Posted on

De achilleshiel van radicaal-rechts

Zelfs radicaal rechtse partijen vermijden bepaalde controversiële onderwerpen liever, omwille van de beeldvorming. Maar het zijn juist deze fundamentele discussies die gevoerd moeten worden om uit de politieke malaise te geraken.

In zowel Vlaanderen als Nederland is de winst van radicaal rechts, tegenover de beperkte groei van radicaal links de belangrijkste conclusie. Qua zetels zijn Forum voor Democratie en Vlaams Belang er enorm op vooruit gegaan. De politieke partijen kunnen dus volop medewerkers aanwerven, budgetten spenderen aan sociale media campagnes en reserves aanleggen voor moeilijkere tijden.

In de weken na de verkiezingen werd het al wel duidelijk dat het politieke midden zich nog niet kan neerleggen bij het hertekende politieke landschap. In Nederland zijn de uitspraken van de heer Otten over partijkopstuk Baudet dagenlang breed uitgesmeerd in de media en werd meteen een koerswijziging t.a.v. een vertrek uit de EU in beeld gebracht om de radicaleren nog liever terug richting PVV te duwen. Ook werd tijdens de Europese verkiezingen gespeeld dat Baudet te nauwe banden wil hebben met Rusland en daarom de vooropgestelde analyses van het MH17-onderzoek niet zomaar wil aanvaarden. Een aantal van deze verwijten begonnen uiteraard al tijdens de campagne zelf.

Het Russische spook

In Vlaanderen had je een gelijkaardig scenario. Ook daar werd er gespeeld met het Russische spook, alsof Tom Van Grieken een Russische agent is en werd er tijdens de onderhandelingen telkens opnieuw hierop gehamerd. Het bezoek van kopstuk Filip Dewinter aan de Syrische president Assad werd uitentreuren erbij gehaald als het ging over de onderhandelingen van de Vlaamse regering. Kort na de verkiezingen kwam er dan een uitspraak van een nieuw Kamerlid van Vlaams Belang, Dominiek Sneppe, die zei dat homohuwelijken en kinderen adopteren door holebi’s een brug te ver zijn. De pers smeerde deze uitspraak dagenlang uit, en er was op sociale media veel opgestookte ophef door andere partijen over deze uitspraak. De moraliserende vingers stonden allemaal gretig in de lucht te wijzen.

Dit is een tendens die we nog vaker kunnen verwachten, radicaal rechts heeft namelijk een zeer groot en breed kiespubliek kunnen aanspreken, en loopt nu het risico om deze te bruuskeren en dus te verliezen. Zo krijgen andere partijen ook een handig excuus aangeboden om niet met de overwinnaars samen te moeten regeren.

Gebrek aan debat

Eigen aan het moraliseren van discussies is dat we geen argumenten meer tegen elkaar kunnen afwegen. Het verontwaardigd reageren door journalisten en politici is dus een strategisch toneelstuk om fundamentele discussies uit de weg te gaan. Denk maar aan een debat over migratie zonder het verwijt ‘racisme’ erin.

De drogargumenten tegen een standpunt zijn vaak legio in de pers. Een standpunt is “achterhaald” bijvoorbeeld, of “het is immers 2019”. Alsof een tijdsaanduiding een argument is. Om het wat cru te stellen: was “het is 1942” soms ook een argument om een bepaald beleid te rechtvaardigen?

Achter bepaalde onbespreekbare zaken tijdens of na een campagne zitten vaak zeer logische voorstellen die in een andere context heel anders overkomen. De vermeende banden tussen radicaal-rechts en Rusland, met Rusland als grote vijand is daar een voorbeeld van. De sancties die de EU, op aandringen van de VS, tegenover Rusland stelt treft onze export en bovendien kunnen we door het conflict met Rusland vaak geen oplossing bieden voor oorlogen in het Midden-Oosten. Een normalisering met een sterke buur zou in het voordeel van Europa  kunnen spelen. Vanwaar dan nog de demonisering van Rusland en Poetin? Alsof we plots vergeten welke andere ‘bondgenoten’ wij hebben in de wereld (VS, Saoedi-Arabië, Israël).

De globale context ontbreekt in het debat

Wat de verkiezingen in West-Europa aantonen, en de groei van radicale partijen, is dat ons huidige politieke en ideologische systeem in een ernstige crisissfeer terecht is gekomen. Er zijn trouwens genoeg parameters om te kunnen stellen dat de onvrede bij de burger nog zal toenemen. Om er twee te noemen: We hebben de komende 30 jaar nog zo’n 150 a 200 miljoen Afrikaanse migranten naar Europa te verwachten. En de schuldenberg in de Europese Unie van financiële instellingen en staten is er sinds 2010 niet op verbeterd, het is dus een kwestie van tijd dat een volgende zeepbel onze economie in crisis stort.

Geen enkele traditionele politieke partij kan een degelijk antwoord bieden en deze verliezen dan ook electoraal terrein. De christendemocraten, de liberalen, de sociaaldemocraten… Degenen die het minst verliezen zijn op termijn wellicht de liberalen, aangezien zij als kiespubliek vooral de ‘winnaars’ van de globalisering aanspreken.
Al zitten zij met het nadeel dat de kleine zelfstandigen en KMO’ers misnoegd zijn over hogere belastingen die het gevolg zijn van beleid dat meestal door liberalen is uitgevoerd.

Maar lange termijnperspectief en degelijke redevoeringen komen er niet van deze partijen. Tenzij misschien een uitzondering in Denemarken, waar de sociaaldemocraten een streng migratiebeleid voorstaan om de opgang van de Deense volkspartij af te remmen. Maar we kijken maar even naar Vlaanderen, Nederland, Duitsland, Frankrijk… om te besluiten. De verdamping lijkt nog niet voorbij, en de misnoegde kiezers van vandaag zullen niet snel tevreden gesteld worden door de hardnekkige houding van het politieke midden en de partijtoppen van de traditionele partijen.

Fundamentele discussies

Op verschillende vlakken moeten we het op zijn minst aandurven om de meest fundamentele discussies en debatten te voeren. Zowel over economische zaken, of ons monetair geldinjectiesysteem nog wel houdbaar is?Of de Euro niet volledig ontmanteld moet worden? Of over cultuur, over een einde van een slachtoffercultus of over de verlichtingswaarden. Of over de plaats van religie in de samenleving. Over geopolitiek, over de houding t.o.v. Rusland en de NAVO. Over migratie, over klimaat…

Onze samenleving zit met een existentiële crisis van formaat. De waarden waarop ons leidend politiek systeem, het liberalisme, is gebaseerd, zijn al meer dan 100 jaar op de schop gezet in de filosofie. Het is niet ondenkbaar dat dit systeem ook zijn einde zal kennen, alsook het communisme (1917-1989) en het facisme (1923 – 1945) reeds hun periode hebben gekend.

Een alternatief vormen

Om een alternatief te vormen zullen ook de radicaal rechtse partijen dus wel deze discussies moeten aan durven gaan, in plaats van zo snel mogelijk deze ‘incidenten’ zoals in begin gezegd te willen sluiten. Dat ze dit zelf, als partij, niet kunnen is begrijpelijk. Ten slotte draait een partij op kiezers die snel kunnen wisselen.

Hier zit hem natuurlijk een grote paradox. Een alternatief voor het huidige politieke systeem kan enkel maar door fundamentele levensbeschouwelijke vragen te stellen, een economisch alternatief en een geopolitiek fundamenteel andere koers te varen. Als je net deze discussies en debatten wel uit de weg moet gaan omdat je je niet kan veroorloven als partij om veel kiezers kwijt te spelen is het dus wel een heel strategische zoektocht naar de juiste momenten om debatten uit te lokken en te beslechten.

Om het anders te stellen, partijpolitiek heeft de neiging om al te snel opiniemakers weg te plukken naar de partijpolitiek en bewegingen er rond leeg te halen qua talenten om het electoraat tevreden te stellen en uiteraard bekwame parlementsleden en medewerkers in hun rangen te krijgen. Dit verarmt wel de opiniemakers die kunnen spreken en schrijven zonder altijd te moeten rekenen met een eventueel verlies van kiezers. Het zullen echter net die controversiële standpunten zijn die beslecht moeten worden voor een politiek ideologisch kader dat zijn einde nadert ook zijn opvolger kent.

Posted on

Na de overwinningen van radicaal-rechts, de overwinning van het morele gelijk*

De verkiezingen zijn zowel in Nederland (voor Provinciale Staten en Eerste Kamer), als in Vlaanderen en Wallonië weer achter de rug. De meerderheid heeft weer eventjes kunnen ‘meedoen’ met de besluitvorming en heeft zijn ongenoegen of steun kunnen uitspreken aan het beleid. In België en Nederland zijn er op z’n minst 3 democratieën die los van elkaar heel uiteenlopende tendensen weergeven, toch vallen er een aantal parallellen te trekken.

Vooral toch tussen Vlaanderen en Nederland. Hoewel ook in Wallonië een anti-stem werd gegeven, uitte dit zich vooral in een stem voor radicaal-links. In Vlaanderen en Nederland daarentegen naar rechts, richting Vlaams Belang en Forum voor Democratie. De voorspelde overwinningen van Groen waren niet zo groot als verwacht. Dit ondanks de gestuurde klimaatprotesten om de agenda van de verkiezingen te sturen. Het was zelfs niet genoeg om het verlies van de linkse en traditionele partijen te compenseren. Migratie en het sociaal-economische speelden een grotere rol dan het klimaat. En de kiezer zocht naar fundamentele en klare antwoorden, in plaats van het compromisbeleid van de zittende regeringen.

‘Luisteren naar het signaal van de kiezer’

De verkiezingsavond volgen is altijd wel leuk. Je weet nooit met welke redenering de verliezende politici hun huid proberen te redden. De winnende politici doen altijd een poging om zich zo slim mogelijk te positioneren naar onderhandelingen toe, of zelfs naar de volgende verkiezingen. Het is natuurlijk een eerste reflex om niet meteen de kiezer op z’n donder te geven. De eerste bezorgde uitspraken van de avonden zijn dan ook eerder: “we moeten luisteren naar het signaal van de kiezer”. Dat verandert snel na het bij elkaar komen van de partijbureaus in de grote ivoren torens van de politiek.

De golf van verontwaardiging was weer zeer groot in de periode na de verkiezingen. Tot slot mag de uitslag van de verkiezingen geen weerslag hebben op het beleid. In de dagen erna zitten de partijstrategen en beroepspolitici dan bij elkaar en plegen ze druk overleg met hun netwerk binnen de media en het middenveld. Na het signaal van de verkiezingen kijkt men naar de oorzaken.

Beïnvloeding

Er kwamen dan ook meteen onderzoeken naar het stemgedrag van deze toch wel vreemde kiezer. Al snel kwamen gelukkig toch wel enkele logische conclusies naar voren. Eerst en vooral was deze kiezer beïnvloed, was het niet door de Russen, dan wel door de sociale media-uitingen van de winnende politieke partijen. Tot slot kan de kiezer toch geen juiste mening erop nahouden, zonder de framing van gepolitiseerde nieuwsredacties als NOS of VRT?

Beter uitleggen

De tweede conclusie is dat de boodschap verkeerd is uitgelegd. Er is niets mis met het beleid van de regeringspartijen, hun vertegenwoordigers hebben het gewoon laten afweten in hun communicatie. Ook ideaal om dus een aantal voorzittersverkiezingen te organiseren om te veranderen van stijl en gezicht. Als er al mensen waren die het bijsturen van het beleid voorstelden, kon dit gelukkig zo snel mogelijk worden verdraaid tot een verandering van stijl en communicatie.

Domme, ongevoelige kiezers

Een derde conclusie, en toch wel de belangrijkste, is dat de kiezer van die radicaal-rechtse partijen laaggeschoold is, minder empathisch, … Wellicht stemmen ze nu allemaal op een rechtse partij wegens een trauma in hun jeugd en is de politieke rebelsheid te verklaren door een psychische aandoening. Althans, zo werden een aantal onderzoeken gelanceerd die dat moesten bewijzen. Zeg maar gerust dat de keuze van een bepaalde kiezer inferieur is aan die van de kiezers van de traditionele en vooral progressieve partijen. Die kiezer beseft eigenlijk ook niet goed welk leed hij met zijn stemgedrag heeft aangericht bij de mensen die daardoor gekwetst zijn!

Tv-sterren

Er werden gelukkig voor het vaderland zelfs enkele tv-sterretjes met een dipje in hun carrière gevonden die het morele geweten wisten aan te zwengelen. Berichten werden gestuurd en gepromoot via de sociale én mainstream media over hoe onverantwoord het wel niet was om op een rechtse partij te stemmen. De verwijzingen naar de jaren ’30 (nu bijna 100 jaar geleden) zijn weer een ideaal wapen om bijna elke discussie snel teniet te doen. Als men de Duitsers van 80 à 85 jaar geleden er niet bij kan halen, is het soms eens verstandig te verwijzen naar de Russen, als equivalent van de reductio at hitlerum. Per slot van rekening zijn Saoedi-Arabië, Qatar, Israël en de Verenigde Staten veel netter als bondgenoot. De bommen die zij laten vallen zijn met veel meer liefde gestuurd.

Morele verontwaardiging

De morele verontwaardiging zal ook de doorslag geven in de komende jaren. Per slot van rekening is dit toch de gemakkelijkste oplossing voor politici. In plaats van het politieke systeem te evalueren, kan men gewoon de mensen die kritiek hebben beschouwen als een besmette, vieze onderlaag van de bevolking. Dit zal hun zeker leren om de volgende keer op de ‘goede’ partijen te stemmen. Per slot van rekening zitten in die poules van partijen telkens partijen met  dezelfde inhoud maar met toch iedere keer een andere communicatietint.

De opgehitste massa kan zich vandaag lekker laten gaan tegenover de vogelvrij verklaarde politici. Dat kan variëren van sociale uitsluitingen, zoals de rage van gedeelde berichten om iedereen te vragen die zichzelf besmet heeft met het radicaal-rechtse virus zich onmiddellijk uit de comfortzone van de virtuele bubbel te verwijderen. In sommige gevallen gaat het natuurlijk over in het oproepen tot geweld. Dan gaat men als het echt niet anders kan, eventjes doen alsof men dit afkeurt en geeft men een korte berisping. Tot slot hangt deze strategie wel samen met moreel hoger te staan als het radicaal-rechts volkje dat durfde op een partij met een afwijkende mening te stemmen.

Schuldgevoel

Zo krijgen we natuurlijk de polarisatie waarop we hebben gewacht. De moreel in hun gelijkgestelde kiezers die, volgens gestuurde onderzoeken, toch bewijzen dat de kiezer van de progressieve partijen wel meer empathie heeft, een hoger diploma, gelukkiger is,… kortom de groep waarbij je toch liever wilt horen? Aan de andere kant staat die groep waarop terecht kan worden neergekeken. Laagopgeleid, egoïstisch en verzuurd. Het schuldgevoel dat er zo bij de mensen kan worden aangepraat zal hen misschien nog terugbrengen aan de juiste kant van de geschiedenis.

Dat is toch alvast een mooie overwinning op zulke verdomde verkiezingen waarin de kiezer niet heeft gestemd zoals men zou willen. Het ontslaat hen nog voor het eventueel bijsturen van regeerakkoorden van de plicht om rekening te houden met de zorgen van de kiezer. Laat staan dat men dus fundamenteel iets gaat veranderen aan de aanpak van de problemen en kernthema’s van de verkiezingen. Want tenslotte is men de morele overwinnaar na de verkiezingen.


* Voor alle duidelijkheid, dit opiniestuk werd deels sarcastisch geschreven.

Posted on

Het Avondland in het licht van Spengler en de Islam

De nu volgende tekst is een ingekorte versie van een voordracht die Sid Lukkassen op 23 oktober jl. hield voor het KVHV Leuven.

Het motto van deze voordracht is: “Ducunt fata volentem, nolentem trahunt”: de gewillige leidt het lot, de onwillige wordt erdoor meegesleept; het lot zal leiden wie wil, wie niet wil zal het dwingen.

Uitgeverij Boom voltooide een vertaling van Der Untergang des Abendlandes (1918) van Oswald Spengler. Boom onderstreept met de publicatie (terecht) de urgentie en relevantie van Spenglers werk voor de huidige tijd. In deze verhandeling maak ik u deelgenoot van mijn omgang met Spengler en de waarde van zijn werk voor een politiek filosoof.

Culturen voorgesteld als levensvormen

Over Spengler moet allereerst gezegd worden dat zijn levensloop in alles naar de conceptie voert van Der Untergang des Abendlandes. Daarop volgt de receptie van dat werk en ten slotte wordt Spenglers leven geheel beheerst en getekend door zijn reacties op die receptie. Steeds keert daarbij terug dat er volgens Spengler ‘culturen’ bestaan; wezenlijk van elkaar te onderscheiden ‘levensvormen’. In de geschiedenis maken zij een analoge ontwikkeling door die in essentie de levenscyclus van een mensenwezen volgt.

Spenglers uitgangspunt wijkt af van het ‘maakbaarheidsdenken’ van de Verlichting en het techno-utopisme – daarom wordt zijn werk verworpen in progressieve kringen. Ook botst de cyclische uitleg van de historie met de lineaire voorstelling van het christendom (vanaf de schepping tot de openbaring gevolgd door de Apocalyps en de verlossing). Ook de nazi’s maakten Spengler het leven zuur: zijn geschiedsopvatting zou het onderwerp ‘ras’ verwaarlozen en werd als ‘fatalistisch’ aangemerkt.

Deze auteur overstijgt zijn tijdsgewricht

Spengler was groot vóór de machtsovername van de nazi’s en dit maakte hem tot een van de enkelen die nog in een positie was om het nieuwe regime te kunnen bekritiseren; dit scenario kan zich in onze toekomst makkelijk herhalen. Het zijn er maar weinigen die intrinsiek gedreven zijn om in alle omstandigheden objectief en kritisch te blijven – dit type mensen keert maar zelden terug op verkiesbare lijstplaatsen: partijbesturen kunnen dit persoonlijkheidstype simpelweg niet aan.

Het is ook precies waarom Spengler zijn tijdsgeest kon overstijgen en waarom het nazi-regime dat niet kon, evenzeer als dat de Westerse politieke partijen zichzelf vandaag overbodig maken. Permanent gevangen in de noodzaak om stemmen te trekken kijken partijleiders niet vooruit maar raken zij blijvend verweven in de waan van de dag. Populariteit, meeklappen en meeglibberen boven inhoud: de buitendienstcultuur in een notendop.

Wat de hofintriges van het politieke spel betreft zag Spengler scherp de schaduwzijden. Hij herkende die in de massapolitiek als voorwaarde voor plebiscieten en demagogie. Zoals toen grote aantallen mensen werden samengeperst in de straten van Rome; zuchtend naar vermaak en afleiding waren zij gevoelig voor bespeling en ophitsing door populaire volksleiders. Kijkend naar hoe joviaal de huidige leiders zich profileren zult u de buitendienstcultuur moeiteloos in hen herkennen: besef dat achter deze gemoedelijke façades meedogenloze partijhiërarchieën schuilgaan. De leden zijn aanvankelijk noodzakelijk om de partij op de kaart te zetten en populair te maken; zij worden gaandeweg op de achtergrond geplaatst en vervangen door teams van professionele spindoctors en imagomakers.

Spengler zou het daarom met ons eens zijn dat de oplossing van onze huidige malaise niet ligt in partijen met hun fladderige leiders – steeds vluchtig en jachtig op zoek naar bekende individuen wier populariteit op hen moet afstralen en die zij vervolgens weer afdanken en aan de kant schuiven – maar ligt in de geaarde binding aan een gemeenschap; een gemeenschap zoals zij vorm krijgt en wortels aanmaakt in een Nieuwe Zuil.

Dit project begrenst tegelijk de libertijnse en hedonistische ego’s van politici: het is de politicus die de zuil dient en politiek vertegenwoordigt; het is de zuil die de politicus corrigeert. De politicus kan omgekeerd niet leven zonder de zuil – zonder de zuil is het geen bestendigd gedachtegoed dat hem draagt maar slechts het vergankelijke beeld dat de spindoctor produceert. Daarmee – zonder zuil – ligt de macht bij de spindoctor en niet bij de gekozen volksvertegenwoordiger. Het zijn zuilen die democratieën überhaupt mogelijk maken, want zonder verankering in gewortelde gemeenschappen, in intellectuele arbeid en in Bildung, is het de wispelturigheid van het moment die de democratie beheerst; zo’n democratie is decadent en gedraagt zich min of meer als tirannie. Ook Spengler constateert in Der Untergang des Abendlandes dat de handel in imago’s een decadente democratie typeert.

Het boek zelf las ik voor het eerst in de vroege lente van 2008. Ik nam het boek mee op studiereis naar Berlijn, de hoofdstad van wat eens “het noordelijke Sparta” werd genoemd. Als er eens een uur was waarin de leerlingen zichzelf vermaakten, dan trok ik mij terug om in rust wat pagina’s te lezen – ik zette daarbij de ramen open en voelde hoe de lentebries zich binnenliet vanuit de skyline van de betonnen metropool. Zo werkte ik het boek in zijn totaliteit door, van kaft tot kaft – als een roman.

Duiding van het thema ‘Avondland’

Volgens Spengler is ‘alleen zijn in het woud’ de diepste religieuze ervaring van Europeanen. Gotische kathedralen bootsen die ervaring na – de meest geslaagde bouwwerken raken iets van het eindeloos ronddolen, wat we ook zien in de epische verhalen van de Westerse cultuur: het ronddolen van koning Arthur, Parsifal en The Lord of the Rings gaat terug op Odin: “Veel heb ik gereisd, veel heb ik gezien, veel van goden ervaren.” aldus het Vikinggedicht Vafþrúðnismál. Ook verwees Spengler vaak naar Gauss en Leibniz – naar ontdekkingsreizen en wiskundige formules. Het Westerse brein heeft een existentiële behoefte aan doorgronding en expansie: de oer-Europeaan vecht tegen de elementen en vormt het leven op het aambeeld van zijn wilskracht.

Europa is voor Spengler het ‘Avondland’ omdat het met zijn westelijke ligging de grond verbeeldt waarachter de zon verdwijnt wanneer de avond valt. Verkenningsschepen doorkruisten kolkende oceanen, zoekend naar nieuwe gebieden met helwitte stranden, waar de zon tot aan de einder loopt – dit was een tijd waarin de schepen van hout waren en de mannen van staal. “Westerse kunst staat gelijk aan het weghakken van de overvloedigheid der natuur” schrijft Camille Paglia. “De Westerse geest maakt definities; dat wil zeggen – deze trekt lijnen.” Het Europees intellect schept een logica die zich exponentieel doorzet, voorbij de grenzen van tijd en ruimte – het oneindige, het lineaire, het abstracte – raketten lancerend door een ijl heelal, afkoersend op onbekende bestemmingen. Dit is een belangrijk verschil met de Oosterse religies – in het boeddhistische Morgenland ligt het einddoel juist in het ophouden te streven. Vanuit deze tegenstelling denkend is ‘Avondland’ tevens een overkoepelend begrip voor de geestelijke cultuur van de Europese beschaving.

In Avondland en Identiteit wees ik vooral op de invloed van Spengler tegen de achtergrond van het fin de siècle. De meesters van de achterdocht, zoals Marx, Nietzsche en Freud brachten het Europese zelfvertrouwen aan het wankelen. Was die indrukwekkende Westerse beschaving niet een façade voor allerlei economische klassenbelangen, machtswellust en seksuele driften? Ook bleek het zelfnuancerende, zelfreflexieve bewustzijn van het christendom gevolgen te hebben voor het zelfbeeld van de Europese beschaving. Het Bijbelboek Daniël beschrijft een opeenvolging van wereldrijken die ten val komen: mede hierdoor hebben Euro­peanen de neiging om zichzelf te duiden binnen een geschiedenis die eigenlijk al is afgerond – als een uitvloeisel van een tijdperk dat reeds is afgesloten. Dit leidde tot relativisme en uiteindelijk tot schuldbesef, vermoeidheid en verlamming. Het is tegen deze achtergrond dat Spengler Der Untergang des Abendlandes schreef.

Een mogelijk dilemma is de lastige falsifieerbaarheid van Spenglers voorspellingen. Ieder fenomeen van verval is uit te leggen als een voorteken van het naderende instorten van een beschaving; dat verval is immers aangekondigd en vervolgens wordt alles in dat licht gezien. Alexis de Tocqueville, toch niet de minste, stelde het zeer krachtig: iedere nieuwe generatie biedt weer vers materiaal om te vormen naar de wensen die wetgevers vooropstellen. Als de wetgevers eenmaal decadent worden, dan is er een groter probleem.

Vervreemding van de eigen cultuur

Spinoza merkte al op dat wetten niet zijn opgewassen tegen de gebreken waarin mensen vervallen die te veel vrije tijd hebben – gebreken die niet zelden de val van een rijk veroorzaken. Zo stelt hij in hoofdstuk tien van Tractatus Politicus (1677) dat in het lichaam van een staat zich net als in een natuurlijk lichaam kwalijke stoffen ophopen, die zo nu en dan moeten worden gereinigd en doorgespoeld. De staat moet dan terugkeren naar haar uitgangspunt – naar de normen en waarden die de grondslag vormen van de bijbehorende cultuur. Blijft deze omwenteling uit, dan zullen het karakter van het volk en het karakter van haar staat volgens Spinoza twee verschillende paden inslaan. “Waardoor men er ten slotte toe komt de vaderlijke zeden te minachten en zich vreemde eigen maken, wat erop neer komt zichzelf te knechten.”

Vanuit deze verandering van heersende zeden komen wij vanzelf op de actuele migratiekwestie en het ‘Heimatgefühl’. Dit wil zeggen dat mensen, wanneer ze niet in de toeristische modus zijn, het liefst in een omgeving verkeren waar ze zich thuis, vertrouwd en geborgen voelen. Het woord ‘goed’ hangt oorspronkelijk samen met dat wat je ervaart als het eigene – vandaar ook een woord als ‘landgoed’. Met de instroom van andere culturen maakt dit thuisgevoel plaats voor maatschappelijke versplintering en sociaal atomisme. Mensen identificeren zich minder met elkaar waardoor solidariteit verdwijnt voor berekenend gedrag. De tradities die voor maatschappelijke samenhang zorgen verwaaien en men krijgt er enclavevorming voor terug.

Als een beschaving de fase van cultuurvervreemding heeft bereikt, dan treedt het onderscheid naar voren dat Spengler in Der Untergang des Abendlandes aanbracht tussen ‘slapende’ en ‘wakende’ zielen. De slapende zielen vertegenwoordigen de onderstroom van een beschaving: ze overdenken hun cultuur niet bewust maar beleven deze gevoelsmatig. Ze zijn verbonden met een oerkracht en sluimeren tussen met mos begroeide ruïnes waaruit een lichte nevel opstijgt. Soms komen ze spontaan in roering – precies om de “giftige stoffen uit te spoelen”. De wakkere zielen daarentegen staan volgens Spengler meer op hun eigen oordeelskracht: ze denken systemen uit en zijn op abstracties gericht, op ‘hoe de wereld in theorie zou moeten functioneren’.

In theorie kan men inderdaad zeggen: “Hoe erg is het als er duizenden of zelfs honderdduizenden immigranten naar Europa komen? Geen enkele cultuur is statisch – we passen ons vanzelf aan.” In de praktijk redeneren alleen mensen op deze wijze die voortdurend in een toeristische modus zijn: het slag mensen voor wie cultuur, geschiedenis en erfgoed geen intrinsieke waarde hebben, en voor hen volledig inwisselbaar zijn. Het is hierom dat Spengler in het tweede deel van zijn magnum opus concludeert dat ontworteling en doorgedreven kosmopolitisme kenmerkend zijn voor oude en stervende beschavingen. 

Nu eerst meer over de invloed van de islam op het Avondland. Daarvoor verdiepen wij ons in een bespiegeling op Michel Houellebecqs roman Onderworpen. Het is in 2015 geschreven als Soumission en naar het Nederlands vertaald door Martin de Haan, dat onze gedachten in die richting stuurt. Het boek verscheen in Frankrijk op exact dezelfde dag dat de moordaanslag op Charlie Hebdo plaatsvond, waarbij tekenaars van onwelgevallige cartoons door moslimfundamentalisten met machinegeweren werden doorzeefd. De provocatieve titel verwijst naar de significantie van het woord islam, wat letterlijk “onderwerping” betekent en uitdraagt dat het leven van de individuele gelovige niet aan hemzelf toebehoort maar aan diens opperwezen.

Integratie tussen de lakens?

In mijn leven deed zich een ontmoeting voor die het voorgaande bevestigt. Dit was toen ik tijdens een wetenschappelijke conferentie een knappe jongedame trof met een migratieachtergrond. Ze kwam me zeer Westers voor. Niet alleen was ze als een veelbelovend wetenschapper uitgekozen voor de bijeenkomst: ook accentueerde de dunne stof van haar kleding haar zandloperfiguur. De rok die ze droeg benadrukte hoe haar venusheuvel afstak tegen de musculatuur van haar onderbuik. Haar ontblote schouders boden uitzicht op de verfijnde pezen en zelfs de amberkleurige huid van haar bescheiden borsten was bij de juiste invalshoek te zien. Plots vertelde ze dat ze de relatie met haar Nederlandse vriend had verbroken vanwege de islam.

Hij was naar haar zeggen goed op weg. Drie jaar geleden had hij zich voor haar bekeerd en sindsdien hadden ze een relatie. Hij had echter laten doorschemeren dat hij voor haar alcohol en varkensvlees liet staan. Met een verzoekende ondertoon vroeg hij haar of er dan ook een punt was waarop zij concessies kon doen. “Hij moet zich aan Allah geven ter wille van Allah,” zei ze resoluut. “niet ter wille van mij.” Precies, zo vulde ik aan, “want zijn overgave moet absoluut zijn.” Haar okerkleurige ogen begonnen te fonkelen: “Absoluut, volkomen en totaal. De kern van ons geloof is onderwerping. Onderwerping aan Allah vanwege Allah en niet vanwege je vriendin.”

Onderworpen is het levensverhaal van een docent in de negentiende-eeuwse Franse literatuur aan een prestigieuze universiteit. Buiten enige affaires met studentes is zijn leven eigenlijk bar saai. Dat verandert zodra de Moslimbroederschap in Frankrijk aan de macht komt en salafistische oliesjeiks zich met het onderwijsbeleid gaan bemoeien. In Onderworpen vertegenwoordigt de islam niet zozeer een bedreiging voor Europa alswel de redding van Europa:

“Want in dezelfde mate als het liberale individualisme wel moest zegevieren zolang het alleen tussenstructuren zoals vaderlanden, corporaties en kasten ontbond, had het zijn eigen doodvonnis getekend toen het zijn aanval richtte op de ultieme structuur van het gezin, en dus op de demografie; daarna kwam logischerwijs de tijd van de islam.” (blz 212).

“De massale komst van immigrantenpopulaties die waren doordrongen van een traditionele cultuur waarin de natuurlijke hiërarchieën, de onderworpenheid van de vrouw en het respect voor ouderen nog niet waren aangetast, vormde een historische kans voor de morele en familiale herbewapening van Europa. Dit opende de weg voor een nieuwe bloeitijd van het oude continent.” (blz 215).

Dit brengt ons terug op wat ik zei over de politieke filosofen van de twintigste eeuw. Als politiek filosoof vermoed ik dat de politieke wijsbegeerte na de voornoemde ‘grote leermeesters’ feitelijk stil kwam te staan. De literatuur blijkt ons te hebben ingehaald en drukt ons nu met de neus op de feiten. Ik bedoel hiermee de enorm visionaire kracht van Houellebecq: terwijl liberalen en socialisten elkaar bevechten met economische vertogen (Piketty) voelt de schrijver haarfijn aan dat het politieke debat zich verplaatst naar identiteit. Politieke botsingen zullen gaan om de demografische voorwaarden die een beschaving nodig heeft om überhaupt te kunnen voortbestaan.

“De Moslimbroederschap is een bijzondere partij – voor hen zijn demografie en onderwijs de hoofdpunten: de bevolkingsgroep die de beste vruchtbaarheidscijfers heeft en die zijn waarden weet door te geven trekt aan het langste eind. Zo simpel is het in hun ogen, economie en zelfs geopolitiek zijn maar bijzaak: wie de kinderen heeft, heeft de toekomst, punt uit.” (blz 64).

Wat Onderworpen nóg controversiëler maakt is dat het Front National in het verhaal een verzetsbeweging wordt, als de enige groep die nog bereid is voor de traditionele Westerse waarden te vechten. Sociaal-liberalen zijn bezig met ‘lauwe’ economische compromissen en ondertussen verplaatst het ‘bezielend-ideologische vuur’ zich naar de rechterkant van het politiek spectrum. Zoals in een debat tussen filosoof Etienne Vermeersch en politicus Bart de Wever al werd gezegd “zijn de mensen nu wel een beetje klaar met de holle vertogen over wereldburgerschap die ze vanuit hun maatschappelijke elites krijgen opgedrongen”. Rond dezelfde tijd omschreef Martin Bosma zichzelf als leider van een club rebellen die zich verzet tegen de afschaffing van Nederland. Dit was in een interview over zijn boek Minderheid in eigen land (2015). Ook de recente oprichting van een nieuwe groep in het Europees Parlement, met daarin onder meer Front National, PVV en Vlaams Belang, is een teken aan de wand.

Westerse zelfopheffing?

Minder visionair was de bijeenkomst in Utrecht op 16 mei 2015 waar de schrijver optrad ondersteund door diens vertaler. Wie in de ban is van Houellebecqs boeken is dat wegens de aangrijpende thema’s: de invloed van feminisme op man-vrouw verhoudingen, de pornografisering van de samenleving en de botsing tussen de islam en het Westen. Het vraaggesprek ging echter over technische trivialiteiten omtrent het vertalingsproces. “Hoe vaak herhaal je een woord binnen een alinea – volg je daarin Flaubert of Balzac?” Helaas kreeg het publiek maar vijf minuutjes om vragen te stellen en het debat te ontketenen 

In een interview met Paris Review (2 januari 2015) noemde Houellebecq Frankrijk juist een verzetshaard tegen deze collectieve zelfopheffing; dat maakt het land vrij uniek in vergelijking met andere Europese landen (zoals Zweden). De uitspraak is interessant omdat de discussie «wel of geen Westerse zelfopheffing en zo ja, in hoeverre?» de inhoud van zowel politieke filosofie als geopolitiek zal bepalen. Deze kwestie is de ultieme inleiding tot mijn nieuwe boek Levenslust en Doodsdrift: essays over cultuur en politiek, dat op de boekenbeurs van Antwerpen gepresenteerd zal worden en uitvoerig ingaat op de laatstgenoemde vraag.

Posted on

Waarom debat over terrorisme op niets uitdraait en hoe dat te doorbreken

Na elke aanslag zien we telkens een patroon opduiken. Iedereen reageert vol afschuw op de feiten, en betuigt zijn medeleven met de slachtoffers. In het tweede deel van de tweet of facebook-status verschilt de reactie naar gelang ideologie of deel van de bevolking.

De polarisatie tussen 2 groepen

De ene groep wijst erop dat de daders uiteraard maar wéér eens geïnspireerd zijn door de islam, de andere
groep minimaliseert dit en roept tot vervelens toe op tot tolerantie en verdraagzaamheid. De open brief van Ariana Grande [1] zelf en het oproepen tot het zingen van “don’t look back with hate” zijn duidelijke voorbeelden van het vasthouden aan het open en tolerante discours.

Interessante passage aan de brief van de popster is “we will never understand why…”, alsof het terrorisme een agnostisch vehikel is en niet te verklaren zou zijn. Een ideale manier natuurlijk, bewust of onbewust, om rationele argumentaties over de link met buitenlandse inmenging in het Midden-Oosten
of de grote migratiestromen niet te moeten aangaan. De dagen die op de feiten volgen gaan polariserend tussen groep 1 en groep 2.

De eerste groep heeft natuurlijk één voordeel, dat de daders in de overgrote meerderheid telkens moslims zijn, dat kan moeilijk ontkend worden. Het grote nadeel is dat het politiek incorrect blijft dit te erkennen. Integendeel, diegenen in het politieke centrum, die zogezegd allemaal druk in de weer zijn om terrorisme uit onze samenleving te bannen weten pas echt hoe moeilijk deze strijd is.

De ene gaat wat moeilijk doen over de toekenning van een visum over een gezin in Aleppo [2], de ander heeft het weer over de beperking in voorzieningen in de vluchtelingenkampen rond conflictgebieden.

Zinloze discussies en debatten

Beide argumentaties draaien meestal op niets uit. Groep 1 is al lang overtuigd dat er voor de islam geen plaats
is in Europa en groep 2 heeft al lang dat aspect van een visie gemoraliseerd. Omdat die laatste tolerant zijn en blijven, horen zij tot het politieke centrum en conformeren zij zich met de hogere sociale klasse, vertegenwoordigd door het maatschappelijk middenveld en de traditionele politieke partijen. Doordat mensen zich kunnen identificeren met de politieke leiders en middenveld kunnen ze zichzelf vaak een morele superioriteit voor de ogen houden, die hun blind maakt en waarbij men het hoofd niet ver genoeg in het zand kan steken om zich te distantiëren van een rationele argumentatie.

Een niet weg te denken passage uit de sage na afloop van een aanslag zijn de hysterische reacties op politici wanneer zij simpelweg een probleem willen benoemen en aanduiden [2]. In plaats van in debat te treden over het aanpakken van een probleem, of over de meningsverschillen rond de analyse, verkiest men beledigd te zijn. Dan stopt immers meteen de verdere discussie. Het meteen aanstoot nemen aan een uitspraak is al een associatie met dat moreel hogere, die tolerantie waarnaar we moeten streven ondanks alles.

Het wegrelativeren is voor velen onbegrijpelijk, en terecht. Hoe kan het zijn dat bij regelmaat in Europa onschuldige mensen worden opgeblazen, gewoon omdat ze naar een concert willen gaan? Als er 10 jaar geleden iemand deze golf van aanslagen en de constante patrouilles van militairen in de grotere steden had durven voorspellen was hij wellicht opgesloten in een instelling voor waangedachten. Ik vraag mij soms af of het gaat om een nieuwe vorm van zelfkastijding, die voortkomt uit een collectief trauma van wat er gebeurd
is tijdens WO2. Echter is de meerderheid toch al van na deze oorlog, en kunnen we echt niet meer stellen
dat het wegkijken van de problematiek ons minder slachtoffers zou opleveren.

Anderzijds stelt het anti-islam discours op zichzelf me ook telkens weer teleur. De complexiteit van de problematiek is niet alleen te herleiden tot een paar verzen in de koran. Geopolitiek, migratie, sociale ongelijkheid, ze zijn wellicht allemaal deels een verklaring voor de problematiek, evenals het religieus fundamentalisme [3] . Waarom ik stel dat dit discours me eigenlijk teleurstelt is omdat dit te vaak uitdraait op een discours van de ‘Westerse/verlichtings-/liberale waarden versus de islam’, terwijl ons huidig politiek systeem met open grenzen en interventies ten aanzien van soevereine staten alleszins mee een oorzaak is van het probleem rond terrorisme. Dat wij als West-Europa nog steeds meestappen in het verhaal van het ondersteunen van zogenaamde gematigde rebellengroepen die in dezelfde naam, radicale islam,
aanslagen plegen ten opzichte van burgers in het Midden-Oosten is pas echt onbegrijpelijk. Verbazing dan wanneer in dezelfde naam hier slachtoffers vallen, maar blind zijn als hetzelfde gebeurd in Syrië, Jemen,
Libië of Irak. Dat is de hypocrisie van de houding van enerzijds het droevig zijn over de gevolgen van een probleem, maar selectief blind zijn voor de oorzaken van een probleem.

Complexiteit of onoplosbaarheid

In tegenstelling tot Ariana Grande, en met haar vele anderen, schat ik het probleem niet onoplosbaar in. Ik erken zeker de complexiteit en gelaagdheid van de problemen rond deze aanslagen. Maar het enerzijds weg relativeren, of het anderzijds wel vaststellen maar vervolgens niet koppelen van de gevolgen en oorzaken is
nu eenmaal in een cirkelredenering blijven zitten.

Gerommel in de marge rond het stoer weigeren van één gezin uit Aleppo, terwijl wel voorstander te zijn van ondoordachte regime change in landen die de migratie de komende 30 jaar zouden verminderen (Libië, Syrië) is evenmin een oplossing en riekt enerzijds naar complete idiotie en anderzijds naar schuldig verzuim.

Welke integratie als oplossing?

Dan komt altijd een stukje van de discussie terecht in een verhaal van ‘integratie’. Zowat één van de meest abstracte begrippen in de discussie. Per slot van rekening, waarin ‘integreren’? Een Europese islam anno 2015? Of nog eerder een gaypride-samenleving waarbij de perverterende vrijheden van enkelen tot algemene norm moeten worden verheven? Of misschien naar een utopisch leven met de migratie maar zonder de islam

Telkens weer maken we de fout, cultuur als iets abstracts en moraliserends te zien. ‘Onze cultuur is superieur’ aldus een politica.[4] Terwijl de radicalisering binnen de islam een protestantisering van de religie is, dus in die zin krijg je wat je wilt, een dogmatische islam. Zij kan zich evengoed herbronnen met de islamitische filosofie
die sinds de 13de eeuw in onbruik is geraakt, maar daarin zal je dan wel partners moeten vinden. Evengoed kunnen we ons erfgoed en onze tradities niet als iets ouderwets en overbodig zien, maar wel degelijk als brug om met andere culturen te praten. De uitwisseling van bijvoorbeeld voorjaars- en midwinter-gebruiken zou een nieuwe verstandhouding met zich kunnen meebrengen. Dan wel moslims proberen te verplichten in een samenleving te leven die zij de facto als decadent beschouwen, en daar kan ik ze zelf geen ongelijk in geven. Het kan allemaal op een andere manier, maar de wil ontbreekt.

Wees dan radicaal

We hebben wel een radicale omwenteling nodig, willen we niet naar een Soumission-verhaal toegaan. De sfeer die in de lucht en over de sociale media hangt is aan het rijpen tot een groeiende kans van een omwenteling. Als je slachtoffers voor de komende generaties echt wilt verminderen, en niet wilt blijven hangen in deze vicieuze cirkel, moet je het gehele metapolitieke systeem aanpakken dat er verantwoordelijk voor is. Stop met ondoordachte politieke interventies en pas het buitenlands beleid aan, zie dat je de geld- en wapenstromen in kaart durft te brengen, met inbegrip van die van onze regeringen naar terroristische
organisaties, dam de grote migratie-influx uit het Midden-Oosten en Afrika zoveel mogelijk in met het oog op de komende generaties en verander het geweer van schouder in het integratiebeleid. Vorm een nieuwe synthese in discours in plaats van in een these – antithese verhaal te blijven plakken.

We moeten verder kijken dan een strategie om de problemen weg te relativeren tot de volgende aanslag, of door een te beperkend ‘zie, het zijn weer moslims’ maar oorzaken en gevolg niet van elkaar te onderscheiden. Aan beide kampen de oproep om niet te blijven steken in het hier en nu, maar te kijken naar een verloop van meerdere generaties. Wie wil er nog op zijn of haar geweten hebben dat ze dat niet willen doen terwijl er wekelijks wereldwijd slachtoffers blijven vallen?


[1] http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/cultuur%2Ben%2Bmedia/muziek/1.2990010

[2] http://www.gva.be/cnt/dmf20170523_02895566/ophef-na-tweet-tom-van-grieken-vlaams-belang-shame-on-you

[3] http://www.novini.nl/islam-is-probleem-niet/

[4] http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/politiek/1.2958166

Posted on

De islam is het probleem niet

Meegaan in het anti-islam discours staat in de weg van een kritische zelfreflectie van onze samenleving.

Voor velen is dit misschien al meteen vloeken in de kerk. De golf van gewelddadige incidenten en aanslagen volgen elkaar in steeds sneller tempo op. Parijs, Brussel, Nice, München … één constante is telkens aanwezig: het is weer een moslim en de motieven zijn meestal geheel of gedeeltelijk religieus geïnspireerd. Volledig terecht komt dan de vraag bij veel mensen op of de islam de oorzaak is van deze golf van geweld. Ik ga geen moeite doen om de rol van de islam te ontkennen in al wat er gebeurt qua aanslagen in Europa en elders in de wereld. Dat de laatste jaren de meerderheid van de aanslagen gebeuren met een religieus motief valt ook niet te ontkennen. Dit telkens weer proberen te bestempelen als een alleenstaand geval, een lone wolf-verhaal, is alleen maar geloofwaardig als dit soort aanslagen daadwerkelijk een uitzondering zou zijn. Toch is het te simplistisch en zelfs contraproductief om het vijandsbeeld van de islam als uitgangspunt te nemen in je politieke visie.

Wat feitelijk al onjuist is, is de islam als één geheel te beschouwen. Net zoals in het christendom zijn de beschouwingen binnen de islam zeer divers. Daarvoor moeten we zelfs geen theologische discussie voeren, de chaos in grote delen van het Midden-Oosten spreekt daar boekdelen van, evenals de aanslag van een Iraniër op voornamelijk soennitische moslims in München. Niet alle moslims zijn aanhangers van het jihadisme, de meerderheid is er zelfs mede het slachtoffer van. Dat een significant gedeelte dit wel steunt, is een niet te ontkennen realiteit, maar daar kom ik later op terug.

Zelfreflectie

De voornaamste reden voor mij om niet mee te gaan in het anti-islam discours is dat dit in de weg staat van een kritische zelfreflectie van onze samenleving. ‘Het is die groep zijn schuld’ is meteen de schuld van onze eigen samenleving afschuiven. Het is een gemakkelijk verhaaltje om de oorzaken extern te leggen.

Bovendien is een ideologie op zich nooit gevaarlijk. Nu maakt u wellicht de vergelijking met de rampzalige jaren 30-40, wat nogal vaker gedaan wordt als het over een vijandsbeeld gaat. Het nationaalsocialisme is vandaag vrij onschadelijk als ideologie, omdat het weinig voedingsbodem heeft en de maatschappelijke omstandigheden zich er niet toe lenen om van een dergelijke ideologie ook een heersende ideologie te maken. Men kan gemakkelijk Mein Kampf in een boekenrek laten liggen, de meerderheid zal het eens vastnemen uit historisch perspectief. Maar bang zijn dat een significant deel van de bevolking daarin zou geloven is er niet. Waarom waren er geen islamitische aanslagen op ons territorium in de jaren 20, of in de jaren 60, of pakweg vorige eeuw? De vraag stellen wie of wat dit probleem heeft mogelijk gemaakt, is relevanter dan te zoeken naar de motieven van de daders.

De huidige golf van islamitisch geweld los bekijken van de grote migratiestromen en mislukte integratie van de afgelopen pakweg 40 jaar naar Europa zou al minstens even dom zijn als ontkennen dat de aanslagen gebeuren met een jihadistisch perspectief. Dat er telkens ook een verband is met een slechte justitie, zowel in België als Frankrijk valt evenzeer op. Als laatste hebben we ook de geopolitieke realiteit en instabiliteit in het Midden-Oosten, die meestal de veiligheid op eigen bodem niet ten goede komt.

Enkele decennia geleden, na de overwinning op het communisme bij de val van de muur, dacht een groot deel van de westerse bevolking dat de geschiedenis zijn eindpunt had bereikt. Althans de geschiedenis van de ideologieën. Een abstracte discussie over ideologie werd naar achter geschoven, en in de plaats werd het heel logisch om vanuit ons ‘superieur’ maatschappijbeeld de wereld te beschouwen. Politieke discussies werden discussies tussen centrumlinks of centrumrechts, maar een politieke partij of beweging die het politiek systeem zelf in vraag durfde te stellen werd weggezet met epithetons als ‘extreemlinks’ of nog beter ‘extreemrechts’. Het beleid werd bepaald vanuit het centrum, de ene keer wat meer toegevingen voor links, de andere keer voor een wat rechtser beleid.

Op geopolitiek vlak moest en zou heel de wereld ons model van democratische waarden aanvaarden en respecteren. Als gevolg hebben we heel wat ‘dictators’ gedestabiliseerd, en landen in burgeroorlog gestort. Op vlak van justitie zijn we zodanig beginnen te geloven in de goedheid van de mens dat we meestal veel te laat komen om te voorkomen dat recidivisten telkens weer gewelddadiger toeslaan.

Als we met een kritische zelfreflectie naar ons huidig politiek systeem kijken, kunnen we niet anders dan vaststellen dat de aanslagen een aantal van deze steunpilaren en gevoeligheden onder druk plaatsten. Is het dan geen schuldig verzuim van onze politici en intellectuelen die de oorzaken van de problemen hebben gezien en laten groeien?

Vrije migratie onder druk

Op vlak van migratie is er al jaren de kritiek te horen dat dit in grote getallen negatief zou zijn op vlak van onder meer veiligheid, maar tot op vandaag doet men een aardige poging om dit gelijk te stellen met xenofobie en racisme. Het cordon sanitaire is trouwens nog steeds aan de macht en het lijkt voor velen ondenkbaar dat Vlaams Belang of Front National zou meedoen aan het beleid omwille van die reden. Dit is onlogisch aangezien stilaan meer en meer mensen toch dezelfde argumenten beginnen over te nemen. Echter is het logisch als we ermee rekening houden dat vrije migratie één van de pijlers is van ons huidig politiek systeem.

Naast de migratiediscussie is een discussie over integratie vandaag relevant. De migratie van de afgelopen decennia is ook niet meer weg te denken. Wat moet een Syriër, Afghaan of een Chinees eens hij het recht heeft om zich te vestigen, en hoe zit het met de tweede en derde en zelfs vierde generatie? De migratiecrisis is niet ontstaan sinds het conflict in Syrië. We hebben vandaag zeker zoveel problemen met nakomelingen van migranten, die hier zijn opgegroeid. Een groot gedeelte van de derde en vierde generatie nakomelingen van de tweede migratiegolf zitten met een serieuze identiteitscrisis. Velen voelen zich geroepen om een heilige jihad te gaan vechten in Syrië, Lybië of Irak of keren zich rechtstreeks tegen de samenleving waarin ze alle rechten krijgen van volwaardige burgers, anderen houden zich dan maar bezig met kleine of grote straatcriminaliteit. Het ene ligt vaak in het verlengde van het andere. De meeste integratieproblemen lijken zich alweer te stellen met moslims.

Als we moslims hun geloof laten gebruiken om zich niet te integreren in onze samenleving, wil dat zoveel zeggen als dat we zelf accepteren dat onze cultuur geen alternatief is voor hun cultuur. Als we vandaag kijken naar de binnenlandse rellen na de mislukte staatsgreep in Turkije, kunnen we het resultaat zien van ‘onze Turken’ die na drie of vier generaties nog steeds onze belangen en onze gemeenschappelijke toekomst niet erkennen boven die van hun afkomst. Dit is een rechtstreeks gevolg van onze aanvaarding van groepen die hier komen migreren en hun eigen collectief bewustzijn niet vereenzelvigen met het land waarin ze terechtkomen. De dubbele nationaliteit die nog steeds in Belgische wetgeving mogelijk is, is een tekenend voorbeeld dat op vlak van integratie niets is veranderd. Hoe kan het ook zijn dat een politieagent, een leraar of een ambtenaar nu aan twee naties trouw kan zijn?

Onveiligheid en justitie

De Witte Mars door Brussel in oktober 1996 is een nooit geziene gebeurtenis. Op dat moment kwamen er een paar honderdduizend mensen op straat om een rechtvaardige justitie te eisen. Vandaag stellen we vast dat justitie op dat vlak nog steeds een even grote puinhoop is. Hoe kan het zijn dat figuren die met zware oorlogswapens op politieagenten schieten niet beter worden opgevolgd? Of dat ondanks zoveel inlichtingen over gevaarlijke individuen zij niet eerder worden tegengehouden? Meestal blijkt daags na de aanslagen dat ze al op zijn minst ‘gekend waren door het gerecht’. We doen er echter niets mee.

Hoe kan het dat we er niet in slagen illegale wapenhandel te verhinderen, ondanks zo’n strenge blik op legale wapens? Volautomatische vuurwapens zijn zelfs toevallig te vinden in de parkjes in Brussel, althans als we bepaalde verklaringen mogen geloven. De werving van terreurgroepen als IS, loopt niet enkel via de moskeeën maar via gevangenissen. Men zou denken dat we een grote concentratie van criminelen die in gevangenschap worden genomen omwille van de veiligheid van de samenleving dan toch beter in het oog houden? We stellen telkens opnieuw vast dat justitie en de veiligheidsdiensten er zijn om achteraf naar motieven te zoeken.

Geopolitieke verschuivingen

De Arabische lente was ogenschijnlijk de eindelijke verwestering en democratisering van het Midden-Oosten. Echter stellen we nu vast dat daar ofwel nieuwe dictaturen zich hebben gevestigd, in het beste geval, ofwel er nog steeds een burgeroorlog is. Het Westen blijft zich vasthouden aan een verzameling rebellengroepen steunen die ogenschijnlijk rondlopen met de naam ‘democratische militie’, maar in de praktijk ofwel meteen worden weggevaagd en hun nieuw wapentuig geleverd door ons in handen valt van IS of Al Nusra, ofwel zelf overlopen naar IS of Al Nusra.  Diezelfde strategie van destabilisering blijven we steevast volhouden als het de agenda van de Verenigde Staten uitkomt. Is het nu nog niet duidelijk geworden dat instabiliteit in die regio’s dan onze veiligheid evenzeer in gevaar brengt, of dit net weer meer grote migratiestromen met zich meebrengt? Dan zwijgen we nog maar over de humanitaire ramp die we voor de regio’s in kwestie veroorzaken. Toch blijven we als NAVO-bondgenoten trouw aan de VS-strategie, en gaan we met een paar F-16’s nog maar eens in de weg lopen in Syrië en Irak. Frankrijk en België worden op hun eigen grondgebied aangevallen door hier opgegroeide moslims en het enige wat onze leiders weten te verzinnen is: ‘We gaan ISIS bombarderen in Syrië in Irak’. Met andere woorden: we gaan ginder nog meer bommen gooien – maar hier willen we vooral niets veranderen. Er is geen grondrecht op een eenzijdige oorlog, maar dat hebben onze ministers van Defensie nog steeds niet door.

Er is trouwens wel wat aan de hand, als je de machtsverhoudingen wereldwijd bekijkt. Bij de aanslagen van 2001 op het WTC was er één baas op wereldschaal, één oppermachtige natie op militair vlak, de Verenigde Staten. Zij hadden zoveel militaire middelen ter beschikking om de war on terror aan te vatten. Er was gewoon geen geloofwaardig alternatief. De grote vijand van de Koude Oorlog had het communisme achterwege gelaten en zolang een Boris Jeltsin en een paar corrupte oligarchen aan de macht bleven, was er geen zorg voor concurrentie. Vandaag is die situatie lichtjes anders. Het Midden-Oosten pikt de bemoeienissen niet meer van de VS. Als de VS er al eens in slagen om een staatshoofd aan de macht te krijgen, bijt die de hand die hem wist te voeden. Elders kiezen ze resoluut van een antiwesterse koers. Rusland is terug een wereldmacht. Met een sterke leider als Poetin weten we sinds Oekraïne, maar eigenlijk al eerder sinds Georgië in 2006, dat we hem beter niet te veel kunnen treiteren. Rusland heeft ook één voordeel, ze zijn van het communisme af. Dit wil echter nog niet zeggen dat ze het het liberalisme zomaar aanvaarden, al kunnen we hier nog veel verder over uitweiden. We zullen dan nog maar zwijgen over China, die de afgelopen decennia de sterkste groei kende op economisch vlak. De groeilanden zijn ook niet van plan zich braafjes aan de leiband te laten houden door de VS. Hoewel er ook positieve elementen te melden zijn aan het Amerikaanse (economische) herstel, zal het zich moeten neerleggen met het feit dat het niet de alleenheerser meer is op zowel economisch als geopolitiek vlak.

Niet naïef

Om terug te komen op mijn inleiding, ik ben verre van naïef en zal niet ontkennen dat het ‘toch weer eens moslims’ zijn. Maar ik ben evenmin naïef om te vergeten dat de oorzaken van dit probleem liggen bij het beleid dat we al jaren volgen, en onze politici die pertinent weigeren dit aan te passen. Ik laat me dan ook niet voor de kar spannen om hen te ontzien van dit schuldig verzuim.

Ons huidig politiek systeem staat onder druk. Als we ons beleid niet dringend een grote wending geven in een andere richting, blijven we achter de feiten aanlopen. Dan zijn nog meer aanslagen het gevolg en dreigen we definitief te verzanden in een burgeroorlog. We hebben nu vooral een kritische zelfreflectie nodig en zeker ook een ander beleid.

Een halt aan de grote migratie influx, een andere en minder naïeve visie op integratie, een kordate en strenge justitie en een geopolitiek gebaseerd op nationale soevereiniteit. Dit is niet waar we nu mee bezig zijn en met de oorzaak van de problemen kortweg bij ‘de islam’ te leggen zijn we onszelf aan het ontslaan van de plicht om hier ook daadwerkelijk iets aan te wijzigen. Voor mij moet er geen genade zijn voor de jihadisten die in de naam van de islam hier aanslagen willen komen plegen of dit willen faciliteren. Maar evenmin genade voor de politici, intellectuelen en mediagroepen die dit probleem veroorzaken en nog steeds weigeren om de fout op zijn minst gedeeltelijk bij zichzelf te leggen.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op Doorbraak.be

Posted on

Fascisme 2.0? Antwoord op Van Ranst

Op 8 februari 2016 publiceerde De Morgen een opiniestuk van Vlaams viroloog Marc Van Ranst. Naast zijn taak als viroloog bestrijdt hij sociaal onrecht waar hij het ziet. In het opiniestuk trekt hij ten strijde tegen het “fascisme 2.0” dat hij ziet verschijnen in Europa vanwege de massale instroom van mensen die nu bezig is. Zijn bezorgdheid, ongetwijfeld ook ingegeven vanuit zijn medische achtergrond, is duidelijk emotioneel ingegeven[i] wat leidt tot enkele misvattingen en foute interpretaties. Desondanks is het wel zo dat Marc Van Ranst op enkele pertinente zaken wijst en haalt hij enkele dingen correct aan.

Zijn opmerkingen zijn onder te verdelen in drie categorieën. In mijn antwoord op zijn opiniestuk zal ik deze onderverdeling gebruiken:

  1. Kritiek op het beleid
  2. Kritiek op een mentaliteit
  3. Kritiek op politiek-ideologische gebeurtenissen

Kritiek op het beleid: U hebt gelijk!

Marc Van Ranst wijst ten eerste op de demonisering  van de nieuwe instroom van mensen. Deze zouden ontmenselijkt worden en de bevolking opgezet tegen hun godsdienst, de islam. Het anti-islamdiscours van sommigen is inderdaad een opmerkelijk gegeven wanneer men kijkt naar de kritiek die men aanhaalt. De ranzige retoriek die dan durft boven te komen, is vaak een frontale aanval op de cultuur die men vervolgens meent te verdedigen. “De islam is tegen abortus”, “de islam is tegen euthanasie”, “de islam zegt dat ethische wetten boven seculiere wetten staan”. U kent deze kritiek misschien uit het verleden toen de christelijke kerken in de Nederlanden dit mochten incasseren. Dat de grote strijders tegen de islam ondertussen hun schouders ophalen wanneer tienduizenden kinderen geaborteerd worden, moet blijkbaar een teken van beschaving zijn. Overigens is heel de kritiek op de islam een schaamlap voor een kritiek op botsingen van culturen en etnieën en niet zozeer godsdiensten. Daar kom ik later op terug.

Ten tweede wijst hij op het verlies van individuele vrijheden en de militarisering van de politiediensten. Zelf woonachtig in Antwerpen keek ik op toen ik zag dat er pantserwagens met zware oorlogswapens waren gestationeerd op punten waar een grote doorstroom van mensen is. Het spierballengerol van sommigen is dan wel stoer, maar zodra men er verder over nadenkt, is het ronduit akelig. De munitie die eventueel gebruikt zou worden, vliegt zonder veel problemen door een halve meter of meer beton. Rondom de pantserwagens stonden appartementsgebouwen, een cinema en restaurants. Wat zullen soldaten in die pantserwagen doen bij een aanslag? Beginnen schieten op volautomatisch waarbij elke kogel een zeer grote kans heeft mensen dodelijk te treffen?

Uiteraard wensen we aanslagen zoals die in Parijs te voorkomen, maar dat zal men heus niet doen door oorlogstuig op centrale plaatsen te zetten. Wel kan men dit vermijden door niet langer te redeneren dat vrijheid zijn intrede vindt met bommenwerpers en militair ingrijpen. Destijds waarschuwde ik in een debat nog voor een ingrijpen in Libië. Was Khadaffi dan een fantastisch heerser? Uiteraard niet, maar wel duidelijk tot een evolutie bereid en iemand die de tribale banden sterk had afgezwakt. Islamisten onder zijn bewind werden hard aangepakt conform de rechtspraak van het land, cultuur en godsdienst. Migratie werd onder controle gehouden en zakendoen met Europa was geen probleem. Desondanks steunde het westen radicale islamisten, hielp in het aanrichten van bloedbaden en assisteerde in het doden van een internationaal erkend staatshoofd(!). Ondertussen wappert de vlag van IS aan de Middellandse Zee en is de Libische kust m.b.t. migratie een zeef. Marc Van Ranst heeft groot gelijk te stellen dat het militaire machtsvertoon onaanvaardbaar is. Het is immers het resultaat van een onverantwoord, ondoordacht en onverantwoordelijk buitenlands beleid. Mag ik er trouwens op wijzen dat het niemand minder was dan huidig staatssecretaris voor migratie Theo Francken die trots aankondigde dat België ging mee bombarderen in Libië? “We go to war” aldus meneer Francken die nu opeens verbaasd moet vaststellen dat er soldaten in onze straten staan en er een massale toestroom van mensen komt.

Ten derde merkt Marc Van Ranst op dat er wordt beknot op historisch bevochten sociale rechten. Stakingsrecht is een recht, maar tevens is recht op arbeid dat. Wanneer het gaat om vakbonden bij staatsbedrijven is het ook nog maar de vraag in welke mate zij hun eigen belangen niet dienen. Hoeveel vakbondslui van de top hebben ondertussen geen overbetaalde functie bij de spoorwegen? Tot grote frustratie van de gewone werknemer die het ondertussen wel mag incasseren wanneer de reiziger opnieuw niet op zijn werk geraakt. Wanneer het gaat om het recht van bijeenkomst zijn er de laatste jaren zeer angstaanjagende evoluties geweest. Zie maar in Nederland waar debatten over asielcentra of slechts voor een select publiek mogen worden gehouden of waar de tegenstanders al schuimbekkende nazi’s worden weggezet of gewoon uiteengeslagen worden door de ME. Zie in Keulen waar met nieuwjaarsnacht politie de situatie niet de baas kon, maar waar bij een vreedzame tegenbetoging (waar journalisten met voetzoekers naar de politie wierpen) wel een quasi-militaire politiemacht kon ingezet worden.

En daarmee komen we bij kritiek 2

Kritiek op een mentaliteit:  u hebt gedeeltelijk gelijk

Marc Van Ranst zijn kritiek valt samen te vatten in één zin van hem: “sommige politici wat lacherig doen rond universele mensenrechten die iedereen een leven in waardigheid garanderen,” Politici die lacherig doen over pertinente vragen, mensen afschilderen als demonen en vervolgens een beleid à l’improviste voeren zijn inderdaad het grootste probleem. Wat heeft het immers als nut dat men van vluchtelingen waardevolle spullen gaat afnemen? De weinige gezinnen die er tussen zitten, gaat men ontnemen van een overlevingsmiddel en het tuig vindt heus wel ergens iets om te roven.

Het meest wraakroepende echter zijn de getuigenissen van, vaak idealistische, medewerkers uit asielcentra. Toezicht met betrekking tot beveiliging is daar onbestaande. Men smijt daar mannen, vrouwen en kinderen bij elkaar. Vele mensen komen uit een onderklasse van een samenleving zoals wij die reeds enkele generaties niet meer kennen waarbij bv analfabetisme de norm is.  Maar vervolgens verwachten politici wel een spontane ordening langs de lijnen van moreel hoogstaande idealen.  Is er bewaking van het domein? Enkel wanneer tuig het beu is om de mede-inwoners te terroriseren en men erop uit trekt om de omgeving te gaan terroriseren en mensen verhaal komen halen. Mijn vraag aan politici, en ik denk dat Marc Van Ranst die kan onderschrijven, is “Wat verwacht u nu dat uw non-beleid gaat uithalen?” Het lijkt wel een groot sociaal experiment waar politici heel emotioneel onstabiel lijken te reageren op gebeurtenissen die zo te voorspellen waren. Tevens eisen zij het alleenrecht op om hierover een mening te hebben en worden meningen hierbuiten, zowel links als rechts, weggezet als extremistische prietpraat (al gebruiken zij minder fraaie verwoordingen).

Dat politici mensen onderverdelen in productieven en profiteurs lijkt ook steeds meer een feit te worden. Elke werkloze moet weggezet worden als een profiteur. Tegelijkertijd snijdt men in subsidiëring aan opleidingen voor knelpuntberoepen en weigert men om een fiscaal beleid te voeren dat aanzet tot meer banen.  Wel applaudisseert men wanneer bepaalde ondernemers niet kunnen wachten om migranten aan bodemprijzen in dienst te nemen. Wat verwacht men vervolgens dat zij die hier reeds zijn, en dan heb ik het heus niet over de autochtonen alleen, hieruit van conclusies gaan trekken? Men voert een beleid waar het basisprincipe wel lijkt te zijn dat zolang iedereen tegen iedereen vecht men niet naar de politici kijkt.

Kritiek op politiek-ideologische gebeurtenissen: u vergist zich

Tenslotte verwijst Marc Van Ranst naar PEGIDA. Zelf ben ik geen fan van dit gebeuren aangezien het aan de kern van de zaak voorbijgaat. Maar ik zal het ook niet veroordelen. Het is immers het resultaat van een politiek beleid waarbij alle kritiek werd weggezet als fascistisch, racistisch en xenofoob. Meerdere mensen werden banen geweigerd of afgenomen vanwege een politieke mening. Om enkele jaren daarna beleidspolitici zonder gêne diezelfde ideeën wel te horen verkondigen alsof zij het bedacht hadden. PEGIDA is het resultaat van decennia wanbeleid met als toppunt het huidige non-beleid met de asielcentra. Men dropt mensen ZONDER BEGELEIDING ergens in een gemeenschap en verwacht vervolgens dat op een magische wijze mensen naar elkaar toegroeien. Niet de minste moeite wordt gedaan vanuit de politieke klasse. Wanneer vervolgens dan toch eens enkelen worden teruggestuurd, dan verkoopt men dit als een gigantische overwinning.

Ik ken meerdere mensen die meewandelen in manifestaties in PEGIDA. En ik kan u geruststellen, daar loopt onder de vele PEGIDA-mensen geen harde kern die klaar is om morgen het fascisme te doen herleven. Enkelen dwepen ermee, maar dat is een marginale minderheid (zowel in getal als in mentaliteit). De overgrote meerderheid zijn mensen die bezorgd zijn om de toekomst van hun kinderen, van zichzelf en die een enorme onmacht ervaren. PEGIDA is geen beweging die is ontstaan vanuit een offensieve ideologie, zoals het fascisme dat wel was. PEGIDA is een beweging van mensen die veel dichter bij de wanhoop staan dan bij de nieuwe orde. Wilt u PEGIDA doen stoppen? Dan moet u uw kritiek verleggen naar de volledige heersende klasse en dat zijn in de eerste plaats de oude rotten van de partijpolitieke klasse. Dat het Vlaams Belang ondertussen PEGIDA volledig voor de eigen kar heeft gespannen, is dan ook zeer spijtig te noemen.

Conclusie

Meneer Van Ranst, u hebt uw opinieartikel laten publiceren in de krant De Morgen. Een krant waar men in het verleden heeft opgeroepen tot fysiek geweld tegen andersdenkenden. Een krant waar bepaalde woorden niet meer welkom zijn (newspeak) omdat zij niet passen in een bepaalde narratief. Waar een kaste regeert die nog geen schaduw zijn van de socialisten die hen zijn voorgegaan. Die laatsten beseften immers dat zij bezig waren met de emancipatie, de volksverheffing, van hun volk en van de mensheid. Die eersten zijn enkel bezig met een constante cognitieve dissonantie om hun eigen denkbeeld telkens opnieuw te kunnen legitimeren.

De nestors van bepaalde politieke partijen mogen nu grote verklaringen afleggen, zij hebben daarbij niet veel meer te verliezen. Hun beleid met betrekking tot migratie in het verleden kwam neer op dumping van mensen in de grote steden, een actief beleid dat aanzette tot getto’s om vervolgens mensen die daar problemen mee maakten neer te zetten als racisten. Een beleid dat gemeenschappen tegen elkaar heeft opgezet en waarbij allochtone gemeenschappen werden behandeld als kleine kinderen die nergens verantwoordelijkheid voor konden of mochten gedragen. Zou ik zo behandeld worden, ik zou beledigd zijn. Een visie die ook vandaag de dag leeft waarbij succesvolle allochtone middenstanders vaak worden weggezet als “huisnegers” omdat zij tonen dat zij wél voor zichzelf kunnen zorgen. We zullen het over vele zaken niet eens zijn, maar ik ben zeker dat in de kern we elkaar kunnen tegemoetkomen: dit politieke stelsel is rot. Mensen worden tegen elkaar opgezet enkel om bepaalde machtsstructuren te behouden. Vanuit een samenkomst van gemeenschappen zullen we moeten werken aan een alternatief waarbij eindelijk een beleid gevoerd kan worden.

Graag reik ik u hier de hand voor. Uw hart is immers op de juiste plaats, aan uw geest werken we nog. Het zou mij een genoegen zijn om hierover met u eens van gedachten te wisselen in een openbaar debat waarbij we geen heilige huisjes vermijden, zonder daarbij het niveau van beschaafdheid af te zwakken. Zwijgen is immers het laatste dat we mogen doen.


[i] Wat overigens een vaststelling van een feit is en geen waardeoordeel op zich is. Wie droog en emotieloos de strijd tegen onrecht aangaat, doet dat niet oprecht.

Posted on

Kroniek van instabiliteit: de Belgische politiek sinds 1999

Voor vele buitenstaanders is de Belgische politiek een eigenaardig gegeven. Een federale staat, waarbij de federale regering desondanks geen hiërarchische superioriteit kent tegenover de deelstaten. Waar de bevoegdheden niet in hun geheel verdeeld zijn over de deelgemeenschappen, waardoor wetgeving over hetzelfde onderwerp op elk niveau kan verschillen. Desondanks is het toch ook geen confederale staat en pleit de grootste partij van Vlaanderen, de N-VA, voor een confederaal systeem met uitzicht op een onafhankelijk Vlaanderen. Daarnaast heb je nog het Vlaams Belang dat pleit voor een directe opdeling van België en ook een sterk anti-islam discours heeft. Beiden pleiten wel om na onafhankelijkheid een voorkeursband op te bouwen met Nederland. Nederland, dat in de beweging achter beide partijen regelmatig vermeld wordt als “het verloren vaderland”.

In het boek “De wissel van de macht” schrijf journalist Marc Van de Looverbosch de kroniek neer van de vorige 17 jaar aan partijpolitiek. De verkiezingen van 1999 kenden immers een politieke aardverschuiving die we vandaag nog voelen. Dé staatspartij sinds mensenheugenis, de Christelijke Volkspartij (CVP, later CD&V), wordt van de macht gedreven door een coalitie van liberalen, socialisten en groenen. De Vlaams-nationalisten, een unieke toevoeging aan de partijpolitiek in dit surrealistische land, zijn verdeeld over het Vlaams Belang en de Volksunie (cfr. supra) die samen net een goede 15% van de stemmen halen.

De Vlaams-nationalisten

Zonder in te diep detail in te gaan op de Belgische/Vlaamse politiek, dat vereist immers enkele boeken, kan men stellen dat, net als in Nederland, een politieke aardverschuiving plaatsvond in de stervensjaren van paars. Waar Nederland Pim Fortuyn kende en vandaag Geert Wilders, wordt België nog altijd gespleten door de strijd tussen Vlaanderen en een Franstalige elite. Zelfs in katholieke pro-life kringen kan men deze spanning voelen waarbij een Franstalige elite zich cultureel superieur vindt aan de Nederlandstaligen. In België wordt dit de Vlaams-Waalse tegenstelling genoemd omdat Wallonië ook Franstalig is en opgejut wordt tegen Vlaanderen door deze elite (en gemakshalve zal ik het in deze boekbespreking ook zo noemen).

Toen Paars-groen in 1999 aan de macht kwam, kende Vlaanderen één georganiseerde uitgesproken rechtse Vlaams-nationalistische partij: het Vlaams Blok. Zij haalden bij de verkiezingen in 1999 15 zetels in het federale (Belgische) parlement. Daarnaast had je nog de Volksunie in kartel met het progressieve ID. In zijn beginjaren was de Volksunie dé partij geweest voor de Vlaams-nationalisten die zich, na collaboratie in WOII, terug politiek verenigden. Het Vlaams Blok scheurde zich daaruit af na het federaliseren van België. In 1999 was de Volksunie een partijtje geworden van 8 federale zetels. In de jaren daarna zou zij uiteenspatten waarbij de leden zich over alle andere politieke partijen verspreidden. Van het uitgesproken rechtse Vlaams Blok tot en met het extreem-linkse Groen. Daarnaast zagen nog twee partijen het licht op de ruïnes van de Volksunie: SPIRIT (Sociaal Progressief Internationaal Regionalistisch Integraal-democratisch Toekomstgericht) en de N-VA (Nieuw-Vlaamse Alliantie). In 2003 kwam de N-VA voor het eerst op en slaagde ze erin om enkel in de provincie West-Vlaanderen 5% te halen. In 2014 zou ze over gans Vlaanderen 32,5% halen en 33 zetels. Een opmars ongezien in de geschiedenis van Vlaanderen.

Kamer-1978-2014

Het boek heeft als onderwerp deze ongeziene opmars, maar slaagt er nooit echt in om deze opmars te duiden. De N-VA ontstaat uit de Volksunie, de N-VA gaat even in kartel met de christendemocraten, het kartel spat uit elkaar en opeens zijn ze de grootste partij. Geen analyse van het waarom, de verschuiving in de geesten naar het Vlaams-nationalistische discours en dat duidelijk omdat het inzicht daarin ontbreekt. Er is geen regel geschreven over de interne dynamiek van de Vlaamse Beweging, die wel effectief een rol speelt in de mentaliteit van bepaalde keuzes van partijpolitieke toppers. Zo vermeldt de schrijver dat N-VA kopstuk, en momenteel Minister van Binnenlandse Zaken, Jan Jambon naar de partijpolitiek overstapt vanuit de Vlaamse Volksbeweging. Wat die beweging wil, wat ze doet, dat blijft ver in het ongewisse.

Inzicht in de geest van een journalist

Voor wie de geschiedenis wil lezen van wat er in Vlaanderen op partijpolitiek vlak gebeurd is de laatste 17 jaar is dit boek een goede opfrisser met enkele leuke anekdotes. Tegelijkertijd, en op dat vlak misschien zelfs interessanter, geeft het een inzicht in de leefwereld van een journalist voor de traditionele media.  De kennis van het intern functioneren van het CD&V[1], en in mindere mate de SP.a[2] en VLD[3], lijkt goed Marc Van de Looverbosch goed te kennen. Of toch althans bij de vorige generatie “staatsdragenden”. Vanaf het moment dat een nieuwe generatie politici verschijnt gaat zijn kennis er op achteruit. Zijn afkeer van het Vlaams Belang druipt van de pagina’s en zijn stuk over de interne crisis in die partij had hij dan ook beter terloops vermeld dan het éénzijdige verhaal dat er nu instaat. De reden daarvoor, los van ideologische afkeer, is dezelfde reden als waarom hij amper iets schrijft over interne werking bij Groen of de N-VA: hij kent en begrijpt die partijen en interne krachten niet.

Men ziet het in de opbouw van het boek zelf. Twee derde van het boek gaat diep in op interne partijpolitieke twisten van de staatspartijen. De “getuigen”, politici die hij aan het woord laat, dateren ook allemaal uit deze periode op twee uitzonderingen: Yves Leterme (CD&V) en Bart De Wever (N-VA). Zodra de N-VA aan zijn opmars begint, en het Vlaams Belang een diepe crisis ingaat, worden de anekdotes korter en minder sappig. Slaagt de journalist er niet in om door te dringen in het netwerk van de politici die dan aan de macht komen? Of zit hij, wat ik vermoed, zodanig verstard in zijn eigen kringen dat hij gewoon geen enkele manier kent om in de geest en achtergrond van die politici te kruipen? Bij een overwinning van het Vlaams Blok in het verleden riep een VRT-journalist ooit verbaasd uit “Maar vanwaar komen die Vlaams Blok kiezers? Ik ken er geen enkele!”

Vooral dat laatste is interessant met betrekking tot enerzijds journalisten en anderzijds alles dat een band heeft met de Vlaamse Beweging en/of bewegingen en organisaties die niet traditioneel staatsdragend zijn (ook de groene beweging valt hier onder). Journalisten begrijpen ze niet, gaan af op wat anderen erover schrijven (hun tegenstanders dus) en geloven dan ook dat de karikatuur de werkelijkheid is. Al zijn er ondertussen meer journalisten bijgekomen met banden in de groene beweging, het aantal dat nog meer een minimum interesse toont in de gedachtewereld van de Vlaamse Beweging is nog steeds minimaal. Meerdere keren wordt in het boek dan ook duidelijk dat traditionele journalisten en politici functioneren in een ons-kent-ons-sfeer waarbij zij regelmatig met elkaar op restaurant gaan, bij elkaar thuis afspreken en zich reuze amuseren met elkaar in spelletjes allerhande. Waarbij telkens natuurlijk de drank ook rijkelijk vloeit. Nieuwe partijen worden door deze journalisten dan ook als indringers gezien.

Sappige anekdotes

Nochtans kan ik wel enkele leuke dingen vertellen zonder ooit journalist te zijn geweest. Toen Yves Leterme zijn eerste, gefaalde, poging waagde om een regering te vormen, wou hij dit zakelijk aanpakken. Op tafel tijdens de besprekingen stond water en culinair was er niet veel te verwachten. Waarop de excellenties de kamers afschuimden op zoek naar voedsel. Zeker de liberale politici, die naar traditie niet meer in staat waren tot constructief onderhandelen na de middag wegens een onderlinge competitie sterke drank gieten, blonken hier in uit. Uiteindelijk vond men ergens diepvriespizza’s die men dan nog met de autosleutels van een excellentie heeft moeten snijden. Tot ze het genoeg vonden en de onderhandelingen ronduit platlegden zodat er deftig gegeten en gedronken kon worden (onder dat laatste werd geen frisdrank, maar de betere whisky gerekend).

Of die keer dat voormalig Europees president Herman Van Rompuy bijna België had opgeblazen. Zijn zoon, die bijna lid was geworden van de Nationalistische Studentenvereniging NSV!, had voor hem enkele teksten afgedrukt over separatisme. Vlamingen en Franstaligen vergaderden apart en in één van de pauzes haalde Van Rompuy deze bundel papieren boven. Niet om de boel op te blazen, maar om te tonen hoe zelfs zijn zoon meegesleept werd. Hij las er enkele stukken uit voor ter illustratie. Niet geweten bij de Vlaamse onderhandelaars was dat er een Franstalige politicus op dat moment aan het rondwandelen was en net dit stuk opving. In een draf liep hij terug naar de Franstalige kant om daar met het nodige drama aan te kondigen dat de Vlamingen de boel gingen opblazen. Een probleem dat overigens sneller uitgeklaard was dan de catering.

Conclusie

Desondanks een lovenswaardig boek. Politiek-historisch gezien om de grote gebeurtenissen (vanuit een puur partijpolitiek kader) te herlezen. Sociologisch om het isolement van journalisten te zien die het merendeel van de tijd niet van slechte wil zijn, maar gewoon niet begrijpen hoe bepaalde niet-staatsdragende bewegingen denken. Die tevens zodanig persoonlijk verbonden zijn met politici dat zij elke nieuwe partij te ver verwijderd van deze denkwereld als een vijandig element zien.

LooverboschOok een interessant gegeven is dat dit een boek is met de nadruk op de Belgische federale politiek. Desondanks zou je vaak denken dat die politiek bestaat uit Vlaamse partijen met af en toe een Franstalige die uit het niets opduikt. Ook gesprekken met andere journalisten die genoemd worden, tonen aan dat de denk- en leefwereld van Vlamingen en Franstaligen volledig gescheiden verlopen. Ministers van Franstalige partijen duiken op, waarbij zelfs de journalist in kwestie moet toegeven dat hij geen idee heeft waar die opeens vandaan komen. Franstalige journalisten die aan hun Vlaamse collega’s moeten gaan vragen wat de politieke eisen van de Vlaamse partijen nu eigenlijk zijn. Vlaamse politici en Franstalige politici die via tussenpersonen aan elkaars contactgegevens moeten komen. Partijvoorzitters van “zusterpartijen” die met elkaar niet meer door één deur kunnen. Zo kan je de relatie tussen de Nederlandstalige en Franstalige christendemocraten vergelijken als die tussen een olifant en een walvis. Er zal in het verleden wel iets gemeenschappelijks zijn, maar hun leefwerelden en eigenheden zijn volledig veranderd.

Een aanrader voor wie wil zien wat er in België gebeurd is sinds Paars in de context van de traditionele partijen en een beetje die nieuwe partij, de N-VA. Verwacht echter geen diepgaande analyse of inzicht in het hoe en het waarom hiervan. Veel verder dan “de mensen zijn Paars beu” krijg je helaas niet.

N.a.v: Marc van de Looverbosch, De wissel van de macht. Kroniek van een Wetstraatwatcher (Tielt: Lannoo, 2015) paperback, 520 pagina’s.

__________

[1] De christendemocraten. In Nederland het CDA.

[2] De sociaaldemocraten. In Nederland de PvdA. In Vlaanderen is er ook een PVDA, maar die is vergelijkbaar met de Nederlandse SP. Kwestie om in één taalgebied toch een Babylonische spraakverwarring te kunnen hebben.

[3] De liberaal-democraten. In Nederland de VVD.

Posted on

Roemeen versterkt nationalistische fractie Europees Parlement

De Roemeense europarlementariër Laurentiu Rebega sluit zich bij de fractie ‘Europa van Naties en Vrijheid’ (ENF) aan, zo meldt onder andere europarlementslid Harald Vilimsky van de Oostenrijkse FPÖ, tevens vice-voorzitter van de ENF-fractie op twitter.

De 39-jarige landbouwingenieur werd in het Europees Parlement gekozen als vertegenwoordiger van de Conservatieve Partij van Roemenië die met een gezamenlijke lijst met de Sociaaldemocraten aan de verkiezingen voor het Europees Parlement deelnam. De enige vertegenwoordiger van de Partidul Conservator zat zodoende tot nu toe in de sociaaldemocratische fractie van het Europees Parlement. Onlangs stapte hij echter over naar de nationalistische ‘Partij Verenigd Roemenië’ (Partidul România Unită), zodat ook een verandering van fractielidmaatschap voor de hand lag.

De toetreding van Rebega tot de ENF-fractie waaraan onder andere het Front National en de PVV deelnemen, is een welkome versterking voor de nationalisten. Tot nu toe telde de fractie vertegenwoordigers van zeven lidstaten, het minimum dat benodigd is voor fractievorming. De aansluiting van de Roemeen verkleint zodoende de kans dat de fractie vroegtijdig ontbonden moet worden.

Posted on

Brits Europarlementslid maakt fractie Le Pen mogelijk

Een europarlementslid van de UK Independence Party heeft het mogelijk gemaakt in het Europees Parlement een nationalistische fractie te vormen. Het gaat om Janice Atkinson die in opspraak was gekomen vanwege dubieuze declaraties.

De nieuwe fractie, die de naam Europa van Naties en Vrijheden krijgt, werd vanmorgen gepresenteerd in het Europees Parlement. Eerder was Marine Le Pen er niet in geslaagd genoeg medestanders te vinden om een fractie te vormen. Het Front National, de PVV, Lega Nord, FPÖ en Vlaams Belang, telden wel genoeg afgevaardigden, maar vertegenwoordigden slechts vijf lidstaten in plaats van de benodigde zeven.

Bij een eerdere poging had men ook gesproken met het Poolse Congres van Nieuw Rechts (KNP), maar dit liep stuk op de neiging van hun toenmalige leider Janusz Korwin-Mikke tot controversiële uitspraken. Inmiddels heeft Korwin een nieuwe partij opgezet. Twee europarlementsleden van het KNP brengen de nationalistische groep nu op zes lidstaten en de Britse afgevaardigde maakt zeven.

Saillant detail is dat de eurosceptische EFDD-fractie op vergelijkbare wijze aan de benodigde zeven lidstaten kwam; Robert Iwaskiewicz, een lid van de Poolse KNP en Joëlle Bergeron, voorheen lid van het Front National, waren hier de doorslaggevende personen.

Marine le Pen heeft overigens al laten weten dat haar vader Jean-Marie le Pen geen lid zal zijn van de fractie. Professor Bruno Gollnisch, een andere oudgediende van het Front National heeft aangegeven graag mee te doen aan de fractie, maar niet als Jean-Marie le Pen wordt buitengesloten. Verder ontbreekt Aymeric Chauprade vooralsnog op de ledenlijst van de nieuwe fractie.

Posted on

Front National en bondgenoten richten Pan-Europese partij op

Aymeric Chauprade, delegatieleider van het Front National in het Europees Parlement, maakte de oprichting van de MENL bekend (foto: Khanh Renaud).
Aymeric Chauprade, delegatieleider van het Front National in het Europees Parlement, maakte de oprichting van de MENL bekend (foto: Khanh Renaud).
Het Franse Front National richt samen met partijen uit diverse andere EU-lidstaten een pan-Europese partij op, die de Beweging voor het Europa van Naties en Vrijheden (Mouvement pour l’Europe des Nations et des Libertés, MENL) zal gaan heten. Dat heeft Aymeric Chauprade, delegatieleider van het Front National in het Europees Parlement bekend gemaakt.

Aan de pan-Europese partij zullen in ieder geval de Oostenrijkse FPÖ, de Italiaanse Lega Nord en het Vlaams Belang deelnemen. Chauprade liet ook weten dat de Partij voor de Vrijheid (PVV) niet aan de Europese partijvorming deel zal nemen, omdat ze een principieel tegenstander is van het bestaan van partijen op EU-niveau en de bijbehorende subsidiëring. De betrokken partijen slaagden er eerder niet in een nationalistische fractie in het Europees Parlement te vormen, doordat men geen afgevaardigden uit zeven verschillende lidstaten kon verzamelen. Voor de oprichting van een politieke partij op EU-niveau en een aanverwante denktank gelden ook bepaalde quota, maar hiervoor mogen ook parlementariërs op subsidiaire niveaus, zoals nationale of regionale parlementen, meegeteld worden.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden met een internationale focus: Volg Novini!

De 45-jarige politieke wetenschapper die bekend staat om zijn geopolitieke publicaties en in 2014 voor het eerst in het Europees Parlement werd gekozen, verwacht dat de nieuwe EU-partij niet eerder dan in januari van volgend jaar goedgekeurd zal worden, aangezien het proces lang en complex is.

Het Poolse Congres van Nieuw Rechts waarmee men na de verkiezingen tevergeefs gesprekken voerde over fractievorming zal ook niet aan de pan-Europese partij deelnemen.