Posted on

De 10 meest gelezen artikels van 2018

In het afgelopen jaar heeft Novini weer iedere week diverse artikels gepubliceerd, uiteenlopend van nieuwsberichten tot uitgebreide interviews en van opiniestukken tot reportages. Sommige artikels trokken meer lezers dan andere, hieronder sommen we de tien meest gelezen artikels van 2018 op.

10. Dutchbat – Militairen bleken op gifbelt gestationeerd

Dit artikel werd pas eind november gepubliceerd en heeft niettemin de top tien van 2018 gehaald. Edwin Giltay haalde met zijn reportage, waarvoor hij met diverse betrokkenen sprak, dan ook feiten boven water die andere media nog niet vermeld hadden.

http://www.novini.nl/dutchbat-militairen-bleken-op-gifbelt-gestationeerd/

9. ‘MH17-onderzoek deugt niet’

De ramp met de MH17 uit juli 2014 hield de Nederlanders ook in 2018 nog altijd bezig. Na zijn duo-interview met Max van der Werff en Marcel van den Berg in juli 2017, sprak hij een jaar later opnieuw met MH17-expert Max van der Werff.

http://www.novini.nl/mh17-onderzoek-deugt-niet/

8. Onzin en hysterie over gifaanval in Verenigd Koninkrijk

Willy Van Damme duikt altijd diep in de materie en zegt vervolgens waar het op staat. In andere artikelen ontleedde hij de oorlog tegen Syrië en de beschuldigingen over gifgasaanvallen. Toen de Britse regering echter Rusland beschuldigde van poging tot moord op Britse ingezetenen, beende Van Damme ook deze kwestie in een reeks artikelen volkomen uit.

http://www.novini.nl/onzin-en-hysterie-over-gifaanval-in-verenigd-koninkrijk/

7. MH17 – ‘JIT-getuige gemarteld door Oekraïne’

In de zomer van 2018 schreef Stefan Beck een reeks artikelen over de ramp met MH17, op basis van zijn journalistieke handwerk ter plaatse. Anders dan mainstream-journalisten snijdt Beck nergens een bocht af, maar blijft hij steeds genuanceerd verschillende kanten en mogelijke scenario’s belichten.

http://www.novini.nl/mh17-jit-getuige-gemarteld-door-oekraine/

6. Defensie flatert voort

Afgelopen zomer publiceerden we op Novini eveneens een artikel van Jeroen Stam, waarin hij een overzicht geeft van recente misstanden bij Defensie. De neiging om zaken in de doofpot te stoppen lijkt wel in het DNA van dit instituut te zitten. Het grote nadeel daarvan is dat het Defensie belemmert om van haar fouten te leren.

http://www.novini.nl/defensie-flatert-voort/

5. “Belasting is diefstal”

Een opvallend geluid, dat door zijn radicaliteit veel lezers trekt en fel bediscussieerd wordt. Het is ieders morele plicht zo weinig mogelijk belasting te betalen, vindt belastingadviseur Toine Manders. Manders staat voor zijn principes en wil ze desnoods voor de rechter verdedigen.

http://www.novini.nl/belasting-is-diefstal/

4. MH17 – Grote brokstukken MH17 nog op rampplek

In de zomer van 2018 schreef Stefan Beck een reeks artikelen over de ramp met MH17, op basis van zijn journalistieke handwerk ter plaatse. Anders dan mainstream-journalisten snijdt Beck nergens een bocht af, maar blijft hij steeds genuanceerd verschillende kanten en mogelijke scenario’s belichten.

http://www.novini.nl/mh17-grote-brokstukken-mh17-nog-op-rampplek/

3. “Demonisering Poetin is zeer gevaarlijk”

In februari sprak Eric van de Beek met Marie-Thérèse ter Haar, de grande dame van de Nederlands-Russische betrekkingen. Zij maakt zich ernstig zorgen over de anti-Poetin-retoriek in de Nederlandse pers en politiek.

http://www.novini.nl/demonisering-poetin-is-zeer-gevaarlijk/

2. “Het zijn de slechtsten die regeren”

Het bestuur van westerse landen vertoont kenmerken van een kakistocratie, vindt cognitiewetenschapper Tjeerd Andringa. “Het zijn de slechtsten die regeren.” De enigen die hier een einde aan kunnen maken, zijn wijzelf. “Geopolitiek wordt bepaald aan de keukentafel.” Dit interview uit juni werd verslonden door de lezers en is in korte tijd uitgegroeid tot een klassieker in de kanon van menig tweep.

http://www.novini.nl/het-zijn-de-slechtsten-die-regeren/

1. Waarom Lubach het nét niet snapt en we juist allemaal op Facebook moeten blijven

Marjolein van Pagee bezorgde ons met dit scherpe opiniestuk de nodige logistieke problemen. Ze haakte ermee in op een oproep van de bekende televisiepersoonlijkheid Arjen Lubach om Facebook te verlaten. Het artikel trok in korte tijd veel lezers. Naast onze vaste lezers, ging het daarbij natuurlijk ook om lezers die zich over het algemeen niet voor (geo)politiek interesseren, maar wel gebruik maken van Facebook en naar Zondag met Lubach kijken. Van Pagee wist met haar opinie door te dringen tot het gesprek van de dag in menig bedrijfskantine.

http://www.novini.nl/waarom-lubach-het-net-niet-snapt-en-we-juist-allemaal-op-facebook-moeten-blijven/

Net buiten de top 10:

Naast deze tien artikels waren er natuurlijk nog ettelijke stukken die net buiten de top tien vallen. Bijvoorbeeld dit stuk van onze vaste columnist Gerard Koning:

http://www.novini.nl/wierd-duk-geeft-antifa-koekje-van-eigen-deeg/

 

Posted on

“Verräter schlafen nicht” ~ Persoonlijke terugblik op 50 jaar revolutie

“Verräter schlafen nicht”, luidt de wat sinistere titel van het in boekvorm uitgegeven lange interview dat Sebastian Maaß had met de Duitse intellectueel Günter Maschke. In de jaren zestig radicaal links, maar nu overtuigd reactionair. In het linkse kamp krijgt zo’n bekeerling (‘renegaat’) al snel de titel ‘verrader’. “The left is an authoritarian movement that wants total compliance with its dictates with severe punishments for those who disobey,” aldus Daniel Greenfield.

Er valt niet te ontkomen aan ’50 jaar na 1968′. De media staan bol van de terugblikken, interviews, analyses en documentaires van de westerse studentenopstanden. Vorig jaar de ‘Summer of Love’, nu ’50 jaar na de Barricaden’. 2018 betekent niet een afrekening van 50 jaar ideologische verdwazing, een streep er door en er onder, maar eerder een weemoedig terugblikken. De wetenschappers en journalisten die dankzij hun “lange mars door de instellingen” hun huidige posities hebben toegeëigend, zien namelijk hun politieke idealen als zand door hun handen wegglippen. De linkse façade verkruimelt.

2018 is voor deze auteur ook een mooi moment om een streep onder zijn linkse verleden te zetten. Een ‘Afscheid van domineesland’*, met een hat tip naar Menno ter Braak. Want ‘predikers’ zijn het, die linkse ideologen, vergadertijgers, apparatsjiks en activisten, die van ons land een nachtmerrie hebben gemaakt. Ze hebben het onderwijs verwoest. Decennialang hebben ze daadwerkelijk vernietiging en terreur uitgevoerd, nu worden ze hysterisch over haat-symbolen. Ze hebben het christendom uit het publieke leven gebannen. In een poging het daadwerkelijk uit te roeien. Ze hebben hun eigen kansels gecreëerd of veroverd, om van daaruit hun zedenpreken over het schijnbare racisme en schijnbare patriarchale karakter van de Nederlanders te verkondigen. Ze maakten hun eigen Tien Geboden en vaardigden hun eigen dogma’s af: gij zult geen onderscheid maken; gij zult iedere vreemdeling met open armen ontvangen; gij zult geen auto rijden (behalve een Volvo, want die wordt in het linkse paradijs Zweden gemaakt); gij zult eeuwig boetedoening doen over de slavernij; gij zult iedere godsdienst met respect bejegenen, behalve de christelijke. Enzovoorts. Ze kenden hun eigen heiligenpantheon: Castro, Che Guevara, Mao, Ho Chi-min, Baader, Meinhof, Mandela, e.a. Onder leiding van domineeszoon Freek de Jonge en ex-priester Huub Oosterhuis trok het progressieve volksdeel door de burgerlijke woestijn richting het rode land.

Ondergetekende marcheerde enkele decennia mee achter de rode en zwarte vaandels. Hij hield er zelfs een betaalde baan aan over, bij een van de vele gesubsidieerde instellingen die de ‘rooie rakkers’ in snel tempo oprichtten en financierden met heel veel zakken belastinggeld. In de rode wereld lopen opvallend veel ex-gelovigen rond, die deels door een politieke uitleg van de bijbel – de erfenis van de jaren zestig en de vele bevrijdingstheologieën die nadien als paddenstoelen uit de grond opkwamen – een andere roeping gingen volgen. Schrijver dezes was er een van, hoewel ik mij niet meer kan herinneren dat ik politieke theologie heb gehoord. Zo subtiel ging dat. Toch is ergens dat linkse zaadje geplant en tot wasdom gekomen.

Sentimentaliteit speelde (en speelt) een belangrijke rol in het linkse denken, naast ressentiment. Dieren en de minder bedeelden zijn al snel zielig. Dat was voor mij ook de ingang tot het linkse denken. En al snel moet dat (linkse) paradijs hier op aarde en wel binnen afzienbare tijd gerealiseerd worden. “Progressives are so enthralled by their dreams of a heaven on earth that they see those who oppose their dreams as evil, which is why they hate them,” schrijft David Horowitz. Een stroom van boeken en tijdschriften vergiftigde het denken. Common sense en een natuurlijk besef dat het een en ander absoluut niet klopte, werden verdoofd en ter zijde geschoven met veel alcohol. Waar echte arbeiders voor de Tweede Wereldoorlog trots lid waren van de Blauwe Knoop, sponsorden de linkse activisten van de afgelopen decennia de bierbrouwers. Een voorbehoud ter verdediging: ik heb altijd een zwak gehad voor goed geklede mensen, droeg zelf meestal een wit overhemd en bezat meerdere paren nette herenschoenen. Heel fout, maar dit terzijde.

Begiftigd met een vlotte pen, verschenen al snel opinies en beschouwingen in de diverse linkse ‘zines’ (links codewoord voor tijdschriften). Een paar nachten in een kraakpand genazen mij al snel van dit fenomeen: smerig, koud en uiterst totalitair (zeep gebruiken was uit den boze, want burgerlijk). Er zijn heel wat voetstappen gezet in demonstraties voor welk goed doel dan ook (hoewel ik nog steeds achter de uitgangspunten van mijn allereerste demonstratie sta, het behoud van de kinderboerderij). Affiches en stickers plakken, Zuid-Afrikaanse straatnamen hernoemen met zelfgemaakte borden, en vooral continu opzoek naar fascistische tendensen in de samenleving. En fascisme was voor ons een héél breed begrip. Ik herinner me nog het schema op A1-formaat met alle verbindingen en dwarsverbanden van wat wij extreemrechtse organisaties en personen vonden. Ter illustratie: de EO stond, naast Janmaat en Glimmerveen, in dat schema… Kortom, het fascisme was overal.

Tot die avond toen de VPRO nota bene, het lange interview van Wim Kayzer met Roger Scruton uitzond. Een revelatie in de ware zin van het woord! Eindelijk een persoon die precies verwoordde wat ik al lang dacht, maar niet kon – en durfde! – verwoorden. En ook nog iemand met goede manieren. Het begin van een politieke bekering, die liep via de Edmund Burkestichting – ik was aanwezig op de oprichtingsbijeenkomst – en Catholica tot het conservatief-reactionaire denken van Sezession. Maar echt afscheid nemen van het (radicaal) linkse denken was niet aan de orde. Gebrek aan durf, lafheid? Of simpelweg “wiens brood men eet, diens woord men spreekt”? Want dat linkse denken, na decennia ondergedompeld te zijn, valt niet een-twee-drie uit te roeien. Het rode monster laat zich niet zo gemakkelijk verslaan. Het is hardnekkiger (en minder fraai) dan Zevenblad.

“I fought with my twin, that enemy within”, zingt Bob Dylan. Links denken betekent een hersenspoeling. Dat moet ook wel, want de common sense van ieder mens weet van nature dat wat links wil, niet kan. En toch gebeurt het. De vlotte pen bood nog steeds zijn diensten aan. De fascisme-radar werd (tot voor kort) niet buiten werking gesteld. En dat resulteerde in artikelen waarin bepaalde katholieke organisaties (Civitas) ontleed en op de korrel werden genomen. Maar ook rechtse politici en opiniemakers (Baudet en Prosman) werden aan een genadeloze analyse op papier onderworpen. Paranoia alom.

Terugblikkend is het lastig om een verklaring te geven. Het eerder genoemde ressentiment speelt zeker een rol. Naast een zucht naar erkenning. En geestelijke luiheid, want een eenmaal getrokken spoor verlaten is hard werken. De sentimentaliteit – de bron waar alles begon – valt ook niet te onderschatten. Het is een bizarre paradox: (radicaal) links is keihard, maar het leeft van zieligheid: zielig diertje, zielige vluchteling, zielige homo, etc. De ‘bruikbare idioten’ (Vladimir Lenin) vallen massaal voor die paradox. Vanuit het (res)sentiment – en misplaatste loyaliteit – andersdenkenden genadeloos aanpakken. Het ontbreekt links inderdaad aan goede manieren.

Goede manieren houdt ook ‘rekenschap geven van’ in. Bij deze de op schrift en aan het publiek gestelde werdegang. Ik wil namelijk eindelijk weer eens goed slapen.


* De typering is uiteraard niet correct en heeft in deze beschouwing ook een geheel andere betekenis dan Ter Braak bedoelde. Want voor de echte dominees licht ik mijn hoed met diep respect.

Posted on

Bang voor rechts

Wat de Volkskrant vorig jaar zomer op papier deed, doet de VPRO dit voorjaar op beeld nog eens dunnetjes over. Het vrijzinnig progressief kartel ontdekt dat er iets beweegt in Europa. Tot verbijstering van het linkse journaille zeggen steeds meer Europese jongeren dat ze rechts zijn. En dat in het herdenkingsjaar van ‘1968’.

Zo zond de VPRO in haar documentaireserie Tegenlicht afgelopen zondag een portret uit van die rechtse jongeren in Duitsland en Oostenrijk. ‘Radicaal rechtse voorhoede‘ luidt de titel. De identitaire jeugd kwam in beeld en aan het woord in zo’n typische vrijzinnig-progressieve sfeerreportage. Sneeuw jaagt over de oneindige Midden-Europese vlakte. Een bus baant zich een weg over een eindeloze weg die in het witte niets verdwijnt. Verlaten dorpen, met een paar passanten die zich in de sneeuw buiten wagen. IJzig is de sfeer, winters, wit, wind. Maar binnen, in lokalen, is het warm en zitten veel jongeren aan het bier. Identitaire vlaggen hangen aan het plafond. Studenten bedrijfskunde, communicatie en geschiedenis leggen onomwonden uit waarom ze zich rechts noemen. Het wordt de gemiddelde kijker niet moeilijk gemaakt om zich 100 jaar terug in de tijd te wanen, toen Duitse jongeren samenkwamen in ‘bierkellers’. En buiten begroet een wat oudere man een geit. Sneeuwjachten huilen rond zijn statige woning. Het is Götz Kubitschek, uitgever en publicist, die door de documentairemaakster als spil in het nieuwrechtse en identitaire web wordt geplaatst.

Toch is het portret verrassend genuanceerder dan de makers pakweg 10 à 15 jaar geleden zouden hebben gemaakt. Op de Leipziger Buchmesse, waar Kubitschek en zijn vrouw hun boeken presenteerden, zien we wezenloze en inhoudsloze linkse jongeren leuzen scanderen en vechtpartijtjes uitlokken. De jongeren van Jungeuropa Verlag vertellen gewoon hun verhaal. “Ik vind het niks dat de focus steeds op de islam of de moslims ligt of die stomme vluchtelingen. Mijn focus ligt op het systeem. Het is de schuld van ons systeem en onze volledig mislukte politiek dat die mensen hier zijn uitgenodigd en hierheen gelokt en zomaar binnengelaten… We moeten dus de politiek bekritiseren die die mensen toeliet. Er moet een volledige herstructurering komen.”

Dat wil niet zeggen dat het een gedegen portret is dat documentairemaakster Britta Hosman heeft afgeleverd. Kubitschek, de Identitairen en het Forum voor Democratie worden in een adem genoemd. Alsof er geen inhoudelijke verschillen bestaan tussen deze drie vertegenwoordigers van ‘rechts’. Want zijn ze wel alle drie rechts? En vindt het hameren op “typisch Nederlandse waarden als het homohuwelijk” van Baudet c.s. wel instemming bij de Europese Identitairen? Hun focus is namelijk veel breder dan het door links zo verfoeide nationalisme. Zij spreken over een Europese heimat en Europese waarden die diametraal staan op de moderne liberale ideologie.

Maar gelukkig weet Britta Hosman de ware beweegredenen van al die rechtse jongeren. “Het overgrote deel zegt: ik ben bang voor de moderne tijd, ik weet niet hoe ik er mee om moet gaan,” zegt ze in een toelichting op haar documentaire. En met Freud zijn we dan weer terug bij de typisch linkse verklaring van alles wat in hun wereldbeeld niet past: “die mensen zijn gewoon bang”. En daarmee hoef je inhoudelijk niet op hun motivaties te reageren, hoef je inhoudelijk niet met hen in discussie te gaan. En zijn we weer terug bij de ijzige winterse beelden van de oneindige Midden-Europese vlakte, die vooral als doel hebben dat we toch wel bang moeten zijn voor al die bange jongeren…

Posted on

Waarom Lubach het nét niet snapt en we juist allemaal op Facebook moeten blijven

In ‘Zondag met Lubach’ laat Lubach zich dan wel kritisch uit over de gevestigde media maar roept desalniettemin dringend op om massaal Facebook te verlaten. Hij zegt het even tussen neus en lippen door: Google is wellicht erger en daar hebben we het nog wel eens over. Maar wat Lubach lijkt te vergeten is dat we niet meer zomaar terug kunnen. Zolang we niet in zijn geheel stoppen met het gebruik van alle elektronische communicatie en niet in een hutje op de hei gaan wonen, is zijn oproep totaal zinloos. Facebook is namelijk ook een effectief instrument dat tegen de gevestigde macht (waar het platform onderdeel van is) gebruikt kan worden.

De hele discussie rondom nepnieuws, dus het ontmaskeren van verhalen die in het geheel verzonnen zijn en waar o.a. minister Ollongren zich hard voor maakt, leidt af van waar het werkelijk om gaat: de stroom aan eenzijdige, gekleurde desinformatie die veelal via gevestigde mediakanalen verspreid wordt en die ons een bepaalde kant op laat denken. Toevallig een kant die de buitenlandpolitiek van de VS en bondgenoten goed uitkomt. Denk aan: Rusland is een bedreiging en Poetin een dictator. De rebellen die tegen Assad strijden zijn goed en alle anderen zijn slecht.Op het eerste gezicht lijkt er met Lubach niks aan de hand, hij stak eerder nog de draak met Ollongrens bewering dat we zouden worden bedreigd door een nepnieuwslawine afkomstig uit Rusland. Echter, hoe toevallig is het dat juist zijn programma geproduceerd wordt door de partner van Ollongren? Gevalletje gecontroleerde oppositie?

Door een aantal tegendraadse FB-gebruikers worden de dominante nieuws-frames voortdurend kritisch tegen het licht gehouden. Vermoedelijk begint dit wat vervelende vormen aan te nemen, en Zuckerberg die toch al 44,6 miljard dollars in zijn zakken heeft, schikt zich daarin. Los van advertentie-inkomsten gaat het namelijk niet om die 80% die eet- en vakantiefoto’s upload, het gaat om die 20% die wakker begint te worden en het geldende narratief bevraagt.

Het is historisch gezien nog nooit voorgekomen dat kritische denkers zich online kunnen verenigen en middels een systeem van volgers, miljoenen mensen kunnen bereiken. Het is waarschijnlijk om die reden dat we nu bang worden gemaakt. Het effect van sociale media loopt uit de hand, is te oncontroleerbaar geworden. Naast Twitter is er geen ander platform dat zoveel mensen vanuit verschillende werelddelen en achtergronden verbindt. En dus ook de critici van de huidige machtsorde, in feite de echte blaffende honden van onze democratie. Dit gaat niet alleen over informatieverspreiding, maar ook de online discussies en privé gesprekken tussen personen die gevoerd worden.

Uiteraard heeft Lubach gelijk dat we niet naïef moeten zijn over hoe de wereld werkt. De Cambridge Analytica-rel is hét bewijs dat sociale mediaplatforms gevaarlijk dicht tegen de macht aanschurken. Echter, zijn oproep om er nu massaal vanaf te gaan is in feite net zo dom en volgzaam als het vertrouwen erin. Niet in de laatste plaats omdat de mainstream media ons dit nu al een paar weken voorschrijven. Het punt is: je kunt het namelijk ook als tool gebruiken om juist in het symbool van zieke Amerikaanse informatiezucht alternatieve meningen te blijven verspreiden. Het is dus revolutionairder om juist op Facebook en Twitter te blijven.

Ik denk in ieder geval niet dat er verandering in schuilt om nu allemaal van Facebook te gaan of voorzichtiger te worden in wat we posten. In die zin ontkent Lubach eigenlijk de realiteit, zijn voorstel is een stap terug in de tijd. Laten we niet onze ogen sluiten voor de positief ontwrichtende werking die een instrument als Facebook net zo goed in zich heeft. Het is niet voor niets dat een land als China een Amerikaans sociale mediaplatform als Facebook verbiedt.

Nu leven wij niet in een autoritaire staat, in het vrije Westen kunnen journalisten formeel schrijven wat ze willen. Toch heerst er een bepaalde consensus over hoe de wereld in elkaar steekt, juist die consensus wordt op sommige kanalen op Facebook of Twitter in twijfel getrokken.

Het is overigens niet zo dat er sprake is van een simplistisch complot, er is iets veel ingewikkelders aan de hand. Hoe dat werkt werd al in 1988 door de Amerikaanse geleerden Edward Herman en Noam Chomsky beschreven in ‘Manufacturing Consent’. Hun inzichten zijn uiterst relevant om de controverse rondom Facebook te begrijpen.

Herman en Chomsky constateerden dat, ondanks de toegang tot enorme hoeveelheden informatie, het overheersende narratief in de vrije pers desalniettemin behoorlijk eenzijdig bleef. Ze onderzochten de vraag hoe het kan dat Westerse democratie niet per se leidt tot een grotere diversiteit aan tegenstrijdige opinies. Volgens hen was (en is) er in het Westen sprake van een ingenieus propagandamodel waarbij de media in de greep is van kapitalistische machten (overheden en bedrijven). Daarmee bedoelden ze dat onze politici dus niet opkomen voor de belangen van de gewone man maar eerder de belangen behartigen van grote multinationals.

De media-theorie van Chomsky en Herman gaat uit van een vijftal ‘filters’ die bepalen wanneer iets nieuwswaardig is. De eerste is: de bepalende invloed van de eigenaar van het medium, de tweede zijn de adverteerders die tevreden moeten worden gehouden, het derde filter betreft selectieve en dominante bronnen (denk aan de woordvoerders van ministeries of bedrijven waar journalisten op af gaan voor informatie). Het vierde filter is het fenomeen dat fundamenteel tegenstrijdige opinies vrijwel meteen als onbetrouwbaar en onwaar worden neergezet. Zoals je bijvoorbeeld direct een Poetin-aanhanger bent als je kritische vragen stelt over de Rusland-hetze. Als laatste speelt angst-ideologie een grote rol. Tijdens de Koude Oorlog was dat het communisme, tegenwoordig is dat terrorisme of niet-Westerse autoritaire regimes die een bedreiging zouden vormen voor onze vrijheid. Geopolitieke conflicten (die negen van de tien keer over olie of gas gaan) worden ons aangesmeerd onder het mom van democratie en humanitaire missies.

De werking van de Westerse democratie en de verhouding met de media is dus een propaganda-categorie op zichzelf. Toen Herman en Chomsky hun theorie ontwikkelden waren er natuurlijk nog geen sociale media, maar het inzicht dat de gevestigde macht (waar Facebook ook deel van uitmaakt) de media als tool gebruiken is ook nu van cruciaal belang. Voor een ieder die democratie en vrije pers hoog in het vaandel hebben staan: laten we die macht dan ook met dezelfde tools bekritiseren.

Kort gezegd zijn Facebook en Twitter mijn ochtendkranten waarvan waarschijnlijk 80% onzin is en 20% enigszins relevant. Toch wil ik, ondanks de grote bulk onzin, voor mijn nieuwsvoorziening en opinievorming in geen geval afhankelijk zijn van NU.nl en NOS (en dan eveneens gevolgd worden door wat ik op Google intik.) Het Amerikaanse Ministerie voor de Binnenlandse Veiligheid (Homeland Security) werkt niet toevallig aan een online databank om ‘sociale media beïnvloeders’ te monitoren. Facebook en Twitter zijn een bedreiging gaan vormen voor de consensus en dat is op zichzelf geen slechte ontwikkeling.

Dus nee Lubach, zolang je niet onder een steen gaat zitten en gewoon je iPhone en Google blijft gebruiken, heeft stoppen met Facebook geen enkele zin. Integendeel, je speelt de macht in de kaart!

Posted on

De zaak Magnitsky: Kremlin-criticus valt van geloof

De documentaires van Kremlin-criticaster Andrei Nekrasov konden tot voor kort rekenen op een warm onthaal in het Westen. Nu hij een film heeft gemaakt die het Kremlin ontlast in de roemruchte Magnitsky-zaak, lijkt het over te zijn met de liefde. Hoe zit dat in Nederland? Waarom vertonen de VPRO en het IDFA de film niet? Dreigt multimiljonair Bill Browder met een rechtszaak?

The Magnitsky Act. Voormalig president Barack Obama tekende eind 2012 deze Amerikaanse wet, vernoemd naar de Russische belastingaccountant Sergei Magnitsky, die in 2009 stierf in een Moskouse gevangenis. Doel van de wet: bestraffing van de personen die verantwoordelijk zijn voor de dood van Magnitsky. Zij mogen de VS niet meer in en hun buitenlandse banktegoeden worden bevroren.
De Russische overheid reageerde met tegenmaatregelen: Achttien Amerikanen die, verantwoordelijk zouden zijn voor misdaden tegen de menselijkheid, mogen Rusland niet meer in. Voorts mogen Amerikanen geen Russische kinderen meer adopteren.

Het ontmoedigde de Canadese overheid niet afgelopen maand met een vergelijkbare wet te komen, The Sergei Magnitsky Law. En mogelijk komt de EU daar nog achteraan.

Hoe is het mogelijk dat de dood van een tot dan toe onbekende Russische belastingaccountant zulke grote gevolgen had voor de betrekkingen tussen Rusland en het Westen?

Het antwoord is simpel. Sergei Magnitsky werkte voor een vermogend man, een Brit van Amerikaanse origine, Bill Browder, die een groot financieel conflict heeft met de Russische staat. Browder is CEO en medeoprichter van wat ooit het grootste buitenlandse investeringsfonds was in Rusland, Hermitage Capital Management (“Hermitage”). In 2005 stelde de Russische politie een onderzoek in naar de fiscale praktijken van Hermitage. In hetzelfde jaar werd het visum van Browder niet verlengd, en moest hij het land verlaten. In 2013 werd hij bij verstek veroordeeld tot negen jaar gevangenisstraf vanwege belastingontduiking en belastingfraude.

Apostel Browder

Sinds zijn gedwongen vertrek uit Rusland ijvert de geplaagde hedgefund manager voor politieke tegenmaatregelen vanuit het Westen. De arrestatie van zijn belastingaccountant Magnitsky en diens daaropvolgende dood in een Moskouse cel kwamen daarbij als een geluk bij een ongeluk. Browder, die tot dan toe zijn imago van koele, berekenende investeringsmanager tegen zich had gehad, greep de kans zich te profileren als mensenrechtenactivist. Niet zijn eigen financiële belangen in Rusland stonden voorop; gerechtigheid voor Magnitsky werd inzet van zijn strijd. Althans, zo deed hij het voorkomen, in zijn vele gesprekken met journalisten, politici en mensenrechtenactivisten.

Acteur die Magnitsky speelt in de gevangenis (still)

Magnitsky was geen natuurlijke dood gestorven, zo vertelde Browder aan iedereen die het maar wilde horen. Magnitsky was doodgeslagen in zijn cel. Magnitsky was ook niet gearresteerd om verhoord te worden door de politie over belastingontduiking. Nee, hij was uit eigener beweging naar de politie gegaan om daar aangifte te doen tegen agenten die documenten zouden hebben gestolen uit het Hermitage-kantoor van Browder, met de bedoeling zichzelf daarmee te verrijken, en de Russische belastingdienst voor 230 miljoen dollar te benadelen. Kortom: Browder was allesbehalve de belastingfraudeur die de Russische autoriteiten van hem hadden gemaakt. Hij was een edelmoedige klokkenluider die opkwam voor de belangen van de Russische belastingbetaler, en dat uiteindelijk moest bekopen met de dood. Magnitsky was gestorven als een martelaar, en Bill Browder was de apostel die de wereld introk om de mensen diens evangelie te verkondigen.

Behind the scenes

Maar toen kwam Andrei Nekrasov. De in het Westen vanwege zijn dissidente films gelauwerde, Russische filmmaker stortte zich op de zaak Magnitsky, zoals hij dat eerder had gedaan op de zaak Litvinenko (de Russische ex-spion Alexander Litvinenko die in 2007 in London overleed als gevolg van een overdosis polonium in zijn lichaam). Nekrasov nam als uitgangspunt voor zijn film over Magnitsky het verhaal van Bill Browder, dat hij liet naspelen door acteurs. De gedramatiseerde scenes uit het verhaal mengde Nekrasov met de interviews die hij daarvoor al had opgenomen met Browder.

Het docudrama zoals Nekrasov dat voor ogen had, pakte echter anders uit. In de eindversie uit 2017 van de documentaire, The Magnitsky Act – Behind the Scenes, is goed terug te zien hoe Nekrasov gedwongen werd van zijn aanvankelijke plan af te stappen, en tot het besluit kwam een andere weg in te slaan.

Nekrasov (rechts) in gesprek met Bill Browder (still)

In het eerste deel van de documentaire zien we de film nog in zijn oorspronkelijke opzet: Nekrasov in gesprek met een zichtbaar op zijn gemak zijnde Bill Browder, en gedramatiseerde fragmenten die het verhaal van Browder illustreren. Maar dan, door anderen die Nekrasov spreekt en originele documenten waar hij op stuit, begint de twijfel toe te slaan. Klopt het verhaal van Bill Browder wel? Nekrasov besluit te gaan graven, en wat eerst nog een docudrama was, mondt uit in een spannende detective. “Not a natural born detective I felt I had no choice than to become one”, horen we Nekrasov zeggen in de voiceover. Gaandeweg vindt Nekrasov steeds meer gaten, tegenstrijdigheden en feitelijke onjuistheden in het relaas van Browder. Als hij deze met Browder wil delen, begint deze hem te mijden, waarschijnlijk omdat hij onraad ruikt. Maar als het Nekrasov uiteindelijk toch lukt hem voor de camera te krijgen barst de bom. Browder beschuldigt Nekrasov van FSB-activiteiten en beent woedend weg uit het interview.

Dreigende rechtszaken

De vertoning van de film van Nekrasov wordt wereldwijd tegengehouden door Browder, en door nabestaanden van Magnitsky. “Alle betrokken financiers, distributeurs en producers ontvangen stapels documenten,” zegt de Noorse producer Torstein Grude. “Met de bedoeling aan te tonen dat er niks klopt van de film en dat ze financieel zullen worden gestraft als ze de film uitbrengen.”

Zelfs het Europees Parlement bezweek voor de intimidatie van Browder cum suis. De documentaire zou daar in april 2016 vertoond worden. Maar minder dan een uur voor aanvang werd de vertoning afgeblazen. „Money is power”, luidde het boze commentaar van de Finse Europarlementariër Heidi Hautala van de Groenen, die de screening had georganiseerd.

Ook het bestuur van Noorse Short Film Festival, dat de film in mei 2016 zou vertonen, koos eieren voor zijn geld.
Geplande uitzendingen van de Frans-Duitse zender Arte en de Duitse zender ZDF werden afgeblazen.
De film is nu alleen nog te zien geweest op een handjevol filmfestivals in Noorwegen, Finland, Zweden, Frankrijk, Duitsland en Rusland. In de VS is de film slechts eenmaal vertoond, voor een zaaltje journalisten en overige belangstellenden in Washington, met na afloop een discussie onder leiding van éminence grise van de Amerikaanse journalistiek Seymour Hersh.
Degenen die verantwoordelijk waren voor de voorstelling in Washington, zouden gearresteerd moeten worden, beklaagde Browder zich ten overstaan van een Amerikaanse senaatscommissie. Het zouden ‘foreign agents’ zijn die dus ook als zodanig behandeld zouden moeten worden. (De Amerikaanse Foreign Agent Registration Act voorziet in gevangenisstraffen oplopend tot vijf jaar).

VPRO en IDFA

Hoe zit het eigenlijk hier in Nederland met het IDFA en de Nederlandse Publieke Omroep? Waarom heeft het IDFA de documentaire niet geprogrammeerd? En waarom is deze nog steeds niet op de Nederlandse tv te zien geweest? Eerdere films van Nekrasov werden wel vertoond.
IDFA-programmeur Martijn te Pas laat weten de film “simpelweg niet sterk genoeg” te vinden. “Wellicht is dat niet zo spannend allemaal, maar het is wel zoals het is”.

Eerder films van Andrei Nekrasov (foto) werden wel in Nederland vertoond, maar zijn docudrama over de zaak Magnitsky niet.

Kremlin-criticus Derk Sauer, die in het bestuur zit van het IDFA, zou geen rol hebben gespeeld bij het bannen van de film van het festival. “Derk zit op afstand”, aldus Te Pas.
De VPRO bevestigt in gesprek te zijn geweest met de producent van de film. “We vonden de film inhoudelijk te ingewikkeld”, laat hoofd documentaire Barbara Truyen weten. “We hebben regelmatig en uitvoerig feedback gegeven om er een duidelijker verhaal van te maken, maar er werd te weinig met onze suggesties gedaan. Dus toen hebben we er van afgezien”

Het laatste halfuur van de film is inderdaad moeilijk te volgen. Dat gaat over de manier waarop Magnitsky voor Hermitage met geld heeft geschoven. Dat is sowieso inhoudelijk heel ingewikkeld, en waarschijnlijk alleen makkelijk te volgen voor financieel experts.
Het eerste anderhalf uur van de film is echter zeer de moeite waard. En zelfs al valt er wat af te dingen op de kwaliteit van de film, deze is te belangrijk om niet vertoond te worden. Nekrasov heeft gedaan wat zoveel anderen voor hem hebben nagelaten: het plaatsen van vraagtekens bij het verhaal van Browder. Deze zijn van groot belang gezien de grote gevolgen die de Magnitsy-zaak heeft gehad voor de betrekkingen tussen Rusland en het Westen.

Ook om een andere reden kan aan de vraagtekens van Nekrasov niet zomaar voorbij worden gegaan: het verhaal van Nekrasov verdient, meer dan welk ander verhaal over Magnitsky ook, het voordeel van de twijfel. Nekrasnov was en is Kremlin-criticus, en hij heeft met deze film zijn reputatie op het spel gezet. Sommigen van zijn anti-Kremlinvrienden hebben zich van hem afgewend of zich zelfs tegen hem gekeerd. En het is nu nog maar de vraag of hij zijn films, zelfs al ze kritisch zijn over de Russische overheid, nog kwijt kan in het Westen.

Regisseur en producer geven echter de moed niet op. “Wij overwegen de film uit te werken tot een tv-serie, met nieuwe onthullingen”, zegt producer Torstein Grude. “Dit vereist echter wel substantiële financiering, en daarvoor is nodig dat een aantal tv-zenders zich committeert aan het project. We zijn er niet zeker van dat dit nog lukt gezien het heersende klimaat.”

Verder lezen:

Russische media en Nederlandse Ruslandverslaggeving

Dit interview is onderdeel van een reeks interviews en artikelen van Eric van de Beek over de Russische media en de verslaggeving van Nederlandse media over Rusland. Eveneens verschenen in deze reeks:

Posted on

Het Front National is de arbeiderspartij

Gisteravond werd bij de VPRO de documentaire van Wilfred de Bruijn over de Franse presidentsverkiezingen uitgezonden. Twee memorabele momenten in deze extra lange verkiezingsspecial: de kapster uit Ivoorkust die actief is in het Front National, tot hoorbare ontzetting van de documentairemaker, en de oud-communist die Le Pen steunt:

“Meneer, mijn ouders waren actief in het communistische verzet. Zij vluchten uit het Noorden naar Parijs om daar onder te duiken. Maar na de oorlog gingen ze weer terug. Denkt u dat al die vluchtelingen weer terug gaan?”

Maar het meest opmerkelijk was de algehele verbijstering van de programmamaker over al die arbeiders die op het Front National stemmen. “Hoe kunnen al die mensen die vroeger op arbeiderspartijen stemden nu kiezen voor het Front National?” “Maar meneer, het FN is de arbeiderspartij!”

De uitzending maakte scherp duidelijk in welke bubbel mensen als De Bruijn (en met hem Macron e.a.) leven. Het D66-wereldbeeld van open grenzen, een flexibele economie en dito banen, groene lastenverzwaring, een therapeutische oplossing voor politieke conflicten en vooral een niet-materiële politieke agenda van euthanasie, abortus, homohuwelijk en voltooid leven.

De maatschappelijke toplaag versus het volk, de gediplomeerden versus de schoolverlaters, de exotische cuisine-liefhebbers versus de streekpot. Best nog mogelijk dat al deze arbeiders, gecombineerd met een gemobiliseerde katholieke beweging, Le Pen naar het Élysée brengen.

Posted on

Leve de verdeeldheid!

Veel Nederlanders vonden de afgelopen week een gratis Groene Amsterdammer in de bus. Sympathieke actie van een op zich sympathiek weekblad.

In dat nummer maakt Aukje van Roessel een analyse van het verval van de ‘brede volkspartijen’. Omdat de klassieke links/rechts-tegenstelling volgens haar niet langer opgaat, introduceert ze een nieuwe politieke verdeling: gesloten of open.

Het idee is ongetwijfeld door Popper geïnspireerd. Maar het geeft weer die onvermijdelijke liberale vooringenomenheid. Want open is goed, gesloten is slecht. Open omarmt de toekomst, gesloten staat er met de rug naar toe. Open stroomt, gesloten is dicht. Open is creatief, gesloten is star. Open is helder, gesloten is troebel. Enzovoorts.

Wat De Groene suggereert is dat gesloten staat voor alles dat slecht is: dictaturen, wijzelf, ons eigen land. Het suggereert ook dat alleen open de verdeling van ons land kan opheffen. Gesloten leidt, aldus De Groene, tot meer polarisatie.

Het weekblad is echter niet in staat, zo lijkt het, om te bedenken dat de samenleving wellicht geen behoefte meer heeft aan het opheffen van verdeeldheid, maar juist aan polarisatie, aan discussie, aan debat. Weg met het compromis.

Deze gedachte was de verrassende conclusie in de Tegenlicht-aflevering over Angela Merkel, gisteravond. Het land is het compromis zat, ze heeft geen behoefte meer aan een verbindende politicus met een zalvende boodschap. Het wil debat, het wil stellingname, het wil beginselen. Zoals politiek hoort te zijn…

Posted on

“Niet journalisten, maar elites maken het nieuws”

Volgens communicatiewetenschapper Tabe Bergman zijn het de politieke en economische elites die bepalen wat we te zien en te horen krijgen op tv, radio en in de krant. De media zijn niet veel meer dan een doorgeefluik. Het ‘domme volk’ snapt vaak beter wat er gaande is dan journalisten.

Noam Chomsky en Edward Herman hebben in Manufacturing Consent aangetoond dat in de Verenigde Staten de nieuwsmedia de belangen dienen van de politieke en economische elites – en ook hebben zij, aan de hand van hun ‘propagandamodel’, uitgelegd hoe dit is te verklaren. Volgens Tabe Bergman werkt het in Nederland niet veel anders. Niet in de laatste plaats omdat, net als in de VS, in Nederland de media in handen zijn van een steeds kleinere groep economische elites, die het winststreven voorop hebben staan.

U bent universitair docent aan de Brits-Chinese Xi’an Jiaotong-Liverpool University, in een land, China, dat niet bepaald bekend staat om zijn vrije pers. Je zou zeggen dat het bij ons in Nederland veel beter gesteld is met de vrijheid van journalisten om te bepalen waarover ze berichten. 

“China heeft een van de strengste regimes van perscensuur ter wereld. Hier is het de maatschappelijke taak van de media om de Communistische Partij te steunen door het volk voor het beleid te winnen dat wordt bepaald in Beijing. De belangrijkste taak van de Chinese media is dus heel anders dan die in het Westen: niet de macht controleren, maar de macht steunen. Het is een vreselijke situatie. Het toont maar weer aan dat het onmogelijk is om het belang te overschatten van een wettelijk vastgelegd recht op persvrijheid als een voorwaarde voor een werkelijk vrije samenleving.”

“Maar het slechte voorbeeld dat China geeft, is geen reden voor Nederlanders om zich op de borst te slaan. Dat wij wettelijke persvrijheid hebben, leidt bij velen tot een soort blindheid. Het onderwijs, de politiek en de media benadrukken allemaal hoe vrij Nederland wel niet is. De onderliggende boodschap is, bewust of niet: wees maar tevreden met wat je hebt. Maar de commerciële journalistiek zal je nooit vertellen hoe onvrij ze werkelijk is. De grote westerse leugen is dat wettelijke persvrijheid een voldoende voorwaarde is voor een democratische samenleving.

In een beroemde zin is de huidige Chinese journalistiek gekarakteriseerd als gevangen ‘between the Party line and the bottom line’. Die ‘bottom line’ zijn de adverteerders. Chinese media worden tegenwoordig namelijk voor een groot deel gefinancierd door adverteerders. Maar wat betreft politiek nieuws voert de Partij natuurlijk nog de beslissende boventoon. De Nederlandse journalistiek hoeft naar geen politieke partij te luisteren, maar de ‘bottom line’, het feit dat de journalistiek commercieel is, oefent een grote en negatieve invloed uit op de kwaliteit van de berichtgeving.”

Maakt het voor het nieuws wat uit of media in handen zijn van de staat of van bedrijven? Welke is de minste van twee kwaden?

“Dat hangt af van de historische omstandigheden. Ik heb liever dat CNN in handen is van Time Warner dan van de Chinese staat, maar ik heb ook liever dat de BBC, met waarborgen van onafhankelijkheid, in handen is van de Britse staat dan van Time Warner.

De media zullen pas in de buurt van werkelijke vrijheid komen als ze onafhankelijk zijn van zowel de staat als het bedrijfsleven, of welk ander machtscentrum dan ook in de samenleving.”

Wat is er zo zorgelijk aan dat de media in handen zijn van steeds minder spelers? Hoe beïnvloedt dit de nieuwsvoorziening?

“Inmiddels is de Nederlandse krantenmarkt een semi-monopolie geworden: Persgroep en Mediahuis/Concentra, beide Belgisch, maken de dienst uit. De twee nu overgebleven partijen zullen elkaar nauwelijks meer beconcurreren. Dat zou ze allebei geld kosten en een ultieme overwinning zit er niet in. Dit is een schoolvoorbeeld van een markt die niet vrij is. Wie heeft het kapitaal om die twee uit te dagen? Waarom zouden die twee veel geven om de gemiddelde lezer?

Als het al zin heeft om de journalistiek te zien als een markt, dan is het beter als er veel relatief kleinere mediabedrijven zijn die onderling met elkaar concurreren, hopelijk door goede journalistiek te bedrijven. Hoe meer aanbieders, hoe meer macht de gemiddelde lezer heeft. Als er geen bedrijven zijn die de markt domineren is het makkelijker voor nieuwe partijen om de markt te betreden en hopelijk lezers beter nieuws te leveren.”

Wat is er bezwaarlijk aan het winstoogmerk van mediabedrijven? Zorgt dat er juist niet voor dat de mensen het nieuws krijgen wat ze willen? Je zou zeggen: hoe meer tevreden klanten, des meer lezers, kijkers en luisteraars – en des te groter de winst.

“De media claimen dat ze mensen geven wat die willen, maar de media weerspiegelen vaak niet wat er leeft in samenleving. Zo was een meerderheid van de Nederlanders tegen de invasie van Irak in 2003. Dit ondanks de kritiekloze houding van de Nederlandse pers over de valse claims van de Amerikanen dat Saddam Hoessein zou beschikken over massavernietigingswapens. Het is een geval van het ‘domme volk’ dat het snapte, terwijl de meeste journalisten niet doorhadden wat er gaande was, namelijk een Amerikaanse propagandacampagne die honderdduizenden mensen het leven heeft gekost, een land heeft geruïneerd, en de weg heeft vrijgemaakt voor ISIS.”

“Afgezien daarvan werkt het simpelweg niet om mensen het nieuws te geven dat ze willen, alsof je een product aanbiedt dat dan wordt geconsumeerd. Nieuws is geen product, het is een public good. Nieuws is de zuurstof van de democratie. Het idee dat je een prijskaartje kan hangen aan informatie over oorlog en vrede, gezondheid, de toekomst van de planeet, enzovoort is belachelijk. Je kan bovendien niet van mensen verwachten dat ze van journalisten eisen dat die nou eindelijk eens dat corrupte bedrijf aan de kaak stellen. Hoe kunnen mensen vragen om het nieuws dat ze nodig hebben om te begrijpen hoe de wereld in elkaar zit als ze logisch gezien niet kunnen weten wat dat nieuws is? Het is de taak van journalisten om mensen het nieuws te geven dat ze nodig hebben zodat ze een doordachte keus kunnen maken in het stemhokje.”

Zijn er signalen dat in Nederland eigenaren ingrijpen in de nieuwsvoorziening, of dat, in het geval van de publiek gefinancierde NOS, de overheid het NOS Journaal aanstuurt?

“Het gebeurt waarschijnlijk zelden dat eigenaren direct ingrijpen in de journalistieke praktijk. Dat is ook niet nodig. De hoofdredacteur zet de grote lijnen uit in overeenkomst met de wensen van het management, anders is hij of zij niet lang hoofdredacteur. Een hoofdredacteur heeft een hele klim gemaakt om die positie te bereiken; hij of zij weet wat er wordt verwacht. Een hoofdredacteur is medeverantwoordelijk voor het bedrijfsresultaat. Welke hoofdredacteur wordt niet afgerekend op dalende oplages?”

“Hetzelfde geldt voor zover ik weet voor het NOS Journaal of de actualiteitenprogramma’s van de omroepen. Wellicht wordt direct ingrijpen weleens geprobeerd, maar dit zijn uitzonderingen. De Nederlandse staat heeft geen zeggenschap over benoemingen in de omroepbesturen, maar toch zijn het ook bij de omroepen sinds oudsher de elites die aan het roer staan, hoe welmenend die mensen ook mogen zijn. Zoals bij de VARA. Daar zie je mensen in het bestuur die advocaat zijn of professor, betrokken zijn bij de PvdA, of die leidinggevende posities bekleden bij een milieubeweging, een uitgeverij of een pensioenfonds. Het zijn kortom niet het soort mensen dat snel zal morrelen aan de fundamenten van het economische systeem en Nederlandse buitenlandbeleid.”

Waarborgen redactiestatuten niet de onafhankelijkheid van redacties ten opzichte van de eigenaren?

“De redactiestatuten zijn in principe een goed idee. Ze zijn bedoeld om redacties af te schermen tegen directe inmenging van de eigenaren. Maar zover ik weet zijn ze vooral een dode letter. Eigenaren hoeven helemaal niet direct in te grijpen. Het probleem is dat sluipenderwijs het marktdenken de journalistieke praktijk heeft doordrongen. Journalisten weten wat er van ze verwacht wordt, welke verhalen een kans maken en welke niet, en dat het geen zin heeft om voor Don Quichot te spelen.

Het is inmiddels een publiek geheim dat het idee van de journalistiek als waakhond van de democratie allang achterhaald is. Journaliste Mathilde Sanders heeft een ontluisterende serie blogs geschreven over de Nederlandse journalistiek en haar eigenaren. Zo schrijft ze dat docenten aan een postdoctorale opleiding journalistiek hun kandidaat-studenten simpelweg uitlachten als die begonnen over de journalistiek als controleur van de macht. In zo’n klimaat doen redactiestatuten er weinig toe. Er is de wet en dan is er de praktijk.”

Volgens Chomksy en Herman oefenen adverteerders grote invloed uit op de nieuwsvoorziening. Volgens u is dit in Nederland niet anders?

“Ook in Nederland is de journalistiek sterk afhankelijk van advertentie-inkomsten. Dit geldt zelfs voor de publieke omroepen, die een vierde van hun inkomsten halen uit advertenties. De commercialisering in Nederland is minder ver doorgevoerd dan in de VS, maar dat is een schrale troost. De invloed van adverteerders is groot maar ook subtiel, dat is de schoonheid van het systeem. Er even vanuit gaande dat de media inderdaad mensen geven wat ze willen, dan gebeurt dat alleen als adverteerders ook OK zijn met de inhoud. Bijvoorbeeld, kritiek op het kapitalisme is natuurlijk niet OK voor bedrijven zoals Shell en Philips. Als het sporadisch gebeurt, OK, maar niet structureel.”

“Adverteerders hoeven niet direct in te grijpen in de nieuwsvoorziening om hun wensen kenbaar te maken. Mediabedrijven weten wat goed speelt bij adverteerders: celebrity glossies enzo. Dus zet je zo’n tijdschrift op en geen maatschappelijk bevlogen blad. Kritiek op het kapitalisme past simpelweg niet in de bladformule, dus journalisten halen het zich niet eens in het hoofd zulke verhalen te pitchen.

De invloed van adverteerders bestaat dus vooral in het feit dat ze bepalen welke publicaties overleven in de markt en welke ten onder gaan. Neem Het Vrije Volk in Nederland. Die krant werd goed gelezen maar ging toch ten onder, ten dele omdat de lezers voornamelijk bestonden uit arbeiders, die relatief weinig te besteden hadden. Adverteerders waren gewoon niet zo geïnteresseerd.”

Toch heeft Het Vrije Volk kennelijk lange tijd kunnen voortbestaan zonder veel advertenties. Kennelijk kon je en kun je misschien nog steeds kranten maken die grotendeels drijven op betalende lezers.

“Het was de tijd van de Verzuiling, toen economische motieven minder belangrijk waren en meer mensen bereid waren een krantenabonnement te nemen. Meer in het algemeen: we moeten niet vergeten dat het economische systeem waaronder de Nederlandse media gebukt gaan niet zo effectief is als bijvoorbeeld het Chinese censuursysteem. In het Westen is meer mogelijk, ook binnen de gevestigde journalistiek zelf. Het grote gevaar in Nederland is dat mensen denken dat het niet nodig is.”

“Wat betreft het heden en de toekomst: Is het mogelijk om economisch te overleven door goede journalistiek te bedrijven? Natuurlijk! Of het nog mogelijk is om een kritische papieren krant te maken met grote oplage, uitsluitend gefinancierd door lezers? Ja, ik denk dat dit zeker ook mogelijk is, maar waarom zouden we het ons extra moeilijk maken? Het internet biedt betere mogelijkheden voor een kritische journalistiek. In de VS doen de TV programma’s Democracy Now! en The Young Turks het goed. Het internet staat vol met fantastische journalistieke verhalen en inzichtelijk commentaar. Goede informatie is beschikbaar, maar het bevindt zich in de marges van of helemaal buiten de mainstream media.”

Naast de invloed van eigenaren van de media en de adverteerders, is, volgens u, ook het derde kenmerk van het propagandamodel van toepassing op de Nederlandse media: ‘sourcing’.  Journalisten leunen voor hun informatie zwaar op overheden, bedrijven en andere vertegenwoordigers van de gevestigde orde.

“Officiële bronnen zijn prominent aanwezig in de verslaggeving. Dat is ook geen wonder. Tegenover elke Nederlandse journalist staan minimaal een paar pr-functionarissen. De Nederlandse overheid spendeert jaarlijks honderden miljoenen euro’s belastinggeld aan public relations.  Journalisten zien dat terug in het grote aantal persberichten dat ze te verwerken krijgen. Journalisten besteden veel tijd aan het bezoeken van persconferenties en andere pseudo-nieuwsevenementen, georganiseerd door overheden, bedrijven en andere instituten.”

“Voor commerciële media, die de kosten zo laag mogelijk willen houden, zijn die persberichten en persconferenties uiterst welkom, omdat ze zorgen voor een constant aanbod  van ruw nieuwsmateriaal, dat weinig bewerking nodig heeft, en dat geleverd wordt door organisaties met een zorgvuldig gecreëerd imago van betrouwbaarheid.”

“De rijken beïnvloeden de journalistiek dus met wat sommige academici ‘verborgen subsidies’ noemen. Ze leveren het ruwe nieuwsmateriaal gratis aan de journalisten. Dit werkt alleen omdat de media zo op de centen moeten letten, anders gaan ze ten onder in markt. Journalisten kunnen niet te kritisch zijn over de hofleveranciers van het nieuws. Parlementaire verslaggevers en politici hebben een symbiotische relatie. Ze hebben elkaar nodig, voeden elkaar. Journalisten die erg kritisch berichten over bepaalde politici, verliezen hun toegang tot die politici. Journalisten die de politici te vriend houden, houden toegang en worden soms ook beloond in de vorm van adviesopdrachten en uitnodigingen voor het modereren van seminars en debatten.”

“Het beeld van de journalist die uit eigen initiatief op pad gaat, geheime ontmoetingen heeft en verborgen informatie aan het licht brengt is dus misleidend, want zo werkt het maar zelden. Het zijn de elites die het nieuws maken, niet de journalisten.”

U noemt nog een reden die journalisten ervan weerhoudt eigen ideeën voor verhalen uit te werken. Dat is het in de beroepsethiek ingebakken streven naar ‘objectiviteit’. Om te voorkomen dat ze ervan beschuldigd worden subjectief te zijn, kiezen ze voor de veilige weg – het citeren van officiële bronnen.

“Objectiviteit zegt dat journalisten geen activisten mogen zijn. Ze schrijven alleen op wat er ‘gebeurt’. Dus als de machtige politici het ergens over eens zijn, dan zal er weinig kritiek te lezen zijn in de media, zelfs als de politici het totaal verkeerd hebben of bijvoorbeeld iets doodzwijgen omdat het niet in hun belang is het er over te hebben. In de VS bijvoorbeeld gaat het politieke debat bijna nooit over armoede, maar over de middenklasse. Dus hebben de media het ook bijna nooit over de vele armen die de VS ‘rijk’ is. Omdat de Democraten zich niet verzetten tegen de door de Republikeinen gewenste oorlog in Irak, deed de pers dat grotendeels ook niet, met een ramp tot gevolg.”

“Objectiviteit betekent in de praktijk dat machtige bronnen voorrang krijgen in het nieuws. De journalistiek weerspiegelt vooral de verschillen van meningen van de elites onderling. Als de elites niet onderling van mening verschillen dan is er geen nieuws. Wat de bevolking denkt doet er nauwelijks toe.”

“Een oorzaak dat er zoveel entertainment-nieuws is, is dat dit commercieel slim is. Dat nieuws is makkelijk te krijgen en politiek veilig. Onderzoeksjournalistiek wordt wel gedaan in een commercieel systeem, maar blijft marginaal want het is duur en onzeker en politiek gevaarlijk. Het is gewoon geen aantrekkelijk product om te verkopen.”

Het vierde kenmerk van het propagandamodel is ‘flak’, oftewel luchtafweer. Als je als journalist ingaat tegen de gevestigde orde, word je aangevallen.

“De helft van de hoofdredacteuren van landelijke kranten in Nederland zegt dat politici zich soms beklagen over bepaalde berichtgeving, blijkt uit een studie. En het gebeurt dat zij verzoeken inwilligen om bepaalde informatie uit de krant te weren. Journalisten doen daarnaast aan zelfcensuur en trekken ideeën voor artikelen in, bijvoorbeeld omdat officiële bronnen niet mee willen werken, er druk ontstaat vanuit de adverteerders of de politiek, of als ze aanvoelen dat een idee voor een onderwerp niet past binnen de heersende ideologie. Geert Wilders heeft diverse pogingen ondernomen om flink te bezuinigen op de NPO uit ontevredenheid over de manier waarop de omroepen over hem berichten. Kritiek en dreigementen door elites hebben effect op de media.”

Het vijfde en laatste kenmerk van het propagandamodel is de heersende pro-marktideologie. Wat niet binnen die ideologie past, wordt weggefilterd uit het nieuws.

“Tijdens de Koude Oorlog heerste er in Nederland een pro-Amerikaans, anti-communistisch klimaat. Sinds de val van de Berlijnse Muur is daar het geloof in de markt voor in de plaats gekomen als oplossing voor alle problemen. Je ziet dat in de politiek, waar met de opkomst van de PVV, en het opschuiven van de PvdA naar het midden, een ruk naar rechts is ontstaan. Journalisten zijn hierdoor in een neoliberale omgeving beland. Je ziet dat de commerciële media de politiek betichten van oneerlijke concurrentie vanwege de overheidssteun aan de publieke omroepen, die dan ook heel veel hebben moeten bezuinigen.”

Chomsky en Herman hebben met hun ‘paired examples’ studie aangetoond dat de Amerikaanse media selectief berichten. Zo wordt een slachtpartij aangericht door een bevriende natie in neutrale termen beschreven of zelfs geheel verzwegen. Terwijl er schande van wordt gesproken als hetzelfde gebeurt in een land dat in conflict is met de VS.  Is dit al eens onderzocht voor de Nederlandse media?

“Lang geleden stuurde ik een voorstel voor een promotieonderzoek naar een gerenommeerde Nederlandse professor in de journalistiek om die studies van Herman en Chomsky ook voor de Nederlandse media te doen. De methode van ‘paired examples’ die ze gebruiken is sterk. Het toont duidelijk aan dat over vergelijkbare gebeurtenissen die min of meer tegelijkertijd plaats hebben heel verschillend wordt bericht, in het voordeel van de nationale elites, zoals de grote bedrijven en de gevestigde politieke partijen. Het is nogal wat als je de ‘vrije pers’ zo te kijk kan zetten. De professor schreef terug dat hij het geen goed voorstel vond, ten dele omdat het onderzoeksresultaat voor de hand lag. Dat klopt. Het resultaat ligt voor de hand: in de Nederlandse media zal je in grote lijnen dezelfde ongelijke behandeling van buitenlandse gebeurtenissen vinden die de belangen van de elites van het land weerspiegelt.”

“De enige studie die Herman en Chomskys werk heeft toegepast op de Nederlandse media, dus inclusief de ‘paired example’ methode, was een masterscriptie van Lex Rietman over de behandeling van verkiezingen in Centraal-Amerika in de jaren tachtig. De Amerikaanse pers volgde de conclusies van het Witte Huis. Verkiezingen werden ‘vrij’ genoemd als het Witte Huis dat deed en ‘oneerlijk’ als het Witte Huis dat deed.  Onafhankelijke verkiezingswaarnemers en mensenrechtenorganisaties kwamen overigens tot omgekeerde conclusies, maar zulke bronnen werden blijkbaar niet betrouwbaar geacht door journalisten. De Europese pers, ook de Nederlandse, zat op dezelfde wijze fout. Volkskrant-correspondent Jan van der Putten vormde overigens een eerbare uitzondering.”

“Meer in het algemeen blijkt uit ander onderzoek over de buitenlandberichtgeving in de Nederlandse media dat ze inderdaad een versie van de werkelijkheid tonen die de belangen van de politieke en economische elites dient en hun versies van de waarheid voorrang verleent. De berichtgeving over de Irak-oorlog is een duidelijk voorbeeld. De New York Times en Washington Post hebben overigens na de invasie de hand in eigen boezem gestoken. De Nederlandse kranten hebben dit nooit gedaan.”


Artikelen van Tabe Bergman: