Posted on

George van Houts. Kom plot deel II

Op 1 september schreef het Algemeen Dagblad dat “Khalid Sheikh Mohammed, het brein achter de aanslagen van 11 september 2001” eindelijk voor de rechter komt. Bijna 20 jaar na de aanslagen, op 11 januari 2021, zal dan eindelijk het proces tegen de daders beginnen. Het is dus wat voorbarig om Khalid Sheikh Mohammed nu al “het brein achter de aanslagen” te noemen. Het lijkt me dat de rechtszaak bedoeld is om dat te bewijzen. Ondertussen, zo meldt ook het AD, is Mohammed al 183 keer gewaterboard, dus is het maar zeer de vraag of het proces tot ‘wettig en overtuigend bewijs’ zal leiden.

Met deze update begint George van Houts zijn tweede theatercollege over de aanslagen op de Twin Towers. Of eigenlijk moeten we zeggen op de Twin Towers en Building 7. Aan het derde gebouw dat die dag is verwoest is het grootste deel van Van Houts college gewijd. Volgens Van Houts is Building 7 de ‘smoking gun’ in het 9/11 onderzoek. Ironisch in dit verband is dat in recent interview bij Café Weltschmerz, de toenmalige commandant der strijdkrachten, Dick Berlijn, te kennen gaf nog nooit van Building 7 gehoord te hebben.

Veel van wat hij ter sprake brengt was ook al in de eerste collegetour aan de orde geweest. Maar er zijn zeker nieuwe inzichten te melden. Zo noemt Van Houts een onderzoek van de University of Fairbanks (Alaska) dat is uitgevoerd in opdracht van de organisatie Architects for 9/11 Truth. Zij concluderen dat de bevindingen van het officiële NIST onderzoek niet houdbaar zijn. Building 7 kan niet als gevolg van een brand, die veroorzaakt zou zijn door brokstukken van de Twin Towers, zijn ingestort.

Van Houts is als geen ander in staat om ongerijmdheden en omissies in het officiële 9/11 verslag bloot te leggen. Maar nog belangrijker zijn de geopolitieke gevolgen van deze aanslag. In dit verband wijst Van Houts op de opening van het nieuwe NAVO hoofdkwartier. Daar zijn in 2017 twee monumenten onthuld: een is gewijd aan de val van de Berlijnse muur en een tweede aan de aanslagen van 11 september. Dit monument toont een stuk schroot van de rampplek en suggereert dat de aanslagen in New York blijkbaar dezelfde geopolitieke betekenis hadden als de val van het communisme en een rechtvaardiging bieden voor militair optreden in NAVO-verband.

Hoeveel vraagtekens je ook kunt zetten bij de gang van zaken op 11 september 2001, voor de Verenigde Staten en andere westerse naties was het aanleiding tot heuse ‘war on terror’ en een reeks van interventies in de Arabische wereld. Die interventies hebben tot op de huidige dag enorme geopolitieke gevolgen. Alleen daarom al is het van belang die gebeurtenissen met de grootst mogelijke skepsis te onderzoeken.

Kom plot deel II is tot december 2019 te zien in verschillende theaters. 

 

 

Posted on Leave a comment

Klimaatbeleid en boerenprotest

In de week dat duizenden boeren protesteerden in Den Haag bracht De Waarheidsvriend, het periodiek van de Gereformeerde Bond in de PKN, een themanummer uit over het klimaat. Waar is de tijd gebleven dat gereformeerde dominees zich bijzonder verbonden voelden met de boerenstand? In plaats van de aandacht te geven aan de invloed die het klimaatbeleid heeft op het leven van burgers, boeren en ondernemers, wordt de lezer een ronduit extreem klimaatscenario voorgeschoteld op grond waarvan alle maatregelen gerechtvaardigd lijken.

Als expert wordt prof. Blok opgevoerd, hoogleraar natuurkunde aan de TU Delft. Blok meent dat de toename van de CO2 in de atmosfeer verantwoordelijk is voor de stijging van de temperatuur en dat de modellen die klimaatwetenschappers gebruiken dat heel precies kunnen vaststellen. Wat Blok niet vermeldt is dat de snelheid waarmee deze opwarming gaat in de modellen van het IPCC stelselmatig te hoog wordt ingeschat. Marcel Crok schreef hier over: “Klimaatmodellen warmen gemiddeld meer dan drie graden op als de CO2-concentratie verdubbelt. De gemeten opwarming sinds 1850 gekoppeld aan onze kennis over het broeikaseffect van CO2 suggereert echter een klimaatgevoeligheid van tussen de 1,5 en 2 graden.”

In de week dat de media in de ban waren van het ‘klimaatmeisje’ Greta Thunberg, boden 500 wetenschappers een rapport aan waarin op bezonnen toon werd gewaarschuwd voor klimaatalarmisme. Blok lijkt geen boodschap te hebben aan de kritiek van klimaatsceptische wetenschappers. Hij suggereert dat die worden gefinancierd door de fossiele industrie en dat hun beweringen daarom onbetrouwbaar zijn. Het lijkt mij beter om een bewering inhoudelijk te corrigeren, dan te suggereren dat de onderzoekers onbetrouwbaar zijn. Bovendien kunnen we ook van veel wetenschappers en activisten die beweren dat de aarde opwarmt door menselijke CO2-uitstoot ook wel vaststellen dat ze daar ruime financiering voor ontvangen (of zou Al Gore het allemaal voor niks doen?). Ook de enorme groei van de handel in bijvoorbeeld ‘green bonds’, waarin al meer dan 500 biljoen dollar omgaat, doet vermoeden dat er nogal wat financiële belangen gemoeid zijn met een negatief klimaatscenario.

Ook suggereert Blok dat politieke partijen zoals de PVV en de FvD die bezwaar hebben tegen het klimaatbeleid van onze regering dat uit politiek opportunisme doen. Opnieuw beschuldigt Blok mensen die zijn visie niet delen van kwade intenties. Overigens is de uitspraak van Baudet, dat alle voorgenomen klimaatregelen slechts 0,0003 graden minder opwarming zullen opleveren vaak geridiculiseerd, maar nooit weerlegd.

Als het verband tussen CO2 en klimaatverandering eenmaal is geaccepteerd, lijkt het Blok ook zeker dat daardoor natuurverschijnselen zoals orkanen extremer worden en dat de zeespiegel stijgt. Hij noemt als mogelijk gevolg ook de afnemende landbouwproductie, terwijl algemeen wel bekend is dat een toename van CO2 in de atmosfeer de plantengroei juist stimuleert en dus een vergroenend effect heeft. Je zou dan ook kunnen aantekenen dat de toename van CO2 ook zijn voordelen heeft.

Blok vindt dat de kosten van klimaatbeleid eigenlijk wel meevallen: zo’n 1 à 2 procent van het wereldwijde BNP. De Volkskrant becijferde de kosten voor Nederland in de komende jaren overigens op 2 à 3 procent van het BNP, tussen de 500 en 700 miljard euro. Het gaat om honderden miljarden. En Blok lijkt ervan uit te gaan dat deze maatregelen ook allemaal zinvol zijn. Ik ben daar niet van overtuigd. Als CO2 inderdaad de grote boosdoener zou zijn, zou kernenergie natuurlijk een verbetering zijn. Maar in de huidige regelgeving is dat geen optie, en geldt het opstoken van Canadees hout als ‘groen’, terwijl het juist een hogere CO2 uitstoot oplevert en ook nog eens enorme schade toebrengt aan de natuur. De voorgenomen klimaatwetgeving staat bol van de dogma’s – met name de inzet op zon en wind ten koste van aardgas en kernenergie – die een effectieve en betaalbare reductie van CO2 uitstoot alleen maar belemmeren.

Belangrijker nog vind ik het levensbeschouwelijk en economisch kader waarin deze discussie wordt geplaatst. Blok vindt dat christenen ‘voorop moeten gaan’ in de strijd voor het redden van het klimaat. Ik denk dat we er goed aan doen die zorg om het klimaat met de nodige scepsis te benaderen. Met het economisch kader bedoel ik dat vanaf de Earth Summit in Rio de Janeiro in 1992, klimaatbeleid vergezeld ging van de wens om privaat kapitaal aan te trekken om de doelen te verwezenlijken. Ook professor Henk Jochemsen heeft erop gewezen dat klimaat- en milieubeleid begrepen kan worden in een neoliberaal paradigma, waarin de natuurlijke leefomgeving wordt ingezet om kapitaal te genereren. Ik zou daar als christen niet graag in voorop gaan.

Levensbeschouwelijk wordt de zaak zeker tekort gedaan als er alleen maar wordt verwezen naar ‘rentmeesterschap’. De enorme kapitaalvernietiging door zinloze beleidsmaatregelen kan ik nu eenmaal moeilijk als een vorm van rentmeesterschap zien. Bovendien komt het klimaatbeleid voort uit een nogal radicale politieke hoek. Linkse denkers en economen, zoals Naomi Klein, waarschuwden nog niet zo lang geleden (met name met het oog op de ‘war on terror’) voor de retoriek van crisis en ondergang, omdat die in feite was bedoeld om staatsingrijpen te legitimeren en de vrijheden van burgers te beperken. Ik vind het bijzonder opmerkelijk dat links zich nu zo gedwee achter het liberale vaandel van Ed Nijpels schaart om de ‘green new deal’ mogelijk te maken. Waar zijn de ‘linkse intellectuelen’ als je ze nodig hebt? Op dit moment wordt de burger door de politiek en de media, en helaas ook door de kerken, bijna onophoudelijk gebombardeerd met de retoriek van crisis en ondergang. Dit zal bedrijven en overheden in staat stellen om hun controle over de economie, het vrije ondernemerschap, de bestedingen van gezinnen et cetera aanmerkelijk te vergroten. Klimaatalarmisme zie ik als een ‘shock-doctrine’ (Klein) die de democratische cultuur nu al behoorlijk onder druk zet.

Burgers en boeren zullen het een tijdlang verdragen als wetenschappers, politici, predikanten en journalisten hen proberen te overtuigen van de onontkoombaarheid van een ingrijpend en discutabel beleid. Maar als ze merken dat ze vast komen te zitten in een web van regels en belastingen. Als ze merken dat de enorme kosten uiteindelijk toch door de belastingbetaler zullen moeten worden opgebracht, dan zal er een moment komen dat ze het niet meer pikken. En misschien waren die boeren met hun trekkers op het Malieveld daar wel een eerste teken van.

Posted on

Secularisatie en biopolitiek

De burger verkeert in tweestrijd. Hij gelooft nog in zijn verworven vrijheden. De secularisatie heeft hem immers bevrijd van de last van geloof, gezag en gezin. Maar steeds sterker dringt het besef zich op dat de moderne democratisch gelegitimeerde staat ook niet bepaald vrijblijvend is. Die rukt op in steeds meer domeinen van zijn persoonlijke en sociale leven: de gezonde levensstijl, de opvoeding en het gewenste ecologische bewustzijn.

In de traditie van de politieke theologie, met name bij de Italiaanse filosoof Giorgio Agamben, wordt de secularisatie als een dubbelzinnig proces geschetst. Daarin staat de gedachte centraal dat alle eigenschappen die in het verleden door theologen aan God werden toegeschreven, in de moderniteit worden toegepast op de staat. De moderne mens beroemt zich erop God van de troon te hebben gestoten, maar is daarmee ook beroofd van een instantie die de aardse macht onder kritiek kan stellen. Zo is de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring een correctie op het vrijheidsbegrip van de Franse revolutie: onze rechten worden niet door de staat verleend, maar door God.

Agamben maakt duidelijk dat de secularisatie veel ingrijpender is dan sociologen met hun statistieken over kerkverlating ons willen doen geloven. De secularisatie introduceert vanaf de middeleeuwen ook een sacralisatie van de macht in de figuur van de soevereine vorst. De ware vorst is niet meer degene die de wet toepast, maar de soeverein die boven de wet staat en de wet ook buiten werking kan stellen: een sterfelijke god.

Moderne democratieën legitimeren zichzelf nu juist door te beweren dat zij afscheid hebben genomen van dergelijke aspiraties. Toch is volgens Agamben ook de westerse democratie erfgenaam van dit absolutisme. Ook moderne democratieën nemen beslissingen waarin een ‘uitzonderingstoestand’ wordt afgekondigd. Zij doen dit zelfs in toenemende mate. In onze tijd ziet Agamben in de voortdurend uitgesproken crisis, een indicatie van deze grensoverschrijding. In een staat van crisis kan het recht immers worden opgeschort, zeker als iedereen er heilig van overtuigd is dat het maar goed is mensen geen schepsels zijn die door God begiftigd zijn met onvervreemdbare rechten. Juist in onze tijd, waarin crises per definitie globale crises zijn en betrekking kunnen hebben op zaken als terrorisme, de economie en het klimaat, dienen zich ruim voldoende momenten aan waarop het geldende recht ter disucssie gesteld kan worden.

Waar secularisatie traditioneel een progressieve beweging suggereert, van een feodale en religieuze cultuur naar een seculiere democratie van toenemende vrijheid en emancipatie, constateert Agamben slechts de opmerkelijke continuïteit van macht. We leven niet meer in een tijd van bisschoppen en absolute heersers, maar meer dan ooit gaat het in de moderne samenleving om beheersing. Deze macht manifesteert zich alleen op andere terreinen, zoals de politiek, de economie en, steeds vaker, het klimaat.

Secularisatie gaat dus niet alleen over godsdienstig geloof. In het christendom, maar ook in de klassieke cultuur, had de politiek betrekking op de ordening van de staat en het publieke leven. In de moderne tijd, waarin God en de natuur geen normatieve functie meer hebben, ziet Agamben een ontwikkeling naar een politiek die zich vooral richt op het fysieke leven van haar burgers. Agamben noemt dit biopolitiek. Politiek is in moderne democratieën grenzeloos geworden en strekt zich uit tot de meest fysieke aspecten van ons bestaan; van arbeid en gezondheid, milieu en klimaat tot geslachtelijkheid, voortplanting en het levenseinde. Hiermee komt Agambens cultuurtheorie in een onheilspellend licht te staan. De staat streeft onverminderd naar beheersing. En in een cultuur waarin de mens zich niet meer tot religieuze of transcendente betekenissen verhoudt, wordt het mens-zijn zelf een politieke kwestie. Elk gevoel voor de beperkte betekenis van de politiek verdwijnt. En zonder een oriëntatie op transcendente waarden, zijn alleen immanente doelmatigheid en efficiëntie normatief. Zo werd, volgens Agamben, de 20e eeuw de eeuw van de staat waarin zowel linkse als rechtse hun biopolitieke ambities konden waarmaken.

In de hoogtijdagen van de secularisatietheologie klonk er een onbegrensd vertrouwen in de post-christelijke wereld. In de secularisatie zou de kern van het geloof behouden blijven; misschien niet het verhaal, maar wel de moraal. En we zouden allemaal vrijer worden. Agambens analyse ontmaskert dit beeld als een illusie. Het is niet eens de marginalisering van de kerk of de teloorgang van de christelijke politiek, die ons zouden moeten verontrusten, maar het ontstaan van het seculiere beheersingsideaal, waarvan Agamben de contouren schetst. Het vraagt een bijzondere alertheid om een secularisatie te doorgronden die zich sinds de jaren 60 presenteert als een bevrijding, maar die inmiddels vrijwel alle gebieden van ons (samen)leven doordringt en dat op steeds minder vrijblijvende wijze.