Posted on

Merkel is de partij – Wat gebeurt er met de CDU als Merkel met pensioen gaat?

Duivels zelfgenoegzaam grijnzen kan hij als geen ander. Toen de televisietante hem de donderdag na de Bondsdagverkiezingen met het gerucht confronteerde dat de liberalen al het ministerie van Financiën voor zich opeisten, hapte Jürgen Trittin naar hartenlust toe. Zo kennen we de FDP weer, meesmuilde hij. De onderhandelingen over een Jamaica-coalitie waren nog niet eens begonnen, of de liberalen “loeren” alweer op posten, aldus de oudgediende van de Groenen.

Nog niet eens begonnen? Misschien was Trittin niet helemaal op de hoogte, of jokte hij? Een dag later kwam de Rheinische Post in ieder geval met een papiertje op de proppen, waaruit zou blijken dat Groenen en FDP al gesprekken voerden en – dus toch! – zelfs als de gewenste ministeries onder elkaar verdeeld hadden.

Ondertussen kletst scheidend SPD-fractievoorzitter Thomas Oppermann in de camera, dat er toch nog een mogelijkheid bestaat dat er opnieuw een grote coalitie komt. Is dat gemeend? Nauwelijks: de sociaaldemocraten hebben net voor de tweede keer meegemaakt hoe CDU-leider Merkel hun partij leeggezogen heeft. In 2009, na de eerste grote coalitie met Merkel, tuimelde de SPD al naar haar tot dan toe slechtste resultaat sinds de jaren ’30, en nu naar een nog slechter resultaat. Dat beneemt je op een gegeven moment de lust tot verder samenwerking. De oud-fractievoorzitter komt derhalve dan ook met een onvervulbare voorwaarde voor zijn schijnbare aanbod tot samenwerking: Merkel moet weg.

Tentakels

De CDU zonder Merkel er bovenop? Onvoorstelbaar. Terwijl Groenen en CSU van weerszijden rode lijnen trekken bij het begrip ‘bovengrens’ (aan het aantal asielzoekers) en de FDP verkondigt dat het de Franse vrijpostigheid met betrekking tot de Duitse schatkist “categorisch” afwijst, terwijl met andere woorden alle andere Jamaicanen zich profileren, heerst in de CDU nagenoeg complete stilte. Een pietepeuterig klein beetje Merkel-kritiek hooguit, maar dan slechts van de usual suspects en – dat is bepalend – zonder merkbare weerklank in de partij.

Deze stilte, deze bleekheid maakt voor iedereen duidelijk: Het is Merkel gelukt. De CDU bestaat nog slechts uit haar en een geheel aan haar persoonlijk toegewijde hofhouding, de rest is opsiering of gewillig voetvolk. Met wie willen de sociaaldemocraten dus een coalitie vormen? Met een CDU zonder de leider tot nu toe, terwijl de CDU toch alleen uit Merkel en haar tentakels bestaat? Dat gaat dus puur fysiek al niet.

Uit het hol van de koppotige, het Kanzleramt, klinkt ondertussen de trieste boodschap, dat de vorming van een nieuwe regering wel tot begin volgend jaar kan duren. Bij de vorige grote coalitie heeft men het net voor de Kerst voor elkaar kunnen krijgen, zo riep minister van Algemene Zaken Peter Altmaier in herinnering. Maar ditmaal wordt het mogelijk nog ingewikkelder.

Als we dan toch verder in de toekomst kijken, dan kunnen we nog wel een stap verder gaan. Het is allicht schokkend nieuws, maar zelfs Angela Merkel zal niet eeuwig aan haar zetel kunnen blijven kleven, ze wordt er per slot van rekening niet jonger op.

Pensioneert Merkel, pensioneert de CDU

Maar wat moet er na haar vertrek van de CDU worden, aangezien ze partij compleet in beslag heeft genomen? Zoals het er nu uitziet, trekt de bondskanselier haar partij dan als het ware mee in haar pensionering. Na Merkels troonsafstand trekken de tentakels misschien nog wat in de modder, om zich dan in het beste geval te ontwikkelen tot een nieuwe versie van de vooroorlogse Zentrumspartei, die ter grootte van de huidige FDP verloren gaat tussen de andere fracties onder de Rijksdagkoepel.

In ettelijke andere Europese landen verging het de ooit zo machtige christendemocraten vergelijkbaar, in het bijzonder in Italië. Dit zou het grote moment voor de AfD kunnen worden om door te breken als rechtse volkspartij.

Europese normaliteit

Jeff Kornblum, ooit Amerikaans ambassadeur in Duitsland en nog altijd in Berlijn woonachtig, ziet de komst van de blauwen in de Bondsdag dan ook als niet meer dan een teken dat Duitsland op weg is naar de Europese normaliteit, meer niet.

In een land als Duitsland betekent ‘normaliteit’ echter al bijna zoiets als een revolutie. En zo voelen de gebeurtenissen waarvan we getuige zijn voor veel Duitsers dan ook. Om daarmee enigermate in het reine te komen, moet men wel een nieuwe, minder propagandabelaste blik op de jonge concurrentie werpen. En op dat vlak lijkt er zowaar ook iets te gebeuren. Stukje bij beetje lijkt het bij de experts te gaan dagen dat ze er met hun zorgvuldig opgebouwde beeld van de ‘typische’ AfD-kiezer grotendeels naast zaten. Tot nu toe klonk het uit aller monden: Afgehaakte moderniseringsverliezers zijn het, ordinaire nazi’s, domkoppen of mensen met ‘diffuse’ angsten en een xenofoob wereldbeeld.

Vooroordelen

Met dit simplistische vooroordeel in het hoofd stroopten ze in scharen het land af en waren dan steeds helemaal beduusd, wanneer ze in de ontmoeting met daadwerkelijke AfD-sympathisanten en -politici dikwijls op intelligente, goed opgeleide en redelijk verdienende, in de omgang beschaafde middenklassers stuitten. Dan kwam het er op aan de nazi of de afhaker uit dit type te persen.

Als ook dat niet lukte, bleven er nog twee verklaringen over: Ofwel desbetreffende persoon was slechts een naar voren geschoven uithangbord dan wel een zeer zeldzame uitzondering. Met deze verklaringen kon men iedere falsificatie van de eigen vooronderstelling afweren en zijn ressentimenten overeind houden tot het volgende ‘onderzoek’. Sinds 24 september valt echter nauwelijks nog te bestrijden dat de kleine booswichten ‘uit het midden van de samenleving’ stammen en niet uit de goot. Alleen zo kon de AfD ook zo groot worden.

Had men dat ook niet veel eerder kunnen zien? Dat is nu het probleem: de journalisten en maatschappijwetenschappers waarover we het hier hebben, hebben zich er al langer op toegelegd niet meer naar de waarheid te zoeken, maar om propagandistisch bruikbare bevindingen te strikken. Die hebben ze dan in pseudowetenschappelijk Koeterwaals verpakt als onderzoek verkocht of, in het geval van journalisten, zo gepresenteerd dat het er geloofwaardig uit zag en er door velen voor de waarheid gehouden kon worden. Tragisch genoeg gingen de makers op een gegeven moment in hun eigen producten geloven, zodat ze de vaardigheid verloren om te onderscheiden tussen hun eigen kletspraat en de werkelijkheid. Maar wat zou het, voor de waarheid is het nooit te laat en – zoals gezegd – de eerste experts beginnen er daadwerkelijk naar te tasten. Dat is toch al iets!

Drehhofer

Ondertussen zal menig verliezer van de verkiezingen zich geleidelijk van de volle omvang van de catastrofe bewust worden, die zich aan hem voltrokken heeft. De CSU bijvoorbeeld, die zich al weer de volgende penarie in gerommeld ziet worden en toch eindelijk bang begint te worden. CSU-leider Horst Seehofe heeft al zo vaak gedraaid, dat zijn partij uiteindelijk haar oriëntatie verloren is en talrijke kiezers erbij. 

In 2015 stelde Seehofer zich stoer op, dreigde te klagen tegen Merkels openstellen van de grenzen, dreigde zelfs met het vertrek van het CSU-smaldeel uit de gezamenlijke Bondsdagfractie met de CDU en stelde knetterende ultimatums. Er gebeurde vervolgens nooit iets, maar met het verbale geweld verzekerde Seehofer het Beierse deel van de Union in ieder geval van het etiket ‘rechtervleugel’ en zichzelf van het etiket ‘Merkel-criticus’.

Die etiketten trok Seehofer er echter zelf weer af, toen hij voor de verkiezingen volledige trouw zwoer aan Merkel. Na de verkiezingen wil hij nu ineens weer naar rechts om daar “de rechterflank te dichten”, om vervolgens met de Groenen over een coalitie te gaan onderhandelen.

De schare Beierse conservatieven die het nog mee kunnen maken, wordt zo steeds kleiner. Veel Beierse kiezers kunnen op het laatst bij de meest recente pirouette van ‘Drehhofer’ hun evenwicht verloren hebben en bij de verkiezingen voor de Beierse landdag in het najaar van 2018 naar het AfD-kamp kantelen. Ook de CSU mag meegenieten van hoe Merkel de CDU opgebruikt.

Posted on

Adenauer, onvermijdelijk leider van de Bondsrepubliek

Wat een politiek leven! Het strekt zich uit van het keizerrijk, de republiek van Weimar, het nationaal-socialistisch bewind tot en met de Bondsrepubliek Duitsland. Steeds was Konrad Adenauer er bij. Op 19 april is het vijftig jaar geleden dat de eerste bondskanselier van Duitsland overleed.

Adenauer werd op 5 januari 1876 in Keulen geboren en zijn hele leven bleef zijn Rijnlandse herkomst zo duidelijk hoorbaar als zijn katholieke signatuur herkenbaar. Na zijn staatsexamen in de Rechten werkte hij als advocaat in Keulen. Als lid van de katholieke Zentrumspartei werd hij Beigeordneter (wethouder/schepen), vanaf 1909 Erster Beigeordneter (loco-burgemeester). Zo nam hij bij gelegenheid de honneurs waar voor de Oberbürgermeister, een oom van zijn echtgenote.

Burgemeester van Keulen

Tijdens de Eerste Wereldoorlog legde Adenauer op het Voedingsdepartement opmerkenswaardige creativiteit aan de dag. Een door hem gebakken brood van rijst en maismeel liet hij als “Keuls brood” patenteren. Omdat zijn surrogaatstoffen weinig smakelijk waren, noemden de Keulenaren hem “Graupenauer”. Niettemin werd hij in 1917 door de gemeenteraad tot Oberbürgermeister gekozen. Een decreet van de koning van Pruisen maakte hem tot de jongste Oberbürgermeister van zijn tijd.

Adenauer als burgemeester van Keulen, in gesprek met rijksminister van Oorlog Wilhelm Groener, bij de tewaterlating op 1 mei 1928 van de kruiser ‘Köln’ in Wilhelmshaven (foto: Bundesarchiv)

Hij bekleedde dit ambt tot 1933 en na 1945 zou hij het nog enige tijd bekleden. Beduidend korter was zijn lidmaatschap van het Pruisische Herenhuis, waarvan hij uit hoofde van zijn ambt als Oberbürgermeister van Keulen zitting had. Het revolutiekabinet van SPD en USPD hief de Eerste Kamer van de Pruisische landdag in 1919 op. Dat schaadde de politieke loopbaan van Adenauer echter niet. Van 1920 tot 1930 was hij voorzitter van de Pruisische Staatsraad. Herhaaldelijk werd hij genoemd als kandidaat voor het ambt van rijkskanselier, ofschoon hij zich hard maakte voor een scheiding van Pruisen en een autonoom Rijnland.

Koning van het Rijnland

Uiteindelijk bleef de “koning van het Rijnland” echter steeds burgervader van Keulen, van dat ambt was hij zeker. Minder bedachtzaam was hij toen hij zich in 1928 vergaloppeerde met speculatie in aandelen glanszijde. Toen zijn schulden in de openbaarheid dreigden te komen, leende hij een aandelenpakket en deponeerde het bij de Duitse Bank. Die stelde aansluitend dat Adenauers conto vereffend was. De episode schijnt kenmerkend te zijn voor de sluwheid van Adenauer.

Van vergelijkbare kwaliteit waren zijn eerste ‘conflicten’ met de nationaal-socialisten. Die hadden in 1931 Hakenkruisvlaggen aan de brug over de Rijn gehangen. Adenauer liet ze verwijderen. De daaropvolgende woede van de nazi’s wimpelde hij af. De actie was met de districtsleiding van de NSDAP afgesproken; er stond tegenover dat Adenauer het hijsen van de vlaggen voor de beurshallen, waar Hitler werd verwacht, toestond.

In 1934 wees Adenauer de nationaal-socialistische minister van Binnenlandse Zaken er op, dat hij daarmee tegen een decreet van de Pruisische SPD-minister van Binnenlandse Zaken was ingegaan. Dat was nadat Adenauer in 1933 het ambt van Oberbürgermeister van Keulen verloren had en in de abdij van Maria Laach onderdak had gevonden. De tijd tot het einde van de nazi-heerschappij zat Adenauer uit als gepensioneerde, hij werd keer op keer lastig gevallen door de nazi’s, maar financieel zat hij er droogjes bij en in de juridische strijd om schadeloosstelling had hij door de bank genomen succes.

In mei 1945 was hij weer terug. De Amerikanen zetten hem opnieuw als Oberbürgermeister van Keulen in, maar Keulen werd deel van de Britse bezettingszone en de Britten gooiden hem er weer uit. Hij zou zich niet genoeg voor de bevoorrading van de bevolking ingezet hebben.

Onvermijdelijk leider van de Bondsrepubliek

Als ambteloos burger concentreerde Adenauer zich nu op de opbouw van een politieke partij. In 1946 nam hij de leiding van de CDU in de Britse bezettingszone. Doelbewust bouwde hij zijn positie uit. Carlo Schmid (SPD) noemde hem “de eerste man van de te scheppen staat, nog voordat die bestaat”. En dat werd hij inderdaad. De Bondsdag koos Konrad Adenauer op 15 september 1949 als eerste bondskanselier van de pas opgerichte Bondsrepubliek Duitsland – met een meerderheid van slechts één stem, die van Adenauer. Dat was het begin van een lang tijdperk. Nog driemaal, namelijk in 1953, 1957 en 1961 werd hij herkozen, schijnbaar alternativlos in zijn tijd.

Het zwaartepunt van zijn kanselierschap lag voor Adenauer bij de internationale betrekkingen.

Het waren jaren van beslissende keuzes. Reeds voor zijn verkiezing had Adenauer Bonn als provisorische hoofdstad doorgedrukt. Uit electorale overwegingen zette hij zich er voor in dat West-Berlijn geen volwaardige deelstaat werd. Hoezeer Adenauer al het andere ondergeschikt maakte aan de politiek, blijkt bijvoorbeeld uit een voorgenomen bomaanslag tegen de bondskanselier in 1952. Afzender van de bom was de joodse ondergrondse organisatie Irgun, opdrachtgever zou de latere Israëlische premier Menachem Begin zijn geweest. De wezenlijke feiten kende men in Bonn. Ze werden echter geheim gehouden om antisemitische reacties te voorkomen.

Hoe dan ook was het buitenlandbeleid voor Adenauer het zwaartepunt van zijn kanselierschap. Van 1951 tot 1955 was hij zelfs tegelijk bondskanselier en minister van Buitenlandse Zaken. Nauwe banden met het Westen, in het bijzonder met de Verenigde Staten, en een verenigd Europa waren zijn voornaamste doelen. Mijlpalen hierin waren de oprichting van de Bundeswehr, de toetreding tot de NAVO, de erkenning als enige legitieme regering van Duitsland, het Duits-Franse Vriendschapsverdrag (beter bekend als Élysée-verdrag) en de verzoening met Israël.

Voor het oordeel van de publieke opinie bleef zijn grootste prestatie echter de terugkeer  van de krijgsgevangen uit de interneringskampen van de Sovjet-Unie. Adenauers bereidheid om ook mensen die ten tijde van het nazi-bewind een ambt hadden vervuld in overheidsdienst te nemen, kwam hem daarentegen naderhand op heftige kritiek te staan. Tegelijkertijd voer hij een stramme koers tegen communisten, dwong hij een verbod van de KPD af en eiste hij per ‘Adenauer-decreet’ trouw aan de grondwet van overheidsdienaren.

In 1961 werd Konrad Adenauer nog eenmaal als bondskanselier verkozen (foto: Bundesarchiv).

Zijn laatste verkiezing tot bondskanselier kon hij in 1961 alleen met de belofte veiligstellen, dat hij voor het einde van de zittingsperiode van de Bondsdag plaats zou maken voor een opvolger. Het publieke debat over de Spiegel-affaire, waarin journalisten van weekblad Der Spiegel met rechtsvervolging wegens landverraad te maken kregen, bespoedigden Adenauers afscheid van de regering. In 1963 trad hij af, de 87-jarige bondskanselier stond toen inmiddels bekend als ‘Der Alte’.

Tot het einde van zijn leven bleef hij politiek actief en strijdlustig. Zes dagen voor zijn dood verbreidde zich een prematuur bericht over zijn overlijden. Dit leidde tot wereldwijde betuigingen van deelneming. Adenauer zal er nota van hebben genomen. De eerste bondskanselier van Duitsland stierf op 19 april 1967 op de leeftijd van 91 jaar in zijn huis in Rhöndorf.

Posted on

En toen was de koek op: Sociale gerechtigheid en immigratie

De nieuwe SPD-leider Martin Schulz heeft momentum en is daarmee een serieuze concurrent van Angela Merkel voor het bondskanselierschap geworden, toch zit er een fundamentele tegenstrijdigheid in zijn profilering.

Op het partijcongres werd Martin Schulz onlangs ook daadwerkelijk gekozen als aanvoerder van de sociaaldemocraten, met maar liefst 100 procent van de stemmen. Dat was mede mogelijk door de uitgelaten stemming nu de partij het eindelijk weer beter doet in de peilingen. Daarbij profiteert Schulz er van dat zijn carrière zich de laatste jaren in Brussel afspeelde, zodoende heeft hij weinig vijanden in Berlijn en binnen zijn partij gemaakt. Want hoe populair een politicus ook is, hij heeft ook altijd partijgenoten gepasseerd, zodat een honderd-procent-score zelfs bij een enkelvoudige voordracht zeldzaam is.

Commentatoren in de Duitse media waarschuwen dat een zo stormachtig de hemel in geprezen uitdager voor Merkel ook snel weer bergafwaarts kan gaan. Zo wordt er reeds twijfel geuit over de financierbaarheid van zijn verkiezingsbeloftes en gesteld dat hij zich veel te vaag en te algemeen uitlaat.

Dat klopt allemaal en toch zien de critici daarbij voorbij aan het grotere historische dilemma van de sociaaldemocraten, dat ook Schulz nog in de problemen kan brengen. Wie de wortels zoekt van de ‘sociale gerechtigheid’ waarover Schulz het de laatste tijd zo graag heeft, moet naar het begin van de sociaaldemocratie terug. In het vroege kapitalisme konden werkgevers hun werknemers steeds onder druk zetten met het gegeven dat er talloze concurrenten voor hun arbeidsplaatsen waren: “Voor jou tien anderen!” Van de Duitse plattelandsbevolking tot de nog armere immigranten uit Oost-Europa stond een haast onuitputtelijk reservoir aan potentiële door de nood gedreven loondrukkers beschikbaar. Pas toen dit rigoureus werd ingeperkt en aanbod en vraag op de arbeidsmarkt weer in het lood kwamen, kon de arbeidersklasse zich ook als politieke macht gaan ontplooien.

Vandaag de dag wil links het echter tegelijk voor de rechten van lokale werknemers opnemen als voor onbegrensde immigratie. Dat kan slechts goed gaan zolang de economie schitterend loopt en er geld beschikbaar is voor steeds meer aanspraken op sociale voorzieningen en dergelijke. Zodra er echter schaarste ontstaat en er verdelingsstrijd uitbreekt, wordt genadeloos duidelijk dat deze neolinkse politiek niet opgaat.

De unie van CDU en CSU zou daar op in kunnen zetten. Zelf kunnen de christendemocraten terug grijpen op de sterke sociale traditie van de katholieke arbeidersbeweging. Tragisch genoeg is het echter juist en met name de op sociaal-economische kwesties georiënteerde vleugel van de CDU die in het immigratievraagstuk op dezelfde doodlopende weg zit als de sociaaldemocraten. Bondskanselier Merkel voert deze dwaze koers aan. Zo staat de Duitsers een verkiezingscampagne tussen twee varianten van een misleidde politiek te wachten. Veel grote Duitse media spreken van een “spannende” strijd, surreëel is allicht een passender omschrijving.

Lees ook: Lokale SPD-politici in Berlijn en Roergebied stappen over naar AfD