Posted on

Syrië – België steunt Al Qaida

België legde eind vorige week samen met Koeweit en Duitsland een resolutie voor aan de VN-Veiligheidsraad waarin ze vroegen om een staakt-het-vuren in de Syrische provincie Idlib.(1) Hier staan een aantal terreurgroepen waaronder vooral de aan al Qaida gelieerde Hayat Tahrir al Sham, Jaysh al Izza en de Turkestan Islamic Party, een beweging met veel Chinese Oeigoeren, tegenover het Syrische leger gesteund door Rusland en ook Iran.

Daarbij stelt onze regering in het ontwerp van resolutie:“Syrië viseert systematisch burgers en civiele doelwitten, zoals hospitalen en scholen…..Met het gemeenschappelijke voorstel van resolutie wil ons land de Veiligheidsraad aanzetten tot collectieve actie om de burgerbevolking in Syrië te hulp te schieten.”

Zoals de VN en ook de Westerse regeringen al herhaalde malen in het publiek stelden is de strijd tegen de terreur erg belangrijk. En de strijd tegen al Qaida en haar bondgenoten hoort daar uiteraard bij. Het staat normaal gezien hier zelfs centraal.

Dubbele maatstaven inzake burgerslachtoffers

Ten tijde van de oorlog tegen ISIS, een afsplitsing van al Qaida, werden hele steden, veelal met de burgerbevolking er nog in, zoals in het Syrische Raqqa en de Iraakse miljoenenstad Mosoel, mede door Belgische bombardementen grotendeels met de grond gelijk gemaakt. Naar burgers omkijken deed men hier niet. En van wederopbouw van Raqqa toen eens ISIS eenmaal weg was is er onder Amerikaanse controle trouwens geen sprake.

Hoeveel doden daarbij vielen is nooit geteld en schattingen hierover waren zeldzaam. Maar geen probleem. Volgens onze toenmalige minister van Defensie Steven Vandeput (N-VA) heeft onze luchtmacht daarbij geen enkel burgerslachtoffer gemaakt. Laat staan dat er hospitalen, markten of scholen werden geraakt. Onze bommen beschikken blijkbaar dus over een systeem waarbij ze zodra deze burgers ruiken rechtsomkeer maken en elders ontploffen. En onze pers die dit allemaal slikte.

Internationaal recht

Bovendien had België toen het doelwitten in Syrië bestookte toestemming moeten vragen aan de Syrische regering. Nergens gelezen in onze kranten. Het was nochtans een verplichting die men expliciet in de VN-resolutie wist te vermelden. Pas met die clausule erin gingen Rusland en China akkoord. De VS en haar vazallen in de NAVO wilden immers eerst die clausule niet opnemen.

Ze zouden dan desnoods Damascus kunnen bombarderen stellende dat ISIS daar ook zit. Een herhaling van Libië. En bommen gooien op Syrië zonder VN-toelating is, zoals ook een onzer politieke topfiguren hier tijdens een debat opmerkte, een oorlogsmisdaad.

België steunde terreurgroepen

Maar zoals uit een serie documenten blijkt steunde België in het verleden al die terreurgroepen en liet men in de EU toe dat ISIS tot kort voor de bevrijding van Mosoel in 2017 Bulgaarse wapens kreeg. Aangekocht door Saoedi-Arabië en de VS.(3)

Ook steunde men zelfs, zoals blijkt uit een Amerikaans document van de DIA (4), de militaire inlichtingendienst, de inval in Irak van ISIS en de oprichting van een kalifaat in die regio. Wat de woordvoerder van Didier Reynders tijdens een gesprek nadien poogde te ontkennen.

Mohammed al Jolani (al Nusra) met Bin Laden en Ayman al Zawahiri - Augustus 2012
In het midden Abu Mohammed al Jolani, chef van nu Hayat Tahrir al Sham en vroeger Jabhat al Nusra. Het is een officiële foto van al Jolani gemaakt ter gelegenheid van de aankondiging van wat hij noemde de afscheiding van zijn groep van al Qaida. Links Bin Laden en rechts Ayman al Zawahiri, officieel de huidige leider van al Qaida. Van een afscheiding gesproken.

Propaganda voor terreurbewegingen

Bovendien heeft journalist Montasser Alde ’emeh, die zich al jaren uitgeeft voor een informant van de Belgische Staatsveiligheid – wat die dienst nooit ontkende – via de media onverbloemde propaganda zitten maken voor die terreurbewegingen. (5) Volgens zijn beweringen om er zo in te infiltreren. Maar hij stelde hen wel voor als de goede jongens, strijders voor een ideaal en lokte zo ongetwijfeld nieuwe rekruten voor Syrië.

Met andere woorden: Onze Staatsveiligheid, regering en de hen hier steunende media lokten als dit klopt jihadisten naar Syrië en Irak die in sommige gevallen dan nadien terugkeerden om toe te slaan in o.m. Zaventem, Maalbeek, Charlie Hebdo en de Bataclan in Parijs. Het lijkt iets voor het Comité I dat namens het parlement de veiligheidsdiensten moet controleren.

Pers neemt propaganda Al Qaida over

Is dit medeplichtigheid aan massamoord en terreur? Maar geen zorgen want wees zeker, niemand van de verantwoordelijken voor deze totale waanzin zal zich hier gerechtelijk of zelfs politiek ooit voor moeten verantwoorden.

Dat men nu in dit persbericht klakkeloos de propaganda van al Qaida overneemt dat het Syrische leger in Idlib ‘systematisch burgers, hospitalen en scholen’ viseert wekt dan ook niet de minste verbazing. Want bewijzen voor dit soort beweringen zijn er niet. Men neemt de verklaringen van al Qaida gewoon over. In wezen is dit ontwerp van resolutie dan ook een wat domme en nutteloze poging tot het redden van het kalifaat van al Qaida in Idlib.

Koeweit grote financier salafistische bewegingen

En dat Koeweit hier mee aan boord is hoeft evenmin te verwonderen. Het land steunt financieel wereldwijd immers allerlei salafistische bewegingen. Maar voor onze diplomatie is dit geen enkel probleem om hen in deze zaak mee aan boord te nemen. Leve dus de koppensnellers en bommengooiers? Hoe moeten de slachtoffers van al die terreur zich over dit ‘diplomatiek’ optreden voelen???

België leverde wapens aan Emiraten voor Al Qaida in Jemen

Ook in Jemen steunt België al Qaida, hier dan al Qaida in het Arabisch Schiereiland, de afdeling die verantwoordelijk is voor het bijna geheel uitroeien van de redactie van het tijdschrift Charlie Hebdo. Zo levert FN uit Herstal, een Waals overheidsbedrijf, schiettuig aan de Verenigde Arabische Emiraten die het ondanks een certificaat van eindgebruiker, dan doorgeeft aan de lokale afdeling van al Qaida. En geen kat in de Wetstraat die protesteert. (6)

FN Herstal Minimi
De minimi (minimitraillette) van FN-Herstal is populair niet alleen bij de legers van de NAVO maar ook bij al Qaida op het Arabisch Schiereiland. Het is een open geheim dat echter in onze media wordt verzwegen.De Duitse zender Die Welle toonde zelfs een video met beelden waarop de serienummers van zo’n wapen bij al Qaida te zien zijn. Ze kwamen van Herstal en werden via Antwerpen geleverd aan de Verenigde Arabische Emiraten. Zelfs Amnesty International verzwijgt het in haar laatste rapport over wapens in Jemen. “We weten dat niet”, was het antwoord bij de Britse ngo.De Morgen bestede aan die zaak van Belgische wapens in Jemen dit jaar toen het bekend raakte 6 artikels zonder echter de naam al Qaeda te vermelden. De omerta. Waals premier Willy Borsu (MR), eigenaar van FN, beloofde op 8 mei dit jaar een onderzoek. Ben benieuwd naar het resultaat.Een verbod op wapenuitvoer naar Saoedi-Arabië is dus niet voldoende. Ook de andere landen op dat Arabisch schiereiland behoudens Oman moeten minstens hieronder vallen. Wie weet komt die afdeling van al Qaida met zo’n minimi’s haar werk bij Charlie Hebdo afmaken.

Het hoeft dan ook niet te verbazen dat het woord al Qaida in de Belgische ontwerpresolutie niet te bespeuren valt. Het mag immers niet te sterk opvallen dat Didier Reynders hier al Qaida poogt te redden van verdere ondergang en dat zijn bewering over de strijd tegen de terreur een grote leugen is. Het heet boerenbedrog.

Buitenlandse terroristen in Idlib

Bovendien vechten daar in Idlib ook enkele duizenden buitenlandse terroristen waaronder ook Belgische en stelt de VN dat men als terroristisch erkende groepen zoals Hayat Tahrir al Sham moet bestrijden. Een staakt-het-vuren zou dus eerdere VN-resoluties over de zaak tegenwerken. Maar in diplomatie mag men gewoon alles verwachten. Arrogantie en agressie koppelt men er naadloos aan hypocrisie.

Uiteraard zijn daar honderdduizenden burgers het slachtoffer van die oorlog en dreigen er veel doden te vallen. Maar dat was ook zo toen België op vraag/eis van de VS ook ISIS aanviel. Geen haan kraaide toen over de mogelijke burgerslachtoffers. Charles Michel, Didier Reynders en minister van Defensie Steven Vandeput zwegen in koor en bombardeerden er zoals hun Nederlandse collega’s op los. En geen persmuskiet die bezwaren maakte.

NAVO-landen en salafistische koninkrijken onketenden burgeroorlog in Syrië

Maar dit drama is niet veroorzaakt door de Syrische regering. Het zijn de landen van de NAVO en enkele salafistische koninkrijken en emiraten die zo nodig tienduizenden terroristen naar Syrië moesten sturen om zo een burgeroorlog te ontketenen. Wat de regering in Damascus nu doet is het opkuisen van de smeerlapperij veroorzaakt door onder meer Didier Reynders. En er is geen alternatief voor dit Syrische beleid. Spijtig.

Staakt het vuren en tegenoffensief Al Qaida

Ondertussen kondigde men in Syrië nog maar eens een staakt-het-vuren af. In wezen een toegeving van Rusland, Syrië en Iran aan Turkije dat zoals Reynders de vrienden van al Qaida wil redden. Waar Rusland om Turkije wat te vriend te houden – en de NAVO te verzwakken – voorlopig en slechts deels mee instemt.

Syrië - Kaart - M5 - Hamma-Aleppo
In de akkoorden tussen Turkije, Rusland en Iran was afgesproken dat de weg M5 (Hier foutief M1 genoemd) weer open zou gaan voor regeringsverkeer tussen Damascus en Aleppo. Het kwam er niet van en vermoedelijk heeft het leger dit stuk van Syrië als haar volgende doelwit. Met daarbij de steden Maarrat al Numan, Saraqib en Khan al Asal, de plaats waar in april 2013 voor het eerst in Syrië heel vermoedelijk door die salafisten sarin werd gebruikt.

Met als vraag hoeveel uren dit staakt-hut-vuren nog gaat standhouden. Al na twee dagen waren er de eerste schermutselingen. Bij al Qaida geeft men ondanks de recente grote militaire nederlaag geen kik en poogde men met drones dinsdag de Russische luchtmachtbasis in Syrië te bombarderen. En nog maar eens zonder zo te zien enig resultaat. Wel zou Turkije nu toegeeflijker worden voor de Syrische en Russische eisen.

Syrische leger wil verder oprukken

Het Syrische leger geeft nu de indruk te willen oprukken naar de stad Maarrat al Numan, de grootste van de provincie. Ook de stad Saraqib komt dan in het vizier. Kwestie van de M5 richting de stad Aleppo onder controle te krijgen. Dat was al bij vroegere staakt-het-vuren zo afgesproken. Twee recente tegenoffensieven van al Qaida en haar bondgenoten raakten nergens en resulteerden in alleen maar meer van die terroristen bevrijde steden.

Schermutselingen aan Turkse grens

Opvallend is daarbij dat sinds een paar dagen aan de grens met Turkije er incidenten zijn geweest tussen Turkse grenswachten en leden of sympathisanten van die jihadistische groepen. Die wilden naar Turkije vluchten maar werden met geweld tegengehouden. Hierbij vielen ook schoten en veel verwensingen naar de Turkse regering. Al Qaida & co in de provincie Idlib is als de Titanic. Wel blijft het orkest nog eventjes spelen. Met steun van Reynders.


Noten

1)https://diplomatie.belgium.be/nl/newsroom/nieuws/nieuwsberichten/2019/belgie_vraagt_aandacht_voor_humanitaire_situatie_idlib

2) https://www.un.org/press/en/2019/sc13935.doc.htm

3) https://www.conflictarm.com/reports/weapons-of-the-islamic-state/.

Het is een rapport van de Britse ngo Conflict Armament Research dat in 2017 op vraag van de EU en de Duitse regering gemaakt is. De EU, haar lidstaten en de Europese media zullen het bestaan van dit explosief dossier echter verzwijgen. Of hoe een lidstaat van de EU op massale schaal ongestraft wapens leverde aan ISIS toen diezelfde EU hen bombardeerde.

4) https://www.globalresearch.ca/defense-intelligence-agency-create-a-salafist-principality-in-syria-facilitate-rise-of-islamic-state-in-order-to-isolate-the-syrian-regime/5451216

Het is een van de belangrijkste documenten uit deze oorlog en zowat iedereen die dit volgt kent het. Specialisten zoals de Amerikaanse professor Joshua Landis zwijgen er echter over. Ook ‘expert’ Montasser bezit dit document – Het werd hem in aanwezigheid van getuigen na een Dendermondse voordracht persoonlijk gegeven – maar zal er eveneens over zwijgen  Op Buitenlandse Zaken in Brussel kent men het natuurlijk.

Hetzelfde voor Pieter Stockman, die andere specialist, die met Montasser het boek ‘de jihadkaravaan’ schreef waarin de problemen met die Syriëstrijders geweten werd aan… de sociale achterstelling. Die is er wel maar dat is als oorzaak secundair.

Deze poogde later op de website Bellingcat samen met Guy Van Vlierden, Bassam Ayachi, Syriëstrijder en de peetvader van het Molenbeekse salafisme, wit te wassen. Een man die tot vorig jaar in Europa ongestraft kon werken.

5) – De Standaard; 3 juni 2014, “Laten we eens stoppen met de Belgische Syriëstrijders te criminaliseren en te demoniseren.” column, Montasser Alde’emeh.

– Knack 22 februari 2017, “De jihadisten naderen hun einddoel: Jeruzalem’, Jan Lippens in gesprek met Montasser Alde’emeh. “Zes: vernietiging van Israël en de verovering van Jeruzalem als eindfase. ‘Dat staat allemaal in detail beschreven in pamfletten en teksten die dateren van lang voor de opkomst van de IS’, verduidelijkt AlDe’emeh. ‘Als je dat hele stappenplan bekijkt, zijn we nu voorbij fase vier. De jihadisten zitten vandaag aan de grens van Israël. In de Zuid-Syrische stad Daraa, aan de grens met Jordanië en rond de Golanhoogte zijn Al-Qaedastrijders en jihadisten van andere milities sterk aanwezig.”

Ze zijn er ondertussen verdreven door het Syrische leger dit o Ondanks de uitgebreide en in de Israëlische media goed gedocumenteerde berichtgeving over Israëlische steun aan hen. Tot heden pleegde geen enkele van die jihadistische groepen trouwens al een aanslag in Israël. Alleen zuiver Palestijnse groepen houden zich daar mee bezig. Naast dan de Libanese Hezbollah, aartsvijand van al Qaeda & Co.

De Belgische terrorist Abdelkader Belliraj, volgens vier insiders een agent van de Mossad, had vlak voor de aanslagen in de VS van 11 september 2001 in Afghanistan een privaat gesprek met zowel Bin Laden als met toen nummer twee Ayman al Zawahiri. Deze beweringen van Montasser zijn dan ook lachwekkend en pure fantasie. Zeker daar Israël al die groepen die actief waren aan haar grens zelfs bewapende.

– De Morgen, 27 mei 2017, gesprek van Joël De Ceulaer met Montasser Alde’emeh. “Ik heb met plezier een paar jaar lang de hypocriet uitgehangen, in dienst van de Staatsveiligheid.”

– De Standaard; 12 juli 2014, Maxie Eckert en Eline Bergmans, “De VRT-nieuwsdienst had na zijn aankomst in Syrië even telefonisch contact met Montasser Al-De’emeh. Hij zou er logeren bij het Al-Nusra-front, dat banden heeft met Al-Qaeda….. ‘Het zijn jongeren die op zoek zijn naar een houvast in het leven, die gefrustreerd zijn door het onrecht in het Midden-Oosten. Ik schrok toen ik hen hoorde zeggen dat ze gelukkiger zijn in Syrië, omdat ze er kunnen leven met eer. En daarenboven een zwembad en een auto ter beschikking hebben.’

6) Deutsche Welle, 29-11-2018, Kersten Knipp, ‘Yemen: The devastating war waged with European weapons’ https://www.dw.com/en/yemen-the-devastating-war-waged-with-european-weapons/a-46515199?fbclid=IwAR1UF3Mdn8n30UHn1CXZcZWvob8CK-C5ehcXq4dQE3wdoqFoUs3DjT3haiU

Posted on

Khan Sheikhoun – Al Qaida krijgt klappen

Khan Sheikhoun

Het Syrische regeringsleger is deze ochtend langs de westelijke en noordwestelijke zijde de stad Khan Sheikhoun in de provincie Idlib binnengetrokken. Hayat Tahrir al Sham, De Syrische tak van al Qaida die de stad bezet, dreigt hier een enorme nederlaag te lijden. Haar grootste sinds de val van het door hen bezette oostelijke deel van de stad Aleppo eind 2016. De eerste verdedigingslinie ten westen van Khan Sheikhoun zou al gevallen zijn.

Met in vredestijd ongeveer 35.000 inwoners is dit qua inwonersaantal de op drie na grootste stad van deze provincie. Het vormt de toegang vanuit het zuiden tot Idlib en ligt aan de autoweg M1 die loopt van Damascus naar de stad Aleppo, het industriële hart van het land.

Nederlaag dreigt in Khan Sheikhoun

Hier dreigt een enorme nederlaag, niet alleen omwille van de stad Khan Sheikhoun, maar vooral omdat zuidwaarts het gebied tussen de door Hayat Tahrir al Sham gecontroleerde steden Taminah, Morek en Kafr Zita geheel omsingeld dreigt te worden. Alleen via de hoogte van Tal al Terri loopt er dan nog een verbindingsweg vanuit het noorden naar die steden. En het Syrische leger zit er op amper een kilometer afstand vandaan.

Khan Sheikhoun - 1 - 17 augustus 2019 - Militaire situatie . - Detailkaartjpg
De steden Kafr Zita, Morek en al Lataminah liggen nog in de provincie Hama. Sinds begin deze maand is het Syrische leger hier beginnen oprukken. Het eerder gesloten staakt-het-vuren werkte zoals te verwachten niet. Bovendien waren Hayat Tahrir al Sham en enkele andere terreurgroepen van dit akkoord uitgesloten. En die bezetten ongeveer drie kwart van de provincie Idlib. Dat akkoord kon dus nooit werken. Hier is goed te zien waarom de controle over Tal al Terri zo belangrijk is. Het was vorige week kort in handen gevallen van het leger.

Opmerkelijk is dat het Syrische leger niet heeft gewacht op een omsingeling van dit gebied en nu al in de aanval gaat. Wat riskant lijkt. Duidelijk is dat Hayat Tahrir al Sham en de andere aan hen gelieerde groepen salafisten niet in staat blijken om die pletwals van het leger te stoppen. Alle tegenaanvallen werden tot heden met serieuze verliezen steeds gestopt. Alleen bij de hoogte van Tal al Terri weet men het leger nog te weerstaan. Maar voor hoelang?

Illusies maken

Duidelijk is dat het Syrische leger de meerdere is van die salafistische terreurgroepen. Zo stuurde men al verscheidene konvooien van andere zogenaamd pro-Turkse groepen zoals Ahrar al Sham naar het zuidelijk front zonder een voor hen echter positief resultaat. De hoop van de westerse massamedia met hun vele experts dat men het Syrische leger zou kunnen weerstaan lijkt nog maar eens een grote illusie te zijn geweest. De zoveelste al in deze oorlog.

Herinner maar hoe ‘grote’ specialisten zoals Jorn De Cock van De Standaard reeds in 2012 de val van de Syrische regering voorspelde. Of hoe Montasser Alde’emeh in 2016 zijn toenmalige salafistische vrienden zegevierend Damascus zag binnentrekken.

Na deze zo te zien onvermijdelijke salafistische nederlaag lijkt het volgende doelwit wel eens het 15 kilometer gelegen Maarrat al Numan te zijn. Het ligt eveneens aan de M1 en is met in vredestijd een 372.000 inwoners de grootste stad in de provincie. Voorlopig echter lijken de Syrische en Russische luchtmacht die met rust te laten. Hier zijn ook veel mensen uit de nu belegerde steden zoals Morek heen gevlucht.

Moet er nog sarin zijn?

Khan Sheikhoun kwam internationaal in beeld toen een zekere Shajul Islam van Hayat Tahrir al Sham beweerde dat het Syrische leger op 4 april 2017 er een of meerdere vliegtuigbommen met sarin had gegooid. Een verhaal dat zonder serieus onderzoekswerk door het Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens werd overgenomen. Waarna de klassieke media dit verhaal voor waar aannamen.

Khan Sheikhoun - Foto krater 1
Hier was volgens terrorist Shajul Islam van al Qaida in Khan Sheikhoun een vliegtuigbom met sarin neergekomen. Nog diezelfde dag zaten enkele van zijn kompanen alleen voorzien van een simpel mondmasker en rubberen handschoenen in die hoogstens een decimeter diepe put bezig. Met vlakbij enkele toeschouwers zonder welke bescherming ook. Een barslechte enscenering en een hilarische foto. Onze kwaliteitskranten namen dit verhaal zonder uiteraard nadenken echter klakkeloos over. Hayat Tahrir al Sham stuurde deze wereldwijd rond.

Shajul Islam – De man was eerder geschrapt van het register van Britse geneesheren – was betrokken bij de ontvoering van een serie journalisten en werd nadien bij aankomst op de Britse luchthaven van Heathrow gearresteerd. Doordat geen enkele van de gekidnapte journalisten nadien kwam getuigen – de Nederlandse fotograaf Jeroen Oerlemans beloofde dat wel maar kwam niet – kon hij probleemloos terugkeren naar Syrië.

Britse ngo One Nation

Shajul Islam werkte dan ook vermoedelijk voor MI6. De afdeling van al Qaida in deze stad werd trouwens in die periode bevoorraad door de officieel erkende Britse liefdadigheidsinstelling One Nation. Vlak voor die vermeende aanval met sarin leverde One Nation – uiteraard een salafistische ngo die herhaaldelijk in opspraak kwam – er nog gasmaskers. Die had men natuurlijk nodig om wat later een show te kunnen opvoeren.

Belangrijk is ook dat de Turkse militaire observatiepost ten zuiden van de stad Morek nu afgesneden dreigt te worden van Turkije. Die is daar als gevolg van het akkoord tussen Iran, Turkije en Rusland om het staakt-het-vuren te bewaren. Het akkoord van Astana. Wel heeft de Syrische regering belooft dat deze verder bevoorraad zal kunnen worden.

Turkse observatie-eenheid op weg naar Khan Sheikhoun

Opvallend is dat Turkije deze ochtend een zogenaamde observatie-eenheid stuurde naar Khan Sheikhoun. Het vermoeden is dat die zal pogen de weg naar Maarrat al Numan te blokkeren. Ze geraakte volgens Syrische regeringsbronnen nog niet in de stad.

Volgens het in Engeland gevestigdeSyrisch Observatorium voor de Mensenrechten‘, een onderdeel van de Syrische Moslimbroeders, zouden Russische en Syrische gevechtsvliegtuigen pogen om die Turkse militairen tegen te houden. Wat zowat alles zegt over de Turks-Russische verhoudingen.

Posted on 1 Comment

Syrië – Bevrijding provincie Idlib lijkt begonnen

De strijd om de bevrijding van de Syrische provincie Idlib lijkt maandagochtend begonnen met de inname door het Syrische leger van enkele dorpen in het noorden van de provincie Hama die aan Idlib grenzen.

Het was al zeker een week duidelijk dat die strijd om de controle over het laatste jihadistische bolwerk in Syrië elk ogenblik kon starten. Was de Russische luchtmacht al enkele maanden niet meer actief boven dit gebied, dan was die plots al meer dan een week er dagenlang in de aanval gegaan. Waarbij de intensiteit elke dag toenam. Ook vielen die jihadisten tevergeefs met drones de Russische luchtmachtbasis van Hmeimim aan.

Het gevecht om het door de terreurgroepen bezette Syrische gebied rond de provincie Idlib (donkergroene kleur) lijkt gestart. Al maanden was daar een soort van oorlog gaande die geen oorlog was. Met dagelijkse korte beschietingen heen en weer en kleinere aanvallen om de posities van de vijand beter te leren kennen. Het ooit door onze media dood verklaarde al Qaida lijkt in Syrië naar de uitgang te gaan.

 

Geen Turkse reactie

Zo waren er volgens pro-Syrische media de voorbije 24 uur een 200 aanvallen van de Russische luchtmacht. Duidelijk een voorbode van een Syrische regeringsoffensief. Opvallend is zeker het bombardement zaterdag van een Turkse observatiepost vlakbij Shir Mughoz in die provincie waarbij 2 Turkse soldaten gewond raakten.

Alhoewel geen absolute zekerheid bestaat over wie de daders zijn, stelden zowel de Turkse als Syrische overheidspers dat de beschieting het werk was van het Syrische leger. Desondanks kwam er vanuit de Turkse regering zelfs geen braaf protest. Stilte was het woord. Wat gezien het normaal felle karakter van de Turkse president Recep Erdogan meer dan opmerkelijk te noemen is.

Vorige week was er echter een nieuwe samenkomst van Iran, Turkije en Rusland en met praktische zekerheid zal daar de toekomst van de provincie Idlib besproken zijn. Evenals wat nu het begin lijkt van een door Moskou gesteund militair regeringsoffensief. Een militaire actie die in de Syrische regeringsmedia al zo’n twee weken lang werd aangekondigd.

Offensief

Deze ochtend zouden de dorpen Al Bana en al Janabra door het leger zijn ingenomen en zou de strijd volop woeden rond de heuvel Tal Othman, een hoogte die grote delen van dit gebied overziet, en het stadje Qalat al Madiq. Allen gelegen in noorden van de provincie Hama. Recente berichten hebben het over de inname van die strategische heuvel en een mislukt jihadistisch tegenoffensief.

Het door de jihadisten gecontroleerde gebied met als kern de provincie Idlib. Het paarse deel is het door het Turkse leger bezette Syrische gebied. Het zwarte deel is Turks grondgebied, het bruine het territorium waar de Syrische regering de baas is. De rode stippen zijn de Turkse observatieposten met aan de rand van deze zone de Russische waarnemers. Merk ook de aanwezigheid op van Iraanse militairen. Hezbollah lijkt daarentegen volgens deze kaart hier afwezig. De gevechten situeren zich in het zuidwesten* van het jihadistisch gebied in de omgeving van de autoweg M5.

 

Hoe gaat Westen reageren?

Vraag is hoe het Westen gaat reageren. De recente verwittiging van de Britse Liefdadigheidscommissie dat hulp leveren aan Idlib eventueel steun aan het terrorisme kan betekenen is hierbij belangrijk. En die commissie kan Britse ngo’s bestraffen. Het kan leiden tot het zich terugtrekken van allerlei door die ngo’s georganiseerde belangrijke voorzieningen voor al Qaida. Naast dan ook voor de burgerbevolking natuurlijk.

http://www.novini.nl/europese-steun-aan-al-qaida/

Wel verschenen gisteren en deze ochtend opnieuw de klassieke indianenverhalen over de zogenaamde vatenbommen van het Syrische leger; Wie weet krijgen we weer berichten in de media over het gebruik door het Syrische leger van chemische wapens. Iemand sarin?

Wel erkennen alle klassieke westerse dag- en weekbladen nu de aanwezigheid in Idlib van Al Qaida. Het nooit gerespecteerde staakt-het-vuren rond de provincie Idlib is zo te zien dus voorbij. De schoonmaak van Syrië kan verder gaan.

Qatar

Intussen heeft volgens de pro-Syrische website al Masdar de regering in Damascus aan Qatar de toestemming gegeven om gebruik te maken van het Syrische luchtruim. Dit zou nog steeds volgens diezelfde bron het resultaat zijn van de bemiddeling van Iran. Teheran heeft in het conflict tussen Qatar en Saoedi-Arabië de kant gekozen van Qatar.

Een van de reden is het gigantisch grote gasveld, ‘s werelds grootste, van Pars dat in de territoriale wateren van beide landen ligt en zij verder willen ontwikkelen. Maar Qatar was een grote sponsor in Syrië van al Qaida en aan de Moslimbroeders gelieerde terreurgroepen zoals Ahrar al Sham.

Rapporten

Groepen die bovendien de steun hadden van Turkije. Qatar was ook de financier van allerlei best als nep te beschouwen rapporten over Syrische regeringsterreur die dan dankzij ngo’s als Amnesty International en Human Rights Watch geloofwaardigheid kregen.

Waarna deze de voorpagina’s van o.m. De Standaard en De Morgen ‘sierden’. Wat Syrië van Qatar in ruil kreeg is nog onduidelijk. Maar die via Syrië lopende luchtverbinding is voor Qatar zeer belangrijk. Gedaan met de grote omleidingen dus.


* Eerder werd geschreven dat de gevechten zich situeren in het noordoosten van de provincie Hama vlakbij Idlib. Dit blijkt fout te zijn. De gevechten grijpen vooral plaats in het noordwesten nabij de vlakte van al Ghab.

Merkwaardig is dat er voor zover bekend tot heden geen enkele Westerse regering protesteerde. Ook die van het Arabisch schiereiland niet. Zeer belangrijk is ook dat er blijkbaar volledige radiostilte over dit offensief is in Turkije. Intussen zou volgens Syrische regeringsbronnen een jihadistisch tegenoffensief mislukt zijn.

Posted on

Oekraïne straft journalist voor vredesoproep

Als er niemand is om te vechten, geen kanonnenvlees, dan zal men wel móeten onderhandelen, zo dacht de Oekraïense journalist Ruslan Kotsaba. Nu wordt er 13 jaar gevangenisstraf tegen hem geëist, omdat hij zich in een video-boodschap op zijn YouTube-kanaal tegen de mobilisatie uitsprak.

In 2015 klaagde de Oekraïense staat de Oekraïense journalist Ruslan Kotsaba aan wegens landverraad. De reden was dat de uit West-Oekraïne afkomstige journalist, die in 2014 openlijk zijn steun had uitgesproken voor de EuroMaidan, zich op zijn eigen YouTube-kanaal tegen de mobilisatie had uitgesproken. Uiteindelijk werd de journalist vrijgesproken voor landverraad. Hoewel Amnesty International hem erkende als politiegevangenen werd Kotsaba wel een gevangenisstraf opgelegd voor het hinderen van het leger. Sinds januari 2019 staat Kotsaba opnieuw terecht opnieuw voor landverraad.

In het eerste deel van een tweetal interviews spraken we met hem over het conflict in Oekraïne van 2014 tot de dag van vandaag. In dit tweede deel van het interview met Kotsaba spreken we over zijn proces en de status van de journalistiek in Oekraïne.

Posted on

Een kijkje bij de Russische troepen in Transnistrië

Een recent gepubliceerde uitzending van Voyennaya Priyomka van Telekanal Zvezda geeft een zeldzame blik op de Russische troepenmacht in Transnistrië. In de reportage wordt een beeld geschetst van de dagelijkse bezigheden van soldaten. Daarnaast is er veel aandacht voor de moeilijkheden waar het troepencontingent mee te kampen heeft door haar ligging tussen de Republiek Moldavië en Oekraïne.

“We gaan u niet vertellen hoe ons programma terecht is gekomen in Transnistrië”, meldt Voyennaya Priyomka. De reden is de ligging van Transnistrië – een niet-erkend land dat zich van de Republiek Moldavië afgescheiden heeft. “In het oosten ligt Oekraïne en in het westen Moldavië. Dus je mag zeggen dat het door historische en politieke omstandigheden omsingeld is.” Het programma meldt dat het bezoeken van Transnistrië door Russische journalisten erg moeilijk is geworden door de politieke toestand in Moldavië en Oekraïne. “[Russische journalisten] worden niet doorgelaten naar Transnistrië door de Moldavische grenswacht.”

Het programma, dat normaal vooral aandacht besteed aan het nieuwste en meest bijzondere Russische militaire materieel, geeft in een tweeluik aandacht aan de omstandigheden waarin de Russische troepen (de OGRV – Operativnaya Groepa Rossijskich Voisk) zich bevinden en hoe zij zijn georganiseerd. Hierbij moet worden gedacht aan problemen met bevoorrading, de bewakingstaken van een grote munitieopslag op het territorium van Transnistrië en de vredesmissie die door Russische vredestroepen worden uitgevoerd.

Transnistrië

Tijdens het uiteenvallen van de Sovjet-Unie riep Transnistrië (Officieel: Pridnestrovische Moldavische Republiek – PMR) in 1990 haar onafhankelijkheid van de Moldavische Socialistische Sovjet-Republiek (MSSR) uit. Niet lang daarna, in 1991, splitste de MSSR zich af van de Sovjet-Unie en was het voornemens zich aan te sluiten bij Roemenië. Dit laatste leidde tot veel ongenoegen in de PMR met uiteindelijk een gewapend conflict tot gevolg waarbij zo’n duizend mensen zijn omgekomen. Het vechten werd gestopt door tussenkomst van het 14de Sovjet-leger.

Russische troepen zijn sindsdien in de PMR gelegerd gebleven, zij het dat hun aantal over de jaren sterk is teruggebracht naar zo’n 1500 man. Hoewel de PMR haar eigen leger heeft, zijn er ook troepen gestationeerd die onder Russisch commando vallen. De troepen van het OGRV bevinden zich echter ver van huis. In het verleden werd de bevoorrading geregeld via Oekraïne, maar door een andere politieke toestand in het land is dat ook niet meer mogelijk. Daarnaast ligt de aanwezigheid van de OGRV gevoelig: een deel van de Moldavische regering wil dat de troepen vertrekken en de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties heeft vorig jaar op haar instigatie een resolutie hierover aangenomen.

Geïsoleerde ligging

Transnistrië (gearceerd) is geheel omsloten door de Republiek Moldavië en Oekraïne.

Er is geen directe verbinding tussen Rusland en Transnistrië, over land noch of over zee. Dit betekent dat het Russische contigent moet worden bevoorraad via derde landen. In het verleden is het transport naar Transnistrië veelal verlopen via Oekraïne. Maar dat is geen optie meer door de regering die na de Maidan aan de macht is gekomen.

Hoewel er in Tiraspol, de hoofdstad van de PMR, een landingsbaan is ingericht voor vliegtuigen, is deze sinds 2012 niet meer gebruikt. Commandant van het OGRV, kolonel Dmitri Zelenkov legt uit: “Vanuit mijn gezichtspunt waren er politieke kwesties die het niet toelaten om een verbinding te maken tussen Tiraspol en Moskou.” Toestellen zouden immers via Moldavisch luchtruim moeten vliegen.

Geen aflossing

De Russische troepen is het in principe toegestaan om te vertrekken. Zo heeft zelfs Oekraïne vorig jaar bekend gemaakt dat het bereid is Russische troepen uit Transnistrië doorgang te geven. Ook via de luchthaven van Chisinau, de hoofdstad van Moldavië, kunnen Russische troepen het land in principe uit. Maar als de troepen eenmaal zijn vertrokken kunnen ze het land niet meer in. De Russische troepen kunnen om die reden niet worden afgelost. Zonder uitzondering bevinden de aanwezige troepen zich daarom al sinds minimaal 2014 in de PMR. Ook kolonel Dmitri Zelenkov, wordt door Zvezda gevraagd:

“Hoeveel jaar bevindt u zich in deze positie?”

“Sinds december 2014.”

“Wanneer was de laatste keer dat u in Rusland was?”

“De laatste keer was voordat ik hier naartoe kwam.”

“Dit kan gebeuren” staat er op een poster van een ontploffende kernbom. Kolonel Zelenkov en Zvezda-presentator Aleksei Egorov staan op het punt de munitieopslag in Kolbasna binnen te gaan. In de opslagplaats zou zoveel (conventionele) munitie zijn opgeslagen dat de vuurkracht te vergelijken is met de nucleaire bom die op Hiroshima is gegooid.

Geen bevoorrading

Een bijkomend probleem is dat er geen nieuwe voorraden, zoals reserveonderdelen of munitie, kunnen worden aangeleverd. In de reportage is dan ook te zien dat er veel aandacht wordt besteed aan het repareren en hergebruiken van onderdelen. In sommige gevallen wordt er zelfs gesproken over het zelf fabriceren van onderdelen omdat sinds 2013 geen nieuw materieel meer is aangeleverd.

Want ook op dit vlak is er immers een probleem. Sinds 2014 zijn bijvoorbeeld drones een steeds grotere rol gaan spelen in oorlogsvoering. Niet alleen geavanceerde maar ook kleine drones die voor verkennings- of gevechtsdoeleinden kunnen worden gebruikt. Om die reden heeft het OGRV lokaal een zelfgebouwde luchtafweerinstallatie gebouwd. Het programma voegt eraan toe: “Op het zelfgebouwde voertuig zitten geen raketten of moderne kanonnen, maar het is beter dan niets.”

Een door het OGRV zelf geïmproviseerd luchtafweervoertuig.

Ook bij trainingen nopen de bevoorradingsproblemen tot creatieve oplossingen. Zo heeft het OGRV, om munitie en brandstof te besparen, een BRDM-2 in tweeën laten zagen, voorzien van een lasertje en wankel op banden geplaatst. Zo kan er worden geoefend met schieten alsof het voertuig rijdt zonder munitie of brandstof te gebruiken.

Organisatie van Russische troepen

De taken van de Russische troepen in Transnistrië bestaan enerzijds in het handhaven van de vrede en anderzijds in het bewaken van bepaalde objecten, de meest belangrijkste hiervan is de munitieopslag in Kolbasna. De Russische vredesmissie staat los van het OGRV, niettemin wisselen de troepen elkaar jaarlijks af. Zelenkov vertelt hierover aan Zvezda: “Er is een jaarlijks rotatie tussen de verschillende onderdelen. Een onderdeel gaat voor een jaar naar de vredesmissie. Een tweede afdeling gaat uit de vredesmissie. En een derde bereidt zich voor op vredesmissie.” Ondanks het duidelijk verschil tussen het OGRV en de vredesmissie wordt er toch afgewisseld tussen de verschillende onderdelen omdat troepen anders niet afgewisseld kunnen worden, aldus Voyennaya Priyomka.

Een nagebouwde controlepost van de Russische vredeshandhavingsmissie. Op de post worden Russische vredeshandhavers geoefend om later te worden ingezet op controleposten tussen Transnistrië en Moldavië.

Ook de training wordt lokaal gedaan. In de reportage wordt bijvoorbeeld een demonstratie gegeven bij een nagebouwde controlepost. In de oefening wordt getraind hoe moet worden omgegaan met een scenario waarin een wapen wordt gesmokkeld en vervolgens de controlepost wordt aangevallen. En hoe er vanuit de vredesmissie wordt gereageerd door het inzetten van versterkingen met behulp van een BTR (een pantserinfanterievoertuig). Naast een nagebouwde controlepost laat het programma ook een oefenterrein zien waar getraind kan worden met zwaarder wapentuig. De reportage spreekt over de aanwezigheid van een aantal gepantserde voertuigen maar de aanwezigheid van tanks wordt weersproken.

Een pantservoertuig is doormidden gesneden, op banden geplaatst en wordt met een hendel in beweging gebracht. Door de geïmproviseerde opstelling kunnen schutters oefenen op het pantservoertuig.

Qua rechtspraak vallen de Russische troepen onder het Russische militaire recht. In de PMR is daarom ook een militaire rechtbank gevestigd waar militaire zaken worden beslecht. Maar in verband met de aanwezigheid van veel Russische paspoorthouders in de PMR kunnen ook civiele zaken hier worden voorgebracht.

Munitieopslag

Een groot deel van het tweeluik gaat over de munitieopslag in Kolbasna. In Kolbasna is namelijk een munitieopslagplaats gevestigd die nog uit de tijd van de Koude Oorlog stamt. De opslag was bedoeld voor een eventuele oorlog in het zuidelijke deel van Europa. Die oorlog is er nooit gekomen, maar de munitie ligt er nog steeds.

In de jaren ‘90 en begin deze eeuw is veel voortgang gemaakt om de munitie in de opslagplaats ofwel te vernietigen dan wel af te voeren. In latere jaren is dit echter tot een halt gekomen, tot ergernis van Chisinau. Voyennaya Priyomka stelt dat de resterende munitie niet kan worden vervoerd vanwege de toestand in Oekraïne. En het vernietigen van de munitie vergt speciale opblaasplaatsen die niet voorhanden zijn in Transnistrië. Tot op de dag van vandaag wordt de opslag derhalve beveiligd door de OGRV. De munitie wordt niet alleen beveiligd tegen het in verkeerde handen vallen, maar ook tegen brand en explosie.

Militaire brandweer oefent scenario’s rond het uitbreken van brand bij de munitieopslag in Kolbasna.

De reportage biedt een korte kijk in de keuken van de veiligheidsmaatregelen die van kracht zijn, zoals het verbod op elektronica in de opslagplaats. Ook geeft de militaire brandweer een uitgebreide demonstratie op het oefenterrein.

Spanning met Moldavië en Oekraïne

Het spreekt voor zich dat informatie afkomstig uit welk defensieapparaat dan ook met een kritische blik moet worden bekeken, onafhankelijk van welk land. De lezer moet zich realiseren dat het goed mogelijk is dat de capaciteiten grote of beter kunnen worden voorgesteld dan ze in werkelijkheid zijn. Het tegenovergestelde, dat het Russische contigent sterker is dan het in het tweeluik wordt voorgesteld, is eveneens mogelijk. De aanwezigheid van Russische troepen in de PMR is immers controversieel.

De aanwezigheid van het Russische troepencontingent in Transnistrië is een doorn in het oog van zowel de huidige regering van Moldavië als buurland Oekraïne. Zo veroordeelde de Moldavische minister van Buitenlandse Zaken de aanwezigheid van Russische troepen in Transnistrië door een resolutie in te dienen bij de Verenigde Naties. De president van Moldavië sprak zich echter tegen de resolutie uit. Hij wees erop dat het de situatie in het land alleen maar zou escaleren.

Vanwege de gespannen relatie van Oekraïne met Rusland, ziet ook Oekraïne de troepen liever vertrekken uit Transnistrië. Derhalve heeft Oekraïne in april van dit jaar voorgesteld om vrije doorgang te geven aan de Russische troepen via Oekraïens territorium. Rusland wees dit voorstel echter van de hand omdat het vreesde dat een dergelijke terugtrekking zou kunnen leiden tot een destabilisatie van de situatie in Transnistrië.

De Russische troepenmacht van 1500 man is een factor die eigenlijk amper een bedreiging kan vormen voor Oekraïne, te meer daar het naar alle waarschijnlijkheid ontbreekt aan zware wapens en luchtdoelartillerie. Voor Moldavië, dat zelf een actief leger heeft van 5.000 à 7.500 man (reserves niet meegerekend), is de Russische troepenmacht echter wel een factor van betekenis.

Reportages bekijken

Zoals gezegd zijn de reportage vooralsnog alleen in het Russisch te bekijken op het YouTube-kanaal van Zvezda. Er bestaat echter een kans dat de uitzending in de toekomst in het Engels op het kanaal van RT Documentaries verschijnt. In het Russisch zijn de uitzendingen hier en hier te bekijken.

Posted on

China en Noord-Korea: tegen wil en dank tot elkaar veroordeeld

De ogen waren in het Westen steeds gericht op Trump en Kim Jong-un, maar hoe staat het eigenlijk met de verhouding tussen Noord-Korea en China? Na al het retorische geweld en vervolgens de vredige top tussen de leiders van de Verenigde Staten en Noord-Korea, blijft het uiterst relevant te weten welke invloed China achter de schermen uitoefent. Hoe zag de verhouding tussen China en Noord-Korea er de afgelopen decennia überhaupt uit? En welke ontwikkelingen maken dat, na een dieptepunt in 2015, de betrekkingen nu plotseling aanzienlijk beter lijken te zijn?

Het is 4 september 2015. In de Chinese hoofdstad Peking zit de toenmalige Zuid-Koreaanse president Park Gyeun-hye prominent naast haar Chinese collega president Xi Jinping. Geamuseerd kijken ze naar een legerparade ter ere van het einde van de Tweede Wereldoorlog. Terwijl beide leiders innig in gesprek zijn, zit Choe Ryong-hae – een hoge functionaris uit Noord-Korea – op enkele meters afstand. Decennia geleden had een vertegenwoordiger van Noord-Korea op de stoel naast de Chinese president gezeten en was dit beeld ondenkbaar geweest. De functionaris, die werd uitgezonden als de persoonlijke vertegenwoordiger van Kim Jong-un, werd zelfs een korte ontmoeting met Xi Jinping geweigerd. Het onderstreepte de diepe kloof die bestond tussen de twee landen.

De Zuid-Koreaanse president Park Geun-hye kreeg een prominente plaats op de tribune bij een militaire parade ter herdenking van de Tweede Wereldoorlog in Peking, 2015.

Hoe anders is het beeld sinds maart 2018. De Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un is inmiddels tot drie keer toe op bezoek geweest bij de Chinese president. Met zijn zwaar gepantserde trein raasde Kim door het Chinese landschap. Peking werd compleet voor hem stilgelegd. Na een innige ontmoeting en een urenlange bespreking waren Kim en zijn vrouw te gast bij een uitgebreid staatsbanket. Speeches volgden. Beide leiders prezen de zeventig jaar lange ‘goede’ relatie tussen beide landen. Xi beloofde economische samenwerking. Alsof er drie jaar geleden niets was gebeurd. Het is tekenend voor de ongemakkelijke relatie tussen beide landen. China is niet blij met het gedrag van Noord-Korea, dat al jarenlang aan een nucleair wapenarsenaal werkt. Toch blijft China trouw steun verlenen aan Kims regime. Waar komt deze onvoorwaardelijke steun vandaan? Wat belemmert het machtige China in te grijpen? En hoe verhoudt deze ongemakkelijke relatie zich tot het geopolitieke schaakspel dat Noordoost-Azië sinds de Koude Oorlog in haar greep houdt?

Veiligheidsparaplu
De innige vriendschap tussen beide communistische volkeren ontstond tijdens de Koreaanse Oorlog die van 1950 tot en met 1953 gevoerd werd. Het Chinese volksleger van Mao Zedong schoot de Noord-Koreanen te hulp nadat de troepen van de Verenigde Naties dicht bij de Chinese grens kwamen. Met hulp van de Chinezen werden de VN-troepen weer teruggedrongen naar de 38-ste breedtegraad. Het is dankzij de Chinezen dat Noord-Korea überhaupt bestaat.

Na de wapenstilstand van 1953 – een vredesverdrag werd nooit getekend – trokken China en Noord-Korea samen op. Hun onvoorwaardelijke vriendschap werd verankerd in het Sino-Koreaanse Vriendschapsverdrag van 1961. In dit verdrag verklaren de twee staten zich met ‘alle nodige maatregelen’ te zullen verzetten tegen elk land of elke coalitie van landen die één van hen zou kunnen aanvallen. Na de Koreaanse Oorlog schaarde Noord-Korea zich onder de ‘veiligheidsparaplu’ van China. Zuid-Korea schaarde zich onder die van de Verenigde Staten.

Tijdens de Koude Oorlog veranderde er weinig in de Sino-Noord-Koreaanse betrekkingen. Hoewel er ten tijde van de Culturele Revolutie spanningen waren – naar verluidt vonden de Noord-Koreanen het ‘een grote krankzinnigheid’ – heeft China decennialang onvoorwaardelijke economische en politieke steun verleend. Voor China heeft Noord-Korea altijd gediend als een ideale bufferstaat tussen China zelf en het kapitalistische Zuid-Korea en Japan, die beide onder invloed van de Verenigde Staten staan. Hoewel arm en weinig invloedrijk, diende Noord-Korea de belangen van China door in de regio tegen de Amerikanen te ageren.

Een faalveilig mechanisme
Na de Koude Oorlog veranderde dit beeld. Toen de Sovjet-Unie instortte en wegviel als economische donor van Noord-Korea, probeerde China het gat op te vullen. China kreeg echter al snel te maken met eigen economische problemen. Hierdoor kwam Noord-Korea er alleen voor te staan. Overal ter wereld zag het Noord-Koreaanse regime voormalige onvoorwaardelijke allianties uit elkaar vallen. Socialistische dictaturen werden bloedig omvergeworpen en maakten plaats voor de liberale marktdemocratie. In 1994 overleed president Kim Il-sung en was de Noord-Koreaanse economie volledig ingestort, met een enorme hongersnood tot gevolg. Noord-Korea stond op de rand van de afgrond.

China transformeerde ondertussen tot een economische grootmacht. In dit proces haalde China zelfs de banden met Zuid-Korea aan. Terwijl Zuid-Korea als soeverein land werd erkend door China en Rusland, weigerden Japan en de Verenigde Staten hetzelfde te doen met Noord-Korea. De Chinese ‘veiligheidsparaplu’ leek weg te vallen. Wat was het Sino-Koreaanse Vriendschapsverdrag nog waard? Het kwetsbare Noord-Korea had een faalveilig mechanisme nodig om overleving van het regime te garanderen. Het besloot kernwapens te ontwikkelen.

Speldenprikjes
China heeft de afgelopen decennia vaak laten weten niets op te hebben met deze nucleaire ambities. De constante spanningen die erdoor oplaaien in de regio zijn niet in het belang van de Chinezen. Zij willen juist regionale stabiliteit ten behoeve van de groei van de Chinese economie.

Toch heeft China bijzonder weinig gedaan om de ontwikkeling van Kims kernwapenprogramma tegen te werken. Terwijl de internationale gemeenschap na iedere nucleaire test steeds weer strengere sancties oplegde, bleef China Noord-Korea oogluikend ondersteunen. VN-resoluties werden afgezwakt door Chinees toedoen en in de praktijk vaak niet uitgevoerd. Terwijl Peking beweerde zijn best te doen de sancties tegen Noord-Korea te handhaven, werd in Dandong aan de grens met Noord-Korea nog volop gehandeld.

De maatregelen die China wél tegen Noord-Korea heeft genomen zijn slechts speldenprikjes geweest. Voorbeelden daarvan zijn het tijdelijk afknijpen van de olietoevoer, het aan banden leggen van de import van Noord-Koreaanse kolen en het geven van een diplomatieke voorkeursbehandeling aan Zuid-Korea. Hoewel de Chinese maatregelen leidden tot ongemakken in de Noord-Koreaanse samenleving, hebben ze op geen enkel moment het regime aan het wankelen gebracht. China heeft er altijd voor gezorgd dat Noord-Korea het hoofd boven water kon houden.

De reden daarvoor is dat het alternatief voor de Chinezen nog vele malen onaantrekkelijker is. Een ineenstorting van het Kim-regime zou voor China desastreus uitpakken. China zou ten eerste te maken krijgen met een ongekende vluchtelingenstroom aan zijn grenzen. Ten tweede is het allerminst zeker wat voor regime de macht in Noord-Korea zou overnemen. Bij regime change is bijna altijd sprake van bloedvergieten. Zeker omdat daar kernwapens bij kunnen worden ingezet, wil China dat risico liever vermijden. Ten derde zal China met het wegvallen van Kim aanzienlijke regionale politieke invloed verliezen. Als Zuid-Korea – met een economie bijna veertig keer zo groot als die van de noorderbuur –- invloed zou krijgen over Noord-Korea, kunnen de Amerikanen heel dicht bij de Chinese grens komen.

Amerikaanse druk
De Amerikanen ergeren zich al jaren aan het tegenstrijdige beleid van China. Zij willen het liefst Noord-Korea politiek en economisch zoveel mogelijk onder druk zetten tot Kim eindelijk zal toezeggen zijn kernwapens op te geven. President Trump zei: “Zonder de hulp van China kan Noord-Korea niet eens eten. Om het Noord-Koreaprobleem op te lossen, moeten we achter China aan.”

Trump voerde de druk op China op om de strenge sancties tegen Noord-Korea te handhaven. President Xi werd voor het blok gezet. Óf het Kim-regime blijven steunen, óf de Chinese handelsbelangen met Amerika behartigen. Even leek China voor het laatste te kiezen. Onder druk van de Amerikaanse president werd recent zelfs de handel in de Chinese grensgebieden zo goed als stil gelegd. Tot er iets historisch gebeurde. Kim Jong-un beloofde te stoppen met het testen van nucleaire wapens en langeafstandsraketten. Van kreupelende sancties en oorlogsretoriek ging het ineens over het sluiten van een vredesverdrag en diplomatieke toenadering. Op 12 juni 2018 vond een ontmoeting plaats tussen Trump en Kim Jong-un. Dat was de eerste keer dat een leider van Noord-Korea en een zittende Amerikaanse president elkaar ontmoetten. De twee leiders beloofden met elkaar te onderhandelen. Hierdoor was de diplomatieke druk van de ketel. Omdat de Amerikanen toenadering zochten tot Noord-Korea, kon Xi zich losweken van de druk om de sancties uit te voeren. Sinds de top van 12 juni wordt er weer volop gehandeld over de Chinese grens. Er gaat zelfs het gerucht dat president Xi binnenkort naar de Noord-Koreaanse hoofdstad Pyongyang zal afreizen om Kim te ontmoeten.

Breekijzer
Xi ziet het liefst een politiek stabiel en economisch voorspoedig Noord-Korea aan de grens. Daarom wil China dat Noord-Korea zijn economie hervormt, zoals het land zelf onder Deng Xiaoping eerder in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw heeft gedaan. China zat in de jaren zeventig van de vorige eeuw nog in een vergelijkbaar parket als waar Noord-Korea momenteel in zit. Er is sprake van een totalitaire leider, een failliet economisch systeem en het land wordt bovendien internationaal verguisd vanwege het kernwapenprogramma en de massale schending van de mensenrechten. In een opmerkelijke en tegelijkertijd indrukwekkende transformatie veranderde China binnen enkele decennia in een economische en politieke wereldmacht. Noord-Korea zou op zijn minst een vergelijkbare ontwikkeling op economisch gebied kunnen doormaken.

vrachtwagens wachten tot ze de grens tussen China en Noord-Korea over mogen (foto: Roman Harak).

Momenteel vinden officieus al op beperkte schaal economische hervormingen in Noord-Korea plaats. Maar hoewel zo’n tachtig procent van de bevolking afhankelijk is van de kapitalistische grijze en zwarte markten, blijft de regering vasthouden aan het socialistische ideaal. Evenals China stelt Noord-Korea bij alle ontwikkelingen altijd de veiligheid en het voortbestaan van het regime voorop. Daarom kan er pas nu Noord-Korea zijn kernwapenprogramma op orde heeft worden toegewerkt naar een hervorming van de economie. Dat gebeurt langzaam maar gestaag. Sinds enkele jaren mogen Noord-Koreaanse staatsbedrijven wat ze produceren boven de door de overheid voorziene quota zelf op de markt brengen en de winst behouden. Bedrijven zijn vrij om dat geld zelf te investeren. Het resultaat is een flexibelere economie, die steeds meer in contact treedt met het buitenland.

Een glimp daarvan valt op te vangen bij de halfjaarlijkse Pyongyang International Trade Fair. Een soort huishoudbeurs waar Chinese bedrijven hun producten slijten aan vermogende Noord-Koreanen. Tijdens mijn reizen heb ik gezien dat er een enorme aanloop was op deze beurs. Flat screentelevisies, keukenapparatuur en zelfs zonnepanelen werden massaal verhandeld. Je kunt het zo gek niet verzinnen of het vond bij de Noord-Koreanen gretig aftrek. Op de beurs wordt, opvallend genoeg, afgerekend in Chinese yuan of Amerikaanse dollars. De Chinezen zien nieuwe zakelijke kansen in Noord-Korea en hopen met het investeren in de Noord-Koreaanse economie het land meer te openen naar de buitenwereld, en vooral naar  China toe.

De Nieuwe Zijderoute
Uiteraard vormt de economie ook een belangrijk onderwerp bij de besprekingen tussen Xi en Kim. In het eerste gesprek met Kim vertelde Xi zeer verheugd te zijn met het besluit van Pyongyang om prioriteit te geven aan economische ontwikkeling. Een vervolg liet niet lang op zich wachten. In mei 2017 nodigde China Noord-Korea uit voor de eerste Belt and Road-top. Noord-Korea maakt vooralsnog geen deel uit van China’s Belt and Road-initiatief – een reusachtig plan voor het bouwen van hoogwaardige infrastructuur op het Euraziatische continent. Maar dat ziet China graag veranderen. Met de uitnodiging aan Noord-Korea om deel te nemen aan dit initiatief geeft China aan klaar te staan om flink in Noord-Korea te investeren. Daar wil China niet alleen financieel wijzer van worden.

Een prioriteit is om van Noord-Korea een stabielere en voorspelbaarder bondgenoot te maken. Het valt nog te bezien of Kim Jong-un gevoelig is voor het Chinese grote geld. Noord-Korea blijft als de dood dat buitenlandse investeerders zich in binnenlandse politieke aangelegenheden zullen mengen. Maar als Kim zijn economie op het beloofde ‘wereldniveau’ wil brengen, zal hij het ook moeten aandurven om buitenlandse investeringen aan te trekken.

Of dit gaat gebeuren hangt voor een groot deel af van de gesprekken tussen Noord-Korea en de Verenigde Staten. Als die onderhandelingen mislukken, kunnen de spanningen tussen China en Noord-Korea ook snel weer groter worden. De druk van de Verenigde Staten op China om de sancties te handhaven zal dan weer toenemen. Het bewijst eens te meer dat de relatie tussen Noord-Korea en China een bijzonder ongemakkelijke is. Het is dan ook de vraag of Kim Jong-un bij een eventueel bezoek aan een toekomstige, grote Chinese militaire parade naast Xi Jinping mag zitten, of genoegen moet nemen met een plekje achterin.

Michiel Hoogeveen ~ Het kluizenaarskoninkrijk

Posted on

Wonen op de frontlinie in Oekraïne

Toegang Zaitsevo Oekraine

Een monument voor de Tweede Wereldoorlog, middenin het dorp, trek direct de aandacht. Doordat het vlakbij een vernietigd gebouw staat valt de verse verflaag meteen op. “We hebben het monument al drie keer gerestaureerd. Ze weten waar ze schieten, het is een monument ter ere van de veteranen van de Tweede Wereldoorlog”, zo legt Irina Dikoen, de burgemeester van Zaitsevo uit. “Wanneer 9 mei, Bevrijdingsdag, dichterbij komt, worden alle monumenten vernietigd.”

Het vernietigde huis waar we naar kijken was vroeger het gemeentehuis van Zaitsevo. De vorige burgemeester werkte vroeger in dit gebouw. Hij verliet het dorp, maar niet voordat hij het gemeentegebouw had vernietigd met de hulp van drie tanks. Een ‘nieuw’ gemeentehuis staat vlakbij, maar de toestand van het gebouw laat veel te wensen over. De buitenkant is bezaaid met kogelgaten en gebroken ramen. In het kantoor van Dikoen zijn de meeste ramen gesloten met behulp van houten borden. Alleen een deel van het venster is afgeschermd met transparant plastic. Ondanks de moeilijkheden hangt er een vlag van de Volksrepubliek Donetsk (DNR) aan de muur. Twee foto’s zijn aan de vlag gespeld; één van Aleksandr Zachartsjenko, het hoofd van de DNR, de andere is een foto van president Poetin.

“Kijk. Gisteren, het mag dan wel niet een zwaar gevecht zijn geweest, maar het vuurgevecht duurde de hele nacht”, legt Dikoen uit. Zaitsevo ligt in Oekraïne, niemand zal het daar mee oneens zijn. Toch, een ander deel van het dorp ligt in een land dat geen ander land in de wereld erkent: De Volksrepubliek Donetsk (DNR). Het dorp ligt niet alleen vlakbij de frontlinie, de frontlinie gaat midden door het dorp heen. Het gevolg is dat het dorp bijna dagelijks onder vuur ligt. Wanneer Dikoen, zelf moeder van twee kinderen, wordt gevraagd hoe mensen in het dorp leven, antwoord ze: “Hier leven we niet, we overleven. Hoe kan je leven wanneer je bang bent naar buiten te gaan? Hoe kan je je kinderen naar buiten laten gaan als al drie keer mortieren zijn geland op de speelplaats?”

“Het gelach van kinderen hangt niet langer in de lucht. We vragen onze kinderen: ‘Wat moeten wij doen zodat jullie in orde zullen zijn?’ Er is alleen maar één antwoord: ‘Dat de oorlog moet eindigen’. Terwijl Dikoen vertelt begint ze te huilen. “De kinderen weten met wat voor kaliber er wordt geschoten. Ze weten wanneer een tank schiet, wanneer een BMP (een infanteriegevechtsvoertuig, red.) schiet, wanneer zware wapens worden gebruikt. Is dat een leven voor kinderen? Is dat een jeugd voor kinderen?”

Eén van de families in het dorp vertelt hun verhaal. Het is een familie van vier: een moeder met haar twee dochters en hun grootmoeder. De familie vertelt over hun leven in Zaitsevo en hoe de kinderen naar school gaan. “Ze hebben een busdienst gecreëerd van en naar school.” De dienst werd ingesteld omdat de school in Zaitsevo in een slechte staat verkeert, in het bijzonder sinds het dorp onder vuur kwam te liggen. Eén van de meisjes vertelt zelfs dat glas door de school vloog. Haar moeders woordgebruik imiterend: “Dank God dat niemand gewond is geraakt.”

De twee meisjes vertellen verhalen van mortiergranaten die rondom hen zijn gevallen terwijl ze op de schoolbus wachtten. Verhalen van kogels die door hun tent vlogen terwijl ze speelden in de tuin of verhalen over hoe ze van de speeltuin wegrenden toen er werd begonnen met schieten. De vraag die zich opdringt is: ‘Waarom verhuizen jullie niet naar elders?’ Tanya, de moeder van de meisjes antwoordt: “Maar waar moeten we naartoe? We hebben geen pensioen, we hebben niets. Alleen één persoon werkt, dat geeft ons 500 roebel (ongeveer 7 euro, red.) eens per twee weken. Dat is alles. Waar kan ik naartoe? Hier heb ik mijn eigen aardappelen. Maar als ik naar een appartement verhuis, moet ik dan mijn hand ophouden?”

 

Zaitsevo is misschien wel één van de meest bekende frontlinie-dorpen in de DNR. Ondanks dat, klaagt Svetlana over het gebrek aan interesse in het dorp. “Niemand komt naar ons toe.” Ze doelt daarmee echter niet op journalisten, die hier best vaak komen. Ze heeft het over de OVSE-missie. Sarcastisch voegt ze toe: “Daar, daar zijn mensen, maar hier niet. Hier zijn geen kinderen, geen mensen, geen vrouwen. Hier zijn alleen ‘separs’ (een Oekraïens scheldwoord voor de inwoners van de volksrepublieken,red.)”. De grootmoeder gaat verder: “Wat zijn separs? De separ die vrede wil, die een normaal leven wil zodat zijn kinderen in vrede kunnen leven? Is dat een separ? Ik zal niet rondrennen met een pan op mijn hoofd terwijl ik schreeuw ‘Glorie aan Oekraïne!’ (deel van een veelgebruikte leus van Banderisten, red.). Ja, laat er voorspoed zijn in Oekraïne, maar laat ze ons niet aanraken.”

Dit sentiment lijkt te worden gedeeld door de burgemeester. Iets eerder maakte zij eenzelfde opmerking. Ze vertelde over burgers die dagelijks naar de DNR rezen vanuit Oekraïne. Toen deze mensen werden gestopt op de grens en werden ondervraagd waarom ze niet in Oekraïne werkten, was het antwoord: ‘Geef me werk hier en ik zal in Oekraïne blijven!’ De burgemeester vertelt over een vader, ook op Oekraïens territorium, terwijl er een geweer op hem werd gericht werd hij met de dood bedreigd. Hij werd alleen vrijgelaten toen hij smeekte te worden vrijgelaten, niet voor hemzelf, maar voor het belang van zijn kinderen. “Toen het Oekraïense leger hier was, werden dat soort gevallen niet waargenomen. Toen Aidar, Dnjepr, Rechtse Sector (ultranationalistische vrijwilligersbataljons die inmiddels in het Oekraïense leger geïntegreerd zijn, red.) hier kwamen, toen begonnen de klachten. Toen begonnen de tranen te stromen.”

Terwijl het einde van het interview met de burgemeester naderde, vroeg ik haar wat haar hoop was voor de toekomst. Ze begon herinneringen op te halen over hoe prachtig het dorp vroeger was, dat mensen er kwamen voor vakantie, de prachtige bossen, het schone water. “Ik hoop dat mijn dorp zal bloesemen.”, verteld Irina Dikoen, “Ik weet dat de Volksrepubliek Donetsk zal helpen om huizen en de rest te herstellen. We leven met deze hoop: dat alles goed zal zijn. En dat we dit allemaal zullen herinneren als een vreselijke droom.”

Posted on

Oekraïne wil vrijwilligersbataljons weg van front

Het hoofd van de Oekraïense militaire operatie in het oosten van Oekraïne, generaal Sergej Najev, heeft gemeld dat vrijwilligersbataljons niet welkom zijn aan het front. Na een aantal scherpe opmerkingen vanuit één van de vrijwilligersbataljons is er gesproken over de mogelijkheid dat vrijwilligers worden opgenomen in het reguliere leger.

Begin juli, maakte Najev bekend dat mensen zonder ‘recht op het dragen van wapens’ niet welkom zijn aan het front in het oosten van Oekraïne, in Donbass. Najev verklaarde:

“Wat de mensen betreft, die vroeger heen en weer reisden voor het uitvoeren van onduidelijke taken op het gebied van militaire handelingen, die geen recht hebben op het dragen van wapens (…), deze mensen die nu niet in de structuur zijn opgenomen van enig machtsorgaan, zijn officieel, volgens de normen van de wet, niet gerechtigd zich te bevinden in de zone van strijdhandelingen”

Andrej Stempitskij, commandant van het Oekraïense Vrijwilligerskorps ‘Pravij Sektor’ (Rechtse Sector), verklaarde in een reactie:

“Vrijwilligers zullen alleen het gebied van de Anti-Terroristische Zone verlaten als die territoria zijn bevrijd die nu worden bezet door de Russische Federatie. Met inbegrip van de Krim.”

Niet lang na deze uitspraken hebben Najev en Dmitro Jarosj, parlementslid (tot 2015 voor Rechtse Sector) en tevens belangrijkste bevelhebber van het ‘Oekraïense Vrijwilligerskorps’, een ontmoeting gehad over de status van de vrijwilligersbataljons. Na de bijeenkomst heeft de ‘Joint Forces Operation’ van de Oekraïense regering de onderstaande verklaring op haar Facebookpagina gepost. In de verklaring wordt gesuggereerd dat vrijwilligers mogelijk via een contract werkzaam kunnen worden in het reguliere leger. Toch wordt over een overeenkomst nog niet gesproken.

“De participatie van gemotiveerde strijders van het Oekraïense Vrijwilligersleger in elk onderdeel van de strijdkrachten van Oekraïne (inclusief als een volledige uitgeruste eenheid) zijn besproken onder de voorwaarde dat ze een contract tekenen (inclusief de mogelijkheid van een korte termijncontract).”

Jarosj heeft na de bijeenkomst op zijn Facebookpagina het volgende verklaard:

“We hebben elkaar ontmoet, informatie uitgewisseld, we hebben de huidige situatie en vooruitzichten besproken. We hebben elkaar verzekerd dat eenheid kracht is en dat mensen die verenigd zijn door het idee van de statelijkheid van de Oekraïense natie iedere vijand kunnen verslaan, voornamelijk het Moskovische Rijk, en we zijn het eens geworden om gezamenlijk de bevrijding van de regio’s Donetsk en Loegansk te vieren. De Krim is niet vergeten.”

Jarosj voegde er nog aan toe dat een aantal militaire eenheden van het vrijwilligersleger hun taken als gewoonlijk zullen voortzetten.

Het door de Oekraïense overheid voorgestelde idee is niet nieuw. Al eerder beweerde Oekraïne dat er zich geen vrijwilligersbataljons aan het front tussen Oekraïne en de niet erkende volksrepublieken DNR en LNR bevonden. Een recente reportage van VICE maakte duidelijk dat deze bewering niet klopte. Soldaten die Novini aan het front heeft gesproken in de DNR bevestigen dat vrijwilligersbataljons nog steeds aan het front actief zijn.

Daarnaast wordt vanuit het leger van de Volksrepubliek Donetsk gemeld dat de vrijwilligersbataljons zich veel minder aan het staakt het vuren houden dan het reguliere Oekraïense leger. Naar verluidt braken er bij diverse gelegenheden zelfs gevechten uit tussen het Oekraïense leger en vrijwilligersbataljons. Indien Oekraïne de daad bij het woord weet te voegen en de vrijwilligersbataljons kan integreren in het Oekraïense leger zou dit daarom een grote stap in de richting kunnen betekenen van een duurzaam staakt-het-vuren.

Sinds kort heet de Oekraïense militaire operatie in Oost-Oekraïne niet langer ‘Anti-Terroristische Operatie’ maar ‘Joint Forces Operation’. Hoewel Oekraïne fel bestrijdt dat er sprake is van een burgeroorlog in Oost-Oekraïne, maar van een Russische invasie spreekt, wil zij ook niet stellen dat Oekraïne in oorlog is met Rusland. Deze rare situatie komt deels voort uit vrees voor een militaire reactie vanuit Rusland, deels omdat dit een einde kan betekenen voor leningen die Oekraïne nu van het IMF krijg.

Posted on

OVSE: “Beschietingen Oost-Oekraïne ergste in heel 2018”

Wederzijdse beschietingen hebben de afgelopen twee dagen grotere proporties aangenomen in Donbass. Vooral in de buurt van Gorlovka zou hard worden gevochten. Ook is in de voorbije dagen een brug opgeblazen bij een sabotageactie. 

7700 overtredingen van het staakt het vuren, meldt de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE). De OVSE noemt de beschietingen van afgelopen week de ergste van heel 2018. Lokale bronnen vergelijken de beschietingen zelfs met die van 2014. De OVSE roept beide partijen op te stoppen met vuren.


Op dinsdag melde de Oekraïense politie dat Talakivka, een stadje vlakbij de frontlinie, werd beschoten. Bij de beschietingen zouden zo’n tien auto’s in brand zijn gevlogen en een huis zijn getroffen. Volgens de politie zou de Volksrepubliek Donetsk (DNR) achter de beschietingen zitten.

Eerder op maandag werd melding gemaakt van een Oekraïense aanval met onder andere tanks in de buurt van Gorlovka, in de Volksrepubliek Donetsk (DNR). Hierbij zouden een Oekraïense tank en een ander pantservoertuig vernietigd zijn. In totaal zouden minimaal drie DNR-soldaten gevangen genomen zijn. Alleen in de afgelopen week zijn al vier doden gevallen in de buurt van Gorlovka bij artilleriebeschietingen. Maandag nog zouden vier burgers gewond zijn geraakt.

Tevens zou op maandag in de Volksrepubliek Loegansk (LNR) een brug zijn opgeblazen. Volgens de geheime dienst van de LNR betreft het hier een sabotage actie. Door de explosie is zowel de brug als de onderliggende spoorlijn geblokkeerd. Door het opblazen van de brug zou het transport van zware voertuigen worden bemoeilijkt die in de Krasnij Lutj zijn opgeslagen.

Afgelopen weken waren er al geruchten van troepenopbouw vanuit zowel Oekraïense kant als de kant van de DNR. Vorige week doken er op sociale media berichten op over treinen in Oekraïne die richting de frontlinie reden met zwaar militair materieel. Zondag nog werd door pro-DNR-bronnen gemeld dat er Oekraïense voertuigen zijn aangekomen in Donbass. De DNR zou het elitebataljon ‘Somali’ naar de regio van Gorlovka hebben gestuurd nadat Gorlovka herhaaldelijk is beschoten. Ook waren er geruchten dat het DNR-tankbatalion ‘Diesel’ die richting op is gestuurd. Aan Oekraïense zijde werd bij Gorlovka het extreemrechtse Donbass-bataljon ingezet.

 

De situatie in de Donbass was de afgelopen tijd al gespannen. Eerder werd bekend dat het Oekraïense leger stukken van de neutrale zone in de buurt van Gorlovka heeft ingenomen. Daarnaast werd één van de waterzuiveringsstations bij Donetsk beschoten. In de regio werden ook Grad-raketten ingezet (zie videobeelden hierboven). Op het diplomatieke front lijkt bijzonder weinig te gebeuren. Het hoofd van de DNR heeft inmiddels het bevel gegeven om vijandelijke voertuigen uit te schakelen in het geval van een aanval.

Posted on

De hypocrisie rond Oost-Ghouta

Syrië is weer het brandpunt van de wereld. Na de herovering van Aleppo, de nederlaag van IS en de (momenteel) gestaakte strijd in de provincie Idlib heeft het Syrische leger de strijd verplaatst naar Oost-Ghouta nabij de hoofdstad Damascus. Het statuut van een de-escalatiezone dat Oost-Ghouta tijdens de Astana vredesbesprekingen had verkregen heeft niet standgehouden. De willekeurige mortier- en raketaanvallen die de islamitische strijders van Oost-Ghouta op de hoofdstad Damascus uitvoeren verschaffen het Syrische leger het motief om deze rebellenenclave deze keer definitief onder controle te krijgen. Dr. Bashar Jaafari (Syrische vertegenwoordiger bij de VN) maakte dit duidelijk door tijdens een zitting van de Veiligheidsraad over Oost-Ghouta te stellen dat het gebied een tweede Aleppo zou worden. Naast het feit dat Oost-Ghouta voor het Syrische leger een strategisch zeer belangrijk gebied is, is er nog een bijkomende reden achter deze reconquista: hoe meer grondgebied Assad onder controle heeft des te sterker zijn onderhandelingspositie in de toekomst. Want hoe graag velen ook stellen dat de Syriërs hun eigen toekomst zonder Assad moeten bepalen, hij heeft (in zekere mate) deze oorlog militair gewonnen en dus ook zijn positie aan de onderhandelingstafel verworven. Zij het wel dat Assad een pyrrusoverwinning heeft behaald met het behouden van de macht over een gedecimeerd en verwoest land. Desalniettemin is er tot grote frustratie van zijn tegenstanders in het Westen, Turkije en de Golfstaten (momenteel) geen sprake meer van een regimewissel in Damascus.

Ondertussen woedt de oorlog in Syrië echter verder met als gevolg dat er nog steeds duizenden doden blijven vallen en burgers moeten vluchten voor oorlogsgeweld. Deze onschuldige burgers kunnen nergens terecht en zijn het voornaamste slachtoffer van dit internationale conflict dat al 7 jaar lang op Syrisch grondgebied wordt uitgevochten.  Dit gaat ook op voor de strijd die zich momenteel in Oost-Ghouta afspeelt. In de media wordt de gruwel van de Russische en Syrische bombardementen terecht veroordeeld maar tegelijkertijd worden bepaalde aspecten van deze strijd onderbelicht. Wat ik zelf door mijn reizen naar Syrië heb geleerd is dat in deze oorlog het makkelijke zwart/wit-beeld van helden en demonen niet meer valt te hanteren. Assad heeft oorlogsmisdaden begaan maar hij is lang niet de enige partij in Syrië die dit doet. Hiermee doel ik op het bombarderen van burgerdoelen door de jihadisten die zich momenteel in Oost-Ghouta bevinden. Het klopt dat deze islamitische strijders maar een fractie van de vuurkracht van het Syrische leger en zijn bondgenoten bezitten maar dat neemt het feit dat hun onwillekeurige aanvallen honderden onschuldige levens eisen niet weg. Het stoort mij dan ook dat aan het lijden van deze onschuldige burgers van Damascus geen aandacht wordt besteed. De reden dat hier zo weinig over wordt bericht is dat zij zich volgens sommigen in het Westen aan de foute zijde van dit conflict bevinden. Wie onder de hoede van deze dictator leeft heeft geen recht op een slachtofferstatus. Een simplificatie van deze vreselijke oorlog die ik in mijn boek Het dagboek van granaten in Damascus heb trachten te weerleggen. Want ook deze burgers zijn het slachtoffer van het oorlogsgeweld en ook hun grootste wens is dat deze oorlog zo snel mogelijk word beëindigd.

Rebellen of jihadisten ?

De Syrische oorlog blijft een complex conflict waaraan verschillende partijen elk met hun eigen streven deelnemen. Oost-Ghouta is daar geen uitzondering op. Vandaag de dag controleren terreurbeweging Hay’at Tahrir a-Sham (het vroegere Al-Nusrafront m.a.w. Al Qaida in Syrië) en andere radicaalislamitische groeperingen zoals Faylaq al-Rahman, Ahar al-Sham en Jaysh al-Islam (het leger van de Islam) het grondgebied van Oost-Ghouta. In de media worden deze groeperingen simpelweg rebellen genoemd maar dit etiket dekt niet de volledige lading van deze strijders. Want door hen simpelweg rebellen te noemen wordt voorbijgegaan aan het feit dat Hay’at Tahrir a-Sham en Jaysh al-Islam dezelfde extremistische ideologie als IS uitdragen. In het verleden hebben deze ‘rebellen van Oost Ghouta’ ook met IS samengewerkt in hun strijd tegen het Syrische leger. Ook dat is iets wat we te weinig horen in de media. De burgers van Oost-Ghouta lijden ook onder hun bewind. Vorig jaar werd dit nog duidelijk toen op het internet en sociale media video’s werden gedeeld van Jaysh al-Islam die het vuur opende op protesterende burgers in Douma (Oost-Ghouta). Zij kwamen op straat tegen het geweld dat voortkwam uit de onderlinge gevechten tussen deze jihadistische groeperingen en het antwoord op hun roep om vrede waren geweerschoten. Maar Jaysh al-Islams beruchtste misdaad is waarschijnlijk het gebruiken van de in Adra gevangengenomen burgers als levend schild. Honderden Syriërs – vaak burgers afkomstig uit religieuze minderheden – werden in metalen kooien opgesloten en nadien in de straten van Douma gehangen. Zogezegd als bescherming tegen bombardementen.

Aangezien Hay’at Tahrir a-Sham door Rusland als een terreurbeweging wordt beschouwd zijn ze voor hen dan ook een legitiem doelwit. Andere gewapende rebellen weigerden volgens Russische bronnen in te gaan op onderhandelingen via het Russische bemiddelingscentrum. En dus werd gewapende strijd volgens Rusland de enige optie. En zo komen de onschuldige Syrische burgers van Oost-Ghouta weer terecht in een door mensen gecreëerde hel. Ze kunnen nergens terecht want door de jihadistische groeperingen worden ze – al dan niet onder dwang – gebruikt als gijzelaars en menselijke schilden. Anderzijds verduren ze de gruwel van de Syrische en Russische bombardementen die deze jihadisten trachten te verdrijven. In het Westen reageert men hierop door vanuit een morele hoogte Syrië en Rusland eenzijdig te veroordelen. Volledig misplaatst, want ook het Westen heeft een aandeel in deze hel. Ze hebben jarenlang deze islamitische strijders bewapend in hun strijd tegen Assad. Er is momenteel geen openlijke steun aan de strijd van deze jihadisten, maar dat neemt niet weg dat ze hun strijders waren in de proxyoorlog gericht op een regimewissel in Damascus. Tegelijkertijd zorgt de opnieuw opgelaaide Koude Oorlog tussen het Westen en Rusland ervoor dat er in Syrië een dubbele standaard wordt gehanteerd. Westerse bommen op jihadisten zijn zogenaamd rechtvaardig maar die van anderen niet. Maar dat maakt het niet minder waar dat de terreur van de jihadisten in Oost-Ghouta van dezelfde soort is als dan die van IS. Ook hebben de burgers van Mosoel en Raqqa – die ook moesten worden ontzet van islamitische terreur – dezelfde gruwel moeten ervaren als wat vandaag de realiteit is voor de burgers van Damascus en Oost-Ghouta. Maar toch krijgen de onschuldige burgers van Raqqa en Mosoel een ander statuut dan die van Oost-Aleppo en Oost-Ghouta. Dit alles op basis van de geopolitieke doelen van het Westen, die als maatstaf dienen om te bepalen wie goed en slecht is in Syrië. Terwijl de tragische realiteit is dat iedereen – evengoed Assad als zijn tegenstanders – burgerdoden op zijn geweten heeft en dit onderscheid niet meer valt te maken. Dat de media ook een wapen is in de strijd die zich momenteel tussen het Westen en Rusland afspeelt is de afgelopen week weer duidelijk gebleken in de berichtgeving over het conflict in zowel Russische als Westerse media.

Geen hoop op vrede

Maar toch probeert men in het belang van de onschuldigen de wapens te laten zwijgen. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties nam dit weekend resolutie 2401 aan. Hierin wordt geëist dat alle partijen voor minstens 30 dagen een wapenstilstand houden en toestaan dat humanitaire konvooien de belegerde plaatsen kunnen bereiken en medische evacuaties kunnen uitvoeren. Maar de resolutie sluit IS, Al Qaida en andere terreurbewegingen uit. Het is dus duidelijk dat de wapenstilstand niet zal standhouden aangezien de andere islamitische strijders volgens het Syrische leger en zijn bondgenoten ook onder de noemer van een terreurbeweging vallen. Bronnen in Syrië melden dat momenteel enkel Douma zal worden ontzien. Dr. Jaafari zal dus waarschijnlijk gelijk krijgen. De islamitische strijders in Oost-Ghouta zullen niet kunnen standhouden tegen de gecombineerde Syrische en Russische vuurkracht. De beruchte groene bussen zullen ook deze strijders en hun families naar de provincie Idlib brengen. De Syrische stortplaats voor jihadisten waar in de nabije toekomst de volgende strijd en daaraan verbonden mediastorm zal ontstaan. Vrede in Syrië blijft momenteel een utopie. Het is en blijft een strijdplaats tussen Rusland en het Westen alsook tussen Iran en de andere regionale machten. De strijd in Syrië zal pas volledig staken als de (regionale) grootmachten en hun plaatselijke (Syrische) bondgenoten denken dat ze door middel van geweld hun doelen niet meer kunnen bereiken. En dat punt is momenteel helaas nog niet bereikt. Dus blijft de tragische realiteit van de Syrische oorlog dat geopolitieke belangen zwaarder wegen dan het menselijke leed dat uit deze oorlog ontstaat. Of het resultaat in Syrië uiteindelijk een fragiele vrede of een bevroren conflict zal worden valt niet te voorspellen en kan enkel de toekomst uitwijzen.