Posted on

Zijn rechtse mensen niet goed bij hun hoofd?

Hoe bont kun je het maken? De Duitse kinderarts Herbert Renz-Polster verklaart in een interview met Der Spiegel het succes van rechts-populisten uit hersenbeschadigingen die stemmers op deze partijen in hun kinderjaren hebben opgedaan.

“Emotionele nood in de eerste levensjaren verklaart het populistische geloof in autoriteit,” aldus de kinderarts. In een interview met Deutschlandfunk zei Renz-Polster dat vervreemding en angst voor globalisering de ruk naar rechts zeker kan verklaren, maar “dit alles werkt alleen op basis van bestaande kwetsbaarheden. Zelfs als ik onzeker ben in mijn sociale positie, hebben de persoonlijke overtuigingen een diepere reden, en die liggen in de kinderjaren.” Nu heeft schrijver dezes wel enig recht van spreken als het gaat om geestelijke verwarring, maar mijn kindertijd was warm en geborgen en de politieke voorkeur lag in mijn jeugd juist bij extreem-links.

Progressief of conservatief brein

Maar waar Renz-Polster de opvoeding de schuld geeft, gaan wetenschappelijke onderzoeken in de Verenigde Staten een stap verder. Een aantal jaren terug deed een Amerikaans onderzoek nogal wat stof opwaaien. Volgens wetenschappers zou het brein van progressieven en conservatieven van elkaar verschillen. Via MRI-scans moesten reacties in de hersenen op foto’s van bijvoorbeeld dierenmishandeling of vieze toiletten aantonen dat de proefpersoon conservatief of progressief was.

Voorspellen

Het zal geen verbazing wekken dat het conservatieve volksdeel er volgens de schedellichters slechter van afkomt. Psychiater Gail Saltz legde in het linkse webzine Salon uit dat progressieven een grotere gyrus cinguli anterior bezitten. Dat onderdeel van de hersenen is verantwoordelijk voor het opnemen van nieuwe informatie en het gebruiken ervan voor het nemen van besluiten en keuzes. Conservatieven daarentegen hebben een grotere amygdala, een diep in de hersenen liggende kern die emotionele impulsen reguleert; “specifiek angst-gebaseerde informatie”, aldus Saltz.

De door de New York Times getypeerde ‘pop-psycholoog’ gaat nog een stapje verder door te stellen dat op basis van deze verschillen in de hersenen men in staat zal zijn te voorspellen wie conservatief en wie progressief wordt. Hoewel Saltz toegeeft dat het verschil tussen links en rechts in hersenstructuur niet zwart-wit is, maakt ze wel duidelijk dat conservatieven meer angstige mensen (slecht) zijn en progressieven open staan voor nieuwe informatie (goed). De Vlaamse schrijver Yves Petry maakt zich terecht boos over dat links het alleenrecht op empathie claimt.

Biologische factoren

Onwillekeurig moet de lezer hierbij denken aan de rel die in 1989 ontstond toen neurobioloog Dick Swaab zei dat de hersenen van hetero’s en homo’s van elkaar verschillen. Links Nederland was te klein. Demonstraties, dreigbrieven, bommeldingen en zelfs Kamervragen waren het gevolg. Of de affaire Buikhuisen, 10 jaar voor de rel rond Swaab. Criminoloog Buikhuisen schreef dat criminaliteit mogelijk mede uit biologische factoren verklaard kan worden. Links Nederland begon een heksenjacht en Buikhuisen moest het veld ruimen. In de 21ste eeuw vindt links het blijkbaar heel normaal om politieke verschillen uit biologische factoren te verklaren. The-times-they-are-a-changin’.

F-schaal

Het is de Frankfurter Schule all over again. Grondlegger Theodor Adorno betoogde in een omstreden ‘studie’, ‘The Authoritarian Personality’, dat hang naar autoriteit leidt tot fascisme. In dit lijvige boek – bijna 1000 pagina’s – introduceert Adorno de ‘F-schaal’, een test om te onderzoeken hoe vatbaar iemand is voor fascistische ideeën. Maar liefst negen persoonlijkheidskenmerken leiden naar fascisme. Kenmerken die in de kinderjaren worden aangeleerd en versterkt. Onderdanigheid, agressie, anti-intellectualisme, bijgeloof en een overspannen bezorgdheid over seks, zijn hier voorbeelden van. Renz-Polster is gewoon een goede leerling van Adorno. Niet vreemd dat het boek van Adorno dit najaar bij de linkse uitgever Verso in herdruk verschijnt. De tijd lijkt er weer rijp voor.

Eugenetica

Het is de ultieme progressieve droom. Eind 19de eeuw en in de eerste decennia van de vorige eeuw hield links vurige pleidooien voor eugenetica en het van staatswege ingrijpen in gezinnen. De nationaal-socialisten in Duitsland maakten dankbaar gebruik van dit gedachtengoed. Tot ver in de 20ste eeuw werd in Zweden zo’n bevolkingspolitiek, waar sterilisatie van zogeheten ‘onbekwamen’ en abortus onderdeel van waren, toegepast. Het lijkt erop dat het ongelukkige huwelijk tussen wetenschap en psychologie, dat in de vorige eeuw tot zulke vreselijke resultaten leidde, in deze eeuw door links weer wordt gepropageerd. Het is natuurlijk het ultieme wapen. Verzet je je tegen genoemde psychologische verklaringen, dan is er juist iets met je aan de hand. Hoe groter je verzet, hoe krachtiger de therapie. En als je echt niet wilt luisteren, is er altijd een operatie mogelijk.

Ingrepen

Progressieven die stiekem dromen van het uitschakelen van hun conservatieve tegenstanders via therapie, ingrijpen in de opvoeding of zelfs neuro-chirurgische ingrepen? Het lijkt een droom – of liever een nachtmerrie – maar gezien het podium dat kinderarts Herbert Renz-Polster krijgt, worden de linkse geesten rijp gemaakt.

Posted on

Rood geweld tegen De Rode Hoed

Extreemlinkse activisten gooien met stenen de ruiten van debatcentrum De Rode Hoed in, kalken met verf leuzen op de deuren en spuiten met lijm de sloten van het gebouw dicht. Reden is dat het Forum voor Democratie op vrijdagavond 25 mei haar Renaissancelezing in De Rode Hoed hield. Een beproefde tactiek van de linkse straatterroristen, waarmee ze zonder twijfel weg zullen komen. Want eerder deze week werd bekend dat extreemlinkse activiteiten – waaronder het plegen van aanslagen, het bekladden van huizen, ‘naming and shaming’ en andersoortige bedreigingen – niet of nauwelijks door Justitie worden vervolgd.

De verklaring waarin de antifascisten de aanslag opeisen, ademt de welbekende identiteitspolitiek die zo kenmerkend is voor hedendaags links. “Door fascisten een platform te geven om hun haat en leugens te verspreiden roep je deze vormen van actie over jezelf uit (sic). Met iedere plek waar fascisten mogen spreken neemt het geweld tegen niet witte mensen, mensen die queer zijn en anderen toe. We moeten onszelf verdedigen. Als je ruimte biedt aan fascisten kies je een kant en komen we achter je aan,” ronkt de verklaring. Het is ook een duidelijke oproep tot geweld, tegen objecten, organisaties en personen. En dat is, samengevat, het credo van extreemlinks, zoals de Russische nihilist Sergej Netchajev (1847-1882) dat op schrift stelde in zijn ‘Catechismus van de Revolutionair’ (1869). Dat boek is overigens volgend jaar 150 jaar oud en past daarmee mooi in het rijtje linkse herdenkingsdagen: 100 jaar Russische revolutie, 200 jaar Karl Marx, 50 jaar ‘1968’, 70 jaar Chinese revolutie, 60 jaar Cubaanse revolutie.

“Het doel heiligt alle middelen” is de centrale gedachte van de ‘Catechismus van de Revolutionair’. Dat hebben de Russische anarchisten (Bakoenin was in eerste instantie een vriend van Netchajev) en nihilisten bloedig in praktijk gebracht. En in navolging van hen heeft extreemlinks de vorige eeuw heel wat angst en terreur gezaaid. Om ons te beperken tot Nederland: de krakersrellen die in het voorlaatste decennium van de vorige eeuw de grote steden in Nederland teisterden (Amsterdam, Utrecht, Nijmegen, Groningen), de PSP-jongeren poster “Doe meer, saboteer”, de brand- en bomaanslagen van RaRa, de brand in Kedichem, waar de Centrumpartij van Hans Janmaat vergaderde en waarbij zijn secretaresse Wil Schuurman een been verloor, de moord op Pim Fortuyn, en al die andere gewelddadige acties van extreemlinkse activisten tot nu toe. En tot slot een actuele uit de Verenigde Staten – waar antifascistisch geweld aan de orde van de dag is: “Sabotage Christian Supremacy”…

Het extreemlinkse wereldbeeld is een totalitaire ideologie. “Het is een emancipatiebeweging van een barbaars type, van de ene mens ten koste van de andere, bevrijding door haat, opbouw door vernietiging,” schrijft Erik van Ree in zijn boek ‘De totalitaire paradox’. Van Ree analyseert ook treffend hoe links geweld niet alleen naar buiten toe is gericht, maar ook in de eigen gelederen. Want dezelfde ‘zuiverheid’ die men eist van de samenleving, legt men ook op binnen de eigen organisatie. “Als Stalin of zijn lokale knechten hadden besloten dat met een partijlid zou worden afgerekend, dan werden eerst de zogenaamde activisten bijeengeroepen… Op een dergelijke bijeenkomst werd het aanstaande slachtoffer vogelvrij verklaard. Het jachtseizoen was geopend.” Iedere communistische partij of extreemlinkse actiegroep heeft dit principe toegepast, zowel naar buiten (Janmaat, Fortuyn, Baudet, maar ook wetenschappers als Buikhuisen en Eysenck) als naar binnen.

Terreur zit in de genen van extreemlinks. De jaren 1918-1919 in Duitsland en de eerste jaren van de jaren dertig vorige eeuw in Spanje zijn wat dat betreft verhelderend. In de Nederlandse geschiedenisboeken worden deze jaren aangehaald als het begin van de nationaalsocialistische en fascistische dictaturen van respectievelijk Hitler en Franco. Maar het linkse geweld op straat en de terreur die de activisten uitoefenden tegen personen met een andere mening dwongen de autoriteiten er toe de orde te handhaven of te herstellen. Het was de linkse terreur in Spanje in 1934 die ertoe leidde dat het leger onder leiding van Franco moest ingrijpen. De Spaanse burgeroorlog begon al in 1934, niet twee jaar later. De Spaanse journalist Pio Moa was ooit lid van de radicaallinkse terreurgroep Grapo (verantwoordelijk voor 84 doden en een groot aantal ontvoeringen), maar werd later verdediger van Franco en zijn militair optreden. Hij heeft een aantal boeken geschreven over de mythen van de Spaanse burgeroorlog en de rol van links daarin.

Op internet staat een video van een lezing van Moa in 2008 op de Universiteit Carlos III in Madrid. Linkse activisten verstoren de toespraak en vallen Moa aan. Tijdens het geschreeuw zegt Moa dat we hier een voorbeeld zien van de Republikeinen zoals ze in de jaren dertig in Spanje waren en waarom hun revolutie mislukt is. “Het is de geest van de Tsjeka,” zegt hij. Er loopt een bloedrode lijn vanuit Netchajev naar Franco, Janmaat en Fortuyn en Baudet. In dat opzicht is de naam van het object van het extreemlinkse geweld in Amsterdam afgelopen week wel treffend.

Posted on 1 Comment

Wetenschap en media hebben een ‘grote schoonmaak’ nodig

In het artikel ‘Linkse feitenvrije wetenschap ging aan Trump vooraf’, legde Maarten Boudry onlangs uit hoe het postmodernisme de weg plaveide voor Trumps opkomst. In een notendop: als alles mag worden kapotgerelativeerd, onder het mom “iedereen is subjectief en elk feit is aanvechtbaar”, dan mag Trump nu hetzelfde doen: “The facts are true, the news is fake“. Ziehier een wereldbeeld dat zich laat vatten in de slogan: perception is more pleasing than truth. More pleasing, dus appetijtelijker en daarmee praktischer, voor zowel een wetenschappelijke carrière als een politieke loopbaan.

Platonisme versus postmodernisme

Afgelopen vrijdag ben ik een crowdfunding begonnen onder de projectnaam ‘Moord op Spinoza’ – de naam verwijst naar de krimpende vrijheid van denken in onderwijs en wetenschap, het gevolg van eenzijdig gemotiveerd activisme. Met uw steun kan ik publiceren en de gang van zaken met een kritisch licht beschijnen:

https://www.voordekunst.nl/projecten/6565-voor-vrijheid-in-onderzoek-en-wetenschap-1#Donaties

Trumps term ‘alternative facts’ – oftewel alles is perceptie – zou niet levensvatbaar zijn zonder de bodem van waarheidsrelativisme waarmee het academische postmodernisme de Westerse cultuur heeft doordesemd. Sowieso heeft nieuw-links ons geleerd om de verheven en nobele drijfveren te wantrouwen – het Platonische streven naar waarheid, schoonheid en het goede. Die drijfveren zijn immers ‘vals bewustzijn’, ‘bovenbouw’ en ‘imperialistische constructen’ – wie Platonisch denkt blijft blind voor de postmoderne agenda van gender, ras en seksuele geaardheid. Met die linkse les in het achterhoofd verdwijnt waarachtig heldendom van het toneel: dan wordt de ultieme antiheld the next best thing. En de ultieme antiheld is Trump.

Wanneer de feiten uitkomen zijn het gewoon de feiten – wanneer ze niet uitkomen worden zaken plots relatief. Dit is het trucje waarmee de achtenzestigers de wetenschappelijke hegemonie overnamen en, let’s face it, geconfronteerd met authentieke wetenschap is dat trucje natuurlijk flinterdun. Met authentieke wetenschap bedoel ik onderzoek dat vertrekt vanuit rationalisme en afgaat op empirie – de methode van de Verlichting.

Het houdt niet op…

Precies omdat het instrumentarium van de huidige ‘wetenschappelijke elite’ zo flinterdun is, moeten ze het hebben van trucjes: incrowd-netwerkjes, vriendjes die geld van instituten binnenhengelen. Daarvoor hebben universiteiten dan weer lobbyisten in dienst. Er wordt geld voor ‘islampositief’ onderzoek aangenomen vanuit olie- en islamstaten. Dikwijls zetten tientallen auteurs hetzelfde artikel op hun naam. In deze publish or perish cultuur is het meest relevante hoe vaak een machine jouw naam uitspuugt bij een willekeurige zoekopdracht. En alsof dit al niet erg genoeg is berooft men de kritische stem van werk: zie Climategate, zie hoe het Wouter Buikhuisen destijds verging. Zie de Sokal Hoax, zie vandaag de hetze tegen Maarten Boudry: het houdt gewoon niet op. Niet vanzelf.

Wie scherpe vragen stelt over deze gang van zaken krijgt te horen over de onherleidbare subjectiviteit van interpretaties, de illusie van objectieve kennis en de meervoudigheid van waarheden. Boudry constateert dat “Postmodernisten nooit de objectiviteit van hun eigen ‘onthullende’ analyses in twijfel trekken; zelden zijn ze bereid om de ideologische lading van de eigen standpunten te onderzoeken. Het is zoals Ishmael uit Moby Dick: het schip is gezonken en iedereen is verzopen, behalve de verteller.”

Postmoderne lakeien haten de waarheid

Dit verklaart precies waarom het postmodernisme zo populair is onder de achtenzestig-elites en hun lakeien, de hedendaagse feelgood-hipsters: postmodernisme biedt een denkraam waarmee je op volstrekt willekeurige gronden tegenwerpingen kapot kunt relativeren. Informatie die niet goed uitkomt – bijvoorbeeld waar het gaat om migratie, de feminisering van de samenleving, cultuurverandering en andere taboethema’s – wordt stelselmatig doodgenuanceerd.

De brood-en-spelen-elite wil dat u als toeschouwer denkt: “Wie zich hier druk over maakt moet wel een gekkie zijn.” Om zo de problemen onder het tapijt te vegen en de eigen macht te behouden. Ten einde die macht vast te houden zetten zij zowel de wetenschap als de media naar de eigen hand. Dit doen zij via subsidies, via de baantjesmachine, via waarschuwingen voor nepnieuws en via het wijzen op allerlei diversiteitsprotocollen. Al gaat dit alles ten koste van wetenschappelijke rigiditeit, van objectiviteit en van de waarheid zelf – daar hebben sommigen lak aan. Want zoals we zagen is waarheid voor de postmodernen slechts een ‘constructie’.

De eerste politieke conferenceruimtes waren tegelijk centra van het publieke leven: het theater. We zitten dan in de tijd van Plato – zoals hij al beschreef gaat het vak van het acteren terug naar de oudste politieke gemeenschappen. Want de acteurs, die het leven uitbeelden, leren de toeschouwers tegelijk hoe zij moeten denken, handelen en voelen. Via deze ‘brood en spelen’-cultuur blijft de elite ook vandaag het volk beheersen. Het volk zal pas vrij zijn wanneer het massaal de televisiekabels doorknipt. Zoals de emancipatie van de marionet pas voltooid is wanneer hij de touwtjes doorsnijdt die hem verbinden aan de poppenspeler.

Kapotrelativeer-baantjes

Neem nu een Maarten van Rossem, die al twintig jaar geen beduidende intellectuele prestatie meer heeft geleverd. Toch zit hij regelmatig in praatprogramma’s af te geven op “Wilders, die gekke Beethoven”. Met zijn vaste vergelijking over hoe elke studiereis wel een clubje steevaste zeurders heeft maar dat de reisleiding hen simpelweg moet negeren. Wie nog tv kijkt herkent de lieden die ooit van de elite zo’n ‘kapotrelativeer-baantje’ kregen en daar sindsdien hun luizenleventje aan danken.

Dergelijke kapotrelativeerders horen zelf bij de elitenetwerken: wanneer de burgerstrijd in Europa losbarst – not if but when – dan zitten zij veilig achter gepantserd glas en irisscans, die zijn ontworpen om alle ‘cultuurverrijkers’, ‘kansenjongeren’ en ‘verwarde mannen’ uit hun buurt te houden – precies de “parels van de samenleving” waarvoor zij zich al die tijd zo merkbaar hard hebben gemaakt. Een vliegtuig richting New York is nooit ver weg voor deze klasse, mobiel, plooibaar en opportunistisch als zij zijn. Het bestaan van deze ‘brood en spelen-klasse’ belemmert het ontwaken van het Europese volk.

Friesland bewijst dat verelendung niet al te ver kan gaan…

Het steeds maar smoren en ontkennen en de boodschappers wegzetten als radicale malloten heeft enkel tot gevolg dat de uitbarsting straks des te feller en tragischer zal zijn. Want het wegkijken op zich heeft uiteraard geen invloed op de verelendung – die zelfs voor Marx en Lenin zeer welkom zou zijn, evenals de recente gebeurtenissen in Friesland: voorbeduidsels van de aanstaande emancipatie van het achterland.

Enfin, ziet u al voor zich hoe een Van Rossem zal reageren als straks het volk met toortsen en hooivorken de boardroom-paleizen bestormt? Dan blijkt er plots verrassend weinig te relativeren. In een of andere tv-show bleek de man zich nauwelijks staande te kunnen houden tegenover een groep MBO’ers. Nee, met zijn grombeer-mopperpot-act gaat hij het dan niet redden. Sowieso dient hij als historicus te weten dat periodes van opstand en revolutie net zo normaal zijn als fases van vrede en rust. Dat vak heeft hij echter al lang niet meer uitgeoefend.

Grote schoonmaak

Qua niveau is het dus slecht gesteld met zowel de wetenschap als de cultuur van de publieke media. Dit zijn tenslotte de domeinen waar nieuwe verheffende ideeën moeten bovenkomen die het volk uitzicht bieden. Het huidige niveau heeft weinig meer in de aanbieding dan de verwaterde concepten van een vervlogen achtenzestig-era. De tijd is gekomen voor een grote schoonmaak.

Posted on

Verwondende taal en langzaam gif

In het nieuwste nummer van Filosofie Magazine mag de Amerikaanse filosofe Judith Butler haar zegje doen over taal. En dan specifiek over hoe taal pijn kan doen. “Taal kan mensen net zo verwonden als een kogel,” zegt Butler.

Aan haar eigen taalgebruik zal het niet liggen. Haar boeken zijn zo onleesbaar, dat de meeste mensen er niet eens aanstoot aan kunnen nemen. Hoe kan iets onleesbaars je verwonden? Aan de andere kant getuigt haar postmodernistisch jargon van zo’n minachting van het publiek, dat het gewoon pijn doet. Het is een totalitair taalgebruik, dat lezers kleineert en vernietigt. Zo wordt het begrip ‘Marokkaanse straatterreur’ – in het geweld tegen homo’s – door Butler scherp afgekeurd, want de media spelen zo de ene minderheid tegen de andere uit. Ergo: de gutmenschen moeten beide minderheidsgroepen in bescherming nemen tegen de grote boze – lees rechtse – wereld.

Butler staat in de traditie van de net zo onleesbare Franse filosofen uit de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. Lacan, Althusser, Foucault. Zij betoverden het vooral jonge lezerspubliek en vergiftigden hun geest met onnavolgbare opinies. Die jaren waren ook de tijd waarin progressief Europa – en iets later de Verenigde Staten – bakken vol met bagger uitstortten over iedere vermeende tegenstander of andersdenkende. Auteur W.F. Hermans, die zijn meesterlijke pen ook in gif kon dopen, en wetenschapper W. Buikhuizen konden hierover meespreken. Dodelijk waren de geschreven aanvallen op mensen die er een andere visie op nahielden. In die tijd moest taal verwonden.

Butler spreekt zich ook uit over het conflict tussen Israël en de Palestijnen. Vanzelfsprekend moet de joodse staat het daarin zwaar ontgelden. Over de giftige taal die de Palestijnse media en Autoriteit dag in dag uit richting Jeruzalem slingeren, horen we de filosofe niet. Want het maakt natuurlijk nogal uit wie het woord voert en schrijft. Zijn dat rechtse opinies, dan volgt snel een felle (giftige) reactie en is er sprake van ‘haatzaaien’. Dat doet au. Is dat de linkse intelligentsia, dan moeten wij aannemen dat er een uiterst genuanceerde mening wordt uitgesproken, die zo onnavolgbaar is dat het pijn doet aan ogen en oren.

Wat is erger? Gedwongen naar de meningen van Judith Butler luisteren, onder het motto ‘geestelijke marteling’? Of het dagelijkse infuus gevuld met postmodern gebrabbel dat de geesten van mensen langzaam vergiftigt?