uit de doeken op welke slinkse manier deze interventie in zijn werk is gegaan en hoe cruciaal de rol van CIA-directeur Allen Dulles hierin was.[9]

Volgens Poulgrain redeneerde ‘mastermind’ Dulles dat het voor Amerikaanse bedrijven onmogelijk was om ​toegang tot Papoea ​te ​krijgen als ​het een ​onafhankelijk land zou zijn ​los ​van Indonesië​ (omdat laatstgenoemde dat als een vijandige actie zou interpreteren en Soekarno meteen de neokoloniale agenda erachter zou zien) de Nederlanders waren volgens hem sowieso kansloos​ met hun kolonialisme ‘oude stijl’​, en in het geval Papoea wel bij Indonesië zou worden ingelijfd, dan zouden de Amerikanen nog steeds geen toegang tot dat gebied krijgen met de anti-imperialistische Soekarno aan het roer. Vandaar dat Dulles aandrong op inlijving van Papoea maar mét een regime change.

“l’Histoire se répète.”

Hoe vertaalt zich dit naar de huidige situatie?  Paradoxaal genoeg wordt Jokowi in Westerse media een stuk positiever neergezet dan Soekarno destijds. Toch spelen ze vanuit historisch perspectief een vergelijkbare rol. Interessant is dat de eerst zo bejubelde Soeharto inmiddels uit de gratie is gevallen, we herinneren hem nu vooral als dictator die verantwoordelijk was voor de slachtpartij op communisten. Toch speelt Prabowo op dit moment een haast identieke rol als zijn eveneens opportunistische ex-schoonpapa. In de tweede helft van de jaren vijftig was Soekarno zich ook, net als Jokowi nu, op China, Rusland en andere niet-Westerse allianties aan het oriënteren. Vlak voor de coup van 1965 werden enkele Britse en Amerikaanse bedrijven gedwongen genationaliseerd.

Dat de Amerikaanse kapers op de Indonesische (goud)kust het anno 2018 niet kunnen uitstaan dat Jokowi nu hetzelfde probeert, is niet verwonderlijk aangezien de omzet van Freeport McMoRan in 2017 een slordige 16 miljard dollar bedroeg. In de top 500 van meest invloedrijkste Amerikaanse multinationals staat het bedrijf maar liefst op nummer 175.[10]

Juist deze vette melkkoe wordt bedreigd met nationalisatie doordat Indonesië vorige jaar bekend maakte dat ze bovenop de oorspronkelijke 9% vanaf nu 51% aandeel eisen. Freeport McMoRan, en het verwante Rio Tinto, accepteren dit niet en willen geld zien. De Amerikaanse Vicepresident Mike Pence vloog er speciaal voor naar Jakarta om eens een hartig woordje met Jokowi te spreken. Miljardair Carl Icahn, een van de grootste aandeelhouders in Freeport en tevens adviseur van Trump, beschuldigde Indonesië zelfs van “vals spelen” en zei het als een belediging op te vatten dat een contract, dat officieel pas in 2021 afloopt, zomaar ter discussie werd gesteld.[11]

En wat was de reactie van Prabowo? Onbeschaamd benadrukte hij dat Indonesië in het verleden zoveel te danken had aan de VS: “We moeten degenen [de Amerikanen] respecteren die ons ooit hebben geholpen. Hopelijk is er een oplossing waarbij iedereen wint, de belangen van de Republiek moeten worden afgewogen tegen de belangen van de investeerders.” [12]

Nu is deze situatie op wereldniveau niet uniek. In Zuid-Amerika, waar Freeport McMoRan ook actief is, proberen overheden eveneens meer grip te krijgen op de kapitalistische graaicultuur die vooral de 1% in de VS ten goede komt. Het is dan ook typerend dat de New York Times deze tendens slechts afdoet als kansloos nationalistisch gedoe waar de landen zelf uiteindelijk de dupe van zullen worden.[13]

De wereldmacht van de VS mag dan tanende zijn, een kat in het nauw maakt rare sprongen. Als je de trucjes van de VS een beetje kent dan weet je dat als zij linksom geen toegang krijgen, ze het rechtsom zullen regelen.

Kortom: in het uitzonderlijke geval dat Indonesië in de toekomst een moslimstaat wordt, dan zal dat niet zijn omdat de 87% Indonesische moslims dat zo graag wil, maar allereerst omdat militante groeperingen, zoals de FPI, politiek worden ingezet voor opportunistische doeleinden.  Laat we ons daar maar eens op bezinnen als de CIA landen als Indonesië aanbiedt te helpen met het opsporen van terroristische netwerken.


[1] Arjen van der Ziel, ‘Probeert IS in Indonesië een nieuw front te openen.’ Trouw (14 mei 2018) https://www.trouw.nl/religie-en-filosofie/probeert-is-in-indonesie-een-nieuw-front-te-openen-~a1abbc02/

[2] Arjen van der Ziel, ‘IS-jihadisten richten zich op Zuidoost-Azië, nu ze Irak en Syrië bijna kwijt zijn.’ Trouw (11 juli 2017)

https://www.trouw.nl/home/is-jihadisten-richten-zich-op-zuidoost-azie-nu-ze-irak-en-syrie-bijna-kwijt-zijn-~a070d74d/

[3] https://www.cnnindonesia.com/nasional/20180516163304-20-298714/amerika-serikat-siap-bantu-indonesia-buru-teroris

[4] https://nl.wikipedia.org/wiki/Rio_Tinto_Group#Locaties

[5] https://nos.nl/artikel/2215661-geen-bier-hier-de-drooglegging-van-yogyakarta.html

[6] https://www.nrc.nl/nieuws/2018/05/20/20-jaar-na-de-val-van-soeharto-is-het-moslims-versus-niet-moslims-in-indonesie-a1603600

[7] https://www.youtube.com/watch?v=Omz9sxhNDSk

[8] https://nasional.kompas.com/read/2018/02/28/11525101/indonesia-resmi-terima-24-pesawat-tempur-f-16-hibah-as

[9] https://www.amazon.com/Incubus-Intervention…/dp/9670630509

[10] https://eu.azcentral.com/story/money/business/2015/12/28/moffett-resigns-freeport-mcmoran-chairman/77971352/

[11] Jon Emont ‘Foreigners Have Long Mined Indonesia, but Now There’s an Outcry’, New York Times, ​(March 31, 2017​) https://www.nytimes.com/2017/03/31/business/energy-environment/indonesia-gold-mine-grasberg-freeport-mcmoran.html

[12] ’Prabowo Soal Kisruh Freeport: Solusinya Semua Menang,’ Tempo (27 Februari 20170 https://nasional.tempo.co/read/850475/prabowo-soal-kisruh-freeport-solusinya-semua-menang

[13] Jon Emont, ‘Freeport To Give Indonesia A Majority Stake In Its Grasberg Mine,’ New York Times (Aug. 29, 2017) https://www.nytimes.com/2017/08/29/business/indonesia-freeport-mcmoran-grasberg-deal-majority.html

Posted on

Geheime diplomatie: Oostenrijkse politici offerden Zuid-Tirol voor Europese integratie

Het einde van de Tweede Wereldoorlog en de val van het Italiaanse fascisme gaven Zuid-Tirol weer hoop. Eindelijk, zo hoopte men, zou Zuid-Tirol weer met Noord- en Oost-Tirol verenigd worden. Het liep echter anders.

De historicus en publicist Helmut Golowitsch heeft hier een lijvig boek aan gewijd, waarin hij de lezer van de tijd direct na de oorlog naar het jaar 1966, waarin de conservatieve ÖVP onder bondskanselier Josef Klaus zonder coalitiepartners kon regeren. Bijzondere aandacht gaat uit naar de stille diplomatie tussen de Italiaanse regeringspartij Democrazia Cristiana (DC) en de Oostenrijkse Volkspartij (ÖVP). Het boek is het eerste deel in een nieuwe reeks over de geschiedenis van Zuid-Tirol. Het tweede deel wordt binnenkort verwacht en zal over de periode van 1966 tot 1969 gaan, waarin volgens de titel de Oostenrijkse en Italiaanse christendemocraten de kwestie Zuid-Tirol begroeven.

De auteur begint zijn uiteenzettingen met het einde van de Tweede Wereldoorlog. In het spanningsveld tussen Oost en West ontstonden in 1947 de Nouvelles Équipes Internationales (NEI), een Europese christendemocratische koepelorganisatie, waarin ook Oostenrijk en Italië vertegenwoordigd waren en politici van de Italiaanse DC en Oostenrijkse ÖVP directe contacten konden onderhouden.

In het kader van deze samenwerking kwam het tot geheime toegevingen van enkele ÖVP-politici, die publiekelijk weliswaar stelden dat Zuid-Tirol hen na aan het hart lag, maar achter gesloten deuren aan de Italiaanse christendemocraten bevestigden dat Zuid-Tirol bij Italië kon blijven. In de optiek van bepaalde ÖVP-functionarissen in Wenen was de kwestie Zuid-Tirol vooral een hypotheek die de relatie met Italië onnodig belastte. In het bijzonder verstoorden ze de onderhandelingen over de toetreding van Oostenrijk tot de Europese Economische Gemeenschap. In dit opzicht werd de deelstaatorganisatie van de ÖVP in Tirol, die zich bijzonder verbonden voelde met Zuid-Tirol, bewust genegeerd.

Juist in deze voor Zuid-Tirol bepalende jaren bemiddelde Rudolf Moser, een ondernemer uit Karinthië met uitstekende contacten met Italiaanse christendemocratische leiders, als onofficiële diplomaat tussen Wenen en Rome, zodat hij al snel de éminence grise van het Oostenrijkse Italië-beleid werd. Moser was een goede jeugdvriend van Leopold Figl, die van 1945 tot 1953 bondskanselier van Oostenrijk was en van 1953 tot 1959 minister van Buitenlandse Zaken. Onder de dekmantel van zijn zakenactiviteiten, kon Moser uit het zicht van de pers en de officiële diplomatieke kanalen het contact onderhouden tussen bondskanselier Figl en premier Alcide De Gasperi. Terwijl de Oostenrijkse minister van Buitenlandse Zaken Karl Gruber op de Parijse Vredesconferentie van 1946 slecht onderhandelde en voortijdig een volksraadpleging in Zuid-Tirol – zijn troefkaart – uit handen gaf, had Rudolf Moser in Rome een geheime ontmoeting met De Gasperi om over de heropening van het goederenverkeer en een verdieping van de christendemocratische vriendschap tussen Wenen en Rome te spreken. De kwestie Zuid-Tirol liet zich in deze context eerder door autonomie voor de regio binnen Italië oplossen dan door hereniging met Oostenrijk.

Dit alles gebeurde met medeweten van bondskanselier Figl, terwijl minister van Buitenlandse Zaken Gruber noch de deelstaat-ÖVP in Tirol ervan op de hoogte waren. De ervaren politicus De Gasperi wist deze overduidelijk zwakke onderhandelingspositie van de Oostenrijkers uit te buiten, waardoor het tot het Gruber-De Gasperi-akkoord kwam, dat Zuid-Tirol alleen een zwakke schijnautonomie toekende, wat in de daarop volgende jaren tot toenemende spanningen zou leiden.

Rudolf Moser zette zijn heimelijke paradiplomatieke activiteiten voort en organiseerde geheime persoonlijke ontmoetingen tussen premier De Gasperi en bondskanselier Figl: in augustus 1951 in een herberg aan de Karerpas in Zuid-Tirol en een tweede in augustus 1952 in Mosers huis in Karinthië. Van beide gesprekken zijn geen notulen, maar zo merkt de auteur op, vanaf dit moment is er geen merkbaar engagement van de Oostenrijkse regering voor Zuid-Tirol meer. Ook van deze gesprekken waren Noord- noch Zuid-Tiroolse politici op de hoogte.

In 1953 verloor Figl weliswaar het kanselierschap aan zijn partijgenoot Julius Raab, hij werd echter minister van Buitenlandse Zaken, waardoor Moser achter de schermen verder kon gaan de Oostenrijks-Italiaanse relatie te onderhouden en de eisen van Zuid-Tirol te torpederen. Pas toen in 1959 de sociaaldemocraat Bruno Kreisky minister van Buitenlandse Zaken werd, ging de Oostenrijkse federale regering zich weer actief inzetten voor het afgescheiden landsdeel en werd de kwestie Zuid-Tirol bij de Verenigde Naties ter tafel gebracht, wat de basis zou leggen voor de verdere onderhandelingen. Een nieuwe dramatische keer in het Oostenrijkse Zuid-Tirol-beleid kwam er in 1966, toen de ÖVP een absolute meerderheid behaalde in de federale parlementsverkiezingen en Kreisky werd afgelost als minister van Buitenlandse Zaken.

Door een toeval kreeg Golowitsch toegang tot het privé-archief van Rudolf Moser. Na deze stukken bestudeerd en wetenschappelijk verwerkt te hebben, droeg hij de originele documenten over aan het Oostenrijkse Staatsarchief en kopieën aan het Tiroler Landesarchiv. Zodoende is zijn werk niet alleen verifieerbaar, maar biedt het ook voor historici veel tot nog toe onbekend bronnenmateriaal.

De auteur weet met zijn boek zowel voor historici als geïnteresseerde leken boeiend te schrijven. De documenten uit Mosers privé-archief weet hij goed te verweven in een geheel uit achtergrondinformatie, krantenberichten, getuigenverklaringen en andere bronnen, zodat zijn boek ook zonder gedetailleerde voorkennis gelezen kan worden. Waar Wenen tot nog toe als betrouwbare partner van Zuid-Tirol gold, moet de rol van enkele leidende ÖVP-politici naar aanleiding van dit boek heel anders getaxeerd worden.

N.a.v. Helmut Golowitsch, Südtirol – Opfer für das westliche Bündnis. Wie sich die österreichische Politik ein unliebsames Problem vom Hals schaffte (Leopol Stocker Verlag, Graz, 2017), gebonden, 607 pagina’s.

Posted on

“Pers in Rusland was veel te vrij”

Als student journalistiek aan de Hogeschool Windesheim in Zwolle belandde Joost Bosman in 1991 in wat toen nog de Sovjet-Unie was. In hetzelfde jaar schreef hij voor Nederlands Dagblad zijn eerste artikelen over onder meer de staatsgreep tegen de toenmalige president Michail Gorbatsjov. Terug in Nederland studeerde hij Ruslandkunde aan de Universiteit van Amsterdam, om vervolgens via een omweg (regionaal verslaggever PZC en eindredacteur persbureau DPD) weer in Rusland te belanden.
Sinds 2014 is Joost Bosman vaste correspondent in Moskou. Eerst nog voor de DPD, maar nu vooral nog voor Het Financieele Dagblad en BNR Nieuwsradio.

Een gesprek met Joost Bosman over de Russische journalistiek en de Nederlandse Rusland-verslaggeving.

Bestaat er een vrije pers in Rusland?

In de jaren ‘90 was de pers vrijer dan ooit in Rusland. Sterker nog: ze waren veel te vrij. Ze schreven maar raak, over corruptie die er soms niet was, ze deelden links en rechts beschuldigden uit, en dat kon allemaal maar. Ministers en andere politici konden wel naar de rechter stappen, maar ze zagen daar meestal van af, want er was geen beginnen aan. De media in Rusland zijn dus gegaan van: een strenge censuur in de Sovjet Unie, naar volledig losgeslagen in de jaren negentig, naar een soort mengvorm onder Poetin.

De pers is dus nog wel vrij?

Er zijn nog altijd kranten die min of meer schrijven wat ze willen, waaronder Kommersant. Die krant is in handen van Alisjer Oesmanov, een van de rijkste mensen van Rusland. Hij heeft nauwe banden met het Kremlin, maar heeft ook van meet af aan gezegd: Ik ga me niet met de redactie bemoeien. Daar houdt hij zich aan. Ik vind het een erg goede krant, die feiten en meningen goed van elkaar gescheiden houdt, wat bij Russische kranten nog wel eens een euvel is. Kommersant heeft het bewijs geleverd dat er militairen van het Russische leger aanwezig waren in de Donbass, in het oosten van Oekraïne. Ze hebben die daar ter plekke gesproken. Dat heeft dus in de krant gestaan. Ze hebben dat kennelijk mogen publiceren.

Vooral Novaya Gazeta geniet in het Westen een grote bekendheid.

Het is de moedigste krant van Rusland. Zes journalisten van Novaya zijn vermoord, onder wie de belangrijkste, Anna Politkovskaja. Maar toch gaan ze door met waar ze mee bezig waren. Novaya levert kritiek op het Kremlin als geen ander. Poetin en het Kremlin kunnen in hun ogen niks goeds doen. Ik vraag mij wel af: Kun je het nog wel een krant noemen? Het lijkt meer op een activistenblad dan op een journalistiek medium. Maar ze halen wel feiten boven water. Zo hadden ze eerder dit jaar die primeur over gevangenissen in Tsjetsjenië waar homo’s worden gemarteld en vermoord. De Tsjetsjeense overheid is daardoor in blinde paniek geraakt. De leider van Tsjetsjenië, Ramzan Kadirov, heeft direct de oorlog verklaard aan Novaya. De journaliste die het artikel schreef heeft moeten onderduiken. Zij is overigens tegelijk mensenrechtenactiviste. Dat tekent een beetje die krant.
Ze hebben trouwens weinig geld. Ik heb wel eens gehoord dat ze geen van allen een salaris krijgen. Waar ze dan van leven weet ik ook niet.

Novaya Gazeta heeft in elk geval geld ontvangen van de Nederlandse ambassade in Moskou.

Ja, en ook van George Soros hebben ze geld gekregen. Maar dat is eigenlijk meer om de krant overeind te houden dan dat ze daarvan  salarissen kunnen betalen waarschijnlijk. Ze zullen het niet breed hebben. Als je op de redactie rondloopt, dan ziet het er vrij mager uit allemaal, een beetje shabby zelfs. Maar ze maken die krant toch maar drie keer per week.

Ik heb de adjunct-hoofdredacteur van Novaya een keer geïnterviewd en die zei: ‘Wij mogen schrijven wat we willen omdat wij voor het Kremlin een uithangbord zijn, een visitekaartje. Als er vanuit het Westen gemekker komt over de persvrijheid in Rusland, dan kunnen de autoriteiten zeggen: ‘Hoezo? We hebben Novaya toch? Kijk eens wat die een bagger over ons uitstorten.’

En ten tweede zegt hij: ‘Stiekem heeft iedere minister de krant op z’n bureau liggen, om te zien wat er nu echt gebeurt in Rusland en om de stemming te peilen in het land.’

Maar helemaal vrij wordt de krant niet gelaten. Als Novaya iets schrijft wat de autoriteiten niet bevalt, dan worden opeens de papier- en drukkosten verhoogd

Daar zit de overheid achter? Die vertelt de drukkerij dat die de papier- en drukkosten moet verhogen?

Daar zijn zij van overtuigd. En het kan ook geen toeval zijn. Als zij iets lelijks schrijven over bijvoorbeeld Poetin, en drie dagen later krijgen ze te horen dat de huur wordt verhoogd of dat de papier- en drukkosten worden verhoogd…

Maar ze zijn toch voortdurend kritisch over Poetin en het Kremlin?

Jawel. Maar de autoriteiten grijpen alleen in als ze vinden dat Novaya echt over de schreef gaat.

Waar het om gaat: Novaya heeft het economisch heel erg moeilijk. De autoriteiten maken daar gebruik van door ze dat af en toe flink te laten voelen.
De enige reden dat Novaya nog steeds niet verboden is, noemde ik al: Novaya is een symbool geworden voor de persvrijheid in Rusland. Het verbieden van die krant, zou een grote imagoschade voor de autoriteiten met zich meebrengen.

Kunnen kranten verboden worden in Rusland? Is er een wet die dat mogelijk maakt?

Telekanal Dozjd (TV Rain, EvdB) was een televisiestation dat in heel Rusland te ontvangen was. Ze zijn groot geworden eind december 2011, toen er in de grote steden tienduizenden mensen de straat op gingen om te demonstreren vanwege de fraude die er gepleegd was tijdens de parlementsverkiezingen. Dat leek een soort revolutie te worden. Dozjd besteedde uitgebreid aandacht aan de demonstraties. Ze namen ook heel duidelijk stelling. Ze zeiden: ‘Het kan niet door de beugel wat er gebeurd is.’ De reporters van Dozjd gingen zelfs, naar het voorbeeld van de demonstranten, met witte lintjes opgespeld, de straat op. Heel activistisch dus, een beetje zoals Novaya Gazeta, maar dan op televisie.

Telekanal Dozjd werd toen uit de lucht gehaald?

Drie jaar later, in de aanloop naar 9 mei, de dag waarop de Russen jaarlijks de overwinning vieren op Hitler-Duitsland, hield Dozjd een opinieonderzoek. Ze legden mensen de vraag voor: ‘Was het beleg van Leningrad de moeite waard? Woog het aantal mensenlevens dat dat gekost heeft op tegen het weg houden van de Duitsers uit de stad?’

Dat was heel erg tegen het zere been van de autoriteiten, en eigenlijk ook van iedereen in Rusland. Want vergis je niet, Rusland is een oerconservatief land. Alle tradities moeten behouden blijven, en vooral De Grote Vaderlandse Oorlog is heilig. Zelfs de liberalen denken er zo over.

Dat was het einde van Telekanal Dozjd?

In ieder geval op televisie. De zender is uit de ether gehaald. Je kunt hem alleen nog via internet bekijken.

De zendvergunning werd ingetrokken of niet verlengd?

Dat weet ik niet. Maar die opiniepeiling was een stok om de hond mee te slaan. Dozjd was natuurlijk al jaren een doorn in het oog van de autoriteiten omdat ze gewoon te kritisch waren.

(Russische media melden dat diverse grote providers na het schandaal rond de peiling over Leningrad besloten Dozjd uit het pakket te halen, red.)

De pers in Rusland is dus wel vrij, maar tot op zekere hoogte?

Kranten die alles schrijven wat ze willen zijn er niet veel. Sommige kranten zijn volledig gelijkgeschakeld; anderen zoals Moskovski Komsomolets zijn een mengvorm van onafhankelijk en pro-Kremlin.

Officieel is er persvrijheid. Dat de meeste media in Rusland daar niet volop gebruik van maken en te weinig kritisch zijn is het gevolg van een keuze. Het is in wezen vrijwillig. Je hebt nu een situatie die omgekeerd is aan hoe het in de Sovjet Unie ging met journalisten. Er was toen officieel censuur. Als je iets verkeerds schreef, ging het rode potlood erdoor en je kon in de problemen komen. Maar de journalisten wilden toen nog wel de waarheid schrijven. Dat werd ook een beetje een sport, zo van: ‘Wat krijg je door de censuur?’ Ze gingen heel omfloerst dingen melden, in de hoop dat de censuur er overheen zou lezen en de goede verstaanders het toch zouden begrijpen. De lezers wisten ook: ‘Je moet tussen de regels lezen.’ Nu hebben we de omgekeerde situatie. Er is geen officiële censuur meer, dus journalisten mogen eigenlijk wel schrijven wat ze willen, maar ze willen het zelf niet meer. Ze doen vrijwillig aan censuur. Dat vind ik eigenlijk een nog kwalijker situatie, want dat heeft de mentaliteit van de journalisten totaal omgedraaid.

De media in Rusland zijn sinds de annexatie van de Krim ook een nationalistischer koers gaan varen en nog meer in de armen gedreven van het Kremlin. Veel journalisten hebben zich echt heel erg beledigd gevoeld door de sancties die wij Rusland als straf hebben opgelegd. Ze begrijpen niet waarom wij ons bemoeien met iets wat zij beschouwen als een interne gelegenheid. Ze hebben zoiets van: ‘De Krim is toch van ons?’

Waarom passen Russische journalisten zelfcensuur toe?

Het is eigenlijk niet eens zozeer censuur. Het is erger dan dat. Het is de machthebbers naar de mond praten. Waar het ook over gaat, MH17, het dopingschandaal… Vanuit het Kremlin reageren ze nog steeds vanuit de vertrouwde sovjet-reflex ‘Ontkennen tot je er bij neervalt’. De kranten gaan daar volledig in mee.
Bij zelfcensuur is het zo dat je je kritiek inslikt, en dus dingen weglaat. Dat is minder erg dan leugens als waarheid presenteren.

Dat gebeurt bij ons toch ook? Zie de massavernietigingswapens van Sadam Hoessein die door de Nederlandse pers als een gegeven werden beschouwd. Het gaat om de vraag: Weten journalisten van wie jij zegt dat ze leugens verkopen dat zelf ook?

Dat weet ik niet. Misschien zijn ze al zo geïndoctrineerd dat ze dat niet eens weten.

Dat is wel een belangrijk verschil. Liegt een journalist willens en wetens? Of verkoopt hij onzin uit onwetendheid?

Misschien is het meer de indoctrinatie. Ik heb wel Russische journalisten gesproken over MH17, die zich oprecht niet konden voorstellen dat het toestel was neergehaald door de rebellen. Voor een deel geloven ze het dus zelf.

Als we nu de Russische pers vergelijken met de Nederlandse. Er zullen ondanks alle verschillen toch ook wel overeenkomsten zijn?

De Nederlandse media zullen voor een deel ook best bevooroordeeld zijn, bijvoorbeeld door Rusland te vaak in een kwaad daglicht te stellen. Dat geloof ik best. Al moet ik zeggen dat Rusland dat ook wel een beetje over zichzelf heeft afgeroepen de laatste jaren. Maar goed, los daarvan is mijn indruk dat de instelling van de westerse media anders is. Bij westerse journalisten zie je dat ze hoor en wederhoor toepassen, de medaille van twee kanten belichten. Dat is wat ik ten enen male mis in de Russische media.

Russische journalisten plegen geen hoor- en wederhoor?

Als het in de Russische pers over Oekraïne gaat, dan wordt alleen het standpunt verkondigd van de etnische Russen in de Donbass.
Er wordt geen wederhoor gepleegd in Kiev. De Oekraïense regering zal waarschijnlijk ook geen vragen van Russische journalisten meer beantwoorden. Ze hebben het zo gehad met de Russische pers. Alles wat ze zeggen, wordt toch verdraaid.

Dan zijn de Westerse media anders. Ze zijn informatiever en ze scheiden veel meer feiten van meningen.

Er kan in het Westen ook meer. Zie bijvoorbeeld het interview met Shaker Amer, de laatste Brit die gevangen had gezeten in Guantánamo Bay. Die man vertelde op prime time, op televisie dat hij ge-waterboard was, en dat hij er vrijwel zeker van was dat daar een of meerdere agenten van MI6 bij aanwezig waren geweest. Daarmee zette hij de Britse autoriteiten geweldig voor joker. Het was een schandaal. Ik weet niet hoe daar op gereageerd is, maar het kan gewoon. De BBC kon het hem vragen en die man mocht het vertellen.

Dat is iets wat je nooit op de Russische tv zult zien. Er zal nooit eens een keer een Oezbeek zijn of een ander die vertelt dat hij in het bijzijn van FSB-agenten is gemarteld.

Toch noemde je net twee voorbeelden van artikelen in de Russische pers die flink wat stof deden opwaaien: Kommersant die berichtte over Russische militairen in Oekraïne en Novaya Gazeta die schreef over homo’s in een Tsjetsjeense gevangenis.

Het kan wel. Maar zoals ik al zei: Zo’n krant krijgt daar wel problemen mee. Zoals met de huur en de druk- en papierkosten die opeens omhoog gaan. Of de mediawaakhond die op bezoek komt en ze aanspreekt op hun berichtgeving. Dat laatste zal bij de BBC niet gebeurd zijn.

In het Westen wordt met veel waardering gesproken over Novaya Gazeta. Er wordt vaak gezegd: ‘Het is de laatste oppositiekrant.’ Maar zelf hebben wij zo’n krant niet. Althans niet in Nederland. Is dat niet jammer?  

Hebben we in Nederland een oppositiekrant nodig? Is er in Nederland al niet persvrijheid genoeg? Als de persvrijheid in een land als Rusland zo onder druk staat, dan krijg je een gepolariseerd medialandschap, van voorstanders en tegenstanders van Poetin. Van de Telegraaf wordt ook wel gezegd dat het een activistisch medium is geworden. Ik kan dat niet goed beoordelen, want ik ken die krant niet goed genoeg. Maar ik vind het wel fijn dat er in Nederland kranten zijn die verschillende meningen weergeven.

Jij ziet veel diversiteit in de Nederlandse pers?

Ik volg de kranten niet meer zo goed als toen ik nog in Nederland woonde, maar voor zover ze een eenheidsworst vormen, dan komt dat waarschijnlijk doordat het relatief goed gaat in Nederland. Als er veel roering is, zoals in Rusland, dan zie je dat gereflecteerd in de pers.

De Russische journalist Dmitry Babich stelt dat de Russische pers juist diverser is dan de Westerse. Hij zegt: Er zijn Russische media die steun betuigen aan de Oekraïense regering en die de inmenging van Rusland in Syrië afwijzen. Maar er zijn geen Westerse media die de Oekraïense regering zwaar bekritiseren of die de interventie van de Russen in Syrië toejuichen.

Ik vind het een gotspe te zeggen dat de Russische media diverser zijn. Ik denk dat Porosjenko wel degelijk kritiek krijgt vanuit het Westen.

Naast Novaya Gazeta is ook het mediaconcern RBK (Engelse spelling: RBC) door de Westerse pers vaak geroemd als ‘onafhankelijke medium’. Is dat terecht? Het bedrijf was in eigendom van miljardair Michail Prochorov die het in 2012 opnam tegen Poetin tijdens de presidentsverkiezingen.

Zo heel erg anti-Poetin is Prochorov niet. Hij heeft aangekondigd een smaadzaak te beginnen tegen de klokkenluider van het Russische dopingbeleid, Grigori Rodsjenkov. Het is ook de vraag of Prochorov destijds serieus campagne heeft gevoerd voor het presidentschap. Niemand maakte een serieuze kans tegen Poetin, en Prochorov wist dat. Hij heeft zich mogelijk bewust door het Kremlin laten gebruiken als een soort schaamlap, een knuffelkandidaat. Ik denk ook dat iemand als Derk Sauer, die toen directeur was, ervoor gezorgd heeft dat de krant en het televisiekanaal redelijk onafhankelijk konden functioneren.

Vrijwel iedereen in het Westen is er van overtuigd dat Poetin journalisten vermoordt. Dit terwijl er in de tijd van Jeltsin dubbel zoveel dodelijke aanslagen waren. Er was toen niemand die Jeltsin uitmaakte voor moordenaar. Hoe verklaar jij dat? Ken jij journalisten in Rusland die beweren dat het Kremlin critici uit de weg ruimt?

Die ken ik niet.

Ik heb gesproken met een vertegenwoordiger van oppositiepartij Jabloko. Ik vroeg hem naar de toedracht van de moord op oppositieleider Boris Nemtsov in 2015. Hij zei: “Ik geloof niet dat de opdracht uit het Kremlin kwam. Maar de huidige machthebbers zijn er wel voor verantwoordelijk, want zij hebben de atmosfeer gecreëerd, of er in elk geval niks tegen gedaan dat er een atmosfeer is ontstaan waarin mensen die oppositie voeren vermoord worden.”

Maar als er in Rusland niemand is die beweert dat Poetin journalisten vermoordt, hoe kan het dan dat in het Westen wel heel sterk dat beeld bestaat?

Ik zeg niet dat niemand in Rusland zegt dat Poetin journalisten vermoordt. Ik zeg dat ik niemand ken die dat beweert.

Ik denk dat Poetins uiterlijk hem parten speelt. Althans in het Westen. Ik ken mensen in Nederland die zeggen dat ze een sterke afkeer ervaren als ze hem alleen al zien. Z’n machogedoe. Z’n narrigheid.

Daarbij komt dat hij in het Westen gezien wordt als dictator, en mensen brengen dat in verband met het uit de weg ruimen van critici, zoals andere dictators dat doen. Maar het is ongenuanceerd. Poetin is geen dictator. Hij is een autocraat.

Is het verwijt terecht dat Poetin een klimaat heeft gecreëerd waarin journalisten en andere critici worden vermoord?

Vind ik wel. Nadat de Krim was geannexeerd hing er in Moskou iets in de lucht dat ik echt heel eng vond. Zie mijn relaas hierover op TPO.  Mensen die demonstreerden tegen de annexatie van de Krim werden in elkaar geslagen of met verf besmeurd. Tegenover de radiostudio van Echo van Moskou waren vijf levensgrote portretten opgehangen, met de vermelding: ‘Verraders. Vijfde colonne’. Op één van de portretten de hoofdredacteur van Echo van Moskou, en op een ander portret Boris Nemtsov. De autoriteiten hebben daar niks tegen gedaan.

Het stadsbestuur of het Kremlin hebben de mensen niet tot kalmte gemaand?

Dat is niet gebeurd. Er is ook niet extra politie de straat opgestuurd.

Waar komt de woede op de liberale media vandaan? Heeft dat nog andere gronden dan het gedoe over de Krim?

De jaren negentig waren één groot drama voor de Russen. De roebel verloor zijn waarde, salarissen werden niet meer uitbetaald, er ontstond massawerkloosheid, bittere armoede. De Russen houden de op het Westen gerichte liberalen hiervoor verantwoordelijk. Ze voelen zich door hen verraden. Ze denken dat de liberalen van nu Rusland opnieuw willen overleveren aan het Westen.

Die woede jegens de liberalen is dus wel te begrijpen?

Het is te begrijpen, maar het is niet terecht. Want hoeveel kans heeft het liberalisme in Rusland gehad om zich te ontwikkelen? Democratie heeft in Rusland eigenlijk maar twee jaar bestaan. In oktober 1993 heeft Boris Jeltsin het parlement naar huis gestuurd en een nieuwe grondwet ingevoerd die de president extra bevoegdheden geeft, veel meer zelfs dan Jozef Stalin ooit gehad heeft. Dat heeft de basis gelegd voor de huidige autocratie onder Poetin.

Hoe verklaar jij dat er in de Nederlandse pers zo weinig aandacht is voor de grote invloed van extreemrechts in Oekraïne? Ik kan mij in al die jaren maar één artikel herinneren dat daar uitgebreid op in ging: ‘In Oekraïne werkt Europa samen met oligarchen en fascisten’ van Chris de Ploeg.

Te weinig journalisten weten er van af, vermoed ik. Extreemrechts is redelijk invloedrijk vanwege de vrijwilligersbataljons die ze hebben opgesteld, die het Oekraïense leger ook nodig had om delen van de  Donbass weer terug te kunnen veroveren op de separatisten. Maar je moet die invloed ook niet overdrijven. Dat doen de Russische media wel.

Hoor ik jou een rechtvaardiging uitspreken voor het feit dat het Oekraïense ministerie van Defensie gevechtseenheden met wolfsangels op hun helmen en tanks heeft ingezet om separatistische Russen te verslaan?

Ik bedoel dat zeker niet als rechtvaardiging. Maar als een verklaring voor hun invloed.

In oktober was er nog een grote optocht van extreemrechts in Kiev. In de Süddeutsche Zeitung las ik er een artikel over, en misschien dat andere Duitse kranten er ook over hebben geschreven. Maar de Nederlandse pers heeft er met geen woord over gerept.

Het zal ermee te maken hebben dat de Nederlandse verslaggevers voor de voormalige Sovjet-Unie in Moskou zitten. Ik wist niet dat die demonstratie was aangekondigd. Als ik in Kiev was geweest op dat moment had ik het zeker als artikelvoorstel ingediend. Ik vernam het via de Russische televisie, nadat de demonstratie al had plaatsgehad. Ik moet je eerlijk bekennen: ik kreeg er wel een ongemakkelijk gevoel bij. Als het inderdaad zo’n grote optocht was als de Russische media het voorstelden, waarom was er in het Westen dan zo weinig belangstelling voor?

Thalia Verkade, die korte tijd voor het NRC correspondente was in Moskou, heeft opgemerkt dat je als westerse journalist makkelijker in contact komt met liberalen en de oppositie, omdat je die intuïtief beter begrijpt, dan met de conservatieve leiders van het land en degenen die hen volgen. Is dat herkenbaar voor jou?

Ik herken mij daar 100 procent in. De liberalen zijn meer ‘ons soort mensen’. Het zijn weldenkende figuren. Zij denken zoals wij in het Westen.

Maar Thalia Verkade ziet het als een valkuil. Ze zegt: die liberalen vertegenwoordigen niet het echte Rusland. Het is maar een kleine groep.

Zo zie ik het ook. Ik probeer daarom zelf Rusland zoveel mogelijk te laten zien zoals het is.

Probeer je dan bijvoorbeeld ministers te interviewen?

Het is heel erg lastig die te spreken te krijgen. Ik heb wel eerder dit jaar nog een gesprek gehad met de conservatieve denker Aleksandr Doegin. Hij is de hoofdredacteur van een tv-zender en is vaak te zien in praatprogramma’s. Ik vind het interessant om met zo’n man te spreken hoewel hij zich voortdurend beledigend uitliet over Nederland en Europa. Zo spreekt hij over ‘Gayropa’.

Nog even terug naar Thalia Verkade. Zij zegt: “Het voelt alsof je over Rusland met een opgeheven vingertje hoort te schrijven, vanuit het perspectief van de mensenrechtenactivist. Zo schrijven we toch ook niet over Duitsland of de Verenigde Staten?”

Als er ergens mensenrechten worden geschonden dan moet je daar als journalist over berichten. Het is dan niet zo gek dat Rusland vaker slecht in het nieuws komt dan een West-Europees land als Duitsland. Als Amnesty International een rapport uitbrengt over mensenrechtenschendingen in Rusland, dan kun je daar als journalist moeilijk omheen. Het is dan niet de mening van een journalist. Hij is dan alleen maar de boodschapper. En wat betreft de VS: de westerse media hebben dat land toch vaak genoeg bekritiseerd vanwege bijvoorbeeld Guantanamo Bay?

Jij hebt nooit het idee gehad dat je geacht wordt met een opgeheven vingertje te schrijven? Dat alleen negatieve artikelen over Rusland worden afgenomen door jouw opdrachtgevers?

Ik heb meegemaakt dat een opdrachtgever (niet het Financieele Dagblad, EvdB) heeft zitten knoeien in een artikel van mij met de bedoeling het beeld van Rusland te bevestigen als agressor. Het artikel ging over een gezamenlijke legeroefening van Rusland en Wit-Rusland die ik bijwoonde in september van dit jaar. Ik sprak tijdens de oefening met een Noorse en een Zweedse officier, die aanwezig waren als waarnemers. Zij zeiden de oefening te zien als business as usual, en zeker niet als bewijs van Russische agressie. Maar zo kwam het niet in de krant te staan. Een redacteur heeft, zonder overleg met mij, een commentaar van een NAVO-woordvoerder in het artikel geplaatst, die de oefening juist wel omschreef als iets waar een dreiging van uitging.

Het Financieele Dagblad is nu jouw belangrijkste opdrachtgever. Die krant laat jou volledig vrij in hoe je bericht over Rusland?

Het Financieele Dagblad laat mij volledig vrij. Ik heb daar nooit iets van druk ervaren om op een bepaalde manier te schrijven over Rusland.

En andere correspondenten?

Ik weet dat het ministerie van Buitenlandse Zaken de NOS ooit heeft gebeld om te zeggen dat ze niet blij waren met een item over Rusland. Ik weet niet meer waar dat over ging. Je zou het bij de NOS moeten navragen.

Hoofdredactrice Eva Hartog van The Moscow Times zegt het beeld dat Nederlanders van Rusland hebben ‘zorgwekkend’ te vinden en zij noemt met name de lezers van NRC en de Volkskrant. Pieter Waterdrinker heeft zich vervolgens in gelijke bewoordingen uitgedrukt. Hij zegt dat er iets niet klopt aan de perceptie van ‘hoogopgeleide, intelligente lieden’.

Daar zit wel wat in. Ik vind ook dat in Nederland een ongenuanceerd beeld bestaat van Rusland. Maar misschien is dat ook wel inherent aan het nieuws. Er zal ongetwijfeld in Nederland ook een verkeerd beeld bestaan over Amerika, over Argentinië en noem maar op.

Pieter Waterdrinker zegt dat de Russen beter geïnformeerd zijn over Nederland dan Nederlanders over Rusland.

Dat vind ik lariekoek. De Russen denken bij wijze van spreken dat wij in Nederland allemaal homo zijn, of in elk geval dat de homo’s bij ons de dienst uitmaken. Als er in de Nederlandse pers een bericht verschijnt over de NS die, om transgenders ter wille te zijn, de reizigers niet langer wil aanspreken met ‘dames en heren’, dan wordt dat in Rusland enorm opgeblazen. Alsof dat is waar het in Nederland over gaat, terwijl het een klein onderdeeltje is van de Nederlandse werkelijkheid.

Waterdrinker legt de oorzaak voor het beeld dat Nederlanders van Rusland hebben bij de Angelsaksische oriëntatie van Nederlandse Ruslanddeskundigen. Zij nemen over wat zij in de Amerikaanse kranten lezen.

Ik ken ook wel Angelsaksische Ruslanddeskundigen die heel genuanceerd zijn. Zoals Mark Galeotti, die zegt: ‘Rusland is agressief, maar het is defensief agressief. Ze willen hun territorium beschermen.’

In de Nederlandse kranten zijn het vooral Amerikaanse Ruslanddeskundigen als Anne Applebaum die aan het woord komen. 

Zij lijkt inderdaad een Ruslandhaatster. Maar ik denk niet dat het in Nederland Amerikanen zijn die de opinie over Rusland heel sterk bepalen. Dat zijn vooral de Nederlandse media en Ruslandeskundigen, zoals te zien bij Raam op Rusland (van oud-NRC-correspondenten Hubert Smeets en Laura Starink, EvdB). Ik deel vaak hun kritiek, daar niet van, maar in de aanloop naar het Oekraïne-referendum vond ik ze wel heel eenzijdig. Ze waren negatief over Rusland, en nooit over Oekraïne. Zo hebben zij het anti-corruptiebureau in Oekraïne als succesverhaal neergezet. Terwijl ik later van een Nederlandse deskundige in Kiev hoorde dat dit bureau een wassen neus was. Zo solliciteerde er een openbaar aanklager die 10.000 dollar bood om aangenomen te worden. Van een ander contact in Kiev hoorde ik dat er mensen huilend vandaan kwamen.

Waarom geeft de Nederlandse overheid drie ton belastinggeld aan een website die zo negatief is over Rusland?

De website is opgezet naar aanleiding van het Oekraïne-referendum van april 2016, met de bedoeling de Nederlandse burger te informeren over Oekraïne en Rusland. Ik weet trouwens niet of ze nog steeds zo gekleurd zijn. De laatste maanden volg ik ze niet meer zo goed.

Russische media en Nederlandse Ruslandverslaggeving

Dit interview is onderdeel van een reeks interviews en artikelen van Eric van de Beek over de Russische media en de verslaggeving van Nederlandse media over Rusland. Eveneens verschenen in deze reeks:

Posted on

Een ‘rode pil’ voor iedereen die er maar eentje hebben wil

Laatst had ik het zeldzame voorrecht om een goed boek te lezen. Het boek heet ‘Oorlog is misleiding en bedrog’ van iemand die zich identificeert als “Fre Morel”.

Een heel continent in een apocalyptische oorlog storten
Waar gaat het boek over? Het boek gaat over wat de schrijver de “eenendertigjarige oorlog” noemt. De oorlog die in 1914 tegen Oostenrijk-Hongarije en Duitsland begon met de moord op Frans-Ferdinand van Oostenrijk tot en met het neerzetten van de Sovjetvlag bovenop de Duitse Rijksdag van 1945. De oorlog die het ‘Oude Europa’, na de roerige negentiende eeuw, definitief vernietigde. Frans Jozef I, keizer van Oostenrijk en apostolisch koning van Hongarije, zei tegen de toenmalige Amerikaanse president “in mij ziet u de laatste monarch van het Oude Europa.” En inderdaad. De geschiedenis heeft hem gelijk gegeven.

Het boek documenteert als geen ander boek de tijd tot op de fatale schoten op zijn beoogde opvolger Frans Ferdinand. Opgemerkt wordt dat Frans Ferdinand, die voorstander was van een staat voor de Zuid-Slaven, vermoord werd door een voorstander van een staat voor de Zuid-Slaven genaamd “Jug-o-Slavija”. De moordenaar, Gavrilo Princip, werd dus voorgelogen door zijn opdrachtgevers en dat eindigde in de moord op de persoon bij uitstek die zijn droom zou verwezenlijken. Wie waren dan zijn opdrachtgevers, hoor ik u denken.

Nu komen we op de kracht van het boek. Het boek stelt niet teleur in het noemen van namen en rugnummers. De opdrachtgever was de organisatie ‘Zwarte Hand’, maar de Zwarte Hand was een frontorganisatie voor de Britse geheime dienst.

Ik hoor u opnieuw denken. Waarom zouden de Britten dit doen? Nou, de Britten hadden en hebben als doel Europa verdeeld te houden. Duitsland werd economisch te machtig en Rusland kreeg in die tijd heel veel invloed. Er waren zelfs al Russische plannen om Constantinopel binnen te vallen en te bezetten! De Britten voelden de druk dat indien er geen oorlog zou komen de continentale machten Duitsland, Rusland en de Oostenrijks-Hongaarse Dubbelmonarchie Groot-Brittannië glansrijk voorbij zouden streven. Dit moest gestopt worden. En is er een beter middel om dat te doen dan om alle drie in een oorlog te storten waarbij ze elkaar vernietigen?

Dit is een totaal andere uitleg van de feiten dan in een gemiddeld middelbare schoolboek staat en het boek stopt hier niet. Het boek ontmantelt systematisch de jaren die op de tragische gebeurtenissen van 1914 volgen op een onnavolgbare en, belangrijker nog, uiterst gedocumenteerde manier. Geen enkele (geen enkele!!) gebeurtenis in de Eerste en Tweede Wereldoorlog blijft onbenoemd; Fre Morel bekijkt ze met zijn eigen, unieke en diepe inzicht in het beschikbare feitenmateriaal.

Taalkundige overpeinzingen
Het boek is geen saaie geschiedenisles. De schrijver neemt de intellectuele ruimte wat overpeinzingen met de lezer te delen. Wat te denken van het woord “nadenken” bijvoorbeeld, lijkt dat meer op “na-apen” of “zelfstandig denken”? Mijn antwoord is dat “nadenken” in de tegenwoordige zin van het woord, vooral “na-apen” betekend. Links-liberalen associëren hun ideeën vooral met intelligentie. Wie niet kan “nadenken” is niet “intelligent”. Maar ik wil die mensen helemaal niet “na-apen in hun denken”. Als ik dan niet “intelligent” ben dan zij het maar zo. Sterker nog, hier in Vlaanderen is verbroederen zingen en drinken in een cantus. Dat is nuttiger tijdverdrijf dan links-liberalen “na-apen in denken”. Zo is zingen beter dan nadenken.

Trivia
Grappig is het boek met trivia en ‘leuke feitjes tussendoor’. Wist u bijvoorbeeld dat de Romeinse groet, tegenwoordig bekend als de ‘Hitlergroet’, een vrij normaal iets was tot en met 1941 aan toe en ook in Amerika gebruikt werd als militaire groet? Nee? Dan weet u het nu. Wist u dat dr. Jozef Goebbels zijn ideeën voor het Rijksministerie voor Volksverlichting en Propaganda baseerde op ideeën van het neefje van Sigmund Freud?

Committee on Public Information in 1916, tweede van rechts Edward Bernays

En dat het neefje van Sigmund Freud, Edward Bernays, een soort Amerikaans “Rijksministerie voor Volksverlichting en Propaganda”, het Committee on Public Information (CPI), heeft opgericht? Het CPI had onder meer als doel om via Hollywood-films de wensen van de Amerikaanse regering te propaganderen bij het volk, op een schaal waarop genoemde dr. Jozef Goebbels alleen maar kon dromen. Het is allemaal echt waar.

Dit soort opsommingen van feiten zijn alleen nuttig en geloofwaardig als er ook een register is met waar de schrijver het allemaal vandaan heeft gehaald. En het boek stelt ook daarin niet teleur. Iedereen kan het als een uitdaging zien om de feiten die de schrijver aandraagt te diskwalificeren. Waarmee we op het volgende punt aankomen.

Lezen of niet?
Het is vooral een kwestie van *willen* weten. Als de lezer zichzelf de vraag stelt: “over de Irakoorlog in 2003 is gelogen, over de Irakoorlog daarvoor is gelogen, over de oorlog in Vietnam is gelogen, over de oorlog in Korea is gelogen, zal het dan niet zo zijn dat er ook leugens zijn verteld over de Eerste en Tweede Wereldoorlog?” Als uw antwoord “ja” is (en mijn antwoord is zeker “ja!”), maar u heeft niet het feitenmateriaal voorhanden om te zeggen wat die leugens precies zijn, dan is hier uw kans uw kennis van de geschiedenis wat op te poetsen. Uw kijk op de ‘Eerste en Tweede Wereldoorlog’ zal nooit meer hetzelfde zijn.

Fré Morel ~ Oorlog is misleiding en bedrog (2e druk)

Posted on

Naar oplossing Bende van Nijvel?

Ongelooflijk maar waar, er lijkt nu toch een doorbraak in zicht voor het dossier van de Bende Van Nijvel, de bende aanslagplegers die in een ware golf van terreur van 1982 tot 1985 28 doden maakte en vele zwaar gewonden. Christiaan Bonkoffsky, een reeds lang bij specialisten van het dossier bekende naam, zou nu de beruchte reus van die Bende van Nijvel zijn. Deze overleed in 2015 en zou kort voor zijn overlijden aan zijn broer bekend hebben die reus geweest te zijn.

Gladio

Alle voor zover tot heden bekende gegevens lijken dit ook te bevestigen. Bovendien was de man voorheen lid van de later ontbonden antiterreureenheid van de gendarmerie Diane, later omgedoopt tot Speciaal Interventie Eskadron (SIE). Christiaan Bonkoffsky kende dus hun werkmethodes.

Christiaan Bonkoffsky is volgens vele getuigenissen de zogenaamde reus uit de Bende van Nijvel. De man eindigde als een marginale dronkenlap in de goot. Uit wroeging over wat hij ooit had gedaan en hoe zijn vermoedelijke opdrachtgevers hem desondanks behandelden? Links de robotfoto en rechts de man in carnavalsplunje.

 

Voor vele kenners van het dossier rond de Bende van Nijvel was een deel van hun harde kern immers afkomstig uit die groep Diane. Alleen praktisch zij immers kenden de wapentechnieken die door de bende bij hun aanslagen werden toegepast. Ze beheersten ook de knepen van het vak om steeds te ontsnappen aan hun onderzoekers. Zelfs hun vroegere baas en oprichter van de groep Diane was die mening toegedaan.

Bovendien was reeds lang de algemeen theorie dat zij in hogere kringen bescherming genoten. Daarbij werd vooral verwezen naar Gladio, een netwerk van geheime en bewapende figuren die ondergronds moesten werken. Waarbij vooral de Belgische militaire veiligheidsdienst AIVD en de NAVO instonden voor zowel de opleiding, bewapening als de begeleiding. En wie NAVO zegt denkt aan de VS.

Voor velen was dit of de voorbode van een staatsgreep of een poging om een zogenaamd sterke staat te installeren waarbij politie en bepaalde militairen voor of achter de schermen aan zoveel mogelijk touwtjes trokken. Ook in Turkije, Italië en Luxemburg grepen dergelijke veelal dodelijke acties plaats. Waarbij de Turkse generaal Kenan Evren op 12 september 1980 na jaren van terreur een militaire dictatuur kon installeren.

Vielsalm

Bijna zeker is dat in al die gevallen Amerikaanse steun een cruciale rol speelde. Zo was er in die periode de fameuze aanval op de basis van de Ardeense Jagers in Vielsalm waarbij men stelt dat leden van de Amerikaanse Special Forces een bewaker neerschoten en er wapens ontvreemden.

Wapens die nadien in Frankrijk deels bij de ‘linkse’ terreurgroep Action Directe werden teruggevonden. Action Directe was officieel een ultralinkse groep die nauwe banden had met de Belgische Cellules Communistes Combattantes (CCC), ook een zogenaamd ultralinks groepje die in diezelfde periode als de Bende van Nijvel eveneens aanslagen pleegde. Action Directe en de CCC hadden trouwens ongeveer het zelfde logo.

Eerst schreef de Nijvelse procureur des konings Jean De Prêtre de zaak toe aan ordinair banditisme en werkte hij alle onderzoeken in een andere richting brutaal tegen. Tot woede van vele gerechtelijke onderzoekers en bepaalde persmensen. Daar wees men al snel richting kringen bij de rijkswacht.

Bovendien hadden de overvallers amper interesse in een buit en wilden ze duidelijk de bevolking angst aanjagen. Daarom die aanvallen op een vrijdagavond op supermarkten als er veel volk aanwezig was. Gaan winkelen bleek plots een levensgevaarlijke zaak. Verder werd er ondanks de vele aanslagen nooit enig spoor gevonden van de daders. Wat bescherming doet vermoeden en het werk van insiders en specialisten.

De Delhaize in Eigenbrakel die op 27 september 1985 door de bende brutaal werd overvallen. Met als resultaat 8 doden waaronder een kind van 14 jaar en een buit van een schamele 388.000 frank (9.620 euro).

Nu 32 jaar na de laatste feiten komt zo te zien eindelijk het definitieve bewijs boven tafel dat de Bende van Nijvel en de groep Diane elkaar tot op zekere hoogte overlapten. Wat terreur moest bestrijden bleek zo te zien deels zelf terreur te veroorzaken.

Staatsgreep

Daarbij is de getuigenis belangrijk van Marc Van Damme, zoon van Willy Van Damme, toen de uitbater van café Tijl in de periode dat Christiaan Bonkoffsky er regelmatig zat. Die stelde dat Bonkoffsky een staatsgreep nodig achtte. Marc Van Damme gaf zijn informatie in 1998 al anoniem aan het gerecht door maar voelde zich nadien afgeluisterd en gevolgd en werd bang. En het gerecht negeerde zo te zien deze info. Nooit ondervroeg men Bonkoffsky.

De vraag is of er nog meer bewijs boven tafel zal komen en of we de namen van de andere bendeleden zullen leren kennen. Cruciaal is echter te weten wie hun bevelhebbers waren en de opdrachtgevers. Christiaan Bonkoffsky is immers een simpele uitvoerder. Misschien zitten die namen in het archief van de militaire veiligheid, de AIVD. Een dienst die steeds op goede voet leefde met hun Amerikaanse collega’s.

Het ganse verhaal toont hoe machtig de ‘staat binnen de staat’ in België wel is. Ministers, parlement en de Comités P en I en eventueel magistraten en politielui mogen doen wat ze willen. Men zorgt er steeds voor dat ze nergens geraken, minister van Justitie of Binnenlandse Zaken, het doet er niet toe. Men lacht hen achter de schermen desnoods gewoon uit.

Dendermondse carnavalisten gezellig onder elkaar in café Tijl zot te doen niet beseffend wat voor een figuur er zich in hun midden bevond. De schok bij hen is dan ook enorm geweest.

De recente golf van aanslagen door allerlei salafistische groepen kadert praktisch zeker in hetzelfde verhaal, het is de Bende van Nijvel 2. Ook nu weer wil men de Belgen, of Fransen en anderen, bang maken en hen allerlei maatregelen doen aanvaarden die de controle op hun doen en laten enorm doen toenemen.

Met camera’s die een gelaat of nummerplaat herkennen, stofzuigers die doorseinen wat er in de huiskamer van Jan Modaal gebeurt en televisietoestellen die afluisteren en de zenderkeuze en programmavoorkeur doorzenden naar… Wie feitelijk? Big Brother is al gearriveerd en machtiger dan ooit tevoren. Zie Facebook, Google, etc… niet toevallig allen Amerikaans.

Militaire achtergrond

Christiaan Bonkoffsky is een telg van een Poolse voorvader die in het begin van de achttiende eeuw naar Dendermonde kwam als militair in dienst van de Habsburgse vorsten. (1) Dendermonde was immers een garnizoensstad. En die militaire traditie werd ook nadien in eer gehouden.

Zo was François Bonkoffsky, vader van Christiaan, tijdens de Duitse bezetting in WOII lid van het Geheim Leger en nadien beroepsmilitair. En de vroegtijdig overleden oom Luc en broer van François was dan weer bij de Dendermondse politie. Een man met trouwens een goede reputatie in de stad.

Ironisch is het feit dat Christiaan Bonkoffsky afkomstig was uit de Dendermondse Greffelinck. In datzelfde straatje woonde ook de vroeg overleden substituut procureur Willy Acke die tot zijn zelfmoord – Voor velen een verdachte zaak – er woonachtig was en met onderzoeksrechter Freddy Troch het onderzoek leidde. In wezen hoefde hij voor zijn reus dus niet echt ver te zoeken. Bij de buur eens aankloppen.

In Dendermonde was hij erg actief bij eerst de scouts en daarna de carnavalsvereniging de Tijlvrienden waar hij ondervoorzitter was en met als stamkroeg het toen populaire café  Tijl van stads- en naamgenoot Willy Van Damme.

Een na de overval in Aalst zwaar beschadigde Aalsterse politieauto. Christiaan Bonkoffsky eindigde zijn carrière bij die Aalsterse politie.

Geen verbazing dat men er in het milieu van de Dendermondse carnavalisten door het nieuws zwaar geschokt was. “Hij vertelde wel eens dat hij straffe dingen kon doen maar dat leek ons toen eerder een soort van grap”, klinkt het bij een oude carnavalsvriend. “De man kon als het er op aan kwam bij een caféruzie een man zo tegen de muur kletsen”, stelt een vroegere Dendermondse collega.

Ondertussen heerst er bij bepaalde kennissen van de man, waaronder de vroegere carnavalisten, een grote woede over een bepaalde pers en de sociale media die er niet voor terugschrikken, aldus een betrokkene, om mensen woorden in de mond te leggen die men niet eens heeft uitgesproken.

Een vroegere vriend carnavalist promoveerde men op het internet zelfs al bijna tot lid van de bende. Ja want hij was….rijkswachter geweest en condoleerde in 2015 de overleden vroegere gewezen vriend.

Zelfs Dendermondse naamgenoten van Christiaan Bonkoffsky waaronder zelfs kinderen worden zo al in de sociale media met de vinger gewezen en beklad. Grenzen lijken er hier niet meer te zijn. Roddel en laster lijken wel de regel. De riool is opengetrokken en de ratten lopen vrij rond.

Hilde Geens

Voor Hilde Geens (2) is er blijkbaar weinig echt reden voor optimisme in de zaak. Hilde Geens was een van de weinige journalisten die zich professioneel op de zaak gooiden. Ze schreef er ook veel over in tijdschriften als Humo en in een boek over de manipulaties en flaters in dit dossier.

Hilde Geens is zeer sceptisch wat betreft het gerechtelijk onderzoek naar de Bende van Nijvel. Voor haar kunnen historici zoals bij de zaak van de moord op Julien Lahaut eventueel voor een oplossing zorgen.

Hilde Geens: “Er is in dit dossier al van bij de eerste overval in september 1982 bij wapenhandelaar Daniel Dekaise in Waver sprake van manipulaties, en dat is er niet op verbeterd. En als we zien dat men er na 32 jaar nog niet in slaagde zelfs maar een dader te arresteren hoe kan men dan verwachten dat men de regisseurs zou kunnen identificeren? En dan hebben we het nog niet over de mannen die hen inhuurden. Neen, ik ben niet optimistisch. Een goed idee is dat wat de historici Emmanuel Gerard en Rudi Van Doorslaer dit weekend opperden in De Standaard. Zij stelden hier de aanpak te gebruiken zoals bij het dossier van de eveneens nooit opgeloste rakende moord uit 1951 op parlementslid en CP-leider Julien Lahaut. Die historici konden wel de daders identificeren wat het gerecht nooit lukte.” (3)

Ook wist men al jaren van de mogelijke betrokkenheid van Christiaan Bonkoffsky en pas op vrijdag 20 oktober ondervroeg men zijn vroegere echtgenote. Maanden nadat de broer van Christiaan met zijn verhaal naar het gerecht was gestapt. Gerommel in de pers dreef hen blijkbaar in die richting. Echt (sic) kwaliteitsvol politiewerk dus.

De indruk is daarom dat ook deze huidige onderzoekscel er een soep van maakt. Bewust? En wie gaat nu nog een magistraat of politieman in deze zaak geloven? Debielen? Ook voor diegenen in die milieus die het goed menen en hard werken is dit een drama. Men sleurt hen mee het modderbad in.


1) Op het einde van de zeventiende eeuw verzwakt de positie van Polen sterk en komt er zelfs een Saksische vorst aan het bewind. Waarna vrij snel het land als onafhankelijk natie ophoud te bestaan en men het verdeelde tussen Oostenrijk, Rusland en later Duitsland. Dit tot in 1917-1918 wanneer als gevolg van de nederlaag van Oostenrijk-Hongarije en Duitsland en de Russische revolutie Polen met Frans-Britse steun terug onafhankelijk kan worden.

Gelijktijdig heerst er rond 1700 in onze regio toen een oorlog rond de opvolging van de Spaanse troon waar Karel II de bezittingen overlaat aan een kleinzoon van Lodewijk XIV die echter alles voor zichzelf wil hebben. Waarna er tussen Frankrijk en de alliantie van de Nederlandse republiek, het Verenigd Koninkrijk, Oostenrijk en Beieren een langdurige oorlog losbarst. Die oorlog duurt tot de Vrede van Utrecht uit 1713-14.

Waardoor onze regio in handen valt van de Oostenrijkse Habsburgers. De Oostenrijkse Habsburgers hadden hier dus veel militairen nodig. Bij de Vrede van Utrecht creëerde men ook het Barrièreverdrag van 1715 dat tot 1781 duurde en waarbij een aantal steden waaronder Dendermonde een Nederlands en Oostenrijks garnizoen kregen. De eerste Oostenrijkse vorst voor het latere België was Karel VI. In die periode krijgt ook de naam België geleidelijk ingang onder de intelligentsia.

2) Op 4 augustus 2013 werd hier het boek van journaliste Hilde Geens besproken. Gelijktijdig verscheen er ook een gesprek hierover met haar. Het boek ‘beetgenomen’ gaat over het falen van het gerecht in de zaak en de blijkbaar bewuste sabotage van het onderzoek. Het verscheen in 2013 bij uitgeverij Manteau.

In beetgenomen geeft Hilde Geens vele voorbeelden van de machinaties van dit dossier met als ultieme bedoeling dat men de daders nooit zou vinden.

3) Ook in dit onderzoek van die historici werd verwezen naar allerlei politiek als rechts bestempelde milieus verbonden met mensen uit de VS die Lahaut en zijn CP definitief uit de machtscentra wilden verdrijven. Geheime netwerken met een crimineel karakter. Waarbij allerlei politionele en gerechtelijke manipulaties de enquête naar die moord eveneens saboteerden.

Posted on

De machtigen hebben het moeilijk met de democratie

De gebeurtenissen tuimelen over elkaar heen. ‘Het’ is gebeurt, in Berlijn lopen ze radeloos door elkaar.  Jakob Augstein van het weekblad Der Spiegel geeft woorden aan de hijgende paniek: “Nazi’s in de Bondsdag”! Wie heeft die gekozen? De vroegere hoofdredacteur van het weekblad Focus, Helmut Markwort verried al voor de verkiezingen dat hij persoonlijk niemand kent die op de AfD stemt en ook niemand die iemand kent die op de ‘Blauwen’ wil stemmen.

Helmut Markwort is een bedaagde man, een typische FDP-aanhanger, laat zich met andere woorden niet zo snel onrustig maken. De gebeurtenis van 24 september hoefde hem dan ook bij lange na niet dermate van zijn stuk te brengen als bijvoorbeeld een Augstein. Markworts citaat geeft echter wel duidelijkheid over hoe ver de ‘media-elite’ van de Bondsrepubliek zich verwijderd heeft van een toch niet gering deel van de bevolking – hij kent zelfs niemand die er eentje kent, alsof ze op verschillende continenten wonen.

De Hitler-kaart

Wat de auteur van Der Spiegel diep moet ergeren, is de voorzienbare ervaring dat zijn rammelende charge nergens toe leidt. Nog niet zo lang geleden kon hij met het Nazi-etiket angst en beven verbreiden onder AfD-aanhangers. Decennia lang deinsden Duitsers terug, wanneer iemand ze met Hitlerij in verband bracht. De Israëlische schrijver en regisseur Ephraim Kishon heeft dit Duitse spelletje decennia geleden al eens uit de doeken gedaan: Wie onder Duitsers een debat wil ‘winnen’, die hoeft alleen maar op het juiste moment met een zo verontwaardigd mogelijke oogopslag “Hitler!” te roepen, en de opponent  heeft geen schijn van kans meer.

Dit Duitse spel werkte zo goed, dat steeds meer mensen er aan mee wilden doen. Ten slotte hitlerde het bij iedere nog zo banale gelegenheid: Het noemen van bepaalde cijfers uit de criminaliteitsstatistieken, het aanhalen van niet-vreedzame soera’s uit de koran, de verwijzing naar wettelijke regelingen met betrekking tot grenscontroles en dergelijke was al genoeg om de bruine troefkaart op de neus te krijgen.

De AfD heeft men jarenlang met de kaart om de oren geslagen. Iedereen speelde mee: de gevestigde partijen en de staats- en concernmedia, de kerken en vakbonden, scharen van ‘prominenten’ en wie niet al. Eigenlijk hadden de alternatieve onruststokers al lang zo dood als een pier moeten zijn. Maar dat zijn ze niet, in tegendeel, zoals we sinds afgelopen zondag zwart op wit hebben. De nazikaart is zo vaak getrokken dat ze haar effect verloren heeft. Ze schrikt niet meer af, ze irriteert hooguit nog.

Israël als Duitse staatsraison

Dat bleek bijvoorbeeld begin deze week. Toen stelde AfD-leider Alexander Gauland de scherpe vraag, wat Merkels uitspraak van enkele jaren geleden, dat Israëls veiligheid en bestaansrecht onderdeel van de Duitse staatsraison zouden zijn, in de praktijk eigenlijk waard is. Of de Duitsers überhaupt bereid zouden zijn ten oorlog te trekken wanneer de (latent bedreigde) Joodse staat het doelwit van militaire agressie zou worden. Gauland heeft daar begrijpelijkerwijs zo zijn twijfels over.

Maar Volker Beck, Groenen-politicus en voorzitter van de Israël-delegatie van de scheidende Bondsdag, begon meteen te ouwehoeren over “NPD” en “antisemitisch”. En dat terwijl Gauland alleen maar de pertinente vraag opwierp, of de hoogdravende toezegging aan Israël een serieuze belofte van concrete bijstand voorstelt of slechts een betekenisloos kletspraatje – waarmee hij kennelijk de vinger op de zeer plek van de kletsmajoors gelegd heeft. Dus haalden de kleinzerige getroffenen hun nazikaart weer voor de dag, maar bereikten daarmee geen noemenswaardig effect. Alweer ernaast!

Controleverlies

Dit verlies aan controle is nog het meest choquerende aspect ervan voor het establishment. Men was eraan gewend geraakt de Duitsers met behulp van hun angst en hun slechte geweten naar believen door de manege te kunnen drijven. Maar op enig moment is het allemaal te doorzichtig geworden. Maar als de mensen het spel eenmaal doorzien, kunnen de oplichters wel inpakken.

Merkels minister van Algemene Zaken Peter Altmaier had kort voor de verkiezingen nog maar eens alles gegeven en de burgers die naar een stem op de AfD neigden opgeroepen thuis te blijven. De boodschap: Wie niet voor ons is, is niet alleen tegen ons, maar moet het beste maar helemaal niet meer aan de democratie deelnemen. Uit de woorden van Altmaier sprak een typerende combinatie van vertwijfeling en arrogantie. We kregen even een blik op wat je het ‘democratiebegrip’ van de machtigen zou kunnen noemen. Dat democratiebegrip lijkt te draaien om het beginsel: Democratie is, als wij de macht houden. Voor een bepaald deel van de Duitsers klinkt dat als: Het moet er democratisch uitzien, maar we moeten alles in de hand hebben. Dat kent dit deel van de Duitsers nog ergens van, wat het bijzondere succes van de AfD in de oostelijke deelstaten verklaarbaar maakt.

Hoe diep de misvatting van de machtigen in de Bondsrepubliek over democratie gaat, blijkt ook wel uit de commentaren op de ontwikkelingen in de Verenigde Staten. Met de nodige Schadenfreude volgen de Duitse toonaangevende media, hoe de Amerikaanse president Donald Trump met een weerspannig parlement te maken heeft. Hoe de volksvertegenwoordigers hem tot onderhandelingen en compromissen dwingen en initiatieven van hun president soms ook compleet op de klippen laten lopen. “Trump faalt in Congres” jubelen Duitse redacties dan en duiden het als zwakte van de Amerikaanse president, waarvan de Duitse bondskanselier zich positief zou onderscheiden door haar sterkte en de steun die zij geniet. Dat moet dan het bewijs ervoor zijn dat de Duitse democratie momenteel veel beter zou functioneren dan de Amerikaanse. Hetzelfde enthousiasme bij Duitse commentatoren wanneer Trump door een hoge rechter wordt teruggefloten.

Checks and balances

De Amerikanen noemen dat checks and balances, maar de Duitsers weten natuurlijk wel beter. Wat de superieure Teutoonse democraten kennelijk echter over het hoofd zien, is dat het hierbij om niets anders gaat dan gepraktiseerde machtendeling. Wel zo democratisch niet waar: Dat het parlement bestaande uit gekozen volksvertegenwoordigers de regering streng controleert en dat de rechterlijke macht beide organen, zowel de regering als de volksvertegenwoordiging in de smiezen houdt, zodat alles wat ze doen zich wel binnen het kader van de wet voltrekt.

Maar hoe werkte dat in Duitsland in de afgelopen jaren? Het parlement ‘controleert’ de regering? Het leek meer op het tegendeel: Zo zwaaide in de grootste coalitiefractie een trouwe volgeling van de Bondskanselier genaamd Volker Kauder de knoet over een roedel volgzame fractiesoldaten, die in onderdanige trouw stram in het gelid bleven. Zo kon Merkel met een knip van haar vingers de wetten over grenscontroles en inreizen buiten werking stellen – uit het parlement noch uit een andere staatsinstelling klonk hoorbaar verzet, hooguit op straat. De burgers die het waagden daar te protesteren, kregen echter de ‘vierde macht’, in de gedaante van de ‘onafhankelijke’ staatsmedia, over zich heen, die gretig de Hitler-kaart trokken. Tegen dit web van een alles omspannende almacht kwam niets op niemand van het officiële Duitsland op. Machtendeling? ‘Check and balances’? Vergeet het maar!

Uit dit machtsgevoel lijkt de Bondskanselier nog altijd haar rust te putten. Als je ziet met welke vanzelfsprekendheid ze aan haar ambt kleeft, dan kun je er de indruk aan overhouden dat Merkel, na twaalf jaar aan de regering, er diep in haar hart aan twijfelt dat het zogenaamde volk – Merkel spreekt liever van “de mensen die hier al wat langer wonen” – überhaupt nog het morele recht heeft zich over haar Bondskanselierschap uit te spreken.

Posted on

De heilige Nicolaas II in de Hermitage

Enkele jaren geleden besloot Nederland om in een oud protestants rusthuis aan de Amstel in Amsterdam de Hermitage Amsterdam te realiseren, tegenhanger en partner van de fameuze Hermitage in Sint-Petersburg. Het moest een museum worden gewijd aan Rusland. Rusland lag toen in Nederland en West-Europa immers redelijk goed in de markt. En als olie- en gasstaat had het heel veel geld en was dat een aanlokkelijke ‘vriend’ voor de kooplui in Nederland.

Het was een toe te juichen initiatief daar het de kennis van dit immens grote land en buur kon verbeteren. Toen het echter de deuren opende was Rusland door de VS omgedoopt tot de nieuwe vijand, een kwaadaardig imperium waarvan men niets goeds kon verwachten. Met aan het stuur Vladimir Poetin, een monster, dictator, massamoordenaar, dief en een door en door corrupt figuur. Zeker als we onze media moeten geloven.

De moeilijke geschiedschrijving

Toch blijft de Hermitage aan de Amstel doorgaan met tijdelijke tentoonstellingen zoals in 2014 over de Russische rol bij de Zijderoute naar China. Een uitstekende expositie die vele voor buitenstaanders onbekende aspecten van die relatie blootlegde. Het toonde hoe handel daarnaast ook wetenschap en cultuur in al hun aspecten naar de volkeren bracht die toen het gebied tussen China en Rusland bevolkten.

Nu loopt nog tot dit weekend de tentoonstelling “1917 Romanovs & Revolutie”. Het bespreekt het leven van tsaar Nicolaas II nu honderd jaar na de Russische revolutie van 1917. Het jaar toen de bolsjewieken met Vladimir Lenin in Petrograd de macht grepen en wereldgeschiedenis schreven. Het zou de wereld intens veranderen. De tentoonstelling is echter een misser van formaat. Spijtig.

De Hermitage Amsterdam, een prachtig gebouw, wil de culturele banden met Rusland versterken. Ondanks de koude oorlog van Washington en haar vazallen met Moskou.

 

Het schrijven van geschiedenis is steeds een heikele zaak. Veelal is dit het werk van de dienaars van de overwinnaars, de machtigen die de cultuur beheersen en ervoor zorgen dat zij er in de geschiedschrijving goed uitkomen. De voorbeelden hiervan zijn legio.

Zelfs over de instorting van het Romeinse Rijk 1600 jaar terug zie je nog hoe Duitse historici en Italiaanse geschiedkundigen er niet zelden een andere visie op nahouden. Het zijn de Germaanse veroveraars versus de Romeinse veroveraars. Geschiedschrijving is een aartsmoeilijk onderwerp en een kwestie van niet alleen bronnenmateriaal maar ook van de culturele instelling van de geschiedkundigen zelf. Hoever kunnen zij zich aan hun achtergrond onttrekken?

Russische geschiedenis nog eens herschreven

Ook hier met deze tentoonstelling is deze negatieve beïnvloeding goed merkbaar. Met de val van de Sovjetunie en de Russische KP in 1990 is men, zeker en vooral in Rusland, begonnen met het herschrijven van de Russische geschiedenis ten nadele van Lenin en zijn opvolgers.

En dus krijgen wij hier in het Hermitage het verhaal van de bijna heilige tsaar Nicolaas II die samen met zijn gezin door de bolsjewieken is vermoord. Daarbij poogt men zoveel mogelijk de schuld voor alles wat tijdens zijn leven misliep in de schoenen van anderen te schuiven. Mijlen ver van Nicolaas II.

Natuurlijk kan men ook hier niet voorbijgaan aan een aantal gruwelijke episodes uit het korte leven van de tsaar. Maar telkenmale ligt voor de makers van deze tentoonstelling de oorzaak voor deze reeks desastreuze beslissingen bij anderen. De rampzalige nederlaag met de oorlog tegen de Japanners van 1904-1905 rond de bezetting van het Chinese Mantsjoerije bijvoorbeeld.

Of het bloedig neerslaan van de vreedzame betoging van 9 januari 1905 toen tienduizenden gewoon alleen maar hulde wilden brengen aan ‘hun’ tsaar en hem slechts een petitie wilden overhandigen betreffende de miserie waarin zij leefden. Neen, het bloedbad was de schuld van anderen, de slechte adviseurs. Gemakkelijk niet?

Priester en ‘genezer’ Grigori Raspoetin was een ongeletterd seksueel pervers figuur. Nicolaas II, het hoofd van de Russisch orthodoxe kerk, steunde hem voluit. Dit terwijl huwelijkstrouw voor zijn kerk essentieel was.

Hetzelfde met het incident op 27 mei 1896 toen een massa in Sint-Petersburg de kroning van de nieuwe tsaar vierde. Op zijn uitnodiging. Het was een barslecht georganiseerd evenement waar als gevolg van een stormloop bijna 1.400 mensen omkwamen.

Nadien ging de tsaar gewoon naar een door de Franse ambassade gegeven bal. Slecht advies klinkt het als excuus in de Hermitage. Dat sommigen in zijn omgeving die raad gaven klopt. Maar hij ging wel en keek zo neer op het lijden van de mensen die zijn kroning kwamen vieren. Hoe diep kan je zakken?

Trouwens, hij liet steevast alle adviezen die hem niet aanstonden links liggen, of die nu van de machteloze Doema kwamen of van toppolitici als zijn ministers Sergej Witte of Piotr Stolypin. Allemaal negeerde hij ze als het hem niet aanstond. De man was in de traditie van de Romanovs een autocraat die alleen maar minachting had voor zijn medemens, behalve als het in zijn kraam paste.

Het was uiteindelijk hij die besliste om elke vraag voor politieke hervormingen te negeren, het was hij die besloot tot de gebeurtenissen die leiden tot de oorlog met Japan en het was hij die een al in een verre staat van chaos verkerend Rusland naar een oorlog met Duitsland voerde. Een oorlog die gezien de krachtsverhoudingen voor zijn land niet te winnen was.

De autocraat weet het beter

De man leefde in een soort ivoren toren en gaf vanuit zijn bijna totaal isolement het ene bevel na het andere, met steeds meer rampzaliger gevolgen. Had hij goed nagedacht en anno 1914 naar de politieke en economische toestand gekeken dan had hij door het mobiliseren van zijn leger nooit een oorlog met Duitsland uitgelokt. Zelfs al zocht een uiterst agressief Duitsland toen eender wat excuus voor oorlog. Maar dat wist men in Petrograd, Parijs, Londen en Brussel.

Tsaar Nicolaas II bestuurde begin 20ste eeuw Rusland nog als een alleenheerser, een autocraat die niet besefte dat Rusland zeer dringend behoefte had aan een aan de tijd aangepast politiek systeem. Het werd zijn ondergang.

Kijk naar het lot van zijn eerste-minister Piotr Stolypin die zich keerde tegen Grigori Raspoetin, de gekke priester, en diens overheersende invloed op het gezin van de Tsaar en zijn hofhouding. De man bekocht het met zijn leven. En als de koning van Denemarken en later de Britse ambassadeur hem tot rede pogen te brengen negeert hij ook dat. Een autocraat luistert niet, hij geeft bevelen.

 

Neen, de oorlogen met Japan en later Duitsland kosten een gigantisch fortuin aan de natie en aan miljoenen Russen het leven. Een gevolg van het beleid van slechts een man: Nicolaas II. De latere Britse premier Ramsay MacDonald omschreef de tsaar als een ‘blood stained creature and common murderer’. Het kon niet beter worden gezegd.

En dat in 1917 in twee fasen aan zijn alleenheerschappij een einde kwam is dan ook alleen zijn schuld. Jazeker, Lenin was een door de Duitsers betaalde couppleger maar hij kon alleen maar invloed krijgen en slagen dankzij het wanbeleid van Nicolaas II. En dat Vladimir Lenin en zijn bolsjewieken geen lieverds waren is daarbij van geen tel.

Een revolutie is geen picknick maar een erg bloederige zaak. In Frankrijk haalde men de guillotine boven. Noodlottig voor zelfs de eigen leiders. In het Rusland van Lenin en Leon Trotski was dat niet beter. En ook hier vielen de leiders van de opstand bij bosjes. Tot en met Trotski zelf.

Het ontbrak het Rusland van Nicolaas II aan een voldoende stevige middenklasse van ondernemers, middenstanders en rijke boeren om de broodnodige economische, culturele en politieke hervormingen door te duwen. In de plaats kwam dan maar een enorm bloedbad met Lenin als de winnaar.

Deze en zijn kameraden maakten van Rusland uiteindelijk die moderne industriële natie die in 1941 wel in staat was Duitsland te weerstaan en zelfs te verslaan. Die hervormingen kosten echter wel heel veel mensenlevens. Maar misschien zelfs minder dan onder Nicolaas II. Maar zeker is dat diens bestuur nergens toe leidde, behalve dan steeds meer miserie.

Neen, in plaats van een deftige analyse van het Rusland onder de Romanovs en het beleid van Nicolaas II krijgt men in de Hermitage Amsterdam een bijwijlen aandoenlijk eerbetoon aan die ‘common murderer’.

Typerend is de er getoonde liefdesbrief van Nicolaas II aan zijn Duitse echtgenote. Hoe mooi toch dat een man die zijn land de vernieling induwde zijn vrouw zo graag zag. Had hij maar dezelfde liefde getoond voor zijn onderdanen. Want dat waren de Russen voor hem: Onderdanen. En die moeten luisteren en doen wat men van hen eist. Nicolaas wist het immers allemaal veel beter.


Hermitage Amsterdam, Amstel 51, Amsterdam. Dagelijks te bezoeken van 10 tot 17 uur. Volle entreeprijs 17,5 euro.

De volgende tentoonstelling gaat over Hollandse oude meesters in de Hermitage in Sint-Petersburg. En dat zijn er wat. Als ze nadien dit keer echter maar naar hun plaats terugkeren.