Posted on

Joker: Echo van Trumps American Carnage-speech

Joker

Films zie ik in de eerste plaats als puur vermaak. En verreweg de meeste films zijn ook precies dat. Niemand gaat bijvoorbeeld de Star Wars films met grote filosofische beschouwingen verwarren. Soms zijn er echter films die cultureel een gevoelige snaar raken. Precies zo’n film lijkt “Joker” te zijn.

De hoofdpersoon, Arthur Fleck, is een psychisch gestoord persoon die in een liefdeloze wereld leeft. Zijn medicijnen worden voorgeschreven door een sociaal werkster die in de loop van de film wordt wegbezuinigd. Zijn omgeving, Gotham City, is een grauw kruitvat dat vanwege werkloosheid en algemene uitzichtloosheid klaar is om te ontploffen. Terwijl dit gebeurt probeert de baas van Wayne Enterprises, Thomas Wayne, burgemeester te worden en gooit olie op het vuur door de protesterende massa’s te omschrijven als “clowns”.

Ellendige lotgevallen

Arthur zelf heeft een droevig baantje als clown die per uur in te huren is. Gedurende de film wordt hij in toenemende mate getroffen door ellendige lotgevallen die uiteindelijk culmineren in de moord op drie medewerkers van Wayne Enterprises uit zelfverdediging. Dit, en het ontbreken van zijn medicijnen, duwt Arthur over het randje. Hij wordt vanwege zijn optreden voor het klein cabaret uitgenodigd door een alom bekende talkshowpresentator.

Talkshow

De moord op de drie medewerkers van Wayne Enterprises heeft echter als ontsteking gefunctioneerd voor de sociale situatie in Gotham City. De stad lijkt hiermee op hetzelfde tempo te ontsporen als de hoofdpersoon zelf. De afwezigheid van medicijnen heeft een radicaliserend effect op Arthur en hij lijkt vrede te sluiten met zijn rol als slechterik. Als hij enige tijd later door de talkshowpresentator live op televisie aan het woord wordt gelaten bekend hij alles wat hij gedaan heeft. Hij handelt ook onverwacht door de presentator live op televisie dood te schieten.

Rellen ontsporen

De rellen ontsporen door de moord vervolgens en terwijl Arthur zijn opstaat als de “Joker” in het Batman-universum worden Thomas Wayne en zijn vrouw in een obscuur steegje doodgeschoten. Daarmee de basis leggend voor de opkomst van Batman.

Arthurs gedrag niet veroordeeld

Het interessante aan de film is dat de film Arthurs gedrag niet veroordeeld. Hij is niet een megaslechterik zoals de Joker in de andere films, maar een slachtoffer van zijn sociale omgeving. In lijn met het niet-veroordelen van Arthur veroordeelt de film ook Thomas Wayne en de protesterende massa’s niet. We weten niet met welke motieven Thomas burgemeester wil worden. Misschien wil Thomas Wayne wel gewoon aan de knoppen zitten met als drijfveer zijn veel te grote ego? Wellicht is hij oprecht begaan met het lot van de burgers, ondanks zijn harde taalgebruik? We weten ook niet met welke motieven de protesterende massa op de been komt. Wellicht is iedereen wel gemarginaliseerd? Misschien willen de protesterende massa’s wel gewoon een relletje trappen vanwege hun lege inhoudsloze levens?

Negatieve recensies van sjw’s voor Joker

De film zelf heeft vooraf nogal wat negatieve aandacht gehad. Zo zou het “incels” (een internet subcultuur) aanzetten tot geweld. De grap is dat er niets in de film is dat ook maar hint op de incel-subcultuur. Wat de film wel doet is een blanke man afschilderen als slachtoffer van de maatschappij, zonder een echt oordeel te vellen over de daden die hij gedurende de film verricht. Dit verklaart wellicht waarom de film zo controversieel is in de ogen van linkse kranten als The Guardian en veel als filmcriticus vermomde activisten, want blanke mannen kunnen volgens deze Social Justice Warriors nooit slachtoffer zijn van gelijk welke situatie dan ook.

Talkshowpresentator

De enige die echt als “klootzak” wordt neergezet is de talkshowpresentator. Het zo portretteren van de niet-grappige talkshowpresentator zal in linkse, activistische kringen niet goed gevallen zijn, omdat de meesten die zich verkopen als cabaretier eigenlijk totaal niet-grappige linkse activisten zijn. Denk in Nederland aan LGBT-activisten als Arjen Lubach, Claudia de Breij en Freek de Jonge.

Trump

De film is ook niet pro-Trump. Zo lijkt de dronken en gewelddadige medewerker van Wayne Enterprises die door Arthur wordt doodgeschoten precies op de zoon van Donald Trump. Tegelijk is de film ook niet “liberal” of socialistisch. Zowel Arthur als de rellende massa worden immers niet definitief als moreel juist afgeschilderd.

American Carnage

Wat de film wel is, is een echo van de “American carnage”-speech van Donald Trump. Ik weet niet of de regisseur het zo bedoelde maar het is een kritiek op het systeem waarin iedereen die aan de bodem van het systeem leeft niet hoeft te strijden voor zijn basale benodigdheden en neerbuigend door sociale zekerheid overeind wordt gehouden. Zo het leven volledig zinloos makend. Ik zou willen dat er meer films waren als deze.

Posted on

Bremen: SPD wil na historisch verlies toch regeren

In Bremen gebeurde zondag wat lange tijd onvoorstelbaar scheen. Voor het eerst sinds 73 jaar werd de CDU groter dan de SPD. De sociaaldemocraten behaalden hun slechtste resultaat sinds de oprichting van de Bondsrepubliek. Maar ze kunnen nog niet loskomen van de regeringsbankjes.

De CDU kwam volgens de voorlopige uitslag op 26,7 procent, de SPD van burgemeester Carsten Sieling op 24,9 procent. De Groenen groeiden naar 17,4 procent en Die Linke naar 11,3. De AfD groeide in het linkse bolwerk licht naar 6,1 procent en de FDP  naar 5,9.

Bremerhaven

Door een bijzonderheid van het Bremer kiesrecht wordt de kiesdrempel in de twee kiesdistricten Bremen en Bremerhaven afzonderlijk toegepast. Zodoende kon de rechts-conservatieve partij Bürger in Wut haar zetel in het deelstaatparlement behouden door alleen in Bremerhaven over de kiesdrempel te komen. Sowieso deden de rechts-conservatieve partijen het in de kuststad beter dan in Bremen zelf. De AfD behaalde er 9,4 procent en Bürger in Wut 8,8 procent, samen 6,7 procentpunten meer dan in 2015. In de gehele deelstaat bedroeg de winst voor beide slechts 1,3 procentpunten.

Fractiestatus

AfD-lijsttrekker Thomas Jürgewitz ziet in Bremerhaven “een stemming voor verandering in een deelstaat en een stad die er berucht om zijn in de statistieken altijd op de laatste plaats te komen”. AfD Bremen-voorzitter Frank Magnitz had voor de verkiezingen op minstens zeven procent gehoopt. Het werd iets meer dan zes. Maar anders dan in 2015 heeft de AfD nu genoeg zetels om de fractiestatus te krijgen. De vier zetels van vier jaar geleden waren daarvoor niet genoeg. Bovendien gingen drie van de vier door interne conflicten bij de AfD weg. Zonder fractiestatus was het oppositiewerk lastig geweest, zegt Magnitz. Maar nu is de tijd van het deelstaatparlement als applausmachine, waar niemand een ander geluid laat horen voorbij, zo vervolgt hij.

SPD klampt zich aan de macht vast

Voor de sociaaldemocraten is het resultaat een ramp. Ze hebben hun nederlaag echter nog niet helemaal geaccepteerd. In 2015 bereikten de Bremer sociaaldemocraten met 32,8 procent al een historisch dieptepunt, nu ging het nog eens duidelijk neerwaarts. “De cijfers zijn teleurstellend”, aldus zittend burgemeester Carsten Sieling. Hij benadrukte voor een toekomstige coalitie het belang van het financieel beleid. “Ik kijk ernaar met welke partijen zouden we een akkoord kunnen bereiken”, aldus Sieling tegenover tv-zender n-TV. “En we hebben met de Groenen een goed beleid gevoerd”, voegde hij eraan toe. De gedachte om de oppositie in te gaan, lijkt bij Sieling niet eens op te komen.

Rood-rood-groen

Federaal SPD-leider Andrea Nahles sprak zich voor een coalitie inclusief Die Linke uit. “Rood-rood-groen is in Bremen mogelijk.” De Groenen hebben volgens Nahles de keuze: “Willen ze een progressieve regering of niet?” De Bremer CDU rond Carsten Meyer-Heder maakt nu als grootste partij echter aanspraak op het initiatief in de regeringsvorming. “De SPD is afgekeurd”, aldus de CDU-lijsttrekker. De Groenen lieten zich op de verkiezingsavond terughoudend uit en wezen op grote inhoudelijke verschillen met zowel de CDU als Die Linke. De Groenen lijken kortom alle opties open te houden.

Jamaica

Een zogenoemde Jamaica-coalitie van de CDU met de Groenen en de liberale FDP zou 45 zetels hebben en daarmee twee meer dan de absolute meerderheid van 43. Rood-rood-groen zou 49 zetels hebben en daarmee zes meer dan de absolute meerderheid. Een derde mogelijkheid zou een zogenoemde stoplichtcoalitie van SPD, FDP en Groenen zijn. De sociaaldemocraten sloten die laatste optie echter reeds uit.

Federale coalitie

Ondertussen rommelt het ook federaal nog in de SPD. De linkervleugel roept na de nederlagen in Bremen en in de Europese verkiezingen om het vertrek uit de federale coalitie met CDU en CSU. Daardoor zou de regering Merkel ten val kunnen komen. En Martin Schulz zou het fractievoorzitterschap in de Bondsdag van Andrea Nahles over willen nemen.

Posted on

Een schijnbaar onbegrijpelijke foto

Kijkt u eens goed naar de foto hierboven. Neem de tijd. Wat ziet u? De tekst zal ik u vertalen. De tekst die boven Poetins hoofd prijkt vertaalt zich als “De Krim is in mijn hart.” In het water staat groot “Rusland” geschreven. De twee moeilijk te plaatsen vlaggen op de schouders van de kinderen zult u niet terug kunnen vinden bij de Verenigde Naties: dit zijn de vlaggen van de Volksrepublieken Donetsk en Loegansk.

Contrast

Dat de Donbass als een grauw en grijs concentratiekamp is afgebeeld lijkt te suggereren dat het hier om een pro-Oekraïense boodschap gaat. Maar waarom is de Krim dan een zee van pracht, praal en kleuren omringt door jachten? Poetin spreekt een massa mensen toe. Ook de Volksrepublieken Donetsk en Loegansk, twee niet-erkende landen in het oosten van Oekraïne, worden afgebeeld, als twee onschuldige meisjes met alleen Christus die hen bijstaat.

Onbegrijpelijk

De poster is te positief over Rusland om Oekraïense propaganda te zijn. Tegelijkertijd is het te negatief over de Donbass om door te gaan voor een lofzang op het beleid van Rusland. Het is een foto die onbegrijpelijk lijkt voor journalisten van het type ‘Des te meer je weet over Rusland des te minder je haar begrijpt’.

Teleurstelling

De foto is geen hulde aan het patriottisme van Rusland, noch aan dat van Oekraïne. Het is een uitdrukking van teleurstelling van mensen, vaak wonende in Donbass, dat Rusland hen in de steek heeft gelaten. Dit komt de lezer mogelijk vreemd over: Was de Donbass niet dat gedeelte van Oekraïne wat Rusland heeft ingenomen door daar massaal Russische troepen naar toe te sturen en waarover constant wordt gesproken in termen van ‘hybride oorlog’?

In de steek gelaten

Niet volgens een deel van de bevolking. Het loon is er laag, werk is er weinig, veel bedrijven zijn vertrokken. Rusland heeft de helpende hand uitgestoken naar de Krim en dit werd deel van Rusland. Maar voor de Donbass wachtte een ander lot: het werd niet opgenomen in de Russische Federatie en ook erkenning van de Volksrepublieken bleef uit. Het ziet er ook niet naar uit dat die erkenning snel zal komen. Veel mensen in de Donbass voelen zich door Rusland verraden. Niet vanwege een grote militaire, economische steun, maar juist omdat Rusland in hun ogen te weinig heeft gedaan.

Vijf jaar Volksrepubliek Donetsk

Een twitteraar postte deze foto vijf jaar na het uitroepen van de Volksrepubliek Donetsk op 7 april 2019. Hij voorzag de foto van het bijschrift:

En God vroeg Kaïn:
“Waar is jouw broer Abel?”
En Kaïn antwoordde:
“Ben ik dan de beschermer van mijn broer?”

Cynisch voegde de twitteraar er nog aan toe: “Broeders en zusters, gefeliciteerd met de vijfde verjaardag van de Volksrepubliek Donetsk.”

Posted on

SPD-bolwerk Bremen wankelt

In de Duitse deelstaat Bremen mag men op 26 mei niet alleen ter stembus voor de Europese verkiezingen, maar ook om een nieuwe Bürgerschaft, het deelstaatparlement te kiezen. Decennialang was de stadstaat een vast bolwerk van de SPD. Daar zou dit voorjaar een einde aan kunnen komen.

Na de Tweede Wereldoorlog werd de Bürgerschaft van de Vrije Hanzestad Bremen al 19 maal gekozen. Daarbij was er een constante: De SPD werd steeds de grootste. Slechts eenmaal, in 1995, spande het erom. In 2015 behaalden de sociaaldemocraten weliswaar hun slechtste resultaat sinds 1945, maar ze lagen met 32,8 procent van de stemmen nog duidelijk voor op de CDU, die op 22,4 procent kwam.

CDU voor het eerst voor SPD

Voor de CDU waren Bremen en het bijbehorende kiesdistrict Bremerhaven steeds een harde noot om te kraken. Maar begin februari lag de partij in een peiling voor het eerst zowaar voor op de SPD. De percentages van respectievelijk 25 en 24 procent maakten echter ook duidelijk dat de CDU het minder van zijn eigen sterkte dan van de zwakte van de SPD moet hebben.

Vier jaar geleden nam burgemeester Jens Böhmsen na het slechte resultaat van zijn partij zijn ontslag. Nu verliezen de sociaaldemocraten volgens de peilingen nog meer steun. Ook onder nieuwe burgemeester Carsten Sieling wordt het er echter niet beter op. In 2017 lag de partij nog bij 29 procent in de peilingen, nu zijn het er dus nog 24.

CDU ook ver verwijderd van doel

Ook de CDU is overigens nog ver verwijderd van haar verkiezingsdoelstelling. Lijsttrekker Carsten Meyer-Heder wil 35 procent van de stemmen behalen. Dat lijkt volstrekt niet haalbaar. Niettemin zou de CDU-kandidaat kunnen proberen een regering te vormen als zijn partij inderdaad de grootste wordt.

Rekenkundig lijkt een linkse coalitie van SPD, Groenen en Die Linke mogelijk. De Groenen lijken met 18  procent een recordresultaat te behalen. Daarnaast is Bremen een West-Duits bolwerk van Die Linke. De socialisten komen er in de peilingen steevast boven de tien procent uit.

Meyer-Heder hoopt daarentegen een zogeheten Jamaica-coalitie te kunnen vormen met de Groenen en de liberale FDP. In de peilingen kan dit vooralsnog niet op een meerderheid rekenen, aangezien de FDP niet verder komt dan zes procent.

Onderlinge concurrentie rechts-populisten

De voorspellingen over de toekomstige machtsverhoudingen in de Bremer Bürgerschaft worden gecompliceerd door het feit dat de stemmen van Bremen en Bremerhaven apart geteld worden. Zodoende kan ook wie alleen in Bremerhaven boven de kiesdrempel van vijf procent uitkomt een zetel in het stadsparlement bemachtigen. De voormalige rechercheur Jan Timke van de rechts-populistische partij Bürger in Wut profiteerde hier de afgelopen verkiezingen van. Zijn partij concurreert enigermate met de AfD, die in deze deelstaat met interne verdeeldheid kampt en in de peilingen rond de acht procent staat.

Lijsttrekker voor de AfD is Bondsdaglid Frank Magnitz, die begin dit jaar internationaal in het nieuws kwam toen hij vermoedelijk door links-extremisten het ziekenhuis in geslagen werd. In de race om het lijsttrekkerschap won Magnitz het van de in Bremen bekende tv-journalist Hinrich Lührssen, die na zijn nederlaag prompt overstapte naar de Bürger in Wut en deze aanvoert in het district Bremen. Voor de machtsverhoudingen spelen deze onderlinge rechtse twisten nauwelijks een rol. Ook al hopen regionale media onverholen dat zowel AfD als BiW door de onderlinge concurrentie de kiesdrempel niet halen.

SPD boven federaal gemiddelde

Burgemeester Sieling vecht in de door werkloosheid en voortslepende structuurverandering gestempelde stadstaat ondertussen om zijn politieke overleven. “Hoe Bremen er op staat en dat het ook de toekomst sociaaldemocratisch geregeerd wordt, is bepalend voor de toekomst van de hele SPD”, aldus Sieling. Het gaat er in Bremen volgens de burgemeester ook om welke betekenis de SPD voor heel Duitsland nog zal hebben. Voor de slechte peilingen houdt hij tegelijk vooral de federale politiek verantwoordelijk. “De federale neerwaartse trend voor de SPD gaat ook aan Bremen niet voorbij”, aldus Sieling tegenover Radio Bremen. “We liggen echter altijd nog negen procentpunten boven het federale gemiddelde. Dat laat zien dat we goed werk doen.”

Curieuze zijinstromer

Zijn christendemocratische uitdager ziet dat anders. De nieuwszender NTV beschrijft de boomlange Carsten Meyer-Heder, die pas in maart vorig jaar CDU-lid werd, als “curieuze zijinstromer in de politiek”. De IT-ondernemer plakte nooit eerder verkiezingsposters, noch nam hij aan partijcongressen deel. Hij “komt over als een combinatie van worstelaar en shanty-koorzanger, hij spreekt ongepolijst, breekt zinnen vaak af, geeft het toe als hij iets niet weet en denkt onideologisch. Hij spreekt volgens Robert Habeck van de Groenen geen kwaad van de SPD, maar stelt op ontwapenende wijze vragen bij het clichématige politieke jargon van de concurrentie.Juist doordat hij als nieuweling in de politiek fris overkomt, zouden meer Bremers hem toevertrouwen het stof van 70 jaar daadwerkelijk aan de kant te kunnen vegen”, zo heet het in een portret van The European. De 57-jarige zal in ieder geval de SPD slapeloze nachten bezorgen.

Posted on

Griekenland trekt leeg en vergrijst, nieuwe bailout kwestie van tijd

Vanwege gebrek aan toekomstperspectief verlaten steeds meer jonge Grieken hun land. En degenen die blijven, beginnen steeds minder vaak een gezin. Ondertussen is de Griekse regering vooral bezig met aan de macht blijven. Het lijkt een kwestie van tijd voor Griekenland bij het Europese Stabiliteitsmechanisme (ESM) aanklopt voor een nieuwe bailout.

Door gebrek aan toekomstperspectief, lage lonen en hoge werkloosheid hebben sinds 2010 ruim 360.000 Grieken hun land verlaten op zoek naar een betere toekomst. Dit getal noemt het toonaangevende Griekse economische onderzoeksinstituut KEPE. Omdat het bestuur van land meer op zijn bord krijgt dan het aankan en dus niet ieder vertrek geregistreerd wordt, zijn er zelfs deskundigen die er van uit gaan dat sinds 2010 reeds meer dan een half miljoen Grieken de wijde wereld in getrokken is.

Jonge vakkrachten

Meer dan 90 procent van hen die hun vaderland verlaten hebben is jonger dan 40 jaar oud. Het is vooral de uittocht van vakkrachten die gemerkt wordt. Volgens de Griekse vakorganisatie voor artsen zijn sinds 2010 naar schatting 18.000 jonge artsen en duizenden verplegers uit Griekenland vertrokken. Ook ingenieurs en andere hoog gekwalificeerde mensen hebben hun biezen gepakt. De meerderheid van hen werkt volgens het Duitse weekblad Der Spiegel in het Verenigd Koninkrijk, Duitsland en de Golfstaten. Veel jonge mensen zonder beroepskwalificatie worden niet eens geregistreerd, maar vertrekken ongemerkt naar naburige EU-landen om als seizoensarbeider of oproepkracht door te ploeteren.

Sinds het begin van de crisis in 2009 heeft Griekenland een kwart van zijn economische kracht verloren. Inmiddels groeit het Bruto Binnenlands Product weliswaar, maar slechts op zeer gering niveau. In 2017 was het 1,4 procent, net twee procent in het daaropvolgende jaar. Het werkloosheidscijfer ligt rond de 20 procent. Onder de 15-24-jarigen is zelfs 42 procent werkzoekend.

Regering houdt de moed erin

Desalniettemin proberen de machthebbers in Athene optimistisch te doen. Premier Alexis Tsipras kondigde in zijn nieuwjaarstoespraak voor Griekenland “een jaar van hoop, vertrouwen en creativiteit” aan. Eindelijk zouden de Grieken weer “zonder betutteling en bevelen” van internationale geldschieters over hun lot beslissen.

In Brussel heeft men van deze woorden met argwaan kennis genomen. Want pas eind augustus vorig jaar werd Athene uit het miljardenkredietprogramma van de internationale instanties ontslagen. Om het eerste staatsbankroet van een EU-lidstaat te verhinderen, hadden EU en Internationaal Monetair Fonds (IMF) van 2010 289 miljard euro ter beschikking gesteld. Daaraan waren harde bezuinigingsvoorwaarden verbonden, waaraan de regering zich nu schijnbaar niet meer gebonden voelt. Zelfs de onder druk van de EU doorgevoerde pensioenhervorming staat weer ter discussie.

‘Het Afrika van Europa’

En dat blijft niet zonder gevolgen. In de internationale vergelijking van het vestigingsklimaat ‘Doing Business’ van de Wereldbank viel Griekenland onder de 190 geëvalueerde staten in het afgelopen jaar van plaats 61 naar 67. EU-deskundigen spreken reeds van ‘het Afrika van Europa’. Persbureau DPA meldt dat economen onlangs nog een sterk beroep op de regering deden om de in de crisis ingeslagen koers aan te houden.

Zo riep de Griekse centrale bank in haar jongste rapport over het monetair beleid op tot voortzetting van de structuurhervormingen, verdere privatiseringen, afbouw van bureaucratie en een belastinghervorming. Daarvan hangt het volgens de centrale bank af wanneer Griekenland zich weer kan herfinancieren op de kapitaalmarkt.

Politieke verhoudingen

Maar de regering in Athene is voorlopig vooral bezig met aan de macht blijven. In het nieuwe jaar staat er parlementsverkiezingen op de rol. Tsipras en zijn kabinet hebben die zo lang mogelijk voor zich uitgeschoven. Maar uiterlijk in de herfst moeten de stemgerechtigden onder de elf miljoen inwoners van het land ter stembus. Tsipras’ Syriza zou volgens peilingen nog slechts op 23 procent van de stemmen komen. In 2015 was dat nog circa 36 procent. De nationaal-conservatieve Onafhankelijke Grieken (ANEL) die de regering aan een meerderheid helpen zouden met  2 procent niet eens over de kiesdrempel meer komen.

Gevreesd wordt bovendien voor extreem instabiele politieke verhoudingen. Ook dit geldt als reden waarom jongeren in groten getale emigreren. Maar weinig Grieken zien de toekomst met vertrouwen tegemoet en weinigen kunnen zich voorstellen onder de huidige omstandigheden een gezin te beginnen. Het geboortecijfer is dermate laag, dat deskundigen voor de komende vijf decennia verwachten dat de Griekse bevolking met de helft krimpt. De gevolgen daarvan zouden drastisch zijn. Naar inschatting van economen zou de pensioengerechtigde leeftijd van nu 67 naar 73 jaar opgeschroefd moeten worden.

Nieuwe hulpkredieten

Kostas Simitis van de oppositionele sociaaldemocratische partij PASOK vreest dat Athene al snel weer om nieuwe hulpkredieten zal moeten vragen. De sociaaldemocraat, die van 1996 tot 2004 premier van Griekenland was, denkt niet dat zijn land financieel op eigen benen kan staan. In de EU gaat men er ook reeds vanuit dat Griekenland op afzienbare termijn opnieuw bij het Europese Stabiliteitsmechanisme aan zal moeten kloppen, zo stelde Simitis tegenover het Griekse weekblad To Vima. De politiek oud-gediende geldt als iemand die goed op de hoogte is en hij staat met zijn pessimistische inschatting niet alleen. Aan het begin van het jaar schilderen diverse Griekse commentatoren een grimmig beeld. Alleen zieken, zwakken en ouden van dagen zouden voor het land behouden blijven. Wie een toekomstperspectief zoekt, denkt onvermijdelijk aan emigratie, aldus KEPE.

Posted on

Na poging tot karaktermoord op Kavanaugh opnieuw poging tot karaktermoord op Donald Trump?

Nu Brett Kavanaugh tot opperrechter is benoemd en de rook van de strijd is opgetrokken, zijn in de Verenigde Staten de midterm-verkiezingen weer in zicht. Deze verkiezingen zullen uitmaken hoe groot de schade is die aangericht werd bij de Republikeinen en hoe effectief de methoden van de Democraten werkelijk zijn.

In Europa gaan we er waarschijnlijk niets van merken, maar in het Amerikaanse binnenlandse beleid zijn deze verkiezingen uiterst relevant. De uitslag gaat bepalen of president Trump tot 2020 de handen vrij heeft om het binnenlandse beleid volledig naar zijn hand te zetten of dat de Democraten een kleine meerderheid zullen behalen en de komende 2 jaar zullen proberen om Trump af te zetten.

De methoden die de Democraten gebruiken zijn echter ineffectief gebleken. In 2016 werd er geprobeerd om karaktermoord te plegen op Donald Trump. Net zoals Brett Kavanaugh is hij daar niet onbeschadigd uitgekomen, maar hij wist wel de verkiezingen te winnen. Dat is ook niet zo gek. In de westerse democratieën is het media-imago van levensbelang. Het is niet zo vreemd dat een mediamagnaat het daarom wint van een stijve bureaucraat als Hillary Clinton.

Dit jaar gebeurde min of meer hetzelfde met Brett Kavanaugh. De Democraten probeerden zijn benoeming tegen te houden door vooral karaktermoord te pogen op de persoon Kavanaugh in plaats van argumenten te formuleren waarom Brett Kavanaugh ongeschikt zou zijn als opperrechter. En net zoals in 2016 mislukte dat, omdat iedereen die ertoe doet begreep dat de beschuldigingen van verkrachting werden geuit omwille van politiek opportunisme en niet omwille van rechtvaardigheid voor een misdaad.

De Democraten communiceerden vooral een “barbertje moet hangen”-mentaliteit, want het ene moment werd Kavanaugh beschuldigd van verkrachting tijdens zijn middelbare schooltijd. Het volgende moment werd hij in aan de Democratische partij gelieerde mediakanalen belachelijk gemaakt omdat hij toegaf nog ver na zijn middelbare schooltijd maagd te zijn geweest. De Republikein Lindsey Graham verweet de Democraten daarop een heksenjacht te voeren. Deze heksenjacht heeft slechts wisselend effect gehad. Vooral de niet-blanken in de Verenigde Staten zijn gevoelig gebleken voor de methodes van de Democraten.

Nu een poging tot karaktermoord tot twee keer toe mislukt, is het de vraag hoe houdbaar deze tactiek werkelijk is. Vooralsnog staat het sein voor de Democraten op rood. Net als in 2016 staan de Democraten, zoals te verwachten, in de peilingen op een lichte voorsprong en net zoals in 2016 bestaat de Democratische verkiezingsstrategie er vooral uit te communiceren hoezeer Trump niet deugt. De officiële werkloosheidscijfers zijn in het voordeel van Donald Trump.

Omdat het net als in 2016 onduidelijk is hoe de verhoudingen werkelijk liggen zal het tot het laatst spannend blijven of de Republikeinen hun meerderheid in de senaat en het huis van afgevaardigden zullen behouden. Gezien het verloop van de gebeurtenissen zal de uitslag van de midterm-verkiezingen ook niet zo heel veel verschillen van die uitslag van 2016.

Posted on

“Belasting is diefstal”

Het is ieders morele plicht zo weinig mogelijk belasting te betalen, vindt belastingadviseur Toine Manders.  “Er is geen principieel verschil tussen belasting en roof.”

‘De koning van de belastingontwijking’ wordt hij wel genoemd, of ‘belastingridder’ door het zakenblad Quote. Ruim twintig jaar hielp Toine Manders kleine en middelgrote ondernemers in Nederland met het behalen van fiscale voordelen in belastingparadijzen. In 2014 werd hij op Cyprus gearresteerd op verdenking van het leiden van een illegaal trustkantoor. Hij bracht drieënhalve maand door in voorlopige hechtenis. De HJC Group, waaronder het trustkantoor HJC Cyprus en het Haags Juristen College (HJC) in Den Haag, waaraan hij sinds 1994 verbonden was, hield op te bestaan. Na ruim vierenhalf jaar is het wachten nog steeds op een rechtszaak, en dus is er nog geen enkele schuld bewezen.

Met Nozick Consulting in Zoetermeer heeft Manders zijn werk weer opgepakt. Nog steeds helpt hij het midden- en kleinbedrijf met het zoeken naar ‘creatieve oplossingen die forse besparingen opleveren’.

Omdat Manders’ naam genoemd wordt in de Panama Papers werd hij vorig jaar verhoord door de Parlementaire Ondervragingscommissie Fiscale Constructies. Fragmenten van zijn verhoor gingen viral op sociale media, en dan vooral het fragment waarin hij commissielid Renske Leijten van de SP de les las over de DDR-ideologie die hij bij haar meende te bespeuren.

Manders is meer dan een handige jongen die van belastingontwijking zijn beroep heeft weten te maken. Zijn werk is voor hem als een roeping. Als overtuigd libertariër streeft hij naar een zo klein mogelijke overheid en de afschaffing van alle belastingen. Om dit te bereiken, zet hij zich al sinds de jaren negentig in voor de Libertarische Partij (LP). Hij was voorzitter en politiek leider, en vertegenwoordigt de partij thans internationaal. Als vice-voorzitter geeft hij leiding aan de internationale koepel van libertarische partijen, the International Alliance of Libertarian Parties.

Een gesprek over onder meer postbusfirma’s op de Amsterdamse Zuidas, liberalen van de VVD die geen echte liberalen zijn, naamgenoot Toine Manders van 50Plus, de grijze draaischijftelefoon van de PTT, het Zwitserse bankgeheim, Amerikaanse robberbarons, de Europese Unie die belastingadviseurs dwingt ‘NSB’er’ te worden, de VS als ‘welfare-warfare-police state’ – en Nederlandse belastingambtenaren ‘zonder humor’en met ‘lange tenen’ die je zonder pardon in ‘een hok’ stoppen als je ze te slim af bent en de spot met ze drijft.

Belasting is diefstal. Hoezo? 

Je spreekt van diefstal als je eigendom je wordt afgenomen. Je spreekt van roof als dat gebeurt onder bedreiging van geweld. Er is geen verschil tussen belasting en roof. Want wat gebeurt er als de staat belasting heft? Dan wordt je eigendom van je afgenomen. Eerst krijg je een brief waarin je bevolen wordt geld af te staan, en als je daar niet op reageert, krijg je brieven die steeds dreigender worden. Als je dan nog steeds niet reageert, komt er iemand langs met het doel om spullen van je af te nemen. Als je die niet binnenlaat, dan komt hij terug met iemand die een pistool draagt of met twee mensen die een pistool dragen. Dan wordt er ingebroken in je huis en worden jouw spullen tegen jouw wil meegenomen. Als je je daar tegen verzet, ben je strafbaar en word je opgesloten in een hok. Als je probeert deze gang van zaken te voorkomen door geen aangifte te doen, dan ben je ook strafbaar, want op het niet doen van aangifte staat vier jaar gevangenisstraf. Dan kom je ook in een hok. Dat is dus hoe de staat aan haar geld komt.

U roept mensen op belasting te ontwijken, niet te ontduiken. Wat is het verschil? 

Belastingontduiking is het besparen van belasting door de wet te overtreden. Belastingontwijking is het besparen van belasting binnen de grenzen van de wet. Je maakt dan dus gebruik van de wettelijke mogelijkheden die er zijn. Denis Healey, voormalig Brits minister van Financiën, heeft gezegd: “Het verschil tussen belastingontduiking en belastingontwijking is de dikte van een gevangenismuur.” Ik heb die slogan vaak gebruikt tijdens mijn seminars. Maar inmiddels mogen we vaststellen dat ook als je wel degelijk binnen de grenzen van de wet blijft het toch kan gebeuren dat je aan de verkeerde kant van de gevangenismuur terecht komt. De staat heeft zich wat dat betreft een slechte verliezer getoond.

Voor u mag het verschil dan duidelijk zijn. Maar kennelijk zien het Openbaar Ministerie (OM) en de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst (FIOD) het anders. 

Dat zou betekenen dat er bij het OM en de FIOD hele eerlijke, nette, goed bedoelende mensen zijn, die oprecht dachten dat wat ik deed in strijd met de wet was. Maar ik denk niet dat dat zo is. Want er was geen bewijs en er is geen bewijs. We zijn na mijn ontvoering in januari 2014 inmiddels ruim vierenhalf jaar verder. Ze hebben tien FIOD-ambtenaren op een vliegtuig naar Cyprus gezet en alles platgelegd, computers, papieren, dossiers meegenomen, een aantal medewerkers als verdachten aangemerkt, zodat mensen bang werden en stopten met werken, en het bedrijf dezelfde dag nog werd gesloten. Ze hebben vierenhalf jaar de tijd gehad alle dossiers door te pluizen. Ze beschikken over alle cliëntengegevens, alle structuren die waren opgezet, verslagen van gesprekken die zijn gevoerd met meer dan tienduizend cliënten en potentiële cliënten. Maar tot de dag van vandaag is er nog steeds geen enkele cliënt en zelfs geen enkele potentiële client veroordeeld of überhaupt vervolgd voor belastingontduiking, witwassen of andere vergrijpen.

Velen zullen zeggen: het heffen van belastingen is volkomen legitiem, want zo hebben we het met elkaar afgesproken. Het is democratisch verankerd. Er is geen meerderheid in Tweede Kamer tegen belastingheffing.

Zo hebben we het met elkaar afgesproken? Dat hebben we helemaal niet zo met elkaar afgesproken. Ik heb die afspraak niet gemaakt. Kunt u zich herinneren die afspraak te hebben gemaakt? Het sociaal contract is een mythe, of beter gezegd, een leugen.

Het argument van de democratie, dat het democratisch is besloten, dat de meeste stemmen gelden, gaat ook niet op. Als je op straat twee rovers tegen het lijf loopt die zeggen: “We houden een verkiezing of je wel of niet beroofd moet worden”, en ze stemmen vervolgens met z’n tweeën voor, en jij stemt tegen, en ze zeggen dan: “Je hebt verloren, want de meeste stemmen gelden en we nemen nu jouw portemonnee af” – dan is het toch nog steeds niet gerechtvaardigd? En of die bende nu bestaat uit twee, tien, honderd of tien miljoen, het maakt voor het principe niets uit. Het principe is: Je mag niet iemands lichaam of eigendom schenden. Ieder mens heeft recht op zijn eigen lichaam en eigendom zolang hij geen inbreuk maakt op iemand anders lichaam of eigendom. De overheid schendt dat principe, op verschillende manieren, onder meer door belastingheffing en de militaire dienstplicht die nog steeds niet is afgeschaft. Ook al staat de meerderheid daar achter, dat maakt niet uit. Of iets democratisch besloten is, zegt helemaal niets over de rechtmatigheid van de daad.

Stel dat we in Nederland nog een stelsel hadden van referenda, en er zou een referendum worden gehouden over het belastingstelsel. Zou de meerderheid dan voor afschaffing stemmen?

Ik denk niet dat de meerderheid zou stemmen voor volledige afschaffing. Maar dat heeft een achtergrond.  De gemiddelde burger merkt weinig van hoge belastingdruk in Nederland. Dat komt doordat vrijwel alle belastingen worden geheven via de ondernemer, die dat maar moet doorberekenen in lagere lonen en hogere prijzen. Loonbelasting, sociale premies, BTW, accijnzen,  invoerrechten, enzovoort.

Ik herinner mij dat ik jaren geleden een artikel las over de tien grootste ergernissen van de gemiddelde Nederlander. Bovenaan stonden de gemeentelijke belastingen. Ik was heel even verbaasd.  Maar toen viel het kwartje. Het is zo’n beetje de enige belasting die niet via de ondernemer wordt geheven, maar rechtstreeks bij de belastingbetaler zelf, waarbij hij jaarlijks een enveloppe aantreft op de deurmat, met daarin een brief waarin niet staat “U krijgt geld terug”, maar waarin staat “U moet geld overmaken”. Blijkbaar maakt dat een enorm psychologisch verschil.

Ik voorspel dat er een belastingopstand zou uitbreken als belastingen die nu via de ondernemer worden geheven van het ene op het andere jaar rechtstreeks werden geheven bij de burger zelf. Mensen zouden razend en ziedend worden. Nederland heeft net als de VS haar bestaan te danken aan een belastingopstand. Nederlanders hebben een tachtigjarige oorlog gevoerd vanwege de tiende penning, die de Spaanse bezetter ons had opgelegd. Dat was een soort BTW van 10 procent.

Dus stel dat alle belastingen direct werden geheven bij de burger en er dan een referendum zou worden gehouden over belastingheffing, dan denk ik niet dat we meteen naar nul zouden gaan, maar wel dat de belastingdruk extreem veel lager zou worden dan deze nu is.  De meeste mensen denken dat belastingheffing een noodzakelijk kwaad is en dat we niet zonder kunnen.

Hoe verklaart u dat mensen denken dat we niet zonder belastingen kunnen?

Dat komt door al die met belastinggeld gesubsidieerde scholen, universiteiten en media. We zijn van generatie op generatie naar staatsscholen gegaan, met leraren die iedere maand een salaris krijgen van de overheid, en ons daarom van jongs af aan hebben geleerd dat we heel blij moeten zijn dat we leven in zo’n prachtig land als Nederland, waar we van de wieg tot aan het graf worden verzorgd, met gratis onderwijs, gezondheidszorg, wegen, enzovoort.  Zoals het spreekwoord zegt: “Wiens brood men eet, diens woord men spreekt.” 

In dictaturen mogen docenten zich verheugen in de bijzondere belangstelling van de machthebbers. Als je te overheidskritisch bent dan word je in het gunstigste geval ontslagen, en in het slechtste geval beland je in een kamp of onder de grond. Dat heeft een reden: docenten hebben een grote invloed op de publieke opinie, en dat is omdat ze les geven aan jonge mensen. Zolang mensen jong zijn, zijn ze heel plooibaar. Daar gebruiken machthebbers de stok, hier de wortel, en dat werkt veel beter: onze docenten zijn true believers.

Dat er nog geen belastingopstand is uitgebroken, zal er ook mee te maken hebben dat de overheid haar inkomsten aanwendt voor voorzieningen waar iedereen van profiteert, zoals onderwijs, gezondheidszorg en een wegennet. 

De tegenprestatie die de overheid levert, rechtvaardigt nog niet dat ze belasting heft. Het is en het blijft roof. Als we het argument serieus nemen, van “Je krijgt er toch iets voor terug?”, dan zou de melkboer ook ongevraagd melk bij je op de stoep kunnen zetten, en je een gepeperde rekening kunnen sturen, en dan kunnen zeggen: “U moet betalen, want ik heb u melk geleverd.” Een betaling mag je verlangen op basis van een overeenkomst, of als je schade is berokkend. Je kunt niet zeggen: “Ik heb geld nodig, dus u moet mij betalen in ruil voor een tegenprestatie die ik u ongevraagd lever.”

Nederlanders die moeite hebben met de hoge belastingdruk, zou voor de voeten geworpen kunnen  worden: Er is niemand die je verplicht in Nederland te blijven. 

Ja, je mag toch weg? Dat is een drogreden waar de meeste mensen intrappen. Als we dat argument serieus nemen dan zou de maffia op Sicilië ook kunnen zeggen: “Bevalt het je niet protectiegeld te betalen? We dwingen je niet om hier te blijven wonen.” Of dan zouden inbrekers in mijn huis ook kunnen zeggen: “Bevalt het je niet dat we je spulletjes meenemen? Je hoeft hier niet te blijven. Je mag weg.” Het punt is hier echter: die inbrekers zijn niet de rechtmatige eigenaren van mijn huis. Dat ben ikzelf. Dus ik hoef niet weg. Zij moeten weg. Zij hebben niets te zoeken in mijn huis. Idem dito voor de maffia op Sicilië. Zij zijn niet de rechtmatige eigenaren van Sicilië. Dus als zij een winkelier bedreigen voor protectiegeld, hoeft die winkelier niet weg. Die maffiosi moeten weg, want die hebben niets te zoeken in die winkel.

Onze huizen en winkels bevinden zich wel op het grondgebied van de Staat der Nederlanden.

De impliciete aanname van dat argument is dat de staat rechtmatig eigenaar is van alle grond, en dus alle regels mag maken op haar grond die ze maar wil. Maar dat is niet zo. De staat is nooit op een rechtmatige manier aan grond gekomen. De staat is ontstaan door roversbendes die door een gebied trokken. Die vielen een dorp binnen, de mannen werden vermoord, de vrouwen werden verkracht, het dorp werd geplunderd en in brand gestoken, en dan gingen ze door naar het volgende dorp. Totdat ze tot het inzicht kwamen: “Eigenlijk zijn we stom bezig, want als je eenmaal zo’n dorp veroverd hebt, dan kun je het toch beter gewoon bezet houden in plaats van iedereen vermoorden.” En dan dus niet eenmalig plunderen, maar structureel plunderen. Bij iedere oogst een deel van de oogst opeisen, en iedere keer als er iets verdiend wordt afpersen. Zo is het feodalisme ontstaan. De roverhoofdman werd de koning en de koning gaf zichzelf het recht belasting te heffen. Hij delegeerde de belastingheffing aan de adel en de adel stuurde mensen met zwaarden langs bij het gepeupel om belasting te heffen. Zo is de staat ontstaan. Op basis van roof. Wat ik dus tegen inbrekers mag zeggen, “Ik ga niet weg, jullie moeten weg”,  zou ik ook tegen de staat moeten kunnen zeggen.

U stelt dat het niet alleen moreel verwerpelijk is dat mensen gedwongen worden belasting te betalen, maar ook dat belastingheffing schade toebrengt. 

Zo is dat. Veel geld wordt uitgegeven aan dingen die beter überhaupt niet gedaan zouden moeten worden, zoals het voeren van oorlogen, het doden van onschuldige mensen in andere landen. De overgrote meerderheid van de libertariërs is non-interventionalist. Zij vinden dat een leger alleen mag verdedigen. Zij zijn mordicus tegen wat Amerika doet: het spelen van politieman van de wereld, soldaten sturen naar andere landen om even orde op zaken te stellen, terwijl het dan meestal een chaos wordt, zoals we hebben gezien in Irak en Libië.

In eigen land brengt de staat productieve mensen schade toe. Hoe productiever mensen zijn, hoe zwaarder ze worden belast, hoe meer ze wordt afgepakt. Wat de staat ook doet is een enorm leger van ambtenaren inhuren die voortdurend bezig zijn met het verzinnen van nieuwe regels. Het maakt voor hun niet uit dat de regeldruk al veel te hoog is. Zij zijn er voor ingehuurd om die regels te maken, dus vinden ze altijd wel iets om nieuwe regels voor te maken. Het is ook een soort vicieuze cirkel. Stap één is: de staat veroorzaakt een probleem door interventie. Stap twee is: politici en hun ambtenaren gaan nadenken over de oplossing van dit probleem. Ze vinden altijd wel een oplossing en die is eigenlijk altijd dezelfde: er moeten nog meer regels komen, want er waren er toch nog te weinig. De staat moet nog meer ingrijpen, nog meer uitgeven en er moeten nog meer ambtenaren komen. Samengevat: geef ons meer geld, geef ons meer macht, en dan lossen wij het probleem voor u op.

Al sinds het begin van de 20ste eeuw is de trend bijna altijd: een grotere overheid, meer regels, hogere staatsuitgaven, meer ambtenaren. Maar problemen worden daarmee helemaal niet opgelost, ze worden alleen maar erger. Een jaar lang word je dus schade toegebracht, je wordt als een kind behandeld, er word je van alles verboden en je wordt overal toe verplicht, en vervolgens moet je je meesters ook nog eens precies gaan vertellen wat je hebt verdiend, en plus minus de helft aan ze afstaan voor de wederdienst, de tegenprestatie die ze je hebben geleverd. De Amerikaanse libertariër Lysander Spooner zei: “Wat de staat doet is nog erger dan een struikrover die jou berooft. De struikrover laat je met rust nadat hij je heeft beroofd. Na de beroving ben  je weer vrij. Hij schrijft je niet de wet voor, vertelt je niet wat je wel en wat je niet moet doen.”

Welke problemen veroorzaakt de staat volgens u?

De overheid voert bijvoorbeeld maximumhuren en minimumlonen in, verklaart cao-lonen algemeen verbindend of stelt minimumprijzen voor melk en boter vast. Wat krijg je dan? Een verstoring van de markt. Vraag en aanbod raken uit balans. Want wat gebeurt er bij een minimumprijs voor melk en boter? Mensen gaan minder melk en boter gebruiken, maar de boeren gaan juist meer melk en boter produceren, want ze krijgen er een mooie hoge prijs voor. Met het gevolg dat er een boterberg en een melkplas ontstaan, en deze uiteindelijk gedumpt worden in de Derde Wereld.

Er is ook een enorme boete op lonen, op arbeid. Daardoor houden mensen zo weinig over. De staat zegt dan: “Jullie zijn zo zielig, jullie hebben zo weinig geld om van te leven, weet je wat? We voeren een minimumloon in en verklaren de cao-afspraken algemeen verbindend.” Het gevolg daarvan is niet alleen dat die mensen meer geld overhouden. Het gevolg is dat ze werkloos worden. Want op het moment dat iemand door de hoge belastingen het minimumloon niet kan waarmaken, een werknemer meer kost dan oplevert, dan wordt hij eenvoudig niet aangenomen.

Niet alleen overschotten, ook tekorten worden per definitie door de overheid veroorzaakt. Woningnood ontstaat doordat de staat maximumprijzen vaststelt. De wachtlijsten in de zorg ontstaan door maximumprijzen voor de zorg.

U heeft in een lezing gezegd: “Het komt voor dat de staat wel dingen doet die nuttig zijn.” Hoe moeten die dan worden betaald? Niet uit belastingheffing?

De staat besteedt ons belastinggeld inderdaad ook aan nuttige dingen, zoals zorg, onderwijs, politie, rechtspraak, infrastructuur, defensie en telecommunicatie. Maar ook daarmee moet ze ophouden. Juist omdat het veel te belangrijk is om aan de staat over te laten. Laat ik het voorbeeld geven van telecommunicatie. Want dat is een terrein waar de staat toevallig een stap terug heeft gedaan. Ze  heeft haar monopolie beëindigd. Telecommunicatie is begonnen als particulier initiatief. De telegraaf en telefoon zijn particuliere uitvindingen. Telecommunicatiebedrijven waren particulier en concurrerend. Op een gegeven moment heeft de staat het gemonopoliseerd en concurrentie verboden. Dat remde de innovatie. U herinnert zich waarschijnlijk de grijze draaischijftelefoon? Die is in de jaren ’50 ontworpen. Sinds de jaren ’60 moesten alle Nederlanders die een telefoon wilden er verplicht eentje huren van staatmonopolist PTT. Toen het monopolie werd opgeheven, in de jaren ’90, hadden we nog steeds diezelfde telefoon, maar we mochten eindelijk ook een andere telefoon gaan gebruiken. Sindsdien hebben we een enorme inhaalslag gezien op het vlak van innovatie. Nu hebben we telefoons die in feite computers zijn en die meer kunnen dan de computer waarmee mensen naar de maan gingen in 1969. De kosten zijn ook dramatisch gedaald. Vroeger toen het monopolie nog bestond, betaalde je drie gulden per minuut om naar Amerika te bellen en 19 gulden naar Afrika of Azië. Dus als je emigreerde ging je er van uit dat je nooit meer gebeld zou worden door je familie, want dat was te duur. Nu kun je voor 1, 2 of 3 eurocent per minuut de hele wereld bellen, vaak zelfs gratis met Skype en andere services.

Ook op andere terreinen ziet u graag dat de overheid zich volledig terugtrekt?

Telecommunicatie is een voorbeeld van iets waarbij mensen met eigen ogen hebben gezien dat het beter kan zonder staatsmonopolie. Maar toch trekken ze dan niet de conclusie dat het ook wel eens zou kunnen gelden voor zorg, onderwijs en infrastructuur. Terwijl daar precies hetzelfde voor geldt. Toen ik begin jaren ’90 pleitte voor het einde van het monopolie op de telecommunicatie zeiden mensen: “Dat kan helemaal niet. Want bellen doe je via een lijn onder de grond en je gaat dan toch niet twee, drie, vier lijnen naast elkaar leggen? Het is een natuurlijk monopolie, en dat moet dan wel een staatsmonopolie zijn, want als een particuliere organisatie een monopolie krijgt dan kunnen ze vragen wat ze willen en worden we allemaal straatarm.” Zo denkt men dus nog steeds over monopolies. Als ik pleit voor het afschaffen van het monopolie op zorg, onderwijs of infrastructuur, dan zeggen mensen: “Belachelijk, dat kan helemaal niet.”

Je kunt toch wel kiezen naar welke school je kinderen gaan, welk ziekenhuis jou behandelt of wie jouw zorgkosten verzekert?

Dat klopt. Er is een heel klein beetje keuzevrijheid. Nederland is ook zeker niet het ergste land ter wereld. Er is onderzoek gedaan naar het niveau van economische vrijheid in 160 verschillende landen, en Nederland staat meestal in de top 20. Als je kijkt naar persoonlijke vrijheid, staan we zelfs in de top 5. Begrijp me niet verkeerd: Nederland is ziek. Maar de meeste landen zijn nog veel zieker dan wij. Maar dat we minder ziek zijn is geen reden om zelfgenoegzaam achterover te leunen. Als je ziek bent wil je gezond worden.

In hoeverre kan de staat zich terugtrekken? Politie, leger en rechtspraak zijn moeilijk voorstelbaar zonder overheid en belastingbetalers.

Dat is inderdaad voor veel mensen heel moeilijk te begrijpen. Voor libertariërs zijn dat ook de laatste staatsmonopolies waarvan ze afscheid willen nemen. Toch zijn die monopolies al voor een deel verdwenen. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de rechtspraak, dan zie je dat heel veel bedrijven arbitrage met elkaar afspreken. Ze leggen contractueel vast dat als ze een geschil met elkaar krijgen ze dat niet voorleggen aan de staatsrechter maar aan een arbitragecommissie. Waarom? Omdat een zaak winnen bij een staatsrechter heel veel meer tijd en geld kost dan een zaak verliezen bij een arbiter.

U bent kritisch over de Europese Unie. Hoe past dat binnen de libertarische filosofie?

Tot circa 1992 was er een ontwikkeling van het wegnemen van barrières, het verlagen en afschaffen van invoerrechten en invoerquota. De slogan was: ‘Vrij verkeer van goederen, diensten, kapitaal en personen, vrijheid van vestiging’. Dat waren stappen in de goede richting. Rond 1992 was dat project grotendeels afgerond, maar in plaats dat de eurocraten zeiden: “Stuur ons naar huis”, zeiden ze: “Nu gaan we de volgende fase in.” Eerst kregen we de economische eenwording, nu krijgen we de politieke eenwording. We gaan harmoniseren: een minimumtarief invoeren voor de BTW, een gemeenschappelijke grondslag voor de vennootschapsbelasting, een minimumtarief voor de vennootschapsbelasting. Dan is er dus geen ontsnapping meer mogelijk. Dan is het niet meer mogelijk om met de voeten te stemmen door in België te gaan wonen. De Nederlandse overheid en andere overheden van EU-lidstaten kunnen dan op belastinggebied niet meer met elkaar concurreren in het voordeel van hun eigen burgers. Het is dan een soort kartel geworden van belasting heffende politici.

We leven in een wereld met zo’n tweehonderd staten. Niet zo lang geleden, na de Tweede Wereldoorlog, waren het er tachtig. Ik zie dat als een vooruitgang. Hoe meer staten, hoe kleiner het grondoppervlak. Ideaal zou zijn als de grootste staat Liechtenstein was. Dat is nu de kleinste staat ter wereld, met 35.000 inwoners, maar ook de rijkste, gecorrigeerd voor koopkracht. Miniatuurstaatjes zoals Liechtenstein, Monaco, Luxemburg, Andorra, San Marino, Singapore en in zekere zin ook Hong Kong hebben met elkaar gemeen dat ze het heel goed doen. Ze scoren zwaar bovengemiddeld in alle internationale vergelijkingen. De mensen daar zijn vrijer, hebben een hogere levensverwachting en een hoger welvaartsniveau. Hetzelfde zie je bij de belastingparadijzen: Bermuda, de Kaaiman-eilanden, Jersey, Guernsey, Isle of Man.

Zie ook de VS. De federale overheid was daar tot in de jaren ’20 van de vorige eeuw extreem klein. Je had daardoor vijftig staten die hevig met elkaar concurreerden. Daarom groeiden ze zo snel, werden alle uitvindingen daar gedaan, vertrokken alle mensen met talent naar Amerika. Daarvan is weinig overgebleven. Ruim honderd jaar geleden kwam de omslag. Amerika ontwikkelde zich van waarschijnlijk het vrijste land ter wereld tot een welfare-warfare-police state.

Zwitserland is ook een goed voorbeeld. Dat land telt 26 kantons, die met elkaar kunnen concurreren omdat de federale overheid heel weinig macht heeft, al begint dat de laatste drie jaar helaas wel te veranderen. Er zijn in Zwitsersland nog steeds kantons zonder erfbelasting en schenkbelasting, of waarbij het tarief voor de inkomstenbelasting lager wordt naarmate je productiever bent. Daarom zijn de Zwitsers nog steeds het rijkste volk ter wereld. Niet als je kijkt naar het inkomen per hoofd, maar wel naar het vermogen per hoofd.

Hoe kan het dat ministaatjes vrijer en welvarender zijn? Ligt de oorzaak werkelijk in het geringe grondoppervlak?

Stel je voor dat de wereld zou bestaan uit honderd miljoen miniatuurstaatjes. Dan wordt het makkelijker voor mensen om met hun voeten te stemmen. Als ze ontevreden zijn over de regel- en lastendruk waar ze wonen, dan is het makkelijk verhuizen naar een ander miniatuurstaatje een paar kilometer verderop waar de regel- en lastendruk lager is.

Mensen zien wel in dat concurrentie tussen bedrijven goed is, maar niet dat concurrentie tussen staten nog veel belangrijker is. Als staten met elkaar moeten concurreren dan is dat een rem op de macht van de politici. Concurrentie zorgt ervoor dat ze gedwongen worden hun tarieven en regeldruk te verlagen, om talenten en kapitaal te lokken in plaats van die te verjagen. Europa heeft in zevenhonderd jaar tijd een enorme voorspong gekregen op de rest van de wereld. De laatste tientallen jaren beginnen we die voorsprong in rap tempo te verliezen aan de Aziatische Tijgers Hong Kong, Singapore en Zuid-Korea. Hoe kan dat? Omdat Europa een lappendeken was van miniatuurstaatjes. Zo bestond Duitsland uit dertig staten. Italië uit een stuk of tien. Die concurreerden met elkaar.

U beschouwt de vrije markt als oplossing. Is daar nu juist geen overheid voor nodig? Om bijvoorbeeld kartelvorming en monopolievorming tegen te gaan?

De staat is juist zelf de übermonopolist en überkartelvormer. Als je kijkt hoe monopolies zijn ontstaan: de koning verkocht aan een handlanger een alleenrecht. Hij zei dan: “Vanaf  nu ben jij de enige die nog zout of peper mag importeren in mijn land. Alle concurrenten sluit ik voor je op in de gevangenis, maar je moet wel betalen voor dat alleenrecht.” Monopolies kunnen alleen maar ontstaan of standhouden door overheidsinterventie. Op de vrije markt zijn monopolies onmogelijk.

Op de vrije markt is het zo dat als een bedrijf binnen een bepaalde regio een gigantisch marktaandeel verovert, dat alleen maar kan door heel erg efficiënt te zijn en voor een lage prijs te werken. Want in iedere sector heb je een optimaal aantal aanbieders. We hebben bijvoorbeeld miljoenen bakkers in de wereld en we hebben maar tientallen autofabrikanten. Dat is omdat het miljarden kost om een auto te ontwikkelen. Voor een brood is heel wat minder geld nodig. Je kunt dus niet a priori zeggen: “Er moeten minimaal zoveel aanbieders zijn van een product.” Wat de optimale grootte is, is nu juist iets wat op de markt zal blijken. De consument wil een zo goed mogelijke auto of een zo goed mogelijk brood tegen een zo laag mogelijke prijs. De producenten gaan proberen marktaandeel te veroveren door te innoveren, door een steeds betere auto te bouwen tegen een zo laag mogelijke prijs. Of neem computers. Die worden steeds beter en steeds goedkoper. Omdat je daarmee je marktaandeel kunt behouden, vergroten of voorkomen dat het kleiner wordt.

Op een markt die werkelijk helemaal vrij is, kan een computerfabrikant alle andere computerfabrikanten opkopen en vervolgens de prijs flink omhoog gooien en de kwaliteit laten versloffen omdat hij met niemand meer hoeft te concurreren.

Ik ken die drogreden. Dat is een marxistische mythe. Je kunt alleen maar steeds groter worden door steeds efficiënter te worden. Als je te groot wordt en daardoor minder efficiënt wordt, en je kostprijs juist omhoog gaat omdat je bureaucratisch bent geworden, dan zul je juist marktaandeel gaan verliezen, want er zijn dan namelijk concurrenten die marktaandeel van je afsnoepen. Zelfs al zou je een natuurlijk monopolie hebben verworven, waardoor je de enige aanbieder bent geworden, bijvoorbeeld in het geval van een dorp dat zo klein is geworden dat maar één bakker de meest efficiënte oplossing is en twee bakkers niet efficiënt zouden zijn, dan betekent dat niet dat je daarvan misbruik zou kunnen maken. Want als je dat zou proberen te doen, dan is er altijd de latent aanwezige concurrentie. Want stel dat je een monopolie hebt bereikt en je denkt dat je de prijzen flink kunt verhogen en er met de pet naar kunt gooien, dan kom je er snel achter dat het zo niet werkt in de vrije markt. Want zodra je misbruik gaat maken van je monopoliepositie door een slechte service te leveren of een slecht product te bieden tegen een te hoge prijs, dan zul je merken dat er opeens een nieuwe bakker komt die marktaandeel van jou gaat afsnoepen.

Marxisten zullen dan tegenwerpen dat monopolisten nieuwe toetreders uit de markt kunnen drukken voordat ze in staat zijn geweest marktaandeel af te snoepen. Maar als bakker kun je eerst eens even offertes sturen aan alle grote klanten en zeggen: “Ik beloof dat ik een jaar lang brood zal leveren om acht uur ’s ochtends, voor deze prijs en van deze kwaliteit, maar dat doe ik pas als honderd mensen hebben getekend, eerder begin ik er niet aan.” Als dan honderd mensen hebben getekend heb je een gegarandeerde afzetmarkt, en de bakker die tot twaalf uur bleef liggen, en die zijn broden tien keer zo duur had gemaakt, zal er achter komen dat hij ten onder gaat. Want zelfs al zou hij zijn leven beteren, dan is hij te laat, want die ander heeft al zijn honderd getekende offertes liggen.

Vaak, als gewaarschuwd wordt voor monopolievorming, wordt gewezen naar personen als Rockefeller en Vanderbildt, die in het Amerika van de 19de eeuw kapitaal maakten. Ze zijn afgeschilderd als robber barons. Maar wat blijkt nou? Ze waren voortdurend bezig prijzen te verlagen. Doordat ze innoveerden, konden ze efficiënter werken, en daardoor konden ze prijzen verlagen en dat deden ze ook. Daardoor veroverden ze een groot marktaandeel en daardoor konden ze het ook behouden. Het klopt dus niet dat ze op een gemene manier marktaandeel hadden veroverd.

Amerikaanse spoorwegbedrijven hebben jarenlang hun prijzen moeten verlagen. Op een gegeven moment waren ze dat zo beu dat ze gingen lobbyen bij de federale overheid om een instantie op te zetten die de prijzen moest gaan reguleren. Dat was onder het mom van ‘in het belang van de consument’, want, zo zeiden, ze: “Het is toch belachelijk dat een pakketje versturen van New York naar Chicago goedkoper is dan een pakketje van New York naar Cleveland,dat veel dichterbij is?” De verklaring voor dat prijsverschil was echter dat er moordende concurrentie was op de spoorlijnen die van New York naar Chicago liepen. Toen die regulerende instantie er eenmaal was, gingen de prijzen omhoog.

Hetzelfde is gebeurd met de luchtvaartindustrie, die is de overheid ook gaan reguleren. Dat is onder president Jimmy Carter afgeschaft, met het gevolg dat vliegen opeens veel goedkoper werd. In Europa is dat ook gebeurd. Met het Open Skies Agreement is vliegen veel goedkoper geworden. In mijn kindertijd was vliegen nog iets voor rijke mensen. Nu vlieg je voor een paar tientjes naar de Middellandse Zee.

Over het vraagstuk van de staat en de vrije markt staan libertariërs en marxisten lijnrecht tegenover elkaar. Maar van een discussie lijkt het niet te komen.

Marxisten zijn inderdaad de tegenpool. Ik heb lang geleden een keer een debat gehad met een SP’er, maar die had het marxisme eigenlijk al afgezworen.

In Nederland zijn het de VVD en de SP die gezien worden als elkaars tegenpolen. 

Illustratief voor her verschil tussen die partijen vind ik het debat dat ze met elkaar voerden over de inkomstenbelasting. In 2012 was het marginale tarief voor de inkomstenbelasting 52 procent. De SP wilde het tarief verhogen naar 60 procent en de VVD wilde het verlagen naar 51 procent. Dat is dus marge waarbinnen de discussie in Nederland zich afspeelt. Wij staan als LP zover af van de status quo dat je er voor ons geen marxist bij hoeft te halen om een beetje vuurwerk te brengen in een discussie.

Er is een andere Toine Manders. Van de partij 50Plus. Die is erg verdrietig dat hij soms verward wordt met u. Hij heeft verklaard u asociaal te vinden.

Dat mag hij vinden. Ik vind het  jammer dat ik soms met hem verward word. Hij heeft laten zien een opportunist te zijn. Toen de VVD hem geen derde termijn gunde als europarlementariër stapte hij meteen over naar 50Plus. Ik ken hem verder niet. Ik heb me nooit in hem verdiept. Iemand die is overgestapt van de VVD naar de LP heeft hem ooit uitgenodigd om met mij in debat te gaan over liberalisme. Toen zei hij dat hij dat misschien nog wel eens wilde, maar voorlopig zeker niet.

In 2014 heeft de LP niet meegedaan aan Europese verkiezingen. Deel van de reden was dat ik achter de tralies zat. Ze hebben mij opgesloten in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen. Dat was in januari 2014. In maart waren de gemeenteraadsverkiezingen en in mei de Europese verkiezingen. Even leek het erop dat twee mensen die Toine Manders heetten, zouden meedoen, ik namens de LP en hij namens 50Plus, maar daar is het dus niet van gekomen. 

Hoe plaatst u de LP in het links-rechts spectrum? De retoriek van anti-belasting en vrije markt zal velen uit de VVD-achterban aanspreken. Het idee van non-interventie de SP-achterban. De LP is ook voor het vrije verkeer van personen, het openstellen van de grenzen. Daar zal de GroenLinks-achterban van smullen.

Nolan-diagram

David Nolan, één van de oprichters van de Amerikaanse Libertarian Party, heeft gezegd: het politieke spectrum is geen links-rechts lijn. Het is tweedimensionaal. Op de linker-as heb je persoonlijke vrijheid en op de rechter-as economische vrijheid.

Mensen die links zijn, progressief of liberal, zoals ze dat in Amerika noemen, hechten weinig waarde aan economische vrijheid, maar ze zijn wel voor persoonlijke vrijheden. Ze zijn voor vrijheid van meningsuiting en godsdienst, voor een liberaler beleid op het gebied van drugs, prostitutie, pornografie en abortus.

Rechts, of conservatief, is de tegenpool. Zij willen meer economische vrijheid en dus een kleinere overheid als het gaat om de economie. Ze zijn voor lagere belastingen, minder regels, privaat eigendom, het tegengaan van staatsmonopolies. Maar als het gaat om persoonlijke vrijheid is het net andersom. Dan vinden ze dat de staat hard moet optreden tegen drugs, prostitutie, pornografie, godslastering, majesteitsschennis en het verbranden van de nationale vlag. Vaak ook zijn ze voor de militaire dienstplicht.

Helemaal onderin vinden we de communisten en fascisten. Die hechten aan geen enkele vrijheid enige waarde. Het individu moet volledig onderworpen zijn aan de staat. Als er mensen zijn die denken dat fascisten voor economische vrijheid zijn, een soort kapitalisten zijn, dan zeg ik: “Niets is minder waar.” In zowel fascistisch Italië als in Duitsland had de staat een enorme dikke vinger in de economische pap. Grootgrondbezitters of fabrieken werden niet onteigend, maar werden wel voor het karretje van de staat gespannen. Het was een geleide economie. De staat schreef voor wat die bedrijven moesten doen. Zo moesten ze zich voornamelijk inzetten voor de oorlogsindustrie.

Het centrum zien mensen als het toppunt van beschaving. Dan ben je gematigd, geen extremist, niet radicaal. Maar zoals je ziet, grenst het midden aan de communisten en fascisten. Dus zo mooi is dat midden helemaal niet. Voor het midden geldt dat er geen enkele vrijheid is die ze echt belangrijk vinden. Conservatieven zijn in elk geval nog voor een vrije markt, en liberals zijn tenminste nog voor persoonlijke vrijheden. Mensen die echt progressief, echt liberal zijn, zijn ook anti-oorlog. Dat veranderde in Amerika toen Barack Obama tot president werd gekozen. Toen vergaten ze ineens al hun anti-oorlogsideeën. Sindsdien zijn er niet zoveel echte liberals meer. De Democratische Partij in de VS is heel erg opgeschoven naar het centrum. Ze vinden geen enkele vrijheid nog echt belangrijk.

Bovenin het politieke spectrum vind je, wat we in Nederland noemen, de liberalen. De echte liberalen willen zowel meer economische als persoonlijke vrijheid.  Ze hechten aan beide vrijheden veel belang. Wat niet wegneemt dat er veel mensen zijn die zich liberaal noemen maar het niet echt zijn, omdat ze bijvoorbeeld voor een streng drugsbeleid zijn. Bij de VVD zie je dat ze zijn opgeschoven naar rechts-conservatief. Zo moet je voor de bescherming van de rechten van verdachten niet bij de VVD zijn, en ook niet voor een liberaal migratiebeleid. De VVD is dus maar tot op zekere hoogte wat de partij zegt te zijn: liberaal. Ze zitten op het grensvlak rechts-conservatief,  centrum en liberaal.

Waar vind je nou de libertariërs? Helemaal bovenin. Wij zijn heel erg liberaal, want wij willen 100 procent economische en persoonlijke vrijheid.

De liberale VVD-achterban zul je niet aanspreken met het openstellen van de grenzen. De achterban van die partij is heel erg gekant tegen immigratie.

De meeste libertariërs zeggen: “We zijn voor open grenzen, maar we erkennen tegelijk dat dit niet werkt in combinatie met het uitdelen van gratis geld, zorg, onderwijs en huizen aan immigranten. Dat zou in een libertarische samenleving niet kunnen.” Als je kijkt naar geschiedenis van de VS: tot in de jaren ’20 waren er nauwelijks immigratiebeperkingen. Er gingen mensen heen vaak zonder enige opleiding, soms zelfs analfabeten, maar niet om hun hand op te houden, maar om zichzelf productief te maken, een bestaan op te bouwen. Vaak met succes. Hun kinderen waren vaak veel welvarender dan zijzelf. Het was in een tijd dat de overheid extreem klein was, met name de federale overheid, die toen nog geen inkomstenbelasting mocht heffen. 

U heeft op BNR Nieuwsradio geadverteerd met de slogan ‘Belasting is diefstal’. Daar kwam in 2008 een einde aan. Waarom was dat?

Een anonieme persoon heeft een klacht ingediend omdat het spotje in strijd zou zijn met het goed fatsoen. De Reclame Code Commissie deed toen BNR de aanbeveling het spotje niet meer uit te zenden. Dat is Orwelliaanse newspeak voor censuur, want de Commissie pretendeert dat er sprake is van zelfregulering, dat media die reclame uitzenden zichzelf normen willen opleggen en zich daarom aansluiten bij de stichting Reclame Code. Maar de werkelijkheid is anders. De Mediawet verplicht zendgemachtigden lid te worden, en daarmee aanbevelingen te volgen. Het zijn dus geen aanbevelingen maar censuur. Alle zendgemachtigden houden zich er aan, want willen hun zendmachtiging niet verliezen.

We zijn in beroep gegaan tegen de aanbeveling. Ik heb bij het college van beroep betoogd dat de slogan niet in strijd kan zijn met het fatsoen, immers: de waarheid mag gezegd worden. Tot mijn verbazing werd de aanbeveling van Reclame Code vernietigd, omdat de commissie vond dat de slogan niet in strijd was met het fatsoen. Maar er kwam een andere aanbeveling voor in de plaats: de aanbeveling de slogan niet uit te zenden omdat deze in strijd zou zijn met de waarheid, want belasting is geen diefstal, en reclameslogans mogen niet in strijd zijn met de waarheid.

Hoe verklaart u dat u wel bent aangepakt, en niet de trustkantoren die multinationals nog steeds behulpzaam zijn met belastingontwijking in het buitenland?

Ik kan niet kijken in de hoofden van de FIOD- en OM-mensen. Ik kan alleen raden wat ze motiveert. Maar over het algemeen is het zo dat trustkantoren niet etaleren dat ze zich bezighouden met belastingontwijking. Op hun websites kom je het woord ‘belastingontwijking’ niet tegen. Überhaupt kom je daar weinig tegen over fiscaliteit. Ik daarentegen was altijd erg recht voor zijn raap. Ik gebruikte wel het woord ‘belastingontwijking’ op onze website en in brochures. Ik deed er zelfs nog een schepje bovenop met de slogan ‘Belasting is diefstal’. In interviews maakte ik ook geen geheim van mijn gedachtegoed. Ik zei dingen als: ‘De overheid is een criminele organisatie’, ‘Belasting is gelegitimeerde roof’, ‘De ondernemer is een onderdrukte minderheid’, ‘Belastingontwijking is een moreel recht en een morele plicht’. Dat vonden ze bij de fiscus ongetwijfeld niet leuk om te horen. Belastingambtenaren zijn meestal mensen zonder humor, met een goed geheugen en lange tenen. Als je daar eenmaal op getrapt hebt, dan vergeten ze dat niet. Ik waande mij veilig, want ik dacht: “Ik houd mij aan de regels, zij moeten dat ook doen, en dus zullen ze het wel doen.” Achteraf concludeer ik dat ik te naïef ben geweest. Zelfs ik heb mij nog vergist in de ongelooflijke slechtheid van de staat.

Nadat wij in 2001 waren begonnen met het aanbieden van HJC-trustdiensten, vanaf een nieuw kantoor op Cyprus, kwam er in 2004 een wet Toezicht Trustkantoren, maar die gold alleen voor trustkantoren met een zetel in Nederland. Daar viel dus HJC in Cyprus niet onder. De fiscus kon dus de informatie over mijn cliënten niet zomaar bemachtigen. Dat vonden ze waarschijnlijk heel vervelend. Dus hebben ze als oplossing bedacht: zware beschuldigingen uiten, ons een criminele organisatie noemen, zodat de overheid in Cyprus meewerkte, en ze alsnog de cliëntgegevens konden bemachtigen. 

U heeft, na uw aanvaring met de Nederlandse staat, een nieuw begin gemaakt met Nozick Consulting in Zoetermeer. Is dat een voortzetting van dezelfde activiteiten onder een andere naam?

Het is een belastingadvieskantoor voor de kleine- en middelgrote ondernemer, dat met name gericht is op de inkomsten- en vennootschapsbelasting. Ondanks de reparatiewetgeving is het ons gelukt een nieuw product te ontwikkelen voor de kleine ondernemer, waarbij alle rechtspersonen van de bedrijfsstructuur zich in Nederland bevinden.

Het ontwijken van belasting via het buitenland is niet langer iets dat u uw cliënten adviseert?

Buitenlandse structuren bieden nog steeds een groter voordeel, maar de kosten zijn ook hoger. Als je een Nederlandse structuur kiest is het voordeel iets minder groot, maar de kosten zijn een stuk lager. Er komen steeds meer regels om belastingontwijking tegen te gaan. Die maken het niet onmogelijk, maar wel lastiger en duurder, waardoor het omslagpunt, de minimale winst die je moet behalen, hoger komt te liggen. Zodat de kleinste ondernemer afvalt. Alleen de grote en middelgrote ondernemers kunnen nu nog belasting ontwijken. Ik vind dat een treurige ontwikkeling.

Hoe kijkt u aan tegen de afschaffing van de dividendbelasting? Het zijn niet de kleintjes die daarvan profiteren.

Ik ben voor afschaffing van alle belastingen, dus ook voor die op dividend. Niet alleen om principiële, morele redenen, maar ook om pragmatische redenen. De dividendbelasting is een boete op investeren. Als een buitenlandse investeerder investeert in een Nederlands bedrijf, dan krijgt hij daar een boete voor, in de vorm dus van dividendbelasting. Engeland legt die boete niet op. Dus als je kunt kiezen als buitenlandse investeerder tussen investeren in een Engels bedrijf zonder boete en een Nederlands bedrijf met boete, dan zul je eerder kiezen voor het Engelse bedrijf. Dus als je die boete afschaft dan is dat natuurlijk gunstig voor het investeringsklimaat. Het aantrekken van buitenlands kapitaal is goed de voor de economische groei en de levensstandaard. Dus uiteraard ben ik daar voor.

Als je op korte termijn kijkt, zeg je misschien: “Die buitenlandse investeerders, die voordeel genieten van de afschaffing van de Nederlandse belasting op dividend, wat hebben wij daar mee te maken? We willen wat goed is voor het Nederlandse volk.” Dat is kortzichtig. Want dat buitenlandse kapitaal draagt juist bij aan onze levensstandaard.

De Nederlandse belastingbetaler ziet het als onrechtvaardig dat buitenlandse investeerders geen belasting hoeven te betalen.

Dat begrijp ik, en ik zou ook heel graag zien dat de belasting voor iedereen wordt verlaagd, niet alleen voor buitenlandse investeerders. Maar we moeten voorkomen dat we worden uitgespeeld tegen elkaar. Het is beter te zeggen: “Elke belastingverlaging is een stap in de goede richting, dus laten we ons niet verzetten tegen welke belastingverlaging dan ook.”

Ik ben het er verder niet mee eens dat in het geval van de afschaffing van de dividendbelasting een beperkte groep daar van profiteert, want als het investeringsklimaat verbetert dan profiteert uiteindelijk iedereen daar van in Nederland. Meer kapitaal betekent: meer machines, automatisering, innovatie en efficiency. Dat zorgt voor een hogere arbeidsproductiviteit en dus hogere lonen en een hogere levensstandaard. Werknemers kunnen zo steeds meer presteren in steeds minder tijd. De reden dat we niet meer zestig uur in de week werken, maar nog maar 35 uur is dat de arbeidsproductiviteit zo hard is gestegen doordat er meer kapitaal is gevormd als gevolg van een grotere economische vrijheid.

Hoe verklaart u dat de Nederlandse regering alleen buitenlandse investeerders belastingvoordeel gunt? De schatkist loopt er miljarden mee mis.

Kleine ondernemers hebben geen lobby. Grote bedrijven huren lobbyisten in en maken politieke vriendjes. Als een politicus geen politicus meer is, zoals Wim Kok, dan wordt hij commissaris bij Shell of een ander beursgenoteerd bedrijf. Gerhard Schröder tekende een contract met Gazprom, meteen nadat hij als politicus was uitgerangeerd. Dick Cheney, was minister van defensie onder Bush senior, en aansluitend CEO bij Halliburton, de grote defense contractor. Toen Bush junior werd gekozen, werd Cheney vice-president en ging hij lobbyen  om oorlog in Irak te voeren, waar Halliburton uiteindelijk een fortuin mee heeft gemaakt.

De overheid is een soort doping. Als je doping legaliseert heb je als sporter geen kans meer zonder doping. Zo ook met de overheid. Als je een groot bedrijf hebt, en je hebt een overheid die je kan maken of breken, die je subsidies kan geven of niet, die je privileges kan geven of niet – dan ga je dus lobbyen. Want als jij niet lobbyt en de concurrent wel, dan ga je uiteindelijk ten onder. Je moet vriendjes maken. Microsoft heeft heel lang niet gelobbyd, totdat ze miljardenclaim kregen wegens monopolievorming. Sindsdien zijn ze maar gaan lobbyen.

Wat ook speelt: grote bedrijven laten zich sterk leiden door regeldruk en lastendruk. Ze kunnen makkelijk met hun voeten stemmen, en zeggen: “We gaan ergens anders een nieuwe fabriek plaatsen of een nieuw hoofdkantoor.” Dus hebben politici er belang bij grote bedrijven te lokken, en niet te verjagen. Als je kijkt welke belasting is er verlaagd de afgelopen tientallen jaren, dan was dat met name de vennootschapsbelasting, van gemiddeld 48 procent in 1980 in de OESO-landen naar nu gemiddeld zo’n 23 procent. Nederland gaat deze belasting verlagen van marginaal 25 naar 21 procent. Niet zo lang geleden was dat nog 35 procent. Het is zelfs 45 procent geweest onder premier Joop den Uyl.

Nu blijkt Shell al een voorschot te hebben genomen op de afschaffing van de dividendbelasting. Het bedrijf heeft jarenlang geen belasting afgedragen. Met toestemming van de Belastingdienst. Hoe ziet u dat?

Shell heeft gedaan wat iedereen in Nederland mag doen: Je mag als belastingbetaler om een ruling vragen. Als je een brief schrijft met de vraag of jouw interpretatie van de belastingwetgeving juist is, dan is de belastinginspecteur verplicht daar antwoord op te geven. Hij hoort rechtszekerheid te verschaffen.

Shell had vroeger zowel in Nederland als Engeland een hoofdkantoor. In Engeland was geen dividendbelasting, in Nederland was die er wel. Ze wilden fuseren. Als ze dat hadden gedaan zonder afspraak met de fiscus te maken, dan zou dat betekenen dat investeerders in Shell Engeland door de fusie geconfronteerd zouden worden met de Nederlandse boete. Dan was de fusie niet doorgegaan. Dan hadden de aandeelhouders van de Engelse vestiging gezegd: “Dan maar geen fusie.” De Shell-top is toen naar de fiscus gestapt met het verhaal dat ze wilden fuseren en het hoofdkantoor in Nederland wilden vestigen. Shell heeft waarschijnlijk gezegd dat ze een mogelijkheid zagen de dividendbelasting te ontwijken en gevraagd om een handtekening als bevestiging dat de fiscus die structuur accepteerde en niet achteraf zou proberen die onderuit te halen. Het lijkt mij onwaarschijnlijk dat de oplossing die Shell had bedacht een illegale of strafbare oplossing was. Waarschijnlijk paste de oplossing binnen de grenzen van de wet.

Het probleem met rulings is wel vaak: Als je een structuur hebt die over de landsgrenzen heen gaat, als je Nederlandse belasting ontwijkt door inkomsten in het buitenland te laten vallen of vermogen in het buitenland op te bouwen, en je wilt daar een ruling over, dan krijg je die niet als kleine ondernemer. Dan zeggen ze: “Dat is fiscale grensverkenning. Daar werken we niet aan mee.” Als een multinational dezelfde ruling vraagt, dan krijgen ze wel een ruling. Maar zoals ik al zei: we hebben een nieuw product ontwikkeld, dat we binnen de Nederlandse grenzen houden, en dan kun je ook als kleine ondernemer vragen om duidelijkheid.

De postbusfirma’s op de Amsterdamse Zuidas, hoe ziet u die? De Nederlandse staat en de Nederlandse burger lijken daar niet echt wijzer van te worden.

Natuurlijk zou het geweldig zijn als Nederland een belastingparadijs was voor iedereen niet alleen voor doorstroomvennootschappen in het buitenland. Maar de Nederlandse staat en de Nederlandse burger worden er wel degelijk wijzer van. Trustkantoren in Nederland besturen ongeveer 10.000 doorstroomvennootschappen. Daarnaast heb je ook nog doorstroomvennootschappen die geen trustkantoor nodig hebben, en eigen personeel inzetten. Er gaat in die doorstroomvennootschappen ongeveer 10.000 miljard euro per jaar om. Daar wordt weinig belasting over afgedragen, maar toch evengoed nog een paar miljard per jaar. Want er zijn heel veel advocaten, belastingadviseurs, accountants en notarissen en trustkantoormedewerkers die daar een hele goede boterham aan verdienen, en daar belasting over betalen. De doorstroomvennootschappen mogen zo’n 99 procent van de winst aftrekken op de doorstroming. Maar ze moeten dus ook een percentage achterlaten in Nederland.

Wat de postbusfirma’s bijdragen aan de Nederlandse economie en aan belastinginkomsten opleveren is uitgerekend door een vereniging van trustkantoren, dus je kunt je afvragen wat ervan klopt, maar mijn punt is: Ook al zou de Nederlandse overheid er helemaal niks aan overhouden, dan moeten we het nog steeds toejuichen. Want de private sector heeft er wel baat bij, en niet alleen in Nederland, juist ook in het buitenland. Er zijn heel veel landen waar bedrijven meer overhouden, en dat betekent dat er minder geld wordt uitgegeven aan schadelijke zaken door politici en ambtenaren zoals het bombarderen van onschuldige mensen, het maken van steeds meer hinderlijke wet- en regelgeving en het ondernemen van vrijheidsondermijnende activiteiten. In plaats daarvan wordt het geld geïnvesteerd in innovatie, waardoor de levensstandaard stijgt, de levensverwachting stijgt en de economie groeit.

Omdat uw naam genoemd werd in de Panama Papers bent u afgelopen jaar verhoord door de parlementaire ondervragingscommissie Fiscale Constructies. Hoe heeft u dat ervaren? 

Het was voor mij leerzaam te kijken naar de belastingambtenaren die door de commissie werden geïnterviewd. De frustratie droop er van af toen ze het hadden over de rechtsbescherming van de belastingbetaler. Hun frustratie was dat ze vaak niet wisten om te gaan met mensen die ze ervan verdachten gebruik te maken van mooie belastingconstructies. Dan stelden ze een vragenbrief op en in plaats van dat de belastingplichtige netjes antwoordde, huurde hij een slimme adviseur in die een antwoordbrief schreef, waarin hij nauwelijks antwoord gaf en tegenvragen stelde, zoals: “Op welke wetgeving baseert u zich? Op grond waarvan bent u van mening dat mijn cliënt deze vragen moet beantwoorden?” Kortom, ze zijn zwaar gefrustreerd over de rechtsbescherming van de belastingbetaler, en dat ze dus niet alles weten.

De fiscus wil daarom een uitholling van de rechtsbescherming van belastingbetalers. Ze willen een meldingsplicht, die inmiddels al is ingevoerd op het niveau van de EU. Belastingadviseurs moeten voortaan constructies aanmelden, een soort NSB’ers worden. Ze moeten hun eigen klanten gaan aanmelden bij de overheid. Ze moeten de fiscus vertellen: “Wij hebben een belastingadvies uitgebracht en daardoor gaat mijn cliënt een bepaald belastingvoordeel genieten.” Zodat de fiscus je cliënt kan gaan lastig vallen om te kijken of ze er toch niet wat meer uit kunnen persen. Doe je dat niet, dan ben je strafbaar.

U noemde net de EU die gezorgd heeft voor een meldingsplicht. U sprak eerder over een EU-kartel van belastingheffende politici. Hoe is dat buiten de EU?

Ook op mondiaal niveau gaan we in de richting van een kartel. Er zijn inmiddels honderd landen, die een verdrag hebben getekend met elkaar om automatisch informatie uit te wisselen, dus niet op verzoek of op verdenking van belastingontduiking of een ander strafbaar feit. Tot die landen behoren ook China en Venezuela. De mensen die daar wonen wordt dus de mogelijkheid ontnomen hun vermogen verborgen te houden voor door en door corrupte overheden. Het is een herhaling van de jaren ’30. Sommige Duitse joden hadden toen hun vermogen in Zwitserland geparkeerd uit angst dat het hun afgenomen zou worden. Dat het Zwitserse bankgeheim werd ingevoerd in 1934 is geen toeval. Dat kwam doordat een aantal Zwitserse bankmedewerkers hun Duitse-joodse cliënten hadden verraden, die gegevens hadden verkocht aan de Duitse overheid. Met die joden is het slecht afgelopen. In Duitsland stond de doodstraf op belastingontduiking. De verraden cliënten van die Zwitserse bank werden dan ook ter dood veroordeeld. Dat was voor de Zwitserse overheid in 1934 reden om te zeggen: “Dit nooit meer. We gaan een bankgeheim invoeren.” Het werd toen strafbaar voor Zwitserse bankmedewerkers gegevens van cliënten te delen met derden. Dat is dus het inmiddels verguisde Zwitserse bankgeheim.

Privacy is in een kwaad daglicht gesteld. Zo van: “Als je niks te verbergen hebt, dan heb je niks te vrezen.” Maar dat is volledig onterecht. Wij hebben in West-Europa toevallig de laatste zeventig jaar een stukje beschaving opgebouwd, dat overheden niet zo maar kunnen doen wat ze willen. Daardoor zijn we een beetje naïef geworden. De overheid is onze beste vriend. Maar er zijn nog steeds heel veel mensen in de wereld voor wie geldt dat de overheid helemaal niet hun beste vriend is. Maar juist de grootste vijand.

De overheid moet je zien als de parasitaire klasse, die ons leegzuigt, een bal aan ons been is. Ze zorgt ervoor dat we korter leven. Als je kijkt naar de levensverwachting in de veertig landen met de meeste economische vrijheid, daar worden mensen gemiddeld tachtig jaar. In de veertig landen waar mensen de minste economische vrijheid hebben, worden ze gemiddeld zestig jaar. De overheden stelen in die landen dus gewoon 20 jaar van een mensenleven. Lees het boek Death By Government van Rudolph Rummel. In de twintigste eeuw zijn er naar schatting zo’n kwart miljard mensen vermoord door hun eigen overheden. Dan heb ik het nog niet eens over de mensen die zijn gesneuveld in oorlogen als gevolg van overheden die met elkaar strijd voeren. Hitler, Stalin, Mao en Pol Pot zijn bij elkaar opgeteld alleen al goed voor zo’n 150 miljoen moorden op eigen burgers.

Het is dus niet zo gek dat er zoveel mensen zijn die hun eigen overheid niet vertrouwen en verborgen proberen te houden dat ze iets hebben gespaard of opgebouwd, omdat je jezelf anders tot doelwit maakt. In landen met corrupte regimes waar de economie aan de grond zit, zijn het meestal succesvolle minderheden die als eersten worden gepakt. In Duitsland waren dat de joden en in Indonesië de Chinezen.

Posted on

De welkomscultuur als white man’s burden

Op zaterdag 2 juni vond ‘Europe on Trial’ plaats (mijn deel begint op 2:55:00): een bijeenkomst over Europa en migratie. Het werd georganiseerd in De Balie te Amsterdam – ondergetekende was uitgenodigd om kritische vragen te stellen.

Helaas hadden de meeste sprekers nauwelijks iets nieuws te melden: velen kwamen weinig verder dan de moralistische statements die we wel kennen van de NPO. Omdat er zoveel sprekers op het menu stonden, werden argumenten die al eerder waren neergezet ook continu herhaald. Zo werd ik gedwongen om hier drie uur zonder pauze naar te luisteren (ik hoop vurig dat u mijn inspanningen voor het rationele geluid zult belonen via crowdfunding).

Tegenstrijdigheden

Een perfecte illustratie van de bevooroordeelde linkse tunnelvisie was Ogutu Muraya, een zwarte spreker die een groepsgevoel opwekte. Om dat groepsgevoel te vestigen riep hij het publiek op om met hem mee te juichen bij elke beschuldiging die hij over Europa uitsprak. Dat er daarbij tegenstrijdige argumenten en onwaarheden werden gebruikt, leek niet uit te maken.

Zo zei hij dat het Europese migratiebeleid is gebaseerd op de nazistische rassenleer van de blanke suprematie. Om in één adem door de braindrain in Afrika aan te halen, waarbij Europa de meest succesvolle en slimste mensen van Afrika zou stelen. Ook zou Europa de hoofdschuldige van milieuvervuiling zijn, terwijl dat in China en India toch gradaties erger is.

Blank schuldgevoel

Terwijl ik hem hoorde spreken realiseerde ik me dat het zijn enige wapen is om in te teren op het schuldgevoel van de blanke Europeaan. Maar zodra ik toegeef dat ik me niet schuldig voel, heeft hij geen enkel middel om op mij in te werken en vervalt zijn hele betoog als irrelevant. Zijn werkwijze is namelijk het opwekken van groepsemoties, zonder enig argument waar ík wat aan heb of waar ik in rationeel opzicht wat mee kan. Dit is vergelijkbaar met het debat over diversiteit, identiteit en verplichte quota’s om een veranderende bevolkingssamenstelling te weerspiegelen. Als dat dan het uitgangspunt moet zijn – en niet meritocratie – dan geef mij maar zoveel mogelijk blanke heteroseksuele mannen op topposities. Want dat weerspiegelt mij het meest.

Als zwarte activisten zich dan mogen beroepen op het gegeven dat alles een machtsstrijd is tussen concurrerende identiteiten, dan zal een ander zich ook op zijn of haar identiteit beroepen. Immers, Europa kon het zich enkel veroorloven om zich door schuldgevoel te laten chanteren, toen het nog de leidende geopolitieke kracht was. Zodoende zien we dankzij Muraya hoe makkelijk de linkse logica tegen zichzelf kan worden gekeerd; want als ik mijzelf niet schuldig voel dan bevat zijn vertoog geen enkel handvat om mij te beïnvloeden. Daarom zal links een nieuw kunstje moeten leren nu het blanke schuldgevoel als gevolg van de massa-immigratie begint te verdwijnen. Het zal nog moeilijk blijken omdat zij zijn geconditioneerd om te werken via subsidies: dat zijn de aflaten van dit schuldgevoel.

Links activisme

Thomas Spijkerboer sprak in positieve zin waarderend en sympathiserend over “links activisme”, terwijl hij daar stond te oreren als professor. Het punt wat hij maakte was echter niet vernieuwend: een mensenrecht wordt opgeëist tegenover een staat, maar het gerechtshof dat het mensenrecht moet verdedigen is zelf een staatsorgaan.

Robert Bor (bekend als medeorganisator van De Nederlandse Leeuw) vatte het niveau samen toen hij zei: “Er komen geen intellectueel verfrissende ideeën los. Links is dood.” Inderdaad kwam men niet verder dan het benadrukken van schuldgevoel en boetedoening, om het morele falen van Europa er nog eens in te wrijven. Het bevestigt één van de twee hoofdstellingen van mijn boek Avondland en Identiteit: wat zich ‘links’ noemt is feitelijk de masochistische kant van de christelijke religie in een ontkerkelijkt jasje.

Narcisme versus tastbare verandering

Niettemin waren er een paar die er positief uitsprongen. De theatermaakster Rebekka de Wit kwam met een punt dat intrigerend is, mits we het losweken uit de inbedding van het migratieactivisme. Mensen zijn teleurgesteld omdat ze zich voelen als een druppel in een oceaan: dat is omdat ze zich laten domineren door hun ego – ze willen zien dat zijzelf in het centrum van de wereld staan. Wie daadwerkelijk wat wil veranderen moet echter héél lang doorploeteren en ziet pas later het effect van de eigen daden. Dikwijls is het dan zelfs te laat om er persoonlijk nog profijt van te hebben. In die zin is het veranderen van de wereld net zoals liefde: wie de liefde van de ander bewezen wil zien, maakt die liefde stuk.

Cliteur & Baudet

Wat ze zei raakte mij persoonlijk, omdat ik de vorige avond aanwezig was bij een presentatie door Paul Cliteur en Thierry Baudet over het boek Cultuurmarxisme. Nu heb ik dit natuurlijk zelf tot onderwerp van het publieke debat gemaakt in Avondland en Identiteit: het is boeiend om te zien dat anderen daarop voortborduren. Wierd Duk schreef er bijvoorbeeld over in de Telegraaf.

Als ik vanuit een honger naar erkenning nu boos zou worden omdat zij mijn ideeën gebruiken, dan zou men het begrip cultuurmarxisme loslaten: zodoende zou ik uiteindelijk minder impact hebben, los van het feit dat ik zelf niet van die impact profiteer. Baudet heeft zijn Kamerzetel, Cliteur is directeur van het Renaissance Instituut en Aspekt krijgt de opbrengst van de boekverkoop.

De moraal van het verhaal is precies wat De Wit zegt: soms moet je kiezen tussen óf invloed hebben óf profiteren, en is beiden tegelijk onmogelijk. Dan is het bepalend hoezeer je jezelf laat leiden door ego. Toch is het mooi om van een afstand te zien wat er allemaal in werking is gezet, zoals dit ook zo is met het debat over linkse universiteiten.

Met zoveel herhaling in de verhalen van de migratieactivisten zult u het mij vergeven dat mijn gedachten afdwaalden naar de bovenstaande overpeinzing. Er kwamen ook vluchtelingen aan het woord: helaas hielden sommigen van hen een langdradig en incoherent verhaal (terwijl de tijd voor zoveel sprekers al veel te krap was).

Paul Scheffer & Herman Vuijsje

Paul Scheffer en vooral Herman Vuijsje sprongen er positief uit. Scheffer stelde dat migratie ook een gevolg is van stammenoorlogen: het zou een vorm van “white man’s burden” zijn om te menen dat Europa de verantwoordelijkheid moet nemen voor de onderlinge conflicten van niet-Westerse volken. Ook kan men de Europese wapenhandel niet eenzijdig de schuld geven van migratie als we zien dat Rusland, Iran, Turkije, Amerika en Israël allen bombarderen in Syrië.

Vuijsje voegde toe dat China deals sluit met de corrupte regimes van voormalige Europese koloniën. Deze roofzuchtige deals zouden érg slecht zijn voor de toekomst van die landen: desondanks blijft de bevolking die regimes herkiezen. Wegens deze punten werden beide sprekers echter uitgejouwd door het publiek. Het bewees opnieuw dat de motor van het migratieactivisme draait op morele verontwaardiging en niet op rationele analyses.

Minstens één miljoen migranten naar Europa

Márton Gulyás kwam afsluitend aan het woord: hij is een activist die demonstreert voor meer Soros-universiteiten en meer migranten in Hongarije. Hij wil er minstens een miljoen per jaar. Hier bracht ik tegenin dat hij zijn verhaal baseert op een zwart-wit tegenstelling tussen ‘inclusiviteit’ en ‘xenofobie’, alsof dit de enige smaken zijn.

Ook leidt het spreken in termen van “jaarlijks minstens een miljoen migranten opnemen in Europa”, tot een beleid dat niet vertrekt vanuit een realistische afweging die ook de onvrede van de inheemse inwoners meeneemt. Een miljoen migranten brengt al merkbare cultuurveranderingen teweeg en is nog niet eens één procent van de totale armen in de wereld. Het voert tot een ongestructureerd beleid gebaseerd op willekeur. Wat tot de overweging leidt of het niet veel humaner is om de groei van de wereldbevolking te beperken, dan om grenzeloos mensen in Europa te absorberen.

Als we doen wat Gulyás wil, dan raakt het systeem overbelast door de enorme toestroom en dan zullen willekeurige emoties en het blinde lot bepalen wie wel en niet wordt toegelaten: dat is voor helemaal niemand eerlijk.

Nationaalconservatisme is in opkomst

Daarom stelde ik hem de vraag: “Wat is jouw verhaal naar seculiere minderheden die vluchten uit niet-Westerse landen? Zij willen hier een vrij leven beginnen, maar worden nu geconfronteerd met groeiende enclaves en subculturen waar dezelfde repressieve gebruiken heersen die ze om te beginnen probeerden te ontvluchten. In West-Europa stellen de seculiere en goed-geïntegreerde minderheden zich langzaam maar zeker achter de nationaalconservatieven. Je kunt hen toch moeilijk van xenofobie beschuldigen, of wel soms?”

Omdat de discussie al zover over tijd was heb ik mijn deel van het debat zeer bondig en to the point gevoerd, zoals ik dit heb geleerd tijdens lange vergaderingen in de gemeenteraad. Gulyás praatte over mijn observaties heen door te zeggen: 1. er zijn inderdaad teveel armen in de wereld – hierom is er meer globale nivellering nodig, en 2. er zijn ook Chinese enclaves in Hongarije en dit heeft nooit problemen opgeleverd. Dat raakte verreweg niet aan het punt, maar wat anders valt er te verwachten van iemand die steun van Soros ontvangt? Uiteindelijk vond de aanwezige massa dat Europa tóch schuldig was: dit was tegelijk het einde van de bijeenkomst.

Posted on

Een reëel alternatief voor de klassenstrijd van Ewald Engelen

Ewald Engelen ontketende de discussie over klassenstrijd en over nieuwe politieke prioriteiten van ‘links’. Deze polemiek is nu overgewaaid naar rechts: daar woedt het debat over de juiste verhouding tussen sociaal-economische en identitaire kwesties.

Lukkassens analyse

Sid Lukkassen betoogde dat sociaal-economische thema’s altijd prominent voorkomen in zijn werk ‒ wie hem volgt kan dit bevestigen. Bij het Oekraïne-referendum voorspelde mijn vader dat ‘nee’ dat zou winnen, hoewel peilingen toonden dat ‘ja’ er goed voorstond in de grote steden. “In de Randstad heb je te maken met kosmopolitische citydwellers; in de provincie zijn er meer MKB’ers die qua inkomsten onafhankelijk zijn van de staat en daarom zelfstandig denken.” Dit is wat hij voorspelde en hij kreeg gelijk: het komt precies overeen met Lukkassens analyse. Al in Avondland en Identiteit schreef hij over de tegenstelling tussen stemmers met een regionaal of nationaal identiteitsbeeld, en lieden die zichzelf als wereldburgers zien.

Lokale versus globale economie

Andere vormen van sociale segregatie hangen hiermee samen. Zoals dating voor hoger opgeleiden, blanke elitescholen en de verandering van het VVD-electoraat. Haalt men het inkomen uit de lokale economie of uit de mondiale economie? We herkennen dit in Oostenrijk, met Van der Bellen en Hofer, en idem dito voor Brexit en Trump. In feite voert de mondiale elite een economische oorlog tegen de middenklasse: daarbij wordt het eigen wereldbeeld bekostigd door de rest van het land.

Sinds het doorsnijden van de band tussen lokaliteit en geld – zoals is begonnen door Saint Simon en de zijnen in de 19e eeuw – voltrokken zich twee catastrofes. Allereerst kwam de financiering van maatschappelijke ontwikkelingen bij politici terecht die bevriende bedrijven voorrang geven. De tweede catastrofe is dat die combinatie geen rekening houdt met mens en milieu, omdat winsten voor de politicus en diens bevriende ‘ondernemers’ zijn. Verliezen worden daarentegen afgewenteld op alle mensen en hun omgeving. Vandaag heet dit ‘vriendjeskapitalisme’ of ‘staatskapitalisme’.

Aangestelden in plaats van MKB’ers

Deze laatste twee begrippen brengen ons op Mark Rutte. Voordat hij aantrad bij de VVD had deze partij nog een ledenbestand vol MKB’ers. Zelfstandig denkend, ‘van de koude grond’ en met de ‘poten in de modder’. Vandaag bestaat het uit millennials met stropdassen die elke dag in pak naar het werk gaan, werkend voor de overheid of als jurist op het kantoor van een multinational. Dit zijn geen mensen die vanuit het niets iets kunnen maken: het zijn aangestelden die vanuit de studiebanken komen binnenrollen op een hoge positie dankzij hun kneedbaarheid, hun vlotte babbel en connecties. Bij deze postmoderne kosmopolieten zonder principes staat alles ten dienste van het doorsnijden van de band met het lokale geld.

Deze aangestelden komen vlot en ‘opwaarts mobiel’ over: in die zin hebben zij een ‘liberaal’ imago. Qua denken hebben zij echter de band met het klassiek liberalisme van de kleine zelfstandige doorgesneden. Ongeveer alle vrijdenkers zijn op een dood spoor gezet bij de VVD: wat overblijft is een verwaterde kartelpartij voor oligarchen en lobbyisten. Zodoende snakt dit land naar vrijdenkers als Lukkassen, wiens achterban bestaat uit hardwerkende middenklassers. Dit is mede doordat zijn analyses gericht zijn op de problemen waarmee deze groep worstelt. FvD heeft goed denkwerk verricht maar spreekt toch vooral tot salonfähige intellectuelen en hedgefunders in grachtengordelpanden.

Links faalt om van dit verraad te profiteren

We zouden denken dat dit enorme kansen schept voor links – juist in een tijd waar het volk massaal is verraden door de elite. Probleem is alleen dat links heeft meegewerkt aan dit verraad. Denk aan het schrappen van de dividendbelasting en het feit dat we belanden in een transferunie. Recent werd nog het punt gemaakt dat Kok en Wallage (PvdA) PostNL hebben gesloopt. Links biedt geen realistisch antwoord: we zien vooral leegte en het opnieuw opvoeren van ‘klassenstrijd’ is pure wanhoop. Als de markt verzadigd is voor een product, dan bedenken we een nieuwe branding voor hetzelfde product.

Zodoende brengt de discussie die Engelen ontketende de leegte aan het licht op de linkerzijde van het publieke debat. Dat bedoel ik niet denigrerend: de vragen waar het om gaat zijn nogal pregnant – zeker de vragen die Engelen stelt. Het debat laat echter ook zien dat er geen oplossing is binnen bestaande denkkaders. ‘Politiek bedrijven’ komt vandaag neer op het uitventen van graduele verschillen. Mijn voorstel? Gooi eindelijk de marxistische denkstructuren het raam uit en stel je open voor de wereld zoals deze is.

Marxistische denkstructuren en evolutie

De vele reacties op Engelen laten een geëvolueerd gebruik van het begrip ‘klassenstrijd’ zien. Zij volgen de doorontwikkelde variant. Dat is de variant die Gramsci ontwikkelde. Onderdrukking is niet meer gerelateerd aan de bezittende klasse binnen de superstructuur, zoals bij Marx, maar aan een abstracte onderdrukker en onderdrukte.

Twee elementen zijn daar aan toegevoegd door andere denkers. Het eerste is de conceptie van het ik in Heidegger’s werk Sein und Zeit. Dit is gegrond in Dasein. Het gaat daarbij om een groepsopvatting van het individu. Kort door de bocht: zonder collectief (leiderschap) geen individueel bestaan. De tweede component is Schmitts opvatting van de politiek en het politieke in Der Begriff des Politischen. Politiek is een antagonistische strijd waaraan de mens zijn wezen ontleent. Zonder deze levensinvulling zou slechts een leegte overblijven, het niets.

Ziehier de leest waarop het begrip ‘klassenstrijd’ binnen het politieke debat is geschoeid. Mede op basis hiervan ontstond de postmodernistische revolutie waarvan sofisten en charlatans – zoals Derrida – de vaandeldragers zijn. De reacties op Engelen leggen deze geëvolueerde versie van klassenstrijd aan de dag. Hijzelf lijkt vast te willen houden aan het klassieke begrip. Nu is de vraag of het mogelijk is om terug te keren naar een ouder begrip en de latere ontwikkeling van het begrip klassenstrijd, zoals hier geschetst, links te laten liggen?

De geest terug in de fles?

Zoals ik hierboven opsomde is dit min of meer oude wijn in nieuwe zakken. Oftewel: probeer de oude Cola! Beter dan de nieuwe Cola! Dit soort rebranding c.q. marketing zal niet werken. Binnen de denkstructuur van Engelen en de zijnen resteert alleen dwang: de dwang waarmee de ander tot zwijgen wordt gedwongen.

In drie punten voorwaarts!

Wat opvalt in de twee columns van Engelen (31 Januari en 10 April) is een hang naar overstijgende waarden, of op zijn minst verenigende ideeën. Uit de bovenstaande beschrijving van de klassenstrijd wordt echter duidelijk dat strijd, onverzoenlijk antagonisme en groepsfragmentatie geen fundering bieden voor die gerede wens. Voorts drie suggesties aan Engelen om dat fundament te bouwen.

Werk ten eerste aan de harmonie van belangen op lange termijn. De wet van de comparatieve kostenvoordelen toont dat menselijke samenwerking universeel tot grotere welvaart voor allen kàn leiden. Het moet makkelijk zijn voor arbeiders om flexibel in hun soort werk te zijn. Bij verdwijnende banen kunnen zij dan makkelijker van soort werk wisselen. Kapitaal moet relatief immobiel zijn: dit zorgt voor directere betrokkenheid, want lokale binding aan mens en milieu.

Het moreel goede – voor mens én milieu – komt het best tot stand in vrijwilligheid. Bij vrije associatie denk ik aan broodfondsen, kredietunies en onderlinge verzekeringsmaatschappijen. Zorg dat alle mensen die ruimte hebben.

Ten derde wil ik blijven vechten voor een werkend geldsysteem. Non-productief kapitaal (in de vorm van overheidscertificaten en -leningen) schiep de afgelopen vijftig jaar weliswaar een geldexplosie, maar géén gelijkelijk groeiende kapitaalstructuur voor bedrijven waarin mensen daadwerkelijk kunnen werken.

Kritiek en toekomst

Engelen heeft gelijk dat de nieuwlinkse invulling van de ‘klassenstrijd’ links niet verder helpt, en de samenleving evenmin. Hij lijkt echter vast te zitten tussen teruggaan naar een niet-meer -in-gebruik-zijnde opvatting van klassenstrijd, of niet willen meegaan in de evolutie van dit concept.

Als alternatief heb ik drie kerndoelen omschreven – ik hoop vurig dat hij hierop zal willen reflecteren. Het zijn in ieder geval meetbare en economisch-wetenschappelijke punten: in die zin zouden de punten moeten aansluiten bij de insteek van sociaaldemocratisch en wetenschappelijk links. Voor zover dat nog bestaat en niet geheel is uitgeroeid door de identitaire tak van het academisch postmodernisme, oftewel regressief links.

Posted on

Drie beloftes waarop Trumps presidentschap beoordeeld zal worden

Op veel terreinen – zoals het benoemen van Scalia-achtige rechters en het steunen van Reagan-achtige belastingverlagingen – is president Trump een conventionele Republikein. Wat uitzonderlijk aan hem was in 2016, waarmee hij zich duidelijk onderscheidde van zijn GOP-rivalen, waarmee hij beslissende staten als Pennsylvania won, was zijn uniek Trumpiaanse agenda om Amerika en de Amerikanen op de eerste plaats te zetten – iets waar Bush-Republikeinen voor terugdeinsden.

Alleen Trump beloofde een einde te maken aan het generaal pardon en de grens te beveiligen met een 9 meter hoge muur om de invasie van Amerika tot staan te brengen. Alleen Trump beloofde een einde te maken aan de de-industrialisering van Amerika en onze verloren fabrieken en verloren banen terug te halen. Alleen Trump beloofde een einde te maken aan de democratie-kruistochten en ons terug te trekken uit de eindeloze oorlogen in het Midden-Oosten, waarin George Bush, Barack Obama en de oorlogspartij onze natie hadden gestort.

En van in hoeverre hij deze drie unieke Trumpiaanse beloften waarmaakt hangt zijn politieke lot af, alsmede het oordeel van de geschiedenis of hij een goede, geweldige of mislukte president was. Waar Washington staat is geen vraag. Het is er op belust Trumps presidentschap te zien mislukken, zijn agenda naar de prullenbak verwezen en Trump zelf afgezet. De hoofdstad kijkt naar Robert Mueller als de Mozes die hem kan bevrijden van de door een onbegrijpend electoraat opgelegde tiran. Hoewel Trumps steun onder zijn klootjesvolk stabiel blijft – hij krabbelt zelfs weer een beetje op in de peilingen – valt de uitkomst van de slag om hem ten val te brengen nog te bezien.

Build that wall!

Ga maar na. Trumps grensmuur werd behandeld als een desgewenst opgeefbaar prul in het GOP begrotingsakkoord groot 1,6 biljoen dollar van het Congres. Steden en hele staten roepen zich zelf uit tot toevluchtsoorden voor mensen die hier illegaal verblijven en slaan verzoeken van federale autoriteiten om te helpen bij de uitzetting van beschuldigde criminelen in de wind. Een ‘karavaan’ van duizend Centraal-Amerikanen trekt door Mexico, daarbij geholpen door de autoriteiten, en begeeft zich naar de Amerikaanse grens. Reken maar, dat wanneer ze daar aankomen, de anti-Trump media klaar zullen staan om zich te beklagen over iedere overschrijding door de grenswachters.

De hysterische reactie op het nieuws dat de volkstelling van 2020 de vraag ‘Bent u een Amerikaans staatsburger?’ bevat, maakt wel duidelijk waar dit allemaal om gaat. Amerika’s elite staat er op dat ons land moet oplossen in een nieuw Derde Wereldland dat in zijn raciale, religieuze en etnische samenstelling op de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties lijkt. Zij verachten het oude Amerika waarvan de bevolking hield.

Het zit erin dat Trump de laatste president is die zal proberen dat land te bewaren. Als hij het presidentschap achter zich laat terwijl de grens nog altijd niet veilig is, valt moeilijk in te zien wat de Derde Wereldinvasie nog kan stoppen, net zoals die zonder ophouden over de Middellandse Zee naar Europa komt. Jean Raspails De Ontscheping is geen dystopische roman meer.

De Ontscheping ~ Jean Raspail

Economisch nationalisme

En Trumps agenda van economisch nationalisme – het herstellen van de industriële dynamiek en de zelfvoorzienendheid die Amerika kende uit de tijd van Lincoln tot Reagan – ziet zich geconfronteerd met niet aflatende vijandigheid van geïnstitutionaliseerde macht.

Tegenover Trump staan bedrijfselites wier winsten en aandelenopties afhankelijk zijn van productie buiten Amerika, en de managerskaste van een Nieuwe Wereldorde die de EU, de VN, het IMF, de Wereldbank en de Wereldhandelsorganisatie runt. Maar als mondiale elites het grootste deel van de rijkdom van de naties en een aanzienlijk stuk van hun politieke macht oppotten, kun je wel aanvoelen dat ze een ongeliefd slag zijn, en ze zitten op een vulkaan.

Donald Trump spreekt werknemers van de auto-industrie toe in Michigan, maart 2017 (foto: Witte Huis).

Geen militaire avonturen meer

Het derde onderscheidende punt van Trump was zijn toezegging ons terug te trekken uit de oorlogen in het Midden-Oosten, waarin Bush en Obama ons hadden verwikkeld, en om ons buiten nieuwe oorlogen te houden. Trump beloofde ook de hand te reiken aan Vladimir Poetin en Rusland om een herleving van de Koude Oorlog te vermijden. Zij die op hem stemden, kozen voor dat buitenlandbeleid.

En als Trump zich nieuwe oorlogen met Iran of Noord-Korea in laat trekken, of 2020 bereikt terwijl Amerikaanse troepen nog altijd in Afghanistan, Irak, Syrië, Jemen en Libië vechten, zal hij waargenomen worden als op dit vlak gefaald hebbend.

http://www.novini.nl/stelt-trump-een-oorlogskabinet-samen/

Maar de weerstand van Washington om zijn visie van Amerikaanse mondiale hegemonie op te geven is breed en diep, want die visie is welhaast een bepalend kenmerk van onze buitenlandbeleidselites. Om dit op te geven zou voor hen zo ongeveer het einde zijn. De versteende reactie op Trumps suggestie vorige week dat Amerika Syrië zal verlaten nadat het kalifaat van ISIS is vernietigd, maakt wel duidelijk hoezeer hun identiteit aan deze visie hangt. Dat Trump een einde aan de burgeroorlog in Syrië zou aanvaarden, terwijl Assad nog aan de macht is, is voor hen onverdraaglijk. Maar hoe we die realiteit ongedaan zouden kunnen maken zonder duizenden Amerikaanse gevechtseenheden in te zetten in Syrië blijft onverklaard.

Conclusie

Als puntje bij paaltje komt, zal Trumps presidentschap op deze drie zaken beoordeeld worden: Heeft hij de grenzen van Amerika veiliggesteld? Heeft hij de industriële macht van Amerika hersteld? Heeft hij ons uit de bestaande neocon-oorlogen teruggetrokken en heeft hij ons buiten nieuwe gehouden?