Posted on

Hoe schrijf je een goed Volkskrant-artikel? – een aantal tips

Voorpagina van de Volkskrant, zaterdag 13 juli 2019

Sinds mijn tiende ben ik een verwoed krantenlezer. Eerst nationaal, en vanaf mijn dertiende ook internationaal. Ik hield en hou vooral van zogenaamde kwaliteitskranten. En juist vanwege die liefde viel me op hoe alles in de loop der jaren veranderde, eerst langzaam, maar steeds sneller. Hoe alles steeds banaler werd, kortzichtiger, lomper, dommer en – vooral – eenvormiger. Of het nu de Times, de Frankfurter Allgemeine, de Volkskrant of de NRC betrof, overal leek hetzelfde virus rond te waren. Uiteindelijk besloot ik alle kranten vaarwel te zeggen. Losse exemplaren zijn hun geld niet meer waard al trap ik soms nog in de val er eentje te kopen.

Ik heb het sinds maanden maar weer eens gedaan: een Volkskrant. En alleen omdat ik ‘erin sta’. Of liever: er wordt over mij geschreven. Onder de titel ‘Hoe rechtzinnige katholieken samen met cultuurchristenen de strijd aanbinden tegen links’. Wat men schrijft, interesseert me eigenlijk niet zoveel. Ik verwachtte er toch al niets van. Maar wat opvalt is de domheid van het stuk.

Op het eerste gezicht lijkt het nog heel wat. Een grote foto op de voorpagina. Pagina’s vol met tekst en illustraties. Veel namen komen voorbij. Maar ik lees niet als consument. Ik weet van het journalistieke receptuur wat aangaande mijn persoon door Annieke Kranenberg en Hassan Bahara werd toegepast. Zoveel opgepoetste stompzinnigheid had ik niet verwacht. Ik verwachtte van grachtengordelaars meer niveau, meer intelligentie, minder doorzichtigheid. En dat vind ik vervelend. Als men probeert mij journalistiek kalt zu stellen, dan zij dat zo, maar dan wel graag in stijl. Zoals het hoort. En niet op de wijze der patjepeeërs.

Daarom een aantal tips – in eerste instantie gericht aan ‘Annieke’ en pas in tweede instantie aan haar loopjongen Hassan – om deze journalistieke smurrie in het vervolg te voorkomen. Met alle goede bedoelingen. Met de verwachting dat men er iets van zal leren. Want mensen die blijkbaar weinig tot niets weten, leren al heel snel aardig wat.

Tip 1. Check uw feiten. Check uw bronnen, en vooral: lees ze!

Enkele uren voor verschijnen kreeg ik een aantal citaten toegestuurd met wat vragen van Hassan (Bahara) met de vraag om toelichting. Het betrof citaten uit enkele artikelen die ik zou hebben geschreven. Al snel werd me duidelijk dat het derdehands citaten betrof aangezien Hassan en/of Annieke (Kranenberg) niets hadden gelezen van deze artikelen. Weggeplukt uit een duister artikel van internet van drie neokatholieke obscuranten en uit een stukje uit de hoek van AFA/Antifa had men dezelfde ‘citaten’ gebruikt zonder context. Eén zin bleek zelfs niet in het genoemde artikel te staan. Er was maar wat overgekalkt.

Het resultaat was nogal pijnlijk. Een satirisch stuk waarin ik juist het racisme aanviel van hen die met de mond belijden dat iedereen welkom is, maar die ondertussen de werkelijke aard van ‘immigranten’ verafschuwen, had men omgetoverd tot een schijnbaar racistisch stuk. Dat is natuurlijk niet kies. Ik ga natuurlijk ook niet het stuk van Hassan en Annieke omtoveren tot een oproep om FvD te stemmen en katholiek te worden. Maar zij zijn er blijkbaar wel toe in staat. Ik zal later de volledige tekst plaatsen.

Hetzelfde met iets anders. Had men namelijk eerder aangegeven te wachten op mijn stuk in Epoque, uit het artikel blijkt wel dat er met een Epoque werd gezwaaid, maar niet dat er ook in is gelezen. Welnu, wapperen met Epoques is niet genoeg. De krant leent zich niet voor visuele effecten. Citeer en laat zien dat u de materie beheerst en ook daadwerkelijk iets gelezen heeft. Uw doelgroep bestaat uit lezers en die stellen het op prijs dat ook ‘hun’ journalisten soms iets lezen.

Tip 2. Maak gebruik van zoekmachines.

U kon blijkbaar niets van mij vinden. Welnu, Google is reuze handig om een aantal oudere artikels terug te vinden. De connectie Jan Hoogduin c.q. (vml.) kraakpand Vrankrijk [1] had u dus links kunnen laten liggen (ik heb te vaak te maken gehad met journalisten die onderdeel uitmaakten van linkse groepen die door de AIVD als staatsgevaarlijk werden bestempeld). Evenals die van de broddelbeiers Van Zoest, Van den Berg en Bosman.

Tip 3. Verdiep u in de betekenis van woorden, van zinnen, artikelen en stijlvormen.

In een satirisch stukje is er dikwijls sprake van overdrijving en van zekere spot. Een satire is geen persverklaring. Hou dat goed in de gaten. The Life of Brian van Monty Python moet men niet lezen als een werk van Augustinus. En de artikelen in de Volkskrant niet als de geopenbaarde wil van Allah aan Mohammed in de grot. En een satirisch stukje van mij niet als een politiek pamflet. U doet dat wel, en dat komt nogal dom over.

Iets soortgelijks viel me al op tijdens de boekpresentatiebijeenkomst in Amsterdam. Annieke oreerde er lustig op los door alle mogelijke termen die ze weleens had gehoord – zoals altright, nationalisme, conservatief en reactionair – aan elkaar te breien. Toen ik haar rustig probeerde uit te leggen wat voor onzin ze daarmee debiteerde vond ze de termen opeens niet meer van belang, iets wat door haar per mail werd herhaald. Ze wist blijkbaar niet waar ze het over had, en daarmee bevond ze zich in ‘goed’ gezelschap.

Onlangs liet namelijk ook een zekere prof. Stefan Paas in het Reformatorisch Dagblad blijken niet te weten wat het verschil is tussen conservatief en reactionair (wat door hem als hetzelfde werd gezien), en het bleek dat hij als politieke nazaat van de ARP dus blijkbaar ook niet het verschil weet tussen antirevolutionair en contrarevolutionair. Het is niet erg om dit niet te weten zolang men erover zwijgt. Gaat men echter spreken, dan komt de begrippenzwendel je weldra tegemoet. Dat voorkomt men heel simpel door te zwijgen over zaken waar men niets van af weet.

Tip 4. Wees duidelijk wat betreft het onderwerp waar u over wilt schrijven.

Een kind kon aanvoelen dat de reden om mij te willen interviewen een kulreden was en dat de werkelijke reden een geheel andere was. U beweerde dat er sprake zou zijn van een trend van ‘toenemende belangstelling in het katholicisme in conservatieve en rechtse kringen’. Ik wees naar de zaal en zag in uw ogen meteen dat u wist dat u onzin sprak.

Ook per mail kon en wilde u niet uitleggen waarom er sprake zou zijn van een dergelijke trend. In mijn ogen is minder dan één persoon per jaar die deze stap zet geen noemenswaardige trend. Er is wel sprake van een sympathie van vele minder katholieke e.a. gelovigen richting FvD en PVV. Maar dat is heel wat anders. Dat had u moeten zeggen zonder de onzin eromheen.

Uw eigenlijke missie was een andere, en deze kwam stapsgewijs naar buiten. Eerst door per mail alles af te buigen richting Catholica en de mailinglijst van Breivik, en later door alles te koppelen aan de figuur van Baudet, een persoon die u als krant al langer in het vizier heeft.

Tip 5. Communiceer helder en eerlijk en speel geen toneel.

Het was vermakelijk om te zien hoe happig u – Annieke – reageerde toen ik – via een citaat van een niet-genoemd persoon – kritiek leverde op Paul Cliteur. Als u toen op een fiets had gezeten, was u er van opwinding vanaf gegleden. Weer bleek niet de ‘trend’, maar de aanval op Forum voor Democratie uw eigenlijke beweegreden te zijn om met mij te willen spreken.

Uw antwoordmail op mijn lijst van vragen was van het gelijke laken een pak. U kon en wilde nergens op ingaan, maar ging er wel vanuit dat ik zou happen. Uw doorzichtigheid was vermakelijk. Ik denk werkelijk dat in uw ogen alles wat rechts is, katholiek en/of man ‘dom’ is. Maar u laat zich dan ook omringen door nog dommere personen, zoals Hassan.

Zijn laatste mail bevatte namelijk de bewering dat hij en ik met elkaar ‘kennis hadden gemaakt’. Nu herinnerde ik me wel dat u naar hem wees. De jongeman die als een oude woestijnvos door de zaal ijsbeerde om een plek te vinden om te sterven, bleek uw loopjongen te zijn die zich geen houding kon geven en een en al uitstraalde dat hij de boel journalistiek aan het belazeren was.

Tip 6. Sla niet onnodig deuren dicht.

De schamelheid van het aantal personen dat in uw artikel geïnterviewd werd c.q. geïnterviewd wilde worden, moet u toch te denken geven? Sluit dan ook niet uit dat dit wellicht ook aan uzelf ligt. Leg niet meteen de bal bij de ander. Durf te denken voorbij de dijken van het eigen gelijk. Uw ongeduld om te investeren in relaties met mensen, en uw onwil om zelfs vragen fatsoenlijk te willen beantwoorden, heeft ertoe geleid dat er een idioot artikel is ontstaan. De personen waar het over gaat, buikspreken allemaal. Dat men aan het buikspreken was, wordt grappig geïllustreerd door het vergeten van de aanhalingstekens bij de tussenkop ‘Neo-Tridentijns hipster-fascisme’. Daardoor laat u zien dat dit volgens u geen mening is, maar een door uw krant erkend objectief feit. Overigens worden alle elementen in deze kop nergens onderbouwd, maar voor u stond de strekking van deze draak van een term (waar zijn bijvoorbeeld de skinny jeans?) blijkbaar al vast voor de eerste uwer vingeren de eerste typemachinetoets had aangeraakt.

Die enige drie die wel spreken, Bosman, Van den Berg en Van Zoest, buikspreken bij monde van eerstgenoemde twee personen. Waarbij direct de vraag oprijst: met welke autoriteit spreken zij? Hun verregaande uitspraken over mij en Tom Zwitser zijn van tevoren niemand voorgelegd om op te reageren. Deze uitspraken vormden dus reeds de onomstootbare kern van uw artikel.

U kon en wilde niet uitleggen wat mijn autoriteit zou zijn op dit gebied als persoon zonder publieke functies of bijzondere expertise. Dat enige autoriteit of deskundigheid er voor u niet toe doet, bevestigt niet alleen de idee dat het u uitsluitend te doen is om beschadiging van de FvD via personen zoals ik, maar heeft ook geleid tot een hilarische opbouw van dit stuk. De enige drie personen van ‘gewicht’ die u kon vinden zijn drie obscuranten. Eentje een vereenzaamde doordrinkende pornocraat, een ander een beoefenaar van een zelfverzonnen wetenschap – cultuurtheologie – en de derde slaat werkelijk alles. Deze ‘internetondernemer’ werd jaren geleden ontmaskerd als de verkoper van sites die à la minute te hacken waren, en als iemand die geld verdiende door goedgelovige katholieke oude vrouwtjes voor geld ‘twittercursussen’ aan te smeren.

De grootste grap was het vervolg. Had hij eerder, met zijn ‘kompanen’, Catholica ervan beschuldigd ruimte te geven aan zogenaamde ‘heel-Nederlandse’ ideeën; deze ‘ondernemer’ presteerde het om zijn critici aan te vallen door de enige Heel-Nederlandse advocaat en activist in dienst te nemen die ons land kent: Wim Schuller. Deze maakte het zo bont om alle critici van mijn naamgenoot formeel te beschuldigen van ‘poging tot doodslag’… Verder bleek dat diezelfde ondernemer de domeinnaam katholiek.nl had verkregen via een connectie die niet alleen sedevacantist was geworden, maar ook verbonden was aan een gemeenschap in Oldenzaal die sympathiseert met Mgr. Richard Williamson, de welbekende Holocaust-ontkenner.

Ik ben dus niet onder de indruk van hun morele autoriteit. En dit gezelschap van maatschappelijke kwakzalvers laat u uw lezers vertellen wat ‘normale’ katholieken zijn en hoe neonazistisch zij zijn die andere opvattingen koesteren dan deze heren. Kijk, hiermee kweekt u geen vertrouwen. En zo wordt het nooit wat met de podiumfunctie van uw krant.

Tip 7. Denk na over bewoordingen en gooi niet alles op een hoop.

Vermijd, in vervolg van voorgaande punt, taalgebruik dat richting personen zoals die van mij de suggestie voedt dat u wellicht doet aan haatzaaien door bepaalde termen te gebruiken c.q. toe te staan c.q. te publiceren in uw artikel. Dat wilt u natuurlijk niet, maar u doet het wel. U weet natuurlijk heel goed dat ‘bruine rand’ niet verwijst naar de kleur van een stoelleuning, maar naar nazisme. Hou u er dan ook verre van.

Mail mij dan ook niet dat ik ‘geweigerd’ zou hebben geïnterviewd te worden, terwijl u niet in staat was of wilde zijn mijn simpele vragen over zo’n interview te beantwoorden. Geef dan ook geen ruimte aan obscure types door via hen te buikspreken dat ik een tegenstander zou zijn van ‘normale’ en ‘gematigde’ katholieken. Geef charismatisch en seksueel gemankeerden niet de kostbare ruimte te oreren over masturbatie (ik moet weer aan die fiets denken).

En haal niet zomaar ergens de NSB bij, waar ooit is geschreven over de driekleur ‘Oranje, blanje, bleu’. Ik heb dat vroeger gewoon geleerd op de lagere school en mijn leraren waren geen NSB’ers, ook al vinden u en Wikipedia van wel (want u lijkt letterlijk Wikipedia te citeren…). Ik schreef dit ooit op in combinatie met aandacht voor de drieslag ‘Unie, Religie en Militie’. U weet wel, de typering die prof. Van Hamel vlak na de bevrijding van stal haalde (in boekvorm onder de titel De eendracht van het land, maar reeds in april 1944 in een artikel in De Gids uitgegeven in bevrijd Nederland) met een verwijzing naar een schilderij van Rembrandt.

Op dit punt overschrijdt uw stompzinnigheid de grens met de kwaadaardigheid. Daarom: gooi in vervolg niet alles op een hoop. Hou het voor u inzichtelijk, zeker wanneer het een materie betreft die voor u volkomen nieuw is. Bedenk: vele discoursen hebben een eigen jargon en een specifiek symbolisch universum. U stampt daar als een olifant doorheen. Mijn advies: niet doen.

Tip 8. Ontwikkel een sterke maag.

In deze wereld zijn er meer opvattingen dan enkel en alleen die van de journalisten aan de Wibautstraat. Het kan zijn dat sommigen van u vanwege achtergrond, ervaring en ontwikkeling een zekere gevoeligheid hebben ontwikkeld voor afwijkende opvattingen. Neem daarom deze raad ter harte: “kweek een sterke maag”.

Niet iedereen is zoals u en besef dat dit ook niet zo snel zal gebeuren. Om de kwaliteit van uw waarnemingen en uw oordeelsvermogen te bewaren is het dan ook noodzakelijk op zijn minst andersdenkenden te verdragen en elk gevoel van walging te voorkomen. Dit vergt een oefening die wellicht in bepaalde gevallen, zoals de uwe, beter buiten de vertrouwde kring kunnen plaatsvinden om enig effect te sorteren. Een Turks koffiehuis is dan ook een betere oefenlocatie dan een redactielokaal van een Volkskrant.

Tip 9. Wees duidelijk in het uitdragen van uw missie.

Een journalist is allereerst dienstbaar en is slechts de explicitering van een eigenschap die elke burger bezit; namelijk drager en uitoefenaar van de vrijheden c.q. rechten van meningsuiting, informatievergaring en drukpers. Het enige verschil tussen de journalist en de burger is dat de eerste is vrijgesteld om deze eigenschap c.q. vrijheid c.q. recht te beoefenen in het algemeen belang. Een journalist staat dus nooit boven de burger en alleen al daarom dient de journalist elke burger met respect en eerlijkheid te bejegenen en te behandelen.

Uw vraag aan mij per mail naar de ideologische overeenstemming tussen Breivik en mijn persoon was dan ook zeer onbetamelijk. En niet zozeer vanwege de aanname dat ik dat manifest gelezen zou hebben – ik heb dat namelijk niet. Nee, de vraag herbergt de suggestie dat de vragensteller volledig onwetend is aangaande de aard van ‘terrorisme’, namelijk als de combinatie van deugd en geweld (Robespierre).

Sinds wanneer doet het gewelddadige grijpen van een individu naar geweld de ‘deugd’ teniet? De Volkskrant was nooit kieskeurig t.a.v. van figuren als Paul Rosenmöller die openlijk hun steun uitspraken richting mannen als Mao, Pol Pot, Stalin en Enver Hoxha. Nooit raakten voor de Volkskrant hierdoor haar linkse deugden in diskrediet. En evenzeer nooit de figuur van Rosenmöller.

Maar het is erger. De vraag suggereert dat het eventuele verwijzen van Breivik naar Benedictus XVI zou betekenen dat elke katholiek ideologisch verbonden zou zijn met een massamoordenaar als Breivik. Dit is uiteraard een krankzinnige opvatting die grenst aan het onbedaarlijke. Dit soort uitglijders zijn onvergeeflijk, tenzij u erop terugkomt. Daarom: volg op z’n minst een workshop ‘dienstbaarheid’. En:

Tip 10. Durf excuses aan te bieden.

Iedereen maakt fouten, sommigen maken soms grote fouten. Zoals u. Dat is niet erg. Fouten maken hoort bij het leven, maar fouten moeten wel erkend worden en worden opgevolgd door excuses. Schade aan uw krant, de geloofwaardigheid van uzelf en de onnodige schade aan de reputaties van goedwillende burgers dienen te worden rechtgezet. Dit versterkt uw geloofwaardigheid en tevens uw karakter.

Geef rustig toe dat u nooit van plan was een eerlijk interview af te nemen. Dat u wel degelijk in staat was mijn vragen te beantwoorden, maar dat u gewoon niet wilde. Dat u niet geïnteresseerd bent in welk verhaal dan ook. Het lucht op en maakt van u een beter mens.

Tip 11. Volg onderwijs.

Wie te kort schiet op alle bovengenoemde punten kan beter het zekere voor het onzekere nemen en gewoon weer naar de schoolbanken gaan. Een gewezen ombudsvrouw van de Volkskrant is nog niet automatisch een goede journalist. Evenals een afvallige islamhater dat is. Zonder goed onderwijs is het lastig om paginagrote artikelen te schrijven met enige samenhang en betekenis.

Tip 12. Houdt uzelf een spiegel voor.

Bijvoorbeeld de satire ‘Ik wil een echte neger’. Ik vond nog ergens het origineel. En ik kan er – in tegenstelling tot u – eerlijk gezegd niets fouts in ontdekken. De strekking is en was duidelijk: waar in 2010 (en nog steeds in 2019) de mainstream-politici, media en opiniemakers zogenaamd solidair zijn met Afrikanen, immigranten en allochtonen, is en was men in feite alleen maar tolerant ten aanzien van ‘negers’ als lege hulzen: die hun moraal, cultuur en opvattingen hebben afgelegd en vanbinnen ‘blanke, progressieve, liberale homo-activisten-in-spe’ zijn geworden.

De strekking van de Volkskrant (en anderen) is duidelijk: wie ‘echte negers’ welkom wil heten, zoals ik dat deed, is in hun ogen een racist. In uw ogen is er slechts een welkom voorbehouden aan aangepaste en leeggemaakte ‘negers’ om zo uw grachtengordels en Wibautstraten van nieuw neuk- en schrijfvlees te voorzien.

Echte negers ~ Een satire (uit mei 2010)

Volgens de Nederlandse Minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen zijn echte negers “meer dan afschuwelijk”. Hij zei dit na het incident in Malawi waar twee kerels die met elkaar wilden trouwen een fikse gevangenisstraf kregen opgelegd (die na hevige externe druk weer werd ingetrokken). En zowat de hele wereld viel hem daarin bij. Want zeg nu zelf: echte negers zijn eng, agressief, hebben een achterlijke moraal. Zolang ze in Amsterdamse varkensflats huizen, vallen ze nog mee. Maar zodra ze hun mond opentrekken krijg je van die meer dan afschuwelijke spirituals te horen. Onze fijnbesnaarde Rammstein- en Youp van ’t Hek-oortjes kunnen daar natuurlijk niet tegen.

Negers zijn een mooie voorbeeldcase van onderdrukte volken. Naar aanleiding van de uitspraak van de Hoge Raad inzake de SGP presteerde Trouw-columniste Elma Drayer het om de vergelijking te leggen tussen slavernij en het vrouwenstandpunt van deze partij. De analogie was volgens haar duidelijk: ooit was slavernij normaal, maar thans verboden; idem dito met het afwijzen van passief vrouwenkiesrecht door een SGP. Dat Elma daarmee impliciet zei dat onze maatschappij er een is van slaven die elke vier jaar haar slavenhouders kiest, drong waarschijnlijk niet tot deze columniste door. De grap was vooral het neger-element.

Elma Drayer vindt het goed dat juist de partij met de grootste neger-factor wordt aangepakt. Niet alleen uiterlijk in zwarte pakken en slobkousen, maar ook qua opvattingen. De Nederlandse Veluwenegers zitten volgens mevrouw Drayer terecht in het verdomhoekje van Halsema-land. Elma Drayer haat negers, zelfs blanke stadsnegers uit olde Barnevelt.

Nu zijn negers ook niet iets om trots op te zijn. Zeg nu zelf: verpest door kolonialisme, door een politiek van moraalafbraak, uitbanning van huwelijk en huwelijkstrouw onder slaven, en het uit elkaar trekken van mannen en vrouwen in townships is er een fantastisch mengsel ontstaan van rasta-dragende, rondcopulerende bling bling gangstarappers. MTV spint er garen bij, evenals de Amerikaanse NBA.

Halsema-typetjes – waar onder invloed van Flair en Viva ons land zo langzamerhand vol mee zit – hebben niets met MTV – dus niets met negers. Neem nu Femke. Viel haar voorganger André van Es nog op fors geschapen zwarte mannen; Femke Halsema geeft negers het liefst een knietje. Seksisten moet je te grazen nemen. Zelfs al heten ze Jan Peter Balkenende.

In Amerika weten ze er raad mee. Toen Californië onlangs het homohuwelijk afwees – Proposition 8 – en de homoactivisten kwamen erachter dat dit vooral te danken c.q. wijten was aan de tegenstem van zwarten, ontstonden er heuse razzia’s door homo’s op negers. De ondankbaarheid van negers is groot, zullen we maar zeggen. Ben je doodgeknuffeld door neomarxistische welzijnswerkers, zit je zoon in de gevangenis en ligt zijn pa in de goot, ben je nog niet dankbaar! In Californië maten linkse homo’s zich daarom het recht aan negers in elkaar te meppen. Aan het velletje van Oom Tom zie je toch niet dat hij blauwe plekken heeft – dus niet zeuren.

Een ander ondankbaar soort negers woont in Malawi. Daar proberen ze nog iets te redden van een maatschappelijke orde die niet is verwoest door de goede bedoelingen van het Westen. Ondankbaar volk, niet? Ze hebben geen kennis van onze strafmaten. Madonna heeft er twee gered, maar de rest zal het nooit leren. Honderd jaar leerschool heeft er nog geen keurige negertjes van gemaakt. Dan maar de botte bijl van de VN. De negermoraal moet maar eens afgelopen zijn. Het negervlees gaat dood aan AIDS; de negermoraal gaat dood door de VN. Een cocktail en een knietje.

Volgens onze linkse elite zijn negers “meer dan afschuwelijk”. Echte negers althans. Zwart, aangepast vlees is echter uitstekend. Hetzij in de vorm van half-om-half voor 2 Euro 99 bij de C1000, hetzij in de vorm van hotsende en klotsende voetbalbenen. Maar zodra er in dat zwarte vlees ook nog een neger woont, is de wereld te klein. Het vlees mag er zijn; de voorouderlijke geest moet begraven worden. In Malawi of zo.

Bij Catholica zijn negers welkom. Als ze iemand in de cel willen stoppen, moeten ze dat maar ergens anders doen. Wij sluiten niet zomaar iemand op. En bovendien: onze cellen zitten vol met afgedankte medewerkers die denken dat ze Job Cohen, Mark Rutte of Lee Towers zijn.

Wij vallen wel mee. Wij zullen mannen die zich met elkaar verloven veertien jaar lang uitlachen. Vanuit het cellencomplex van Schiphol. Voordat we het land worden uitgezet en worden teruggezet in de savannes van Negrotopia.

Ten slotte

Dit stuk toont de grondhouding en daarmee de weeffout aan in uw denken. Het is een kritiek op de renegaten zoals die kranten als de Volkskrant bevolken: de afvalligen met onblusbare haatgevoelens en met de moraal van de woestijn. U haat kennelijk Baudet. En in zijn kielzog haat u daarom ook mensen zoals ik. Niet vanuit een sterke overtuiging, maar juist vanwege gebrek aan overtuiging. U bent namelijk een lakei van het systeem en Hassan is uw koelie.

U ziet het als uw taak de lacunes van ons systeem te dichten. Waar justitie te kort schiet, moet volgens u een Volkskrant de taak van eliminatie op zich nemen. De staat van onze pers wordt mede door uw toedoen gekenmerkt door een onderzoeksjournalistiek project waar meerdere mensen vele weken aan gewerkt hebben, maar dat bij nader inzien goedkoop broddelwerk van schoolkrantniveau blijkt te zijn. Denk daarom eens na of u wel geschikt bent voor uw taak en of niet beter een ander die taak op zich kan nemen.


Noot

[1] Jan Hoogduin was één van de fictieve personae die extreemlinks gebruikt(e) om informatie te vergaren en op internet te zetten waar kranten als de Volkskrant e.a. dan weer hun ‘objectieve’ informatie vandaan konden halen.

Posted on

Peter Tauber (CDU) wil rechts grondrechten ontnemen

Peter Tauber

De CDU-politicus Peter Tauber wil de grondrechten van rechtse publieke figuren intrekken. De reacties in Berlijn zijn onthullend.

Tauber hoeft niet te vrezen voor zijn positie als staatssecretaris van Defensie. Ook wordt hij niet berispt of zelfs maar van hogerhand tot de orde geroepen. Peter Tauber, die tot 2018 de invloedrijke positie van partijsecretaris bekleedde, kon zonder problemen ertoe oproepen om politiek rechts georiënteerde mensen grondrechten als de vrijheid van meningsuiting of vergadering te ontnemen. Deze boude stellingname heeft voor hem geen enkele consequentie.

Seehofer en Merkel haken in

Dit roept dan ook de vraag op of Peter Tauber met zijn schokkende ontsporing alleen staat of dat hij slechts uitspreekt wat in meer hoofden aan de top van de staat omgaat. Als om dit laatste te bewijzen haakte minister van Binnenlandse Zaken Horst Seehofer (CSU) in dat hij dergelijke ingrepen in de grondrechten wil “onderzoeken”.

‘Rechts-extremisme’

En bondskanselier Angela Merkel kondigde op de landelijke toogdag van de Protestantse Kerk in Duitsland (EKD) aan in de toekomst “zonder taboe” te zullen bestrijden wat ze voor “rechts-extremisme” houdt. Men vat het begrip rechts-extremisme in Duitsland echter al zo ruim op, dat vrijwel alles wat niet links is er onder te scharen valt. Zo kan het gebeuren dat christendemocratische politici zonder problemen hun totalitaire proefballonnetjes op kunnen laten.

Moord op Walter Lübcke

Aanleiding voor de uitspraken van Peter Tauber en co. was de moord op Walter Lübcke. Deze CDU-politicus was president van het Regierungsbezirk Kassel, een onderbestuurslaag van de deelstaat Hessen. Inmiddels is een zekere Stephan E. opgepakt als verdachte van de moord. Deze man zou in kringen van neonazi’s verkeerd hebben.

Morele medeverantwoordelijkheid

Lübcke gold als fervent voorvechter van de welkomscultuur. De moord op deze CDU-politicus gebruiken Peter Tauber en de zijnen nu tegen AfD-politici en andere rechtse publieke figuren die daar kritiek op hebben. Zij hebben niets met de moord te maken, maar Tauber wrijft hen een morele medeverantwoordelijkheid aan. Het is een perverse logica, waarmee je even goed alle ’68-ers of zelfs iedereen die op een of andere manier ‘links’ is verantwoordelijk zou kunnen houden voor de moordaanslagen van de Rote Armee Fraktion.

Politieke concurrentie monddood maken

Voor dergelijke perversiteiten deinzen schaamteloze politici als Peter Tauber en de zijnen echter niet terug, als ze daarmee hun politieke concurrentie monddood kunnen maken. Zo begint zich een nieuw totalitarisme af te tekenen. Het heeft de mond vol over democratie, openheid, tolerantie en een inclusieve samenleving, ondertussen legt het een deel van de samenleving het zwijgen op.

Posted on

CDU in leiderschapscrisis en electorale spagaat

In de europarlementsverkiezingen behaalde de CDU haar slechtste resultaat ooit. Bondskanselier Angela Merkel houdt zich op de achtergrond. Dat haar opvolger als partijleider, Annegret Kramp-Karrenbauer over de benodigde capaciteiten beschikt om de partij weer uit het dal te trekken betwijfelt men ook binnen de CDU steeds sterker.

Andrea Nahles trad af als partijleider na het zeer slechte resultaat voor de SPD in de europarlementsverkiezingen. De CDU behaalde ook een slecht resultaat, maar bleef tenminste de grootste partij. Toch slaagde de christendemocraten er niet in deze luwte te benutten. Zo sloeg Annegret Kramp-Karrenbauer kort na de europarlementsverkiezingen een fatale flater, door te stellen dat “stemmingmakerij” op het internet in campagnetijd gereguleerd zou moeten worden. Aanleiding was een CDU-kritische stemoproep van een bekende vlogger op YouTube. AKK’s suggestie leidde tot woedende reacties. Een petitie voor vrijheid van meningsuiting op internet werd in enkele dagen door enkele tienduizenden ondertekend.

Communicatieramp

Binnen de partij, die toch al kampt met sterk teruglopende steun onder jongeren, werd van een “megaramp” gesproken. Vice-voorzitter Armin Laschet viel Kramp-Karrenbauer prompt af. De deelstaatpremier van Noord-Rijnland-Westfalen ziet zichzelf als geschiktere partijvoorzitter en kandidaat-bondskanselier, zo schrijven diverse media.

Electoraal dilemma

De europarlementsverkiezingen laten het electorale dilemma van de CDU goed zien. In het westen van het land heeft het primair met concurrentie van de Groenen te maken en in het oosten, waar in het najaar drie deelstaatparlementen gekozen worden, vooral van de AfD. Dit brengt de CDU op federaal niveau in een spagaat tussen linksere of rechtsere profilering. Om het federaal niet af te leggen tegen de Groenen, moet ze duidelijk positie nemen in het klimaatdebat, maar de regionale campagnemensen in Saksen, Thüringen en Brandenburg vragen om een duidelijk conservatieve koers.

Klimaatdemonstraties, YouTube en jongeren

Een interne analyse na de verkiezingen laat dit dilemma ook zien. “De besluiteloosheid in de omgang met fenomenen als klimaatdemonstraties en plotseling politiek geactiveerde YouTubers, alsmede de plotselinge sterke afname in de populariteit van de CDU onder jongere doelgroepen door de debatten over de ‘uploadfilters’, een vermeende ‘ruk naar rechts’ bij de Junge Union en de mediaal sterk aanwezige Werte-Union leidden tegelijk tot een duidelijk afkeer onder jonge kiezers”, zo heet het in een rapport van het Konrad-Adenauer-Haus.

De jongerenorganisatie Junge Union reageerde verontwaardigd. “Dat is een slag in het gezicht voor 100.000 leden die lokaal in weer en wind campagne gevoerd hebben”, aldus voorzitter Tilman Kuban. “Het eigen huis heeft het in de laatste weken volledig af laten weten en nu zou het de schuld van anderen zijn. Wie op YouTubers reageert met een werkstukje van elf pagina’s, kan beter thuisblijven dan zijn komende generatie te bekritiseren.”

Merz bekritiseert klimaatbeleid

Lange tijd gold de jongerenorganisatie als steunbeer voor de kandidatuur van Friedrich Merz voor het partijleiderschap. Maar Kramp-Karrenbauer wist slim steun te verwerven, door toenmalig jongerenvoorzitter Paul Ziemiak over te halen met de post van partijsecretaris. Sindsdien is de Junge Union sterk verdeeld. Onder de jongeren en deelstaatorganisaties in het oosten heeft Merz nog altijd veel aanhang. Hij gebruikte het verkiezingsresultaat om Merkel te bekritiseren, maar daarmee impliciet ook haar opvolgster. De oud-fractievoorzitter viel Merkel aan op haar klimaatbeleid:

“Na het resultaat van deze europarlementsverkiezingen moet de CDU zich afvragen waarom we na 14 jaren klimaatkanselier onze klimaatdoelen niet halen, huishoudens en bedrijven met de hoogste stroomprijzen van Europa belasten en tegelijk de strategische en culturele controle over het thema kwijt zijn.”

Twijfels over opvolging

Begin dit jaar speculeerde men nog dat Merkel na een overwinning in de europarlementsverkiezingen het bondskanselierschap af zou kunnen staan aan Kramp-Karrenbauer. Zij zou daarmee een goede uitgangspositie voor de bondsdagverkiezingen krijgen. Merkel zou nu echter twijfelen over de opvolging. Dat berichtte de Amerikaanse nieuwsdienst Bloomberg onder verwijzing naar twee CDU-functionarissen uit de nabijheid van Merkel.

Op de verkiezingsavond had de bondskanselier nog van commentaar afgezien, maar nu meldde ze zich dan toch om het bericht van Bloomberg te weerspreken. Op de YouTube-affaire ging ze nauwelijks in. Vanzelfsprekend is de CDU voor vrijheid van meningsuiting en de rest is volgens de regeringsleider oninteressant. “Ik heb me in vele jaren politieke activiteit met onzin niet intensief beziggehouden. Ik wil derhalve geen verder commentaar geven.”

Posted on 1 Comment

“Wantrouw de media en val elkaar nooit in het openbaar af”

Aangetrokken door de titel Kerkgangers en Zuilenbouwers waagde ik mij aan het boek van Sid Lukkassen om mijn gedachtes daarover min of meer reviewend weer te kunnen geven. Als theoloog, één met affiniteit met de neocalvinistische traditie, was ik direct geïnteresseerd.

Ik kwam ongeveer tien jaar geleden in de restanten van de toen net doodverklaarde vrijgemaakte minizuil, maar bevond mij nog wel in een groep mensen die verzuilder waren en dachten dan ze zelf doorhadden. Ook heb ik mij met het fenomeen verzuiling beziggehouden vanuit de geschiedenis van het kerkelijk landschap van de vorige twee eeuwen. De naam Sid Lukkassen had ik wel eens voorbij zien komen, maar nooit iets van gelezen of gezien. Wat betreft politiek en maatschappelijke discussie beschouw ik mijzelf meer als een van de stillen in den lande. Desondanks was ik geprikkeld en besloot het boek te lezen en te kijken of Lukkassen mij kon overtuigen zich bij zijn nieuwe kerk te voegen of op te laten nemen in zijn zuil.

Het is vrij eenvoudig te formuleren waar De Nieuwe Zuil (verder afgekort tot DNZ) voor staat: een gemeenschap van mensen die uit solidariteit elkaar financieel willen steunen om vrije gedachte-uitwisseling te waarborgen tegen de achtergrond van de gestagneerde maatschappelijke en politieke hoofdstroom (vgl. de zin in appellerende wijs waarmee Lukkassen DNZ weergeeft op blz. 52 en 77). Deze hoofdstroom is de globalistische neomarxistische elite die zichzelf aan de macht houdt door voornamelijk tegenstanders door framing monddood te maken. Hoofdstuk negen werkt deze visie uit in 28 punten, gevolgd door een schematisch overzicht van missie, doelstelling, profiel van de leden en de te houden activiteiten. “Dus wantrouw de media en val elkaar nooit in het openbaar af”; korter en pregnanter kan het niet gezegd worden (blz. 82).

Zwaartepunt

Het zwaartepunt van het boek ligt m.i. op blz. 51-87, daarbuiten staan enkele gesprekken met mensen uit de samenleving, die allemaal de indruk maken erg blij te zijn met hem. De rest van het boek bevat allemaal betogen die de noodzaak van de zuil duidelijk maken. Lukkassen geeft zijn meningen over thema’s en gebeurtenissen uit de afgelopen tijd om het failliet van links aan te tonen en de noodzaak van DNZ op rechts. Wat mij betreft was zijn pleidooi al prima als het alleen bestond uit de bladzijdes met het zwaartepunt.

Je leest het boek om als het ware rondgeleid te worden in het gebouw, maar op den duur voelde het voor mij als lopen op de woonkamerafdeling van de Ikea. Je ziet allemaal kleine kamers, los van elkaar en op een of andere manier lijken ze op elkaar. Met als enige verschil dat de Ikea-woonkamers allemaal af zijn en de losse hoofdstukken van Lukkassen ietwat onafgerond aandoen. Dit kan natuurlijk zijn omdat hij de openheid naar de toekomst wil behouden, conform uitgangspunt 28, en alvast een voorzet wil geven voor bezinning. Per slot van rekening geeft Lukkassen van DNZ, om in de Ikea metafoor te blijven, als het ware de bouwinstructies, niet het meubel zelf.

De gewone man

Aan de andere kant lijkt het mij ook te maken te hebben met de abstractiegraad van het betoog. Soms lijkt DNZ alleen interessant voor filosofen en is het vooral een wereld van geschreven en gesproken woorden. Er zit een neiging in het denken van Lukkassen om filosofen op de grond te stellen. Ik vraag me af of de doelgroep van DNZ echt gebaat is bij het plan om een prijs uit te reiken voor “het beste boek” of om “jonge ambitieuze denkers en schrijvers” te stimuleren. Zeker aangezien hij zich richt op de vader aan de keukentafel, op de ondernemer, op de gewone man en vrouw.

Ook registreert Lukkassen dat masculiniteit een probleem is dat aangepakt moet worden, enerzijds door gebrek eraan in het Avondland ten opzichte van de islam, anderzijds doordat de linkse cultuur masculiniteit tegenwerkt. Maar in zijn ethische gedeelte komt deze notie niet terug, noch hoe de deugdethiek die hij voorstaat wordt geoefend en gewaarborgd in praktijken. Deugdethiek is bij uitstek een ethiek van een gemeenschap en praktijken, en zou masculiniteit niet het beste in gezinnen kunnen worden ingezet? Maar zoals eerder gezegd, het kan zijn dat dit in andere werken van Lukkassen die ik (nog) niet gelezen heb behandeld wordt. Wat dat betreft zou DNZ wat kunnen leren van Rod Dreher’s Benedict Option, en minder inzetten op het gehalte Intellectual Darkweb.

Filosofen en krijgslui

Er zit ook ergens iets lichtelijk ironisch in om aan de ene kant filosofen (“en andere briljante mensen”) een leiderspositie toe te schrijven en aan de andere kant voornamelijk leiders als voorbeelden te kiezen die toch krijgslui waren. Het feit dat Marcus Aurelius ook een stoïcijn was doet niet af aan het feit dat ook het zwaard de geschiedenis maakt en bepaalt wie de pen hanteert (blz. 110). Nu wil ik mij wel haasten dat dit niet betekent dat het idee van DNZ compleet waardeloos is door deze punten. Ik ben allang blij dat Lukkassen het idee oppert en dat hij serieus nadenkt over belangrijke vragen. Daarvoor verdient hij lof, zeker omdat hij een van de weinigen is die het niveau van memes en politiek-incorrect zijn door middel van vuilbekkerij en grofheden overstijgt. Ik ben niet de door hemzelf beschreven intellectueel die Lukkassen afkraakt omdat ik hem te ongenuanceerd vindt (blz. 21). Ik vermoed dat wat ik aanstip punten zijn waar hij best over in discussie zou willen, als hij mij al niet wijst op plaatsen in andere werken waar hij dit wel of anders uitwerkt (ik heb immers alleen dit boek gelezen).

Antithese?

Maar, ondanks alle waardering die ik voor zijn initiatief en denkwerk heb, voeg ik mij niet bij zijn kerk en zoek ik geen plaats binnen zijn zuil. Het is voor mij niet duidelijk waar nu de antithese zit tussen DNZ en het door Lukkassen verfoeide cultuurmarxisme. Voor Abraham Kuyper, de aanjager van de verzuiling, bestond de antithese ten diepste op het gereformeerde leerstuk van de uitverkiezing, het theologische leerstuk dat God voor de schepping heeft bepaald welke mensen er tot geloof komen of niet. Zo werd de mensheid opgedeeld in groepen, de eerste met de mogelijkheid, al dan niet geactiveerd, tot geloof, en de ander zonder de mogelijkheid tot geloof. Zonder te vervallen in theologische nuances of discussies komt deze visie erop neer dat de mensheid zich ook organiseert in twee groepen, een christelijke groep met het christelijke leven vanuit (de mogelijkheid van) het geloof, en die zonder. Omdat het beginsel van geloof ligt in een besluit van God in de eeuwigheid en niet in mensen, is de tegenstelling tussen deze mensen absoluut en onverenigbaar. Zie hier de antithese die de rechtvaardiging is voor de verzuiling, er is een onoverkoombare tegenstelling tussen gelovigen en ongelovigen.

Scheppende rede

Als ik dit kuyperiaanse schema als bril gebruik en kijk naar DNZ van Lukkassen, valt mij op dat Lukkassen wel de antithese scherp neerzet. Hij lijkt de kloof te leggen tussen twee existentieel-metafysische wereldbeschouwingen, die voorkomt dat cultuurmarxisten rationeel te overtuigen zijn (blz. 123-124)  Maar wat in vergelijking met het kuyperiaanse schema ontbreekt, is de filosofische of theologische rechtvaardiging voor de antithese. En ik vraag mij af een rechtvaardiging mogelijk is. Want naar mijn indruk is het niet dat de wereldbeschouwing van Lukkassen, een waarin rationaliteit de basis vormt, veel verschilt van de wereldbeschouwing van (cultuur)marxisten. Ook deze vertrekt vanuit rationaliteit naar de werkelijkheid en is ook een product van de Verlichting. Beide nemen hun uitgangspunt in wat dr. W. Aalders noemde de scheppende rede.

Sociaal-constructivisme

Zo beschouwd neemt Lukkassen slechts een rationele positie in tegenover een even rationele positie. DNZ staat dan voor het nationale of het Europese tegenover het globalistische. Ook staat het voor meer risico nemen, zeker in de drang naar heroïsche daden, tegenover minder risico nemen, met name ten opzichte van gevoelens van groepen mensen, het sobere tegenover het hedonistische. Zonder de rechtvaardiging van de antithese kan Lukkassen alleen maar de onwenselijkheid benadrukken, maar niet de onjuistheid aantonen van zijn tegenstanders. Daardoor zie ik in zijn wereldbeeld een ietwat willekeurige en vooral pragmatische trek. Dat verklaart waarschijnlijk ook waarom Lukkassen spreekt over macht en niet over de wet, in tegenstelling tot een van zijn voetnoten (blz. 23). Macht is niet gegrond en gerechtvaardigd door een goddelijke of kosmische wet.  Deze weg heeft Lukkassen voor zichzelf afgesneden met het beroep op Verlichting. Het is dan ook de vraag wat zijn opvatting is van de menselijke natuur, wie dit niet ziet als een essentie, loopt het grote risico om uiteindelijk te belanden in scepticisme en denken in sociaal-constructivisme.

Mobilisatie

En dit is de tragiek van de verzuiling, het is een kenmerk van wat Charles Taylor in zijn boek A Secular Age noemt The Age of Mobilisation. Een periode die vooral lag in de 19de eeuw die liep tot de jaren ’60 van de 20ste eeuw en toen werd opgevolgd door de Age of Authenticity. In de Age of Mobilization  is het kenmerkend dat politieke, sociale en kerkelijke instituten in existentie moeten worden gemobiliseerd door mensen met een gemeenschappelijk doel. Hier tegenover staat dat in eerdere tijden, het ancien régime, achter al deze politieke, sociale en kerkelijke instituten een ordening van de wereld, beter gezegd, van de kosmos stond. Deze orde ging aan alle instituten vooraf en verleende de autoriteit aan deze. Dit verklaart waarom Lukkassen macht reduceert tot menselijke disposities, die hij Informele Macht noemt (blz. 112-117).

Agnostisch

Niet dat DNZ daarmee een waardeloos idee is en direct kan worden door geschoven naar de prullenbak. Ik hoop alleen dat Lukkassen ziet dat agnostisch blijven over het volgende leven (uitgangspunt van DNZ 11, blz. 67) ook rust op onbewust aangenomen theologische uitgangspunten. Iedere levensbeschouwing die zijn uitgangspunt neemt in de autonome scheppende rede veronderstelt een perspectief buiten alles wat bestaat en buiten een absolute in zichzelf bestaande God die hieraan voorafgaat en die het Christendom altijd heeft beleden. Wie deze positie niet kan innemen, maar toch atheïst of agnost wil blijven, veronderstelt hiermee een andere of een valse god dan het Christendom belijdt en is genoodzaakt de rede te hanteren als een selffulfilling prophecy of te vervangen door willekeur en contingentie.

Co-belligerence

En hier zie ik de antithese tussen mijzelf als belijder van het klassieke Christendom en Lukkassen als een modern Verlichtingsdenker. Dat sluit discussie en sympathie voor zijn denkwerk niet uit, maar ik zal mij hierom niet in zijn zuil kunnen laten opnemen. De belangrijkste les van hem neem ik in ieder geval wel ter harte, ik zal mij niet onder druk van Lukkassen distantiëren om te laten zien dat ik heus wel deug. Want de antithese sluit niet uit dat we elkaar aan dezelfde kant van het politieke spectrum kunnen tegenkomen en met elkaar moeten samenwerken. Maar ik zal wel altijd een voor de overige stillen in den lande bekend wijsje fluiten of neuriën: Quare fremuerunt gentes.

N.a.v. Sid Lukkassen, Kerkgangers en Zuilenbouwers (eigen beheer, 2018), paperback, 273 pagina’s.

Posted on

Onverdraagzaam fanatisme extreemlinks leidt tot terreur

Op 19 januari 1984 gooiden zelf benoemde ‘anti-apartheidsactivisten’ – lees: barbaren – de bibliotheek van de Nederlands Zuid-Afrikaanse Vereniging in een Amsterdamse gracht. Twee jaar later belegerde dezelfde mensensoort een hotel in Kedichem, waar de Centrumdemocraten van Hans Janmaat een bijeenkomst hielden. Het gebouw werd in brand gestoken en bij de secretaresse van Janmaat moest na hun vluchtpoging een been worden geamputeerd. In de jaren tachtig van de vorige eeuw was Nederland regelmatig het toneel van veldslagen tussen krakers en hun sympathisanten enerzijds en de overheid en de bevolking anderzijds. Rellen in Amsterdam waren in die jaren aan de orde van de dag, en ook in Groningen, Utrecht en Nijmegen werd door krakers en andersoortige activisten terreur uitgeoefend. Ook het bezoek van paus Johannes Paulus II aan Nederland in 1985 voltrok zich deels in wolken traangas.

De terreur ging nog een stap verder in 1991 met de bomaanslag op het huis van staatssecretaris Aad Kosto, verantwoordelijk voor het vluchtelingenbeleid. De jaren daarvoor werden benzinestations en groothandels, die handel dreven met onder meer Zuid-Afrika, in de brand gestoken. De aanslagen werden opgeëist door RaRa, de Revolutionaire Anti-Racistische Actie. Eén lid van deze terreurgroep werd ooit veroordeeld. Hij woont tegenwoordig in Venezuela!

Voorlopig dieptepunt is de moord op Pim Fortuyn in 2002, die bij ieder publiek optreden al werd belaagd door linkse activisten. En uit eigen ervaring weet ik dat om die moord in progressieve kringen geen traan is gelaten. En al die jaren, tot de dag van vandaag, moeten politici en schrijvers rekening houden met bekladde ramen en muren en dichtgekitte sloten, alleen omdat ze in de ogen van de ‘activisten’ – lees: terroristen – er een verkeerde mening op na houden.

Civitas Christiana

Het laatste slachtoffer van deze linkse terreur is Civitas Christiana. De mensen van deze bij Nijmegen gevestigde stichting staan al regelmatig bloot aan laster en fysiek geweld. Linkse activisten verstoren hun manifestaties. ‘Havanna aan de Waal’ was altijd al een broeinest van extreemlinkse acties. Nu hebben zij afgelopen week het kantoor van Civitas beschadigd en beklad. Uiteraard in de nacht en anoniem, want het daglicht verdragen zij niet.

Het is niet moeilijk te achterhalen uit welke hoek deze activisten komen. Via geplakte stickers en een pamflet (inclusief spelfouten en slechte grammatica) laten zij hun geloofspapieren zien. De verklaring bevat de bekende ronkende zinnen als “Het uiterst conservatieve gedachtegoed van Civitas Christiana is een aanval op ons allen en is exemplarisch voor het politieke klimaat waar we in leven. We moeten als progressieve idealisten ons niet laten verdelen maar zien dat onze strijd een geheel vormt voor een wereld waar gelijkheid, solidariteit en vrijheid centraal staan.”

Voorhoedegedachte

Wie zijn die “allen”? “Exemplarisch politiek klimaat”? Het is opmerkelijk dat activistische minderheden altijd voor ons “allen” praten. De voorhoedegedachte zit diep in de genen bij extreemlinks. En het politieke klimaat lijkt me wat betreft de speerpunten van het anonieme linkse groepje (recht op abortus, rechten voor transgenders, vernietiging patriarchaat) beter dan ooit. De terreurachtergrond van hen wordt echter helemaal duidelijk met deze zinsnede: “Ze zien het als hun missie om katholieke beschaving te verspreiden en om de progressieve waarden die voortkwamen uit bijvoorbeeld de Franse revolutie en de sociale bewegingen uit de vorige eeuw teniet te doen.”

Terreur van links

De Franse revolutie zette namelijk de toon voor de terreur van links. Het was, net als de revoluties in de 20ste eeuw in Rusland, China, Vietnam, Cuba, en Cambodja, een staatsgreep door een fanatieke en intolerante minderheid. Na 1795 maakte de guillotine overuren, net zoals de geheime politie in genoemde landen in de vorige eeuw mensen voor het executiepeleton plaatste.

De voorhoede, het kleine groepje partijleiders, moet het volk leiden naar een glorieuze toekomst. Die toekomst, de marxistische transformatie van socialisme naar communisme en het afsterven van de staat, werd door de ‘proletarische voorhoede’ keer op keer uitgesteld. Zogeheten ‘vijanden van het volk’ belemmerden de realisering van de ‘heilstaat’ en werden daarom opgespoord, verbannen en vermoord. En waar de linkse extremisten er niet in slaagden de macht te grijpen, organiseerden ze zich in terroristische groepen, die het volk rijp moesten maken voor het ‘rode paradijs’.

Alleen al het lezen van biografieën van partijleiders of terroristen laat zien dat de weg naar het paradijs, de heilstaat, niet geplaveid is met goede bedoelingen, maar met de dode lichamen van honderdduizenden onschuldige mensen. Dit scenario is keurig samengevat in ‘De revolutionaire catechismus’ (1869) van Sergej Netsjajev. De catechismus is een opsomming van 26 stellingen met slechts één thema: vernietiging. Stelling 6 bijvoorbeeld:

“Tiranniek ten opzichte van zichzelf, moet hij [de revolutionair] ook tiranniek ten opzichte van anderen zijn. Hij moet alle zachtzinnige, verzwakkende gevoelens van verwantschap, liefde, vriendschap, dankbaarheid en zelfs van eer in zichzelf onderdrukken en moet de ijskoude, doelgerichte hartstocht voor de revolutie ruimte geven. Voor hem geldt slechts één vreugde, één troost, één loon en één bevrediging — het slagen van de revolutie. Dag en nacht mag hij maar één gedachte, één doel voor ogen hebben — de meedogenloze vernietiging. Terwijl hij onvermoeibaar en koudbloedig dit doel nastreeft, moet hij bereid zijn, om zichzelf te vernietigen en met zijn eigen handen alles te vernietigen, wat de revolutie in de weg staat.”

Geldingsdrang

De vraag is waarom mensen overgaan tot dit denken en handelen? Natuurlijk zullen er een paar naïeve idealisten zijn die oprecht denken dat ze aan het werk zijn voor een betere wereld. Voor de rest zal het een mengsel zijn van geldingsdrang, “kijk mij eens bezig zijn voor de goede zaak” en rauwe machtspolitiek. Binnen links lopen heel veel machtswellustige mannen en vrouwen rond, die bereid zijn heel ver te gaan om hun doel te bereiken. Opnieuw, lees de biografieën van de partijleiders. Overtuigd van hun eigen gelijk zijn ze voortdurend op zoek naar doelwitten, binnen én buiten de organisatie. Het elkaar de maat nemen – hoe ver durf jij te gaan, hoe radicaal ben jij eigenlijk? – leidt bijvoorbeeld tot nachtelijk activisme. Zogenaamd voor de goede zaak, maar feitelijk een wedstrijdje elkaar ophitsen wie het meeste durft. Je moet ook wat, als je de hele dag in touw bent voor de realisering van het rode paradijs. Nescio had er een mooie roman over kunnen schrijven.

De jongens en meisjes die afgelopen week het kantoor van Civitas Christiana bekladden zijn een slap aftreksel van de terreur van de Russische nihilisten die zich lieten leiden door ‘De revolutionaire catechismus’. Maar ze staan, net als de anti-apartheidsactivisten en antiracisten, wel degelijk in dezelfde traditie, die begint met intimidatie, geweld, intolerantie, minachting en uiteindelijk leidt naar terreur.

Posted on

Betrapte pedagogen

De Italiaanse politicus Amintore Fanfani zou eens gezegd hebben dat niemand zo verontwaardigd is als een betrapte valsspeler. Dat geldt in de politiek even zeer als bij het kaartspel. Het bewijs daarvoor leveren momenteel allen die hysterisch te keer gaan over het door verschillende regionale AfD-afdelingen ingestelde informatieportaal ‘Neutrale Scholen’. Het haalde zelfs internationaal de media.

Verkapte ideologen

Het zijn de betrapte pedagogen, de verkapte ideologen, die de AfD nu een oproep tot denunciatie en Stasi-methodes verwijten. De minister van Onderwijs van Thüringen, Helmut Holter (Die Linke), voelt zich zelfs herinnerd aan “het donkerste hoofdstuk uit de Duitse geschiedenis”.

Zo vergaat het veel ouders ook, maar dan wel in andere richting. Want zoals bekend hebben in het Nazi-tijdperk staatsgetrouwe pedagogen de jeugd vergiftigd met de ideologie van het regime en andersdenkenden benadeeld. Zo ook in DDR-tijden, toen Holter politicus voor de  Socialistische Eenheidspartij (SED) was, waarmee hij over goede praktische kennis inzake Gesinnungsdiktatur beschikt.

Neutraliteit

Beginnend bij de Duitse grondwet, bestaan er talrijke rechtsnormen die een indoctrinatieverbod en een neutraliteitsgebod inhouden. Derhalve zijn leraren bij politieke onderwerpen verplicht deze op een evenwichtige manier te behandelen.

De praktijk ziet er echter anders uit en voor bezwaren bij de schoolleiding geldt dat ze doorgaans nergens toe leiden. Dat is wat de AfD nu wil verhelpen. Wie met gesprekken en een klacht niet verder komt, kan als laatste middel voorvallen via een contactformulier melden, dat na controle doorgeleid wordt naar de toezichthouder op het onderwijs. Geen wonder dat de politieke activisten die voor de klas staan iets aan voelen komen.

Posted on

Cultuurmarxisme: een strijd om het denken

Een complottheorie voor extreemrechts? Dat is hoe de term cultuurmarxisme, die onlangs opdook in het Nederlandse publieke debat, veelal wordt weggezet. Met die Pavlovreactie kan ook de bundel “Cultuurmarxisme” worden neergesabeld in de kritieken, zo er überhaupt al aandacht aan wordt besteed. Let wel: een oordeel dat al geveld is voordat er een letter is gelezen.

Dit geeft cultuurmarxisme al enigszins weer als waartoe het in leven is geroepen: een strijd om het denken. Want wat is cultuurmarxisme? Is het gelijk aan de politieke correctheid? Marx toegepast op de cultuur?

De term wordt regelmatig als onwerkbaar beschouwd. Bovendien zouden er geen cultuurmarxisten bestaan. In dit boek schrijft daarentegen iemand mee die zichzelf als voormalig cultuurmarxist bestempelt. Puck van der Land nam jarenlang mee aan het ‘cultuurmarxistische samenlevingsverband’ van de Rotterdamse commune, wat stil ter ziele ging in 1991.

Deze bundel, waar dertien auteurs aan meeschreven, geeft een overzicht van de invloed van het nieuwe en naoorlogse marxisme op verscheidene vlakken van de Nederlandse samenleving en binnen het grotere geheel van de westerse wereld. De revolutionaire en marxistische invloeden in de wetenschap en het onderwijs, kunst en cultuur, politiek en media worden beschreven en bediscussieerd. Maar daarvoor moeten we eerst terug naar die ene Italiaanse ideoloog.

Gramsci

Medeauteur Sid Lukassen duikt met ons in de invloed van Antonio Gramsci (1891-1937), de leider van de Italiaanse communistische partij ten tijde van Mussolini, die zijn electoraal verlies verklaarde doordat de arbeiders cultureel nog niet waren voorbereid op de marxistische revolutie. Daarom wilde Gramsci de heersende hegemonie van traditionele en religieuze waarden doorbreken om de voorwaarden te scheppen voor de communistische heilsstaat.

Het huidige links kampt met een soortgelijk probleem van mensen die overstappen van socialistische partijen naar bijvoorbeeld de PVV of Front National. Het cultureel conservatieve Europa staat hierin tegenover een ‘diversiteitsdenken’. De perfect storm van het islam-en immigratiedebat, het EU-debat en de vluchtelingencrisis hebben deze tegenstellingen op scherp gezet. Ironisch genoeg kiest West-Europa doorgaans voor een kosmopolitisme met de ontchristelijkte waarden van compassie en openheid, waar het voormalige Oostblok veelal de christelijke identiteit benadrukt.

Gramsci’s cultuurmarxisme betreft de vraag hoe de heersende klasse de instemming van de ondergeschikte klasse verkrijgt en hoe die laatste de oude orde kan omverwerpen en een nieuwe opbouwen. Het verschil tussen Oost-en West-Europa is het verschil tussen Marx en Gramsci, tussen economisme en marxisme als cultuurgoed. Autoriteiten, tradities en historische instituties inspireren loyaliteiten bij de burgers aan koning, kerk en kapitaal, die doorbroken moeten worden. In het Westerse socialisme werd economisme ondergeschikt aan de culturele benadering.

Het nieuwe marxisme

De nieuwe marxistische theorievorming die hiervoor noodzakelijk bleek, werd grotendeels ingevuld door de Frankfurter Schule, die de kritische theorie ontwierp als de ultieme toepassing van de revolutie op de Westerse cultuur. De superstructuur, die bij Marx slechts van ondergeschikt belang was, werd een obsessie voor de nieuwe marxisten.

Gramsci formuleert dit als een revolutionaire stellingenoorlog (WOI) in vergelijking met de snelle revolutie in Rusland. Het is een permanente revolutie die minderheden mobiliseert om de culturele hegemonie te doorbreken. Cultuurmarxisme mobiliseert bijgevolg minderheden tegen de hoofdcultuur en ook de islam leent zich daarvoor.

Zo besteedt historicus Jan Herman Brinks aandacht aan wat hij noemt het ‘drievoudig falen’ van westerse fellow travellers tegenover de totalitaire krachten van het bolsjewisme, maoïsme en islamisme. In de islam is een nieuw proletariaat gevonden dat gered moet worden en dat de blinde intelligentsia noopt om de bevolking opnieuw op te voeden in antifascisme en multiculturalisme.

De uiteindelijke emancipatie

De ultieme bevrijding van het individu, het einddoel van de geschiedenis, moet in het cultuurmarxisme bereikt worden door de mens los te maken van traditionele instituties en autoriteiten. Als zaadjes in een bevroren stuk grond van culturele gewoonten moet men tot ontkieming worden gebracht door het ploegwerk van de staatsmacht.

Het boek is tevens de academische last stand van redacteur Paul Cliteur. Het is een aanklacht tegen de politieke correctheid en tegen de lange mars door de instituties: het veronderstelde cultuurmarxistische project dat ernaar streeft om door geweldloze ondermijning van democratische en niet-politieke instituties macht te verwerven voor het individu.

Zoals genoemd richt cultuurmarxisme zich op de cultuur, waar het klassieke marxisme de economie het primaat gaf, en probeert het de culturele hegemonie binnen de kranten, omroepen en andere media te verkrijgen door de enkeling te emanciperen. Cliteur bestrijdt specifiek de ‘cultuurmarxistische oorlog’ tegen de democratie. Hij ontwaart een zestal cultuurmarxistische trends, waaronder postmodernisme, cultuurrelativisme en identity politics, die consequent toegepast tot het einde van de democratie leiden.

Ironisch genoeg noemt Cliteur hier Karl Popper’s motto om totalitaire uitdagingen te weerstaan: “Geen tolerantie voor de intoleranten.” Een leuze die 80 pagina’s verderop door Brinks wordt verwoord als “geen vrijheid voor de vijanden van de vrijheid”, maar daar als adagium van zowel de Franse als de Russische revolutie geldt.

Is dit credo nu te gebruiken ter bescherming van de democratie tegen totalitarisme en het zogenoemde cultuurmarxisme? Of ging het ontstaan van de moderne democratische idealen gepaard met een kreet die via het liberalisme en bolsjewisme ook in het cultuurmarxisme terecht is gekomen en daarin juist een bedreiging vormt voor onze democratische instituties door ook deze tot in den treure te ‘democratiseren’?

Het laatste essay van deze bundel biedt een uitweg uit deze impasse.

De permanente revolutie

Socioloog Eric Hendriks beschrijft hoe een neo-marxistisch denkschema bestaande uit een tweedeling tussen onderdrukkers en onderdrukten, fundamenteel is voor het cultuurmarxisme en het links-identitaire acitivisme. De oorsprong van dit binaire tweedelingsschema is ouder dan het marxisme en vindt zijn origine in de Franse Revolutie en de absoluut gewaande tegenstelling van gewone burgers tegenover de geprivilegieerden. Mensen uit de adellijke stand kwamen onder de gevreesde guillotine op basis van hun groepsidentiteit. Dat is de politieke misgeboorte van de democratische verlichtingsidealen. Hendriks noemt dat ware diversiteit nooit binair, eenduidig of politiseerbaar is. Door middel van deze theoretische vereenvoudiging is de permanente revolutie desondanks in de moderniteit binnengedrongen en het egalitaire activisme is nooit meer uit de samenleving verdwenen.

In het marxisme kwam dit dualisme terug in de mobilisatie van de arbeiders tegen de kapitalisten. En in de jaren ’60 en het hedendaagse activisme is er sprake van een ‘wit privilege’ of een ‘mannenprivilege’ en komt de tweedeling terug in een veronderstelde strijd van ‘bruin tegen blank’, vrouw tegen man, student tegen docent, kind tegen ouder en allerhande dwaze en generaliserende scheidslijnen.

Hendriks besluit met een oproep om de Revolutie voor altijd achter ons te laten. Deze zit nochtans dieper in ons systeem dan we zelf kunnen toegeven. De huidige politieke correctheid bewijst dat.

N.a.v. Paul Cliteur e.v.a., Cultuurmarxisme. Er waart een spook door het Westen (Aspekt: Soesterberg, 2018), paperback, 300 pagina’s.

Posted on

De regenboogvlag: symbool van een totalitair systeem

In het tweede deel van de filmtrilogie God’s Not Dead moet een geschiedenisdocente zich voor een rechter verantwoorden omdat ze een vraag over geweldloos verzet beantwoordde met een verwijzing naar de bijbel. Het bestuur van de Martin Luther King-school – veelzeggend zonder ds. in de naam! – zette de onderwijzeres op non-actief en nadat zij weigerde haar excuses aan te bieden spanden ze een proces tegen haar aan. Fictie op celluloid, maar een gebeuren dat ondertussen realiteit is. Voorstanders van het traditionele huwelijk en activisten die zich uitspreken tegen gender mainstreaming krijgen steeds vaker te maken met haatmail, fysieke bedreigingen, sociale media-ban en juridische procedures. Een paar jaar geleden gingen in Duitsland auto’s van voorvechtsters van het traditionele huwelijk en gezin in vlammen op. De katholieke blogger Joseph Bordat ontving doodsbedreigingen omdat hij op zijn website melding maakte van de aanslagen. Vorige maand kreeg Austin Ruse, directeur van het Center for Family and Human Rights (C-Fam), de FBI op bezoek, omdat hij een grap had getwitterd over het verzoek van een LHBT-organisatie om meer regenboogsymbolen in de etalages van winkels en bedrijven. Volgens Gabriele Kuby, auteur van de klassieker De seksuele revolutie. Vernietiging van de vrijheid uit naam van de vrijheid (Uitgeverij De Blauwe Tijger), “beweegt de strijd voor het leven en het gezin zich naar een nieuwe fase, nu aanvallen van verbaal naar fysiek veranderen.”

Verbaal en fysiek geweld tegen voorstanders van het traditionele huwelijk en gezin komt ook in Nederland steeds vaker voor. Toen in 2010 bekend werd dat pastoor Luc Buyens uit Reusel geen communie verleende aan een homo, schonden alle liberale partijen voor het gemak het door hen gekoesterde principe van scheiding kerk en staat, en riepen op tot lijfelijk protest. Het was nota bene de SGP die hierover in de Tweede Kamer vragen stelde. Vorige maand werd bekend dat Hugo Bos moest onderduiken vanwege bedreigingen. Bos, directeur van Civitas Christiana, die onder meer opkomt voor het gezin en tegen de seksualisering van de samenleving, kwam in het nieuws door zijn protest tegen SuitSupply, het bedrijf dat posters van twee zoenende mannen als reclame laat zien.

Gabriele Kuby ~ De seksuele revolutie. Vernietiging van de vrijheid uit naam van de vrijheid

‘Homohaat’ is het label dat iedereen die kritische vragen durft te stellen bij genderisme en seksualisering krijgt opgeplakt en waarmee iedere discussie onmogelijk wordt gemaakt. Ook Bos is als ‘hater’ weggezet. Kuby, die zelf ook veel haatmail ontvangt, zegt over dit label: “Homohaat is een begrip dat de homolobby heeft uitgevonden om kritiek op de cultuur-revolutionaire strategieën die de homolobby heeft uitgedacht in kwade reuk te brengen en te criminaliseren.” Meest recente voorbeeld hiervan is het een-tweetje tussen de Amsterdamse stadszender AT5 en GroenLinks. Op het hoogfeest van de LHBT-gemeenschap in Nederland, de Canal Pride, lijkt het erop dat een lesbische vluchteling uit Oeganda uit het klooster van de Missionaries for Charity in Amsterdam is gezet. Uiteraard heeft GroenLinks direct raadsvragen gesteld en organiseerde de partij een ‘kiss-in’ bij het klooster. Het spreekt voor zich dat dagblad Trouw dit nieuws groot bracht, zonder kritische vragen te stellen bij de hele gang van zaken en alleen de verontwaardigde activisten aan het woord liet. De media speelt hierin al lang een eenzijdige en daarmee bedenkelijke rol. Zij fungeren als megafoon voor emancipatiebewegingen zoals die voor LHBT-ers.

[pullquote]“Ideologie is de quasi-metafysische ‘lijm’ die een totalitair systeem bij elkaar houdt.”[/pullquote]

De Ierse schrijver John Waters, die het voorbeeld van Austin Ruse in een artikel op de website van het Amerikaanse tijdschrift First Things aanhaalt, ziet in het regenboogsymbool een dwangmiddel: het is het symbool van een ideologie die opereert binnen de cultuur. “Ideologie is de quasi-metafysische ‘lijm’ die een totalitair systeem bij elkaar houdt,” citeert Waters de Tsjechische schrijver Vaclav Havel. Waters: “Het doel van de ideologie is het dehumaniseren, het overtuigen van mensen om hun menselijke identiteit in te ruilen voor een bedrijfsidentiteit. Ideologie verschaft het systeem de ‘handschoenen’ waarmee het haar doelen zonder schijnbare dwang kan verwezenlijken. Het maakt het mogelijk dat de mens in harmonie met het systeem wordt gebracht, maar deze onderwerping gaat schuil achter hoge idealen.” George Orwell had deze ideologie scherp door: “Sommige mensen zijn meer gelijk dan anderen”. Omdat sommige groepen menen meer rechten te kunnen opeisen én te krijgen boven de aanspraken van anderen, aldus Waters. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de discussie binnen de LHBT-beweging momenteel gaat over het ‘terugwinnen’ van het regenboogsymbool.

Als er een groep is die het gelijk van deze constatering bevestigt, is het de genderbeweging. Juli en augustus zijn het mondiale seizoen van de gay parades. Het regenboogsymbool wappert op veel (overheids)gebouwen, is in veel winkels prominent zichtbaar en kleurt bedrijfslogo’s. Het symbool staat voor de ideologie die binnen het westerse liberale systeem leidend is geworden. Het is die “quasi-metafysische lijm die mensen zonder schijnbare dwang onderwerpt”. De genderbeweging is fanatiek, intolerant en totalitair. Of het nu gaat om het homohuwelijk, transgender-toiletten of genderonderwijs, de activisten dulden geen tegenspraak en snoeren andersdenkenden de mond. Vrijheid van meningsuiting en geweten bestaan voor hen niet. “Het gaat erover hoe we de liefde ‘vrij’ kunnen maken: vrij van kleinburgerlijke opvattingen, het knellende instituut van het huwelijk, de overerfde moraal van het christendom,’ schreef Colin van Heezik afgelopen mei in de Volkskrant. “Wat vijf nog tien jaar geleden nog vrij zeldzaam was, is het nu niet meer. Open relaties (dus relaties zonder seksuele exclusiviteit) en polyamorie (het onderhouden van meerdere intieme, toegewijde liefdesrelaties tegelijk) worden steeds minder uitzonderlijk.” De revolutie dendert verder.

“De morele normen die seksualiteit zo begrenzen dat ze het leven en niet de dood dient, deze grenzen worden tegenwoordig als ‘discriminatie’ gebrandmerkt en met de dwang van de wet vernietigd. Dat gebeurt onder de vlag van ‘vrijheid’. Maar deze opvatting van vrijheid heeft niets met waarheid en verantwoordelijkheid te doen en is het bewijs van een hellend vlak in een nieuw totalitarisme,” schrijft Kuby. Diverse kritische wetenschappers zijn hun baan al kwijt en actiegroepen hebben onder druk van een totale ban kritische berichten en video’s van sociale media-kanalen moeten verwijderen. Kuby: “We bevinden ons in  een culturele oorlog waarin het om de toekomst van het gezin gaat, om de vrijheid, de menselijkheid, het christendom, de culturele identiteit en het fysieke voortbestaan van de natie.”

Posted on

Maak van sociale media-platformen nutsvoorzieningen

Ik verwachtte het al een tijdje, maar toen het gebeurde kwam het alsnog als een schok. Alex Jones is verbannen van diverse sociale media-platformen. Als de complottheoretici die hem volgen geen reden hadden om de verbanners Facebook, Google, Apple en Spotify te wantrouwen, hebben ze nu zeer zeker een goede reden om dat wel te doen.

Alex Jones, welke internetgebruiker kent hem niet? Hij is bijzonder schreeuwerig, een vleugje vulgair en niet te beroerd bizarre verhalen de wereld in te helpen zonder die al te goed te controleren. Dit uiteraard in het kader van “check nooit leuke verhalen kapot”. Zo hielp hij geruchten de wereld in die erop neerkwamen dat er stoffen aan het water zouden zijn toegevoegd om kikkers homofiel te maken. Een ander spraakmakend verhaal kwam erop neer dat de Amerikaanse Democraten een pedofilie-ring hadden rond een pizzaketen.

Jones heeft een imperium opgebouwd dat beter wordt bekeken dan CNN. Hij past ook heel goed in de Amerikaanse geest waarin grote instellingen zoals de overheid en de gevestigde media sterk worden gewantrouwd. En terecht. CNN, MSNBC, FoxNews en hoe ze ook allemaal ook mogen heten zijn heel goed in het prepareren van nieuws voor hun achterban.

De tactiek van het selectief overschreeuwen van feiten en het doodzwijgen van andere is ontwikkeld door propagandaminister Jozef Goebbels van de NSDAP, en sindsdien wegens succes op een schaal toegepast waarvan Jozef Goebbels van 1933 tot 1945 alleen van zou kunnen dromen. Diverse onderzoeken die op internet te vinden zijn laten ook zien dat mensen die alleen maar deze nieuwszenders volgen voor hun nieuwsvoorziening minder weten over de wereld dan diegenen die deze zenders niet bekijken. Zo heeft het een negatief effect op het realiteitsbesef van de kijker.

De Amerikaanse nieuwszenders staan ten dienste van de aandeelhouders die op hun beurt weer een heel klein clubje ongekozen heersers vormen over de Amerikaanse bedrijven. In de politieke filosofie noemen we dit een “oligarchie”. De heerschappij van weinigen. Het is een gedegenereerde vorm van aristocratie, de heerschappij van de besten.

Nu is er een vlieg in de soep. En die vlieg heet Alex Jones. Hij mag dan gek zijn. Hij mag ook vulgair zijn en hij is zeker schreeuwerig, maar hij slaagt er ook in de Amerikanen aan het denken te zetten en een zeker domino-effect in gang te zetten waarin mensen dingen gaan afvragen over de realiteit om hun heen. En dat is nu net tegen het tegen het zere been van de oligarchie die de grote mediabedrijven bezit. Het verbannen van Alex Jones dient precies dit doel.

Over Facebook en Google valt ook nog wel het een en ander te vertellen. Naast dat het natuurlijk beide grote rampen qua privacy zijn is het ook zeer de moeite deze bedrijven te wantrouwen. Het zijn beide bedrijven die in hun opstartfase financieel zijn geholpen door een investeringsfonds genaamd In-Q-Tel. Dat namens de Amerikaanse inlichtingendiensten investeert zodat Amerika de strijd voor technologische dominantie wint en blijft winnen. Wat vanuit Amerikaans perspectief bekeken een vereiste is om de strijd om informatie te winnen. Mag Facebook weten dat u graag champignon-pizza eet? Natuurlijk. Maar bewustwording van het feit dat deze bedrijven ook andere meesters dan de adverteerders dienen is volgens mij wel noodzakelijk.

Facebook, Google, Apple en noem ze maar op willen noch dienen natuurlijk niet werkelijk de vrijheid van meningsuiting. Wat deze bedrijven vooral willen is dat consumenten braaf hun producten (en die van hun adverteerders) kopen. En daarna vooral hun mond houden en die wijze boodschap van MSNBC en CNN tot zich nemen zodat we allemaal de volgende oorlog van Amerika steunen.

Eigenlijk is er een hele makkelijke oplossing: verklaar sociale media platformen tot nutsvoorzieningen, zoals ook elektra, water en gas nutsvoorzieningen zijn. Waarin verschilt een Facebook-tijdlijn van een openbaar plein waarop mensen een zeepkist kunnen zetten en kunnen preken? Qua communicatie niet zo heel veel. Verplicht ze elke mening te publiceren die niet overduidelijk tegen de wet ingaat. Dan kunnen ze niet meer op eigen houtje mensen censureren en wordt de Amerikaanse oligarchie in het hart getroffen.

Posted on

ChristenUnie-minister snoert vrijheid van onderwijs in

Dwang tot nationale opvoeding, invoeren van een staatsideologie, symboolpolitiek. Dat zijn zo’n beetje de steekwoorden in de reacties op het plan van minister Arie Slob voor Basis- en Voorgezet Onderwijs om scholen te verplichten tot burgerschapsonderwijs. Scholen zijn sinds 2006 wettelijk verplicht om lessen in burgerschap te geven, maar de minister vindt dat te vrijblijvend. Hij wil de eisen aanscherpen.

“De school moet ook een oefenplaats zijn, waar kinderen kunnen oefenen hoe je je als burger gedraagt,” vindt Slob. De crux zit ‘m in dat woordje ‘ook’. Want scholen moeten al heel veel en steeds meer. Je vraagt je als buitenstaander wel eens af hoe die onderwijzers nog toekomen aan het geven van klassieke vakken, zoals taal, rekenen en geschiedenis. Zoveel ruis zit er namelijk tegenwoordig in het curriculum. Het versje is allang afgeschaft en het zingen van het Wilhelmus is nog niet eens ingevoerd, maar de lesdagen worden tegenwoordig gevuld met voorlichting over seksuele diversiteit, anti-pestprogramma’s, herkennen van vooroordelen en het oefenen in empathie. “Mijn kinderen weten alles over Marokko, maar over de vaderlandse geschiedenis leren ze niets meer,” verzuchtte een vader een aantal jaren geleden in een ingezonden brief. Lessen in burgerschap fietsen daar nog doorheen – de jaarlijkse excursie naar Verkeerspark Assen is ook lang geleden gesneuveld – maar scholen kunnen in het kader daarvan eenmaal per jaar een project-dag organiseren of een debatwedstrijd. En daar wil Slob nu een einde aan maken. ‘Kennis en respect voor de basiswaarden van de democratische rechtstaat’ moeten centraal staan in het burgerschapsonderwijs. Concreet: meer en verplicht onderwijs over democratie, rechtsstaat en gelijkheid. “De universele rechten van de mens en de grondwet moeten leidend zijn,” zegt Slob in dagblad Trouw. “Een belangrijke basiswaarde in het onderwijs is dat mensen verschillend mogen zijn en dat we respect moeten hebben voor elkaar.”

De ironie wil dat het weinig verplichtende karakter van de huidige wet, die in 2006 werd aangenomen, een gevolg is van het verzet van het CDA en de ChristenUnie in het vierde kabinet Balkenende (2007-2010). De christelijke coalitiepartijen vreesden dat de vrijheid van onderwijs met allerlei verplichtingen ondermijnd zou worden. De Raad van State viel de partijen bij: “Een inbreuk op de vrijheid van richting en inrichting”. Tien jaar later gaat een minister van CU-huize juist over tot verplichting. “Een school die niet onderwijst in de vrijheid van meningsuiting, gelijkwaardigheid, begrip voor anderen, verdraagzaamheid, autonomie en het afwijzen van discriminatie zal daartoe voortaan door de Inspectie, met Slobs nieuwe wetsvoorstel in de hand, worden gemaand,” schrijft de Volkskrant. In Trouw probeert de minister mogelijke onrust onder zijn achterban te bezweren: “Ik treed niet in de vrijheid van scholen om het onderwijs in te richten zoals zij het willen. Er is een kern van wat leerlingen moeten kennen en kunnen. Ik wil alleen richting geven waaraan de inhoud moet voldoen. Tegelijkertijd houden scholen ruimte om keuzes te maken in hun lesaanpak, methodes en leermiddelen. Die vrijheid houden ze zonder meer. Zolang scholen maar wel fundamentele waarden en vrijheden respecteren en onderwijzen.”

Het Friesch Dagblad, een van de kleinste dagbladen in Nederland én christelijk, heeft er niet veel vertrouwen in. De krant voorziet conflicten tussen de diverse grondrechten, maar ook over de verschillende visies op bijvoorbeeld medisch-ethische kwesties. “Grondrechten zijn niet waardevrij en niet los verkoopbaar,’ schrijft de krant in haar hoofdcommentaar van 6 juni. “De uitleg van Slob doet denken aan de Orwelliaanse uitspraak dat iedereen gelijk is maar dat sommigen meer gelijk zijn dan anderen. Met andere woorden, het invoeren van een staatsideologie ligt levensgroot op de loer en staat op gespannen voet met de vrijheid van onderwijs. Welk grondrecht krijgt voorrang?”.

Terwijl de Friese krant terechte vraagtekens zet bij het idee van de minister, gaat het voorstel voor een aantal belanghebbenden niet ver genoeg. Hans Teunissen, voorzitter Nederlandse Vereniging van Leraren Maatschappijleer, zegt tegen een verslaggever van de Volkskrant dat je al in de peuterklas moet beginnen met burgerschapskunde. ‘Van peuter tot puber’ is het motto van Teunissen. Bij hem komt de echte aap wel uit de mouw: “Train leerlingen in elk leerjaar om over gevoelige thema’s te praten, zich te verdiepen in standpunten van anderen, wat de (grond)wet is en wat die voor jou betekent. Dan zijn ze van jongs af aan gewend om te spreken over onderwerpen als populisme en discriminatie”. En Jan Heijhuurs, adviseur bij Diversion (bureau voor maatschappelijke innovatie), voegt daar in de krant aan toe: “Goed burgerschap begint bij de docent als moreel kompas, daarin is dit wetsvoorstel een mooi begin… Aan scholen zelf is het de taak om de buitenwereld de klas binnen te halen”.

Nederland lijkt in rap tempo het Zweedse voorbeeld te volgen. De staat neemt de (morele) opvoeding, die normaliter binnen het gezin behoort plaats te vinden, over. En het onderwijs blijft een speeltuin voor linkse hobby’s. Nota bene een minister van een christelijke partij gaat er voor zorgen dat staatsopvoeding de autoriteit van ouders buitenspel zet. De progressieve secularisten zullen juichen.