Posted on

Niet radicale islam maar goudkoorts bedreigt stabiliteit Indonesië

Door de zelfmoordaanslagen in Soerabaja kreeg Indonesië weer even wereldwijde aandacht. In diverse Nederlandse media was te lezen over de vrees van het Westen dat IS, na verslagen te zijn in het Midden-Oosten, de activiteiten naar Zuidoost-Azië aan het verplaatsen is. De nieuwe geweldsgolf op Java zou daar een bewijs van zijn. In dat narratief is het haast vanzelfsprekend dat Amerikaanse en Australische inlichtingendiensten ondersteuning bieden in de strijd tegen terrorisme.

Dit was ook zo na de bomaanslagen op Bali in 2002, waarbij veel Australische toeristen omkwamen. In de jaren die volgden werden de Indonesische autoriteiten bijgestaan door Australische en Amerikaanse inlichtingendiensten om de betreffende terreurgroep op te rollen.[1] Op de Filipijnen hetzelfde verhaal: voor de herovering van Marawi heeft president Duterte eveneens de hulp van de VS geaccepteerd: “Amerikaanse en Australische vliegtuigen assisteren bij het opsporen van de jihadisten en Amerikaanse commando’s helpen op de grond met adviezen.”[2] Zover gaat de inmenging in Indonesië niet, alhoewel, meteen na de aanslagen in Surabaya was de CIA er als de kippen bij om via het eigen Amerikaanse mediakanaal ‘CNN Indonesia’ assistentie aan de te bieden bij: “het ontmantelen van terroristische [netwerken], inclusief de jacht op de daders en de breinen achter deze terroristische acties.[3]

Voordat we deze ongevraagde assistentie meteen als een daad van onbaatzuchtige barmhartigheid beschouwen, is het cruciaal om de werkelijke geopolitieke belangen, en de geschiedenis daarvan, helder voor ogen te hebben.

Het punt is dat IS niet het enige gevaar vormt voor de nationale veiligheid van Indonesiërs. De kapers op de Indonesische (goud)kust komen niet zozeer uit het Midden-Oosten maar o.a. uit Phoenix Arizona waar het hoofdkantoor van het mijnbedrijf ‘Freeport McMoRan’ gevestigd is. Een Amerikaanse multinational dat door het delven van goud op West-Papoea onvoorstelbaar grote miljardenwinsten heeft gedraaid. De Indonesische president Joko Widodo (in de volksmond Jokowi) wil dit bedrijf nu gedeeltelijk nationaliseren. Het Amerikaanse Freeport is overigens gelieerd aan het Brits-Australische ‘Rio Tinto’. Terwijl de Amerikanen zich 60% van de goudberg op West-Papoea hebben toegeëigend, wordt de overige 40% door de Australiërs en Britten beheerd.[4]

Het heeft er alle schijn van dat de echte ‘piraten’ slechts handig gebruik maken van de angst en de chaos die IS-geïnspireerde aanslagen veroorzaken. Onder het mom van de strijd tegen terrorisme hebben ze zich met hun inlichtingendiensten, op slinkse wijze toegang verschaft.

Moslims versus niet-Moslims?

Zoals altijd spelen de media een belangrijke rol. Wat opvalt is dat Westerse media (in Nederland met name de Volkskrant, NOS en NRC) ons al een tijdje willen laten geloven dat het niet lang meer duurt voordat Indonesië een moslimstaat wordt.[5] Dus een situatie waarbij de 87% moslims de andere vijf religies (waaronder 10% Christenen) in een sektarische strijd overwinnen en het motto van de Republiek ‘Eenheid in diversiteit’ aanpassen. Voor de meeste Indonesiërs is dit ondenkbaar.

Dat neemt niet weg dat er sprake is van zichtbare beïnvloeding door het fundamentalistische Wahabisme dat uit Saoedi Arabië komt. De Indonesische liberale interpretatie van de Islam staat ontegenzeggelijk onder druk. Maar het in het Westen circulerende idee dat Indonesië ongeveer op het punt staat de sharia-wetgeving in te voeren is voor de meeste van mijn Indonesische vrienden totaal absurd.

Zo kopte NRC vorige week plompverloren: “20 jaar na de val van Soeharto is het moslims versus niet-moslims in Indonesië.”[6] Inderdaad was het precies twintig jaar geleden dat er een eind kwam aan het autoritaire regime van de Indonesische president Soeharto die vanaf 1965 tot 1998 het land met harde hand bestuurde. Echter, ook al waren de aanslagen in de havenstad Soerabaja deels gericht tegen kerken (maar ook de politie) iedereen die de stad wel eens bezoekt weet dat daar geen felle geloofsstrijd aan de gang is.

Prabowo’s flirt met moslimfundamentalisme

Maar niets is wat het lijkt. In werkelijkheid is er een machtsstrijd gaande die weinig met geloof maar alles met keiharde dollars en geopolitieke belangen te maken heeft. Dit gaat verder dan binnenlandse geloofsperikelen en de dreiging van terroristen en hun zo gevreesde kalifaat. Cruciaal zijn de Indonesische verkiezingen van volgend jaar. De rivaliteit tussen de twee belangrijkste politieke tegenstanders gaat over de internationale allianties die zij aangaan: van het opkomende China/Rusland tegenover de tanende macht van de VS. Het is algemeen bekend dat China een steeds grotere invloed heeft op de regio en het is ook duidelijk dat Washington dit al jaren zorgen baart.

Jokowi’s opponent Prabowo, (niet geheel toevallig ex-schoonzoon van dictator Soeharto die in 1965 met Westerse steun in het zadel was geholpen) is openlijk anti-China en als het erop aankomt kiest hij ervoor om Amerikaanse belangen te verdedigen.

Prabowo speelt een zeer dubieuze rol en heeft zich in het verleden als opportunistisch, machtsziek en uiterst gewelddadig getoond. Hij wordt onder andere beschuldigd van grove mensenrechtenschendingen op Oost-Timor en West-Papoea. Op het hoogtepunt van het (oorspronkelijk prowesterse) regime ging Prabowo in het leger, schopte het uiteindelijk tot generaal, trouwde in 1983 met de dochter van Soeharto en kwam zo dichtbij het centrum van de macht. Tijdens de studentenopstanden in 1998 heeft hij echter zijn troepen zodanig opgehitst dat dit resulteerde in massageweld waarbij studenten werden ontvoerd en zelfs vermoord. Daarnaast werden met name Chinezen slachtoffer. Prabowo’s medeplichtigheid in de ontsporing van geweld tijdens de opstand die zou leiden tot het aftreden van zijn schoonvader, zorgde er ook voor dat laatstgenoemde het contact met zijn schoonzoon verbrak. Het is nooit meer goed gekomen tussen die twee. Ook zijn huwelijk met de dochter liep in dat jaar op de klippen. Prabowo werd uit het leger ontslagen. Saillant detail: vanaf dat moment weigerden ook de VS hem toegang. Voor een aantal jaar week hij uit naar Jordanië, vestigde zich als zakenman en keerde vanaf 2004 in de Indonesische politiek terug.

Dat de VS in hun buitenlandbeleid erg selectief om mensenrechten geven, is evident. Het brengen van vrijheid en democratie is allang een holle frase gebleken. En als Prabowo iets met hen gemeen heeft is het wel opportunisme: het ontbreken van principes als het eigenbelang gediend moet worden. Ideologieën (of het nu democratie of islam is) zijn slechts interessant als manier om de massa’s te binden. Dit komt onder andere tot uiting in zijn steun voor fundamentalistische moslimgroepen die democratische waarden niet bepaald hoog hebben staan. De van huis uit christelijke Prabowo, die zich pas op latere leeftijd tot de Islam bekeerde, heeft geen enkele moeite met de meest militante groep van allemaal: de FPI (Front ter Verdediging van de Islam). De leider van deze club, die overigens net als Prabowo geweld niet schuwt, vluchtte een jaar geleden nog uit angst voor vervolging naar Saoedi-Arabië, waar hij eerder in de jaren ’90 cum laude was afgestudeerd. De FPI betuigt openlijk steun aan IS-leider Abu Bakr al-Baghdadi en andere aftakkingen van Al-Qaida. Ook togen ze vorig jaar massaal de straat op om de veroordeling van de Chinese en christelijke gouverneur Ahok te eisen. Illustratief is dat zijn uiteindelijke veroordeling voor veel Nederlanders het bewijs was dat de radicale islam dé bedreiging vormt voor het leefklimaat in de voormalige kolonie met zijn exotische stranden waar we maar al te graag ons biertje willen blijven drinken. Terwijl het in werkelijkheid dus weinig met geloof maar alles met politiek te maken heeft. 

Nieuwe allianties

De huidige president Jokowi, op zijn beurt, vaart een andere koers en het is te gemakkelijk om zijn buitenlandbeleid slechts als nationalistisch af te doen. De toenemende protectionistische wetgeving die onder zijn bewind werd doorgevoerd, en waar Westerse bedrijven steen en been over klagen, maakt tegelijkertijd een reeks niet-Westerse zakendeals mogelijk. Zo deed Indonesië vorig jaar nog een bestelling bij de Russen van in totaal negentien Soechoj gevechtsvliegtuigen.[7] Een deal waarbij Indonesië voor 50% in natura (koffie, tabak, palmolie enz.) mag betalen, iets waar Westerse multinationals met hun Wereldbank nooit mee in zouden stemmen. Ook zijn de Russen bereid hun kennis en expertise te delen zodat Indonesië de onderdelen zelf kan gaan fabriceren. Hoe reageerden de VS op dit nieuws? Jawel, door Indonesië prompt vierentwintig gevechtsvliegtuigen cadeau te doen.[8] Net als het genereuze aanbod om te helpen met terreurbestrijding komt deze daad van ogenschijnlijke barmhartigheid toch in een heel ander licht te staan als we hier het principe van ‘follow the money’ toepassen.

De Nederlandse geschiedenis van goud op Papoea

De spil in dit verhaal is de grootste goudmijn ter wereld die niet geheel toevallig de Nederlandse naam ‘Grasberg’ draagt en op het afgelegen West-Papoea ligt. Inderdaad, exact het gebied dat Nederland tot in 1963 niet op wilde geven, ook al hadden we eerder in 1949 de Indonesische onafhankelijkheid aanvaard.

Het narratief dat ons jarenlang is voorgehouden is dat wij ons dan misschien paternalistisch koloniaal opstelden maar dat we toch oprecht begaan waren met het lot van de lokale bevolking die niet bij Jakarta wilde horen. Ook nu nog, op die zeldzame momenten als er eens over West-Papoea wordt bericht, gaat het altijd over hun terechte vrijheidswens versus Indonesische mensenrechtenschendingen. In de Nederlandse versie van dit verhaal is Indonesië de nieuwe koloniaal en Amerika de neutrale bemiddelaar die ons tot inkeer bracht.

De Grasbergmijn is de omvangrijkste goudmijn en op twee na grootste kopermijn ter wereld. De mijn bevindt zich op de Grasberg in de nabijheid van de Ertsberg, waar eveneens zeer succesvol een mijn wordt geëxploiteerd (foto: Alfindra Primaldhi).

Niets is minder waar. In werkelijkheid is Nederland, die alleen maar raad wist met kolonialisme ‘oude stijl’ op een geraffineerde manier buiten spel gezet door de Amerikaanse ‘nieuwe stijl’ van koloniseren. Beiden ging het om het ‘El Dorado’ de Grasberg, en eerder de Ertsberg die inmiddels al tot op de bodem is uitgegraven. Kortom: het motief voor de Nederlandse claim op West-Papoea was niet humanitair maar primair goud en olie.

Het ontoegankelijke berggebied werd in 1936, vlak voor de Tweede Wereldoorlog, door de Nederlandse geoloog Jean Jacques Dozy in kaart gebracht. De uitzonderlijk hoge concentratie goud en andere waardevolle olievondsten werden bewust geheim gehouden, bang als men was voor Nazi-Duitsland en Japan, waarvan eind jaren ’30 al een dreiging uitging. Vanaf 1945 gooide de Indonesische onafhankelijkheidsverklaring roet in het eten. Overigens konden de Nederlanders niet om de Amerikanen heen, aangezien de Nederlandsche Nieuw Guinea Petroleum Maatschappij (NNPGM) voor 60% in Amerikaanse handen was, direct gelinkt aan de befaamde Rockefellers die later Freeport zouden opzetten. Als gevolg van de geheimhouding waren slechts enkele Nederlandse en Amerikaanse regeringsfunctionarissen op de hoogte van het nog te ontginnen ‘El Dorado’. Zelfs Soekarno en John F. Kennedy, die elkaar wel mochten, hadden geen idee. Pas toen Soeharto met wat hulp van Washington stevig in het zadel zat en Soekarno buiten spel was gezet ging Freeport op Papoea aan de slag.

In de recente publicatie ‘The Incubus of Intervention’ (2015) doet de Australische historicus Greg Poulgrain uitgebreid uit de doeken op welke slinkse manier deze interventie in zijn werk is gegaan en hoe cruciaal de rol van CIA-directeur Allen Dulles hierin was.[9]

Volgens Poulgrain redeneerde ‘mastermind’ Dulles dat het voor Amerikaanse bedrijven onmogelijk was om ​toegang tot Papoea ​te ​krijgen als ​het een ​onafhankelijk land zou zijn ​los ​van Indonesië​ (omdat laatstgenoemde dat als een vijandige actie zou interpreteren en Soekarno meteen de neokoloniale agenda erachter zou zien) de Nederlanders waren volgens hem sowieso kansloos​ met hun kolonialisme ‘oude stijl’​, en in het geval Papoea wel bij Indonesië zou worden ingelijfd, dan zouden de Amerikanen nog steeds geen toegang tot dat gebied krijgen met de anti-imperialistische Soekarno aan het roer. Vandaar dat Dulles aandrong op inlijving van Papoea maar mét een regime change.

“l’Histoire se répète.”

Hoe vertaalt zich dit naar de huidige situatie?  Paradoxaal genoeg wordt Jokowi in Westerse media een stuk positiever neergezet dan Soekarno destijds. Toch spelen ze vanuit historisch perspectief een vergelijkbare rol. Interessant is dat de eerst zo bejubelde Soeharto inmiddels uit de gratie is gevallen, we herinneren hem nu vooral als dictator die verantwoordelijk was voor de slachtpartij op communisten. Toch speelt Prabowo op dit moment een haast identieke rol als zijn eveneens opportunistische ex-schoonpapa. In de tweede helft van de jaren vijftig was Soekarno zich ook, net als Jokowi nu, op China, Rusland en andere niet-Westerse allianties aan het oriënteren. Vlak voor de coup van 1965 werden enkele Britse en Amerikaanse bedrijven gedwongen genationaliseerd.

Dat de Amerikaanse kapers op de Indonesische (goud)kust het anno 2018 niet kunnen uitstaan dat Jokowi nu hetzelfde probeert, is niet verwonderlijk aangezien de omzet van Freeport McMoRan in 2017 een slordige 16 miljard dollar bedroeg. In de top 500 van meest invloedrijkste Amerikaanse multinationals staat het bedrijf maar liefst op nummer 175.[10]

Juist deze vette melkkoe wordt bedreigd met nationalisatie doordat Indonesië vorige jaar bekend maakte dat ze bovenop de oorspronkelijke 9% vanaf nu 51% aandeel eisen. Freeport McMoRan, en het verwante Rio Tinto, accepteren dit niet en willen geld zien. De Amerikaanse Vicepresident Mike Pence vloog er speciaal voor naar Jakarta om eens een hartig woordje met Jokowi te spreken. Miljardair Carl Icahn, een van de grootste aandeelhouders in Freeport en tevens adviseur van Trump, beschuldigde Indonesië zelfs van “vals spelen” en zei het als een belediging op te vatten dat een contract, dat officieel pas in 2021 afloopt, zomaar ter discussie werd gesteld.[11]

En wat was de reactie van Prabowo? Onbeschaamd benadrukte hij dat Indonesië in het verleden zoveel te danken had aan de VS: “We moeten degenen [de Amerikanen] respecteren die ons ooit hebben geholpen. Hopelijk is er een oplossing waarbij iedereen wint, de belangen van de Republiek moeten worden afgewogen tegen de belangen van de investeerders.” [12]

Nu is deze situatie op wereldniveau niet uniek. In Zuid-Amerika, waar Freeport McMoRan ook actief is, proberen overheden eveneens meer grip te krijgen op de kapitalistische graaicultuur die vooral de 1% in de VS ten goede komt. Het is dan ook typerend dat de New York Times deze tendens slechts afdoet als kansloos nationalistisch gedoe waar de landen zelf uiteindelijk de dupe van zullen worden.[13]

De wereldmacht van de VS mag dan tanende zijn, een kat in het nauw maakt rare sprongen. Als je de trucjes van de VS een beetje kent dan weet je dat als zij linksom geen toegang krijgen, ze het rechtsom zullen regelen.

Kortom: in het uitzonderlijke geval dat Indonesië in de toekomst een moslimstaat wordt, dan zal dat niet zijn omdat de 87% Indonesische moslims dat zo graag wil, maar allereerst omdat militante groeperingen, zoals de FPI, politiek worden ingezet voor opportunistische doeleinden.  Laat we ons daar maar eens op bezinnen als de CIA landen als Indonesië aanbiedt te helpen met het opsporen van terroristische netwerken.


[1] Arjen van der Ziel, ‘Probeert IS in Indonesië een nieuw front te openen.’ Trouw (14 mei 2018) https://www.trouw.nl/religie-en-filosofie/probeert-is-in-indonesie-een-nieuw-front-te-openen-~a1abbc02/

[2] Arjen van der Ziel, ‘IS-jihadisten richten zich op Zuidoost-Azië, nu ze Irak en Syrië bijna kwijt zijn.’ Trouw (11 juli 2017)

https://www.trouw.nl/home/is-jihadisten-richten-zich-op-zuidoost-azie-nu-ze-irak-en-syrie-bijna-kwijt-zijn-~a070d74d/

[3] https://www.cnnindonesia.com/nasional/20180516163304-20-298714/amerika-serikat-siap-bantu-indonesia-buru-teroris

[4] https://nl.wikipedia.org/wiki/Rio_Tinto_Group#Locaties

[5] https://nos.nl/artikel/2215661-geen-bier-hier-de-drooglegging-van-yogyakarta.html

[6] https://www.nrc.nl/nieuws/2018/05/20/20-jaar-na-de-val-van-soeharto-is-het-moslims-versus-niet-moslims-in-indonesie-a1603600

[7] https://www.youtube.com/watch?v=Omz9sxhNDSk

[8] https://nasional.kompas.com/read/2018/02/28/11525101/indonesia-resmi-terima-24-pesawat-tempur-f-16-hibah-as

[9] https://www.amazon.com/Incubus-Intervention…/dp/9670630509

[10] https://eu.azcentral.com/story/money/business/2015/12/28/moffett-resigns-freeport-mcmoran-chairman/77971352/

[11] Jon Emont ‘Foreigners Have Long Mined Indonesia, but Now There’s an Outcry’, New York Times, ​(March 31, 2017​) https://www.nytimes.com/2017/03/31/business/energy-environment/indonesia-gold-mine-grasberg-freeport-mcmoran.html

[12] ’Prabowo Soal Kisruh Freeport: Solusinya Semua Menang,’ Tempo (27 Februari 20170 https://nasional.tempo.co/read/850475/prabowo-soal-kisruh-freeport-solusinya-semua-menang

[13] Jon Emont, ‘Freeport To Give Indonesia A Majority Stake In Its Grasberg Mine,’ New York Times (Aug. 29, 2017) https://www.nytimes.com/2017/08/29/business/indonesia-freeport-mcmoran-grasberg-deal-majority.html

Posted on

Het eigenaardige einde van Europa

In The Strange Death of Europe herleidt Douglas Murray deze ‘eigenaardige dood’ tot massa-immigratie, identiteitsverlies en sluipende islamisering. Murray biedt daarbij niet zozeer nieuwe feiten, maar zet voort wat rond het begin van dit decennium met Christopher Caldwells boek Reflections on the Revolution in Europe (De Europese Revolutie, 2009) begon. Hier wordt niet meer slechts met Angelsaksische nuchterheid de balans opgemaakt. Hier gaat het om een gerichte confrontatie met dreigende gevaren en een oproep tot verzet.

Murray maakt weliswaar geen gebruik van Renaud Camus’ term ‘grand remplacement‘ (grote vervanging), maar zijn taxatie van de migratiegolven is helder: Er komen er te veel, die hier niet thuis horen en hier ook nooit thuis zullen horen. Er komen er meer dan de Europese volken met het oog op hun zwakke geboortecijfers zouden kunnen absorberen, en absorptie zou nodig zijn als men de Europese identiteit wil bewaren. Die identiteit is natuurlijk niet eens en voor altijd gefixeerd, maar ook geen mozaïek waarvan de steentjes naar believen steeds opnieuw samengesteld kunnen worden. Er moet zoiets als continuïteit mogelijk zijn, ook een uiterlijke herkenbaarheid. Wie dat bestrijdt, houdt ofwel zichzelf voor de gek dan wel de anderen en voedt de “zelfhaat”, een haast volledig uitdoven van het Europese zelfbewustzijn en van de wil zich te doen gelden met het oog op een eindeloos aangehaalde historische “schuld”, die de blanke man met zending, kolonialisme, fascisme enzovoorts op zich geladen zou hebben. Tegelijk stimuleert de leider een laatste toevlucht, waarvan hij voorwendt die te bestrijden: het “ras” als laatste, onbetwistbare bolwerk van de identiteit.

Hoe ver het proces van de aftakeling al voortgeschreden is, illustreert Murray aan de hand van het lot van het Parijse stadsdeel Saint-Denis. Daar bevindt zich in de kathedraal de crypte waar de Franse koningen begraven liggen. Vandaag de dag wordt de wijk bewoond door zwarten en Noord-Afrikanen. Wanneer er in de kathedraal een kerkdienst plaatsvindt, posteert men zwaar bewapende soldaten rond het gebouw. De schrijver observeert treffend dat zelfs Jean Raspail in zijn dystopische roman Le Camp des Saints (De ontscheping, 2017) dat niet zo geschilderd heeft, net zo min als dat een priester tijdens de mis in zijn dorpskerk de keel doorgesneden wordt.

Dat de daders moslims waren is voor Murray alles behalve toeval. De islam houdt hij voor dé bedreiging voor de Europese identiteit en dat niet alleen vanwege de schier onafzienbare massa van de uit het Midden-Oosten, Noord-Afrika en andere regio’s toestromende immigranten of het grotere kindertal van de reeds in Europa wonende moslims, maar ook vanwege de agressiviteit en primitiviteit van de wereldbeschouwing die velen van hen er volgens Murray op na houden. Murray heeft er in ander verband al eens op gewezen dat hij ‘islamofobie’ niet als pathologische maar als rationeel ziet. Er zijn heel goede redenen om bang te zijn voor de islam, die anders is dan andere religies – zoals het christendom of het jodendom – in de zin dat het een grotere, meer ingrijpende machtsaanspraak zou doen dan andere geloven.

Daarom acht Murray het zaak op te roepen tot gedecideerde verdediging van Europa. De auteur is er zeker van dat het nog niet te laat is, want de Europeanen zijn het weliswaar over veel oneens, maar ze zijn het nog grotendeels eens dat ze het Europa terug willen dat hun Europa was. Met het oog op het feit dat de politieke klasse het zo jammerlijk af heeft laten weten, voorziet Murray echter geen zachte landing. Een “terughoudende reactie” op de uitdagingen die de 21e eeuw voor ons in petto heeft, volstaat niet meer.

N.a.v. Douglas Murray, The Strange Death of Europe. Immigration, Identity, Islam (Bloomsbury Continuum: London, 2017), hardcover, 352 pagina’s

 

 

Posted on 2 Comments

“Zonder Poetin was Syrië er geweest”

Volgens de Vlaamse pater Daniël Maes, die sinds 2010 in Syrië woont, klopt er niks van de berichtgeving over de oorlog in het land. Niet president Bashar al-Assad is het probleem, maar onze eigen politici, die ISIS en Al Nusra steunen om de Syrische regering ten val te brengen. “De echte terroristenleiders zitten in het Westen en Saoedi-Arabië.”

De 79-jarige pater Daniël Maes is tijdelijk terug in zijn geboorteland België. Hij verblijft in de norbertijner abdij van het Vlaamse Postel, van waaruit hij in 2010 vertrok naar Syrië, dat toen nog niet in oorlog was. In Qara beleefde hij precaire momenten, toen in 2013 het 25.000 zielen tellende dorp werd ingenomen door een rebellenleger van 60.000 man. Nu is hij ‘op vakantie’ in België, om aan te sterken, nadat hij in Syrië zwaar ziek was geworden (‘Ik dacht: Het is gedaan’), en het eten daar niet meer kon verdragen. Maar ook om de mensen in de Lage Landen het ‘echte verhaal’ te vertellen over Syrië, omdat ze dat van de mainstream media niet te horen krijgen. Midden juni vertrekt hij weer, zijn valiezen gevuld met hulpgoederen voor de noodlijdende Syrische bevolking. 

U woont in een klooster uit de zesde eeuw na Christus, in een land ver van huis.  Hoe kwam u daar zo terecht? 

Ik kwam daar op uitnodiging van de moeder overste, zuster Agnes-Mariam. Zij is een bijzondere figuur. Ze heeft jarenlang als hippie de wereld rondgezworven. En zij heeft de gave de authenticiteit van het monnikenleven in een aangepaste stijl te brengen. Ik vond in het Mar Yakub klooster waar ik mijn hele leven mee bezig was geweest: charismatische bezieling, oecumenische openheid, het missionarissenwerk en de zorg voor de armen. Het klooster was een ruïne, toen moeder Agnes-Mariam het aantrof, en het is vanaf het jaar 2000 onder haar leiding prachtig gerestaureerd. Ik kwam er als toerist, en ik zou er als toerist weggaan, maar Agnes-Mariam vroeg mij of ik een propedeutisch jaar wilden organiseren, een voorbereiding voor de priesteropleiding, het allereerste katholieke seminarie van heel Syrië. En zo ben ik gebleven.

Wat was uw indruk van Syrië voordat de oorlog uitbrak?

Het was een prachtig land. De persoonlijke politieke vrijheden bleken niet al te groot te zijn; dat had ik wel verwacht. Maar voor het overige werd ik aangenaam verrast. Er heerste een weldadige oosterse gastvrijheid, en een rust en orde zoals wij die in eigen land nooit hebben gekend. Stelen en baldadigheden waren nagenoeg onbestaande. De vele verschillende gelovige en etnische groepen leefden harmonieus naast elkaar.

Het land had geen staatsschuld en kende geen daklozen. Integendeel, vele honderdduizenden vluchtelingen van omringende landen, zoals Irak, werden opgenomen en ook onderhouden als eigen burgers.

Het dagelijks leven was bovendien zeer goedkoop, zoals de voeding. Scholen, universiteiten en ziekenhuizen waren gratis, zelfs voor ons vreemdelingen. Ik sprak een Franse chirurg die zei dat de ziekenhuizen in Syrië beter waren dan die in Frankrijk.

Hoe is het conflict in Syrië begonnen? De heersende opinie in het Westen is dat de eerste protesten in Homs vreedzaam begonnen, en dat dat op slag veranderde door het harde optreden van de regering.

Dat is klinkklare nonsens. Ik heb met eigen ogen gezien hoe die zogenaamde volksopstand ontstaan is in Qara. Op een vrijdagavond in november  2011, onderweg naar de pastorie, waar ik was uitgenodigd, zag ik bij de centrale moskee een groep van zo’n vijftien jongeren. Ze riepen dat Assad een dictator was, en dat hij weg moest. En ik zag andere jongeren die daar foto’s van maakten. Ze maakten zoveel herrie dat het mij een unheimisch gevoel gaf. Ik meldde dat bij de pastoor, maar die wist er al van. Hij zei: ‘Sinds enige tijd komen hier mannen van buiten Syrië. Die komen herrie maken, en die nodigen dan onze jongeren uit om daar foto’s  en video’s van te maken. Als ze die aan de Al Jazeera bezorgen, dan krijgen ze daar geld voor.’

Toen waren er nog geen protesten geweest in Homs?

Het moet rond de tijd zijn geweest dat daar de protesten begonnen. De Nederlandse Pater Frans van der Lugt, die in Homs woonde, en die later daar vermoord is, heeft ook gezien en gemeld in zijn brieven dat het niet de politie was die begon met schieten, maar de terroristen die zich te midden van de demonstranten bevonden.

De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders vindt dat Assad zou moeten worden berecht door het Internationaal Strafhof in Den Haag vanwege oorlogsmisdaden. U ziet dat anders?

Die Koenders is een kleine jongen die daar staat als een koning maar niet weet dat hij geen kleren aan heeft. Iedereen met een klein beetje verstand ziet dat hij een marionet is van de Amerikanen, die precies zegt wat ze hem influisteren.

Wie de belangen van vreemde grootmachten dient om andere volken in de diepste ellende te storten, is een terroristenleider, de naam van staatsman onwaardig.

Assad heeft niks verkeerds gedaan?

Zie de gifgasaanval in Goutha, bij Damascus, in 2013, waarvan Assad onmiddellijk werd beschuldigd. Iedereen die zich daar ook maar een klein beetje in verdiept, ziet meteen dat het de terroristen waren die daar achter zaten.

Een jaar voor de gifgasaanval had Obama gezegd: ‘Het gebruik van chemische wapens is een rode lijn.’  Iedereen in de journalistiek zou toen moeten hebben gedacht: ‘Klinkt dat niet een beetje als president Bush, die indertijd zei: Binnen 48 uur moeten de massavernietigingswapens van Irak bovenkomen.’

Maar ze trapten er opnieuw in. Met veel mediaomhaal werd er een internationale onderzoekscommissie naar Damascus gestuurd, en juist toen ze waren gearriveerd, was er die enorme gifgasaanval, praktisch onder hun neus. In Ghouta nota bene, een onbewoonde streek, waar de mensen allang waren gevlucht.

En binnen twee uur verschenen er foto’s van kamers met stervende kinderen. Van Hollywood-kwaliteit. Sommige bleken lang tevoren te zijn genomen, andere twee uur na de aanval. En nergens een treurende moeder te zien.

Er waren wel ouders die hun kinderen herkenden op de foto’s. Maar die woonden niet in Ghouta, maar 200 kilometer verderop, in dorpen rondom Latakia. Twee weken voor de gifgasaanval waren hun dorpen overvallen door terroristen, en die hadden hun kinderen gekidnapt. Het waren dus gekidnapte kinderen die we op de foto’s te zien kregen, die vermoord waren om een mediastunt uit te halen. Hoe is het mogelijk dat er zoveel stomme journalisten zijn die dat niet doorhebben? U kunt het nalezen in het rapport van Moeder Agnes-Mariam.

Zijn er dan helemaal geen oorlogsmisdaden gepleegd door de Syrische autoriteiten? Amnesty International bracht in februari nog een rapport uit over massaexecuties in een gevangenis in de buurt van Damascus.

Als je als journalist wilt weten hoe het werkelijk zit, dan moet je geen rapporten van Amnesty gaan lezen, dan moet je naar het land zelf gaan. En ik vraag u: Hoe kan het dat een president die zoveel oorlogsmisdaden begaat tegen zijn eigen volk, zolang in leven kan blijven, terwijl het land vol zit van terroristen die hem naar het leven staan? En hoe kan het dat je overal in Syrië mensen ziet met de foto van Assad op de achterruit van hun auto?

De christenen, sjiieten, druzen en alawieten misschien. Maar ook de soennieten?

Absoluut. De overgrote meerderheid van de soennieten staat achter Assad. En als je in Tartus komt, waar veel soennieten wonen, dan zie je daar niet alleen foto’s van Assad, maar ook die van Poetin.

Voor het rapport van Amnesty over de Saydnaya-gevangenis zijn tientallen getuigen geïnterviewd.

Dat is vals. Het laatste verhaal is dat Assad duizenden mensen heeft gecremeerd in die gevangenis. Dat kan helemaal niet. Die is zo klein, daar kunnen nooit in zo’n korte tijd zoveel mensen zijn omgebracht.

Amnesty heeft gezegd dat ze het Amerikaanse verhaal van de crematies niet kan bevestigen.

Ze spreken het ook niet tegen. En intussen hebben de media de verdenking zo vaak herhaald, dat de mensen het zijn gaan geloven.

Hoe ziet u de rol van de journalistiek? Hoe kan het dat zij een beeld schetsen van Syrië dat u totaal niet herkent?

Daarvoor moet u het boek lezen van de Duitse journalist Udo Ulfkotte, Gekochte Journalisten.  Als je niet meegaat met de heersende opinie, het opgelegde draaiboek niet volgt, dan kom je onvermijdelijk in botsing. Dan word je buitengezet.

Maar erger vind ik nog een organisatie als Pax Christi, die in naam van kerkelijke instanties reclame maakt voor de zogenaamde ‘gematigde rebellen’, en zich daarmee totaal keert tegen de christenen in Syrië, tegen de bisschoppen en patriarchen daar. Pax Christi steunt het uitmoorden van Syrische christenen.

Ik heb een voordracht gezien van een zogenaamde Midden-Oosten expert van Pax Christi. Aan het einde van haar voordracht toonde ze haar bronnen. Die waren: Al Jazeera, Al Jazeera en Al Jazeera.

Wat betreft die journalisten: Ik begrijp het wel een beetje. Ze hebben vaak een gezin waarvoor ze moeten zorgen. Maar ik zou wel willen dat ze wat meer ruggengraat toonden.  Het zijn zakken, platbroeken, die je overal neer kunt zetten, omdat ze zelf geen enkele mening hebben.

Waarom denkt u dat zoveel landen af willen van Assad?

In 2009 heeft Qatar Bashar al-Assad gevraagd een pijpleiding aan te leggen door Syrië naar de Middellandse Zee. Assad heeft toen gezegd: Wij gaan dat niet doen want we zijn al bezig zo’n pijplijn aan te leggen met Rusland en Iran. Toen is de oorlog begonnen. Niet in 2011.

We moeten niet vergeten: Homs, waar de protesten begonnen, is een belangrijke locatie voor de doorgang van de pijpleiding. Het is geen toeval dat juist daar de gewelddadigheden begonnen, en dat de nieuwszender van Qatar, Al Jazeera, daar bovenop zat.

En de overige landen? Waarom zijn zij Assad vijandig gezind?

Voor het Westen is het onaanvaardbaar dat Syrië nog een van de weinige landen is met een bank die onafhankelijk is, en dat het land geen staatsschuld had en dus niet ‘gered’ hoefde te worden.

En de Turken die willen gewoonweg het Ottomaanse rijk terug. Het is ook schandalig wat ze in Aleppo hebben gedaan. Aleppo was het economische hart van Syrië. De Turken hebben daar in een paar dagen tijden alle fabrieken ontmanteld en meegenomen naar Turkije.

Israël is ook een hele belangrijke motor achter het conflict. De zionisten willen een pure joodse staat van de Nijl tot de Eufraat. Ze willen dat Syrië in kleine staatjes uiteen valt, en dat die staatjes elkaar gaan bevechten. Divide et empera.  Verdeel en heers.

De Israëli’s bombarderen in Syrië, ze verplegen gewonde terroristen en ze leveren wapens.

Ik denk dat het zionisme even slecht is voor het jodendom als ISIS voor de islam. Maar laten we dat maar niet hardop zeggen, want dan is men voor veel protestanten in Nederland de duivel zelve.

De Israeli’s zeggen dat ze zich in het conflict mengen vanwege de aanwezigheid van milities van Hezbollah.

Dat is waar. Maar Hezbollah is één van de mooiste verzetsbewegingen die er bestaan. Ik heb jongemannen van Hezbollah gesproken, en zij zeggen: ‘Wij zijn ontstaan toen de zionisten onze families kwamen verjagen en uitmoorden. En wij helpen daarom degenen die op dezelfde wijze zo onderdrukt worden’.

U zegt zelfs dat u uw leven te danken heeft aan Hezbollah.

Het is mede dankzij Hezbollah dat zoveel christenen en andere Syriërs nog in leven zijn.  Ze zijn ons op de moeilijkste momenten te hulp geschoten. En hetzelfde geldt voor het Syrische leger en de Russen. Als Poetin niet gekomen was in 2015, dan had Syrië zeker niet meer bestaan.

Van de Russen wordt gezegd dat ze zich in het conflict hebben gemengd om hun positie in Syrië te verdedigen.

Er zal zeker eigenbelang bijzitten. Maar Poetin is ook iemand die de christenen wil verdedigen. En hij wil ook een multipolaire wereldorde, waarin niet één land, Amerika, alles bepaalt. Het ergert Poetin dat de Amerikanen zich niks aantrekken van internationale regels. Ze plegen een staatsgreep in Oekraïne, en zijn dan nog zo brutaal om te zeggen dat de Russen zo agressief reageren.

Syrië is een soeverein land. Dat is wat Poetin benadrukt. Hij zegt ook: Wij zijn er niet ter bescherming van Assad, maar ter bescherming van de Syrische staat.

De Russen zijn de enigen die, met toestemming van de Syrische regering, militair aanwezig zijn in Syrië. Wat doen de Belgische en Nederlandse F16’s daar? Die hebben er niks te zoeken. Zij werken mee aan de vernietiging van een land.

Het Westen zegt ISIS te bestrijden. Maar u betwijfelt dat?

U herinnert zich vast nog de Hollywoodopnamen van ISIS die Syrië binnenreed, een eindeloze colonne van gloednieuwe Toyota’s, dwars door de woestijn. Die zouden toch in een half uur opgeruimd moeten zijn geweest als het Westen dat werkelijk gewild had? Maar dat is niet gebeurd hè? En van wie hadden ze die Toyota’s? Ga dat maar eens uitzoeken.

Wat we wel steeds horen is dat ISIS bij vergissing wapens in handen krijgt die bedoeld zijn voor de gematigden, en dat bij vergissing het Syrische regeringsleger wordt gebombardeerd. En hier en daar wordt dan misschien nog eens een ISIS-strijder getroffen, maar dat zijn meer de uitzonderingen.

Christenen vormen een minderheid in Syrië. Hoe zien zij het geweld van ISIS, Al Nusra en andere groeperingen? Als een probleem van de islam?

In de eerste plaats zien zij het als een politiek middel van het Westen, om Syrië te ontwrichten en een regeringswissel te brengen. En niet alleen de christenen, ook de moslims in Syrië zien dat zo. Zij schamen zich voor ISIS en Al Nusra. Zij zeggen: ‘Dat is niet de islam.’

Hoe ziet u zelf het geweld binnen de islam?

De islam is dubbelzinnig. In de Koran staan hele mooie verzen over de vrede. Maar in de Koran staat ook dat de ongelovigen, dus de niet-moslims, afgemaakt moeten worden.

De Bijbel en de Torah zijn ook niet vrij van geweld.

Dat is zo. Maar de onvolmaaktheden van het Oude Testament komen tot ontplooiing in het Nieuwe Testament. En van de Koran zou je kunnen zeggen: het is het Oude Testament zonder de geest van het Nieuwe Testament.

Jezus zei: ‘Ik kom niet om de vrede te brengen, maar het zwaard.’

Als jij iemand met het zwaard doodt of verwondt, dan zal in heel de christenheid niemand zeggen: ‘Die man volgt het evangelie.’ Maar als een moslim zichzelf opblaast midden in een grote groep mensen, dan zijn er helaas moslims die zeggen: ‘Ik zou dat eigenlijk ook moeten doen, maar ik heb de moed niet.’

Maar uw ervaringen met moslims in Syrië zijn overwegend positief?

Ik ben door moslims altijd even gastvrij ontvangen als door christenen. Syrië is een seculiere staat. Syriërs zien zichzelf in de eerste plaats als Syriër, en daarna pas als christen, soenniet, druz, alaviet of sjiiet. Je ziet dat ook in de regering. Daar zie je ministers van diverse religies. Iedereen mag zichzelf zijn. De harmonieuze samenwerking van bevolkingsgroepen is altijd kenmerkend geweest voor Syrië. Ze zien zichzelf als één familie.

Ik heb zelfs een kolonel meegemaakt van het Syrische leger, die mij vroeg of ik hem wilde zegenen voordat hij naar Aleppo vertrok. Dat was een soenniet.

Hoe denken christenen in Syrië over de steun die westerse regeringen geven aan gewapende groeperingen?

Ze lijden eronder dat hun geloofsgenoten in het Westen niet solidair zijn met ze. Ze begrijpen het ook niet.

Misschien zijn er in Syrië ook christenen die het juist toejuichen dat het Westen bepaalde gewapende groepen steunt?

Ik ken ze niet. Maar als u ernaar op zoek gaat, zult u ze misschien vinden. Er zijn altijd en overal uitzonderingen op de regel. Maar de doorsnee Syriër moet daar niets van hebben.

Heeft u contact gehad in België of in Nederland met politici?

Met Herman van Rompuy, in 2012, toen hij voorzitter was van de Europese Raad. Ik had de indruk dat hij nauwelijks wist waar Syrië lag. Het enige wat hij over Syrië dacht te weten, had hij uit rapporten die het land omschreven als de vreselijkste dictatuur ter wereld. Die ontmoeting heeft mij echt ontgoocheld. Ik vertelde hem dat mijn ervaring was dat Assad gesteund werd door brede lagen van de bevolking, ook door de soennieten. Maar het leek alsof die man dat ervoer als heiligschennis. Ik had sterk de indruk dat hij vooral bezig was met de vraag: ‘Hoe voorkom ik dat ik op die 28 paar tenen ga staan in de Europese Raad?’

Pieter Omtzigt van het CDA heb ik vorig jaar ontmoet. Die weet werkelijk wat er gaande is en is ook bereid zich in te zetten.

Ik heb begrepen: In Nederland hebben de christelijke partijen gestemd voor een motie om de steun te staken aan het Vrije Syrische Leger. Maar de PVV heeft tegen gestemd. Begrijpt u dat? Is dat omdat zij zionisten zijn? Als je tegen de radicale islam bent, waarom stem je dan voor het steunen van islamitische terroristen in Syrië?

Veel Syriërs zijn gevlucht naar Libanon en naar gebieden in Syrië die onder controle zijn van de Syrische staat. Wat onderscheidt deze vluchtelingen van degenen die  naar het Westen vluchten?

Iedereen die de kans had te vluchten naar gebieden die door het regeringsleger gecontroleerd werden, heeft dat gedaan. Uitgezonderd degenen die geen toekomst meer zagen in Syrië.

Er is kritiek op Syrische jongemannen die naar het Westen gevlucht zijn. Daarover wordt gezegd: Waarom zijn die gevlucht? Waarom vechten ze niet terug?

Het is een georganiseerde ontwrichting. Die jongemannen zijn naar Europa gelokt, want Europa moet geïslamiseerd worden.

Kan iedere jongeman dienst nemen in het Syrische leger? Bestaat er een dienstplicht?

Jazeker. Alleen wie vluchten ontkomen daaraan. Daar staat tegenover dat veel oudere mannen zich vrijwillig hebben aangemeld.

Het Westen leidt een boycot tegen Syrië. Hoe houden de Syriërs zich desondanks in leven?

Veel komt het land binnen via liefdadigheid. Maar ik heb tot mijn verbazing, net voor mijn vertrek uit Syrië, medicamenten gezien die in Aleppo gemaakt waren. Dus ondanks alle verwoesting daar zijn ze er toch weer in geslaagd opnieuw te beginnen.

In een eerder interview sprak u de hoop uit dat president Donald Trump voor verandering zou zorgen van het Amerikaanse beleid. Bent u nog steeds zo hoopvol gestemd over hem?

Trump zei tijdens zijn verkiezingscampagne wat elk verstandig mens in zijn plaats gezegd zou hebben: ‘We moeten stoppen met wapens leveren aan rebellen, want we weten niet wie het zijn. Laten we stoppen met interveniëren in soevereine landen. En laten we samen met Rusland het terrorisme bestrijden.’

Dat was hoopvol. Maar intussen is hij in de greep gekomen van de Deep State, de werkelijke machthebbers in het land. Hij heeft die raketten afgevuurd op dat militaire vliegveld in Syrië. Waarschijnlijk onder druk van de Deep State. Desondanks heeft hij de Syriërs verwittigd. Zodat er weinig schade is aangericht. De meeste vliegtuigen waren al weggehaald. En de helft van de raketten was niet eens aangekomen. De dag erna was het vliegveld alweer operationeel.

U bent nu op vakantie in België. Gaat u met een gerust hart terug naar Syrië? U heeft er benauwde momenten doorgemaakt.

In 2013 werd Qara ingenomen door een leger van 60.000 terroristen. Ze liepen schietend door de stad. We hebben ons toen verstopt in de kelder van het klooster. Na een week werden ze verdreven door het Syrische leger. Die waren maar met 200 man! Maar toch sloegen de terroristen op de vlucht, terug naar Libanon, de ene groep na de andere. Dat was omdat ze geen sterk geheel vormden. Ze bestreden elkaar. Toch is er geen enkele menselijke verklaring voor waarom ze met zulk een overmacht het klooster niet hebben ingenomen.

U bent toen niet bang geweest?

De meesten van ons hebben geen enkele vrees gehad, zelfs niet op de momenten dat we dachten: Het is gedaan. We hadden ook geen tijd om ons zorgen te maken, omdat er kinderen en vrouwen en zwakken van gestel waren om wie we moesten denken. Er is zelf nog een kind geboren bij ons. Iedereen was erg bekommerd om elkaar. De kinderen moesten bezig gehouden worden. We deden spelletjes, we hebben gebeden en gezongen. We hadden na een paar dagen geen water meer, maar nog wel melk. En aan het einde van de week begon het te sneeuwen. Dat was het begin van het einde van de belegering.


Noot van de redactie: Aanvankelijk is per abuis een ongecorrigeerde versie van het interview gepubliceerd. Om 10.37 uur is derhalve een aantal kleine correcties gedaan.

Posted on 1 Comment

De verslechtering van de positie van christenen in de Arabische wereld ten gevolge van de ‘Arabische lente’

De Arabische lente heeft in de meeste Arabische landen geleid tot een duidelijke verslechtering van de positie van christenen. Naast de groeiende politieke invloed van het islamisme, is de islam steeds zichtbaarder in de Arabische samenlevingen, en neemt religieus gemotiveerd geweld tegen christenen toe. Christenen verlaten de regio in groten getale, en de christenen die blijven verkeren in een kwetsbare positie. Te midden van de verdrukking geven het groeiende bewustzijn van de historische christelijke gemeenschappen en het aantal moslims dat zich bekeert tot het christendom reden tot hoop.

Ruim twee jaar geleden werd de Arabische wereld opgeschud door een golf van protesten en revoluties die uiteindelijk leidden tot grote politieke aardverschuivingen. Aanvankelijk kwamen de protesten vooral voort uit breed gedeelde ontevredenheid over de aanhoudende slechte economische situatie, hoge voedselprijzen en structurele werkeloosheid. In korte tijd verdwenen echter sociaal-economische motieven naar de achtergrond. De revoluties werden gekaapt door fanatieke bewegingen die hun kans grepen om hun islamitische agenda te verwezenlijken. Met name de rechteloosheid ten gevolge van de ‘Arabische lente’, in combinatie met de sterke opkomst van verscheidene politiek-islamitische bewegingen, maakt de positie van christenen steeds moeilijker.

In het eerste deel van dit artikel zal aandacht besteed worden aan (1) de specifieke gevolgen van de ‘Arabische lente’ voor de positie van christenen in de Arabische wereld. In het tweede deel zal ingegaan worden op één van de meest verontrustende consequenties van de verslechterde positie van christenen: (2) de emigratie van christenen uit de regio. Tot slot zullen (3) enkele perspectieven worden gegeven voor de toekomst.

1. Arabische lente of Arabische winter? De gevolgen van de opstanden in de Arabische wereld voor de positie van christenen.

De ‘Arabische lente’ werd door velen gezien als een brede maatschappelijke beweging die vroeg om een einde aan mensenrechtenschendingen, corruptie en armoede. Heel snel bleek echter de uitkomst van deze revoluties volledig in strijd met de oorspronkelijke bedoelingen van de demonstranten[1]. De hoopvolle bestempeling van de revoluties in de Arabische wereld als ‘Arabische lente’ door Westerse analisten was niet alleen te optimistisch, maar ook naïef. Zeker, de autoritaire machthebbers in landen als Egypte en Libië werden verdreven, maar daar zijn politiek-islamitische regimes voor in de plaats gekomen die in de praktijk net zo autoritair zijn als hun voorgangers. Democratische hervormingen blijven uit, de rechteloosheid neemt toe, en de grote economische uitdagingen waar de regio voor staat zijn niet opgelost.

De Arabische lente begon in Tunesië in december 2010 en werd gevolgd door andere Arabische landen. In alle Arabische landen is de opkomst van een grote verscheidenheid aan politiek-islamitische bewegingen een belangrijk kenmerk van de revoluties, ten koste van seculiere protestbewegingen. Als gevolg hiervan oefenen islamitische groepen grote invloed uit op het regeringsbeleid en laten ze hun invloed merken in de samenleving.

In Tunesië, Egypte en Libië leidden de opstanden uiteindelijk tot een verandering van regime, waardoor islamitische partijen aan de macht kwamen. In Marokko, Algerije en Jordanië werden hervormingen geïntroduceerd om islamistische facties tevreden te stellen en de sociale vrede te bewaren, maar bleven de zittende regimes aan de macht. In Syrië, Saoedi-Arabië en Oman werden demonstraties op gewelddadige wijze neergeslagen. Ook in Jemen en Bahrein was er met name in 2011 meer geweld, al heeft dat nog niet geleid tot structurele veranderingen. In Jemen trad President Saleh die sinds 1990 aan het bewind was, als gevolg van aanhoudende protesten begin 2012, af.

SYRIA_please credit Flickr.com/freedomhouseSyrië bevindt zich al meer dan twee jaar in een zeer gewelddadige burgeroorlog met zowel politieke als sektarische elementen, waarin het regeringsleger vecht tegen diverse rebellengroepen. Formeel is Bashar Al-Assad nog steeds aan de macht, maar de rechteloosheid in het land neemt toe, en er lijkt geen uitzicht op een spoedige oplossing van het conflict. Het aantal geweldsincidenten tegen christenen in Syrië is ook fors toegenomen. In algemene zin maakt het burgerconflict christenen bijzonder kwetsbaar voor verschillende vormen van vijandelijkheden[2].

De Arabische lente heeft in de meeste Arabische landen geleid tot een duidelijke verslechtering van de positie van christenen die ook terug te zien is in hogere scores op de wereldranglijst christenvervolging van Open Doors[3]. Naast de hierboven beschreven groeiende politieke invloed van het islamisme, is de islam steeds zichtbaarder in de Arabische samenlevingen en neemt religieus gemotiveerd geweld tegen christenen toe.

Moslims die zich bekeerden tot het christendom (doorgaans aangeduid als Muslim Background Believers) hadden het altijd al moeilijk vanwege de afwijzing door hun families, maar de rechten van historische christelijke gemeenschappen (zoals de Kopten in Egypte of de Arameërs in Syrië) waren tot op zekere hoogte gewaarborgd onder de autoritaire regimes. Na de Arabische lente, namen de discriminatie en het geweld tegen beide groepen christenen flink toe.

De opkomst van islamitische groepen als de Moslimbroederschap in Egypte, het islamitische Bevrijdings Front in Algerije en het salafisme hebben duidelijk negatieve gevolgen voor de positie van christenen. De Arabische lente kan daarom beter gezien worden als een voorspel voor een Arabische winter, waarin de verdrukking van christelijke minderheden zal intensiveren.

Egypte, waar drie kwart van alle christenen in het Midden-Oosten leeft, islamiseert in rap tempo. De afgelopen jaren hebben koptische christenen zwaar geleden onder het geweld van islamitische groepen. Het bloedbad in de wijk Maspero in oktober 2011 waarin 27 christenen om het leven kwamen en honderden en honderden gewond raakten bij een demonstratie, zette al heel snel de toon voor de komende jaren. In dit bloedige incident deed het leger niets om christenen te beschermen, maar nam zelfs actief deel aan de moorden.

In Tunesië werd in 2011 een Poolse priester in koelen bloede vermoord door radicale islamisten. Sindsdien hebben er geen soortgelijke incidenten plaatsgevonden in het land, maar de bevolking is erg bang en het islamisme is veel zichtbaarder op straat. In Algerije worden de vrijheden van christenen steeds meer ingeperkt. Het land werd recentelijk opgeschrikt door een terroristische aanval in In Amenas in januari van dit jaar[4] waar circa 70 mensen bij omkwamen. In Libië kwamen in een aanslag door salafisten de Amerikaanse ambassadeur Chris Stevens en drie van zijn stafleden in september 2012 om het leven[5].

De val van despoten als Khadaffi (Libië) of Moebarak (Egypte) zorgde voor een machtsvacuüm dat nu gevuld wordt door moslimfundamentalisten. Voor grote groepen van de bevolking worden islamisten gezien als het enige alternatief voor structurele armoede en werkloosheid, na mislukt sociaal-economisch beleid van de voormalige heersers. In Libië heeft de transitieregering al duidelijk kenbaar gemaakt de sharia te willen implementeren in de nieuwe grondwet evenals de Annahda partij in Tunesië, die sinds de verkiezingen in 2011 leiding geeft aan de regering in dat land. In Egypte en Marokko hebben islamitische partijen eveneens de verkiezingen gewonnen. In Syrië wordt het rebellenleger in de oppositie gedomineerd door soennitische fundamentalisten.

2. De emigratie van christenen uit het Midden-Oosten

Hoewel minder dramatisch en nieuwswaardig dan gewelddadige vervolgingsincidenten van christenen zoals moorden en verbrande kerken, is er een ware exodus aan de gang van christenen uit het Midden-Oosten. Aan het begin van de 20ste eeuw werd de inheemse christelijke bevolking van Turkije geschat op ongeveer 20 tot 25 procent van de bevolking. Na golven van etnische en religieuze zuiveringen, wordt geschat dat er vandaag de dag slechts 100.000 tot 120.000 christenen wonen in Turkije, 0,15% van de totale bevolking.

Nu, anno 2013, verlaten christenen opnieuw de regio in grote aantallen, al moet deze trend niet worden overdreven[6]. Hoewel de Amerikaanse invasie in Irak en de revolutionaire golf die bekend staat als de Arabische lente niet het begin waren van de emigratie van christenen uit het Midden-Oosten, was het wel een belangrijk keerpunt. Door deze recente politieke ontwikkelingen worden christenen geconfronteerd met een geheel nieuwe situatie, met fysiek geweld, mensenrechtenschendingen, sharia-wetgeving en overheden die niet in staat zijn om hun meest kwetsbare burgers te beschermen. In sommige gevallen zijn christelijke minderheidsgroepen een direct doelwit. In andere gevallen staan ze tussen verschillende strijdende partijen in en zijn daardoor extra kwetsbaar.

Vanwege de precaire situatie van christenen in het Midden-Oosten slinken hun aantallen. Sinds de oorlog in Irak en het daaropvolgende conflict kiezen steeds meer christenen ervoor het Midden-Oosten te verlaten. Van de 1 miljoen christenen die er volgens sommige analisten voor 2003 in Irak woonden, zijn er vandaag de dag nog maar tussen 200.000-500.000 over.

Op dit moment heeft met name de Syrische burgeroorlog een massale vluchtelingenstroom op gang gebracht, in de eerste plaats naar de buurlanden Turkije en Libanon. De impact van de Syrische burgeroorlog wordt daar steeds sterker gevoeld. Schattingen geven aan dat tussen 200.000 en 400.000 van de in totaal 1,9 miljoen christenen Syrië hebben verlaten sinds het begin van de burgeroorlog, wat neerkomt op 15-25% van de totale vluchtelingenstroom.

De huidige Syrische burgeroorlog doet vele parallellen zien met het Iraakse geweld tegen christenen na de ondergang van Saddam Hoessein. Turkije en Libanon waren tot voor kort relatief stabiele landen, maar de nabijheid van het Syrische conflict kan een voorbode zijn van wat christenen in die landen te wachten staat.

Het is overigens belangrijk te onderkennen dat de emigratie van de Syrische christenen niet is begonnen met de burgeroorlog in 2011. Hoewel het zeker waar is dat grote aantallen christenen (en andere minderheden) de burgeroorlog ontvluchten, groeit de maatschappelijke druk op christenen in feite al decennia lang door de radicalisering van de islamitische soennitische bevolking.

Ook Egypte destabiliseert steeds meer, nu de Moslimbroederschap stevig in het regeringszadel zit en salafistische groeperingen vrij kunnen opereren door de grote rechteloosheid. Volgens sommige persberichten zijn sinds 2011 100.000 van de in totaal 10 miljoen christenen geëmigreerd uit Egypte, maar dat getal is waarschijnlijk overdreven. Hoe dan ook valt het niet te ontkennen dat sinds de val van Moebarak veel Egyptische christenen het land hebben verlaten.

3. Toekomstperspectieven

Het is belangrijk te beseffen dat de Arabische wereld zich nog steeds in een transitiefase bevindt. De uitkomst van de Arabische lente is nog niet helemaal uitgekristalliseerd. Het is bijvoorbeeld heel moeilijk in te schatten welke kant een land als Syrië op zal gaan, en het is ook niet duidelijk of islamisten in een land als Tunesië aan de macht zullen blijven. Tegelijkertijd zijn de verkiezingsoverwinningen van islamitische fundamentalisten in verscheidene landen een slecht teken en ziet het er heel somber uit voor christenen die in de regio wonen.

De toekomstperspectieven voor de positie van christenen in de Arabische wereld lijken daarom verre van positief. Het ligt in de lijn der verwachting dat de druk op christenen in de komende jaren zal toenemen. De islamitische partijen die nu aan de macht zijn is er alles aan gelegen die macht vast te houden om steeds meer sharia-wetgeving te implementeren. Maar nog veel zorgwekkender dan de islamisten in de regering is de voortgaande islamisering van de samenleving waardoor christenen steeds meer gezien worden als uitheemse groepen, terwijl het in feite hele oude gemeenschappen zijn. Vanwege de chaotische en bedreigende situatie in de regio, zullen daarom waarschijnlijk in de toekomst nog veel christenen emigreren.

Van het succes van het islamisme gaat regionaal een sterke invloed uit. Het inspireerde de inval van jihadisten in Mali in 2012 en de terreur van Boko Haram in Nigeria. In Irak laait het sektarisch geweld ook weer op. En er is een reële dreiging dat het conflict in Syrië overslaat op buurlanden Libanon en Jordanië. Tevens moedigen de ontwikkelingen in het Midden-Oosten ook de verspreiding van de politieke islam aan in Afrikaanse landen met een christelijke meerderheid zoals Kenia of Tanzania.

Naast de politieke ontwikkelingen en de islamisering van de samenleving, is de voortdurende rechteloosheid in landen als Libië en Syrië mogelijk nog veel ernstiger voor christenen omdat het betekent dat misdrijven die tegen hen gedaan worden in feite niet worden bestraft. Hierdoor zijn christenen kwetsbaar, en dit geldt in nog grotere mate voor christenvrouwen en -meisjes die steeds vaker slachtoffer worden van seksueel geweld.

Tegelijkertijd zijn er ook signalen van hoop. Ondanks de verdrukking groeit de kerk in het Midden-Oosten langzaam. Moslims bekeren zich tot het christendom. Met name in Egypte groeit het aantal gelovigen. Het gaat nog steeds om kleine aantallen, maar het is onmiskenbaar dat de belangstelling voor het evangelie toeneemt.

In Syrië is het groeiende bewustzijn van de historische christelijke gemeenschappen een belangrijke ontwikkeling die ook hoopvol doet stemmen. Nu de kerk onder grote druk staat, reikt zij steeds meer uit naar de samenleving en probeert het evangelie in de maatschappij handen en voeten te geven. De solidariteit van christelijke gemeenschappen in Libanon en Turkije die Syrische vluchtelingen opnemen is ook prijzenswaardig.

Wanneer zal deze winter voorbij zijn? Wanneer kunnen we verwachten dat de situatie zal verbeteren voor de christelijke bevolking? De onderdrukking en vervolging zal duren zolang de islamitische fundamentalisten de macht kunnen vasthouden. Als de islamitische fundamentalisten het Arabische volk teleurstellen, met name door geen wezenlijke antwoorden te bieden op de structurele armoede en uitzichtloosheid, zou dat op de lange termijn voor meer openheid kunnen zorgen om het evangelie te verspreiden.


[1] Hussein Agha and Robert Malley, “The Arab Counterrevolution”, The New York Review of Books, 29/09/2011

[2] Dennis Pastoor, Vulnerability Assessment of Syria’s Christians¸ Open Doors International, juni 2013, http://www.worldwatchmonitor.org/2013/06/2579000/.

[4] “In Amenas: timeline of four-day siege in Algeria”, The Guardian, 25/01/2013, http://www.guardian.co.uk/world/2013/jan/25/in-amenas-timeline-siege-algeria.

[5] “Chris Stevens, US ambassador to Libya, killed in Benghazi attack”, The Guardian, 12/09/2012, http://www.guardian.co.uk/world/2012/sep/12/chris-stevens-us-ambassador-libya-killed.

[6] Markus Tozman, “A short overview of the status quo of Christian minorities in Egypt, Iraq, Turkey, Syria and Lebanon”, World Watch Unit, Open Doors International, 2012.