Posted on

Duitsland: Einde oude partijensysteem nadert

De SPD vecht om haar bestaan. Maar ook in de CDU groeit de nervositeit. En terecht, want de dominantie van de twee grote volkspartijen in de Duitse politiek staat op het punt doorbroken te worden.

Zowel voor politici als analisten was meteen duidelijk: Met het afscheid van Andrea Nahles van het partij- en fractievoorzitterschap is meer gebeurd dan alleen het vertrek van de zoveelste SPD-leider, de negende sinds 2000. Het is niet slechts een leiderschapscrisis meer, de SPD zit middenin een vertwijfelde strijd om haar voorbestaan.

Opvolging Nahles

De gebruikelijke berichtgeving over wie er allemaal kandidaat is om Nahles op te volgen, leidt dan ook van de kern van het probleem af. Die is gelegen in de afkeer van de Duitse sociaaldemocratie van haar historische identiteit en daarmee van haar missie en natuurlijke achterban. De partij van de grote schare aan hardwerkende mensen, uit arbeiders- en lagere middenklasse, is onder regie van losgezongen ideologen verschrompeld tot een nichepartij.

Werkende klasse

Genderideologie en klimaathysterie, pleidooien voor nog meer immigratie en het faciliteren van afgewezen asielzoekers, het bagatelliseren van integratieproblemen et cetera werden tot kenmerkende punten van de SPD. Prijsopdrijvend klimaatbeleid en sociale voordelen voor specifieke groepen moesten kiezers lokken. De werkende klasse kreeg bij ondertussen vooral de rol van pakezel, die alle economische en culturele lasten stil moet dragen.

Traditionele kiezers lopen weg

Wie bijvoorbeeld al jaren in een traditionele arbeidersbuurt woont en zich door vreemdelingen overlopen voelt en dat openlijk zegt, kan van de zijde van SPD-functionarissen op niets dan beschimpingen en neerbuigende terechtwijzingen rekenen. Dat kon niet lang goed gaan. Er zit altijd een zekere vertraging in, mensen die al decennia op dezelfde partij stemmen, veranderen daar niet zomaar in. Maar op een gegeven moment is de maat vol en lopen de kiezers massaal weg.

CDU nerveus

Voor de CDU, ooit de belangrijkste rivaal van de sociaaldemocraten, is dat geen goed nieuws. De nervositeit waarmee Annegret Kramp-Karrenbauer reageert op de turbulentie bij de federale coalitiepartner, is geenszins gespeeld. AKK weet dat haar partij vergelijkbare moeilijkheden te wachten staan. Want ook bij de CDU is de vervreemding van de natuurlijke achterban vergevorderd.

Merkels dubbelrol

Bondskanselier Angela Merkel speelt hierin een bizarre dubbelrol. Enerzijds bindt ze nog altijd miljoenen mensen, niet zozeer vanwege een bepaald beleid, maar omdat ze een vaste waarde is. Anderzijds ligt Merkel als een stolp over de CDU, waaronder ieder initiatief tot vernieuwing of herbronning verstikt. Het fnuikt iedere kans voor de partij om aan het lot van de SPD te ontsnappen.

Einde van het oude partijensysteem

Zo zien we nu dan ook het begin van het einde van het oude partijensysteem van de Bondsrepubliek. Met een CDU/CSU die in sommige peilingen al voorbij gestreefd wordt door de Groenen en een SPD die bijna achter de AfD terugvalt. De val van Nahles markeert het begin van de hete fase van deze omwenteling. De oersaaie Duitse politiek wordt toch nog spannend.

Posted on

Brexit on music – Morrissey stem van de Britse arbeidersklasse

Platenzaken werden niet bestormd of belegerd. Er lagen geen diehard fans in slaapzakken de hele nacht voor de deur. Het is dan ook geen groot nieuws meer, een nieuwe plaat van Morrissey. Op 24 mei (direct na zijn verjaardag) verscheen California Son, een plaat met covers van Amerikaanse artiesten. Ooit vierde de Moz als voorman van The Smiths grote successen. De groep uit Manchester werd door sommige critici zelfs beter dan The Beatles genoemd. En dat ondanks slechts 4 albums en 70 songs tussen 1982 en 1987.

Net als die van The Beatles uit Liverpool waren de ouders van Steven Patrick Morrissey, van gitarist Johnny Marr en van drummer Mike Joyce arbeiders van Ierse afkomst; de vader van bassist Andy Rourke was Iers. Typische voorbeelden van de Ierse immigranten-arbeidersklasse.

Op het podium en in zijn teksten is Morrissey een hopeloze romanticus. Veel gebroken harten, onbereikbare liefdes en dode dichters. In de begintijd van The Smiths stond hij het liefst met een bos bloemen in de broekband op het toneel. Zoals overigens Duitse jongeren eind 19de eeuw de burgerij provoceerden door rond te lopen met bloemen in de gulp van hun broek.

Provocaties

Provocaties zijn zo’n beetje het handelsmerk van de Moz. Die gaan verder dan de romantische pose die hij graag aannam in zijn jongere jaren. Maar zelfs in de teksten van een groot aantal nummers uit de dagen van The Smiths is een dubbelzinnigheid te bespeuren die veel progressieve fans wanhopig maakt. Zoals in het nummer ‘Still Ill’ van de debuutelpee The Smiths uit 1984. Daarin zingt Morrissey “I decree today that life is simply taking and not giving/England is mine, it owes me a living/But ask me why, and I’ll spit in your eye”. Simpele tekst lijkt het, maar volgens critici verwijst de zanger hier naar niet-Engelsen die, zonder ooit iets voor het land te hebben gedaan en betekend, denken dat ze recht hebben op werk en inkomen.

Vergelijk deze gedachte met een uitspraak van Morrissey uit 1999: “Although I don’t have anything against people from other countries, the higher the influx into England the more the British identity disappears.” En in 2012: “If you walk through Knightsbridge on any bland day of the week you won’t hear an English accent. You’ll hear every accent under the sun apart from the British accent…England is a memory now. The gates are flooded and anybody can have access to England and join in.”

England for the English

Het is niet de eerste keer dat Morrissey beschuldigd wordt van (extreem)-rechtse sympathieën. In 1992 was hij het middelpunt van een politieke mediastorm vanwege het nummer ‘The National Front Disco’, op de elpee Your Arsenal. Vooral de tekst “England for the English” riep heftige reacties op bij de linkse criticasters. Toen hij ook nog ging optreden met een Union Jack over de schouders gedrapeerd, nam de hysterie ongekende vormen aan.

Al snel volgden de plichtmatige oproepen tot een boycot. Die er overigens vorige maand – 17 jaar nadien – toe leidden dat de Engelse spoorwegmaatschappij Merseyrail reclameposters voor de nieuwe plaat van Morrissey verwijderde van stations omdat een reiziger had geklaagd over de politieke meningen van de zanger. De linkse website Mangal Media schreef onlangs: “We need to vote with our ears and call Morrissey out.”

Margaret on the guillotine

Maar het nummer ‘The National Front Disco’ biedt juist een opmerkelijke kijk op de visie van de zanger op de wereld, speciaal op het Britse koninkrijk. “David, the wind blows/The wind blows/Bits of your life away/Your friends all say/”Where is our boy? Oh, we’ve lost our boy” zingt Morrisey. “There’s a country, you don’t live there/But one day you would like to/And if you show them what you’re made of/Oh, then you might do.” Het is de samenleving waarin hij opgroeide, maar die verdwenen is, willens en wetens stuk gemaakt door liberalisering, globalisering en massa-immigratie.

Op zijn eerste solo-album Viva Hate uit 1988 zingt Morrissey: “The kind people/Have a wonderful dream/Margaret on the guillotine/Cause people like you/Make me feel so tired/When will you die?” Hij kreeg vanwege deze tekst zelfs bezoek van Scotland Yard! Links meende dat Morrissey en The Smiths spreekbuizen waren van hun politiek, omdat ze zich keerden tegen Thatcher. Maar de werkelijke reden waarom Morrissey een hekel had aan de Britse conservatieve premier, die het land regeerde van 1979 tot 1990, was vanwege haar harde, neoliberale beleid, dat het leven van de oorspronkelijke arbeidersklasse stuk maakte en hen ieder perspectief op verbetering ontnam. “I’ve been dreaming of a time when/The English are sick to death of Labour and Tories/And spit upon the name Oliver Cromwell/And denounce this royal line/That still salute him and will salute him forever,” zingt hij in ‘Irish Blood, English Heart’ (2002).

Having ones childhood wiped away

Op YouTube staat een mooi filmpje van de nog jonge Morrissey, waarin hij vertelt over zijn jeugd en de buurt waarin hij opgroeide. Die buurt bestaat niet meer, afgebroken eind jaren zestig. “In a way, it’s having ones childhood wiped away. It was a very strong community, it was very tight, very solid, and it was often quite happy.” De zwart-wit beelden van de straten met eenvoudige Victoriaanse huizen, maken in de opname plaats voor kleurenbeelden van hoge, moderne, anonieme flatgebouwen. “There’s nothing here, everything has vanished, it’s completely erased. It makes me angry and sad.”

De ziel is verdwenen. Er is enkel nog beton, staal en vervreemding. In Autobiography (in 2013 verschenen in nota bene de Penguin Classics-reeks) schrijft hij: “My childhood is streets upon streets upon streets upon streets. Streets to define you and streets to confine you, with no sign of motorway, freeway or highway. Somewhere beyond hides the treat of the countryside.” Zijn oma woonde links en zijn tante woonde rechts van het Morrissey-gezin. “We are stuck in the wettest part of England in a society where we are not needed, yet we are washed and warm and well fed.”

In de steek gelaten

Als Morrissey een stem vertegenwoordigt, is het die van de arbeider die door de politieke klasse in de steek is gelaten. In het bijzonder door de oorspronkelijke socialistische partijen, die hun oude idealen hebben verloochend en hun ziel hebben verkocht aan het grootkapitaal. Het zijn die arbeiders die in Frankrijk de partij van Le Pen groot maken, in Italië Matteo Salvini aan de macht brachten, en in het Verenigd Koninkrijk de Brexit mogelijk maakten. In 2016 verklaarde de zanger dat hij de Brexit een “magnifieke beslissing” vindt. En vervolgens: “The British political class has never quite been so hopeless, but the same can be said for the USA. What has happened is that news media can no longer attach any nobility to old-style politics because, although politicians do not and cannot change, the people the world over have changed. What could be more grotesquely stupid than the Clinton-Trump coverage?  As for Brexit, the result was magnificent, but it is not accepted by the BBC or Sky News because they object to a public that cannot be hypnotised by BBC or Sky nonsense.”

Schietschijf voor links

Drie jaar eerder zei hij dat hij overwogen had op UKIP te stemmen en bewondering heeft voor Nigel Farage: “His views are quite logical – especially where Europe is concerned.” Met dit soort uitspraken blijft Morrissey een schietschijf voor links, dat maar niet wil begrijpen waar het de zanger echt om gaat. “I despise racism. I despise fascism. I would do anything for my Muslim friends, and I know they would do anything for me, ” schreef hij in 2018. “In view of this, there is only one British political party that can safeguard our security. That party is For Britain. Please give them a chance. Listen to them. Do not be influenced by the tyrannies of the MSM who will tell you that For Britain are racist or fascist – please believe me, they are the very opposite!!! Please do not close your mind. Labour is hopelessly naive. Theresa May’s policies have turned Britain into an international target. The BBC has closed down. The Loony Left is concerned only with victim culture. For Britain will keep British society together. Violence is not the way forward.”

Pro-Brexit

Overigens is Morrissey niet de enige muzikant die een uitgesproken pro-Brexit geluid laat horen. Roger Daltrey staat bekend om zijn ongezouten mening over de EU. Daltrey, die al 55 jaar samen met Pete Townsend het hart van de Britse popgroep The Who vormt, vergeleek de Europese Unie met de maffia: “If you want to be signed up to be ruled by a f****** mafia, you do it. Like being governed by FIFA.”

Over de muzieksmaak van Nigel Farage is weinig bekend. Maar de leider van de Brexit Party kan met een gerust hart een paar cd’s van The Smiths en The Who aanschaffen. Hoewel hij daarvoor niet meer terecht kan bij een platenzaak. Die zijn in de neoliberale storm van de laatste decennia ook verloren gaan.

Posted on

Sahra Wagenknecht neemt afscheid van fractievoorzitterschap Die Linke

Voor de Duitse socialistische partij Die Linke dreigen opnieuw turbulente tijden. Sahra Wagenknecht doet afstand van het fractievoorzitterschap. Dit kan tegelijk een neergang inluiden en nieuwe mogelijkheden bieden.

De vrouw van de voormalige partijvoorzitter Oskar Lafontaine gold als tegenstander van een regeringscoalitie met SPD en Groenen. “Tot de politieke mythes hier te lande behoort dat SPD, Groenen en Die Linke in 2013 een meerderheid hadden om een regering te vormen”, zo becommentarieerde Die Zeit de terugtrekking van Wagenknecht. Rekenkundig was dit volgens weekblad weliswaar juist, maar politiek was het een verkeerde inschatting. Alleen doordat SPD-lijsttrekker Peer Steinbrück destijds voor de verkiezingen een coalitie met Die Linke al afwees, kon de SPD op 25,7 procent van de stemmen komen. “Als hij had verklaard dat Rood-Rood-Groen voorstelbaar was, zou het resultaat van de SPD slechter uit zijn gevallen – bijvoorbeeld zoals in 2017 bij Martin Schulz die Rood-Rood-Groen nooit uitsloot”, zo vervolgt het tijdschrift. In de afgelopen maanden heeft de SPD geprobeerd zich weer te profileren op typisch linkse thema’s, maar de peilingen bleven slecht.

‘Partijleiding heeft Wagenknecht slecht behandeld’

Maar nu dreigt ook Die Linke door openlijke conflicten achteruit te boeren. Bondsdaglid Thomas Lutze verweet de partijleiding de fractievoorzitter slecht behandeld te hebben. “Voor een linkse partij was de omgang met Sahra Wagenknecht een onwaardig schouwspel”, aldus Lutz tegenover de dpa. De partijleiding heeft volgens hem geen verantwoordelijkheid genomen. Wagenknecht had aangekondigd in het najaar niet opnieuw kandidaat te zijn voor het fractievoorzitterschap. De 49-jarige voerde daarvoor gezondheidsredenen, stress en overbelasting als redenen aan. Dat uitgerekend Lutze haar ter zijde sprong is opmerkelijk. De Saarlander geldt in zijn deelstaat als verbeten tegenwerker van Lafontaine.

Burn-out

Wagenknecht had in de afgelopen weken vanwege ziekte noodgedwongen een pauze moeten nemen. In Berlijn spreekt men van een burn-out. Begin vorige week liet ze weer van zich horen met opmerkelijk nieuws. Eerst kondigde ze aan dat ze zich terug zou trekken uit de leiding van de nieuwe beweging Aufstehen. Vervolgens verklaarde ze af te zien van het fractievoorzitterschap. Precies 20 jaar eerder – volgens Wagenknecht toevallig -kondigde haar huidige echtgenoot, de toenmalige SPD-politicus Oskar Lafontaine aan dat hij al zijn politieke ambten neerlegde, waarmee hij de splitsing van links bewerkstelligde.

‘Sfeer in fractie onverdraaglijk’

Nu staat links in Duitsland opnieuw voor een cesuur. Het boulevardblad Bild citeert een ingewijde met de woorden “de sfeer in de fractie is onverdraaglijk”. Diverse fractieleden zouden continu samenspannen tegen Wagenknecht en Dagdelen. Er is ook sprake van pesterijen. In de fractie zouden Bernd Riexinger, Katja Kipping, Caren Lay, Anke Domscheit-Berg, Sabin Leiding, Cornelia Möhring en Martina Renner doorlopend tegen ze tekeergaan. Na de terugtrekking van Wagenknecht kondigde dan ook de politiek dicht bij haar staande vice-fractievoorzitter Sevim Dagdelen haar vertrek uit het fractiebestuur aan. Dagdelen werd door sommigen als mogelijke opvolger van Wagenknecht gezien.

Wagenknecht gebruikte de aankondiging van haar vertrek echter niet om vuil te spuien. Ze verklaarde wel dat de afgelopen jaren haar niet in de koude kleren waren gaan zitten. Ze wil overigens wel lid van de Bondsdag blijven, waarschijnlijk ook om te bezien welke politieke mogelijkheden ze heeft.

Retorisch talent

Oud-politiek leider Gregor Gysi, niet bepaald een vriend van Lafontaine, schaarde Wagenknecht in een interview met het weekblad Stern onlangs onder de tien beste sprekers uit de Duitse politieke geschiedenis. Voor Die Linke zou het fataal zijn als ze zich helemaal af zou wenden. Want noch de partijleiders Katja Kipping en Bernd Riexinger, noch co-fractievoorzitter Dietmar Bartsch zijn retorisch erg verfijnd. Bodo Ramelow, de enige deelstaatpremier van Die Linke, staat in Thüringen een problematische verkiezing voor de nieuwe landdag te wachten. Van hem wordt dan ook niet verwacht dat hij op korte termijn naar de federale politiek overstapt.

Linkse coalitie?

Overigens heeft Wagenknechts terugtrekking het debat over nieuwe coalitiemogelijkheden wel weer losgemaakt. Zo stelde Groenen-fractievoorzitter Katrin Göring-Eckardt tegenover de Freie Presse, er voorstander van te zijn dat er meerdere coalitie-opties zijn en dat Die Linke daaraan een bijdrage zou kunnen leveren. Ralf Stegner, die op de linkervleugel van de SPD zit, stelde dat het na Wagenknechts vertrek misschien makkelijker zou worden om een coalitie links van de CDU te realiseren. In de SPD geldt het als een uitgemaakte zaak dat Wagenknechts echtgenoot Lafontaine destijds de drijvende kracht achter de afwijzing van een Rood-Rood-Groene coalitie zou zijn geweest. Maar volgens Stegner markeert de terugtrekking van Wagenknecht dat ook Lafontaines tijd voorbij is.

Posted on

Het rommelt in de partijtop van de SPD

De SPD komt maar niet uit het dal in de peilingen. Dat ligt er mede aan dat het in Duitse regeringspartij inmiddels traditie is om de actuele partijtop naar hartenlust te discrediteren.

Momenteel staat partijleider Andrea Nahles zwaar onder druk. Hoofdoorzaak zijn slechte verkiezingsresultaten en peilingen. Federaal komt de partij niet verder dan zo’n 15 procent, in Beieren hebben de sociaaldemocraten nog zes procent. In de verkiezingen voor het Europees Parlement dreigt de SPD de helft van haar zetels te verliezen. Zelfs het bolwerk Bremen, waar eind mei deelstaatverkiezingen plaatsvinden, wankelt. Ook in het uiterst linkse Berlijn, waar de partij momenteel met Michael Müller de burgemeester levert, zou in federale verkiezingen nog slechts 12 procent van de mensen zijn stem aan de SPD geven.

Gerhard Schröder brandt Andrea Nahles af

Alsof dit alles nog niet erg genoeg was, mengde onlangs oud-bondskanselier Gerhard Schröder zich weer in het interne debat. In een interview met het weekblad Der Spiegel bekritiseerde Schröder de partijleidster scherp. Schröder beklaagde Nahles, soms platte, optreden. De implicatie van de oud-bondskanselier was dat Nahles niet geschikt zou zijn als bondskanselier. Volgens Schröder zou de partij een kandidaat nodig hebben met economische competentie. Op de vraag of Nahles deze bezit, antwoordde hij vervolgens “Ik denk dat ze dat zelf niet eens zou durven beweren”.

Oud-bondskanselier Gerhard Schröder zou willen dat Sigmar Gabriel (foto), tussen 2013 en 2018 minister van achtereenvolgens Economische en Buitenlandse Zaken, weer een centrale rol innam (foto: Martin Kraft).

…looft Olaf Scholz en Sigmar Gabriel

Schröder ziet minister van Financiën Olaf Scholz eerder als de persoon die de toekomstige kandidaat-bondskanselier van de CDU, Annegret Kramp-Karrenbauer uit zou kunnen dagen. Daarnaast zou Schröder willen dat Sigmar Gabriel weer een centrale politieke positie in zou nemen. “Wellicht de meest begaafde politicus die we in de SPD hebben. Hij heeft alleen een aantal mensen binnen de partij te hard op de tenen getrapt. Of hij nog eens een grotere rol wil spelen, moet hij zelf bepalen.”

De tegenweer volgde prompt en zoals gebruikelijk binnen de SPD snoeihard. “Gelooft ook maar iemand, dat het wat voor nut dan ook voor de eigen partij heeft, wanneer gepensioneerde politici zich onvriendelijk uitlaten over hun opvolgers? Dat baat altijd slechts de politieke concurrentie. Het getuigt van slecht geheugen en is bovendien onsolidair”, twitterde plaatsvervangend partijvoorzitter Ralf Stegner.

‘Eerst de hemel in prijzen, dan als een baksteen laten vallen’

Ook SPD-bestuurslid Boris Pistorius klom in de ring en bekritiseerde de partijleiding om haar omgang met oud-partijleiders Sigmar Gabriel en Martin Schulz. “Volgens mij bevreemdt het de mensen wanneer de SPD haar leiders steeds weer eerst de hemel in prijst, om ze dan later weer als een baksteen te laten vallen”, aldus de Nedersaksische deelstaatminister tegenover dagblad Die Welt. Hij rekent dat vooral Nahles en Scholz aan. “Zo hoort dat gewoon niet.” Pistorius zei echter ook dat het geen makkelijk moment was waarop Nahles en Scholz de partijleiding overnamen.

Wat echter onbenoemd blijft is dat ook Martin Schulz een zwakke campagne voor de Bondsdagverkiezingen voerde en dat de partij onder het leiderschap van Gabriel er niet veel beter voor stond in de peilingen. Zou het soms niet zozeer aan het personeel, als wel aan de standpunten kunnen liggen, dat de kiezers weglopen?

Posted on

Altmaier – Merkels crisismanager

Peter Altmaier, federaal minister voor Economie en Energie, is al 20 jaar lid van de Duitse bondsdag. Hij was minister van Milieu, minister voor Bijzondere Opdrachten en chef van het Kanzleramt. Bovenal is hij vanouds een belangrijke vertrouweling van Merkel. Aan deze taak wijdt hij zich met overgave.

Immigratiechaos

Altmaier is een bewezen crisismanager, zo heet het. Kwalificatie genoeg om in oktober 2015 door de bondskanselier benoemd te worden tot algemeen coördinator van de door haar veroorzaakte immigratiechaos. Sindsdien doet Altmaier zijn best om Merkels grootste fouten te bagatelliseren en onder het tapijt te vegen.

“Duitsland heeft een zeer succesvolle bondskanselier”, zo zei hij eind 2017 vrolijk. In een interview met het dagblad Die Welt over de asielcrisis liet hij onlangs weten: “In feite zijn we de uitdagingen goed meester geworden”. In de CDU had er alleen “veel eerder en breder” over het immigratiebeleid gediscussieerd moeten worden om meer acceptatie onder de bevolking te bewerkstelligen. Dit heeft men volgens Altmaier verwaarloosd.

Migratiepact

Ervan geleerd heeft hij echter niet, want recenter hebben de Altmaier-achtigen binnen de CDU weer hun best gedaan om iedere discussie over het Migratiepact van de VN in de kiem te smoren. De coördinator voegt er tot overmaat van arrogantie nog aan toe dat, als men in de CDU meer had gediscussieerd over de ‘welkomscultuur’ en het openstellen van de grenzen in 2015, men “hoogstwaarschijnlijk precies zo besloten” zou hebben. Volstrekte minachting voor de partijbasis!

Debat

Dat er ook buiten de CDU debatten gevoerd moeten worden, in plaats van ze tegen te houden en de mensen die ze op de agenda proberen te zetten voor extreemrechts te verslijten, komt bij Altmaier niet eens op. Sowieso leken debatten over het asielbeleid hem altijd al te storen. Zo stelde hij in een talkshow dat zijn partij er over na moest denken, hoe ze de indruk tegen kon gaan “dat alles in dit land alleen om vluchtelingen draait”. De mensen zouden zich volgens hem afvragen of er niet ook nog andere problemen zijn. Een dergelijke cynische omgang met burgers is al jaren kenmerkend voor de invloedrijke CDU-partijbaron.

Oogkleppen

Als Altmaier zijn tunnelvisie in de richting van Merkel ook eens had verplaatst naar de “gewone mensen” waarvan hij zo dikwijls spreekt, dan zou hem zeker zijn opgevallen dat daar wel degelijk behoefte bestaat aan discussie. Over het feit dat de Duitse overheid zich nauwelijks nog inspant voor uitzettingen, dat honderdduizenden afgewezen asielzoekers daarom niet hoeven te vertrekken, velen van de radar verdwijnen, velen herhaaldelijk illegaal inreizen. Of dat er nog altijd 15.000 nieuwkomelingen per maand geregistreerd worden. Dat niet weinigen misbruik maken van het uitkeringsstelsel. En dat de criminaliteitsstatistieken laten zien hoe onverantwoord het beleid van Merkel was.

Zware politieke fouten laten zich misschien een tijdje verdoezelen, maar de gevolgen ervan niet. Ook ‘crisismanager’ Altmaier zal het niet schaffen, hoezeer hij Merkel ook blijft verdedigen.

Posted on

Merkels laatste kans om de eer aan zichzelf te houden

Zondag eindigt de wapenstilstand die sinds de verkiezingen in Beieren van kracht is tussen de Duitse coalitiepartijen CDU, CSU en SPD. Er is dan namelijk gestemd voor de landdag van Hessen, regionale verkiezingen die ook federaal ontwikkelingen los kunnen maken.

De meesten willen anoniem blijven, maar wat onder politieke insiders in Berlijn te beluisteren valt, laat een orkaan verwachten die na de twee weken tussen de verkiezingen in Beieren en Hessen losbreekt en moeilijk te voorspellen verwoestingen aan zou kunnen richten.

Volgens het weekblad Die Zeit verwacht een vooraanstaande bron in de CDU dat komende maandag de laatste dag voor Merkel is waarop ze haar afscheid nog helemaal zelf in de hand heeft. De maandag na de verkiezingen in Hessen zou echter ook de dag kunnen worden dat een en ander uit de hand loopt, aldus de vooraanstaande CDU-politicus die zijn naam liever geheim houdt.

Donkere vermoedens

Vooraanstaande vertegenwoordigers van alle drie de coalitiepartijen, CDU, CSU en SPD, spreken sinds 14 oktober tegenover diverse Duitse media anoniem hun donkere vermoedens en soms tegenstrijdige verwachtingen uit. Niemand durft vooralsnog met naam en toenaam geciteerd te worden, om de vooruitzichten van de eigen partij in de landdagverkiezingen in Hessen niet verder te frustreren. Maar wat men anoniem zegt volstaat om het beeld te schetsen van een diep verdeelde coalitie die gedragen wordt door oude volkspartijen die op hun grondvesten schudden.

Angela Merkels oproep op het regionale partijcongres van de CDU in Thüringen afgelopen weekeinde, dat men toch met vertrouwen de toekomst tegemoet moet zien in plaats van te wroeten in de fouten van 2015, straalde een hulpeloosheid uit die men van de bondskanselier niet gewend is. In haar stem klonk een stuk vertwijfeling door.

Federale coalitie onder druk

Hoe gaat het verder met CDU, CSU en SPD, als het na Hessen klapt? De SPD lijkt haar status van volkspartij definitief verloren te hebben. Alleen een heroriëntatie op de belangen van de ‘kleine man’, verbonden met een realistisch standpunt inzake asiel en multiculturele samenleving biedt voor de sociaaldemocraten nog de kans om zich een beetje te herstellen. Maar de groenlinkse leiderskaste van de sociaaldemocraten en de gelijkgestemde media zullen dat verhinderen. Zodoende is verdere neergang onvermijdelijk.

De Unie van CDU en CSU volgt deze neergang op enige afstand, maar de richting zou hen evengoed moeten alarmeren, nu de peilingen steeds verder richting 25 procent gaan. Het zal er op aankomen of Merkel de weg naar vernieuwing tijdig vrijmaakt of dat ze haar partij tot het einde dooddraaft. Hoe dan ook lijken de komende dagen tot de spannendste uit de recente Duitse politieke geschiedenis te gaan horen.

Posted on

Nieuwe beweging ‘Aufstehen’ kan immigratiedebat in Duitsland openbreken

Sahra Wagenknecht viel voor een linkse politica reeds langer op met haar uitspraken over immigratie. Nu ze daarom steeds meer onder druk stond binnen de socialistische partij Die Linke, waarvoor zij fractievoorzitter in de Bondsdag is, kiest ze de vlucht naar voren met de oprichting van een nieuwe beweging.

4 september zou wel eens als een belangrijke datum de nieuwe Duitse partijgeschiedenis in kunnen gaan, vergelijkbaar met de oprichting van de Alternative für Deutschland (AfD) in het voorjaar van 2013. Het is de officiële oprichting van de nieuwe beweging ‘Austehen’ (Opstaan) door de iconische fractievoorzitster van Die Linke.

Wagenknecht is in het verleden niet slechts met allerhande slecht te slijten linkse tot radicaal-linkse ideeën opgevallen, zoals voor veel van haar partijgenoten geldt. Ze prees weliswaar het ‘Cubaanse model’ en stelde het socialistische Venezuela ten voorbeeld, maar dit alles wekte in het politieke establishment en de gevestigde media weinig ophef op.

Wat wel voor veel ophef zorgde: De 49-jarige viel ook het asiel- en immigratiebeleid aan en nam het EU-centralisme op de korrel, die ze als in de kern ondemocratische geselde. Daarmee vergreep ze zich aan de heiligen koeien van de globalisten van CDU, SPD, FDP, Groenen en binnen haar eigen partij.

Het bijzonder pijnlijke voor gevestigd links bestond erin, dat Wagenknecht met haar kritiek een hemeltergende tegenspraak blootlegde, die met het ontstaan van haar nieuwe beweging in alle openbaarheid besproken dreigt te worden. Namelijk dat ongecontroleerde massa-immigratie onontkoombaar druk zet op de arbeidsmarkt en de verzorgingsstaat.

Juist lageropgeleiden lijden onder de aanhoudende toestroom van nieuwe concurrenten op de arbeidsmarkt en ook de middelen van iedere verzorgingsstaat zijn vanzelfsprekend beperkt. Wie ze onbegrensd voor de hele wereld beschikbaar stelt, vernietigt de verzorgingsstaat.

Alleen met luide, agressieve en aanhoudende aanvallen ‘tegen rechts’, gepaard gaande met nazi-vergelijkingen, is het de gevestigde politiek tot nu toe gelukt deze overduidelijke samenhangen enigszins buiten het publieke debat te houden.

De nieuwe linkse beweging rond Wagenknecht zou er in kunnen slagen om dit doodslaan van het immigratiedebat met een reductio ad hitlerum te doorbreken. In Duitsland zullen velen er met spanning op zitten te wachten.

Anderzijds valt op dat wat de nieuwe beweging Austehen tot nu toe op dit gebied laat horen, wat ingehouden klinkt in vergelijking met uitspraken die Wagenknecht en haar man Oskar Lafontaine in het verleden al deden. Als de pioniers van de nieuwe linkse beweging echter uitgerekend op dit vlak ervoor kiezen om binnen het kader van de  bestaande linkse partijen te blijven, dan kunnen ze hun boedel gelijk wel weer inpakken. Dat zal niet de voorkeur van Wagenknecht hebben, maar dan moet zij er wel het voortouw in nemen om in het immigratiedebat een onderscheidend geluid te laten horen.

Posted on

De oorzaken van de massamigratie in historisch perspectief

In zijn nagelaten werk Das Migrationsproblem ontwerpt de Duitse historicus, politicoloog en socioloog Rolf Peter Sieferle een groot historisch en functioneel beeld van het verschijnsel massa-immigratie.

De ondertitel van het boek, over de onverenigbaarheid van verzorgingsstaat en massa-immigratie, is daarentegen misleidend. Gelukkig maar, want over dit thema valt per slot van rekening weinig meer te zeggen. Wie nu nog niet begrepen heeft dat een solidariteitssysteem slechts op grond van exclusiviteit kan functioneren, of gechargeerd, dat we niet de halve wereld een uitkering kunnen bieden, zonder onze verzorgingsstaat te overvragen, die zal het wel nooit begrijpen.

Gelukkig heeft Rolf Peter Sieferle (1949-2016) veel meer te bieden dan deze trivialiteit. In Das Migrationsproblem poogt hij het verschijnsel van de massa-immigratie binnen het functionele kader van de hedendaagse westerse democratie te verklaren en historisch te plaatsen. Dat alles in niet meer dan 124 pagina’s. Het probleem dat Sieferle bespreekt bestaat dan ook niet, zoals de ondertitel deed vrezen, in het eindeloos herhalen van het hierboven beschrevene. In tegendeel, het gaat om een groot essay met een keur aan inzichten, zonder expliciete integrerende betoogtrant.

Ondanks dat is het een even leesbaar als omvattend boek. Sieferle slaagt er in vanuit de kern van zijn bespreking, de destructieve wisselwerking tussen verzorgingsstaat en immigratie, waarin de verzorgingsstaat de immigranten aantrekt en deze de verzorgingsstaat overbelasten, verbanden te leggen in vrijwel alle richtingen.

Hij begint met de oorzaken van de migratie en maakt duidelijk dat er met het oog op de bevolkingsexplosie in de derde wereld geen relevant onderscheid tussen economische en burgeroorlogsvluchtelingen meer is. Van de wereldhistorisch onvermijdelijke aftakeling van de verzorgingsstaat in de oude industrielanden gaat hij over naar het blootleggen van de verschillende narratieven waarmee de politiek de massa-immigratie rechtvaardigt.

Demografische ontwikkeling

In het bijzonder een simpele vaststelling verdient het ook door de tegenstanders van het multiculturele experiment ter kennis genomen te worden: De huidige massa-immigratie heeft niets met de teruglopende demografie van de ontwikkelde landen te maken. Dit is veeleer een gezonde ontwikkeling in een tijd waarin het massale sterven door infectieziektes gelukkig tot het verleden behoort.

De “indringers” dringen niet in lege gebieden door. In tegendeel, ze trekken in de regel van dunner bevolkte naar dichter bevolkte gebieden. Sieferle loochent niet de demografische druk van een overschot aan jongeren in Afrika, maar verwijst het complementaire idee van een demografische zog van het kinderarme Europa, die een soort ‘eigen schuld’ impliceert, naar het rijk der fabelen.

Hetzelfde geldt voor de zich anti-imperialistische noemende ideologie, die de armoede van de derde wereld verklaart door de vermeende uitbuitende handel met de eerste wereld. Alsof deze landen niet reeds lang voor het koloniale tijdperk arm waren en het handelsvolume van de industrielanden onder elkaar de handel met de ontwikkelingslanden niet vele malen overstijgt.

Ochlocratie

Daarbij ontlast Sieferle de Europeanen echter geenszins van de verantwoordelijkheid voor hun huidige dilemma. In tegendeel, hij ziet hun huidige politieke systemen als onhervormbaar gecorrumpeerd. Dikwijls bekruipt de lezer het gevoel dat de onspectaculaire titel van het boek ter versluiering dient, om zich ten minste het gekrijt van die commentatoren van het lijf te houden, die een dergelijk boek sowieso niet lezen, maar bij een titel de inhoud treffend beschrijft alleen al vanwege de titel in de gebruikelijke luidkeelse verontwaardiging ontbrand zouden zijn.

Sieferle ziet de democratie in Duitsland en West-Europa in ieder geval onderhevig aan ochlocratisch verval. Verval dat zich, aan de hand van de stijgende staatsschuld, die immers niets anders dan consumptie op de pof is, zelfs laat meten. Kort bespreekt hij de problemen van verschillende vormen van degeneratie van staten, om uiteindelijk de vraag te stellen of het Chinese systeem niet beter is toegesneden om de duurzaamheidsproblemen van de 21e eeuw meester te worden.

In deze ochlocratie nu heeft de universalistische ethiek van de gelijkheidsideologie een catastrofale uitwerking. Het geïnfantiliseerde volk kiest ook in dit opzicht de weg van de minste weerstand en ziet er geen been in zich tegen de prijs van de opname van onintegreerbare “barbaren” het goede geweten te verschaffen dat in de welvaartszones tot de levensstandaard behoort.

Multiculturalisme

Hier ligt echter ook de grote zwakte van het boek. Sieferle, die overigens nog veel meer verschijnselen bespreekt dan hier behandeld kunnen worden, zwijgt over het ontstaan en de verbreiding van de multiculturele ideologie. Het lijkt wel of deze uit de lucht is komen vallen, een onafwendbaar lot van de Europese beschaving. Alleen het nationaalsocialisme noemt hij als oorzaak. In de Duitse context speelt dit natuurlijk ook een grote rol. Maar Sieferle laat na de vraag te bespreken of dit door links niet propagandistisch is uitgebuit om de huidige metapolitieke misère te creëren. In plaats daarvan vervalt Sieferle, die in 2016 zelfmoord pleegde, in defaitisme.

Met de holocaust als oorzaak van het multiculturalisme, ziet Sieferle Duitsland als het onbetwiste centrum en uitgangspunt van de multiculturele waanzin. Daarmee vergeleken zou de rest van de westerse wereld nog relatief normaal zijn. In het andere boekje uit zijn nalatenschap, Finis Germania, wordt dit nog duidelijker. Deze kijk op Duitsland gaat gepaard met de voor dergelijke gezichtspunten niet ongebruikelijke anglofilie, die het huidige Engeland en Amerika, maar ook Frankrijk als “burgerlijk-aristocratische wereld” wil zien.

In het licht van de decennia lange, door de politie niet gehinderde, handel van Pakistaanse bendes in Engelse meisjes, de regelmatig in brand staande Franse voorsteden en de absurde excessen van Amerikaanse social justice warriors, lijken alle naar Duitse bijzonderheden verwijzende verklaringen voor de multiculturele ideologie echter moeilijk houdbaar. De kwestie van het recente politieke verleden maakt het de Duitsers dan wel niet gemakkelijker de multiculturele ideologie te bestrijden, het ontslaat ze niet van hun verantwoordelijkheid.

Toekomst

Zeer zinvol is daarentegen hoe Sieferle het migratieprobleem in de historische horizon van onze tijd plaatst. Met het oog op zijn jarenlange studie naar het thema is het niet verwonderlijk dat zijn aandacht hierbij vooral uitgaat naar de onopgeloste energie-economische vragen van onze industriële beschaving. De huidige economische bedrijfsvoering vernietigt in ras tempo de eigen basis en nieuwe duurzaamheid is volgens de auteur alleen door massieve technologische doorbraken – en geenszins door nulgroei – mogelijk.

Of een geïslamiseerd of geafrikaniseerd Europa aan deze daadwerkelijke opgaven voor de mensheid zijn bijdrage zal kunnen leveren, is meer dan twijfelachtig. Met dit perspectief toont Sieferle het migratieprobleem als wat het uiteindelijk is: Een nieuwe barbareninval, die we geconfronteerd met urgente andere problemen kunnen missen als kiespijn.

N.a.v. Rolf Peter Sieferle, Das Migrationsproblem. über die Unvereinbarkeit von Sozialstaat und Masseneinwanderung (Manuscriptum: Waltrop/Berlin, 2017), paperback, 135 pagina’s.

Posted on

Lafontaine pleit voor linkse hergroepering, gerucht afsplitsing Wagenknecht

Uitgerekend op het moment dat het gerucht de ronde doet dat Sahra Wagenknecht zich uit Die Linke wil terugtrekken, pleit haar man Oskar Lafontaine voor de oprichting van een nieuwe partij om links te verenigen.

“We hebben een beweging om links bijeen te brengen nodig, een soort linkse volkspartij waarin Die Linke, delen van de Groenen en de SPD samenkomen”, aldus de voormalige partijleider van Die Linke tegenover het tijdschrift Der Spiegel. Rechts is steeds dan sterk geworden wanneer het beginsel van de sociale gerechtigheid verwaarloosd werd, grote delen van de bevolking benadeeld werden en deze zich niet meer vertegenwoordigd voelden door de gevestigde partijen, aldus Lafontaine. Dit is volgens de oud-partijleider nu massief het geval.

Het partijsysteem zoals het nu bestaat functioneert volgens hem niet meer: “We hebben een hergroepering nodig. Alleen zo kan er weer een linkse machtsoptie ontstaan.” De SPD bekritiseerde hij opnieuw als ontmoedigd. SPD-leider Martin Schulz heeft zich in zijn optiek aangepast. “Dat heeft de Schulz-hype toch laten zien: Er is potentieel voor een linkse meerderheid onder de kiezers. De mensen wachten zelf op zo’n optie.” De gewenste linkse beweging zou “niet alleen de klassieke partijen, maar ook vakbonden, sociale organisaties, wetenschappers, de culturele sector en anderen moeten omvatten”.

Verdeeldheid

Het voorstel van de fractievoorzitter in de landdag van het Saarland komt op een moment waarop de interne verdeeldheid in Die Linke sterk oplaait. Mede daarom houden vroegere strijdmakkers hem voor nog slechts beperkt in staat tot het sluiten van bondgenootschappen. Lafontaine, die in 1999 als SPD-leider er minister van Financiën onder Gerhard Schröder aftrad en enkele jaren later uit die partij stapte, is “politiek tamelijk retro”, aldus vicevoorzitter van de SPD Ralf Stegner tegenover het dagblad Tagesspiegel en bovendien “als ‘vredesengel’ en adviseur voor politiek links in Duitsland eerder de verkeerde man op de verkeerde plaats”.

Lafontaine wees er vervolgens op dat de SPD in de afgelopen jaren de helft van haar leden een kiezers verloren heeft. “Alleen wanneer ze haar politiek fundamenteel verandert, zal ze weer kiezers voor zich winnen. Ze heeft niet alleen afbouw van sociale regelingen te verantwoorden. Ze heeft ook de het Oost- en Ontspanningsbeleid van Willy Brandt opgegeven. Duitse troepen staan aan de grens met Rusland”, aldus de oud-partijvoorzitter. Voor het overige is het asielbeleid van Die Linke volgens Lafontaine net zo verkeerd als dat van de andere partijen, aangezien het 90 procent van de asielzoekers min of meer buiten beschouwing laat: “Slechts tien procent slaagt er in naar de industriestaten te komen.”

Niet alleen de sociaaldemocraat Stegner, maar ook Groenen-voorzitter Simone Peter liet zich sceptisch tot terughoudend uit over het voorstel van de Saarlander voor een verenigende linkse beweging. Voor zoiets, aldus Peter, is niet de oprichting van een nieuwe partij nodig “maar moed en het vertrouwen van de linkse partijen in de eigen ideeën en visies van politiek en samenleving”.

Lijst Sahra Wagenknecht

Binnen Die Linke dreigt de partij-interne strijd intussen te escaleren. Der Spiegel uit onder aanhaling van Berlijnse partijkringen de speculatie dat Lafontaines voorstel vooral moet dienen om de positie van zijn wederhelft, Sahra Wagenknecht, te versterken, die als fractievoorzitter in de Bondsdag een centrale figuur in de partij-interne conflicten is. In de partij doen namelijk geruchten de rond over een ‘Lijst Sahra Wagenknecht’, die zich van Die Linke af zou kunnen splitsen. Officieel zegt Wagenknecht daarover: “Ik ben niet van plan Die Linke te splijten.”

Oppervlakkig mag dat waar zijn. Lafontaine en zijn vrouw houden de huidige partijformatie echter evident voor achterhaald en te weinig slagkrachtig. Hun inspiratie is kennelijk wat er vorig jaar in Frankrijk gebeurd is. Niet alleen stapte Emmanuel Macron uit de Parti Socialiste om zijn eigen partij te beginnen en vervolgens de presidents- en parlementsverkiezingen te winnen, ook begon Jean-Luc Mélenchon een nieuwe partij, die niet alleen zijn oude blok overschaduwde, maar in de presidentsverkiezingen ook traditioneel links overvleugelde. De nieuwszender NTV schreef op zijn website dan ook “het project ‘Emmanuel Sahra Lafontaine’ is begonnen.

Lafontaine en Wagenknecht hebben echter duidelijk meer affiniteit met Mélenchon dan met Macron. Voor 14 januari is in de hoofdstad een conferentie gepland, waar naast Lafontaine ook partijleider van La France insoumise (Onbuigzaam Frankrijk) Mélenchon zal spreken. Deze door het Bondsdaglid van Die Linke Dieter Dehm georganiseerde conferentie wordt door delen van de Bondsdagfractie zwaar bekritiseerd, omdat er geen spreker vanuit de partijtop van Die Linke in het programma is opgenomen. Opzien wekte ook het feit dat de vroeger SPD-voorzitter en voormalig minister-president van Brandenburg Matthias Platzeck als mogelijke spreker genoemd werd.

Lafontaine, dat staat buiten kijf, was steeds een politicus met een neus voor stemmingen. De politiek van de open grenzen, die nog altijd door de partijleiding gepropageerd wordt, heeft delen van de achterban van Die Linke afgeschrokken. Lafontaine wees er onlangs op dat de partij in vroegere bolwerken als zijn eigen Saarland, maar ook in de voormalige DDR sterk verloren heeft aan de AfD. Zijn echtgenote valt hem daarin bij. “Als iedereen die het standpunt ‘open grenzen voor alle mensen nu meteen’ niet deelt, direct onder verdenking wordt gesteld een racist en halve nazi te zijn, dan is een zakelijke discussie over een verstandige strategische opstelling niet meer voerbaar”, schreef Wagenknecht in een brief aan fractiecollega’s. Velen in de partij houden dit voor een vooraankondiging van haar terugtreden.

Posted on

Scherpe kritiek Oskar Lafontaine op immigratiebeleid Die Linke

In de Duitse politieke partij Die Linke gaan de zaken aanzienlijk anders toe dan in de Alternative für Deutschland (AfD), maar ook daar broeit er iets. Oskar Lafontaine, eminence grise van Die Linke en ooit minister en later kandidaat-bondskanselier van de SPD, valt de partijtop aan op zijn verkeerde opstelling in de asielcrisis.

In eerste instantie luchtte Lafontaine op zijn eigen facebook-pagina zijn hart, daarna sloeg hij alarm met een opiniestuk getiteld “Als vluchtelingenbeleid sociale gerechtigheid opheft”, dat op 27 september j.l. in het dagblad neues deutschland verscheen.

Neues Deutschland was, destijds nog met hoofdletters, het officiële blad van de SED, de staatspartij van de DDR, maar is sindsdien officieel onafhankelijk geworden van de moederpartij, die inmiddels Die Linke heet. In 2007 maakte de firma van de krant zich los van de partij, desalniettemin geldt de krant nog altijd als officieus partijblad, waarin de discoursvorming van de ‘gematigde’ vleugel, die de partij domineert en voorstander is van regeringssamenwerking met SPD en Groenen, plaats vindt.

In tegenstelling tot de kleinere, maar venijnigere, concurrent Junge Welt heeft neues deutschland echter niet alleen lezers verloren (de oplage ligt nog maar bij zo’n 30.000 exemplaren), maar ook een duidelijke inhoudelijke lijn. De aanpassing aan de links-liberale mainstream onder de kleurloze hoofdredacteur Tom Strohschneider heeft ertoe geleid dat de krant in zijn 70e levensjaar vooral één ding is: saai.

Hierin kan tenminste voor het moment verandering gekomen zijn, want Lafontaine zoekt de confrontatie, confrontatie met de meerderheid van het partijkader, waarbij hij er op rekent een meerderheid van de sympathisanten van de partij aan te kunnen spreken. In dit verband is het belangrijk om te bedenken dat grote delen van de partij een beleid voorstaan (of praktiseren) dat grote delen van het (potentiële) electoraat van de Die Linke, in het bijzonder in het oosten van het land, niet zouden blieven als ze volledig op de hoogte zouden zijn van de deels trans-Atlantische, deel anti-Duitse en compleet multiculturele opstellingen van de partij.

Keer op keer komt het zodoende tot dissonanten en conflicten, afkeer en frictie. Hierin spelen Lafontaine en zijn vrouw Sahra Wagenknecht een belangrijke rol. Het paar doet zijn best om aansluiting te vinden bij het volk, stelt zich zeg maar ‘links-populistisch’ op en wil weinig te maken hebben met wat andere invloedrijke partijkaders met de partij en met Duitsland voor hebben.

Onder het partijkader maken Lafontaine en Wagenknecht zich daarmee zacht gezegd niet tot de meest geliefde politici. De jongerenorganisatie van Die Linke heeft er bijvoorbeeld gewoonte van gemaakt om bij toespraken van Wagenknecht, die toch co-voorzitter van de Bondsdagfractie is, uit protest en bloc de zaal te verlaten. Ze zien haar als ‘dwarsfronter’ die standpunten inneemt die in de buurt komen van rechts-populisme, omdat ze de ‘geen mens is illegaal’-retoriek van de partij negeert.

Ook talrijke Landdag- en Bondsdagleden accepteren de rol van Wagenknecht en haar partner slechts tandenknarsend. Dat heeft er natuurlijk mee te maken dat Wagenknecht “onder de mensen” en in de talkshows het populairste gezicht van Die Linke is en in deze hoedanigheid ook in het oosten langzaam maar zeker populairder aan het worden is dan de oud wordende Gregor Gysi. In zekere zin heeft men Wagenknecht nodig als stemmentrekker, men werkt er tegelijkertijd echter constant aan dat zij noch haar standpunten te veel invloed krijgen in de partij.

Hetzelfde kan met betrekking tot Lafontaine gesteld worden. Hij mag dan een van de geestelijk vaders geweest zijn van de fusie van de west-Duitse WASG en de oude Linkspartei (PDS) tot Die Linke, maar zijn opvattingen vallen grotendeels samen met die van Wagenknecht. Ook vandaag de dag is hij in het Westen van Duitsland nog een van de meest prominente politici van Die Linke. Ook hij staat, op zijn laatst sinds zijn ‘Chemnitzer Rede’ in 2005, op de zwarte lijst van het dominante partijkader, is tegelijk echter geliefd bij linkse proteststemmers.

Tot zover deze kleine uitweiding over de verhoudingen binnen de partij Die Linke was nodig, om te duidelijk te maken hoe potentieel explosief het optreden van Lafontaine is. Het compromis binnen Die Linke bestond er met het oog op de Bondsdagverkiezingen van 2017 nu juist in de spagaat tussen het (deels immigratie-kritische) electoraat in het Oosten en de (vrijwel zonder uitzondering immigratie-fanatieke) partijfunctionarissenkaste in zowel het Oosten als het Westen uit te houden, door het onderwerp zo min mogelijk aandacht te schenken of met gemeenplaatsen af te doen zonder de eigen standpunten prijs te geven. Nu komt echter uitgerekend Lafontaine en schiet in de krant met scherp op de partijleiding en hun refugees-welcome-koers.

Lafontaines analyse snijdt overwegend hout, daaraan bestaat geen twijfel. Eerst laat hij de lezers duidelijk zien hoe Die Linke er bij zijn klassieke achterban tegenwoordig voor staat: Nog slechts 11 procent van de werklozen stemden op Die Linke (AfD 22) en slechts 10 procent van de arbeiders (AfD 21). Hij duidt de overstap van die kiezers naar de rechtse concurrent als signaal dat Die Linke het thema van de sociale gerechtigheid uit het oog is verloren of concreter: het thema van de sociale gerechtigheid voor de autochtonen.

De ervaring in Europa leert: Als deze mensen zich niet meer door linkse resp. sociaaldemocratische partijen vertegenwoordigd voelen, kiezen ze in toenemende mate voor rechtse partijen.

Dat klopt inderdaad en het bewijs daarvoor ligt in verschillende landen voor het oprapen. In Oostenrijk bijvoorbeeld waar zo’n 70 procent van de arbeiders niet meer de voorkeur geeft aan de SPÖ (of de communistische KPÖ), maar aan de FPÖ. En ook in Frankrijk, het klassieke politieke laboratorium van Europa ziet men tendensen dat een sociaal gevoelige rechtse partij succesvol meerderheden onder de arbeiders en de werkzoekenden kan verwerven, terwijl links zich met urbaan-kosmopolitische minderhedenthema’s bezig houdt.

Lafontaine werpt ook nog eens een kritische blik op de ‘nieuwe Duitsers’. Alleen een bepaalde laag slaagt er in “duizenden euro’s op te brengen, waarmee men de smokkelaars kan betalen om naar Europa en vooral naar Duitsland te komen”, terwijl de werkelijk noodlijdenden in hun land van herkomst moeten blijven:

Miljoenen oorlogsvluchtelingen vegeteren in de kampen, nog eens miljoenen mensen hebben helemaal geen kans om hun land vanwege honger en ziekte te verlaten. Men helpt onbetwist veel meer mensen, wanneer men de miljarden die een staat uitgeeft om het lot van de armsten van deze wereld te verbeteren ervoor gebruikt om het leven in de kampen gemakkelijker te maken en honger en ziekte in de armoedige gebieden te bestrijden. En wanneer men de miljarden die voor interventieoorlogen en uitrusting uitgegeven worden eveneens ervoor gebruikt om de armsten in de wereld te helpen, dan zou veel goeds bewerkt kunnen worden.

Ook hier verdient Lafontaine bijval. Hulp ter plaatse zou veel duurzamer zijn en bovendien bewerkt een euro daar meer dan een euro hier. Ook de kritiek dat interventieoorlogen en wapendeals juist niet de mensen in nood helpen, maar veeleer andere actoren (de wapenindustrie, investeerders, staten etc.) valt niet te bestrijden.

Het lijkt er in ieder geval op dat kort na de verkiezingen het compromis binnen Die Linke geen stand meer houdt, want Lafontaine laat het hier niet bij:

Het ‘vluchtelingenbeleid’ van de terecht afgestrafte ‘vluchtelingen-kanselier’ Merkel was volstrekt ongeloofwaardig, omdat hij vermeende medelijden met de oorlogsvluchtelingen haar er niet van weerhield via de Golf-emiraten wapens aan de jihadisten te leveren en deel te nemen aan de bombardementen van Syrië, die de mensen op de vlucht dreven.

Deze in essentie juiste uitspraken bergen een geweldige explosieve kracht in zich voor Die Linke. Niet zozeer omdat het geleidelijk steeds meer in de partij post vattende transatlanticisme met het bijbehorende bellicisme impliciet gegeseld wordt. Maar vooral omdat Lafontaine zowel het vluchtelingenbeleid van de regering direct aanvalt als ook bondskanselier Merkel zelf, die met name in de hippe, grootstedelijke linkse kringen tenminste op enige sympathie kon rekenen vanwege haar keuze de grenzen open te houden, steekwoord ‘Wilkommenskultur’.

Een linkse partij mag bij de hulp aan mensen in nood het principe van de sociale gerechtigheid niet buiten werking stellen. Wie bij arbeiders en werklozen zo weinig steun vindt (en dat was in 2009 nog anders!), moet er eindelijk eens over nadenken waar dat aan ligt. Daar helpt ook geen verwijzing naar urbane klassen – waartoe bij mijn weten ook arbeiders en werklozen horen, die merkwaardig genoeg altijd door diegenen als alibi gebruikt wordt, die bij hun verkiezingscampagneactiviteiten in de stedelijke centra in ieder geval bij een handje vol partijleden weerklank vinden.

Deze conclusie kon niet treffender zijn en toch hoeft men zich bij de AfD geen zorgen te maken. Een koerswijziging van Die Linke en het bijbehorende milieu in deze zin is niet te verwachten. Lafontaine ontbeert slagkrachtige netwerken in de partij. Zijn koers, die meer solidariteit met autochtonen en minder fanatisme voor de vluchteling als nieuw revolutionair subject als linkse heilsgestalte impliceert, zal dientengevolge weinig weerklank vinden bij het partijkader. De partijleiding heeft veeleer het tegenovergestelde in de zin.

Het is dan ook geenszins toevallig dat slechts een dag na Lafontaines stuk niemand minder dan Gregor Gysi een repliek in neues deutschland publiceerde. Meer dan de helft van de tekst is niets dan ijdel gezwets. Lafontaine wordt de les gelezen over hoe gul Gysi steeds naar hem geweest is en hoeveel geduld hij met hem geoefend heeft. Pas in het laatste stuk gaat Gysi inhoudelijk op Lafontaine in:

Is ons vluchtelingenbeleid werkelijk sociaal onrechtvaardig? [..] De toenemende stroom aan vluchtelingen is ook uitdrukking van de extreem verschillende sociale ontwikkelingen op de continenten. De oorzaken zijn divers. Oorlog leidt evenzeer tot vluchtelingen als honger, nood, lijden en milieurampen. Juist diegenen die een weinig bezit hebben, vrezen het te verliezen en gebruiken het om te vluchten. Hij zijn ongetwijfeld niet de armsten, maar arm zijn ze niettemin. Welke weg moeten we begaan? Die van de CSU? Moeten we werkelijk bovengrenzen eisen, nationaal egoïsme prediken. Zou dat linkse politiek zijn? [..]

We moeten aan de kant van de zwakken en het midden in de samenleving, overigens ook in de economie staan. Dat is onze opgave. De vluchtelingen zijn zwak, bij ons zelfs de zwaksten, om tegen hen te kiezen zou mijns inziens verraad betekenen aan ons sociale en humanistische uitgangspunt.

De bepalende alinea is de laatste. Hij laat in de kern zien hoe concept- en planloos de grenzen-open-voor-iedereen-opstelling van links ten aanzien van de dubbele uitdaging van massaimmigratie en het ontstaan van de Duitse neerwaartse-sociale-mobiliteitssamenleving is. Het verliest zich in gemeenplaatsen, die misschien nog voldoen voor gevoelsmatig linkse pedagogiek-bachelorstudenten uit Berlijn-Friedrichshain of Leipzig-Connewitz.

De arbeider of de werkloze daarentegen, die in zijn concrete materiële situatie niet door abstract-humanistische stellingen, hoe menselijk ook verpakt, aangetrokken worden, maar wil weten hoe concreet een verbetering van zijn individuele situatie alsmede die van de samenleving als geheel er uit kan zien – zo’n persoon zal er geen genoegen mee nemen dat hij kennelijk niet meer zo belangrijk is voor zijn linkse partij omdat er nu naar verluidt nog zwakkeren zijn (die op grond van het open-grenzenbeleid van Merkel, die door veel linkse politici slechts als opstapje naar nog meer immigratie gezien wordt, überhaupt in deze hoeveelheden ten tonele verschenen).

De sociale belangen van het precariaat, de uitzendkrachten, de werklozen, de wegbezuinigden, de overtolligen, de latent of openlijk door neerwaartse sociale mobiliteit en onzekerheid bedreigden (en deze opsomming omvat een steeds groter deel van de Duitse samenleving) vormen een interessant terrein waarop de AfD zich in toenemende mate zou kunnen begeven zonder dat ze daar met serieuze concurrentie hoeft te rekenen, aangezien het verkosmopoliteerde links, waaronder dus ook Die Linke, het uur van de sociale gerechtigheid, van de duidelijke stellingname, van de aansluiting bij de arbeidersklasse, kortom: het uur van het populisme uit ideologische en moralistische motieven aan zich voorbij heeft laten gaan.

Dat uur is nu aangebroken, maar de kwesties zullen in de toekomst nog aan belang winnen, naarmate de crises verergeren; noch de kredietcrisis, noch de eurocrisis, noch de migratiecrisis is immers fundamenteel aangepakt. En alleen die laatste bergt voor Die Linke al het gevaar in zich van een ernstige interne crisis met het risico van een afscheid van Lafontaine en Wagenknecht of een eventuele afsplitsing. Terwijl Lafontaine en Gysi discussiëren over voor wie en met wie ze eigenlijk een sociaal beleid willen voeren, loopt Die Linke een reëel risico om juist in zijn oost-Duitse stamland nog meer kiezers aan de AfD te verliezen en op termijn zelfs overbodig te worden. Lafontaine trekt aan een dood paard.