Posted on

De nieuwe wereldorde

De recente gebeurtenissen rond de top van de G7, zijnde de VS, Italië, Japan, Frankrijk, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Canada, tonen nogmaals aan hoe de oude geopolitieke structuren aan het instorten zijn.

Het toont ook aan hoe groot nog steeds de illusies in de VS en West-Europa zijn waar men nog steeds denkt de wereld te kunnen beheersen. Zo niet door het sturen van het leger of de salafistische huursoldaten dan door het instellen van allerlei sancties tegen diegenen die hun hebzucht in de weg staan zoals Rusland of Syrië.

Niets nieuws

Uiteraard eindigde de G7-top in Canada als te verwachten in een zeer hoog oplopende ruzie die nu voor het eerst ook duidelijk zichtbaar was. Waarbij de Amerikaanse president Donald Trump zijn zogenaamde bondgenoten in het publiek zat uit te schelden voor oplichters, bloedzuigers en meer van dat fraais. Waarbij hij tegen zijn nepvrienden de ene economische sanctie na de andere nam. Ze moeten knielen en smeken om genade.

De G7 hier in Canada broederlijk naast elkaar denkt nog steeds dat ze de wereld naar hun pijpen kan doen dansen. In wezen is de G7 de opvolger van de fameuze conferentie van Berlijn van 1884-‘85 toen men als ware het een taart Afrika onder elkaar verdeelde. Maar toen leefde Leopold II nog.

 

In wezen is dat niet anders dan wat voor de goede waarnemer al veel jaren zichtbaar is. Men herinnert zich maar de strijd om de controle over Rwanda met de door de VS, Nederland en het Verenigd Koninkrijk gesteunde Oegandese militair Paul Kagame die nu als een bloedige dictator over Rwanda heerst.

Deze verjoeg er het pro-Franse bewind van president Juvénal Habyarimana. Wat men in de massamedia dan maar verkocht als een conflict tussen Hutu en Tutsi maar wat wezenlijk een Frans-Amerikaanse oorlog via derden was.

Echt openlijk werd het conflict in 2003 met de Iraakse invasie van de VS en haar trouwste bondgenoten. Waarbij België, Frankrijk en Duitsland zich hard opstelden tegen die Amerikaanse oorlog. Even dreigde Washington zelfs met de ontvangst van Vlaams Belanger Filip Dewinter in het Witte Huis. Een signaal aan onze regering dat kon tellen.

Zoals Obama

En dan was er de gigantische speculatiegolf tegen de euro van een paar jaar terug. Als we sommige Belgische pro-Amerikaanse economen moesten geloven dan was het instorten van de euro zelfs maar een kwestie van dagen hooguit weken. Met Griekenland dat men zeker zou buitengooien en dat dan omgetoverd wordt in een soort remake van het kolonelsregime van weleer. Veel fantasie had men daar, dat wel.

Maar na een bijna geheim overleg  – er kwam van geen der partijen nadien zelfs een verklaring en één persfoto was voldoende – van de toenmalig Amerikaanse president Barack Obama met de Europese top, waaronder Herman Van Rompuy, viel plots de druk op de euro weg. Wat er toen precies gebeurde blijft nog steeds een mysterie en wie toen wat beloofde zal nog lang top secret blijven.

Donald Trump heeft een groot doel en dat is de rest van de G7 naar zijn pijpen te doen dansen en hen publiek vernederen. Wat er met die structuren zoals de NAVO en de G7 zal gebeuren is een goeie vraag. Vermoedelijk zal men alles op een laag pitje zetten en zien hoe het verder evolueert. En intussen kijken naar nieuwe structuren. In Nederland lijkt premier Mark Rutte plots erg Europees te klinken en in België is de optie voor de Rafale, een Frans gevechtsvliegtuig, en geen Amerikaanse F35 ineens een plausibel alternatief. Minister van Defensie Steven Vandeput (N-VA) en zijn partij zullen er niet blij mee zijn.

 

En dan was er het fameuze interview van Barack Obama met het blad The Atlantic (1) waarin hij zijn ‘bondgenoten’ er van beschuldigde profiteurs te zijn die zonder tegenprestatie genieten van de Amerikaanse paraplu, de vermeend genereuze Uncle Sam.

Het zijn bijna letterlijk ook de woorden die Donald Trump tegenwoordig gebruikt. Alleen is Trump karakterieel nu eenmaal een ander figuur dan Obama maar in wezen past hij perfect bij de al jaren bezig zijnde steeds hardere opstelling van de VS tegenover de wereld. Trump is dus geen toeval of een tijdelijke zo te herstellen fout in de relatie van de Washington met haar vermeende partners. Integendeel.

Amerikaanse dollar

Het heeft allemaal te maken met het feit dat de VS op wereldvlak relatief machteloos geworden is. Ze heeft natuurlijk nog een zeer grote macht zoals de enorme capaciteit van haar leger, de aantrekkelijkheid van de grote Amerikaanse markt, de soft power met onder meer Hollywood en de media en vooral de positie van de Amerikaanse dollar. Haar voornaamste wapen tegen de rest van de wereld.

Maar die invloed neemt steeds meer af. Zo gebeurt volgens sommige berekeningen nog minder dan 60% van de buitenlandse handel in dollar. Het was een der reden waarom men vanuit de VS de euro kapot wou maken. Het is haar voornaamste rivaal. En dat internationaal gebruik van de dollar gaat – dankzij Trump – zeker nog verder afnemen. En zakt dat almaar dieper dan daalt ook de Amerikaanse dominantie over de wereld.

Wat Donald Trump en zijn regering doen is in wezen een wanhoopspoging om toch nog meester te blijven van de wereld door het nemen van steeds meer economische en politieke sancties en destabiliseringspogingen tegen onwillige regeringen.

Zo klein wil hij zijn partners binnen het westerse bondgenootschap hebben. In wezen echter is dit in een meer brutale vorm een voortzetting van de politiek onder zijn voorgangers. De VS is als een kat in het nauw en die maakt soms rare sprongen.

 

Maar kijk naar Iran. Eventjes toen in 2012 onder hevige druk van de VS heel zware sancties tegen het land werden genomen nam de economie een stevige duik maar daarna herstelde die zich gewoon en bleef ze groeien. Zij het misschien minder dan zonder die strafmaatregelen maar de groei bleef.

Kijk ook naar Rusland waar de plotse daling van de olieprijs drie jaar terug meer schade aan de economie veroorzaakte dan de vele door de VS en de EU genomen politieke en economische sancties tegen Moskou. Officieel een gevolg van de terugkeer van de Krim naar Rusland. De VS wilde onwillige landen als Rusland in haar gareel duwen en de EU hielp domweg mee. En als dank kreeg de EU nadien een scheldpartij van Donald Trump.

De Shanghai Samenwerkingsorganisatie

In onze media heeft men in wezen amper of geen aandacht voor de nieuwe economische realiteit die vooral aan de basis lag was van wat zich op de G7 afspeelde. Dat werd de voorbije week opnieuw goed bewezen. Neem de verslaggeving over de top van de G7 waar elke krant pakken pagina’s aan besteedde. Niet onlogisch natuurlijk.

Maar gelijktijdig liep in de Chinese kuststad Qingdao de top van de Shanghai Samenwerkingsorganisatie (SCO), een groepering van China, Rusland, India, Pakistan, en behoudens Turkmenistan alle staten in Centraal-Azië van de vroegere Sovjet-unie. Met onder meer Iran, Wit Rusland, Afghanistan en Mongolië als kandidaat lid of waarnemers.

En dat is goed voor meer dan 3,2 miljard mensen, ongeveer de helft van de wereldbevolking. En las je daarover iets in de Europese of Amerikaanse massamedia? Feitelijk zero. In de Belgische pers verscheen er niets over, geen enkel woord, en in Nederland alleen een kort amper iets zeggend stuk in de Volkskrant. En voor de radio en televisie voor zover geweten idem.

De presidenten van de Shanghai Samenwerkingsorganisatie samen met die van hun waarnemers en kandidaat-leden, Iran, Afghanistan, Mongolië en Wit-Rusland. Toen men Poetin vroeg of hij interesse had om terug bij de G7 te komen stelde hij dat hij nu op een economisch interessantere organisatie aanwezig was. Wie kan hem ongelijk geven?

 

Eenzelfde beeld in de internationale o zo geroemde media. Geen woord in Le Monde, The Guardian of The Financial Times. Alleen The Washington Post en The New York Times wisten het te melden. In wezen echter alleen in relatie tot het geruzie op de G7.

Veel over wat er daar in Qingdao werd gezegd las je in de EU en de VS nergens. Ja, men stelde zich bij die SCO volgens die beide Amerikaanse kranten voor als het betere voorbeeld dat de vrije wereldhandel beschermt in tegenstelling tot de altijd maar over handelssancties sprekende en ruzie makende VS en de andere leden van de G7.

Salafistische terreur als centraal punt

Dat de top in Qingdao in het teken stond van de strijd tegen de salafistische terreur las je voor zover kon gezien worden niet in onze massamedia. Wat natuurlijk schril afsteekt tegen de G7 waar men wel veel praat over de oorlog tegen de salafistische terreur maar deze zolang men uit de EU en de VS blijft nog steeds steunt.

Maar voor de leden van de SCO is deze aandacht voor die vorm van terreur zeer logisch want alle lidstaten hebben er zeer grote problemen mee. India in Kasjmir, Pakistan intern en aan de grens met Afghanistan, Rusland intern en vooral dan in de Kaukasus en China voornamelijk in Sinkiang, een gebied waar veel Oeigoeren wonen en waar het salafisme vaste voet aan de grond kreeg. Met veel terreuraanslagen tot gevolg.

Maar door er niet over te schrijven verdwijnt die SCO natuurlijk niet, maar wel blijft de bevolking van haar bestaan op die wijze onwetend zodat de doorsnee burger de indruk blijft hebben dat het de G7, die zogenaamde Internationale Gemeenschap, zijn die overal de baas is want er is als tegenmacht niets anders van enige omvang.

Koopkracht

Het is een karikatuur van formaat want het zijn niet de landen van de G7 die de toekomst van deze planeet en de economische macht exclusief bezitten. Neen, deze eeuw onderging de aarde een fundamentele herstructurering. Het zijn niet langer de landen van de NAVO met de EU, Canada en de VS die de wereldeconomie domineren. Er is een macht opgekomen die in wezen sterker is, zeker economisch.

De zogenaamde advanced nations, de ontwikkelde landen in deze grafiek bevatten ook Zuid-Korea, Taiwan, Hong Kong, in wezen tegenwoordig een deel van China, en Singapore. Wat de balans in het nadeel van de EU en de Angelsaksische landen nog verder doet doorslaan. De blauwe lijn rechts is die van de ontwikkelde landen, de rode is die van de groeilanden. Op dit ogenblik bezitten de groeilanden ongeveer 60% van de wereldeconomie en de rest 40%. De statistieken komen van het IMF en dateren van dit jaar. De 21ste eeuw is dus voor diegenen die misschien nog twijfelen de eeuw van Azië.

 

Statistieken van het IMF tonen aan dat sinds 2007 de zogenaamde groeilanden van o.m. de SCO en de BRICS, en daarbij horen ook Brazilië en Zuid-Afrika, die in de wereldeconomie een groter gewicht hebben dan de zogenaamde ontwikkelde landen. En daar rekent het IMF ook de zogenaamde vier Aziatische tijgers – een benaming uit de jaren tachtig – bij, zijnde Zuid-Korea, Hong Kong, Taiwan en Singapore.

In wezen is de kloof tussen de groeilanden en de EU met de Angelsaksische landen dan ook nog en pak groter. Maar om dat te ontdekken moet men de grote van een economie niet rekenen volgens de waarde van de wisselkoersen versus de Amerikaanse dollar maar volgens de lokale koopkracht, de Power Purchasing Parity (PPP).

Het is de maatstaf die het IMF, het Internationaal Monetair Fonds, tegenwoordig veel gebruikt om reden dat die dan een wel geen 100% correct beeld van ‘s werelds welvaart geeft maar voor hen toch een betere maatstaf is van de werkelijke economische kracht van een land. Een auto in China kost nu eenmaal veel minder dan hier. Hetzelfde voor een brood, een biertje, een rit met de taxi, een GSM of een kledingstuk.

Illusie

Maar onze media houden nog steeds grotendeels vast aan het oude systeem van de berekeningen via de wisselkoersen omdat dit ervoor zorgt dat de illusie van het rijke machtige westen zo blijft behouden.

Maar wie kijkt naar de rangorde van de landen qua bruto nationaal product gemeten via de PPP ziet hoe die wereld sinds deze eeuw een grote metamorfose onderging. Zo is China met voorsprong de grootste economie ter wereld (in 2016 was dat 19% van het globaal totaal als men er ook Hong Kong en Macao bijrekent) voor de VS (15,12%) dus en waarbij Indië dan op de derde plaats komt (7,69%).

Met daarna op nummer 4 Japan (4,16%) gevolgd door Duitsland (3,24%), Rusland (3,09%), Indonesië (2,59%), Brazilië (2,51%) met verder op de negende plaats het Verenigd Koninkrijk (2,24%) en Frankrijk met 2,19% op tien.

Wat onder meer opvalt is natuurlijk de groei van Rusland en vooral ook het feit dat hun economie bijna even groot is als de Duitse en dus nummer twee in Europa. In onze vooral propaganda verkopende massamedia wordt bijna steevast meewarig gedaan over Rusland en het louter een olie- en gasbron met wat wapens genoemd. Ook Napoleon en Hitler dachten voor ze het aanvielen op dezelfde wijze over het land. Wat er met beide heren gebeurde is gekend. Deze foto komt uit The Financial Times. $tn = Trillion dollar, zijnde 1.000 miljard dollar.

 

Met andere woorden: Europa stelt in het globaal van de wereldeconomie nog relatief weinig voor waarbij de Russische economie bijna zo groot is als die van Duitsland. Een schokkende statistiek dus. En het wordt er met verloop van tijd niet beter op zoals een andere statistiek van het IMF toont.

En Nederland en België, de twee kleine dwergen? Zo is Nederland goed voor 0,72% van de wereldeconomie en België 0,41%. Wat betekent dat het Nederland van de hoog van de toren blazende Mark Rutte (VVD) economisch minder voorstelt dan Egypte (0,96%), Maleisië (0,74%), Iran (1,3%), Taiwan (0,92%), Thailand (0,97%) en Pakistan (0,85%).

België is dan qua economische sterkte kleiner dan landen als het nochtans zwaar vernielde Irak (0,52%), Vietnam (0,52%), de Filippijnen (0,71%) en Zuid-Afrika (0,59%). Het zijn cijfers die tot nadenken zouden moeten leiden en het besef dat wij niet langer de baas  over de wereld zijn. Want dat is een wel heel grote illusie.

Het is dan ook nodig om de ganse geopolitieke strategie van de EU te herzien en ook te streven naar minder arrogantie en naar meer samenwerking met de wereld, waaronder ook Rusland, India en China. Het is goed voor iedereen. Kan er wat meer realiteitszin komen bij de EU? Het kolonialisme is als de art nouveau, Het is het verleden. En dat was voor sommigen misschien wel mooi maar het is definitief voorbij. Wordt wakker!


1) The Atlantic, April 2016, Jeffrey Goldberg, ‘The Obama Doctrine.’ https://www.theatlantic.com/magazine/archive/2016/04/the-obama-doctrine/471525/.

Posted on 2 Comments

“Zonder Poetin was Syrië er geweest”

Volgens de Vlaamse pater Daniël Maes, die sinds 2010 in Syrië woont, klopt er niks van de berichtgeving over de oorlog in het land. Niet president Bashar al-Assad is het probleem, maar onze eigen politici, die ISIS en Al Nusra steunen om de Syrische regering ten val te brengen. “De echte terroristenleiders zitten in het Westen en Saoedi-Arabië.”

De 79-jarige pater Daniël Maes is tijdelijk terug in zijn geboorteland België. Hij verblijft in de norbertijner abdij van het Vlaamse Postel, van waaruit hij in 2010 vertrok naar Syrië, dat toen nog niet in oorlog was. In Qara beleefde hij precaire momenten, toen in 2013 het 25.000 zielen tellende dorp werd ingenomen door een rebellenleger van 60.000 man. Nu is hij ‘op vakantie’ in België, om aan te sterken, nadat hij in Syrië zwaar ziek was geworden (‘Ik dacht: Het is gedaan’), en het eten daar niet meer kon verdragen. Maar ook om de mensen in de Lage Landen het ‘echte verhaal’ te vertellen over Syrië, omdat ze dat van de mainstream media niet te horen krijgen. Midden juni vertrekt hij weer, zijn valiezen gevuld met hulpgoederen voor de noodlijdende Syrische bevolking. 

U woont in een klooster uit de zesde eeuw na Christus, in een land ver van huis.  Hoe kwam u daar zo terecht? 

Ik kwam daar op uitnodiging van de moeder overste, zuster Agnes-Mariam. Zij is een bijzondere figuur. Ze heeft jarenlang als hippie de wereld rondgezworven. En zij heeft de gave de authenticiteit van het monnikenleven in een aangepaste stijl te brengen. Ik vond in het Mar Yakub klooster waar ik mijn hele leven mee bezig was geweest: charismatische bezieling, oecumenische openheid, het missionarissenwerk en de zorg voor de armen. Het klooster was een ruïne, toen moeder Agnes-Mariam het aantrof, en het is vanaf het jaar 2000 onder haar leiding prachtig gerestaureerd. Ik kwam er als toerist, en ik zou er als toerist weggaan, maar Agnes-Mariam vroeg mij of ik een propedeutisch jaar wilden organiseren, een voorbereiding voor de priesteropleiding, het allereerste katholieke seminarie van heel Syrië. En zo ben ik gebleven.

Wat was uw indruk van Syrië voordat de oorlog uitbrak?

Het was een prachtig land. De persoonlijke politieke vrijheden bleken niet al te groot te zijn; dat had ik wel verwacht. Maar voor het overige werd ik aangenaam verrast. Er heerste een weldadige oosterse gastvrijheid, en een rust en orde zoals wij die in eigen land nooit hebben gekend. Stelen en baldadigheden waren nagenoeg onbestaande. De vele verschillende gelovige en etnische groepen leefden harmonieus naast elkaar.

Het land had geen staatsschuld en kende geen daklozen. Integendeel, vele honderdduizenden vluchtelingen van omringende landen, zoals Irak, werden opgenomen en ook onderhouden als eigen burgers.

Het dagelijks leven was bovendien zeer goedkoop, zoals de voeding. Scholen, universiteiten en ziekenhuizen waren gratis, zelfs voor ons vreemdelingen. Ik sprak een Franse chirurg die zei dat de ziekenhuizen in Syrië beter waren dan die in Frankrijk.

Hoe is het conflict in Syrië begonnen? De heersende opinie in het Westen is dat de eerste protesten in Homs vreedzaam begonnen, en dat dat op slag veranderde door het harde optreden van de regering.

Dat is klinkklare nonsens. Ik heb met eigen ogen gezien hoe die zogenaamde volksopstand ontstaan is in Qara. Op een vrijdagavond in november  2011, onderweg naar de pastorie, waar ik was uitgenodigd, zag ik bij de centrale moskee een groep van zo’n vijftien jongeren. Ze riepen dat Assad een dictator was, en dat hij weg moest. En ik zag andere jongeren die daar foto’s van maakten. Ze maakten zoveel herrie dat het mij een unheimisch gevoel gaf. Ik meldde dat bij de pastoor, maar die wist er al van. Hij zei: ‘Sinds enige tijd komen hier mannen van buiten Syrië. Die komen herrie maken, en die nodigen dan onze jongeren uit om daar foto’s  en video’s van te maken. Als ze die aan de Al Jazeera bezorgen, dan krijgen ze daar geld voor.’

Toen waren er nog geen protesten geweest in Homs?

Het moet rond de tijd zijn geweest dat daar de protesten begonnen. De Nederlandse Pater Frans van der Lugt, die in Homs woonde, en die later daar vermoord is, heeft ook gezien en gemeld in zijn brieven dat het niet de politie was die begon met schieten, maar de terroristen die zich te midden van de demonstranten bevonden.

De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders vindt dat Assad zou moeten worden berecht door het Internationaal Strafhof in Den Haag vanwege oorlogsmisdaden. U ziet dat anders?

Die Koenders is een kleine jongen die daar staat als een koning maar niet weet dat hij geen kleren aan heeft. Iedereen met een klein beetje verstand ziet dat hij een marionet is van de Amerikanen, die precies zegt wat ze hem influisteren.

Wie de belangen van vreemde grootmachten dient om andere volken in de diepste ellende te storten, is een terroristenleider, de naam van staatsman onwaardig.

Assad heeft niks verkeerds gedaan?

Zie de gifgasaanval in Goutha, bij Damascus, in 2013, waarvan Assad onmiddellijk werd beschuldigd. Iedereen die zich daar ook maar een klein beetje in verdiept, ziet meteen dat het de terroristen waren die daar achter zaten.

Een jaar voor de gifgasaanval had Obama gezegd: ‘Het gebruik van chemische wapens is een rode lijn.’  Iedereen in de journalistiek zou toen moeten hebben gedacht: ‘Klinkt dat niet een beetje als president Bush, die indertijd zei: Binnen 48 uur moeten de massavernietigingswapens van Irak bovenkomen.’

Maar ze trapten er opnieuw in. Met veel mediaomhaal werd er een internationale onderzoekscommissie naar Damascus gestuurd, en juist toen ze waren gearriveerd, was er die enorme gifgasaanval, praktisch onder hun neus. In Ghouta nota bene, een onbewoonde streek, waar de mensen allang waren gevlucht.

En binnen twee uur verschenen er foto’s van kamers met stervende kinderen. Van Hollywood-kwaliteit. Sommige bleken lang tevoren te zijn genomen, andere twee uur na de aanval. En nergens een treurende moeder te zien.

Er waren wel ouders die hun kinderen herkenden op de foto’s. Maar die woonden niet in Ghouta, maar 200 kilometer verderop, in dorpen rondom Latakia. Twee weken voor de gifgasaanval waren hun dorpen overvallen door terroristen, en die hadden hun kinderen gekidnapt. Het waren dus gekidnapte kinderen die we op de foto’s te zien kregen, die vermoord waren om een mediastunt uit te halen. Hoe is het mogelijk dat er zoveel stomme journalisten zijn die dat niet doorhebben? U kunt het nalezen in het rapport van Moeder Agnes-Mariam.

Zijn er dan helemaal geen oorlogsmisdaden gepleegd door de Syrische autoriteiten? Amnesty International bracht in februari nog een rapport uit over massaexecuties in een gevangenis in de buurt van Damascus.

Als je als journalist wilt weten hoe het werkelijk zit, dan moet je geen rapporten van Amnesty gaan lezen, dan moet je naar het land zelf gaan. En ik vraag u: Hoe kan het dat een president die zoveel oorlogsmisdaden begaat tegen zijn eigen volk, zolang in leven kan blijven, terwijl het land vol zit van terroristen die hem naar het leven staan? En hoe kan het dat je overal in Syrië mensen ziet met de foto van Assad op de achterruit van hun auto?

De christenen, sjiieten, druzen en alawieten misschien. Maar ook de soennieten?

Absoluut. De overgrote meerderheid van de soennieten staat achter Assad. En als je in Tartus komt, waar veel soennieten wonen, dan zie je daar niet alleen foto’s van Assad, maar ook die van Poetin.

Voor het rapport van Amnesty over de Saydnaya-gevangenis zijn tientallen getuigen geïnterviewd.

Dat is vals. Het laatste verhaal is dat Assad duizenden mensen heeft gecremeerd in die gevangenis. Dat kan helemaal niet. Die is zo klein, daar kunnen nooit in zo’n korte tijd zoveel mensen zijn omgebracht.

Amnesty heeft gezegd dat ze het Amerikaanse verhaal van de crematies niet kan bevestigen.

Ze spreken het ook niet tegen. En intussen hebben de media de verdenking zo vaak herhaald, dat de mensen het zijn gaan geloven.

Hoe ziet u de rol van de journalistiek? Hoe kan het dat zij een beeld schetsen van Syrië dat u totaal niet herkent?

Daarvoor moet u het boek lezen van de Duitse journalist Udo Ulfkotte, Gekochte Journalisten.  Als je niet meegaat met de heersende opinie, het opgelegde draaiboek niet volgt, dan kom je onvermijdelijk in botsing. Dan word je buitengezet.

Maar erger vind ik nog een organisatie als Pax Christi, die in naam van kerkelijke instanties reclame maakt voor de zogenaamde ‘gematigde rebellen’, en zich daarmee totaal keert tegen de christenen in Syrië, tegen de bisschoppen en patriarchen daar. Pax Christi steunt het uitmoorden van Syrische christenen.

Ik heb een voordracht gezien van een zogenaamde Midden-Oosten expert van Pax Christi. Aan het einde van haar voordracht toonde ze haar bronnen. Die waren: Al Jazeera, Al Jazeera en Al Jazeera.

Wat betreft die journalisten: Ik begrijp het wel een beetje. Ze hebben vaak een gezin waarvoor ze moeten zorgen. Maar ik zou wel willen dat ze wat meer ruggengraat toonden.  Het zijn zakken, platbroeken, die je overal neer kunt zetten, omdat ze zelf geen enkele mening hebben.

Waarom denkt u dat zoveel landen af willen van Assad?

In 2009 heeft Qatar Bashar al-Assad gevraagd een pijpleiding aan te leggen door Syrië naar de Middellandse Zee. Assad heeft toen gezegd: Wij gaan dat niet doen want we zijn al bezig zo’n pijplijn aan te leggen met Rusland en Iran. Toen is de oorlog begonnen. Niet in 2011.

We moeten niet vergeten: Homs, waar de protesten begonnen, is een belangrijke locatie voor de doorgang van de pijpleiding. Het is geen toeval dat juist daar de gewelddadigheden begonnen, en dat de nieuwszender van Qatar, Al Jazeera, daar bovenop zat.

En de overige landen? Waarom zijn zij Assad vijandig gezind?

Voor het Westen is het onaanvaardbaar dat Syrië nog een van de weinige landen is met een bank die onafhankelijk is, en dat het land geen staatsschuld had en dus niet ‘gered’ hoefde te worden.

En de Turken die willen gewoonweg het Ottomaanse rijk terug. Het is ook schandalig wat ze in Aleppo hebben gedaan. Aleppo was het economische hart van Syrië. De Turken hebben daar in een paar dagen tijden alle fabrieken ontmanteld en meegenomen naar Turkije.

Israël is ook een hele belangrijke motor achter het conflict. De zionisten willen een pure joodse staat van de Nijl tot de Eufraat. Ze willen dat Syrië in kleine staatjes uiteen valt, en dat die staatjes elkaar gaan bevechten. Divide et empera.  Verdeel en heers.

De Israëli’s bombarderen in Syrië, ze verplegen gewonde terroristen en ze leveren wapens.

Ik denk dat het zionisme even slecht is voor het jodendom als ISIS voor de islam. Maar laten we dat maar niet hardop zeggen, want dan is men voor veel protestanten in Nederland de duivel zelve.

De Israeli’s zeggen dat ze zich in het conflict mengen vanwege de aanwezigheid van milities van Hezbollah.

Dat is waar. Maar Hezbollah is één van de mooiste verzetsbewegingen die er bestaan. Ik heb jongemannen van Hezbollah gesproken, en zij zeggen: ‘Wij zijn ontstaan toen de zionisten onze families kwamen verjagen en uitmoorden. En wij helpen daarom degenen die op dezelfde wijze zo onderdrukt worden’.

U zegt zelfs dat u uw leven te danken heeft aan Hezbollah.

Het is mede dankzij Hezbollah dat zoveel christenen en andere Syriërs nog in leven zijn.  Ze zijn ons op de moeilijkste momenten te hulp geschoten. En hetzelfde geldt voor het Syrische leger en de Russen. Als Poetin niet gekomen was in 2015, dan had Syrië zeker niet meer bestaan.

Van de Russen wordt gezegd dat ze zich in het conflict hebben gemengd om hun positie in Syrië te verdedigen.

Er zal zeker eigenbelang bijzitten. Maar Poetin is ook iemand die de christenen wil verdedigen. En hij wil ook een multipolaire wereldorde, waarin niet één land, Amerika, alles bepaalt. Het ergert Poetin dat de Amerikanen zich niks aantrekken van internationale regels. Ze plegen een staatsgreep in Oekraïne, en zijn dan nog zo brutaal om te zeggen dat de Russen zo agressief reageren.

Syrië is een soeverein land. Dat is wat Poetin benadrukt. Hij zegt ook: Wij zijn er niet ter bescherming van Assad, maar ter bescherming van de Syrische staat.

De Russen zijn de enigen die, met toestemming van de Syrische regering, militair aanwezig zijn in Syrië. Wat doen de Belgische en Nederlandse F16’s daar? Die hebben er niks te zoeken. Zij werken mee aan de vernietiging van een land.

Het Westen zegt ISIS te bestrijden. Maar u betwijfelt dat?

U herinnert zich vast nog de Hollywoodopnamen van ISIS die Syrië binnenreed, een eindeloze colonne van gloednieuwe Toyota’s, dwars door de woestijn. Die zouden toch in een half uur opgeruimd moeten zijn geweest als het Westen dat werkelijk gewild had? Maar dat is niet gebeurd hè? En van wie hadden ze die Toyota’s? Ga dat maar eens uitzoeken.

Wat we wel steeds horen is dat ISIS bij vergissing wapens in handen krijgt die bedoeld zijn voor de gematigden, en dat bij vergissing het Syrische regeringsleger wordt gebombardeerd. En hier en daar wordt dan misschien nog eens een ISIS-strijder getroffen, maar dat zijn meer de uitzonderingen.

Christenen vormen een minderheid in Syrië. Hoe zien zij het geweld van ISIS, Al Nusra en andere groeperingen? Als een probleem van de islam?

In de eerste plaats zien zij het als een politiek middel van het Westen, om Syrië te ontwrichten en een regeringswissel te brengen. En niet alleen de christenen, ook de moslims in Syrië zien dat zo. Zij schamen zich voor ISIS en Al Nusra. Zij zeggen: ‘Dat is niet de islam.’

Hoe ziet u zelf het geweld binnen de islam?

De islam is dubbelzinnig. In de Koran staan hele mooie verzen over de vrede. Maar in de Koran staat ook dat de ongelovigen, dus de niet-moslims, afgemaakt moeten worden.

De Bijbel en de Torah zijn ook niet vrij van geweld.

Dat is zo. Maar de onvolmaaktheden van het Oude Testament komen tot ontplooiing in het Nieuwe Testament. En van de Koran zou je kunnen zeggen: het is het Oude Testament zonder de geest van het Nieuwe Testament.

Jezus zei: ‘Ik kom niet om de vrede te brengen, maar het zwaard.’

Als jij iemand met het zwaard doodt of verwondt, dan zal in heel de christenheid niemand zeggen: ‘Die man volgt het evangelie.’ Maar als een moslim zichzelf opblaast midden in een grote groep mensen, dan zijn er helaas moslims die zeggen: ‘Ik zou dat eigenlijk ook moeten doen, maar ik heb de moed niet.’

Maar uw ervaringen met moslims in Syrië zijn overwegend positief?

Ik ben door moslims altijd even gastvrij ontvangen als door christenen. Syrië is een seculiere staat. Syriërs zien zichzelf in de eerste plaats als Syriër, en daarna pas als christen, soenniet, druz, alaviet of sjiiet. Je ziet dat ook in de regering. Daar zie je ministers van diverse religies. Iedereen mag zichzelf zijn. De harmonieuze samenwerking van bevolkingsgroepen is altijd kenmerkend geweest voor Syrië. Ze zien zichzelf als één familie.

Ik heb zelfs een kolonel meegemaakt van het Syrische leger, die mij vroeg of ik hem wilde zegenen voordat hij naar Aleppo vertrok. Dat was een soenniet.

Hoe denken christenen in Syrië over de steun die westerse regeringen geven aan gewapende groeperingen?

Ze lijden eronder dat hun geloofsgenoten in het Westen niet solidair zijn met ze. Ze begrijpen het ook niet.

Misschien zijn er in Syrië ook christenen die het juist toejuichen dat het Westen bepaalde gewapende groepen steunt?

Ik ken ze niet. Maar als u ernaar op zoek gaat, zult u ze misschien vinden. Er zijn altijd en overal uitzonderingen op de regel. Maar de doorsnee Syriër moet daar niets van hebben.

Heeft u contact gehad in België of in Nederland met politici?

Met Herman van Rompuy, in 2012, toen hij voorzitter was van de Europese Raad. Ik had de indruk dat hij nauwelijks wist waar Syrië lag. Het enige wat hij over Syrië dacht te weten, had hij uit rapporten die het land omschreven als de vreselijkste dictatuur ter wereld. Die ontmoeting heeft mij echt ontgoocheld. Ik vertelde hem dat mijn ervaring was dat Assad gesteund werd door brede lagen van de bevolking, ook door de soennieten. Maar het leek alsof die man dat ervoer als heiligschennis. Ik had sterk de indruk dat hij vooral bezig was met de vraag: ‘Hoe voorkom ik dat ik op die 28 paar tenen ga staan in de Europese Raad?’

Pieter Omtzigt van het CDA heb ik vorig jaar ontmoet. Die weet werkelijk wat er gaande is en is ook bereid zich in te zetten.

Ik heb begrepen: In Nederland hebben de christelijke partijen gestemd voor een motie om de steun te staken aan het Vrije Syrische Leger. Maar de PVV heeft tegen gestemd. Begrijpt u dat? Is dat omdat zij zionisten zijn? Als je tegen de radicale islam bent, waarom stem je dan voor het steunen van islamitische terroristen in Syrië?

Veel Syriërs zijn gevlucht naar Libanon en naar gebieden in Syrië die onder controle zijn van de Syrische staat. Wat onderscheidt deze vluchtelingen van degenen die  naar het Westen vluchten?

Iedereen die de kans had te vluchten naar gebieden die door het regeringsleger gecontroleerd werden, heeft dat gedaan. Uitgezonderd degenen die geen toekomst meer zagen in Syrië.

Er is kritiek op Syrische jongemannen die naar het Westen gevlucht zijn. Daarover wordt gezegd: Waarom zijn die gevlucht? Waarom vechten ze niet terug?

Het is een georganiseerde ontwrichting. Die jongemannen zijn naar Europa gelokt, want Europa moet geïslamiseerd worden.

Kan iedere jongeman dienst nemen in het Syrische leger? Bestaat er een dienstplicht?

Jazeker. Alleen wie vluchten ontkomen daaraan. Daar staat tegenover dat veel oudere mannen zich vrijwillig hebben aangemeld.

Het Westen leidt een boycot tegen Syrië. Hoe houden de Syriërs zich desondanks in leven?

Veel komt het land binnen via liefdadigheid. Maar ik heb tot mijn verbazing, net voor mijn vertrek uit Syrië, medicamenten gezien die in Aleppo gemaakt waren. Dus ondanks alle verwoesting daar zijn ze er toch weer in geslaagd opnieuw te beginnen.

In een eerder interview sprak u de hoop uit dat president Donald Trump voor verandering zou zorgen van het Amerikaanse beleid. Bent u nog steeds zo hoopvol gestemd over hem?

Trump zei tijdens zijn verkiezingscampagne wat elk verstandig mens in zijn plaats gezegd zou hebben: ‘We moeten stoppen met wapens leveren aan rebellen, want we weten niet wie het zijn. Laten we stoppen met interveniëren in soevereine landen. En laten we samen met Rusland het terrorisme bestrijden.’

Dat was hoopvol. Maar intussen is hij in de greep gekomen van de Deep State, de werkelijke machthebbers in het land. Hij heeft die raketten afgevuurd op dat militaire vliegveld in Syrië. Waarschijnlijk onder druk van de Deep State. Desondanks heeft hij de Syriërs verwittigd. Zodat er weinig schade is aangericht. De meeste vliegtuigen waren al weggehaald. En de helft van de raketten was niet eens aangekomen. De dag erna was het vliegveld alweer operationeel.

U bent nu op vakantie in België. Gaat u met een gerust hart terug naar Syrië? U heeft er benauwde momenten doorgemaakt.

In 2013 werd Qara ingenomen door een leger van 60.000 terroristen. Ze liepen schietend door de stad. We hebben ons toen verstopt in de kelder van het klooster. Na een week werden ze verdreven door het Syrische leger. Die waren maar met 200 man! Maar toch sloegen de terroristen op de vlucht, terug naar Libanon, de ene groep na de andere. Dat was omdat ze geen sterk geheel vormden. Ze bestreden elkaar. Toch is er geen enkele menselijke verklaring voor waarom ze met zulk een overmacht het klooster niet hebben ingenomen.

U bent toen niet bang geweest?

De meesten van ons hebben geen enkele vrees gehad, zelfs niet op de momenten dat we dachten: Het is gedaan. We hadden ook geen tijd om ons zorgen te maken, omdat er kinderen en vrouwen en zwakken van gestel waren om wie we moesten denken. Er is zelf nog een kind geboren bij ons. Iedereen was erg bekommerd om elkaar. De kinderen moesten bezig gehouden worden. We deden spelletjes, we hebben gebeden en gezongen. We hadden na een paar dagen geen water meer, maar nog wel melk. En aan het einde van de week begon het te sneeuwen. Dat was het begin van het einde van de belegering.


Noot van de redactie: Aanvankelijk is per abuis een ongecorrigeerde versie van het interview gepubliceerd. Om 10.37 uur is derhalve een aantal kleine correcties gedaan.

Posted on

Kroniek van instabiliteit: de Belgische politiek sinds 1999

Voor vele buitenstaanders is de Belgische politiek een eigenaardig gegeven. Een federale staat, waarbij de federale regering desondanks geen hiërarchische superioriteit kent tegenover de deelstaten. Waar de bevoegdheden niet in hun geheel verdeeld zijn over de deelgemeenschappen, waardoor wetgeving over hetzelfde onderwerp op elk niveau kan verschillen. Desondanks is het toch ook geen confederale staat en pleit de grootste partij van Vlaanderen, de N-VA, voor een confederaal systeem met uitzicht op een onafhankelijk Vlaanderen. Daarnaast heb je nog het Vlaams Belang dat pleit voor een directe opdeling van België en ook een sterk anti-islam discours heeft. Beiden pleiten wel om na onafhankelijkheid een voorkeursband op te bouwen met Nederland. Nederland, dat in de beweging achter beide partijen regelmatig vermeld wordt als “het verloren vaderland”.

In het boek “De wissel van de macht” schrijf journalist Marc Van de Looverbosch de kroniek neer van de vorige 17 jaar aan partijpolitiek. De verkiezingen van 1999 kenden immers een politieke aardverschuiving die we vandaag nog voelen. Dé staatspartij sinds mensenheugenis, de Christelijke Volkspartij (CVP, later CD&V), wordt van de macht gedreven door een coalitie van liberalen, socialisten en groenen. De Vlaams-nationalisten, een unieke toevoeging aan de partijpolitiek in dit surrealistische land, zijn verdeeld over het Vlaams Belang en de Volksunie (cfr. supra) die samen net een goede 15% van de stemmen halen.

De Vlaams-nationalisten

Zonder in te diep detail in te gaan op de Belgische/Vlaamse politiek, dat vereist immers enkele boeken, kan men stellen dat, net als in Nederland, een politieke aardverschuiving plaatsvond in de stervensjaren van paars. Waar Nederland Pim Fortuyn kende en vandaag Geert Wilders, wordt België nog altijd gespleten door de strijd tussen Vlaanderen en een Franstalige elite. Zelfs in katholieke pro-life kringen kan men deze spanning voelen waarbij een Franstalige elite zich cultureel superieur vindt aan de Nederlandstaligen. In België wordt dit de Vlaams-Waalse tegenstelling genoemd omdat Wallonië ook Franstalig is en opgejut wordt tegen Vlaanderen door deze elite (en gemakshalve zal ik het in deze boekbespreking ook zo noemen).

Toen Paars-groen in 1999 aan de macht kwam, kende Vlaanderen één georganiseerde uitgesproken rechtse Vlaams-nationalistische partij: het Vlaams Blok. Zij haalden bij de verkiezingen in 1999 15 zetels in het federale (Belgische) parlement. Daarnaast had je nog de Volksunie in kartel met het progressieve ID. In zijn beginjaren was de Volksunie dé partij geweest voor de Vlaams-nationalisten die zich, na collaboratie in WOII, terug politiek verenigden. Het Vlaams Blok scheurde zich daaruit af na het federaliseren van België. In 1999 was de Volksunie een partijtje geworden van 8 federale zetels. In de jaren daarna zou zij uiteenspatten waarbij de leden zich over alle andere politieke partijen verspreidden. Van het uitgesproken rechtse Vlaams Blok tot en met het extreem-linkse Groen. Daarnaast zagen nog twee partijen het licht op de ruïnes van de Volksunie: SPIRIT (Sociaal Progressief Internationaal Regionalistisch Integraal-democratisch Toekomstgericht) en de N-VA (Nieuw-Vlaamse Alliantie). In 2003 kwam de N-VA voor het eerst op en slaagde ze erin om enkel in de provincie West-Vlaanderen 5% te halen. In 2014 zou ze over gans Vlaanderen 32,5% halen en 33 zetels. Een opmars ongezien in de geschiedenis van Vlaanderen.

Kamer-1978-2014

Het boek heeft als onderwerp deze ongeziene opmars, maar slaagt er nooit echt in om deze opmars te duiden. De N-VA ontstaat uit de Volksunie, de N-VA gaat even in kartel met de christendemocraten, het kartel spat uit elkaar en opeens zijn ze de grootste partij. Geen analyse van het waarom, de verschuiving in de geesten naar het Vlaams-nationalistische discours en dat duidelijk omdat het inzicht daarin ontbreekt. Er is geen regel geschreven over de interne dynamiek van de Vlaamse Beweging, die wel effectief een rol speelt in de mentaliteit van bepaalde keuzes van partijpolitieke toppers. Zo vermeldt de schrijver dat N-VA kopstuk, en momenteel Minister van Binnenlandse Zaken, Jan Jambon naar de partijpolitiek overstapt vanuit de Vlaamse Volksbeweging. Wat die beweging wil, wat ze doet, dat blijft ver in het ongewisse.

Inzicht in de geest van een journalist

Voor wie de geschiedenis wil lezen van wat er in Vlaanderen op partijpolitiek vlak gebeurd is de laatste 17 jaar is dit boek een goede opfrisser met enkele leuke anekdotes. Tegelijkertijd, en op dat vlak misschien zelfs interessanter, geeft het een inzicht in de leefwereld van een journalist voor de traditionele media.  De kennis van het intern functioneren van het CD&V[1], en in mindere mate de SP.a[2] en VLD[3], lijkt goed Marc Van de Looverbosch goed te kennen. Of toch althans bij de vorige generatie “staatsdragenden”. Vanaf het moment dat een nieuwe generatie politici verschijnt gaat zijn kennis er op achteruit. Zijn afkeer van het Vlaams Belang druipt van de pagina’s en zijn stuk over de interne crisis in die partij had hij dan ook beter terloops vermeld dan het éénzijdige verhaal dat er nu instaat. De reden daarvoor, los van ideologische afkeer, is dezelfde reden als waarom hij amper iets schrijft over interne werking bij Groen of de N-VA: hij kent en begrijpt die partijen en interne krachten niet.

Men ziet het in de opbouw van het boek zelf. Twee derde van het boek gaat diep in op interne partijpolitieke twisten van de staatspartijen. De “getuigen”, politici die hij aan het woord laat, dateren ook allemaal uit deze periode op twee uitzonderingen: Yves Leterme (CD&V) en Bart De Wever (N-VA). Zodra de N-VA aan zijn opmars begint, en het Vlaams Belang een diepe crisis ingaat, worden de anekdotes korter en minder sappig. Slaagt de journalist er niet in om door te dringen in het netwerk van de politici die dan aan de macht komen? Of zit hij, wat ik vermoed, zodanig verstard in zijn eigen kringen dat hij gewoon geen enkele manier kent om in de geest en achtergrond van die politici te kruipen? Bij een overwinning van het Vlaams Blok in het verleden riep een VRT-journalist ooit verbaasd uit “Maar vanwaar komen die Vlaams Blok kiezers? Ik ken er geen enkele!”

Vooral dat laatste is interessant met betrekking tot enerzijds journalisten en anderzijds alles dat een band heeft met de Vlaamse Beweging en/of bewegingen en organisaties die niet traditioneel staatsdragend zijn (ook de groene beweging valt hier onder). Journalisten begrijpen ze niet, gaan af op wat anderen erover schrijven (hun tegenstanders dus) en geloven dan ook dat de karikatuur de werkelijkheid is. Al zijn er ondertussen meer journalisten bijgekomen met banden in de groene beweging, het aantal dat nog meer een minimum interesse toont in de gedachtewereld van de Vlaamse Beweging is nog steeds minimaal. Meerdere keren wordt in het boek dan ook duidelijk dat traditionele journalisten en politici functioneren in een ons-kent-ons-sfeer waarbij zij regelmatig met elkaar op restaurant gaan, bij elkaar thuis afspreken en zich reuze amuseren met elkaar in spelletjes allerhande. Waarbij telkens natuurlijk de drank ook rijkelijk vloeit. Nieuwe partijen worden door deze journalisten dan ook als indringers gezien.

Sappige anekdotes

Nochtans kan ik wel enkele leuke dingen vertellen zonder ooit journalist te zijn geweest. Toen Yves Leterme zijn eerste, gefaalde, poging waagde om een regering te vormen, wou hij dit zakelijk aanpakken. Op tafel tijdens de besprekingen stond water en culinair was er niet veel te verwachten. Waarop de excellenties de kamers afschuimden op zoek naar voedsel. Zeker de liberale politici, die naar traditie niet meer in staat waren tot constructief onderhandelen na de middag wegens een onderlinge competitie sterke drank gieten, blonken hier in uit. Uiteindelijk vond men ergens diepvriespizza’s die men dan nog met de autosleutels van een excellentie heeft moeten snijden. Tot ze het genoeg vonden en de onderhandelingen ronduit platlegden zodat er deftig gegeten en gedronken kon worden (onder dat laatste werd geen frisdrank, maar de betere whisky gerekend).

Of die keer dat voormalig Europees president Herman Van Rompuy bijna België had opgeblazen. Zijn zoon, die bijna lid was geworden van de Nationalistische Studentenvereniging NSV!, had voor hem enkele teksten afgedrukt over separatisme. Vlamingen en Franstaligen vergaderden apart en in één van de pauzes haalde Van Rompuy deze bundel papieren boven. Niet om de boel op te blazen, maar om te tonen hoe zelfs zijn zoon meegesleept werd. Hij las er enkele stukken uit voor ter illustratie. Niet geweten bij de Vlaamse onderhandelaars was dat er een Franstalige politicus op dat moment aan het rondwandelen was en net dit stuk opving. In een draf liep hij terug naar de Franstalige kant om daar met het nodige drama aan te kondigen dat de Vlamingen de boel gingen opblazen. Een probleem dat overigens sneller uitgeklaard was dan de catering.

Conclusie

Desondanks een lovenswaardig boek. Politiek-historisch gezien om de grote gebeurtenissen (vanuit een puur partijpolitiek kader) te herlezen. Sociologisch om het isolement van journalisten te zien die het merendeel van de tijd niet van slechte wil zijn, maar gewoon niet begrijpen hoe bepaalde niet-staatsdragende bewegingen denken. Die tevens zodanig persoonlijk verbonden zijn met politici dat zij elke nieuwe partij te ver verwijderd van deze denkwereld als een vijandig element zien.

LooverboschOok een interessant gegeven is dat dit een boek is met de nadruk op de Belgische federale politiek. Desondanks zou je vaak denken dat die politiek bestaat uit Vlaamse partijen met af en toe een Franstalige die uit het niets opduikt. Ook gesprekken met andere journalisten die genoemd worden, tonen aan dat de denk- en leefwereld van Vlamingen en Franstaligen volledig gescheiden verlopen. Ministers van Franstalige partijen duiken op, waarbij zelfs de journalist in kwestie moet toegeven dat hij geen idee heeft waar die opeens vandaan komen. Franstalige journalisten die aan hun Vlaamse collega’s moeten gaan vragen wat de politieke eisen van de Vlaamse partijen nu eigenlijk zijn. Vlaamse politici en Franstalige politici die via tussenpersonen aan elkaars contactgegevens moeten komen. Partijvoorzitters van “zusterpartijen” die met elkaar niet meer door één deur kunnen. Zo kan je de relatie tussen de Nederlandstalige en Franstalige christendemocraten vergelijken als die tussen een olifant en een walvis. Er zal in het verleden wel iets gemeenschappelijks zijn, maar hun leefwerelden en eigenheden zijn volledig veranderd.

Een aanrader voor wie wil zien wat er in België gebeurd is sinds Paars in de context van de traditionele partijen en een beetje die nieuwe partij, de N-VA. Verwacht echter geen diepgaande analyse of inzicht in het hoe en het waarom hiervan. Veel verder dan “de mensen zijn Paars beu” krijg je helaas niet.

N.a.v: Marc van de Looverbosch, De wissel van de macht. Kroniek van een Wetstraatwatcher (Tielt: Lannoo, 2015) paperback, 520 pagina’s.

__________

[1] De christendemocraten. In Nederland het CDA.

[2] De sociaaldemocraten. In Nederland de PvdA. In Vlaanderen is er ook een PVDA, maar die is vergelijkbaar met de Nederlandse SP. Kwestie om in één taalgebied toch een Babylonische spraakverwarring te kunnen hebben.

[3] De liberaal-democraten. In Nederland de VVD.

Posted on Leave a comment

Controleurs: 1 miljard EU-ontwikkelingshulp Congo verspild

Congo Rapport EU-steun - Novini

In de afgelopen jaren is minstens € 1 miljard aan EU-steun verloren gegaan in de Democratische Republiek Congo (DRC). Dat meldden controleurs van de Europese Rekenkamer in Luxemburg gisteren in een rapport.

Congo Rapport EU-steun - Novini
€ 1,9 miljard is besteed aan hulpprojecten in Congo. Groen staat voor behaalde doelen, oranje en rood voor “zwakke” en “geen” resultaten.

De controleurs hebben 16 verschillende projecten geëvalueerd die tussen 2001 en 2013 plaats vonden in Congo, ter waarde van  zo’n € 1,9 miljard. Minder dan de helft van de projecten voldoet aan de verwachtingen. Bovendien geldt zelfs voor de projecten die wel tot resultaten hebben geleid, dat die resultaten na het project weer zouden verdwijnen. “Duurzaamheid is een onrealistisch perspectief in de meeste gevallen” aldus het rapport (pdf).

Voorbeelden
Als voorbeeld wordt genoemd dat de EU bijgedragen heeft aan een gerechtshof en gevangenissen in het oosten van Congo, maar “het aantal geplande gebouwen was simpelweg te groot en de Congolese autoriteiten hebben geen geld… om ze in stand te houden.”

In 2005 werd geholpen bij het opzetten, uitrusten en trainen van een politie-eenheid van ongeveer 1.000 man, maar “toen we kwamen kijken in 2012, was er geen spoor van die politie-eenheid te bekennen …er was niets van terug te vinden”.

Het rapport concludeert dan ook dat de effectiviteit van de EU-steun voor goed bestuur aan Congo beperkt is. De steun is in de meeste gevallen georganiseerd op basis van een goede strategie gericht op Goed Bestuur. Er zijn hier en daar ook resultaten behaald. De plannen zijn echter vaak te ambitieus, daarnaast onderschatten de Europese Commissie en de Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO) volgens het rapport de risico’s van corruptie. De afwezigheid van politieke wil, fraude en corruptie en de donor-gedreven dynamiek van het programma (dus aanbod gestuurd en niet op basis van de vraag uit Congo) en het niet op tijd ingrijpen/sturen heeft er toe geleid dat veel projecten niet zijn geslaagd.

Conclusies
Het rapport stelt dat als de EU blijft doorgaan met het steunen van Congo er gewerkt moet worden aan doeltreffendheid van hulp, het stellen van realistische, haalbare doelen en er concrete eisen gesteld moeten worden aan de Congolese autoriteiten ten aanzien van de naleving van overeengekomen voorwaarden.

Het rapport treedt niet in de vraag of de EU überhaupt door moet gaan met het steunen van Congo, dat is immers een politieke afweging. In het rapport wordt ook niet ingegaan op de vraag hoeveel geld er door corruptie is weg gelekt en waar dat gebleven is. De Rekenkamer concludeerde in juni ook al dat circa € 1 miljard EU-steun voor Egypte in 2011-2013 verdween in een zwart gat, dat vooral te wijten was aan de corrupte overheid van Egypte. 

De in Luxemburg gevestigde Rekenkamer is bekend om zijn kritische rapporten als het gaat over de EU-boekhouding. Voorzitter van de Raad Herman van Rompuy gaf in zijn toespraak van 13 september aan dat dit negatieve berichtgeving over de EU in hand werkt. Hij riep de rekenkamer op om hier rekening mee te houden.

Posted on Leave a comment

De staat van de Unie

Donderdag 7 maart jongstleden vond in de Tweede Kamer een debat plaats over de staat van de Europese Unie, waarbij ook diverse Nederlandse europarlementariërs zich tot de kamer richtten. Zo ook Peter van Dalen, europarlementariër voor de ChristenUnie (Europese Conservatieven en Hervormers, ECR). Hieronder zijn speech:

Hoe staat de Europese Unie ?

Mijn favoriete schrijver is Erich Maria Remarque. Zijn bekendste boek is “Im Westen nichts Neues”. Dit boek is door de nazi’s verbrand. Het boek bericht over een generatie die door de oorlog werd vernietigd. Èn het boek bericht over de generatie die ontkwam aan de granaten!

erich-maria-remarque-1898-1970-german-everettEr bleef immers ook een generatie in leven. Maar hoe? In een Europa zonder werk; een Europa met honger; een Europa vol vluchtelingen; een Europa waar het bezit van een paspoort het verschil maakte tussen leven en dood.

Dàt Europa kennen we niet meer. Daar mogen we God voor danken. Ons Europa is al meer dan 65 jaar verschoond van een grote oorlog. In ons Europa kunnen personen, goederen, diensten en kapitaal vrij reizen. In ons Europa werken we samen om te kunnen eten en in vrijheid te leven.

Maar ons Europa staat onder grote druk. We hebben een munt die ons de kop kan gaan kosten. Euroleiders als Draghi bedenken constructies die nauwelijks nog te begrijpen zijn. Schuldenbergen worden tot onvoorstelbare hoogten opgetast. En Van Rompuy, Barroso en Verhofstadt roepen: meer, méér Europa, dan komt alles goed.

Erich Maria Remarque wees in zijn béste boek op “Der schwarze Obelisk”. Een concentratiepunt van macht. In zijn tijd een concentratiepunt van donkere, zwarte macht.

Ik trek de parallel met “ein weisser Obelisk”. Een concentratiepunt van witte macht in Brussel. Op het oog liefelijk en aantrekkelijk. Maar toch: geconcentreerde macht.

Hamvraag is dan: “Waar is de tegenmacht?” Ik zeg u: zéér zeker níet in het Europese Parlement. Daar lopen de grote fracties als duffe schapen achter die witte macht aan. Ze willen niets liever dan hun dorst lessen bij die macht.

Ik richt mij tot dìt parlement. En op de Kamer aan de overzijde. Wees die tegenmacht!  Gebruik die gele- en oranje kaart procedure. Wees kritisch!

En tegen dit Kabinet zeg ik: draag David Cameron voor de Karelsprijs voor! Dat zeg ik niet omdat ik met zijn partijgenoten in één en dezelfde Europese fractie zit. Ik zeg dit omdat Cameron de juiste vragen stelt. Hij vraagt: hoe staat de unie? Wat moet Brussel doen, wat kan Brussel minder doen, wat doen de hoofdsteden zelf? En hij geeft antwoord op die vragen.

Waarom zijn die vragen en antwoorden nodig? Om die witte obelisk van tegenmacht te voorzien, en om burgers weer te betrekken bij Europa. Opdat burgers zien dat Europa een zegen kan zijn, en geen vloek wordt! Ja dàn stáát de unie!

Posted on 3 Comments

Eurobeleid Van Rompuy ontbeert realiteitszin

Van Rompuy, president van Europa

Je zou denken dat men in de EU leert van de historie. Maar elke keer weer blijkt het tegendeel. Men denkt juist dat intensivering van de problemen uit het verleden de oplossing biedt. De burgers willen minder EU en minder overheid. De EU wil juist meer budget. Burgers zien met angst en beven hoe de belastingen elke keer omhoog gaan en vragen terecht om verlaging. De EU wil juist een eigen belasting introduceren. In dit artikel wil ik focussen op de keuze rond de eurocrisis. Ook daar zie je keuzes die niet gedragen worden door de bevolking. Ongetwijfeld krijgen we vroeg of laat de rekening gepresenteerd. Laten we hopen dat de EU gaat leren van het verleden.

In de eurocrisis zijn er volgens mij maar drie keuzes. Het eerste scenario is een transferunie en betekent kort gezegd dat de landen die economisch op orde zijn moeten betalen voor de landen die de boel hebben laten versloffen. Helaas zitten we midden in dit scenario. De aanname bij het Verdrag van Maastricht was dat de eurolanden zouden convergeren naar een vergelijkbaar economisch niveau. De kern is de balans tussen export en import. Als er meer geëxporteerd wordt dan geïmporteerd, dan wordt er geld verdiend. Is het omgekeerde het geval, dan moet er geld bij. Voor de eurolanden werd ervan uitgegaan dat ze zich zo zouden ontwikkelen dat ze hun eigen broek op konden gaan houden. Dan is er dus geen transferunie nodig. Wat is sinds die tijd gebleken? Dat dit volstrekt is mislukt. Dat is overigens niet verwonderlijk. Destijds heeft de SGP ook al aangegeven dat het een illusie is om te denken dat landen voldoende convergeren en mede daarom tegen de euro gestemd.

Redenerend vanuit die transferunie, kun je twee kanten op. Je kunt proberen het gebrek aan convergentie te repareren door niet alleen maatregelen te nemen waardoor men zich aan het tekort en de norm voor de staatsschuld houdt, maar ook structurele maatregelen te nemen opdat die convergentie wel optreedt. Denk aan zorgen voor effectieve belastingheffing, het opheffen van belemmeringen op de arbeidsmarkt en het voorkomen van monopolieposities. Daarmee zit je in scenario 2. Ik hoor Partij van de Arbeid, VVD, CDA, D66 daarvoor pleiten. Ze  geloven daar echt in. Nu is geloven een groot goed in de samenleving, maar als je op dit terrein naar de feiten kijkt, moet je wel een heel sterk geloof hebben. Kijk naar de cijfers over de economische ontwikkelingen sinds de invoering van de euro. Je ziet dan geen convergentie naar een vergelijkbaar niveau. Integendeel zelfs. Je  ziet divergentie, ook na alle maatregelen die we in de afgelopen jaren hebben genomen..

Dat is ook logisch. Kijk naar de beschikbaarheid van natuurlijke hulpbronnen, dan zie je dat daar gigantische verschillen zijn tussen landen. Let op de aard van de bedrijvigheid, dan kan het niet anders dan dat het ene land meer exporteert dan het andere. Kijk naar de arbeidsmentaliteit en verwacht dan maar eens een vergelijkbare productiviteit van arbeid. Kijk naar de beschikbaarheid van arbeidskrachten, bijvoorbeeld als gevolg van verschillen in vergrijzing, en bereken dan eens wat dat betekent voor verschillen in economische groei. Het is gewoon onvoorstelbaar dat de eurolanden naar een vergelijkbaar niveau zullen toegroeien.

"De visie van ‘Europapresident’ Van Rompuy en het kabinet, die denken dat je er met één munt komt, is absoluut geen oplossing voor de lange termijn."

Daarmee kom je in scenario 3, waarin je uitgaat van de realiteit van divergentie. Je kunt daarbij wel degelijk landen bij elkaar voegen op basis van hun economische kracht. Op zijn minst heb je dan een groep sterke landen en een groep minder sterke landen. En als je meerdere groepen hebt, zul je óf een transferunie hebben óf een eigen munt voor die groepen. Ik ben het ermee eens dat je daar op korte termijn niet met alle landen naartoe kunt, maar de visie van ‘Europapresident’ Van Rompuy en de kabinetsvisie, die denken dat je er met één munt komt, is absoluut geen oplossing voor de lange termijn.

Mijn conclusie is dat het rapport van Van Rompuy in de papierversnipperaar mag. Het heeft ons zeer verbaasd dat hij niet uitgaat van de inherente verschillen in verdiencapaciteit, terwijl er geen sprake is van een serieuze convergentie. Als je de kwaal niet helder aanwijst, zal de remedie ook falen. In één klap naar nieuwe munten levert teveel onzekerheid op. Maar organisch daarnaar toegroeien kan wel. Laten we beginnen met Griekenland. Dat is beter voor ons, maar ook voor de Grieken zelf. Hen aan het euroinfuus houden, leidt niet tot genezing van de patiënt.

De SGP vindt het rapport van de Brusselse luchtfietser Van Rompuy dus geen goede gids voor de toekomst van de eurozone. Wij pleiten voor een koers die de werkelijkheid als vertrekpunt neemt. Er zijn gewoon inherente verschillen tussen eurolanden en die verschillen moeten op langere termijn ook hun beslag krijgen in verschillende munten. Wie dit scenario niet serieus neemt, zal blijven vergaderen over de toekomst van de euro. Laten we stoppen met eindeloos vergaderen, leren van het verleden, en de problemen nu eindelijk eens echt aanpakken.

Posted on Leave a comment

Geloven in Europa

Maandag 10 december kreeg de Europese Unie de Nobelprijs voor de Vrede uitgereikt. Al 65 jaar lang geen oorlog meer in de lidstaten of tussen lidstaten, dat verdient toch wel een prijs, zou je zeggen. Van Rompuy, Barroso en Schulz vinden van wel. Een mediamomentje met positief nieuws sla je immers niet af.

Europa heeft een moeilijke tijd achter de rug. Een periode die niemand aan zag komen. Natuurlijk wilden we met z’n allen graag de euro en natuurlijk wilden we samenwerking tussen lidstaten bevorderen, want het ging allemaal crescendo. Zo was ongeveer de stemming rond de millenniumwisseling.

In de juichende sfeer mag er blijkbaar best wat mis gaan. Griekenland, dat vreemde cijfers inlevert? Ach, het zij zo. En Duitsland en Frankrijk, die knoeien met de drieprocentnorm? Niet fraai, maar de intenties zijn toch goed. Wel vervelend trouwens, dat die Nederlandse en Franse burgers tegen het verdrag van Lissabon stemmen, misschien nog maar iets beter de voordelen van de Europese Unie uitleggen. Tot zover ging het allemaal nog wel redelijk. Natuurlijk, er verdwenen wat wolkjes aan de stralende hemel, maar de economische groei vergoedde veel.

Eind 2012 is het allemaal anders. De kleine wolkjes zijn uitgegroeid tot een zwarte wolkenlucht die laag hangt. En over economische groei durft niemand meer te praten, Duitsland uitgezonderd. Het scenario voor de Europese Unie en de afzonderlijke lidstaten ziet er voor de komende jaren ook niet gelijk uit om te juichen.

Je zou verwachten dat de Europese leiders dat sentiment aanvoelen en zich gaan beraden op de toekomst van de EU. Maar dat gebeurt nou net niet. Kom niet aan het grote project. Durf niet te tornen aan de toren van Babel. De EU is religie geworden. In tijden van onzekerheid krabt iedereen zich achter de oren. Wat kan anders, kan het wiel opnieuw uitgevonden worden, is er een mogelijkheid om in te dikken, hoe kosten te besparen? In Brussel geldt deze wet niet. Er kan, er mag niks anders, want de Europese Unie moet vooruit. Indikken is onmogelijk, laat staan kostenbesparing. En dus wordt met veel bravoure een begroting gepresenteerd waarop opnieuw hogere uitgaven staan. Omdat het kan, nee, omdat het moet.

Toch is dat raar, dat geloof in de EU. Want de bevolkingen van de lidstaten staan sceptisch tegenover verdere Europese integratie. Als leiders de afgelopen jaren iets hebben geleerd, is het wel om het volk serieus te nemen. Ook verschillende regeringsleiders twijfelen openlijk aan de Europese Unie. Wie werkelijk gelooft in Europa, durft onder ogen te zien dat er ook schaduwzijden zijn aan Europese integratie. Echte gelovigen doen aan zelfonderzoek. Jammer dat zelfs dat de Europese leiders niet gegeven is.

Posted on Leave a comment

Inzetten op federaal Europa is spelen met vuur

De filosoof Ad Verbrugge heeft het in zijn boek ‘Een tijd van onbehagen’ over het democratisch tekort. Hij haalt de communistische bureaucraten aan die hun eigen positie legitimeerden met een beroep op hun kundige toewijding aan de heilsstaat. Hij schrijft vervolgens: “zo legitimeren veel Europese bureaucraten zichzelf met het argument dat zij degenen zijn die op grond van hun deskundigheid en toewijding aan Europa het recht hebben de onwetende en vaak ook onwillige massa voor te gaan in het proces van eenwording.”

Het proces dat Verbrugge beschrijft is in korte tijd – opnieuw – werkelijkheid geworden. De EU wordt – onder druk van de eurocrisis – in hoog tempo verbouwd. We stevenen met sneltreinvaart af op een soort Verenigde Staten van Europa. Van gedeelde markt, via open grenzen en gedeelde munt, naar politieke eenheid. Voor sommige politici was dit vanaf het allereerste begin het droomscenario. Maar wil de burger dit wel? En is dit realiseerbaar? De eurocrisis laat feitelijk zien hoe enorm groot de verschillen tussen de Europese landen zijn: de cultuurverschillen, de sociaal-economische verschillen, de historisch-strategische allianties, de talen, de religies en de opvattingen over het goede leven. De Europese unie is geen staat en Europeanen zijn geen volk van eenheid.

Een federaal Europa is volgens de SGP onwenselijk en irreëel. Het is ook spelen met vuur om in te zetten op een federaal Europa zonder voldoende draagvlak onder de bevolking. Dat leidt vroeg of laat tot botsingen, tot opstand van burgers tegen de gevestigde orde, in welke vorm dan ook. De opkomst van radicale partijen in Griekenland is ook zonder twijfel denkbaar in andere Europese landen. En wie kijkt naar onlusten in nabij gelegen landen en zelfs in eigen land, ziet hoe snel de controle verloren kan gaan. In feite groeit niet alleen de tegenstand bij de Griekse bevolking die door de EU aan Griekenland wordt opgedrongen, maar tevens de weerstand bij degenen die dat moeten betalen in Noord-Europa. De betalers willen niet betalen. De ontvangers willen niet ontvangen onder de condities die de betalers eisen.

Je zou verwachten dat politici dan kiezen voor oplossingen die door het volk gedragen kunnen worden. Het tegendeel is het geval. Het volk begrijpt niet meer wat men allemaal voor technische oplossingen uit de kast haalt. Maar het volk ziet wel het risico toenemen op een blijvende transferunie van Noord naar Zuid. Ten diepste ziet men haarscherp dat het vluchten in techniek een poging is om te verbloemen dat de politiek niet durft te kiezen voor de echte oplossing. Namelijk de omvang van de muntunie af te stemmen op de onderliggende krachtsverhoudingen. Toe te werken naar een EU van tenminste twee snelheden. En landen af te straffen die zich niet aan de afspraken houden. En dus juist niet schuld kwijtschelden als men zich niet aan de afspraken houdt, zoals nu in het geval van Griekenland voorgesteld wordt.

Wie niet teruggaat naar de kern van het probleem, één munt past niet bij landen met grote verschillen in onderliggende verdiencapaciteit, lost het probleem nooit op. Die kan het hooguit verbloemen. Met miljarden aan steun. Niet eenmalig, maar structureel. Slechts als de verwachting zou zijn dat landen gaan convergeren naar een zelfde niveau van verdiencapaciteit, is tijdelijke steun nodig. Maar, zo vraag ik de Minister, wat is het bewijs dat dat een reële verwachting is? Is dit niet juist de fout die destijds gemaakt is door aan te nemen dat convergentie plaats zou vinden. En bewijzen niet alle ontwikkelingen sindsdien dat die convergentie er gewoon niet is?

Wat voorgesteld wordt is het tegendeel van draagvlak creëren. De inverse van legitimiteit. Zo wordt steeds meer macht gelegd bij instituties die géén democratische legitimatie kennen. Denk slechts aan de cruciale rol die de Europese Centrale Bank speelt. Telkens weer moet het financiële systeem gered worden van een complete impasse. Vaak door de geldpers ongelimiteerd aan te zetten. En dat terwijl zelfs de regeringsleiders er formeel geen zeggenschap over hebben. Maar de rekening komt wel bij de nationale ministeries van Financiën en dus bij de burger op de mat. In directe zin door de risico’s die men loopt op leningen die nooit terugbetaald kunnen worden. In indirecte zin doordat inflatie aangewakkerd wordt.

Nu stelt Van Rompuy zelfs voor te gaan werken met contracten tussen lidstaten en eurozone-fondsen. Het heeft de sfeer van moeilijkheden omzeilen. Met deze contracten kan voorkomen worden dat unanimiteit nodig is. Wordt, zo vraag ik de Minister, daarmee feitelijk niet juist de democratische legitimiteit ondermijnd?

Wat ook problematisch is vanuit democratisch oogpunt, is de stapsgewijze opbouw van de maatregelen. Wat enkele maanden geleden ondenkbaar was, staat nu op de agenda. Waarvan nu gezegd wordt dat het kabinet er niet voor is, zoals de financiële transactietaks, het overdragen van bevoegdheden ten aanzien van pensioenen en belastingen en eurobonds, komt ongetwijfeld terug in de nabije toekomst. Zo ging het de afgelopen twee jaar en zo zal het blijven gaan. Zo wordt het volk elke keer stapje voor stapje meegenomen. Tot we zover in de schulden zitten, dat er letterlijk geen weg meer terug is.

Natuurlijk moeten we acute problemen het hoofd bieden. Maar perspectief ontstaat pas als de lange termijnoplossing aansluit bij het onderliggende probleem. Het voorstel van het IMF, lonen en inflatie omhoog, is dan de wereld op zijn kop. Omdat met één munt aanpassing van het prijspeil in de landen die het slecht doen te pijnlijk zou zijn, moeten landen die het goed doen hun prijzen verhogen. Die kant moet het niet op. Maar als we dan een echte oplossing willen, pak dan ook door en groei toe naar een EU van minstens twee snelheden. Zo niet, dan blijft het dweilen met de kraan open.

Posted on Leave a comment

Euromagnaten kiezen marionet

De afgelopen maanden berichtten de kranten bijna dagelijks over de te kiezen “President”. Door het gestelde profiel waaraan de president moet voldoen als; “eurofiel, geen mening, kleurloos” vielen kandidaten als Blair (eigen mening) en Balkenende (te bijdehand) al vrij snel af. De Belgische MP Van Rompuy leek al vrij snel de beste kandidaat te zijn.

Philip Claeys, Europarlementariër voor Vlaams Belang gaf in het Europees Parlement een korte uiteenzetting naar het waarom: “Het gemarchandeer over de aanstelling van de president van de Raad is bepaald niet verheffend. We maken het nu bijvoorbeeld mee dat in België de kandidatuur van premier Herman Van Rompuy verdedigd wordt met als argument dat hij onopvallend is, dat hij weinig vijanden heeft en dat hij goed is in het vinden van compromissen. Wie een kunstmatig land als België kan regeren, kan dat ook in Europa, zo luidt de achterliggende redenering.

Welnu, niemand in Europa heeft er belang bij dat de Europese Unie evolueert tot een soort België in het groot. Herman Van Rompuy is trouwens geen eerste minister die echt regeert. De Belgische constructie valt niet meer te regeren, en zo komt het dat Van Rompuy eerder een soort conciërge van het status-quo is, een behartiger van lopende zaken.”

De oorspronkelijk erfelijke titel van de Poolse koning werd eeuwen geleden een gekozen ambt. Het stemrecht berustte bij de magnaten en de adel, die de kroon bij voorkeur aan iemand van buiten het land toekenden in plaats van aan iemand uit hun midden. Dit uit angst dat hij te machtig zou worden. De verkiezing van zo’n koning was vaak het toneel van vriendjespolitiek om iemand op de troon te krijgen die men gunstig gezind was.

Het Poolse systeem leverde één voortreffelijke koning; één hopeloze mislukking; twee waardeloze nietsnutten; drie redelijk goede koningen die een spoor van ellende nalieten en nog wat marionetten waarvan men het bestaan niet eens meer herinnert.

Onze nieuwe “Euro president” kan nog niet eens in de schaduw staan van een Poolse koning, aangezien hij officieel slechts “voorzitter” van de Raad van de Europese Unie is, heeft hij maar naar de pijpen van zijn opdrachtgevers, de regeringsleiders, te dansen.

Het systeem in Polen bleek een drama. Het Belgische conciërge systeem hangt ook aan dunne draden. Als dit de situatie is die we gaan mee maken in de Europese Unie, staat ons nog heel wat te wachten. Het referendum met Nederlands nee is simpelweg overruled door het verdrag van Lissabon. Wij zitten niet te wachten op een Verenigde Staten van Europa met een nietszeggend gezicht.

Balkenende gaf na zijn nederlaag aan niet teleurgesteld te zijn. “Teleurgesteld ben je alleen als je iets wilt.” Wel Jan Peter, wij hadden je de baan graag gegund, maar nu moet je weer volop regeren en met de uitdagingen die Nederland het hoofd moet bieden, de strijd aanbinden. Laat zien wat je wilt!