Posted on

De mysterieuze verdwijning van Arjen Kamphuis

Noorse politie vindt kajak van Arjen Kamphuis, meldden de media op 13 september. Een paar dagen eerder had een visser al andere spullen gevonden van de vermiste Nederlander, waaronder zijn ID-bewijs. Na de vondst van de kajak vond de politie een peddel die waarschijnlijk van Kamphuis is. Kamphuis, een gerenommeerd cybersecurityspecialist, wordt sinds 20 augustus vermist. Hij is voor het laatst gezien bij het uitchecken van een hotel in Bodø, Noord-Noorwegen.

Alles aan de verdwijning van Arjen Kamphuis is raar. De vermissing is nu een maand geleden. Sindsdien zijn er spullen van de beveiligingsexpert gevonden: een kajak, een peddel, een ID-kaart. Wat er verder is gevonden heeft de politie in Noorwegen tot nu toe niet bekend gemaakt. Maar tien dagen nadat Kamphuis voor het laatst werd gezien is zijn telefoon 20 minuten actief en worden de simkaarten verwijderd en vervangen door een Duitse kaart. Dat gebeurt in Vikeså, op zo’n 1700 kilometer ten zuiden van Bodø. Een getuige verklaart dat hij Kamphuis die dag (30 augustus) in dat plaatsje heeft gezien. Er waren twee nog niet geïdentificeerde personen bij hem. Hoe kan iemand de telefoon van de cybersecurityexpert, die nu juist bekend staat om zijn uitstekende beveiliging van digitale apparatuur, activeren en een nieuwe simkaart plaatsen? Is Kamphuis het slachtoffer van een ongeluk – omgeslagen kajak in ijskoud water in een verraderlijke fjord, een misdrijf, of een in scene gezette verdwijning?

Een uitgebreide reconstructie in het Algemeen Dagblad van de verdwijning van Kamphuis werpt meer licht op de raadselen. Waarom boekte hij eerst een reis naar Spitsbergen, maar annuleerde hij die vlak voor vertrek? Waarom vervolgens voor een reis naar Noord-Noorwegen een dure kajak aanschaffen, terwijl hij het daar volgens vrienden nooit over had? Waarom heeft niemand hem, op de hotelreceptionisten na, gezien in Bodø? Wat heeft hij die tien dagen in het stadje, dat nu niet echt bekend staat als toeristische trekpleister, gedaan?

Cybersecurity

Er zijn een aantal aanwijzingen. Arjen Kamphuis is een cyberspecialist en ict-specialist op het gebied van privacy. Hij werkte voor diverse bedrijven en overheden om de online veiligheid te waarborgen. Maar Kamphuis had ook contact met Julian Assange en Wikileaks. “Hij is wereldwijd een van de meest prominente cybersecurity-experts van de wereld. Hij benadert het van de ethische kant en denkt na over hoe we ervoor zorgen dat onze maatschappij een vrije democratische rechtsstaat blijft in een tijd waarin we vaak online communiceren,” zei Ancilla van de Leest, voormalig lijsttrekker van de Piratenpartij en één van de beste vrienden van Kamphuis, in een radio-interview. Zij nuanceert overigens de Wikileaks-connectie, net als andere vrienden van Kamphuis. Silkie Carlo, directeur van Big Brother Watch en mede-auteur van een boek van Kamphuis over hoe je onder de radar van overheidsurveillance kan blijven, twitterde: “WikiLeaks might want to make this sound like it’s about them, but it is not … It makes me, and others, feel sick to my stomach to see Arjen being missing/out of contact reported like a WikiLeaks murder mystery.”

In Bodø is weinig te doen, maar net buiten de plaats is het hoofdkwartier van het Noorse leger en NAVO-steunpunt gevestigd in een ondergrondse bunker.

Het is echter wel opmerkelijk dat Bodø bekend staat als een van de grootste cybersecuritycentra ter wereld. In een voormalige Nazi-bunker in een berg in de buurt van het stadje huist het Joint Headquarters van het Noorse leger. In Bodø is ook een luchtmachtbasis die tevens dienstdoet als uitvalsbasis voor de Navo. In Fauske, op enkele kilometers van de plek waar de spullen van Kamphuis zijn gevonden, heeft de Noorse inlichtingendienst een basis waar gegevens worden verzameld en geanalyseerd die binnenkomen van satellieten. Voor een cybersecurityspecialist niet zomaar een plaats. Maar ook een plek die in het brandpunt van de inlichtingendiensten staat.

Een lege kajak

En dan is er de kajak. Op 28 april 1996 vindt een visser een lege kano op de oever van een zijrivier van de Potomac, Maryland. Negen dagen later wordt het lichaam van de kanoër gevonden. Het bleek te gaan om William Colby, gepensioneerd CIA-directeur. Colby leidde de Amerikaanse geheime dienst van 1973 tot 1976. In de decennia daarvoor had Colby, “the man nobody knew”, carrière gemaakt in de CIA en haar voorloper de OSS. Hij was actief als geheim agent in Europa tijdens de Tweede Wereldoorlog. Direct na het einde daarvan werd hij verantwoordelijk voor het opzetten van Gladio, het geheime paramilitaire ‘stay behind network’, dat tijdens een eventuele Sovjetbezetting in actie moest komen. In de jaren zeventig en tachtig was het betrokken bij een groot aantal ‘false flag’-aanslagen, ontvoeringen en sluipmoorden op vooraanstaande personen in Europa. In de jaren zestig was hij hoofd van de CIA in Vietnam en onder meer verantwoordelijk voor het geheime Phoenix-programma, waarin duizenden Vietnamezen werden vermoord die verdacht werden te werken voor de Vietcong.

CIA-directeur William Colby (links) in gesprek met o.a. president Ford in 1975

Maar halverwege de jaren zeventig klapt Colby uit de school. In de nasleep van Watergate kwamen de inlichtingdiensten steeds meer onder vuur te liggen. Het Amerikaanse Congres deed onderzoek. William Colby antwoordde openhartig op de vragen die hem werden gesteld en hij stelde een lijvig rapport samen over de illegale activiteiten die de CIA sinds 1945 had uitgevoerd. De veelzeggende titel van het rapport: ‘Family Jewels’. De CIA-directeur maakte hiermee geen vrienden. CIA-medewerkers noemden hem een verrader en onder druk van minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger stuurde president Ford Colby de laan uit en verving hem door George H.W. Bush.

Vragen

Volgens de zoon van William Colby pleegde zijn vader zelfmoord. De officiële lezing houdt het op een ongeluk. Onderzoeksjournalist Zalin Grant, een kennis van Colby, is ervan overtuigd dat de oud-CIA baas is vermoord. De zaak Kamphuis is nog volledig open. Toch roepen zijn activiteiten in en rond de plaats waar hij logeerde heel veel vragen op, al was het alleen maar vanwege de betekenis van het Noorse stadje. Kamphuis zal niet de eerste zijn die op een raadselachtige manier van de aardbodem verdwijnt. De inlichtingdiensten hebben een lange staat van dienst als het gaat om ‘ongelukken’ en ‘verdwijningen’. Er is een lange lijst met eenzijdige verkeersongevallen, mensen die zomaar uit een raam vallen, ontploffende geisers en omgeslagen vaartuigen. Dat lot trof getuigen, journalisten, maar ook politici en zelfs mensen uit eigen gelederen.

Saillant detail in de levensloop van William Colby: in april 1945 werd hij als inlichtingenofficier gedropt achter vijandige linies… in Noorwegen.


In april 2017 interviewde Eric van de Beek Arjen Kamphuis voor Novini:

http://www.novini.nl/ieder-mens-wel-iets-verbergen/

Posted on

Vietnam wil compensatie van Monsanto voor Agent Orange

Het Vietnamese ministerie van Buitenlandse Zaken eist van het landbouwconcern Monsanto en diverse andere bedrijven compensatie voor de slachtoffers van het chemische ontbladeringsmiddel Agent Orange.

Tijdens de Vietnamoorlog hebben de Amerikaanse strijdkrachten Agent Orange met vliegtuigen over grote gebieden in Vietnam en Laos gesproeid. Doel was het ontbladeren van bossen om de vijandelijke strijders van het Nationale Front voor de Bevrijding van Zuid-Vietnam (b.b.a. Vietcong) de beschutting van het oerwoud te ontnemen, maar ook het vernielen van de oogst op de velden. Agent Orange bevatte onder andere het zeer giftige dioxine.

Een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken in Hanoi haalde in een verklaring een onlangs in de Verenigde Staten geveld vonnis aan. Een Californische rechtbank had daarin Monsanto ertoe verplicht een schooltuinman 289 miljoen dollar compensatie te betalen. De klager had een zaak aangespannen omdat een door Monsanto gefabriceerde herbicide kanker bij hem had verwekt. Of het oordeel ook in hoger beroep standhoudt is nog af te wachten.

Volgens de BBC bestaan er echter alleen al in de VS nog 5.000 van dergelijke aanklachten tegen Monsanto, dat sinds enkele maanden een dochterbedrijf is van de Duitse chemie- en farmaceuticagigant Bayer is. De koop van Monsanto door Bayer voor 63 miljard dollar is de tot nu toe grootste overname door een Duits bedrijf in het buitenland. Na het oordeel van de Californische rechtbank duikelde de koers van het aandeel Bayer al.

Als het daadwerkelijk tot een eis om compensatie vanuit Vietnam komt, dan zou echter ook nog een ander Duits bedrijf daardoor getroffen kunnen worden. Tot de leveranciers van Agent Orange aan de Amerikaanse krijgsmacht hoorde destijds naast Monsanto ook het Amerikaanse concern Dow Chemical. Volgens onderzoek van Der Spiegel leverde de Duitse firma Boehringer Ingelheim in 1967 halffabrikaten voor de productie van Agent Orange aan Dow Chemical. Hoewel het in de Vietnamoorlog om een conflict in het kader van de Koude Oorlog ging, leverde ook een bedrijf uit Tsjechoslowakije een grondstof voor de productie van Agent Orange aan Amerikaanse bedrijven.

Bedelaar in Ho Chi Minh-stad (Saigon) wiens armen ernstig misvormd zijn doordat zijn moeder tijdens de zwangerschap werd blootgesteld aan een dioxine-houdend ontbladeringsmiddel (foto: Emilio Labrador).

Tot de late gevolgen van het gebruik van Agent Orange horen doodgeboorten, misvormingen van pasgeborenen, neurologische beschadigingen en kanker. Volgens schattingen van het Vietnamese Rode Kruis, lijden in het land nog altijd ongeveer een miljoen mensen onder de late gevolgen van het gebruik van het gif.

In de VS werd in 2005 nog een aanklacht namens meerdere personen afgewezen. De rechtbank wilde toen in het gebruik van het middel “geen chemische oorlogsvoering” zien en daarmee ook geen schending van het internationaal of oorlogsrecht.

Posted on

De misplaatste lof voor John McCain

Na het recente overlijden van de Amerikaanse politicus John McCain valt het op dat er uit allerlei kwartieren plotseling lof voor hem is. Met overdreven geslijm wordt opeens gedaan alsof er enkel bewondering kon bestaan voor deze man. Zelfs de mensen die onder zijn dikwijls best lompe en achterbakse aanvallen hebben moeten lijden, worden meegezogen in deze opwelling van typisch Amerikaanse heldenverering. “Over de doden niets dan goeds,” heet het dan. Maar als de doden eigenlijk schoften waren, is het dan niet gepaster om dat eerlijk te zeggen?

McCain heeft het zelfs in zijn postuum verschenen afscheidsbrief niet nagelaten om als ware nestbevuiler zijn partijgenoot en president nog even af te vallen. Het gif zit in de angel, natuurlijk, maar bij McCain zat het gif overal. Onder het mom van zijn status als “maverick” heeft McCain zich dikwijls als een ongeleid projectiel gedragen. Wanneer het hem dan even uitkwam, viel hij zijn eigen partij doodleuk af en ging hij zijn eigen weggetje. Het is dan ook geen toeval dat de meest uitbundige loftuitingen kwamen van Democratische kopstukken en van bekende globalisten als George Soros. Het wordt al snel duidelijk waar McCain eigenlijk “stond”, en wie zijn ware vrienden en bondgenoten waren.

Toch wordt hij nu, na zijn dood, opeens op het schild gehesen door de Republikeinen. Bij Fox News is commentator Liz Peet zelfs zo ver gegaan de president op te roepen om een “groots gebaar” te maken en McCain postuum de Medal of Honor toe te kennen— de hoogste militaire onderscheiding van de Verenigde Staten. Is dat verdiend? McCain is als militair krijgsgevangene geweest, en is gefolterd. Hij is daarvoor echter destijds onderscheiden, en het bevoegde gezag vond geen reden om hem voor te dragen voor de Medal of Honor. Sedertdien heeft McCain niet bepaald dingen gedaan die hem opeens wel in aanmerking zouden doen komen. Hij is door de rangen gerezen—niet in het minst omdat zowel zijn vader als grootvader al admiraal waren, trouwens—maar heeft zich niet bijzonder verdienstelijk gemaakt.

Of we zouden natuurlijk zijn vele bewezen diensten voor het militair-industrieel complex moeten meetellen. McCain is als politicus bekend geworden als pleitbezorger van de agressieve en militaristische politiek die kenmerkend is voor het neoconservatisme. Samen met medestanders als Lindsey Graham (ook een Republikein die graag mag samenwerken met Democraten en zijn eigen “vrienden” graag een dolk in de rug steekt) heeft McCain steeds gepleit voor militaire interventies. Daarachter stak geen visie, maar een duidelijk belang: gelijk Rove, Cheney en Rumsfeld was McCain voor het interveniëren om maar te interveniëren. War is good for business, en zeker als de lobbyisten van het militair-industrieel complex weten dat ze bij jou moeten zijn.

Oprechte conservatieven zijn nooit voorstander geweest van dergelijke politiek. Het omverwerpen van figuren als Saddam Hoessein, Moeammar Khaddaffi, Hosni Moebarak en (zoals McCain beoogde) Bashar al-Assad heeft de geostrategische belangen van de VS nooit gediend. Geen van die huis-tuin-en-keuken-despoten was een echte bedreiging voor Amerika. In het vacuüm dat ontstaat nadat zo’n sterke leider omver wordt geworpen springen echter de radicalen, de jihadisten, de gekken zonder vrees of verstand.

Zonder meer onaardige doch doorgaans vrij kalme despoten werden aldus vervangen door de hondsdolle terroristen van, zeg, de Islamitische Staat of de Moslimbroederschap. Hele regio’s werden gedestabiliseerd, met menselijk lijden op grote schaal tot gevolg. Relevant detail voor Europeanen: dergelijk neoconservatief beleid heeft ook voor een groot deel de vluchtelingengolf veroorzaakt waar wij nu mee te kampen hebben. Dankjewel, John McCain!

Naast het leed voor de gebieden die door de achteloze neoconservatieven in het vuur werden gesmeten, is er natuurlijk ook nog het strategisch perspectief. McCain beweerde consequent dat iedere agressie-oorlog het belang van Amerika zou dienen. Het tegendeel is waar. De grote winnaar van de chaos in het Nabije Oosten is… Rusland. Met de VS als boeman is het gemakkelijk voor Poetin om invloed te winnen bij alle partijen die daar een rol van belang willen spelen. Dankzij de oliedomme (pun intended) neoconservatieven heeft Rusland nu meer invloed in de regio—en in de oostelijke Middelandse Zee—dan de USSR ooit mocht hopen te bereiken. Hetgeen de strategische belangen van de VS juist heeft geschaad, natuurlijk. maar daar maalde McCain duidelijk niet om.

Is het denkbaar dat McCain hetgeen was waar zijn huichelende medestanders Donald Trump van beschuldigen: een spion voor Rusland? Gebaseerd op de feiten (de beleidswensen van McCain hebben Rusland eindeloos meer geholpen dan het beleid van Trump) is dit een gedachte die men voor de grap eens mag overwegen. Het is minder belachelijk dan het “Trump-Russia collusion”-onzinverhaal.

Realistisch gezien kan men het beter cynisch overwegen: McCain vond het niet erg dat Rusland een grotere dreiging werd, want McCain wilde niets liever dan een oorlog met Rusland aanwakkeren. Hij was tenslotte voorstander van iedere denkbare oorlog, hoe schadelijk en zinloos en immoreel ook, en liefst een grootschalige oorlog— simpelweg omdat hij het goedbetaalde schandknaapje was van het militair-industrieel complex. (Dat een oorlog met Rusland heel Europa in as zou leggen vond McCain schijnbaar niet erg.)

Het mag op dit moment wel duidelijk zijn dat John McCain de lof die hem wordt toegezongen nooit heeft verdiend. Hij was een oorlogshitser die iedere morele overweging al heel lang geleden naast zich neer had gelegd. De superlatieve bejubeling is absoluut misplaatst, en krijgt zelfs kluchtige trekken. Ik zag McCain zelfs beschreven worden als “de Cato de Oudere van onze tijd”. Mijn hemel, wat een belediging voor de oude Cato, die consistent vasthield aan traditie en eer. (McCain heeft, zoals reeds beschreven, immer gekozen voor de belangen van de ‘deep state’, waar Cato de Oudere juist erom bekend stond dat hij nooit voor een karretje te spannen was.)

De vergelijking is dan dat Cato zo stelselmatig opriep tot de vernietiging van Carthago, hetgeen sommigen doet denken aan de oorlogshitserij van McCain. Het feit dat Noord-Afrika uiteindelijk de graanschuur van het Romeinse Rijk werd, roept dan weer vergelijkingen op met het belang van olie (hetgeen vaak schuilt achter de neoconservatieve oproepen tot agressie-oorlogen in de grote zandbakken van deze wereld).

Het zijn echter totaal manke vergelijkingen. De graantoevoer vanuit Africa Proconsularis werd immers pas relevant nadat het al geruime tijd een Romeinse provincie was. De reden om Carthago te verwoesten had niets te maken met het veiligstellen van dergelijke import. Het conflict tussen Rome en Cathago was geen “resource war” maar een existentiële machtsstrijd, zoals die ook bestond tussen de VS en de USSR tijdens de Koude Oorlog. Cato de oudere stond dan ook meer gelijk aan de echte ‘communistenvreters’ in de VS, die geloofden dat vrede nooit mogelijk was totdat de USSR zou vallen.

De beste ‘analoog’ voor Cato in de moderne periode is in mijn optiek Barry Goldwater. Een compromisloze reactionair met een sterke deugdethiek, die geloofde in de noodzaak van het breken van de USSR. Net als Cato werd hij weggehoond, maar zag zijn gelijk uiteindelijk bewezen. (De verkiezing van Reagan werd fameus beschreven als “it took twenty years to count the votes, and Goldwater won”.) Goldwater stond tevens bekend om zijn bloedhekel aan neoconservatieven als McCain, die hij beschreef als “the unprincipled stooges of the big conglomerates”.

Ook belangrijk: Cato de Oudere was destijds, net als Goldwater tijdens de Koude Oorlog, tegen allerlei andere oorlogen. Hij hoopte dat de vernietiging van Carthago definitief de positie van Rome zou veiligstellen, waardoor langdurige vrede mogelijk zou worden. Goldwater hoopte op precies datzelfde met betrekking tot de USSR, omdat hij wist dat de USSR bijna alle vijanden van de VS financierde. (Net zoals Carthago rebellen en huurlingen tegen Rome financierde.)

Beide mannen hadden trouwens ongelijk, en hun hoop was misplaatst. Waarom? In de VS omdat neoconservatieven als John McCain de overhand namen en talloze zinloze oorlogen begonnen. Leuk voor het militair-industrieel complex, immers. In het oude Rome maakte de vernietiging van Carthago ook geen einde aan de expansie-oorlogen, omdat opportunistische en ambitieuze Romeinen dat soort oorlogen zagen als een manier om zelf glorie te verwerven en dus hun eigen belang te dienen.

Die Romeinen waren al moreel dubieus, omdat ze hun eigen belang vóór het belang van Rome plaatsten (terwijl ze wel talloze legers verspilden aan zinloze campagnes). Ze zijn echter nog zeer deugdelijke mannen, wanneer je ze vergelijkt met een onverbeterlijke smeerlap als John McCain. Die plaatste immers niet alleen zijn eigen belang boven het landsbelang: hij handelde actief in strijd met het landsbelang.

Indien wij John McCain willen vergelijken met een Romein, dan is het nog het meest gepast om hem te vergelijken met Varus: de generaal die zijn legioenen verkwistte aan een zinloze campagne in Germania. U weet wel, de slag bij het Teutoburgerwoud. Het word gezegd dat Keizer Augustus er jaren later nog nachtmerries van had, en schreeuwend wakker werd: “Varus, ik wil mijn legioenen terug!”

Maar van Varus kan tenminste nog gezegd worden dat hij een Romein was. Na zijn abjecte falen trok hij de consequentie en stortte hij zichzelf op zijn eigen zwaard. Zo’n verlies van eer kan je niet herstellen. De mannelijke dood is dan de enige uitweg die nog rest. Beter dan een eerloos leven in schande. Een leven zoals dat van John McCain, dus. Om die reden is het misplaatst om laatstgenoemde te vergelijken met welke Romein dan ook. Zelfs de meest laaggeplaatste plebeïsche straatventer zou—terecht—op hem spugen. Wij zouden daar een voorbeeld aan mogen nemen. Liever dan zijn graf met onverdiende lof te overstelpen, zouden wij overdrachtelijk op de herinnering aan John McCain moeten spugen, en zijn naam uit ons geheugen moeten schrappen. Hij verdient niets minder dan de damnatio memoriae.

Posted on

Wat Hubert Smeets niet snapt over ’68 en cultuurmarxisme

1968, dit jaar 50 jaar geleden. De eerste herdenkingsnummers liggen al in de winkel. Hubert Smeets, Oost-Europa expert en columnist van NRC Handelsblad, doet op een van de eerste dagen van dit jubileumjaar in zijn krant ook een duit in het zakje. Zijn insteek is niet de opstandige minderheid van studenten die in dat jaar de straten en universiteiten van een groot aantal westerse steden bezette, maar het ‘cultuur-marxisme’. Volgens de oud-correspondent maken “nieuwrechtse denkers in Europa en Amerika” een fout door de geest van ’68 te zien als “als bron van al het kwaad dat ons teistert”. 1968 was juist “een kraamkamer voor krachten waaraan het marxisme ten onder zou gaan”.

Smeets maakt niet alleen een karikatuur van het begrip ‘cultuur-marxisme’, hij laat ook zien dat hij er niets van heeft begrepen. De voorbeelden die hij noemt – Dubcek in Tsjechoslowakije, Michnik in Polen en Sacharov in de Sovjetunie – zijn volstrekt willekeurig. Want 1968 was ook het jaar van het Tet-offensief in Vietnam, waarmee de communisten in Hanoi lieten zien dat ze nog lang niet verslagen waren. 1968 was ook het jaar waarin Mao Zedong, dankzij de Culturele Revolutie die hij twee jaar eerder had uitgeroepen, zijn macht over de Communistische Partij versterkte. 1968 tenslotte was ook het jaar waarin de Khmer Rouge, een tot dan toe onbekende illegale beweging, voor het eerst een landelijke opstand in Cambodja ontketende. Maar deze gebeurtenissen verdonkeremaant Smeets, omdat ze niet in zijn kraam te pas komen. Iets wat hij de critici van de geest van ’68 juist verwijt.

Want voor die critici, die het begrip ‘cultuur-marxisme’ hebben gemunt, is het jaartal 1968 slechts een symbool. De geest van ’68 mag dan wel in dat jaar met veel rumoer van zich laten horen, de geestelijke wortels van de studentenbeweging reiken veel dieper in de geschiedenis. Historici van het beruchte decennium noemen daarvoor een instituut, de Frankfurter Schule. Deze groep van Duitse sociologen en filosofen begon voor de Tweede Wereldoorlog vanuit een marxistische visie kritiek te leveren op maatschappelijke structuren. Na hun vlucht naar de Verenigde Staten na de machtsovername van Hitler cs. vonden de ideeën van Horkheimer, Adorno, Marcuse en Fromm steeds meer ingang op de Amerikaanse universiteiten. Hun boeken gingen in de jaren zestig van hand tot hand.

De kritiek op de soixant-huitards – getypeerd als ‘cultuur-marxisme’ – richt zich niet op de voormalige socialistische heilstaten in het oosten. De kritiek richt zich op de macht van de babyboomers in de media en het onderwijs in westerse landen. In het Oostblok heeft de bevolking zich op eigen kracht vrijgevochten van het communistische juk. In het Westen heeft het (cultuur)marxisme tot in de diepste poriën van de samenleving haar invloed doen gelden (een overwinning waar de communistische machthebbers van toen alleen maar over konden dromen). En de ironie, die Smeets ook niet noemt, is dat de voormalige Oostbloklanden politiek gezien duidelijk afstand nemen van de ‘cultuur-marxistische’ verworvenheden, terwijl de met Mao-vlaggen zwaaiende en met Che Guevara-buttons getooide vertegenwoordigers van de generatie van 1968 vijf decennia lang hun invloed uit konden oefenen in de westerse samenlevingen. Op dat laatste richt de conservatieve kritiek anno 2018 zich.

Posted on

Een ‘rode pil’ voor iedereen die er maar eentje hebben wil

Laatst had ik het zeldzame voorrecht om een goed boek te lezen. Het boek heet ‘Oorlog is misleiding en bedrog’ van iemand die zich identificeert als “Fre Morel”.

Een heel continent in een apocalyptische oorlog storten
Waar gaat het boek over? Het boek gaat over wat de schrijver de “eenendertigjarige oorlog” noemt. De oorlog die in 1914 tegen Oostenrijk-Hongarije en Duitsland begon met de moord op Frans-Ferdinand van Oostenrijk tot en met het neerzetten van de Sovjetvlag bovenop de Duitse Rijksdag van 1945. De oorlog die het ‘Oude Europa’, na de roerige negentiende eeuw, definitief vernietigde. Frans Jozef I, keizer van Oostenrijk en apostolisch koning van Hongarije, zei tegen de toenmalige Amerikaanse president “in mij ziet u de laatste monarch van het Oude Europa.” En inderdaad. De geschiedenis heeft hem gelijk gegeven.

Het boek documenteert als geen ander boek de tijd tot op de fatale schoten op zijn beoogde opvolger Frans Ferdinand. Opgemerkt wordt dat Frans Ferdinand, die voorstander was van een staat voor de Zuid-Slaven, vermoord werd door een voorstander van een staat voor de Zuid-Slaven genaamd “Jug-o-Slavija”. De moordenaar, Gavrilo Princip, werd dus voorgelogen door zijn opdrachtgevers en dat eindigde in de moord op de persoon bij uitstek die zijn droom zou verwezenlijken. Wie waren dan zijn opdrachtgevers, hoor ik u denken.

Nu komen we op de kracht van het boek. Het boek stelt niet teleur in het noemen van namen en rugnummers. De opdrachtgever was de organisatie ‘Zwarte Hand’, maar de Zwarte Hand was een frontorganisatie voor de Britse geheime dienst.

Ik hoor u opnieuw denken. Waarom zouden de Britten dit doen? Nou, de Britten hadden en hebben als doel Europa verdeeld te houden. Duitsland werd economisch te machtig en Rusland kreeg in die tijd heel veel invloed. Er waren zelfs al Russische plannen om Constantinopel binnen te vallen en te bezetten! De Britten voelden de druk dat indien er geen oorlog zou komen de continentale machten Duitsland, Rusland en de Oostenrijks-Hongaarse Dubbelmonarchie Groot-Brittannië glansrijk voorbij zouden streven. Dit moest gestopt worden. En is er een beter middel om dat te doen dan om alle drie in een oorlog te storten waarbij ze elkaar vernietigen?

Dit is een totaal andere uitleg van de feiten dan in een gemiddeld middelbare schoolboek staat en het boek stopt hier niet. Het boek ontmantelt systematisch de jaren die op de tragische gebeurtenissen van 1914 volgen op een onnavolgbare en, belangrijker nog, uiterst gedocumenteerde manier. Geen enkele (geen enkele!!) gebeurtenis in de Eerste en Tweede Wereldoorlog blijft onbenoemd; Fre Morel bekijkt ze met zijn eigen, unieke en diepe inzicht in het beschikbare feitenmateriaal.

Taalkundige overpeinzingen
Het boek is geen saaie geschiedenisles. De schrijver neemt de intellectuele ruimte wat overpeinzingen met de lezer te delen. Wat te denken van het woord “nadenken” bijvoorbeeld, lijkt dat meer op “na-apen” of “zelfstandig denken”? Mijn antwoord is dat “nadenken” in de tegenwoordige zin van het woord, vooral “na-apen” betekend. Links-liberalen associëren hun ideeën vooral met intelligentie. Wie niet kan “nadenken” is niet “intelligent”. Maar ik wil die mensen helemaal niet “na-apen in hun denken”. Als ik dan niet “intelligent” ben dan zij het maar zo. Sterker nog, hier in Vlaanderen is verbroederen zingen en drinken in een cantus. Dat is nuttiger tijdverdrijf dan links-liberalen “na-apen in denken”. Zo is zingen beter dan nadenken.

Trivia
Grappig is het boek met trivia en ‘leuke feitjes tussendoor’. Wist u bijvoorbeeld dat de Romeinse groet, tegenwoordig bekend als de ‘Hitlergroet’, een vrij normaal iets was tot en met 1941 aan toe en ook in Amerika gebruikt werd als militaire groet? Nee? Dan weet u het nu. Wist u dat dr. Jozef Goebbels zijn ideeën voor het Rijksministerie voor Volksverlichting en Propaganda baseerde op ideeën van het neefje van Sigmund Freud?

Committee on Public Information in 1916, tweede van rechts Edward Bernays

En dat het neefje van Sigmund Freud, Edward Bernays, een soort Amerikaans “Rijksministerie voor Volksverlichting en Propaganda”, het Committee on Public Information (CPI), heeft opgericht? Het CPI had onder meer als doel om via Hollywood-films de wensen van de Amerikaanse regering te propaganderen bij het volk, op een schaal waarop genoemde dr. Jozef Goebbels alleen maar kon dromen. Het is allemaal echt waar.

Dit soort opsommingen van feiten zijn alleen nuttig en geloofwaardig als er ook een register is met waar de schrijver het allemaal vandaan heeft gehaald. En het boek stelt ook daarin niet teleur. Iedereen kan het als een uitdaging zien om de feiten die de schrijver aandraagt te diskwalificeren. Waarmee we op het volgende punt aankomen.

Lezen of niet?
Het is vooral een kwestie van *willen* weten. Als de lezer zichzelf de vraag stelt: “over de Irakoorlog in 2003 is gelogen, over de Irakoorlog daarvoor is gelogen, over de oorlog in Vietnam is gelogen, over de oorlog in Korea is gelogen, zal het dan niet zo zijn dat er ook leugens zijn verteld over de Eerste en Tweede Wereldoorlog?” Als uw antwoord “ja” is (en mijn antwoord is zeker “ja!”), maar u heeft niet het feitenmateriaal voorhanden om te zeggen wat die leugens precies zijn, dan is hier uw kans uw kennis van de geschiedenis wat op te poetsen. Uw kijk op de ‘Eerste en Tweede Wereldoorlog’ zal nooit meer hetzelfde zijn.

Fré Morel ~ Oorlog is misleiding en bedrog (2e druk)

Posted on

Voeren de media ons ten oorlog? (video)

Voor wie er niet bij kon zijn of voor wie er wel bij was en een en ander nog eens terug wil zien: Het debat in De Balie in Amsterdam afgelopen donderdag, gemodereerd door onze medewerker Eric van de Beek, is in beeld en geluid vastgelegd en inmiddels op YouTube beschikbaar.

Senior-journalisten Karel van Wolferen, Stan van Houcke en Willy Van Damme bespreken de rol die de media spelen in het ‘verkopen’ van oorlogen. Zij blikken terug op de manier waarop de oorlogen in Irak, Afghanistan en Libië aan de man zijn gebracht. En bespreken de recente berichtgeving over Rusland, Oekraïne, Syrië, Iran, Noord-Korea en China. Voeren de media ons opnieuw ten oorlog? En zo ja, hoe doen zij dit? Met welke gevolgen? Is de kans op een kernoorlog groter dan ooit?

 

Posted on

Noriega: van CIA-stroman tot Amerikaans gevangene

Manuel Noriega is niet meer. De ex-dictator van Panama overleed op 29 mei op 83-jarige leeftijd. Vorig jaar ontdekten artsen een hersentumor. In maart werd Noriega geopereerd en in een kunstmatige coma gebracht, waaruit hij niet meer is ontwaakt.

“Voor Saddam Hoessein was er Manuel Noriega”, schrijft The Guardian. De politieke carrière van de Panamese dictator vertoont grote overeenkomsten met die van de Irakese heerser. Alleen hun einde is anders: de een opgehangen, de ander overleden in een bed. Maar beiden genoten lang de steun van de Verenigde Staten. Totdat ze zich tegen hun beschermer keerden, die vervolgens met militaire overmacht een einde aan hun bewind maakte.

Tijdens zijn militaire studie in Peru in de jaren vijftig werkte Noriega al voor de CIA. In 1967 kreeg hij een spionage- en contra-spionage training op de beruchte School of the Americas in Fort Gulick, Panama, en een cursus psychologische oorlogsvoering in Fort Bragg in North-Carolina, de grootste militaire basis van de wereld (en in de jaren tachtig het centrum van waaruit de militaire interventies in Midden-Amerika plaatsvonden). In 1968 pleegde kolonel Omar Torrijos in Panama een militaire coup. Onder zijn bewind maakte Noriega snel carrière. Torrijos kwam in 1981 om het leven bij een mysterieus vliegtuigongeluk. Volgens John Perkins, voormalig NSA-agent en auteur van Confessions of an economic hitman, een actie van de CIA. De geheime dienst zag met lede ogen aan dat Torrijos contact zocht met Japan voor een nieuw te graven kanaal door Panama.

Luitenant-generaal Tom Kelly, plv. chef-staf van het Amerikaanse leger, legt tijdens een persconferentie op 21 december 1989 uit wanneer men het Panamakanaal weer open denkt te kunnen hebben.

Na de dood van Torijos werd Manuel Noriega de facto leider van Panama. In 1983 promoveerde hij zichzelf tot generaal. De machthebbers in Washington en Langley konden de nieuwe leider goed gebruiken. In 1979 verdreven de linkse Sandinista’s de Amerikaanse stroman Somoza, wiens familie vanaf 1927 Nicaragua had geregeerd. De Amerikanen bekeken het nieuwe bewind in Managua met argusogen. Dankzij de decennia oude CIA-contacten van Noriega kon de CIA Panama gebruiken als uitvalsbasis om het linkse regime in Nicaragua te ondermijnen. Lang voor de publicatie van de Panama Papers werd het land al gebruikt als doorvoerhaven voor geld, drugs en militaire goederen voor de Contra’s, die door de Verenigde Staten werden gesteund om het bewind in Managua ten val te brengen.

Noriega valt in ongenade bij Amerikaanse broodheren

Eind jaren tachtig viel Noriega in ongenade bij zijn Amerikaanse broodheren. In de jaren zeventig was de Panamese dictator begonnen met het leggen van contacten met het Colombiaanse Medellín drugskartel. Deze gebruikte Panama om hun drugsgeld wit te wassen. Een federale rechtbank in Florida klaagde de Panamese dictator aan op grond van drugshandel en afpersing. De CIA haalde Noriega van de loonlijst.

Amerikaanse militairen rijden in pantservoertuigen door Panama-stad op 23 december 1989, de vierde dag van de Amerikaanse inval. Bij de aanval kwamen honderden burgers om het leven en werden 15.000 mensen dakloos.

Een serie van incidenten, die uiteindelijk leidde tot de dood van een Amerikaanse soldaat, was de aanleiding voor de regering van George H. Bush om militair in Panama in te grijpen. Op 20 december 1989 vielen Amerikaanse troepen – vooral militairen uit Fort Bragg – het land binnen. Op 3 januari 1990 gaf Noriega, die zich had verscholen in de diplomatieke missie van het Vaticaan, over. Hij werd als krijgsgevangene naar de Verenigde Staten overgebracht. In september 1992 werd hij in Miami veroordeeld tot een gevangenisstraf van 40 jaar (later omgezet tot 30 jaar). De claim van verdediging dat Noriega jarenlang op de loonlijst van de CIA had gestaan, werd als irrelevant afgewezen. Gevangene nummer 38699-079 werd in 2010 uitgeleverd aan Frankrijk, waar hij werd veroordeeld voor witwassen van drugsgeld. In 2011 werd hij op verzoek van de Panamese regering overgebracht naar de El Renacer-gevangenis in Panama.

Oude bekende van Bush

Manuel Noriega op bezoek bij George H.W. Bush

De relatie tussen Noriega en de CIA, en dan specifiek die met directeur George H. Bush, is intrigerend. Noriega had als student al contacten met de Amerikaanse veiligheidsdienst. Tussen 1971 en 1986 leverde hij de CIA informatie over Fidel Castro. In 1976 bezocht hij George Bush in Washington.

De opvolger van Bush als hoofd van de CIA haalde Noriega van de loonlijst, maar toen George H. in 1980 vice-president werd, ontving de Panamese dictator al snel weer een riant salaris van de CIA. De contacten tussen Bush en Noriega stammen al uit een eerdere periode. George Herbert Walker Bush richtte in 1953 Zapata Petroleum in Texas op. Een onderdeel van het bedrijf werd als CIA-front gebruikt. Van hier uit werden contacten gelegd met een zekere Manuel Noriega, drugssmokkelaar en CIA-medewerker.

In 1976 zorgde Bush, als CIA-directeur, ervoor dat de Cubaan Felix Rodriguez buiten schot blijft in het onderzoek naar de moord in Washington op een Chileense, pro-Allende diplomaat. Rodriguez, die claimde Che Guevara te hebben vermoord, was daarvoor ook actief binnen Operatie Phoenix, waarin onder auspiciën van de CIA tonnen heroïne Zuid-Oost Azië binnen werden gesmokkeld om het Noord-Vietnamese bevrijdingsleger te destabiliseren.

Hetzelfde scenario werd in de jaren tachtig uitgevoerd in de oorlog tegen de Sandinisten in Nicaragua: importeren van drugs in ruil tegen wapens om die door te verkopen aan rebellen. Wederom met Rodriguez als spil en vice-president Bush op de achtergrond (twee jaar voordat Oliver North in 1984 de operatie overnam). Generaal Noriega was maar graag bereid zijn oude vrienden te helpen en stelde vliegvelden open voor het transport van drugs en wapens. Saillant detail: Noriega werd gevraagd dit te doen door agenten van de Mossad, de Israëlische veiligheidsdienst, die hem toegang tot het Witte Huis – lees George H.W. Bush – beloofden. Wellicht grootspraak van een dictator in het nauw, maar Noriega claimde dat hij “Bush bij zijn ballen had”. Reden genoeg om in 1989 eens en voor altijd af te rekenen met de onbetrouwbare Panamese leider, die de clandestiene drugsoperaties steeds vaker voor eigen gewin ging gebruiken. Het was Noriega’s oude vriend Bush die hem afzette en gevangen liet nemen.

In het wereldbeeld van de CIA zijn dictators nuttige idioten die braaf hun vuile werk moeten doen. Worden ze ongehoorzaam of gaan ze op eigen houtje zaken regelen, dan is Washington er snel bij om zich van hen te ontdoen. Dat overkwam al vele dictators, zoals Ngo Dinh Diem, Saddam Hoessein of Bashar al-Assad. En dus ook ‘Our man in Panama’, Manuel Noriega.