Posted on

Handelsakkoord EU-Mercosur komt maar niet van de grond

De onderhandelingen tussen de Europese Unie en de Zuid-Amerikaanse staten van de ‘gemeenschappelijke markt van het zuiden’, Mercosur, over een vrijhandelsakkoord blijven opnieuw steken na zes onderhandelingsrondes dit jaar.

Momenteel heeft de Mercosur vier volwaardige leden: Argentinië, Brazilië, Paraguay en Uruguay. In de EU waarschuwen onder andere de Franse en Oostenrijkse vertegenwoordigers van boerenbelangen ervoor de druk op de boeren verder te vergroten door goedkope importproducten uit Zuid-Amerika. Vooral de Franse president Emmanuel Macron kan het zich niet permitteren de Franse boeren tegen zich in het harnas te jagen.

http://www.novini.nl/vrijhandelsakkoord-eu-mercosur-roept-weerstand-op/

De vakbondsbewegingen van beide blokken, alsmede uiteenlopende politici en analisten keren zich tegen het afsluiten van een van de grootste vrijhandelsakkoorden ter wereld, zonder de gevolgen in het bijzonder voor de minder ontwikkelde landen aan beide zijden van de Atlantische Oceaan beter in kaart te brengen. Zij vragen dan ook om een gemengde commissie voor het monitoren van de gevolgen op sociaal vlak en voor de arbeidsrechten, om in de eindfase van de onderhandelingen de samenleving te kunnen betrekken.

Van de andere kant dringen belangenorganisaties van de Duitse industrie bij de Duitse regering aan op een snelle afronding van de onderhandelingen met de Mercosur.

Posted on

Vrijhandelsakkoord EU-Mercosur roept weerstand op

In de luwte van de algemene opwinding over president Donald Trumps aankondiging van nieuwe Amerikaanse importheffingen heeft de Europese Unie achter gesloten deuren verder gewerkt aan vijf nieuwe handelsakkoorden.

De akkoorden met Singapore, Vietnam en Japan zijn bijna klaar om ondertekend te worden, evenals een geactualiseerd handelsakkoord met Mexico. Het vrijhandelsakkoord met de landen van de ‘gemeenschappelijke markt van het zuiden’ (Mercosur), Argentinië, Brazilië, Paraguay en Uruguay, is ook bijna afgerond, zoals op de informele top van de Europese ministers van Handel in de Bulgaarse hoofdstad Sofia op 27 februari jongstleden medegedeeld werd. Overigens had dit laatste akkoord eigenlijk afgelopen december al ondertekend moeten worden.

Mercosur

Sinds 1999 bestaat er tussen de EU en de Mercosur-staten reeds een verdrag als voorstadium voor een vrijhandelsakkoord. Sinds 2010 wordt hierover opnieuw onderhandeld. Het akkoord gaat niet alleen over importquota’s en -heffingen, maar ook over non-tarifaire handelsbelemmeringen, zoals milieustandaarden, consumenten- en werknemersrechten.

De eurocommissaris voor Handel, Cecilia Malmström presenteert het akkoord graag als tegenzet op de protectionistische economische koers van de regering Trump. Met de beoogde opening van de markten van de Mercosur wil de Europese Commissie naar eigen zeggen de Chinezen voor zijn.

Sinds 2016 bepalen in alle lidstaten van de Mercosur neoliberaal georiënteerde regeringen het handelsbeleid. In het verkiezingsjaar 2018 zou deze situatie echter weer kunnen veranderen, beide zijden dringen dan ook aan op het snel afronden van het akkoord. Momenteel vindt dan ook de laatste onderhandelingsronde plaats.

Weerstand

Aan beide zijden van de Atlantische Oceaan heeft echter ook stevige weerstand de kop op gestoken, sinds eind vorig jaar delen van het geheim gehouden akkoord uitlekten. De lobby voor de agrarische sector in Polen, Ierland, Frankrijk, Oostenrijk en Duitsland was reeds langer op zijn hoede. Eind februari protesteerden in Frankrijk op een landelijke actiedag meer dan 20.000 boeren in bijna 90 departementen tegen het handelsakkoord met de Mercosur. Zij maken zich vooral zorgen over de steeds grotere concurrentie van goedkoop vlees van overzee.

Anderzijds dringt de Europese industrie, de auto- en machinebouwers voorop, er massaal op aan het handelsakkoord eindelijk te bezegelen. De meeste onenigheid tussen EU en Mercosur bestond dan ook over de importquota voor rundvlees uit de Mercosur en over de automobielsector.

Intussen is wel duidelijk geworden dat het lobbywerk van de boerenorganisaties weinig succes heeft gehad. Onder druk van de Mercosur-landen boden Malmström en haar voor Landbouw verantwoordelijke collega Phil Hogan uiteindelijk een heffingsvrij importcontingent van 99.000 ton vers en ingevroren rundvlees aan en daarmee 29.000 ton meer dan een half jaar geleden. De Zuid-Amerikanen hadden om 200.000 ton gevraagd. “Als de EU Mercosur daadwerkelijk een quotum van 100.000 ton per jaar toestaat, is dit de nekslag voor de Europese sector, aangezien we vandaag de dag reeds met de productiekosten reeds boven de verkoopprijs liggen die we op de markt kunnen krijgen”, verklaarde de vice-voorzitter van de Belgische boerenbelangenorganisatie Hugues Falys.

Nu al importeert de EU 240.000 ton rundvlees uit de Mercosur, wat overeenkomt met 75 procent van de totale import naar de EU. Zodat de EU-staten meer auto’, chemicaliën en machines naar de Mercosur-staten kunnen exporteren en mee kunnen dingen in publieke aanbestedingen, gaf Malmström toe inzake scherpere controles tegen hormoon- en vleesfraude. Volstrekt onacceptabel gezien de corruptie in Brazilië, zo verwijten consumentenorganisaties de EU-onderhandelaars.

Critici van intercontinentale handel en milieu-organisaties veroordelen de deal intussen, omdat daarmee nog meer gen-soja en zwaar met pesticiden belastte grondstoffen en agrobrandstoffen de EU-staten binnen zouden komen dan nu al het geval is. Voor extra weiden en de aanbouw van soja-monoculturen worden in de Mercosur-staten keuterboertjes van hun velden beroofd en bossen en savanne vernield.

Ook de vakbonden in de Mercosur-landen zijn bezorgd. Zij vrezen zware verstoringen vanwege het grote verschil in technologisch niveau in de industriële productie van de EU enerzijds en de Mercosur-landen anderzijds. De vakbonden uit beide statenbonden hebben een gemeenschappelijk schrijven aan de onderhandelaars van beide blokken gericht, waarin ze toelichten waarom ze het vrijhandelsakkoord niet zullen accepteren.

Posted on Leave a comment

De publieke rol van protestantse kerken in Latijns-Amerika

In Latijns-Amerika heeft de Katholieke kerk een zwaar stempel gedrukt op alle lagen van de samenleving. Door de eeuwen heen zijn veel maatschappelijke ontwikkelingen (stromingen, instanties, normen en waarden) sterk bepaald door de richting die daaraan werd gegeven door rooms-katholieke geestelijken.

Sinds begin 20e eeuw is er een flinke influx geweest van protestantse zendelingen voornamelijk uit Engeland en de Verenigde Staten, waardoor velen tot bekering kwamen en zich afkeerden van de ‘moederkerk’. Hierdoor ontstond een nieuwe sterke christelijke beweging die z’n tehuis vond in Pinkster- en Evangelische kerken.

Schattingen geven aan dat protestantse kerken, afhankelijk van het land een kwart tot de helft van de totale bevolking uitmaken (in Guatemala zegt zelfs 60% van de bevolking protestants te zijn). Hiermee is de groep evangelische christenen een maatschappelijke en politieke factor van belang geworden, die zich steeds meer roert in het publieke debat.

De Amerikaanse historicus James Kennedy analyseert in zijn boek Stad op een berg de rol die religie speelt in Nederland in de vormgeving van maatschappelijke instellingen en ideeën. In Latijns-Amerika spelen de protestantse kerken in de huidige postkatholieke tijd een steeds grotere rol, in een omgeving van groeiend secularisme. Na de strijd van protestantse kerken om dezelfde rechten als de Katholieke kerk, lijken deze zich nu te richten op andere maatschappelijke onderwerpen, als antwoord op de groeiende invloed die het secularisme op de samenleving heeft.

Tot voor kort was het Katholieke geloof de staatsgodsdienst van de meeste Latijns-Amerikaanse landen. Deze staatsgodsdienst impliceerde bijzondere rechten voor de Katholieke kerk. Costa Rica is het enige land in Latijns-Amerika waar de Katholieke Kerk nog de staatskerk is. Het enige andere land in de regio waar dat nog zo was, Bolivia, heeft in 2009 een nieuwe grondwet aangenomen, waardoor in dat land er geen officiële godsdienst meer is.

In Costa Rica strijdt nu een gelegenheidscoalitie van protestantse en humanistische (seculiere) organisaties voor de afschaffing van de bevoorrechte status van de Katholieke kerk en voor gelijke rechten voor alle godsdiensten. Hoewel het al lang niet meer zo is dat de Katholieke Kerk privileges heeft waardoor protestantse christenen achtergesteld worden, wordt dat door velen echter wel zo ervaren. Hierdoor ontstaat de vreemde situatie waarin zowel secularisten als protestanten strijden om Costa Rica een godsdienst-neutrale staat te maken.

De invloed van de secularisering van de samenleving is sterk zichtbaar. Voor de secularisten is het afbreken van de positie van de Katholieke Kerk een stap in het uitbannen van alle vormen van religie in het publieke domein. Protestanten beseffen nog te weinig dat ze hun pijlen niet moeten richten op de Katholieke Kerk, maar samen op moeten trekken tegen het groeiende secularisme.

De bevordering van liberale wetgeving zoals de invoering van het homohuwelijk in een aantal Latijns-Amerikaanse landen zijn het resultaat van de druk die secularisten hebben uitgeoefend. Het homohuwelijk is sinds kort mogelijk in Argentinië en in de deelstaat Mexico. Op korte termijn wordt verwacht dat het parlement van Uruguay een besluit zal nemen die het homohuwelijk mogelijk zal maken. Wetvoorstellen met dezelfde strekking zijn in behandeling in diverse landen. In Costa Rica is een poging om over dit onderwerp een referendum te houden door de Raad van State tegengehouden. De beslissing hierover ligt nu bij het Costaricaanse parlement.

Als antwoord op de aanhoudende criminaliteit in zijn land, poogde de Salvadoreense presidente Mauricio Funes in 2010 Bijbellezen op scholen verplicht te stellen. Vanwege grote maatschappelijke weerstand is dit wetsvoorstel daarna ingetrokken. Zie artikel “Meer nodig dan Bijbellezen in El Salvador”.

Ook oefenen veel maatschappelijke organisaties, ondersteund door internationale ontwikkelingsorganisaties en VN-instellingen, druk uit op de politiek om de mogelijkheden voor abortus te vergroten en IVF-behandeling versneld te legaliseren.

De Latijns-Amerikaanse kerken reageren wel op deze ontwikkelingen, maar nog steeds onvoldoende. Door middel van onderzoek en training hoopt de Stichting Platform voor Christelijke Politiek een bijdrage te leveren om de publieke rol van de kerken in Latijns-Amerika naar een hoger niveau te tillen.