Posted on

Geen voorbede meer in de kerk: hoe de privacywet de samenleving verzwakt

Hij zat er al jaren aan te komen, maar geldt sinds 25 mei echt: de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Deze Europese regelgeving dient de burger te beschermen tegen inbreuken op zijn privacy.

Bij privacy-inbreuk denken we allemaal aan Facebook dat al je stappen op internet volgt of Albert Heijn die je bonuskaartgegevens doorverkoopt aan zorgverzekeraars. Daar is meer restrictie gepast. Hoe groter de bedrijven en hoe geavanceerder de digitale technologie, des te meer controle en beperkingen moeten er zijn.

Maar de AVG geldt niet alleen voor grote bedrijven. Ook voor de voetbalclub waar uw zoontje voetbalt met F7. Als de jochies dit seizoen de beker winnen, dan zou het toch leuk zijn om op de website van de voetbalclub een foto te hebben van de kleine kampioenen.

Mag niet. Behalve als de voetbalclub schriftelijk toestemming verkrijgt van de ouders van de afgebeelde kinderen. Ook van de ouders die er niet zijn. Geen clubbestuurder of coach die midden in het feestgedruis de moeite wil nemen. Dus komt er geen foto.

Je kunt nog betogen dat publicatie van de foto’s onnodig is. De fotograaf kan het toch rondmailen. En er zijn gegronde redenen om geen foto’s van jouw kind op het internet te hebben.

Anders ligt het bij kerken. Daar zijn niet zozeer foto’s maar wel het noemen van namen wezenlijk voor de werking. Zo is er de voorbede, waar de zieken bij name genoemd worden. Het is christelijke naastenliefde de zieken te noemen en voor hen te bidden. Maar strikt gezien mag het niet van de AVG. Tenzij de doodzieke mevrouw Jansen een krabbeltje zet, iets waartoe ze fysiek niet in staat is.

Het noemen van namen gebeurt in kerken ook bij de aankondiging van sacramentstoediening: wie er gedoopt wordt, wie er trouwen. Zulke sacramenten zijn rites de passage van de gemeenschap. Ze markeren wie nog buiten staat, wie (verder) toegetreden is. Voor de identiteitsbeleving van een gemeenschap van essentieel belang. Volgens de AVG ook verboden, tenzij er schriftelijke toestemming is.

Er kunnen gegronde redenen zijn om niet genoemd te worden in de kerk. Bijvoorbeeld als je moslim bent en gedoopt wordt, maar represailles van je omgeving vreest. In dat geval vraag je de priester of dominee om je naam uit het kerkblad te houden. Probleem voorkomen.

De AVG vertrouwt de priester en dominee niet om dit soort problemen te voorkomen. De AVG vertrouwt eigenlijk geen enkele burger. De regelgeving is opgesteld vanuit een fundamenteel wantrouwen jegens burgers. Zij moeten preventief tegen elkaar beschermd worden. Uiteraard door de staat. Die moet tot in de kleinste details reguleren hoe burgers met elkaar omgaan.

Het effect van de AVG is een verdere verzwakking van het sociale weefsel. Verenigingen, kerken en sportclubs mogen niet immers meer met namen en foto’s de successen en mijlpalen van hun gemeenschap vieren. Leden worden minder betrokken, drijven zelfs weg.

Het effect is ironisch. Wie wegblijft, blijft tegenwoordig thuis. Lekker op Facebook, Instagram, Whatsapp. Sociale media die door hun slimme techneuten en sluwe juristen altijd wel gaten in de AVG-omheining vinden, om jou zoveel mogelijk uren vermaak te schenken. De kerk of vereniging verliest, Facebook wint.

De Europese Unie wil zich met de AVG wederom doen gelden als beschermer van de burger, tegen de techgiganten. Toch kwam Mark Zuckerberg in mei om verantwoording af te leggen voor de werkwijze van zijn firma Facebook. De retorisch zwakke en allerminst charismatische Zuckerberg beantwoordde amper de vragen, maar vertrok met opgeheven hoofd uit Brussel. Misschien dat hij allang wist dat de AVG voor sociale media een klinkende overwinning is?

Posted on

“Het zijn de slechtsten die regeren”

Het bestuur van westerse landen vertoont kenmerken van een kakistocratie, vindt cognitiewetenschapper Tjeerd Andringa. “Het zijn de slechtsten die regeren.” De enigen die hier een einde aan kunnen maken, zijn wijzelf. “Geopolitiek wordt bepaald aan de keukentafel.”

“Kakistocracy, een 374 jaar oud woord, is zojuist opgenomen in het woordenboek.” Aldus kopte The New York Times op 13 april 2018. Wat bleek? Voormalig CIA-directeur John O. Brennan had een tweet de wereld ingestuurd waarin hij president Donald Trump toebeet: “Jouw kakistocratie staat op instorten na de bedroevende weg die deze heeft afgelegd.”

Omdat vrijwel niemand begreep wat Brennan bedoelde met ‘kakistocracy’, gingen zijn Twitter-volgers massaal op zoek naar de betekenis van het woord. Bij online-woordenboek Merriam-Webster vingen ze aanvankelijk bot, maar de redactie liet er geen gras over groeien en voorzag de zoekers alsnog van een uitleg. ‘Kakistos’ is oud-Grieks voor ‘slechtsten’ en kratos’ betekent ‘macht’. Een kakistocratie betekent dus dat de slechtsten aan de macht zijn. Het tegenovergestelde van een aristocratie, waarin de besten (aristos) het voor het zeggen hebben.

Volgens Tjeerd Andringa, universitair hoofddocent cognitiewetenschap aan de Rijksuniversiteit Groningen, zijn westerse democratieën niet vrij van kakistocratische elementen. Dit zou onder meer blijken uit de banden die inlichtingendiensten onderhouden met terroristische groeperingen en pedofielennetwerken. Om een bestuursvorm te krijgen van en voor het volk is niet minder dan een psychologische revolutie nodig. Mensen moeten leren inzien dat ze zoveel beter af zouden zijn als ze hun lot in eigen hand namen en zich niet langer afhankelijk stelden van incapabele,  machtswellustige, of zelfs kwaadaardige autoriteiten. Self-empowerment, burgers die zichzelf in hun kracht zetten, is de sleutel tot een betere wereld.

Andringa heeft een eigen website, Geopolitics and Cognition, die weliswaar al sinds een paar jaar niet meer actief beheerd wordt, maar een interessant inkijkje biedt in Andringa’s politiek-psychologische inzichten. De website was een hobbyproject, en staat los van Andringa’s werkzaamheden aan de universiteit, waar hij studenten helpt op academisch niveau te leren denken en begrijpen.

Deelt u de mening van voormalig CIA-directeur Brennan? Is de regering Trump een kakistocratie? 

[pullquote]Presidenten zijn grotendeels inwisselbaar. Het zijn een soort woordvoerders van de werkelijke machthebbers.[/pullquote]

Er zitten ongetwijfeld kakistocratische elementen in de Amerikaanse regering, maar dat was onder de voorgangers van Trump niet anders. Presidenten zijn grotendeels inwisselbaar. Het zijn een soort woordvoerders van de werkelijke machthebbers. Dat zag je duidelijk bij Obama. Die werd wel genoemd teleprompter in chief, omdat hij weinig meer leek te doen dan het oplezen van teksten van een schermpje. Alles van enig belang komt niet bij zo’n president vandaan. Het begint er al mee dat je geen kans maakt op het presidentschap zonder brede financiële en andere steun van de Deep State, de permanente machtsbasis in de VS waaraan de Council of Foreign Relations een groot deel van de bemensing levert.

Niks nieuws onder de zon dus met Trump?

Trump was een ongeleid projectiel. Het was niet de bedoeling dat hij president zou worden. Het is hem toch gelukt, omdat hij met z’n vele geld in staat was zelf zijn campagne te betalen, en ook door zijn botte charme, die hij voor een groot deel van de Amerikanen heeft. Dat was bedreigend voor het bestel. Ze hebben Trump nu onder controle gekregen, door mensen om hem heen te zetten die hem voeden met ideeën, waardoor hij geen dingen doet die teveel in strijd zijn met wat het bestel eigenlijk wil. John Bolton zie ik als een typische vertegenwoordiger hiervan. Hij is in april van dit jaar naar voren geschoven als veiligheidsadviseur van Trump. Hij is nauw verbonden met het neocon-netwerk, dat destijds de oorlog tegen Irak in gang heeft gezet door volstrekt ongegronde beschuldigingen te verzinnen over de aanwezigheid van massavernietigingswapens in het land. Een oorlog op leugens baseren is typisch kakistocratie. En ook dat een samenleving zoiets accepteert is typerend voor een kakistocratie.

Psychopaten zijn volgens u oververtegenwoordigd in hogere kringen? Zij vormen de kern van elke kakistocratie?

Als een systeem kandidaten voor een toppositie selecteert op basis van het vermogen om koste wat kost resultaten te krijgen, dan kun je verwachten dat er veel intelligente en gewetenloze personen tussen zitten die precies weten wat ze moeten doen om een respectabel aanzien te verwerven. Zo’n systeem selecteert op intelligentie en psychopathie. Want psychopaten hebben een amper ontwikkeld geweten. Probleem daarbij is dat weinig psychopaten capabel genoeg zijn voor hoge posities. Het kost dus moeite om ze te vinden en op te leiden.

In een interview heeft u de term kakistocratie genoemd in verband met pedofielennetwerken. Volgens u oefenen inlichtingendiensten macht uit door mensen op hoge posities te plaatsen die chantabel zijn.

Om mensen op machtsposities onder controle te houden is het belangrijk dat ze chantabel zijn. Anders hebben ze te veel vrijheid en doen ze wellicht wat ze zelf belangrijk en moreel vinden. Dat is nu precies wat moet worden voorkomen. Het is daarom een  standaard werkwijze van inlichtingendiensten en andere netwerken om mensen te selecteren op chantabiliteit.

Het is een beproefde tactiek van inlichtingendiensten om personen in compromitterende situaties te brengen, de zogeheten honey trap. Maar u stelt dat hiervoor zelfs kinderen worden ingezet?

Dat hangt ervan af wat je wilt. Als je de meest gewetenloze mensen zoekt, die in staat zijn de meest kwetsbare individuen probleemloos te misbruiken, dan vormen seksfeesten met kinderen een prima selectiemechanisme. Personen die deelnemen aan dit soort evenementen, zijn zich er van bewust dat ze op deze manier chantabel worden gemaakt. Maar het maakt ze niet uit, omdat ze hiermee tegelijkertijd toegang krijgen tot machtsposities waar ze anders nooit in terecht zouden kunnen komen. Het is dan een soort initiatieritueel.

Het zal voor iedereen inmiddels bekend zijn dat er talloze bewezen gevallen zijn van pedofielen in hogere kringen. Maar waaruit blijk dat deze personen hebben deelgenomen aan seksfeesten georganiseerd met de bedoeling ze te rekruteren?

Daar hebben we alleen maar veel anekdotisch bewijs voor. Er zijn heel wat getuigenissen van kinderen die claimen misbruikt te zijn op feesten en ook gevallen waarbij overheden op allerlei manieren hebben geprobeerd politieonderzoek te ondermijnen. Zie onder meer de Dutroux-affaire in België, het Franklin-schandaal in de VS en een groot aantal schandalen in het Verenigd Koninkrijk rond onder anderen media-persoonlijkheid Jimmy Savile en voormalig premier Edward Heath. Juridisch bewezen zijn deze affaires niet omdat ze altijd ergens stranden. Maar waarschijnlijk lijkt het wel. Overheden lijken beter te zijn in het in de doofpot stoppen van de eigen kwalijke praktijken dan in het aanpakken ervan.

U stelt ook dat inlichtingendiensten aanslagen faciliteren die worden toegeschreven aan extremistische moslims?

Vast niet alleen inlichtingendiensten maar ook andere netwerken. Zeker is dat geheime organisaties aanslagen hebben gepleegd op de eigen bevolking. Operatie Gladio is daarvan een duidelijk voorbeeld. Dat was een geheim netwerk in Europa van rechtsextremistische groepen, dat gesteund werd door de CIA en de NAVO, en dat in Italië aanslagen heeft gepleegd op de burgerbevolking. Er is een groot aantal boeken over en ook een prima BBC-documentaire, getiteld Operation Gladio.

Wat is de logica achter aanslagen op de eigen bevolking?

Van de Gladio-aanslagen in Italië weten we dat het de bedoeling was het angstniveau van de bevolking te vergroten en te voorkomen dat de communisten te machtig werden. Want wat doen mensen als ze bang worden voor aanslagen? Dan richten ze zich voor hun bescherming tot de overheid. Die moet maatregelen nemen om verdere aanslagen te voorkomen.

Maar u stelt dus dat, voor het plegen van aanslagen in eigen land, rechts-extremistische groepen zijn verruild voor extremistische moslims?

[pullquote]Aanslagen leiden altijd tot meer repressieve en gedragscontrolerende mogelijkheden voor staten.[/pullquote]

Daar lijkt het wel op. Er is een belangrijk principe in politieonderzoek: cui bono, wie heeft er voordeel van? Ik zie geen enkel politiek of militair nut voor moslims en zelfs niet voor moslimextremisten. Die aanslagen leiden wel altijd tot meer repressieve en gedragscontrolerende mogelijkheden voor staten.

Bij moslims telt niet alleen het politieke en militaire nut van hun daden. Het religieuze nut staat voorop.

Religieus nut is een wat rare term: een religie is vooral een moreel construct dat je helpt om de wereld te begrijpen en moreel gedrag te kiezen. Religieus besef kan heel rijk en includerend zijn, maar ook heel beperkt en excluderend. Fundamentalistische gelovigen, of ze nu christen, moslim, hindoe, of anders zijn, worden gekenmerkt door een beperkt begrip van de wereld: ze kunnen heel intelligent zijn, maar ze hebben grote moeite met diversiteit aan opinies. Ze nemen hun religieuze teksten letterlijk en iedereen die hun interpretatie niet deelt is een ketter en daarmee niet beschermenswaardig.

De Saoedische machthebbers hebben sinds het begin van de zeventiger jaren overal in Afrika en Centraal-Azië geïnvesteerd in wahabistische moslimscholen die zich vooral richten op het uit het hoofd leren en reciteren van de Koran. Niet de beste voorbereiding op een rol in moderne samenlevingen. Maar het is wel een prima kweekvijver voor moslimhuurlingen die je overal kunt inzetten, omdat de meeste mensen, moslim of niet, hun beperkte wereldbeeld niet graag willen delen. De wahabistische huurling beschermt niemand die zich niet heeft bekeerd tot hun religieuze interpretatie van de islam. Dat bekeren vinden ze moreel, het terugbrengen van diversiteit in religieuze interpretatie ook, desnoods met geweld. Precies zoals bij ons destijds de inquisitie.

Die wahabistische huurlingen zijn overal ingezet: Afghanistan, Tsjetsjenië, Bosnië, Somalië, Soedan, Indonesië, Pakistan, Irak, Libië, en nu al vijf jaar in Syrië. Dus ja, het religieuze nut staat zeker voorop, maar niet voor de religieuze fundamentalisten, en wel voor de mensen die hen inhuren voor geopolitieke doelen.

Het is geen geheim dat de VS en bondgenoten al sinds begin jaren tachtig moslim-extremisten inzetten als huurlingen in andere landen. Maar dat is niet hetzelfde als het faciliteren van aanslagen in eigen land. Ziet u bijvoorbeeld de aanslag op Charlie Hebdo in Parijs als een false flag?

Ik kan me niet herinneren dat ik in het geval van Charlie Hebdo ooit solide forensisch bewijs heb gezien, dus ik weet niet wat ik ervan moet vinden. Maar neem nu bijvoorbeeld dat paspoort dat onder een stoel van de vluchtwagen werd gevonden, pas 24 uur na de aanslag. Het Charlie Hebdo-verhaal bevat te veel elementen die mensen dingen laten concluderen die ze graag willen concluderen. In dit geval dat Al Qaida het had gedaan. De aanslag leidde weer tot meer macht voor de staat en de inlichtingendiensten. Dus het past in het patroon. Trouwens vlak voor de laatste verkiezingen in Groot-Brittannië waren er ook weer wat aanslagen. Zonder het psychologische effect van die aanslagen had premier Theresa May er mogelijk niet meer gezeten.

Ziet u 9/11 als een false flag?

Wat ik in ieder geval niet geloof is het officiële verhaal. Neem alleen al Gebouw 7, dat op 110 meter afstand stond van de Twin Towers. Het is niet geraakt door een vliegtuig, en toch is het in elkaar gestort. Je kunt dat moeilijk aan Al Qaida toeschrijven. Het is ongeloofwaardig dat Gebouw 7 precies door de staalconstructies viel die het overeind moesten houden. Het is net alsof het staal tijdelijk even in boter veranderde en daarna weer terug veranderde in staal. En twintig minuten voordat Gebouw 7 in elkaar stortte, vertelde een correspondente van de BBC het al op tv, met nota bene het toen nog fier overeind staande gebouw duidelijk zichtbaar op de achtergrond. Ik heb consistentie nodig om iets voor waar aan te nemen. En ook verifieerbare feiten om een theorie op te bouwen. Het officiële verhaal mist beide.

We hebben gezien waar 9/11 toe heeft geleid. De Amerikanen, en de Britten ook trouwens, hebben een groot deel van hun privacy en overige burgerrechten opgegeven, en ze lieten zich meesleuren in de oorlogen tegen Afghanistan en Irak. Het interessante is dat de plannen daarvoor al gemaakt waren ruim voor 9/11. Zo lag de Patriot Act, een antiterreurwet van zo’n 1000 pagina’s, al klaar om goedgekeurd te worden door het Congres. En een week na 9/11 hadden de VS al plannen klaarliggen om de regeringen van zeven landen in vijf jaar tijd aan te vallen en te vernietigen. Met Syrië zijn ze nog bezig en Iran staat nog op het wensenlijstje.

Kortom, aanslagen houden de kakistocratie in stand, tenzij we ophouden er bang voor te zijn?

Benjamin Franklin, de achttiende-eeuwse Amerikaanse politicus en wetenschapper, zei ooit: “Zij die bereid zijn essentiële vrijheden in te leveren, om een beetje tijdelijke veiligheid te verwerven, verdienen noch vrijheid noch veiligheid.” Ik denk dat hij daar helemaal gelijk in heeft. En trouwens, als je kijkt naar het lijstje van doodsoorzaken dan staat terrorisme ergens onderaan. Als je dan toch bang wilt zijn, wordt dan bang voor hart- en vaatziekten, kanker, verkeersongelukken en gladde badkamervloeren. Angst voor terrorisme is echt irrationeel.

Als kenmerk van een kakistocratie ziet u ook machthebbers die binnenlandse belangen offeren aan buitenlandse belangen?

John Perkins beschrijft in zijn boek Confessions of an Economic Hitman uit eigen ervaring hoe het Westerse financiële systeem invloedrijke personen in andere landen benadert, meestal mensen die daar geaccepteerd worden als leiders, om grote investeringen in die landen voor elkaar te krijgen. Vaak zijn die mensen bereid daarin mee te gaan, ondanks dat dit ten koste gaat van hun eigen land. Ze dienen dan de belangen van het Westen, omdat ze er zelf beter van worden.

Een Britse minister zei begin twintigste eeuw: ‘Wij controleren Egypte helemaal niet, wij controleren alleen maar hun leiders.’ Je controleert ze door ze bijvoorbeeld een opleiding in Cambridge te geven, zodat ze in een sociaal netwerk terecht komen waarbinnen de norm de Britse norm is. Terug in eigen land lijkt het dan alsof zo iemand zijn eigen land vertegenwoordigt, terwijl hij in feite bezig is Britse geopolitiek uit te voeren.

Je hoeft dus niet corrupt of chantabel te zijn om je eigen land te verraden?

Dat is inderdaad niet nodig. Internationaal denkende mensen lijken meer op elkaar dan op de mensen in hun eigen land. Hun norm is: internationaal, globaal, vaak progressief, denken. Erg aardige mensen allemaal. Maar ze zullen vooral keuzes maken binnen dat internationale systeem. Ook als ze leiders in hun eigen land worden. Als ze nationalistische keuzes gaan maken, dan raken ze de steun van de internationale gemeenschap kwijt. Dan komen de National Endowment for Democracy en andere non-gouvernementele organisaties naar hun land om de oppositie te steunen en onrust te stoken en ontstaan er problemen voor dat soort leiders. Totdat ze weer de dingen doen die ze geacht worden te doen, zoals IMF-hervormingen doorvoeren en World Trade Organisation-beleid uitvoeren.

U lijkt globalisering te zien als een negatieve ontwikkeling.

Een centraal geleide, uniforme wereld gaat ten koste van de individuele autonomie en houdt geen rekening met verschillen en mogelijkheden op lokaal niveau. Het leidt tot een verstikkende wereldbureaucratie die meer connecties heeft met de top van het internationale bedrijfsleven dan met de wereldbevolking.

Ik zou zeggen dat elk land, elke regio, zelfvoorzienend moet zijn en in 75 procent van de eigen basisbehoeften moet kunnen voorzien. Zo’n land kan daarnaast nog prima internationaal samenwerken. Maar het gebeurt dan vanuit lokale kracht, niet vanuit lokale zwakte.

Op Geopolitics and Cognition schrijft u dat veel mensen de ‘oncomfortabele waarheden’ op uw website als schokkend zullen ervaren.

Voor velen is het nieuw wat ik beschrijf. Dat is omdat ze via de mainstream media niet of nauwelijks met dit soort ideeën in contact komen. Veel mensen willen het ook niet weten. Vooral mensen die een beperkt begrip hebben van de wereld, zich netjes aan de regels houden en sterk leunen op autoriteiten. Die bewijs je geen dienst als je ze vertelt dat de autoriteiten wellicht totaal onbetrouwbaar zijn en mogelijk horen tot de slechtsten in de wereld. Je haalt dan de grond onder hun voeten weg.

Tegelijk vindt u het van groot belang dat mensen de spelletjes doorzien die er gespeeld worden op het wereldtoneel.

Ik vraag de lezers van de website: Waarvoor zet jij je in? Voor jezelf en voor alles waar je van houdt en waarmee je je verbonden voelt? Of voor een anonieme groep die jou in de val heeft gelokt met het spelen van een spel dat je niet volledig kunt overzien of begrijpt? Wellicht is onze huidige wereld een soort casino, dat zo is opgezet dat je gegarandeerd verliest. De Cyprioten zijn het grootste deel van hun spaargeld kwijtgeraakt en de Polen de helft van hun pensioenen. Dus waar hebben ze al die tijd voor gewerkt en gespaard? In elk geval minder in hun eigen voordeel dan ze altijd hadden gedacht. Dat kan in Nederland ook gebeuren.

[pullquote]De beslissing is aan jou of je uitgebuit wilt worden.[/pullquote]

Ik zeg dan: De beslissing is aan jou of je uitgebuit wilt worden. Als je besluit je leven door te brengen in een bubble van zalige onwetendheid, inschikkelijkheid en goedgelovigheid, dan is de kans groot dat daar misbruik van zal worden gemaakt en dat je wordt uitgebuit door dezelfde krachten die je onwetend en goedgelovig houden en inschikkelijk maken.

Door de machtsspelletjes aan de top te doorzien, stoot je minder snel je hoofd?

Ja, en je bent dan ook beter in staat bij te dragen aan een betere wereld. De Amerikaanse dichter Carl Sandburg zei ooit: “Eens beginnen ze een oorlog waar niemand komt opdagen.” En dat is een van de verborgen waarheden van de wereld waarin we leven: als wij ons niet langer lenen voor spelletjes die we bij voorbaat verliezen, zullen er geen oorlogen meer zijn, geen georganiseerde onderdrukking, geen dictatuur. Mensen moeten leren het verschil te zien tussen machtswellustige psychopaten en wijze leiders. Nog beter is het als ze geen leiders meer nodig hebben omdat ze zelf wijs genoeg geworden zijn.

U bent optimistisch gestemd over de invloed van het individu op de wereldpolitiek?

Ontwikkelingen op micro- en macroniveau zijn nauwer met elkaar verbonden dan mensen geneigd zijn te denken. Geopolitiek wordt weliswaar beïnvloed door wat er aan de conferentietafels van Bilderberg, Davos of elders wordt besproken, maar wordt uiteindelijk niet daar bepaald. Geopolitiek wordt bepaald aan de keukentafel. Zie de Sovjet-Unie. Die is in elkaar geklapt omdat niemand er meer in geloofde. De mogelijkheden die we tot onze beschikking hebben om de wereld te begrijpen zijn groter dan ooit. Dankzij internet is er een enorme hoeveelheid kwalitatief goede informatie voorhanden. Die is tussen alle rotzooi niet altijd even makkelijk te vinden. Maar de informatie is er, en is toegankelijker dan ooit. Als we ons door zelfstudie onafhankelijk maken van autoriteiten buiten onszelf, wacht de mensheid een zonnige toekomst met eindeloze mogelijkheden.

Een socialist zou nu zeggen: Als individu bereik je niks. Je moet je verenigen.

Dat lijkt me een slecht idee. Je mag je wel verenigen, maar je moet je nooit afhankelijk maken van een groot systeem. Want dan word je weer iemand die blind in een ideologie gelooft en conformistisch is, in plaats van kritisch-creatief.

U verkiest de weg van het anarchisme?

Nou ja, kijk. De biosfeer, de natuur, het leven zijn opgebouwd zonder centraal leiderschap. Dus laat overheden eerst maar bewijzen dat ze ook op lange termijn toegevoegde waarde bieden. Tot die tijd gebruik ik de behoefte aan een overheid als een maat voor een niet-ontwikkeld intellectueel vermogen.

Sommige diersoorten kennen alfa-mannetjes en vrouwtjes die het zaakje leiden.

Dat is zo. Maar daar heb je het over een ander soort leiderschap dan je doorgaans ziet in de mensenwereld. Een leidende rol in de dierenwereld krijg je alleen als je heel goed bent in het uitvoeren van een belangrijke taak. En niet door te netwerken of verkiezingen te houden.

U houdt zich bezig met stadslandbouw. Heeft dat een plaats in uw denken over geopolitiek?

Wij laten met de Stadsakker zien dat de boerderij van een eeuw geleden in essentie nog prima functioneert. Onze landbouw was vroeger volledig duurzaam. We nemen daar met de Stadsakker een voorbeeld aan en dat is ons al bijna gelukt.

De industriële landbouw bestaat nog maar 70 jaar. Die bestaat bij de gratie van groei, schuld en kosten die elders worden neergelegd. Dat systeem is gedoemd in elkaar te storten. Tegenwoordig moet je in de Noordoostpolder soms al drie meter diep ploegen om nog aan goede grond te komen; daarboven is alles volledig uitgewoond.

Je kunt een systeem dat je niet aanstaat, zoals de industriële landbouw, bevechten, maar je kunt het ook irrelevant maken, door op een plek te gaan zitten waar het systeem er geen last van heeft en jij je gang kunt gaan. Tegen de tijd dat het systeem zichzelf heeft opgeblazen kom jij met betere ideeën naar voren.

U stelt dat mensen in grote, bureaucratische organisaties gefnuikt worden in hun leerproces, omdat de omgeving waarin ze werken is losgezongen van de werkelijkheid. 

Wij hebben systemen gecreëerd die zo ver afstaan van de werkelijkheid dat we vaak niet meer worden geconfronteerd met de consequenties van ons eigen handelen buiten die systemen. Er is daarom een duidelijk verschil in competenties tussen managers, politici, ambtenaren en anderen die werken binnen zo’n systeem en bijvoorbeeld een tandarts. Als een tandarts iets fout doet, dan krijgt hij dat onmiddellijk terug van zijn klanten of hij ziet het bij het volgende consult. Hij wordt direct geconfronteerd met zijn eigen falen en leert daarvan. Politici, ambtenaren, managers, maar ook journalisten hebben amper zicht op de impact van hun acties in de echte wereld. Dit wil niet zeggen dat ze niet kunnen leren van hun fouten, maar in hun geval is het een stuk moeilijker.

Een politicus hoort iets, roept het een paar keer en het idee wordt overgenomen. Maar of het werkelijk klopt? Hij heeft geen flauw idee. Hij hoeft niet te begrijpen waar het over gaat, wat de consequenties zijn. Daarom kan een politicus ook zo’n waanzinnig laag begrip van de wereld hebben. Het enige wat hij van de werkelijkheid hoeft te begrijpen is hoe hij politicus kan blijven, dus hoe hij steeds weer mensen kan meekrijgen in zijn systeem of ideologie. Of dat een relatie heeft met de werkelijkheid doet er verder niet toe. Wijsheid is vaak ver te zoeken in de politiek. 

U stimuleert uw studenten wijsheid na te streven, onafhankelijke denkers te worden, zich te ontwikkelen tot educated minds.

[pullquote]Je kunt de hele encyclopedie uit je hoofd kennen en toch geen educated mind zijn.[/pullquote]

Onderwijspsycholoog William Perry heeft bestudeerd hoe het leerproces verliep bij zijn studenten aan Harvard. Op basis daarvan heeft hij de kenmerken beschreven van de educated mind. Het is niet per sé iemand die veel weet. Je kunt de hele encyclopedie uit je hoofd kennen en dan toch geen educated mind zijn. Het gaat om de manier waarop iemand leert en denkt. Een educated mind is vooral kritisch op de eigen gedachten en heeft zo geleerd om zich kennis van hoge kwaliteit eigen te maken. Zo iemand voelt zich ongemakkelijk met kennis die niet te onderbouwen is.

U maakt een onderscheid tussen wijsheid en intelligentie?

Die twee hebben inderdaad verrassend weinig met elkaar te maken. Hoewel intelligentie kan helpen om sneller wijs te worden, is het geen garantie hiervoor. Intelligentie, zoals gemeten in een test of examen, kun je zien als het vermogen om op basis van beschikbare informatie een van tevoren bekend ‘juist’ antwoord te geven. Intelligentie stelt je in staat, als je ervoor kiest, heel goed te worden op school en universiteit. Met hoge cijfers, een mooi diploma en een goed ontwikkeld taalvermogen komen intelligente mensen in belangrijke banen en op centrale posities terecht. Als ze wel intelligent maar niet wijs zijn, gaan ze daar precies doen wat ze hebben geleerd: de norm vertegenwoordigen. Zinvol improviseren en het beste maken van de mogelijkheden is heel wat anders. En dat doen ze niet.

U spreekt in dat verband van ‘superpapegaaien’?

Een ‘superpapegaai’ is iemand die op het juiste moment precies zegt wat de docent, of een andere autoriteit, graag wil horen, en die optreedt als spreekbuis van de door de autoriteiten voorgekauwde norm. Als verdedigers van de norm torpederen ze de verbetering van de leefomgeving. Nieuwe en goede, maar nog fragiele ideeën worden in de kiem gesmoord. En velen van hen noemen zich dan nog progressief ook.

[pullquote]Wijze mensen en échte intellectuelen zijn niet overdreven normgevoelig.[/pullquote]

Wijze mensen en échte intellectuelen zijn niet overdreven normgevoelig. Ze zijn geïnteresseerd in argumenten, inzichten, feiten waarvan ze kunnen leren. Als iemand met een prikkelend inzicht komt, wordt hun interesse gewekt. Iemand met levenswijsheid verstaat ook de kunst onder complexe omstandigheden met onvolledige informatie vaak juist te oordelen en te handelen. Die wijsheid doe je op door actief mee te doen in de wereld, hiervan te leren en de consequenties van het geleerde te aanvaarden.

Hoe voorkom je dat mensen ‘superpapegaaien’ worden? Of hoe stimuleer je dat ze zich ontwikkelen tot educated minds?

Je kunt anderen begeleiden naar self-empowerment, maar ze moeten het uiteindelijk zelf doen. Het is als het vrij laten van een dier dat opgegroeid is in een kooi. Je kunt de deur openzetten, maar als het dier te bang is om zijn vertrouwde omgeving te verlaten, dan zal het niet de vrijheid nemen die je het toestaat. Vrijheid word je nooit gegeven, je moet het nemen, en vaak zonder een open deur die je toelacht. Je empowert jezelf door ervaring op te doen en aan zelfvertrouwen te winnen. Van belang daarbij is een stabiele, veilige thuissituatie, een stimulerende omgeving, waar je op terug kunt vallen bij mislukkingen, je successen kunt vieren en aangemoedigd wordt.

Het is misschien makkelijker om mensen tot papegaai te maken? 

Het disempoweren van anderen is het belangrijkste dat je nodig hebt om macht te verwerven en houden. Er zijn nogal wat organisaties die hiervoor kunnen worden ingezet: de mainstream media, het leger, onderwijsinstellingen, en ook georganiseerde religies, denktanks en liefdadigheidsinstellingen, en niet in de laatste plaats overheden en grote bedrijven.

Mensen die disempowered zijn, tonen zich vaak sterk afhankelijk van nota bene de structuren die ze in hun zelfontplooiing tegenhouden, die ze in hun denken en handelen beperken en problemen voor ze veroorzaken en in stand houden. Disempowerment zorgt ervoor dat mensen zich door autoriteiten laten vertellen wat ze moeten denken en doen.

Mensen die existentieel afhankelijk zijn van autoriteit worden door u aangeduid met de term authoritarians.

Ik onderscheid twee soorten authoritarians. De ene soort gelooft alles wat ze verteld wordt, hoe vaak het verhaal ook veranderd wordt. De andere groep die nog enigszins zelf kan nadenken, en de eigen regering niet meer vertrouwt, blijft toch in de basis afhankelijk van een autoriteit buiten zichzelf, want schenkt zijn vertrouwen aan een nieuwe regering met hetzelfde gemak waarmee hij zijn vertrouwen heeft geschonken aan de vorige.

Terugkomend op 9/11: Het belangrijkste is niet wat er precies gebeurd is die dag, maar de vraag: geloof je blind het officiële verhaal of heb je het intellectuele vermogen om zelf een solide onderbouwde mening te vormen? Als je tot de eerste groep hoort, dan maakt het niet uit hoe belachelijk het verhaal is dat autoriteiten je vertellen. Je zult het hoe dan ook verdedigen en je zult redenen vinden om mensen die wat anders geloven in diskrediet te brengen.

Als je zo denkt dan ben je een brave pion, zoals Adolf Eichmann, één van de hoofdverantwoordelijken voor de massamoord op de joden en andere slachtoffers van het Derde Rijk. Voor Eichmann maakte het niet uit of het systeem dat hij diende verwerpelijk was of niet. Voor hem was moreel gedrag het zo goed mogelijk bijdragen aan het systeem. De mensen die hem onderzochten, toen hij door de Israëli’s gevangen genomen was, vonden hem vooral normaal en erg aardig.

[pullquote]Ik heb niet de ambitie mensen te overtuigen van mijn visie op de wereld. Ik wil alleen dat ze beter leren nadenken.[/pullquote]

Mensen die het systeem waar ze deel van uitmaken niet kunnen bekritiseren, kunnen de gedachte niet verdragen dat ze aan een kakistocratie bijdragen. Zij houden deze daarmee uiteindelijk in stand. Door het simpelweg niet voor mogelijk te houden dat ze bestuurd worden door de slechtsten. 

Is het niet moeilijk om als educated mind een positie aan de universiteit te verwerven en te behouden?

Ik hou mij voldoende aan de regels om er niet uitgegooid te worden, en ik krijg goede evaluaties van mijn studenten. Het is ook niet voor niets dat ik associated professor ben en geen hoogleraar. Als hoogleraar zit je vast aan een vakgebied. Dat wil ik niet. Na vijf jaar wil ik iets anders gaan doen. Ik ben iemand die steeds naar plekken gaat waar iets te ontdekken valt, of dat nu signaalanalyse, cognitiewetenschap, geluidsoverlast of geopolitiek is. Ik kom weleens buiten de comfortzone van mensen. Dat vinden ze niet leuk. Maar dat heb je overal. Niet alleen aan de universiteit. Ik heb niet de ambitie mensen te overtuigen van mijn visie op de wereld. Ik wil alleen dat ze beter leren nadenken. Als ze echt goed kunnen nadenken heb ik vertrouwen in hun gedachten, hun opinies en de uitkomsten van hun handelen en bemoei ik me niet met wat ze precies denken.

Posted on

Daniël Maes: “Westen zal blijven proberen Syrië te onderwerpen”

Eerder berichtte Novini reeds over het openingscongres van het nieuwe Geopolitiek Instituut Vlaanderen-Nederland (GIVN) in Leuven op 5 mei jongstleden en gaven we de lezing van de Nederlandse filosoof en uitgever Tom Zwitser door. Een andere spreker op dit congres was pater Daniël Maes, die uit eigen ervaringen in Syrië verslag kon doen. Bij Uitgeverij De Blauwe Tijger verscheen eerder het eerste en onlangs het tweede deel van zijn Syrisch Oorlogsdagboek, nu samen met korting verkrijgbaar.

Ook van zijn lezing in Leuven is een opname gemaakt, die hieronder te bekijken is:

Posted on

Sid Lukkassen: Deugdynamiek verziekt het publieke debat

In de eerste aflevering van zijn nieuwe podcast sprak Sander van Luit met Sid Lukkassen over zijn project ‘Verhalen uit de samenleving’. Met dit project wil Lukkassen weer ruimte scheppen voor een open publiek debat op basis van rationale analyses en zonder de politiek-correcte denkverboden en “deugdynamiek” die het publieke debat in de bredere samenleving en op sociale media zo dikwijls verzieken.

Die nieuwe ruimte heeft Lukassen ‘De Nieuwe Kerk’ genoemd, waarbij het natuurlijk niet om een kerk in de gebruikelijke zin van het woord gaat, maar veeleer om het creëren van een bastion van het vrije woord, waar een echt debat gevoerd kan worden op basis van redelijke argumenten in plaats van ad hominems en denunciatie.

De crowdfunding voor het project vind je hier.

Het gesprek is hieronder te beluisteren:

[mixcloud https://www.mixcloud.com/sander-van-luit/vrij-denken-met-sander-van-luit-1-sid-lukkassen-over-de-nieuwe-kerk/ width=100% height=120 hide_cover=1]

 

Posted on

Wat is chaos? Een cultuur-filosofisch gesprek

Na eerder de vraag ‘Wat is cultuur?‘ uitgediept te hebben, voerden Wim van den Bergh van de Batavieren Podcast en uitgever en filosoof Tom Zwitser onlangs opnieuw een uitgebreid gesprek met elkaar. Nu vanuit de tegenovergestelde benadering: ‘Wat is chaos?’ Dit mede naar aanleiding van dingen die de Canadese hoogleraar psychologie en cultuurcriticus Jordan Peterson daar enige tijd geleden over zei op de conferentie van De Nederlandse Leeuw.

“De vraag wat chaos precies is”, aldus Zwitser “is heel interessant, want niemand heeft daar direct een beeld bij. Hooguit zou je kunnen zeggen: chaos is een gefragmenteerde orde of datgene wat eerst ordelijk in elkaar zat, maar versplinterd is of kapot is. En dat ervaar je als chaos. Maar chaos zelf? Wat kan chaos nou zelf zijn? Dat is eigenlijk veel lastiger.”

Het gesprek van zo’n anderhalf uur is hier te bekijken:

Tom Zwitser ~ Heerlijke platte wereld

 

Posted on

Voorjaarsstemming #GR2018

Het was deze week de eerste echte lenteweek van het jaar. Overal aan de weg staan narcissen en sneeuwklokjes die je toelachen. En daarnaast word je ook nog eens toegelachen door honderden lokale politici die overal op hun paasbest op de billboards staan. Prachtige koppen zitten ertussen. Ik bedoel, de kreten en slogans zijn totaal nietszeggend en inwisselbaar, dus ik kijk eigenlijk alleen naar de hoofden. Vinexpapa’s met maatpak en merkbril van de VVD, volkse en vadsige PvdA’ers met een wat bevoogdende blik en montere en opgeruimde boerenkoppen van het CDA. En daartussen allerlei naïef idealistisch jongvolk en een bont scala aan politieke opportunisten en excuustruzen die net te veel hun best doen om innemend en betrouwbaar te kijken.

Het mooie van die lokale verkiezingen is dat er in de kleinere dorpen en steden nog van die mensen op de posters staan waaraan je meteen ziet dat het lokale zwaargewichten zijn. Meestal van CDA, SGP of iets lokaals. Mensen van het midden die er voor de hele gemeente zitten. Niet voor een bepaald deel van de bevolking, niet voor een bepaald belang, of een ideologie. Nee, gewoon ‘Vriezenveen vooruit’, ‘Samen Sterk’, of nog beter: Stem Kees van Dalen! Want op een paar uitzonderingen na kan iedereen wel met Kees overweg. En Kees met iedereen. Dat vind ik nou mooie politiek. En ik heb geluk, want in het pittoreske Houten hebben wij een (CDA)lijsttrekker met zo’n charismatische kop.

Ik heb de vorige keer wat anders gestemd, ik ben ook nergens lid van en krijg helaas van niemand wat betaald. Maar wij hebben er hier echt één op de borden. Nota bene in een forensenstad pur sang. Ongetwijfeld is hij van te voren goed opgepoetst en achteraf nog wat gefotoshopt, maar kijk nou zelf eens. Een glimmende bourgondische lach van oor tot oor. Niet zo’n zelfvoldaan ons-kent-ons VVD-lachje, of zo’n zure groenlinkse grimas. Nee, gewoon een opgewekt en monter smoelwerk. Een Lubberiaanse wenkbrauwpartij die laag boven de ogen blijft, wat betekent dat er ook een degelijke en waakzame gereformeerde van binnen zit. Zodat ik redelijk gerust kan zijn dat mijn zuurverdiende belastinggeld niet in allerlei idealistische proefballonnen verdwijnt. Iemand die, wat de linkse zwevers en de rechtse schreeuwers allemaal weer overhoop willen gaan halen, zorgt dat al die dingen eerst eens heel erg lang en rustig worden bekeken. En die na afloop van de vergadering met iedereen gemoedelijk een biertje kan gaan pakken. Kijk, zo lang er nog zulke koppen op de borden staan is nog niet alles verloren in dit land, denk ik dan maar. Ik ga in ieder geval op Kees stemmen.

Posted on

Nog eenmaal een ‘grote coalitie’

Net nu uit een peiling blijkt dat CDU/CSU en SPD bij nieuwe verkiezingen geen meerderheid meer zouden halen, hebben de partijen een akkoord bereikt over een regering op basis van een zogenaamde ‘grote coalitie’, waarvan de naam verwijst naar de voorbije vanzelfsprekendheid dat christendemocraten en sociaaldemocraten gezamenlijk altijd een meerderheid hebben.

Voor de Duitsers is het hele gebeuren een leerrijke ervaring. De Duitsers zijn immers een volgzaam volk, dat het zijn heersende klasse over het algemeen niet moeilijk maakt. Omdat de Duitser niets zo zeer vreest als chaos, heeft hij iedere regering, zelfs de meest miserabele, liever dan het vooruitzicht van chaos zonder leiderschap. Deze houding verleent Duitsland een door andere landen vaak bewonderde stabiliteit.

Deze volgzaamheid van de Duitsers nodigt echter ook tot misbruik uit. Met de vrees voor chaos laat het volk zich immers in het gareel brengen. Deze natuurlijke houding van de Duitser is dan ook alles behalve behulpzaam bij de ontwikkeling van democratisch zelfbewustzijn tegenover de machthebbers.

Zo bezien hebben de Duitsers in de afgelopen tijd een paar waardevolle ervaringen opgedaan: Hoewel de politieke klasse er een half jaar over deed om een regering tot stand te brengen – elders niet ongebruikelijk, maar ongewoon lang voor Duitse begrippen, is het land daardoor niet in chaos verzonken. Van de andere kant konden ze in 2015 beleven hoe regeringen geenszins altijd voor orde en veiligheid garant staan, maar ook wanorde kunnen stichten. Zonder missionaire regering hadden de bevoegde diensten die zomer automatisch de geldende wetten en verdragen toegepast, wat miljoenen illegale binnenkomsten had voorkomen. De regering Merkel moest er aan te pas komen om dit terzijde te stellen, met alle gevolgen van dien.

Wind of change

Dezer dagen kunnen de Duitsers gadeslaan hoe een zootje versleten politici aan de macht blijft hangen. Een weinig verheffende aanblik, maar mogelijk toch een leerrijke. Het zou de Deutscher Michel aanleiding kunnen geven om zijn trouwhartige, dikwijls blinde vertrouwen in zijn politieke elites over boord te zetten.

Dat in de meest recente peiling van INSA SPD en AfD met respectievelijk 17 en 15 procent nog slechts twee procentpunten uit elkaar lagen, toont aan hoeveel dit – maar al te vaak ongefundeerde – vertrouwen al te lijden heeft gehad. Ook aan de basis van de gevestigde partijen kalft het vertrouwen af, de hang aan de ‘eigen’ partij waarop men altijd gestemd heeft, wordt steeds losser.

Deze (niet meer zo) grote coalitie is een oudbakken verbond voor de laatste meters van een afgeleefde politieke klasse. Merkel en Schulz hebben hiermee de voltrekking van hun politieke lot weer een poos voor zich uit weten te schuiven. Maar als hun tijd straks alsnog gekomen is, zal het meer betekenen dan alleen het einde van een bepaalde coalitie.

Er hangt in Duitsland een meer fundamentele verandering van het politieke landschap en het politieke denken in de lucht. Vooral voor de Duitsers in de voormalige DDR is de aansluiting van hun deelstaten bij Bondsrepubliek als markant politiek  moment in herinnering gebleven, voor de oude Bondsrepubliek was het simpelweg ‘verder zo’. Het tijdperk van ‘simpelweg verder zo’ lijkt echter ten einde te lopen.

Posted on

Overheden zijn grootste producenten nepnieuws

Café Weltschmerz sprak naar aanleiding van een eerder interview op Novini met Cees Hamelink, emeritus hoogleraar Internationale Communicatie aan de Universiteit van Amsterdam en emeritus hoogleraar Media, Religie en Cultuur aan de Vrije Universiteit.

Posted on

De Bitcoin-revolutie

In “The Mystery of Banking”[1] schrijft Murray Rothbard over de werking van het fiatgeldsysteem in het bankwezen. Rothbard beargumenteert in dit boek dat inflatie een gevolg is van het uitbreiden van de geldvoorraad. Centrale banken drukken geld bij en lenen dat uit aan de banken; banken lenen dit geld weer uit aan huishoudens en bedrijven. Geld wordt dus gecreëerd op basis van de verwachting dat er toekomstige, economische activiteit tegenover wordt gezet. Maar de realiteit is dus wel dat geld in principe uit het niets gecreëerd wordt. De redenatie is dat de economie hiermee draaiende gehouden wordt, omdat geldcreatie investeringen en consumptie stimuleert. Om die reden hebben centrale banken een inflatiedoelstelling van 2%[2] – betekenis: 2% groei van de geldvoorraad per jaar.

Tot zover het positieve verhaal, nu het negatieve verhaal: een uitbreiding van de geldvoorraad betekent tegelijk dat de waarde van geld (per stuk) daalt. Alleen als de economie harder groeit dan de inflatie, dan stijgt de waarde van het geld (per stuk). In praktijk komt die situatie zelden voor; meestal is de inflatie hoger dan de groei van de economie. Om die reden is er een continue geldontwaarding gaande. Rothbard gaat vervolgens nog in op een nog negatiever aspect van het fiatgeldsysteem: overheden lenen geld van centrale banken, zodat zij aan hun schulden kunnen voldoen. In praktijk betalen ze dit geld niet terug[3], het staat gewoon op de balans van de centrale bank als “uitstaande lening”.

Milton Friedman sprak daarom van een “verborgen belasting”[4]: via inflatie ontnemen overheden munten van een deel van hun waarde. Het is goed dat mensen zich de implicatie van dit systeem goed realiseren. Zuur verdiend spaargeld wordt dus ook steeds minder waard. Als lonen minder hard stijgen dan de inflatiecorrectie, dan worden lonen ook minder waard (en neemt de koopkracht af). Mensen merken dit doordat producten en diensten duurder worden. Geldontwaarding is (helaas) al zo oud als de uitvinding van geld zelf. Om die reden zijn er ook steeds pogingen ondernomen om geld “hard”[5] te maken, i.e. geldontwaarding moeilijk maken. Dat kan bijvoorbeeld door geld te koppelen aan een gewild schaars goed zoals goud, zilver, e.d.

Alternatieven voor inflatie

De economie bestaat dus in een inflationaire wereld: fiatgeld dat continu minder waard wordt. Maar dit systeem is niet vanzelfsprekend; het is ook mogelijk om in een deflationair geldsysteem te leven: geld dat continu méér waard wordt. Ten tijde van de goudstandaard was (milde) deflatie ook precies de situatie. Het nadeel van deflatie is dat schulden dus ook steeds meer waard worden, mensen kunnen minder gemakkelijk schulden aangaan en daardoor dus minder snel investeren, consumeren en speculeren. De meeste economen vinden de nadelen van deflatie daarom groter dan de nadelen van inflatie – maar niet alle economen. Er zijn genoeg economen die waarschuwen tegen de nadelen van inflatie als groter gevaar, zoals Friedrich Hayek.

In zijn Nobelprijs-acceptatiespeech brak Hayek[6] een lans voor concurrerende, gedenationaliseerde geldsoorten om inflatiemisbruik tegen te gaan. Hayek wilde niet dat overheden nog langer de mogelijkheid zouden hebben om geld te ontwaarden voor eigen gewin. Hij stelde daarom voor om geld volledig los te koppelen van de overheid of de natiestaat; iedereen moest vrij zijn om met anderen te handelen in de muntsoort of het ruilmiddel dat zij wenselijk achtten. Hayek zag dit zelfs als een noodzakelijk nieuw amendement voor de grondwet. Het grote voordeel van concurrentie tussen geldsoorten is dat mensen kunnen ontsnappen aan geldsystemen waarvoor ze niet gekozen hebben en nooit zouden kiezen. De beste munt zou dan het meeste waard worden, omdat mensen hier hun rijkdom in bewaren; concurrerende munten zouden zich op andere gewilde functies van geld kunnen onderscheiden. Zo houden munten elkaar in een bepaald evenwicht – en slecht geld zal, net als slechte bedrijven, uit de markt verdwijnen, omdat het geen functie heeft.

Goldbugs[7] zien in het pleidooi van Hayek hun gelijk bevestigd; zij willen graag een alternatief voor fiatgeld, een alternatief dat beter zijn waarde behoudt. Zij zijn daarom voorstander van goud als een internationaal parallel geldsysteem, omdat de waarde van goud een stuk stabieler is dan het alsmaar in waarde dalende fiatgeld. Daarnaast geloven ze dat goud nooit geheel waardeloos kan worden, zelfs niet ten tijde van een crisis van het geldsysteem. Als het goudsysteem namelijk in elkaar dondert, dan kan goud nog altijd gebruikt worden voor andere zaken, bijvoorbeeld grondstof voor juwelen – dit in tegenstelling tot fiatgeld dat na hyperinflatie volledig waardeloos zal zijn. Alle vroegere fiatgeldsystemen zijn dan ook geëindigd met een intrinsieke waarde[8] van “nul”. Goldbugs hebben echter één cruciale blinde vlek: de goudstandaard is overal waar deze is ingevoerd weer verdwenen.[9] De goudstandaard zit overheden al snel dwars in hun mogelijkheden en om die reden zullen overheden geld al snel weer ontkoppelen van goud. Het is vrij naïef om te denken dat als de goudstandaard weer wordt ingevoerd, ontkoppeling niet opnieuw zal gebeuren.

De jurist Nick Szabo kwam daarom met het voorstel van BitGold.[10] Szabo zag de fout van de goldbugs (en de fiatgeldvoorstanders) in: deze systemen hebben altijd een “trusted third party” nodig om te functioneren. Zowel goud als fiat moeten in omloop gebracht worden, opgeslagen, beschermd, enz. Een ideaal geldsysteem zou geen derde partij nodig hebben om te functioneren; het zou de mogelijkheid moeten bieden om tussen twee partijen te handelen. 1-op-1, veilig, anoniem en volledig vrijwillig. Tot BitGold was er nooit een geldsysteem geweest dat deze wensen tegelijk in zich verenigde. Helaas bleef BitGold lange tijd een abstract idee, een theorie zonder praktische implementatie – totdat bitcoin verscheen.

De intellectuele basis onder bitcoin

Onder het pseudoniem “Satoshi Nakamoto”[11] onthulde een anonieme programmeur en hard geld-activist na de kredietcrisis een open-source software project genaamd “Bitcoin: a peer-2-peer electronic cash system”. De intentie van Nakamoto was om het BitGold idee in praktijk te brengen. Nakamoto wilde dat gewone mensen beschermd zouden zijn tegen toekomstige bank bail-outs van overheden om banken te redden. Het was tijdens de kredietcrisis vrij duidelijk geworden dat overheden handhaving van de status quo als eerste prioriteit zagen en het belang van de burger als laatste prioriteit. Rechtvaardigheid speelde al helemaal geen rol, want normale (niet-bank)bedrijven hadden overheden gewoon failliet laten gaan[12] en frauderende bankiers zijn vrijwel allemaal vrijuit[13] gegaan.

Nakamoto’s open source project sloeg direct aan en allerlei geïnteresseerde ontwikkelaars hielpen Nakamoto zijn project verder te ontwikkelen. Het idee van bitcoin[14] was om de goede eigenschappen van goud digitaal te simuleren (schaarste, waardevastheid, stabiel) en te koppelen aan de goede eigenschappen van fiatgeld (draagbaar, deelbaar, licht gewicht en anoniem). Nakamoto kreeg ook veel steun en aandacht van “hard geld”-activisten en libertariërs, die lovende artikelen over zijn initiatief[15] schreven. Nakamoto[16] deelde ook Szabo’s vaststelling, dat het vertrouwen, dat mensen gedwongen moeten hebben in conventionele geldsystemen juist de fatale zwakte is van geldsystemen; “Het kernprobleem met conventionele geldsystemen is dat ze op vertrouwen gebaseerd zijn om het werkbaar te maken. De centrale bank moet vertrouwd worden om de munt niet te ontwaarden, maar de geschiedenis van fiatgeld staat bol van de voorbeelden van schending van vertrouwen. Banken moeten vertrouwd worden om geld aan te houden en elektronisch over te maken, maar ze lenen het [fiatgeld] uit in golven van kredietbubbels zonder een fractie in reserve aan te houden. We moeten ze vertrouwen met onze privacy, ze vertrouwen om identiteitsfraudeurs om onze rekening leeg te halen.” Kortom: een geldsysteem, dat niet berust op vertrouwen, maar op harde, onveranderbare principes is superieur aan de conventionele geldsystemen.

Nakamoto loste Szabo’s “trusted third party” probleem op met de uitvinding van de blockchain: een grootboekrekening, die alle transacties van het systeem steeds controleert en (her)bevestigt. Met deze blockchain wordt fraude voorkomen en de veiligheid van het bitcoin-betaalnetwerk gegarandeerd[17]. De technische aspecten van de blockchain, cryptografie, mining, proof-of-work, hashing, wallets, etc. laat ik weg uit deze bitcoin-bespreking, omdat deze irrelevant zijn voor de economische case vóór bitcoin. (Wie dat wel wil weten, verwijs ik graag door naar de presentatie van Konrad Graf in de voetnoot.[18])

Groei, prijs en waarde

Op de website blockchain.info wordt bijgehouden hoeveel nieuwe gebruikers en transacties er bijkomen; deze groei is exponentieel. Hetzelfde geldt voor het aantal klanten van een bedrijf als BitPay – een bitcoin-intermediair die bedrijven helpt om bitcoin te accepteren als betaalmiddel. De internationale groei van exchanges, analysetools en blockchain-techbedrijven is gigantisch. Het aantal (prominente) softwareprogrammeurs, die vrijwillig meewerken aan de verdere ontwikkeling van bitcoin is al jaren zeer hoog.

Bitcoin-rivalen, altcoins genaamd, zoals Ethereum, Litecoin en Bitcoin Cash experimenteren met allerlei variaties op het bitcoin-protocol. Uit deze concurrentiestrijd is nu een geheel nieuwe financiële sector voortgekomen: cryptocurrency. Iedereen kan zijn eigen coin starten en in de markt zetten. Ironisch genoeg maakt deze concurrentie bitcoin niet zwakker maar sterker. Bitcoin heeft namelijk zo’n grote voorsprong qua netwerkeffecten, dat overstappen naar een andere currency enorme overstapproblemen geeft aan het ecosysteem. Bitcoin is ook open-source, daardoor kunnen de meest interessante usecases van altcoins gemakkelijk ingepast worden. Om die reden is de redenatie dat Bitcoin de AltaVista of MySpace van cryptocurrency is, die door Google en Facebook uit de markt zijn gedrukt, verkeerd. AltaVista en MySpace hadden met een open source-model zeer waarschijnlijk de beste aspecten van Google en Facebook kunnen integreren.

Sinds de implementatie van bitcoin is bitcoin vrijwel constant gestegen in waarde, van $0,10 tot $4400[19] afgelopen week – alhoewel met constante schommelingen in de prijs. Een ander voordeel van bitcoin is dat het – net als goud – een internationaal, niet-staat gebonden geldsysteem mogelijk maakt. Precies zoals Hayek dat zich had voorgesteld. En nog belangrijker: deelname aan het bitcoin-geldsysteem is, in tegenstelling tot fiatgeld, volledig op vrijwillige basis. Als iemand geen heil in bitcoin ziet, bitcoin niet begrijpt of bitcoin om bepaalde redenen immoreel vindt, dan hoeft hij of zij er niet aan mee te doen.

Een eerste, veelgehoorde bedenking ten aanzien van bitcoin is dat het een tulpenmanie/bubbel zou zijn: de prijs neemt namelijk zo snel toe dat er vrijwel geen andere vergelijking bestaat, dan met die twee fenomenen. Maar toch, het ligt ditmaal niet zo simpel. Er zullen uiteindelijk slechts 21 miljoen bitcoins bestaan, maar er zijn nu slechts zo’n 16 miljoen bitcoins in omloop. Daarnaast zijn er bitcoins verloren gegaan als gevolg van vergeten paswoorden en defecte harde schijven. Hierdoor is bitcoin dus schaars. Zeer schaars. Doordat de vraag exponentieel toeneemt, maar het aantal bitcoins zeer langzaam stijgt, zal de prijs heel hard stijgen. De huidige waarde van bitcoin is onmiskenbaar speculatief, omdat veel mensen verwachten dat bitcoin meer waard wordt en daarom bitcoins opsparen; ze zien bitcoin als een manier om snel rijk te worden. Het gaat echter te ver om te stellen dat bitcoin’s prijs alleen op manie gebaseerd is. Een tweede bedenking is dat bitcoin een Ponzi- of piramidespel zou zijn. Op basis van de snel stijgende prijs leek dit op voorhand een goede duiding, maar er zijn een aantal duidelijke verschillen. Zo heeft een Ponzi-spel een Ponzi nodig, een oplichter – die is er niet. De enige mensen die lijken te profiteren van bitcoin zijn de gebruikers en bezitters van bitcoin. (Wie meer weerleggingen van onterechte bitcoin-kritieken wil lezen, kan goed beginnen bij de blogs van Peter Surda[20] en Konrad Graf.)

In een binnen de bitcoin-scene zeer gewaardeerde youtube-video[21], gemaakt door bitcoin-supporter James DeAngelo, wordt een alternatieve verklaring voor de scherpe prijsstijging gegeven. DeAngelo vergeleek bitcoin met een snelgroeiende startup als Twitter. Toen Twitter startte hadden ze maar 50 gebruikers, maar het aantal gebruikers bleef steeds verdubbelen, totdat ze uiteindelijk miljoenen gebruikers hadden. Het was geen perfect exponentiële ontwikkeling, gemeten op dag- of weekniveau; er waren tal van tegenslagen, concurrenten, geldzorgen, technische uitdagingen, enz. Toch bleef Twitter hard en gestaag doorgroeien, daardoor nam de waarde per aandeel steeds meer toe. Uiteindelijk werd Twitter een miljardenbedrijf en een globale, dominante speler in media. DeAngelo’s theorie is, dat het bij de bitcoinprijs dus niet om een spel van oplichters of speculatiemanie gaat, maar om de dynamiek van een volatiele valuatie van een snelgroeiend ecosysteem – vergelijkbaar met het aandeel van een snelgroeiende startup. Hij vergelijkt de bitcoinprijs met een aandeel in Twitter.

Internet als voorbeeld

Er is een precedent voor snel in waarde toenemende, virtuele assets geweest: dotcom-domeinnamen. Midden jaren ’90 werden de beste domeinnamen opgeslokt door domeinhandelaren. Domeinhandelaren kochten deze domeinen op, omdat ze de visie hadden dat domeinnamen een digitaal onroerend goed waren. Domeinnamen zijn een waardevolle bezitting gebleken.[22] Sinds de stormachtige groei van het internet, zijn domeinen gemiddeld steeds duurder geworden. Logisch: een schaars goed, ook als dit virtueel is, wordt meer waard als er meer vraag is. Dit prijsmechanisme geldt voor elk jaar sinds ’95[23] en dat zal zo door blijven gaan – zolang het internet blijft groeien.

Daarnaast, een tweede gevolg van domeinnamen-schaarste: elke domeinnaam kan maar eenmalig uitgegeven worden. Om die reden is een domeinnaam als home.com veel geld waard. Op dit stukje digitaal onroerend goed kunnen vele soorten bedrijven zich huisvesten – qua mogelijkheden is home.com te vergelijken met een stukje onroerend goed op het Londense Picadilly Circus! Domeinnaamhandelaren zagen destijds dus correct in, dat toekomstige bedrijven en ondernemers deze domeinnamen in de toekomst voor veel geld weer van hen over zouden nemen. Veel bitcoinbezitters denken hetzelfde bij bitcoin: ze zien het als digitaal goud en zijn niet van plan het opnieuw af te staan totdat ze er, in hun ogen, een fair value voor krijgen. Als bitcoin blijft doorgroeien tot de munteenheid van het internet dan zal 10-100x zoveel zijn als nu – in de verre toekomst, dat wel.

Voorts, niet alle domeinnamen zijn gelijk geschapen. Een korte, herkenbare, pakkende domeinnaam zonder streepje en – allerbelangrijkst! – met DOTCOM op het eind is veel geld waard. Home.com is veel meer waard dan huizen-bekijken-innederland.net. Dotcom is de de facto standaard[24] van domeinnamen geworden en dat is niet meer terug te draaien. Zie hier de link met bitcoin en altcoins: bitcoin is de dotcom-standaard van cryptocurrency. Bitcoin heeft de meeste status, alleen een crypto-concurrent die vele malen beter is dan bitcoin zou een kans maken – en zo jong is bitcoin ook niet meer, het stamt uit ’98. Ter vergelijking: Google stamt uit ’98 en AltaVista uit ’95 – zoveel tijd zat er niet tussen. MySpace stamt uit 2003 en Facebook uit 2004. De voorsprong van bitcoin ten opzichte van andere altcoins neemt echter nog steeds toe. De huidige concurrenten voldoen niet.

Toekomst

Het is natuurlijk mogelijk dat bitcoin uiteindelijk toch niet zal slagen, als gevolg van een technologische bug die niet voorzien was; omdat er een altcoin blijkt te zijn, die 10x beter is; omdat bitcoin op verkeerde, economische principes is gebaseerd; omdat overheden bitcoin succesvol konden uitbannen nadat de ecologie meer centraliseerde; omdat bitcoin toch meer speculatie dan asset was; enz. enz. Allemaal mogelijkheden die bestaan, maar deze risico’s zijn met de tijd steeds onwaarschijnlijker, omdat bitcoin al een aantal extreme tests heeft doorstaan.

Bitcoin overleefde bugs, een mogelijke 51% attack, het faillissement MtGox, hacks van (destijds) belangrijke exchanges als Bitcoinica en Tradehill, exit-scams als Cryptsy, associaties met SilkRoad, Russisch verbod, Ethereum’s opkomst en andere altcoin-uitdagers, een onverwachte hard fork en een continue stroom van chaotische taferelen die breed uitgemeten worden in de media. Elke tegenslag van bitcoin lijkt bitcoin juist sterker te maken. Bijvoorbeeld, toen de SilkRoad-website[25] in 2013 door de FBI werd ontmanteld, begon de bitcoin-prijs kort daarna hard te stijgen. Geheel tegen de verwachting in, omdat bitcoin door tegenstanders als vehikel voor criminelen werd versleten. In realiteit was het opheffen van de SilkRoad-website juist positief voor bitcoin: mensen durfden te beleggen in en betalen met een digitale munt die niet langer 1-op-1 met criminaliteit werd geassocieerd. Bitcoin lijkt het voorbeeld van “antifragiel”[26] te zijn; door elke uitdaging lijkt het bitcoin-ecosysteem sterker en groter te worden en stijgt vervolgens de prijs.

Het is goed mogelijk dat bitcoin crasht of gecrasht is, terwijl dit stuk uitkomt en/ of gelezen wordt. Gezien de enorme stijging van de bitcoin-prijs is dit zelfs zeer aannemelijk. Wel is het dan goed om erop te wijzen dat bitcoin al 5 grote crashes[27] heeft gehad en zich na de crash steeds herstelde op een hogere gemiddelde prijs dan voor de crash. Op de lange termijn is de bitcoin-prijs ook elk jaar toegenomen[28], met uitzondering van een correctie in 2014. Daar moet wel bij gemeld dat bitcoin in 2013 5500%(!) steeg. Bitcoin heeft nog steeds veel problemen en zal nog heel veel problemen tegemoet treden in de toekomst – zonder meer. Maar er moet langzamerhand ook serieus rekening gehouden worden met het meest onwaarschijnlijk denkbare scenario: bitcoin zou weleens kunnen slagen.


[1] https://mises.org/library/mystery-banking

[2] https://www.ecb.europa.eu/mopo/strategy/pricestab/html/index.en.html

[3] https://www.ronpaul.com/fiat-money-inflation-federal-reserve-2/

[4] https://www.youtube.com/watch?v=GJ4TTNeSUdQ

[5]http://www.fon.hum.uva.nl/rob/Courses/InformationInSpeech/CDROM/Literature/LOTwinterschool2006/szabo.best.vwh.net/shell.html

[6] https://mises.org/library/choice-currency-0

[7] https://www.goodreads.com/book/show/25894053-the-new-case-for-gold

[8] https://en.wikipedia.org/wiki/Fiat_money

[9] Meer hier http://nakamotoinstitute.org/static/docs/denationalisation.pdf

[10] http://nakamotoinstitute.org/bit-gold/

[11] Ik vermoed zelf dat Satoshi Nakamoto een alias van Nick Szabo is. De vergelijkingen tussen Bitcoin en BitGold zijn zo sterk en opvallend, dat er vrijwel zeker een link moet zijn.

[12] http://www.econtalk.org/archives/2012/09/barofsky_on_bai.html

[13]  https://www.theatlantic.com/business/archive/2016/08/why-arent-any-bankers-in-prison-for-causing-the-financial-crisis/496232/

[14] https://bitcoin.org/bitcoin.pdf (Satoshi Nakamoto – Bitcoin: A Peer-to-Peer Electronic Cash System)

[15] https://www.coindesk.com/live-free-or-mine-how-libertarians-fell-in-love-with-bitcoin/

[16] https://freedomnode.com/blog/66/21-wise-and-funny-bitcoin-quotes-by-satoshi-nakamoto#h-central-banking-is

[17] https://www.youtube.com/watch?v=HvfO5u4ImAU&t=856s (Bitcoin Decrypted II)

[18] Szabo en Nakamoto waren absoluut niet de enige ontwikkelaars, die probeerden om een digitaal cash-alternatief te bedenken en/of te ontwerpen; zo zijn er Chaum’s DigiCash, Adam Back’s HashCash, Jackson & Downey’s e-Gold, PayPal’s originele implementatie, Wei Dai’s B-Money, etc. Al deze projecten stammen uit eind jaren ’90. Meer hier: https://bitcoinmagazine.com/articles/quick-history-cryptocurrencies-bbtc-bitcoin-1397682630/

[19] https://bitcoincharts.com/charts/bitstampUSD#tgSzm1g10zm2g25zvzl (Rond de $4440 per 17-8-’17)

[20] http://www.economicsofbitcoin.com/

http://www.konradsgraf.com/bitcoin-theory/

[21] https://www.youtube.com/watch?v=qHUPPYzzZrI&t=22s&list=PLzctEq7iZD-7-DgJM604zsndMapn9ff6q&index=16

[22] Zie het essay op http://www.jointventures.com/ van Rick “Domain King” Schwartz, meer hier: http://www.ricksblog.com/2015/12/rick-schwartz-20th-anniversary-post-trust-numbers-not-people/#.WZcDHD4jHIU

[23] http://domainnamewire.com/2016/01/14/impressive-domain-name-stats-from-escrow-com/

[24] https://www.domainstate.com/registrar-tld-breakup.html

[25] http://edition.cnn.com/2013/10/04/world/americas/silk-road-ross-ulbricht/index.html

[26] https://btctheory.com/2015/01/16/antifragile-bitcoin/

[27] https://www.youtube.com/watch?v=XbZ8zDpX2Mg

[28] https://bitcoincharts.com/charts/bitstampUSD#tgSzm1g10zm2g25zi1gRSIzvzl

Posted on

Europa: regressie of renaissance?

De afgelopen tijd heb ik De Europese Spagaat met mij mee gedragen en gelezen. De Europese Spagaat is een recent uitgebracht boek over een van de heetste politieke vraagstukken van onze tijd. De Europese Spagaat is een bundel, samengesteld uit de pennen van zeventien verschillende schrijvers uit Nederland en België. Dit maakt het een literair werk wat rijk is in perspectieven. Immers, iedere schrijver voorziet andere problemen en biedt andere oplossingen. De keerzijde is dat het boek een haastige indruk kan geven; zeventien schrijvers moeten 300 pagina’s delen, waardoor de informatiedichtheid heel hoog is en de schrijvers soms over hun eigen verhaal lijken te struikelen.

In deze recensie zal ik mijn aandacht richten op het stuk van Sid Lukkassen. Het stuk van Lukkassen is het langste en meest monumentale stuk van het boek. Het is even fris als ernstig en biedt een vernieuwend politiek kompas voor de tijd die is en komen zal.

In aanloop naar dit stuk wil ik laten zien hoe een ogenschijnlijk rommelige bundel een zekere opbouw kent. De stukken van sommige schrijvers complementeren elkaar dan ook goed. Ik begin met het eerste stuk, van Ad Verbrugge. Verbrugge biedt de heldere, filosofische duikplank waarmee men het onderwerp en de problemen in het boek leert kennen. Vervolgens behandel ik een tweetal schrijvers: Patrick van Schie en Wim Couwenberg. Zij schrijven beiden over het begrip ‘soevereiniteit’ en geven daarmee een harde basis voor de kritieken op de EU. Hierna kom ik terecht bij het eerder genoemde stuk van Sid Lukkassen. De recensie eindigt met een algemene reflectie op De Europese Spagaat; waarbij ik ook de tijd neem voor de overige nodige kritieken en prijzenswaardigheden.

Twee zielen van Europa

Het stuk van Ad Verbrugge – conservatief filosoof en universitair hoofddocent aan de VU – is een bewerking van zijn lezing op de Dag van de Filosofie(2012). Hij leidt zijn stuk in met een vraagstelling over de oorsprong en rol van de ziel. Dit ziet Verbrugge als belangrijk, aangezien het een te weinig belichte vraag is in onze tijd. Verbrugge wijst het verband aan tussen ‘habitus’ en ‘habitat’ – gewoontes en woonplaats – en verklaart hoe dat de basis is voor een culturele ‘ziel’. Deze culturele ziel baseert zijn ethiek onvermijdelijk op een vergelijking tussen datgene wat hij kent en wat hij niet kent. Wat ‘goed’ wordt geacht is iets wat binnen het bekende wereldbeeld valt.

Dit alles is natuurlijk een belangrijk opstapje naar zijn verhaal over de EU. Verbrugge maakt een punt waarmee je Europa kan beschouwen als een continent waar twee collectieve zielen te onderscheiden zijn. Hij verteld over zijn zorgen om het Europese project; het is onmogelijk haalbaar als je geen rekenschap houdt met de culturele diversiteit van Europa. Volgens Verbrugge is de culturele diversiteit op het continent zo buitengewoon hoog dat de vorming van politieke eenheid bij voorbaat onmogelijk is. Dat de EU zich op economie focust maakt ook meer inbreuk op onze ziel dan wij denken. Economie gaat over de huishouding van de staat. Verbrugge waarschuwt dat dit huishouden te diep verbonden is met onze ziel als politiek dier – hoe je je huis inricht en zaken regelt is altijd heel eigen – en het daarom gevaarlijk is om het in de verkoop te zetten.

Verwarring

Reliekschrijn uit de domschat van Aken. buste van Karel de Grote die de kroon van het Heilige Roomse Rijk draagt en motieven van zowel de Duitse rijksadelaar als de Franse fleur-de-lis.

Vervolgens probeert Verbrugge een punt te maken waarbij het een en ander mij voorbij gaat. Verbrugge wijst aan dat er in de Europese geschiedenis altijd sprake was van convergentie en divergentie van de organisatie van gemeenschappen: zoals centralisatie van kerkelijke macht tegenover verzet vanuit het Heilige Roomse Rijk; of Habsburgse eenheid tegenover Nederlandse onafhankelijkheidsstrijders. Afzetten en verenigen zit heel diep in de geschiedenis van ons continent. Verbrugge concludeert dat de ziel van het convergeren en de ziel van het divergeren ‘De Twee Zielen van Europa’ zijn. Volgens Verbrugge lopen deze krachten dwars door en tussen alle volkeren en landen van Europa.

Hier sloeg bij mij een stop door, want in het begin van zijn stuk begreep ik dat de ‘ziel’ een afspiegeling is van de eigen ethiek en thuis en daarmee een specifieke cultuur kan zijn – van clubniveau tot volksniveau, bijvoorbeeld. De manier waarop het begrip ‘ziel’ wordt gebruikt komt wat arbitrair over in mijn optiek. Aangezien zijn idee van ‘ziel’, in de tweedeling convergentie en divergentie, eerder slaat op een strikt politieke wens van een volk om wel/niet ergens bij te horen. Dit is in mijn ogen eerder een kénmerk van de ziel dan de ziel an sich. Wellicht is mij een cruciaal punt ontgaan, maar voor nu levert dit statement voor mij meer verwarring op dan dat het zijn punt duidelijk maakt.

Negatieve identiteit

Hoe dan ook, Verbrugge gaat verder met het verklaren van de gemeenschappelijke ziel/identiteit van de EU. Hij zegt dat de identiteit die de EU biedt niet een positieve identiteit is, maar een negatieve. De EU zou verbinden door collectief het idee van nationale eenheid uit te dunnen. Hiermee  maakt hij de vergelijking met het communisme, een universele ideologie die door heel Europa herkenbaar was in wat zij afwees: kapitalisme, burgerij en nationalisme. Uit deze vijandbeelden dachten de communisten verbinding te vinden. Echter, volgens Verbrugge hadden de communisten per land zeer uiteenlopende ideeën over de invulling  van de ideologie – zo waren de Duitsers georganiseerder en de Fransen veel anarchistischer. De communisten hadden misschien het idee dat zij verbonden waren in een vorm van ideologische eenheid. Maar onder alle ideologische symboliek scholen meer verschillen dan zij zelf zouden willen geloven.

Met deze vergelijking maakt Verbrugge het complexe probleem over identiteit verrassend duidelijk. Volgens hem ontkomen negatieve identiteiten niet aan datgeen wat zij proberen te onderdrukken. Alleen al in de uiting van deze negatieve identiteit steekt de nationale ziel en ethos de kop op. Huis, haard en de gewoontes die we hieruit opdoen zijn diep ingesleten, collectieve karaktereigenschappen. Of je het nou doorhebt of niet.

Conclusie

In het laatste deel van zijn stuk gaat Verbrugge door op ‘de ontwortelende kracht van geld’ en de rol hiervan in het Europese project. Dit is een kracht waar wij al veel langer tegen vechten. In de tijd van de industrialisatie was dit al merkbaar. Volgens Verbrugge is ook de EU, als economische unie, gebaseerd op het idee dat zolang de burger er beter van wordt, deze vorm van grensoverschrijding gewenst is. Hiermee vergeet de EU, zoals Verbrugge al eerder zei, dat bij een gezonde economie ook een gezonde cultuur hoort; anders is de economische constructie het product van een kunstmatige wil.

Verbrugge biedt een ernstig, maar hoopvol beeld over het Europese ideaal. Hij ziet een EU als een haalbaar idee, mits de politieke wens onder de culturen daarnaar staan. Met de huidige poging tot het vormen van een EU is het vanaf het begin gedoemd geweest. Er is te veel culturele divergentie. Zolang de politieke elite deze culturele divergentie niet gaat erkennen, zullen zij ook nooit begrijpen waarom er zoveel weerstand is. De EU is een interessant en wellicht noodzakelijk project, maar in het huidige culturele klimaat is er geen plaats voor.

Soevereiniteit

Mijn volgende opstapje richting het stuk van Lukkassen brengt mij langs het begrip ‘soevereiniteit’. Twee stukjes achter elkaar, van Patrick van Schie – historicus die zich op allerlei manieren inzet voor het liberalisme – en Wim Couwenberg – rechtsgeleerde met een veelzijdige CV en een lange lijst publicaties op zijn naam – behandelen het begrip ‘soevereiniteit’. Waar Ad Verbrugge een cultuurfilosofische kritiek tegen de (huidige) EU maakt, bieden deze twee stukjes een kritiek op basis van een zoektocht naar soevereiniteit in het Europese spinnenweb van macht.

Patrick van Schie

Voor wie slecht bekend is met de rechtsfilosofie is het werk van Patrick van Schie een verademing om te lezen. Hij begint met de simpele vraag wat soevereiniteit is en wat het nog waard is in onze tijd. Aan de hand van de EU zoekt Van Schie uit waar soevereiniteit gevonden kan worden. Volgens Van Schie is de waarde van het begrip zijn relevantie kwijt geraakt. Men maakt zich minder zorgen over de vraag wie het laatste woord mag hebben: de natiestaat, of de EU? Het parlement, of de commissies? De vergaande gevolgen hiervan zijn voor de meeste mensen onzichtbaar en worden dus irrelevant. Dit is gevaarlijk, aangezien hierdoor de Europese elite ongemerkt bevoegdheden overhevelen van natiestaat naar de EU, zonder dat zij voldoende democratische verantwoording hoeven af te leggen.

Wim Couwenberg

Couwenberg gaat dieper op de problematiek in. Volgens Couwenberg zijn er weinig begrippen waar zoveel verwarring en controverse omheen zit als ‘soevereiniteit’. Vervolgens grijpt hij een aantal filosofen aan die proberen duidelijkheid te geven hierover. Dit bouwt hij uit tot een analyse over alle mogelijke staatkundige structuren waarin wij de EU zouden kunnen passen. De conclusie luidt dat de EU geen van alles en alles van niets is, waardoor je de EU onvermijdelijk met scepsis zou moeten benaderen.

Het is snel duidelijk dat Wim Couwenberg zeer belezen is en diepgaande kennis heeft van de theorieën en structuren die hij behandelt. Dit kan het voor de lezer soms moeilijk te volgen maken. Voor mij was dit in ieder geval wel zo. Ondanks dat dit stuk helder maakt hoe malafide de EU in elkaar steekt, kan ik niet zeggen dat ik het verhaal ten volste heb begrepen. Ik geloof dat iemand met gevorderde kennis over de rechtsfilosofie dit stuk heel waardevol zal vinden. Tegelijkertijd is het ook een zeer geschikt stuk om argumenten tégen de EU te sprokkelen.

Europa: regressie of renaissance?

Het stuk van Sid Lukkassen – historicus, filosoof en gemeenteraadslid in Duiven – is, zoals ik eerder in deze recensie zei, het meest monumentale onderdeel van De Europese Spagaat. Lukkassen wijdt de eerste pagina’s aan het uiteenzetten van alle problemen die, volgens hem, cruciaal zijn om over te denken. Hij begint met een van zijn favoriete geschiedfilosofen, Oswald Spengler, en diens theorie over een cyclische beschavingsgeschiedenis. Vanuit deze theorie zien wij een geschiedenis van culturen die opkomen, bloeien en afsterven. Culturen die zichzelf niet opnieuw weten te ijken sterven uit in een tijd van crisis.

De problemen van onze tijd
Met de dood van God, geloof en het nihilisme van de wetenschap moeten wij op zoek naar een duurzaam  idee om een groepsidentiteit uit te vormen. Dit brengt Lukkassen bij de vraag welke rol nationalisme hierin speelt. Nationalisme wordt als iets vies of engs gezien door de heersende kosmopolitische elite. De tweedeling in politiek valt terug te zien in de levenshouding van de aanhangers van de twee politieke ideeën. Lukkassen beschrijft het als volgt:

“Dit keert terug in het dagelijks leven: D66 oriënteert zich op de post-adolescentiecultuur, met waarden als risico en avontuur. De PVV kiezer komt moe uit het werk en wil rust aan het hoofd: huiselijkheid, betrouwbaarheid en zekerheid. De PVV’er brengt zijn kinderen naar de buren als hij boodschappen gaat doen – hij heeft sterke sociale banden nodig; hij moet zijn buren goed kunnen verstaan. Een D66’er kan zich een Thaise nanny veroorloven en vindt het multiculturalisme een fraai, pittoresk gegeven. Hun politieke voorkeur is een voortzetting van hun karakter, dus als je hun politieke standpunten bekritiseert ervaren ze dat alsof je hun persoonlijkheid bekritiseert.”

Deze tweedeling tussen kosmopolitisme en nationalisme, die veelvoudig terugkomt in het stuk van Lukkassen, is volgens hem de grootste ideologische splijtzwam van onze tijd. Hij citeert een uitspraak van Theresa May waarin zij het wereldburgerschap bekritiseert en schetst een beeld waarbij de kosmopolitische elite een veilig leven in een internationaal netwerk lijdt, terwijl zij alle binding met hun landgenoten kwijt zijn. Zij zetten volledig in op het verbeteren van de materiële situatie van hun land, maar missen het belang van cultuur en spiritualiteit voor de mensen. Dit is een ongezonde ontwikkeling. De ervaring van gemeenschap wordt eendimensionaal.

Staatsburgerschap en haar vijanden
Lukkassen pleit dan ook voor een herbronning van de morele inhoud van het staatsburgerschap. Wat betekend het om burger te zijn van een land? In ruil voor bescherming en rechten binnen de groep vervult het individu zijn plichten. Het alternatief is chaos. Wereldburgerschap bestaat niet zolang er geen wereldstaat is. Het is een leeg begrip. De waarde van het burgerschap is geen triviaal gebeuren en Lukkassen ziet goed dat dit te lang onderbelicht is gebleven.

Lukkassen neemt in zijn stuk de tijd om de ideologieën die de morele inhoud van het staatsburgerschap uithollen te doorgronden. Hij duikt de betekenis van ‘regressief links’ in, verkent het wereldbeeld van kosmopolitisch links en zoekt naar analogieën met het verleden. Hier mag één uitspraak van Lukkassen zeker niet vergeten worden: waar Lukkassen het spottend heeft over afwegingen van welke minderheid het zieliger zou hebben, noemt hij de ‘bedreigde diersoort wet’. Lukkassen weet dit soort gevatte uitspraken kunstig in zijn stuk te verwerken, zonder te veel serieusheid te verliezen. In een zwaar stuk zoals deze is luchtigheid een verademing.

De nieuwe zuil
Wat Lukkassen er uit laat springen, in deze bundel, is zijn slotbericht. Het hele stuk is een soort draaikolk van informatie, vragen en antwoorden, die uitkomen op een blauwdruk voor de toekomst. Op de laatste pagina’s zegt Lukkassen dat de vorming van een viertal zuilen voor Nederland en Vlaanderen onvermijdelijk zal zijn:

  • Kosmopolitisch/postmodern/progressief
  • Islam
  • Biblebelt/SGP/Christenunie
  • Soevereine patriotten/humanistisch realisme/post-progressieven

Als wij het staatsburgerschap weer (morele) inhoud willen geven moeten wij hierin meegaan. Het grote probleem is dat de vierde zuil nog niet voldoende vorm gekregen heeft. Willen de mensen die onder de vierde zuil vallen een kans hebben om hun mannetje te staan en hun belangen te verdedigen, dan moet er meer samenhang in komen. Vervolgens stelt hij een soort stappenplan voor waarmee de nieuwe zuil relevant wordt en macht kan uitoefenen.

Sid Lukkassen schrijft in feite een manifest voor het bloeiende rechts van onze tijd. Zijn stuk is ernstig. Soms té ernstig. Maarja, wat weet ik; misschien is het wel zo ernstig, of is er op zijn minst noodzaak voor gezonde ernst. Het is, hoe dan ook, een monumentaal stuk met zowel vernieuwende perspectieven als pogingen om met praktische oplossingen te komen. De actiebereidheid siert het stuk en dient als politieke motivatie in een tijd waar men naarstig op zoek is naar duurzame handvatten op rechts.

Overige hulde en kritiek
Uiteraard staat er nog veel meer in De Europese Spagaat dan wat ik hierboven belichtte. Ik heb enkel geprobeerd om een soort hink-stap-sprong te maken tussen de belangrijkste informatie en ideologische inspiratie uit de bundel. Dat neemt niet weg dat er nog veel meer noemenswaardige dingen in staan. Zowel in positieve als negatieve zin.

Over het algemeen biedt het boek zowel veel basiskennis als verdieping over alle onderwerpen die aan bod komen. We hebben het dan over het recht, militaire functionaliteit, filosofie, theologie, sociologie, politieke theorie enz. Dat gegeven alleen al maakt dit een noodzakelijk boek voor iedere Euroscepticus van deze tijd, ongeacht hoe slim je jezelf acht. Ik geloof dat iedereen wat aan dit boek heeft.

Wat het boek ook siert is de veelzijdigheid van opvattingen over de EU. Verassend veel van de auteurs lijken nog hoop te hebben in het Europese ideaal en zijn in hun verhaal naarstig opzoek naar manieren om het tóch een werkbaar concept te maken. Het verhaal van Luc Pauwels staat zelfs geheel in het teken hiervan. Ook de aandacht voor geloof en het behoud van moraal is in mijn ogen belangrijk. De frisse toon die het af en toe door het boek laat waaien maakt het hopelijk ook prettig leesbaar voor de mensen die niet per se eurosceptisch zijn, maar wel nieuwsgierig. Het laat zien dat de stem achter de kritiek op de EU er een is van rede en idealisme; niet van kortzichtigheid en verbitterdheid.

Kritiek
Helaas is De Europese Spagaat niet perfect. Ik wil in de eerste plaats op wat praktische zaken wijzen, zoals de vele schrijffouten die hier en daar opdoken. Met name in de stukken geschreven door Anton Kruft kan je er niet omheen. Het oogt veel te slordig voor een boek van inhoudelijk niveau.

Over het stuk ‘Bezonken gedachten over Europa en Islam’ van Wim van Rooy, wil ik ook nog kort mijn ongenoegen delen. Dit is het enige stuk waarbij ik halverwege besloot om het over te slaan en aan het volgende stuk te beginnen. De schrijfstijl van Van Rooy is gewoon niet vol te houden. Hij schrijft met zoveel dedain en rancune over zijn ‘vijanden’, dat het haast niet serieus meer te nemen is. Van Rooy zal vast zijn ernst met zoveel mogelijk mensen willen delen, maar op deze manier ga je niemand buiten de rechtse echokamer bereiken.

Ik wil geen pleidooi houden voor politieke correctheid. Verre van zelfs. Maar je moet ook voorkomen dat je een stuk schrijft waar mensen weerzin van krijgen en zich gaan inbeelden hoe driftig die auteur wel niet achter zijn typemachine moet hebben gezeten. Daarmee zorg je er ook voor dat de lezer niet eens meer met je inhoud bezig is. Erg jammer.

Conclusie over De Europese Spagaat
De Europese Spagaat is natuurlijk geen perfect werk. Er zitten schrijvers tussen die wat minder zijn en het is hier en daar wat sloridg. Tip voor de uitgever dus. Uiteindelijk wegen de pluspunten goed op tegen de minpunten. De meningen en (sub)onderwerpen in De Europese Spagaat zijn goed afgewogen en bij het lezen ga je vanzelf merken dat ze elkaar complementeren.

De Europese Spagaat is hét politieke kompas voor eurosceptisch rechts in Nederland. Of je nou aan het snuffelen bent naar andere vormen van EU-kritiek; op zoek bent naar ideologische sturing; of jezelf als voorstander van de (huidige) EU wilt uitdagen: deze bundel is de beste plek om te beginnen. Filosofen als Ad Verbrugge zoeken de culturele problemen die op de loer liggen en geven een inzicht in de ongekende verdeeldheid van het continent. Mensen met kennis over het recht, zoals Patrick van Schie en Wim Couwenberg, duiken in de complexiteit van de machtsstructuren rondom de EU. Zij dikken het arsenaal argumenten voor eurosceptici mooi aan. En voorspellende stukken als die van Sid Lukkassen bieden het nodige scenariodenken dat ons scherp moet houden.

N.a.v. Sid Lukkassen e.v.a., De Europese Spagaat. Het Europa der Vaderlanden òf een Hernieuwde Europese Unie (Aspekt, 2017) 300 pagina’s.