Posted on

Vooruitgang in stroom- en watervoorziening Krim

De voorziening van de Krim met water en stroom boekt vooruitgang. De potentiële aantasting van de zoetwaterlens van het schiereiland blijft echter een punt van zorg.

Nadat de bewoners van de Krim zich vijf jaar geleden in grote meerderheid voor afscheiding van Oekraïne en aansluiting bij de Russische Federatie uitspraken, blokkeerde de Oekraïense overheid niet alleen de verkeerswegen naar het schiereiland, maar ook alle water- en stroomverbindingen. Dit leidde tot grote maatschappelijke en ecologische problemen.

Stroomvoorziening

Rusland reageerde met de aanleg van vier zeekabels vanuit het Koebangebied door de straat van Kertsj naar de Krim met een capaciteit van 800 Megawatt. Verder begon men de bouw van twee thermische elektriciteitscentrales in Sebastopol en Simferopol. Deze konden beide in maart in gebruik genomen worden en zijn in staat nog eens 940 Megawatt stroom te leveren. Samen met de al eerder door Rusland aangeschafte kleine gascentrales voor het hoogseizoen, die via een eind 2016 reeds in gereedheid gebrachte gasbrug beleverd worden, lijkt daarmee voor 2019 de stroomvoorziening van het schiereiland weer helemaal afgedekt.

Watervoorziening

De watervoorziening is echter een groter probleem. Naast het stilleggen van grote delen van de landbouwactiviteiten op de Krim, zet de overheid ook in op het tegengaan van verliezen in het leidingensysteem en de ontsluiting van lokale bronnen door de aanleg van stuwbekkens, omleidingen van natuurlijke waterlopen, het aanboren van bronnen en de bouw van drie waterzuiveringsinstallaties. Op deze manier moet tegen het einde van dit jaar ook een omvattende watervoorziening gerealiseerd zijn.

Zoetwaterlens

Punt van zorg is dat een deel van de maatregelen ten koste gaat van de fragiele zoetwaterlens onder het schiereiland, die door zout water verdrongen dreigt te worden. Dit grote ecologische probleem is eigenlijk alleen goed te verhelpen door hervatting van de watertoevoer van het vasteland. Plannen voor een leidingensysteem over de Straat van Kertsj zijn echter nog niet ter hand genomen.

Posted on 1 Comment

Waarom Russisch paspoort voor veel inwoners Donbass van levensbelang is

Rusland krijgt opnieuw felle kritiek uit het Westen. Ditmaal omdat het besloten heeft het voor inwoners van de Volksrepublieken Donetsk en Loegansk gemakkelijker te maken om Russische paspoorten te krijgen. Westerse commentatoren vermoeden vooral geopolitieke motieven, er zijn echter ook humanitaire redenen voor het besluit. Een reisverslag uit 2016 geeft inzicht in de situatie waarmee de bevolking van Donbass te kampen heeft.

Na maanden voorbereiding kondigde het laatste deel van de reis zich aan: de taxirit van de Russische stad Rostov-aan-de-Don naar Donetsk, de hoofdstad van de niet-erkende Volksrepubliek Donetsk. Het spannendste onderdeel van de reis moest echter nog komen: de grensovergang. De angst zat er goed in dat de Russische beveiligingsambtenaar “NJET!” zou zeggen en daarmee in één keer alle moeite te niet zou doen. De grenswacht had deze angst waarschijnlijk opgemerkt en grapte naar zijn collega: “Kijk, ze maken zich zorgen! Rammel maar wat met je handboeien.” De grap brak het ijs. Later pas bleek hoeveel ellende de reis op dat moment werd bespaard.

Glimlach

De reis ging verder, richting Donetsk. Met een glimlach op zijn gezicht legde de taxichauffeur uit in welke situatie hij was beland (en met hem velen anderen) omtrent het terugbetalen van zijn leningen. “Voordat de oorlog begon waren er natuurlijk een boel mensen die leningen hadden afgesloten. Maar nadat de oorlog was begonnen, werden veel banken gesloten.”

De glimlach werd groter en hij zei “Ik wou mijn schulden terugbetalen, maar kon dat niet. Dus op een dag belde de bank en zei dat we onze schulden moesten terugbetalen. Ik legde uit waarom dat niet kon, de bank zei daarop dat ze iemand zouden sturen om het bedrag op te komen halen als ik niet zou betalen.” Hij op zijn beurt gaf zijn adres en zei dat ze welkom waren.

Toen de medewerker het adres had gekregen was hij een tijdje stil, vertelde dat de bank had heroverwogen en besloten had toch niemand te sturen. De hierboven beschreven situatie geeft goed aan in wat voor situatie veel mensen in Donetsk verkeren. Mensen vallen hier constant tussen wal en schip.

Gevangen in eigen land

“In de Sovjet-Unie was het makkelijk om te reizen”, legde een medepassagier ons uit. De vrouw vertelt: “Er waren geen grenscontroles [binnen de USSR] en we konden reizen wanneer we wilden.” Ze benadrukte dat “zij zich niet voelden als Russen, Oekraïners, Wit-Russen of wat dan ook. We waren allemaal deel van een groot land: De Sovjet-Unie.” Dit beeld blijft bestaan tot de dag van vandaag. Haar familie woont overal: in Oekraïne, in Rusland, in Wit-Rusland, waarmee ze nogmaals benadrukt hoe belangrijk het is om naar het buitenland te kunnen reizen.

Op het moment waarop ik dit stuk oorspronkelijk schreef waren er namelijk veel inwoners van de Donbass die in zekere zin gevangen waren in eigen land. Weliswaar waren er door deze niet-erkende landen al paspoorten uitgegeven, maar niemand erkende ze. Om naar het buitenland te reizen is er een Oekraïens paspoort nodig dat aan mensen is verstrekt voor de oorlog. Voor een hele generatie mensen die geen Oekraïense paspoorten hebben is het daarom onmogelijk geworden om naar het buitenland te reizen. Dit veranderde pas in het voorjaar van 2017, toen Poetin per decreet besloot officiële documenten uit de Volksrepublieken Donetsk en Loegansk te erkennen.

De Russische erkenning van documenten uit LNR en DNR*

Voor de verordening waren veel mensen in de Volksrepublieken* afhankelijk van hun Oekraïense paspoorten. Zonder deze paspoorten was het onmogelijk om naar het buitenland te reizen, naar Rusland bijvoorbeeld. Als men niet beschikte over een Oekraïens paspoort omdat men het tijdens de burgeroorlog kwijt was geraakt, kon men de Volksrepublieken niet uit. De afhankelijkheid van een Oekraïens paspoort is zelfs nog groter als men bedenkt dat veel mensen er voor kiezen via Russisch territorium naar door Oekraïne gecontroleerd territorium te reizen. Evgenia van Amerongen, een manager die werkt voor een busbedrijf, legt de moeilijkheden uit:

“Men moet de oversteek maken via de scheidingslijn (tussen Donbass en Oekraïne – SB). De oversteek verloopt via een controlepost van de DNR/LNR en Oekraïne. Al deze controleposten bevinden zich in ‘instabiele gebieden’. Bijvoorbeeld Zaitsevo, Marinka, Stantisija Luganskaya.” Van Amerongen vervolgt: “Omdat veel mensen hun leven niet willen riskeren, kiezen ze ervoor te reizen via Rusland en dus hebben ze een Oekraïens reisdocument nodig. De situatie is veranderd nu de Russische Federatie besloten heeft paspoorten uit Donbass te erkennen. Inwoners van Donbass kunnen zelfs zonder visum naar Rusland reizen.”

Trouwaktes, diploma’s

De problemen beperken zich echter niet tot reisdocumenten. Ook andere officiële documenten uit de Donbass worden niet erkend. Te denken is aan trouw- en scheidingsaktes. Een soortgelijke situatie bestaat onder studenten. Voor het presidentiële decreet waren studenten die studeerden in Loegansk of Donetsk er nooit van verzekerd of de graad waarvoor zij leerden ooit iets waard zou zijn. Slechts recentelijk heeft het ministerie van Onderwijs van de Russische Federatie tijdelijke diploma’s uit de Volksrepublieken erkend.

Maar deze maatregel gaf studenten nog geen duidelijkheid of de diploma’s ook het volgende jaar nog erkend zouden zijn. “Voorheen waren onderwijscertificaten erkend door Russische universiteiten, op grond van een verordening van het ministerie van Onderwijs” legt Sana Samoylenko, een student aan de Universiteit van Loegansk uit. “De verordening was ondertekend voor een jaar, dus ieder komend jaar zou het ministerie van Onderwijs het moeten vernieuwen.” De nieuwe verordening haalt deze twijfel weg. Samoylenko: “Nu zijn studenten ervan verzekerd dat hun certificaten worden geaccepteerd, zonder de angst dat de vorige verordening van het ministerie van Onderwijs niet zou worden verlengd.”

Verder maakte het decreet van 2017 het mogelijk om voertuigregistratie uit de Volksrepublieken te accepteren in Rusland.

“Elena”

Met het geluid van een koffiezetapparaat op de achtergrond begonnen we ons eerste interview met Elena (pseudoniem), een journaliste die werkt voor een groot Russisch persbureau. Sinds het begin van het conflict werkt ze als journaliste in haar geboortestreek: de Donbass. Na de gebruikelijke inleidende vragen vroegen wij haar de voor de hand liggende vraag over persvrijheid in het rebellengebied: Waarom durf je je gezicht niet op camera te laten zien?

“In Oekraïne wonen mijn naaste verwanten”, antwoord ze. “Ik ben gewoon bang dat als ik mijn gezicht laat zien en mensen deze reportage zien, dat mijn familie problemen zal krijgen. Ze kunnen worden opgeroepen door de SBU (Oekraïense veiligheidsdienst) en worden verhoord. Ik wil niet dat zij vanwege mijn werk in problemen komen.” Het is echter niet de enige reden waarom Elena liever anoniem blijft. Ze is namelijk nog steeds burger van Oekraïne. “Ik zou graag willen reizen naar Oekraïne en niet dat ze mij vasthouden en zeggen, hier, we hebben een [strafwet]artikel bedacht over separatisme en terrorisme en dat ze mij daarna opsluiten.”

Intimidatie van journalisten

“Er zijn veel voorbeelden”, vertelt Elena over journalisten die werken in Donbass maar problemen hebben in Oekraïens gebied. “Er is in Oekraïne een website genaamd ‘Mirotvorjets’. Ze publiceren alle informatie over journalisten en hun verwanten met paspoorten, geboortedata. En mensen die daar familie hebben worden door hen onder druk te zetten naar Oekraïne gelokt, zodat ze hen gevangen kunnen zetten.”

Deze situatie gaat trouwens niet alleen op voor journalisten, maar ook voor soldaten in de volksmilitie (het de facto-leger van LNR en DNR) en zelfs voor lokale ambtenaren. Reizen naar Oekraïne om daar bijvoorbeeld een nieuw Oekraïens paspoort aan te vragen zit er om die reden voor veel inwoners van Oost-Oekraïne niet in.**


* In Rusland wordt doorgaans verwezen naar de DNR en LNR in officiële taal als ‘Bepaalde gebieden in de oblasten Donetsk en Loegansk’.

** Overigens hebben niet alleen lokale bewoners problemen met het reizen van en naar Oost-Oekraïne. Ook journalisten wordt het niet makkelijk gemaakt om naar de DNR en LNR te reizen. Een goed voorbeeld is dat van Oxana Chelysheva, een journalist die in ballingschap leeft uit angst om terug te keren naar Rusland, haar geboorteland. Daar het niet mogelijk was via Rusland te reizen moest ze de Oekraïne-route nemen. In ieder geval had ik verwacht dat een Russische dissidente doorgang zou worden gegeven naar rebellengebied door een land dat zo worstelt met ‘Russische agressie’, toch schrijft ze ironisch: “Terwijl ik in Donetsk had kunnen zijn, reisden alle westerse journalisten via de Russische Federatie.”

Posted on

Syrië – Als een mes door zachte boter

Afgelopen week publiceerde de Franse krant Le Monde een artikel waarbij deze het Syrische leger ridiculiseerde en het omschreef als een soort alawitisch – een der tientallen religieuze minderheden in het land –  huurlingenleger dat militair amper iets voorstelt. Maar Le Monde is wat betreft de buitenlandse berichtgeving, en zeker Syrië, niet veel meer dan de spreekbuis van de Franse regering, of dat nu Nicolas Sarkozy, François Hollande of Emmanuel Macron is.

Onderhandelen

Ondertussen staat dit leger op het punt het land geheel te zuiveren van die dikwijls uit het buitenland afkomstige salafistische terreurgroepen. Zonder hulp van Hezbollah of de buitenlandse door Iran aangebrachte vrijwilligers viel het op 20 juni de door die jihadisten bezette delen van de provincies Daraa, Quneitra en Sweida aan. Met daarbij het zuidelijk stuk van de provinciehoofdstad Daraa, goed voor ongeveer 50%. Een stad met normaal tot 150.000 inwoners, voorsteden incluis.

De militaire toestand in het gebied voor het Syrische leger op 20 juni met zijn aanval begon. De stad Daraa ligt in het zuiden van de rode uitstulping vlakbij Jordanië.

 

Een goede twee weken later was het oostelijk deel van dit gebied praktisch geheel veroverd op die jihadisten. En daarbij dient men dan nog rekening te houden met het feit dat het grootste deel van de tijd verloren werd met onderhandelingen met die groepen in de hoop zoveel mogelijk bloedvergieten en vernielingen te vermijden.

Niet simpel want alhoewel al Qaida hier minder sterk staat dan in de noordelijke provincie Idlib, zorgde die ook hier voor veel problemen. Desondanks ging het Syrische leger als een mes door zachte boter door de verdedigingslinies van die terreurgroepen. Wat nog maar eens toont welke fantasierijke verhalen kranten als Le Monde publiceren.

Dorpsnotabelen die een overeenkomst met de regering wilden tekenen bekochten dat zeker in het begin van dit offensief en ervoor niet zelden met hun leven. Wat op dit ogenblik nog te veroveren is zijn twee gebieden pal aan de door Israël bezette Golanhoogvlakte. Een stuk ervan bezet door al Qaida en haar bondgenoten en een in handen van de groep Khalid ibn al Walid, een filiaal van ISIS.

Bij deze militaire operatie werden door het regeringsleger o.m. ook voorraden Franse telegeleide antitankraketten ontdekt alsmede Britse pantservoertuigen. Geen toeval want in 2003 gaf de EU de toelating aan haar lidstaten om officieel wapens te leveren aan wat men dan de gematigde (sic) rebellen noemde. Gematigde rebellen die nu deels zijn overgelopen naar Khalid ibn al Walid, de mannen van ISIS. Met hun Franse en Britse wapens.

Eigen boontjes doppen

Voor de Syrische en ook Jordaanse regering is dit een goede en vooral zeer belangrijke zaak. Vanaf nu immers kan de handel tussen Jordanië en Syrië weer op gang komen. De autoweg tussen de Jordaanse hoofdstad Amman en de Syrische steden Damascus, Homs en Hama kan aldus weer geopend worden. Een economisch zeer positieve ontwikkeling.

De militaire situatie op 6 juli toen men de grensovergang bij het stadje Nasib had veroverd. Groen is al Qaida en haar bondgenoten. Zwart is ISIS en rood het Syrische leger.

 

Vermoedelijk zal eind deze maand het hele gebied aan de Jordaanse en Israëlische grens weer geheel in handen van de Syrische regering komen. Waarna deze troepenmacht zich noordwaarts zal verplaatsen naar de provincie Idlib. De eerste berichten uit de Russische media en het Syrische leger wijzen in die richting. Maar dan is het vermoedelijk al september.

Noch de VS noch Israël lijken tegenwoordig enig bezwaar te maken tegen deze ontwikkeling in het zuiden van Syrië. Eerst klonk het in Washington dat er ernstige gevolgen voor Syrië zouden zijn als men dit gebied aan zou vallen.

De week nadien liet men echter al verstaan dat wat Washington betreft die jihadisten hun eigen boontjes moeten doppen. “Ze staan er alleen voor”, klonk het daar. De wispelturigheid van de VS bewijzend. Wat al jaren hier het geval is.

Het was het signaal voor Damascus om met de aanval te starten. En voor Israël, zoals men officieel verklaarde, is er geen enkel probleem dat het Syrische leger als enige de grens met de zionistische staat bewaakt.

Plots kan premier Benjamin Netanyahu er mee leven. Het was ooit anders. Zijn vermeende basiseis is dat er daar geen troepen van Hezbollah en Iran gestationeerd worden. Wat voor beiden geen probleem lijkt. Syrië heeft hen militair ook niet meer nodig.

Wat ook opviel en zorgde voor moeilijke onderhandelingen was dat men die jihadisten in ruil voor een overgave zoals elders geen busticket richting Idlib meer beloofde. “Men gaat dit gebied toch weldra aanvallen’’, klonk het hier en daar in Syrische regeringskringen.

De militaire situatie op 13 juli toen het grensgebied met Jordanië terug in Syrische handen was. Alleen het door ISIS gecontroleerde gebied blijft nog te bevrijden. Deze nacht 14 juli werd ook het stadje al Harrah veroverd. Een zeer belangrijke zet daar hier de belangrijkste afluisterbasis van Syrië en ook Rusland was waarmee men Israël in de gaten hield. Deze zat op een heuvel en werd voorheen met Israëlische steun door die jihadisten veroverd. Deze basis kijkt ook neer op de rest van dit gebied. Al Harra situeert zich in het noorden van de door de jihadisten bezette zone.

 

Beslan

En dat men Idlib gaat aanvallen is logisch. Vooreerst is al Qaida daar de veruit sterkste partij, zijn er cellen van ISIS actief en, belangrijk, bevinden er zich grote aantallen vrijwilligers uit de vroegere Sovjet-Unie die onder de vlag van de Turkestan Islamic Party (TIP) in een vaste alliantie met al Qaida zitten. Waarbij die TIP recentelijk nog met enkele tientallen drones een serie mislukte aanvallen op de Russische luchtmachtbasis van Khmeimim uitvoerde.

En tussen de Russen en die TIP zijn er, waaronder voor de twee oorlogen voor de controle over Tsjetsjenië, nog een serie rekeningen die openstaan. Moskou is bijvoorbeeld zeker niet de gijzeling op 3 september 2004 van die lagere school in Beslan vergeten. Hierbij vielen er eventjes 783 gewonden en 334 doden waaronder 186 kinderen.

En het vernielen van die jihadisten is de voornaamste reden waarom Rusland in Syrië aan de kant van de Syrische regering staat. Verwacht dus een erg bloedig gevecht. Een symbolische mogelijk laatste veldslag van het Russische leger tegen die salafistische terreurgroepen. Hier zal veel bloed vloeien.

Koerden

Ook in de relatie van de Syrische regering met de Koerdische nationalisten van de YPG zijn er positieve ontwikkelingen. Zo voeren beiden nu onderhandelingen en volgens Syrische bronnen zou de YPG twee voorname eisen hebben, zijnde onderwijs in de eigen taal en een vertegenwoordiger op het ministerie van Olie. Een centenkwestie.

Gisteren lekte bij de YPG ook uit dat er met de regering een akkoord is om gezamenlijk de Tabqa-dam op de Eufraat te beheren. Die dam regelt het peil van de Eufraat, zorgt voor de irrigatie van die vallei en de energievoorziening van een groot deel van het land. Het is op dit vlak de belangrijkste installatie van het land.

Na de bevrijding van de provincie Daraa ontdekte het Syrische leger onder meer grote hoeveelheden Franse en Britse wapens waaronder deze Apilas, telegeleide raketsysteem. Geleverd zonder toestemming van het Franse parlement aan salafistische terreurgroepen actief in een ander land. Zonder discussie een oorlogsmisdaad. Over die vondst niets in Le Monde. Wat dacht je.

 

Probleem is hier welke Koerdische taal men zou moeten onderwijzen. Er zijn er immers vier. En de vraag is of Damascus hiertoe wel bereid zal zijn. Die Koerdisch-nationalistische groepen krijgen immers steun van Israël en de VS en zowel in Iran, Irak, Syrië als Turkije is men radicaal tegen elke mogelijke stap richting een eigen staat gecontroleerd door die nationalisten.

Maar de YPG beseft nu ook wel dat de VS een totaal onbetrouwbare partner is en men nu eenmaal moet leven met de Syrische regering, een veel sterkere partij dan zij. Typerend is dat zij recent een district van de provinciehoofdplaats Hassaka overdroegen aan het Syrische leger die er al een deel van die stad met de centrale administratie nog steeds bezet.

Ook is men in het kader van wat de YPG het opkuisen van die zone noemt bezig met het verwijderen van de beeltenissen van Abdullah Ocalan, de leider van de Turkse PKK. Het was een basiseis van Damascus. Ook is er terug handel mogelijk over de Eufraat tussen het gebied van de Syrische regering en dat waar de VS met de YPG de baas is.

Donald Trump

Volgens berichten in de Russische media zou de kwestie Syrië trouwens centraal staan bij het gesprek van Vladimir Poetin en Donald Trump. Het lijkt er dan ook op dat de VS zich vrij snel uit Syrië gaan terugtrekken.

Toen de YPG met steun van de VS de stad Rakka op ISIS veroverden plaatste men een enorme spandoek met daarop de Turkse PKK-leider Abdullah Ocalan op het centrale plein van Rakka. Zowel in Ankara als in Damascus was men woest. Diens beeltenis verdwijnt nu overal. Officieel een opfrissingsactie genoemd om het netjes te houden. Netjes inderdaad.

 

Trump stelde in het recente verleden trouwens herhaalde malen dat hij weg wil uit Syrië. Het is dan ook geen toeval dat Netanyahu recent nog maar eens voor een zoveelste maal bij Poetin op bezoek was. Of hij veel bekomen heeft is echter zeer twijfelachtig.

Voor Syrië is de oorlog alleszins een aflopende zaak. Van de beweringen van de door de staten van het Arabisch schiereiland, de VS of het Verenigd Koninkrijk betaalde ‘deskundigen’ over de snel te verwachten val van de Syrische regering blijft niets meer over.

Hetzelfde toen diezelfde ‘specialisten’ de bewering in 2016 van president Bashar al Assad over het geheel heroveren van zijn land weglachten. Als figuren als Jorn De Cock, Charles Lister, Eliot Higgins (Bellingcat), Hassan Hassan, Montasser Alde‘emeh of Koert Debeuf nu nog lachen dan is dat eerder groen. Maar ze zullen er zich wel uitpraten. Het zijn intellectuelen en hun bochtenwerk is beter dan dat van welke paling ook.

Posted on

Daniël Maes: “Westen zal blijven proberen Syrië te onderwerpen”

Eerder berichtte Novini reeds over het openingscongres van het nieuwe Geopolitiek Instituut Vlaanderen-Nederland (GIVN) in Leuven op 5 mei jongstleden en gaven we de lezing van de Nederlandse filosoof en uitgever Tom Zwitser door. Een andere spreker op dit congres was pater Daniël Maes, die uit eigen ervaringen in Syrië verslag kon doen. Bij Uitgeverij De Blauwe Tijger verscheen eerder het eerste en onlangs het tweede deel van zijn Syrisch Oorlogsdagboek, nu samen met korting verkrijgbaar.

Ook van zijn lezing in Leuven is een opname gemaakt, die hieronder te bekijken is:

Posted on

OVSE: “Beschietingen Oost-Oekraïne ergste in heel 2018”

Wederzijdse beschietingen hebben de afgelopen twee dagen grotere proporties aangenomen in Donbass. Vooral in de buurt van Gorlovka zou hard worden gevochten. Ook is in de voorbije dagen een brug opgeblazen bij een sabotageactie. 

7700 overtredingen van het staakt het vuren, meldt de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE). De OVSE noemt de beschietingen van afgelopen week de ergste van heel 2018. Lokale bronnen vergelijken de beschietingen zelfs met die van 2014. De OVSE roept beide partijen op te stoppen met vuren.


Op dinsdag melde de Oekraïense politie dat Talakivka, een stadje vlakbij de frontlinie, werd beschoten. Bij de beschietingen zouden zo’n tien auto’s in brand zijn gevlogen en een huis zijn getroffen. Volgens de politie zou de Volksrepubliek Donetsk (DNR) achter de beschietingen zitten.

Eerder op maandag werd melding gemaakt van een Oekraïense aanval met onder andere tanks in de buurt van Gorlovka, in de Volksrepubliek Donetsk (DNR). Hierbij zouden een Oekraïense tank en een ander pantservoertuig vernietigd zijn. In totaal zouden minimaal drie DNR-soldaten gevangen genomen zijn. Alleen in de afgelopen week zijn al vier doden gevallen in de buurt van Gorlovka bij artilleriebeschietingen. Maandag nog zouden vier burgers gewond zijn geraakt.

Tevens zou op maandag in de Volksrepubliek Loegansk (LNR) een brug zijn opgeblazen. Volgens de geheime dienst van de LNR betreft het hier een sabotage actie. Door de explosie is zowel de brug als de onderliggende spoorlijn geblokkeerd. Door het opblazen van de brug zou het transport van zware voertuigen worden bemoeilijkt die in de Krasnij Lutj zijn opgeslagen.

Afgelopen weken waren er al geruchten van troepenopbouw vanuit zowel Oekraïense kant als de kant van de DNR. Vorige week doken er op sociale media berichten op over treinen in Oekraïne die richting de frontlinie reden met zwaar militair materieel. Zondag nog werd door pro-DNR-bronnen gemeld dat er Oekraïense voertuigen zijn aangekomen in Donbass. De DNR zou het elitebataljon ‘Somali’ naar de regio van Gorlovka hebben gestuurd nadat Gorlovka herhaaldelijk is beschoten. Ook waren er geruchten dat het DNR-tankbatalion ‘Diesel’ die richting op is gestuurd. Aan Oekraïense zijde werd bij Gorlovka het extreemrechtse Donbass-bataljon ingezet.

 

De situatie in de Donbass was de afgelopen tijd al gespannen. Eerder werd bekend dat het Oekraïense leger stukken van de neutrale zone in de buurt van Gorlovka heeft ingenomen. Daarnaast werd één van de waterzuiveringsstations bij Donetsk beschoten. In de regio werden ook Grad-raketten ingezet (zie videobeelden hierboven). Op het diplomatieke front lijkt bijzonder weinig te gebeuren. Het hoofd van de DNR heeft inmiddels het bevel gegeven om vijandelijke voertuigen uit te schakelen in het geval van een aanval.

Posted on

Waarom Libië een failed state werd

In het Noord-Afrikaanse land werd in 2011 door westerse interventie een regimewissel doorgezet. Voorgewende reden was dat Khadaffi grof geweld zou gebruiken tegen de burgerbevolking. In feite werd het ooit welvarende land vanwege westerse belangen in chaos en ellende gestort.

Sinds 2015 geldt Libië als een van de grootste doorgangslanden voor de Afrikaanse migratie naar Europa. In het afgelopen jaar probeerden landen als Frankrijk en Italië de massale transit vanuit Libië in overladen en vaak niet zeewaardige boten te kanaliseren. Wat alleen al moeilijk bleek omdat er in Libië geen centraal gezag is dat de controle over de gehele Libische kust uitoefent. Of het teruglopen van de migratiestroom in het najaar van 2017 het gevolg is van onderhandelingen met lokale warlords of toch vooral met het jaargetijde samenhangt, zal de komende maanden blijken. De situatie in de Libische kampen is in ieder geval nauwelijks verbeterd.

Opdat niet in vergetelheid raakt hoe het tot deze tragedie gekomen is en wie daarvoor verantwoordelijk is, is het van belang om de aanvalsoorlog tegen Libië in herinnering te roepen, die ruim zeven jaar geleden, in maart 2011, begon. Op 1 mei 2003 verklaarde de toenmalige Amerikaanse president George W. Bush de Irak-oorlog voor succesvol beëindigd. Enkele dagen later verkondigde John Gibson, een leidende manager van de Halliburton’s Energy Service Group, in een interview: “We hopen dat Irak de eerste dominosteen is en dat Libië en Iran aansluitend vallen. We houden er niet van uit markten buitengesloten te worden, omdat dit onze concurrenten een oneerlijk voordeel verschaft.” De voorzitter van de raad van toezicht van Halliburton van 1995 tot 2000 was Richard (Dick) Cheney, voordat hij in 2001 vicepresident van de Verenigde Staten werd.

In 2011 moest de Libische dominosteen vallen. Bewust misleidende berichten over slachtingen die de Libische regering aan zou richten onder demonstranten leidden op 17 maart tot Resolutie 1973 van de VN-Veiligheidsraad, waarmee een wapenembargo en een no-fly-zone werden opgelegd. Op 19 maart begonnen Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten luchtaanvallen op Libië, totdat de NAVO de oorlogsvoering op 31 maart overnam. Tegen de zomer van 2011 had de door Resolutie 1973 voorziene beperkte interventie ter bescherming van burgers zich ontwikkeld tot een tegen het internationaal recht indruisende campagne voor regime change. De uitkomst was de politieke en economische instorting van Libië, oorlog tussen de verschillende milities en stammen, humanitaire crises en de migratiecrisis, wijdverbreide schendingen van de mensenrechten, slavenmarkten, de plundering van Libische wapenarsenalen vanwaar wapens hun weg vonden naar landen als Mali en Syrië, en de uitbreiding van de positie van ‘Islamitische Staat’ in Noord-Afrika.

De oorlog tegen Libië druiste in tegen de grondwet van de Verenigde Staten, tegen letter en geest van het Noord-Atlantische Verdrag en tegen het internationaal recht. Het Handvest van de Verenigde Naties verbiedt de leden geweld te gebruiken tegen een andere lidstaat en laat alleen zelfverdediging tegen een aanval of een interventie met een mandaat van de VN-Veiligheidsraad toe. De Veiligheidsraad kan de inzet van militaire middelen echter pas dan toestaan wanneer de internationale veiligheid niet met andere middelen bewaard kan worden en de wereldvrede bedreigd wordt.

Libië heeft in 2011 echter geen ander land aangevallen, noch ging er een bedreiging voor de wereldvrede van uit. Er werd dan ook een rookgordijn aan voorgewende redenen opgetrokken, waarachter de agressors hun werkelijke economische en geostrategische beweegredenen verborgen:

  1. Libië zou terroristen steunen,
  2. de bescherming van de mensenrechten zou niet gewaarborgd zijn,
  3. burgers zouden het slachtoffer van slachtingen door de regering zijn.

De werkelijke redenen voor de oorlog waren echter:

  1. het veiligstellen van de toegang tot Afrikaanse natuurlijke hulpbronnen,
  2. bezorgdheid om het mogelijke verlies van westerse grip op het bankwezen van Libië en mogelijk andere Afrikaanse landen,
  3. het veiligstellen van westerse geostrategische belangen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Bondgenoot tegen islamistisch terrorisme

Voor de NAVO-oorlog gold Moeammar al-Khadaffi in Amerikaanse militaire en inlichtingenkringen als een betrouwbare bondgenoot in de strijd tegen het islamistische terrorisme. in 2006 kondigde de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice derhalve aan dat de volwaardige diplomatieke betrekkingen van de VS met Libië hervat werden en bedankte Libië daarbij uitdrukkelijk voor de “uitstekende samenwerking” in de terrorismebestrijding. Khadaffi gold in islamistische oppositiekringen namelijk als vijand nr. 1. Deze kringen bestreden hem dan ook niet omdat hij een vijand van de democratie zou zijn, maar omdat hij in hun ogen ‘onislamitisch’ was.

Om het mensenrechtenargument te beoordelen, moet men Libië vergelijken met andere landen in de bredere regio. Nemen we slechts Saoedi-Arabië en Bahrein als voorbeelden: Saoedi-Arabië is een van de meest repressieve staten ter wereld en in 2011 werd niet alleen in Libië, maar ook in Bahrein militair geweld aangewend tegen demonstranten. In Bahrein wordt namelijk een sjiitische twee derde meerderheid door een soennitisch koningshuis onder de knoet gehouden. De Verenigde Staten hebben echter militaire bases in Bahrein, Qatar, Koeweit, Oman en de Verenigde Arabische Emiraten. In Bahrein ligt het hoofdkwartier van de Amerikaanse 5e vloot. In het Westen zweeg men dan ook over het met hulp van Saoedische troepen neerslaan van de volksopstand in februari 2011.

Bovendien moesten de Amerikaanse minister van Defensie Robert Gates en de chef van de generale staf, admiraal Michael Mullen, tijdens een persconferentie van het Pentagon op 1 maart 2011 op vragen van journalisten reeds toegeven, dat er geen bewijzen waren dat Khadaffi luchtaanvallen op zijn eigen volk uit zou hebben laten voeren. Er was in Libië een genocide, noch etnische zuiveringen, noch een slachting onder de burgerbevolking.

Het in september 2016 gepubliceerde onderzoeksrapport van het Britse Lagerhuis was dan ook een dreunende oorvijg voor de Britse regering onder de toenmalige premier David Cameron en daarmee ook voor de andere aan de oorlog deelnemende mogendheden. De acties van het Westen berustten volgens het rapport “niet op accurate inlichtingen van de geheime dienst. De [Britse] regering onderkende met name niet, dat het gevaar voor de burgerbevolking overdreven voorgesteld werd en dat zich een aanzienlijk aantal islamisten onder de rebellen bevond.”

Nadat Libië afzag van het bezit van massavernietigingswapens investeerden westerse olieconcerns massief in het land. Men was echter al snel teleurgesteld, omdat Libië terughoudend was met de door Amerikaanse firma’s verwachte miljardenopdrachten voor de uitbouw van de infrastructuur. Ook Khadaffi was ontevreden over de opbrengst van de Libische olie en dacht erover de oliebedrijven te nationaliseren. Tijdens zijn bezoek aan Moskou in november 2008 werd de oprichting van een aardgaskartel besproken, dat Rusland, Libië, Iran, Algerije en Centraal-Aziatische landen zou moeten omvatten. Nauwelijks een maand na de moord op Khadaffi op 20 oktober 2011 hadden vertegenwoordigers van diverse Amerikaanse firma’s een ontmoeting met het Libische staatsbedrijf National Oil Company, naderhand toonden ze zich uiterst tevreden en hoopvol ten aanzien van toekomstige zaken.

Libië wikkelde zijn financiële transacties buiten de controle van internationale, dat wil zeggen westerse, financiële agentschappen af. De Libische Centrale Bank, die voor honderd procent in handen van de Libische staat was, kon eigen betaalmiddelen in omloop brengen en een eigen kredietsysteem runnen. De Libische onafhankelijkheid van externe financieringsbronnen moest mogelijk gemaakt worden door zijn goudreserves en zijn fossiele brandstoffen. Libië beschikt immers over de grootste aardolievoorraad op het Afrikaanse continent en de Libische aardolie staat bekend om zijn goede kwaliteit.

De Libische centrale bank bezat verder in het jaar 2010 143,8 ton goud en nam daarmee plaats 24 op de ranglijst van landen met goudreserves in. Deze reserves moesten dienen tot dekking van een pan-Afrikaanse, op de Libische goud-dinar berustende, munt. Voorts zouden ook alle handelszaken met Libische olie via de Libische centrale bank op basis van deze munt afgewikkeld moeten worden, in plaats van in Amerikaanse dollars. Dat had voor de VS het verlies van de controle over de aardoliehandel met Libië betekent. Aangezien de Verenigde Staten er aanspraak op maken zich met alle transacties die in dollars afgehandeld worden te mogen bemoeien en buitenlandse zakenpartners voor Amerikaanse rechters te mogen dagen, zou het succes van Khadaffi’s plan een verlies aan controle van de VS over Libisch-Afrikaanse handels- en financiële aangelegenheden met zich mee gebracht.

Slachtoffer van geostrategische machtsprojectie

De door de VS ‘bevroren’ tegoeden van de Libische staat, van minstens 30 miljarden dollar, hadden de Libische bijdrage moeten zijn aan de financiering van drie kernprojecten van de Afrikaanse monetaire onafhankelijkheid: de Afrikaanse Investeringsbank in Sirte, het Afrikaanse Monetair Fonds in Yaoundé en de Afrikaanse Centrale Bank in Aboedja. Een centrale bank die eigen geld uitgeeft op basis van de dekking door Libisch goud had de francofone staten in Afrika een alternatief voor de Franse CFA-frank verschaft.

Volgens de toenmalige Franse president Nicolas Sarkozy vormden de Libische activiteiten een “bedreiging voor de financiële veiligheid van de mensheid”. Volgens een e-mail aan Hillary Clinton van 2 april 2011, die zich baseert op informatie uit Franse inlichtingenkringen, wou Sarkozy door de oorlog tegen Libië

  1. voor Frankrijk een groter aandeel in de Libische aardolieproductie veiligstellen;
  2. de Franse invloed in Noord-Afrika vergroten;
  3. verhinderen dat Libië op de lange termijn Frankrijk verdringt als dominante macht in francofoon Afrika;
  4. de Franse krijgsmacht de gelegenheid geven op het wereldtoneel zijn kunnen te demonstreren;
  5. zijn eigen politieke positie in Frankrijk verstevigen.

Libië was een Noord-Afrikaanse staat die zich ertegen verweerde onder curatele van het United States African Command (Africom) te raken en door de verplaatsing van het Africom-hoofdkwartier van Stuttgart naar Libische bodem tot NAVO-partnerstaat te worden. Africom coördineert de Amerikaanse militaire activiteiten in Afrika, om te verzekeren dat de Afrikaanse grondstoffen vrijelijk naar de wereldmarkt (lees: de Amerikaanse en Europese markt) blijven vloeien. In het jaar 2000 importeerden de VS reeds 16 procent van hun aardolie uit Sub-Sahara-Afrika, bijna evenveel als uit Saoedi-Arabië. Al in 2002 gold de Golf van Guinee als een gebied van vitaal Amerikaans veiligheidsbelang, want de regio beschikt niet alleen over fossiele brandstoffen maar ook over mineralen en delfstoffen die voor de VS van grote economische betekenis zijn: chroom, uranium, kobalt, titanium, diamanten, goud, koper, bauxiet en fosfaten.

Een geostrategisch doel van het Westen is de neutralisering van de invloed van China en Rusland in Afrika. Het ging zodoende bij de oorlog tegen Libië ook om de inrichting van een basis voor de Amerikaanse machtsprojectie in de rest van het Afrikaanse continent. Van daaruit moesten de Maghreb, het zuidelijk Middellandse Zeegebied en de staten van de Sahel onder controle gebracht worden. Met Khadaffi ontdeed men zich van de sterkste tegenstrever, want hij was faliekant tegen een basis voor Africom op Afrikaanse bodem.

De Wikileaks Documenten ~ Wikileaks en Julian Assange

Een diplomatiek bericht van de Amerikaanse ambassade in Tripoli informeerde minister van Buitenlandse Zaken Rice voor haar bezoek aan Libië in 2008 over de houding van de Libische regering: “Met betrekking tot Africom is de Libische regering van mening dat iedere buitenlandse militaire aanwezigheid op het Afrikaanse continent, ongeacht haar opdracht, een onacceptabel neokolonialisme en bovendien een aantrekkelijk doelwit voor Al Qaida zou vormen.”

Khadaffi kwam in het vizier van de NAVO, omdat hij niet inschikkelijk genoeg tegenover de westerse belangen en doelstellingen was. Daarom besloot men hem uit de weg te ruimen. Libië, eens een bloeiende staat, werd door de NAVO-oorlog in chaos en ellende gestort. Welke fatale gevolgen dit had, wordt alleen al duidelijk uit de Human Development Index, die levensstandaard, levensverwachting, kindersterfte, inkomen, opleidingsgraad, voeding, gezondheid, vrije tijd en infrastructuur meet. Libië had in 2010 de hoogste plaats onder alle staten op het Afrikaanse continent. Dat is verleden tijd.

Posted on

Waterlevering Donetsk beperkt door beschietingen – Loegansk vreest aanval op chemische fabriek

Een aantal markante gebeurtenissen hebben zich voorgedaan in Oost-Oekraïne. Eerder deze week werd de waterlevering aan Donetsk verminderd door beschietingen van Oekraïense troepen. Ook werd een repetitie voor bevrijdingsdag ondervuur genomen. Zaterdag meldde de geheime dienst van de Volksrepubliek Loegansk (LNR) dat er een aanval op een chemische fabriek wordt voorbereid door Oekraïne.

Het watertekort bij een groot deel van de bevolking in de stad Donetsk is het gevolg van een beschieting op een waterzuiveringsinstallatie vlak bij de stad. Zo’n 400.000 mensen zouden verminderd toegang hebben tot water door een tijdelijke sluiting van de waterzuiveringsinstallatie.


De beslissing om de installatie te sluiten is het gevolg van de beschieting van een busje die dinsdag heeft plaats gevonden. Het busje vervoerde personeel dat naar de installatie werd gebracht. Als gevolg van de beschieting zijn er vijf gewonden gevallen. Inmiddels is bekend geworden dat het station deze week weer in werking zal treden.

De dag na de beschieting heeft de OVSE een rapport uitgebracht over het incident. Uit het rapport is op te maken dat de bus vanuit een Oekraïense positie is beschoten die slechts enkele meters van de zuiveringsinstallatie is gebouwd. Inmiddels is dit de tweede keer dit jaar dat er zich een dergelijk incident voordoet rond de installatie.


Vanuit de Volksrepubliek Loegansk (LNR) wordt gemeld dat Oekraïne voorbereidingen voor de Bevrijdingsdagparade heeft beschoten. De OVSE bevestigd dat de granaatscherven vers zijn. Er is geen uitspraak door de OVSE gedaan wie geschoten heeft. De beschieting is controversieel in de LNR omdat drone-beelden van de militaire voertuigen die gebruikt zouden worden in de parade op twitter zijn geplaatst door de OVSE. De LNR beweert dat het melding bij de OVSE heeft gemaakt van deze voertuigen en toch werden er beelden gepost.

Chemische fabriek

Naast de bovenstaande berichten kwam vandaag de staatsomroep van de LNR met nieuws dat er een provocatie door Oekraïne zou worden uitgevoerd door een chemische fabriek te laten ontploffen. “Het ministerie van staatsveiligheid, heeft informatie ontvangen over [plannen voor] het uitvoeren van een afleidingsmanoeuvre door een aanval op het chemische bedrijf ‘Zarya’ in de stad Rubezhnoe.”, zo verklaarde woordvoerster van de geheime dienst Jevgeniya Loebjenko zaterdag. “Het doel van de desbetreffende aanval richt zich op één van de opslagplaatsen van explosiegevaarlijke stoffen van het bedrijf.”

Posted on 1 Comment

60 goed geconserveerde scheepswrakken voor Bulgaarse kust

Nabij de Bulgaarse Zwarte Zeekust heeft een team internationale onderzoekers afgelopen najaar meer dan 60 zeer goed bewaard gebleven historische scheepswrakken ontdekt. Het gaat om schepen van Romeinse, Byzantijnse, Ottomaanse en Venetiaanse oorsprong, die op een diepte van 90 tot 2000 meter op de zeebodem liggen.

Sinds de herfst van 2016 stuurden de wetenschappers op afstand bestuurbare onderzeeboten met moderne camera’s en laserscanners naar de wrakken. Onder de schijnwerpers werden duizenden foto’s gemaakt en vervolgens op de computer samengevoegd tot hoge-resolutie 3D-modellen.

Met op afstand bestuurbare onderzeeërs werden de scheepswrakken in beeld gebracht (foto: Black Sea MAP).

Het resultaat is spectaculair: Duidelijk te herkennen zijn details zoals touwen op het dek, het roer, vaten, kanonnen en kunstig houtsnijwerk. Er konden scheepstypen geïdentificeerd worden die tot nu toe alleen uit geschriften of van schilderingen bekend waren.

Drie jaar heeft het team rond professor Jon Adams van het Centrum voor Maritieme Archeologie van de Universiteit van Southampton langs de Bulgaarse Zwarte Zeekust onderzoek naar de zeebodem gedaan. De expeditie met de titel ‘Black Sea Maritime Archeology Project’ had ten doel de vroegere kustlandschappen in de Zwarte Zee in kaart te brengen. Men wil de paleo-ecologische voorgeschiedenis van het waterlichaam reconstrueren. De centrale van het team was het met de modernste onderwater-meetapparatuur uitgeruste schip Stril Explorer.

Het team opereerde vanuit de Stril Explorer (foto: Black Sea MAP).

De ontdekking van het scheepskerkhof kwam volstrekt onverwacht. Al in de Oudheid was de Zwarte Zee een veel bevaren waterweg, die Venetië, de Balkan, Griekenland en Klein-Azië met de Krim, de Euraziatische steppen, de Kaukasus en Mesopotamië verbond.

Oorspronkelijk was de Zwarte Zee een zoetwatermeer. Door stijgende waterspiegels zou op enig moment in de prehistorie echter het water doorgebroken zijn door wat nu de Bosporus en de Dardanellen zijn, waardoor een verbinding met de Egeïsche Zee ontstond. Door het verschillende gewicht van het Zwarte Zeewater en het veel zoutere Middellandse Zeewater, vloeit er zowel water de ene als de andere kant op op verschillende dieptes. Hierdoor ontstaat een zuurstofvrije laag op diepten vanaf 150 meter, waardoor de gezonken schepen met lading en al sensationeel goed bewaard zijn gebleven.

Griekse kolonies aan de Zwarte Zee (kaart: George Tsiagalakis / CC-BY-SA-4)

Aan de hand van de vondsten hoopt men bewijzen te vinden voor de import van zijde, specerijen, parfum, juwelen en zelfs boekrollen. Of er ook scheepswrakken geborgen zullen worden is nog niet besloten. De Bulgaarse minister van Cultuur heeft aangekondigd dat er op het schiereiland Sint-Quiricus bij Sozopol – in de Oudheid Apollonia genoemd – een Museum voor Onderwaterarcheologie moet ontstaan om de vondsten van de schepen tentoon te stellen.

Posted on

“Oorlog heeft geen menselijk gezicht”

Beschietingen over en weer in Oost-Oekraïne trekken veel aandacht. Veel onbekender zijn de problemen waarmee de lokale bevolking zich geconfronteerd ziet. Novini sprak afgelopen zomer met Olga Kobtseva, vertegenwoordiger voor de Humanitaire Subgroep van de Contactgroep van Minsk II. Kobtseva vertegenwoordigt de Volksrepubliek Loegansk.

In dit interview vertelt Kobtseva over een aantal problemen die in de westerse wereld maar weinig bekend  zijn: de stroef lopende gevangenenruil tussen Oekraïne en de zelfuitgeroepen Volksrepublieken Loegansk en Donetsk. Ook het niet uitbetalen van pensioenen en het afsluiten van de watervoorziening komen in het gesprek aan bod.

Posted on

Bier als motor van de geschiedenis

De Finse historici Mika Rissanen en Juha Tavanainen hebben een zwak voor eigenzinnige geschiedenisboeken. Met hun boek over sport in de oudheid wonnen ze de grootste non-fictieboekenprijs van Finland. Een nog interessanter thema behandelt het voorliggende boek Geschichte Europas in vierundzwanzig Bieren (Geschiedenis van Europa in vierentwintig bieren).

Wat heeft bier met geschiedenis te maken, vraag je je misschien af, maar aan dit gebrek aan kennis komen de auteurs tegemoet met interessante teksten. Al in 4000 voor Christus schilderden de Soemeriërs het bierdrinken. Uit deze tijd stammen ook de oudst bekende recepten voor het maken van bier.

De vroege christenheid volgde echter het voorbeeld van de Heilige Schrift en dronk wijn. De oudst bekende vermelding van het drinken van bier in Europa stamt uit de 7e eeuw voor Christus. Lang gold bier als drank van weinig verfijnde barbaren. Wijndrinkers keken neer op bierdrinkers.

Niettemin speelde bier bij belangrijke politieke beslissingen en sociale omwentelingen een rol. Omdat water lang als vervuild en zodoende riskant gold en bier een hoge voedingswaarde had, triomfeerde het gerstenat. Zo drink Martin Luther in Erfurt graag bier in kroegen. Peter de Grote importeerde uit Engeland het recept voor Porter-bier, dat hij bij de havenarbeiders in Londen gesmaakt had. Catharina de Grote, eveneens een liefhebber van bier, liet Duitse brouwers naar Rusland komen.

De problematiek van het transporteren van bier bespoedigde de uitbouw van nieuwe spoortrajecten in de 19e eeuw. Bier speelde een rol van de Noordpoolexpeditie van Fridtjof Nansen. Bij de legendarische Kerstviering in 1914 dronken Britse en Duitse soldaten bier. En er was tijdens de Tweede Wereldoorlog zelfs een bierslag om Engeland. Zelfs bij de Tour de France verfristen zich de sporters met het gerstenat, dat hen de kracht gaf om de Alpen te overwinnen. En Adolf Hitler hield zijn toespraken in bierkelders in München.

Op ieder hoofdstuk volgt informatie over de beschreven biersoort. Aan de hand van 24 biersoorten leert de lezer zo tussen neus en lippen door veel wetenswaardigs uit de Europese geschiedenis. Onverwacht onderhoudende en aan te bevelen lectuur!

N.a.v. Mika Rissanen/Juha Tahvanainen, Die Geschichte Europas in vierundzwanzig Bieren (Eichborn
Verlag: Köln, 2016), gebonden, 352 pagina’s.