Posted on 1 Comment

“Wantrouw de media en val elkaar nooit in het openbaar af”

Aangetrokken door de titel Kerkgangers en Zuilenbouwers waagde ik mij aan het boek van Sid Lukkassen om mijn gedachtes daarover min of meer reviewend weer te kunnen geven. Als theoloog, één met affiniteit met de neocalvinistische traditie, was ik direct geïnteresseerd.

Ik kwam ongeveer tien jaar geleden in de restanten van de toen net doodverklaarde vrijgemaakte minizuil, maar bevond mij nog wel in een groep mensen die verzuilder waren en dachten dan ze zelf doorhadden. Ook heb ik mij met het fenomeen verzuiling beziggehouden vanuit de geschiedenis van het kerkelijk landschap van de vorige twee eeuwen. De naam Sid Lukkassen had ik wel eens voorbij zien komen, maar nooit iets van gelezen of gezien. Wat betreft politiek en maatschappelijke discussie beschouw ik mijzelf meer als een van de stillen in den lande. Desondanks was ik geprikkeld en besloot het boek te lezen en te kijken of Lukkassen mij kon overtuigen zich bij zijn nieuwe kerk te voegen of op te laten nemen in zijn zuil.

Het is vrij eenvoudig te formuleren waar De Nieuwe Zuil (verder afgekort tot DNZ) voor staat: een gemeenschap van mensen die uit solidariteit elkaar financieel willen steunen om vrije gedachte-uitwisseling te waarborgen tegen de achtergrond van de gestagneerde maatschappelijke en politieke hoofdstroom (vgl. de zin in appellerende wijs waarmee Lukkassen DNZ weergeeft op blz. 52 en 77). Deze hoofdstroom is de globalistische neomarxistische elite die zichzelf aan de macht houdt door voornamelijk tegenstanders door framing monddood te maken. Hoofdstuk negen werkt deze visie uit in 28 punten, gevolgd door een schematisch overzicht van missie, doelstelling, profiel van de leden en de te houden activiteiten. “Dus wantrouw de media en val elkaar nooit in het openbaar af”; korter en pregnanter kan het niet gezegd worden (blz. 82).

Zwaartepunt

Het zwaartepunt van het boek ligt m.i. op blz. 51-87, daarbuiten staan enkele gesprekken met mensen uit de samenleving, die allemaal de indruk maken erg blij te zijn met hem. De rest van het boek bevat allemaal betogen die de noodzaak van de zuil duidelijk maken. Lukkassen geeft zijn meningen over thema’s en gebeurtenissen uit de afgelopen tijd om het failliet van links aan te tonen en de noodzaak van DNZ op rechts. Wat mij betreft was zijn pleidooi al prima als het alleen bestond uit de bladzijdes met het zwaartepunt.

Je leest het boek om als het ware rondgeleid te worden in het gebouw, maar op den duur voelde het voor mij als lopen op de woonkamerafdeling van de Ikea. Je ziet allemaal kleine kamers, los van elkaar en op een of andere manier lijken ze op elkaar. Met als enige verschil dat de Ikea-woonkamers allemaal af zijn en de losse hoofdstukken van Lukkassen ietwat onafgerond aandoen. Dit kan natuurlijk zijn omdat hij de openheid naar de toekomst wil behouden, conform uitgangspunt 28, en alvast een voorzet wil geven voor bezinning. Per slot van rekening geeft Lukkassen van DNZ, om in de Ikea metafoor te blijven, als het ware de bouwinstructies, niet het meubel zelf.

De gewone man

Aan de andere kant lijkt het mij ook te maken te hebben met de abstractiegraad van het betoog. Soms lijkt DNZ alleen interessant voor filosofen en is het vooral een wereld van geschreven en gesproken woorden. Er zit een neiging in het denken van Lukkassen om filosofen op de grond te stellen. Ik vraag me af of de doelgroep van DNZ echt gebaat is bij het plan om een prijs uit te reiken voor “het beste boek” of om “jonge ambitieuze denkers en schrijvers” te stimuleren. Zeker aangezien hij zich richt op de vader aan de keukentafel, op de ondernemer, op de gewone man en vrouw.

Ook registreert Lukkassen dat masculiniteit een probleem is dat aangepakt moet worden, enerzijds door gebrek eraan in het Avondland ten opzichte van de islam, anderzijds doordat de linkse cultuur masculiniteit tegenwerkt. Maar in zijn ethische gedeelte komt deze notie niet terug, noch hoe de deugdethiek die hij voorstaat wordt geoefend en gewaarborgd in praktijken. Deugdethiek is bij uitstek een ethiek van een gemeenschap en praktijken, en zou masculiniteit niet het beste in gezinnen kunnen worden ingezet? Maar zoals eerder gezegd, het kan zijn dat dit in andere werken van Lukkassen die ik (nog) niet gelezen heb behandeld wordt. Wat dat betreft zou DNZ wat kunnen leren van Rod Dreher’s Benedict Option, en minder inzetten op het gehalte Intellectual Darkweb.

Filosofen en krijgslui

Er zit ook ergens iets lichtelijk ironisch in om aan de ene kant filosofen (“en andere briljante mensen”) een leiderspositie toe te schrijven en aan de andere kant voornamelijk leiders als voorbeelden te kiezen die toch krijgslui waren. Het feit dat Marcus Aurelius ook een stoïcijn was doet niet af aan het feit dat ook het zwaard de geschiedenis maakt en bepaalt wie de pen hanteert (blz. 110). Nu wil ik mij wel haasten dat dit niet betekent dat het idee van DNZ compleet waardeloos is door deze punten. Ik ben allang blij dat Lukkassen het idee oppert en dat hij serieus nadenkt over belangrijke vragen. Daarvoor verdient hij lof, zeker omdat hij een van de weinigen is die het niveau van memes en politiek-incorrect zijn door middel van vuilbekkerij en grofheden overstijgt. Ik ben niet de door hemzelf beschreven intellectueel die Lukkassen afkraakt omdat ik hem te ongenuanceerd vindt (blz. 21). Ik vermoed dat wat ik aanstip punten zijn waar hij best over in discussie zou willen, als hij mij al niet wijst op plaatsen in andere werken waar hij dit wel of anders uitwerkt (ik heb immers alleen dit boek gelezen).

Antithese?

Maar, ondanks alle waardering die ik voor zijn initiatief en denkwerk heb, voeg ik mij niet bij zijn kerk en zoek ik geen plaats binnen zijn zuil. Het is voor mij niet duidelijk waar nu de antithese zit tussen DNZ en het door Lukkassen verfoeide cultuurmarxisme. Voor Abraham Kuyper, de aanjager van de verzuiling, bestond de antithese ten diepste op het gereformeerde leerstuk van de uitverkiezing, het theologische leerstuk dat God voor de schepping heeft bepaald welke mensen er tot geloof komen of niet. Zo werd de mensheid opgedeeld in groepen, de eerste met de mogelijkheid, al dan niet geactiveerd, tot geloof, en de ander zonder de mogelijkheid tot geloof. Zonder te vervallen in theologische nuances of discussies komt deze visie erop neer dat de mensheid zich ook organiseert in twee groepen, een christelijke groep met het christelijke leven vanuit (de mogelijkheid van) het geloof, en die zonder. Omdat het beginsel van geloof ligt in een besluit van God in de eeuwigheid en niet in mensen, is de tegenstelling tussen deze mensen absoluut en onverenigbaar. Zie hier de antithese die de rechtvaardiging is voor de verzuiling, er is een onoverkoombare tegenstelling tussen gelovigen en ongelovigen.

Scheppende rede

Als ik dit kuyperiaanse schema als bril gebruik en kijk naar DNZ van Lukkassen, valt mij op dat Lukkassen wel de antithese scherp neerzet. Hij lijkt de kloof te leggen tussen twee existentieel-metafysische wereldbeschouwingen, die voorkomt dat cultuurmarxisten rationeel te overtuigen zijn (blz. 123-124)  Maar wat in vergelijking met het kuyperiaanse schema ontbreekt, is de filosofische of theologische rechtvaardiging voor de antithese. En ik vraag mij af een rechtvaardiging mogelijk is. Want naar mijn indruk is het niet dat de wereldbeschouwing van Lukkassen, een waarin rationaliteit de basis vormt, veel verschilt van de wereldbeschouwing van (cultuur)marxisten. Ook deze vertrekt vanuit rationaliteit naar de werkelijkheid en is ook een product van de Verlichting. Beide nemen hun uitgangspunt in wat dr. W. Aalders noemde de scheppende rede.

Sociaal-constructivisme

Zo beschouwd neemt Lukkassen slechts een rationele positie in tegenover een even rationele positie. DNZ staat dan voor het nationale of het Europese tegenover het globalistische. Ook staat het voor meer risico nemen, zeker in de drang naar heroïsche daden, tegenover minder risico nemen, met name ten opzichte van gevoelens van groepen mensen, het sobere tegenover het hedonistische. Zonder de rechtvaardiging van de antithese kan Lukkassen alleen maar de onwenselijkheid benadrukken, maar niet de onjuistheid aantonen van zijn tegenstanders. Daardoor zie ik in zijn wereldbeeld een ietwat willekeurige en vooral pragmatische trek. Dat verklaart waarschijnlijk ook waarom Lukkassen spreekt over macht en niet over de wet, in tegenstelling tot een van zijn voetnoten (blz. 23). Macht is niet gegrond en gerechtvaardigd door een goddelijke of kosmische wet.  Deze weg heeft Lukkassen voor zichzelf afgesneden met het beroep op Verlichting. Het is dan ook de vraag wat zijn opvatting is van de menselijke natuur, wie dit niet ziet als een essentie, loopt het grote risico om uiteindelijk te belanden in scepticisme en denken in sociaal-constructivisme.

Mobilisatie

En dit is de tragiek van de verzuiling, het is een kenmerk van wat Charles Taylor in zijn boek A Secular Age noemt The Age of Mobilisation. Een periode die vooral lag in de 19de eeuw die liep tot de jaren ’60 van de 20ste eeuw en toen werd opgevolgd door de Age of Authenticity. In de Age of Mobilization  is het kenmerkend dat politieke, sociale en kerkelijke instituten in existentie moeten worden gemobiliseerd door mensen met een gemeenschappelijk doel. Hier tegenover staat dat in eerdere tijden, het ancien régime, achter al deze politieke, sociale en kerkelijke instituten een ordening van de wereld, beter gezegd, van de kosmos stond. Deze orde ging aan alle instituten vooraf en verleende de autoriteit aan deze. Dit verklaart waarom Lukkassen macht reduceert tot menselijke disposities, die hij Informele Macht noemt (blz. 112-117).

Agnostisch

Niet dat DNZ daarmee een waardeloos idee is en direct kan worden door geschoven naar de prullenbak. Ik hoop alleen dat Lukkassen ziet dat agnostisch blijven over het volgende leven (uitgangspunt van DNZ 11, blz. 67) ook rust op onbewust aangenomen theologische uitgangspunten. Iedere levensbeschouwing die zijn uitgangspunt neemt in de autonome scheppende rede veronderstelt een perspectief buiten alles wat bestaat en buiten een absolute in zichzelf bestaande God die hieraan voorafgaat en die het Christendom altijd heeft beleden. Wie deze positie niet kan innemen, maar toch atheïst of agnost wil blijven, veronderstelt hiermee een andere of een valse god dan het Christendom belijdt en is genoodzaakt de rede te hanteren als een selffulfilling prophecy of te vervangen door willekeur en contingentie.

Co-belligerence

En hier zie ik de antithese tussen mijzelf als belijder van het klassieke Christendom en Lukkassen als een modern Verlichtingsdenker. Dat sluit discussie en sympathie voor zijn denkwerk niet uit, maar ik zal mij hierom niet in zijn zuil kunnen laten opnemen. De belangrijkste les van hem neem ik in ieder geval wel ter harte, ik zal mij niet onder druk van Lukkassen distantiëren om te laten zien dat ik heus wel deug. Want de antithese sluit niet uit dat we elkaar aan dezelfde kant van het politieke spectrum kunnen tegenkomen en met elkaar moeten samenwerken. Maar ik zal wel altijd een voor de overige stillen in den lande bekend wijsje fluiten of neuriën: Quare fremuerunt gentes.

N.a.v. Sid Lukkassen, Kerkgangers en Zuilenbouwers (eigen beheer, 2018), paperback, 273 pagina’s.

Posted on

Ruimterevolutie: Hoe de walvisjacht ons wereldbeeld veranderde

Het boek Land en zee van de Duitse rechtsfilosoof Carl Schmitt is een opvallende afwijking van zijn gebruikelijke discours. In zijn andere werken schrijft hij vooral over recht, politiek en direct aanverwante zaken. Een voorbeeld is het boek Die geistesgeschichtliche Lage des heutigen Parlamentarismus waarin Schmitt in 1923 de parlementaire democratie van de Weimarrepubliek bekritiseert. Bekender is het werk Der Begriff des Politischen waarin hij de politiek tot wij-zij tegenstellingen herleidt. In Land en zee gaat hij echter op heel andere zaken in.

Wat is de aarde eigenlijk en hoe komt het dat we de aarde zien zoals wij die zien? Hoe komt het dat wij anno 2018 de aarde zien als een groen-blauwe bol in een oneindige ruimte? Hoe kan dat zo verschillen van het wereldbeeld van andere volkeren? Volgens Carl Schmitt ligt hier een zogenoemde “ruimterevolutie” aan ten grondslag en die heeft alles te maken met de manier waarop onze voorouders naar hun wereld keken.

De eersten die de omslag maken zijn de oude Grieken in de klassieke Oudheid. Griekenland bestaat uit vele stadstaten, maar de zeemacht Athene en de landmacht Sparta steken in deze Griekse wereld boven allen uit. Het denken van de Grieken veranderde van een volk dat zich enkel met landbouw bezighield naar een zeemacht, omdat het op een gegeven moment het gehele oostelijke deel van de Middellandse zee ging beheersen. De Grieken waren opgesloten in deze context en ze misten de mankracht om hieruit te breken.

Pas toen het Romeinse Rijk uitdijde naar het tegenwoordige Frankrijk en dus naar de Atlantische oceaan, wist de klassieke Oudheid uit deze kooi te breken in de eerste eeuw van onze jaartelling. Maar toen was het eigenlijk al gedaan. Het Romeinse Rijk stortte zichzelf daarna in chaos en er was onder Romeinse leiding geen paradigmaverschuiving.

In de middeleeuwen was heel Europa, van het noorden tot het hele zuiden, opgemaakt uit verschillende agrarische staten. Aan de randen van deze boerenstaten werd er visserij bedreven. Met de Bijbel in de hand werden de Germaanse volkeren van noord tot zuid bekeerd tot het Christendom. De ruimte op de aarde is wat de Middeleeuwers betreft een heleboel land en een heleboel agrarische producten op dat land. Tot het einde van de middeleeuwen is er geen echte verandering in deze zienswijze.

In het Oude Testament is er een mythisch zeedier te vinden, de leviathan (Job, hoofdstuk 40 en 41), en leviathan gaat een grote rol spelen in de omslag van het besef van ruimte van de Germaanse volkeren in Europa. De leviathan, meestal afgebeeld als walvis, lokt de vissers van Europa de zee op omdat deze vis zich niet laat vangen aan de kust. Zonder de walvisjacht zouden de Europese vissers in een smalle strook van de kust zijn gebleven. Het besef van de ruimte op aarde verandert onder druk van de walvisjacht razendsnel. Carl Schmitt beschrijft dit fenomeen als een “ruimterevolutie”. De ruimte waarin men denkt te leven verandert van landmassa naar land- en zeemassa.

Ook de middelen om zich op de zee te begeven veranderen. De galei van de Klassieke wereld worden afgedaan en schepen die de wind opvangen met zeilen doen hun intrede. Men kan veel verder en veel sneller zich op zee begeven. Er wordt een nieuw continent ontdekt en daarmee nieuwe handel, nieuwe regels, nieuwe innovaties. Ongeveer tussen de jaren 1490 en 1600 vinden deze veranderingen plaats. Het besef van de ruimte waarin men denkt te leven verandert en de middeleeuwse ordening der dingen komt definitief ten einde. Hulpeloos rolt de Europese beschaving een nieuw tijdperk binnen.

Het begin is nog wat onhandig. Er gebeurt ook iets geks met Engeland. Vooral Engeland is in de middeleeuwen ook een boerenstaat die zich voornamelijk bezighoudt met schapen, textiel en Frankrijk proberen te veroveren. Het protestantse Engeland draait zijn rug naar het continent Europa en richt zich op de zee. Met zo’n succes zelfs dat het de katholieke landen Spanje en Portugal inhaalt. De heerschappij van de zee is van niemand of iedereen. Maar eigenlijk vooral van één land: Engeland. Dit Germaanse volk beheerst in de negentiende eeuw de zee, de zeehandel en daarmee de wereld. Zozeer zelfs dat Engeland zichzelf niet meer als Europese macht ziet.

We belanden aan in de 20e eeuw en dan vindt een tweede ruimterevolutie plaats. Het oudtestamentische monster, Leviathan, is niet meer zozeer een vis, maar een ijzeren monster in de vorm van een modern slagschip. De overgang van stoomboot naar modern slagschip is niet kleiner dan de overgang van galei naar zeilschip, verklaart Carl Schmitt. Duitsland en enkele andere landen zijn industriële machten geworden en kunnen net zo produceren als Engeland. Hiermee komt de onbetwiste heerschappij over de zee door Engeland ten einde.

Land en Zee is een bijna dichterlijke beschrijving van deze gigantische veranderingen. Het zijn mooie woorden die laten zien hoe het komt dat de Europese beschaving andere volkeren ontdekte en dat het niet die andere volkeren zijn geweest die ons ontdekt hebben.

Carl Schmitt ~ Land en Zee

Posted on

Waarom het liberalisme faalde

Recent werd er een boek onder mijn aandacht gebracht. De auteur was een Amerikaan dus ik was niet meteen geïnteresseerd. Zoals u misschien wel weet zijn veel van de teksten uit Amerika intellectueel een beetje pover en bovendien zeer sterk onderhevig aan de politieke kleur van de schrijver. Lees iets van een Republikein en er zal te lezen zijn dat alles de schuld is van de Democraten. Iets van een Democratische schrijver zal beweren dat alles de schuld is van de Republikeinen. Ik vond een podcast van de auteur, professor Patrick Deneen, op de website van Yale University Press en mijn interesse steeg omdat deze auteur over de genoemde schaduwen lijkt heen te springen. Omdat ik ver in het leven ben gekomen door het aannemen van goed advies kocht ik het boek en las ik het in één adem uit.

Het boet heet Why Liberalism Failed en wat mij direct opviel bij het lezen was de erudiete beschrijving van het liberalisme. De schrijver realiseert zich als Amerikaan dat liberalisme niet een heel specifiek geformuleerde set van politieke wensen en juridische verdediging van rechten is, nee, het is een fenomeen dat door twee revoluties de hele wereld wil veranderen. De eerste revolutie is volgens Deneen antropologisch individualisme en de voluntaristische opvatting van ‘keuze’. De tweede revolutie is de scheiding van de mens en zijn natuur en zeker ook het kiezen van de oppositie tegen die natuur. Liberalisme verwerpt volgens Deneen de meer katholieke/antieke opvatting van vrijheid, namelijk dat vrijheid begint wanneer een mens zijn primaire instinct heeft overwonnen. Liberalisme begrijpt vrijheid als iets dat ten volle kan worden gebruikt wanneer het niet gehinderd kan worden door positief recht. Liberalisme is ten diepste de opvatting dat mensen in hun natuurlijke staat het beste in staat zijn zichzelf te vormen en zelf keuzes te maken.

Deze opvatting van liberalisme springt inderdaad over de partijpolitiek heen. Liberalisme kent zijn eigen tegenstanders. Zowel van rechts, zoals Nietzsche, Schmitt en katholieke traditionalisten. En van links, zoals Marx en zijn volgelingen, Foucault, en de Frankfurter Schule. Geen van deze tegenstanders is het gelukt het liberalisme klein te krijgen. Toch hoeven de tegenstanders van het liberalisme volgens Deneen niet te treuren. Het liberalisme is volgens hem zichzelf namelijk aan het kapotmaken door zijn succes en in het verlengde van dit succes het manifesteren van de interne tegenstrijdigheden van het liberalisme.

Volgens Deneen zijn veel van de eigenschappen van de moderne wereld een typisch product van het liberalisme. Het liberalisme creëert een soort mens. In het verlengde van de zoektocht naar (keuze)vrijheid krijgt de inwoner van een liberale staat steeds meer keuze aangereikt. Miljarden op miljarden keuzes. Die keuzes vereisen (a) een grote markt vol met grote bedrijven die producten aanbieden en (b) een grote overheid die alles kan en moet reguleren. Waar het communisme faalde in het maken van de ‘Sovjet-mens’, slaagt het liberalisme er wel gedeeltelijk in de ziel een beetje te (her)vormen.

Dit heeft echter tot gevolg dat de gemiddelde inwoner van een liberale staat het gevoel krijgt, ondanks de miljarden op miljarden keuzes die er gemaakt kunnen worden, dat de wereld uit zijn controle glipt. De bedrijven zijn zo groot dat die buiten elke macht van elke enkele consument zijn. De politici waar die consument tijdens de verkiezingen op mag stemmen behoren tot een andere sociale klasse. Ver weg van de normale woonwijk. Een gevoel van onmacht heeft deze burger inderdaad gezien het succes van Donald Trump en (dichter bij huis) Forum voor Democratie. Dit is geen toeval dat deze mensen opkomen en zeker niet alleen omdat wat die mensen handig zijn in politiek bedrijven. Dit is volgens Deneen een integraal onderdeel van de laatste fase van het liberalisme.

Deneen beperkt zicht niet tot politiek. In een liberale staat met een liberale economie verandert de economie in een gevecht van iedereen tegen iedereen om de absolute top te halen, want er wordt de mensen (onterecht) wijs gemaakt dat iedereen die top kan halen. Uiteraard kan alleen de meest competente de top halen, en dit creëert een zekere mentaliteit en niet de meest fraaie. Iedereen probeert ook de absolute top te halen ten koste van alles, inclusief mede-menselijkheid, omdat het afvoerputje van de mislukking oneindig groot is. Diegenen die de top halen kunnen zich door multinationals, ministeries en de semi-overheid voor 6-700 euro (en meer) per dag laten inhuren. Deze mensen vormen de nieuwe aristocratie.

Wie de top niet haalt woont in de meest aftandse achterbuurten waar hij of zij ook niet meer terecht kan met zijn eigen moedertaal door de massamigratie van goedkope arbeid ten dienste van grote bedrijven.

Het liberalisme verkocht dit door te stellen dat succes niet meer door geboorte wordt bepaald zoals in het aristocratische systeem, maar door een meritocratisch geheel. Wat inspanning beloont. Dat is natuurlijk maar een hele schrale troost voor de grote massa aan mensen met een normaal baantje als administratief medewerker of iets van dien aard. Zo’n persoon heeft niets aan zulke abstracties. Dit voegt toe aan het gevoel van onmacht.

Deneen wordt nog interessanter wanneer hij het heeft over de scheiding van de mens van zijn natuur. Deneen citeert Solzjenitsyn wanneer hij liberalisme in de rol van anticultuur bespreekt. Met Solzjenitsyn is Deneen van mening dat elke zelfbeheersing in een liberale maatschappij uit den boze is. Als ik mij vandaag vrouw voel, wie houdt mij tegen dan mijzelf als man vrouw te voelen? Cultuurmarxisme als logisch onderdeel van laat-liberalisme? Deneen suggereert het.

Het boek Why Liberalism Failed is geschreven in helder Engels, maar vereist voor de lezer wel wat voorkennis van filosofie. Klinken de namen Descartes, Hobbes, Bacon, Spinoza, Locke, Stuart Mill en Machiavelli u niet bekend in de oren? Lees eerst iets van en over deze personen. Voor de rest is Why Liberalism Failed een uitstekend en provocatief boek om te lezen. Ongeacht de politieke kleur van de lezer zelf.

N.a.v. Patrick Deneen, Why Liberalism Failed (Yale University Press: New Haven CT, 2018) 248 pagina’s, hardcover.

Posted on

“Het zijn de slechtsten die regeren”

Het bestuur van westerse landen vertoont kenmerken van een kakistocratie, vindt cognitiewetenschapper Tjeerd Andringa. “Het zijn de slechtsten die regeren.” De enigen die hier een einde aan kunnen maken, zijn wijzelf. “Geopolitiek wordt bepaald aan de keukentafel.”

“Kakistocracy, een 374 jaar oud woord, is zojuist opgenomen in het woordenboek.” Aldus kopte The New York Times op 13 april 2018. Wat bleek? Voormalig CIA-directeur John O. Brennan had een tweet de wereld ingestuurd waarin hij president Donald Trump toebeet: “Jouw kakistocratie staat op instorten na de bedroevende weg die deze heeft afgelegd.”

Omdat vrijwel niemand begreep wat Brennan bedoelde met ‘kakistocracy’, gingen zijn Twitter-volgers massaal op zoek naar de betekenis van het woord. Bij online-woordenboek Merriam-Webster vingen ze aanvankelijk bot, maar de redactie liet er geen gras over groeien en voorzag de zoekers alsnog van een uitleg. ‘Kakistos’ is oud-Grieks voor ‘slechtsten’ en kratos’ betekent ‘macht’. Een kakistocratie betekent dus dat de slechtsten aan de macht zijn. Het tegenovergestelde van een aristocratie, waarin de besten (aristos) het voor het zeggen hebben.

Volgens Tjeerd Andringa, universitair hoofddocent cognitiewetenschap aan de Rijksuniversiteit Groningen, zijn westerse democratieën niet vrij van kakistocratische elementen. Dit zou onder meer blijken uit de banden die inlichtingendiensten onderhouden met terroristische groeperingen en pedofielennetwerken. Om een bestuursvorm te krijgen van en voor het volk is niet minder dan een psychologische revolutie nodig. Mensen moeten leren inzien dat ze zoveel beter af zouden zijn als ze hun lot in eigen hand namen en zich niet langer afhankelijk stelden van incapabele,  machtswellustige, of zelfs kwaadaardige autoriteiten. Self-empowerment, burgers die zichzelf in hun kracht zetten, is de sleutel tot een betere wereld.

Andringa heeft een eigen website, Geopolitics and Cognition, die weliswaar al sinds een paar jaar niet meer actief beheerd wordt, maar een interessant inkijkje biedt in Andringa’s politiek-psychologische inzichten. De website was een hobbyproject, en staat los van Andringa’s werkzaamheden aan de universiteit, waar hij studenten helpt op academisch niveau te leren denken en begrijpen.

Deelt u de mening van voormalig CIA-directeur Brennan? Is de regering Trump een kakistocratie? 

[pullquote]Presidenten zijn grotendeels inwisselbaar. Het zijn een soort woordvoerders van de werkelijke machthebbers.[/pullquote]

Er zitten ongetwijfeld kakistocratische elementen in de Amerikaanse regering, maar dat was onder de voorgangers van Trump niet anders. Presidenten zijn grotendeels inwisselbaar. Het zijn een soort woordvoerders van de werkelijke machthebbers. Dat zag je duidelijk bij Obama. Die werd wel genoemd teleprompter in chief, omdat hij weinig meer leek te doen dan het oplezen van teksten van een schermpje. Alles van enig belang komt niet bij zo’n president vandaan. Het begint er al mee dat je geen kans maakt op het presidentschap zonder brede financiële en andere steun van de Deep State, de permanente machtsbasis in de VS waaraan de Council of Foreign Relations een groot deel van de bemensing levert.

Niks nieuws onder de zon dus met Trump?

Trump was een ongeleid projectiel. Het was niet de bedoeling dat hij president zou worden. Het is hem toch gelukt, omdat hij met z’n vele geld in staat was zelf zijn campagne te betalen, en ook door zijn botte charme, die hij voor een groot deel van de Amerikanen heeft. Dat was bedreigend voor het bestel. Ze hebben Trump nu onder controle gekregen, door mensen om hem heen te zetten die hem voeden met ideeën, waardoor hij geen dingen doet die teveel in strijd zijn met wat het bestel eigenlijk wil. John Bolton zie ik als een typische vertegenwoordiger hiervan. Hij is in april van dit jaar naar voren geschoven als veiligheidsadviseur van Trump. Hij is nauw verbonden met het neocon-netwerk, dat destijds de oorlog tegen Irak in gang heeft gezet door volstrekt ongegronde beschuldigingen te verzinnen over de aanwezigheid van massavernietigingswapens in het land. Een oorlog op leugens baseren is typisch kakistocratie. En ook dat een samenleving zoiets accepteert is typerend voor een kakistocratie.

Psychopaten zijn volgens u oververtegenwoordigd in hogere kringen? Zij vormen de kern van elke kakistocratie?

Als een systeem kandidaten voor een toppositie selecteert op basis van het vermogen om koste wat kost resultaten te krijgen, dan kun je verwachten dat er veel intelligente en gewetenloze personen tussen zitten die precies weten wat ze moeten doen om een respectabel aanzien te verwerven. Zo’n systeem selecteert op intelligentie en psychopathie. Want psychopaten hebben een amper ontwikkeld geweten. Probleem daarbij is dat weinig psychopaten capabel genoeg zijn voor hoge posities. Het kost dus moeite om ze te vinden en op te leiden.

In een interview heeft u de term kakistocratie genoemd in verband met pedofielennetwerken. Volgens u oefenen inlichtingendiensten macht uit door mensen op hoge posities te plaatsen die chantabel zijn.

Om mensen op machtsposities onder controle te houden is het belangrijk dat ze chantabel zijn. Anders hebben ze te veel vrijheid en doen ze wellicht wat ze zelf belangrijk en moreel vinden. Dat is nu precies wat moet worden voorkomen. Het is daarom een  standaard werkwijze van inlichtingendiensten en andere netwerken om mensen te selecteren op chantabiliteit.

Het is een beproefde tactiek van inlichtingendiensten om personen in compromitterende situaties te brengen, de zogeheten honey trap. Maar u stelt dat hiervoor zelfs kinderen worden ingezet?

Dat hangt ervan af wat je wilt. Als je de meest gewetenloze mensen zoekt, die in staat zijn de meest kwetsbare individuen probleemloos te misbruiken, dan vormen seksfeesten met kinderen een prima selectiemechanisme. Personen die deelnemen aan dit soort evenementen, zijn zich er van bewust dat ze op deze manier chantabel worden gemaakt. Maar het maakt ze niet uit, omdat ze hiermee tegelijkertijd toegang krijgen tot machtsposities waar ze anders nooit in terecht zouden kunnen komen. Het is dan een soort initiatieritueel.

Het zal voor iedereen inmiddels bekend zijn dat er talloze bewezen gevallen zijn van pedofielen in hogere kringen. Maar waaruit blijk dat deze personen hebben deelgenomen aan seksfeesten georganiseerd met de bedoeling ze te rekruteren?

Daar hebben we alleen maar veel anekdotisch bewijs voor. Er zijn heel wat getuigenissen van kinderen die claimen misbruikt te zijn op feesten en ook gevallen waarbij overheden op allerlei manieren hebben geprobeerd politieonderzoek te ondermijnen. Zie onder meer de Dutroux-affaire in België, het Franklin-schandaal in de VS en een groot aantal schandalen in het Verenigd Koninkrijk rond onder anderen media-persoonlijkheid Jimmy Savile en voormalig premier Edward Heath. Juridisch bewezen zijn deze affaires niet omdat ze altijd ergens stranden. Maar waarschijnlijk lijkt het wel. Overheden lijken beter te zijn in het in de doofpot stoppen van de eigen kwalijke praktijken dan in het aanpakken ervan.

U stelt ook dat inlichtingendiensten aanslagen faciliteren die worden toegeschreven aan extremistische moslims?

Vast niet alleen inlichtingendiensten maar ook andere netwerken. Zeker is dat geheime organisaties aanslagen hebben gepleegd op de eigen bevolking. Operatie Gladio is daarvan een duidelijk voorbeeld. Dat was een geheim netwerk in Europa van rechtsextremistische groepen, dat gesteund werd door de CIA en de NAVO, en dat in Italië aanslagen heeft gepleegd op de burgerbevolking. Er is een groot aantal boeken over en ook een prima BBC-documentaire, getiteld Operation Gladio.

Wat is de logica achter aanslagen op de eigen bevolking?

Van de Gladio-aanslagen in Italië weten we dat het de bedoeling was het angstniveau van de bevolking te vergroten en te voorkomen dat de communisten te machtig werden. Want wat doen mensen als ze bang worden voor aanslagen? Dan richten ze zich voor hun bescherming tot de overheid. Die moet maatregelen nemen om verdere aanslagen te voorkomen.

Maar u stelt dus dat, voor het plegen van aanslagen in eigen land, rechts-extremistische groepen zijn verruild voor extremistische moslims?

[pullquote]Aanslagen leiden altijd tot meer repressieve en gedragscontrolerende mogelijkheden voor staten.[/pullquote]

Daar lijkt het wel op. Er is een belangrijk principe in politieonderzoek: cui bono, wie heeft er voordeel van? Ik zie geen enkel politiek of militair nut voor moslims en zelfs niet voor moslimextremisten. Die aanslagen leiden wel altijd tot meer repressieve en gedragscontrolerende mogelijkheden voor staten.

Bij moslims telt niet alleen het politieke en militaire nut van hun daden. Het religieuze nut staat voorop.

Religieus nut is een wat rare term: een religie is vooral een moreel construct dat je helpt om de wereld te begrijpen en moreel gedrag te kiezen. Religieus besef kan heel rijk en includerend zijn, maar ook heel beperkt en excluderend. Fundamentalistische gelovigen, of ze nu christen, moslim, hindoe, of anders zijn, worden gekenmerkt door een beperkt begrip van de wereld: ze kunnen heel intelligent zijn, maar ze hebben grote moeite met diversiteit aan opinies. Ze nemen hun religieuze teksten letterlijk en iedereen die hun interpretatie niet deelt is een ketter en daarmee niet beschermenswaardig.

De Saoedische machthebbers hebben sinds het begin van de zeventiger jaren overal in Afrika en Centraal-Azië geïnvesteerd in wahabistische moslimscholen die zich vooral richten op het uit het hoofd leren en reciteren van de Koran. Niet de beste voorbereiding op een rol in moderne samenlevingen. Maar het is wel een prima kweekvijver voor moslimhuurlingen die je overal kunt inzetten, omdat de meeste mensen, moslim of niet, hun beperkte wereldbeeld niet graag willen delen. De wahabistische huurling beschermt niemand die zich niet heeft bekeerd tot hun religieuze interpretatie van de islam. Dat bekeren vinden ze moreel, het terugbrengen van diversiteit in religieuze interpretatie ook, desnoods met geweld. Precies zoals bij ons destijds de inquisitie.

Die wahabistische huurlingen zijn overal ingezet: Afghanistan, Tsjetsjenië, Bosnië, Somalië, Soedan, Indonesië, Pakistan, Irak, Libië, en nu al vijf jaar in Syrië. Dus ja, het religieuze nut staat zeker voorop, maar niet voor de religieuze fundamentalisten, en wel voor de mensen die hen inhuren voor geopolitieke doelen.

Het is geen geheim dat de VS en bondgenoten al sinds begin jaren tachtig moslim-extremisten inzetten als huurlingen in andere landen. Maar dat is niet hetzelfde als het faciliteren van aanslagen in eigen land. Ziet u bijvoorbeeld de aanslag op Charlie Hebdo in Parijs als een false flag?

Ik kan me niet herinneren dat ik in het geval van Charlie Hebdo ooit solide forensisch bewijs heb gezien, dus ik weet niet wat ik ervan moet vinden. Maar neem nu bijvoorbeeld dat paspoort dat onder een stoel van de vluchtwagen werd gevonden, pas 24 uur na de aanslag. Het Charlie Hebdo-verhaal bevat te veel elementen die mensen dingen laten concluderen die ze graag willen concluderen. In dit geval dat Al Qaida het had gedaan. De aanslag leidde weer tot meer macht voor de staat en de inlichtingendiensten. Dus het past in het patroon. Trouwens vlak voor de laatste verkiezingen in Groot-Brittannië waren er ook weer wat aanslagen. Zonder het psychologische effect van die aanslagen had premier Theresa May er mogelijk niet meer gezeten.

Ziet u 9/11 als een false flag?

Wat ik in ieder geval niet geloof is het officiële verhaal. Neem alleen al Gebouw 7, dat op 110 meter afstand stond van de Twin Towers. Het is niet geraakt door een vliegtuig, en toch is het in elkaar gestort. Je kunt dat moeilijk aan Al Qaida toeschrijven. Het is ongeloofwaardig dat Gebouw 7 precies door de staalconstructies viel die het overeind moesten houden. Het is net alsof het staal tijdelijk even in boter veranderde en daarna weer terug veranderde in staal. En twintig minuten voordat Gebouw 7 in elkaar stortte, vertelde een correspondente van de BBC het al op tv, met nota bene het toen nog fier overeind staande gebouw duidelijk zichtbaar op de achtergrond. Ik heb consistentie nodig om iets voor waar aan te nemen. En ook verifieerbare feiten om een theorie op te bouwen. Het officiële verhaal mist beide.

We hebben gezien waar 9/11 toe heeft geleid. De Amerikanen, en de Britten ook trouwens, hebben een groot deel van hun privacy en overige burgerrechten opgegeven, en ze lieten zich meesleuren in de oorlogen tegen Afghanistan en Irak. Het interessante is dat de plannen daarvoor al gemaakt waren ruim voor 9/11. Zo lag de Patriot Act, een antiterreurwet van zo’n 1000 pagina’s, al klaar om goedgekeurd te worden door het Congres. En een week na 9/11 hadden de VS al plannen klaarliggen om de regeringen van zeven landen in vijf jaar tijd aan te vallen en te vernietigen. Met Syrië zijn ze nog bezig en Iran staat nog op het wensenlijstje.

Kortom, aanslagen houden de kakistocratie in stand, tenzij we ophouden er bang voor te zijn?

Benjamin Franklin, de achttiende-eeuwse Amerikaanse politicus en wetenschapper, zei ooit: “Zij die bereid zijn essentiële vrijheden in te leveren, om een beetje tijdelijke veiligheid te verwerven, verdienen noch vrijheid noch veiligheid.” Ik denk dat hij daar helemaal gelijk in heeft. En trouwens, als je kijkt naar het lijstje van doodsoorzaken dan staat terrorisme ergens onderaan. Als je dan toch bang wilt zijn, wordt dan bang voor hart- en vaatziekten, kanker, verkeersongelukken en gladde badkamervloeren. Angst voor terrorisme is echt irrationeel.

Als kenmerk van een kakistocratie ziet u ook machthebbers die binnenlandse belangen offeren aan buitenlandse belangen?

John Perkins beschrijft in zijn boek Confessions of an Economic Hitman uit eigen ervaring hoe het Westerse financiële systeem invloedrijke personen in andere landen benadert, meestal mensen die daar geaccepteerd worden als leiders, om grote investeringen in die landen voor elkaar te krijgen. Vaak zijn die mensen bereid daarin mee te gaan, ondanks dat dit ten koste gaat van hun eigen land. Ze dienen dan de belangen van het Westen, omdat ze er zelf beter van worden.

Een Britse minister zei begin twintigste eeuw: ‘Wij controleren Egypte helemaal niet, wij controleren alleen maar hun leiders.’ Je controleert ze door ze bijvoorbeeld een opleiding in Cambridge te geven, zodat ze in een sociaal netwerk terecht komen waarbinnen de norm de Britse norm is. Terug in eigen land lijkt het dan alsof zo iemand zijn eigen land vertegenwoordigt, terwijl hij in feite bezig is Britse geopolitiek uit te voeren.

Je hoeft dus niet corrupt of chantabel te zijn om je eigen land te verraden?

Dat is inderdaad niet nodig. Internationaal denkende mensen lijken meer op elkaar dan op de mensen in hun eigen land. Hun norm is: internationaal, globaal, vaak progressief, denken. Erg aardige mensen allemaal. Maar ze zullen vooral keuzes maken binnen dat internationale systeem. Ook als ze leiders in hun eigen land worden. Als ze nationalistische keuzes gaan maken, dan raken ze de steun van de internationale gemeenschap kwijt. Dan komen de National Endowment for Democracy en andere non-gouvernementele organisaties naar hun land om de oppositie te steunen en onrust te stoken en ontstaan er problemen voor dat soort leiders. Totdat ze weer de dingen doen die ze geacht worden te doen, zoals IMF-hervormingen doorvoeren en World Trade Organisation-beleid uitvoeren.

U lijkt globalisering te zien als een negatieve ontwikkeling.

Een centraal geleide, uniforme wereld gaat ten koste van de individuele autonomie en houdt geen rekening met verschillen en mogelijkheden op lokaal niveau. Het leidt tot een verstikkende wereldbureaucratie die meer connecties heeft met de top van het internationale bedrijfsleven dan met de wereldbevolking.

Ik zou zeggen dat elk land, elke regio, zelfvoorzienend moet zijn en in 75 procent van de eigen basisbehoeften moet kunnen voorzien. Zo’n land kan daarnaast nog prima internationaal samenwerken. Maar het gebeurt dan vanuit lokale kracht, niet vanuit lokale zwakte.

Op Geopolitics and Cognition schrijft u dat veel mensen de ‘oncomfortabele waarheden’ op uw website als schokkend zullen ervaren.

Voor velen is het nieuw wat ik beschrijf. Dat is omdat ze via de mainstream media niet of nauwelijks met dit soort ideeën in contact komen. Veel mensen willen het ook niet weten. Vooral mensen die een beperkt begrip hebben van de wereld, zich netjes aan de regels houden en sterk leunen op autoriteiten. Die bewijs je geen dienst als je ze vertelt dat de autoriteiten wellicht totaal onbetrouwbaar zijn en mogelijk horen tot de slechtsten in de wereld. Je haalt dan de grond onder hun voeten weg.

Tegelijk vindt u het van groot belang dat mensen de spelletjes doorzien die er gespeeld worden op het wereldtoneel.

Ik vraag de lezers van de website: Waarvoor zet jij je in? Voor jezelf en voor alles waar je van houdt en waarmee je je verbonden voelt? Of voor een anonieme groep die jou in de val heeft gelokt met het spelen van een spel dat je niet volledig kunt overzien of begrijpt? Wellicht is onze huidige wereld een soort casino, dat zo is opgezet dat je gegarandeerd verliest. De Cyprioten zijn het grootste deel van hun spaargeld kwijtgeraakt en de Polen de helft van hun pensioenen. Dus waar hebben ze al die tijd voor gewerkt en gespaard? In elk geval minder in hun eigen voordeel dan ze altijd hadden gedacht. Dat kan in Nederland ook gebeuren.

[pullquote]De beslissing is aan jou of je uitgebuit wilt worden.[/pullquote]

Ik zeg dan: De beslissing is aan jou of je uitgebuit wilt worden. Als je besluit je leven door te brengen in een bubble van zalige onwetendheid, inschikkelijkheid en goedgelovigheid, dan is de kans groot dat daar misbruik van zal worden gemaakt en dat je wordt uitgebuit door dezelfde krachten die je onwetend en goedgelovig houden en inschikkelijk maken.

Door de machtsspelletjes aan de top te doorzien, stoot je minder snel je hoofd?

Ja, en je bent dan ook beter in staat bij te dragen aan een betere wereld. De Amerikaanse dichter Carl Sandburg zei ooit: “Eens beginnen ze een oorlog waar niemand komt opdagen.” En dat is een van de verborgen waarheden van de wereld waarin we leven: als wij ons niet langer lenen voor spelletjes die we bij voorbaat verliezen, zullen er geen oorlogen meer zijn, geen georganiseerde onderdrukking, geen dictatuur. Mensen moeten leren het verschil te zien tussen machtswellustige psychopaten en wijze leiders. Nog beter is het als ze geen leiders meer nodig hebben omdat ze zelf wijs genoeg geworden zijn.

U bent optimistisch gestemd over de invloed van het individu op de wereldpolitiek?

Ontwikkelingen op micro- en macroniveau zijn nauwer met elkaar verbonden dan mensen geneigd zijn te denken. Geopolitiek wordt weliswaar beïnvloed door wat er aan de conferentietafels van Bilderberg, Davos of elders wordt besproken, maar wordt uiteindelijk niet daar bepaald. Geopolitiek wordt bepaald aan de keukentafel. Zie de Sovjet-Unie. Die is in elkaar geklapt omdat niemand er meer in geloofde. De mogelijkheden die we tot onze beschikking hebben om de wereld te begrijpen zijn groter dan ooit. Dankzij internet is er een enorme hoeveelheid kwalitatief goede informatie voorhanden. Die is tussen alle rotzooi niet altijd even makkelijk te vinden. Maar de informatie is er, en is toegankelijker dan ooit. Als we ons door zelfstudie onafhankelijk maken van autoriteiten buiten onszelf, wacht de mensheid een zonnige toekomst met eindeloze mogelijkheden.

Een socialist zou nu zeggen: Als individu bereik je niks. Je moet je verenigen.

Dat lijkt me een slecht idee. Je mag je wel verenigen, maar je moet je nooit afhankelijk maken van een groot systeem. Want dan word je weer iemand die blind in een ideologie gelooft en conformistisch is, in plaats van kritisch-creatief.

U verkiest de weg van het anarchisme?

Nou ja, kijk. De biosfeer, de natuur, het leven zijn opgebouwd zonder centraal leiderschap. Dus laat overheden eerst maar bewijzen dat ze ook op lange termijn toegevoegde waarde bieden. Tot die tijd gebruik ik de behoefte aan een overheid als een maat voor een niet-ontwikkeld intellectueel vermogen.

Sommige diersoorten kennen alfa-mannetjes en vrouwtjes die het zaakje leiden.

Dat is zo. Maar daar heb je het over een ander soort leiderschap dan je doorgaans ziet in de mensenwereld. Een leidende rol in de dierenwereld krijg je alleen als je heel goed bent in het uitvoeren van een belangrijke taak. En niet door te netwerken of verkiezingen te houden.

U houdt zich bezig met stadslandbouw. Heeft dat een plaats in uw denken over geopolitiek?

Wij laten met de Stadsakker zien dat de boerderij van een eeuw geleden in essentie nog prima functioneert. Onze landbouw was vroeger volledig duurzaam. We nemen daar met de Stadsakker een voorbeeld aan en dat is ons al bijna gelukt.

De industriële landbouw bestaat nog maar 70 jaar. Die bestaat bij de gratie van groei, schuld en kosten die elders worden neergelegd. Dat systeem is gedoemd in elkaar te storten. Tegenwoordig moet je in de Noordoostpolder soms al drie meter diep ploegen om nog aan goede grond te komen; daarboven is alles volledig uitgewoond.

Je kunt een systeem dat je niet aanstaat, zoals de industriële landbouw, bevechten, maar je kunt het ook irrelevant maken, door op een plek te gaan zitten waar het systeem er geen last van heeft en jij je gang kunt gaan. Tegen de tijd dat het systeem zichzelf heeft opgeblazen kom jij met betere ideeën naar voren.

U stelt dat mensen in grote, bureaucratische organisaties gefnuikt worden in hun leerproces, omdat de omgeving waarin ze werken is losgezongen van de werkelijkheid. 

Wij hebben systemen gecreëerd die zo ver afstaan van de werkelijkheid dat we vaak niet meer worden geconfronteerd met de consequenties van ons eigen handelen buiten die systemen. Er is daarom een duidelijk verschil in competenties tussen managers, politici, ambtenaren en anderen die werken binnen zo’n systeem en bijvoorbeeld een tandarts. Als een tandarts iets fout doet, dan krijgt hij dat onmiddellijk terug van zijn klanten of hij ziet het bij het volgende consult. Hij wordt direct geconfronteerd met zijn eigen falen en leert daarvan. Politici, ambtenaren, managers, maar ook journalisten hebben amper zicht op de impact van hun acties in de echte wereld. Dit wil niet zeggen dat ze niet kunnen leren van hun fouten, maar in hun geval is het een stuk moeilijker.

Een politicus hoort iets, roept het een paar keer en het idee wordt overgenomen. Maar of het werkelijk klopt? Hij heeft geen flauw idee. Hij hoeft niet te begrijpen waar het over gaat, wat de consequenties zijn. Daarom kan een politicus ook zo’n waanzinnig laag begrip van de wereld hebben. Het enige wat hij van de werkelijkheid hoeft te begrijpen is hoe hij politicus kan blijven, dus hoe hij steeds weer mensen kan meekrijgen in zijn systeem of ideologie. Of dat een relatie heeft met de werkelijkheid doet er verder niet toe. Wijsheid is vaak ver te zoeken in de politiek. 

U stimuleert uw studenten wijsheid na te streven, onafhankelijke denkers te worden, zich te ontwikkelen tot educated minds.

[pullquote]Je kunt de hele encyclopedie uit je hoofd kennen en toch geen educated mind zijn.[/pullquote]

Onderwijspsycholoog William Perry heeft bestudeerd hoe het leerproces verliep bij zijn studenten aan Harvard. Op basis daarvan heeft hij de kenmerken beschreven van de educated mind. Het is niet per sé iemand die veel weet. Je kunt de hele encyclopedie uit je hoofd kennen en dan toch geen educated mind zijn. Het gaat om de manier waarop iemand leert en denkt. Een educated mind is vooral kritisch op de eigen gedachten en heeft zo geleerd om zich kennis van hoge kwaliteit eigen te maken. Zo iemand voelt zich ongemakkelijk met kennis die niet te onderbouwen is.

U maakt een onderscheid tussen wijsheid en intelligentie?

Die twee hebben inderdaad verrassend weinig met elkaar te maken. Hoewel intelligentie kan helpen om sneller wijs te worden, is het geen garantie hiervoor. Intelligentie, zoals gemeten in een test of examen, kun je zien als het vermogen om op basis van beschikbare informatie een van tevoren bekend ‘juist’ antwoord te geven. Intelligentie stelt je in staat, als je ervoor kiest, heel goed te worden op school en universiteit. Met hoge cijfers, een mooi diploma en een goed ontwikkeld taalvermogen komen intelligente mensen in belangrijke banen en op centrale posities terecht. Als ze wel intelligent maar niet wijs zijn, gaan ze daar precies doen wat ze hebben geleerd: de norm vertegenwoordigen. Zinvol improviseren en het beste maken van de mogelijkheden is heel wat anders. En dat doen ze niet.

U spreekt in dat verband van ‘superpapegaaien’?

Een ‘superpapegaai’ is iemand die op het juiste moment precies zegt wat de docent, of een andere autoriteit, graag wil horen, en die optreedt als spreekbuis van de door de autoriteiten voorgekauwde norm. Als verdedigers van de norm torpederen ze de verbetering van de leefomgeving. Nieuwe en goede, maar nog fragiele ideeën worden in de kiem gesmoord. En velen van hen noemen zich dan nog progressief ook.

[pullquote]Wijze mensen en échte intellectuelen zijn niet overdreven normgevoelig.[/pullquote]

Wijze mensen en échte intellectuelen zijn niet overdreven normgevoelig. Ze zijn geïnteresseerd in argumenten, inzichten, feiten waarvan ze kunnen leren. Als iemand met een prikkelend inzicht komt, wordt hun interesse gewekt. Iemand met levenswijsheid verstaat ook de kunst onder complexe omstandigheden met onvolledige informatie vaak juist te oordelen en te handelen. Die wijsheid doe je op door actief mee te doen in de wereld, hiervan te leren en de consequenties van het geleerde te aanvaarden.

Hoe voorkom je dat mensen ‘superpapegaaien’ worden? Of hoe stimuleer je dat ze zich ontwikkelen tot educated minds?

Je kunt anderen begeleiden naar self-empowerment, maar ze moeten het uiteindelijk zelf doen. Het is als het vrij laten van een dier dat opgegroeid is in een kooi. Je kunt de deur openzetten, maar als het dier te bang is om zijn vertrouwde omgeving te verlaten, dan zal het niet de vrijheid nemen die je het toestaat. Vrijheid word je nooit gegeven, je moet het nemen, en vaak zonder een open deur die je toelacht. Je empowert jezelf door ervaring op te doen en aan zelfvertrouwen te winnen. Van belang daarbij is een stabiele, veilige thuissituatie, een stimulerende omgeving, waar je op terug kunt vallen bij mislukkingen, je successen kunt vieren en aangemoedigd wordt.

Het is misschien makkelijker om mensen tot papegaai te maken? 

Het disempoweren van anderen is het belangrijkste dat je nodig hebt om macht te verwerven en houden. Er zijn nogal wat organisaties die hiervoor kunnen worden ingezet: de mainstream media, het leger, onderwijsinstellingen, en ook georganiseerde religies, denktanks en liefdadigheidsinstellingen, en niet in de laatste plaats overheden en grote bedrijven.

Mensen die disempowered zijn, tonen zich vaak sterk afhankelijk van nota bene de structuren die ze in hun zelfontplooiing tegenhouden, die ze in hun denken en handelen beperken en problemen voor ze veroorzaken en in stand houden. Disempowerment zorgt ervoor dat mensen zich door autoriteiten laten vertellen wat ze moeten denken en doen.

Mensen die existentieel afhankelijk zijn van autoriteit worden door u aangeduid met de term authoritarians.

Ik onderscheid twee soorten authoritarians. De ene soort gelooft alles wat ze verteld wordt, hoe vaak het verhaal ook veranderd wordt. De andere groep die nog enigszins zelf kan nadenken, en de eigen regering niet meer vertrouwt, blijft toch in de basis afhankelijk van een autoriteit buiten zichzelf, want schenkt zijn vertrouwen aan een nieuwe regering met hetzelfde gemak waarmee hij zijn vertrouwen heeft geschonken aan de vorige.

Terugkomend op 9/11: Het belangrijkste is niet wat er precies gebeurd is die dag, maar de vraag: geloof je blind het officiële verhaal of heb je het intellectuele vermogen om zelf een solide onderbouwde mening te vormen? Als je tot de eerste groep hoort, dan maakt het niet uit hoe belachelijk het verhaal is dat autoriteiten je vertellen. Je zult het hoe dan ook verdedigen en je zult redenen vinden om mensen die wat anders geloven in diskrediet te brengen.

Als je zo denkt dan ben je een brave pion, zoals Adolf Eichmann, één van de hoofdverantwoordelijken voor de massamoord op de joden en andere slachtoffers van het Derde Rijk. Voor Eichmann maakte het niet uit of het systeem dat hij diende verwerpelijk was of niet. Voor hem was moreel gedrag het zo goed mogelijk bijdragen aan het systeem. De mensen die hem onderzochten, toen hij door de Israëli’s gevangen genomen was, vonden hem vooral normaal en erg aardig.

[pullquote]Ik heb niet de ambitie mensen te overtuigen van mijn visie op de wereld. Ik wil alleen dat ze beter leren nadenken.[/pullquote]

Mensen die het systeem waar ze deel van uitmaken niet kunnen bekritiseren, kunnen de gedachte niet verdragen dat ze aan een kakistocratie bijdragen. Zij houden deze daarmee uiteindelijk in stand. Door het simpelweg niet voor mogelijk te houden dat ze bestuurd worden door de slechtsten. 

Is het niet moeilijk om als educated mind een positie aan de universiteit te verwerven en te behouden?

Ik hou mij voldoende aan de regels om er niet uitgegooid te worden, en ik krijg goede evaluaties van mijn studenten. Het is ook niet voor niets dat ik associated professor ben en geen hoogleraar. Als hoogleraar zit je vast aan een vakgebied. Dat wil ik niet. Na vijf jaar wil ik iets anders gaan doen. Ik ben iemand die steeds naar plekken gaat waar iets te ontdekken valt, of dat nu signaalanalyse, cognitiewetenschap, geluidsoverlast of geopolitiek is. Ik kom weleens buiten de comfortzone van mensen. Dat vinden ze niet leuk. Maar dat heb je overal. Niet alleen aan de universiteit. Ik heb niet de ambitie mensen te overtuigen van mijn visie op de wereld. Ik wil alleen dat ze beter leren nadenken. Als ze echt goed kunnen nadenken heb ik vertrouwen in hun gedachten, hun opinies en de uitkomsten van hun handelen en bemoei ik me niet met wat ze precies denken.

Posted on

Sid Lukkassen: Deugdynamiek verziekt het publieke debat

In de eerste aflevering van zijn nieuwe podcast sprak Sander van Luit met Sid Lukkassen over zijn project ‘Verhalen uit de samenleving’. Met dit project wil Lukkassen weer ruimte scheppen voor een open publiek debat op basis van rationale analyses en zonder de politiek-correcte denkverboden en “deugdynamiek” die het publieke debat in de bredere samenleving en op sociale media zo dikwijls verzieken.

Die nieuwe ruimte heeft Lukassen ‘De Nieuwe Kerk’ genoemd, waarbij het natuurlijk niet om een kerk in de gebruikelijke zin van het woord gaat, maar veeleer om het creëren van een bastion van het vrije woord, waar een echt debat gevoerd kan worden op basis van redelijke argumenten in plaats van ad hominems en denunciatie.

De crowdfunding voor het project vind je hier.

Het gesprek is hieronder te beluisteren:

[mixcloud https://www.mixcloud.com/sander-van-luit/vrij-denken-met-sander-van-luit-1-sid-lukkassen-over-de-nieuwe-kerk/ width=100% height=120 hide_cover=1]

 

Posted on

Bang voor rechts

Wat de Volkskrant vorig jaar zomer op papier deed, doet de VPRO dit voorjaar op beeld nog eens dunnetjes over. Het vrijzinnig progressief kartel ontdekt dat er iets beweegt in Europa. Tot verbijstering van het linkse journaille zeggen steeds meer Europese jongeren dat ze rechts zijn. En dat in het herdenkingsjaar van ‘1968’.

Zo zond de VPRO in haar documentaireserie Tegenlicht afgelopen zondag een portret uit van die rechtse jongeren in Duitsland en Oostenrijk. ‘Radicaal rechtse voorhoede‘ luidt de titel. De identitaire jeugd kwam in beeld en aan het woord in zo’n typische vrijzinnig-progressieve sfeerreportage. Sneeuw jaagt over de oneindige Midden-Europese vlakte. Een bus baant zich een weg over een eindeloze weg die in het witte niets verdwijnt. Verlaten dorpen, met een paar passanten die zich in de sneeuw buiten wagen. IJzig is de sfeer, winters, wit, wind. Maar binnen, in lokalen, is het warm en zitten veel jongeren aan het bier. Identitaire vlaggen hangen aan het plafond. Studenten bedrijfskunde, communicatie en geschiedenis leggen onomwonden uit waarom ze zich rechts noemen. Het wordt de gemiddelde kijker niet moeilijk gemaakt om zich 100 jaar terug in de tijd te wanen, toen Duitse jongeren samenkwamen in ‘bierkellers’. En buiten begroet een wat oudere man een geit. Sneeuwjachten huilen rond zijn statige woning. Het is Götz Kubitschek, uitgever en publicist, die door de documentairemaakster als spil in het nieuwrechtse en identitaire web wordt geplaatst.

Toch is het portret verrassend genuanceerder dan de makers pakweg 10 à 15 jaar geleden zouden hebben gemaakt. Op de Leipziger Buchmesse, waar Kubitschek en zijn vrouw hun boeken presenteerden, zien we wezenloze en inhoudsloze linkse jongeren leuzen scanderen en vechtpartijtjes uitlokken. De jongeren van Jungeuropa Verlag vertellen gewoon hun verhaal. “Ik vind het niks dat de focus steeds op de islam of de moslims ligt of die stomme vluchtelingen. Mijn focus ligt op het systeem. Het is de schuld van ons systeem en onze volledig mislukte politiek dat die mensen hier zijn uitgenodigd en hierheen gelokt en zomaar binnengelaten… We moeten dus de politiek bekritiseren die die mensen toeliet. Er moet een volledige herstructurering komen.”

Dat wil niet zeggen dat het een gedegen portret is dat documentairemaakster Britta Hosman heeft afgeleverd. Kubitschek, de Identitairen en het Forum voor Democratie worden in een adem genoemd. Alsof er geen inhoudelijke verschillen bestaan tussen deze drie vertegenwoordigers van ‘rechts’. Want zijn ze wel alle drie rechts? En vindt het hameren op “typisch Nederlandse waarden als het homohuwelijk” van Baudet c.s. wel instemming bij de Europese Identitairen? Hun focus is namelijk veel breder dan het door links zo verfoeide nationalisme. Zij spreken over een Europese heimat en Europese waarden die diametraal staan op de moderne liberale ideologie.

Maar gelukkig weet Britta Hosman de ware beweegredenen van al die rechtse jongeren. “Het overgrote deel zegt: ik ben bang voor de moderne tijd, ik weet niet hoe ik er mee om moet gaan,” zegt ze in een toelichting op haar documentaire. En met Freud zijn we dan weer terug bij de typisch linkse verklaring van alles wat in hun wereldbeeld niet past: “die mensen zijn gewoon bang”. En daarmee hoef je inhoudelijk niet op hun motivaties te reageren, hoef je inhoudelijk niet met hen in discussie te gaan. En zijn we weer terug bij de ijzige winterse beelden van de oneindige Midden-Europese vlakte, die vooral als doel hebben dat we toch wel bang moeten zijn voor al die bange jongeren…

Posted on

Wat is chaos? Een cultuur-filosofisch gesprek

Na eerder de vraag ‘Wat is cultuur?‘ uitgediept te hebben, voerden Wim van den Bergh van de Batavieren Podcast en uitgever en filosoof Tom Zwitser onlangs opnieuw een uitgebreid gesprek met elkaar. Nu vanuit de tegenovergestelde benadering: ‘Wat is chaos?’ Dit mede naar aanleiding van dingen die de Canadese hoogleraar psychologie en cultuurcriticus Jordan Peterson daar enige tijd geleden over zei op de conferentie van De Nederlandse Leeuw.

“De vraag wat chaos precies is”, aldus Zwitser “is heel interessant, want niemand heeft daar direct een beeld bij. Hooguit zou je kunnen zeggen: chaos is een gefragmenteerde orde of datgene wat eerst ordelijk in elkaar zat, maar versplinterd is of kapot is. En dat ervaar je als chaos. Maar chaos zelf? Wat kan chaos nou zelf zijn? Dat is eigenlijk veel lastiger.”

Het gesprek van zo’n anderhalf uur is hier te bekijken:

Tom Zwitser ~ Heerlijke platte wereld

 

Posted on

Pulsvisserij en de stoommachine: Frankrijk en de EU

In de 17e eeuw joeg Frankrijk een van vaders van de stoommachine haar land uit. In 2018 heeft Frankrijk wederom succesvol op een succesvolle industriële ontwikkeling gejaagd. Met het EU-verbod op pulsvisserij wordt jaren onderzoek de nek omgedraaid. Belangrijker nog, het toont een fundamenteel probleem van de EU. Het is en blijft een staat op zoek naar een volk. Er is slechts een verbond van volkeren waarboven belangengroepen staan. Deze belangengroepen zorgen voor zichzelf in naam van de rest. Dit ligt ten eerste aan de aard van het Europese continent, en ten tweede aan een van de basisgedachten van de Europese Unie.

Geografie en de ontwikkeling van volken

Het Europese continent is uiterst divers in haar geografie. Het ene land heeft uitgebreide vlakten waar graan welig kan tieren, terwijl diezelfde vlakte bij een ander onbruikbare toendra’s zijn. Bergen dwingen een andere ontwikkeling af dan moerasgebieden. Zo ook is het met de volken die zich in al deze verschillende gebieden gevestigd hebben. Op vele ontelbare kleine manieren ontstonden zo de verschillen in gebruik van de omgeving. Net als in de verwoording daarvan en zo in het taalgebruik. Het eindigt met het ontstaan van verschillende gebruiken die een onderdeel vormen van een volk, groot of klein. Daaruit is mede ook de gedachte ontstaan dat de eigen mensen, het eigen volk, de natie, voor zichzelf dient te zorgen.

Tegenwoordig cultiveren overheden die gedachten om landen en diens stemmers te mobiliseren. “Geen cent meer naar Griekenland” in Nederland versus “Merkel is de nieuwe Hitler” in Griekenland. Het voeden van deze sentimenten wordt tegenwoordig versterkt door de EU.

Een monopolie als basisgedachte

De EU heeft als basisgedachte namelijk een douane unie. Dat veroorzaakt twee dingen. Allereerst bemoeilijkt het handel met de rest van de wereld. Ten tweede dwingt de EU, mede door die douane-unie, om de producten van ons omringende landen af te nemen. Daarmee is de EU niet voor vrije handel. De EU is voor controle op handel binnen de eigen douane-unie. Iedereen die daarbuiten valt is onderwerp van politiek. J.S. Mill had al bedacht dat internationale handel niet tot de economische vrijheid van het individu behoort. Het diende het exclusieve domein van overheden te zijn.

Wat heeft dit te maken met pulsvisserij? Zoals gezegd monopoliseert de EU een bepaald geografisch gebied. Dat betekent dat allen die zich daarbinnen bevinden concurrenten worden om die monopoliepositie. Wie de macht heeft kan de koers uitzetten. Landen zelf zijn niet sterk genoeg om die monopoliepositie te claimen. Dus worden er coalities gevormd. In die coalities tussen de vertegenwoordigers van landen spelen wederom op zijn minst twee aspecten een grote rol.

Gevolgen voor industriële ontwikkeling

Het eerste is dat de coalitie om beleidspunten moet gaan, dus om concrete zaken. Over ideeën kan men immers twisten, over uitruilbare stemmen niet. Het tweede heeft betrekking op de pulsvisserij. Voor Franse vissers is de pulsvisserij vooralsnog onbetaalbaar. Vissers uit Nederland verkrijgen een voordeel ten opzichte van die Franse vissers. Dat is niet in Frans, electoraal, belang. Dus mag een dergelijke ontwikkeling niet plaatsvinden. In Frankrijk zal dit als een overwinning gevierd worden. Voor de mensen in Nederland die hierin hebben geïnvesteerd betekent het een groot verlies.

Daarmee komt het fundamentele probleem van de EU naar voren. Nationale belangen worden behartigd in een kunstmatig afgesloten geografisch gebied. Daarbinnen moeten landen dezelfde wetten, regels, afspraken naleven. Iedereen moet gelijk behandeld worden. Alles moet hetzelfde zijn. Het gevolg is dat wanneer iemand voorop dreigt te gaan lopen deze teruggefloten zal worden door hen die niet de capaciteit hebben om mee te komen. Dat is het geval met de Franse vissers.

De oplossing is niet alle vissers dwingen hetzelfde te doen. De oplossing zou zijn hen te laten werken naar eigen kunnen, naar eigen inzicht en vermogen. Binnen de EU kán men echter niet anders fungeren. Om die macht moét gevochten worden, anders zal ‘de concurrent’ profiteren. Om mee te spelen moét men groot zijn. Nieuwe ontwikkelingen worden altijd de dupe van deze kunstmatige machtsspelletjes. Daadwerkelijke ontwikkeling vindt namelijk niet plaats in het bekende dat deze belangen vertegenwoordigen, maar in het nieuwe.

Vrije zee, vrije landen

Zonder de EU kunnen Nederlandse vissers de eigen territoriale wateren beheersen zoals zij dat willen. Als dat betekent dat door pulsvisserij de zeebodem er in de toekomst beter bijligt dan in de rest van het continent betekent dat twee dingen. Allereerst dat wij als Nederlanders er trots op mogen zijn zo’n bijdrage aan natuurbescherming én de visserij te kunnen leveren. Ten tweede dat die Nederlanders die daarin geïnvesteerd hebben hun producten kunnen gaan verkopen aan de rest van de wereld. Beide mogelijkheden zijn nu door de neuzen van honderden betrokkenen geboord.

Daarmee zijn geografie en volk nog steeds bepalend. Nederlanders zijn, om wat voor reden dan ook, blijkbaar meer werklustig in het zoeken naar oplossingen die mens en natuur verder brengen. Als riviermond bewoners zijn Nederlanders nog steeds verbonden met de oceaan en de wereld die daarbij hoort. Dat het onderzoek om met die wereld beter samen te kunnen bestaan onmogelijk wordt gemaakt door een geografisch construct dat EU heet is dan ook uiterst destructief. Dat Frankrijk de uitvinder van de voorlopers van de stoommachine uit eigen land wegjoeg is tot daar aan toe. Dat ze nu ook nog industriële ontwikkeling in andere landen gaan tegenhouden is helemaal verrückt. De Nederlandse regering zou er goed aan doen dit verbod te negeren.

Posted on

Grenzeloze experimenten

Bruno Latour

De Franse filosoof Bruno Latour spreekt in de Volkskrant. Aanleiding is zijn nieuwste boek, waarin hij klimaat, globalisering en migratie met elkaar verbindt. Volgens de filosoof is de klimaatkwestie dé geopolitieke kwestie van deze tijd. ‘Godin aarde slaat terug’ staat er boven het interview, waarmee Latour wil zeggen dat het klimaat de grenzen van wetenschap en oneindige groei aangeeft.

Hij begrijpt de reactie – die hij rechts noemt – op de lege belofte van eeuwigdurende vooruitgang. “Veel mensen willen daarom naar de oude natiestaat, omdat ze weten dat de droom van ‘outer space’ , van oneindige toegang tot natuurlijke hulpbronnen voorbij is… De horizon van moderniteit en economische groei is verdwenen. ” Links heeft hierop geen antwoord, want ze verkondigde zelf dat mantra decennialang. Latour wil hen een alternatief aandragen, omdat hij vindt dat links het beste antwoord heeft op mondiale ontwikkelingen zoals klimaatverandering, globalisering en migratie.

Maar ook bij de ideeën van Latour is de vraag ‘wat is links’ en ‘wat is rechts’? Want links is tegenwoordig gevangen in de bizarre cultus van identiteitspolitiek. Daarin strijden diverse groepen een wedstrijd wie het meest slachtoffer is. Hoor je daar niet bij – ben je niet slachtoffer genoeg, of erger, ben je onderdrukker – dan mag je niet meedoen. Dat bepaalt hun denken en handelen: een versplintering van politiek en samenleving. Waar Latour rechts van beschuldigt – zoeken naar identiteit in de oude natiestaat – doet links in overtreffende trap. Niet de trots op eigen cultuur, maar de prijs voor ‘het grootste slachtoffer’ is hun ideaal. Daar zal het “Europa als patrie”, waar Latour zijn hoop op vestigt, geen antwoord op zijn.

Kortom, ook Latour blijft een gevangene van het Franse denken dat zo typerend is voor ‘La Rive Gauche’. Het doet denken aan die sleetse jaren zeventig-opvatting, dat “de kraan linksom open gaat en rechtsom gesloten” wordt. Want ook Latour droomt van openheid en daarmee van grenzeloze experimenten, waarin voor de individuele mens geen plaats is. En naoorlogs links heeft deze experimenten – van Culturele Revolutie tot Seksuele Revolutie tot Humanitaire Revolutie – altijd gepropageerd. De gevolgen ervan ondervinden mensen waar ook ter wereld tot op de dag van vandaag. Dat is dé geopolitieke kwestie van deze tijd.

Posted on

Vuurwerk is niet leuk

Een van mijn grootste angsten is dat secularisatie niet alleen geloof en kerk aantast, maar ook de alledaagse dingen in het leven. Geloof het of niet, maar de discussie over vuurwerk is door en door geseculariseerd en keert zich tegen het diep menselijke aspect van de beleving van Oud en Nieuw. De argumenten tegen vuurwerk slaan wat mij betreft de plank mis, omdat weinig mensen in deze tijd kunnen peilen waarom er eigenlijk vuurwerk juist op dat punt in de tijd wordt afgestoken. Mensen die betogen tegen vuurwerk afsteken veronderstellen een lineaire tijdsdimensie, met andere woorden een geseculariseerde, platte tijd die niks anders is dan de voortgaande opsomming seconden, minuten, uren, zonder onderling verschil.

Dit blijkt vooral uit de argumenten die worden gebruikt, vuurwerk zorgt voor overlast, het is geldverspilling, slecht voor het milieu en huisdier. Zelfs christenen betogen dat vuurwerk afsteken een teken is van slecht rentmeesterschap, en dus zonde. Ook de jaarlijkse gewonden door ongelukken met vuurwerk worden aangedragen. Kortom, laat vuurwerk achterwege of laat het afsteken door professionals op een afgezonderd terrein, maar zorg er in vredesnaam voor dat Oud en Nieuw leuk is voor zoveel mogelijk mensen. Alsof Oud en Nieuw een moment is als ieder ander.

Het idee van vuurwerk is juist dat het past bij Oud en Nieuw omdat dit tijdstip een kwalitatief andere tijd is. Het tapt in een diepere tijdsdimensie, die niet zozeer chronologisch iets uitmaakt, maar wel de kwaliteit van het huidige moment verandert.

Nieuwjaarsduik bij Scheveningen (foto: Alexander Fritze)

En op zo’n moment breekt er een chaos door die alle orde en gevestigde regels op losse schroeven zet. De normale gang van zaken geldt niet meer, nu zijn er andere verhoudingen en regels. De straten zijn chaotisch met veel volk en overal wordt geknald. In de breuklijn van de kalender dringt een diepere tijd door, een tijd van overgang van de ene status naar een andere status, een liminale tijd. Dit wortelt diep in de menselijke tijdsbeleving, het is een fout om te denken dat deze chaos en plotselinge speling in alledaagse regels slechts fungeert als een soort veiligheidsventiel. Het komt voort uit de beleving dat tijd meer is dan het ene inwisselbare moment na het andere inwisselbare moment. Het moment van Oud en Nieuw is speciaal  en er is niets passender bij het moment om vuurwerk af te steken. Daarom is het fout om te betogen dat Oud en Nieuw, en in het bijzonder, vuurwerk afsteken leuk moet zijn voor ieder moment. Vuurwerk is niet leuk, het is chaotisch, gevaarlijk, ondermijnend.

In zijn boek A Secular Age behandelt Charles Taylor dit soort tijden, voornamelijk bij de viering van Carnaval. Daarin breekt de anti-orde sterker en duidelijker door. Naar analogie kunnen we ook deze liminale en chaotische tijdsperiodes terug herkennen in ontgroeningen bij studentenverenigingen, zelfs de examenstunt op een middelbare school wordt in een nieuw licht gezet door het besef van een diepere tijd. Oud en Nieuw met het bijbehorende vuurwerk valt ook onder dit soort tijden van een andere orde, juist omdat zo duidelijk wordt waar het fout gaat. Menselijk welzijn is de enige waarde die geldt, er is niks wat er tegenover staat en menselijk welzijn overstijgt. Het is te zien in de utilistische argumenten tegen vuurwerk. Vuurwerk moet leuk en ongevaarlijk zijn. Vuurwerk is niet leuk en het is niet ongevaarlijk. Het hoort bij een tijd van chaos die de bestaande orde onder een bedreigende spanning zet. Wie betoogt dat vuurwerk leuk en ongevaarlijk moet zijn  is bezig met domesticerende secularisering van de mens in zijn alledaagse leven.