Posted on

De mysterieuze verdwijning van Arjen Kamphuis

Noorse politie vindt kajak van Arjen Kamphuis, meldden de media op 13 september. Een paar dagen eerder had een visser al andere spullen gevonden van de vermiste Nederlander, waaronder zijn ID-bewijs. Na de vondst van de kajak vond de politie een peddel die waarschijnlijk van Kamphuis is. Kamphuis, een gerenommeerd cybersecurityspecialist, wordt sinds 20 augustus vermist. Hij is voor het laatst gezien bij het uitchecken van een hotel in Bodø, Noord-Noorwegen.

Alles aan de verdwijning van Arjen Kamphuis is raar. De vermissing is nu een maand geleden. Sindsdien zijn er spullen van de beveiligingsexpert gevonden: een kajak, een peddel, een ID-kaart. Wat er verder is gevonden heeft de politie in Noorwegen tot nu toe niet bekend gemaakt. Maar tien dagen nadat Kamphuis voor het laatst werd gezien is zijn telefoon 20 minuten actief en worden de simkaarten verwijderd en vervangen door een Duitse kaart. Dat gebeurt in Vikeså, op zo’n 1700 kilometer ten zuiden van Bodø. Een getuige verklaart dat hij Kamphuis die dag (30 augustus) in dat plaatsje heeft gezien. Er waren twee nog niet geïdentificeerde personen bij hem. Hoe kan iemand de telefoon van de cybersecurityexpert, die nu juist bekend staat om zijn uitstekende beveiliging van digitale apparatuur, activeren en een nieuwe simkaart plaatsen? Is Kamphuis het slachtoffer van een ongeluk – omgeslagen kajak in ijskoud water in een verraderlijke fjord, een misdrijf, of een in scene gezette verdwijning?

Een uitgebreide reconstructie in het Algemeen Dagblad van de verdwijning van Kamphuis werpt meer licht op de raadselen. Waarom boekte hij eerst een reis naar Spitsbergen, maar annuleerde hij die vlak voor vertrek? Waarom vervolgens voor een reis naar Noord-Noorwegen een dure kajak aanschaffen, terwijl hij het daar volgens vrienden nooit over had? Waarom heeft niemand hem, op de hotelreceptionisten na, gezien in Bodø? Wat heeft hij die tien dagen in het stadje, dat nu niet echt bekend staat als toeristische trekpleister, gedaan?

Cybersecurity

Er zijn een aantal aanwijzingen. Arjen Kamphuis is een cyberspecialist en ict-specialist op het gebied van privacy. Hij werkte voor diverse bedrijven en overheden om de online veiligheid te waarborgen. Maar Kamphuis had ook contact met Julian Assange en Wikileaks. “Hij is wereldwijd een van de meest prominente cybersecurity-experts van de wereld. Hij benadert het van de ethische kant en denkt na over hoe we ervoor zorgen dat onze maatschappij een vrije democratische rechtsstaat blijft in een tijd waarin we vaak online communiceren,” zei Ancilla van de Leest, voormalig lijsttrekker van de Piratenpartij en één van de beste vrienden van Kamphuis, in een radio-interview. Zij nuanceert overigens de Wikileaks-connectie, net als andere vrienden van Kamphuis. Silkie Carlo, directeur van Big Brother Watch en mede-auteur van een boek van Kamphuis over hoe je onder de radar van overheidsurveillance kan blijven, twitterde: “WikiLeaks might want to make this sound like it’s about them, but it is not … It makes me, and others, feel sick to my stomach to see Arjen being missing/out of contact reported like a WikiLeaks murder mystery.”

In Bodø is weinig te doen, maar net buiten de plaats is het hoofdkwartier van het Noorse leger en NAVO-steunpunt gevestigd in een ondergrondse bunker.

Het is echter wel opmerkelijk dat Bodø bekend staat als een van de grootste cybersecuritycentra ter wereld. In een voormalige Nazi-bunker in een berg in de buurt van het stadje huist het Joint Headquarters van het Noorse leger. In Bodø is ook een luchtmachtbasis die tevens dienstdoet als uitvalsbasis voor de Navo. In Fauske, op enkele kilometers van de plek waar de spullen van Kamphuis zijn gevonden, heeft de Noorse inlichtingendienst een basis waar gegevens worden verzameld en geanalyseerd die binnenkomen van satellieten. Voor een cybersecurityspecialist niet zomaar een plaats. Maar ook een plek die in het brandpunt van de inlichtingendiensten staat.

Een lege kajak

En dan is er de kajak. Op 28 april 1996 vindt een visser een lege kano op de oever van een zijrivier van de Potomac, Maryland. Negen dagen later wordt het lichaam van de kanoër gevonden. Het bleek te gaan om William Colby, gepensioneerd CIA-directeur. Colby leidde de Amerikaanse geheime dienst van 1973 tot 1976. In de decennia daarvoor had Colby, “the man nobody knew”, carrière gemaakt in de CIA en haar voorloper de OSS. Hij was actief als geheim agent in Europa tijdens de Tweede Wereldoorlog. Direct na het einde daarvan werd hij verantwoordelijk voor het opzetten van Gladio, het geheime paramilitaire ‘stay behind network’, dat tijdens een eventuele Sovjetbezetting in actie moest komen. In de jaren zeventig en tachtig was het betrokken bij een groot aantal ‘false flag’-aanslagen, ontvoeringen en sluipmoorden op vooraanstaande personen in Europa. In de jaren zestig was hij hoofd van de CIA in Vietnam en onder meer verantwoordelijk voor het geheime Phoenix-programma, waarin duizenden Vietnamezen werden vermoord die verdacht werden te werken voor de Vietcong.

CIA-directeur William Colby (links) in gesprek met o.a. president Ford in 1975

Maar halverwege de jaren zeventig klapt Colby uit de school. In de nasleep van Watergate kwamen de inlichtingdiensten steeds meer onder vuur te liggen. Het Amerikaanse Congres deed onderzoek. William Colby antwoordde openhartig op de vragen die hem werden gesteld en hij stelde een lijvig rapport samen over de illegale activiteiten die de CIA sinds 1945 had uitgevoerd. De veelzeggende titel van het rapport: ‘Family Jewels’. De CIA-directeur maakte hiermee geen vrienden. CIA-medewerkers noemden hem een verrader en onder druk van minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger stuurde president Ford Colby de laan uit en verving hem door George H.W. Bush.

Vragen

Volgens de zoon van William Colby pleegde zijn vader zelfmoord. De officiële lezing houdt het op een ongeluk. Onderzoeksjournalist Zalin Grant, een kennis van Colby, is ervan overtuigd dat de oud-CIA baas is vermoord. De zaak Kamphuis is nog volledig open. Toch roepen zijn activiteiten in en rond de plaats waar hij logeerde heel veel vragen op, al was het alleen maar vanwege de betekenis van het Noorse stadje. Kamphuis zal niet de eerste zijn die op een raadselachtige manier van de aardbodem verdwijnt. De inlichtingdiensten hebben een lange staat van dienst als het gaat om ‘ongelukken’ en ‘verdwijningen’. Er is een lange lijst met eenzijdige verkeersongevallen, mensen die zomaar uit een raam vallen, ontploffende geisers en omgeslagen vaartuigen. Dat lot trof getuigen, journalisten, maar ook politici en zelfs mensen uit eigen gelederen.

Saillant detail in de levensloop van William Colby: in april 1945 werd hij als inlichtingenofficier gedropt achter vijandige linies… in Noorwegen.


In april 2017 interviewde Eric van de Beek Arjen Kamphuis voor Novini:

http://www.novini.nl/ieder-mens-wel-iets-verbergen/

Posted on

Vietnam wil compensatie van Monsanto voor Agent Orange

Het Vietnamese ministerie van Buitenlandse Zaken eist van het landbouwconcern Monsanto en diverse andere bedrijven compensatie voor de slachtoffers van het chemische ontbladeringsmiddel Agent Orange.

Tijdens de Vietnamoorlog hebben de Amerikaanse strijdkrachten Agent Orange met vliegtuigen over grote gebieden in Vietnam en Laos gesproeid. Doel was het ontbladeren van bossen om de vijandelijke strijders van het Nationale Front voor de Bevrijding van Zuid-Vietnam (b.b.a. Vietcong) de beschutting van het oerwoud te ontnemen, maar ook het vernielen van de oogst op de velden. Agent Orange bevatte onder andere het zeer giftige dioxine.

Een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken in Hanoi haalde in een verklaring een onlangs in de Verenigde Staten geveld vonnis aan. Een Californische rechtbank had daarin Monsanto ertoe verplicht een schooltuinman 289 miljoen dollar compensatie te betalen. De klager had een zaak aangespannen omdat een door Monsanto gefabriceerde herbicide kanker bij hem had verwekt. Of het oordeel ook in hoger beroep standhoudt is nog af te wachten.

Volgens de BBC bestaan er echter alleen al in de VS nog 5.000 van dergelijke aanklachten tegen Monsanto, dat sinds enkele maanden een dochterbedrijf is van de Duitse chemie- en farmaceuticagigant Bayer is. De koop van Monsanto door Bayer voor 63 miljard dollar is de tot nu toe grootste overname door een Duits bedrijf in het buitenland. Na het oordeel van de Californische rechtbank duikelde de koers van het aandeel Bayer al.

Als het daadwerkelijk tot een eis om compensatie vanuit Vietnam komt, dan zou echter ook nog een ander Duits bedrijf daardoor getroffen kunnen worden. Tot de leveranciers van Agent Orange aan de Amerikaanse krijgsmacht hoorde destijds naast Monsanto ook het Amerikaanse concern Dow Chemical. Volgens onderzoek van Der Spiegel leverde de Duitse firma Boehringer Ingelheim in 1967 halffabrikaten voor de productie van Agent Orange aan Dow Chemical. Hoewel het in de Vietnamoorlog om een conflict in het kader van de Koude Oorlog ging, leverde ook een bedrijf uit Tsjechoslowakije een grondstof voor de productie van Agent Orange aan Amerikaanse bedrijven.

Bedelaar in Ho Chi Minh-stad (Saigon) wiens armen ernstig misvormd zijn doordat zijn moeder tijdens de zwangerschap werd blootgesteld aan een dioxine-houdend ontbladeringsmiddel (foto: Emilio Labrador).

Tot de late gevolgen van het gebruik van Agent Orange horen doodgeboorten, misvormingen van pasgeborenen, neurologische beschadigingen en kanker. Volgens schattingen van het Vietnamese Rode Kruis, lijden in het land nog altijd ongeveer een miljoen mensen onder de late gevolgen van het gebruik van het gif.

In de VS werd in 2005 nog een aanklacht namens meerdere personen afgewezen. De rechtbank wilde toen in het gebruik van het middel “geen chemische oorlogsvoering” zien en daarmee ook geen schending van het internationaal of oorlogsrecht.

Posted on

Wat Hubert Smeets niet snapt over ’68 en cultuurmarxisme

1968, dit jaar 50 jaar geleden. De eerste herdenkingsnummers liggen al in de winkel. Hubert Smeets, Oost-Europa expert en columnist van NRC Handelsblad, doet op een van de eerste dagen van dit jubileumjaar in zijn krant ook een duit in het zakje. Zijn insteek is niet de opstandige minderheid van studenten die in dat jaar de straten en universiteiten van een groot aantal westerse steden bezette, maar het ‘cultuur-marxisme’. Volgens de oud-correspondent maken “nieuwrechtse denkers in Europa en Amerika” een fout door de geest van ’68 te zien als “als bron van al het kwaad dat ons teistert”. 1968 was juist “een kraamkamer voor krachten waaraan het marxisme ten onder zou gaan”.

Smeets maakt niet alleen een karikatuur van het begrip ‘cultuur-marxisme’, hij laat ook zien dat hij er niets van heeft begrepen. De voorbeelden die hij noemt – Dubcek in Tsjechoslowakije, Michnik in Polen en Sacharov in de Sovjetunie – zijn volstrekt willekeurig. Want 1968 was ook het jaar van het Tet-offensief in Vietnam, waarmee de communisten in Hanoi lieten zien dat ze nog lang niet verslagen waren. 1968 was ook het jaar waarin Mao Zedong, dankzij de Culturele Revolutie die hij twee jaar eerder had uitgeroepen, zijn macht over de Communistische Partij versterkte. 1968 tenslotte was ook het jaar waarin de Khmer Rouge, een tot dan toe onbekende illegale beweging, voor het eerst een landelijke opstand in Cambodja ontketende. Maar deze gebeurtenissen verdonkeremaant Smeets, omdat ze niet in zijn kraam te pas komen. Iets wat hij de critici van de geest van ’68 juist verwijt.

Want voor die critici, die het begrip ‘cultuur-marxisme’ hebben gemunt, is het jaartal 1968 slechts een symbool. De geest van ’68 mag dan wel in dat jaar met veel rumoer van zich laten horen, de geestelijke wortels van de studentenbeweging reiken veel dieper in de geschiedenis. Historici van het beruchte decennium noemen daarvoor een instituut, de Frankfurter Schule. Deze groep van Duitse sociologen en filosofen begon voor de Tweede Wereldoorlog vanuit een marxistische visie kritiek te leveren op maatschappelijke structuren. Na hun vlucht naar de Verenigde Staten na de machtsovername van Hitler cs. vonden de ideeën van Horkheimer, Adorno, Marcuse en Fromm steeds meer ingang op de Amerikaanse universiteiten. Hun boeken gingen in de jaren zestig van hand tot hand.

De kritiek op de soixant-huitards – getypeerd als ‘cultuur-marxisme’ – richt zich niet op de voormalige socialistische heilstaten in het oosten. De kritiek richt zich op de macht van de babyboomers in de media en het onderwijs in westerse landen. In het Oostblok heeft de bevolking zich op eigen kracht vrijgevochten van het communistische juk. In het Westen heeft het (cultuur)marxisme tot in de diepste poriën van de samenleving haar invloed doen gelden (een overwinning waar de communistische machthebbers van toen alleen maar over konden dromen). En de ironie, die Smeets ook niet noemt, is dat de voormalige Oostbloklanden politiek gezien duidelijk afstand nemen van de ‘cultuur-marxistische’ verworvenheden, terwijl de met Mao-vlaggen zwaaiende en met Che Guevara-buttons getooide vertegenwoordigers van de generatie van 1968 vijf decennia lang hun invloed uit konden oefenen in de westerse samenlevingen. Op dat laatste richt de conservatieve kritiek anno 2018 zich.