Posted on

Disruptie – Doormodderaars blijven verkiezingen winnen

Doormodderaars domineren de politiek ten koste van volgende generaties. En media houden hen uit de wind. De hoop ligt in disruptie, schrijft Sid Lukkassen aan Arno Wellens. 

Beste Arno,

Op 20 april 2019 sprak je voor het publiek van De Nieuwe Zuil in de Oosterkerk te Amsterdam. Wat je daar vertelde was zó schokkend en belangrijk dat het nodig is om dit vast te leggen voor het nageslacht en opnieuw onder de aandacht te brengen in deze brief. Hopelijk kan deze brief ook het draagvlak voor het bijbehorende crowdfunding-project vergroten.

Jouw pamflet, Het Euro Evangelie, overhandigde je aan (destijds) VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra. Jort Kelder omschreef dit treffen kort doch krachtig:

“Hij ontving ons in de rust van zijn gelambriseerde werkkamer. ‘De euro is mislukt en zal over een paar jaar waarschijnlijk niet meer bestaan’, sprak Zijlstra stellig. ‘Maar zolang een meerderheid op het Binnenhof de feiten niet onder ogen wil zien, modderen we voort.’ Kort daarna stemde de Tweede Kamer over een zoveelste steunpakket voor Griekenland. De VVD-fractie stuurde de premier naar Brussel met de opdracht te voorkomen dat er 86 miljard euro extra naar Athene gegireerd zou worden. Toen Rutte zijn veto weigerde te gebruiken en zwichtte voor de druk van Merkel en Tsipras, gunde Zijlstra zijn fractie de verkiezingsbelofte ‘Geen cent naar de Grieken’ gestand te doen. Slechts één van de veertig leden, Joost Taverne, sprak zich uit tegen een nieuwe financieringsronde.”

Hierbij vertelde je dat je de documenten kende die Rutte op zijn bureau had liggen, en dat hij wist dat de Grieken niet aan de eisen voldeden. “Dus deed hij een belofte waarvan hij tevoren wist dat hij die moest breken.” Je vatte de gang van zaken in het eurodossier samen in een mooi citaat: “The cost of indecision is greater than the cost of the wrong decision.

Doormodderaars

Zijlstra had zelfs gezegd: “Deze berekeningen zijn solide, daar kan ik niet omheen, maar publiekelijk kan ik dit niet steunen – dan steek ik mijn nek in een strop en dan moet ik in de Tweede Kamer 75 andere gekken vinden die ook bereid zijn om dat te doen, en die vind ik niet.” Je somde de gehele uitwisseling op als: “Doormodderaars blijven verkiezingen winnen.”

Kennelijk volgde hij jouw analyse maar is er zoiets als “politiek kapitaal”. Dat gold ook voor de douane-unie tussen Oekraïne en de EU. Ambtenaren en politici waren al twintig jaar bezig met de voorbereiding daarvan: dat zou de einduitkomst “onafwendbaar” maken. Zijlstra nam volgens jou onterecht aan dat de samenleving dit argument zou slikken “omdat hij in de Haagse bubbel zit”.

Perverse dynamiek vraagt om disruptie

Nu dit alles is gezegd wil ik benadrukken dat ik dit niet schrijf om Zijlstra of Rutte persoonlijk de vliegen af te vangen; het gaat erom een perverse dynamiek bloot te leggen. Enige jaren terug zei ik al tegen Thierry Baudet in een podcast: “Ik ga er niet vanuit dat politici aan hun werk beginnen met kwade bedoelingen. Maar ze belanden in een systeem met een eigen logica, een eigen krachtenveld. Op een zeker moment overschrijft dat de goede wil van de politieke actor.” Dit perverse systeem – zo blijkt wel uit decennia aan groeiende schuldenbubbels die politici, bankiers en belastingbetalers over en weer in de klem houden – kan niet van binnenuit worden doorbroken. Dit vergt een verstorende kracht van buitenaf: om dat bewustzijn op te bouwen is een brief als deze relevant.

De hoop ligt in disruptie

Dr. Sid Lukkassen werkt momenteel aan een crowdfunding om het vrije debat te redden. Hij wisselt brieven uit met Maarten Boudry, Ancilla van de Leest, Arno Wellens en andere vrijdenkers om inhoudelijk debat te voeren. Dit moet voorkomen dat onze democratie vervalt tot demonisering en op-de-man-spelen zoals we bij de foto met Zihni Özdil hebben gezien. Steun het project hier!

De hoop ligt dus in de disruptie. Juist dit wordt in Het Euro-Evangelie goed uitgelegd. “Griekenland, slechts 2 procent van de eurozone, zal een vingeroefening blijken voor de finale: het nakende failliet van Italië. Over dat soort feitjes horen we herkiesbare politici minder. Die bluffen liever over overschotten en meevallers op de begroting. Of storten zich op debatjes of de koopkracht nu wel of niet met één procentpunt toeneemt  ‘dankzij het kabinetsbeleid’.”

Kortom zolang je probeert om van binnenuit te veranderen, blijf je in discussies hangen over één procentje koopkracht meer of minder, of de doembeelden niet te veel kiezers afschrikken, over astronomische bedragen die niet in Jip en Janneke taal te vangen zijn. Ook krijg je steeds het argument voor de kiezen dat er “te veel politiek kapitaal in de munt zit”.

De paradox van de eurocrisis

Nog wat cijfers om de ernst van de situatie te onderstrepen: “De consultants van de Boston Consulting Group kwamen op oninbare leningen ten bedrage van 6,15 biljard euro. Voor het Koninkrijk der Nederlanden zou dat een afboeking van 140 miljard tot 720 miljard euro betekenen. Pittig. En dat is het best case scenario, want de cijfers dateren van 2010, toen de schuld een stuk lager was. De paradox van de eurocrisis is dat de bedragen zó groot en de uitkomsten zó ongewis zijn, dat geen politicus er een serieus punt van maakt.”

Verliesverbergers

Je noemde hierbij de “VerliesVerbergers” – de schuld is er wel, maar je ziet hem niet. Bijvoorbeeld omdat slechte leningen worden opgekocht door een van de Europese noodfondsen, aangevoerd door het Europese Stabiliteitsmechanisme (ESM). Ook is er de kwantitatieve geldverruiming, wat neerkomt op het bijdrukken van geld.

“Eén op de zes Italiaanse leningen geldt als non performing, in Ierland is het één op vier en Cyprus presteerde het om meer oninbare vorderingen uit te hebben staan dan de omvang van de economie. De European Banking Association categoriseert duizend miljard aan leningen als ‘non performing’.”

Je beschrijft hoe geen politicus dat voor zijn of haar rekening durft te nemen – het zou immers een papieren schuldenberg omzetten in tastbare verarming en dus spaarders, beleggers en andere stemmers aan de kook brengen.

“Zo heeft de ECB in korte tijd al een kwart van de Zuid-Europese schuld naar zich toegetrokken. Sterkte, belastingbetaler, want Nederland doet voor 5,7 procent mee in de eurozone.” De schulden van alle betrokken banken samen begrootte je op 28.000.000.000.000 euro – “van dat bedrag zal volgens een rapportage van The Boston Consulting Group 6.150.000.000 euro niet worden terugbetaald. Een reddingsfonds zal dus behoorlijk wat vuurkracht moeten hebben om dat bedrag omver te blazen. Als Nederland naar omvang bijdraagt en – zoals afgesproken – andere landen ontlast, komt onze bijdrage op maximaal 720.000.000.000 euro. Oftewel anderhalf keer de bestaande Nederlandse staatsschuld.”

Langetermijnprognoses

Het probleem is dat mensen als jij en ik naar de toekomst kijken: we maken langetermijnprognoses. Maar de meeste mensen willen gewoon met een biertje in de zon zitten en bitterballen eten. Realistische prognoses en vergezichten worden dan afgedaan als zuur gelul, geschreeuw vanaf de zijlijn, boekenwijsheid en abstracte speculatie. Voorts begint men over “doeners” en “aanpakkers” – dan wordt er niet meer geluisterd. Hier stuiten we op een belangrijke opmerking in het voorwoord: “’Verdomme’, siste D66-woordvoerder Kees Verhoeven in een debatpauze op de plee van een Leidse lokaliteit. ‘Ik heb geen antwoord op alle financiële problemen die Wellens aankaart’.”

Mediakartel

Op zo’n moment verdedigt een gekozen volksvertegenwoordiger dus een transferunie waarvan hij weet dat zijn kinderen en kleinkinderen daarvoor de prijs betalen; hij weet dat hij dit niet kan verbergen en hoopt er simpelweg niet op te worden aangesproken – hij rekent op steun van het mediakartel. Jort Kelder geeft dit ook toe: “U begrijpt waarom wij niet bij Matthijs [van Nieuwkerk] aanschoven: het Euro Evangelie kwalificeerde ook niet echt voor goedhumeur-tv. Redactiesjef Dieuwke Wynia begint daags voor de uitzending te twijfelen. ‘Jort, razend interessant onderwerp, maar de materie is te ingewikkeld en de getallen zijn zo groot, daar kan geen kijker zich iets bij voorstellen’.”

Op kosten van komende generaties

Het lukt politici om gesteund door het mediakartel de aandacht af te leiden. Zodat de massa hedonistisch blijft consumeren en de meer grimmige abstracte waarheden niet doordringen tot het dagelijks gesprek. Dan winnen politici – de meeste van hen zijn opgekweekt in het badwater van ‘68. Ze vinden dat ze meester en vormgever zijn van hun eigen succes: ze geloven niet dat hen na de dood iets boven het hoofd hangt en een begrip als ‘cultureel rentmeesterschap’ of ‘intergenerationele solidariteit’ zegt  hen niets. Ze willen genieten van de macht zolang ze de macht hebben en daarbij zijn alle middelen geoorloofd – inclusief het opmaken van het kapitaal dat is gespaard door de vorige generatie en vervolgens bijlenen op kosten van komende generaties.

Globale geldmarkt

Zelf was ik vroeger vóór de euro – het argument dat toen werd gebruikt, bij de invoer, was dat er een conservatief fiscaal beleid zou worden gevoerd om te voorkomen dat de VS tot het oneindige dollars kon bijdrukken. Er was een tegenkracht nodig op de globale geldmarkt: een tegenkracht gebaseerd op een strakke monetaire politiek. Vanwege de zwakke dollar en sterke euro was het leuk om spullen vanuit de VS te bestellen. Maar nu zie ik twintig jaar later in de praktijk hoe alle geldverruiming uitmondt in welvaartstransfers naar het zuiden – ik heb zelfs negatieve rente op mijn spaarrekening. ZZP’ers als ikzelf bouwen niets op qua pensioen en nauwelijks qua premies. Tegen de lage rente en inflatie is bruutweg niet op te sparen. Dit volgt uit ECB-beleid en de ECB bepaalt haar eigen mandaat.

Ook zonder de euro geen monetaire zelfbeschikking

Het argument is heel begrijpelijk dat Nederland ook zonder de euro geen monetaire zelfbeschikking zou hebben – onze ‘grootste deugd’ is immers dat de Duitsers ons nodig hebben om bij de zee te komen. Vroeger was de waarde van de gulden verbonden met de Duitse munteenheid. Maar op mijn spaarboekje en door de waarde van mijn uitgaven van vroeger en nu te vergelijken, zie ik loepzuiver dat als we zo doormodderen, er op termijn niets voor mij overblijft. Daarom ben ik aangewezen op disruptie – ik heb geen andere keus. Want disruptie brengt een kans op hoop, terwijl continuïteit de zekerheid betekent van een gestage en onomkeerbare neergang. Een grotere schuldenberg, meer inflatie, minder koopkracht. Zelfs Zijlstra moest dit immers toegeven na het lezen van jouw pamflet!

Disruptie van de bubbels van Brussel en Den Haag

Enfin Arno, ik rond af met een belangrijk punt in jouw lezing. In de bubbels van Brussel en Den Haag heerst een andere werkelijkheid dan aan de keukentafel van tante Truus. Mensen zien dat ze keer op keer worden voorgelogen en langzaam ontstaan bewegingen als de gele hesjes. Dat is de maatschappelijke prijs van het steeds maar doormodderen van bestuurders. Politici rekenen echter op hun vriendjes van het mediakartel om deze protestbewegingen af te schilderen als marginale gekkies; protestpartijen als PVV en FvD worden buiten de coalitievorming gehouden.

De hoop ligt in disruptie

De politici die ons in dit verderf hebben gestort winnen – en zullen blijven winnen – zolang zij een democratische meerderheid van de-helft-plus-één behouden. Alles is daarvoor geoorloofd inclusief moderatie van onwelgevallige meningen, censuur door Big Tech en het verbloemen van kleine leugens met grotere leugens. De hoop ligt in de disruptie: deze economische ontwikkeling zal doorgaan en de middenklasse verpulveren – tot nu toe was een brede middenklasse de belangrijkste stoplap tegen een full blown revolutie. De vraag is alleen of tegen die tijd Europa niet is veranderd in een totalitair soort China. Tot het zover is kunt u als lezer in ieder geval deze crowdfunding steunen!

Posted on

Na de overwinningen van radicaal-rechts, de overwinning van het morele gelijk*

De verkiezingen zijn zowel in Nederland (voor Provinciale Staten en Eerste Kamer), als in Vlaanderen en Wallonië weer achter de rug. De meerderheid heeft weer eventjes kunnen ‘meedoen’ met de besluitvorming en heeft zijn ongenoegen of steun kunnen uitspreken aan het beleid. In België en Nederland zijn er op z’n minst 3 democratieën die los van elkaar heel uiteenlopende tendensen weergeven, toch vallen er een aantal parallellen te trekken.

Vooral toch tussen Vlaanderen en Nederland. Hoewel ook in Wallonië een anti-stem werd gegeven, uitte dit zich vooral in een stem voor radicaal-links. In Vlaanderen en Nederland daarentegen naar rechts, richting Vlaams Belang en Forum voor Democratie. De voorspelde overwinningen van Groen waren niet zo groot als verwacht. Dit ondanks de gestuurde klimaatprotesten om de agenda van de verkiezingen te sturen. Het was zelfs niet genoeg om het verlies van de linkse en traditionele partijen te compenseren. Migratie en het sociaal-economische speelden een grotere rol dan het klimaat. En de kiezer zocht naar fundamentele en klare antwoorden, in plaats van het compromisbeleid van de zittende regeringen.

‘Luisteren naar het signaal van de kiezer’

De verkiezingsavond volgen is altijd wel leuk. Je weet nooit met welke redenering de verliezende politici hun huid proberen te redden. De winnende politici doen altijd een poging om zich zo slim mogelijk te positioneren naar onderhandelingen toe, of zelfs naar de volgende verkiezingen. Het is natuurlijk een eerste reflex om niet meteen de kiezer op z’n donder te geven. De eerste bezorgde uitspraken van de avonden zijn dan ook eerder: “we moeten luisteren naar het signaal van de kiezer”. Dat verandert snel na het bij elkaar komen van de partijbureaus in de grote ivoren torens van de politiek.

De golf van verontwaardiging was weer zeer groot in de periode na de verkiezingen. Tot slot mag de uitslag van de verkiezingen geen weerslag hebben op het beleid. In de dagen erna zitten de partijstrategen en beroepspolitici dan bij elkaar en plegen ze druk overleg met hun netwerk binnen de media en het middenveld. Na het signaal van de verkiezingen kijkt men naar de oorzaken.

Beïnvloeding

Er kwamen dan ook meteen onderzoeken naar het stemgedrag van deze toch wel vreemde kiezer. Al snel kwamen gelukkig toch wel enkele logische conclusies naar voren. Eerst en vooral was deze kiezer beïnvloed, was het niet door de Russen, dan wel door de sociale media-uitingen van de winnende politieke partijen. Tot slot kan de kiezer toch geen juiste mening erop nahouden, zonder de framing van gepolitiseerde nieuwsredacties als NOS of VRT?

Beter uitleggen

De tweede conclusie is dat de boodschap verkeerd is uitgelegd. Er is niets mis met het beleid van de regeringspartijen, hun vertegenwoordigers hebben het gewoon laten afweten in hun communicatie. Ook ideaal om dus een aantal voorzittersverkiezingen te organiseren om te veranderen van stijl en gezicht. Als er al mensen waren die het bijsturen van het beleid voorstelden, kon dit gelukkig zo snel mogelijk worden verdraaid tot een verandering van stijl en communicatie.

Domme, ongevoelige kiezers

Een derde conclusie, en toch wel de belangrijkste, is dat de kiezer van die radicaal-rechtse partijen laaggeschoold is, minder empathisch, … Wellicht stemmen ze nu allemaal op een rechtse partij wegens een trauma in hun jeugd en is de politieke rebelsheid te verklaren door een psychische aandoening. Althans, zo werden een aantal onderzoeken gelanceerd die dat moesten bewijzen. Zeg maar gerust dat de keuze van een bepaalde kiezer inferieur is aan die van de kiezers van de traditionele en vooral progressieve partijen. Die kiezer beseft eigenlijk ook niet goed welk leed hij met zijn stemgedrag heeft aangericht bij de mensen die daardoor gekwetst zijn!

Tv-sterren

Er werden gelukkig voor het vaderland zelfs enkele tv-sterretjes met een dipje in hun carrière gevonden die het morele geweten wisten aan te zwengelen. Berichten werden gestuurd en gepromoot via de sociale én mainstream media over hoe onverantwoord het wel niet was om op een rechtse partij te stemmen. De verwijzingen naar de jaren ’30 (nu bijna 100 jaar geleden) zijn weer een ideaal wapen om bijna elke discussie snel teniet te doen. Als men de Duitsers van 80 à 85 jaar geleden er niet bij kan halen, is het soms eens verstandig te verwijzen naar de Russen, als equivalent van de reductio at hitlerum. Per slot van rekening zijn Saoedi-Arabië, Qatar, Israël en de Verenigde Staten veel netter als bondgenoot. De bommen die zij laten vallen zijn met veel meer liefde gestuurd.

Morele verontwaardiging

De morele verontwaardiging zal ook de doorslag geven in de komende jaren. Per slot van rekening is dit toch de gemakkelijkste oplossing voor politici. In plaats van het politieke systeem te evalueren, kan men gewoon de mensen die kritiek hebben beschouwen als een besmette, vieze onderlaag van de bevolking. Dit zal hun zeker leren om de volgende keer op de ‘goede’ partijen te stemmen. Per slot van rekening zitten in die poules van partijen telkens partijen met  dezelfde inhoud maar met toch iedere keer een andere communicatietint.

De opgehitste massa kan zich vandaag lekker laten gaan tegenover de vogelvrij verklaarde politici. Dat kan variëren van sociale uitsluitingen, zoals de rage van gedeelde berichten om iedereen te vragen die zichzelf besmet heeft met het radicaal-rechtse virus zich onmiddellijk uit de comfortzone van de virtuele bubbel te verwijderen. In sommige gevallen gaat het natuurlijk over in het oproepen tot geweld. Dan gaat men als het echt niet anders kan, eventjes doen alsof men dit afkeurt en geeft men een korte berisping. Tot slot hangt deze strategie wel samen met moreel hoger te staan als het radicaal-rechts volkje dat durfde op een partij met een afwijkende mening te stemmen.

Schuldgevoel

Zo krijgen we natuurlijk de polarisatie waarop we hebben gewacht. De moreel in hun gelijkgestelde kiezers die, volgens gestuurde onderzoeken, toch bewijzen dat de kiezer van de progressieve partijen wel meer empathie heeft, een hoger diploma, gelukkiger is,… kortom de groep waarbij je toch liever wilt horen? Aan de andere kant staat die groep waarop terecht kan worden neergekeken. Laagopgeleid, egoïstisch en verzuurd. Het schuldgevoel dat er zo bij de mensen kan worden aangepraat zal hen misschien nog terugbrengen aan de juiste kant van de geschiedenis.

Dat is toch alvast een mooie overwinning op zulke verdomde verkiezingen waarin de kiezer niet heeft gestemd zoals men zou willen. Het ontslaat hen nog voor het eventueel bijsturen van regeerakkoorden van de plicht om rekening te houden met de zorgen van de kiezer. Laat staan dat men dus fundamenteel iets gaat veranderen aan de aanpak van de problemen en kernthema’s van de verkiezingen. Want tenslotte is men de morele overwinnaar na de verkiezingen.


* Voor alle duidelijkheid, dit opiniestuk werd deels sarcastisch geschreven.

Posted on 1 Comment

Klimaatdrammers markeren doodsstrijd oude midden #PS2019

Het politieke paradigma is aan het verschuiven en politici hebben er geen invloed op. Dat steekt. Dit is precies de reden waarom de druk van de klimaatdrammers zo groot is. Systemen in verval slaan namelijk het meest krachtig om zich heen. Een laatste flikkering van het licht voor het weer dooft. De tijden zijn er tumultueus door.

Een dergelijke kracht wordt geprojecteerd vanuit zwakte. Als je gelijk hebt hoef je niet te drammen. Dan komt men vrijwillig je kant op. Het is een teken dat de realiteit van Nederlanders veranderd is en dat ze daar in politieke zin uiting aan geven. Voor het het eerst doen ze dat massaal buiten de partijen van de Verzuiling. Die bezetten nu virtueel 1/3 van de Tweede Kamer.

Het midden verdwijnt nooit

Het politieke midden ligt altijd daar waar de meeste mensen zich comfortabel voelen om hun politieke stem aan te geven. Het midden lijkt dus alleen te verdwijnen als je zelf op een positie staat die niet meer het midden is.

Kiezers bewegen langs twee assen. Ze bewegen binnen het Overton-raamwerk. Dat is het raamwerk van maatschappelijk geaccepteerde meningen. Dit raamwerk bevindt zich op een politieke schaal. Zowel het raamwerk als de plaats op de schaal bewegen in een nieuwe richting. Het is evident dat deze verschuiving in een wat rechtsere richting is.

Het oude midden bevindt zich daardoor meer aan de rand van zowel de politieke schaal als van het Overton-raamwerk. Dat doet pijn. Zij waren het redelijke midden, vormden partijen, leuke clubs, vulden columns en collegezalen. Het is hen niet kwalijk te nemen dat ze op dezelfde plek blijven. De eigen vertrouwde netwerken laten niemand zomaar los.

Kracht is een teken van zwakte

Het oude midden kan alleen nog relevant blijven door zichzelf te krachtig te manifesteren. Dat is nodig omdat hun ideeën niet meer aansprekend zijn. Slechts door kracht worden zij nog geaccepteerd.

Het is mogelijk om deze kracht uit te oefenen omdat de netwerken nog in dezelfde denkwereld zitten. Dit zijn media- en bedrijfsnetwerken die de oude maatschappelijke midden-structuur vorm hebben gegeven. Het is logisch dat zij zich conformeren aan de overblijfselen van de oude structuren.

De realiteit is echter dat het politieke midden zich al verwijderd heeft van de oude structuren. Hierop kracht toepassen werkt niet omdat het midden zich niet laat dwingen. Dat werkt alleen bij totale repressie. Dan is er geen keuze meer over. Precies die tendens kan men terugzien in de politiek geïnspireerde censuur van het referendum, in de door mensen gemaakte algoritmes van Facebook, YouTube en Twitter. Kracht gebruiken om mensen van ideeën weg te houden is een teken van zwakte. Het toont dat de eigen leegte. Deze trend is echter niet begonnen met Rutte.

Het nieuwe paradigma

Het hautaine gedrag tegen Fortuyn is de scheidslijn. De bestaande partijen werden erdoor van hun magie ontdaan. Er was alleen nog geen ruimte voor de kiezer om daadwerkelijk weg te lopen. Dat is nu anders. Alle nieuwe partijen in de Tweede Kamer zijn post-Verzuiling partijen in de zin dat zij voor Fortuyn niet bestonden.

Deze post-Verzuiling partijen hebben geen last van apologeten van communistische moordregimes, van voormalige of onbewezen terroristen, van gekochte politici, van grote schandalen. Ze hebben hun eigen problemen, uiteraard. Deze vallen echter in het niet bij de oude partijen. Kiezers zijn nog vergevingsgezinder omdat deze partijen anders lijken te zijn.

Post-verzuilingspartijen bezetten op 17 maart 2019 virtueel 1/3 van de Tweede Kamer. Daarmee laten burgers zien dat het maatschappelijk toelaatbaar is om op het nieuwe midden te stemmen. Het is de verplaatsing van het Overton-raamwerk in de praktijk.

Trendlijnen en toekomst

De komende Provinciale Statenverkiezingen worden een nieuw datapunt voor de trendlijn van het midden. Peilingen wijzen erop dat post-Verzuiling partijen ook hier hun slag gaan slaan, met uiteraard gevolgen voor de Eerste Kamer.

De trendlijn zal in geen geval abrupt afbreken en omkeren, gegeven normale omstandigheden. Alleen uitzonderingssituaties zoals optreden tegen buitenlandse functionarissen zullen een tijdelijke winst genereren. Lokale partijen zullen hun invloed verder uitbreiden. Daarmee neemt in steeds meer bestuurslagen de invloed van het oude midden af.

Komt deze gedachte uit dan is dat een nieuwe bevestiging van de verschuiving van het midden. Dit blijft ruimte scheppen voor nieuwe partijen of de groei van bestaande post-Verzuiling partijen. In de tussentijd zal het oude midden zich krachtig verweren tegen deze verandering, waar ze geen enkele invloed op hebben.

Met het einde van de Verzuiling verdwijnen ook de partijen en hun netwerken. Dat beseffen ze deels, en dat is waarom ze zich zo met kracht manifesteren. Bedenk telkens dat het een teken van zwakte is. Als hun ideeën zo goed waren had u ze wel gevolgd en hoefde u niet gedwongen te worden. De verzuiling is nu echt ten einde. Zoals De zanger van het vorige midden zong: The times, they are, a-changing. U weet wat u te doen staat bij de komende verkiezingen.

Posted on

Identiteitspolitiek is neoliberale natte droom

“Het is wáár dat er in Nederland vele culturen leven. Maar de multiculturele samenleving als ideaal is mislukt. Er is nauwelijks integratie. Bevolkingsgroepen leven veelal gescheiden van elkaar. Kijk eens in het onderwijs: we hebben zwarte en witte scholen. In de steden hebben we zwarte en witte wijken. Kijk eens in het openbare leven. Je kunt nog zo mooi zeggen ‘we leven allemaal vrolijk met elkaar’, maar dat is gewoon niet waar.” Uitspraken van een (extreem)rechtse politicus? Nee, het zijn citaten uit het interview dat Marieke Hoogwout van Vrij Links had met Tweede Kamerlid Jasper van Dijk. De volksvertegenwoordiger van de SP sprak stevige woorden over de illusie van open grenzen, over de noodzaak van islamkritiek, en de race to the bottom door arbeidsmigratie.

Verontwaardiging

Er stak een storm van verontwaardiging op. De termen ‘racist’ en ‘fascist’ spatten van de schermen. Niet uit de hoek van rechtse partijen, maar juist vanuit het progressieve kamp. Van Dijk werd op sociale media met pek en veren besmeurd, op dezelfde dag dat SP-leider Lilian Marijnissen hetzelfde overkwam na haar uitspraak dat “arbeidsmigratie de lonen in Nederland onder druk zet”. Zelfbenoemde antifascisten briesten: “De SP vist in de bruine electorale vijver van de PVV en het Forum voor Democratie.”

Deze vertegenwoordigers van de zogeheten identiteitspolitiek – uit de bekende hoek van Bij1 en GroenLinks – laten hiermee zien dat ze niet links zijn in de klassieke zin, maar gewoon liberaal. Ze zeggen dat ze voor een inclusieve samenleving zijn, maar ze zijn helemaal niet inclusief maar eisen voortdurend erkenning. Erkenning van hun zogenaamde slachtofferschap. Hiermee past hun ideeëngoed naadloos in de postmoderne liberale orde, die stelt dat wat je overkomt je eigen schuld is, dat ziekte een keuze is, en dat als je niet mee kan komen je een loser bent. Het leeft van slachtofferschap en de race wie het ergste slachtoffer is, is nog lang niet gelopen.

Yippies werden yuppies

De propagandisten van identiteitspolitiek – de antiracisten, antifascisten, de inclusie-denkers, de genderadepten – krijgen vaak het stempel ‘cultuurmarxisme’. Maar dat is een slecht gekozen term, die geen recht doet aan de realiteit. Want het zijn helemaal geen marxisten, het zijn liberalen. De revolutionaire geest van de jaren zestig, waar tegenstanders de bron van het cultuurmarxisme leggen, werd namelijk al snel omgevormd in de geest van Veronica: lekker jezelf zijn, lekker doen waar je zin in hebt. Het revolutionaire vuur van Mao- en Castro-volgelingen doofde spoedig. Yippies werden Yuppies.

Jerry Rubin, een van de grondleggers van de protestbeweging die tijdens de presidentsverkiezingen van 1968 hun kandidaat presenteerden – Pigasus, een 66 kilo zwaar varken – stierf in 1994 als een multimiljonair. Zijn medestanders volgden vaak dezelfde weg, creëerden lucratieve universiteitsposten en betrokken luxe appartementen of statige herenhuizen. Ze waren studenten, afkomstig uit de middenklasse, en ze hebben geen enkel idee van wat er leeft in de arbeidersklasse; het klootjesvolk, het plebs.

Slachtofferschap

Vleesgeworden liberalen, die hun progressieve schuldbewustzijn afkopen met een veganistisch dieet, maar ondertussen wel die alternatieve wandelvakantie door Vietnam boeken. Ze grossieren in slachtofferschap. Daarin onderscheiden ze zich van klassieke marxisten. Die spreken namelijk niet over slachtofferschap, maar over macht. De legendarische uitspraak “Het maakt nogal uit wie over de zweep praat: het paard of de voerman!” was een klassieker in socialistische kringen. Zoals rechtse partijen (PVV, FvD, VVD) niet conservatief, maar liberaal zijn, zo zijn progressieve partijen (GroenLinks, D66, PVVD) niet links, maar liberaal.

De voorstanders van open grenzen en identiteitspolitiek verdedigen uiteindelijk de liberale politiek waar multinationals baat bij hebben. De strijd voor het klassieke huwelijk tussen man en vrouw werd in sommige staten in de Verenigde Staten niet verloren omdat een politieke meerderheid er tegen was, maar omdat het bedrijfsleven zich er tegen keerde. De grote bedrijven staan zich voor op inclusief personeelsbeleid en lopen voorop met de LHBT-kleuren.

Vandaar dat Jasper van Dijk stelt dat “het sprookje van de open grenzen de natte droom van het bedrijfsleven is”. Progressieve identiteitspolitiek is niet antikapitalistisch, maar is al tevreden met regenboogtompoezen en gender-neutrale rompertjes bij de HEMA. Daarmee lopen de politieke en ideologische scheidslijnen niet langer tussen links en rechts, maar tussen nationalisme en kosmopolitisme en tussen onderklasse en elite. Voor echte conservatieven biedt dit nieuwe onverwachte bondgenoten. En dat zou zomaar bijvoorbeeld de SP kunnen zijn.

Posted on 1 Comment

Amerika dreigt met invasie Den Haag – Kabinet “verontrust”

De Verenigde Staten dreigen sinds 2002 met militair ingrijpen tegen het Internationaal Strafhof in Den Haag. Hoe heeft Nederland hier in de loop der jaren op gereageerd? Een reconstructie aan de hand van berichten van de Amerikaanse ambassade, Kamerstukken en krantenartikelen. 

De betrekkingen tussen Nederland en de VS zijn “excellent”, liet op 30 juni 2005 toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot weten, tijdens een ontmoeting met de Amerikaanse ambassadeur in Den Haag Clifford Sobel. Hij bespeurde de laatste vier jaar zelfs een verbetering van de betrekkingen. Er waren niettemin vier “zorgen” die Bot wilde voorleggen. Het ergerde de Nederlandse regering dat de Amerikanen herhaaldelijk en openlijk kritiek uitten op het Nederlandse aandeel in de strijd tegen de mensenhandel. Verder zou Nederland graag zien dat de Amerikanen samenwerkten met andere landen om de verspreiding van kernwapens te voorkomen, dus multilateraal in plaats van op eigen houtje. Ook herinnerde Bot de Amerikaanse ambassadeur aan een belofte die de VS niet waren nagekomen: mensenrechtenrapporteurs van de Verenigde Naties toegang verlenen tot het cellencomplex van Guantanamo Bay, waar krijgsgevangen werden vastgehouden. Last but not least: het Nederlandse bedrijfsleven, waaronder Philips, voelde zich onderbedeeld in ‘de wederopbouw’ van Irak. Franse en Duitse hadden veel meer contracten gekregen, en dit terwijl Nederland, aldus Bot, “een duidelijk veel grotere bijdrage” had geleverd aan “de stabiliteit van Irak”.

The Hague Invasion Act

Wat opvalt aan het onderhoud van de CDA-minister met de Amerikaanse ambassadeur, waarvan overigens het verslag dankzij Wikileaks op straat is komen te liggen, is dat er met geen woord werd gerept over een onderwerp waar drie jaar eerder veel ophef over was ontstaan in Den Haag: The American Service Members’ Protection Act (ASPA), bijgenaamd The Hague Invasion Act. Deze wet machtigt de Amerikaanse president met alle middelen, zo nodig met geweld, personen te bevrijden die door of namens het Internationale Strafhof in Den Haag gevangen worden gehouden. De wet verbiedt verder Amerikaanse deelname aan VN-vredesoperaties, tenzij latere berechting door het Strafhof uitdrukkelijk is uitgesloten voor Amerikanen. Ook mag geen militaire steun (meer) geleverd worden aan staten die het Strafhof hebben erkend, uitzonderingen daargelaten, zoals Amerika’s NAVO-partners.

De Amerikaanse Senaat nam de wet aan in juni 2002. Dat was een maand voordat het Internationaal Strafhof officieel haar deuren opende. Het Internationaal Strafhof vervolgt verdachten van oorlogsmisdaden, misdaden tegen de menselijkheid, genocide en – sinds 2018 – ‘agressiemisdrijven’ (aanvalsoorlogen), voor zover deze verdachten nog niet vervolgd zijn in eigen land. De rechtsmacht van het Internationaal Strafhof strekt zich uit tot alle 123 landen die het Statuut van Rome hebben geratificeerd. Ook burgers van landen die niet hebben geratificeerd, zoals de VS, Rusland, China, India en Israël, kunnen worden vervolgd door het Hof, als zij hun misdaden hebben gedaan in één van de landen die aangesloten zijn bij het Hof, zoals Afghanistan of Palestina.

“Verontwaardiging en verontrusting”

Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Jozias van Aartsen zei in de Tweede Kamer dat hij met “grote verontwaardiging en verontrusting” kennis had genomen van het feit dat de Amerikaanse Senaat akkoord was gegaan met de wet. “Nederland wordt hier als gastland van het Internationaal Strafhof direct geraakt als soevereine staat,” zo stelde de VVD-minister. “De wet gaat veel te ver en veel verder dan noodzakelijk is voor de VS om afstand te houden tot het Strafhof. Uiteraard zou die afstand in onze ogen niet moeten worden gehouden, maar dit is volstrekt onnodig. Het Statuut van Rome biedt alle waarborgen om gepolitiseerde vervolging van VS-onderdanen te voorkomen, want dat is de vrees aan de kant van de VS. De VS weten dat het Strafhof geen primaire jurisdictie toekomt.”

De Tweede Kamer deelde die analyse, bleek in een door GroenLinks aangevraagd spoeddebat. “‘Het is bizar en absurd, een wetsvoorstel dat militaire interventie in Nederland mogelijk maakt,” reageerde VVD-Kamerlid Erica Terpstra. GroenLinks-kamerlid Farah Karimi: “Schokkend en ongehoord.” CDA-kamerlid Maxime Verhagen: “Onacceptabel. Zeker van een NAVO-bondgenoot verwacht je dit niet.” D66-kamerlid Boris Dittrich: “Het is absurd dat de ene NAVO-partner wetgeving aanvaardt die in haar uiterste consequentie tot een gewapend conflict tussen NAVO-bondgenoten kan leiden.” LPF-Kamerlid Jim Janssen van Raaij: “We zijn Panama niet, waar ze zomaar zijn binnengevallen. Onze krijgsmacht moet clearance to shoot back krijgen als Amerikaanse militairen ingrijpen.”

“Bom op het Vredespaleis”

Ook de reacties in de pers waren niet mals. “Een bom op het Vredespaleis,” zo kwalificeerde Bart Tromp de invasiewet in zijn Elsevier-column. “Er is alle reden voor Nederland om deze kwestie hoog op te nemen, en in Europees en NAVO-verband aan de orde te stellen. De combinatie van macht, arrogantie en minachting voor internationale afspraken en overeenkomsten die niet alleen uit de invasiewet blijkt, is een ernstige bedreiging van het streven naar een internationale rechtsorde, waarvan het Vredespaleis het symbool vormt.”

De Volkskrant oordeelde in een hoofdredactioneel commentaar: “Het aannemen van de invasiewet is niet alleen een schoffering van het Internationaal Strafhof, maar ook van de Europese bondgenoten van de VS.” J. L. Heldring schreef in NRC: “Een land kan het niet dulden dat zijn soevereiniteit wordt aangetast door een wet van een ander land die, op z’n zachtst gezegd, de mogelijkheid van een militaire interventie niet uitsluit. Zeker onder bondgenoten is dit onaanvaardbaar.”

Oud-minister van Buitenlandse zaken Hans van den Broek in een ingezonden brief in NRC: ” Het gaat hier niet alleen om gebrek aan respect voor de internationale rechtsorde en het, naar de letter gesproken, dreigen met een oorlogsdaad, maar tevens om een aantasting van het morele gezag van de Verenigde Staten. Die verheffen hiermee, en niet voor het eerst, het recht van de sterkste tot hoogste rechtsnorm.”

Etentje met ambassadeur

Wat was er drie jaar later nog over van alle “verontrusting en verontwaardiging”? Helemaal niks, zo leek het, afgaande op de inhoud van het gesprek van CDA-minister Bot met de Amerikaanse ambassadeur Sobel. Geen van de vier zorgen die Bot aan Sobel voorlegde betrof het Amerikaanse dreigement over militair ingrijpen op Nederlands grondgebied, mocht daar ooit een Amerikaanse staatsburger worden vastgehouden op verdenking van oorlogsmisdaden.

Van de “verontrusting en verontwaardiging” waar Van Aartsen in 2002 nog van gesproken had, leek zelfs in 2003 al geen sprake meer. Twee maanden nadat de toenmalige premier Jan Peter Balkenende en diens minister van Buitenlandse Zaken Jaap de Hoop Scheffer het Witte Huis hadden bezocht, trakteerde Sobel Balkenende op een etentje in diens Haagse ambassadeurswoning. Er werd bij die gelegenheid met geen woord gesproken over de invasiewet, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van die ontmoeting.

En dat was des te opmerkelijker omdat het Internationaal Strafhof wel als gespreksonderwerp ter tafel kwam. Sobel verzocht Balkenende stille diplomatie in te zetten om het verzet van de Europese Unie (EU) te breken tegen Amerikaanse pogingen om zogeheten artikel 98-verdragen te sluiten met EU-landen. Dit zijn bilaterale verdragen waarbij de ondertekenaars beloven geen Amerikaanse onderdanen uit te leveren aan het Internationaal Strafhof. De VS hadden op dat moment al met ruim 50 landen dergelijke verdragen gesloten, op straffe van intrekking van militaire steun. Balkenende greep echter de gelegenheid niet aan om te herinneren aan de The Hague Invasion Action. Hij volstond met de mededeling dat het “moeilijk voorstelbaar” zou zijn dat de Europese Raad artikel 98-verdragen met de VS zou toestaan. Diplomatiek adviseur Rob Swartbol, die Balkenende bijstond tijdens zijn diner met Sobel, voegde daar aan toe dat, aangezien Nederland gastland is voor het Internationaal Strafhof, het voor Nederland moeilijk zou zijn zich in te zetten voor acceptatie in de EU voor dergelijke verdragen.

Sussende woorden

Hoe is het mogelijk dat de The Hague Invasion Act geen gespreksonderwerp meer was in de contacten van Nederlandse bewindslieden met de Amerikaanse ambassadeur, in 2003, een jaar nadat er zoveel ophef over was ontstaan in Nederland?

Nog voordat minister Van Aartsen in 2002 zijn “verontrusting en verontwaardiging” had kunnen delen met de Tweede Kamer hadden de Amerikanen de Nederlandse regering al een argument aangereikt om zich niet al te druk te maken. De Amerikaanse regering kan zich “geen omstandigheden voorstellen waarin de VS zouden moeten overgaan tot militaire actie tegen Nederland of een andere bondgenoot,” zo verklaarde de Amerikaanse ambassade op 12 juni 2002. In het spoeddebat dat de dag erop volgde in de Tweede Kamer, waarin van Aartsen zijn “verontwaardiging en verontrusting” deelde, refereerde hij in één adem aan de sussende woorden van de Amerikaanse ambassade. Ook vertelde hij dat de Amerikaanse onderminister van Buitenlandse Zaken Grossman hem had verzekerd dat de VS Nederland niet zouden binnenvallen, en slechts “diplomatieke, juridische en politieke middelen” zouden aanwenden om Amerikanen te vrijwaren van strafvervolging door het Internationaal Strafhof.

Tweede Kamerlid Maxime Verhagen (CDA) nam echter geen genoegen met deze verklaringen van de VS. “Als de Amerikanen het ondenkbaar achten dat er omstandigheden zullen ontstaan die militaire actie noodzakelijk zouden maken, moet je het ook daadwerkelijk uitsluiten, niet alleen in theorie, maar ook in de praktijk en in mogelijke wetgeving,” zo gaf hij de minister te verstaan. “Daarvoor is actie nodig richting regering en de gezamenlijke vergadering van Senaat en Congres.” Tweede Kamerlid Harry van Bommel (SP) sloot zich daarbij aan. “Het gaat niet om de reikwijdte van het voorstellingsvermogen van de Amerikanen, maar om de reikwijdte van de wettekst. Deelt de minister die opvatting? De uitleg bij de wet dat daar nooit gebruik van gemaakt zal worden, maakt die wetgeving dan toch overbodig?” Farah Karimi (GroenLinks): “Na alle commotie in Nederland zeggen de VS dat zij zich zo’n situatie niet kunnen voorstellen, maar ze zeggen niet dat zij hebben begrepen dat dit voor Nederland onacceptabel is.”

Hete aardappel naar EU

Al deze bedenkingen ten spijt bleken de sussende woorden van de Amerikanen niet zonder effect. Al tijdens hetzelfde spoeddebat, waarin de Tweede Kamer zijn afkeuring uitsprak over de invasiewet, en deze zelfs bezegelde met het aannemen van een motie waarin het kabinet werd verzocht “alle diplomatieke middelen aan te wenden, zowel bilateraal als op internationaal niveau, om de bezorgdheid van de Kamer aan de Amerikaanse regering, de Senaat en het Congres kenbaar te maken”, ontstond een lacherige stemming. “Mijn woning op Scheveningen kijkt uit over zee,” sprak VVD-Kamerlid Terpstra. “Maar het is ook voor de VVD-fractie zeer onwaarschijnlijk dat deze ooit wordt gebruikt als een vooruitgeschoven post om te kijken of de invasie een feit wordt. Ik zal waarschuwen als het zover is.” PvdA-Kamerlid Bert Koenders: “Gelukkig woont mevrouw Terpstra in Scheveningen en dat geeft extra vertrouwen.”

Mogelijk beschouwde de Nederlandse regering de invasiewet als symboolwetgeving, bestemd voor binnenlands gebruik in de VS – en was dat de reden dat Nederlandse bewindslieden, al snel nadat de wet was aangenomen, deze niet meer ter sprake brachten in contacten met Amerikaanse ambtsdragers en bewindslieden. Zeker is dat de Nederlandse regering al in een vroeg stadium besloot de hete aardappel door te schuiven naar Brussel. “Wij hebben vooral getracht te opereren in EU-verband, omdat dat ons de meest effectieve manier leek,” antwoordde Van Aartsen op 13 juni 2002 op de vraag van Kamerlid Karimi wat de Nederlandse regering had gedaan om te voorkomen dat de Senaat de wet zou aannemen. Zo zou op aandringen van Nederland de EU bij meerdere gelegenheden haar zorgen hebben overgebracht aan de Amerikanen over het – toen nog – wetsvoorstel. Ook zou Nederland bij de EU hebben gelobbyd voor een waarschuwing aan het adres van de VS, dat de tweespalt over het Internationaal Strafhof, “een negatieve invloed” kon gaan hebben op “het gezamenlijk optrekken bij het Midden-Oosten conflict.”

De meerderheid van de Tweede Kamer nam genoegen met de uitleg van de minister, en stelde zich gerust met diens belofte dat Nederland er “uiteraard alles” aan zou blijven doen om de VS te ontmoedigen “een actieve, obstructieve politiek tegen het Strafhof te voeren, samen met onze partners in de Europese Unie en de overige landen die het statuut van Rome van het Internationaal Strafhof hebben geratificeerd.” Voor de Tweede Kamer leek daarmee de kous af. Afgezien dan voor Kamerlid Janssen van Raaij die de minister een vraag voorlegde waar deze niet meteen een antwoord op had: “Is er toen wij toestemming gaven voor het stationeren van Amerikaanse gevechtsvliegtuigen en militairen op Nederlands grondgebied een afspraak gemaakt en, zo nee, is die alsnog te maken, dat zich in Nederland bevindende Amerikaanse krijgsmachtonderdelen in elk geval niet mogen worden gebruikt voor een interventie in Den Haag?” De minister antwoordde daarop, een maand later, in een brief: “Uit de verklaring van de VS van 12 juni 2002 blijkt dat de Amerikaanse regering zich geen situatie kan voorstellen waarbij de VS zouden terugvallen op militaire actie tegen Nederland. Er is dan ook geen reden om te komen tot een afspraak, zoals door de heer Janssen van Raaij wordt gesuggereerd.”

Invasiewet politiek dood

Op 2 augustus, een maand nadat het Internationaal Strafhof van start was gegaan, bekrachtigde toenmalig president George W. Bush de invasiewet. Van Aartsen was even daarvoor opgevolgd door CDA’er Jaap de Hoop Scheffer. Die werd niet naar de Tweede Kamer geroepen om zich te verantwoorden voor wat het kabinet nog had gedaan om de Amerikaanse president ervan te weerhouden zijn handtekening te zetten, of om de balans op te maken van de betrekkingen met de VS. Hij werd hooguit kritisch aan de tand gevoeld over zijn optreden inzake Irak. In zijn ijver het de Amerikanen naar de zin te maken, had hij zich al bereid verklaard een aanval op het land te steunen nog voordat de regering Bush zelf zover was.

Ook in de periode daarna kwamen geen tekenen uit de Tweede Kamer dat de invasiewet de volksvertegenwoordigers nog bezighield. Voor zover het kabinet nog met de wet in haar maag zat, werd het in elk geval niet langer aangemoedigd door de Kamer daar acties aan te verbinden. De Hoop Scheffer verruilde tijdens de jaarwisseling 2003/2004 zijn ministerschap voor de functie van secretaris-generaal van de NAVO, en partijgenoot Ben Bot volgde hem op. De invasiewet leek politiek dood te zijn verklaard. In de Kamerstukken uit de periode 2003 tot en met 2008 wordt althans niet één keer aan de wet gerefereerd.

Aanval op België

Voor zover er nog publiekelijk over de invasiewet werd gesproken, gebeurde dat niet in Den Haag, maar wel bijvoorbeeld in België, waar commentatoren in 2003 veelvuldig verwezen naar de The Hague Invasion Act. Dit omdat in de VS werd gewerkt aan een soortgelijke wet, de Universal Jurisdiction Rejection Act, die het de Amerikaanse president mogelijk moest maken België binnen te vallen. Niet vanwege het Internationaal Strafhof in Den Haag, maar vanwege de Belgische genocidewet, die Belgische rechtbanken het recht gaf overal ter wereld misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden te onderzoeken. De Amerikaanse wet, door de Belgen omgedoopt tot Brussels Liberation Act, kwam er uiteindelijk niet. Een dreigement van minister Donald Rumsfeld dat de VS het NAVO-hoofdkwartier in Brussel zouden sluiten, was voldoende om de Belgische politiek zover te krijgen dat deze de Genocidewet volledig introk.

Verdedigingswal Scheveningen

In 2003 waren er nog ludieke protesten op het Scheveningse strand. Een actiegroep genaamd Volksfront van Hogerhand bouwde een verdedigingswal om de Amerikanen op afstand te houden. Geestelijk vader van het Strafhof Benjamin Ferencz hees er, namens zijn land, de Amerikaanse vlag.

Twee lokale politieke partijen richtten later dat jaar een strook in voor landende Amerikaanse soldaten. De ‘D-Day strook’ werd gemarkeerd met Amerikaanse vlaggen en wijzers die de richting van het Strafhof aangaven. “Zo kunnen de badgasten ongestoord blijven liggen als de Amerikanen komen,” grapte PPS-raadslid Cees de Jager in een interview met De Telegraaf.

In 2004 verscheen er van de hand van Pieter Nouwen een roman getiteld De Pias van het Pentagon, over ene Amerikaanse president Push, die, nadat één van zijn adviseurs is vastgezet door het Strafhof, besluit Nederland binnen te vallen.

In 2005 diende bij de Haagse rechtbank een kort geding vanwege de komst van de Amerikaanse president naar Nederland. Namens een aantal geagiteerde organisaties en particulieren eiste mr. Meindert Stelling dat de president bij aankomst in de boeien werd geslagen, of, als de rechtbank dat een te rigoureuze maatregel vond, hem de toegang tot het land te ontzeggen. Stelling betoogde dat de The Hague Invasion Act een verkapte oorlogsverklaring was aan Nederland in het algemeen en aan de stad Den Haag, als vestigingsplaats van het Internationale Strafhof, in het bijzonder. “De Nederlandse regering gaat er ten onrechte van uit dat de Amerikanen onze vrienden zijn. Door dik en dun,” aldus Stelling. “Dat is een ernstige misvatting. Als ergens ooit het gezegde ‘liefde maakt blind’ opgaat, dan is het hier.” De vredesactivisten haalden echter bakzeil. De rechter vond dat er geen grond was om de president te arresteren of hem tot persona non grata te verklaren.

“Transatlantisch anker”

Het kort geding bij de Haagse rechtbank; de protestacties op het Scheveningse strand; een enkele journalist die zich nog drukte maakte, onder wie Karel van Wolferen, die in een gesprek met NRC zei dat de Nederlandse regering met de vuist op tafel had moeten slaan en desnoods had moeten dreigen uit de NAVO te stappen – veel leek er niet meer te doen rond de gewraakte invasiewet, in de eerste vijf jaar nadat Bush deze had bekrachtigd met zijn handtekening. De betrekkingen met de VS waren er op geen enkele manier door geschaad, getuige de uitspraak van minister Bot in 2005. Integendeel, deze waren er volgens hem alleen maar op vooruitgegaan. De Amerikaanse ambassadeur Sobel kon dat alleen maar beamen.

In het door Wikileaks gelekte ambtsbericht dat hij schreef, bij zijn afscheid in 2005, had hij niets dan lof over Nederland. En dan vooral omdat hij vond dat de Nederlanders de Amerikaanse belangen zo goed dienden, in Irak, in Afghanistan, in de NAVO, in de VN, in de EU. “De Nederlanders dienen als een belangrijk transatlantisch anker in Europa,” aldus Sobel. “Ze trekken samen met de Britten op om Frans-Duitse pogingen te dwarsbomen om Europa los te weken van zijn transatlantische koers. Het aanhalen van de Amerikaans-Nederlandse betrekkingen is van belang om er zeker van te zijn dat de Nederlanders voortgaan met het meekrijgen van anderen in het behartigen van belangen die in lijn zijn met die van de VS, in het bijzonder op politiek-militair gebied.” Zelfs in de ondermijning van het Internationaal Strafhof zag Sobel een belangrijke taak voor de Nederlanders weggelegd. Nederlanders hechten sterk aan hun eigen rechtsbeginselen, maar zijn tegelijk erg pragmatisch ingesteld, zo stelde hij. Die unieke combinatie maakte ze tot een belangrijke partner voor de VS in het gladstrijken van verschillen van inzicht met de EU over het Internationaal Strafhof en artikel 98-verdragen.

Hoop op Obama

Dat was in 2005. Twee jaar later, in 2007, werd minister van Buitenlandse Zaken Bot opgevolgd door zijn CDA-partijgenoot Maxime Verhagen, die zich eerder als Kamerlid scherp had uitgesproken tegen de invasiewet. “De Amerikanen weten dat ze goodwill hebben verspeeld,” zei Verhagen in 2008 in een interview met de Volkskrant. Hij noemde in dat verband Guantanamo Bay en de weigering van de regering Bush om het Kyoto-klimaatverdrag te tekenen. Verhagen sprak verder de hoop uit dat onder de nieuwe president, die dat jaar werd gekozen, de VS alsnog Kyoto zouden omarmen, meer waarde zouden toekennen aan de Verenigde Naties alsook ‘partij’ zouden worden in het Internationaal Strafhof.

Over de vraag van de Volkskrant of Verhagens voorkeur uitging naar de Republikeinse kandidaat John McCain of de Democratische kandidaat Barack Obama, daarover liet Verhagen zich – heel diplomatiek – niet uit. Maar het is vrijwel zeker dat hij zijn hoop had gevestigd op Obama, omdat die zich, anders dan McCain, had geprofileerd als multilateralist. Tot geluk van Verhagen werd het niet McCain, maar Obama.

Nadat Obama in januari 2009 was beëdigd, zag Verhagen zijn kans schoon, en toverde hij een onderwerp uit de hoge hoed dat vier opeenvolgende kabinetten Balkenende daar gedurende zeven jaar verborgen hadden gehouden: de The Hague Invasion Act. “Deze wet is uit de tijd en moet worden aangepast,” tekende het ANP op uit Verhagens mond, tijdens diens bezoek aan de VS, in april 2009. Hij zou die boodschap hebben overgebracht aan de Democratische afgevaardigde Chris van Hollen, die zich als medevoorzitter van een groep congresleden inzette voor goede betrekkingen tussen Nederland en de VS. Verhagen zei veder tegen de ANP-verslaggever blij te zijn met de betere samenwerking tussen de Verenigde Staten en het Internationaal Strafhof. Als voorbeeld daarvan noemde hij het onderzoek van het  Strafhof naar misdrijven in Darfur, het westelijk deel van Soedan, waarbij de VS in de VN-veiligheidsraad dwars hadden kunnen liggen, maar dat niet hadden gedaan, nota bene tijdens de tweede termijn van Obama’s voorganger Bush. “Ik hoop dat die trend zich zal voortzetten en dat dit ook zal leiden tot de herziening van de The Hague Invasion Act’,” zo sprak hij.

Verhagen bij Clinton

Het waren mooie worden, maar in hoeverre waren ze ook echt gemeend? De vorige dag nog had Verhagen een ontmoeting gehad met zijn Amerikaanse ambtsgenote Hillary Clinton. Zij was door de Amerikaanse ambassade in Den Haag goed voorbereid op de thema’s die Verhagen waarschijnlijk zou aansnijden: Guantanamo Bay en het Internationaal Strafhof. “Het sluiten van Guantanamo zal heel veel scepsis wegnemen van de Nederlanders over de Amerikaanse politiek ten aanzien van mensenrechten en burgerrechten,” schreef de ambassade haar in een later door Wikileaks gelekt ambtsbericht. “Verhagen zal u misschien ook om steun verzoeken voor het Internationaal Strafhof. De Nederlanders zijn er trots op thuisbasis te zijn voor het internationaal recht en gastland te zijn voor vele internationale rechtsorganen zoals het Internationaal Strafhof. Als u of de president een belangrijke aankondiging wilt doen over het Strafhof, of over Amerikaanse inzet voor internationaal recht en mensenrechten, dan is er geen beter podium dan Den Haag, Nederland.”

Maar wat schetste Clintons verbazing? Verhagen bracht noch Guantanamo, noch het Internationaal Strafhof ter sprake, laat staan de The Hague Invasion Act, blijkt uit een door Wikileaks gelekt verslag van de ontmoeting. De onderwerpen die wel besproken werden waren: de strijd tegen Somalische piraterij, de Nederlandse militaire inzet in Afghanistan, de hernieuwde deelname van de VS aan de VN-mensenrechtencommissie – en de herdenking van de exploratie van New York, 400 jaar daarvoor, door de Britse kapitein in VOC-dienst Henry Hudson.

Balkenende bij Obama

Waren dan Verhagens woorden, gesproken in Washington tegen een ANP-verslaggever, alleen maar bestemd voor de bühne, het Nederlandse thuisfront? Het heeft er alle schijn van. In juli 2008 volgde een bezoek van premier Balkenende aan president Obama. Een verslag hiervan ontbreekt helaas op de Wikileaks-website. Maar het is vrijwel zeker dat ook bij die gelegenheid de invasiewet onbesproken is gebleven. Uit een bericht dat de Amerikaanse ambassade Obama stuurde ter voorbereiding van diens onderhoud met de Nederlandse premier blijkt dat Balkende zich wilde “beperken tot vier belangrijke onderwerpen tijdens zijn ontmoeting met de president”. Dat waren: Afghanistan/Pakistan; de economische crisis/G20; het vredesproces in het Midden Oosten/Iran; klimaatverandering.

Het was in elk geval niet wat het thuisfront verwacht had. Dat ging er, na de paukenslag van Verhagen, eerder dat jaar, in zijn interview met het ANP, nog steeds blindelings van uit dat het kabinet de invasiewet op het hoogste niveau zou aankaarten bij de Amerikanen. “New York staat na de zomer bol van de feestelijkheden vanwege zijn vierhonderdjarige bestaan. Amsterdam en in bredere zin Nederland stonden aan de wieg van deze stad,” schreef Willem Post van Instituut Clingendael in Het Parool, enkele dagen na terugkomst van Balkenende in Nederland. “Alle aanleiding dus voor een gezamenlijk feest, maar helaas heeft de Amerikaanse volksvertegenwoordiging nog steeds niet de The Hague Invasion Act ingetrokken. Nog voor het zomerreces in augustus moet het Congres deze blamage van tafel vegen. Minister Maxime Verhagen van Buitenlandse Zaken heeft onlangs in Washington in diplomatieke taal hetzelfde gezegd. Twee Congresleden zijn nu bezig een soort ‘feestresolutie’ te ontwerpen om de goede betrekkingen tussen de VS en Nederland nog eens te onderstrepen. Ik vertrouw daar niet op. De Nederlandse regering moet geen genoegen nemen met een slap epistel. In een resolutie moet klip-en-klaar staan dat de eerdere resolutie wordt ingetrokken en dat dus geen militaire middelen zullen worden ingezet als het Internationaal Strafhof in Den Haag Amerikaanse soldaten laat arresteren.”

Druk op de VS

De Amerikanen vriendelijk verzoeken de wet in te trekken, zou geen effect hebben, stelde CDA-Europarlementariër Wim van de Camp (CDA) in een interview met het TROS-radioprogramma Kamerbreed. Nederland moest druk zetten. Bijvoorbeeld door zich bereid te verklaren gedetineerden uit Guantanamo op te nemen op voorwaarde dat de VS het Internationaal Strafhof erkenden en de The Hague Invasion Act introkken.

Ook het CDA-kamerlid Coşkun Çörüz maande het kabinet druk te zetten op de Amerikanen. “De VS vragen ons deel te nemen aan de strijd tegen terrorisme. Wij vragen de VS lid te laten worden van het Internationaal Strafhof. Wat onderneemt de minister daarin?” Verhagen antwoordde dat hij de VS “meerdere malen” had aangesproken over het Internationaal Strafhof. En hij beloofde dat te blijven doen. “De eerste stap die gezet zal moeten worden, is de wijziging van de wetgeving die wij hier gekscherend de The Hague Invasion Act noemen.”

Toen later in dat jaar, 2009, SP-Kamerlid Harry van Bommel de minister vroeg naar de stand van zaken rond het Internationaal Strafhof en de invasiewet, antwoordde Verhagen dat, hoewel de nieuwe Amerikaanse regering “een positievere toon” aansloeg ten aanzien van het Strafhof, het er niet naar uitzag dat de VS “op korte termijn” zouden toetreden tot het Statuut van Rome, omdat hiertegen in het Amerikaanse Congres nog steeds veel weerstand bestond. Verhagen verwees verder naar zijn bezoek eerder dat jaar aan Washington, waarbij hij had aangedrongen op intrekking van de invasiewet. “Mijn gesprekspartners toen wezen erop dat de intrekking van deze wet voorlopig lastig ligt”, zo lichtte hij toe. “Tegelijkertijd is ook duidelijk te kennen gegeven dat er geen sprake is van een mogelijke invasie van Den Haag.” Verder herhaalde hij zijn belofte aan de Kamer: “De regering zal bij de VS blijven aandringen op intrekking dan wel aanpassing van de wet.”

Belofte van Verhagen

Verhagen gaf in het jaar daarop, 2010, het ministersstokje door aan Frans Timmermans (PvdA), die op zijn beurt werd opgevolgd door achtereenvolgens Bert Koenders (PvdA), Halbe Zijlstra (VVD) en Stef Blok (VVD). In hoeverre hebben zij de belofte van Verhagen waargemaakt? Wat hebben zij gedaan om de Amerikanen er toe te bewegen de invasiewet in te trekken? Deze ministers hebben zich hierover nooit hoeven te verantwoorden in de Kamer. Er zijn althans geen Kamerstukken uit de periode 2010-2019 waaruit blijkt dat de invasiewet onderwerp van gesprek is geweest tussen de Kamer en de opeenvolgende ministers van Buitenlandse Zaken. Op de vraag van Novini aan het ministerie van Buitenlandse Zaken wat het kabinet vanaf 2010 heeft ondernomen inzake de invasiewet kwam een algemeen en ontwijkend antwoord. “Het Nederlandse standpunt is bekend bij de Verenigde Staten. Nederland brengt het belang van het Strafhof consistent onder de aandacht tijdens de reguliere diplomatieke dialogen met de VS,” aldus een voorlichtster van het ministerie.

“Strafhof al dood”

Het Internationaal Strafhof stond in 2018 weer even volop in de schijnwerpers. Dit vanwege het onderzoek dat het Strafhof wil doen naar oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid tijdens de oorlog in Afghanistan. Omdat de aanklaagster van het Hof, Fatou Bensouda, zich waarschijnlijk niet wil beperken tot misdaden begaan door de Taliban, maar ook Amerikaanse misdaden in het onderzoek wil betrekken, kwam uit Washington een ongemeen felle reactie. Nationaal Veiligheidsadviseur John Bolton dreigde met strafmaatregelen tegen de rechters en aanklagers van het Hof. Ze zouden door Amerikaanse rechtbanken worden vervolgd, hun banktegoeden zouden worden bevroren en ze zouden de VS niet meer inkomen. En niet alleen zij, maar elk bedrijf of land dat het Strafhof bijstaat in onderzoek naar Amerikanen zou worden gestraft. ” We zullen het Strafhof rustig laten sterven,” voegde Bolton daaraan toe. “In praktisch alle opzichten is het Strafhof voor ons immers toch al dood.”

Er volgden meteen de volgende dag reacties van de Franse en Duitse regering. “We staan pal achter het Internationaal Strafhof – in het bijzonder als het onder vuur komt te liggen”, verklaarde het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken. “Frankrijk, met zijn Europese partners, steunt het Internationaal Strafhof,” voegde het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken daar aan toe. “Het Hof moet zijn bevoegdheden kunnen uitoefenen, ongehinderd, onafhankelijk en onpartijdig, binnen het juridische kader van het Statuut van Rome.” Van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken kwam geen reactie, en dus vroeg CDA-kamerlid Martijn van Helvert minister Blok wat hij vond van de uitspraken van Bolton. “Stevige uitspraken, maar niet geheel nieuw,” antwoordde die. “De VS zijn vanaf het begin tegenstander geweest van het Strafhof, omdat zij niet willen dat hun eigen burgers daar berecht kunnen worden.”

“Invasiewet blijft gevaarlijk”

Twee maanden later richtten de VS opnieuw een dreigement richting Nederland. De Amerikaanse ambassadeur Pete Hoekstra dreigde met sancties tegen Nederlandse bedrijven als Shell, Boskalis en Van Oord vanwege hun betrokkenheid bij de aanleg van Nord Stream 2, een gaspijpleiding van Rusland naar Duitsland. Al snel bleek dat deze bedrijven niet hoefden te rekenen op steun van de Nederlandse regering. Die liet, bij monde van minister Blok, weten het conflict tussen de VS en de Nederlandse bedrijven niet te beschouwen als iets waar de Nederlandse overheid zich mee zou moeten bemoeien. “Nord Stream 2 is een privaat project,” zo verklaarde hij. “Als Nederlandse bedrijven daarbij betrokken zijn, en ik weet dat dat zo is, dan zullen zij in contact moeten treden met de Amerikaanse regering en moeten kijken wat de consequenties voor hen zijn.”

Kan het zijn dat de Nederlandse overheid ongeveer dezelfde redenering toepast op het Internationaal Strafhof? Het Strafhof is net als Shell, Boskalis en Van Oord geen Nederlandse overheidsinstelling. Beschouwt dus het kabinet het conflict dat de VS heeft met het Strafhof als iets wat haar primair niet aangaat?

http://www.novini.nl/the-hague-invasion-act-blijft-gevaarlijk/

Novini vroeg William Pace van de Coalitie voor het Internationaal Strafhof in hoeverre Nederland de dreiging van een Amerikaanse invasie serieus moet nemen. “The Hague Invasion Act blijft een gevaarlijk symbolisch verzet tegen het internationale strafrecht,” antwoordde Pace. “Het hele idee van een militaire invasie van Nederland om een ​​Amerikaans staatsburger te bevrijden, zou je normaliter naar het rijk der fabelen verwijzen. Maar we hebben nu een president die voortdurend in die sectie opereert. Onder de huidige regering Trump is alles mogelijk. Als beschuldigingen worden ingebracht tegen hooggeplaatste personen uit de regering-Bush of tegen onze militairen, dan denk ik dat dit zal leiden tot een zeer krachtige reactie.”

Bovenstaand artikel is tot stand gekomen zonder subsidie van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Een subsidieaanvraag bij het Fonds werd afgewezen omdat het Fonds een Zwarte Lijst blijkt te hanteren, waar het de auteur van dit artikel aan toe heeft gevoegd.
Voor een verdere verdieping van het onderwerp had de auteur graag willen spreken met (oud-)diplomaten, (oud-)politici, (oud-)medewerkers van het Internationaal Strafhof en andere ingewijden. Ook had hij een WOB-procedure willen aanspannen om overheidsdocumenten boven tafel te krijgen. Maar aangezien er geen subsidie werd verstrekt, heeft hij zich voor zijn journalistieke onderzoek beperkt tot een literatuurstudie.

 

Posted on 1 Comment

“Over Rusland is maar één standpunt toegestaan”

Nederland behoort tot de meest Russofobe landen ter wereld. Voor diplomaat Vladimir Naydenov is het een raadsel hoe het zover heeft kunnen komen. “De contacten tussen Nederland en Rusland waren prachtig.”

diplomatieke carrière 
1977- 1978 stagiair Russische ambassade Den Haag
1978 eindexamen Hogeschool internationale betrekkingen
1978-1982 Russisch consulaat Antwerpen. Eerste medewerker
1982- 1987 Benelux-desk Russische Ministerie BuZa
1987- 1990 medewerker Russische ambassade Den Haag
1990 – 1992 cultureel- en persattaché Russische ambassade Den Haag
1992 – 1995 hoofd Benelux-desk Russische ministerie BuZa
1995 – 2000 ambassaderaad politieke afdeling Russische ambassade Den Haag
2000 – 2001 In Moskou
2001 – 2006 cultureel attaché Russische ambassade Berlijn
2006 – 2010 In Moskou
2010 – 2019 ambassaderaad, hoofd politieke afdeling Russische ambassade Den Haag

Vladimir Naydenov is de éminence grise van de Russische ambassade in Den Haag. In 1977 ging hij daar als stagiair aan de slag. Sindsdien woonde en werkte hij afwisselend in voornamelijk Den Haag en Moskou. Hij zag liefst vijf Nederlandse premiers voorbijkomen: van Dries van Agt tot en met Mark Rutte. Hij ontmoette ze allemaal. In zijn functie van tolk begeleidde Naydenov vele delegaties van Nederlandse en Russische politici, zakenmensen, kunstenaars en anderen.

Sinds 2010 staat hij aan het hoofd van de politieke afdeling van de ambassade. Hij volgt in die functie de Nederlandse buitenlandpolitiek op de voet. Zowel door het bijwonen van debatten in de Tweede Kamer, als door de Nederlandse kranten te spellen en contacten te onderhouden met het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken. Met lede ogen heeft Naydenov zien gebeuren hoe er “in korte tijd weinig overbleef van de uitstekende vriendschapsrelatie die Nederland en Rusland in de jaren negentig met elkaar hadden ontwikkeld.” Met als voorlopig dieptepunt: “Minister Bijleveld van Defensie die zegt dat Nederland in oorlog is met Rusland.”

Een gesprek met Vladimir Naydenov over onder meer de bijdrage die Nederland begin jaren tachtig leverde aan de ontspanning met de Sovjet-Unie, het rampzalig verlopen Nederland-Ruslandjaar 2013, de afwikkeling van de ramp met MH17, Russische bommenwerpers die de Noordzeekust frequenteren, de uitzetting van Russen die gepoogd zouden hebben de OPCW in Den Haag te hacken, de volgzaamheid van Nederlandse journalisten – en last but not least de dreigende terugkeer van de discussie over plaatsing van Amerikaanse kruisraketten op Nederlands grondgebied.

In 1989 liepen er militairen van de Sovjet-Unie mee in de Nijmeegse Vierdaagse. In 1990 zei u daarover in een interview met Elsevier: “Als iemand mij vijf jaar geleden had verteld dat er Russische militairen naar een NAVO-land zouden komen en daar met Amerikaanse militairen in hetzelfde kampement zouden logeren, dan had ik dat niet geloofd.” Wat had u zich vijf jaar geleden niet voor kunnen stellen wat er nu gebeurt?

Dat Russische militairen niet meer meelopen in de Vierdaagse, omdat zij niet meer welkom zijn hier. Voor de gebeurtenissen in Oekraïne in 2014 liepen jaarlijks militairen mee uit Pskov, een zusterstad van Nijmegen. Ik had mij in het algemeen niet kunnen voorstellen dat er in zo’n korte tijd zo weinig zou overblijven van de vriendschapsrelatie die Nederland en Rusland in de jaren negentig met elkaar hadden ontwikkeld. De contacten tussen Nederland en Rusland waren prachtig.

Hoe ontwikkelde zich die vriendschapsrelatie?

In 1981, toen de spanningen groot waren tussen de Sovjet-Unie en het Westen, is er een Nederlandse delegatie van de Tweede Kamer naar Moskou gegaan. Ook Ruud Lubbers, die later premier werd en het afgelopen jaar helaas is overleden, maakte deel uit van die delegatie. De parlementariërs brachten een enorme stapel foto’s mee van de demonstratie op het Museumplein in Amsterdam tegen de komst van Amerikaanse kruisraketten. Ze presenteerde die foto’s aan Andrey Gromyko, de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken. Ik was daarbij als tolk aanwezig en ik kreeg als relatiegeschenk een stropdas. Die was helemaal blauw, met een witte afbeelding van de Ridderzaal. Het bleek een traditie te zijn van delegaties van Tweede Kamerleden om stropdassen te schenken. Ik heb er sindsdien heel wat ontvangen. De das die ik vandaag draag is er één van.

De parlementaire delegaties van Nederland hebben in de jaren tachtig een enorme bijdrage geleverd aan de ontspanning, aan het einde van de Koude Oorlog, en aan de verbetering van de betrekkingen tussen onze landen.

In 1985 werd het begin van het einde ingeluid van de Sovjet-Unie met het aantreden van Michail Gorbatsjov als president.

Ik herinner mij als de dag van gisteren 21 november 1986. Dat was de dag dat premier Ruud Lubbers en zijn minister van Buitenlandse Zaken Hans van den Broek in Moskou waren. Er was een belangrijke bespreking tussen Van den Broek en onze minister van Buitenlandse Zaken Edoeard Sjevardnadze over ontwapening, en dan vooral over het terugdringen van het aantal kernwapens. Die bespreking begon om 9 uur ’s ochtends en eindigde pas om half 2 ’s middags. Russische toponderhandelaren namen eraan deel. Daarom duurde het ook zo lang. Zij hebben Van den Broek zeer serieus genomen. Zij vonden dat hij met concrete voorstellen kwam, met compromissen die zowel voor de Sovjet-Unie als de Verenigde Staten aanvaardbaar waren. Toponderhandelaar Juli Kwizinski heeft gezegd: “Nederlanders zijn slimme mensen. Ze komen met goede suggesties voor hoe je problemen kunt oplossen.” Van de NAVO-landen heeft met name Nederland geprobeerd tot goede compromissen te komen. Nederland is een soort politieke katalysator geweest voor de totstandkoming van het INF-verdrag.

Het verbod op het gebruik van raketten voor de middellange afstand dat Michail Gorbatsjov en Ronald Reagan in 1987 overeenkwamen staat inmiddels op losse schroeven. Donald Trump heeft aangekondigd het INF-verdrag op te zeggen.

Wat nu gebeurt, kan ik mij nauwelijks voorstellen. En wat mij nog het meest verbaast is de opstelling van Nederland. Ik ging er van uit dat Nederlanders zouden protesteren tegen deze eenzijdige stap van Amerika. De Nederlandse politiek heeft nu gezegd: “Wij steunen de Amerikanen in de opzegging van het verdrag.” Ik vind dat onvoorstelbaar. Nederlandse politici zouden toch moeten weten met hoeveel moeite het verdrag tot stand is gekomen en welke rol ze er bij hebben gespeeld? Denk ook aan de demonstraties van Nederlanders begin jaren tachtig, tegen de plaatsing van kernraketten in Woensdrecht, de eindeloze discussies in de Tweede Kamer, en de daaropvolgende blijdschap in Nederland toen men hoorde dat het verdrag een feit was.

Er staan in de Nederlandse kranten soms berichten over Russische bommenwerpers die langs de Noordzeekust vliegen. Wat doen die daar?

Zij maken oefenvluchten. Zoals de NAVO-landen dat doen langs de Russische grens. Het zijn geen schendingen van het nationale luchtruim. Zij vliegen in de ruimte waarin dat is toegestaan. Tussen 1992 en 2011 waren er geen Russische oefenvluchten, maar de NAVO is in die periode wel doorgegaan met oefenvluchten langs de Russische grens. Toen wij in antwoord daarop de oefenvluchten hervatten, ontstond daarover in de pers veel verontwaardiging. Wij hebben toen tegen Nederland en andere NAVO-landen gezegd: “Laten we rond de tafel gaan zitten, en zien of we hierover een akkoord kunnen sluiten. Vooral ook om misverstanden te voorkomen.” Want de vluchten zijn op zichzelf niet gevaarlijk, alleen wel dat ze onverwacht komen. Maar de NAVO heeft gezegd: “Wij zijn niet geïnteresseerd in onderhandelingen daarover.”

U zegt: “De vluchten zijn op zichzelf niet gevaarlijk.” Maar het gaat hier wel om strategische bommenwerpers. Met of zonder bommen aan boord?

Dat weet niemand. Maar ik denk geen bommen. Daarvoor is de situatie nog niet gespannen genoeg. Wij hebben in Rusland ook genoeg middelen om af te weren. Men hoeft niet met kernbommen te vliegen. Dat heeft geen zin, en het is gevaarlijk.

Het Amerikaanse onderzoeksbureau Pew Research vroeg mensen in 25 landen naar hun mening over Rusland. Nederland kwam uit de bus als meest Russofobe land. Hoe verklaart u dit?

Het is de uitkomst van Amerikaans onderzoek. Ik baseer mijn idee daarover op de opinie van de Nederlanders met wie ik in contact sta.

De Nederlanders met wie u in contact staat zijn waarschijnlijk geen doorsnee Nederlanders.

Dat er negatief gedacht wordt over Rusland zal in elk geval kloppen voor Nederlandse politici, en ook voor de Nederlandse pers. De Nederlandse pers draagt het beleid uit van de Nederlandse overheid. Ik zie dat vooral bij de Nederlandse Publieke Omroep (NPO), waar kennelijk maar één standpunt is toegestaan. Dat is toch geen vrije meningsuiting? Niet zo vreemd. De NPO is eigendom van de Nederlands staat. De vrijheid van pers bestaat niet. Nergens, Nederland niet uitgezonderd.

De commerciële zenders en kranten zijn niet in bezit van de Nederlandse overheid.

Ook daar zie je maar één standpunt over Rusland, dat van de overheid. En ook daarin verschilt Nederland niet van Rusland, want ook in Rusland laten journalisten  zich doorgaans leiden door de mainstream, al moet ik zeggen dat er in Rusland meer diversiteit bestaat dan in Nederland. In Russische talkshows zie je burgers uit tal van landen, Amerikanen, Britten, Oekraïners, Polen, Nederlanders, die daar het standpunt uitdragen van hun land. Op de Nederlandse televisie zie je nooit een Rus die de Russische visie uitdraagt. Nou ja, één keer onze ambassadeur, Alexander Shulgin, en één keer de tweede man van onze ambassade, Boris Zhilko.

Maar in elk geval beseft men in Rusland heel goed welke landen het slechtst over Rusland denken. De laatste jaren is Nederland bij die groep gekomen.

Hoe verklaart u dat in Nederland de opinie zo slecht is over Rusland?

Dat is voor mij een groot raadsel. Want vanaf eind jaren tachtig tot 2013 waren wij zeer goed bevriend. De betrekkingen waren perfect. Als ik met mijn Nederlandse gesprekspartners praat, dan zeggen zij: “Alles is begonnen in 2014, toen jullie de Krim annexeerden.” Maar dat is niet zo. De grote ommekeer kwam in 2013, tijdens het Nederland-Ruslandjaar. In dat jaar was er een aaneenschakeling van incidenten, niet in Rusland, maar hier in Nederland. Vooral rond de LHBT-campagne. Toen onze president Vladimir Poetin in april 2013 naar Nederland kwam, waren er enorme betogingen in Amsterdam, bij de Hermitage, het Scheepvaartmuseum.

U doelt op de betogingen tegen wat in Nederland genoemd wordt ‘de anti-homowetgeving’ in Rusland?

Van een anti-homowetgeving is absoluut geen sprake in Rusland. Er is een wetgeving, maar die is niet gericht tegen homo’s. U moet het in perspectief zien. In de jaren dat Rusland democratiseerde en er steeds meer openheid kwam, heeft de homobeweging zich enorm ontwikkeld. Moskou was, en is misschien nog steeds, de stad met de meeste homoclubs ter wereld. Niemand heeft die clubs gesloten. Er werd voor ons alleen een grens bereikt toen activisten naar lagere en middelbare scholen gingen om met kinderen te praten over homoseksualiteit. Dat wilden wij niet. Daar is die wetgeving voor bedoeld. Dat dat niet meer mogelijk is.

U denkt dus dat de LHBT-campagne in Nederland de betrekkingen tussen de landen heeft geschaad?

Om het Nederland-Ruslandjaar te vieren was er in zomer van 2013 een galaconcert georganiseerd op het Museumplein in Amsterdam. Dat dreigde mis te gaan omdat burgemeester Eberhard van der Laan toestemming had gegeven voor de organisatie van een protestmanifestatie van het COC op hetzelfde tijdstip, op dezelfde plek. Ik had niet de indruk dat dit van het COC uitging. Ik heb toen namelijk op de ambassade gesproken met vertegenwoordigers van het COC die contact met ons hadden opgenomen omdat ze zich zorgen maakten. Zij wilden voorkomen dat er confrontaties zouden ontstaan tussen de bezoekers van de twee evenementen. En natuurlijk wilden ook wij dat niet. Dat is uiteindelijk ook niet gebeurd. We hebben met het COC afgesproken dat zij eerst hun manifestatie zouden houden, en wij later zouden beginnen. Er zijn na afloop van de COC-manifestatie ook nog bezoekers van die manifestatie naar het Russische galaconcert gegaan. Niet om te demonstreren, maar om te kijken en te luisteren.

Het verliep dus vreedzaam, de twee evenementen op het Museumplein, maar u vermoedt dat er is aangestuurd op een confrontatie?

Ik ben er van overtuigd dat achter de mensen van het COC die geen confrontatie met ons wilden, iemand stond die wel een confrontatie wilde.

Wie kan dat geweest zijn? Burgemeester Van der Laan?

Ik weet het niet. Maar het is waar dat burgemeester Van der Laan toestemming heeft gegeven voor de organisatie van de beide evenementen op hetzelfde tijdstip en op dezelfde plek. Als onze ambassade en het COC niet samen geregeld hadden dat de evenementen na elkaar zouden plaatsvinden, dan had het goed mis kunnen lopen.

Heeft u het vermoeden dat er ook op andere momenten in het Nederland-Ruslandjaar is aangestuurd op confrontatie?

De problemen rond het Nederlandse Greenpeace-schip Arctic Sunrise.

Greenpeace probeerde een boorplatform van Gazprom te bezetten, als protest tegen de Russische oliewinning bij het Noordpoolgebied. U ziet dat als een provocatie?

Ik ben ervan overtuigd. Waarom heeft men uitgerekend in het Nederland-Ruslandjaar die actie georganiseerd?

Is Greenpeace ook niet in andere jaren actief geweest in de Russische wateren?

Absoluut niet.

Het kan toch ook toeval zijn geweest?

Misschien. Maar als ik al die toevalligheden bij elkaar optel, dan zie ik een bepaalde trend.

Het Nederland-Ruslandjaar begon met de dood van een Russische activist en asielzoeker in een Nederlandse cel, Aleksandr Dolmatov.

Dat was in januari. Hij pleegde zelfmoord in het detentiecentrum Rotterdam. Hoe heeft dat kunnen gebeuren?

Er is een Russische diplomaat door de Nederlandse politie opgepakt, omdat hij zijn kinderen zou mishandelen.

Dmitry Borodin was de tweede man van de ambassade, gevolmachtigd minister. Hij werkt nu in België. Hij is een vriend van mij. Ik ken hem heel goed, en ook zijn vrouw en kinderen. Het is volkomen idioot wat men hier over hem en zijn familie heeft beweerd.

Wat is er volgens u nog meer misgegaan in het Nederland-Ruslandjaar?

Er zijn LHBT-activisten naar Moermansk gegaan, om te proberen daar een manifestatie te organiseren. Wat hadden die mensen in Moermansk te zoeken? Waarom gingen ze niet naar Ankara, Turkije? Of naar Riaad, Saoedi-Arabië? Daar zijn echte schendingen van homorechten. En probeer daar ook maar eens te demonstreren.

U gelooft hoe dan ook niet in een ongelukkige samenloop van omstandigheden? U denkt dat geprobeerd is de feestelijkheden rond het Nederland-Ruslandjaar te verstoren?

Ik kan het mij bijna niet anders voorstellen. Ik stel mij de vraag: In de betrekkingen tussen Nederland en Rusland  loopt alles prima. Er zijn goede contacten op alle niveaus. Er zijn over en weer bezoeken, er wordt goed onderhandeld over diverse kwesties. Premier Rutte gaat naar Lubmin, een stadje in Duitsland, naar de opening van de gaspijpleiding Nord Stream 1, en voert daar vriendschappelijke gesprekken met Dmitri Medvedev, de toenmalige Russische president. En dan plotseling, in het Nederland-Ruslandjaar gebeuren al die dingen.

Als er is aangestuurd op een rampzalig Nederland-Ruslandjaar, wie kan daar dan belang bij hebben gehad?

Ik mag geen beschuldigingen uiten als ik geen bewijzen heb. Zeker niet aan het adres van onze Nederlandse vrienden. Maar kijk naar de Verenigde Staten. Aan het begin van de tweede termijn van Obama, in 2013, begint alles mis te gaan in de betrekkingen tussen Rusland en de Verenigde Staten. Is het toeval dat tegelijk hetzelfde gebeurde tussen Rusland en Nederland?

U noemde net de ontmoeting van Rutte en Medvedev bij de opening van Nord Stream 1 als voorbeeld van dingen die goedgingen in 2013. Was dat een willekeurig voorbeeld? We weten nu dat de Amerikanen fel gekant zijn tegen Nord Stream 2 en de aanvoer van Russisch gas naar Europa in het algemeen.

Er werd in de Verenigde Staten destijds geen campagne gevoerd tegen Nord Stream 1 zoals nu tegen Nord Stream 2.

U noemde het rampzalig verlopen vriendschapsjaar als verklaring voor de omslag in de publieke opinie over Rusland. Maar denkt u niet dat MH17 daar ook een grote rol in heeft gespeeld? Nederland wijst hiervoor al vier jaar met de vinger naar Rusland.

Natuurlijk. Maar MH17 kwam een jaar later, in 2014. De opinie over Rusland was toen al verslechterd.

Klopt mijn indruk dat de Russische ambassade zich erg op de vlakte heeft gehouden ten aanzien van MH17? Heeft de ambassade bijvoorbeeld ooit geprobeerd in contact te treden met nabestaanden van de slachtoffers?

We hebben geen contact gehad met nabestaanden. Ons heeft daarvoor nooit een verzoek bereikt.

Het afgelopen jaar protesteerde een aantal nabestaanden bij de ambassade. Toen is niemand van u even met die mensen gaan praten?

Als die mensen hadden gezegd dat ze een petitie wilden overhandigen of gevraagd hadden om een gesprek met de ambassadeur, dan waren we daar zeker op ingegaan. Maar ook hier geldt: ons heeft geen verzoek bereikt.

Eén van u had er ook even naartoe kunnen lopen.

Hoe kunnen wij daar onbekommerd naartoe lopen? MH17 is zo’n gevoelige kwestie. Je weet niet wat je aantreft. Je kunt niet in de ziel kijken van die mensen. Misschien willen ze wel helemaal geen Russen zien. Worden ze heel kwaad. Als van hun een teken was uitgegaan dat ze iemand van de ambassade wilden spreken, dan waren we er zeker heengegaan. En sowieso protesteerden ze voor de verkeerde ambassade. Wij zien onszelf niet als schuldig aan de ramp.

U erkent dat MH17 een grote rol speelt in de manier waarop Nederlanders naar Rusland kijken. Heeft de Russische ambassade nooit gedacht: Wij willen dat beeld corrigeren?

Ik zou niet weten welke actie wij daarop kunnen ondernemen. Als mensen vragen hebben over MH17, dan reageren we daar op. Meer kunnen wij niet doen. De rest laten wij over aan de mensen in Moskou die zich bezighouden met het onderzoek naar de ramp.

Vladimir Naydenov (foto: Eric van de Beek)

De Russische ambassade spreekt zich via Twitter wel uit over Nederlands-Russische kwesties. Maar dat gebeurt in het Engels. Dat is dan kennelijk niet om een Nederlands publiek te bereiken?

Ik lees geen Twitter-berichten van de ambassade.

Hoe zijn de contacten van uw ambassade met de pers? De Amerikaanse ambassade organiseert persreizen, ontvangt journalisten in de ambassadeurswoning, betaalt zelfs voor artikelen. U doet dat allemaal niet? U doet niks aan pr?

Wij kunnen aan de pers niet aanbieden wat de pers niet wil. Maar de pers is altijd welkom hier. Onze ambassadeur is een zeer open man. Als een krant hem vraagt voor een interview is hij altijd bereid. Wel op voorwaarde dat alles wat hij zegt ook gepubliceerd wordt. Dit om te voorkomen dat uitspraken van hem niet in een hele verkeerde context geplaatst worden, zoals een keer gebeurd is met een Nederlandse krant, waarvan ik de naam niet zal noemen.

Die voorwaarde stelt hij ook aan tv-ploegen?

Ja. Er mag niet geknipt worden in interviews met hem.

Dat zou misschien kunnen verklaren waarom we de Amerikaanse ambassadeur veel vaker zien op televisie en in de kranten dan de Russische ambassadeur.

De Amerikaanse ambassadeur is misschien vaker op televisie omdat hij zegt wat men in Nederland wil horen.

U vindt de Nederlandse pers bevooroordeeld?

Zie de selectieve manier waarop de Nederlandse pers heeft bericht over de jaarlijkse persconferentie van president Poetin van afgelopen maand.

Kranten hebben een beperkte ruimte. Die kunnen geen integrale verslagen plaatsen van persconferenties.

Poetin zei dingen die van groot belang zijn voor Nederland, maar daarover stond helemaal niets in de kranten.

Welke dingen van groot Nederlands belang zei Poetin die niet door de Nederlandse pers zijn opgepikt?

Over kruisraketten. Hij heeft gezegd dat men niet beseft hoe gevaarlijk de tijd is waarin wij leven. Mensen zijn gaan denken dat wat nu gebeurt een soort computerspelletje is. Poetin noemde als voorbeeld strategische raketten zonder kernkop die de Amerikanen in gebruik willen gaan nemen. Hij zei: “Hoe kunnen wij, als zo’n raket gelanceerd wordt vanuit een onderzeeër, tijdig vaststellen of die een nucleaire lading heeft of niet? We hebben maar een paar seconden om te bepalen hoe we daarop reageren.” Poetin waarschuwde dat de veiligheidsdrempel zo een stuk lager komt te liggen.

Hij doelde daarmee ook op wat u eerder aansneed in dit gesprek: de Amerikaanse opzegging van het INF-akkoord?

Ja. En dat raakt direct aan de veiligheid van Nederland en andere Europese landen. Want wat als het INF-verdrag in de prullenbak wordt gegooid? Dan gaan we terug naar de tijd waarin het de vraag was: “Waar in Europa zullen de Amerikaanse raketten voor de middellange afstand worden opgesteld?” En dan zal gedacht worden aan dezelfde landen als in de jaren tachtig: Duitsland, Nederland en België.

Nog even terug naar MH17: Nederland en Australië hebben Rusland aansprakelijk gesteld voor de ramp. Ze willen hierover onderhandelen met Rusland, maar afgelopen maand werd bekend dat Rusland daar niets voor voelt.

Wij hebben gezegd: “Wij zijn bereid om met Nederland rond de tafel te gaan, maar niet op basis van een aansprakelijkstelling aan het adres van Rusland.”

Het is zeker dat Oekraïne schuld heeft. Die heeft het luchtruim niet gesloten boven een oorlogsgebied. Toch stelt Nederland Oekraïne niet aansprakelijk.

En dus is het uitgesloten dat Nederland en Rusland nog met elkaar in onderhandeling zullen gaan over MH17?

[pullquote]Misschien verklap ik nu een staatsgeheim.[/pullquote]

Er ligt nu van Nederland een nieuw voorstel op tafel. De Nederlanders zijn inmiddels bereid een gesprek te voeren op basis van een open agenda. Dat is acceptabel voor ons. Misschien verklap ik nu een staatsgeheim, een Nederlands staatsgeheim, maar dit is wat ik gehoord heb.

Er kan nu dus ook gesproken worden over de Oekraïense schuld aan de ramp?

Dat neem ik aan ja. Met een open agenda is alles bespreekbaar.

Terugkerend naar het thema van dit interview, de steeds verder verslechterende Nederlands-Russische betrekkingen: In 2017 beschuldigden de MIVD en AIVD Rusland ervan cyberaanvallen te plegen, nationale verkiezingen te beïnvloeden, de publieke opinie te bespelen en de traditionele media weg te zetten als onbetrouwbaar. Later dat jaar sprak minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken over Russen die nepnieuws verspreidden in Nederland.

Wat kan ik daarop zeggen? Er komt een nieuw begrotingsjaar aan, iedereen wil meer geld uit de staatsruif. En dus brengen de MIVD en AIVD een jaarverslag uit waarin ze spreken over een Russische dreiging. Ik vraag u: Waar blijven de bewijzen van al deze beschuldigingen die men ons voor de voeten werpt?

De Nederlandse overheid heeft de Russische ambassade nooit bewijzen getoond?

Het enige wat mevrouw Ollongren doet is praten, en voor veel gedoe zorgen in de pers en in de Tweede Kamer. Ze komt nooit met bewijzen.

Als de ene staat de andere ergens openlijk van beschuldigt is het de gewoonte de ambassadeur op het matje te roepen. Is dit gebeurd naar aanleiding van de jaarverslagen van de AIVD en MIVD en van datgene wat minister Ollongren heeft geroepen over Russisch nepnieuws?

Nee. Onze ambassade is alleen op het matje geroepen over de vermeende hackpoging van het wifi-netwerk van de OPCW, en over de aansprakelijkstelling inzake MH17.

In het algemeen: Wat het Westen doet is Rusland beschuldigen van datgene wat ze zelf in Rusland doet. Zoals inmenging in verkiezingen. Het Westen, en met name Nederland, heeft zich altijd gemengd in onze verkiezingen. Er bestaat in Nederland een instituut, het Nederlands Instituut voor Meerpartijendemocratie, waar alle grote politieke partijen die vertegenwoordigd zijn in de Tweede Kamer aan deelnemen. Dat mengt zich al jarenlang in de Russische politiek.

Nederland heeft zelfs in de jaren negentig geprobeerd politieke partijen op te richten in Rusland, zoals een christendemocratische partij. Degene die dat geprobeerd heeft, is nog steeds actief in de Nederlandse politiek. Ik zal daarom zijn naam niet noemen. Van die partij is trouwens niks terecht gekomen. Hij heeft mij zelf verteld waarom niet. Al het Nederlandse geld dat in die partij was gestoken, was terecht gekomen in de zakken van ‘schoften’, zoals hij degenen noemde die hem hadden moeten helpen met de oprichting van die partij.

Mengt Nederland zich nog steeds in de Russische verkiezingen?

Ik weet niet precies hoe de situatie nu is. Maar vroeger was er het zogenaamde Matra-programma van het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken. Het ministerie zei: “Matra heeft niks te maken met politiek. We geven geen geld aan organisaties. We ondersteunen alleen projecten.” Maar als je keek welke projecten dat waren, dan werd meteen duidelijk welke organisaties daar achter zaten. Het waren meestal projecten op het gebied van mensenrechten en de vrijheid van pers. De Russische overheid is daar trouwens niet op tegen. Het is niet verboden. Het is alleen zo dat de organisaties die buitenlands geld ontvangen dat moeten melden bij de Russische belastingdienst. Daar is niks vreemds aan. In heel veel landen is dat precies zo. In de Verenigde Staten is het zelfs nog veel strenger geregeld dan in Rusland. 

De Russische krant Novaya Gazeta is via het Nederlandse Matra-programma gefinancierd. Onder voormalig PvdA-minister Bert Koenders van Buitenlandse Zaken is Nederland begonnen met het steunen van wat genoemd werd ‘onafhankelijke Russischtalige media’. Dat is u waarschijnlijk bekend? De financiering verloopt via Free Press Unlimited.

Ik weet dat er is geprobeerd zoiets op te zetten met Polen, maar daarvan is dacht ik niks gekomen. Ik merk er althans niets van. Sowieso, als de heer Koenders of de heer Blok teveel geld heeft mogen zij dit uitgeven, maar in Rusland merken we er niks van.

De Russische overheid heeft nooit gedacht: We gaan in antwoord op de activiteiten van de Nederlandse overheid ‘onafhankelijke Nederlandstalige media’ steunen in Nederland en België?

We hebben alleen RT en Sputnik die actief zijn in het buitenland.

RT en Sputnik brengen geen nieuws in het Nederlands.

In Rusland is de belangstelling voor de Nederlandse taal sterk afgenomen. Nederlands wordt op steeds minder hogescholen in Rusland als vak aangeboden. Ik vind dat erg. Nederlands is de grootste van de kleinere talen van Europa. Er zijn meer mensen die Nederlands praten dan mensen die een Scandinavische taal spreken. Toch is er in Rusland meer belangstelling voor Scandinavische talen dan voor het Nederlands. In de sovjet-tijd had je nog Radio Moskou. Dat was een zender op de korte-golf in het Nederlands. Toen ik daar voor het eerst van hoorde dacht ik: “Niemand luistert daarnaar.” Maar toen ik naar Nederland kwam, en begon te werken als cultureel attaché, bleek dat er een gezelschap in Nederland bestond, genaamd ‘Vrienden Radio Moskou’. In heel Nederland bleken er groepjes trouwe luisteraars te zijn. Er waren er zelfs die aanboden reportages te maken over Russische culturele evenementen in Nederland.

NRC publiceerde onlangs een groot artikel met de kop: Russische ambassade in Den Haag is een zenuwcentrum voor spionage. Hoe is dit ontvangen bij u op de ambassade?

De taak van elke ambassade is informatie te verzamelen over het gastland. De Nederlandse ambassade doet dat ook in Moskou. Als men dat ‘spionage’ noemt, dan is dat misschien ook ‘spionage’. Ik weet dat niet.

NRC beschuldigt uw ambassade van spionage met name vanwege het contact dat er geweest is tussen een medewerker van de ambassade en de vier GRU-officieren die het land zijn uitgezet op beschuldiging van een mislukte hack van het wifi-netwerk van de OPCW.

Degene die de GRU-officieren van het vliegveld heeft afgehaald en ze naar hun hotel heeft gebracht is de secretaris van de ambassadeur. Hij heeft niks met spionage te maken. Dat is absoluut quatsch.

Het NRC heeft hem niet gevraagd voor wederhoor?

Nee.

De Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergei Lavrov heeft gezegd dat de vier GRU-officieren in Nederland waren op ‘routinereis’. Wat wil dat zeggen?

Zij waren naar Nederland gekomen om technische werkzaamheden te verrichten op de ambassade. Ik ben geen technische man. Ik weet niet welke geheimen onze ambassade heeft, maar elke ambassade beschikt over bijzondere apparatuur. De vier officieren logeerden tegenover de OPCW in het Marriott-hotel. En dus stond hun auto daar geparkeerd. Daar was niks bijzonders aan. Als wij Russische delegaties ontvangen, dan verwijzen we ze standaard naar het Marriott. Omdat dat hotel vlakbij onze ambassade gelegen is en ook omdat we er een prijsafspraak mee hebben.

Waarom denkt u dat Nederland Rusland vals wil beschuldigen?

Die beschuldiging maakt deel uit van een campagne die wordt gevoerd tegen ons land. Minister Bijleveld van Defensie heeft gezegd dat Nederland in oorlog is met Rusland. De beschuldiging van haar over Russen die geprobeerd zouden hebben de OPCW te hacken is een voorbeeld van hoe Nederland die oorlog voert, in dit geval door middel van propaganda.

Mevrouw Bijleveld is een verhaal apart. Toen zij Commissaris van de Koningin was in de provincie Overijssel nam zij een heel andere houding aan ten opzichte van Rusland. Zo heeft zij meerdere malen onze ambassadeur uitgenodigd om naar Enschede te komen. Dit in verband met de geschiedenis van de Rusluie uit Vriezenveen en de topbijeenkomst die de burgemeester van Losser wilde organiseren tussen Reagan en Gorbatsjov. Alles umsonst.

Wat moet er veranderen om de betrekkingen tussen de landen te verbeteren?

Wij moeten meer met elkaar in contact treden. Er moeten meer uitwisselingen komen. Nederlandse parlementariërs moeten weer naar Rusland komen. Problemen kun je alleen oplossen als je met elkaar praat.


Novini heeft navraag gedaan bij stichting De 4Daagse over Russische militairen die niet meer welkom zouden zijn bij de Nijmeegse Vierdaagse. De stichting schrijft in een reactie: “Een korte blik in onze administratie bevestigt inderdaad dat er de afgelopen jaren geen militaire deelnemers hebben deelgenomen die zich hebben geregistreerd met een adres in Pskov. Wel hebben er de afgelopen jaren steeds enkele militairen met de Russische nationaliteit deelgenomen aan de Vierdaagse. Het is dus niet juist dat het Russische militairen niet toegestaan zou zijn om in te schrijven voor de Vierdaagse.”

Posted on

Syrië – Nederland Jihadistenvriend

Wat insiders reeds lang vermoeden is de voorbije dagen duidelijk geworden. De Nederlandse regering steunt al jaren met militair materieel de salafistische terreurgroepen in Syrië. Was dat vanaf 2011 voor zover bekend alleen via politieke en diplomatieke steun en via de propaganda van de in wezen regeringsgetrouwe massamedia dan ging dat daarna verder.

Volgens het dagblad Trouw en het televisieprogramma Nieuwsuur gebeurde dit vanaf 2015 immers ook onder meer via de levering van voor die terreurgroepen cruciale communicatieapparatuur en pick-ups.

Waarop zij dan door andere landen van de westerse alliantie geschonken wapens monteerden en eventueel gebruikten om te folteren gevangenen te vervoeren of hun eigen troepen naar het front te brengen. Een oorlogsmisdaad lijkt het.

Witwasserij Ko Colijn

In totaal ging het volgens die informatie om 25 miljoen euro aan materiaal waaronder eveneens laptops en pakken ander materieel bruikbaar voor een leger. Dit dan bestemd voor 22 groepen waarvan er echter maar twee namen tot heden bekend raakten. Feiten die de regering van Mark Rutte (VVD) niet betwist.

Bert Koenders - 4
Bert Koenders, De Nederlandse sociaaldemocraat en gewezen minister van Buitenlandse Zaken. De man is een trouwe vazal van Washington die in 2015 hoogstnodig militair materieel moest leveren aan jihadistische terreurgroepen in Syrië.

Dat het dan toch openbaar werd is deels het werk van onder meer parlementslid Pieter Omtzigt (CDA) en natuurlijk die betrokken journalisten die hier ditmaal alle eer verdienen voor hun degelijk onderzoekswerk. Vraag is nu echter wat de gevolgen zullen zijn voor de Nederlandse regering die al zeker vanaf 2015 die groepen met militair materieel steunde. Men noemde het mooi ‘niet-dodelijke hulp’.

Een ding viel al snel op, en dat is de operatie ‘beperk de schade’ die onmiddellijk in gang schoot. Waarbij de vermeende kwaliteitskrant NRC blijkbaar voorop gaat. Zo stelde de krant dat het allemaal zo erg niet was en ook logisch toen in 2015 deze beslissing viel.

Ook is het zenden van dit materiaal naar gewapende groepen in Syrië niet in strijd met de internationale rechtsregels en is die Jabhat al Shamiya (het Front van de Levant) geen salafistische terreurorganisatie. Het zijn in wezen goede jongens, zelfs al begaan ze wel eens een misdaad. Maar dat doet daar iedereen.

Ko Colijn - Officier in de Orde van Oranje-Nassau
In zijn column in de NRC stelt Ko Colijn dat het misschien wel fout was maar in wezen kon voor hem alles toch door de beugel. De internationale rechtsorde kan wat hem betreft op de schop. Hier krijgt hij het ereteken van Officier in de Orde van Oranje Nassau.

Dit allemaal ondanks de tegengestelde visies van Amnesty International en het Nederlandse openbaar ministerie. Merkwaardig toch. Mensen als Ko Colijn sprongen in het verleden wild op die rapporten en visies om de Syrische regering als crimineel aan te duiden.

Nu men bij AI en elders ook de andere kant in beeld brengt is dat voor Colijn & co plots onzin. En op de visie van Rusland en Syrië zitten de Colijns van deze wereld natuurlijk nog minder te wachten dan op die van justitie en AI. Die eersten zijn voor hen nu eenmaal doortrapte smeerlappen.

Internationaal recht

Zo schreef de russofobe NRC op 14 september 2018 “Jabhat al Shamiya wordt over het algemeen beschouwd als een gematigde islamitische groep”.(1) En voor Ko Colijn van het regeringsinstituut Clingendael, schrijvend in een opiniestuk in diezelfde NRC (2) is er in wezen zelfs helemaal niets fouts aan de hele zaak. De bewering dat men zo het internationaal recht heeft geschonden noemt hij ‘nogal buitenaards’.

“Maar dat je je niet zou mogen mengen in de interne aangelegenheden van een andere (soevereine) staat schiet door. Dat zou tirannen als Assad en Maduro (3) in deze wereld te veel ruimte geven …… maar op een orthodox advies van ‘het mag niet’ zit geen diplomaat te wachten ..…… Überhaupt wordt het voeren van buitenlandse politiek wel erg moeilijk als het ‘volkenrechtelijk verbod op interventie’ (Nollkaemper) (4) te letterlijk wordt genomen.”

Het internationaal recht is nochtans duidelijk: De grenzen van een soevereine staat zijn onschendbaar en dient men te eerbiedigen. En het steunen van een gewapende rebellie in een andere staat is onder internationaal recht een casus belli voor een oorlog tegen de agressor door de hier aangevallen partij. Syrië kan dus onder het internationaal recht legaal de hulp inroepen van bondgenoten – hier Rusland –  en eventueel als represaille zelfs Nederland kapot laten bombarderen.

Front met al Qaida

Wat mensen als Colijn hier eveneens vergeten is natuurlijk dat dit Front van de Levant niet alleen een stel criminelen zijn die op zeer grote schaal moorden, stelen, folteren, ontvoeren en verkrachten maar ook samenwerken met andere salafistische terreurgroepen waaronder bij tijden al Qaida. Ko Colijn schrijft in wezen dus dat steun aan al Qaida door de beugel kan.

Pieter Omtzigt - 1
Pieter Omtzigt, lid voor het CDA van de Tweede Kamer, was een van de weinigen in de Nederlandse politiek die zich vastbeet in deze zaak en zorgde ervoor dat dit schandaal aan het licht kwam.

Bovendien verzwijgen mensen als Colijn en Nikolaos van Dam, de spin in dit web, verder dat al wie goederen van welke aard ook naar de Syrische provincie Idlib uitvoert eveneens zorgt voor het financieren van al Qaida via de door deze terroristen geïnde invoerrechten.

Men steunt al Qaida dus niet alleen indirect via de allianties van die groepen maar ook via het betalen van belastingen in natura – Al Qaida gebruikt nu eenmaal geen Visa – aan de grens met Idlib of onderweg bij een van de tientallen controleposten.

En dus is er de vraag: Hoeveel van die door Nederland geleverde pick-ups en ander materiaal werden door al Qaida (hier officieel Hayat Tahrir al Sham) als taks in beslag genomen? Het is een vraag die men zeker in de Tweede Kamer zal dienen te stellen. Als men het durft natuurlijk.

Leuk is zeker natuurlijk, en dat kwam tot heden in de Nederlandse media voor zover bekend niet echt aan bod, dat men naast het Front van de Levant ook de Sultan Murad Brigade op dezelfde wijze steunde. Die huurlingen vechten aan de Turkse grens in Syrië op vraag van en met steun van het Turkse leger een oorlog uit tegen de Koerdische YPG/PKK.

Een YPG/PKK die volop de steun geniet van de Nederlandse regering en waarvoor men meer dan twee jaar lang de nu teruggetrokken F 16’s ter beschikking stelde. Een hulp die op het zelfde ogenblik kwam als het sturen van allerlei legermateriaal naar de Sultan Murad Brigade.

Of hoe Nederland gelijktijdig twee met elkaar oorlog voerende partijen bewapende. En dat heet dan buitenlands beleid. Trouwens ook delen van het Front van de Levant vechten met Turkije tegen de YPG/PKK. Met de lonen die hier zoals bij de Sultan Murad Brigade eveneens komen van de Turkse schatkist.

De Nederlandse geheime oorlog

Ook dit is een zaak die door de Tweede Kamer in Den Haag besproken dient te worden. Het is naast zwaar crimineel gedrag ook geknoei van de bovenste plank. En toen enkele parlementsleden zoals Pieter Omtzigt (5) steeds meer kritische vragen begonnen te stellen riep de regering plots het staatsgeheim in.

Het parlement mocht niet weten wie wat voor materiaal had gekregen. En als er dan een onderzoeksrapport klaar is roept men ook dit uit tot staatsgeheim. Het parlement, toch het allerhoogste gezag in wat men een democratie noemt, werd zijn inzagerecht afgenomen. Nederland voert oorlog, maar dit parlement mag niets weten. Democratie? Kom nou.

Mark Rutte - 3
Premier Mark Rutte (VVD) wou koste wat kost verhinderen dat het parlement op de hoogte zou geraken van zijn onverklaarde oorlog tegen Syrië en riep gans de zaak dan maar uit tot staatsgeheim. .

Tot de maandag nadien Nieuwsuur en Trouw met het verhaal kwamen en dit staatsgeheim deels in het openbaar gooiden. Het toont de ondemocratische natuur van de regering van Mark Rutte en de partijen die dit op zijn minst wangedrag steunen. Het is de totale minachting van het parlement en zo de bevolking die dit parlement koos.

Politieke linkerzijde

Opvallend natuurlijk is de houding van wat men traditioneel de politieke linkerzijde noemt. Zo werd de beslissing om salafistische terreurgroepen aan materiaal te helpen genomen door minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders, lid van de sociaal-democratische PvdA.

Tweede Kamerlid Attje Kuiken (PvdA) stelde het op 12 september in NRC zo:

“De Syrische leider Assad was zijn eigen bevolking aan het uitmoorden….. als je geconfronteerd wordt met het Kwaad dan moet je zulke beslissingen nemen.” (6)

Kamerlid Bram van Ojik (GroenLinks) ging nog een stuk verder en stelde het in diezelfde NRC zo (7):

Het is duidelijk dat Assad als winnaar uit de strijd is gekomen, maar dat is geen reden om met de steun stil te zitten… De gematigde rebellen verdienen onze steun – juist nu.”

De gematigde rebellen dus. Ook Jesse Klaver, de ster van GroenLinks, klonk gelijkaardig in het televisieprogramma Buitenhof. Dit terwijl praktisch iedereen die dit dossier volgt nu toegeeft dat zoiets als ‘gematigde’ rebellen er niet bestaan en in wezen ook nooit bestonden.

Termen als het Vrij Syrische Leger zijn zoals die andere slogan van de ‘Arabische Lente’ creaties van Britse en Amerikaanse pr-bureaus die zo de oorlog aan het publiek als iets lovenswaardig moesten verkopen. GroenLinks doet hieraan mee. Of hoe wat heet politiek links te zijn in wezen ook zeer asociaal en zelfs crimineel kan zijn. Voluit oorlogen steunen is geen probleem. Ook na Libië, Irak en Afghanistan. Wat een politiek niveau!

Nikolaos van Dam

Natuurlijk staat in dit schandaal de persoon van Arabist Nikolaos van Dam centraal. Deze oud-ambassadeur in o.m. Irak en Egypte was in die periode de zogenaamde speciale Nederlandse gezant voor Syrië en de man die op het veld richting gaf aan het beleid. Hij kende de kleinste details van de zaak en jihadistische terreurgroepen hadden het in Nieuwsuur over ‘hun vriend’. Zou dat voor van Dam een eretitel zijn?

Nikolaos van Dam - 2
Nikolaos van Dam, de jihadistenvriend en Syriëstrijder op jaren en met pak en das. De man die vorm gaf aan het Nederlandse steunprogramma voor Syrische jihadisten. Zijn bijdrage aan de vernieling van het land waar hij zegt veel van te houden.

Voor Van Dam is het Front van de Levant helemaal geen salafistische terreurbeweging zoals onder meer het Nederlandse gerecht stelt. De groep ondertekende in de Saoedische hoofdstad Riaad ooit een verklaring stellende dat ze streefden naar een democratie en dat was voor van Dam voldoende om hen als gematigd te zien en massaal militair materieel te geven. Een geschenkje van de Nederlandse vrienden.

Neen, dat is geen salafistische terreurgroep want, opperde hij ook op Buitenhof van de NOS televisie, Charles Lister stelt dat dit gematigden zijn. Charles Lister is de man die jarenlang vanuit Qatar, wapenleverancier aan al Qaida & co, via het door Qatar gefinancierde Brookings Doha Center de oorlog tegen Syrië becommentarieerde. En op BNR Nieuwsradio maakte Van Dam vergelijkbare verklaringen. (8)

Als bron een Qatarese broodschrijver gebruiken om te beweren dat het Front van de Levant een gematigde groep is kan dus wel tellen. Maar bronnenkritiek kent Nikolaos van Dam zoals bleek uit zijn hier besproken boek ‘Destroying a nation’, helemaal niet.

Feiten over de ware relatie van Israël, Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en de VS met die salafistische terreurgroepen van ISIS tot Ahrar al Sham en al Qaida zal je er niet in vinden. Ondanks de berg aan bewijzen voor die stelling. En zoals uit zijn parcours duidelijk blijkt moet hij hierover heel veel weten.

En dat ze al eens samenwerkten met andere terreurgroepen in dat gebied was voor van Dam eveneens geen probleem. Ze zitten daar ook zo dicht bij elkaar dat het in zijn visie bijna niet anders kan dan dat ze wel eens samenwerken. En dat is blijkbaar geen enkel bezwaar voor onze diplomaat.

Een ander argument voor hem was dat ze vochten tegen ISIS. Nou, ze vochten tegen ISIS! Jarenlang hebben ze echter ook militair samengewerkt met ISIS toen zich dat nog al Qaida in Irak noemde. En strijden tegen de huidige Syrische tak van al Qaida? Hoogstens zoals in het geval eerder met ISIS betreft het in essentie vechten om de buit.

Zichzelf beschuldigen

Voor wie goed naar Van Dam luistert en zijn laatste boek las stelt hij zich in wezen echter zelf in beschuldiging als zijnde medeplichtig aan de vernieling van Syrië en de massamoord daar.

Hij was gezien zijn expertise de man die het Nederlandse beleid rond Syrië toen vorm gaf en zorgde dat die moordbendes als het Front van de Levant en de Sultan Murad Brigade militair materieel kregen om zo de oorlog voort te zetten. In zijn boek stelt hij dat het Westen die jihadisten met hun maximalistische eisen – Assad moet weg en liefst dood – bleef steunen maar hen jarenlang onvoldoende hulp gaf om de oorlog te winnen.

Jihadisten tesamen met vlaggen
De vlaggen van terreurgroep Ahrar al Sham (links), het zogenaamde Vrije Syrische Leger (midden) en al Qaida (rechts) broederlijk naast elkaar. Zoek de gematigde jihadisten.

Het is als gevolg hiervan, stelt hij in zijn boek, dat de oorlog bleef duren en een politieke oplossing nergens raakte. Met als resultaat honderdduizenden doden en grote delen van het land vernield en geplunderd. Wat natuurlijk helemaal de bedoeling was. Irak verwoest, Libië verwoest, Afghanistan verwoest, Syrië verwoest, het schiet al aardig op.

Nikolaos van Dam is echter, zoals nu is gebleken, hiervoor als uitvoerder deels zelf medeverantwoordelijk. De vraag is dan ook of Nikolaos van Dam hier schuldig is aan zware misdaden gaande van medeplichtigheid aan genocide tot oorlogsmisdaden en terreur. Zwaarder kan niet.

Wel is het toch merkwaardig te noemen dat de Nederlandse massamedia al meer dan 7 jaar de waarheid over de oorlog tegen Syrië verbergen. Geen woord over het ware karakter van deze oorlog. En nu plots de openbaring. Goed, maar het is merkwaardig.

Neem de Nederlandse jezuïet Frans van der Lugt die jarenlang vanuit Syrië ageerde tegen die steun van zijn vaderland aan die jihadisten. Het dagblad Trouw zweeg hem dood. Tot hij in de stad Homs in 2014 kort voor de bevrijding ervan door een jihadist werd vermoord. Dan plots klonk het een en al rouw bij die krant. Waarbij men echter – je moet maar durven – de schuld nog poogde te steken op de Syrische regering. (10)

En wat nu met de Nederlandse regering? Ach, er is het gezegde: Ze dronken een glas, pisten een plas en alles bleef zoals het was. Nederland is gewoon een vazalstaat van de VS en haar salafistische bondgenoten. En dus loopt men op het Binnenhof netjes in de pas van Washington. Al Qaida of niet, het doet er niet toe, zolang het Witte Huis maar tevreden is. Nederland gidsland? Wat een grap.

En de Belgische kranten? Veel bladvulling zoals gewoonlijk maar over deze bij de noorderburen toch wel belangrijke zaak behoudens een kort bericht in de Gazet van Antwerpen niets. Wel korte berichten op de websites van o.m. De Morgen en De Standaard, meer niet.

En elders in Nederland? Recent stopte de Nederlandse regering nu ook met de financiële steun aan de Witte Helmen. De door de Britse regering opgerichte propaganda-afdeling van het Syrische salafisme. Assad heeft de oorlog gewonnen dus kunnen we maar beter stoppen met die zaak is de stelling van Den Haag.

Ook blijft IKV/Pax Christi, die zichzelf een vredesbeweging noemt, verder volharden in het maken van propaganda voor die Syrische terreurgroepen. Zo maakt deze organisatie nog steeds reclame om geld te geven aan het Syrische zogenaamde schoolproject Kesh Malek (11) dat actief is in het jihadistengebied rond de provincie Idlib. Ze geeft volgens haar website in enkele door haar beheerde scholen aan jongens en meisjes apart lessen gebaseerd op een salafistisch curriculum.


1) ‘Kamer wordt vertrouwelijk geïnformeerd over hulp rebellen Syrië’, NRC 14 september 2018

2) ‘Steun jihadisten? Fout maar overdrijf niet’, NRC 13 september 2018. Dat ze een stuk met een andere opinie over deze affaire bij NRC niet plaatsten wekt natuurlijk voor wie de krant kent geen enkele verbazing. Modder gooien naar Rusland is er bij de krant een dagelijkse vaste traditie.

3) Door ook de Venezolaanse president Maduro terloops te vermelden ontstaat de indruk dat hij en enkele andere westerse vuilspuiters al een nieuwe zoveelste oorlog aan het voorbereiden zijn, die tegen Venezuela.

Maar wat moet men volgens Colijn dan doen met bevriende dictators zoals de familie al Saoed? Bommen gooien? En wat met de VS die Irak vernielde en er bij haar invasie en bezetting massaal mensen ombrachten? Bommen gooien? Maar ja, dat zijn vrienden. Daarover zal je figuren als Ko Colijn dus niet horen piepen.

4) Het betreft professor jurist André Nollkaemper die na de commissie Willebrord Davids over de wandaden rond de invasie van Irak in 2003 werd aangesteld. Die stelde met akkoord van het parlement dat men in de toekomst bij buitenlandse interventies Nollkaemper als Extern Volkenrechtelijk Adviseur voor Buitenlandse Zaken zou raadplegen. Deze noemde de zaak in Nieuwsuur een schending van het internationaal recht en dus crimineel gedrag. Hem raadplegen hoefde helemaal niet stelde Colijn.

5) Toen Omtzigt kritische opmerkingen begon te maken over de Nederlandse houding rond het neerhalen boven Oekraïne van het Maleisische vliegtuig van vlucht MH17 was het opnieuw de NRC die een karaktermoord poogde te plegen op deze bijna enige kritische parlementaire stem in dit dossier. Geen toeval natuurlijk.

6) ‘In 2015 leek het politiek nog zo’n goed idee…’, NRC 12 september 2018

7) ‘Nederland steunde terreurbeweging in Syrië’, NRC 11 september 2018.

8) ‘Organisaties waar wij contact mee hadden waren niet jihadistisch’, BNR Nieuwsradio, 13 september 2018. https://www.bnr.nl/nieuws/internationaal/10354191/organisaties-waar-wij-contact-mee-hadden-niet-jihadistisch

Hier stelt men: ‘Nederlandse politici zijn volgens Van Dam medeverantwoordelijk voor de ‘enorme ellende’ die is aangericht in Syrië. ‘Politici die hebben willen interveniëren en met allerlei stellingen kwamen waarop ze niet konden terugkomen, dragen een zekere medeverantwoordelijkheid voor de enorme ellende die daar is aangericht.’. Maar diegene die dit beleid op het veld realiseerde zoals van Dam is dan uiteraard eveneens schuldig.

9) Destroying a Nation, Nikolaos van Dam, I.B. Taurus, 2017, 242 pagina’s. Hier op 12 augustus besproken in het artikel ‘boeken over Syrië’.

10) ‘Patermoord’, Trouw, 8 april 2014, Sylvain Ephimemco.  https://www.trouw.nl/home/patermoord~a55b9397/

Zo schreef de krant:

‘Van der Lugt was vooral hinderlijk voor het regime van president Assad. Hij getuigde via video’s en Skype-verbindingen van de wreedheid van zijn leger dat de stad omsingelt en inwoners laat verhongeren. Hij bleef maar hameren en hopen op bemoeienis van ‘de wereld’, die ‘niet kan blijven toekijken’. Waarom zouden de djihadisten die het lot van de pater deelden en ook gras moeten eten, hem executeren?’

Frans van der Lugt werd op 7 april 2014 in de stad Homs Vermoord. Daar waar hij onder het juk van deze terreurgroepen koppig was blijven wonen. Hij is er begraven

11) https://globalyouthrising.org/2016/04/15/friday-spotlight-paxthe-activist-hive/. Kesh Malek heeft een website: https://www.keshmalek.org/.

Ze werkt vanuit Atareb, een door al Qaeda gecontroleerde stad gelegen in het westen van de provincie Aleppo. Of hoe onze bisschoppen – Pax Christi werkt onder hun toezicht – samenwerken met deze salafistische terreurgroep.

Posted on

“Belasting is diefstal”

Het is ieders morele plicht zo weinig mogelijk belasting te betalen, vindt belastingadviseur Toine Manders.  “Er is geen principieel verschil tussen belasting en roof.”

‘De koning van de belastingontwijking’ wordt hij wel genoemd, of ‘belastingridder’ door het zakenblad Quote. Ruim twintig jaar hielp Toine Manders kleine en middelgrote ondernemers in Nederland met het behalen van fiscale voordelen in belastingparadijzen. In 2014 werd hij op Cyprus gearresteerd op verdenking van het leiden van een illegaal trustkantoor. Hij bracht drieënhalve maand door in voorlopige hechtenis. De HJC Group, waaronder het trustkantoor HJC Cyprus en het Haags Juristen College (HJC) in Den Haag, waaraan hij sinds 1994 verbonden was, hield op te bestaan. Na ruim vierenhalf jaar is het wachten nog steeds op een rechtszaak, en dus is er nog geen enkele schuld bewezen.

Met Nozick Consulting in Zoetermeer heeft Manders zijn werk weer opgepakt. Nog steeds helpt hij het midden- en kleinbedrijf met het zoeken naar ‘creatieve oplossingen die forse besparingen opleveren’.

Omdat Manders’ naam genoemd wordt in de Panama Papers werd hij vorig jaar verhoord door de Parlementaire Ondervragingscommissie Fiscale Constructies. Fragmenten van zijn verhoor gingen viral op sociale media, en dan vooral het fragment waarin hij commissielid Renske Leijten van de SP de les las over de DDR-ideologie die hij bij haar meende te bespeuren.

Manders is meer dan een handige jongen die van belastingontwijking zijn beroep heeft weten te maken. Zijn werk is voor hem als een roeping. Als overtuigd libertariër streeft hij naar een zo klein mogelijke overheid en de afschaffing van alle belastingen. Om dit te bereiken, zet hij zich al sinds de jaren negentig in voor de Libertarische Partij (LP). Hij was voorzitter en politiek leider, en vertegenwoordigt de partij thans internationaal. Als vice-voorzitter geeft hij leiding aan de internationale koepel van libertarische partijen, the International Alliance of Libertarian Parties.

Een gesprek over onder meer postbusfirma’s op de Amsterdamse Zuidas, liberalen van de VVD die geen echte liberalen zijn, naamgenoot Toine Manders van 50Plus, de grijze draaischijftelefoon van de PTT, het Zwitserse bankgeheim, Amerikaanse robberbarons, de Europese Unie die belastingadviseurs dwingt ‘NSB’er’ te worden, de VS als ‘welfare-warfare-police state’ – en Nederlandse belastingambtenaren ‘zonder humor’en met ‘lange tenen’ die je zonder pardon in ‘een hok’ stoppen als je ze te slim af bent en de spot met ze drijft.

Belasting is diefstal. Hoezo? 

Je spreekt van diefstal als je eigendom je wordt afgenomen. Je spreekt van roof als dat gebeurt onder bedreiging van geweld. Er is geen verschil tussen belasting en roof. Want wat gebeurt er als de staat belasting heft? Dan wordt je eigendom van je afgenomen. Eerst krijg je een brief waarin je bevolen wordt geld af te staan, en als je daar niet op reageert, krijg je brieven die steeds dreigender worden. Als je dan nog steeds niet reageert, komt er iemand langs met het doel om spullen van je af te nemen. Als je die niet binnenlaat, dan komt hij terug met iemand die een pistool draagt of met twee mensen die een pistool dragen. Dan wordt er ingebroken in je huis en worden jouw spullen tegen jouw wil meegenomen. Als je je daar tegen verzet, ben je strafbaar en word je opgesloten in een hok. Als je probeert deze gang van zaken te voorkomen door geen aangifte te doen, dan ben je ook strafbaar, want op het niet doen van aangifte staat vier jaar gevangenisstraf. Dan kom je ook in een hok. Dat is dus hoe de staat aan haar geld komt.

U roept mensen op belasting te ontwijken, niet te ontduiken. Wat is het verschil? 

Belastingontduiking is het besparen van belasting door de wet te overtreden. Belastingontwijking is het besparen van belasting binnen de grenzen van de wet. Je maakt dan dus gebruik van de wettelijke mogelijkheden die er zijn. Denis Healey, voormalig Brits minister van Financiën, heeft gezegd: “Het verschil tussen belastingontduiking en belastingontwijking is de dikte van een gevangenismuur.” Ik heb die slogan vaak gebruikt tijdens mijn seminars. Maar inmiddels mogen we vaststellen dat ook als je wel degelijk binnen de grenzen van de wet blijft het toch kan gebeuren dat je aan de verkeerde kant van de gevangenismuur terecht komt. De staat heeft zich wat dat betreft een slechte verliezer getoond.

Voor u mag het verschil dan duidelijk zijn. Maar kennelijk zien het Openbaar Ministerie (OM) en de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst (FIOD) het anders. 

Dat zou betekenen dat er bij het OM en de FIOD hele eerlijke, nette, goed bedoelende mensen zijn, die oprecht dachten dat wat ik deed in strijd met de wet was. Maar ik denk niet dat dat zo is. Want er was geen bewijs en er is geen bewijs. We zijn na mijn ontvoering in januari 2014 inmiddels ruim vierenhalf jaar verder. Ze hebben tien FIOD-ambtenaren op een vliegtuig naar Cyprus gezet en alles platgelegd, computers, papieren, dossiers meegenomen, een aantal medewerkers als verdachten aangemerkt, zodat mensen bang werden en stopten met werken, en het bedrijf dezelfde dag nog werd gesloten. Ze hebben vierenhalf jaar de tijd gehad alle dossiers door te pluizen. Ze beschikken over alle cliëntengegevens, alle structuren die waren opgezet, verslagen van gesprekken die zijn gevoerd met meer dan tienduizend cliënten en potentiële cliënten. Maar tot de dag van vandaag is er nog steeds geen enkele cliënt en zelfs geen enkele potentiële client veroordeeld of überhaupt vervolgd voor belastingontduiking, witwassen of andere vergrijpen.

Velen zullen zeggen: het heffen van belastingen is volkomen legitiem, want zo hebben we het met elkaar afgesproken. Het is democratisch verankerd. Er is geen meerderheid in Tweede Kamer tegen belastingheffing.

Zo hebben we het met elkaar afgesproken? Dat hebben we helemaal niet zo met elkaar afgesproken. Ik heb die afspraak niet gemaakt. Kunt u zich herinneren die afspraak te hebben gemaakt? Het sociaal contract is een mythe, of beter gezegd, een leugen.

Het argument van de democratie, dat het democratisch is besloten, dat de meeste stemmen gelden, gaat ook niet op. Als je op straat twee rovers tegen het lijf loopt die zeggen: “We houden een verkiezing of je wel of niet beroofd moet worden”, en ze stemmen vervolgens met z’n tweeën voor, en jij stemt tegen, en ze zeggen dan: “Je hebt verloren, want de meeste stemmen gelden en we nemen nu jouw portemonnee af” – dan is het toch nog steeds niet gerechtvaardigd? En of die bende nu bestaat uit twee, tien, honderd of tien miljoen, het maakt voor het principe niets uit. Het principe is: Je mag niet iemands lichaam of eigendom schenden. Ieder mens heeft recht op zijn eigen lichaam en eigendom zolang hij geen inbreuk maakt op iemand anders lichaam of eigendom. De overheid schendt dat principe, op verschillende manieren, onder meer door belastingheffing en de militaire dienstplicht die nog steeds niet is afgeschaft. Ook al staat de meerderheid daar achter, dat maakt niet uit. Of iets democratisch besloten is, zegt helemaal niets over de rechtmatigheid van de daad.

Stel dat we in Nederland nog een stelsel hadden van referenda, en er zou een referendum worden gehouden over het belastingstelsel. Zou de meerderheid dan voor afschaffing stemmen?

Ik denk niet dat de meerderheid zou stemmen voor volledige afschaffing. Maar dat heeft een achtergrond.  De gemiddelde burger merkt weinig van hoge belastingdruk in Nederland. Dat komt doordat vrijwel alle belastingen worden geheven via de ondernemer, die dat maar moet doorberekenen in lagere lonen en hogere prijzen. Loonbelasting, sociale premies, BTW, accijnzen,  invoerrechten, enzovoort.

Ik herinner mij dat ik jaren geleden een artikel las over de tien grootste ergernissen van de gemiddelde Nederlander. Bovenaan stonden de gemeentelijke belastingen. Ik was heel even verbaasd.  Maar toen viel het kwartje. Het is zo’n beetje de enige belasting die niet via de ondernemer wordt geheven, maar rechtstreeks bij de belastingbetaler zelf, waarbij hij jaarlijks een enveloppe aantreft op de deurmat, met daarin een brief waarin niet staat “U krijgt geld terug”, maar waarin staat “U moet geld overmaken”. Blijkbaar maakt dat een enorm psychologisch verschil.

Ik voorspel dat er een belastingopstand zou uitbreken als belastingen die nu via de ondernemer worden geheven van het ene op het andere jaar rechtstreeks werden geheven bij de burger zelf. Mensen zouden razend en ziedend worden. Nederland heeft net als de VS haar bestaan te danken aan een belastingopstand. Nederlanders hebben een tachtigjarige oorlog gevoerd vanwege de tiende penning, die de Spaanse bezetter ons had opgelegd. Dat was een soort BTW van 10 procent.

Dus stel dat alle belastingen direct werden geheven bij de burger en er dan een referendum zou worden gehouden over belastingheffing, dan denk ik niet dat we meteen naar nul zouden gaan, maar wel dat de belastingdruk extreem veel lager zou worden dan deze nu is.  De meeste mensen denken dat belastingheffing een noodzakelijk kwaad is en dat we niet zonder kunnen.

Hoe verklaart u dat mensen denken dat we niet zonder belastingen kunnen?

Dat komt door al die met belastinggeld gesubsidieerde scholen, universiteiten en media. We zijn van generatie op generatie naar staatsscholen gegaan, met leraren die iedere maand een salaris krijgen van de overheid, en ons daarom van jongs af aan hebben geleerd dat we heel blij moeten zijn dat we leven in zo’n prachtig land als Nederland, waar we van de wieg tot aan het graf worden verzorgd, met gratis onderwijs, gezondheidszorg, wegen, enzovoort.  Zoals het spreekwoord zegt: “Wiens brood men eet, diens woord men spreekt.” 

In dictaturen mogen docenten zich verheugen in de bijzondere belangstelling van de machthebbers. Als je te overheidskritisch bent dan word je in het gunstigste geval ontslagen, en in het slechtste geval beland je in een kamp of onder de grond. Dat heeft een reden: docenten hebben een grote invloed op de publieke opinie, en dat is omdat ze les geven aan jonge mensen. Zolang mensen jong zijn, zijn ze heel plooibaar. Daar gebruiken machthebbers de stok, hier de wortel, en dat werkt veel beter: onze docenten zijn true believers.

Dat er nog geen belastingopstand is uitgebroken, zal er ook mee te maken hebben dat de overheid haar inkomsten aanwendt voor voorzieningen waar iedereen van profiteert, zoals onderwijs, gezondheidszorg en een wegennet. 

De tegenprestatie die de overheid levert, rechtvaardigt nog niet dat ze belasting heft. Het is en het blijft roof. Als we het argument serieus nemen, van “Je krijgt er toch iets voor terug?”, dan zou de melkboer ook ongevraagd melk bij je op de stoep kunnen zetten, en je een gepeperde rekening kunnen sturen, en dan kunnen zeggen: “U moet betalen, want ik heb u melk geleverd.” Een betaling mag je verlangen op basis van een overeenkomst, of als je schade is berokkend. Je kunt niet zeggen: “Ik heb geld nodig, dus u moet mij betalen in ruil voor een tegenprestatie die ik u ongevraagd lever.”

Nederlanders die moeite hebben met de hoge belastingdruk, zou voor de voeten geworpen kunnen  worden: Er is niemand die je verplicht in Nederland te blijven. 

Ja, je mag toch weg? Dat is een drogreden waar de meeste mensen intrappen. Als we dat argument serieus nemen dan zou de maffia op Sicilië ook kunnen zeggen: “Bevalt het je niet protectiegeld te betalen? We dwingen je niet om hier te blijven wonen.” Of dan zouden inbrekers in mijn huis ook kunnen zeggen: “Bevalt het je niet dat we je spulletjes meenemen? Je hoeft hier niet te blijven. Je mag weg.” Het punt is hier echter: die inbrekers zijn niet de rechtmatige eigenaren van mijn huis. Dat ben ikzelf. Dus ik hoef niet weg. Zij moeten weg. Zij hebben niets te zoeken in mijn huis. Idem dito voor de maffia op Sicilië. Zij zijn niet de rechtmatige eigenaren van Sicilië. Dus als zij een winkelier bedreigen voor protectiegeld, hoeft die winkelier niet weg. Die maffiosi moeten weg, want die hebben niets te zoeken in die winkel.

Onze huizen en winkels bevinden zich wel op het grondgebied van de Staat der Nederlanden.

De impliciete aanname van dat argument is dat de staat rechtmatig eigenaar is van alle grond, en dus alle regels mag maken op haar grond die ze maar wil. Maar dat is niet zo. De staat is nooit op een rechtmatige manier aan grond gekomen. De staat is ontstaan door roversbendes die door een gebied trokken. Die vielen een dorp binnen, de mannen werden vermoord, de vrouwen werden verkracht, het dorp werd geplunderd en in brand gestoken, en dan gingen ze door naar het volgende dorp. Totdat ze tot het inzicht kwamen: “Eigenlijk zijn we stom bezig, want als je eenmaal zo’n dorp veroverd hebt, dan kun je het toch beter gewoon bezet houden in plaats van iedereen vermoorden.” En dan dus niet eenmalig plunderen, maar structureel plunderen. Bij iedere oogst een deel van de oogst opeisen, en iedere keer als er iets verdiend wordt afpersen. Zo is het feodalisme ontstaan. De roverhoofdman werd de koning en de koning gaf zichzelf het recht belasting te heffen. Hij delegeerde de belastingheffing aan de adel en de adel stuurde mensen met zwaarden langs bij het gepeupel om belasting te heffen. Zo is de staat ontstaan. Op basis van roof. Wat ik dus tegen inbrekers mag zeggen, “Ik ga niet weg, jullie moeten weg”,  zou ik ook tegen de staat moeten kunnen zeggen.

U stelt dat het niet alleen moreel verwerpelijk is dat mensen gedwongen worden belasting te betalen, maar ook dat belastingheffing schade toebrengt. 

Zo is dat. Veel geld wordt uitgegeven aan dingen die beter überhaupt niet gedaan zouden moeten worden, zoals het voeren van oorlogen, het doden van onschuldige mensen in andere landen. De overgrote meerderheid van de libertariërs is non-interventionalist. Zij vinden dat een leger alleen mag verdedigen. Zij zijn mordicus tegen wat Amerika doet: het spelen van politieman van de wereld, soldaten sturen naar andere landen om even orde op zaken te stellen, terwijl het dan meestal een chaos wordt, zoals we hebben gezien in Irak en Libië.

In eigen land brengt de staat productieve mensen schade toe. Hoe productiever mensen zijn, hoe zwaarder ze worden belast, hoe meer ze wordt afgepakt. Wat de staat ook doet is een enorm leger van ambtenaren inhuren die voortdurend bezig zijn met het verzinnen van nieuwe regels. Het maakt voor hun niet uit dat de regeldruk al veel te hoog is. Zij zijn er voor ingehuurd om die regels te maken, dus vinden ze altijd wel iets om nieuwe regels voor te maken. Het is ook een soort vicieuze cirkel. Stap één is: de staat veroorzaakt een probleem door interventie. Stap twee is: politici en hun ambtenaren gaan nadenken over de oplossing van dit probleem. Ze vinden altijd wel een oplossing en die is eigenlijk altijd dezelfde: er moeten nog meer regels komen, want er waren er toch nog te weinig. De staat moet nog meer ingrijpen, nog meer uitgeven en er moeten nog meer ambtenaren komen. Samengevat: geef ons meer geld, geef ons meer macht, en dan lossen wij het probleem voor u op.

Al sinds het begin van de 20ste eeuw is de trend bijna altijd: een grotere overheid, meer regels, hogere staatsuitgaven, meer ambtenaren. Maar problemen worden daarmee helemaal niet opgelost, ze worden alleen maar erger. Een jaar lang word je dus schade toegebracht, je wordt als een kind behandeld, er word je van alles verboden en je wordt overal toe verplicht, en vervolgens moet je je meesters ook nog eens precies gaan vertellen wat je hebt verdiend, en plus minus de helft aan ze afstaan voor de wederdienst, de tegenprestatie die ze je hebben geleverd. De Amerikaanse libertariër Lysander Spooner zei: “Wat de staat doet is nog erger dan een struikrover die jou berooft. De struikrover laat je met rust nadat hij je heeft beroofd. Na de beroving ben  je weer vrij. Hij schrijft je niet de wet voor, vertelt je niet wat je wel en wat je niet moet doen.”

Welke problemen veroorzaakt de staat volgens u?

De overheid voert bijvoorbeeld maximumhuren en minimumlonen in, verklaart cao-lonen algemeen verbindend of stelt minimumprijzen voor melk en boter vast. Wat krijg je dan? Een verstoring van de markt. Vraag en aanbod raken uit balans. Want wat gebeurt er bij een minimumprijs voor melk en boter? Mensen gaan minder melk en boter gebruiken, maar de boeren gaan juist meer melk en boter produceren, want ze krijgen er een mooie hoge prijs voor. Met het gevolg dat er een boterberg en een melkplas ontstaan, en deze uiteindelijk gedumpt worden in de Derde Wereld.

Er is ook een enorme boete op lonen, op arbeid. Daardoor houden mensen zo weinig over. De staat zegt dan: “Jullie zijn zo zielig, jullie hebben zo weinig geld om van te leven, weet je wat? We voeren een minimumloon in en verklaren de cao-afspraken algemeen verbindend.” Het gevolg daarvan is niet alleen dat die mensen meer geld overhouden. Het gevolg is dat ze werkloos worden. Want op het moment dat iemand door de hoge belastingen het minimumloon niet kan waarmaken, een werknemer meer kost dan oplevert, dan wordt hij eenvoudig niet aangenomen.

Niet alleen overschotten, ook tekorten worden per definitie door de overheid veroorzaakt. Woningnood ontstaat doordat de staat maximumprijzen vaststelt. De wachtlijsten in de zorg ontstaan door maximumprijzen voor de zorg.

U heeft in een lezing gezegd: “Het komt voor dat de staat wel dingen doet die nuttig zijn.” Hoe moeten die dan worden betaald? Niet uit belastingheffing?

De staat besteedt ons belastinggeld inderdaad ook aan nuttige dingen, zoals zorg, onderwijs, politie, rechtspraak, infrastructuur, defensie en telecommunicatie. Maar ook daarmee moet ze ophouden. Juist omdat het veel te belangrijk is om aan de staat over te laten. Laat ik het voorbeeld geven van telecommunicatie. Want dat is een terrein waar de staat toevallig een stap terug heeft gedaan. Ze  heeft haar monopolie beëindigd. Telecommunicatie is begonnen als particulier initiatief. De telegraaf en telefoon zijn particuliere uitvindingen. Telecommunicatiebedrijven waren particulier en concurrerend. Op een gegeven moment heeft de staat het gemonopoliseerd en concurrentie verboden. Dat remde de innovatie. U herinnert zich waarschijnlijk de grijze draaischijftelefoon? Die is in de jaren ’50 ontworpen. Sinds de jaren ’60 moesten alle Nederlanders die een telefoon wilden er verplicht eentje huren van staatmonopolist PTT. Toen het monopolie werd opgeheven, in de jaren ’90, hadden we nog steeds diezelfde telefoon, maar we mochten eindelijk ook een andere telefoon gaan gebruiken. Sindsdien hebben we een enorme inhaalslag gezien op het vlak van innovatie. Nu hebben we telefoons die in feite computers zijn en die meer kunnen dan de computer waarmee mensen naar de maan gingen in 1969. De kosten zijn ook dramatisch gedaald. Vroeger toen het monopolie nog bestond, betaalde je drie gulden per minuut om naar Amerika te bellen en 19 gulden naar Afrika of Azië. Dus als je emigreerde ging je er van uit dat je nooit meer gebeld zou worden door je familie, want dat was te duur. Nu kun je voor 1, 2 of 3 eurocent per minuut de hele wereld bellen, vaak zelfs gratis met Skype en andere services.

Ook op andere terreinen ziet u graag dat de overheid zich volledig terugtrekt?

Telecommunicatie is een voorbeeld van iets waarbij mensen met eigen ogen hebben gezien dat het beter kan zonder staatsmonopolie. Maar toch trekken ze dan niet de conclusie dat het ook wel eens zou kunnen gelden voor zorg, onderwijs en infrastructuur. Terwijl daar precies hetzelfde voor geldt. Toen ik begin jaren ’90 pleitte voor het einde van het monopolie op de telecommunicatie zeiden mensen: “Dat kan helemaal niet. Want bellen doe je via een lijn onder de grond en je gaat dan toch niet twee, drie, vier lijnen naast elkaar leggen? Het is een natuurlijk monopolie, en dat moet dan wel een staatsmonopolie zijn, want als een particuliere organisatie een monopolie krijgt dan kunnen ze vragen wat ze willen en worden we allemaal straatarm.” Zo denkt men dus nog steeds over monopolies. Als ik pleit voor het afschaffen van het monopolie op zorg, onderwijs of infrastructuur, dan zeggen mensen: “Belachelijk, dat kan helemaal niet.”

Je kunt toch wel kiezen naar welke school je kinderen gaan, welk ziekenhuis jou behandelt of wie jouw zorgkosten verzekert?

Dat klopt. Er is een heel klein beetje keuzevrijheid. Nederland is ook zeker niet het ergste land ter wereld. Er is onderzoek gedaan naar het niveau van economische vrijheid in 160 verschillende landen, en Nederland staat meestal in de top 20. Als je kijkt naar persoonlijke vrijheid, staan we zelfs in de top 5. Begrijp me niet verkeerd: Nederland is ziek. Maar de meeste landen zijn nog veel zieker dan wij. Maar dat we minder ziek zijn is geen reden om zelfgenoegzaam achterover te leunen. Als je ziek bent wil je gezond worden.

In hoeverre kan de staat zich terugtrekken? Politie, leger en rechtspraak zijn moeilijk voorstelbaar zonder overheid en belastingbetalers.

Dat is inderdaad voor veel mensen heel moeilijk te begrijpen. Voor libertariërs zijn dat ook de laatste staatsmonopolies waarvan ze afscheid willen nemen. Toch zijn die monopolies al voor een deel verdwenen. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de rechtspraak, dan zie je dat heel veel bedrijven arbitrage met elkaar afspreken. Ze leggen contractueel vast dat als ze een geschil met elkaar krijgen ze dat niet voorleggen aan de staatsrechter maar aan een arbitragecommissie. Waarom? Omdat een zaak winnen bij een staatsrechter heel veel meer tijd en geld kost dan een zaak verliezen bij een arbiter.

U bent kritisch over de Europese Unie. Hoe past dat binnen de libertarische filosofie?

Tot circa 1992 was er een ontwikkeling van het wegnemen van barrières, het verlagen en afschaffen van invoerrechten en invoerquota. De slogan was: ‘Vrij verkeer van goederen, diensten, kapitaal en personen, vrijheid van vestiging’. Dat waren stappen in de goede richting. Rond 1992 was dat project grotendeels afgerond, maar in plaats dat de eurocraten zeiden: “Stuur ons naar huis”, zeiden ze: “Nu gaan we de volgende fase in.” Eerst kregen we de economische eenwording, nu krijgen we de politieke eenwording. We gaan harmoniseren: een minimumtarief invoeren voor de BTW, een gemeenschappelijke grondslag voor de vennootschapsbelasting, een minimumtarief voor de vennootschapsbelasting. Dan is er dus geen ontsnapping meer mogelijk. Dan is het niet meer mogelijk om met de voeten te stemmen door in België te gaan wonen. De Nederlandse overheid en andere overheden van EU-lidstaten kunnen dan op belastinggebied niet meer met elkaar concurreren in het voordeel van hun eigen burgers. Het is dan een soort kartel geworden van belasting heffende politici.

We leven in een wereld met zo’n tweehonderd staten. Niet zo lang geleden, na de Tweede Wereldoorlog, waren het er tachtig. Ik zie dat als een vooruitgang. Hoe meer staten, hoe kleiner het grondoppervlak. Ideaal zou zijn als de grootste staat Liechtenstein was. Dat is nu de kleinste staat ter wereld, met 35.000 inwoners, maar ook de rijkste, gecorrigeerd voor koopkracht. Miniatuurstaatjes zoals Liechtenstein, Monaco, Luxemburg, Andorra, San Marino, Singapore en in zekere zin ook Hong Kong hebben met elkaar gemeen dat ze het heel goed doen. Ze scoren zwaar bovengemiddeld in alle internationale vergelijkingen. De mensen daar zijn vrijer, hebben een hogere levensverwachting en een hoger welvaartsniveau. Hetzelfde zie je bij de belastingparadijzen: Bermuda, de Kaaiman-eilanden, Jersey, Guernsey, Isle of Man.

Zie ook de VS. De federale overheid was daar tot in de jaren ’20 van de vorige eeuw extreem klein. Je had daardoor vijftig staten die hevig met elkaar concurreerden. Daarom groeiden ze zo snel, werden alle uitvindingen daar gedaan, vertrokken alle mensen met talent naar Amerika. Daarvan is weinig overgebleven. Ruim honderd jaar geleden kwam de omslag. Amerika ontwikkelde zich van waarschijnlijk het vrijste land ter wereld tot een welfare-warfare-police state.

Zwitserland is ook een goed voorbeeld. Dat land telt 26 kantons, die met elkaar kunnen concurreren omdat de federale overheid heel weinig macht heeft, al begint dat de laatste drie jaar helaas wel te veranderen. Er zijn in Zwitsersland nog steeds kantons zonder erfbelasting en schenkbelasting, of waarbij het tarief voor de inkomstenbelasting lager wordt naarmate je productiever bent. Daarom zijn de Zwitsers nog steeds het rijkste volk ter wereld. Niet als je kijkt naar het inkomen per hoofd, maar wel naar het vermogen per hoofd.

Hoe kan het dat ministaatjes vrijer en welvarender zijn? Ligt de oorzaak werkelijk in het geringe grondoppervlak?

Stel je voor dat de wereld zou bestaan uit honderd miljoen miniatuurstaatjes. Dan wordt het makkelijker voor mensen om met hun voeten te stemmen. Als ze ontevreden zijn over de regel- en lastendruk waar ze wonen, dan is het makkelijk verhuizen naar een ander miniatuurstaatje een paar kilometer verderop waar de regel- en lastendruk lager is.

Mensen zien wel in dat concurrentie tussen bedrijven goed is, maar niet dat concurrentie tussen staten nog veel belangrijker is. Als staten met elkaar moeten concurreren dan is dat een rem op de macht van de politici. Concurrentie zorgt ervoor dat ze gedwongen worden hun tarieven en regeldruk te verlagen, om talenten en kapitaal te lokken in plaats van die te verjagen. Europa heeft in zevenhonderd jaar tijd een enorme voorspong gekregen op de rest van de wereld. De laatste tientallen jaren beginnen we die voorsprong in rap tempo te verliezen aan de Aziatische Tijgers Hong Kong, Singapore en Zuid-Korea. Hoe kan dat? Omdat Europa een lappendeken was van miniatuurstaatjes. Zo bestond Duitsland uit dertig staten. Italië uit een stuk of tien. Die concurreerden met elkaar.

U beschouwt de vrije markt als oplossing. Is daar nu juist geen overheid voor nodig? Om bijvoorbeeld kartelvorming en monopolievorming tegen te gaan?

De staat is juist zelf de übermonopolist en überkartelvormer. Als je kijkt hoe monopolies zijn ontstaan: de koning verkocht aan een handlanger een alleenrecht. Hij zei dan: “Vanaf  nu ben jij de enige die nog zout of peper mag importeren in mijn land. Alle concurrenten sluit ik voor je op in de gevangenis, maar je moet wel betalen voor dat alleenrecht.” Monopolies kunnen alleen maar ontstaan of standhouden door overheidsinterventie. Op de vrije markt zijn monopolies onmogelijk.

Op de vrije markt is het zo dat als een bedrijf binnen een bepaalde regio een gigantisch marktaandeel verovert, dat alleen maar kan door heel erg efficiënt te zijn en voor een lage prijs te werken. Want in iedere sector heb je een optimaal aantal aanbieders. We hebben bijvoorbeeld miljoenen bakkers in de wereld en we hebben maar tientallen autofabrikanten. Dat is omdat het miljarden kost om een auto te ontwikkelen. Voor een brood is heel wat minder geld nodig. Je kunt dus niet a priori zeggen: “Er moeten minimaal zoveel aanbieders zijn van een product.” Wat de optimale grootte is, is nu juist iets wat op de markt zal blijken. De consument wil een zo goed mogelijke auto of een zo goed mogelijk brood tegen een zo laag mogelijke prijs. De producenten gaan proberen marktaandeel te veroveren door te innoveren, door een steeds betere auto te bouwen tegen een zo laag mogelijke prijs. Of neem computers. Die worden steeds beter en steeds goedkoper. Omdat je daarmee je marktaandeel kunt behouden, vergroten of voorkomen dat het kleiner wordt.

Op een markt die werkelijk helemaal vrij is, kan een computerfabrikant alle andere computerfabrikanten opkopen en vervolgens de prijs flink omhoog gooien en de kwaliteit laten versloffen omdat hij met niemand meer hoeft te concurreren.

Ik ken die drogreden. Dat is een marxistische mythe. Je kunt alleen maar steeds groter worden door steeds efficiënter te worden. Als je te groot wordt en daardoor minder efficiënt wordt, en je kostprijs juist omhoog gaat omdat je bureaucratisch bent geworden, dan zul je juist marktaandeel gaan verliezen, want er zijn dan namelijk concurrenten die marktaandeel van je afsnoepen. Zelfs al zou je een natuurlijk monopolie hebben verworven, waardoor je de enige aanbieder bent geworden, bijvoorbeeld in het geval van een dorp dat zo klein is geworden dat maar één bakker de meest efficiënte oplossing is en twee bakkers niet efficiënt zouden zijn, dan betekent dat niet dat je daarvan misbruik zou kunnen maken. Want als je dat zou proberen te doen, dan is er altijd de latent aanwezige concurrentie. Want stel dat je een monopolie hebt bereikt en je denkt dat je de prijzen flink kunt verhogen en er met de pet naar kunt gooien, dan kom je er snel achter dat het zo niet werkt in de vrije markt. Want zodra je misbruik gaat maken van je monopoliepositie door een slechte service te leveren of een slecht product te bieden tegen een te hoge prijs, dan zul je merken dat er opeens een nieuwe bakker komt die marktaandeel van jou gaat afsnoepen.

Marxisten zullen dan tegenwerpen dat monopolisten nieuwe toetreders uit de markt kunnen drukken voordat ze in staat zijn geweest marktaandeel af te snoepen. Maar als bakker kun je eerst eens even offertes sturen aan alle grote klanten en zeggen: “Ik beloof dat ik een jaar lang brood zal leveren om acht uur ’s ochtends, voor deze prijs en van deze kwaliteit, maar dat doe ik pas als honderd mensen hebben getekend, eerder begin ik er niet aan.” Als dan honderd mensen hebben getekend heb je een gegarandeerde afzetmarkt, en de bakker die tot twaalf uur bleef liggen, en die zijn broden tien keer zo duur had gemaakt, zal er achter komen dat hij ten onder gaat. Want zelfs al zou hij zijn leven beteren, dan is hij te laat, want die ander heeft al zijn honderd getekende offertes liggen.

Vaak, als gewaarschuwd wordt voor monopolievorming, wordt gewezen naar personen als Rockefeller en Vanderbildt, die in het Amerika van de 19de eeuw kapitaal maakten. Ze zijn afgeschilderd als robber barons. Maar wat blijkt nou? Ze waren voortdurend bezig prijzen te verlagen. Doordat ze innoveerden, konden ze efficiënter werken, en daardoor konden ze prijzen verlagen en dat deden ze ook. Daardoor veroverden ze een groot marktaandeel en daardoor konden ze het ook behouden. Het klopt dus niet dat ze op een gemene manier marktaandeel hadden veroverd.

Amerikaanse spoorwegbedrijven hebben jarenlang hun prijzen moeten verlagen. Op een gegeven moment waren ze dat zo beu dat ze gingen lobbyen bij de federale overheid om een instantie op te zetten die de prijzen moest gaan reguleren. Dat was onder het mom van ‘in het belang van de consument’, want, zo zeiden, ze: “Het is toch belachelijk dat een pakketje versturen van New York naar Chicago goedkoper is dan een pakketje van New York naar Cleveland,dat veel dichterbij is?” De verklaring voor dat prijsverschil was echter dat er moordende concurrentie was op de spoorlijnen die van New York naar Chicago liepen. Toen die regulerende instantie er eenmaal was, gingen de prijzen omhoog.

Hetzelfde is gebeurd met de luchtvaartindustrie, die is de overheid ook gaan reguleren. Dat is onder president Jimmy Carter afgeschaft, met het gevolg dat vliegen opeens veel goedkoper werd. In Europa is dat ook gebeurd. Met het Open Skies Agreement is vliegen veel goedkoper geworden. In mijn kindertijd was vliegen nog iets voor rijke mensen. Nu vlieg je voor een paar tientjes naar de Middellandse Zee.

Over het vraagstuk van de staat en de vrije markt staan libertariërs en marxisten lijnrecht tegenover elkaar. Maar van een discussie lijkt het niet te komen.

Marxisten zijn inderdaad de tegenpool. Ik heb lang geleden een keer een debat gehad met een SP’er, maar die had het marxisme eigenlijk al afgezworen.

In Nederland zijn het de VVD en de SP die gezien worden als elkaars tegenpolen. 

Illustratief voor her verschil tussen die partijen vind ik het debat dat ze met elkaar voerden over de inkomstenbelasting. In 2012 was het marginale tarief voor de inkomstenbelasting 52 procent. De SP wilde het tarief verhogen naar 60 procent en de VVD wilde het verlagen naar 51 procent. Dat is dus marge waarbinnen de discussie in Nederland zich afspeelt. Wij staan als LP zover af van de status quo dat je er voor ons geen marxist bij hoeft te halen om een beetje vuurwerk te brengen in een discussie.

Er is een andere Toine Manders. Van de partij 50Plus. Die is erg verdrietig dat hij soms verward wordt met u. Hij heeft verklaard u asociaal te vinden.

Dat mag hij vinden. Ik vind het  jammer dat ik soms met hem verward word. Hij heeft laten zien een opportunist te zijn. Toen de VVD hem geen derde termijn gunde als europarlementariër stapte hij meteen over naar 50Plus. Ik ken hem verder niet. Ik heb me nooit in hem verdiept. Iemand die is overgestapt van de VVD naar de LP heeft hem ooit uitgenodigd om met mij in debat te gaan over liberalisme. Toen zei hij dat hij dat misschien nog wel eens wilde, maar voorlopig zeker niet.

In 2014 heeft de LP niet meegedaan aan Europese verkiezingen. Deel van de reden was dat ik achter de tralies zat. Ze hebben mij opgesloten in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen. Dat was in januari 2014. In maart waren de gemeenteraadsverkiezingen en in mei de Europese verkiezingen. Even leek het erop dat twee mensen die Toine Manders heetten, zouden meedoen, ik namens de LP en hij namens 50Plus, maar daar is het dus niet van gekomen. 

Hoe plaatst u de LP in het links-rechts spectrum? De retoriek van anti-belasting en vrije markt zal velen uit de VVD-achterban aanspreken. Het idee van non-interventie de SP-achterban. De LP is ook voor het vrije verkeer van personen, het openstellen van de grenzen. Daar zal de GroenLinks-achterban van smullen.

Nolan-diagram

David Nolan, één van de oprichters van de Amerikaanse Libertarian Party, heeft gezegd: het politieke spectrum is geen links-rechts lijn. Het is tweedimensionaal. Op de linker-as heb je persoonlijke vrijheid en op de rechter-as economische vrijheid.

Mensen die links zijn, progressief of liberal, zoals ze dat in Amerika noemen, hechten weinig waarde aan economische vrijheid, maar ze zijn wel voor persoonlijke vrijheden. Ze zijn voor vrijheid van meningsuiting en godsdienst, voor een liberaler beleid op het gebied van drugs, prostitutie, pornografie en abortus.

Rechts, of conservatief, is de tegenpool. Zij willen meer economische vrijheid en dus een kleinere overheid als het gaat om de economie. Ze zijn voor lagere belastingen, minder regels, privaat eigendom, het tegengaan van staatsmonopolies. Maar als het gaat om persoonlijke vrijheid is het net andersom. Dan vinden ze dat de staat hard moet optreden tegen drugs, prostitutie, pornografie, godslastering, majesteitsschennis en het verbranden van de nationale vlag. Vaak ook zijn ze voor de militaire dienstplicht.

Helemaal onderin vinden we de communisten en fascisten. Die hechten aan geen enkele vrijheid enige waarde. Het individu moet volledig onderworpen zijn aan de staat. Als er mensen zijn die denken dat fascisten voor economische vrijheid zijn, een soort kapitalisten zijn, dan zeg ik: “Niets is minder waar.” In zowel fascistisch Italië als in Duitsland had de staat een enorme dikke vinger in de economische pap. Grootgrondbezitters of fabrieken werden niet onteigend, maar werden wel voor het karretje van de staat gespannen. Het was een geleide economie. De staat schreef voor wat die bedrijven moesten doen. Zo moesten ze zich voornamelijk inzetten voor de oorlogsindustrie.

Het centrum zien mensen als het toppunt van beschaving. Dan ben je gematigd, geen extremist, niet radicaal. Maar zoals je ziet, grenst het midden aan de communisten en fascisten. Dus zo mooi is dat midden helemaal niet. Voor het midden geldt dat er geen enkele vrijheid is die ze echt belangrijk vinden. Conservatieven zijn in elk geval nog voor een vrije markt, en liberals zijn tenminste nog voor persoonlijke vrijheden. Mensen die echt progressief, echt liberal zijn, zijn ook anti-oorlog. Dat veranderde in Amerika toen Barack Obama tot president werd gekozen. Toen vergaten ze ineens al hun anti-oorlogsideeën. Sindsdien zijn er niet zoveel echte liberals meer. De Democratische Partij in de VS is heel erg opgeschoven naar het centrum. Ze vinden geen enkele vrijheid nog echt belangrijk.

Bovenin het politieke spectrum vind je, wat we in Nederland noemen, de liberalen. De echte liberalen willen zowel meer economische als persoonlijke vrijheid.  Ze hechten aan beide vrijheden veel belang. Wat niet wegneemt dat er veel mensen zijn die zich liberaal noemen maar het niet echt zijn, omdat ze bijvoorbeeld voor een streng drugsbeleid zijn. Bij de VVD zie je dat ze zijn opgeschoven naar rechts-conservatief. Zo moet je voor de bescherming van de rechten van verdachten niet bij de VVD zijn, en ook niet voor een liberaal migratiebeleid. De VVD is dus maar tot op zekere hoogte wat de partij zegt te zijn: liberaal. Ze zitten op het grensvlak rechts-conservatief,  centrum en liberaal.

Waar vind je nou de libertariërs? Helemaal bovenin. Wij zijn heel erg liberaal, want wij willen 100 procent economische en persoonlijke vrijheid.

De liberale VVD-achterban zul je niet aanspreken met het openstellen van de grenzen. De achterban van die partij is heel erg gekant tegen immigratie.

De meeste libertariërs zeggen: “We zijn voor open grenzen, maar we erkennen tegelijk dat dit niet werkt in combinatie met het uitdelen van gratis geld, zorg, onderwijs en huizen aan immigranten. Dat zou in een libertarische samenleving niet kunnen.” Als je kijkt naar geschiedenis van de VS: tot in de jaren ’20 waren er nauwelijks immigratiebeperkingen. Er gingen mensen heen vaak zonder enige opleiding, soms zelfs analfabeten, maar niet om hun hand op te houden, maar om zichzelf productief te maken, een bestaan op te bouwen. Vaak met succes. Hun kinderen waren vaak veel welvarender dan zijzelf. Het was in een tijd dat de overheid extreem klein was, met name de federale overheid, die toen nog geen inkomstenbelasting mocht heffen. 

U heeft op BNR Nieuwsradio geadverteerd met de slogan ‘Belasting is diefstal’. Daar kwam in 2008 een einde aan. Waarom was dat?

Een anonieme persoon heeft een klacht ingediend omdat het spotje in strijd zou zijn met het goed fatsoen. De Reclame Code Commissie deed toen BNR de aanbeveling het spotje niet meer uit te zenden. Dat is Orwelliaanse newspeak voor censuur, want de Commissie pretendeert dat er sprake is van zelfregulering, dat media die reclame uitzenden zichzelf normen willen opleggen en zich daarom aansluiten bij de stichting Reclame Code. Maar de werkelijkheid is anders. De Mediawet verplicht zendgemachtigden lid te worden, en daarmee aanbevelingen te volgen. Het zijn dus geen aanbevelingen maar censuur. Alle zendgemachtigden houden zich er aan, want willen hun zendmachtiging niet verliezen.

We zijn in beroep gegaan tegen de aanbeveling. Ik heb bij het college van beroep betoogd dat de slogan niet in strijd kan zijn met het fatsoen, immers: de waarheid mag gezegd worden. Tot mijn verbazing werd de aanbeveling van Reclame Code vernietigd, omdat de commissie vond dat de slogan niet in strijd was met het fatsoen. Maar er kwam een andere aanbeveling voor in de plaats: de aanbeveling de slogan niet uit te zenden omdat deze in strijd zou zijn met de waarheid, want belasting is geen diefstal, en reclameslogans mogen niet in strijd zijn met de waarheid.

Hoe verklaart u dat u wel bent aangepakt, en niet de trustkantoren die multinationals nog steeds behulpzaam zijn met belastingontwijking in het buitenland?

Ik kan niet kijken in de hoofden van de FIOD- en OM-mensen. Ik kan alleen raden wat ze motiveert. Maar over het algemeen is het zo dat trustkantoren niet etaleren dat ze zich bezighouden met belastingontwijking. Op hun websites kom je het woord ‘belastingontwijking’ niet tegen. Überhaupt kom je daar weinig tegen over fiscaliteit. Ik daarentegen was altijd erg recht voor zijn raap. Ik gebruikte wel het woord ‘belastingontwijking’ op onze website en in brochures. Ik deed er zelfs nog een schepje bovenop met de slogan ‘Belasting is diefstal’. In interviews maakte ik ook geen geheim van mijn gedachtegoed. Ik zei dingen als: ‘De overheid is een criminele organisatie’, ‘Belasting is gelegitimeerde roof’, ‘De ondernemer is een onderdrukte minderheid’, ‘Belastingontwijking is een moreel recht en een morele plicht’. Dat vonden ze bij de fiscus ongetwijfeld niet leuk om te horen. Belastingambtenaren zijn meestal mensen zonder humor, met een goed geheugen en lange tenen. Als je daar eenmaal op getrapt hebt, dan vergeten ze dat niet. Ik waande mij veilig, want ik dacht: “Ik houd mij aan de regels, zij moeten dat ook doen, en dus zullen ze het wel doen.” Achteraf concludeer ik dat ik te naïef ben geweest. Zelfs ik heb mij nog vergist in de ongelooflijke slechtheid van de staat.

Nadat wij in 2001 waren begonnen met het aanbieden van HJC-trustdiensten, vanaf een nieuw kantoor op Cyprus, kwam er in 2004 een wet Toezicht Trustkantoren, maar die gold alleen voor trustkantoren met een zetel in Nederland. Daar viel dus HJC in Cyprus niet onder. De fiscus kon dus de informatie over mijn cliënten niet zomaar bemachtigen. Dat vonden ze waarschijnlijk heel vervelend. Dus hebben ze als oplossing bedacht: zware beschuldigingen uiten, ons een criminele organisatie noemen, zodat de overheid in Cyprus meewerkte, en ze alsnog de cliëntgegevens konden bemachtigen. 

U heeft, na uw aanvaring met de Nederlandse staat, een nieuw begin gemaakt met Nozick Consulting in Zoetermeer. Is dat een voortzetting van dezelfde activiteiten onder een andere naam?

Het is een belastingadvieskantoor voor de kleine- en middelgrote ondernemer, dat met name gericht is op de inkomsten- en vennootschapsbelasting. Ondanks de reparatiewetgeving is het ons gelukt een nieuw product te ontwikkelen voor de kleine ondernemer, waarbij alle rechtspersonen van de bedrijfsstructuur zich in Nederland bevinden.

Het ontwijken van belasting via het buitenland is niet langer iets dat u uw cliënten adviseert?

Buitenlandse structuren bieden nog steeds een groter voordeel, maar de kosten zijn ook hoger. Als je een Nederlandse structuur kiest is het voordeel iets minder groot, maar de kosten zijn een stuk lager. Er komen steeds meer regels om belastingontwijking tegen te gaan. Die maken het niet onmogelijk, maar wel lastiger en duurder, waardoor het omslagpunt, de minimale winst die je moet behalen, hoger komt te liggen. Zodat de kleinste ondernemer afvalt. Alleen de grote en middelgrote ondernemers kunnen nu nog belasting ontwijken. Ik vind dat een treurige ontwikkeling.

Hoe kijkt u aan tegen de afschaffing van de dividendbelasting? Het zijn niet de kleintjes die daarvan profiteren.

Ik ben voor afschaffing van alle belastingen, dus ook voor die op dividend. Niet alleen om principiële, morele redenen, maar ook om pragmatische redenen. De dividendbelasting is een boete op investeren. Als een buitenlandse investeerder investeert in een Nederlands bedrijf, dan krijgt hij daar een boete voor, in de vorm dus van dividendbelasting. Engeland legt die boete niet op. Dus als je kunt kiezen als buitenlandse investeerder tussen investeren in een Engels bedrijf zonder boete en een Nederlands bedrijf met boete, dan zul je eerder kiezen voor het Engelse bedrijf. Dus als je die boete afschaft dan is dat natuurlijk gunstig voor het investeringsklimaat. Het aantrekken van buitenlands kapitaal is goed de voor de economische groei en de levensstandaard. Dus uiteraard ben ik daar voor.

Als je op korte termijn kijkt, zeg je misschien: “Die buitenlandse investeerders, die voordeel genieten van de afschaffing van de Nederlandse belasting op dividend, wat hebben wij daar mee te maken? We willen wat goed is voor het Nederlandse volk.” Dat is kortzichtig. Want dat buitenlandse kapitaal draagt juist bij aan onze levensstandaard.

De Nederlandse belastingbetaler ziet het als onrechtvaardig dat buitenlandse investeerders geen belasting hoeven te betalen.

Dat begrijp ik, en ik zou ook heel graag zien dat de belasting voor iedereen wordt verlaagd, niet alleen voor buitenlandse investeerders. Maar we moeten voorkomen dat we worden uitgespeeld tegen elkaar. Het is beter te zeggen: “Elke belastingverlaging is een stap in de goede richting, dus laten we ons niet verzetten tegen welke belastingverlaging dan ook.”

Ik ben het er verder niet mee eens dat in het geval van de afschaffing van de dividendbelasting een beperkte groep daar van profiteert, want als het investeringsklimaat verbetert dan profiteert uiteindelijk iedereen daar van in Nederland. Meer kapitaal betekent: meer machines, automatisering, innovatie en efficiency. Dat zorgt voor een hogere arbeidsproductiviteit en dus hogere lonen en een hogere levensstandaard. Werknemers kunnen zo steeds meer presteren in steeds minder tijd. De reden dat we niet meer zestig uur in de week werken, maar nog maar 35 uur is dat de arbeidsproductiviteit zo hard is gestegen doordat er meer kapitaal is gevormd als gevolg van een grotere economische vrijheid.

Hoe verklaart u dat de Nederlandse regering alleen buitenlandse investeerders belastingvoordeel gunt? De schatkist loopt er miljarden mee mis.

Kleine ondernemers hebben geen lobby. Grote bedrijven huren lobbyisten in en maken politieke vriendjes. Als een politicus geen politicus meer is, zoals Wim Kok, dan wordt hij commissaris bij Shell of een ander beursgenoteerd bedrijf. Gerhard Schröder tekende een contract met Gazprom, meteen nadat hij als politicus was uitgerangeerd. Dick Cheney, was minister van defensie onder Bush senior, en aansluitend CEO bij Halliburton, de grote defense contractor. Toen Bush junior werd gekozen, werd Cheney vice-president en ging hij lobbyen  om oorlog in Irak te voeren, waar Halliburton uiteindelijk een fortuin mee heeft gemaakt.

De overheid is een soort doping. Als je doping legaliseert heb je als sporter geen kans meer zonder doping. Zo ook met de overheid. Als je een groot bedrijf hebt, en je hebt een overheid die je kan maken of breken, die je subsidies kan geven of niet, die je privileges kan geven of niet – dan ga je dus lobbyen. Want als jij niet lobbyt en de concurrent wel, dan ga je uiteindelijk ten onder. Je moet vriendjes maken. Microsoft heeft heel lang niet gelobbyd, totdat ze miljardenclaim kregen wegens monopolievorming. Sindsdien zijn ze maar gaan lobbyen.

Wat ook speelt: grote bedrijven laten zich sterk leiden door regeldruk en lastendruk. Ze kunnen makkelijk met hun voeten stemmen, en zeggen: “We gaan ergens anders een nieuwe fabriek plaatsen of een nieuw hoofdkantoor.” Dus hebben politici er belang bij grote bedrijven te lokken, en niet te verjagen. Als je kijkt welke belasting is er verlaagd de afgelopen tientallen jaren, dan was dat met name de vennootschapsbelasting, van gemiddeld 48 procent in 1980 in de OESO-landen naar nu gemiddeld zo’n 23 procent. Nederland gaat deze belasting verlagen van marginaal 25 naar 21 procent. Niet zo lang geleden was dat nog 35 procent. Het is zelfs 45 procent geweest onder premier Joop den Uyl.

Nu blijkt Shell al een voorschot te hebben genomen op de afschaffing van de dividendbelasting. Het bedrijf heeft jarenlang geen belasting afgedragen. Met toestemming van de Belastingdienst. Hoe ziet u dat?

Shell heeft gedaan wat iedereen in Nederland mag doen: Je mag als belastingbetaler om een ruling vragen. Als je een brief schrijft met de vraag of jouw interpretatie van de belastingwetgeving juist is, dan is de belastinginspecteur verplicht daar antwoord op te geven. Hij hoort rechtszekerheid te verschaffen.

Shell had vroeger zowel in Nederland als Engeland een hoofdkantoor. In Engeland was geen dividendbelasting, in Nederland was die er wel. Ze wilden fuseren. Als ze dat hadden gedaan zonder afspraak met de fiscus te maken, dan zou dat betekenen dat investeerders in Shell Engeland door de fusie geconfronteerd zouden worden met de Nederlandse boete. Dan was de fusie niet doorgegaan. Dan hadden de aandeelhouders van de Engelse vestiging gezegd: “Dan maar geen fusie.” De Shell-top is toen naar de fiscus gestapt met het verhaal dat ze wilden fuseren en het hoofdkantoor in Nederland wilden vestigen. Shell heeft waarschijnlijk gezegd dat ze een mogelijkheid zagen de dividendbelasting te ontwijken en gevraagd om een handtekening als bevestiging dat de fiscus die structuur accepteerde en niet achteraf zou proberen die onderuit te halen. Het lijkt mij onwaarschijnlijk dat de oplossing die Shell had bedacht een illegale of strafbare oplossing was. Waarschijnlijk paste de oplossing binnen de grenzen van de wet.

Het probleem met rulings is wel vaak: Als je een structuur hebt die over de landsgrenzen heen gaat, als je Nederlandse belasting ontwijkt door inkomsten in het buitenland te laten vallen of vermogen in het buitenland op te bouwen, en je wilt daar een ruling over, dan krijg je die niet als kleine ondernemer. Dan zeggen ze: “Dat is fiscale grensverkenning. Daar werken we niet aan mee.” Als een multinational dezelfde ruling vraagt, dan krijgen ze wel een ruling. Maar zoals ik al zei: we hebben een nieuw product ontwikkeld, dat we binnen de Nederlandse grenzen houden, en dan kun je ook als kleine ondernemer vragen om duidelijkheid.

De postbusfirma’s op de Amsterdamse Zuidas, hoe ziet u die? De Nederlandse staat en de Nederlandse burger lijken daar niet echt wijzer van te worden.

Natuurlijk zou het geweldig zijn als Nederland een belastingparadijs was voor iedereen niet alleen voor doorstroomvennootschappen in het buitenland. Maar de Nederlandse staat en de Nederlandse burger worden er wel degelijk wijzer van. Trustkantoren in Nederland besturen ongeveer 10.000 doorstroomvennootschappen. Daarnaast heb je ook nog doorstroomvennootschappen die geen trustkantoor nodig hebben, en eigen personeel inzetten. Er gaat in die doorstroomvennootschappen ongeveer 10.000 miljard euro per jaar om. Daar wordt weinig belasting over afgedragen, maar toch evengoed nog een paar miljard per jaar. Want er zijn heel veel advocaten, belastingadviseurs, accountants en notarissen en trustkantoormedewerkers die daar een hele goede boterham aan verdienen, en daar belasting over betalen. De doorstroomvennootschappen mogen zo’n 99 procent van de winst aftrekken op de doorstroming. Maar ze moeten dus ook een percentage achterlaten in Nederland.

Wat de postbusfirma’s bijdragen aan de Nederlandse economie en aan belastinginkomsten opleveren is uitgerekend door een vereniging van trustkantoren, dus je kunt je afvragen wat ervan klopt, maar mijn punt is: Ook al zou de Nederlandse overheid er helemaal niks aan overhouden, dan moeten we het nog steeds toejuichen. Want de private sector heeft er wel baat bij, en niet alleen in Nederland, juist ook in het buitenland. Er zijn heel veel landen waar bedrijven meer overhouden, en dat betekent dat er minder geld wordt uitgegeven aan schadelijke zaken door politici en ambtenaren zoals het bombarderen van onschuldige mensen, het maken van steeds meer hinderlijke wet- en regelgeving en het ondernemen van vrijheidsondermijnende activiteiten. In plaats daarvan wordt het geld geïnvesteerd in innovatie, waardoor de levensstandaard stijgt, de levensverwachting stijgt en de economie groeit.

Omdat uw naam genoemd werd in de Panama Papers bent u afgelopen jaar verhoord door de parlementaire ondervragingscommissie Fiscale Constructies. Hoe heeft u dat ervaren? 

Het was voor mij leerzaam te kijken naar de belastingambtenaren die door de commissie werden geïnterviewd. De frustratie droop er van af toen ze het hadden over de rechtsbescherming van de belastingbetaler. Hun frustratie was dat ze vaak niet wisten om te gaan met mensen die ze ervan verdachten gebruik te maken van mooie belastingconstructies. Dan stelden ze een vragenbrief op en in plaats van dat de belastingplichtige netjes antwoordde, huurde hij een slimme adviseur in die een antwoordbrief schreef, waarin hij nauwelijks antwoord gaf en tegenvragen stelde, zoals: “Op welke wetgeving baseert u zich? Op grond waarvan bent u van mening dat mijn cliënt deze vragen moet beantwoorden?” Kortom, ze zijn zwaar gefrustreerd over de rechtsbescherming van de belastingbetaler, en dat ze dus niet alles weten.

De fiscus wil daarom een uitholling van de rechtsbescherming van belastingbetalers. Ze willen een meldingsplicht, die inmiddels al is ingevoerd op het niveau van de EU. Belastingadviseurs moeten voortaan constructies aanmelden, een soort NSB’ers worden. Ze moeten hun eigen klanten gaan aanmelden bij de overheid. Ze moeten de fiscus vertellen: “Wij hebben een belastingadvies uitgebracht en daardoor gaat mijn cliënt een bepaald belastingvoordeel genieten.” Zodat de fiscus je cliënt kan gaan lastig vallen om te kijken of ze er toch niet wat meer uit kunnen persen. Doe je dat niet, dan ben je strafbaar.

U noemde net de EU die gezorgd heeft voor een meldingsplicht. U sprak eerder over een EU-kartel van belastingheffende politici. Hoe is dat buiten de EU?

Ook op mondiaal niveau gaan we in de richting van een kartel. Er zijn inmiddels honderd landen, die een verdrag hebben getekend met elkaar om automatisch informatie uit te wisselen, dus niet op verzoek of op verdenking van belastingontduiking of een ander strafbaar feit. Tot die landen behoren ook China en Venezuela. De mensen die daar wonen wordt dus de mogelijkheid ontnomen hun vermogen verborgen te houden voor door en door corrupte overheden. Het is een herhaling van de jaren ’30. Sommige Duitse joden hadden toen hun vermogen in Zwitserland geparkeerd uit angst dat het hun afgenomen zou worden. Dat het Zwitserse bankgeheim werd ingevoerd in 1934 is geen toeval. Dat kwam doordat een aantal Zwitserse bankmedewerkers hun Duitse-joodse cliënten hadden verraden, die gegevens hadden verkocht aan de Duitse overheid. Met die joden is het slecht afgelopen. In Duitsland stond de doodstraf op belastingontduiking. De verraden cliënten van die Zwitserse bank werden dan ook ter dood veroordeeld. Dat was voor de Zwitserse overheid in 1934 reden om te zeggen: “Dit nooit meer. We gaan een bankgeheim invoeren.” Het werd toen strafbaar voor Zwitserse bankmedewerkers gegevens van cliënten te delen met derden. Dat is dus het inmiddels verguisde Zwitserse bankgeheim.

Privacy is in een kwaad daglicht gesteld. Zo van: “Als je niks te verbergen hebt, dan heb je niks te vrezen.” Maar dat is volledig onterecht. Wij hebben in West-Europa toevallig de laatste zeventig jaar een stukje beschaving opgebouwd, dat overheden niet zo maar kunnen doen wat ze willen. Daardoor zijn we een beetje naïef geworden. De overheid is onze beste vriend. Maar er zijn nog steeds heel veel mensen in de wereld voor wie geldt dat de overheid helemaal niet hun beste vriend is. Maar juist de grootste vijand.

De overheid moet je zien als de parasitaire klasse, die ons leegzuigt, een bal aan ons been is. Ze zorgt ervoor dat we korter leven. Als je kijkt naar de levensverwachting in de veertig landen met de meeste economische vrijheid, daar worden mensen gemiddeld tachtig jaar. In de veertig landen waar mensen de minste economische vrijheid hebben, worden ze gemiddeld zestig jaar. De overheden stelen in die landen dus gewoon 20 jaar van een mensenleven. Lees het boek Death By Government van Rudolph Rummel. In de twintigste eeuw zijn er naar schatting zo’n kwart miljard mensen vermoord door hun eigen overheden. Dan heb ik het nog niet eens over de mensen die zijn gesneuveld in oorlogen als gevolg van overheden die met elkaar strijd voeren. Hitler, Stalin, Mao en Pol Pot zijn bij elkaar opgeteld alleen al goed voor zo’n 150 miljoen moorden op eigen burgers.

Het is dus niet zo gek dat er zoveel mensen zijn die hun eigen overheid niet vertrouwen en verborgen proberen te houden dat ze iets hebben gespaard of opgebouwd, omdat je jezelf anders tot doelwit maakt. In landen met corrupte regimes waar de economie aan de grond zit, zijn het meestal succesvolle minderheden die als eersten worden gepakt. In Duitsland waren dat de joden en in Indonesië de Chinezen.

Posted on

Han ten Broeke: de Diepte-Analyse

Een oude casus die al lang intern was afgehandeld kwam bovendrijven en nu is Han ten Broeke opgestapt als Kamerlid van de VVD. Hij had een affaire met een medewerkster. Is dit een kwestie van ‘killed by komkommertijd’?

Het is in ieder geval tekenend dat de beslommeringen van Ten Broeke in de Telegraaf een groter ding zijn dan Geert Wilders’ annulering van de cartoonwedstrijd die definitief bewijst dat geweld en het dreigen met geweld de meest effectieve manier is om onze cultuur te beïnvloeden. Laat niemand ooit nog lullen over ‘geweld lost niets op’ – moslims beperken feitelijk de Westerse vrijheid om met spot en humor om te gaan, omdat zij bereid zijn tot geweld om hun cultuurwaarden door te zetten. Geweld trekt aan het langste eind: desondanks zijn de seksuele escapades van het afgetreden Kamerlid een dominanter media-item.

Klaas Dijkhoff (VVD) greep onmiddellijk de kans om nog even na te trappen naar Halbe Zijlstra: “Als ik fractievoorzitter was geweest, dan had ik Han meteen weggestuurd!” Oftewel verzetsheld na de oorlog. Wist Dijkhoff wat er precies speelde tussen Han en de betreffende dame? Uit niets is op te maken dat zij op het vertrek van Ten Broeke zou hebben aangedrongen.

Puriteinse hetze
Nu deze kwestie dan zo dominant is in de media, is het belangrijk dat wij hier ook een goede en realistische duiding aan geven. De plotse hetze rond Ten Broeke is tekenend voor het neo-puritanisme van deze tijd. De acute ophef bewijst dat de typisch Amerikaanse preutsheid nu ook zijn klauwen in het Nederlandse liberalisme heeft geslagen. De deugmachine van #MeToo blijft doordraaien – pr-adviseurs en spindoctors staan soeverein boven de parlementaire democratie. De media en vooral de imago-managers van partijen bepalen wie wel en niet mag blijven: de kiezer heeft er niets over te zeggen. We hebben het dan nog puur over de afrekening en niet over de voorkant, het opstellen van de verkiezingslijsten.

Harry van Bommel van de SP, Willem Vermeend van de PvdA – het zijn ook namen die in het Haagse circuit worden genoemd. Evenals een aantal dames, waarover door internen driftig wordt gespeculeerd. Het gonst van de geruchten dat Ten Broeke over de partijgrenzen heen seksueel actief was. Wie de publicaties leest, krijgt het beeld dat de Haagse kaasstolp één groot hoerenkot is waar de lustige sappen constant en ritmisch tegen de plinten klotsen. Vroeger was de cultuur meer Europees-aristocratisch: een slippertje werd gezien als een privékwestie. De oude bokken die nog uit die cultuur komen zijn opeens zeer kwetsbaar.

Ministeriële machtsgreep van D66
Dezelfde bron waaruit de informatie over de betreffende dames is gelekt, weet te melden dat de sleutel van Han ten Broekegate ligt bij Buitenlandse Zaken. D66 speelt hier een cruciale rol: de partij wil Kaag als enige regent op BuZa – geen duo-heerschappij meer. Al eerder was Blok vleugellam geslagen, na het onthullen van zijn kritiek op de multiculturele samenleving. Ten Broeke is met zijn kennisvoorsprong en invloed op coalitieonderhandelingen, een opponent van die alleenheerschappij. Ernst Lissauer en anderen hebben al suggesties in deze richting gedeeld (bron 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7). Dit zou perfect verklaren waarom HP/De Tijd eerder een artikel bracht over ‘klusjes’ die Ten Broeke verrichtte vanuit een advieskantoor.

Misschien is het allemaal veel banaler dan we denken. Macht erotiseert – mannen met status en een hoge positie zijn nu eenmaal spannend voor vrouwen. Hier een fragment uit een eerdere publicatie hierover, die in 2015 wat stof deed opwaaien in de wandelgangen van de Radboud Universiteit:

“De essentie zien we in de film ‘Doctor Zhivago’: vóór de Russische Revolutie slaapt de beeldschone Lara Antipova met een koddige liberale parlementariër. Ná de revolutie ligt ze ineens naast een strak-geüniformeerde communistische legerofficier.”

Omgekeerd geldt dit trouwens ook – ik herinner me een verhaal van een vrouwelijke Europarlementariër met twee assistenten. Een lange, goedlachse knappe Italiaan en een inhoudelijk type uit een Portugees bergdorpje. Die Italiaan kreeg voortdurend cadeautjes (op kosten van de fractie) en hoefde zelden wat te doen: de Portugees werkte voor twee. Is dat dan ook ‘#MeToo’? Maar dit is een ander verhaal. In ieder geval is dit in het Europarlement schering en inslag: het boeit niemand wat. In de Tweede Kamer, die allang door de EU is overvleugeld, is het plots groot nieuws.

Analyses van Ybeltje
In haar boek Voorlichting loopt met u mee tot het ravijn (2017) meldt voormalig VVD-Kamerlid Ybeltje Berckmoes het volgende:

“Persoonlijk medewerkers waren in de praktijk nauw met elkaar verbonden. PM’er Elodie Verweij bijvoorbeeld, die als ‘Elodietje’ moeiteloos de grote ego’s in de fractie om haar vinger wist te winden, deelde ineens in 2016 via Twitter mee: ‘BREKEND: vanaf 1 feb ben ik gewoon de nieuwe parlementair journalist van Omroep WNL. Hoe leuk!’ Elodie bleef als journalist een makkelijke entree houden bij de borrels van de PM’ers en kon zo aardig wat nieuwtjes vergaren voor haar nieuwe werkgever. Daar was de fractieleiding flink van geschrokken.” (p.41)

“Zou Han dan nu eindelijk minister worden? Het gerucht ging dat dit er niet in zat, omdat er in het verleden ‘iets’ was voorgevallen. Maar wat, dat wist dan ook weer niemand precies.” (p.144)

Berckmoes bewijst dat de representatieve democratie definitief kapot is. Niet alleen wegens de innige vervlochtenheid van politiek en media. Ieder mens heeft wel iets op zijn kerfstok. Dan doel ik niet op een penthouse dat buiten de registers blijft. Een slippertje, een burenruzie, een controversiële uitspraak gedaan in een verhitte discussie of tijdens een filosofisch gedachte-experiment. Met de nieuwe media is het maar een kwestie van tijd totdat de machten achter de schermen besluiten dat iemand weg moet. Plots wordt dan iets in de media gebracht.

Elk kleurrijk mens is kwetsbaar – niemand kan meer in de politiek. Dit toont opnieuw het belang van een Nieuwe Zuil. Een achterban die vanuit sociale samenhang rotsvast achter haar vertegenwoordigers blijft staan. En die ongevoelig is voor de framing die de mainstream deugpers over hun leiders zal uitgieten. Voor de democratie is het nu heersende puritanisme een doodlopende weg. Trump bijvoorbeeld is ook niet puur maar kocht eigen media-aandacht met zijn enorme rijkdom.

Verborgen motieven
Dit alles overwegende is het nogal overdreven dat Ten Broeke moest opstappen vanwege een slippertje – is er soms een verborgen motief? Wat bijvoorbeeld opvalt in de persverslagen is dat Zijlstra ogenblikkelijk aanstuurde op juridisering. Pas toen de beide betrokkenen zelf aangaven het buiten de gang naar de rechter op te lossen, kwam het tot een overeenkomst om de kwestie te sussen. Waarom heeft Zijlstra daar niet op aangestuurd, in plaats van eerst aan te sturen op escalatie? Zag hij soms een kans om concurrent Ten Broeke eruit te werken? Of wordt dit beeld van de juridische opties enkel uitgedragen om het beeld van de VVD als ‘doofpotpartij’ te ontkrachten?

En verder wordt, wat #MeToo betreft, steeds benadrukt dat seksuele intimidatie en dergelijke om macht draaien. Vervolgens zouden #MeToo-situaties voorkomen moeten worden door uitdrukkelijke ‘instemming’. Deze affaire laat echter zien dat instemming niets waard is, want een vrouw kan zich altijd weer bedenken en alsnog “#MeToo!” roepen, zelfs als er achteraf een overeenkomst is gesloten om de zaak te laten rusten.

Scheve machtsverhoudingen
Er is kortom niet alleen een machtsverhouding tussen Ten Broeke en de medewerkster, maar was er óók tussen Zijlstra en Ten Broeke. Verder draait seksuele intimidatie allicht in zekere zin om macht, maar #MeToo is tevens ‘wil tot macht’ en een instrument dat naar believen kan worden misbruikt.

Vandaag meldt de Telegraaf hierover:

“Verbijsterd waren VVD’ers toen zich in 2013 een fractiemedewerker met een aangrijpend verhaal meldde dat Ten Broeke bij haar over de schreef zou zijn gegaan. En dat terwijl zij aan de vooravond stond van haar huwelijk, met een voormalig medewerker van een CDA-bewindspersoon. […] Als Kamerlid had hij een reputatie als rokkenjager ontwikkeld. Op meerdere gelegenheden werd hij tijdens het eerste kabinet Rutte met zijn collega Jeanine Hennis gezien, waar observanten vaststelden dat ze het bijzonder goed met elkaar konden vinden.”

Zoals gezegd werkt macht en status erotiserend en hypnotiserend. Maar bleek het Kamerlid net zoals alle minnaars gewoon een man die een scheet in bed laat met een veeg in zijn onderbroek? Begon ze te twijfelen, voelde ze zich onrein, kreeg ze ‘buyers remorse’ en legde ze hierom het voorval aan Zijlstra voor als fractievoorzitter? Voelden haar eigenwaarde en trots als vrouw zich uitgedaagd toen een grens die zij voor zichzelf had gesteld als onaantastbaar, in aanwezigheid van Ten Broeke toch vloeibaar bleek? Wenste zij, toen er geruchten rondingen, weer zuiver en puur te zijn? Kwam de beschuldiging vanuit het oogpunt dat alles beter is dan uitgemaakt te worden voor hoer of slet tijdens wanhopige zoektochten naar het verbinden met jezelf? Het zijn waarschijnlijke scenario’s. Dijkhoff kende deze gevoelens niet maar gaf er achteraf wél een veroordelende mening over.

Onder de streep blijft staan dat affaires tussen machtige mannen en jonge, knappe vrouwen van alle tijden zijn. Zie ook Kees Verhoeven (D66). Wel is het voorval tekenend voor de ‘bedrijfscultuur’ van Den Haag: incrowd netwerkjes waar stijgen en dalen in de hiërarchie niet samenhangt met meritocratie maar met andere ‘kwaliteiten’. “In de coulissen leggen ze hun kadaverdiscipline op aan een zielloze meute opportunistische carrièrejagers”, aldus GeenStijl. Neem een escort als je eens lekker ‘buiten de deur wil eten’ en laat het buiten je werk als volksvertegenwoordiger. Krijgen ze meer dan genoeg salaris voor.

Conclusie

Was het, alles bij elkaar genomen, terecht dat Ten Broeke aftrad? Nee – het was intern al afgehandeld en door af te treden is er weer een nieuw precedent geschapen dat de moralistische #MeToo-deugers in de kaart speelt. Sommigen zullen de hetze niettemin geweldig vinden omdat dit de VVD beschadigt – daarvoor zijn er echter al afdoende andere gevallen. Toch is het aftreden wel een zinnige aanleiding om de Haagse ‘bedrijfscultuur’, en hoe het daar qua hiërarchievorming en opwaartse mobiliteit aan toegaat, weer door te lichten.

Kom allemaal naar de Café Avond op 2 september in Rotterdam! Meerdere mensen die verbonden zijn aan het project ‘De Nieuwe Zuil’ zullen aanwezig zijn. Paul Cliteur zal spreken over Pim Fortuyn en, als geestelijk vader van het project, over het boek Cultuurmarxisme. Daarna zal misantropisch humanist Jesper Jansen het woord nemen over o.a. cultuurmarxisme in de praktijk.

 

Posted on

Over de ‘idealisten’ die Blok tegenover zich had tijdens zijn failed state-opmerking

NRC meldde dat ​de toehoorders​ van minister Blok​ stuk voor stuk idealisten waren “die willen bijdragen aan een betere wereld.​” Immers: “Ze houden zich bezig met vluchtelingen, mensenrechten en het voorkomen van conflicten tussen landen”, aldus NRC.

Ik betoog dat o​pportunisme verkocht als liefdadigheid​ (dus het uit eigen belang verdedigen van vrome idealen)​​ voortkomt uit een typisch koloniale traditie. Veel mensen denken ten onrechte dat kolonialisme allé​é​n om brute uitbuiting gaat​.​ ​In werkelijkheid spelen mensenrechten, goede bedoelingen, paternalisme, vrome praatjes, al meer dan honderd jaar een belangrijke rol in de Westerse ​imperiale macht.

Eerder deze week las ik nog dat staatszender NOS op wonderlijke wijze in bezit was gekomen van een interne brief die rondging op het ministerie van BuZa. Een brief waarin een groep onbekende ambtenaren Blok op het hart drukte dat “diplomatie gebaseerd is op het gegeven dat verschillende naties en culturen vreedzaam kunnen samenwerken en kunnen samenleven.” Het departement moest volgens deze ambtenaren een organisatie zijn “waar mensen met verschillende culturele achtergronden, seksuele oriëntaties, genderidentiteiten, leeftijden, religies en lichamelijke beperkingen kunnen werken en zich ook thuis en gehoord voelen.” Dit klonk​ heel inclusief,​ niet bepaald ​VVD-retoriek. Maar van welke politieke kleur waren deze anonieme groep ambtenaren dan wel? En waarom zwegen ze in alle talen over Blok zijn racistische opmerkingen, waarom noemden ze het beestje niet gewoon bij de naam? En waarom werd een intern schrijven als dit stiekem aan een NOS-journalist doorgeseind?

Blok wordt nu (terecht) bekritiseerd voor zijn racistische en denigrerende opmerkingen. Toch betekent dat niet dat de aanwezige “idealisten” in het zaaltje niet zelf ook pionnen zijn in een neokoloniaal machtsspel. Alleen al de foto van het zaaltje, een volledig wit feestje zo te zien…​ ​

Vanuit historisch perspectief is het een misvatting te denken dat witte kolonialen een eensgezinde elitegroep vormden.​ ​​Onderling ​speelden zij ​ook allerlei machtspelletjes en waren enorm corrupt naar het eigen systeem toe. De witte elite vocht elkaar de tent uit en redetwistte over hoe er gekoloniseerd moest worden. Met aan de ene kant de openlijke diehard kolonialen en aan de andere kant de politiek-correcte “humane” kolonialen. (Uiteraard een contradictio in terminis.) Neem bijv. Eduard Douwes Dekker (Multatuli), schrijver van Max Havelaar, die vaak onterecht als antikoloniaal herinnerd wordt. In werkelijkheid was hij echter helemaal niet tegen kolonialisme op zich, hij pleitte slechts voor een verantwoordelijke manier van koloniseren.

Het verraderlijke aan het ethische sausje is dat het de werkelijke koloniale uitgangspunten verbloemt. Vandaar dat je nu nog regelmatig hoort: “Ja maar, naast alle negatieve dingen hebben we ook veel goede dingen gedaan hoor.”

Toen het Nederlandse koloniale regime in 1900 de “ethische politiek” invoerde ontstonden felle disputen tussen voor- en tegenstanders van dit nieuwe beleid. Waarbij het conservatieve deel van de koloniale elite zonder gedoe wilde kunnen blijven graaien en een ander deel zich kritisch opstelde en koloniale uitbuiting afkeurde. Desalniettemin maakten laatstgenoemden zich​ eveneens ​niet druk om de vraag: “wie geeft ons het recht om dit gebied als ​koloniaal ​bezit te beschouwen,” zij redeneerden slechts: het mag niet ALLEEN om eigengewin gaan, we moeten ook iets terugdoen voor de lokale bevolking. Zo werd het onderwijzen en opvoeden van de gekoloniseerde een nobele taak die de witte meester zichzelf stelde. Terwijl het graaien onder dit politiek-correcte beleid in werkelijkheid onverminderd doorging. Er was dus weinig antikoloniaals aan de retoriek van de ethische politiek die het verheven superioriteitsgevoel alleen maar versterkte. Als de werkelijke machtsverhoudingen ongelijk blijven betekenen goeie bedoelingen helemaal niets. Sterker nog, met de beste bedoelingen kan je heel veel kwaad berokkenen.

Nu meen ik dat het ethisch kolonialisme ook een continuïteit kent. Denk bijv. aan de witte arrogantie die een op een terug te zien is in de ontwikkelingssector. Waarbij het negen van de tien keer gaat om het spekken van eigen kas. De Wereldbank die dan in landen als Indonesië bankrekeningen gaat aanprijzen.

Het is om die reden dat we het basale besef (dat kolonialen geen eensgezinde elite vormen) ook moeten toepassen op de neokoloniale realiteit van vandaag de dag. Welke machtspelletjes worden gespeeld tussen traditioneel politiek links en rechts​?​

Het gaat erom de wolf in schaapskleren te herkennen.

Op alternatieve nieuwssites lees je dat Hillary Clinton al dan niet nog erger is dan Trump. Omdat zij het neo-koloniale beleid beter zou weten te verkopen. Daarmee wordt bedoeld dat ze onder het mom van democratie en vrijheid van meningsuiting tegelijkertijd brute interventies rechtvaardigt. Zoals het filmpje met haar duivelse lach om Gaddafi’s val. Niet voor niets is “Killary” haar veelbetekenende bijnaam. Terwijl Trump voor traditioneel links de grootste “capitalist pig” is die openlijk racistisch uitspraken doet, zijn Hillary en Obama voor (nieuw) rechts de neo-koloniale “warmongers” van deze wereld die het military industrial complex in stand houden. Tegelijkertijd ziet rechts een complot in traditionele linkse idealen mbt diversiteit en multiculturele samenleving.​ ​

Maar waarom die opdeling? Vertegenwoordigen zittende Westerse regeringen of ze nu links of rechts zijn niet allemaal dezelfde neo-koloniale belangen van het kapitalistisch systeem? Wat maakt het dan nog uit als het linksom of rechtsom gaat. Neo-koloniale bemoeienis onder het mom van het verdedigen van mensenrechten, het verspreiden van democratie… Tja… we zijn natuurlijk ook alleen maar tegen Poetin omdat hij een autocraat is.

Wat ik wil zeggen is: als een dominant witte redactie als NRC het racisme van Blok gaat aankaarten dan is dat niet per definitie vanuit anti-racistisch, dekoloniaal perspectief. Aangezien ze zich doorgaans niet bepaald anti-koloniaal opstellen, druk als ze zijn met het verspreiden van oorlogspropaganda in lijn met Washington. Het was op zijn minst opvallend dat meteen nadat het filmpje uitlekte er een artikel over verscheen in The Washington Post. Je vraagt je toch af, wat is de relevantie van deze affaire voor een van de grootste politieke nieuws platformen in de VS?

Nu was het niet zomaar een clubje mensen dat Blok tegenover zich had. Het waren geen studenten, geen ambtenaren of gelijkgestemde VVD-ers. Het waren 70 Nederlanders die o.a. in Genève, Rome of Washington werken en hoge functies bekleden bij de Wereldbank, VN-Vluchtelingenorganisatie UNHCR of Wereldgezondheidsorganisatie WHO.

Hierbij enkele kernvragen die bij mij opkomen na het zien van het gelekte filmpje dat slechts enkele minuten van zijn presentatie toont:

  1. Waar zijn de beelden van zijn volledige toespraak, zijn praatje duurde niet 1:46 neem ik aan. Op foto’s is te zien dat er een grote camera ​op hem gericht was. Heeft BuZa of Zembla deze beelden in bezit, zo ja, kunnen we eisen dat ze deze in zijn geheel, ongeknipt online plaatsen?
  2. Volgens een artikel in NRC waren de aanwezigen stuk voor stuk “idealisten die willen bijdragen aan een betere wereld. Ze houden zich bezig met vluchtelingen, mensenrechten en het voorkomen van conflicten tussen landen.” Zeg maar een clubje “white saviors.” Dan is de vraag: wat was de onderliggende boodschap van Blok zijn praatje? Is het mogelijk dat de aanwezigen deze speech als voorbode zagen van bezuiniging op hun werkzaamheden en daar een stokje voor wilden steken? Hij suggereerde immers dat er geen multi-etnische/multi-culturele samenlevingen zijn waar een vreedzaam samenlevingsverband mogelijk is. Volgens NRC kwam dit op hen over als: “jullie werk is zinloos, een vreedzame multiculturele samenleving is een utopie.”
  3. Daarom: welke persoon lekte het filmpje naar de media? Voor welke organisatie werkt hij/zij? Wat zijn de belangen van deze uiteenlopende club van wereldverbeteraars?

Net als in de oude koloniale situatie zijn er ook nu diverse neo-koloniale machten die elkaar de tent uit vechten. ​Traditioneel links/rechts lijken misschien tegenpolen, maar vanuit anti-koloniaal perspectief zegt dat niet zoveel. Het lijkt mij in ieder geval belangrijk om te beseffen dat de aanwezigen in het zaaltje niet bepaald onschuldige pionnen zijn. Er is allang gebleken dat Westerse hulp aan voormalig gekoloniseerde landen maar een partij ten goede komt.

​De organisator van de bijeenkomst, ene Jean-Pierre Kempeneers verdedigd​e Bloks presentatie​ toen de club wereldverbeteraars hem geschokt vragen stelde. Volgens Kempeneers zou de minister de zaal een realistisch verhaal hebben willen voorschotelen. “Dat internationale betrekkingen in de ogen van veel Nederlanders een nationaal belang moeten dienen. Niet goed doen om goed te doen, maar opdat Nederland daarvan kan profiteren.” En ook: “Wij kunnen hier met zijn allen wel idealistisch zitten wezen maar de minister verwoordde hoe een deel van de samenleving erover denkt.”​ ​

​Was dit de spreekwoordelijke aap uit de mouw? Eigenlijk gaf deze meneer hier openlijk toe dat de zogenaamde Nederlandse liefdadigheid​ wel een opportunistisch trekje had, precies in lijn met de toenmalige ethische koloniale politiek. Een aspect dat de “idealisten” in de zaal (neem ik aan) niet graag bevestigd zien. Misschien dat de ambtenaren van BuZa dáár eens over na kunnen denken als ze een brief schrijven aan de minister over het belang van inclusief beleid!?


NRC over groep aanwezige “idealisten”: https://www.nrc.nl/nieuws/2018/07/20/na-afloop-is-er-gemompel-wat-was-dit-nou-a1610706

Washington Post over uitspraken Blok: https://www.washingtonpost.com/news/worldviews/wp/2018/07/18/the-dutch-foreign-minister-says-multicultural-societies-breed-violence/?noredirect=on&utm_term=.e0fad5626e4a

NRC, brief van ambtenaren over diversiteit:  https://www.nrc.nl/nieuws/2018/07/20/ambtenaren-willen-met-blok-in-gesprek-over-diversiteit-a1610761

Tweet NOS verslaggever over brief ambtenaren: https://twitter.com/bosalbert/status/1020365477313425409