Posted on

Het vrije verkeer en de uitbuiting van vrachtwagenchauffeurs

vrachtwagenchauffeurs

Een uithangbord van de Europese Unie is het zogeheten vrije verkeer van goederen en diensten tussen de lidstaten. Het wegennet van Europa fungeert daarbij als vatenstelsel en duizenden vrachtauto’s als het levensbloed van de Europese economie. Hoewel deze branche wezenlijk bijdraagt aan een stabiele en florerende economie, heersen er voor vrachtwagenchauffeurs slechte werkomstandigheden. 

Een reportage die op 8 oktober 2018 in het Duitse dagblad Tagesspiegel verscheen, schetst de omvang van de zaak. Expeditiebedrijven in West-Europa kunnen steeds moeilijker chauffeurs vinden, terwijl de vraag steeds verder toeneemt. Volgens het jaarverslag van het Deutsche Speditions- und Logistikverband is er een tekort van liefst 45.000 vrachtwagenchauffeurs. En de tendens is dat dit aantal toeneemt.

Vrachtwagenchauffeurs werven buiten Europese Unie

Om deze vraag te dekken oriënteert de branche zich in toenemende mate op Oost-Europa. Vanwege stijgende sociale standaarden wordt het werk daar echter ook minder gewild. Zodoende halen Oost-Europese dochterbedrijven of onderaannemers een trucje uit. Ze werven voor de werkzaamheden toenemend buiten de Europese Unie mensen aan. Velen van hen komen uit landen als Moldavië, Oekraïne, Wit-Rusland, Rusland en Kazachstan. Voor hen lijkt het werk wel lucratief. Zo bedraagt het Oekraïense minimumloon omgerekend 100 Euro per maand. In Duitsland ligt het echter bij circa 1.500 euro.

Oost-Europees minimumloon aantrekkelijk

Hoewel de Oost-Europese bedrijven meestal voor West-Europese bedrijven werken, krijgen de vrachtwagenchauffeurs die zij in dienst hebben slechts het minimumloon van de Oost-Europese landen waar de bedrijven gevestigd zijn. In Polen is dat bijvoorbeeld slechts 500 Euro per maand. Veel van deze vrachtwagenchauffeurs zijn echter vanaf hun aanstelling nauwelijks in Polen onderweg, maar vooral in West-Europa.

Besparen op personeelskosten

Maar ze vallen ook onder de fiscale en sociale wetgeving van de Oost-Europese landen. Voor de expeditiebedrijven is dat goed zaken doen. Zo kost het aanstellen van een chauffeur in Oost-Europa 14.000 à 20.000 Euro per jaar. In Duitsland zouden de bedrijven met zo’n 46.000 Euro per jaar moeten rekenen.

De branche bespaart kortom op de personeelskosten, oftewel op het personeel dat het tegelijk zo moeilijk krijgen kan. In plaats van aantrekkelijke voorwaarden voor dit zware werk te scheppen, werft de branche dumping-loonwerkers buiten de Europese Unie.

Arbeidsomstandigheden vrachtwagenchauffeurs

Ook voor de chauffeurs uit derde landen is dit niet onproblematisch. Zo moeten vrachtwagenchauffeurs die lange afstanden rijden na twee weken minstens 48 uur rusten. Deze rust mag bijvoorbeeld in België niet in de cabine plaatsvinden. In Duitsland wordt dit echter getolereerd. Worden overtredingen wel beboet, trekt men ze dikwijls van het loon af. Dat deze vrachtwagenchauffeurs zich zodoende dikwijls in een precaire hygiënische toestand bevinden behoeft geen toelichting.

Posted on

“Belasting is diefstal”

Het is ieders morele plicht zo weinig mogelijk belasting te betalen, vindt belastingadviseur Toine Manders.  “Er is geen principieel verschil tussen belasting en roof.”

‘De koning van de belastingontwijking’ wordt hij wel genoemd, of ‘belastingridder’ door het zakenblad Quote. Ruim twintig jaar hielp Toine Manders kleine en middelgrote ondernemers in Nederland met het behalen van fiscale voordelen in belastingparadijzen. In 2014 werd hij op Cyprus gearresteerd op verdenking van het leiden van een illegaal trustkantoor. Hij bracht drieënhalve maand door in voorlopige hechtenis. De HJC Group, waaronder het trustkantoor HJC Cyprus en het Haags Juristen College (HJC) in Den Haag, waaraan hij sinds 1994 verbonden was, hield op te bestaan. Na ruim vierenhalf jaar is het wachten nog steeds op een rechtszaak, en dus is er nog geen enkele schuld bewezen.

Met Nozick Consulting in Zoetermeer heeft Manders zijn werk weer opgepakt. Nog steeds helpt hij het midden- en kleinbedrijf met het zoeken naar ‘creatieve oplossingen die forse besparingen opleveren’.

Omdat Manders’ naam genoemd wordt in de Panama Papers werd hij vorig jaar verhoord door de Parlementaire Ondervragingscommissie Fiscale Constructies. Fragmenten van zijn verhoor gingen viral op sociale media, en dan vooral het fragment waarin hij commissielid Renske Leijten van de SP de les las over de DDR-ideologie die hij bij haar meende te bespeuren.

Manders is meer dan een handige jongen die van belastingontwijking zijn beroep heeft weten te maken. Zijn werk is voor hem als een roeping. Als overtuigd libertariër streeft hij naar een zo klein mogelijke overheid en de afschaffing van alle belastingen. Om dit te bereiken, zet hij zich al sinds de jaren negentig in voor de Libertarische Partij (LP). Hij was voorzitter en politiek leider, en vertegenwoordigt de partij thans internationaal. Als vice-voorzitter geeft hij leiding aan de internationale koepel van libertarische partijen, the International Alliance of Libertarian Parties.

Een gesprek over onder meer postbusfirma’s op de Amsterdamse Zuidas, liberalen van de VVD die geen echte liberalen zijn, naamgenoot Toine Manders van 50Plus, de grijze draaischijftelefoon van de PTT, het Zwitserse bankgeheim, Amerikaanse robberbarons, de Europese Unie die belastingadviseurs dwingt ‘NSB’er’ te worden, de VS als ‘welfare-warfare-police state’ – en Nederlandse belastingambtenaren ‘zonder humor’en met ‘lange tenen’ die je zonder pardon in ‘een hok’ stoppen als je ze te slim af bent en de spot met ze drijft.

Belasting is diefstal. Hoezo? 

Je spreekt van diefstal als je eigendom je wordt afgenomen. Je spreekt van roof als dat gebeurt onder bedreiging van geweld. Er is geen verschil tussen belasting en roof. Want wat gebeurt er als de staat belasting heft? Dan wordt je eigendom van je afgenomen. Eerst krijg je een brief waarin je bevolen wordt geld af te staan, en als je daar niet op reageert, krijg je brieven die steeds dreigender worden. Als je dan nog steeds niet reageert, komt er iemand langs met het doel om spullen van je af te nemen. Als je die niet binnenlaat, dan komt hij terug met iemand die een pistool draagt of met twee mensen die een pistool dragen. Dan wordt er ingebroken in je huis en worden jouw spullen tegen jouw wil meegenomen. Als je je daar tegen verzet, ben je strafbaar en word je opgesloten in een hok. Als je probeert deze gang van zaken te voorkomen door geen aangifte te doen, dan ben je ook strafbaar, want op het niet doen van aangifte staat vier jaar gevangenisstraf. Dan kom je ook in een hok. Dat is dus hoe de staat aan haar geld komt.

U roept mensen op belasting te ontwijken, niet te ontduiken. Wat is het verschil? 

Belastingontduiking is het besparen van belasting door de wet te overtreden. Belastingontwijking is het besparen van belasting binnen de grenzen van de wet. Je maakt dan dus gebruik van de wettelijke mogelijkheden die er zijn. Denis Healey, voormalig Brits minister van Financiën, heeft gezegd: “Het verschil tussen belastingontduiking en belastingontwijking is de dikte van een gevangenismuur.” Ik heb die slogan vaak gebruikt tijdens mijn seminars. Maar inmiddels mogen we vaststellen dat ook als je wel degelijk binnen de grenzen van de wet blijft het toch kan gebeuren dat je aan de verkeerde kant van de gevangenismuur terecht komt. De staat heeft zich wat dat betreft een slechte verliezer getoond.

Voor u mag het verschil dan duidelijk zijn. Maar kennelijk zien het Openbaar Ministerie (OM) en de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst (FIOD) het anders. 

Dat zou betekenen dat er bij het OM en de FIOD hele eerlijke, nette, goed bedoelende mensen zijn, die oprecht dachten dat wat ik deed in strijd met de wet was. Maar ik denk niet dat dat zo is. Want er was geen bewijs en er is geen bewijs. We zijn na mijn ontvoering in januari 2014 inmiddels ruim vierenhalf jaar verder. Ze hebben tien FIOD-ambtenaren op een vliegtuig naar Cyprus gezet en alles platgelegd, computers, papieren, dossiers meegenomen, een aantal medewerkers als verdachten aangemerkt, zodat mensen bang werden en stopten met werken, en het bedrijf dezelfde dag nog werd gesloten. Ze hebben vierenhalf jaar de tijd gehad alle dossiers door te pluizen. Ze beschikken over alle cliëntengegevens, alle structuren die waren opgezet, verslagen van gesprekken die zijn gevoerd met meer dan tienduizend cliënten en potentiële cliënten. Maar tot de dag van vandaag is er nog steeds geen enkele cliënt en zelfs geen enkele potentiële client veroordeeld of überhaupt vervolgd voor belastingontduiking, witwassen of andere vergrijpen.

Velen zullen zeggen: het heffen van belastingen is volkomen legitiem, want zo hebben we het met elkaar afgesproken. Het is democratisch verankerd. Er is geen meerderheid in Tweede Kamer tegen belastingheffing.

Zo hebben we het met elkaar afgesproken? Dat hebben we helemaal niet zo met elkaar afgesproken. Ik heb die afspraak niet gemaakt. Kunt u zich herinneren die afspraak te hebben gemaakt? Het sociaal contract is een mythe, of beter gezegd, een leugen.

Het argument van de democratie, dat het democratisch is besloten, dat de meeste stemmen gelden, gaat ook niet op. Als je op straat twee rovers tegen het lijf loopt die zeggen: “We houden een verkiezing of je wel of niet beroofd moet worden”, en ze stemmen vervolgens met z’n tweeën voor, en jij stemt tegen, en ze zeggen dan: “Je hebt verloren, want de meeste stemmen gelden en we nemen nu jouw portemonnee af” – dan is het toch nog steeds niet gerechtvaardigd? En of die bende nu bestaat uit twee, tien, honderd of tien miljoen, het maakt voor het principe niets uit. Het principe is: Je mag niet iemands lichaam of eigendom schenden. Ieder mens heeft recht op zijn eigen lichaam en eigendom zolang hij geen inbreuk maakt op iemand anders lichaam of eigendom. De overheid schendt dat principe, op verschillende manieren, onder meer door belastingheffing en de militaire dienstplicht die nog steeds niet is afgeschaft. Ook al staat de meerderheid daar achter, dat maakt niet uit. Of iets democratisch besloten is, zegt helemaal niets over de rechtmatigheid van de daad.

Stel dat we in Nederland nog een stelsel hadden van referenda, en er zou een referendum worden gehouden over het belastingstelsel. Zou de meerderheid dan voor afschaffing stemmen?

Ik denk niet dat de meerderheid zou stemmen voor volledige afschaffing. Maar dat heeft een achtergrond.  De gemiddelde burger merkt weinig van hoge belastingdruk in Nederland. Dat komt doordat vrijwel alle belastingen worden geheven via de ondernemer, die dat maar moet doorberekenen in lagere lonen en hogere prijzen. Loonbelasting, sociale premies, BTW, accijnzen,  invoerrechten, enzovoort.

Ik herinner mij dat ik jaren geleden een artikel las over de tien grootste ergernissen van de gemiddelde Nederlander. Bovenaan stonden de gemeentelijke belastingen. Ik was heel even verbaasd.  Maar toen viel het kwartje. Het is zo’n beetje de enige belasting die niet via de ondernemer wordt geheven, maar rechtstreeks bij de belastingbetaler zelf, waarbij hij jaarlijks een enveloppe aantreft op de deurmat, met daarin een brief waarin niet staat “U krijgt geld terug”, maar waarin staat “U moet geld overmaken”. Blijkbaar maakt dat een enorm psychologisch verschil.

Ik voorspel dat er een belastingopstand zou uitbreken als belastingen die nu via de ondernemer worden geheven van het ene op het andere jaar rechtstreeks werden geheven bij de burger zelf. Mensen zouden razend en ziedend worden. Nederland heeft net als de VS haar bestaan te danken aan een belastingopstand. Nederlanders hebben een tachtigjarige oorlog gevoerd vanwege de tiende penning, die de Spaanse bezetter ons had opgelegd. Dat was een soort BTW van 10 procent.

Dus stel dat alle belastingen direct werden geheven bij de burger en er dan een referendum zou worden gehouden over belastingheffing, dan denk ik niet dat we meteen naar nul zouden gaan, maar wel dat de belastingdruk extreem veel lager zou worden dan deze nu is.  De meeste mensen denken dat belastingheffing een noodzakelijk kwaad is en dat we niet zonder kunnen.

Hoe verklaart u dat mensen denken dat we niet zonder belastingen kunnen?

Dat komt door al die met belastinggeld gesubsidieerde scholen, universiteiten en media. We zijn van generatie op generatie naar staatsscholen gegaan, met leraren die iedere maand een salaris krijgen van de overheid, en ons daarom van jongs af aan hebben geleerd dat we heel blij moeten zijn dat we leven in zo’n prachtig land als Nederland, waar we van de wieg tot aan het graf worden verzorgd, met gratis onderwijs, gezondheidszorg, wegen, enzovoort.  Zoals het spreekwoord zegt: “Wiens brood men eet, diens woord men spreekt.” 

In dictaturen mogen docenten zich verheugen in de bijzondere belangstelling van de machthebbers. Als je te overheidskritisch bent dan word je in het gunstigste geval ontslagen, en in het slechtste geval beland je in een kamp of onder de grond. Dat heeft een reden: docenten hebben een grote invloed op de publieke opinie, en dat is omdat ze les geven aan jonge mensen. Zolang mensen jong zijn, zijn ze heel plooibaar. Daar gebruiken machthebbers de stok, hier de wortel, en dat werkt veel beter: onze docenten zijn true believers.

Dat er nog geen belastingopstand is uitgebroken, zal er ook mee te maken hebben dat de overheid haar inkomsten aanwendt voor voorzieningen waar iedereen van profiteert, zoals onderwijs, gezondheidszorg en een wegennet. 

De tegenprestatie die de overheid levert, rechtvaardigt nog niet dat ze belasting heft. Het is en het blijft roof. Als we het argument serieus nemen, van “Je krijgt er toch iets voor terug?”, dan zou de melkboer ook ongevraagd melk bij je op de stoep kunnen zetten, en je een gepeperde rekening kunnen sturen, en dan kunnen zeggen: “U moet betalen, want ik heb u melk geleverd.” Een betaling mag je verlangen op basis van een overeenkomst, of als je schade is berokkend. Je kunt niet zeggen: “Ik heb geld nodig, dus u moet mij betalen in ruil voor een tegenprestatie die ik u ongevraagd lever.”

Nederlanders die moeite hebben met de hoge belastingdruk, zou voor de voeten geworpen kunnen  worden: Er is niemand die je verplicht in Nederland te blijven. 

Ja, je mag toch weg? Dat is een drogreden waar de meeste mensen intrappen. Als we dat argument serieus nemen dan zou de maffia op Sicilië ook kunnen zeggen: “Bevalt het je niet protectiegeld te betalen? We dwingen je niet om hier te blijven wonen.” Of dan zouden inbrekers in mijn huis ook kunnen zeggen: “Bevalt het je niet dat we je spulletjes meenemen? Je hoeft hier niet te blijven. Je mag weg.” Het punt is hier echter: die inbrekers zijn niet de rechtmatige eigenaren van mijn huis. Dat ben ikzelf. Dus ik hoef niet weg. Zij moeten weg. Zij hebben niets te zoeken in mijn huis. Idem dito voor de maffia op Sicilië. Zij zijn niet de rechtmatige eigenaren van Sicilië. Dus als zij een winkelier bedreigen voor protectiegeld, hoeft die winkelier niet weg. Die maffiosi moeten weg, want die hebben niets te zoeken in die winkel.

Onze huizen en winkels bevinden zich wel op het grondgebied van de Staat der Nederlanden.

De impliciete aanname van dat argument is dat de staat rechtmatig eigenaar is van alle grond, en dus alle regels mag maken op haar grond die ze maar wil. Maar dat is niet zo. De staat is nooit op een rechtmatige manier aan grond gekomen. De staat is ontstaan door roversbendes die door een gebied trokken. Die vielen een dorp binnen, de mannen werden vermoord, de vrouwen werden verkracht, het dorp werd geplunderd en in brand gestoken, en dan gingen ze door naar het volgende dorp. Totdat ze tot het inzicht kwamen: “Eigenlijk zijn we stom bezig, want als je eenmaal zo’n dorp veroverd hebt, dan kun je het toch beter gewoon bezet houden in plaats van iedereen vermoorden.” En dan dus niet eenmalig plunderen, maar structureel plunderen. Bij iedere oogst een deel van de oogst opeisen, en iedere keer als er iets verdiend wordt afpersen. Zo is het feodalisme ontstaan. De roverhoofdman werd de koning en de koning gaf zichzelf het recht belasting te heffen. Hij delegeerde de belastingheffing aan de adel en de adel stuurde mensen met zwaarden langs bij het gepeupel om belasting te heffen. Zo is de staat ontstaan. Op basis van roof. Wat ik dus tegen inbrekers mag zeggen, “Ik ga niet weg, jullie moeten weg”,  zou ik ook tegen de staat moeten kunnen zeggen.

U stelt dat het niet alleen moreel verwerpelijk is dat mensen gedwongen worden belasting te betalen, maar ook dat belastingheffing schade toebrengt. 

Zo is dat. Veel geld wordt uitgegeven aan dingen die beter überhaupt niet gedaan zouden moeten worden, zoals het voeren van oorlogen, het doden van onschuldige mensen in andere landen. De overgrote meerderheid van de libertariërs is non-interventionalist. Zij vinden dat een leger alleen mag verdedigen. Zij zijn mordicus tegen wat Amerika doet: het spelen van politieman van de wereld, soldaten sturen naar andere landen om even orde op zaken te stellen, terwijl het dan meestal een chaos wordt, zoals we hebben gezien in Irak en Libië.

In eigen land brengt de staat productieve mensen schade toe. Hoe productiever mensen zijn, hoe zwaarder ze worden belast, hoe meer ze wordt afgepakt. Wat de staat ook doet is een enorm leger van ambtenaren inhuren die voortdurend bezig zijn met het verzinnen van nieuwe regels. Het maakt voor hun niet uit dat de regeldruk al veel te hoog is. Zij zijn er voor ingehuurd om die regels te maken, dus vinden ze altijd wel iets om nieuwe regels voor te maken. Het is ook een soort vicieuze cirkel. Stap één is: de staat veroorzaakt een probleem door interventie. Stap twee is: politici en hun ambtenaren gaan nadenken over de oplossing van dit probleem. Ze vinden altijd wel een oplossing en die is eigenlijk altijd dezelfde: er moeten nog meer regels komen, want er waren er toch nog te weinig. De staat moet nog meer ingrijpen, nog meer uitgeven en er moeten nog meer ambtenaren komen. Samengevat: geef ons meer geld, geef ons meer macht, en dan lossen wij het probleem voor u op.

Al sinds het begin van de 20ste eeuw is de trend bijna altijd: een grotere overheid, meer regels, hogere staatsuitgaven, meer ambtenaren. Maar problemen worden daarmee helemaal niet opgelost, ze worden alleen maar erger. Een jaar lang word je dus schade toegebracht, je wordt als een kind behandeld, er word je van alles verboden en je wordt overal toe verplicht, en vervolgens moet je je meesters ook nog eens precies gaan vertellen wat je hebt verdiend, en plus minus de helft aan ze afstaan voor de wederdienst, de tegenprestatie die ze je hebben geleverd. De Amerikaanse libertariër Lysander Spooner zei: “Wat de staat doet is nog erger dan een struikrover die jou berooft. De struikrover laat je met rust nadat hij je heeft beroofd. Na de beroving ben  je weer vrij. Hij schrijft je niet de wet voor, vertelt je niet wat je wel en wat je niet moet doen.”

Welke problemen veroorzaakt de staat volgens u?

De overheid voert bijvoorbeeld maximumhuren en minimumlonen in, verklaart cao-lonen algemeen verbindend of stelt minimumprijzen voor melk en boter vast. Wat krijg je dan? Een verstoring van de markt. Vraag en aanbod raken uit balans. Want wat gebeurt er bij een minimumprijs voor melk en boter? Mensen gaan minder melk en boter gebruiken, maar de boeren gaan juist meer melk en boter produceren, want ze krijgen er een mooie hoge prijs voor. Met het gevolg dat er een boterberg en een melkplas ontstaan, en deze uiteindelijk gedumpt worden in de Derde Wereld.

Er is ook een enorme boete op lonen, op arbeid. Daardoor houden mensen zo weinig over. De staat zegt dan: “Jullie zijn zo zielig, jullie hebben zo weinig geld om van te leven, weet je wat? We voeren een minimumloon in en verklaren de cao-afspraken algemeen verbindend.” Het gevolg daarvan is niet alleen dat die mensen meer geld overhouden. Het gevolg is dat ze werkloos worden. Want op het moment dat iemand door de hoge belastingen het minimumloon niet kan waarmaken, een werknemer meer kost dan oplevert, dan wordt hij eenvoudig niet aangenomen.

Niet alleen overschotten, ook tekorten worden per definitie door de overheid veroorzaakt. Woningnood ontstaat doordat de staat maximumprijzen vaststelt. De wachtlijsten in de zorg ontstaan door maximumprijzen voor de zorg.

U heeft in een lezing gezegd: “Het komt voor dat de staat wel dingen doet die nuttig zijn.” Hoe moeten die dan worden betaald? Niet uit belastingheffing?

De staat besteedt ons belastinggeld inderdaad ook aan nuttige dingen, zoals zorg, onderwijs, politie, rechtspraak, infrastructuur, defensie en telecommunicatie. Maar ook daarmee moet ze ophouden. Juist omdat het veel te belangrijk is om aan de staat over te laten. Laat ik het voorbeeld geven van telecommunicatie. Want dat is een terrein waar de staat toevallig een stap terug heeft gedaan. Ze  heeft haar monopolie beëindigd. Telecommunicatie is begonnen als particulier initiatief. De telegraaf en telefoon zijn particuliere uitvindingen. Telecommunicatiebedrijven waren particulier en concurrerend. Op een gegeven moment heeft de staat het gemonopoliseerd en concurrentie verboden. Dat remde de innovatie. U herinnert zich waarschijnlijk de grijze draaischijftelefoon? Die is in de jaren ’50 ontworpen. Sinds de jaren ’60 moesten alle Nederlanders die een telefoon wilden er verplicht eentje huren van staatmonopolist PTT. Toen het monopolie werd opgeheven, in de jaren ’90, hadden we nog steeds diezelfde telefoon, maar we mochten eindelijk ook een andere telefoon gaan gebruiken. Sindsdien hebben we een enorme inhaalslag gezien op het vlak van innovatie. Nu hebben we telefoons die in feite computers zijn en die meer kunnen dan de computer waarmee mensen naar de maan gingen in 1969. De kosten zijn ook dramatisch gedaald. Vroeger toen het monopolie nog bestond, betaalde je drie gulden per minuut om naar Amerika te bellen en 19 gulden naar Afrika of Azië. Dus als je emigreerde ging je er van uit dat je nooit meer gebeld zou worden door je familie, want dat was te duur. Nu kun je voor 1, 2 of 3 eurocent per minuut de hele wereld bellen, vaak zelfs gratis met Skype en andere services.

Ook op andere terreinen ziet u graag dat de overheid zich volledig terugtrekt?

Telecommunicatie is een voorbeeld van iets waarbij mensen met eigen ogen hebben gezien dat het beter kan zonder staatsmonopolie. Maar toch trekken ze dan niet de conclusie dat het ook wel eens zou kunnen gelden voor zorg, onderwijs en infrastructuur. Terwijl daar precies hetzelfde voor geldt. Toen ik begin jaren ’90 pleitte voor het einde van het monopolie op de telecommunicatie zeiden mensen: “Dat kan helemaal niet. Want bellen doe je via een lijn onder de grond en je gaat dan toch niet twee, drie, vier lijnen naast elkaar leggen? Het is een natuurlijk monopolie, en dat moet dan wel een staatsmonopolie zijn, want als een particuliere organisatie een monopolie krijgt dan kunnen ze vragen wat ze willen en worden we allemaal straatarm.” Zo denkt men dus nog steeds over monopolies. Als ik pleit voor het afschaffen van het monopolie op zorg, onderwijs of infrastructuur, dan zeggen mensen: “Belachelijk, dat kan helemaal niet.”

Je kunt toch wel kiezen naar welke school je kinderen gaan, welk ziekenhuis jou behandelt of wie jouw zorgkosten verzekert?

Dat klopt. Er is een heel klein beetje keuzevrijheid. Nederland is ook zeker niet het ergste land ter wereld. Er is onderzoek gedaan naar het niveau van economische vrijheid in 160 verschillende landen, en Nederland staat meestal in de top 20. Als je kijkt naar persoonlijke vrijheid, staan we zelfs in de top 5. Begrijp me niet verkeerd: Nederland is ziek. Maar de meeste landen zijn nog veel zieker dan wij. Maar dat we minder ziek zijn is geen reden om zelfgenoegzaam achterover te leunen. Als je ziek bent wil je gezond worden.

In hoeverre kan de staat zich terugtrekken? Politie, leger en rechtspraak zijn moeilijk voorstelbaar zonder overheid en belastingbetalers.

Dat is inderdaad voor veel mensen heel moeilijk te begrijpen. Voor libertariërs zijn dat ook de laatste staatsmonopolies waarvan ze afscheid willen nemen. Toch zijn die monopolies al voor een deel verdwenen. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de rechtspraak, dan zie je dat heel veel bedrijven arbitrage met elkaar afspreken. Ze leggen contractueel vast dat als ze een geschil met elkaar krijgen ze dat niet voorleggen aan de staatsrechter maar aan een arbitragecommissie. Waarom? Omdat een zaak winnen bij een staatsrechter heel veel meer tijd en geld kost dan een zaak verliezen bij een arbiter.

U bent kritisch over de Europese Unie. Hoe past dat binnen de libertarische filosofie?

Tot circa 1992 was er een ontwikkeling van het wegnemen van barrières, het verlagen en afschaffen van invoerrechten en invoerquota. De slogan was: ‘Vrij verkeer van goederen, diensten, kapitaal en personen, vrijheid van vestiging’. Dat waren stappen in de goede richting. Rond 1992 was dat project grotendeels afgerond, maar in plaats dat de eurocraten zeiden: “Stuur ons naar huis”, zeiden ze: “Nu gaan we de volgende fase in.” Eerst kregen we de economische eenwording, nu krijgen we de politieke eenwording. We gaan harmoniseren: een minimumtarief invoeren voor de BTW, een gemeenschappelijke grondslag voor de vennootschapsbelasting, een minimumtarief voor de vennootschapsbelasting. Dan is er dus geen ontsnapping meer mogelijk. Dan is het niet meer mogelijk om met de voeten te stemmen door in België te gaan wonen. De Nederlandse overheid en andere overheden van EU-lidstaten kunnen dan op belastinggebied niet meer met elkaar concurreren in het voordeel van hun eigen burgers. Het is dan een soort kartel geworden van belasting heffende politici.

We leven in een wereld met zo’n tweehonderd staten. Niet zo lang geleden, na de Tweede Wereldoorlog, waren het er tachtig. Ik zie dat als een vooruitgang. Hoe meer staten, hoe kleiner het grondoppervlak. Ideaal zou zijn als de grootste staat Liechtenstein was. Dat is nu de kleinste staat ter wereld, met 35.000 inwoners, maar ook de rijkste, gecorrigeerd voor koopkracht. Miniatuurstaatjes zoals Liechtenstein, Monaco, Luxemburg, Andorra, San Marino, Singapore en in zekere zin ook Hong Kong hebben met elkaar gemeen dat ze het heel goed doen. Ze scoren zwaar bovengemiddeld in alle internationale vergelijkingen. De mensen daar zijn vrijer, hebben een hogere levensverwachting en een hoger welvaartsniveau. Hetzelfde zie je bij de belastingparadijzen: Bermuda, de Kaaiman-eilanden, Jersey, Guernsey, Isle of Man.

Zie ook de VS. De federale overheid was daar tot in de jaren ’20 van de vorige eeuw extreem klein. Je had daardoor vijftig staten die hevig met elkaar concurreerden. Daarom groeiden ze zo snel, werden alle uitvindingen daar gedaan, vertrokken alle mensen met talent naar Amerika. Daarvan is weinig overgebleven. Ruim honderd jaar geleden kwam de omslag. Amerika ontwikkelde zich van waarschijnlijk het vrijste land ter wereld tot een welfare-warfare-police state.

Zwitserland is ook een goed voorbeeld. Dat land telt 26 kantons, die met elkaar kunnen concurreren omdat de federale overheid heel weinig macht heeft, al begint dat de laatste drie jaar helaas wel te veranderen. Er zijn in Zwitsersland nog steeds kantons zonder erfbelasting en schenkbelasting, of waarbij het tarief voor de inkomstenbelasting lager wordt naarmate je productiever bent. Daarom zijn de Zwitsers nog steeds het rijkste volk ter wereld. Niet als je kijkt naar het inkomen per hoofd, maar wel naar het vermogen per hoofd.

Hoe kan het dat ministaatjes vrijer en welvarender zijn? Ligt de oorzaak werkelijk in het geringe grondoppervlak?

Stel je voor dat de wereld zou bestaan uit honderd miljoen miniatuurstaatjes. Dan wordt het makkelijker voor mensen om met hun voeten te stemmen. Als ze ontevreden zijn over de regel- en lastendruk waar ze wonen, dan is het makkelijk verhuizen naar een ander miniatuurstaatje een paar kilometer verderop waar de regel- en lastendruk lager is.

Mensen zien wel in dat concurrentie tussen bedrijven goed is, maar niet dat concurrentie tussen staten nog veel belangrijker is. Als staten met elkaar moeten concurreren dan is dat een rem op de macht van de politici. Concurrentie zorgt ervoor dat ze gedwongen worden hun tarieven en regeldruk te verlagen, om talenten en kapitaal te lokken in plaats van die te verjagen. Europa heeft in zevenhonderd jaar tijd een enorme voorspong gekregen op de rest van de wereld. De laatste tientallen jaren beginnen we die voorsprong in rap tempo te verliezen aan de Aziatische Tijgers Hong Kong, Singapore en Zuid-Korea. Hoe kan dat? Omdat Europa een lappendeken was van miniatuurstaatjes. Zo bestond Duitsland uit dertig staten. Italië uit een stuk of tien. Die concurreerden met elkaar.

U beschouwt de vrije markt als oplossing. Is daar nu juist geen overheid voor nodig? Om bijvoorbeeld kartelvorming en monopolievorming tegen te gaan?

De staat is juist zelf de übermonopolist en überkartelvormer. Als je kijkt hoe monopolies zijn ontstaan: de koning verkocht aan een handlanger een alleenrecht. Hij zei dan: “Vanaf  nu ben jij de enige die nog zout of peper mag importeren in mijn land. Alle concurrenten sluit ik voor je op in de gevangenis, maar je moet wel betalen voor dat alleenrecht.” Monopolies kunnen alleen maar ontstaan of standhouden door overheidsinterventie. Op de vrije markt zijn monopolies onmogelijk.

Op de vrije markt is het zo dat als een bedrijf binnen een bepaalde regio een gigantisch marktaandeel verovert, dat alleen maar kan door heel erg efficiënt te zijn en voor een lage prijs te werken. Want in iedere sector heb je een optimaal aantal aanbieders. We hebben bijvoorbeeld miljoenen bakkers in de wereld en we hebben maar tientallen autofabrikanten. Dat is omdat het miljarden kost om een auto te ontwikkelen. Voor een brood is heel wat minder geld nodig. Je kunt dus niet a priori zeggen: “Er moeten minimaal zoveel aanbieders zijn van een product.” Wat de optimale grootte is, is nu juist iets wat op de markt zal blijken. De consument wil een zo goed mogelijke auto of een zo goed mogelijk brood tegen een zo laag mogelijke prijs. De producenten gaan proberen marktaandeel te veroveren door te innoveren, door een steeds betere auto te bouwen tegen een zo laag mogelijke prijs. Of neem computers. Die worden steeds beter en steeds goedkoper. Omdat je daarmee je marktaandeel kunt behouden, vergroten of voorkomen dat het kleiner wordt.

Op een markt die werkelijk helemaal vrij is, kan een computerfabrikant alle andere computerfabrikanten opkopen en vervolgens de prijs flink omhoog gooien en de kwaliteit laten versloffen omdat hij met niemand meer hoeft te concurreren.

Ik ken die drogreden. Dat is een marxistische mythe. Je kunt alleen maar steeds groter worden door steeds efficiënter te worden. Als je te groot wordt en daardoor minder efficiënt wordt, en je kostprijs juist omhoog gaat omdat je bureaucratisch bent geworden, dan zul je juist marktaandeel gaan verliezen, want er zijn dan namelijk concurrenten die marktaandeel van je afsnoepen. Zelfs al zou je een natuurlijk monopolie hebben verworven, waardoor je de enige aanbieder bent geworden, bijvoorbeeld in het geval van een dorp dat zo klein is geworden dat maar één bakker de meest efficiënte oplossing is en twee bakkers niet efficiënt zouden zijn, dan betekent dat niet dat je daarvan misbruik zou kunnen maken. Want als je dat zou proberen te doen, dan is er altijd de latent aanwezige concurrentie. Want stel dat je een monopolie hebt bereikt en je denkt dat je de prijzen flink kunt verhogen en er met de pet naar kunt gooien, dan kom je er snel achter dat het zo niet werkt in de vrije markt. Want zodra je misbruik gaat maken van je monopoliepositie door een slechte service te leveren of een slecht product te bieden tegen een te hoge prijs, dan zul je merken dat er opeens een nieuwe bakker komt die marktaandeel van jou gaat afsnoepen.

Marxisten zullen dan tegenwerpen dat monopolisten nieuwe toetreders uit de markt kunnen drukken voordat ze in staat zijn geweest marktaandeel af te snoepen. Maar als bakker kun je eerst eens even offertes sturen aan alle grote klanten en zeggen: “Ik beloof dat ik een jaar lang brood zal leveren om acht uur ’s ochtends, voor deze prijs en van deze kwaliteit, maar dat doe ik pas als honderd mensen hebben getekend, eerder begin ik er niet aan.” Als dan honderd mensen hebben getekend heb je een gegarandeerde afzetmarkt, en de bakker die tot twaalf uur bleef liggen, en die zijn broden tien keer zo duur had gemaakt, zal er achter komen dat hij ten onder gaat. Want zelfs al zou hij zijn leven beteren, dan is hij te laat, want die ander heeft al zijn honderd getekende offertes liggen.

Vaak, als gewaarschuwd wordt voor monopolievorming, wordt gewezen naar personen als Rockefeller en Vanderbildt, die in het Amerika van de 19de eeuw kapitaal maakten. Ze zijn afgeschilderd als robber barons. Maar wat blijkt nou? Ze waren voortdurend bezig prijzen te verlagen. Doordat ze innoveerden, konden ze efficiënter werken, en daardoor konden ze prijzen verlagen en dat deden ze ook. Daardoor veroverden ze een groot marktaandeel en daardoor konden ze het ook behouden. Het klopt dus niet dat ze op een gemene manier marktaandeel hadden veroverd.

Amerikaanse spoorwegbedrijven hebben jarenlang hun prijzen moeten verlagen. Op een gegeven moment waren ze dat zo beu dat ze gingen lobbyen bij de federale overheid om een instantie op te zetten die de prijzen moest gaan reguleren. Dat was onder het mom van ‘in het belang van de consument’, want, zo zeiden, ze: “Het is toch belachelijk dat een pakketje versturen van New York naar Chicago goedkoper is dan een pakketje van New York naar Cleveland,dat veel dichterbij is?” De verklaring voor dat prijsverschil was echter dat er moordende concurrentie was op de spoorlijnen die van New York naar Chicago liepen. Toen die regulerende instantie er eenmaal was, gingen de prijzen omhoog.

Hetzelfde is gebeurd met de luchtvaartindustrie, die is de overheid ook gaan reguleren. Dat is onder president Jimmy Carter afgeschaft, met het gevolg dat vliegen opeens veel goedkoper werd. In Europa is dat ook gebeurd. Met het Open Skies Agreement is vliegen veel goedkoper geworden. In mijn kindertijd was vliegen nog iets voor rijke mensen. Nu vlieg je voor een paar tientjes naar de Middellandse Zee.

Over het vraagstuk van de staat en de vrije markt staan libertariërs en marxisten lijnrecht tegenover elkaar. Maar van een discussie lijkt het niet te komen.

Marxisten zijn inderdaad de tegenpool. Ik heb lang geleden een keer een debat gehad met een SP’er, maar die had het marxisme eigenlijk al afgezworen.

In Nederland zijn het de VVD en de SP die gezien worden als elkaars tegenpolen. 

Illustratief voor her verschil tussen die partijen vind ik het debat dat ze met elkaar voerden over de inkomstenbelasting. In 2012 was het marginale tarief voor de inkomstenbelasting 52 procent. De SP wilde het tarief verhogen naar 60 procent en de VVD wilde het verlagen naar 51 procent. Dat is dus marge waarbinnen de discussie in Nederland zich afspeelt. Wij staan als LP zover af van de status quo dat je er voor ons geen marxist bij hoeft te halen om een beetje vuurwerk te brengen in een discussie.

Er is een andere Toine Manders. Van de partij 50Plus. Die is erg verdrietig dat hij soms verward wordt met u. Hij heeft verklaard u asociaal te vinden.

Dat mag hij vinden. Ik vind het  jammer dat ik soms met hem verward word. Hij heeft laten zien een opportunist te zijn. Toen de VVD hem geen derde termijn gunde als europarlementariër stapte hij meteen over naar 50Plus. Ik ken hem verder niet. Ik heb me nooit in hem verdiept. Iemand die is overgestapt van de VVD naar de LP heeft hem ooit uitgenodigd om met mij in debat te gaan over liberalisme. Toen zei hij dat hij dat misschien nog wel eens wilde, maar voorlopig zeker niet.

In 2014 heeft de LP niet meegedaan aan Europese verkiezingen. Deel van de reden was dat ik achter de tralies zat. Ze hebben mij opgesloten in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen. Dat was in januari 2014. In maart waren de gemeenteraadsverkiezingen en in mei de Europese verkiezingen. Even leek het erop dat twee mensen die Toine Manders heetten, zouden meedoen, ik namens de LP en hij namens 50Plus, maar daar is het dus niet van gekomen. 

Hoe plaatst u de LP in het links-rechts spectrum? De retoriek van anti-belasting en vrije markt zal velen uit de VVD-achterban aanspreken. Het idee van non-interventie de SP-achterban. De LP is ook voor het vrije verkeer van personen, het openstellen van de grenzen. Daar zal de GroenLinks-achterban van smullen.

Nolan-diagram

David Nolan, één van de oprichters van de Amerikaanse Libertarian Party, heeft gezegd: het politieke spectrum is geen links-rechts lijn. Het is tweedimensionaal. Op de linker-as heb je persoonlijke vrijheid en op de rechter-as economische vrijheid.

Mensen die links zijn, progressief of liberal, zoals ze dat in Amerika noemen, hechten weinig waarde aan economische vrijheid, maar ze zijn wel voor persoonlijke vrijheden. Ze zijn voor vrijheid van meningsuiting en godsdienst, voor een liberaler beleid op het gebied van drugs, prostitutie, pornografie en abortus.

Rechts, of conservatief, is de tegenpool. Zij willen meer economische vrijheid en dus een kleinere overheid als het gaat om de economie. Ze zijn voor lagere belastingen, minder regels, privaat eigendom, het tegengaan van staatsmonopolies. Maar als het gaat om persoonlijke vrijheid is het net andersom. Dan vinden ze dat de staat hard moet optreden tegen drugs, prostitutie, pornografie, godslastering, majesteitsschennis en het verbranden van de nationale vlag. Vaak ook zijn ze voor de militaire dienstplicht.

Helemaal onderin vinden we de communisten en fascisten. Die hechten aan geen enkele vrijheid enige waarde. Het individu moet volledig onderworpen zijn aan de staat. Als er mensen zijn die denken dat fascisten voor economische vrijheid zijn, een soort kapitalisten zijn, dan zeg ik: “Niets is minder waar.” In zowel fascistisch Italië als in Duitsland had de staat een enorme dikke vinger in de economische pap. Grootgrondbezitters of fabrieken werden niet onteigend, maar werden wel voor het karretje van de staat gespannen. Het was een geleide economie. De staat schreef voor wat die bedrijven moesten doen. Zo moesten ze zich voornamelijk inzetten voor de oorlogsindustrie.

Het centrum zien mensen als het toppunt van beschaving. Dan ben je gematigd, geen extremist, niet radicaal. Maar zoals je ziet, grenst het midden aan de communisten en fascisten. Dus zo mooi is dat midden helemaal niet. Voor het midden geldt dat er geen enkele vrijheid is die ze echt belangrijk vinden. Conservatieven zijn in elk geval nog voor een vrije markt, en liberals zijn tenminste nog voor persoonlijke vrijheden. Mensen die echt progressief, echt liberal zijn, zijn ook anti-oorlog. Dat veranderde in Amerika toen Barack Obama tot president werd gekozen. Toen vergaten ze ineens al hun anti-oorlogsideeën. Sindsdien zijn er niet zoveel echte liberals meer. De Democratische Partij in de VS is heel erg opgeschoven naar het centrum. Ze vinden geen enkele vrijheid nog echt belangrijk.

Bovenin het politieke spectrum vind je, wat we in Nederland noemen, de liberalen. De echte liberalen willen zowel meer economische als persoonlijke vrijheid.  Ze hechten aan beide vrijheden veel belang. Wat niet wegneemt dat er veel mensen zijn die zich liberaal noemen maar het niet echt zijn, omdat ze bijvoorbeeld voor een streng drugsbeleid zijn. Bij de VVD zie je dat ze zijn opgeschoven naar rechts-conservatief. Zo moet je voor de bescherming van de rechten van verdachten niet bij de VVD zijn, en ook niet voor een liberaal migratiebeleid. De VVD is dus maar tot op zekere hoogte wat de partij zegt te zijn: liberaal. Ze zitten op het grensvlak rechts-conservatief,  centrum en liberaal.

Waar vind je nou de libertariërs? Helemaal bovenin. Wij zijn heel erg liberaal, want wij willen 100 procent economische en persoonlijke vrijheid.

De liberale VVD-achterban zul je niet aanspreken met het openstellen van de grenzen. De achterban van die partij is heel erg gekant tegen immigratie.

De meeste libertariërs zeggen: “We zijn voor open grenzen, maar we erkennen tegelijk dat dit niet werkt in combinatie met het uitdelen van gratis geld, zorg, onderwijs en huizen aan immigranten. Dat zou in een libertarische samenleving niet kunnen.” Als je kijkt naar geschiedenis van de VS: tot in de jaren ’20 waren er nauwelijks immigratiebeperkingen. Er gingen mensen heen vaak zonder enige opleiding, soms zelfs analfabeten, maar niet om hun hand op te houden, maar om zichzelf productief te maken, een bestaan op te bouwen. Vaak met succes. Hun kinderen waren vaak veel welvarender dan zijzelf. Het was in een tijd dat de overheid extreem klein was, met name de federale overheid, die toen nog geen inkomstenbelasting mocht heffen. 

U heeft op BNR Nieuwsradio geadverteerd met de slogan ‘Belasting is diefstal’. Daar kwam in 2008 een einde aan. Waarom was dat?

Een anonieme persoon heeft een klacht ingediend omdat het spotje in strijd zou zijn met het goed fatsoen. De Reclame Code Commissie deed toen BNR de aanbeveling het spotje niet meer uit te zenden. Dat is Orwelliaanse newspeak voor censuur, want de Commissie pretendeert dat er sprake is van zelfregulering, dat media die reclame uitzenden zichzelf normen willen opleggen en zich daarom aansluiten bij de stichting Reclame Code. Maar de werkelijkheid is anders. De Mediawet verplicht zendgemachtigden lid te worden, en daarmee aanbevelingen te volgen. Het zijn dus geen aanbevelingen maar censuur. Alle zendgemachtigden houden zich er aan, want willen hun zendmachtiging niet verliezen.

We zijn in beroep gegaan tegen de aanbeveling. Ik heb bij het college van beroep betoogd dat de slogan niet in strijd kan zijn met het fatsoen, immers: de waarheid mag gezegd worden. Tot mijn verbazing werd de aanbeveling van Reclame Code vernietigd, omdat de commissie vond dat de slogan niet in strijd was met het fatsoen. Maar er kwam een andere aanbeveling voor in de plaats: de aanbeveling de slogan niet uit te zenden omdat deze in strijd zou zijn met de waarheid, want belasting is geen diefstal, en reclameslogans mogen niet in strijd zijn met de waarheid.

Hoe verklaart u dat u wel bent aangepakt, en niet de trustkantoren die multinationals nog steeds behulpzaam zijn met belastingontwijking in het buitenland?

Ik kan niet kijken in de hoofden van de FIOD- en OM-mensen. Ik kan alleen raden wat ze motiveert. Maar over het algemeen is het zo dat trustkantoren niet etaleren dat ze zich bezighouden met belastingontwijking. Op hun websites kom je het woord ‘belastingontwijking’ niet tegen. Überhaupt kom je daar weinig tegen over fiscaliteit. Ik daarentegen was altijd erg recht voor zijn raap. Ik gebruikte wel het woord ‘belastingontwijking’ op onze website en in brochures. Ik deed er zelfs nog een schepje bovenop met de slogan ‘Belasting is diefstal’. In interviews maakte ik ook geen geheim van mijn gedachtegoed. Ik zei dingen als: ‘De overheid is een criminele organisatie’, ‘Belasting is gelegitimeerde roof’, ‘De ondernemer is een onderdrukte minderheid’, ‘Belastingontwijking is een moreel recht en een morele plicht’. Dat vonden ze bij de fiscus ongetwijfeld niet leuk om te horen. Belastingambtenaren zijn meestal mensen zonder humor, met een goed geheugen en lange tenen. Als je daar eenmaal op getrapt hebt, dan vergeten ze dat niet. Ik waande mij veilig, want ik dacht: “Ik houd mij aan de regels, zij moeten dat ook doen, en dus zullen ze het wel doen.” Achteraf concludeer ik dat ik te naïef ben geweest. Zelfs ik heb mij nog vergist in de ongelooflijke slechtheid van de staat.

Nadat wij in 2001 waren begonnen met het aanbieden van HJC-trustdiensten, vanaf een nieuw kantoor op Cyprus, kwam er in 2004 een wet Toezicht Trustkantoren, maar die gold alleen voor trustkantoren met een zetel in Nederland. Daar viel dus HJC in Cyprus niet onder. De fiscus kon dus de informatie over mijn cliënten niet zomaar bemachtigen. Dat vonden ze waarschijnlijk heel vervelend. Dus hebben ze als oplossing bedacht: zware beschuldigingen uiten, ons een criminele organisatie noemen, zodat de overheid in Cyprus meewerkte, en ze alsnog de cliëntgegevens konden bemachtigen. 

U heeft, na uw aanvaring met de Nederlandse staat, een nieuw begin gemaakt met Nozick Consulting in Zoetermeer. Is dat een voortzetting van dezelfde activiteiten onder een andere naam?

Het is een belastingadvieskantoor voor de kleine- en middelgrote ondernemer, dat met name gericht is op de inkomsten- en vennootschapsbelasting. Ondanks de reparatiewetgeving is het ons gelukt een nieuw product te ontwikkelen voor de kleine ondernemer, waarbij alle rechtspersonen van de bedrijfsstructuur zich in Nederland bevinden.

Het ontwijken van belasting via het buitenland is niet langer iets dat u uw cliënten adviseert?

Buitenlandse structuren bieden nog steeds een groter voordeel, maar de kosten zijn ook hoger. Als je een Nederlandse structuur kiest is het voordeel iets minder groot, maar de kosten zijn een stuk lager. Er komen steeds meer regels om belastingontwijking tegen te gaan. Die maken het niet onmogelijk, maar wel lastiger en duurder, waardoor het omslagpunt, de minimale winst die je moet behalen, hoger komt te liggen. Zodat de kleinste ondernemer afvalt. Alleen de grote en middelgrote ondernemers kunnen nu nog belasting ontwijken. Ik vind dat een treurige ontwikkeling.

Hoe kijkt u aan tegen de afschaffing van de dividendbelasting? Het zijn niet de kleintjes die daarvan profiteren.

Ik ben voor afschaffing van alle belastingen, dus ook voor die op dividend. Niet alleen om principiële, morele redenen, maar ook om pragmatische redenen. De dividendbelasting is een boete op investeren. Als een buitenlandse investeerder investeert in een Nederlands bedrijf, dan krijgt hij daar een boete voor, in de vorm dus van dividendbelasting. Engeland legt die boete niet op. Dus als je kunt kiezen als buitenlandse investeerder tussen investeren in een Engels bedrijf zonder boete en een Nederlands bedrijf met boete, dan zul je eerder kiezen voor het Engelse bedrijf. Dus als je die boete afschaft dan is dat natuurlijk gunstig voor het investeringsklimaat. Het aantrekken van buitenlands kapitaal is goed de voor de economische groei en de levensstandaard. Dus uiteraard ben ik daar voor.

Als je op korte termijn kijkt, zeg je misschien: “Die buitenlandse investeerders, die voordeel genieten van de afschaffing van de Nederlandse belasting op dividend, wat hebben wij daar mee te maken? We willen wat goed is voor het Nederlandse volk.” Dat is kortzichtig. Want dat buitenlandse kapitaal draagt juist bij aan onze levensstandaard.

De Nederlandse belastingbetaler ziet het als onrechtvaardig dat buitenlandse investeerders geen belasting hoeven te betalen.

Dat begrijp ik, en ik zou ook heel graag zien dat de belasting voor iedereen wordt verlaagd, niet alleen voor buitenlandse investeerders. Maar we moeten voorkomen dat we worden uitgespeeld tegen elkaar. Het is beter te zeggen: “Elke belastingverlaging is een stap in de goede richting, dus laten we ons niet verzetten tegen welke belastingverlaging dan ook.”

Ik ben het er verder niet mee eens dat in het geval van de afschaffing van de dividendbelasting een beperkte groep daar van profiteert, want als het investeringsklimaat verbetert dan profiteert uiteindelijk iedereen daar van in Nederland. Meer kapitaal betekent: meer machines, automatisering, innovatie en efficiency. Dat zorgt voor een hogere arbeidsproductiviteit en dus hogere lonen en een hogere levensstandaard. Werknemers kunnen zo steeds meer presteren in steeds minder tijd. De reden dat we niet meer zestig uur in de week werken, maar nog maar 35 uur is dat de arbeidsproductiviteit zo hard is gestegen doordat er meer kapitaal is gevormd als gevolg van een grotere economische vrijheid.

Hoe verklaart u dat de Nederlandse regering alleen buitenlandse investeerders belastingvoordeel gunt? De schatkist loopt er miljarden mee mis.

Kleine ondernemers hebben geen lobby. Grote bedrijven huren lobbyisten in en maken politieke vriendjes. Als een politicus geen politicus meer is, zoals Wim Kok, dan wordt hij commissaris bij Shell of een ander beursgenoteerd bedrijf. Gerhard Schröder tekende een contract met Gazprom, meteen nadat hij als politicus was uitgerangeerd. Dick Cheney, was minister van defensie onder Bush senior, en aansluitend CEO bij Halliburton, de grote defense contractor. Toen Bush junior werd gekozen, werd Cheney vice-president en ging hij lobbyen  om oorlog in Irak te voeren, waar Halliburton uiteindelijk een fortuin mee heeft gemaakt.

De overheid is een soort doping. Als je doping legaliseert heb je als sporter geen kans meer zonder doping. Zo ook met de overheid. Als je een groot bedrijf hebt, en je hebt een overheid die je kan maken of breken, die je subsidies kan geven of niet, die je privileges kan geven of niet – dan ga je dus lobbyen. Want als jij niet lobbyt en de concurrent wel, dan ga je uiteindelijk ten onder. Je moet vriendjes maken. Microsoft heeft heel lang niet gelobbyd, totdat ze miljardenclaim kregen wegens monopolievorming. Sindsdien zijn ze maar gaan lobbyen.

Wat ook speelt: grote bedrijven laten zich sterk leiden door regeldruk en lastendruk. Ze kunnen makkelijk met hun voeten stemmen, en zeggen: “We gaan ergens anders een nieuwe fabriek plaatsen of een nieuw hoofdkantoor.” Dus hebben politici er belang bij grote bedrijven te lokken, en niet te verjagen. Als je kijkt welke belasting is er verlaagd de afgelopen tientallen jaren, dan was dat met name de vennootschapsbelasting, van gemiddeld 48 procent in 1980 in de OESO-landen naar nu gemiddeld zo’n 23 procent. Nederland gaat deze belasting verlagen van marginaal 25 naar 21 procent. Niet zo lang geleden was dat nog 35 procent. Het is zelfs 45 procent geweest onder premier Joop den Uyl.

Nu blijkt Shell al een voorschot te hebben genomen op de afschaffing van de dividendbelasting. Het bedrijf heeft jarenlang geen belasting afgedragen. Met toestemming van de Belastingdienst. Hoe ziet u dat?

Shell heeft gedaan wat iedereen in Nederland mag doen: Je mag als belastingbetaler om een ruling vragen. Als je een brief schrijft met de vraag of jouw interpretatie van de belastingwetgeving juist is, dan is de belastinginspecteur verplicht daar antwoord op te geven. Hij hoort rechtszekerheid te verschaffen.

Shell had vroeger zowel in Nederland als Engeland een hoofdkantoor. In Engeland was geen dividendbelasting, in Nederland was die er wel. Ze wilden fuseren. Als ze dat hadden gedaan zonder afspraak met de fiscus te maken, dan zou dat betekenen dat investeerders in Shell Engeland door de fusie geconfronteerd zouden worden met de Nederlandse boete. Dan was de fusie niet doorgegaan. Dan hadden de aandeelhouders van de Engelse vestiging gezegd: “Dan maar geen fusie.” De Shell-top is toen naar de fiscus gestapt met het verhaal dat ze wilden fuseren en het hoofdkantoor in Nederland wilden vestigen. Shell heeft waarschijnlijk gezegd dat ze een mogelijkheid zagen de dividendbelasting te ontwijken en gevraagd om een handtekening als bevestiging dat de fiscus die structuur accepteerde en niet achteraf zou proberen die onderuit te halen. Het lijkt mij onwaarschijnlijk dat de oplossing die Shell had bedacht een illegale of strafbare oplossing was. Waarschijnlijk paste de oplossing binnen de grenzen van de wet.

Het probleem met rulings is wel vaak: Als je een structuur hebt die over de landsgrenzen heen gaat, als je Nederlandse belasting ontwijkt door inkomsten in het buitenland te laten vallen of vermogen in het buitenland op te bouwen, en je wilt daar een ruling over, dan krijg je die niet als kleine ondernemer. Dan zeggen ze: “Dat is fiscale grensverkenning. Daar werken we niet aan mee.” Als een multinational dezelfde ruling vraagt, dan krijgen ze wel een ruling. Maar zoals ik al zei: we hebben een nieuw product ontwikkeld, dat we binnen de Nederlandse grenzen houden, en dan kun je ook als kleine ondernemer vragen om duidelijkheid.

De postbusfirma’s op de Amsterdamse Zuidas, hoe ziet u die? De Nederlandse staat en de Nederlandse burger lijken daar niet echt wijzer van te worden.

Natuurlijk zou het geweldig zijn als Nederland een belastingparadijs was voor iedereen niet alleen voor doorstroomvennootschappen in het buitenland. Maar de Nederlandse staat en de Nederlandse burger worden er wel degelijk wijzer van. Trustkantoren in Nederland besturen ongeveer 10.000 doorstroomvennootschappen. Daarnaast heb je ook nog doorstroomvennootschappen die geen trustkantoor nodig hebben, en eigen personeel inzetten. Er gaat in die doorstroomvennootschappen ongeveer 10.000 miljard euro per jaar om. Daar wordt weinig belasting over afgedragen, maar toch evengoed nog een paar miljard per jaar. Want er zijn heel veel advocaten, belastingadviseurs, accountants en notarissen en trustkantoormedewerkers die daar een hele goede boterham aan verdienen, en daar belasting over betalen. De doorstroomvennootschappen mogen zo’n 99 procent van de winst aftrekken op de doorstroming. Maar ze moeten dus ook een percentage achterlaten in Nederland.

Wat de postbusfirma’s bijdragen aan de Nederlandse economie en aan belastinginkomsten opleveren is uitgerekend door een vereniging van trustkantoren, dus je kunt je afvragen wat ervan klopt, maar mijn punt is: Ook al zou de Nederlandse overheid er helemaal niks aan overhouden, dan moeten we het nog steeds toejuichen. Want de private sector heeft er wel baat bij, en niet alleen in Nederland, juist ook in het buitenland. Er zijn heel veel landen waar bedrijven meer overhouden, en dat betekent dat er minder geld wordt uitgegeven aan schadelijke zaken door politici en ambtenaren zoals het bombarderen van onschuldige mensen, het maken van steeds meer hinderlijke wet- en regelgeving en het ondernemen van vrijheidsondermijnende activiteiten. In plaats daarvan wordt het geld geïnvesteerd in innovatie, waardoor de levensstandaard stijgt, de levensverwachting stijgt en de economie groeit.

Omdat uw naam genoemd werd in de Panama Papers bent u afgelopen jaar verhoord door de parlementaire ondervragingscommissie Fiscale Constructies. Hoe heeft u dat ervaren? 

Het was voor mij leerzaam te kijken naar de belastingambtenaren die door de commissie werden geïnterviewd. De frustratie droop er van af toen ze het hadden over de rechtsbescherming van de belastingbetaler. Hun frustratie was dat ze vaak niet wisten om te gaan met mensen die ze ervan verdachten gebruik te maken van mooie belastingconstructies. Dan stelden ze een vragenbrief op en in plaats van dat de belastingplichtige netjes antwoordde, huurde hij een slimme adviseur in die een antwoordbrief schreef, waarin hij nauwelijks antwoord gaf en tegenvragen stelde, zoals: “Op welke wetgeving baseert u zich? Op grond waarvan bent u van mening dat mijn cliënt deze vragen moet beantwoorden?” Kortom, ze zijn zwaar gefrustreerd over de rechtsbescherming van de belastingbetaler, en dat ze dus niet alles weten.

De fiscus wil daarom een uitholling van de rechtsbescherming van belastingbetalers. Ze willen een meldingsplicht, die inmiddels al is ingevoerd op het niveau van de EU. Belastingadviseurs moeten voortaan constructies aanmelden, een soort NSB’ers worden. Ze moeten hun eigen klanten gaan aanmelden bij de overheid. Ze moeten de fiscus vertellen: “Wij hebben een belastingadvies uitgebracht en daardoor gaat mijn cliënt een bepaald belastingvoordeel genieten.” Zodat de fiscus je cliënt kan gaan lastig vallen om te kijken of ze er toch niet wat meer uit kunnen persen. Doe je dat niet, dan ben je strafbaar.

U noemde net de EU die gezorgd heeft voor een meldingsplicht. U sprak eerder over een EU-kartel van belastingheffende politici. Hoe is dat buiten de EU?

Ook op mondiaal niveau gaan we in de richting van een kartel. Er zijn inmiddels honderd landen, die een verdrag hebben getekend met elkaar om automatisch informatie uit te wisselen, dus niet op verzoek of op verdenking van belastingontduiking of een ander strafbaar feit. Tot die landen behoren ook China en Venezuela. De mensen die daar wonen wordt dus de mogelijkheid ontnomen hun vermogen verborgen te houden voor door en door corrupte overheden. Het is een herhaling van de jaren ’30. Sommige Duitse joden hadden toen hun vermogen in Zwitserland geparkeerd uit angst dat het hun afgenomen zou worden. Dat het Zwitserse bankgeheim werd ingevoerd in 1934 is geen toeval. Dat kwam doordat een aantal Zwitserse bankmedewerkers hun Duitse-joodse cliënten hadden verraden, die gegevens hadden verkocht aan de Duitse overheid. Met die joden is het slecht afgelopen. In Duitsland stond de doodstraf op belastingontduiking. De verraden cliënten van die Zwitserse bank werden dan ook ter dood veroordeeld. Dat was voor de Zwitserse overheid in 1934 reden om te zeggen: “Dit nooit meer. We gaan een bankgeheim invoeren.” Het werd toen strafbaar voor Zwitserse bankmedewerkers gegevens van cliënten te delen met derden. Dat is dus het inmiddels verguisde Zwitserse bankgeheim.

Privacy is in een kwaad daglicht gesteld. Zo van: “Als je niks te verbergen hebt, dan heb je niks te vrezen.” Maar dat is volledig onterecht. Wij hebben in West-Europa toevallig de laatste zeventig jaar een stukje beschaving opgebouwd, dat overheden niet zo maar kunnen doen wat ze willen. Daardoor zijn we een beetje naïef geworden. De overheid is onze beste vriend. Maar er zijn nog steeds heel veel mensen in de wereld voor wie geldt dat de overheid helemaal niet hun beste vriend is. Maar juist de grootste vijand.

De overheid moet je zien als de parasitaire klasse, die ons leegzuigt, een bal aan ons been is. Ze zorgt ervoor dat we korter leven. Als je kijkt naar de levensverwachting in de veertig landen met de meeste economische vrijheid, daar worden mensen gemiddeld tachtig jaar. In de veertig landen waar mensen de minste economische vrijheid hebben, worden ze gemiddeld zestig jaar. De overheden stelen in die landen dus gewoon 20 jaar van een mensenleven. Lees het boek Death By Government van Rudolph Rummel. In de twintigste eeuw zijn er naar schatting zo’n kwart miljard mensen vermoord door hun eigen overheden. Dan heb ik het nog niet eens over de mensen die zijn gesneuveld in oorlogen als gevolg van overheden die met elkaar strijd voeren. Hitler, Stalin, Mao en Pol Pot zijn bij elkaar opgeteld alleen al goed voor zo’n 150 miljoen moorden op eigen burgers.

Het is dus niet zo gek dat er zoveel mensen zijn die hun eigen overheid niet vertrouwen en verborgen proberen te houden dat ze iets hebben gespaard of opgebouwd, omdat je jezelf anders tot doelwit maakt. In landen met corrupte regimes waar de economie aan de grond zit, zijn het meestal succesvolle minderheden die als eersten worden gepakt. In Duitsland waren dat de joden en in Indonesië de Chinezen.

Posted on

Interview met Nigel Farage over Brexit, Merkel en de toekomst van Europa

De Duitse europarlementariër Beatrix von Storch (AfD) heeft onlangs oud-UKIP-leider Nigel Farage geïnterviewd toen hij een bezoek bracht aan Berlijn in het kader van de Duitse verkiezingscampagne. Von Storch en Farage spraken over de aanloop naar de Brexit en de toekomst na de Brexit, over de moeilijkheden bij het van de grond komen van eurosceptische partijen als UKIP en AfD en over politieke factoren die daarbij een rol speelden, uiteenlopend van het Britse kiesstelsel tot Merkels besluit om de grenzen open te gooien voor iedereen die maar komen wil. Het is een interessant, goed gedraaid interview geworden, dat in twee delen op YouTube gepubliceerd is, Engels gesproken en Duits ondertiteld. Zeer de moeite waard om te bekijken:

Posted on

Helmut Kohl wachtte steeds vasthoudend zijn moment af

Oud-bondskanselier Helmut Kohl is vrijdag op 87-jarige leeftijd overleden. Kohl wordt gezien als een van de meest invloedrijke en meest onderschatte politici uit de geschiedenis van de Bondsrepubliek Duitsland.

De Rooms-Katholieke Kohl werd in 1930 in Ludwigshafen, op de tegenoverliggende Rijnoever van Mannheim, geboren. Hij studeerde rechten, politicologie en geschiedenis en werd actief binnen de Christelijk Democratische Unie (CDU) in zijn deelstaat Rijnland-Palts, waar hij van 1963 tot ’69 fractievoorzitter in de Landdag was en vervolgens zeven jaar deelstaatpremier. Vanuit deze machtsbasis werd hij verkozen om in 1973 Rainer Barzel op te volgen als federaal partijvoorzitter.

Aanhouder wint

Hij werd door de CDU ook genomineerd als kandidaat-bondskanselier. De Beierse Christelijk Sociale Unie (CSU) gaf schoorvoetend toe. Met de nederlaag in de federale parlementsverkiezingen van 1976 leek Kohl voor buitenstaanders over zijn hoogtepunt heen. Hij was echter zo vasthoudend, dat hij in 1980 opnieuw door de CDU genomineerd werd als kandidaat-bondskanselier. Ditmaal werd hij echter gepasseerd, men besloot voor een meer charismatische, maar ook meer controverse oproepende, kandidaat te kiezen, in de persoon van de CSU-politicus Franz-Josef Strauß.

Dit zou echter een slechter resultaat opleveren dan in ’76. Maar Kohl was zo slim om de touwtjes in handen te houden als fractievoorzitter van de CDU/CSU in de Bondsdag. Toen de liberale FDP in de verleiding kwam om van coalitiepartner te wisselen, werd Kohl in ’82 alsnog bondskanselier. Begin ’83 won hij vervolgens een overtuigende verkiezingsoverwinning en in ’87 won hij opnieuw, met een iets kleinere meerderheid.

Geen expert in buitenlandse zaken

De hereniging van de beide Duitslanden en de Europese integratie zijn zaken waar men tegenwoordig als eerste aan denkt bij Kohl, maar hij was allerminst een expert in buitenlandse zaken. Kohl leunde in dezen aanvankelijk sterk op zijn minister van Buitenlandse Zaken, tevens vice-kanselier voor de FDP, Hans-Dietrich Genscher. Genscher zette onder Kohl zijn beleid van verzoening met het Sovjet-blok inclusief de DDR en het beleid van Europese integratie voort.

Helmut Kohl tijdens een ontmoeting van de Europese Raad in België, 1987, vergezeld door minister van Buitenlandse Zaken Hans-Dietrich Genscher (foto: Bundesarchiv)

Kohl werd lang als saai en boers gezien, bij diverse gelegenheden kwetste hij door onhandigheid buitenlandse gevoeligheden. Anders dan zijn voorganger Helmut Schmidt, sprak hij geen Engels. Hij ging steevast in Oostenrijk op vakantie en leek zijn provinciaalse imago haast bewust te cultiveren. Voor 1990 deed Kohl het maar matig in de populariteitspeilingen, hij lag fors achter op Genscher en op zijn rivalen voor het bondskanselierschap in de SPD.

In ’89-’90 kwam echter zijn politieke instinct weer aan de dag, toen hij het nationale sentiment naar de CDU wist toe te trekken. Zo werd hij in 1990 bondskanselier van een herenigd Duitsland. Na de Wiedervereinigung maakte Kohl zich internationaal vooral hard voor de Europese integratie, hij wilde daarbij naar eigen zeggen geen Duits Europa, maar een Europees Duitsland bewerkstelligen.

Kohls meisje

De politieke erfenis van Kohl is divers. De ‘geistig-moralische Wende’ waarvan hij in de jaren ’80 sprak, kreeg nooit gestalte. Er is de hereniging van Duitsland, die natuurlijk niet alleen zijn werk was, en de ‘bloeiende landschappen’ in de voormalige DDR die uitbleven. En er is de instemming met verdere Europese integratie, de weg naar de Euro en de vestiging van de Europese Centrale Bank in Frankfurt. Maar de nu nog meest bepalende erfenis is misschien wel Angela Merkel als dominante politieke persoonlijkheid in Europa. Net als Kohl werd Merkel, ‘Kohls meisje’, aanvankelijk schromelijk onderschat. Haar politieke instinct was nog sterker dan dat van haar politieke peetvader. Ze was ook meer rücksichtslos in het opzij schuiven van rivalen, zoals ook Kohl zelf heeft mogen ondervinden.

Later zou Kohl – overigens net als oud-bondskanseliers Helmut Schmidt en Gerhard Schröder – Merkel scherp bekritiseren over haar standpunt in de Eurocrisis, haar opstelling tegenover Rusland in de Oekraïnecrisis, en haar benadering van de immigratiecrisis. Hij bracht deze kritiek onder andere onder woorden in zijn boek Aus Sorge um Europa, naar aanleiding waarvan hij in de pers geciteerd werd met de woorden: “Die macht mir mein Europa kaputt.”

Posted on

Opinieonderzoek: Jongeren geloven niet in ‘Europese waarden’

Meer dan drie kwart van de jonge Europeanen ziet de Europese Unie in de eerste plaats als een handelsblok en niet als een bondgenootschap van landen met gedeelde culturele waarden, dat komt naar voren uit een woensdag gepubliceerd opinieonderzoek van YouGov.

Het online opinieonderzoek in opdracht van de eurofiele Duitse TUI Stiftung, bevroeg 6.000 mensen in de leeftijd van 16 tot 26 jaar in zeven EU-lidstaten: Frankrijk, Duitsland, Griekenland, Italië, Polen, Spanje en het Verenigd Koninkrijk.

De opinieonderzoekers vonden dat gemiddeld 21 procent van de respondenten wil dat hun land de EU verlaat en bijna 40 procent  – 60 procent van de Grieken – wil dat de EU macht teruggeeft aan nationale regeringen.

Thomas Ellerbeck, voorzitter van de raad van toezicht van de TUI Stiftung stelde in reactie op het onderzoek, dat het lange tijd als vanzelfsprekend is beschouwd dat Europese landen worden samengebonden door gedeelde waarden, maar dat het onderzoek onder jongeren laat zien dat het voor hen allerminst vanzelfsprekend is.

Posted on

Eerlijke constitutionele spelregels

Op dinsdag 22 september stemde de Tweede Kamer in meerderheid voor mijn initiatiefwetsvoorstel. Dit wetsvoorstel regelt – kort gezegd – dat de Grondwet zo gewijzigd wordt, dat voor goedkeuring van Europese verdragen voortaan een tweederde meerderheid in het parlement is vereist. Een wetsvoorstel dat in zichzelf niet pro- of anti-Europa is, maar een eerlijke constitutionele spelregel wil creëren.

Om die reden had en heb ik de vaste overtuiging dat alle politieke partijen vóór dit wetsvoorstel kunnen zijn. Want wie kan er nu op tegen zijn om de spelregels eerlijker en duidelijker te maken? Het gaat om de vraag of je binnen ons representatieve stelsel tot een versterkte meerderheid wilt komen voor verdragen die een grote impact hebben op de Nederlandse rechtsorde. Die vraag heeft de Tweede Kamer nu bevestigend beantwoord. En dat is meer dan terecht.

De overdracht van nationale bevoegdheden naar Europa heeft de afgelopen jaren een heel hoge vlucht genomen. Er is nauwelijks een onderwerp te noemen of Brussel houdt zich ermee bezig. De EU kan een grote hoeveelheid bindende regels opleggen aan Nederland over allerlei onderwerpen. En dat doet ze dagelijks. Een groot deel van onze nieuwe wetgeving is verplichte nationale omzetting van Brusselse regels.

Hoe komt het dat de EU zoveel invloed heeft gekregen op ons politieke bestel en op onze wetgeving? Heel eenvoudig doordat de Staten-Generaal wetgevende bevoegdheden aan Brussel heeft overgedragen. Dat is al gebeurd bij het Verdrag van Rome (1957), het oprichtingsverdrag van de EEG. En het herhaalde zich bij de vele daarop volgende verdragen.

Onze Grondwet bepaalt dat internationale verdragen door de Staten-Generaal met een gewone meerderheid aangenomen kunnen worden. Alleen wanneer een verdrag op bepaalde punten strijdig is met de Grondwet, is een tweederde meerderheid nodig voor de parlementaire goedkeuring. Die bepaling is echter nooit gebruikt voor de stemming over één van de Europese verdragen.

Dat is naar de letter van de huidige grondwetsbepaling begrijpelijk. Maar gelet op de grote invloed van de achtereenvolgende verdragen voor ons constitutionele bestel erg merkwaardig. Ook de Staatscommissie Grondwet heeft hier in 2014 de vinger bij gelegd. Deze Staatscommissie is niet in alle opzichten eensluidend over hoe dit probleem aangepakt moet worden, maar zegt wel in meerderheid dat Grondwetswijziging wenselijk is om te waarborgen dat voor ons land en het constitutionele bestel belangrijke verdragen op een ruime parlementair democratische legitimatie kunnen rekenen.

Gekwalificeerd
De enorme impact van de Europese verdragen in onze rechtsorde vormt wat mij betreft voldoende reden om een hogere drempel in te voeren voor de goedkeuring van Europese verdragen. In landen als Duitsland, Frankrijk en Oostenrijk is dat al jaren gebruikelijk. Het is een fundamentele onevenwichtigheid dat zonder enige extra waarborg de helft-plus-één kan besluiten tot vergaande overdracht van bevoegdheden die de nationale soevereiniteit uithollen.

Het hanteren van een gekwalificeerde meerderheid kan deze weeffout herstellen. Het hanteren van een drempel van tweederde staat symbool voor de erkenning dat Europese verdragen vanwege hun grote invloed op ons constitutionele bestel alleen met een breed draagvlak in de volksvertegenwoordiging goedgekeurd kunnen worden.

Deze benadering sluit aan bij de bestaande gekwalificeerde meerderheidseis van art. 91 van onze Grondwet voor verdragen die tot afwijking van de Grondwet leiden. Bovendien past zo’n eis beter bij onze representatieve democratie dan een referendum, al wordt het houden van een referendum door mijn wetsvoorstel niet belemmerd. Een bijkomend voordeel is dat het eenvoudig uitvoerbaar is en het wetgevingsproces niet langer maakt.

In het initiatiefwetsvoorstel van de SGP is voorgesteld om de verhoogde drempel in de Grondwet voor te schrijven voor elk nieuw Europees verdrag waarmee nationale bevoegdheden worden overgedragen én voor elk verdrag dat de uitbreiding met nieuwe lidstaten mogelijk maakt. Daarmee wordt tot uitdrukking gebracht, dat de overdracht van bevoegdheden aan de Unie én de uitbreiding van het rechtsgebied van de Unie ingrijpende beslissingen zijn.
De mogelijke toetreding van Turkije is van dat laatste een helder voorbeeld. Maar uiteraard moeten we hier ook denken aan allerlei voornemens richting een politieke unie. Of, heel actueel: de mogelijke wijziging van Europese verdragen met het oog op een Europees asielbeleid.

Overigens, indien het betreffende Europese verdrag uitsluitend voorziet in het overdragen van bevoegdheden van de Europese Unie aan Nederland of aan de andere lidstaten, dan volstaat een gewone Kamermeerderheid. Het terugleggen van bevoegdheden bij de Nederlandse staat is immers minder ingrijpend voor de Nederlandse rechtsorde dan het overdragen van bevoegdheden naar de EU.

Essentie
De voorgestelde verhoogde drempel zal de regering stimuleren om bij de onderhandelingen over een nieuw verdrag het onderste uit de kan te halen voor Nederland. En het zal de volksvertegenwoordiging erbij bepalen dat instemming met Europese verdragen niet vanzelfsprekend is, maar op een weloverwogen keus moet berusten.

Dit vormt dus de essentie van mijn wetsvoorstel: Het gaat om versterking van de positie van het Nederlandse parlement, om de erkenning van de realiteit van de Europese rechtsorde en om eerlijke constitutionele spelregels.

Zo’n hogere drempel, best belangrijk!

Posted on

Meerderheid tekent zich af voor verzwaring goedkeuringsprocedure EU-verdragen

In de Tweede Kamer tekent zich een meerderheid af voor de initiatiefwet van SGP-Tweede Kamerlid Kees van der Staaij om de goedkeuringsprocedure voor soevereiniteitsoverdracht aan de Europese Unie te verzwaren, zo meldt het Reformatorisch Dagblad.

Het wetsvoorstel, oorspronkelijk samen met toenmalig LPF-kamerlid Mat Herben ingediend en later doorgezet door Van der Staaij, beoogt de benodigde meerderheid voor goedkeuring van verdragen waardoor soevereiniteit wordt overgedragen aan de EU te verhogen. Nu is een eenvoudige meerderheid nodig, in het voorstel twee derde van de stemmen.  „De wet versterkt de positie van het Nederlandse parlement als het gaat om de overdracht van nationale bevoegdheden”, aldus Van der Staaij tegenover het RD.

Het wetsvoorstel houdt een wijziging van de grondwet in, zodat in eerste instantie een eenvoudige meerderheid de initiatiefwet goed moet keuren en na verkiezingen een twee derde meerderheid in zowel Tweede als Eerste Kamer.

De eenvoudige meerderheid in de Tweede Kamer lijkt in beeld te komen, nu ook de VVD zich voor het voorstel uitspreekt. Eerder hadden naast de SGP ook PVV, SP, ChristenUnie en de Groep Bontes/Van Klaveren hun steun uitgesproken. In 2009 had de VVD zich nog tegen het voorstel uitgesproken zodat er toen geen meerderheid voor was. De staatscommissie grondwetherziening liet zich destijds daarentegen wel positief over het voorstel uit.

Van der Staaij en zijn toenmalige medewerker Diederik van Dijk, inmiddels Eerste Kamerlid voor de SGP, legden op Novini al eens uit waarom de goedkeuringsprocedure voor EU-verdragen verzwaard zou moeten worden.

Posted on 1 Comment

De Euro en haar voorlopers. Een korte geschiedenis van de monetaire unie

Iedereen kent het beeld van een blije Gerrit Zalm die aan het flappen tappen is in de nieuwjaarsnacht van 2002. Zaterdag (9 mei, red.) haalde een Duitse minister het nieuws door te zeggen: “Ein Land kann plötzlich in die Zahlungsunfähigkeit rutschen”,[1] Griekenland dus. Het is er niet vrolijker op geworden. Vanaf wanneer kwam de vorming van de eurozone in een stroomversnelling? Was er vooraf geen kritiek? En als laatste ‘het probleem Griekenland’. Allemaal punten die ik in dit stuk behandel.

Historische monetaire unies

Europese landen hebben eerder monetaire systemen gebruikt. Van 1834 tot 1870 was er de Zollverein, een monetaire unie. Deze bestond uit een politieke unie van Duitse staten. Doel was de bevordering van de handel en de industrie.[2] Dit gebied bestond uit Pruisen, Saksen, Thüringen. Van München tot Munster tot Koningsberg. Er waren een aantal valuta:[3] Gulden/Kreuzer in het zuiden, Thaler in Pruissen en de Schilling in de noordelijke steden. Het werd een succes omdat taal en cultuur samenvielen. Maar het eindigde ook weer.

Een tweede voorbeeld is de Latijnse Monetaire Unie.[4] Deze bestond van 23 december 1865 tot 1927. Frankrijk, België, Italië en Zwitserland maakten er deel van uit. Ze hadden een overeenkomst gesloten waarbij ze de nationale valuta zouden standaardiseren: 4,5 gram goud of 0,29 gram zilver. Ratio 15,5 tegen 1. En deze vrij uitwisselbaar te maken. Zoals wel vaker gebeurt, wordt de groep groter. Griekenland, Spanje, Roemenië, Oostenrijk-Hongarije. En zelfs koloniën nemen het over in Colombia en Venezuela. In 1886 deed zelfs Rusland mee. En Finland in 1860. Aan deze monetaire unie kwam een einde door het drukken van geldbiljetten. En in 1927 was het voorbij. Eigenlijk ging het ten onder door socialistische ideeën en het stijgen van de staatsschuld.

Het Latijnse Monetaire Systeem inspireerde de Scandinavische landen in 1924. De Britten deden nooit mee aan enig systeem. De Pound Sterling gaat wel 1300 jaar terug als je gaat graven in oude bronnen.

Een vierde systeem was de goudstandaard van Amerika. 5 $  was grofweg 20-Dmark en 20 Franse franken en een Britse Pond. Uiteindelijk is dit systeem ten onder gegaan door de verruiming van de Amerikanen om de oorlog in Vietnam te betalen.

We zien dus dat de idee van monetaire unie niet nieuw is, niet pas is opgekomen met het idee van de euro. In Europa zijn er meerdere systemen geweest.

Voorgeschiedenis van de euro

mandjeDe euro is echter ook eerder ontstaan dan je zou denken, in de jaren ’50 al. Toen ik 2 jaar geleden de koersen van de euro tegenover de dollar opvroeg via een speciale computer op de universiteit, viel ik bijna van mijn stoel. De computer gaf data aan vanaf december 1957. De  euro/US dollar, dit valutapaar is hét valutapaar van de wereld. Waarschijnlijk heeft men terug gerekend wat de ECU moest zijn in december 1957. Want op 1 januari 1958 trad  het ‘Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap’ in werking. In het EEG-verdrag werd de economische huishouding, stabiele prijzen en een houdbare betalingsbalans overgelaten aan de lidstaten. Dit stond in art. 12 lid 1 EEG-Verdrag. Verderop in het verdrag stond dat de Raad het meer moest coördineren.  De Raad ging aan de slag en zorgde dat er een Comité van Presidenten van Centrale Banken ontstond. Op sinterklaasdag 1978 werd het Europees Monetair Stelsel opgestart en werd de ECU gecreëerd. ECU staat voor European Currency Unit. Een soort van mandje van valuta. Het Hof van Justitie gaf aan dat marktintegratie vereiste dat er vaste wisselkoersen moesten komen. Om zo één economische ruimte te scheppen.[5] Dit staat in rechtsoverwegingen 25 en 26 in de zaak Rewe Kehl. Toen werd het stil tot de zomer van 1988. Jacques Delors was leider van het Comité dat zijn naam droeg. Hij wilde het in drie fasen voltooien. Doel was eigenlijk: één munt. Waarom? Psychologisch, economisch en politiek het beste.

Nu springen we iets vooruit en stoppen we voor de Berlijnse muur. Na de val van de muur in november 1989 kwam de vorming van de euro in een versnelling. Op 7 februari 1992 ondertekenen de lidstaten het Verdrag van Maastricht. 2 jaar ervoor is er druk geschoven met de tekst. Dit was een Europees politiek verhaal.

Maar hoe werd de burger ingelicht? Op 4 augustus 1947 stond er in de Leeuwarder courant: “Inmiddels is te Parijs (gaat over Marshall) een commissie van deskundigen gevormd ter bestudering van de wijze waarop de Europese valuta gemakkelijk omwisselbaar gemaakt zouden kunnen worden.” Dit is nog normaal, omwisselen.

Dan volgt een krantenartikel van 23 april 1949 over een verslag van de economische conferentie van de Europese Beweging. Gehouden in Londen en Churchill sprak er. Verder in het artikel staat iets interessants. Sir Harold Butler spreekt als voorzitter van de internationale economische en maatschappelijke sectie van de beweging: “hij pleitte voor vrije inwisselbaarheid van de verschillende Europese valuta, zoals voor 1914 het geval was”.[6] Bedoelde hij hiermee de Latijnse Monetaire Unie?

Op 8 juni 1961 staat in De Telegraaf een artikel met de kop: “naar meer bundeling van Europese valuta?” De 6 ministers van de EEG krijgen advies van prof. Triffin, permanent adviseur van de Europese Commissie. Zijn advies: 10% van de deviezenreserves in een gemeenschappelijk fonds stoppen.  Dan volgt er nog een artikel. 27 september 1967 in De Tijd. De Britse minister Callaghan heeft in Le Monde geschreven: “dat een grotere Europese Gemeenschap zou kunnen leiden tot schepping van één Europese valuta, waarin alle valuta’s, ook de pond sterling, zouden opgaan. “Een grotere gemeenschap zou in staat zijn een politiek te volgen, waarin door Europa zijn monetaire kracht kan doen gelden en zijn invloed in de wereld kan vergroten. Een dergelijke politiek zou bijvoorbeeld uiteindelijk schepping van één Europese valuta mogelijk maken.”

ECUIk heb een krantenartikel gevonden van 5 november 1970. Citaat: “De monetaire unie betekent een onwrikbare koppeling aan de West-Duitse mark die de sterkste valuta in de EEG is. In de EEG-voorstellen staat dat wanneer de- munten van de verschillende landen worden gekoppeld absoluut vast moet staan dat deze koppeling totaal en onherroepelijk is. De vervanging van de afzonderlijke munten door één EEG-munt is dan nog slechts een psychologische zaak. Voor deze EEG-munt zijn al namen in omloop als Euromark, Eurofrank en ECU = European Currency Unit (Europese munteenheid). De drijvende kracht daarbij zijn uiteraard de grote concerns en banken.”[7]

In september 1973 stond op pagina 25 van De TelegraafEurco een wereld-valuta?’ Kern van het artikel was dat de Europese Investeringsbank op 12 september een contract ging tekenen voor de uitgifte van een lening die zal luiden in Eurco. De uitgifte van een obligatie dus. De 9 euromarktlanden bepalen volgens een verdeelsleutel de waarde van de Eurco. Verderop in het artikel staat: “hoewel men uiteraard moet afwachten of de Eurco zal aanslaan. De Europese Munt Eenheid en de Europese Reken Eenheid zijn nooit goed van de grond gekomen. Dit systeem, Eurco, is zo eenvoudig dat het aan vele wensen tegenmoet komt[8].” Verderop: “Bij de Eurco-leningen zijn de voorkeur en de risicovaluta voor de geldgever en de geldvrager redelijkerwijs verdeeld. Slaagt men in dit experiment, dan kan de Eurco met b.v. de dollar en de yen gemakkelijk worden uitgebreid tot een wereldvaluta.” Wat kunnen we concluderen uit deze twee artikelen? Dat men vanuit Brussel en vanuit de hoofdsteden constant proefballontjes aan het oplaten was. Niet onder de bevolking, maar onder de serieuze partijen: grote concerns en banken. In september 1973 stond dit in de Telegraaf. En in oktober 1973 gaf het HvJ heel duidelijk aan dat er vaste wisselkoersen moesten komen. De ECU van 13 maart 1979 was de echte serieuze voorloper van de euro. De ECU had een valutacode XEU. En op sommige sites waarbij je de euro tegenover een andere valuta wilt projecteren, gebruik je XEU.[9] De ECU is uiteindelijk vervangen door de naam: ‘euro’ in 1999.

Kritiek op het idee van de euro

Er waren voor 1 januari 1999 zeker ook kritische noten. Het scherpste was Martin Armstrong in juli 1996: “Europe does not quite understand the United States model of a single currency. Europe looks at the US and sees one single currency as being extremely efficient with a by-product of consistently lower unemployment as one goal.”[10] Armstrong adviseerde de Europese Commissie op het gebied van de euro voor 1999. Hij gaf aan dat er één obligatie moest komen zodat investeerders niet opgescheept zouden zitten met Duitse en Italiaanse en Nederlandse obligaties. De Europese Commissie antwoorde dat dát politiek onhaalbaar was. Dus de individuele landen wilden geen eurobonds. Eén munt, muntgeld en biljet, was al een hele stap. Notabene drukken de eigen landen het eurobiljet en de muntstukken. Niet centraal in Frankfurt. Verder ligt het goud niet op één centrale plek: in Frankfurt. Maar verspreid over alle landen waaronder de VS. En de VS zijn de andere kant van hét valutapaar van de wereld: euro/usd.

Ik noemde goud. Om de euro goed te begrijpen moeten we terug naar de periode voor 1971. Op 15 augustus 1971 liet Nixon de koppeling van goud en dollar varen. Ongedekt dus. In de jaren daarvoor spendeerden politici meer geld dan dat er binnen kwam via belastingen. Maar ze wilden wel de goudstandaard vasthouden. Dat is problematisch op langere termijn. Ten tweede kwam er een scheur in de goudstandaard door de handel. Zo rond 1965 kwamen er twee goudprijzen. De officiële prijs van 35$ en de marktprijs in Londen. Goud werd daar verhandeld als grondstof. De marktprijs was hoger dan de officiële goudprijs van 35$. Uiteindelijk gingen Europese landen hun dollars omwisselen voor goud. Dit leidde tot de val van de goudstandaard. Later lekte uit via Wikileaks dat de Amerikanen het door hadden. Het draait om een gesprek tussen Kissinger en zijn team (Kissinger was toen veiligheidsadviseur van de regering). Citaat: “if necessary they (Europese landen) would trade gold in secret at the free market price.”[11]

Punten van kritiek waren er voor de invoering. In Nederland en Duitsland. Een korte vlucht langs wat artikelen. In 13 februari 1997 werd er een artikel geplaatst in de Volkskrant met als kop ‘met deze EMU kiest Europa verkeerde weg’. Zeventig economen zetten de handtekening onder de brief. De strekking van de brief. Ik citeer: “Een aantal jaren later is er nog niets veranderd. Integendeel, de invoering van deze EMU gaat gepaard met hoge kosten, onder meer in de vorm van oplopende werkloosheid en sociale spanningen. De EMU blijkt niet veel meer dan een monetaristisch project.”[12] Vervolgens proberen sommige critici nog op de valreep de euro tegen te houden. Op 24 maart 1998 komt er een artikel in het NRC Handelsdagblad te staan. Arjo Klamer wordt geciteerd: “Dat (de euro) staat veel te ver van het oorspronkelijke Europese ideaal van solidariteit, sociale cohesie en vrede.” Vervolgens geeft Kees Vendrik aan: “Ik hoor vaak: Wim wil geen debat, en daarmee is de kous dan af”. Vendrik doelt op gesprekken tussen PvdA-leden en hemzelf. Opnieuw een citaat van Vendrik: “In 1991 riepen velen van ons al dat de euro een slechte zaak is, maar daar werd niet naar geluisterd”, aldus Vendrik. ‘Toen waren we te vroeg, nu weer te laat, zo doe je het nooit goed.”[13]

En in Duitsland? Was daar geen kritiek? Ja. Een citaat uit het FD van 31 december 1996[14] waar Gerard Schröder geciteerd wordt: “Schröder suggereert in Focus dat de Bondsraad de euro in 1998 kan blokkeren. Deze deelstatenkamer, waarin de SPD op dit moment de dienst uitmaakt, heeft echter al in 1992 ingestemd met het Verdrag van Maastricht, waarin de invoering van de Europese munt uiterlijk in 1999 is vastgelegd. Schroder wijst ook erop dat de euro nooit zo hard zal worden als de D-mark. ‘Als je meerdere zwakkere munten samenvoegt met een hele sterke, kan daar nooit die absolute sterke munt uitkomen.’ De lasten van de monetaire eenwording voor Duitsland zijn volgens hem niet te dragen. ‘Wij betalen nu al elk jaar DM 200 mrd van West naar Oost binnen de Bondsrepubliek Duitsland. Daar kan niets meer bovenop.”

Terug naar Nederland. De kritiek op de euro verstomt. Een laatste poging doet Arjo Klamer in 2011 in het Dagblad van het Noorden. Als ik Wellink was zou ik daar om lachen.

De toekomst van de euro

De kans dat de euro het in de huidige vorm zal gaan reden is heel klein. Waarom? Laat ik het uiteenzetten. Sinds 2007 hebben we speculatie gezien tussen landen die samen in de Euro zitten. Het geld stroomde van de zuidelijke landen naar de noordelijk landen zoals Nederland en Duitsland. Hoe kun je dit het beste zien? Door naar de tienjaarsrentes te kijken: Amerika 2%, Duitsland 0,6%, Nederland 0,7%, Frankrijk 0,8%, Griekenland 11%, Italië 1,7%.[15] Geld is naar het noorden vertrokken wat resulteert in lagere rentes.

Het is absoluut onmogelijk voor Europa om één rente te stellen als Europese landen via de ECB, maar wel met een groep van eigen landen te zitten op één continent. Zo lang individuele landen eigen rechten hebben, is er kredietrisico wat resulteert in verschillende marktrentes. Dit in tegenstelling tot de 50 staten van de Verenigde staten van Amerika. Na 1 januari 1999 heeft zich het speculatieve element van valuta verschoven naar de individuele obligaties van de landen van de eurozone & Zwitserland. Omdat Zwitserland een koppeling wilde met de euro. En dat mislukte begin dit jaar jammerlijk. Die koppeling heeft niet lang stand gehouden.

Het gekke was dat de speculatie verschoven is naar de obligaties. Maar van 1 januari 1999 t/m juli 2007 zag je dat niet. De rentes waren bijna gelijk tussen de landen onderling. Daarna ging het mis. George Soros hing het doen oplopen van de rente spreads op aan een uitspraak van bondskanselier Merkel: “The process culminated with the Maastricht Treaty and the introduction of the euro. It was followed by a period of stagnation which, after the crash of 2008, turned into a process of disintegration. The first step was taken by Germany when, after the bankruptcy of Lehman Brothers, Angela Merkel declared that the virtual guarantee extended to other financial institutions should come from each country acting separately, not by Europe acting jointly. It took financial markets more than a year to realize the implication of that declaration, showing that they are not perfect.”[16] Maar Soros wil een mooi nieuwsmoment aanwijzen voor zijn theorie die niet klopt. Want in januari 2008 was de spread tussen de Duits en Griekse rente al aan het oplopen. Nog voor Lehman moest omvallen. Gewoon feiten checken. Citaat ANP-bericht 22 oktober 2008: “Griekenland blijkt na correctie van de begrotingscijfers toch weer een buitensporig begrotingstekort te hebben. Het land had vorig jaar een tekort van 3,5 procent van het bruto binnenlands product, terwijl de EU-limiet op 3 procent ligt. Dat meldde het EU-bureau voor statistiek Eurostat woensdag in herziene cijfers.” Griekenland had in het jaar van de vele overnames, 2007,  problemen met de staatsbegroting. Op woensdag 9 december 2009 moest de Griekse minister van Financiën zijn Europese collega’s overtuigen. Tegen de pers zei hij: “We zijn geen nieuw IJsland, zoals we ook geen nieuw Dubai. We zitten niet te wachten tot iemand ons komt redden.”

Zoals Bretton Woods faalde, faalde de Latijnse monetaire unie ook. De eurozone zal ook falen. Je weet alleen niet wanneer. Het pleisterplakken van politici zal nooit werken. Verder moeten we als Hollanders niet gaan huilen dat we het niet wisten. De problemen met de euro zijn aangekaart in de Volkskrant, door Arjo Klamer en Kees Vendrik.  En Gerard Schröder. Verder zijn we nu aan het kijken naar het uiteenvallen van de eurozone. De Zwitserse centrale bank kon de koppeling met de euro niet aan. Dit was 19 januari 2015[17]. Ze hebben even geflirt met Draghi. En dat heeft ze veel geld gekost. En moeite. Heeft de eurozone overlevingskans? Ja, maar dan moeten Merkel, Rutte, Hollande zelf plaatsnemen in de Europese Comissie. Draghi gaat dan eurobonds uitgeven en het Nederlandse parlement wordt een bijkantoor van Brussel.

Dit artikel is gebaseerd op een lezing gehouden te Zwolle op 11 mei 2015.


[1] http://www.faz.net/aktuell/wirtschaft/eurokrise/griechenland/schaeuble-warnt-vor-ueberraschender-staatspleite-griechenlands-13583898.html

[2] http://nl.wikipedia.org/wiki/Zollverein

[3] http://www.zum.de/whkmla/region/germany/zollverein.html

[4] http://en.wikipedia.org/wiki/Latin_Monetary_Union

[5] 24 oktover 1973 HvJ.

[6] 23 april 1949 De Heerenveensche koerier

[7] De waarheid 5 november 1970.

[8] De Telegraaf 12 september 1973 pagina 25. Bron Delpher.

[9] http://stockcharts.com/h-sc/ui?s=%24XEU

[10] http://web.archive.org/web/19980426083129/http://pei-intl.com/Publications/EUROPE/MA0796B.HTM

[11] http://www.silverdoctors.com/1973-eu-cbs-traded-gold-in-secret-at-free-market-price/

[12] http://www.volkskrant.nl/economie/met-deze-emu-kiest-europa-verkeerde-weg~a486508/

[13] Critici komen in het geweer tegen ‘zielloos’ Europa NRC Handelsdagblad 24 maart 1998.

[14] Het FD 31 december 1996 ‘SPD KEERT ZICH TEGEN EURO-KRITIEK SCHRODER’

[15] http://www.staatslening.info/

[16] http://www.georgesoros.com/interviews-speeches/entry/remarks_at_the_festival_of_economics_trento_italy/

[17] https://insights.abnamro.nl/fx-weekly-snb-neemt-radicaal-besluit/

Posted on

“De EU is er niet om oorlog te voeren”

Eerder berichtte Novini reeds over een nieuw initiatief voor een christelijk-conservatieve partij in Oostenrijk onder de naam Die Reformkonservativen (REKOS). Michiel Hemminga interviewde twee jonge mannen die betrokken zijn bij dit initiatief, Alexander Tschugguel en Johann Kuefstein.

De interesse voor de politiek werd bij beiden al op jonge leeftijd gewekt. Toen Alexander 16 was kwam hij toevallig in contact met de voorzitter van de JES, een katholieke studentenorganisatie, waar hij een cursus volgde. Die cursus, die zich met fundamentele beginselen bezig hield, zou een van de aanleidingen zijn voor Tschugguels latere politieke engagement, in eerste instantie in de universiteitspolitiek.

Voor Johann was het zijn grootvader, die historicus was, die hem de hartstocht voor de politiek en de geschiedenis deed ontdekken. Kuefstein studeert dan ook politieke wetenschappen en geschiedenis aan de Universiteit van Wenen, een studie die hij in de loop van dit jaar hoopt af te ronden. In zijn studie focuste hij zich onder andere op de politieke geschiedenis van Oostenrijk in de 19e eeuw. Via Johanns betovergrootvader (Franz Graf von Kuefstein) heeft zijn familie trouwens een nauwe betrokkenheid bij de katholieke sociale leer en met name de eerste sociale pauselijke encycliek Rerum Novarum. “Zaken die helaas veel mensen niets meer zeggen.” Kuefstein heeft dan ook de ambitie om de actualiteit van deze encyclieken voor de hedendaagse politiek duidelijk te maken en op basis daarvan te laten zien dat er ook een ander sociaal beleid mogelijk is dan het socialistische.

Zowel Tschugguel als Kuefstein is bij het nieuwe partijinitiatief betrokken geraakt doordat ze Ewald Stadler al kenden. Stadler is lid van het Europees Parlement. Hij werd gekozen voor de BZÖ, een afsplitsing van de FPÖ. Later keerde Stadler zich van de BZÖ af vanwege de liberale koers. Tschugguel kende Stadler van de zondagse mis: “Toen duidelijk werd dat hij geen kandidaat meer zou zijn voor de BZÖ, heb ik er bij hem op aangedrongen deze gelegenheid aan te grijpen om een nieuwe, conservatieve partij op te richten.” Dat heeft uiteindelijk geleid tot de oprichting van de Reformkonservativen en het betrekken van gelijkgestemden zoals Kuefstein.

Tschugguel en Kuefstein hebben hoge verwachtingen van het initiatief. Hun eigen rol zien ze vooral in het werven voor Stadler en de nieuwe partij. Kuefstein wil daarbij met name inzetten op het aan het denken zetten van mensen: “Het is toch bedenkelijk dat men zich als politicus niet op zijn christelijke wortels kan beroepen en dat alles wat christelijk is een negatieve lading heeft. Scheiding van kerk en staat heeft daar niets mee te maken. Stel je voor dat we de leden van de SPÖ een scheiding van staat en socialisme zouden voorschrijven, zodat ze geen politiek zouden mogen voeren op basis van deze ideologie.”

“Het hele politieke spectrum tendeert naar links.”

 

Beide heren zijn zeer overtuigd van de noodzaak van een nieuwe conservatieve partij. “Vanouds hebben conservatieven in Oostenrijk twee opties”, aldus Tschugguel: “Ten eerste de ÖVP, vandaag de dag een centrumlinkse partij, die het voor elkaar krijgt zich iedere volgende verkiezing nog weer een stukje kleurlozer te presenteren. Ten tweede de FPÖ, een nationalistische partij, waarvan het sociaal-culturele beleid grotendeels er mee door kan, maar waarvan het economische beleid nauwelijks te onderscheiden is van dat van de socialisten.” Het hele politieke spectrum tendeert kortom naar links, zo vat Kuefstein samen. “Daarom is het nodig traditionele christelijke waarden weer op de voorgrond te zetten, zodat er een echt alternatief is.”

Steun voor REKOS moet volgens Kuefstein dan ook te vinden zijn in allerlei kleine groepen en verbanden van mensen die zich niet kunnen vinden in de status quo, diverse christelijke organisaties, pro-life- en gezinsorganisaties, maar bijvoorbeeld ook tegenstanders van een Europese schuldenunie en voorstanders van de Oostenrijkse neutraliteit. Oostenrijk is bijvoorbeeld geen lid van de NAVO, maar heeft recent wel treinen met tanks doorgelaten. Die tanks waren onderweg naar het aan Oekraïne grenzende Hongarije. Stadler is echter de enige Oostenrijkse politicus die bekritiseert heeft dat de Oostenrijkse regering op deze ongeloofwaardige manier met de formele neutraliteit van het land omspringt.

Gevraagd naar het versplinterde partijpolitieke landschap in Oostenrijk, vooral onder de eurosceptische partijen, vertelt Kuefstein dat al verscheidene actieve leden van Team Stronach (een rechts-liberale eurosceptische partij, red.) de overstap naar REKOS gemaakt hebben. Voor de BZÖ, die in de verkiezingen aantreedt met een lijsttrekker waarvoor de liberale NEOS bedankte, ziet hij ook weinig toekomst, ook al omdat die sinds kort nota bene toetreding tot de NAVO bepleit. “Ik ben er zeker van dat 42 REKOS-kandidaten en honderden activisten veel kiezers voor onze ideeën zullen weten te winnen!”

De kansen van de pas opgerichte partij om een zetel in het Europees Parlement te bemachtigen lijken echter gering. REKOS moet opboksen tegen gevestigde partijen die veel gemakkelijker toegang hebben tot de media, de partij is in de peilingen vooralsnog dan ook niet verder gekomen dan 2%. Kuefstein ziet het glas echter half vol: “Er zijn veel teleurgestelde kiezers en niet-stemmers, de conservatieven onder hen hebben nu een geloofwaardig alternatief.” Ook het kwakkelende Team Stronach is een vijver waarin Kuefstein denkt te kunnen vissen, getuige de activisten die overkomen.

 

Volgens Tschugguel gaat het ook niet per se om het Europese Parlement, de verkiezingen zijn belangrijk om de partij bekend te maken. Hij is er zeker van dat ze op termijn doorbreekt in de Oostenrijkse politiek. Kuefstein beaamt dat: “Het is een lange-termijnproject, het groeit langzaam maar gestaag. Na de verkiezingen voor het Europees Parlement, zullen we aan de verkiezingen voor het nationale parlement deelnemen.”

“We moeten terug naar de bevoegdheidsverdeling van voor het Verdrag van Maastricht.”

 

De hoofddoelen zijn wat Kuefstein betreft duidelijk: “Ten eerste moeten de overmachtige EU-instellingen macht teruggeven aan de lidstaten. We moeten terug naar de bevoegdheidsverdeling van voor het Verdrag van Maastricht. Ten tweede moeten we als neutraal land de militaire unie voorkomen; de EU is er niet om oorlog te voeren. De Oostenrijkse betalingen aan het Europese Defensieagentschap moeten stopgezet worden en aan de invloed van de NAVO op de EU moet ook een einde komen. Ten derde gaan we voor de bescherming van het ongeboren leven en willen we dat de eisen van het grootste Europese Burgerinitiatief One of us worden doorgezet. De financiering van abortus door de Europese Commissie moet onmiddellijk gestopt worden. Als de EU niet tegemoet komt aan dit burgerinitiatief dan moet Oostenrijk de geldkraan dichtdraaien.”

Posted on Leave a comment

Seculiere zendingsijver in Europa. Durven zwijgzame christenen de confrontatie aan?

Enkele weken geleden, op de Nederlandse ambassade in Tbilisi, Georgië vond een gesprek plaats tussen een medewerker van de ambassade, een medewerker van de universiteit in Tbilisi en een vertegenwoordiger van een Nederlandse universiteit.

Het volgende voorstel werd geopperd. In Georgië is er de noodzaak voor begeleiding voor kinderen met handicaps. De universiteit van Tbilisi heeft een plan uitgewerkt waarbij een school met dagopvang wordt gebouwd voor kinderen met allerlei soort van handicap. Hierdoor kunnen honderden kinderen geholpen worden in hun dagelijks leven. Geld om de school te bouwen is er, geregeld door Noorwegen en Japan. Het enige wat nog ontbreekt is het ontwerp zelf. Er is nog een beperkt geldbedrag nodig om het ontwerp te maken.

Helaas, de Nederlandse ambassade heeft wel geld, maar niet voor een dergelijk initiatief. De aanwezige fondsen zijn gelabeld en bestemd voor `sexuele minderheden´.

Zomaar een voorbeeld. Maar wel een die het seculiere gezicht van Nederland in Europa laat zien. In dit artikel bekijken we een aantal recente gebeurtenissen in dit licht.

Meer dan een belangengemeenschap
De Europese Unie vindt zijn oorsprong in de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS), die in 1952 gevormd werd door zes landen (België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg en Nederland). Deze gemeenschap was bedoeld om samen te werken op het gebied van zware industrie, noodzakelijk om elkaars productie van wapentuig te controleren. In 1958 kwamen de Europese Economie Gemeenschap (EEG) en de Europese Atoom Gemeeschap (Euratom) tot stand. De laatste om het vreedzaam gebruik van atoomenergie voor vreedzame doeleinden in Europa te bewerkstelligen. De EEG bevorderde de onderlinge samenhang op het vlak van onderlinge handel. In 1993 werd bij het verdrag van Maastricht de Europese Unie zoals we die nu kennen een feit. Inmiddels heeft de Europese Unie 27 lidstaten.

Vormt het gedeelde belang van vrede, handel en economie de enige gemeenschappelijke grond voor een hechte samenwerking van Europese lidstaten? Nee. Om een andere gezamenlijke bron op het spoor te komen gaan we verder terug in de tijd.

Christelijke wortels
Dit jaar is het 1700 jaar geleden dat in Edict van Milaan[1] werd uitgevaardigd in het Romeinse Rijk door Licinius en Constantijn de Grote. Vanaf toen waren burgers vrij hun godsdienst openlijk uit te oefenen. We mogen zeggen dat vanaf toen het christendom groeide in Europa en de cultuur mede gevormd heeft. De landen in Europa hebben een christelijke geschiedenis met daarbij behorende culturen en tradities.

In de afgelopen 1700 jaar is vanzelfsprekend veel gebeurd en veranderd. Was in het jaar 1000 de theologie nog absoluut de koningin der wetenschappen, aan het einde van de middeleeuwen was dat de natuurkunde. De rede had het geloof verdreven van de universiteiten. Deze overwinning van de rede werd met de Verlichting bezegeld.

Anno 2013 hebben we te maken met een ander Europa, een werelddeel met een nieuw gezicht, een nieuwe orde. De landen in Oost-Europa herleven na het communisme. Het christendom groeit daar terwijl het in West-Europa tanende is.

Seculiere propaganda
Golden vroeger de christelijke waarden in West-Europa, inmiddels zijn ze  vervangen door humanistische en libertijnse waarden. Dit wordt met name verspreid door de instellingen van de Europese Unie. De Europese Unie is een instituut geworden die de soevereiniteit van de natiestaten overstijgt, terwijl het verdrag officieel stelt dat EU de soevereiniteit en identiteit van de lidstaten respecteert.

De bevordering van humanistische en libertijnse waarden zien we vooral terug bij de omgang met toetredingseisen voor nieuwe lidstaten. Een land dat wil toetreden tot de Europese Unie heeft officieel te maken met de criteria van Kopenhagen. Deze criteria bevatten een aantal voorwaarden waaraan een land moet voldoen wil het kunnen toetreden tot de Europese Unie. Deze voorwaarden zijn vastgelegd door de Europese Raad in 1993 in Kopenhagen. Volgens deze voorwaarden moet een land dat wil toetreden tot de Europese Unie o.a. de mensenrechten respecteren, democratische principes in de praktijk brengen en een goed functionerende markteconomie hebben. Buiten het gegeven dat de mensenrechten universeel worden benoemd, gaan de Kopenhagen-criteria niet in op ethische kwesties. Toch worden deze criteria in de praktijk gebruikt als een kapstok om humanistische c.q. libertijnse waarden te introduceren en aan landen aanvullende eisen te stellen voor toetreding. Moldavië kreeg bijvoorbeeld te maken met Europese druk om abortus en euthanasie te legaliseren, omdat toetredingsgesprekken anders geen zin hadden.

Niet alleen het de instellingen van de propageren deze seculiere waarden, diverse lidstaten waaronder Nederland doen dat ook. In het vervolg van dit artikel gaan we in op een aantal voorbeelden uit de praktijk waarin deze seculiere zendingsijver in Europa tot uitdrukking komt:
–          Het Pink Embassy initiatief en de Nederlandse ambassade in Albanië
–          De kwestie Rocco Buttiglione en Tonio Borg
–          De reacties op anti-homohuwelijk demonstraties in Parijs

PINK Embassy
PINK Embassy is een initiatief dat opkomt voor homorechten in Albanië en wordt mede gesubsidieerd door Nederlandse MATRA-programma en COC-Nederland. Regelmatig schuift de Nederlanse ambassadeur, De la Beij aan bij rondetafelgesprekken.[2]

Nu zijn er ongetwijfeld Albanezen die hierop zitten te wachten. Er is immers aandacht en geld voor een bepaalde minderheid. Echter veel Albanezen zien dit initiatief als een grove belediging aan het adres van Albanië. Wie denken de Nederlanders wel dat ze zijn, en waar bemoeit die ambassade zich eigenlijk mee?

Dit en het voorbeeld waar dit artikel mee begon, duiden erop dat het secularisme bepaald niet neutraal is, maar traditionele, christelijke waarden wil vervangen door wat men ‘moderne waarden’ vindt. Genoemd is al het voorbeeld waarbij alleen geld beschikbaar is voor ´sexuele minderheden´ in een land als Georgië waar christelijke waarden hoog in het vaandel staan. In die traditionele maatschappelijke context zullen secularisten in 2013 wel even vertellen dat het allemaal anders moet. Blind als men is voor voor het levensbeschouwelijk karakter van het eigen streven, schoffeert men zonder meer de lokale samenleving en hun tradities. En dat in naam van ‘Democratiebevordering’. Je gaat je afvragen van wie ze dit kunstje hebben afgekeken…

Rocco Buttiglione en Tonio Borg
In 2004 zou de Italiaan Rocco Buttiglione aantreden als eurocommissaris voor Justitie, Vrijheid en Veiligheid. Echter, hij werd weggestemd door liberale en socialistische groeperingen in het Europees parlement, met als reden dat hij als christen niet kan instemmen met de seculiere visie op homoseksualiteit. Hoewel Buttiglione aan de leden van het Europees Parlement helder uiteenzette dat hij zijn privémening keurig gescheiden zou houden van de uitvoering van de taken waarvoor hij als eurocommissaris verantwoordelijk is, werd hij toch weggestemd. Men pruimde zo’n conservatieve christen gewoonweg niet. Feitelijk was zijn levensbeschouwing de reden om af te zien van een aanstelling.

De casus Tonio Borg is van recenter datum. Hij volgde vorig jaar John Dalli op als eurocommissaris voor Gezondheid. Borg is orthodox katholiek en burger van Malta. Ook Tonio Borg werd bevraagd over zijn standpunten rondom abortus en het homohuwelijk. Ook nu weer kwam de meeste kritiek uit de liberale en socialistische kampen van het Europees Parlement. Uiteindelijk werd hij toch gekozen met een minimale benodigde meerderheid van stemmen.

Uit het voorgaande blijkt duidelijk dat het een orthodox christen bijzonder moeilijk wordt gemaakt om eurocommissaris te worden. De discussie gaat niet over de capaciteiten van de kandidaat, maar over levensbeschouwelijke zaken die vaak niets of slechts zijdelings te maken hebben met de functie. Daarnaast is het zo dat de Europese Unie zich niet mag inlaten met ethische kwesties van lidstaten. Op dit punt lopen wetten en regelgeving in de lidstaten uiteen. Het is volgens het verdrag niet toegestaan dat er vanuit de Europese Unie pressie wordt uitgevoerd op lidstaten om hun wetgeving op dit punt aan te passen.

Parijse demonstratie tegen homohuwelijk

Demonstraties in Parijs
Eind maart 2013 gingen meer dan een miljoen vreedzame betogers de straten van Parijs op om te protesteren tegen de invoering van het homohuwelijk. Schattingen naar aantallen liepen in de media nogal uiteen. Van honderdduizenden tot 1,4 miljoen.

Volgens de politie was er sprake van overtredingen door de betogers en daarom zette zij traangas in. Zelfs kinderen werden hier het slachtoffer van.

Men durfde zelfs zover te gaan dat organisaties die betrokken waren bij de organisatie van deze betoging, getypeerd moesten worden als staatsgevaarlijk, extra in de gaten moesten worden gehouden en mogelijk zelfs verbieden.

Wat in Frankrijk is gebeurd is demonstratief voor de toenemende intolerantie van het secularisme in Europa. We zien regelrecht de aanval geopend worden op christelijke organisaties die pleiten voor het traditionele gezin en daarmee tegen een mening van de dominante meerderheid ingaan. Blijkbaar raakten de protesterende mannen, vrouwen en kinderen – vaak ook jonge gezinnen! – een gevoelige snaar bij hun seculiere opponenten. Aan de andere kant moeten we bedenken dat er in Parijs meer dan een miljoen mensen op de been waren om christelijke waarden publiekelijk te verdedigen, daar kunnen we in Nederland nog wat van leren.

Geen enkele levensbeschouwing is neutraal
De christelijke overtuiging is niet neutraal, de niet-religieuze liberalen of atheïsten zijn beslist ook niet neutraal. Iedere overtuiging heeft levensbeschouwelijke of filosofische uitgangspunten. De christelijke heeft dat, de atheïstische of humanistische hebben dat niet minder. Het vertrekpunt bijvoorbeeld dat er geen waarheid bestaat of dat alle godsdiensten even waar of even onwaar zijn, is net zo goed vooringenomen als een religieus vertrekpunt. In filosofische zin gaat het bij geloven en bij niet-geloven om dezelfde handeling, slechts de oriëntatie of het object van de gelovige of ongelovige verschilt. Een mens kan de ene kant opgaan en zich in de richting van God bewegen, of zich van Hem vandaan bewegen en de andere kant opgaan. Tegenover God staat geen macht of mens neutraal.

Verder geldt de overweging dat de meerderheid niet altijd gelijk heeft. Soms is een mening zo dominant in een samenleving dat men bij voorbaat degenen die een andere opvatting erop nahouden als achterlijk bestempelt. In een democratie telt elke stem, anders ontaardt zij in een dictatuur van de meerderheid. Daarom is het belangrijk dat christenen vandaag de dag de moed opbrengen om een afwijkende mening naar voren te brengen.

En het is goed om christen-jongeren vaardigheden aan te leren hoe zij hun visie of mening naar voren kunnen brengen, zodat ze zich niet bij het eerste het beste tegenargument uit het veld laten slaan. Op deze manier kunnen we de zwijgzaamheid van christenen doorbreken. Dat hoeft niet alleen in het publieke debat te gebeuren, juist op de werkplek en in het alledaagse leven, bij de bakker of de kapper, is het goed om een andere visie te laten horen.

Zwijgzaamheid doorbreken
Christenen willen niet graag provoceren en zijn daarom mogelijk te zwijgzaam. Ze laten zich misschien ook te makkelijk uit het veld slaan met ondeugdelijke argumenten van anderen. Maar als we zelf wegduiken, geven we libertijnen en atheïsten volop de ruimte. Het liberale verhaal mag dan populair zijn, het is ook vrij kortzichtig. Men zet oude, diep verankerde waarden overboord voor nieuwe, soms zeer vluchtige opvattingen. Gisteren werd het homohuwelijk legaal, nu spreekt men over polygamie, wordt straks pedofilie ook normaal? Europa is door moderniteit en secularisme op drift geraakt. We moeten daarom onze zwijgzaamheid doorbreken. De samenleving mag best meer aan de weet komen waar christenen voor staan.


Zicht
Zicht 2013-2 kleinDit artikel verscheen in Zicht 2013-2: Christenvervolging wereldwijd.

Wereldwijd worden er vandaag de dag zo’n 100 miljoen christenen verdrukt en vervolgd omwille van hun geloof. Christenen in politiek en samenleving mogen niet zwijgen over het kwaad en onrecht dat medebroeders en –zusters in andere landen op deze wereld wordt aangedaan.

Vanaf 2012 heeft Novini een eigen rubriek in het tijdschrift Zicht onder de naam Worldview. Zicht is een kwartaaluitgave van het Wetenschappelijk Instituut van de SGP. Meer info over Zicht vindt u hier.