Posted on

Het vrije verkeer en de uitbuiting van vrachtwagenchauffeurs

vrachtwagenchauffeurs

Een uithangbord van de Europese Unie is het zogeheten vrije verkeer van goederen en diensten tussen de lidstaten. Het wegennet van Europa fungeert daarbij als vatenstelsel en duizenden vrachtauto’s als het levensbloed van de Europese economie. Hoewel deze branche wezenlijk bijdraagt aan een stabiele en florerende economie, heersen er voor vrachtwagenchauffeurs slechte werkomstandigheden. 

Een reportage die op 8 oktober 2018 in het Duitse dagblad Tagesspiegel verscheen, schetst de omvang van de zaak. Expeditiebedrijven in West-Europa kunnen steeds moeilijker chauffeurs vinden, terwijl de vraag steeds verder toeneemt. Volgens het jaarverslag van het Deutsche Speditions- und Logistikverband is er een tekort van liefst 45.000 vrachtwagenchauffeurs. En de tendens is dat dit aantal toeneemt.

Vrachtwagenchauffeurs werven buiten Europese Unie

Om deze vraag te dekken oriënteert de branche zich in toenemende mate op Oost-Europa. Vanwege stijgende sociale standaarden wordt het werk daar echter ook minder gewild. Zodoende halen Oost-Europese dochterbedrijven of onderaannemers een trucje uit. Ze werven voor de werkzaamheden toenemend buiten de Europese Unie mensen aan. Velen van hen komen uit landen als Moldavië, Oekraïne, Wit-Rusland, Rusland en Kazachstan. Voor hen lijkt het werk wel lucratief. Zo bedraagt het Oekraïense minimumloon omgerekend 100 Euro per maand. In Duitsland ligt het echter bij circa 1.500 euro.

Oost-Europees minimumloon aantrekkelijk

Hoewel de Oost-Europese bedrijven meestal voor West-Europese bedrijven werken, krijgen de vrachtwagenchauffeurs die zij in dienst hebben slechts het minimumloon van de Oost-Europese landen waar de bedrijven gevestigd zijn. In Polen is dat bijvoorbeeld slechts 500 Euro per maand. Veel van deze vrachtwagenchauffeurs zijn echter vanaf hun aanstelling nauwelijks in Polen onderweg, maar vooral in West-Europa.

Besparen op personeelskosten

Maar ze vallen ook onder de fiscale en sociale wetgeving van de Oost-Europese landen. Voor de expeditiebedrijven is dat goed zaken doen. Zo kost het aanstellen van een chauffeur in Oost-Europa 14.000 à 20.000 Euro per jaar. In Duitsland zouden de bedrijven met zo’n 46.000 Euro per jaar moeten rekenen.

De branche bespaart kortom op de personeelskosten, oftewel op het personeel dat het tegelijk zo moeilijk krijgen kan. In plaats van aantrekkelijke voorwaarden voor dit zware werk te scheppen, werft de branche dumping-loonwerkers buiten de Europese Unie.

Arbeidsomstandigheden vrachtwagenchauffeurs

Ook voor de chauffeurs uit derde landen is dit niet onproblematisch. Zo moeten vrachtwagenchauffeurs die lange afstanden rijden na twee weken minstens 48 uur rusten. Deze rust mag bijvoorbeeld in België niet in de cabine plaatsvinden. In Duitsland wordt dit echter getolereerd. Worden overtredingen wel beboet, trekt men ze dikwijls van het loon af. Dat deze vrachtwagenchauffeurs zich zodoende dikwijls in een precaire hygiënische toestand bevinden behoeft geen toelichting.

Posted on

Drastische bevolkingsdaling Baltische staten

De directeur van het Litouwse Centrum voor Sociaal Onderzoek, Sarmine Mikulioniene uit bezorgdheid over de bevolkingsdaling in de Baltische staten in het algemeen en Litouwen in het bijzonder.

In de eerste plaats trekken mensen tussen de 18 en 30 jaar oud sinds de jaren ’90 naar het westen en is dit verschijnsel sterk toegenomen sinds de toetreding tot de Europese Unie in 2004. Hoofdreden is de mogelijkheid om beter te verdienen. Hoewel de economie in de Baltische staten zich positief ontwikkelt, is vooral bij de lonen nog een duidelijke kloof met West-Europa zichtbaar.

Waar in bijvoorbeeld Duitsland het doorsnee uurloon bij 15,70 euro ligt, is dat in Letland slechts 3,35 euro. De toetreding van Letland tot de EU leidde tot een massale uittocht van arbeidskrachten, vooral naar Ierland en Groot-Brittannië, maar ook andere West-Europese landen gelden bij de Balten als aantrekkelijker dan hun eigen arbeidsmarkt.

Diverse andere landen hebben met een vergelijkbare uittocht te maken. Vooral Letland, Litouwen, Bulgarije en Moldavië hebben te kampen met een drastische krimp van de bevolking. Mikulioniene waarschuwt: “De situatie is zeer zorgwekkend. In Litouwen zijn 2.000 dorpen volledig verdwenen, we sluiten universiteitsafdelingen en kunnen geen mensen vinden voor het werk.”

De bevolkingsdaling bedraagt in Litouwen 23 procent sinds 1991. Wanneer steeds meer jonge mensen hun land verlaten, heeft dat voor het land in kwestie als gevolg dat de bevolking snel vergrijst. Zowel de economie als het pensioenstelsel zuchten hieronder.

Letland kampt met 27 procent nog sterker met bevolkingsdaling. Wanneer mensen in de vruchtbare leeftijd wegtrekken, betekent dat ook dat in hun thuisland minder kinderen geboren worden. De bevolkingsdichtheid is in Litouwen gedaald naar 44 inwoners per vierkante kilometer, in Letland zelfs naar 29. Ter vergelijking: Nederland heeft 411 inwoners per vierkante kilometer en Duitsland 231.

Naast de Balten die naar het Westen trekken, zijn veel etnische Russen vanuit de Baltische staten naar Rusland vertrokken. In Rusland geldt al langer een vereenvoudigde naturalisatieprocedure. Het is een van de manieren waarop Moskou de eigen negatieve demografische ontwikkeling af probeert te remmen. Sinds 2014 hebben zo’n 600.000 etnische Russen uit diverse voormalige Sovjetrepublieken daar gebruik van gemaakt. Velen kwamen uit de Oekraïne of Kazachstan, maar ook uit de Baltische staten, waar hun rechten sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie aanzienlijk beperkt zijn. Zo zijn veel van de etnische Russen die vaak al generaties in de Baltische staten wonen stateloos. In Litouwen vormen etnische Russen zo’n vijf procent van de bevolking, maar in Estland en Letland is ongeveer een kwart van de bevolking van Russische afkomst.

In Estland stijgt het geboortecijfer sinds enkele jaren weer licht, doordat de regering een aantal prikkels in het leven geroepen heeft. Zo krijgt de ouder die thuisblijft een vergoeding ter hoogte van het laatste loon voor het zwangerschapsverlof en moeten werkgevers naar de andere ouder flexibel zijn.

Posted on

Seehofer moet eindelijk kiezen of hij Merkel blijft steunen

Wie had gedacht dat het nog weer zo spannend zou worden? Bondskanselier Merkel en haar minister van Binnenlandse Zaken zijn een dramatische confrontatiekoers ingeslagen.

Hij wil asielzoekers die zich vanuit een veilig land aan de Duitse grens melden terugsturen. Ook moet er volgens Seehofer niemand meer binnenkomen wiens asielverzoek al eens afgewezen is. Merkel wil die beide zaken uitdrukkelijk niet en ook in de toekomst iedereen binnenlaten die maar wil.

Het liefst zouden alle deelnemers aan dit conflict voor een glibberig compromis kiezen, waarin alles er uitziet alsof Seehofers eisen ingewilligd zijn, maar in werkelijkheid zo functioneert als het Merkel voor ogen staat. Op dezelfde voet verder, met andere woorden, kom binnen, kom binnen! Het ontbreekt in Berlijn momenteel echter aan de fantasie om te bedenken hoe zo’n vuil compromis er praktisch uit zou kunnen zien. Hoe moet je immers iemand half binnenlaten en half afwijzen?

In 2015 dreigde Seehofer als herhaaldelijk met een ramkoers, draaide naderhand echter steeds weer bij, wat hem de bijnaam ‘Drehhofer’ opleverde. Bepaald geen compliment. Mocht de CSU-leider deze manoeuvre kort voor de Landdagsverkiezingen in Beieren medio oktober nog eens herhalen, dat staat zijn partijgenoten in de zuidelijke deelstaat een nog groter verkiezingsdebacle te wachten dan de peilingen toch al voorspellen. In een peiling van Civey in opdracht van de Augsburger Allgemeine werd de AfD onlangs voor het eerst de op een na grootste partij in Beieren. De voor Beierse begrippen miezerige 38,8 procent die de CSU in de jongste Bondsdagsverkiezingen in Beieren binnenhaalde, zullen dan achteraf nog als een relatief goed resultaat aanvoelen. Met dit gegeven in het achterhoofd, resteren Seehofer echter maar twee opties: high noon of met de billen bloot. Het kon dus wel eens gaan knallen.

En dat terwijl de zaak in eerste instantie toch volstrekt ongevaarlijk scheen. Bij de voor haar heerlijk verlopen audiëntie die ze talkshow-presentatrice Anne Will gegund had, zei Merkel desgevraagd over Seehofers plan immers “We zijn daarover in gesprek”. Ze wilde daar “niet op vooruitgrijpen”. In gesprek? We weten uit ervaring dat dat in het Merkeliaans niets anders wil zeggen dan ‘prullenmand’. En dan nog onverhuld. Als Merkel een voorstel tenminste zachtjes te rusten wil leggen, dan zegt ze doorgaans dat dienaangaande reeds het een en ander “in gang is gezet”. Dat wil zeggen: ‘Daar hoef je geen aandacht meer aan te besteden, loopt al.’ Loopt natuurlijk helemaal niet, maar als er toch niet meer aandacht aan besteed, omdat iedereen zich weer door de bondskanselier in heeft laten zepen, dan merkt niemand het.

En nu? Stapt de CSU uit de coalitie, wanneer Seehofer aan het kortste eind trekt met zijn plannen? Stapt de CSU in de Bondsdag uit de gemeenschappelijke fractie met de CDU als Merkel de poot stijf houdt? Dat wordt spannend.

De uitzending van Anne Will afgelopen zondag was trouwens een wonderlijke gewaarwording: De toeschouwers zaten er zo aandachtig enthousiast bij als in een Amerikaanse opwekkingsdienst. Will, de bondskanselier en haar publiek versmolten tot een symbiotische eenheid van met de wereld en zichzelf tevredenen. Alsof het manna uit de hemel was verslonden de toeschouwers de zijdezachte woordwolken van hun hogepriesteres.

En toch had men dikwijls het vermoeden dat er achter de schijnbare ontspannenheid iets flakkerde, een vleug diepe onzekerheid, een vermoeden van de schone schijn van Merkels belofte van gelukzaligheid. Dit vermoeden werd echter overwonnen door het vaste, haast fanatieke verlangen om Merkel te geloven en te volgen. Wat moet er van ons worden zonder Mutti?

In onzekere tijden is de behoefte aan vaste geloofsformules bijzonder hoog, ongeacht hoe vreemd aan de werkelijkheid ze ieder redelijk mens ook voor mogen komen. In het Morgenmagazin van de Duitse publieke zender ARD was afgelopen maandag te vernemen dat de vermoedelijke moordenaar van de 14-jarige Susanna intussen naar Irak “terug gevlucht” was, waar men hem dan in de kraag vatte.

Wie “terug gevlucht” zegt, veronderstelt nog altijd dat Ali Bashar A. oorspronkelijk daadwerkelijk gevlucht zou zijn naar Duitsland. Inmiddels is echter onomstotelijk vastgesteld dat de man geenszins bescherming behoefde, maar zelf een bedreiging vormde, dat hij uit een veilig deel van de Koerdische regio van Irak met zijn clan illegaal naar Duitsland gekomen is. Voor de Duitse publieke omroep blijft hij echter een “vluchteling”, ongeacht wat hij daadwerkelijk in het schild voert.

Ontroerend, deze onverbrekelijke trouw aan de eenmaal gekozen dwaling. Vanzelfsprekend komt de ophef over deze gruwelijk moord op een zeer ongunstig moment. Zelfs Teflon-Merkel heeft geen manier gevonden om dit gevolg van haar welkomscultuur zonder kleerscheuren in de gebruikelijke woordenbrij te laten verzinken. Bij Anne Will noemde ze het “afschuwelijke voorval” een “beroep op ons allemaal om de integratie zeer serieus te nemen”.

Het is van een zelden vertoonde onbeschaamdheid. Waarom zou men iemand moeten “integreren” die sowieso uitgezet zou moeten worden? Ali Bashar A.’s asielverzoek was reeds lang voor de moord afgewezen. Het antwoord: Omdat het volstrekt om het even is, wat de uitkomst van een asielprocedure is. Omdat dat hele circus slechts voor het domme publiek opgevoerd wordt, zodat de gewone man gelooft dat alles er aan toegaat zoals je in een ‘rechtsstaat’ mag verwachten. De waarheid is echter dat het de bedoeling is dat alle asielzoekers blijven, allemaal. Daarom wil Merkel ook niet dat de weinige asielzoekers die succesvol uitgezet worden, teruggestuurd worden als ze het opnieuw proberen.

Wat de Irakees aangaat, is men ook daarom zo blij hem weer in Duitsland te hebben, omdat hem in zijn vaderland de doodstraf boven het hoofd hangt. Een onweerstaanbare boodschap aan alle voortvluchtige moordenaars, die in hun eigen land zo’n straf wacht: ‘Kom naar Duitsland!’ Men bedenke wel dat het niet weinigen zijn, die moeten vrezen door de rechter in hun landen van herkomst een straf opgelegd te krijgen die ze in Europa – ongeacht wat ze uitspoken – nooit zouden krijgen, zoals de doodstraf of een langere gevangenisstraf.

Wat bij ons in Europa komen ze er uiteraard ook niet ongestraft af. Kijk maar naar de 19-jarige Ahmet R. uit Keulen. Die heeft de 40-jarige Thomas K. zo hard tegen de grond geslagen dat hij aan een schedelbasisfractuur is overleden. K. laat zijn vrouw en twee kinderen van negen en dertien jaar oud achter. Motief van de daad? Ahmet R. wilde indruk maken op zijn vrienden, hun “respect” afdwingen. “het toebrengen van lichamelijk letsel met de dood tot gevolg”, luidde het oordeel van de rechter, die de dader na het proces op vrije voeten stelde.

Ja, dat leest u goed: Ahmet K., die een mensenleven op zijn geweten heeft, verliet de rechtszaal als vrij man. De rechter liet hem met twee jaar proeftijd wegkomen en legde hem verder een anti-agressietraining op en regelmatige drugstests. Verder krijgt hij nog een taakstraf, afval prikken in het park of grasmaaien bij de kinderopvang of iets dergelijks. Ook dergelijke vonnissen komen ongelegen voor Merkel, die immers graag over de hardheid van de rechtsstaat zwetst, wanneer er weer eens een asielzoeker een bloedspoor getrokken heeft.

Tegen Seehofers afwijs-plan tovert ze de laatste troef uit haar mouw: ‘Europa!’ Want Europees recht gaat boven Duits recht en Europa zou gebieden dat de Duitse grenzen voor iedereen openstaan, zo stelt de CDU-leider. Daar klopt weliswaar geen bal van, wat ook verklaart dat veel EU-lidstaten hier heel anders mee omgaan. Maar het Europa-argument maakt altijd veel indruk op de kiezers, bovendien is de charme van de Europese Unie voor Merkel dat de kwestie zo op de lange baan geschoven kan worden, door eindeloze onderhandelingen waar de Duitse burgers nauwelijks zicht op hebben, laat staan invloed. Daar gaat het de bondskanselier om.

Merkels fans in de studio bij Anne Will verafgoden de regeringsleider om de “evenwichtige” manier waarop ze Duitsland door de crisis leidt, de crisis die ze zelf iedere dag verder verscherpt.

Posted on

Beieren bouwt eigen grenspolitie op

De Beierse regering heeft vorige week tot de heroprichting van de in 1998 opgeheven Beierse grenspolitie besloten.

Ter coördinatie zal deelstaatminister van Binnenlandse Zaken Joachim Herrmann een nieuwe centrale inrichten in Passau, die op 1 juli – dus nog voor de verkiezingen voor de Beierse landdag in oktober – in gebruik genomen moet worden.

De nieuwe eenheid moet 1.000 agenten sterk worden en over 160 voertuigen beschikken. Bovendien wordt de politiedienst uitgerust met smartphones en draagbare computers (convertibles), mobiele apparaten voor het controleren van reisdocumenten en vingerafdrukscanners, alsmede draagbare nachtzicht en warmtebeeldtechniek en drones. De centrale in Passau zal de eenheden aansturen en coördineren met de Landespolizei en de douane.

Daarnaast komen ook de reeds bestaande opsporingsgroepen van de politie langs de federale grens met Oostenrijk en Tsjechië ter beschikking te staan aan de centrale in Passau. Dat betreft momenteel circa 500 agenten, die nu reeds opsporings- en grensgerelateerde werkzaamheden verrichten. Met deze maatregelen moet vanuit Passau de gehele grensbewaking van Beieren aangestuurd worden.

Hoofdtaken van de grenspolitie zullen de bestrijding van illegale grensoverschrijdingen, mensensmokkelaars en grensoverschrijdende criminaliteit zijn. Verder kan de grenspolitie ook direct aan grens taken als paspoortcontrole vervullen. Het tussen het federale Ministerie van Binnenlandse Zaken en de Beierse deelstaatregering gesloten akkoord over de grenspolitie in Beieren van 16 juli 1975 moet dienovereenkomstig aangepast worden. Daarin zijn – zij het weinig concreet – de verantwoordelijkheden van de federale politie en de grenspolitie vastgelegd.

De Beierse premier Markus Söder houdt “grenscontroles op een redelijke manier op den duur voor noodzakelijk” en wil met deze stap “spijkers met koppen slaan”. Hij is ervan overtuigd dat de nieuwe Beierse grenspolitie een “heel grote bijdrage” zal leveren om “de veiligheid in de Beierse grensstreek te verbeteren”. Weliswaar zal de eerste verantwoordelijkheid voor de grenzen nog altijd bij de federale politie liggen, maar “een centimeter daarachter zijn wij met onze grenspolitie”, aldus de deelstaatpremier verder.

Als enige Duitse deelstaat beschikte Beieren al vanaf 1946 tot 1998 over een eigen grenspolitie. Deze vormde naast de Landespolizei en oproerpolitie de derde zuil van de Beierse politie en was voor de beveiliging van de federale grenzen in Beieren verantwoordelijk. Door de toetreding van Oostenrijk tot de EU en het Akkoord van Schengen veranderde de situatie aan de Beiers-Oostenrijkse grens fundamenteel, zodat de grenscontroles hier trapsgewijs opgeheven werden. Na 31 maart 1998 hield de Beierse grenspolitie op te bestaan.

Posted on

De oorzaken van de massamigratie in historisch perspectief

In zijn nagelaten werk Das Migrationsproblem ontwerpt de Duitse historicus, politicoloog en socioloog Rolf Peter Sieferle een groot historisch en functioneel beeld van het verschijnsel massa-immigratie.

De ondertitel van het boek, over de onverenigbaarheid van verzorgingsstaat en massa-immigratie, is daarentegen misleidend. Gelukkig maar, want over dit thema valt per slot van rekening weinig meer te zeggen. Wie nu nog niet begrepen heeft dat een solidariteitssysteem slechts op grond van exclusiviteit kan functioneren, of gechargeerd, dat we niet de halve wereld een uitkering kunnen bieden, zonder onze verzorgingsstaat te overvragen, die zal het wel nooit begrijpen.

Gelukkig heeft Rolf Peter Sieferle (1949-2016) veel meer te bieden dan deze trivialiteit. In Das Migrationsproblem poogt hij het verschijnsel van de massa-immigratie binnen het functionele kader van de hedendaagse westerse democratie te verklaren en historisch te plaatsen. Dat alles in niet meer dan 124 pagina’s. Het probleem dat Sieferle bespreekt bestaat dan ook niet, zoals de ondertitel deed vrezen, in het eindeloos herhalen van het hierboven beschrevene. In tegendeel, het gaat om een groot essay met een keur aan inzichten, zonder expliciete integrerende betoogtrant.

Ondanks dat is het een even leesbaar als omvattend boek. Sieferle slaagt er in vanuit de kern van zijn bespreking, de destructieve wisselwerking tussen verzorgingsstaat en immigratie, waarin de verzorgingsstaat de immigranten aantrekt en deze de verzorgingsstaat overbelasten, verbanden te leggen in vrijwel alle richtingen.

Hij begint met de oorzaken van de migratie en maakt duidelijk dat er met het oog op de bevolkingsexplosie in de derde wereld geen relevant onderscheid tussen economische en burgeroorlogsvluchtelingen meer is. Van de wereldhistorisch onvermijdelijke aftakeling van de verzorgingsstaat in de oude industrielanden gaat hij over naar het blootleggen van de verschillende narratieven waarmee de politiek de massa-immigratie rechtvaardigt.

Demografische ontwikkeling

In het bijzonder een simpele vaststelling verdient het ook door de tegenstanders van het multiculturele experiment ter kennis genomen te worden: De huidige massa-immigratie heeft niets met de teruglopende demografie van de ontwikkelde landen te maken. Dit is veeleer een gezonde ontwikkeling in een tijd waarin het massale sterven door infectieziektes gelukkig tot het verleden behoort.

De “indringers” dringen niet in lege gebieden door. In tegendeel, ze trekken in de regel van dunner bevolkte naar dichter bevolkte gebieden. Sieferle loochent niet de demografische druk van een overschot aan jongeren in Afrika, maar verwijst het complementaire idee van een demografische zog van het kinderarme Europa, die een soort ‘eigen schuld’ impliceert, naar het rijk der fabelen.

Hetzelfde geldt voor de zich anti-imperialistische noemende ideologie, die de armoede van de derde wereld verklaart door de vermeende uitbuitende handel met de eerste wereld. Alsof deze landen niet reeds lang voor het koloniale tijdperk arm waren en het handelsvolume van de industrielanden onder elkaar de handel met de ontwikkelingslanden niet vele malen overstijgt.

Ochlocratie

Daarbij ontlast Sieferle de Europeanen echter geenszins van de verantwoordelijkheid voor hun huidige dilemma. In tegendeel, hij ziet hun huidige politieke systemen als onhervormbaar gecorrumpeerd. Dikwijls bekruipt de lezer het gevoel dat de onspectaculaire titel van het boek ter versluiering dient, om zich ten minste het gekrijt van die commentatoren van het lijf te houden, die een dergelijk boek sowieso niet lezen, maar bij een titel de inhoud treffend beschrijft alleen al vanwege de titel in de gebruikelijke luidkeelse verontwaardiging ontbrand zouden zijn.

Sieferle ziet de democratie in Duitsland en West-Europa in ieder geval onderhevig aan ochlocratisch verval. Verval dat zich, aan de hand van de stijgende staatsschuld, die immers niets anders dan consumptie op de pof is, zelfs laat meten. Kort bespreekt hij de problemen van verschillende vormen van degeneratie van staten, om uiteindelijk de vraag te stellen of het Chinese systeem niet beter is toegesneden om de duurzaamheidsproblemen van de 21e eeuw meester te worden.

In deze ochlocratie nu heeft de universalistische ethiek van de gelijkheidsideologie een catastrofale uitwerking. Het geïnfantiliseerde volk kiest ook in dit opzicht de weg van de minste weerstand en ziet er geen been in zich tegen de prijs van de opname van onintegreerbare “barbaren” het goede geweten te verschaffen dat in de welvaartszones tot de levensstandaard behoort.

Multiculturalisme

Hier ligt echter ook de grote zwakte van het boek. Sieferle, die overigens nog veel meer verschijnselen bespreekt dan hier behandeld kunnen worden, zwijgt over het ontstaan en de verbreiding van de multiculturele ideologie. Het lijkt wel of deze uit de lucht is komen vallen, een onafwendbaar lot van de Europese beschaving. Alleen het nationaalsocialisme noemt hij als oorzaak. In de Duitse context speelt dit natuurlijk ook een grote rol. Maar Sieferle laat na de vraag te bespreken of dit door links niet propagandistisch is uitgebuit om de huidige metapolitieke misère te creëren. In plaats daarvan vervalt Sieferle, die in 2016 zelfmoord pleegde, in defaitisme.

Met de holocaust als oorzaak van het multiculturalisme, ziet Sieferle Duitsland als het onbetwiste centrum en uitgangspunt van de multiculturele waanzin. Daarmee vergeleken zou de rest van de westerse wereld nog relatief normaal zijn. In het andere boekje uit zijn nalatenschap, Finis Germania, wordt dit nog duidelijker. Deze kijk op Duitsland gaat gepaard met de voor dergelijke gezichtspunten niet ongebruikelijke anglofilie, die het huidige Engeland en Amerika, maar ook Frankrijk als “burgerlijk-aristocratische wereld” wil zien.

In het licht van de decennia lange, door de politie niet gehinderde, handel van Pakistaanse bendes in Engelse meisjes, de regelmatig in brand staande Franse voorsteden en de absurde excessen van Amerikaanse social justice warriors, lijken alle naar Duitse bijzonderheden verwijzende verklaringen voor de multiculturele ideologie echter moeilijk houdbaar. De kwestie van het recente politieke verleden maakt het de Duitsers dan wel niet gemakkelijker de multiculturele ideologie te bestrijden, het ontslaat ze niet van hun verantwoordelijkheid.

Toekomst

Zeer zinvol is daarentegen hoe Sieferle het migratieprobleem in de historische horizon van onze tijd plaatst. Met het oog op zijn jarenlange studie naar het thema is het niet verwonderlijk dat zijn aandacht hierbij vooral uitgaat naar de onopgeloste energie-economische vragen van onze industriële beschaving. De huidige economische bedrijfsvoering vernietigt in ras tempo de eigen basis en nieuwe duurzaamheid is volgens de auteur alleen door massieve technologische doorbraken – en geenszins door nulgroei – mogelijk.

Of een geïslamiseerd of geafrikaniseerd Europa aan deze daadwerkelijke opgaven voor de mensheid zijn bijdrage zal kunnen leveren, is meer dan twijfelachtig. Met dit perspectief toont Sieferle het migratieprobleem als wat het uiteindelijk is: Een nieuwe barbareninval, die we geconfronteerd met urgente andere problemen kunnen missen als kiespijn.

N.a.v. Rolf Peter Sieferle, Das Migrationsproblem. über die Unvereinbarkeit von Sozialstaat und Masseneinwanderung (Manuscriptum: Waltrop/Berlin, 2017), paperback, 135 pagina’s.

Posted on

Hongarije overweegt hek aan Roemeense grens

Nadat, zoals Novini eerder berichtte, in de afgelopen maanden het aantal illegale migranten in Roemenië is toegenomen, wordt in Boedapest gevreesd dat er een nieuwe mensensmokkelroute via de Zwarte Zee tot stand komt. Om dit te voorkomen overweegt Hongarije nu ernstig de bouw van een hek langs de Hongaars-Roemeense grens. Regeringswoordvoerder Zoltan Kovacs stelde dat het hek binnen enkele weken gebouwd zou kunnen worden.

Het hek zou langer worden dan de reeds bestaande hekken aan de grenzen met Kroatië  en Servië, die de regeringswoordvoerder positief beoordeelt:

“De hekken hebben geholpen, de vluchtelingenstroom via de Westelijke Balkanroute is daardoor gestopt.”

Kovacs ziet een “verband tussen illegale immigratie en veiligheidsproblemen”. De herverdeling van ‘vluchtelingen’ binnen Europa is volgens hem een “gevaarlijk” lange termijnproject van de EU. De uitspraak van het Hof van Justitie van de EU, dat Hongarije in het kader hiervan ‘vluchtelingen’ moet opnemen, ziet hij als een politiek probleem, aangezien het besluit tot het herverdelingsprogramma door de EU tegen de “nationale soevereiniteit” in genomen is. “We zullen alles tegen deze uitspraak doen, ook al is die juridisch bindend”,  bevestigde Kovacs.

“We geven onze beslissingsmacht niet op. Brussel wil onze soevereiniteit inperken, zodat anderen de besluiten voor ons kunnen nemen.”

Lees ook:

Posted on

Interview met Nigel Farage over Brexit, Merkel en de toekomst van Europa

De Duitse europarlementariër Beatrix von Storch (AfD) heeft onlangs oud-UKIP-leider Nigel Farage geïnterviewd toen hij een bezoek bracht aan Berlijn in het kader van de Duitse verkiezingscampagne. Von Storch en Farage spraken over de aanloop naar de Brexit en de toekomst na de Brexit, over de moeilijkheden bij het van de grond komen van eurosceptische partijen als UKIP en AfD en over politieke factoren die daarbij een rol speelden, uiteenlopend van het Britse kiesstelsel tot Merkels besluit om de grenzen open te gooien voor iedereen die maar komen wil. Het is een interessant, goed gedraaid interview geworden, dat in twee delen op YouTube gepubliceerd is, Engels gesproken en Duits ondertiteld. Zeer de moeite waard om te bekijken:

Posted on 1 Comment

Zelfs in Noorwegen en Zweden is de welkomscultuur voorbij

Rellen in migrantenwijken, bendecriminaliteit, no-go-areas, geweldsdelicten, in de afgelopen jaren is er veel naar buiten gekomen over het multiculturele paradijs Zweden. Decennia van een ultraliberaal immigratiebeleid, dat geleid heeft tot de import van integratieresistente onderlagen uit de Arabische en Afrikaanse wereld, beginnen zich in toenemende mate te wreken.

Dat het land door de ‘vluchtelingencrisis’ van 2015 met 163.000 illegale immigranten in verhouding tot zijn bevokingsaantal de hoogste opnamequote in Europa had, was nog maar het topje van de ijsberg. In tegenstelling tot Duitsland, zag men in Zweden echter al snel in dat een voortdurend laisser-faire in deze kwestie grote consequenties zou kunnen hebben.

De sinds oktober 2014 regerende rood-groene minderheidsregering in Stockholm begon derhalve nog in 2015 een pakket maatregelen te ontwikkelen en stap voor stap uit te voeren, waarmee de golf asielzoekers afgeremd moest worden. Als eerste voerde ze eind 2015 grenscontroles op de belangrijkst invalsroute naar het land in, de Øresund-brug, die de Deense hoofdstad Kopenhagen met het Zweedse Malmö verbindt. Dit bewerkte op zichzelf nog niet zo veel, aangezien er aan de grens nog altijd asielverzoeken gedaan konden worden, maar de autoriteiten kregen zo in ieder geval een beter overzicht over de immigrantenstroom. Van groter belang was de nieuwe en nog altijd geldende verordening die bus-, trein- en veerbedrijven verplicht in het grensoverschrijdende verkeer alleen personen met geldige papieren mee te nemen.

Naast de moeilijkere toegang tot het land werd ook aan de status van asielzoekers in het land gesleuteld. Sinds juli 2016 zijn de genereuze nationale regelingen vooreerst voor drie jaar buiten werking gesteld, nu gelden nog slechts de minimumstandaarden die worden voorgeschreven door Europees en internationaal recht. Dat wil zeggen: Wie überhaupt nog een positieve uitkomst van de asielprocedure krijgt, krijgt in de regel bescherming volgens het Vluchtelingenverdrag (2016: 25 procent) of nog slechts subsidiaire bescherming (2016: 70 procent). De verblijfsvergunning is voor de eerste groep tot drie jaar beperkt, voor de tweede tot 13 maanden. ‘Subsidiaire’ mogen bovendien in de regel niet hun gezin laten overkomen. Verlengingen van de verblijfsstatus zijn overigens wel mogelijk, maar dan moet opnieuw geëvalueerd worden of de persoon in kwestie bescherming nodig heeft.

De derde maatregel betrof de stimulering van de bereidheid tot uitreizen, ook deze wet is sinds medio 2016 van kracht. Rechtsgeldig afgewezen asielzoekers zonder minderjarige kinderen verliezen sindsdien hun aanspraak op geldelijke steun en onderdak zodra de termijn voor hun vrijwillige vertrek verstreken is. Ook de zogeheten ‘onbegeleide minderjarigen’ kwamen in het vizier. Daarvan had Zweden al een bijzonder hoog aantal opgenomen en uit veel andere landen is bekend dat deze dikwijls in werkelijkheid helemaal niet minderjarig zijn. Voor de leeftijd vertrouwden de autoriteiten tot dan toe op wat de asielaanvrager zelf aangaf, alleen wanneer iemand iets opgaf wat overduidelijk niet klopte werd langs medische weg de leeftijd vastgesteld. Inmiddels wordt hier veel scherper op toegezien.

Al met al heeft restrictievere asielpraktijk succes. Vorig jaar werden er minder dan 29 duizend nieuwe asielzoekers geregistreerd, het aantal ‘onbegeleide minderjarigen’ was daarbij van 24 naar nog slechts vijf procent gedaald. Natuurlijk is dit niet volstrekt te herleiden tot het beleid van Stockholm, belangrijk was vooral de afsluiting van de Balkan-route begin 2016, maar ook de versterkte controles van de Deense autoriteiten aan de grens met Duitsland. Veel wijst er echter op, aldus de Bundeszentrale für politische Bildung (BpB), “dat de verschillende Zweedse maatregelen elk een verschillend effect hadden en aan de terugloop bijgedragen hebben”. De geringste gevolgen had het stoppen van de uitkeringen voor onwillige uitreisplichtigen, die er vaak vooral toe leidde dat desbetreffende personen onderduikten.

Een goede indicatie is echter het met bijna 13 procent duidelijk hogere aantal asielprocedures dat werd afgebroken doordat de aanvraag werd ingetrokken of de aanvrager niet meer te vinden was. Dit wijst er namelijk op dat een deel van de asielzoekers zich niet meer zo welkom voelt in Zweden, wat op zijn beurt samen lijkt te hangen met de slechtere verblijfsperspectieven en de beperktere mogelijkheden voor ‘gezinshereniging’. Goede gegevens zijn hierover echter niet beschikbaar. Wat wel duidelijk in de cijfers terug te zien is, is het succes van de uitreispremie ter hoogte van 3.000 euro, die in de herfst van 2016 al 11.000 aannamen om zich vervolgens huiswaarts te begeven.

Dat de regerende sociaaldemocraten en groenen deze koerswisseling voltrokken hebben, kwam overigens niet per se voort uit voortschrijdend inzicht, maar vooral uit het omslaan van de publieke opinie en de sterkere opkomst van de Zweden Democraten.

Noorwegen

Ook Zwedens buurland, non-EU-lidstaat Noorwegen, begon in 2015 de ‘vluchtelingencrisis’ te voelen. Zo’n 31.000 asielzoekers, overwegend uit Syrië, Afghanistan, Eritrea en Irak waren in het land aangekomen, zodat ook Oslo zich genoodzaakt zag een restrictievere koers te gaan varen. In april 2016 werden de asielwetten aangescherpt, tegelijk nam de regering maatregelen om de ‘Noordpool-route’ af te sluiten. Bij de grensovergang Storskog naar Rusland werd een hoog hek neergezet.Overigens werden er van de 31.000 asielzoekers uiteindelijk 15.000 afgewezen.

Minister van Immigratie en Integratie Sylvi Listhaug van de rechts-liberale Vooruitgangspartij  lichtte in het voorjaar van 2016 toe hoe belangrijk het is om de juiste indruk te geven. “We zijn momenteel één van de meest aantrekkelijke immigratielanden. We hebben gezien dat andere zeer liberale landen zoals Duitsland en Zweden enorme problemen hebben gekregen”, aldus Listhaug. “Als we ons asielbeleid zouden liberaliseren, zou men daar morgen op de straten van Mogadishu van horen. Geven we echter het signaal af dat we een streng asielbeleid hebben, dan doet dat even snel de ronde.”

Een zeer effectieve benadering, zo laten de statistieken zien. In 2016 daalde het aantal nieuwe asielaanvragen ten opzichte van het jaar daarvoor met maar liefst 90 procent. De minister schreef niettemin een onderzoek uit, dat de gevolgen van de immigratie moet onderzoeken. Het dunbevolkte Noorwegen met zijn goed 5,2 miljoen inwoners biedt immers al onderdak aan zo’n 880.000 immigranten, waarvan iets meer dan de helft uit Europa. In Oslo stamt bijna 30 procent van de inwoners uit het buitenland. Met de migratie kwamen typische problemen als een toenemend aantal aanrandingen van vrouwen. Maar daarom ging het in het onderzoek slechts zijdelings. Er moest vooral onderzocht worden, welke uitwerking de immigratie op de Noorse verzorgingsstaat had, die immers de trots van het land is. De door een commissie van experts onder leiding van de sociologe prof. Grete Brochmann opgestelde studie werd begin 2017 aan de regering gepresenteerd en komt tot weinig bemoedigende resultaten. Immigratie is een uitdaging zowel voor de grondslagen als voor de legitimiteit van de verzorgingsstaat, zo luidt de uitkomst in de kern.

Het principe is eenvoudig: De verzorgingsstaat is gebaseerd op het idee van solidariteit en functioneert als de gemeenschap genoeg inbrengt om hem te financieren. Aangezien in Noorwegen een aanzienlijk deel van de immigranten zowel een gering kwalificatieniveau als ook een ontoereikende taalkennis heeft, is hun deelname aan het arbeidsproces beduidend lager dan die van de autochtonen. Tegelijk is de aanspraak op uitkeringen in doorsnee veel hoger. Op de lange termijn ondergraaft deze ontwikkeling de fundamenten van de verzorgingsstaat. Als oplossing gaf een meerderheid van de onderzoekscommissie de voorkeur aan versterkte integratie-inspanningen van de staat: meer onderwijs, meer kwalificatie.

Een minderheidspositie wordt ingenomen door Asle Toje, onderzoeksleider aan het Nobel Instituut in Oslo. “Veel van deze mensen”, zo stelde hij tegenover het dagblad Dagens Næringsliv, “zijn extreem kostbare nieuwe burgers”. Volgens Toje zijn de kwalificatieprogramma’s veel te duur en zou het land er beter aan doen die immigranten te selecteren die het gebruiken kan. Hij waarschuwde ook voor nieuwe immigratiegolven, die ertoe zouden kunnen leiden, dat er in Noorwegen op een gegeven moment meer immigranten dan “etnische Noren” zijn.

In de progressieve Noord-Europese landen schijnt men langzaam maar zeker de tekenen van de tijd te herkennen. Of dit blijvend tot een strenger asielbeleid leidt, valt nog te bezien.

Posted on

Schulz praat zijn mond voorbij, maar het maakt niet uit

Goed nieuws is tegenwoordig schaars, maar de neoliberale Bertelsmann-Stiftung bracht onlangs zowaar enthousiast twee stuks tegelijk naar buiten. De eerste: Slechts zo’n 30 procent van de Duitsers is populistisch ingesteld. De tweede: Onder de verdachte 30 procent neigen de meesten bovendien nog naar een gematigde vorm van populisme, zijn met andere woorden ook weer niet zo gevaarlijk. Geruststellend nieuws dus voor het establishment.

Wat we onder populisme moeten verstaan, omschrijven de deskundologen immers zo: “Populisme gaat steeds gepaard met een anti-establishment-houding. Populisme bekritiseert de gevestigde politieke partijen en vaak ook de media.” Populisten kan men er volgens de denktank ook aan herkennen, dat ze meer directe democratie willen en de “volkssoevereiniteit benadrukken”. Waarbij de gematigde populist, de meerderheid van de dertig procent dus, de traditionele instituten niet geheel afwijst, maar slechts op punten verbeteringen wil.

En dat moet dan goed nieuws voorstellen, dat slechts een minderheid van de Duitsers een kritische houding tegenover het establishment heeft, de volkssoevereiniteit benadrukt en meer inspraak eist. Waren dat niet de zaken waarom alle democratische bewegingen in de wereldgeschiedenis zijn begonnen, die ons bevrijd hebben uit het tijdperk van het absolutisme? Nu staan met andere woorden zij die de kernwaarden van iedere ware democratie nog altijd hoog houden ineens onder verdenking.

Gematigd populistisch

Opgelucht melden de onderzoekers van Bertelsmann dat 37 procent “populistische uitspraken” compleet afwijzen terwijl nog eens 34 procent er alleen gedeeltelijk mee instemt. In rond Nederlands: De houding van een relatieve meerderheid van de Duitsers tegenover de machtigen, hun instituties en media wordt gekenmerkt door een schaapachtige mildheid en goedheid van vertrouwen waar menig absoluut vorst voor getekend zou hebben.

Na 250 jaar democratische beweging wil een groot deel van de Duitsers niets meer weten van burgerlijk verzet en wentelt zich in plaats daarvan in afgestompte volgzaamheid. En zo het volk, zo ook zijn favoriete media. Dat heeft een ander onderzoek uitgewezen, ditmaal van de aan vakbondsmilieu gelieerde Otto-Brenner-Stiftung. Daarvoor heeft mediawetenschapper Michael Haller 85 lokale dagbladen en duizenden bijdragen daarin uitgekamd met betrekking tot de vraag hoe ze over de asielcrisis van 2015/2016 bericht hebben.

Regeringsjournalistiek

Daaruit komt naar voren dat die bladen er door de bank genomen geen moment aan gedacht hebben om het propagandaframe van de ‘welkomscultuur’ kritisch te belichten, het werd alleen maar klakkeloos overgenomen van de regering en verder verbreid. Tegenstanders van Merkels beleid van ongecontroleerde immigratie werden door de kranten ongedifferentieerd in de extreem-rechtse hoek gezet.

Velen zullen zich nog herinneren hoe nerveus veel Duitse mediafiguren na de gebeurtenissen in de nieuwjaarsnacht van 2015 in Keulen reageerden toen hun maandenlange zwendel ineenstortte en hen piepend en krakend om de oren vloog. Existentiële angst op de redactieburelen, open zenuwen.

Maar nu wordt duidelijk er helemaal geen grond was voor die opwinding. Een solide basis van 37 procent van de Duitsers vindt het helemaal in orde om als een dom rund aan de neus rondgeleid te worden. Nog eens 34 procent leent zich hier ten minste bij tijd en wijle voor. Daaruit hebben de stuurlieden van de staats- en concernmedia hun conclusies getrokken en zijn – na een korte fase van hectische zelfkritiek –  teruggekeerd naar hun beproefde sjablonen.

‘Vluchtelingen’

Momenteel begeven zich tig-duizenden illegale immigranten over de Middellandse Zee naar de kades van Italië. Voor zover we hier in de media überhaupt iets over horen of zien, gaat dat onder de vlag van ‘vluchtelingen’. Terwijl ze dondersgoed weten dat onder de duizenden migranten zo goed als geen vluchtelingen te vinden zijn. Het gaat om jonge Afrikanen op zoek naar een beter leven waarbij de magnetische werking van West- en Noord-Europese verzorgingsstaten allang het gehele Afrikaanse continent in de greep houdt.

“Vluchtelingen” noemt men ze alleen, zodat iedereen die ze niet binnen wil laten of van alles wat hun hartje begeert wil voorzien, voorgesteld kan worden als een harteloos monster. Het begrip is met andere woorden een middel om kritische burgers te onderdrukken en het middel functioneert kennelijk nog net zo goed als in 2015. Als wat de Duitsers sinds de zomer van 2015 aan bittere waarheden hebben kunnen vernemen, lijkt al weer vervlogen zodra de volgende boot over het beeldscherm dobbert. Want je moet die arme mensen toch helpen! Dat die mensen überhaupt pas in gevaar komen omdat ze door de onze politiek en ‘hulporganisaties’ daartoe aangezet worden, laten de ‘gematigde populisten’ met het oog op de hartverscheurende beelden liever aan rechtse cynici over.

Overigens kun je ook weer niet té veel van de burgers vragen. Zelfs de meest onderdanige modelburger kan zich wel eens een hoedje schrikken wanneer het al te drastisch wordt. Derhalve berichten de Duitse staats- en concernmedia over de nieuwe immigrantengolf in Italië eerder mondjes maat. De verkiezingen voor de Bondsdag vinden immers al over een week of acht plaats en voor die tijd moet je de kiezers niet te veel laten schrikken.

Voor en na de verkiezingen

Na de verkiezingen is het weer anders. Dan hebben de burgers weer hun kruisje gezet en kan de waarheid weer naar buiten komen. Maar niet eerder! Want dat kan gevaarlijke gevolgen hebben. Daarom is het ook zo ergerlijk dat SPD-leider Martin Schulz het niet binnen kon houden. Omdat het gebrek aan belangwekkende verkiezingsthema’s hem zo op de blaas drukte, heeft hij de Duitse kiezers nu al opgeschrikt door ze nu alvast een kleine plasje waarheid voor de voeten te werpen.

Volgens Schulz moet Duitsland, moet Europa, “Italië helpen”, zo mekkert de kandidaat-bondskanselier uit het Merkelzwarte gat van zijn kansloosheid. Bovendien wil hij de Visegrad-landen het pistool op de borst zetten. Als ze er bij blijven zo goed als geen “vluchtelingen” op te nemen, moeten ze minder geld uit de EU-kas krijgen. En dan zullen we nog wel eens zien!

Daarmee heeft Schulz er twee feiten uit geflapt die voor 24 september niemand in de mainstream media had mogen horen: Er komen nu al dermate veel illegale immigranten aan de Middellandse Zeekust aan, dat zelfs een land van zestig miljoen mensen als Italië met de rug tegen de muur staat en dringend hulp nodig heeft. Ten tweede: Het aantal mensen dat men van daaruit wil herverdelen is dermate hoog dat Duitsland het onmogelijk alleen aan kan, zonder dat het tot minder mooie taferelen van burgerlijk misnoegen komt.

Welkomscultuur

Afgezien van de Visegrad-landen hebben andere EU-landen al genoeg te stellen met de ‘vluchtelingen’ die ze reeds hebben opgenomen, zodat ook zij het graag aan Duitsland over zullen laten om hun welkomscultuur nog eens ten toon te spreiden. Dat is dan ook de reden dat Schulz zo sterk de Visegrad-landen op de korrel neemt. En wat nu als het Berlijn zou lukken om de armere EU-lidstaten uit het voormalige Oostblok af te dwingen dat ze illegale immigranten opnemen?

Dan zit het er dik in dat onze Slavische en Baltische broeders de nieuwe mede-Europeanen uit Afrika en het Midden-Oosten met zo’n hartelijkheid zullen ontvangen, dat ze alles zullen doen om alsnog naar Duitsland te komen. Daarbij uiteraard opnieuw bijgestaan door Duitse ‘hulporganisaties’ en de staats- en concernmedia. Het ene na het andere bericht zal men brengen over de ‘mensonwaardige omstandigheden’ in de ‘vluchtelingen’-opvang van Riga tot Boedapest. Dan staan de poorten naar Duitsland weldra weer open. Maar dat hindert niet, want dan hebben de Duitsers al weer gestemd en tegen de tijd van de volgende verkiezingen is alles weer vergeten.

Posted on

Het verhaal van Jack European

Je komt als chauffeur soms rare dingen tegen. Zo zat ik een tijdje geleden achter een Roemeense vrachtwagen met het opschrift ‘Jack European’. De eerste associatie is natuurlijk dat de beste man een bedrijfsnaam heeft gekozen waarmee hij veel opdrachten in West-Europa krijgt. Dat gaf mij al een wat vervreemd en tragisch gevoel. Iemand die zich een totaal andere naam moet geven om brood op de plank te krijgen.

Nu had ik toevallig kort daarvoor een documentaire gezien over het leven van Roemeense vrachtwagenchauffeurs. Die rijden vier, vijf weken aan één stuk Europa door, 100 uur in de week, voor 600 Euro in de maand en zien hun vrouw en kinderen vrijwel nooit. Ik besloot na enige tijd de vrachtwagen in te halen. Bij het passeren keek ik de cabine in, benieuwd wie er nu achter Jack European schuilging. Het was een jonge man van rond de dertig, met de melancholische en tragische blik waar mensen uit die streken patent op hebben. Voor hem op het dashboard stonden  fotootjes van kinderen en een kleine icoon met lichtjes eromheen.

De tragiek-meter sloeg bij mij door tot donkerrood. Daar reed Dimitru, of wat zijn echte naam ook was, met een vreemde en bizarre naam op zijn vrachtwagen, wekenlang weg bij zijn familie om voor een paar grijpstuivers veelal overbodige spullen door Europa te rijden.

Mijn gedachten gingen onwillekeurig naar een voormalig buurtgenoot, ook vrachtwagenchauffeur, die ook internationaal reed en steeds meer uren moest maken vanwege de concurrentie uit Oost-Europa. Ook hij zag zijn vrouw en kinderen steeds minder, waardoor zijn huwelijk op de klippen liep en hij in een stacaravan buiten het dorp terecht kwam.

Zomaar twee verhalen die bijeenkomen. Maar wel exemplarische verhalen van jonge mannen die proberen de kost te verdienen voor hun gezin, maar de wrange vruchten plukken van het neoliberale project EU. Van het vrije verkeer van goederen, diensten en personen, wat ons ‘in ons aller gezamenlijke belang’ en andere gevleugelde kreten door de neus wordt geboord. Het klinkt leuk en aardig, maar het trekt ondertussen een spoor van sociale en maatschappelijke vernieling door alle Europese landen. Zo groeit dus ook een steeds groter wordend deel van de kinderen op in een sociaal maatschappelijke orde die kraakt in zijn voegen en steeds verder uitéénvalt.