Posted on

Brandenburg – AfD kan sterkste partij worden in SPD-bolwerk

Potsdam, Brandenburg

Deelstaatverkiezingen in Brandenburg waren steeds een uitgemaakte zaak. De SPD leverde de deelstaatpremier. Maar nu zou de situatie kunnen veranderen. Kort voor de verkiezingen op 1 september heeft de AfD goede kans om de grootste partij te worden in Brandenburg. 

In de peilingen behalen de nationaal-conservatieven 19 à 22 procent. Voor de SPD dreigt daarentegen een fors verlies. Waar de sociaaldemocraten in 2014 nog 31,9 procent van de stemmen behaalden, staan ze nu in de peilingen tussen de 17 en 22 procent. De CDU staat rond de 18 procent, Die Linke op 14 à 18 en de Groenen op 12 à 17. De FDP lijkt net over de kiesdrempel te komen en na vijf jaar weer terug te kunnen keren in de landdag. Ook is het niet uitgesloten dat de Freie Wähler enkele zetels bemachtigen.

Groenen kunnen coalitie SPD en Linke overeind houden

Sinds 2009 regeren SPD en Die Linke in Potsdam. De zittende deelstaatpremier Dietmar Woidke (SPD) vreest voor zijn post. Mogelijk kan hij zijn regering voortzetten door de Groenen in de coalitie te betrekken. De Groenen deden het nooit bijzonder goed in Brandenburg (onder de kiesdrempel tot circa zes procent), maar hebben nu federaal de wind in de rug. Er wordt al gespeculeerd dat de uit Brandenburg afkomstige co-partijvoorzitter Annalena Baerbock minister zou kunnen worden in de deelstaatregering.

“Slechte stemming” in Brandenburg

Er heerst in Mitteldeutschland een “slechte stemming” bij delen van de bevolking, zo stelde onlangs oud-deelstaatpremier Matthias Platzeck, die de commissie ’30 jaar Duitse eenheid’ leidt. Van de traditionele partijen en hun discours hebben ze zich afgekeerd. Daarmee maakt Platzeck een toespeling op het naar verwachting goede resultaat voor de AfD.

“AfD zal het nog beter doen dan voorspeld”

AfD-lijsttrekker Andreas Kalbitz, die in 2017 Alexander Gauland opvolgde als fractievoorzitter, gaat er vanuit “dat de AfD het nog beter zal doen dan voorspeld”. Woidke vreest dat de AfD de verkiezingen op 1 september zelfs wint. “We schilderen de mensen geen schrikbeeld”, zo waarschuwde Woidke in een e-mail aan circa 6500 SPD-leden in de deelstaat, “maar een AfD-overwinning kan bittere realiteit worden”.  Een grote donateur heeft nu een brochure gefinancierd voor de SPD, die in de laatste dagen voor de verkiezingen huis-aan-huis verspreid moet worden en moet ‘voorlichten’ over het vermeende gevaar dat de AfD zou zijn.

CDU sluit coalitie met AfD uit, ondanks interne verdeeldheid

De CDU staat er intussen niet goed voor. Haar hoop in een grote coalitie met de SPD de deelstaatpremier te kunnen leveren, lijkt een volstrekte illusie. Een coalitie met de AfD hebben de christendemocraten uitgesloten, ook al wordt er intern verschillend over gedacht. Kalbitz gaat er echter vanuit dat de CDU zich uiteindelijk zal moeten verzoenen met de nieuwe realiteit. Hij verwacht dat de CDU op termijn openlijker en zakelijker om zal gaan met de AfD. “Ik ben er zeker van: De toon van de CDU zal veranderen.”

Niet alleen deelstaatverkiezingen in Brandenburg

Op 1 september vinden er tevens deelstaatverkiezingen plaats in Saksen, waar de CDU vanouds de grootste partij is. Hier wijzen de peilingen erop dat de AfD enkele procentpunten achter de CDU eindigt. Eind oktober volgen dan deelstaatverkiezingen in Thüringen, waar CDU, Die Linke en AfD alle drie nog kans lijken te maken de grootste partij te worden. In Thüringen wordt de AfD geleid door de omstreden Björn Höcke en is Bodo Ramelow van Die Linke momenteel deelstaatpremier.

Posted on

Nog eenmaal een ‘grote coalitie’

Net nu uit een peiling blijkt dat CDU/CSU en SPD bij nieuwe verkiezingen geen meerderheid meer zouden halen, hebben de partijen een akkoord bereikt over een regering op basis van een zogenaamde ‘grote coalitie’, waarvan de naam verwijst naar de voorbije vanzelfsprekendheid dat christendemocraten en sociaaldemocraten gezamenlijk altijd een meerderheid hebben.

Voor de Duitsers is het hele gebeuren een leerrijke ervaring. De Duitsers zijn immers een volgzaam volk, dat het zijn heersende klasse over het algemeen niet moeilijk maakt. Omdat de Duitser niets zo zeer vreest als chaos, heeft hij iedere regering, zelfs de meest miserabele, liever dan het vooruitzicht van chaos zonder leiderschap. Deze houding verleent Duitsland een door andere landen vaak bewonderde stabiliteit.

Deze volgzaamheid van de Duitsers nodigt echter ook tot misbruik uit. Met de vrees voor chaos laat het volk zich immers in het gareel brengen. Deze natuurlijke houding van de Duitser is dan ook alles behalve behulpzaam bij de ontwikkeling van democratisch zelfbewustzijn tegenover de machthebbers.

Zo bezien hebben de Duitsers in de afgelopen tijd een paar waardevolle ervaringen opgedaan: Hoewel de politieke klasse er een half jaar over deed om een regering tot stand te brengen – elders niet ongebruikelijk, maar ongewoon lang voor Duitse begrippen, is het land daardoor niet in chaos verzonken. Van de andere kant konden ze in 2015 beleven hoe regeringen geenszins altijd voor orde en veiligheid garant staan, maar ook wanorde kunnen stichten. Zonder missionaire regering hadden de bevoegde diensten die zomer automatisch de geldende wetten en verdragen toegepast, wat miljoenen illegale binnenkomsten had voorkomen. De regering Merkel moest er aan te pas komen om dit terzijde te stellen, met alle gevolgen van dien.

Wind of change

Dezer dagen kunnen de Duitsers gadeslaan hoe een zootje versleten politici aan de macht blijft hangen. Een weinig verheffende aanblik, maar mogelijk toch een leerrijke. Het zou de Deutscher Michel aanleiding kunnen geven om zijn trouwhartige, dikwijls blinde vertrouwen in zijn politieke elites over boord te zetten.

Dat in de meest recente peiling van INSA SPD en AfD met respectievelijk 17 en 15 procent nog slechts twee procentpunten uit elkaar lagen, toont aan hoeveel dit – maar al te vaak ongefundeerde – vertrouwen al te lijden heeft gehad. Ook aan de basis van de gevestigde partijen kalft het vertrouwen af, de hang aan de ‘eigen’ partij waarop men altijd gestemd heeft, wordt steeds losser.

Deze (niet meer zo) grote coalitie is een oudbakken verbond voor de laatste meters van een afgeleefde politieke klasse. Merkel en Schulz hebben hiermee de voltrekking van hun politieke lot weer een poos voor zich uit weten te schuiven. Maar als hun tijd straks alsnog gekomen is, zal het meer betekenen dan alleen het einde van een bepaalde coalitie.

Er hangt in Duitsland een meer fundamentele verandering van het politieke landschap en het politieke denken in de lucht. Vooral voor de Duitsers in de voormalige DDR is de aansluiting van hun deelstaten bij Bondsrepubliek als markant politiek  moment in herinnering gebleven, voor de oude Bondsrepubliek was het simpelweg ‘verder zo’. Het tijdperk van ‘simpelweg verder zo’ lijkt echter ten einde te lopen.

Posted on

CDU-premier Saksen treedt af vanwege AfD-overwinning

De Saksische deelstaatpremier Stanislaw Tillich (CDU) heeft woensdagmiddag aangekondigd af te zullen treden.

De niet onpopulaire Tillich, die tot de Sorbische minderheid behoort, zat sinds 2008 vast in het zadel, tot de Bondsdagverkiezingen van 24 september jongstleden. Voor het eerst sinds de hereniging van Oost- en West-Duitsland werd de CDU in verkiezingen niet de grootste partij in Saksen.

In de traditioneel relatief rechtse deelstaat koos namelijk 27% van de kiezers voor de AfD, terwijl de CDU op 26,9 % bleef steken. In de verkiezingen voor de Landdag in 2014 was de CDU met 39,4% nog met afstand de grootste partij. De scheidend deelstaatpremier heeft een conservatiever profiel dan bondskanselier Merkel.

In een ad hoc georganiseerde persconferentie verklaarde Tillich, dat hij zijn ambt op het regionale CDU-congres begin december officieel wil neerleggen en aan een jonger iemand wil overdragen. Als opvolger noemde hij de partijsecretaris van de Saksische CDU, Michael Kretschmer. Saillant detail is dat Kretschmer tot de verkiezingen lid was van de Bondsdag, maar zijn zetel moest afstaan aan een AfD’er.

Naar rechts bijsturen

Ondertussen roept de fractievoorzitter van de CDU in de Saksische Landdag, Frank Kupfer, op tot een koerswijziging van zijn partij. De CDU is in de afgelopen jaren naar links gezwenkt, aldus Kupfer tegenover de Deutschlandfunk. Om terug te keren naar het midden ligt het nu voor de hand naar rechts bij te sturen, aldus de Saksische fractievoorzitter.

Voor het slechte verkiezingsresultaat voor de CDU in Saksen in de Bondsdagverkiezingen houdt de Saksische fractievoorzitter vooral de federale partij verantwoordelijk. Er is weliswaar ook een Saksische component, aldus Kupfer, maar hoofdreden voor het verkiezingsdebacle is volgens hem het beleid van de federale regering en in het bijzonder het vluchtelingenbeleid. Bondskanselier Merkel zou hier “tenminste voor haar opstelling” consequenties uit moeten trekken.

Posted on

Polen heeft juridisch noch moreel recht op verdere herstelbetalingen van Duitsland

Eind juli kwam de Poolse regering met haar eigen interpretatie van solidariteit tussen EU-lidstaten op de proppen. Jaroslaw Kaczynski, leider van de regeringspartij ‘Recht en Gerechtigheid’ (PiS), verklaarde in een radio-interview dat Duitsland zich aan zijn verantwoordelijk voor de Tweede Wereldoorlog zou onttrekken en dat er daarom over herstelbetalingen gesproken zou moeten worden. Inmiddels wordt een wetsvoorstel voorbereid om de schade te berekenen.

Kaczynski kondigde een “historisch tegenoffensief” van zijn land aan. “We hebben het hier over gigantische sommen en ook over het feit dat Duitsland jarenlang geweigerd heeft verantwoordelijkheid te nemen voor de Tweede Wereldoorlog”, aldus de partijleider in Warschau.

De Poolse leider staat binnen de EU niet alleen met zijn plannen. Ook Griekenland kwam in 2013 met de eis dat Duitsland alsnog herstelbetalingen zou doen vanwege de Tweede Wereldoorlog. Een groep ambtenaren van het ministerie van Financiën kreeg destijds de opdracht, de schade te berekenen van de Duitse bezetting van Griekenland tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Terwijl Kaczynski de omvang van de eisen vooralsnog in het midden laat, becijferden de Grieken de grootte van hun nota op 108 miljard euro. Wat Duitsland tot dan toe reeds aan herstelbetalingen gedaan had werd niet meegerekend. Dat veranderde twee jaar later, toen de toenmalige Griekse minister van Justitie Nikos Paraskevopoulos verklaarde het oordeel van het Atheense grondwettelijk hof over te nemen, dat stelde dat Duitsland aan nakomelingen van slachtoffers van het nazi-bewind compensatie verschuldigd is. Wat reeds betaald was, zou men als “voorschot” beschouwen.

Nu is het niet ongebruikelijk en ook volkenrechtelijk gedekt, dat een land dat een oorlog begonnen is en verloren heeft de winnaar een financiële compensatie moet betalen. Zo werden in het geval van Duitsland het gehele buitenlandse vermogen, de handelsvloot en alle Duitse patenten in beslag genomen. Daarnaast werden op grote schaal aanspraken door de demontage van industriebedrijven afgedekt. En wat vooral Polen betreft: Duitsland moest zijn oostelijke territoria afstaan – grote aantallen Duitsers werden daarbijvan huis en haard verdreven, een verlies dat nauwelijks in geld is uit te drukken.

Bovendien vergaarden de Amerikaanse bezetters naar eigen opgave Duitse reparaties ter grootte van 500 miljoen Amerikaanse dollars, de Sovjet-Unie naar westerse schattingen 15 miljard. Waar het Kremlin per 1 januari 1954 echter van verdere vorderingen afzag, lieten de westerse mogendheden de mogelijkheid open met nieuwe te komen. Tussen de westerse mogendheden en de Bondsrepubliek Duitsland werd in het Londense Schuldenakkoord van 27 februari 1953 namelijk overeengekomen dat de kwestie van de Duitse oorlogsschulden pas bij een vredesakkoord aan de orde zou komen.

Duitsland, ook het herenigde Duitsland, heeft echter tot op de dag van vandaag formeel geen vredesakkoord. Het Twee-plus-Vier-verdrag (formeel: “Verdrag inzake de afsluitende regeling met betrekking tot Duitsland”), dat op 15 maart 1991 in werking is getreden, vervult echter effectief de functie van een vredesverdrag. Van herstelbetalingen is in dit akkoord geen sprake en daarmee is de zaak afgedaan. Daarbij wordt het verdrag gezien als een internationaal verdrag waarvan de uitwerking de ondertekenaars – BRD, DDR, VS, Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Sovjet-Unie – overstijgt. Dit hangt ermee samen dat het verdrag een nieuwe politieke orde in Europa regelt. Zo worden ook Polen en Griekenland in de werkzaamheid van de overeenkomst betrokken en komen nieuwe eisen aan Duitsland uit deze landen juridisch op wankele voet te staan, vooral wat Polen aangaat.

Polen heeft namelijk reeds in 1953 in een verklaring afgezien van verdere betalingen uit Duitsland. Het land wilde daarmee, zo heette het destijds, “een verdere bijdrage aan de oplossing van de Duitse kwestie in de geest van democratie en vrede” leveren. Hierop werd door de Duitse regering naar aanleiding van de recente Poolse geluiden dan ook gewezen. Duitsland erkent politiek, moreel en financieel zijn historische verantwoordelijkheid, zo verklaarde de Duitse regering, maar de kwestie van herstelbetalingen is juridisch en politiek reeds afsluitend geregeld.

Ook de verhouding met Athene is op dit punt eigenlijk al lang duidelijk. In het kader van haar omvattende Wiedergutmachungspolitik sloot de Duitse regering in de jaren tussen 1959 en 1964 met twaalf West-Europese regeringen akkoorden, waaronder ook Griekenland. Athene kreeg destijds 115 miljoen mark uit Bonn, wat naar huidige koopkracht een slordige halve miljard euro is. In de correspondentie over dit akkoord verklaarde de Griekse zijde dat daarmee “alle het voorwerp van dit verdrag vormende vragen [..] definitief geregeld” zijn, waarmee Athene van alle verdere eisen afzag. Nadat het Oostblok in 1990 uiteenviel, paste Duitsland dit beleid ook op Oost-Europese landen toe. In dit kader kreeg Polen meer dan 250 miljoen euro. Eén ding is zodoende duidelijk: De recente aanspraken van Griekenland en Polen op herstelbetalingen uit Duitsland ontberen een juridische grondslag.

De politieke werkelijkheid laat zich echter niet louter in juridische parameters vatten. Wat juridisch niet afdwingbaar is, is het soms psychologisch wel. Een schuld als de Duitse oorlogsschuld, verbonden met oorlogsmisdaden en de Holocaust, laat zich goed gebruiken als politiek drukmiddel. Het uitdrukken van een dergelijke schuld in financiële bedragen, komt al snel in de buurt van relativering van de Holocaust, met als implicatie dat de schuld nooit definitief afbetaald kan worden.

Warschau en Athene zouden er evenwel goed aan doen ook te bedenken welke schade ze zelf aanrichten met hun eisen. Waar de Europese integratie door haar voorstanders steeds is voorgesteld als een vredesproject, lijken Poolse en Griekse regeringen dit te interpreteren als een vrijbrief om Duitsland uitzichtloos te laten bloeden voor de schuld aan de Tweede Wereldoorlog. Dat komt de geloofwaardigheid van de notie van solidariteit tussen EU-lidstaten uiteindelijk niet ten goede.

Posted on

Helmut Kohl wachtte steeds vasthoudend zijn moment af

Oud-bondskanselier Helmut Kohl is vrijdag op 87-jarige leeftijd overleden. Kohl wordt gezien als een van de meest invloedrijke en meest onderschatte politici uit de geschiedenis van de Bondsrepubliek Duitsland.

De Rooms-Katholieke Kohl werd in 1930 in Ludwigshafen, op de tegenoverliggende Rijnoever van Mannheim, geboren. Hij studeerde rechten, politicologie en geschiedenis en werd actief binnen de Christelijk Democratische Unie (CDU) in zijn deelstaat Rijnland-Palts, waar hij van 1963 tot ’69 fractievoorzitter in de Landdag was en vervolgens zeven jaar deelstaatpremier. Vanuit deze machtsbasis werd hij verkozen om in 1973 Rainer Barzel op te volgen als federaal partijvoorzitter.

Aanhouder wint

Hij werd door de CDU ook genomineerd als kandidaat-bondskanselier. De Beierse Christelijk Sociale Unie (CSU) gaf schoorvoetend toe. Met de nederlaag in de federale parlementsverkiezingen van 1976 leek Kohl voor buitenstaanders over zijn hoogtepunt heen. Hij was echter zo vasthoudend, dat hij in 1980 opnieuw door de CDU genomineerd werd als kandidaat-bondskanselier. Ditmaal werd hij echter gepasseerd, men besloot voor een meer charismatische, maar ook meer controverse oproepende, kandidaat te kiezen, in de persoon van de CSU-politicus Franz-Josef Strauß.

Dit zou echter een slechter resultaat opleveren dan in ’76. Maar Kohl was zo slim om de touwtjes in handen te houden als fractievoorzitter van de CDU/CSU in de Bondsdag. Toen de liberale FDP in de verleiding kwam om van coalitiepartner te wisselen, werd Kohl in ’82 alsnog bondskanselier. Begin ’83 won hij vervolgens een overtuigende verkiezingsoverwinning en in ’87 won hij opnieuw, met een iets kleinere meerderheid.

Geen expert in buitenlandse zaken

De hereniging van de beide Duitslanden en de Europese integratie zijn zaken waar men tegenwoordig als eerste aan denkt bij Kohl, maar hij was allerminst een expert in buitenlandse zaken. Kohl leunde in dezen aanvankelijk sterk op zijn minister van Buitenlandse Zaken, tevens vice-kanselier voor de FDP, Hans-Dietrich Genscher. Genscher zette onder Kohl zijn beleid van verzoening met het Sovjet-blok inclusief de DDR en het beleid van Europese integratie voort.

Helmut Kohl tijdens een ontmoeting van de Europese Raad in België, 1987, vergezeld door minister van Buitenlandse Zaken Hans-Dietrich Genscher (foto: Bundesarchiv)

Kohl werd lang als saai en boers gezien, bij diverse gelegenheden kwetste hij door onhandigheid buitenlandse gevoeligheden. Anders dan zijn voorganger Helmut Schmidt, sprak hij geen Engels. Hij ging steevast in Oostenrijk op vakantie en leek zijn provinciaalse imago haast bewust te cultiveren. Voor 1990 deed Kohl het maar matig in de populariteitspeilingen, hij lag fors achter op Genscher en op zijn rivalen voor het bondskanselierschap in de SPD.

In ’89-’90 kwam echter zijn politieke instinct weer aan de dag, toen hij het nationale sentiment naar de CDU wist toe te trekken. Zo werd hij in 1990 bondskanselier van een herenigd Duitsland. Na de Wiedervereinigung maakte Kohl zich internationaal vooral hard voor de Europese integratie, hij wilde daarbij naar eigen zeggen geen Duits Europa, maar een Europees Duitsland bewerkstelligen.

Kohls meisje

De politieke erfenis van Kohl is divers. De ‘geistig-moralische Wende’ waarvan hij in de jaren ’80 sprak, kreeg nooit gestalte. Er is de hereniging van Duitsland, die natuurlijk niet alleen zijn werk was, en de ‘bloeiende landschappen’ in de voormalige DDR die uitbleven. En er is de instemming met verdere Europese integratie, de weg naar de Euro en de vestiging van de Europese Centrale Bank in Frankfurt. Maar de nu nog meest bepalende erfenis is misschien wel Angela Merkel als dominante politieke persoonlijkheid in Europa. Net als Kohl werd Merkel, ‘Kohls meisje’, aanvankelijk schromelijk onderschat. Haar politieke instinct was nog sterker dan dat van haar politieke peetvader. Ze was ook meer rücksichtslos in het opzij schuiven van rivalen, zoals ook Kohl zelf heeft mogen ondervinden.

Later zou Kohl – overigens net als oud-bondskanseliers Helmut Schmidt en Gerhard Schröder – Merkel scherp bekritiseren over haar standpunt in de Eurocrisis, haar opstelling tegenover Rusland in de Oekraïnecrisis, en haar benadering van de immigratiecrisis. Hij bracht deze kritiek onder andere onder woorden in zijn boek Aus Sorge um Europa, naar aanleiding waarvan hij in de pers geciteerd werd met de woorden: “Die macht mir mein Europa kaputt.”

Posted on

Waarom Kaczynski’s waanbeeld Europese kernmacht niet opgaat

De uitlatingen van de Amerikaanse president Donald Trump over de NAVO houden de gemoederen bezig en plotseling wordt zelfs weer gediscussieerd over de vraag of Duitsland een eigen kernwapenpotentieel zou moeten bezitten. Dat idee is echter volstrekt irreëel.

Jaroslaw Kaczynski bekleedt weliswaar geen staatsambt, maar de leider van regeringspartij ‘Recht en Gerechtigheid’ (PiS) geldt wel als de sterke man achter de schermen in Polen. Op wat hij zegt wordt ook in het buitenland acht geslagen.

Reeds lang mag hij graag voor vermeende Russische agressie waarschuwen en een sterkere aanwezigheid van de NAVO in zijn land eisen. Intussen is hem dat echter niet meer genoeg, hij droomt nu zelfs van een “supermacht Europa”.

In een interview met de Frankfurter Allgemeine Zeitung zette de politieke leider, die als eurosceptisch geldt en onder andere bekend werd door anti-Duitse retoriek, uiteen dat hij het zou verwelkomen, als Europa zich als zelfstandige kernmacht met Rusland zou kunnen meten.

Kaczynski moest daarbij wel toegeven dat Europa daarvoor tot “enorme uitgaven” bereid zou moeten zijn. En zoals altijd wanneer er in Europa geld op tafel moet komen, werd daarmee ook nu de blik op Duitsland gevestigd.

Zelfs in het Verenigd Koninkrijk, waar men de Bondsrepubliek ook na decennia partnerschap in het Noord-Atlantisch bondgenootschap nog altijd met een zekere argwaan bekijkt, kan men zich in het licht van de momentele onzekerheden van het Amerikaanse beleid een kernmacht Duitsland voorstellen.

De reactie van Duitse politici, militairen en wetenschappers op deze impuls is evenwel overwegend negatief. Dat heeft niet alleen politieke en praktische redenen. De jurist Wolfgang Ischinger, voormalig Duits ambassadeur in Washington, staatssecretaris op het ministerie van Buitenlandse Zaken, en sinds 2008 directeur van de Münchner Sicherheitskonferenz, zegt duidelijk waarom het debat over een uitrusting van het Duitse leger met kernwapens een schijndebat is: “Het grijpen naar kernwapens zou voor Duitsland een ernstige schending van het internationaal recht zijn.”

Internationaal recht

Duitsland heeft zich er immers in diverse verdragen vastgelegd op het afzien van kernwapens. De eerste stap in deze richting nam de Bondsrepubliek bij het toetreden tot de West-Europese Unie (WEU) in 1954, toen ze verklaarde het bezit noch het beschikkingsrecht over kernwapens na te streven. Korte tijd later, bij het afsluiten van de Verdragen van Parijs bekrachtigde de Bondsrepubliek dit nog eens.

Vervolgens ondertekenden op 1 juli 1968 de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie en het Verenigd Koninkrijk na zesenhalf jaar onderhandelen het Non-proliferatieverdrag. Dat verdrag legde vast welke landen kernmachten waren en welke niet en stond geen verandering van die situatie toe. Als 91e staat ondertekende op 28 november 1969 ook de Bondsrepubliek Duitsland dit verdrag. Daarin verplicht iedere ondertekenende niet-kernmacht zich ertoe, van niemand direct of indirect kernwapens of het beschikkingsrecht daarover aan te nemen en om ze ook zelf niet te vervaardigen of verwerven, en om geen ondersteuning te geven aan de vervaardiging van kernwapens. Het verdrag werd oorspronkelijk afgesloten voor een periode van 25 jaar, maar geldt sinds 1995 voor onbepaalde tijd. Vandaag de dag zijn 191 staten verdragspartij.

In het zogenaamde Twee-plus-Vier-verdrag bekrachtigden de regeringen van de Bondsrepubliek Duitsland en de Duitse Democratische Republiek in 1990 “hun afzien van de vervaardiging en het bezit van en van het beschikkingsrecht over atoom-, biologische en chemische wapens. Zij verklaren dat ook het verenigde Duitsland zich aan deze verplichtingen houden zal. In het bijzonder blijven de rechten en verplichtingen uit het Verdrag over de Non-proliferatie van Kernwapens [..] voor het verenigde Duitsland gelden.”

Een legaal Duits bezit van kernwapens is kortom niet mogelijk en een debat daarover overbodig. Toch is het niet voor het eerst dat er over gedacht wordt. Bondskanselier Konrad Adenauer droomde namelijk al van Duitsland als kernmacht.

Geheime overeenkomst

Hoewel Adenauer zeer geloofde in het Noord-Atlantische bondgenootschap, vertrouwde hij toch niet helemaal op de verzekering uit Washington dat iedere Russische agressie met een nucleaire tegenaanval beantwoord zou worden. In een kabinetszitting eind 1956 verklaarde hij dat het nodig was om tenminste over tactische kernwapens te beschikken.

Aangezien de Bondsrepubliek zich er in de Verdragen van Parijs internationaal-rechtelijk op had vastgelegd af te zien van kernwapens, moest hij in het geheim opereren. Hij vond daarbij steun in Parijs, waar men eveneens twijfelde aan de geloofwaardigheid van Washington.

Tijdens een ontmoeting in Adenauers privéwoning in november 1957 deed de Franse staatssecretaris van Buitenlandse Zaken Maurice Faure hem het aanbod om samen Frankrijk en Italië kernwapens te produceren. Nog geen week later ondertekenden de minister van Defensie van de Bondsrepubliek, Franz Josef Strauß, en zijn ambtsgenoten uit Frankrijk en Italië een geheim protocol over de samenwerking, waarbij de Duitse bijdrage als deelname aan een “Europees Instituut voor Raketten” verhuld werd.

In april 1958 ondertekenden de drie ministers van Buitenlandse Zaken het akkoord over het trilaterale bewapeningsprogramma. Er kwam echter niets van terecht. Want toen Charles de Gaulle enkele weken later premier werd, maakte hij meteen een eind aan de plannen. Hij wilde Frankrijk tot een zelfstandige grootmacht met eigen nucleaire slagkracht maken.

Nadat hun plannen om zich van het Amerikaanse kernwapenpotentieel onafhankelijk te maken mislukt waren, bleef Adenauer en Strauß niets anders over dan de ‘nuclear sharing‘, die tot op de dag van vandaag voortduurt. Dit gaf (West-)Duitsland de mogelijkheid aan de planning voor de inzet en aan de consultaties over de vrijgave van kernwapens mee te werken. Bovendien verwierf de Duitse krijgsmacht eigen systemen waarmee Amerikaanse kernwapens ingezet konden worden.

Lees ook:

Posted on

Hoe Amerikaanse drones en Jemenitische bruiloft beperkingen Duitse soevereiniteit onthullen

Een van de lopende zaken uit 2016 die mee gaat naar 2017 is een rechtszaak die aan het wezen van de Duitse staat raakt. Het gaat om de aanklacht van de Jemeniet Faisial bin Ali Jaber en twee nauwe verwanten tegen de Bondsrepubliek Duitsland. De zaak draait om de dood van twee van zijn familieleden, die tijdens een bruiloft door Amerikaanse drones getroffen werden.

Voor deze Jemenitische familie was dat een catastrofe, voor de Amerikaanse luchtmacht is het alledaags. Duizenden onschuldige mensen zijn reeds door hun drones om het leven gebracht. Maar waarom vindt een rechtszaak hierover in Duitsland plaats en waarom is de Duitse regering de beschuldigde?

De verklaring is eenvoudig. Zonder de Amerikaanse luchtmachtbasis in het Duitse Ramstein zou de Amerikaanse luchtmacht geen drone-aanvallen uit kunnen voeren in het Midden-Oosten en Noordoost-Afrika. De doelgebieden in Irak, Somalië, Jemen en Pakistan zijn zo ver van de Verenigde Staten verwijderd dat vanwege de kromming van de aarde een relaisstation nodig is, en als zodanig dient Ramstein. Dat is de geografische kant van de zaak, maar er is ook een juridische kant.

Deze eliminaties door drones, zonder proces, zonder bewijsvoering, zonder rechter, op basis van een willekeurig besluit, zouden ook als moord te kwalificeren zijn, als er bij die aanvallen daadwerkelijk slechts terroristen getroffen zouden worden. Ook terroristen hebben immers recht op de bescherming die het strafprocesrecht van een rechtsstaat – waarvoor de VS zich toch uitgeven – biedt.

Maar waarom wordt nu Duitsland aangeklaagd? Heel eenvoudig, Ramstein ligt op de Duitse grond en zodoende laadt de Duitse regering, die het gebeuren op de Amerikaanse basis toelaat, de verdenking van medeplichtigheid op zich. Van deze verdenking kan Berlijn zich slechts ontdoen als ze verklaart dat ze geen toegang heeft tot Ramstein, geen juridisch eigendom en geen mogelijkheid om daar gepleegde misdrijven te vervolgen. Het is nauwelijks voorstelbaar dat bondskanselier Angela Merkel of een van haar ministers zich op een dergelijke argumentatie zou verlaten.

Al jaren gaat de Duitse regering iedere vraag naar Ramstein en wat daar allemaal gebeurt uit de weg. Totdat een paar weken geleden het Ministerie van Buitenlandse Zaken aan een lid van de Bondsdag bevestigde, dat in Ramstein steun verleend wordt aan “de planning, toezicht en evaluatie van toegewezen luchtoperaties”. Deze toegeving was nogal algemeen verwoord. Dat zonder Duitse betrokkenheid de dronemoorden van de VS niet plaats zouden kunnen vinden, wilde men in ieder geval niet zeggen.

Ook andere zaken met betrekking tot Ramstein houdt men liever voor zich. In de loop van de afgelopen herfst leverden de VS daar – met toestemming van bondskanselier Merkel – 20 atoombommen van de nieuwere soort aan, wat op zich al onverkwikkelijk genoeg is. Daarbij komt echter dat voor de inzet van deze bommen Duitse ‘Tornado’-gevechtsvliegtuigen zijn aangepast en Duitse piloten zijn opgeleid. Dit raakt aan het Non-proliferatieverdag en aan de Duitse grondwet. In artikel II van het verdrag verplicht Duitsland zich ertoe “van niemand direct of indirect kernwapens of andere kernspringladingen aan te nemen” en die “te fabriceren nog op een andere manier te verkrijgen”. De aanwezigheid van kernwapens in Ramstein, die bedacht is voor Duitse vliegtuigen en piloten, gaat duidelijk tegen dit verdrag in.

Met de grondwet zit het wat anders in elkaar. Daarin staat namelijk in artikel 26 iets dergelijks, maar in de paragaaf daarvoor is de NAVO uitgezonderd. Zodoende gelden voor Amerikaanse kernwapens op Duitse bodem niet de de Duitse maar de Amerikaanse regels. In de NAVO wordt in dit verband gesproken van ‘nuclear sharing’. Daarmee worden van nucleaire have-nots handlangers onder Amerikaans bevel gemaakt en wordt een goed deel verantwoordelijkheid op de vazallen afgeschoven. Zo is men er weliswaar in geslaagd met een juridische truc de Duitse grondwet te omzeilen, de schending van het Non-proliferatieverdrag blijft echter staan.

Ook blijft de vraag bestaan, waarom de Duitse regering zich ten aanzien van Ramstein zo terughoudend opstelt. De beide genoemde problemen, drones en kernwapens, zijn immers niet de enige. Andere, zoals de effectieve onmogelijkheid van strafvervolging, komen daar nog bij.

Het kan zijn dat Merkel persoonlijk zo zeer aan de bestaande verhouding van Duitsland en de VS hecht, dat ze dit alles op de koop toe neemt. Joost mag het weten. Het kan echter ook zijn dat ze het gebeuren in Ramstein – en andere Amerikaanse bases in Duitsland – tolereert, omdat ze geen andere mogelijkheid heeft. De keuzemogelijkheden van een Duitse bondskanselier zijn immers beperkt. Het lidmaatschap van een zo nauw bondgenootschap als de NAVO brengt grote beperkingen van de nationale soevereiniteit met zich mee. Dit weegt des te zwaarder met het oog op de casus fœderis die sinds 11 september 2001 geldt in de strijd tegen het terrorisme.

In het geval van Duitsland wordt deze afhankelijkheid versterkt door het feit dat de bezettingsmachten (Amerika, Engeland en Frankrijk) in de geheime onderhandelingen over de hereniging enkele privileges uit het bezettingsstatuut tot op de dag van vandaag veilig gesteld hebben, zoals de toelating om in Duitsland bedrijven en personen te bespioneren. Hier ligt ook de rede voor de ingehouden reactie van de regering op het NSA-afluisterschandaal. Wat de Verenigde Staten in deze gevallen in Duitsland doen, is weliswaar immoreel, maar wel in overeenstemming met de regelingen. Dat geeft weinig basis voor protest van regeringszijde.

Hiermee hangt ook de zogenaamde Kanzlerakte samen, die de SPD-politicus Egon Bahr door zijn getuigenis in Die Zeit op 14 mei 2009 in de openbaarheid bracht. Bahr beschrijft hoe de pas gekozen bondskanselier Willy Brandt drie documenten ter ondertekening voorgelegd kreeg. Woordelijk: “Aan de respectievelijke ambassadeurs van de drie machten – de Verenigde Staten, Frankrijk en Groot-Brittannië – in hun capaciteit van Hoge Commissarissen gericht. Daarmee moest hij toestemmend bevestigen wat de militaire gouverneurs in hun akte van goedkeuring van de grondwet van 12 mei 1949 aan bindende voorbehouden gemaakt hadden.” Brandt weigerde in eerste instantie een dergelijk “onderwerpingscontract” te ondertekenen, moest het uiteindelijk echter toch doen. Sedert het Twee-plus-Vier-verdrag van 1991 gelden weliswaar de geallieerde voorbehouden als niet meer geldig, maar de Kanzlerakte bestaat tot op de dag van vandaag.

Posted on

Economisch overheersen de metropolen, het platteland trekt leeg

In veel Europese landen heeft in de afgelopen jaren een regelrechte ontvolking van het platteland plaats gevonden. Dat vertaalt zich ook in de verkiezingsuitslagen.

United_Kingdom_EU_referendum_2016_voting_regions_results.svgDat fenomeen kwam bijvoorbeeld duidelijk naar voren in het referendum over het EU-lidmaatschap van het Verenigd Koninkrijk. Terwijl de hoofdstad Londen tegen de Brexit stemde, stemde de Engelse bevolking in de provincie met overweldigende meerderheid voor. Volgens de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) is deze trend een indirect gevolg van de globalisering: “In de grote steden, de knooppunten van de wereldeconomie, ligt de productiviteit veel hoger; zo produceren bijvoorbeeld de inwoners van Londen per hoofd bijna het vijfvoudige van de Britse doorsnee”, zo heet het in een analyse. De economische groei concentreert zich toenemend in de metropolen, de provincie blijft achter.

In Frankrijk ziet de situatie er vergelijkbaar uit. Meer dan de helft van de toename van het Bruto Binnenlands Product vindt plaats in de agglomeratie van Parijs. Het landelijke Frankrijk, ‘la France profonde’, heeft aanzienlijk lagere cijfers.

Het is daarbij een vergissing om aan te nemen dat de mensen in de provincie noodzakelijkerwijs ontevredener zouden zijn. Juist in gebieden die nog altijd door landbouw gedomineerd worden, bestaat er een idyllisch levensgevoel, het gevoel dat de wereld nog klopt. Anderzijds zijn er in Frankrijk en Engeland gebieden die vanouds sterk door industrie bepaald zijn en die nu grote structurele problemen ondervinden. Oude mijngebieden in het noorden van Frankrijk worstelen evenzeer met de structuurveranderingen als braakliggende gebieden in Engeland die ooit een grote tol speelden in de staalproductie.

Austrian_presidential_election_2016,_first_round_results_by_stateDit gemengde verhaal zie je terug in de verkiezingsuitslagen. De eurosceptische UK Independence Party is zowel daar sterk waar frustratie heerst als daar waar men iets te verliezen heeft. In Londen, een hoofdpodium van internationale financiële transacties, heeft de partij het traditioneel moeilijk. In Frankrijk doet Marine le Pen het met haar Front National even goed in idyllische plattelandsregio’s als in verlopen industriesteden. De hoofdstad Parijs, in het centralistische Frankrijk een belangrijke draaischijf, blijft voor het Front National echter een terra incognita. In Oostenrijk haalde Norbert Hofer van de FPÖ overal in de provincie geweldige resultaten, maar in de hoofdstad Wenen bleef Alexander Van der Bellen van de Groenen hem voor.

De vraag is echter of anti-establishmentpartijen op den duur niet toch door kunnen breken in de metropolen, wanneer zoveel mensen daar naartoe trekken. De situatie in Italië lijkt daar op te wijzen. In Italië zag je aanvankelijk het zelfde verschijnsel als in Engeland en Frankrijk. De Vijf-Sterrenbeweging van Beppe Grillo deed het aanvankelijk vooral goed in de arme regio’s in het zuiden enerzijds en de klassieke landbouwgebieden in het midden van het land. Maar bij de recente lokale verkiezingen veroverde de protestpartij zowaar de burgemeesterszetel in de hoofdstad Rome. De vraag is natuurlijk of het om een uitzondering gaat, of om een nieuwe trend.

De lonen liggen in de Europese hoofdsteden duidelijk hoger dan in de provincie, schrijft de OESO. De bevolking is er gemiddeld dan ook welvarender, hoger opgeleid en tevredener met haar leven. In Duitsland is de situatie volgens de onderzoekers nog relatief goed. Toch is er ook in het oosten van Duitsland al jaren sprake van ontvolking van het platteland. Daar steekt de Alternative für Deutschland bovengemiddeld goed af. Sinds de val van de muur hebben volgens het Berlin-Institut 1,5 miljoen mensen hun oude heimat verlaten, om zich in het westen van Duitsland te vestigen, oftewel zo’n tien procent van de bevolking van de DDR ten tijde van de Wiedervereinigung. Vooral jonge, hoger opgeleide en vrouwelijke personen vertrokken.

Prognoses van het Bundesinstitus für Bau- Stadt und Raumforschung (BBSR) komen bovendien tot de conclusie dat grote delen van Duitsland in de komende twee decennia tot tamelijk verlaten landschappen dreigen te verworden. Tot nu toe zijn de verschillen in beschikbaar inkomen nog relatief gering, duidelijk kleiner dan in bijvoorbeeld Groot-Brittannië, Frankrijk of Polen. Dat immigratie een oplossing voor dit probleem zou kunnen zijn geloven de onderzoekers echter niet. Ook arbeidsmigranten trekken immers daarheen waar de kansen op werk of de betere carrièremogelijkheden zijn, en dat zijn de metropolen waar de economische activiteit zich concentreert.

Posted on

Behaagzieke lakeien van de macht

Wolfgang Herles, werkzaam als cultuur- en politiekredacteur op radio en televisie, heeft met Die Gefallsüchtigen (De behaagzieken) een boeiend boek geschreven.

Die Gefallsuechtigen von Wolfgang Herles

Van 1987 tot 1991 was hij chef van de studio van de Duitse publieke zender ZDF in toenmalig West-Duits regeringscentrum Bonn, totdat bondskanselier Helmut Kohl zijn diepgravende kritiek niet meer verdroeg en hem “uit Bonn liet verwijderen”. Herles is echter niet haatdragend, Kohl hoort voor Herles als regeringsleider die bijdroeg aan de Wiedervereinigung met de voormalige DDR thuis in het rijtje van besluitvaardige kanseliers. Zij waren anders dan Angela Merkel, die in de “belangrijkste kwesties van republiek” laat zien geen flauw idee te hebben, wier “pragmatisme” een slechte verhulling is voor haar niet in staat zijn een standpunt in te nemen en daar voor te strijden.

De zwakte van Merkel is een mediaal taboe, aldus Herles, die op 29 januari 2016 in een interview op de Duitse televisie er op wees dat het bij de publieke zenders niet ongebruikelijk is dat men aanwijzingen “van hogerhand” krijgt, om zo te berichten “als mevrouw Merkel het graag ziet”.

Met deze “regeringsjournalistiek” verspelen de media het vertrouwen van het publiek, aldus Herles. Door de behaagzucht van journalisten verworden persconferenties en discussieprogramma’s tot “geritualiseerde saaiheid”, de programma’s zijn vaak niet meer dan “openluchtkerkdiensten ter ere van de heilige Angela”. Dat kan niet goed gaan, want die behaagzucht leidt noodzakelijkerwijs tot willekeur.

In de Duitse media geldt volgens Herles een duidelijke kanon van wat aan zienswijzen, begrippen, formuleringen en argumenten gangbaar of acceptabel is en wat niet meer, zeg maar een ‘Overton window‘. Niemand is langer dan 1 minuut 30 aan het woord, de cameramannen werken zich in het zweet en voor de camera verdringen zich mensen die voor intellectuelen doorgaan, “patentpraters”, oppervlakkige zaken worden als aansprekend voorgesteld, maar de private zenders in Duitsland doen het volgens Herles niet veel beter: “Primitief gedrag wordt acceptabel gemaakt. Randdebielen, grootheidswaanzinnige aspirant-zangers, geestloze komedianten, iedereen draagt zijn ellende uit op de markt.”

Verontwaardigingsindustrie

Herles ontmaskert aan de hand van voorbeelden de “verontwaardigingsindustrie”, waarin alles met een “pathetisch appel” en “populistisch gezwets” opgepakt moet worden. Toen een leidende journalist bijvoorbeeld de islam een “integratiehindernis” noemde, ontstond er een storm van verontwaardiging onder collega’s, die de auteur zijn baan kostte. “Alarmistische overdrijvingen” en “vijandbeelden die goed van pas komen” helpen om “zich de wereld mooier voor te stellen dan ze is”.

Wat heeft dat nog met goede journalistiek te maken?, zo vraagt Herles zich af. Hij wijst in dit verband op peilingen waaruit naar voren komt dat “media voor het eerst als corrupter gezien worden dan het openbaar bestuur en de parlementen”.

Over peilingen heeft Herles trouwens ook nog wel een appeltje te schillen. Veel van de circa 600 opinieonderzoeken die het Bundespresseamt (de informatiecentrale van de federale regering) tussen 2009 en 2013 uit liet voeren, zijn in feite zinloos, zoals wanneer Duitsers moeten kiezen of nu de Pruisische vorst Frederik de Grote of de feministe Alice Schwarzer de grootste pionier uit de Duitse geschiedenis is.

[contextly_sidebar id=”jbmOJA5xZZRIwF5P45tEVelewDWw8R2N”]Vanaf 1945 werden in Duitsland naar het voorbeeld van de BBC publieke zenders opgezet, die later zouden gaan concurreren met private zenders. Daarbij kregen ARD en ZDF de opdracht mee de bevolking van informatie, educatie en amusement te voorzien, een opdracht die ze lijken te zijn vergeten. De Duitse publieke televisie is echter één van de duurste ter wereld en iedere Duitser betaalt daar belasting voor, ook wie geen televisie heeft. Dat geld wordt verspil aan saaie talkshows waar niemand op zit te wachten en veel te dure uitzendrechten voor sportwedstrijden.

“Zoals de publieke televisie zou moeten zijn, is ze onmisbaar. Zoals ze nu is, maakt ze zichzelf overbodig”, concludeert Herles.

N.a.v. Wolfgang Herles, Die Gefallsüchtigen. Gegen Konformismus in den Medien und Populismus in der Politik (Knaus: Müchen, 2015), gebonden, 255 pagina’s.

Posted on 1 Comment

De Euro en haar voorlopers. Een korte geschiedenis van de monetaire unie

Iedereen kent het beeld van een blije Gerrit Zalm die aan het flappen tappen is in de nieuwjaarsnacht van 2002. Zaterdag (9 mei, red.) haalde een Duitse minister het nieuws door te zeggen: “Ein Land kann plötzlich in die Zahlungsunfähigkeit rutschen”,[1] Griekenland dus. Het is er niet vrolijker op geworden. Vanaf wanneer kwam de vorming van de eurozone in een stroomversnelling? Was er vooraf geen kritiek? En als laatste ‘het probleem Griekenland’. Allemaal punten die ik in dit stuk behandel.

Historische monetaire unies

Europese landen hebben eerder monetaire systemen gebruikt. Van 1834 tot 1870 was er de Zollverein, een monetaire unie. Deze bestond uit een politieke unie van Duitse staten. Doel was de bevordering van de handel en de industrie.[2] Dit gebied bestond uit Pruisen, Saksen, Thüringen. Van München tot Munster tot Koningsberg. Er waren een aantal valuta:[3] Gulden/Kreuzer in het zuiden, Thaler in Pruissen en de Schilling in de noordelijke steden. Het werd een succes omdat taal en cultuur samenvielen. Maar het eindigde ook weer.

Een tweede voorbeeld is de Latijnse Monetaire Unie.[4] Deze bestond van 23 december 1865 tot 1927. Frankrijk, België, Italië en Zwitserland maakten er deel van uit. Ze hadden een overeenkomst gesloten waarbij ze de nationale valuta zouden standaardiseren: 4,5 gram goud of 0,29 gram zilver. Ratio 15,5 tegen 1. En deze vrij uitwisselbaar te maken. Zoals wel vaker gebeurt, wordt de groep groter. Griekenland, Spanje, Roemenië, Oostenrijk-Hongarije. En zelfs koloniën nemen het over in Colombia en Venezuela. In 1886 deed zelfs Rusland mee. En Finland in 1860. Aan deze monetaire unie kwam een einde door het drukken van geldbiljetten. En in 1927 was het voorbij. Eigenlijk ging het ten onder door socialistische ideeën en het stijgen van de staatsschuld.

Het Latijnse Monetaire Systeem inspireerde de Scandinavische landen in 1924. De Britten deden nooit mee aan enig systeem. De Pound Sterling gaat wel 1300 jaar terug als je gaat graven in oude bronnen.

Een vierde systeem was de goudstandaard van Amerika. 5 $  was grofweg 20-Dmark en 20 Franse franken en een Britse Pond. Uiteindelijk is dit systeem ten onder gegaan door de verruiming van de Amerikanen om de oorlog in Vietnam te betalen.

We zien dus dat de idee van monetaire unie niet nieuw is, niet pas is opgekomen met het idee van de euro. In Europa zijn er meerdere systemen geweest.

Voorgeschiedenis van de euro

mandjeDe euro is echter ook eerder ontstaan dan je zou denken, in de jaren ’50 al. Toen ik 2 jaar geleden de koersen van de euro tegenover de dollar opvroeg via een speciale computer op de universiteit, viel ik bijna van mijn stoel. De computer gaf data aan vanaf december 1957. De  euro/US dollar, dit valutapaar is hét valutapaar van de wereld. Waarschijnlijk heeft men terug gerekend wat de ECU moest zijn in december 1957. Want op 1 januari 1958 trad  het ‘Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap’ in werking. In het EEG-verdrag werd de economische huishouding, stabiele prijzen en een houdbare betalingsbalans overgelaten aan de lidstaten. Dit stond in art. 12 lid 1 EEG-Verdrag. Verderop in het verdrag stond dat de Raad het meer moest coördineren.  De Raad ging aan de slag en zorgde dat er een Comité van Presidenten van Centrale Banken ontstond. Op sinterklaasdag 1978 werd het Europees Monetair Stelsel opgestart en werd de ECU gecreëerd. ECU staat voor European Currency Unit. Een soort van mandje van valuta. Het Hof van Justitie gaf aan dat marktintegratie vereiste dat er vaste wisselkoersen moesten komen. Om zo één economische ruimte te scheppen.[5] Dit staat in rechtsoverwegingen 25 en 26 in de zaak Rewe Kehl. Toen werd het stil tot de zomer van 1988. Jacques Delors was leider van het Comité dat zijn naam droeg. Hij wilde het in drie fasen voltooien. Doel was eigenlijk: één munt. Waarom? Psychologisch, economisch en politiek het beste.

Nu springen we iets vooruit en stoppen we voor de Berlijnse muur. Na de val van de muur in november 1989 kwam de vorming van de euro in een versnelling. Op 7 februari 1992 ondertekenen de lidstaten het Verdrag van Maastricht. 2 jaar ervoor is er druk geschoven met de tekst. Dit was een Europees politiek verhaal.

Maar hoe werd de burger ingelicht? Op 4 augustus 1947 stond er in de Leeuwarder courant: “Inmiddels is te Parijs (gaat over Marshall) een commissie van deskundigen gevormd ter bestudering van de wijze waarop de Europese valuta gemakkelijk omwisselbaar gemaakt zouden kunnen worden.” Dit is nog normaal, omwisselen.

Dan volgt een krantenartikel van 23 april 1949 over een verslag van de economische conferentie van de Europese Beweging. Gehouden in Londen en Churchill sprak er. Verder in het artikel staat iets interessants. Sir Harold Butler spreekt als voorzitter van de internationale economische en maatschappelijke sectie van de beweging: “hij pleitte voor vrije inwisselbaarheid van de verschillende Europese valuta, zoals voor 1914 het geval was”.[6] Bedoelde hij hiermee de Latijnse Monetaire Unie?

Op 8 juni 1961 staat in De Telegraaf een artikel met de kop: “naar meer bundeling van Europese valuta?” De 6 ministers van de EEG krijgen advies van prof. Triffin, permanent adviseur van de Europese Commissie. Zijn advies: 10% van de deviezenreserves in een gemeenschappelijk fonds stoppen.  Dan volgt er nog een artikel. 27 september 1967 in De Tijd. De Britse minister Callaghan heeft in Le Monde geschreven: “dat een grotere Europese Gemeenschap zou kunnen leiden tot schepping van één Europese valuta, waarin alle valuta’s, ook de pond sterling, zouden opgaan. “Een grotere gemeenschap zou in staat zijn een politiek te volgen, waarin door Europa zijn monetaire kracht kan doen gelden en zijn invloed in de wereld kan vergroten. Een dergelijke politiek zou bijvoorbeeld uiteindelijk schepping van één Europese valuta mogelijk maken.”

ECUIk heb een krantenartikel gevonden van 5 november 1970. Citaat: “De monetaire unie betekent een onwrikbare koppeling aan de West-Duitse mark die de sterkste valuta in de EEG is. In de EEG-voorstellen staat dat wanneer de- munten van de verschillende landen worden gekoppeld absoluut vast moet staan dat deze koppeling totaal en onherroepelijk is. De vervanging van de afzonderlijke munten door één EEG-munt is dan nog slechts een psychologische zaak. Voor deze EEG-munt zijn al namen in omloop als Euromark, Eurofrank en ECU = European Currency Unit (Europese munteenheid). De drijvende kracht daarbij zijn uiteraard de grote concerns en banken.”[7]

In september 1973 stond op pagina 25 van De TelegraafEurco een wereld-valuta?’ Kern van het artikel was dat de Europese Investeringsbank op 12 september een contract ging tekenen voor de uitgifte van een lening die zal luiden in Eurco. De uitgifte van een obligatie dus. De 9 euromarktlanden bepalen volgens een verdeelsleutel de waarde van de Eurco. Verderop in het artikel staat: “hoewel men uiteraard moet afwachten of de Eurco zal aanslaan. De Europese Munt Eenheid en de Europese Reken Eenheid zijn nooit goed van de grond gekomen. Dit systeem, Eurco, is zo eenvoudig dat het aan vele wensen tegenmoet komt[8].” Verderop: “Bij de Eurco-leningen zijn de voorkeur en de risicovaluta voor de geldgever en de geldvrager redelijkerwijs verdeeld. Slaagt men in dit experiment, dan kan de Eurco met b.v. de dollar en de yen gemakkelijk worden uitgebreid tot een wereldvaluta.” Wat kunnen we concluderen uit deze twee artikelen? Dat men vanuit Brussel en vanuit de hoofdsteden constant proefballontjes aan het oplaten was. Niet onder de bevolking, maar onder de serieuze partijen: grote concerns en banken. In september 1973 stond dit in de Telegraaf. En in oktober 1973 gaf het HvJ heel duidelijk aan dat er vaste wisselkoersen moesten komen. De ECU van 13 maart 1979 was de echte serieuze voorloper van de euro. De ECU had een valutacode XEU. En op sommige sites waarbij je de euro tegenover een andere valuta wilt projecteren, gebruik je XEU.[9] De ECU is uiteindelijk vervangen door de naam: ‘euro’ in 1999.

Kritiek op het idee van de euro

Er waren voor 1 januari 1999 zeker ook kritische noten. Het scherpste was Martin Armstrong in juli 1996: “Europe does not quite understand the United States model of a single currency. Europe looks at the US and sees one single currency as being extremely efficient with a by-product of consistently lower unemployment as one goal.”[10] Armstrong adviseerde de Europese Commissie op het gebied van de euro voor 1999. Hij gaf aan dat er één obligatie moest komen zodat investeerders niet opgescheept zouden zitten met Duitse en Italiaanse en Nederlandse obligaties. De Europese Commissie antwoorde dat dát politiek onhaalbaar was. Dus de individuele landen wilden geen eurobonds. Eén munt, muntgeld en biljet, was al een hele stap. Notabene drukken de eigen landen het eurobiljet en de muntstukken. Niet centraal in Frankfurt. Verder ligt het goud niet op één centrale plek: in Frankfurt. Maar verspreid over alle landen waaronder de VS. En de VS zijn de andere kant van hét valutapaar van de wereld: euro/usd.

Ik noemde goud. Om de euro goed te begrijpen moeten we terug naar de periode voor 1971. Op 15 augustus 1971 liet Nixon de koppeling van goud en dollar varen. Ongedekt dus. In de jaren daarvoor spendeerden politici meer geld dan dat er binnen kwam via belastingen. Maar ze wilden wel de goudstandaard vasthouden. Dat is problematisch op langere termijn. Ten tweede kwam er een scheur in de goudstandaard door de handel. Zo rond 1965 kwamen er twee goudprijzen. De officiële prijs van 35$ en de marktprijs in Londen. Goud werd daar verhandeld als grondstof. De marktprijs was hoger dan de officiële goudprijs van 35$. Uiteindelijk gingen Europese landen hun dollars omwisselen voor goud. Dit leidde tot de val van de goudstandaard. Later lekte uit via Wikileaks dat de Amerikanen het door hadden. Het draait om een gesprek tussen Kissinger en zijn team (Kissinger was toen veiligheidsadviseur van de regering). Citaat: “if necessary they (Europese landen) would trade gold in secret at the free market price.”[11]

Punten van kritiek waren er voor de invoering. In Nederland en Duitsland. Een korte vlucht langs wat artikelen. In 13 februari 1997 werd er een artikel geplaatst in de Volkskrant met als kop ‘met deze EMU kiest Europa verkeerde weg’. Zeventig economen zetten de handtekening onder de brief. De strekking van de brief. Ik citeer: “Een aantal jaren later is er nog niets veranderd. Integendeel, de invoering van deze EMU gaat gepaard met hoge kosten, onder meer in de vorm van oplopende werkloosheid en sociale spanningen. De EMU blijkt niet veel meer dan een monetaristisch project.”[12] Vervolgens proberen sommige critici nog op de valreep de euro tegen te houden. Op 24 maart 1998 komt er een artikel in het NRC Handelsdagblad te staan. Arjo Klamer wordt geciteerd: “Dat (de euro) staat veel te ver van het oorspronkelijke Europese ideaal van solidariteit, sociale cohesie en vrede.” Vervolgens geeft Kees Vendrik aan: “Ik hoor vaak: Wim wil geen debat, en daarmee is de kous dan af”. Vendrik doelt op gesprekken tussen PvdA-leden en hemzelf. Opnieuw een citaat van Vendrik: “In 1991 riepen velen van ons al dat de euro een slechte zaak is, maar daar werd niet naar geluisterd”, aldus Vendrik. ‘Toen waren we te vroeg, nu weer te laat, zo doe je het nooit goed.”[13]

En in Duitsland? Was daar geen kritiek? Ja. Een citaat uit het FD van 31 december 1996[14] waar Gerard Schröder geciteerd wordt: “Schröder suggereert in Focus dat de Bondsraad de euro in 1998 kan blokkeren. Deze deelstatenkamer, waarin de SPD op dit moment de dienst uitmaakt, heeft echter al in 1992 ingestemd met het Verdrag van Maastricht, waarin de invoering van de Europese munt uiterlijk in 1999 is vastgelegd. Schroder wijst ook erop dat de euro nooit zo hard zal worden als de D-mark. ‘Als je meerdere zwakkere munten samenvoegt met een hele sterke, kan daar nooit die absolute sterke munt uitkomen.’ De lasten van de monetaire eenwording voor Duitsland zijn volgens hem niet te dragen. ‘Wij betalen nu al elk jaar DM 200 mrd van West naar Oost binnen de Bondsrepubliek Duitsland. Daar kan niets meer bovenop.”

Terug naar Nederland. De kritiek op de euro verstomt. Een laatste poging doet Arjo Klamer in 2011 in het Dagblad van het Noorden. Als ik Wellink was zou ik daar om lachen.

De toekomst van de euro

De kans dat de euro het in de huidige vorm zal gaan reden is heel klein. Waarom? Laat ik het uiteenzetten. Sinds 2007 hebben we speculatie gezien tussen landen die samen in de Euro zitten. Het geld stroomde van de zuidelijke landen naar de noordelijk landen zoals Nederland en Duitsland. Hoe kun je dit het beste zien? Door naar de tienjaarsrentes te kijken: Amerika 2%, Duitsland 0,6%, Nederland 0,7%, Frankrijk 0,8%, Griekenland 11%, Italië 1,7%.[15] Geld is naar het noorden vertrokken wat resulteert in lagere rentes.

Het is absoluut onmogelijk voor Europa om één rente te stellen als Europese landen via de ECB, maar wel met een groep van eigen landen te zitten op één continent. Zo lang individuele landen eigen rechten hebben, is er kredietrisico wat resulteert in verschillende marktrentes. Dit in tegenstelling tot de 50 staten van de Verenigde staten van Amerika. Na 1 januari 1999 heeft zich het speculatieve element van valuta verschoven naar de individuele obligaties van de landen van de eurozone & Zwitserland. Omdat Zwitserland een koppeling wilde met de euro. En dat mislukte begin dit jaar jammerlijk. Die koppeling heeft niet lang stand gehouden.

Het gekke was dat de speculatie verschoven is naar de obligaties. Maar van 1 januari 1999 t/m juli 2007 zag je dat niet. De rentes waren bijna gelijk tussen de landen onderling. Daarna ging het mis. George Soros hing het doen oplopen van de rente spreads op aan een uitspraak van bondskanselier Merkel: “The process culminated with the Maastricht Treaty and the introduction of the euro. It was followed by a period of stagnation which, after the crash of 2008, turned into a process of disintegration. The first step was taken by Germany when, after the bankruptcy of Lehman Brothers, Angela Merkel declared that the virtual guarantee extended to other financial institutions should come from each country acting separately, not by Europe acting jointly. It took financial markets more than a year to realize the implication of that declaration, showing that they are not perfect.”[16] Maar Soros wil een mooi nieuwsmoment aanwijzen voor zijn theorie die niet klopt. Want in januari 2008 was de spread tussen de Duits en Griekse rente al aan het oplopen. Nog voor Lehman moest omvallen. Gewoon feiten checken. Citaat ANP-bericht 22 oktober 2008: “Griekenland blijkt na correctie van de begrotingscijfers toch weer een buitensporig begrotingstekort te hebben. Het land had vorig jaar een tekort van 3,5 procent van het bruto binnenlands product, terwijl de EU-limiet op 3 procent ligt. Dat meldde het EU-bureau voor statistiek Eurostat woensdag in herziene cijfers.” Griekenland had in het jaar van de vele overnames, 2007,  problemen met de staatsbegroting. Op woensdag 9 december 2009 moest de Griekse minister van Financiën zijn Europese collega’s overtuigen. Tegen de pers zei hij: “We zijn geen nieuw IJsland, zoals we ook geen nieuw Dubai. We zitten niet te wachten tot iemand ons komt redden.”

Zoals Bretton Woods faalde, faalde de Latijnse monetaire unie ook. De eurozone zal ook falen. Je weet alleen niet wanneer. Het pleisterplakken van politici zal nooit werken. Verder moeten we als Hollanders niet gaan huilen dat we het niet wisten. De problemen met de euro zijn aangekaart in de Volkskrant, door Arjo Klamer en Kees Vendrik.  En Gerard Schröder. Verder zijn we nu aan het kijken naar het uiteenvallen van de eurozone. De Zwitserse centrale bank kon de koppeling met de euro niet aan. Dit was 19 januari 2015[17]. Ze hebben even geflirt met Draghi. En dat heeft ze veel geld gekost. En moeite. Heeft de eurozone overlevingskans? Ja, maar dan moeten Merkel, Rutte, Hollande zelf plaatsnemen in de Europese Comissie. Draghi gaat dan eurobonds uitgeven en het Nederlandse parlement wordt een bijkantoor van Brussel.

Dit artikel is gebaseerd op een lezing gehouden te Zwolle op 11 mei 2015.


[1] http://www.faz.net/aktuell/wirtschaft/eurokrise/griechenland/schaeuble-warnt-vor-ueberraschender-staatspleite-griechenlands-13583898.html

[2] http://nl.wikipedia.org/wiki/Zollverein

[3] http://www.zum.de/whkmla/region/germany/zollverein.html

[4] http://en.wikipedia.org/wiki/Latin_Monetary_Union

[5] 24 oktover 1973 HvJ.

[6] 23 april 1949 De Heerenveensche koerier

[7] De waarheid 5 november 1970.

[8] De Telegraaf 12 september 1973 pagina 25. Bron Delpher.

[9] http://stockcharts.com/h-sc/ui?s=%24XEU

[10] http://web.archive.org/web/19980426083129/http://pei-intl.com/Publications/EUROPE/MA0796B.HTM

[11] http://www.silverdoctors.com/1973-eu-cbs-traded-gold-in-secret-at-free-market-price/

[12] http://www.volkskrant.nl/economie/met-deze-emu-kiest-europa-verkeerde-weg~a486508/

[13] Critici komen in het geweer tegen ‘zielloos’ Europa NRC Handelsdagblad 24 maart 1998.

[14] Het FD 31 december 1996 ‘SPD KEERT ZICH TEGEN EURO-KRITIEK SCHRODER’

[15] http://www.staatslening.info/

[16] http://www.georgesoros.com/interviews-speeches/entry/remarks_at_the_festival_of_economics_trento_italy/

[17] https://insights.abnamro.nl/fx-weekly-snb-neemt-radicaal-besluit/