Posted on

Met Pasen zijn de eigen tradities van de Sorben goed te zien

Wie in de Lausitz komt, ziet overal tweetalige plaats- en straatnaamborden. Hier leeft sinds 1000 jaar het volk van de Sorben, een etnische minderheid zonder eigen staat, tussen de Duitsers. En ze hebben zo hun eigen tradities. Met Pasen kun je dat goed zien, aan het Paasrijden bijvoorbeeld.

De heimat van de tegenwoordig rond de 60.000 Sorben zijn de Oberlausitz in het oosten van de deelstaat Saksen en de Niederlausitz in het zuidoosten van Brandenburg. In het eerstgenoemde gebied wonen zo’n 20.000 Niedersorben en in het laatstgenoemde zo’n 40.000 Obersorben. De Saksische Oberlausitz strekt zich uit tussen Kamenz, Bautzen, Weißwasser en Hoyerswerda. “Veneti” noemden Romeinse geschiedschrijvers de hen onbekende Slavische stammen, die zich vanaf de volksverhuizingen in Centraal- en Oost-Duitsland vestigden. Zo ontstond het begrip ‘Wenden’. Deze oudere term wordt soms in Brandenburg nog wel gebruikt om de Sorben mee aan te duiden.

Folklore

Hoewel het aandeel van de Sorben op het geheel van de bevolking in Brandenburg onder de een procent ligt, is de rijke folklore en mythologie van het volk breder bekend en geliefd. Met Pasen, het grootste christelijke feest, is het schenken van eieren een wijdverbreid gebruik. In de dorpen van de Lausitz worden al generaties op Goede Vrijdag in de gezinnen Paaseieren versierd, om ze op Paaszondag weg te geven.

Kunstige Paaseieren

Sorbische Paaseieren zijn ver buiten het land bekend als kunstwerkjes. Daarbij is het belangrijk de typisch Sorbische elementen en symbolen te gebruiken. Zo symboliseert de driehoek de drie-eenheid van God en cirkels en stippen de bescherming van mens en dier tegen boze geesten. Strepen symboliseren zonnestralen, die voor warmte, licht en het opbloeien van de natuur staan. Alle symbolen worden in geometrische, gestileerde of naturalistische ornamenten geschikt.

In de Lausitz zijn vier technieken voor het versieren van eieren overgeleverd. Bij de wasbatik-techniek wordt met eerst was aangebracht op het ei, waarin patronen aangebracht kunnen worden met een ganzenveer of iets dergelijks. De eieren worden vervolgens in een kleuroplossing gelegd, waardoor de kleur wordt aangebracht op de delen van het ei die niet bedekt zijn. Dit procedé kan tot wel zes maal herhaald worden. Aan het eind wordt de was verwarmd en met een doek verwijderd. Een andere techniek is het toevoegen van kleurstoffen aan de was, om die zo op het ei aan te brengen. Verder is er de krastechniek, waarbij sterk geverfde eieren met een scherp voorwerp bewerkt worden. Tot slot is er de etstechniek, waarbij met een stalen pennetje en etsvloeistof versieringen op een gekleurd ei aangebracht worden. Op de vele Paaseiermarkten in de Lausitz kan men niet alleen de prachtige resultaten zien, maar ook hoe de volkskunstenaars met inspanning en precisie deze fijne werkjes afleveren.

Sorbische Paaseierenversiering in Schleifen (foto: Dr. Bernd Gross)

Paasrijden

Een andere befaamde Paastraditie van de Sorben is het Paasrijden, dat uit voorchristelijke tijden stamt. Ritjes rond de velden moesten het jonge zaad voor misoogsten behoeden. Vandaag de dag wordt de traditie in alle katholieke Sorbische gemeenschappen in ere gehouden. Feestelijke ruiterprocessies trekken van en naar Bautzen, Ralbitz, Wittichenau, Crostwitz, Panschwitz-Kukkau, Radibor, Storcha, Nebelschütz en Ostro, om de opstanding des Heren te verkondigen.

 

In de dagen voor Pasen worden de paarden op de boerderijen klaar gemaakt, het hoofdstel opgepoetst en de manen en staart versierd met linten en bloemen. Met Pasen begeven de in feestelijke klederdracht gestoken Paasruiters zich dan op weg. Maar niet voordat de vrouw des huizes haar man met wijwater uitgezegend heeft met de woorden “Bože žohnowanje a dobry nawrót!” (Gods zegen en een goede terugkeer!). Na drie rondjes om het kerkhof en de kerk begeven de ruiters zich zingend en biddend naar de naburige dorpen.

 

Paasruiters in Ostritz (foto: Dr. Bernd Gross)

 

Paaseieren rollen

Niet onvermeld blijven mag het Walkowanje. Vroeger gingen de kinderen met de eieren die ze gekregen hadden naar het Paaseieren rollen. De 19e-eeuwse volkenkundigen beweerden dat men geloofde dat het gedijen van de gewassen bevorderd werd door de eieren over het veld en de dorsvloer te rollen. In ieder geval was het een leuk spel. Men rolde de eieren achter elkaar aan. Wie met zijn ei een ander ei raakte, mocht beide hebben. Vandaag de dag is dit gebruik opnieuw geliefd.

Paaswater

Oudere mensen uit de streek herinneren zich wellicht ook nog het Paaswater. Vroeg in de morgen gingen jonge, ongehuwde meisjes in klederdracht naar een rivier die in oost-west-richting stroomt om daar Paaswater uit te scheppen. Het bijgeloof was dat dit schoonheid en kracht zou verlenen en ziekten zou genezen. Belangrijk was daarbij om niet te praten, anders zou het water zijn kracht verliezen. Voor jonge jongens was het nu de uitdaging om van alles te proberen om de meisjes te laten schrikken, zodat ze een kreet zouden slaken.

Paaskleppers

In enkele katholieke dorpen van de Sorbische Lausitz zijn op Goede Vrijdag en Stille Zaterdag kinderen tussen de vier en veertien jaar oud met houten kleppers onderweg. Ze gaan ’s morgens, ’s middags en ’s avonds door het dorp en bidden bij iedere kruising. Aangezien de kerkklokken zwijgen, is alleen hun harde geklepper te horen, waarmee ze de mensen oproepen tot het Angelus-gebed.

In sommige dorpen bestond ook het gebruik dat jonge meisjes zich in de Paasnacht verzamelen en zingend door de dorpsstraat trekken. Dit gebruik werd in 1993 weer in ere hersteld door de Schleifer Singefrauen in Rohne (Rowno in het Sorbisch), bij Weißwasser. Ze trekken in halfrouwdracht van huis tot huis en zingen geestelijke liederen.

Posted on

Waarom Zwarte Piet zwart moet blijven

Is Zwarte Piet racistisch? Is hij recent? Een negentiende-eeuwse slaaf van de blanke Sinterklaas? Vragen die ons oude Sinterklaasfeest gedurende deze winterzonnewendeperiode lijken te verduisteren.

Mij was het altijd duidelijk dat Zwarte Piet niet racistisch of recent is. Voor mijn boek Zwarte Piet: discriminerend of fascinerend? heb ik literatuuronderzoek gedaan en bronnen geraadpleegd die Sinterklaas noemen (o.a. Schrijnen [1915], Schwabe [1969], De Benoist [1996], Van der Ven, Van de Graft [1978], Grolman [1931] en Farwerck [1970]). De boeken presenteren een rijke wereld van oeroude volksgebruiken. Een aspect dat ze beschrijven is dat van de Europese sinterklaasmaskerades: ommegangen met zwart geschminkte en/of bebaarde sinterklaasbegeleiders, duivelse sinterklaasbegeleiders en allerlei sinterklaastypes.

Nicolaasmaskerades

Ons Sinterklaasfeest wordt ook bij de nicolaasmaskerades ingedeeld. Vroeger waren er allerlei nicolaasmaskerades te vinden in Nederland en België. Er waren ‘Zwarte Sinterklazen’, Klaas in wieve-goed (een onherkenbare travestiefiguur), Sintroms in witte lakens met zwarte Pieters, en op de Waddeneilanden vinden we nog steeds vreemd uitgedoste Klozems en Sundrums, die soms nog zwarte gezichten hebben. In het zestiende- tot en met negentiende-eeuwse Amsterdam waren er ook zwart geschminkte Sunderklazen die de buurten terroriseerden, op zoek naar stoute kinderen.

Duitse sinterklaasbegeleiders zijn donker bebaard, hebben vaak zwarte gezichten, dragen donkere kleren en heten Ruprecht. In de Franse Elzas heten deze figuren Hans Trapp, in Luxemburg Houseker, en in Zwitserland hebben we Schmutzli, die net als onze Zwarte Piet een plunjezak en een roe draagt. Evenals onze vroegere Piet spreekt Schmutzli gebrekkig. De Oostenrijkse Krampussen zijn niet altijd zwart, lijken op duivels en dragen vaak een mand in plaats van een zak, waarin stoute kindertjes gegooid worden. En ze jagen jonge mensen op. Elders heeft ook Sint-Maarten (11 November) zwarte begeleiders, en jagen gemaskerde jonge mannen rond 5 december jongeren op, om hun met roeden al petsend vruchtbaarheid te brengen.

Heidense oorsprong

Indien al deze volksgebruiken een gemeenschappelijke oorsprong hebben – en dat is volgens volkskundigen evident – is het aannemelijk dat de oorspronkelijke Sinterklaasbegeleiders er niet zo negroïde uitzagen als onze uit hen voortgekomen negentiende-eeuwse Afro-Piet. De Nederlandse Piet is in essentie dezelfde figuur als de andere sinterklaasbegeleiders. Zij dragen vaak een roe; zijn vaak zwart of donker geschminkt; rijden net als Sinterklaas vaak op een schimmel; dragen een zak; gooien vruchten en noten (in Nederland snoep en pepernoten); brengen geschenken en maken jonge mensen bang.

Volgens de bronnen duiden deze gebruiken op een heidens bezinksel. Sinterklaas en Zwarte Piet zijn hoogstwaarschijnlijk overblijfselen van de voorchristelijke Germaanse Wodancultus. Het volksgeloof stelt dat Sinterklaas op zijn schimmel over de daken kan vliegen (net als Wodan); hij is een rijzige figuur (net als Wodan); heeft een lange baard (net als Wodan); Sinterklaas en Piet komen ´s nachts door de schoorsteen bij de mensen op bezoek en bij de open haard leggen de mensen wat voer neer voor de schimmel gedurende het nachtelijke Klaasbezoek (dit duidt op een aloud hooioffer voor Wodan en zijn paard). De schoorsteen was voor het huis de verbinding met de andere wereld en Wodan en de gesneuvelden konden zo ´s nachts bij de mensen voedsel en offers komen halen.

Zwarte gezichten

Groepjes mannen – in de literatuur vaak mannenbonden genoemd – brachten hun gemeenschappen vruchtbaarheid en stonden in spiritueel contact met Wodans Wilde Heir. Dit was een dodenleger van gesneuvelde medestrijders die, als bewoners van de Onderwereld, zwarte gezichten hadden gekregen. Hun aanvoerder was Wodan. Tijdens riten dosten de mannen zich uit als hun gesneuvelde dierbaren dus maakten zij ook hun gezichten zwart.

De Kerk probeerde in de Middeleeuwen de hemelse legeraanvoerder Wodan door de heilige Nicolaas (en elders Sint-Maarten) te laten vervangen. Het volksgeloof bleek echter hardnekkig: de schimmel en de zwarte mannen bleven rondwaren. Dus werden Sint-Nicolaas en Sint-Maarten schimmelruiters en kregen de zwarte mannen de identiteit van de duivel, die ook als Piet of Pieter bekend stond.

Elders in Europa bleef men Piet met de duivel en duisternis vergelijken, maar in Nederland kreeg Piet halverwege de negentiende eeuw dit tropische uiterlijk. Kennelijk kon men deze zwarte schim, afkomstig van het heidense verleden, niet anders plaatsen. Dus vergeleken ze de zwarte Piet met een Moor – een voor die tijd prototypische neger, die in zeventiende-eeuwse kleren op veel plaatsen afgebeeld werd in boeken en op winkels.

Zijn de zwarte pieten dus negentiende-eeuws? Ze zijn veel ouder. En de kritiek dan, die zegt dat Zwarte Piet een negentiende-eeuwse slaaf uit Afrika is? Die zegt meer over de beweerders dan over de geschiedenis.

Rassenreductionistische kritiek

De kritiek op Piet is weliswaar modern, maar de argumenten tegen hem zijn bekrompen, oppervlakkig, rassenreductionistisch en getuigen van uitvergrote postkoloniale frustraties. Inderdaad, Zwarte Piet is niet zwart van de schoorsteen. Maar zijn ondergeschiktheid aan Sinterklaas is evenmin ingegeven door racisme. Sommigen stellen aanpassing voor door Piet slechts enkele zwarte roetvegen op het blanke gezicht te geven. Een slechte oplossing voor dit beweerde racisme, want de Zwarte-Pietspelers zouden herkend worden en dus zou de eeuwenoude nicolaasmaskerade daarmee opgedoekt zijn. Kinderen zouden van hun geloof vallen als ze zien wie Piet speelt.

Wat mij betreft blijft Zwarte Piet zoals hij is. Wel zouden de reclamebureaus die hem als soort Moriaantje portretteren, hem met wat minder negroïde uiterlijkheden uit kunnen dossen (geen rode lippen, minder kroezende krullen) en kunnen Zwarte Piet-spelers hem zonder Surinaams accent opvoeren. Maar hij moet wel zwart blijven. Zonder een zwarte Zwarte Piet zouden wij breken met een traditie van vele, vele eeuwen. En laat ons dit feest vrijwaren van moderne, multiculturele frustraties en het in al zijn onbeholpenheid aan onze kinderen overdragen.


zwarte pietOp 8 november 2013 verschijnt bij Uitgeverij Aspekt het boek van Marcel Bas, getiteld Zwarte Piet: discriminerend of fascinerend?. Het draagt als ondertitel Een pleidooi voor de zwarte Zwarte Piet.  Hierin wordt de Zwarte Piet-kritiek besproken en weerlegd vanuit een oneigentijds perspectief. Er worden parallellen getrokken met winterzonnewendegebruiken, er komen critici alsook volkskundigen uit het binnen- en buitenland aan bod,  de Zwarte Piet-kritiek wordt er weerlegd, en er wordt gezocht naar de oorsprong van de knechtstatus van Piet.

ISBN: 9789461534095
http://www.roepstem.net/zwarte-piet-discriminerend-of-fascinerend.html