Posted on

Niets zo hardleers als de Duitse ‘elite’

De kloof tussen volk en elite in Duitsland wordt alleen maar groter. Vier voorbeelden laten zien waarom dat zo is.

Van alle kanten wordt de toenemende vervreemding tussen het volk en de machtselite in politiek en media beklaagd. Iedere keer als deze vervreemding op de voorgrond treedt in het publieke debat, putten de vertegenwoordigers van deze ‘elite’ zich uit in bezweringen dat ze ‘ervan geleerd’ hebben. En benadrukken ze er in de toekomst alles aan te willen doen om de kloof te verkleinen. Diverse voorbeelden uit de laatste jaren maken echter duidelijk dat deze beloftes ook in 2019 niet ingelost zullen worden.

CDU

Neem nu de CDU. Die partij heeft miljoenen kiezers verloren, haar geleidelijk maar gestaag opschuiven naar links liet een sterke conservatieve concurrent opkomen in de vorm van de AfD. Als de CDU hiervan geleerd had, zou ze tegemoet komen aan conservatieven binnen de eigen partij en achterban. Annegret Kramp-Karrenbauer had na het nipt verslaan van haar conservatievere tegenkandidaten voor het partijleiderschap bijvoorbeeld prominente conservatieve CDU’ers een positie kunnen geven. Maar AKK gaf niet thuis. Ervan geleerd? Vergeet het maar!

SPD

Voor de SPD realiseerde Martin Schulz in 2017 het slechtste verkiezingsresultaat sinds 1949. Zijn terugtreden van alle leiderschapsposities zou een gepaste reactie zijn geweest op deze nauwelijks te overtreffen motie van wantrouwen van het kiezersvolk. Maar wat doet Schulz? Hij doet alsof er niets gebeurd is en dient zich als ‘locomotief’ voor de SPD-campagne voor de Europese verkiezingen in mei aan. In welke wereld leeft de grandioos mislukte kandidaat voor het bondskanselierschap eigenlijk?

Publieke omroep

Het misnoegen over de hoogste verplichte afdracht voor de publieke omroep ter wereld houdt de gemoederen in Duitsland al jaren verhit. Meer bescheidenheid van de staatszenders zou een gepaste reactie zijn. Maar het tegendeel gebeurt: Nadat ZDF-bestuurder Thomas Bellut een verhoging van de afdracht geëist had, deed ARD-voorzitter Ulrich Wilhelm er nog een schepje bovenop door te dreigen een zaak aan te spannen in Karlsruhe, bij de hoogste Duitse rechter, als er geen gehoor gegeven zou worden aan de eis. Zo gooit de Duitse media-elite olie op het vuur van de ontevredenheid onder burgers.

Lügenpresse

Rond de jaarwisseling kwam daar het schandaal rond de prijswinnende nepjournalist van weekblad Der Spiegel Claas Relotius bij. Deze affaire was voor talrijke ‘kwaliteitsmedia’ aanleiding om heilige eden te zweren, dat ze zich niet door ideologische oogkleppen van de waarheid of zouden laten brengen. Werkelijk? De Relotius-affaire was nog niet over zijn hoogtepunt heen, of het weekblad Die Zeit beweerde dat op 1e en 2e Kerstdag 43 ‘vluchtelingen’ uit het Kanaal van Dover gered zouden zijn. De aanduiding ‘vluchtelingen’ voor mensen die illegaal van Frankrijk naar Engeland willen reizen is echter een klinkklare leugen.

De reeks voorbeelden laat zich zonder moeite uitbreiden. De conclusie is steeds dezelfde: Een narcistische ‘elite’ komt maar niet uit het uitgesleten spoor en negeert alle signalen vanuit het volk. Waarin dit gedrag uit kan monden zien we in Frankrijk.

Posted on

De zaak Magnitsky: Kremlin-criticus valt van geloof

De documentaires van Kremlin-criticaster Andrei Nekrasov konden tot voor kort rekenen op een warm onthaal in het Westen. Nu hij een film heeft gemaakt die het Kremlin ontlast in de roemruchte Magnitsky-zaak, lijkt het over te zijn met de liefde. Hoe zit dat in Nederland? Waarom vertonen de VPRO en het IDFA de film niet? Dreigt multimiljonair Bill Browder met een rechtszaak?

The Magnitsky Act. Voormalig president Barack Obama tekende eind 2012 deze Amerikaanse wet, vernoemd naar de Russische belastingaccountant Sergei Magnitsky, die in 2009 stierf in een Moskouse gevangenis. Doel van de wet: bestraffing van de personen die verantwoordelijk zijn voor de dood van Magnitsky. Zij mogen de VS niet meer in en hun buitenlandse banktegoeden worden bevroren.
De Russische overheid reageerde met tegenmaatregelen: Achttien Amerikanen die, verantwoordelijk zouden zijn voor misdaden tegen de menselijkheid, mogen Rusland niet meer in. Voorts mogen Amerikanen geen Russische kinderen meer adopteren.

Het ontmoedigde de Canadese overheid niet afgelopen maand met een vergelijkbare wet te komen, The Sergei Magnitsky Law. En mogelijk komt de EU daar nog achteraan.

Hoe is het mogelijk dat de dood van een tot dan toe onbekende Russische belastingaccountant zulke grote gevolgen had voor de betrekkingen tussen Rusland en het Westen?

Het antwoord is simpel. Sergei Magnitsky werkte voor een vermogend man, een Brit van Amerikaanse origine, Bill Browder, die een groot financieel conflict heeft met de Russische staat. Browder is CEO en medeoprichter van wat ooit het grootste buitenlandse investeringsfonds was in Rusland, Hermitage Capital Management (“Hermitage”). In 2005 stelde de Russische politie een onderzoek in naar de fiscale praktijken van Hermitage. In hetzelfde jaar werd het visum van Browder niet verlengd, en moest hij het land verlaten. In 2013 werd hij bij verstek veroordeeld tot negen jaar gevangenisstraf vanwege belastingontduiking en belastingfraude.

Apostel Browder

Sinds zijn gedwongen vertrek uit Rusland ijvert de geplaagde hedgefund manager voor politieke tegenmaatregelen vanuit het Westen. De arrestatie van zijn belastingaccountant Magnitsky en diens daaropvolgende dood in een Moskouse cel kwamen daarbij als een geluk bij een ongeluk. Browder, die tot dan toe zijn imago van koele, berekenende investeringsmanager tegen zich had gehad, greep de kans zich te profileren als mensenrechtenactivist. Niet zijn eigen financiële belangen in Rusland stonden voorop; gerechtigheid voor Magnitsky werd inzet van zijn strijd. Althans, zo deed hij het voorkomen, in zijn vele gesprekken met journalisten, politici en mensenrechtenactivisten.

Acteur die Magnitsky speelt in de gevangenis (still)

Magnitsky was geen natuurlijke dood gestorven, zo vertelde Browder aan iedereen die het maar wilde horen. Magnitsky was doodgeslagen in zijn cel. Magnitsky was ook niet gearresteerd om verhoord te worden door de politie over belastingontduiking. Nee, hij was uit eigener beweging naar de politie gegaan om daar aangifte te doen tegen agenten die documenten zouden hebben gestolen uit het Hermitage-kantoor van Browder, met de bedoeling zichzelf daarmee te verrijken, en de Russische belastingdienst voor 230 miljoen dollar te benadelen. Kortom: Browder was allesbehalve de belastingfraudeur die de Russische autoriteiten van hem hadden gemaakt. Hij was een edelmoedige klokkenluider die opkwam voor de belangen van de Russische belastingbetaler, en dat uiteindelijk moest bekopen met de dood. Magnitsky was gestorven als een martelaar, en Bill Browder was de apostel die de wereld introk om de mensen diens evangelie te verkondigen.

Behind the scenes

Maar toen kwam Andrei Nekrasov. De in het Westen vanwege zijn dissidente films gelauwerde, Russische filmmaker stortte zich op de zaak Magnitsky, zoals hij dat eerder had gedaan op de zaak Litvinenko (de Russische ex-spion Alexander Litvinenko die in 2007 in London overleed als gevolg van een overdosis polonium in zijn lichaam). Nekrasov nam als uitgangspunt voor zijn film over Magnitsky het verhaal van Bill Browder, dat hij liet naspelen door acteurs. De gedramatiseerde scenes uit het verhaal mengde Nekrasov met de interviews die hij daarvoor al had opgenomen met Browder.

Het docudrama zoals Nekrasov dat voor ogen had, pakte echter anders uit. In de eindversie uit 2017 van de documentaire, The Magnitsky Act – Behind the Scenes, is goed terug te zien hoe Nekrasov gedwongen werd van zijn aanvankelijke plan af te stappen, en tot het besluit kwam een andere weg in te slaan.

Nekrasov (rechts) in gesprek met Bill Browder (still)

In het eerste deel van de documentaire zien we de film nog in zijn oorspronkelijke opzet: Nekrasov in gesprek met een zichtbaar op zijn gemak zijnde Bill Browder, en gedramatiseerde fragmenten die het verhaal van Browder illustreren. Maar dan, door anderen die Nekrasov spreekt en originele documenten waar hij op stuit, begint de twijfel toe te slaan. Klopt het verhaal van Bill Browder wel? Nekrasov besluit te gaan graven, en wat eerst nog een docudrama was, mondt uit in een spannende detective. “Not a natural born detective I felt I had no choice than to become one”, horen we Nekrasov zeggen in de voiceover. Gaandeweg vindt Nekrasov steeds meer gaten, tegenstrijdigheden en feitelijke onjuistheden in het relaas van Browder. Als hij deze met Browder wil delen, begint deze hem te mijden, waarschijnlijk omdat hij onraad ruikt. Maar als het Nekrasov uiteindelijk toch lukt hem voor de camera te krijgen barst de bom. Browder beschuldigt Nekrasov van FSB-activiteiten en beent woedend weg uit het interview.

Dreigende rechtszaken

De vertoning van de film van Nekrasov wordt wereldwijd tegengehouden door Browder, en door nabestaanden van Magnitsky. “Alle betrokken financiers, distributeurs en producers ontvangen stapels documenten,” zegt de Noorse producer Torstein Grude. “Met de bedoeling aan te tonen dat er niks klopt van de film en dat ze financieel zullen worden gestraft als ze de film uitbrengen.”

Zelfs het Europees Parlement bezweek voor de intimidatie van Browder cum suis. De documentaire zou daar in april 2016 vertoond worden. Maar minder dan een uur voor aanvang werd de vertoning afgeblazen. „Money is power”, luidde het boze commentaar van de Finse Europarlementariër Heidi Hautala van de Groenen, die de screening had georganiseerd.

Ook het bestuur van Noorse Short Film Festival, dat de film in mei 2016 zou vertonen, koos eieren voor zijn geld.
Geplande uitzendingen van de Frans-Duitse zender Arte en de Duitse zender ZDF werden afgeblazen.
De film is nu alleen nog te zien geweest op een handjevol filmfestivals in Noorwegen, Finland, Zweden, Frankrijk, Duitsland en Rusland. In de VS is de film slechts eenmaal vertoond, voor een zaaltje journalisten en overige belangstellenden in Washington, met na afloop een discussie onder leiding van éminence grise van de Amerikaanse journalistiek Seymour Hersh.
Degenen die verantwoordelijk waren voor de voorstelling in Washington, zouden gearresteerd moeten worden, beklaagde Browder zich ten overstaan van een Amerikaanse senaatscommissie. Het zouden ‘foreign agents’ zijn die dus ook als zodanig behandeld zouden moeten worden. (De Amerikaanse Foreign Agent Registration Act voorziet in gevangenisstraffen oplopend tot vijf jaar).

VPRO en IDFA

Hoe zit het eigenlijk hier in Nederland met het IDFA en de Nederlandse Publieke Omroep? Waarom heeft het IDFA de documentaire niet geprogrammeerd? En waarom is deze nog steeds niet op de Nederlandse tv te zien geweest? Eerdere films van Nekrasov werden wel vertoond.
IDFA-programmeur Martijn te Pas laat weten de film “simpelweg niet sterk genoeg” te vinden. “Wellicht is dat niet zo spannend allemaal, maar het is wel zoals het is”.

Eerder films van Andrei Nekrasov (foto) werden wel in Nederland vertoond, maar zijn docudrama over de zaak Magnitsky niet.

Kremlin-criticus Derk Sauer, die in het bestuur zit van het IDFA, zou geen rol hebben gespeeld bij het bannen van de film van het festival. “Derk zit op afstand”, aldus Te Pas.
De VPRO bevestigt in gesprek te zijn geweest met de producent van de film. “We vonden de film inhoudelijk te ingewikkeld”, laat hoofd documentaire Barbara Truyen weten. “We hebben regelmatig en uitvoerig feedback gegeven om er een duidelijker verhaal van te maken, maar er werd te weinig met onze suggesties gedaan. Dus toen hebben we er van afgezien”

Het laatste halfuur van de film is inderdaad moeilijk te volgen. Dat gaat over de manier waarop Magnitsky voor Hermitage met geld heeft geschoven. Dat is sowieso inhoudelijk heel ingewikkeld, en waarschijnlijk alleen makkelijk te volgen voor financieel experts.
Het eerste anderhalf uur van de film is echter zeer de moeite waard. En zelfs al valt er wat af te dingen op de kwaliteit van de film, deze is te belangrijk om niet vertoond te worden. Nekrasov heeft gedaan wat zoveel anderen voor hem hebben nagelaten: het plaatsen van vraagtekens bij het verhaal van Browder. Deze zijn van groot belang gezien de grote gevolgen die de Magnitsy-zaak heeft gehad voor de betrekkingen tussen Rusland en het Westen.

Ook om een andere reden kan aan de vraagtekens van Nekrasov niet zomaar voorbij worden gegaan: het verhaal van Nekrasov verdient, meer dan welk ander verhaal over Magnitsky ook, het voordeel van de twijfel. Nekrasnov was en is Kremlin-criticus, en hij heeft met deze film zijn reputatie op het spel gezet. Sommigen van zijn anti-Kremlinvrienden hebben zich van hem afgewend of zich zelfs tegen hem gekeerd. En het is nu nog maar de vraag of hij zijn films, zelfs al ze kritisch zijn over de Russische overheid, nog kwijt kan in het Westen.

Regisseur en producer geven echter de moed niet op. “Wij overwegen de film uit te werken tot een tv-serie, met nieuwe onthullingen”, zegt producer Torstein Grude. “Dit vereist echter wel substantiële financiering, en daarvoor is nodig dat een aantal tv-zenders zich committeert aan het project. We zijn er niet zeker van dat dit nog lukt gezien het heersende klimaat.”

Verder lezen:

Russische media en Nederlandse Ruslandverslaggeving

Dit interview is onderdeel van een reeks interviews en artikelen van Eric van de Beek over de Russische media en de verslaggeving van Nederlandse media over Rusland. Eveneens verschenen in deze reeks:

Posted on

De machtigen hebben het moeilijk met de democratie

De gebeurtenissen tuimelen over elkaar heen. ‘Het’ is gebeurt, in Berlijn lopen ze radeloos door elkaar.  Jakob Augstein van het weekblad Der Spiegel geeft woorden aan de hijgende paniek: “Nazi’s in de Bondsdag”! Wie heeft die gekozen? De vroegere hoofdredacteur van het weekblad Focus, Helmut Markwort verried al voor de verkiezingen dat hij persoonlijk niemand kent die op de AfD stemt en ook niemand die iemand kent die op de ‘Blauwen’ wil stemmen.

Helmut Markwort is een bedaagde man, een typische FDP-aanhanger, laat zich met andere woorden niet zo snel onrustig maken. De gebeurtenis van 24 september hoefde hem dan ook bij lange na niet dermate van zijn stuk te brengen als bijvoorbeeld een Augstein. Markworts citaat geeft echter wel duidelijkheid over hoe ver de ‘media-elite’ van de Bondsrepubliek zich verwijderd heeft van een toch niet gering deel van de bevolking – hij kent zelfs niemand die er eentje kent, alsof ze op verschillende continenten wonen.

De Hitler-kaart

Wat de auteur van Der Spiegel diep moet ergeren, is de voorzienbare ervaring dat zijn rammelende charge nergens toe leidt. Nog niet zo lang geleden kon hij met het Nazi-etiket angst en beven verbreiden onder AfD-aanhangers. Decennia lang deinsden Duitsers terug, wanneer iemand ze met Hitlerij in verband bracht. De Israëlische schrijver en regisseur Ephraim Kishon heeft dit Duitse spelletje decennia geleden al eens uit de doeken gedaan: Wie onder Duitsers een debat wil ‘winnen’, die hoeft alleen maar op het juiste moment met een zo verontwaardigd mogelijke oogopslag “Hitler!” te roepen, en de opponent  heeft geen schijn van kans meer.

Dit Duitse spel werkte zo goed, dat steeds meer mensen er aan mee wilden doen. Ten slotte hitlerde het bij iedere nog zo banale gelegenheid: Het noemen van bepaalde cijfers uit de criminaliteitsstatistieken, het aanhalen van niet-vreedzame soera’s uit de koran, de verwijzing naar wettelijke regelingen met betrekking tot grenscontroles en dergelijke was al genoeg om de bruine troefkaart op de neus te krijgen.

De AfD heeft men jarenlang met de kaart om de oren geslagen. Iedereen speelde mee: de gevestigde partijen en de staats- en concernmedia, de kerken en vakbonden, scharen van ‘prominenten’ en wie niet al. Eigenlijk hadden de alternatieve onruststokers al lang zo dood als een pier moeten zijn. Maar dat zijn ze niet, in tegendeel, zoals we sinds afgelopen zondag zwart op wit hebben. De nazikaart is zo vaak getrokken dat ze haar effect verloren heeft. Ze schrikt niet meer af, ze irriteert hooguit nog.

Israël als Duitse staatsraison

Dat bleek bijvoorbeeld begin deze week. Toen stelde AfD-leider Alexander Gauland de scherpe vraag, wat Merkels uitspraak van enkele jaren geleden, dat Israëls veiligheid en bestaansrecht onderdeel van de Duitse staatsraison zouden zijn, in de praktijk eigenlijk waard is. Of de Duitsers überhaupt bereid zouden zijn ten oorlog te trekken wanneer de (latent bedreigde) Joodse staat het doelwit van militaire agressie zou worden. Gauland heeft daar begrijpelijkerwijs zo zijn twijfels over.

Maar Volker Beck, Groenen-politicus en voorzitter van de Israël-delegatie van de scheidende Bondsdag, begon meteen te ouwehoeren over “NPD” en “antisemitisch”. En dat terwijl Gauland alleen maar de pertinente vraag opwierp, of de hoogdravende toezegging aan Israël een serieuze belofte van concrete bijstand voorstelt of slechts een betekenisloos kletspraatje – waarmee hij kennelijk de vinger op de zeer plek van de kletsmajoors gelegd heeft. Dus haalden de kleinzerige getroffenen hun nazikaart weer voor de dag, maar bereikten daarmee geen noemenswaardig effect. Alweer ernaast!

Controleverlies

Dit verlies aan controle is nog het meest choquerende aspect ervan voor het establishment. Men was eraan gewend geraakt de Duitsers met behulp van hun angst en hun slechte geweten naar believen door de manege te kunnen drijven. Maar op enig moment is het allemaal te doorzichtig geworden. Maar als de mensen het spel eenmaal doorzien, kunnen de oplichters wel inpakken.

Merkels minister van Algemene Zaken Peter Altmaier had kort voor de verkiezingen nog maar eens alles gegeven en de burgers die naar een stem op de AfD neigden opgeroepen thuis te blijven. De boodschap: Wie niet voor ons is, is niet alleen tegen ons, maar moet het beste maar helemaal niet meer aan de democratie deelnemen. Uit de woorden van Altmaier sprak een typerende combinatie van vertwijfeling en arrogantie. We kregen even een blik op wat je het ‘democratiebegrip’ van de machtigen zou kunnen noemen. Dat democratiebegrip lijkt te draaien om het beginsel: Democratie is, als wij de macht houden. Voor een bepaald deel van de Duitsers klinkt dat als: Het moet er democratisch uitzien, maar we moeten alles in de hand hebben. Dat kent dit deel van de Duitsers nog ergens van, wat het bijzondere succes van de AfD in de oostelijke deelstaten verklaarbaar maakt.

Hoe diep de misvatting van de machtigen in de Bondsrepubliek over democratie gaat, blijkt ook wel uit de commentaren op de ontwikkelingen in de Verenigde Staten. Met de nodige Schadenfreude volgen de Duitse toonaangevende media, hoe de Amerikaanse president Donald Trump met een weerspannig parlement te maken heeft. Hoe de volksvertegenwoordigers hem tot onderhandelingen en compromissen dwingen en initiatieven van hun president soms ook compleet op de klippen laten lopen. “Trump faalt in Congres” jubelen Duitse redacties dan en duiden het als zwakte van de Amerikaanse president, waarvan de Duitse bondskanselier zich positief zou onderscheiden door haar sterkte en de steun die zij geniet. Dat moet dan het bewijs ervoor zijn dat de Duitse democratie momenteel veel beter zou functioneren dan de Amerikaanse. Hetzelfde enthousiasme bij Duitse commentatoren wanneer Trump door een hoge rechter wordt teruggefloten.

Checks and balances

De Amerikanen noemen dat checks and balances, maar de Duitsers weten natuurlijk wel beter. Wat de superieure Teutoonse democraten kennelijk echter over het hoofd zien, is dat het hierbij om niets anders gaat dan gepraktiseerde machtendeling. Wel zo democratisch niet waar: Dat het parlement bestaande uit gekozen volksvertegenwoordigers de regering streng controleert en dat de rechterlijke macht beide organen, zowel de regering als de volksvertegenwoordiging in de smiezen houdt, zodat alles wat ze doen zich wel binnen het kader van de wet voltrekt.

Maar hoe werkte dat in Duitsland in de afgelopen jaren? Het parlement ‘controleert’ de regering? Het leek meer op het tegendeel: Zo zwaaide in de grootste coalitiefractie een trouwe volgeling van de Bondskanselier genaamd Volker Kauder de knoet over een roedel volgzame fractiesoldaten, die in onderdanige trouw stram in het gelid bleven. Zo kon Merkel met een knip van haar vingers de wetten over grenscontroles en inreizen buiten werking stellen – uit het parlement noch uit een andere staatsinstelling klonk hoorbaar verzet, hooguit op straat. De burgers die het waagden daar te protesteren, kregen echter de ‘vierde macht’, in de gedaante van de ‘onafhankelijke’ staatsmedia, over zich heen, die gretig de Hitler-kaart trokken. Tegen dit web van een alles omspannende almacht kwam niets op niemand van het officiële Duitsland op. Machtendeling? ‘Check and balances’? Vergeet het maar!

Uit dit machtsgevoel lijkt de Bondskanselier nog altijd haar rust te putten. Als je ziet met welke vanzelfsprekendheid ze aan haar ambt kleeft, dan kun je er de indruk aan overhouden dat Merkel, na twaalf jaar aan de regering, er diep in haar hart aan twijfelt dat het zogenaamde volk – Merkel spreekt liever van “de mensen die hier al wat langer wonen” – überhaupt nog het morele recht heeft zich over haar Bondskanselierschap uit te spreken.

Posted on

Deelname aan Reformatiejubileum valt tegen: Duitse kerk heeft weinig op met Luther en zijn geloof

Dit jaar is Hervormingsdag (31 oktober) een nationale feestdag in Duitsland, om te gedenken dat Martin Luther 500 jaar geleden zijn stellingen aansloeg in Wittenberg. Maar de Evangelische Kirche in Deutschland (EKD), de overwegend Lutherse volkskerk, heeft een probleem. Ze weet namelijk niet goed wat te vieren en dat weerspiegelt zich in deelnemersaantallen die zwaar achterblijven bij de verwachtingen. Wat een top had moeten zijn, is veeleer een flop geworden.

“Luther is het bankroet van het jaar”, kopte de Frankfurter Allgemeine Zeitung. In werkelijkheid betreft het echter eerder het failliet van de kerk die – halfslachtig – in zijn traditie staat en dan vooral de politieke gestalte daarvan, waarvan de reformator zich waarschijnlijk met een stevige vloek af zou keren als hij nog leefde.

Het programma aan activiteiten rond Luther dat de EKD in het kader van het Reformatiejubileum organiseert, laat vooral een grote behoefte zien aan het bewaren van de lieve vrede. Iedere polarisering moet vermeden worden en zodoende weten de activiteiten maar weinig aandacht te trekken, zo merkte de hoogleraar theologie Friedrich Wilhelm Graf op. Een vakgenoot verwoordde het scherper: Men probeert volgens hem van de houwdegen uit Wittenberg een “schoothondje” te maken en vermijdt de vraag of de Reformatie ook nog meer betekenis heeft dan een louter historische.

Ook de televisiepresentator Peter Hahne (ZDF) kritiseert de vrijblijvendheid van de activiteiten, hij waarschuwde al eerder dat het bij de Luther-activiteiten te weinig over zijn theologie dreigde te gaan en er daarentegen vooral sprake zou zijn van sterk aan de tijdgeest hangende omduiding van de Bijbel.

De verantwoordelijken in de EKD hebben zich lang ingespannen om de katholieke bisschoppen aan boord te krijgen, een ‘Christus-feest’ zou de nadruk moeten leggen op de overeenkomsten tussen katholieken en protestanten. Hier breekt de EKD echter haar politieke profiel op. De protestantse volkskerk heeft zich immers voor het homohuwelijk uitgesproken en breekt daarmee met de Bijbel en met Luther. Daarmee verwijdert de EKD zich ook van de Rooms-Katholieke Kerk en van de evangelicalen, wat de viering van het Reformatiejubileum verder belast. Ulrich Parzany, voorzitter van het ‘Netwerk Bijbel en Belijdenis’ dat uit evangelicalen in de EKD en vrije kerken bestaat, nam dan ook geen blad voor de mond: Een kerk die met een dergelijke stap instemt, maakt zich tot hielenlikker van de maatschappij. De kerk heeft, aldus Parzany, de opdracht zich naar het Woord van God te richten en niet naar de wisselende modes van de tijd.

Ook maakten leiders van de EKD zich belachelijk door zich te distantiëren van Luthers veroordeling van de koran als een “schandelijk boek” en van waarschuwingen voor de islam als een hindernis voor de ‘dialoog’. De hedendaagse mainstream-Lutheranen hebben het kortom zwaar met de reformator uit Wittenberg. Om toch nog de aandacht te vestigen op de jubileumsactiviteiten grijpt men naar de verkeerde middelen. Zo probeert men met gênante slogans ontbrekende inhoud te compenseren, de EKD in de regio Bonn prijsde bijvoorbeeld een ‘Reformatiegala’ – wat dat ook moge zijn – aan met de woorden: “Luther – duivels goed”.

Posted on

Behaagzieke lakeien van de macht

Wolfgang Herles, werkzaam als cultuur- en politiekredacteur op radio en televisie, heeft met Die Gefallsüchtigen (De behaagzieken) een boeiend boek geschreven.

Die Gefallsuechtigen von Wolfgang Herles

Van 1987 tot 1991 was hij chef van de studio van de Duitse publieke zender ZDF in toenmalig West-Duits regeringscentrum Bonn, totdat bondskanselier Helmut Kohl zijn diepgravende kritiek niet meer verdroeg en hem “uit Bonn liet verwijderen”. Herles is echter niet haatdragend, Kohl hoort voor Herles als regeringsleider die bijdroeg aan de Wiedervereinigung met de voormalige DDR thuis in het rijtje van besluitvaardige kanseliers. Zij waren anders dan Angela Merkel, die in de “belangrijkste kwesties van republiek” laat zien geen flauw idee te hebben, wier “pragmatisme” een slechte verhulling is voor haar niet in staat zijn een standpunt in te nemen en daar voor te strijden.

De zwakte van Merkel is een mediaal taboe, aldus Herles, die op 29 januari 2016 in een interview op de Duitse televisie er op wees dat het bij de publieke zenders niet ongebruikelijk is dat men aanwijzingen “van hogerhand” krijgt, om zo te berichten “als mevrouw Merkel het graag ziet”.

Met deze “regeringsjournalistiek” verspelen de media het vertrouwen van het publiek, aldus Herles. Door de behaagzucht van journalisten verworden persconferenties en discussieprogramma’s tot “geritualiseerde saaiheid”, de programma’s zijn vaak niet meer dan “openluchtkerkdiensten ter ere van de heilige Angela”. Dat kan niet goed gaan, want die behaagzucht leidt noodzakelijkerwijs tot willekeur.

In de Duitse media geldt volgens Herles een duidelijke kanon van wat aan zienswijzen, begrippen, formuleringen en argumenten gangbaar of acceptabel is en wat niet meer, zeg maar een ‘Overton window‘. Niemand is langer dan 1 minuut 30 aan het woord, de cameramannen werken zich in het zweet en voor de camera verdringen zich mensen die voor intellectuelen doorgaan, “patentpraters”, oppervlakkige zaken worden als aansprekend voorgesteld, maar de private zenders in Duitsland doen het volgens Herles niet veel beter: “Primitief gedrag wordt acceptabel gemaakt. Randdebielen, grootheidswaanzinnige aspirant-zangers, geestloze komedianten, iedereen draagt zijn ellende uit op de markt.”

Verontwaardigingsindustrie

Herles ontmaskert aan de hand van voorbeelden de “verontwaardigingsindustrie”, waarin alles met een “pathetisch appel” en “populistisch gezwets” opgepakt moet worden. Toen een leidende journalist bijvoorbeeld de islam een “integratiehindernis” noemde, ontstond er een storm van verontwaardiging onder collega’s, die de auteur zijn baan kostte. “Alarmistische overdrijvingen” en “vijandbeelden die goed van pas komen” helpen om “zich de wereld mooier voor te stellen dan ze is”.

Wat heeft dat nog met goede journalistiek te maken?, zo vraagt Herles zich af. Hij wijst in dit verband op peilingen waaruit naar voren komt dat “media voor het eerst als corrupter gezien worden dan het openbaar bestuur en de parlementen”.

Over peilingen heeft Herles trouwens ook nog wel een appeltje te schillen. Veel van de circa 600 opinieonderzoeken die het Bundespresseamt (de informatiecentrale van de federale regering) tussen 2009 en 2013 uit liet voeren, zijn in feite zinloos, zoals wanneer Duitsers moeten kiezen of nu de Pruisische vorst Frederik de Grote of de feministe Alice Schwarzer de grootste pionier uit de Duitse geschiedenis is.

[contextly_sidebar id=”jbmOJA5xZZRIwF5P45tEVelewDWw8R2N”]Vanaf 1945 werden in Duitsland naar het voorbeeld van de BBC publieke zenders opgezet, die later zouden gaan concurreren met private zenders. Daarbij kregen ARD en ZDF de opdracht mee de bevolking van informatie, educatie en amusement te voorzien, een opdracht die ze lijken te zijn vergeten. De Duitse publieke televisie is echter één van de duurste ter wereld en iedere Duitser betaalt daar belasting voor, ook wie geen televisie heeft. Dat geld wordt verspil aan saaie talkshows waar niemand op zit te wachten en veel te dure uitzendrechten voor sportwedstrijden.

“Zoals de publieke televisie zou moeten zijn, is ze onmisbaar. Zoals ze nu is, maakt ze zichzelf overbodig”, concludeert Herles.

N.a.v. Wolfgang Herles, Die Gefallsüchtigen. Gegen Konformismus in den Medien und Populismus in der Politik (Knaus: Müchen, 2015), gebonden, 255 pagina’s.

Posted on 1 Comment

Steeds breder kritiek in Duitsland op “regeringsjournalistiek”

De publieke zenders in Duitsland bedrijven “regeringsjournalistiek”, dat zegt Wolfgang Herles, voormalig chef van de studio van de publieke televisiezender ZDF in Bonn, lange tijd het regeringscentrum van de Bondsrepubliek.

In een gesprek met de radiozender Deutschlandfunk stelde hij dat de publieke zenders zo dicht bij de regering staan dat men vooral zo becommentarieert “als overeenkomt met het meningsspectrum van de grote coalitie (van CDU en SPD, red.)”. Volgens Herles is er daadwerkelijk sprake van “aanwijzingen van hogerhand, ook bij de ZDF”.

“Dan zegt de hoofdredacteur, mensen, we moeten zo berichten als het Europa en het gemeenschappelijk belang dient. En dan hoeft hij er echt niet meer tussen haakjes bij te zeggen, ‘zoals mevrouw Merkel het graag ziet’.”

Moedige conformist

De tamelijk onbekende tv-presentatrice Anja Reschke van het programma Panorama op de regionale publieke zender NDR werd wegens eens korte persoonlijke uitval tegen xenofobie door een mediatijdschrift tot ‘journalist van het jaar’ uitgeroepen. Daarvoor werd ze al van alle kanten door politici, journalisten en andere publieke figuren bijgevallen en geloofd vanwege haar ‘moedige’ uitspraken.
De vroegere uitgever van de Frankfurter Allgemeine Zeitung Hugo Müller-Vogg had eerder al gereageerd, dat er geen enkele moed nodig was voor het alom zo geprezen commentaar van Reschke. “De moedige Anja Reschke zegt, wat iedereen zegt – so what?”

Zwijgkartel

Oud-minister van Binnenlandse Zaken Hans Peter Friedrich (CSU) verwijt de publieke zenders na de nieuwjaarsnacht in Keulen een ‘zwijgkartel’ te hebben gevormd. In de radio-uitzending van NDR Info stelde Friedrich dat de publieke zenders de verdenking op zich laden niet over dergelijke zaken waarbij immigranten of allochtonen betrokken zijn te berichten om maar geen onrust onder de bevolking te veroorzaken.

Vluchtelingencrisis

Volgens een peiling van het Allensbach-instituut ervaart slechts een derde van de bevolking de verslaggeving van de media over de vluchtelingencrisis als evenwichtig, 47 procent waardeert de berichtgeving daarentegen als eenzijdig. Vooral de publieke zenders spelen daarin een grote rol, want nog altijd stellen de meeste Duitsers zich door middel van de televisie op de hoogte van de actualiteiten.

Debat

De hoofdredacteur van de SWR, de regionale publieke omroep voor het zuidwesten van Duitsland, Fritz Frey heeft zich echter niet onder druk laten zetten. Ondanks druk en morele verontwaardiging van de politici van diverse andere partijen, laat hij ook de nationaal-conservatieve Alternative für Deutschland deelnemen aan tv-debatten voor de aanstaande verkiezingen voor de landdag van Rijnland-Palts. “Deze partij is er, ze heeft tien procentpunten of meer steun in serieuze peilingen, en derhalve is het onze opgave om ook met deze partij een discours te organiseren”, aldus Frey.

Panajotis Kondylis citaat

Posted on

UNICEF-medewerker voorziet nog omvangrijkere immigratiegolf

De verwachting dat Duitsland dit jaar met een miljoen asielaanvragen rekening moet houden, mag al drastisch genoeg klinken. In de komende jaren zal de migratiedruk echter nog hele andere dimensies aannemen.

Wanneer men op zoek gaat naar wetenschappers die ook maar iets voorzien hebben van wat zich momenteel aan Europa’s buitengrenzen afspeelt, dan komt men al snel bij het werk van de socioloog Gunnar Heinsohn uit. Deze heeft reeds enkele jaren geleden relatief precies voorspeld, wat er momenteel daadwerkelijk aan immigratiestromen op Europa afkomt. Volgens de berekeningen van Heinsohn, die tegenwoordig militaire demografie aan het NATO Defense College in Rome doceert, zal Europa zich al met al op 950 miljoen Afrikanen en Arabieren voor moeten bereiden, die naar Europa willen. Een blik op de huidige situatie in het Midden-Oosten en Afrika laat reeds vermoeden, dat de immigratiecijfers die momenteel door politici genoemd worden ver van de realiteit af staan.

Volgens cijfers van het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken liggen alleen in Afghanistan momenteel een miljoen reisdocumenten klaar voor uitgifte. Het aantal aanvragen voor paspoorten zou reeds tot 5000 per dag zijn opgelopen, waarbij het vooral om 18- tot 30-jarigen zou gaan. Veel aanvragen voor paspoorten zouden ook uit de vluchtelingenkampen in Pakistan komen, waar zich naar schatting zo’n 3 miljoen Afghanen ophouden.

Ook de situatie in andere landen wijst op massief stijgende immigratiecijfers. Zo staat Turkije op de rand van een burgeroorlog, die niet alleen voor honderdduizenden Koerden aanleiding kan zijn naar Europa te vluchten. Volgens cijfers van het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken wonen er momenteel zo’n 1,5 miljoen Syriërs in Turkije buiten de vluchtelingenkampen. Zo’n 200.000 Irakese vluchtelingen komen daar nog bij. In Libanon nemen de spanningen tussen de autochtonen en de circa 2 miljoen Syriërs die het land inmiddels binnen gestroomd zijn toe.

Wat in deze situatie gemakkelijk tot escalatie kan leiden zijn de voorzieningen in de kampen in Noord-Irak, Jordanië en Libanon. Het wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties, WFP, is afhankelijk van vrijwillige bijdragen en gaat hard door zijn financiële middelen heen. Volgens de VN moeten inmiddels zo’n 360.000 Syriërs het in de kampen rond hun vaderland zonder hulp van het WFP stellen. Door de beperktheid van haar middelen zijn voor de overige meer dan anderhalf miljoen gevluchte Syriërs intussen de voedselrantsoenen drastisch ingekrompen. “Als er geen geld meer is, dan heeft dat catastrofale gevolgen. Een immigratiegolf zal Europa treffen”, aldus Ghassan Madieh die voor het VN Kinderfonds Unicef in het noorden van Irak werkt. Hadden vluchtelingenkampen in Noord-Irak tot voor kort nog 31 Amerikaanse dollars per vluchtelingen per maand te besteden, nu zijn het er nog maar tien.

De relatief geringe bedragen die nodig zouden zijn om de situatie van de vluchtelingen te verbeteren, laten de manier waarop in Duitsland geld over de balk gegooid wordt om vluchtelingen daar op te vangen haast als onverantwoord voorkomen. Zo becijfert de deelstaat Noord-Rijnland-Westfalen de kosten voor onderkomen, begeleiding en verzorging op 12.500 euro per jaar per asielzoeker. Geconfronteerd met kosten van deze omvang, merkte Farhad Ameen Atrushi, gouverneur van de Noord-Iraakse provincie Dohuk, tegenover de Duitse publieke televisiezender ZDF op: “Als wij maar tien procent van dat geld hadden, dat jullie voor de opvang van de vluchtelingen in Duitsland gebruiken, dan konden we de levensomstandigheden hier zo verbeteren, dat niemand naar Europa hoefde te emigreren.”

Het valt echter te vrezen dat dit Duitsland niet er van afbrengt vast te houden aan zijn inefficiënte luxe-asielsysteem, terwijl rond om Europa de situatie in veel vluchtelingenkampen steeds hopelozer wordt. Zelfs de in Duitsland officieel verspreide ramingen van de kosten van de huidige stroom van asielaanvragen liggen intussen al bij tien miljard euro per jaar. Een explosie van de kosten is echter al te voorzien. Zo komt een onderzoek in opdracht van het verbond ‘sociale woningbouw’ tot de conclusie, dat om aan de toegenomen vraag naar goedkope woningen tegemoet te komen, tot 2020 ieder jaar de bouw van 400.000 nieuwe eenheden nodig zou zijn. Daarmee zou met andere woorden per jaar een complete grote stad toegevoegd moeten worden.

Intussen staat nog volledig open met welke kosten de Duitse gezondheidszorg te maken zal krijgen door de komst van honderdduizenden, mogelijk zelfs miljoenen, asielzoekers. Ook hier lijkt dikwijls het principe van luxe-verzorging te gelden, terwijl in de vluchtelingenkampen in het Midden-Oosten in toenemende mate honger geleden wordt. Zo geldt onder tandartsen in Hamburg onder ons gezegd de behandeling van asielzoekers inmiddels al als even lucratief als die van privaat verzekerden. Dikwijls worden zelfs in aanwezigheid van begeleiders behandelingen zoals gebitsreiniging vergoed, waarvoor Duitsers die ziekenfondsverzekerd zijn zelf moeten betalen.

Posted on

Propaganda in de verslaggeving

UlfkotteVeel journalisten zijn diep verstrikt in lobby- en pr-werk en het is niet ongebruikelijk dat ministeries en geheime diensten berichten aanleveren die onder de naam van een journalist in de krant komen. Dat schrijft Udo Ulfkotte in zijn boek Gekaufte Journalisten.

Het meest recente boek van de oud-journalist is inmiddels een bestseller bij Amazon in Duitsland, maar dagbladjournalisten schrijven er niet over uit vrees voor hun baan. Sommigen van hen stelden tegenover Ulfkotte desgevraagd van hogerhand gewaarschuwd te zijn het boek niet te bespreken of zelfs maar te noemen.

Ulfkotte was 17 jaar werkzaam op de buitenlandredactie van het toonaangevende dagblad Frankfurter Allgemeine Zeitung (FAZ), onder andere als oorlogsverslaggever. Daarnaast werkte hij voor de aan de CDU verbonden Konrad Adenauer Stiftung.

De oud-journalist schaamt zich achteraf voor wat hij in zijn tijd bij de krant heeft toegelaten. Zo werden er berichten van de Duitse geheime dienst BND onder zijn naam gepubliceerd. Ook leverden Duitse ambassades in het buitenland of het ministerie van Buitenlandse Zaken dikwijls teksten aan. Het ging daarbij om afgestemde desinformatie, met als doel een voor Duitsland of het Westen in het algemeen gunstige voorstelling van zaken te geven.

Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden met een internationale focus: Volg Novini!

Tot nu toe circuleerden vijf namen van bekende journalisten die zich voor dergelijke manipulaties leenden, maar Ulfkotte noemt in zijn boek maar liefst 321 namen van journalisten wier onafhankelijkheid in gevaar wordt gebracht doordat ze naast hun journalistieke werk ook betrokken zijn bij lobby- en pr-werk voor instellingen en multinationals. Hij noemt ook journalisten die voor de Amerikaanse geheime dienst CIA werken of die gechanteerd zijn.

De journalisten waarover Ulfkotte schrijft zijn niet de eersten de beste. Zo heeft Nikolas Busse, inmiddels plaatsvervangend chef buitenlandredactie bij de FAZ, voor de invasie van Irak in 2003 een verklaring van trouw aan de Verenigde Staten getekend. Later werd hij NAVO-correspondent van de krant. Ook mensen als Josef Joffe, een van de uitgevers van een ander groot dagblad Die Zeit, maken deel uit van een Amerikaans propagandanetwerk.

Het satirische televisieprogramma Die Anstalt besteedde in een uitzending aandacht aan deze verwikkelingen van de Duitse journalistiek, waarop Joffe en anderen besloten het ZDF-programma voor de rechter te dagen. De beschuldigingen van Ulfkotte aan het adres van Die Zeit gaan echter nog veel verder, hij noemt man en paard en onderbouwt zijn beweringen met de nodige documentatie. Tegenover de Duitse jongerenkrant Blaue Narzisse stelt Ulfkotte dan ook niet bang te zijn dat Joffe en de zijnen hem ook voor de rechter zullen slepen, ze zouden het niet winnen.

Ulfkotte is trouwens niet de enige die stelt dat via geheime diensten en andere overheden NAVO-propaganda ingang vindt in de media. Wetenschappers die zich met deze thematiek bezig houden, zoals Dr. Uwe Krüger in Leipzig en de Oostenrijker Dr. Kurt Gritsch, zeggen hetzelfde.

Gekaufte JournalistenDe oud-journalist heeft er echter vertrouwen in dat lezers zich uiteindelijk niet laten bedonderen. Dat zijn boek als warme broodjes over de toonbank gaat, wijst daar op. Via het internet is een wereld aan bronnen beschikbaar, zodat mensen zelf informatie kunnen wegen. Hoewel de lezersbestanden van dagbladen slinken zijn ze nog altijd relatief groot, maar de vetgemeste varkens van vandaag zijn de spek van morgen, aldus Ulfkotte. In de toekomst zullen mensen volgens hem niet meer voor een dagblad betalen, maar voor een bepaalde journalist die een betrouwbare reputatie heeft. Hij raadt beginnende journalisten dan ook aan geen betaalde reizen aan te nemen, geen werk voor lobby-organisaties en bedrijven te doen en zich niet voor politieke karretjes te laten spannen. De toekomst is aan Branded Journalists, individuele journalisten met een sterke reputatie voor onafhankelijkheid.

N.a.v. Udo Ulfkotte, Gekaufte Journalisten. Wie Politiker, Geheimdienste und Hochfinanz Deutschlands Massenmedien lenken, (Rottenburg, Kopp Verlag, 2014), gebonden, 336 p.