Posted on

Boekbespreking: Bosatlas van de Tweede Wereldoorlog

Als leerling van de lagere school las ik met rode oortjes een informatief boekje over de Tweede Wereldoorlog. Het was nogal heroïsch getoonzet en de titel luidde Verdrukking, Verzet en Victorie. De teneur was dat dankzij het moedige verzet van de Nederlanders het Derde Rijk op de knieën werd gedwongen. Ik heb sindsdien veel bijgeleerd. Bij Noordhoff verscheen onlangs De Bosatlas van de Tweede Wereldoorlog. Het boek staat mijlenver van de vaderlandslievende retoriek van mijn lagere schooltijd, maar het schema van verdrukking, verzet en victorie is nog intact.

Ten eerste valt het op dat als mede-uitgever de Stichting 4 & 5 mei nogal nadrukkelijk vermeld wordt, naast enkele andere organisaties zoals de Nationale Postcode Loterij. Stichting 4 & 5 mei tekent zelfs voor de helft van de eindredactie. Het ligt voor de hand dat het ideële karakter van deze en andere stichtingen een stempel op het boek drukt.
Ten tweede zou ik denken dat een uitgever die 75 jaar na de bevrijding nog eens groot boek uitgeeft over de Tweede Wereldoorlog ook wel iets nieuws te melden moet hebben. De tekstboek-kennis over de oorlog is immers in talloze andere publicaties in ruime mate voorhanden.

Ik word in beide vermoedens bevestigd. Ten eerste staat de cartografische expertise waar Noordhoff en de Bosatlas groot mee zijn geworden toch wat op de achtergrond ten gunste van de actualiteitswaarde van het herdenken van de oorlogsjaren. Na een wat ruime inleiding tot en met pagina 31 zijn we op pagina 124 alweer bij de naoorlogse periode aanbeland waarvoor meer dan honderd pagina’s worden ingeruimd. Het eigenlijke onderwerp, de Tweede Wereldoorlog,  moet het met minder pagina’s doen.

En krijgen we in die krap honderd pagina’s nog interessante cartografische en aardrijkskundige kennis aangereikt? Uiteraard zijn er leuke detailkaarten en statistische overzichten. Maar er is nauwelijks informatie te vinden over het oostfront. Wel worden we nadrukkelijk gewezen op het gevaar van “Putins Rusland”. Er is een sectie gewijd aan Israël en Palestina, waarin wordt gesproken over “de huidige staten Israël en Palestina”. “De PLO erkent de staat Israël niet”, staat er besmuikt. Maar waarom wordt er met geen woord gerept over Palestijns antisemitisme in de Tweede Wereldoorlog, of over het virulente antisemitisme van organisaties als PLO en Hamas? Aan Suriname in de oorlogsjaren wordt nauwelijks aandacht besteed, maar er worden wel twee pagina’s gereserveerd voor de naoorlogse periode van Suriname, zijn onafhankelijkheid en de migratie van Surinamers naar Nederland sinds 1975. Deze voorbeelden laten zien dat de atlas vooral geïnteresseerd is in de beschrijving en legitimatie van de opkomst van de liberale, multiculturele en progressieve democratie. Het meest zichtbaar is dit wel in het afsluitende hoofdstuk “Vrijheid wereldwijd”. De thema’s die hier behandeld worden corresponderen vrijwel een op een met de zeventien Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties. Wat doet een paragraaf over ‘klimaatongelijkheid’ in een atlas van de Tweede Wereldoorlog? Hebben die jongens op Omaha Beach hun leven gegeven voor een goed milieubeleid, cyberveiligheid en meer abortusklinieken (p.224-225)? De politiek-correcte vooringenomenheid van de auteurs druipt werkelijk van elke bladzijde.

De Tweede Wereldoorlog had niets te maken met al die liberale verworvenheden die in dit boek op het schild worden gehesen. Engeland en Frankrijk verklaarden Duitsland de oorlog na de inval in Polen: een autoritaire staat. Nederland weigerde Surinaamse vrijwilligers op racistische gronden. De wehrmacht werd beslissend verslagen door het moorddadige regime van Stalin. Nergens wordt enig inzicht gegeven in de tegenstrijdige belangen en motieven van de geallieerden. Hoe onvanzelfsprekend moet het het bondgenootschap van de geallieerden met het totalitiare regime van de Sovjet-Unie zijn in een betoog dat zo gefocust is op het belang van diversiteit en individuele vrijheden? Waren de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk alleen maar bondgenoten, of was het voor de Amerikanen ook belangrijk, toen zij besloten deel te nemen aan de oorlog, om het Verenigd Koninkrijk failliet te laten gaan en zijn rol als wereldmacht definitief over te nemen? Er is niets in deze atlas te vinden dat het progressieve, humanitaire narratief verstoort.

En dat roept de vraag op naar het doel van deze uitgave. De historisch en aardrijkskundig geïnteresseerde lezer zal weinig interessants vinden in deze publicatie. En dat is toch echt anders bij, bijvoorbeeld, de laatste editie van De Wereld Bosatlas. Als ik daarin de kaart van Indonesië uitklap, heb ik een kaart van bijna een meter breed voor me liggen en dat vind je niet in elke atlas! In deze uitgave heeft de cartografische interesse plaats moeten maken voor een pedagogisch en ideologisch doel. De lezer, met name de scholier, krijgt een harmonieus beeld gepresenteerd waarin de strijd tegen nazi-Duitsland wel moest uitlopen op de seculiere, liberale en vooral progressieve democratie zoals die zich nu ontwikkelt. Dat is – in een wat ander idioom – de victorie die mij in mijn jeugd zo heroïsch werd voorgesteld. En voor dat eenduidige beeld is de geschiedenis, denk ik, net iets te complex.