Posted on

Greta Thunberg – Professionele mediahype van grote spelers

Greta Thunberg

Als je afgaat op de indruk die in de mainstream media gewekt wordt, zou je denken dat het fenomeen Greta Thunberg zich min of meer vanzelf, slechts gedragen door de kracht van overtuiging en toewijding, over de wereld verbreidt. De Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt wist echter reeds: “Niets in de politiek gebeurt toevallig. En als er iets gebeurt, dan was het zo gepland.” Dat Greta Thunberg een instrument van de politiek is, behoeft geen betoog.

De misvatting begint al eerder. Namelijk bij de veronderstelling dat de Fridays for Future-beweging door de jonge Zweedse in het leven zou zijn geroepen. Dat klopt niet, het plan is een paar jaar ouder. Terwijl de mediahype rond Greta Thunberg in 2018 losbarstte, hield de Plant for the Planet Foundation drie jaar eerder in Bonn reeds een mondiale jongerentop. Een uitkomst van deze bijeenkomst is op de website climastrike.net te vinden, waar het heet: “Op de Global Youth Summit in mei 2015 hebben we het idee van een mondiale schoolstaking voor klimaatbescherming bedacht.” Het duurde vervolgens drie jaar tot de mensen op de achtergrond Greta Thunberg als de geschikte woordvoerster gevonden hadden, om haar vervolgens het auteurschap van het idee voor de schoolstakingen toe te schrijven.

De mensen op de achtergrond

Om wie het bij die mensen op de achtergrond zou kunnen gaan, wordt duidelijk als je uitzoekt wie de Plant for the Planet Foundation opgezet en met de nodige middelen uitgerust heeft. Dat zijn verhelderend genoeg de Club van  Rome en het German Marshall Fund.

Club van Rome

De Club van Rome werd door David Rockefeller opgericht en verkreeg wereldwijde bekendheid toen het in 1972 het boek ‘Grenzen aan de groei’ publiceerde. Daarbij maakten vooral twee centrale voorspellingen indruk. Ten eerste de voorspelling dat er door het afsterven van bossen rond de millenniumwisseling in Europa geen bos meer zou zijn. Ten tweede de prognose dat tien jaar later de aardolievoorraden van de planeet verbruikt zouden zijn. In werkelijkheid nam het bos-oppervlak in Europa juist toe en werd er wereldwijd jaarlijks meer olie gevonden dan verbruikt. Deze faalprognoses doen echter schijnbaar niet af aan de naam van de Club van Rome. In de mainstream geldt deze club als maatgevend in de milieubescherming.

German Marshall Fund

De oprichting van het German Marshall Fund wordt wel aan de voormalige Duitse bondskanselier Willy Brandt toegeschreven, maar ook hier stuit je al snel weer op Rockefeller, die voorzitter van de organisatie is geweest. Naast Rockefellers Chase Manhattan Bank duiken nog andere goed gefinancierde Amerikaanse clubs op, zoals het Aspen Institute en de Carnegie Foundation. Niets ten nadele van Willy Brandt, maar naast zulke grote namen zal zijn invloed toch eerder gering zijn geweest.

Plant for the Planet Foundation

Zoals men voor het German Marshall Fund Willy Brandt als visitekaartje gebruikte, hanteerde men voor de Plant for the Planet Foundation al het systeem zoals later rond Greta en zette een kind voorop: Felix Finkbeiner. Finkbeiner zou volgens de officiële lezing in 2007, op de leeftijd van negen jaar, de stichting opgericht hebben. Er zijn nog andere overeenkomsten met Greta Thunberg. Net als zij tutoyeert hij met prominenten als prins Albert van Monaco of de Hollywood-filmster Harrison Ford. En zoals Greta met paus Fransiscus babbelt, hield Felix een toespraak voor de Verenigde Naties.

Felix Finkbeiner in Mexico, 2018 (foto: Victoria Kolbert)

Maar laten we wel wezen: op de een of andere manier moet het stichtingsverhaal toch anders zijn verlopen. Een negenjarige kan immers niet zelf een stichting oprichten. Zijn vader Frithjof zal er wel mee geholpen hebben. Die is namelijk (wat een toeval!) nauw betrokken bij de Club van Rome.

Alte Mu

Dat Greta Thunbergs Fridays for Future-beweging nauw verbonden is met de Plant for the Planet Foundation blijkt op hun Duitse website. De beide organisaties zijn innig verstrengeld. In het impressum van de website van Friday for Future is sprake van ene Ronja Thein met een adres in Kiel. Mevrouw Thein lijkt echter niet te bestaan. Bij navraag wordt naar veiligheidsoverwegingen verwezen. Het adres in Kiel is evenwel bekend als dat van een links-alternatief ‘cultuurcentrum’ (lees: kraakpand) met de naam ‘Alte Mu’. Daar zijn talrijke linkse organisaties gevestigd. Gevraagd naar een bankrekeningnummer voor FFF wordt verwezen naar de bankrekening van de bevriende Plant for the Planet Foundation.

Zelfstandigheid blijkt wassen neus

De voorgewende zelfstandigheid van de Fridays for Future lijkt kortom weinig voor te stellen. Via de Club van Rome en de Plant for the Planet Foundation spelen de Rockefellers een belangrijke rol in de financiering van het fenomeen Greta Thunberg. Maar waar Rockefeller geld spendeert, wil George Soros niet achterblijven. De notoire speculant en oorlogshitser heeft ook een belang in de klimaatbusiness.

Luisa-Marie Neubauer en Greta Thunberg
Luisa-Marie Neubauer met Greta Thunberg bij een Fridays for Future-demonstratie in Hamburg, maart 2019 (foto: C.Suthorn)

Luisa-Marie Neubauer en George Soros

Soros gaat op een vergelijkbare manier te werk als Rockefeller. Iedere keer als Greta in Duitsland optreedt, wordt ze begeleid door een studente genaamd Luisa-Marie Neubauer. Niet alleen optisch is zij de tegenhanger van het kleine meisje Greta. Neubauer is fit, aanpakkerig en zelfbewust, lid van de Groenen en krijgt een stipendium van de Heinrich-Böll-Stiftung. Daarnaast is Neubauer jongerenambassadrice van de de Amerikaanse lobby-organisatie One, die professioneel campagne voert. One wordt onder andere gefinancierd door de Bank of America, Coca Cola, SAP, Google en de alomtegenwoordige George Soros met zijn Open Society Foundation.

Groots opgezette pr-campagne

Achter de ogenschijnlijk spontane scholierenstakingen die ons voorgespiegeld worden, zit kortom een groots opgezette pr-campagne van klimaatbusiness en milieulobby, ngo’s als de Club van Rome, We don’t have Time, Plant for the Planet, Greenpeace, Friends of the Earth en anderen. En de mainstream media spelen het hele spel mee. Kritische bespreking van de achtergronden van de hype hoef je daar dan ook niet te verwachten. De bakvis Greta is daarbij uiteindelijk niet meer dan een speelbal van ngo’s, bepaalde multinationals en media om een bepaalde politieke agenda ten dienste van hun zakelijke belangen erdoor te krijgen.

Posted on 1 Comment

Schijnheilige kwartiermakers van de massa-immigratie

Benedictijner monnik Thomas Quartier is voor open grenzen. Quartier, ondertussen de bekendste broeder van Nederland en naast monnik ook hoogleraar in Nijmegen, zegt in een interview met het Nederlands Dagblad van 10 april: “Wij zouden als abdij verdwijnen als we onze grenzen niet bewaken. Er zit een beperking aan wat wij kunnen doen en die grens moeten we bewaken. Tegelijk ben ik voorstander van open grenzen. We mogen aan de poort niemand afwijzen. En als dat tot conflicten leidt, moeten we daarover praten.”

Grens en Geest

Quartier doet zijn uitspraken naar aanleiding van een studiedag over ‘Grens en Geest’, in Kapel Berchmanianum in Nijmegen. Dat de Geest alle kanten opwaait laat niet alleen de paradoxale opmerking van broeder Thomas zien. Want waarom wel de grenzen van een abdij bewaken en niet die van een land?

Kardinaal Robert Sarah, prefect van de Congregatie voor de Goddelijke Eredienst en de Regeling van de Sacramenten van de Romeinse Curie, krijgt een andere geestelijke inspiratie. In een interview met het Franse tijdschrift Valeurs Actuelles eind maart bekritiseert Sarah die Katholieke leiders die de kerk zien als een soort NGO, die zich moet focussen op migratie, open grenzen en milieuvraagstukken. “Sommige katholieke leiders vragen de kerk niet over God te spreken, maar zich met hart en ziel in te zetten voor sociale problemen: migratie, ecologie, dialoog, de cultuur van ontmoeting, de strijd tegen armoede, voor vrede en rechtvaardigheid,” aldus de prefect. “Hoewel allemaal zeer belangrijk, heeft zo’n kerk geen enkel belang voor ons. De kerk is alleen van belang omdat ze ons Jezus laat ontmoeten.”

Quartier en Sarah

De verschillen in opvatting tussen Quartier en Sarah over wat de kerk moet zijn laten de breuklijnen zien die dwars door de Katholieke kerk sinds het Tweede Vaticaans Concilie lopen. Bevangen door de revolutionaire geest van de jaren zestig werd de kerk meer en meer een welzijnsorganisatie, waar niet langer de Openbaring van God centraal staat, maar een maatschappelijk sociaal actieprogramma. “De crisis van de kerk is vooral een crisis van geloof,” zegt kardinaal Sarah hierover. “Sommigen willen dat de kerk menselijke en horizontale organisatie wordt; ze willen dat ze de taal van de media spreekt. Ze willen haar populair maken.”

Hoewel de kardinaal de naam van paus Franciscus nergens noemt, is het wel duidelijk dat hij ook de ‘dictator-paus’ op het oog heeft. Deze spreekt, hoewel zeer vaak verwarrend, ook de taal van de media, die in de progressieve goegemeente zoveel onthaal krijgt. Broeder Thomas spreekt, hoewel zeer vaak verpakt in vage mystieke bewoordingen, ook deze taal. Zeg maar het partijprogramma van GroenLinks.

Benedictus en Franciscus

Thomas Quartier is Benedictijn. Deze oudste kloosterorde beroept zich op de ‘Regel van Benedictus’, de grondlegger van de orde. De Amerikaanse conservatieve auteur Rod Dreher publiceerde in 2017 ‘The Benedict Option: A Strategy for Christians in a Post-Christian Nation’. Het boek wil, vanuit het leven van Benedictus en zijn kloosterregel, een strategie voor het overleven van de kerk in de seculiere en postmoderne 21ste eeuw bieden. Dreher, ooit Rooms-Katholiek maar overgegaan naar de Oosters-Orthodoxe kerk, is kritisch over de maatschappelijke rol die paus Franciscus (Jezuïet) meent te moeten spelen.

In een artikel over de apostolische exhortatie ‘Gaudete et Exsultate’ (‘Verheugt u en jubelt’) schrijft Dreher in ‘The American Conservative’ dat als de paus zijn woorden over vluchtelingen echt meent, hij de grenzen van Vaticaan Stad eerst maar eens moet openen. ‘Walk the way you talk”, een populaire uitspraak in progressieve kringen (die daar zelfs overigens geen gehoor aan geven). Volgens Dreher zegt de Regel van Benedictus nergens dat iedereen maar welkom moet zijn, zoals paus Franciscus in zijn exhortatie suggereert.

En de paus gaat nog een stap verder. Hij schrijft specifiek over economische vluchtelingen en zegt daarover dat de enige “echt christelijke’ houding is hen toe te laten. “Open de grenzen, of je bent on-christelijk,” zegt Dreher hierover. De conservatieve journalist haalt de theoloog Oliver O‘Donovan aan, die stelt dat het algemeen welzijn van een gemeenschap ook inhoudt dat deze in staat is haar waarden over te dragen naar volgende generaties.

Paradox

De vraag is welke waarden dat zijn in een post-christelijk, seculier en steeds meer atheïstisch Europa? Broeder Thomas beroept zich op een postmodern idee van individualisme, ook al zo’n paradox voor een monnik in een kloostergemeenschap: “Je kunt alleen open zijn, als je weet waar je grenzen liggen.” Bepaalde vormen van volksprotest, zoals de Brexit, worden door Quartier weggezet als “angst”. O wee het volk dat opkomt voor haar eigen identiteit! Ook al zo’n progressieve manie, om alles dat tegen je ideologische uitgangspunten ingaat te psychologiseren.

Kardinaal Sarah noemt massa-immigratie een vorm van slavernij, die een bedreiging vormt voor het Westen. Vanuit de visie van de monnik moet de kardinaal een bange man zijn. Maar juist Sarah betoont zich, door het opkomen voor kerk en beschaving, vele malen moediger dan de postmoderne mysticus, die wel zijn eigen kloostercel beschermt, maar dat het land misgunt.

Posted on

Identiteitspolitiek is neoliberale natte droom

“Het is wáár dat er in Nederland vele culturen leven. Maar de multiculturele samenleving als ideaal is mislukt. Er is nauwelijks integratie. Bevolkingsgroepen leven veelal gescheiden van elkaar. Kijk eens in het onderwijs: we hebben zwarte en witte scholen. In de steden hebben we zwarte en witte wijken. Kijk eens in het openbare leven. Je kunt nog zo mooi zeggen ‘we leven allemaal vrolijk met elkaar’, maar dat is gewoon niet waar.” Uitspraken van een (extreem)rechtse politicus? Nee, het zijn citaten uit het interview dat Marieke Hoogwout van Vrij Links had met Tweede Kamerlid Jasper van Dijk. De volksvertegenwoordiger van de SP sprak stevige woorden over de illusie van open grenzen, over de noodzaak van islamkritiek, en de race to the bottom door arbeidsmigratie.

Verontwaardiging

Er stak een storm van verontwaardiging op. De termen ‘racist’ en ‘fascist’ spatten van de schermen. Niet uit de hoek van rechtse partijen, maar juist vanuit het progressieve kamp. Van Dijk werd op sociale media met pek en veren besmeurd, op dezelfde dag dat SP-leider Lilian Marijnissen hetzelfde overkwam na haar uitspraak dat “arbeidsmigratie de lonen in Nederland onder druk zet”. Zelfbenoemde antifascisten briesten: “De SP vist in de bruine electorale vijver van de PVV en het Forum voor Democratie.”

Deze vertegenwoordigers van de zogeheten identiteitspolitiek – uit de bekende hoek van Bij1 en GroenLinks – laten hiermee zien dat ze niet links zijn in de klassieke zin, maar gewoon liberaal. Ze zeggen dat ze voor een inclusieve samenleving zijn, maar ze zijn helemaal niet inclusief maar eisen voortdurend erkenning. Erkenning van hun zogenaamde slachtofferschap. Hiermee past hun ideeëngoed naadloos in de postmoderne liberale orde, die stelt dat wat je overkomt je eigen schuld is, dat ziekte een keuze is, en dat als je niet mee kan komen je een loser bent. Het leeft van slachtofferschap en de race wie het ergste slachtoffer is, is nog lang niet gelopen.

Yippies werden yuppies

De propagandisten van identiteitspolitiek – de antiracisten, antifascisten, de inclusie-denkers, de genderadepten – krijgen vaak het stempel ‘cultuurmarxisme’. Maar dat is een slecht gekozen term, die geen recht doet aan de realiteit. Want het zijn helemaal geen marxisten, het zijn liberalen. De revolutionaire geest van de jaren zestig, waar tegenstanders de bron van het cultuurmarxisme leggen, werd namelijk al snel omgevormd in de geest van Veronica: lekker jezelf zijn, lekker doen waar je zin in hebt. Het revolutionaire vuur van Mao- en Castro-volgelingen doofde spoedig. Yippies werden Yuppies.

Jerry Rubin, een van de grondleggers van de protestbeweging die tijdens de presidentsverkiezingen van 1968 hun kandidaat presenteerden – Pigasus, een 66 kilo zwaar varken – stierf in 1994 als een multimiljonair. Zijn medestanders volgden vaak dezelfde weg, creëerden lucratieve universiteitsposten en betrokken luxe appartementen of statige herenhuizen. Ze waren studenten, afkomstig uit de middenklasse, en ze hebben geen enkel idee van wat er leeft in de arbeidersklasse; het klootjesvolk, het plebs.

Slachtofferschap

Vleesgeworden liberalen, die hun progressieve schuldbewustzijn afkopen met een veganistisch dieet, maar ondertussen wel die alternatieve wandelvakantie door Vietnam boeken. Ze grossieren in slachtofferschap. Daarin onderscheiden ze zich van klassieke marxisten. Die spreken namelijk niet over slachtofferschap, maar over macht. De legendarische uitspraak “Het maakt nogal uit wie over de zweep praat: het paard of de voerman!” was een klassieker in socialistische kringen. Zoals rechtse partijen (PVV, FvD, VVD) niet conservatief, maar liberaal zijn, zo zijn progressieve partijen (GroenLinks, D66, PVVD) niet links, maar liberaal.

De voorstanders van open grenzen en identiteitspolitiek verdedigen uiteindelijk de liberale politiek waar multinationals baat bij hebben. De strijd voor het klassieke huwelijk tussen man en vrouw werd in sommige staten in de Verenigde Staten niet verloren omdat een politieke meerderheid er tegen was, maar omdat het bedrijfsleven zich er tegen keerde. De grote bedrijven staan zich voor op inclusief personeelsbeleid en lopen voorop met de LHBT-kleuren.

Vandaar dat Jasper van Dijk stelt dat “het sprookje van de open grenzen de natte droom van het bedrijfsleven is”. Progressieve identiteitspolitiek is niet antikapitalistisch, maar is al tevreden met regenboogtompoezen en gender-neutrale rompertjes bij de HEMA. Daarmee lopen de politieke en ideologische scheidslijnen niet langer tussen links en rechts, maar tussen nationalisme en kosmopolitisme en tussen onderklasse en elite. Voor echte conservatieven biedt dit nieuwe onverwachte bondgenoten. En dat zou zomaar bijvoorbeeld de SP kunnen zijn.

Posted on

Het lemen fundament van de Groene triomftocht

Duitsland komt nog bij van de politieke aardverschuiving in Beieren. Maar die verkiezingen waren mogelijk slechts een voorproefje van iets veel groters.

Voorafgaand aan de verkiezingen in Beieren waren opiniepeilers en politiek-analisten het erover eens: Het nieuws van de verkiezingsavond zou de grootste terugval van de CSU in de geschiedenis zijn. In werkelijkheid werd deze terugval echter in de schaduw gesteld door een nog veel grotere schok: de volledige instorting van de SPD als volkspartij.

Met toch nog vier procentpunten meer dan in de slechtste peilingen, lijken de kiezers de CSU nog een beetje gespaard te hebben. Dankzij de winst voor de pragmatische Freie Wähler kan de CSU toch nog een centrumrechtse coalitie aanvoeren. Dit kan de christelijk-socialen helpen om iets van hun profiel te herwinnen, als ze zich ten minste niet laten verleiden door het door de media gecreëerde zog in de richting van groene standpunten, zoals de SPD en de CDU onder Merkel eerder wel deden.

Sociaaldemocraten

Het lot van de Beierse sociaaldemocraten is een waarschuwing, die voor de rest van de Duitse SPD overigens waarschijnlijk te laat komt. Al decennia doet zich in die partij een steeds bredere kloof voor tussen de partij-elite en de ‘kleine man’. De partijleiding wil net zo hip zijn als de Groenen en vergeten de kleine man of zwetsen wat over sociale gerechtigheid om ze de mond te snoeren. Inmiddels weet de SPD niet meer wie ze is, wat ze wil. De meeste van haar kiezers in Beieren zijn nu naar de Groenen overgelopen, de arbeiders en kleine zelfstandigen veeleer naar de AfD.

Het succes van de Groenen berust vooral op de welvaart en de zorgeloosheid van hun kiezers. Van de alledaagse problemen waarmee veel andere Duitsers te maken krijgen, is de typische Groenen-kiezers ruimtelijk en materieel grotendeels afgeschermd. Zijn zicht op fenomenen als de brisante gevolgen van de massamigratie wordt bemiddeld door media die op hun beurt gedomineerd worden door journalisten met politieke voorkeur voor de Groenen.

Lemen fundament

Daarmee is echter ook het lemen fundament van de Groene triomftocht in beeld: Het is de illusie van een bijna onuitputtelijke rijkdom in Duitsland, die ieder nadenken over ‘bovengrenzen’ en dergelijke slechts als immorele kilheid of racisme kan zien.

Deze ‘rijkdom’ is echter gebaseerd op een aanhoudende manipulatie van economische basiscijfers sinds de financiële crisis van tien jaar geleden. Zoals de geschiedenis van het Oostblok echter leert, kan zo’n manipulatie van de ware verhoudingen uiteindelijk geen stand houden. Hoe langer de mooi-weer-politiek rond failliete banken, een mislukte munt of failliete staten voortduurt, des te dieper wordt de uiteindelijke val.

Dan spat de droom van een betere wereld van de welvaartsgroene kiezers uiteen in confrontatie met de harde realiteit. Daarna zou de herverkaveling van het politieke landschap die we tot nu toe zien, wel eens een lauw voorproefje kunnen blijken te zijn van een veel grotere verandering.

Posted on 1 Comment

Hedonistische technocratie houdt ons gevangen in post-adolescentie

Eerder dit jaar filosofeerde ik over het boek Keep the Aspidistra Flying. Daarin maakt George Orwell invoelbaar hoe banaal en afgestompt het leven van de Britse middenklasse was. Nadien verscheen er in Nederland een boek met een soortelijk thema: het is geschreven door Mel Bontje en heet Bart Mittendorf, een zak met niets. Van de film The Matrix (1999) kennen we allemaal de keuze tussen de blauwe en de rode pil. Wie de rode pil slikt, wordt wakker in de harde realiteit maar leeft wel in de authentieke waarheid. De blauwe pil betekent weer in slaap vallen en wegdromen bij comfortabele leugens.

Laat me daarom tevoren één opmerking maken: voorbij dit boek is de weg naar de blue pill onbegaanbaar. Reader beware.

Het verhaal heeft raakvlakken met films als Fight Club (1999) en Noise (2007). In Noise ontmoet een man die is voorbestemd voor het leven van de familie doorzon een even wellustige als gewillige filosofiestudente. Zij prikkelt zijn geest en vervult zijn oerinstincten. Hierdoor ziet hij in een moment van helderheid hoe hij gebukt gaat onder een hedonistische technocratie: hij breekt los uit zijn routinebestaan en besluit volledig break the system te gaan.

Vanaf de openingspagina is duidelijk welke auteur voor Mel Bontje een grote inspirator is. Seks in een boek is één ding, maar waarom toch die fascinatie met zelfbevlekking? Een ander feit dat in het oog springt is dat de auteur doorklinkt in de gesprekken. Hij laat zich kennen in zowel zijn fascinatie met aftandsheid en verval, als in zijn erudiete woordkeuzes om sociale analyses uit te drukken. Dit rijmt niet overal met de personages: het zijn deftige zinnen waarmee de jonge geest absoluut en doordringend oordeelt over de werkelijkheid.

De hoofdpersoon Bart Mittendorf loopt een zielloze haptent binnen. “Het enige speelse in de zaak was het geluid van het borrelende frituurvet” (p.38). Elke pagina kent dergelijke zinnen – de auteur is duidelijk getalenteerd. Wel geven de personages lange, gestileerde commentaren op de maatschappij en op wat er speelt in hun leven. Deze reflecties vinden plaats binnen situaties die daar soms te vluchtig voor lijken.

Via deze commentaren drukt het boek het afgrijzen uit van het vooruitzicht een diploma te halen bij een instituut dat zich niet om je bekommert, om vervolgens in dienst te treden bij een bedrijf dat zich niet om je bekommert. Ondertussen een sprankelend en levenslustig enthousiasme veinzend om jezelf ‘in de markt te zetten’ – dit afgrijzen wordt met drank, drugs of Netflix gekalmeerd en dit noemen we ‘vrijheid’.

“Ik heb het geprobeerd, maar ik kwam erachter dat ik geen geluk haal uit een leven dat bestaat uit interactie met jongens en meisjes die hun gebrek aan authenticiteit verschuilen achter maat- en mantelpakjes […] Alles voor het behalen van validatie in een absurde, ontwortelde en volledig vervlakte realiteitscontext. Niemand was meer dan een mislukte reproductie van een vacatureomschrijving.” (p.16-7)

Het type leven dat zojuist werd omschreven hebben we ook nog eens uitgeroepen tot het hoogst haalbare in de menselijke geschiedenis, namelijk ‘liberale democratie’. En zo stuurt het boek ons indirect in de richting van een levenswijsheid: niet het hebben van een hoog inkomen is het geheim van de vrijheid, maar het hebben van een laag uitgavenpatroon. De auteur verwoordt dit als volgt: “Zijn buikvet zou schuilgaan achter een maathemd van dure stof. Dag in dag uit zou hij gehuld moeten gaan in een mantel van leugens en opgaan in de grijze massa der kantoorschepsels tot hij niet beter zou weten. Toch wilde hij de chaos in zijn ziel niet laten bedwingen door de dwangbuis van het bedrijfsleven.” (p.17)

De kernzin van het boek – en feitelijk van de Westerse cultuur – vinden we op pagina 52: “Niets dwong me om serieus te worden.” Oftewel de hedonistische technocratie houdt ons gevangen in een post-adolescentie. Het is normaal dat je na je afstuderen een vaste baan vindt met een degelijk salaris en dan een gezin sticht. Tenminste dat geldt voor een beschaving die wil voortbestaan. Onze realiteit na het afstuderen is tig onbetaalde stages, nul urencontracten, tien jaar Tinderen, een leven lang huurwoningen.

Échte volwassenheid betekent in deze situatie: een slaaf worden van het systeem. Steeds meer jongvolwassenen zien dit en slikken de rode pil. Ik ken een arts die maandelijks 4.000 euro verdient en 2.500 overhoudt. Ik ken een consultant die 5.000 verdient en 2.800 overhoudt. Beiden werken dag en nacht. De auteur beschrijft soortgelijke situaties en concludeert dat we welbeschouwd werkvee zijn van een globale elite, die jongeren met kosmopolitische propaganda bestookt om hen in dit keurslijf te lokken:

“Hoe langer de jonge westerling op reis is, hoe meer hij gaat geloven in de maakbaarheid van de wereld, het ideaal van mondiaal pacifisme en postmoderne theorieën. In de Berlijnse hostels krioelt het van de cultuurmarxisten: types die het als hun levensdoel zien om zich op te werpen voor alles wat zwak en zielig is. Ze willen niets liever dan zichzelf wegcijferen voor alles dat als minderheid, onderdrukt of achtergesteld bestempeld kan worden. Het Berlijnse jeugdhostel is de bunker van de Gutmensch.” (p.56)

Dat de welbespraaktheid van de personages niet overal rijmt met hun sociale stratificatie, maakt echter niet dat het geen leuke personages zijn om over te lezen. Neem nu Vera – zij wordt omschreven als slank, blond en goed in vorm. “Vera zweeg, legde haar hand op Barts rug, bracht haar lippen richting zijn hals en klom langzaam op zijn schoot. Ze zat met haar gezicht naar hem toe, met zijn neus onder haar boezem” (p.56). Dit personage vervult een belangrijke pedagogische rol: Vera’s geile gekronkel leert jeugdige lezers dat cultuurrealisme en postprogressivisme wel degelijk kunnen leiden tot goede seks.

Dit is een passend moment om kort iets te zeggen over Houellebecq, met wiens proza er vele gelijkenissen zijn. “Mijn wanstaltige voorkomen zou ze met een enkele blik veroordelen. Zonder woorden zou ze de verwerpelijkheid van mijn gedaante in volle helderheid bevestigen” (p.35). Deze Franse schrijver wordt soms ‘vrouwonvriendelijkheid’ verweten oftewel misogynie – het tegendeel is waar. Deze auteur die in de verleidingskunst wat klungelig is, maakt zijn vrouwelijke personages tot lustvolle sletten die zélf het contact initiëren. ‘Sletterig’ is hier niet in een negatieve zin bedoeld, maar juist in een sekspositieve. De vrouwelijke karakters die hun genot najagen zijn uiterst geëmancipeerd.

Het enige kritiekpunt op Bart Mittendorf is dat de auteur mogelijk teveel doorschijnt in de erudiete volzinnen van de personages. De dialogen van de personages zijn soms te intelligent geschreven voor de proleten die ze zijn. Maar al met al is dit een perfect jeugd- en avonturenboek dat de huidige tijdsgeest weerspiegelt. De anti-Steppenwulf.

“Rustig blijven we onze dagelijkse taken uitvoeren; we hopen dat iedereen elkaar ooit, zonde enige vorm van wrok, de hand zal reiken. In lijn met de Duitse filosoof Johann Gottfried von Herder stellen we ons voor dat culturen elkaar prachtig aanvullen, zoals bloemen in een tuin. Wat we vergeten is dat al die bloemen snakken naar licht, ruimte en lucht. Het hardnekkigste onkruid zal de dienst gaan uitmaken en al het overige verdringen. We laten iedereen binnen en zien alles steeds verder naar de klote gaan. Hierover durven we geen oordeel te vellen.” (p.63)

“We worden uitgeleverd door een politieke elite die zijn machtsgeile gezicht verschuilt achter een masker van valse humanitaire waarden. Het is de neomarxistische elite die de fatale baksteen in het bloedende gezicht van Europa smijt. Ik kan het niet accepteren om als nietszeggend schepsel te worden vertrapt onder de schoenzolen van de botsende beschavingen.” (p.64)

“In de menigte leek iedereen op elkaar: het kroost van het kroost van 68-ers.” (p.77)

“We zijn te laf om de slijmerige realiteit te ontsluieren. Tot dat moment, het moment dat we onszelf hebben ontdaan van de leugen, zullen we enkel leven om vergeten te worden, tot niets groots in staat zijn en louter onzinnig slavengedrag vertonen.” (p.22)

De schrijver Mel Bontje zal natuurlijk niet worden ‘ontdekt’ door ‘kwaliteitsmedia’: daarvoor is het deuggehalte onvoldoende – zo zal duidelijk zijn uit het bovenstaande meesterlijke proza. Maar het boek is zéker de moeite van het lezen waard. Misschien is het hier en daar zelfs net te gepassioneerd geschreven ‘for his own good’. Zoals ik al zei: voorbij dit boek is de weg naar de blue pill onbegaanbaar.

Op zaterdag 29 september om 15:00 uur vindt een boekpresentatie plaats van het boek ‘Bart Mittendorf. Een Zak Met Niets’ in Boekhandel Cursief te Gorinchem. Meer informatie hier: https://www.facebook.com/events/1129092800581064/

Posted on

Over de ‘idealisten’ die Blok tegenover zich had tijdens zijn failed state-opmerking

NRC meldde dat ​de toehoorders​ van minister Blok​ stuk voor stuk idealisten waren “die willen bijdragen aan een betere wereld.​” Immers: “Ze houden zich bezig met vluchtelingen, mensenrechten en het voorkomen van conflicten tussen landen”, aldus NRC.

Ik betoog dat o​pportunisme verkocht als liefdadigheid​ (dus het uit eigen belang verdedigen van vrome idealen)​​ voortkomt uit een typisch koloniale traditie. Veel mensen denken ten onrechte dat kolonialisme allé​é​n om brute uitbuiting gaat​.​ ​In werkelijkheid spelen mensenrechten, goede bedoelingen, paternalisme, vrome praatjes, al meer dan honderd jaar een belangrijke rol in de Westerse ​imperiale macht.

Eerder deze week las ik nog dat staatszender NOS op wonderlijke wijze in bezit was gekomen van een interne brief die rondging op het ministerie van BuZa. Een brief waarin een groep onbekende ambtenaren Blok op het hart drukte dat “diplomatie gebaseerd is op het gegeven dat verschillende naties en culturen vreedzaam kunnen samenwerken en kunnen samenleven.” Het departement moest volgens deze ambtenaren een organisatie zijn “waar mensen met verschillende culturele achtergronden, seksuele oriëntaties, genderidentiteiten, leeftijden, religies en lichamelijke beperkingen kunnen werken en zich ook thuis en gehoord voelen.” Dit klonk​ heel inclusief,​ niet bepaald ​VVD-retoriek. Maar van welke politieke kleur waren deze anonieme groep ambtenaren dan wel? En waarom zwegen ze in alle talen over Blok zijn racistische opmerkingen, waarom noemden ze het beestje niet gewoon bij de naam? En waarom werd een intern schrijven als dit stiekem aan een NOS-journalist doorgeseind?

Blok wordt nu (terecht) bekritiseerd voor zijn racistische en denigrerende opmerkingen. Toch betekent dat niet dat de aanwezige “idealisten” in het zaaltje niet zelf ook pionnen zijn in een neokoloniaal machtsspel. Alleen al de foto van het zaaltje, een volledig wit feestje zo te zien…​ ​

Vanuit historisch perspectief is het een misvatting te denken dat witte kolonialen een eensgezinde elitegroep vormden.​ ​​Onderling ​speelden zij ​ook allerlei machtspelletjes en waren enorm corrupt naar het eigen systeem toe. De witte elite vocht elkaar de tent uit en redetwistte over hoe er gekoloniseerd moest worden. Met aan de ene kant de openlijke diehard kolonialen en aan de andere kant de politiek-correcte “humane” kolonialen. (Uiteraard een contradictio in terminis.) Neem bijv. Eduard Douwes Dekker (Multatuli), schrijver van Max Havelaar, die vaak onterecht als antikoloniaal herinnerd wordt. In werkelijkheid was hij echter helemaal niet tegen kolonialisme op zich, hij pleitte slechts voor een verantwoordelijke manier van koloniseren.

Het verraderlijke aan het ethische sausje is dat het de werkelijke koloniale uitgangspunten verbloemt. Vandaar dat je nu nog regelmatig hoort: “Ja maar, naast alle negatieve dingen hebben we ook veel goede dingen gedaan hoor.”

Toen het Nederlandse koloniale regime in 1900 de “ethische politiek” invoerde ontstonden felle disputen tussen voor- en tegenstanders van dit nieuwe beleid. Waarbij het conservatieve deel van de koloniale elite zonder gedoe wilde kunnen blijven graaien en een ander deel zich kritisch opstelde en koloniale uitbuiting afkeurde. Desalniettemin maakten laatstgenoemden zich​ eveneens ​niet druk om de vraag: “wie geeft ons het recht om dit gebied als ​koloniaal ​bezit te beschouwen,” zij redeneerden slechts: het mag niet ALLEEN om eigengewin gaan, we moeten ook iets terugdoen voor de lokale bevolking. Zo werd het onderwijzen en opvoeden van de gekoloniseerde een nobele taak die de witte meester zichzelf stelde. Terwijl het graaien onder dit politiek-correcte beleid in werkelijkheid onverminderd doorging. Er was dus weinig antikoloniaals aan de retoriek van de ethische politiek die het verheven superioriteitsgevoel alleen maar versterkte. Als de werkelijke machtsverhoudingen ongelijk blijven betekenen goeie bedoelingen helemaal niets. Sterker nog, met de beste bedoelingen kan je heel veel kwaad berokkenen.

Nu meen ik dat het ethisch kolonialisme ook een continuïteit kent. Denk bijv. aan de witte arrogantie die een op een terug te zien is in de ontwikkelingssector. Waarbij het negen van de tien keer gaat om het spekken van eigen kas. De Wereldbank die dan in landen als Indonesië bankrekeningen gaat aanprijzen.

Het is om die reden dat we het basale besef (dat kolonialen geen eensgezinde elite vormen) ook moeten toepassen op de neokoloniale realiteit van vandaag de dag. Welke machtspelletjes worden gespeeld tussen traditioneel politiek links en rechts​?​

Het gaat erom de wolf in schaapskleren te herkennen.

Op alternatieve nieuwssites lees je dat Hillary Clinton al dan niet nog erger is dan Trump. Omdat zij het neo-koloniale beleid beter zou weten te verkopen. Daarmee wordt bedoeld dat ze onder het mom van democratie en vrijheid van meningsuiting tegelijkertijd brute interventies rechtvaardigt. Zoals het filmpje met haar duivelse lach om Gaddafi’s val. Niet voor niets is “Killary” haar veelbetekenende bijnaam. Terwijl Trump voor traditioneel links de grootste “capitalist pig” is die openlijk racistisch uitspraken doet, zijn Hillary en Obama voor (nieuw) rechts de neo-koloniale “warmongers” van deze wereld die het military industrial complex in stand houden. Tegelijkertijd ziet rechts een complot in traditionele linkse idealen mbt diversiteit en multiculturele samenleving.​ ​

Maar waarom die opdeling? Vertegenwoordigen zittende Westerse regeringen of ze nu links of rechts zijn niet allemaal dezelfde neo-koloniale belangen van het kapitalistisch systeem? Wat maakt het dan nog uit als het linksom of rechtsom gaat. Neo-koloniale bemoeienis onder het mom van het verdedigen van mensenrechten, het verspreiden van democratie… Tja… we zijn natuurlijk ook alleen maar tegen Poetin omdat hij een autocraat is.

Wat ik wil zeggen is: als een dominant witte redactie als NRC het racisme van Blok gaat aankaarten dan is dat niet per definitie vanuit anti-racistisch, dekoloniaal perspectief. Aangezien ze zich doorgaans niet bepaald anti-koloniaal opstellen, druk als ze zijn met het verspreiden van oorlogspropaganda in lijn met Washington. Het was op zijn minst opvallend dat meteen nadat het filmpje uitlekte er een artikel over verscheen in The Washington Post. Je vraagt je toch af, wat is de relevantie van deze affaire voor een van de grootste politieke nieuws platformen in de VS?

Nu was het niet zomaar een clubje mensen dat Blok tegenover zich had. Het waren geen studenten, geen ambtenaren of gelijkgestemde VVD-ers. Het waren 70 Nederlanders die o.a. in Genève, Rome of Washington werken en hoge functies bekleden bij de Wereldbank, VN-Vluchtelingenorganisatie UNHCR of Wereldgezondheidsorganisatie WHO.

Hierbij enkele kernvragen die bij mij opkomen na het zien van het gelekte filmpje dat slechts enkele minuten van zijn presentatie toont:

  1. Waar zijn de beelden van zijn volledige toespraak, zijn praatje duurde niet 1:46 neem ik aan. Op foto’s is te zien dat er een grote camera ​op hem gericht was. Heeft BuZa of Zembla deze beelden in bezit, zo ja, kunnen we eisen dat ze deze in zijn geheel, ongeknipt online plaatsen?
  2. Volgens een artikel in NRC waren de aanwezigen stuk voor stuk “idealisten die willen bijdragen aan een betere wereld. Ze houden zich bezig met vluchtelingen, mensenrechten en het voorkomen van conflicten tussen landen.” Zeg maar een clubje “white saviors.” Dan is de vraag: wat was de onderliggende boodschap van Blok zijn praatje? Is het mogelijk dat de aanwezigen deze speech als voorbode zagen van bezuiniging op hun werkzaamheden en daar een stokje voor wilden steken? Hij suggereerde immers dat er geen multi-etnische/multi-culturele samenlevingen zijn waar een vreedzaam samenlevingsverband mogelijk is. Volgens NRC kwam dit op hen over als: “jullie werk is zinloos, een vreedzame multiculturele samenleving is een utopie.”
  3. Daarom: welke persoon lekte het filmpje naar de media? Voor welke organisatie werkt hij/zij? Wat zijn de belangen van deze uiteenlopende club van wereldverbeteraars?

Net als in de oude koloniale situatie zijn er ook nu diverse neo-koloniale machten die elkaar de tent uit vechten. ​Traditioneel links/rechts lijken misschien tegenpolen, maar vanuit anti-koloniaal perspectief zegt dat niet zoveel. Het lijkt mij in ieder geval belangrijk om te beseffen dat de aanwezigen in het zaaltje niet bepaald onschuldige pionnen zijn. Er is allang gebleken dat Westerse hulp aan voormalig gekoloniseerde landen maar een partij ten goede komt.

​De organisator van de bijeenkomst, ene Jean-Pierre Kempeneers verdedigd​e Bloks presentatie​ toen de club wereldverbeteraars hem geschokt vragen stelde. Volgens Kempeneers zou de minister de zaal een realistisch verhaal hebben willen voorschotelen. “Dat internationale betrekkingen in de ogen van veel Nederlanders een nationaal belang moeten dienen. Niet goed doen om goed te doen, maar opdat Nederland daarvan kan profiteren.” En ook: “Wij kunnen hier met zijn allen wel idealistisch zitten wezen maar de minister verwoordde hoe een deel van de samenleving erover denkt.”​ ​

​Was dit de spreekwoordelijke aap uit de mouw? Eigenlijk gaf deze meneer hier openlijk toe dat de zogenaamde Nederlandse liefdadigheid​ wel een opportunistisch trekje had, precies in lijn met de toenmalige ethische koloniale politiek. Een aspect dat de “idealisten” in de zaal (neem ik aan) niet graag bevestigd zien. Misschien dat de ambtenaren van BuZa dáár eens over na kunnen denken als ze een brief schrijven aan de minister over het belang van inclusief beleid!?


NRC over groep aanwezige “idealisten”: https://www.nrc.nl/nieuws/2018/07/20/na-afloop-is-er-gemompel-wat-was-dit-nou-a1610706

Washington Post over uitspraken Blok: https://www.washingtonpost.com/news/worldviews/wp/2018/07/18/the-dutch-foreign-minister-says-multicultural-societies-breed-violence/?noredirect=on&utm_term=.e0fad5626e4a

NRC, brief van ambtenaren over diversiteit:  https://www.nrc.nl/nieuws/2018/07/20/ambtenaren-willen-met-blok-in-gesprek-over-diversiteit-a1610761

Tweet NOS verslaggever over brief ambtenaren: https://twitter.com/bosalbert/status/1020365477313425409

Posted on

Duitslands zelfverloochenende grootheidswaan

Na het fiasco van de G7 moet ‘Europa’ zijn zaken nu zelf op orde brengen, zegt Merkel. Daarmee herhaalt ze een oude fout in een nieuw jasje.

De radeloosheid van de Duitse regering na het fiasco van de G7-top in Canada legt de essentiële zwakte van het Duitse buitenlandbeleid genadeloos bloot. Deze zwakte bestaat in de sinds de Wiedervereinigung van 1990 volgehouden weigering om echt Duitse belangen te formuleren. In plaats daarvan stonden Bonn en later Berlijn erop uitsluitend ‘Europese’ doelen na te streven, of die van ‘het Westen’, zo niet de hele mensheid. De Bondsrepubliek wilde bij het ‘wij’ horen zonder ‘ik’ te zeggen.

Dienovereenkomstig staat de Duitse regering nu hulpeloos en zonder gepaste strategie tegenover de uitdrukkelijk voor hun nationale belangen opkomende grote actoren in de wereldpolitiek – de Verenigde Staten, Rusland en China geven de algemene koers aan.

De reflexmatige reactie van Berlijn na het fiasco in Quebec versterkt deze indruk van hulpeloosheid nog: Nu moet ‘Europa’ des te meer één lijn trekken, zo stelde de bondskanselier. In de EU is echter dezelfde van renationalisering van het buitenlandbeleid op te merken als mondiaal.

In het ergste geval maakt Merkel Duitsland hiermee zelfs chantabel voor landen als Italië, wanneer de Italianen door hebben dat het de Duitsers aan een plan B ontbreekt in het geval het in ‘Europa’ niet tot een (voor Duitsland opnieuw dure) overeenkomst komt. Dat zal Rome uit weten te buiten.

Bovendien moet Berlijn in de Europese Unie eerder op leedvermaak dan op solidariteit rekenen, wanneer de Verenigde Staten de Duitse exporteconomie op de korrel zouden nemen. Dat leedvermaak heeft zijn wortels in Merkels omgang met diverse buurlanden en in het Euro-systeem en de gevolgen daarvan.

Met het open gooien van de grenzen in 2015 opereerde Merkel als solist. Geen Europese partner werd geconsulteerd. In plaats daarvan bedreigde Berlijn met behulp van Brussel de Midden- en Oost-Europese landen zelfs met represailles als ze niet veel meer asielzoekers op zouden nemen. Dit heeft voor veel verbittering gezorgd, met name in Hongarije, dat door in 2015 zijn grenzen te sluiten de Duitse bondskanselier de kop gered heeft en als dank door haar beschimpt wordt, of zoals men het in Boedapest ziet, regelrecht gechanteerd wordt: Als jullie niet meer asielzoekers opnemen, korten we jullie EU-subsidies.

Ook slaat het op de bondskanselier terug dat ze het falen van de Euro in 2012 niet wilde erkennen. Ten gevolge hiervan trekt de niet functionerende munt steeds diepere sporen door het Europese landschap. De Euro (te zwak voor Duitsland, te sterk voor veel andere landen) heeft de onbalansen in de buitenlandse handel veroorzaakt die nu ook tot de confrontatie met de VS leiden.

Een pragmatische nationale belangenpolitiek in reële uitwisseling met de partners had dit alles kunnen vermijden. Duitsland betaalt de rekening voor zijn zelfverloochenende grootheidswaan.

http://www.novini.nl/hoe-zou-een-soeverein-buitenlandbeleid-eruitzien-video/

Posted on

De oorzaken van de massamigratie in historisch perspectief

In zijn nagelaten werk Das Migrationsproblem ontwerpt de Duitse historicus, politicoloog en socioloog Rolf Peter Sieferle een groot historisch en functioneel beeld van het verschijnsel massa-immigratie.

De ondertitel van het boek, over de onverenigbaarheid van verzorgingsstaat en massa-immigratie, is daarentegen misleidend. Gelukkig maar, want over dit thema valt per slot van rekening weinig meer te zeggen. Wie nu nog niet begrepen heeft dat een solidariteitssysteem slechts op grond van exclusiviteit kan functioneren, of gechargeerd, dat we niet de halve wereld een uitkering kunnen bieden, zonder onze verzorgingsstaat te overvragen, die zal het wel nooit begrijpen.

Gelukkig heeft Rolf Peter Sieferle (1949-2016) veel meer te bieden dan deze trivialiteit. In Das Migrationsproblem poogt hij het verschijnsel van de massa-immigratie binnen het functionele kader van de hedendaagse westerse democratie te verklaren en historisch te plaatsen. Dat alles in niet meer dan 124 pagina’s. Het probleem dat Sieferle bespreekt bestaat dan ook niet, zoals de ondertitel deed vrezen, in het eindeloos herhalen van het hierboven beschrevene. In tegendeel, het gaat om een groot essay met een keur aan inzichten, zonder expliciete integrerende betoogtrant.

Ondanks dat is het een even leesbaar als omvattend boek. Sieferle slaagt er in vanuit de kern van zijn bespreking, de destructieve wisselwerking tussen verzorgingsstaat en immigratie, waarin de verzorgingsstaat de immigranten aantrekt en deze de verzorgingsstaat overbelasten, verbanden te leggen in vrijwel alle richtingen.

Hij begint met de oorzaken van de migratie en maakt duidelijk dat er met het oog op de bevolkingsexplosie in de derde wereld geen relevant onderscheid tussen economische en burgeroorlogsvluchtelingen meer is. Van de wereldhistorisch onvermijdelijke aftakeling van de verzorgingsstaat in de oude industrielanden gaat hij over naar het blootleggen van de verschillende narratieven waarmee de politiek de massa-immigratie rechtvaardigt.

Demografische ontwikkeling

In het bijzonder een simpele vaststelling verdient het ook door de tegenstanders van het multiculturele experiment ter kennis genomen te worden: De huidige massa-immigratie heeft niets met de teruglopende demografie van de ontwikkelde landen te maken. Dit is veeleer een gezonde ontwikkeling in een tijd waarin het massale sterven door infectieziektes gelukkig tot het verleden behoort.

De “indringers” dringen niet in lege gebieden door. In tegendeel, ze trekken in de regel van dunner bevolkte naar dichter bevolkte gebieden. Sieferle loochent niet de demografische druk van een overschot aan jongeren in Afrika, maar verwijst het complementaire idee van een demografische zog van het kinderarme Europa, die een soort ‘eigen schuld’ impliceert, naar het rijk der fabelen.

Hetzelfde geldt voor de zich anti-imperialistische noemende ideologie, die de armoede van de derde wereld verklaart door de vermeende uitbuitende handel met de eerste wereld. Alsof deze landen niet reeds lang voor het koloniale tijdperk arm waren en het handelsvolume van de industrielanden onder elkaar de handel met de ontwikkelingslanden niet vele malen overstijgt.

Ochlocratie

Daarbij ontlast Sieferle de Europeanen echter geenszins van de verantwoordelijkheid voor hun huidige dilemma. In tegendeel, hij ziet hun huidige politieke systemen als onhervormbaar gecorrumpeerd. Dikwijls bekruipt de lezer het gevoel dat de onspectaculaire titel van het boek ter versluiering dient, om zich ten minste het gekrijt van die commentatoren van het lijf te houden, die een dergelijk boek sowieso niet lezen, maar bij een titel de inhoud treffend beschrijft alleen al vanwege de titel in de gebruikelijke luidkeelse verontwaardiging ontbrand zouden zijn.

Sieferle ziet de democratie in Duitsland en West-Europa in ieder geval onderhevig aan ochlocratisch verval. Verval dat zich, aan de hand van de stijgende staatsschuld, die immers niets anders dan consumptie op de pof is, zelfs laat meten. Kort bespreekt hij de problemen van verschillende vormen van degeneratie van staten, om uiteindelijk de vraag te stellen of het Chinese systeem niet beter is toegesneden om de duurzaamheidsproblemen van de 21e eeuw meester te worden.

In deze ochlocratie nu heeft de universalistische ethiek van de gelijkheidsideologie een catastrofale uitwerking. Het geïnfantiliseerde volk kiest ook in dit opzicht de weg van de minste weerstand en ziet er geen been in zich tegen de prijs van de opname van onintegreerbare “barbaren” het goede geweten te verschaffen dat in de welvaartszones tot de levensstandaard behoort.

Multiculturalisme

Hier ligt echter ook de grote zwakte van het boek. Sieferle, die overigens nog veel meer verschijnselen bespreekt dan hier behandeld kunnen worden, zwijgt over het ontstaan en de verbreiding van de multiculturele ideologie. Het lijkt wel of deze uit de lucht is komen vallen, een onafwendbaar lot van de Europese beschaving. Alleen het nationaalsocialisme noemt hij als oorzaak. In de Duitse context speelt dit natuurlijk ook een grote rol. Maar Sieferle laat na de vraag te bespreken of dit door links niet propagandistisch is uitgebuit om de huidige metapolitieke misère te creëren. In plaats daarvan vervalt Sieferle, die in 2016 zelfmoord pleegde, in defaitisme.

Met de holocaust als oorzaak van het multiculturalisme, ziet Sieferle Duitsland als het onbetwiste centrum en uitgangspunt van de multiculturele waanzin. Daarmee vergeleken zou de rest van de westerse wereld nog relatief normaal zijn. In het andere boekje uit zijn nalatenschap, Finis Germania, wordt dit nog duidelijker. Deze kijk op Duitsland gaat gepaard met de voor dergelijke gezichtspunten niet ongebruikelijke anglofilie, die het huidige Engeland en Amerika, maar ook Frankrijk als “burgerlijk-aristocratische wereld” wil zien.

In het licht van de decennia lange, door de politie niet gehinderde, handel van Pakistaanse bendes in Engelse meisjes, de regelmatig in brand staande Franse voorsteden en de absurde excessen van Amerikaanse social justice warriors, lijken alle naar Duitse bijzonderheden verwijzende verklaringen voor de multiculturele ideologie echter moeilijk houdbaar. De kwestie van het recente politieke verleden maakt het de Duitsers dan wel niet gemakkelijker de multiculturele ideologie te bestrijden, het ontslaat ze niet van hun verantwoordelijkheid.

Toekomst

Zeer zinvol is daarentegen hoe Sieferle het migratieprobleem in de historische horizon van onze tijd plaatst. Met het oog op zijn jarenlange studie naar het thema is het niet verwonderlijk dat zijn aandacht hierbij vooral uitgaat naar de onopgeloste energie-economische vragen van onze industriële beschaving. De huidige economische bedrijfsvoering vernietigt in ras tempo de eigen basis en nieuwe duurzaamheid is volgens de auteur alleen door massieve technologische doorbraken – en geenszins door nulgroei – mogelijk.

Of een geïslamiseerd of geafrikaniseerd Europa aan deze daadwerkelijke opgaven voor de mensheid zijn bijdrage zal kunnen leveren, is meer dan twijfelachtig. Met dit perspectief toont Sieferle het migratieprobleem als wat het uiteindelijk is: Een nieuwe barbareninval, die we geconfronteerd met urgente andere problemen kunnen missen als kiespijn.

N.a.v. Rolf Peter Sieferle, Das Migrationsproblem. über die Unvereinbarkeit von Sozialstaat und Masseneinwanderung (Manuscriptum: Waltrop/Berlin, 2017), paperback, 135 pagina’s.

Posted on

De morele ongenaakbaarheid van ontwikkelingswerkers

Plan International biedt verontschuldigingen aan voor misbruik van kinderen door medewerkers. De Nederlandse afdeling schrijft op haar website dat “de bescherming van kinderen en jongeren boven alles staat. Het is daarom niet te bevatten en schokkend dat er personen in de organisatie zijn die dit principe schenden”.

Plan is, na Artsen zonder Grenzen, het Internationale Rode Kruis, Save the Children en Oxfam de zoveelste hulporganisatie die misbruik van kinderen en jongeren door hulpverleners moet bekennen. Schokkend nieuws, waarvan je zou verwachten dat de media bol zou staan van hijgerigheid. Maar in de slagschaduw van het #MeToo gebeuren waren er voor het journaille gelukkig Olympische Winterspelen, een politiek debat over het referendum en iets met een filmpje van Patricia Paay.

Bovendien, volgens Trouw-columnist Stevo Akkerman is het wel te begrijpen, die seksfeesten van Oxfam. En valt het dus allemaal wel mee. Want, zo citeert hij journalist Koert Lindijer (veteraan van de Afrika-correspondenten, die ‘zo kwetsbaar’ schrijft): aan de frontlinie is het vechten of neuken. Het patroon volgens Akkerman is dan ook: “Het doet zich overal voor waar macht onmacht treft en rijkdom het pad kruist van armoede: er ontstaat afhankelijkheid. En handel. Die kan uit van alles bestaan, ook seks, maar vruchtbare business is het zelden.” Het is dus eigenlijk de schuld van ongelijke verdeling en machtsverhoudingen, aldus de crypto-marxistische analyse van de columnist. De goedwillende hulpverleners, die juist strijden tegen die ongelijkheid, treft geen blaam.

De eerste reactie van Dolf Jansen, ambassadeur van Oxfam Novib, bij DWDD was “Als het waar is, dan…”, om vervolgens snel over te gaan op het formuleren van een antwoord op zijn eigen vraag “Wat is je volgende stap als hulporganisatie?” Bagatelliseren kun je leren!

Een nog verbijsterender conclusie trekt oud-hulpverlener Willem van der Put. Volgens hem is de aanwezigheid van buitenlanders fnuikend voor de ontwikkeling van arme landen. Je ontneemt hen de eigen verantwoordelijkheid. Goed punt! Opmerkelijk genoeg horen we dit argument uit deze hoek nooit als het gaat om de situatie in Nederland, maar dit terzijde. Vervolgens houdt Willem echter een pleidooi voor meer geld naar ontwikkelingslanden. We halen de hulpverleners weg vanwege afhankelijkheid en verruilen die voor afhankelijkheid van westers geld. Heel logisch. Terwijl medestrijder Akkerman juist constateert dat het allemaal onderdeel is van handel.

Columnist en dominee Rikko Voorberg haalt er ‘je kruis opnemen’ bij: “de waardes dragen waaraan je zelf opgehangen kunt worden”. Want Oxfam is een moreel hoogstaande organisatie die “onwaarschijnlijk goed werk doet en absoluut gesteund moet worden”. Zit hier niet de crux? De moraliteit die de Akkermannen, Jansens en Voorbergen zichzelf toeëigenen en die hen blind maakt voor de negatieve en verwoestende kanten van hulpverleningsorganisaties en hun doelstellingen. Want wat is de moraal van ngo’s, met grote kantoren, hoge salarissen, four-wheel drives, stromend water en ‘room for a pony’? Die toegeëigende moraal staat een discussie over de doeltreffendheid en noodzaak van buitenlandse hulp in de weg. En dan is het makkelijk moralistisch sneren naar bijvoorbeeld een politicus als Jacob Rees-Mogg (toch al verdacht als Brexiteer), die toevallig een dag na de onthulling van het Oxfam-seksschandaal een petitie “Stop de buitenlandse hulpgekte’ op 10 Downing Street aanbood.

De ingehuurde Haïtiaanse prostituees (nee Stevo, ze kwamen zichzelf niet aanbieden) zijn een smet op de hulporganisaties. Maar hun getuigen à decharge hijsen hen al snel weer op het smetteloze blazoen en gaan over tot de orde van de dag. Je opwinden over vermeend racisme of Assad doodwensen bijvoorbeeld.

Posted on

Het spiegelpaleis van paus en president

Twee politiek-religieuze figuren, de één politieker dan religieuzer en vice versa, weerspiegelen een opmerkelijke trend. Waar de één op handen wordt gedragen door de links-liberale media en hun klapvee, maar zijn gedrag aanleiding geeft tot serieuze zorgen over de geestelijke gesteldheid van de persoon in kwestie, valt de ander ten prooi aan off-line pseudo-psychologische analyses en on-line beschouwingen waar het vitriool vanaf druipt. Ik heb het over paus Franciscus, pontifex, en Donald Trump, president.

Het is opvallend hoe deze twee personen, die iedere dag de media halen, elkaars spiegelbeeld vormen in de berichtgeving over hun handelen én hun karakter. Het progressieve deel van de media juicht nagenoeg alles wat paus Franciscus zegt en doet toe. Ieder interview, iedere toespraak, zelfs bijna iedere preek wordt met applaus ontvangen. Foto’s waarop Franciscus een vluchteling in de armen sluit of een peuter in de arm krijgt geduwd, vinden hun weg naar de voorpagina’s van seculiere kranten en webzines. Het kan hun niet gek genoeg wezen en alles wordt kritiekloos omarmd. De media en hun volgelingen stellen echter geen vragen bij het soms ridicule en warrige optreden van de pontifex. Geen off-line psychologische analyses vanachter het beeldscherm of interviews met psychiaters die vanaf het Sint Pieter-plein de paus onderwerpen aan een analyse. Terwijl daar best wel redenen voor zijn (los van de beroepszonde dat geen enkel persoon zonder een onder-vier-ogen-gesprek geanalyseerd mag en kan worden). Neem bijvoorbeeld het grillige gedrag tijdens zijn laatste reis naar Peru en Chili. In dat laatste land ligt de katholieke kerk vanwege een aantal ernstige misbruikschandalen zwaar onder vuur. De kerk in één van de meest katholieke landen in Latijns-Amerika ziet de dagelijkse misgang sterk teruglopen. Maar de paus knuffelt een paar inheemse indianen en neemt een zeer omstreden Chileense bisschop in bescherming. Franciscus lijkt bij tijd en wijle op een dronken kardinaal in een monstransen-tentoonstelling.

Het beeld dat de media schetsen van Donald Trump is precies het tegenovergestelde. De Amerikaanse president is razend populair onder cartoonisten en stand-up comedians en gepubliceerde foto’s laten hem vooral op zijn onvoordeligst zien. Iedere stap en iedere ademtocht van Trump volgen de media kritisch. De president wordt door wannabe-psychiaters en psychoanalytici op afstanden van honderden tot duizenden kilometers geanalyseerd. Openlijk stellen journalisten activisten met een perskaart het verstandelijk vermogen van Trump ter discussie. En de Trump-stemmers zijn vooral angstige mannen. Het zijn kortom geen rationeel denkende personen (en hoewel het seculiere journaille dat ook van christenen denkt, zal men dat niet snel in combinatie met paus Franciscus opschrijven). Maar er is nauwelijks een gedegen politieke analyse in de progressieve media te vinden van het presidentiele beleid. Over welke politieke successen hij heeft geboekt in zijn eerste jaar. Bijvoorbeeld de enorme belastinghervorming die hij door het Congres wist te krijgen. Nee, liever weer het zoveelste satirische columpje over een tweet van Trump of over een aankoop die zijn vrouw deed.

De pontifex en de president leven in het spiegelpaleis van de progressieve media. Waar de één door de seculiere journalisten al heilig is verklaard – hij mag in het pantheon zijn plaats innemen naast Sint Obama – wordt de ander verketterd en tot het hulpje van Satan genomineerd. Serieus is het allemaal niet.