Posted on

Verdacht: u bent te braaf.

Het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft de jagers in het vizier. Terwijl in de maatschappij de onrust groeit over illegaal wapenbezit en er bijna wekelijks wordt bericht over schietpartijen en afrekeningen in het criminele circuit, scherpt de minister de controle op de jachtwapens aan. Dit leidde tot de invoering van de e-screener.

Is er een probleem met jagers en hun wapenvergunning? Daarvan lijkt geen sprake te zijn. De toekenning van een wapenvergunning, de jaarlijkse verlenging en de controle daarop zijn al bijzonder goed geregeld. Toch voerde het ministerie het afgelopen jaar een bizarre maatregel in. Iedereen met een wapenvergunning moet een digitale test invullen op basis waarvan de politie een risicoprofiel kan vaststellen.

Deze e-screener is ontwikkeld door het Trimbos instituut en het TNO en biedt de politie de mogelijkheid om met de betrokken aanvrager dieper in te gaan op risico-indicaties. Hiertoe moet de aanvrager maar liefst 100 vragen beantwoorden over zijn gewoonten, zijn jeugd, morele opvattingen et cetera. Enkele voorbeelden van de vragen die moeten worden beantwoord:  Gooit u papierafval op de grond als er geen prullenbak in de buurt is? Heeft u weleens iets slechts of gemeens verteld over een ander? Was u als kind weleens brutaal tegen uw ouders? Wast u altijd uw handen voor een maaltijd? Vindt u dat het huwelijk een ouderwetse zaak is die net zo goed kan worden afgeschaft? Elke vraag moet met ja of nee beantwoord worden. Het meest voor de hand liggende antwoord – dat gaat u geen bal aan! – staat er niet tussen.

Hier is dus een overheid aan het werk die zonder duidelijke noodzaak een groep burgers psychologisch wil uithoren. Ik vind dit een griezelige ontwikkeling. Deze digitale test is bovendien zo ingesteld dat vooral mensen die de test ‘voorbeeldig’ invullen als risico worden gezien. De jager van wie ik de uitslag onder ogen kreeg, was ingegaan op de uitnodiging en had de honderd vragen in 45 minuten naar eer en geweten ingevuld. Vier dagen later stond de politie voor de deur om zijn jachtakte, wapens en munitie in te nemen. De reden was dat zijn antwoorden ‘te sociaal wenselijk’ waren en hij de test te ‘braaf’ had ingevuld. De Nederlandse Jagersvereniging meldt dat veruit de meeste intrekkingsbesluiten zijn gebaseerd op dit kenmerk van  ‘sociale wenselijkheid’.

Vanaf het begin is er kritiek geweest op deze e-screener. Waarom is het ministerie er dan toch mee doorgegaan? De Nederlandse Jagersvereniging denkt dat het de minister eigenlijk om iets anders te doen is. Namens die vereniging wijst  mr. P.M. Timmer-Arends erop dat het wel heel toevallig is dat de e-screener versneld werd ingevoerd nadat de Hoge Raad had geoordeeld dat de politie Hollands Midden onrechtmatig had gehandeld in de zaak van de Alphense schutter Tristan van der Vlis: “Terwijl de Hoge Raad oordeelde dat de politieregio Hollands Midden onrechtmatig handelde door de schutter een verlof te geven voor het voorhanden hebben van een vuurwapen verlegde de korpschef onder verantwoordelijkheid van de Minister zijn aandacht naar de groep mensen die niet eerder voor problemen had gezorgd. Het is een reflex die tot op de dag van vandaag door belanghebbende(n) niet wordt begrepen.”

Het is de ironie van deze zaak dat een overheid die zelf gefaald heeft, zijn greep op de burger wil versterken door deze digitaal te gaan screenen. Deze e-screener is daarmee symptomatisch voor een overheid die het contact met de burger verliest en deze met digitale middelen in zijn greep probeert te krijgen. Denk hierbij ook aan de discussie over SyRi (Systeem Risico Indicatie): een systeem van de overheid dat persoonsgegevens van burgers aan elkaar koppelt om fraude, misbruik en overtredingen op te sporen. Laat de e-screener dan tenminste deze risico-analyse hebben opgeleverd: ook de burger die ‘voorbeeldig’ blijkt te zijn kan het wantrouwen van de overheid over zich afroepen. U bent gewaarschuwd!

Posted on

Boekpresentatie Michael

Vrijdag 29 november werd in het Goethe Instituut te Amsterdam de roman Michael van Menno Kalmann gepresenteerd. In dit boek vertelt Kalmann het verhaal van een Joodse familie die in de jaren 30 naar Nederland vlucht voor het nazi-regime. De auteur van de roman is een halfbroer van de hoofdpersoon, het jongetje Michael. Deze Michael Ben Dror is inmiddels een man van 79 en was bij de presentatie aanwezig.

De auteur, Menno Kalmann

 

Een ander belangrijk karakter in de roman is de Duitse schrijver Georg Hermann, de opa van Michael. Hij woonde in die jaren in Hilversum en via hem krijgen we een indruk van het Nederlandse intellectuele milieu rond mensen als uitgever Emanuel Querido en dirigent Peter Van Anrooy. Kalmann slaagt er zo in niet alleen personages van vlees en bloed te beschrijven, maar ook het mileeu en de omstandigheden waarin zij verkeerden tot leven te wekken.

Ronny Naftaniel en Frits Barend ontvangen een exemplaar uit handen van de auteur.

 

De roman neemt de lezer mee in het leven van opgejaagde Joden, door Frankrijk Zwitserland. En hun lot is weer verbonden met talloze andere mensen. We lezen over Chaim Pazner die vanuit Genève dag en nacht werkt om zoveel mogelijk Joden uit de kampen naar Palestina te laten vertrekken. Als hij in Bazel is en daar hoort over de Endlösung waartoe op de Wannseeconferentie is besloten, keert hij verslagen terug naar Genève: “De zon breekt door. De treinreis langs de Bielersee en even later langs het meer van Neuchatel is adembenemend mooi. Bijna thuis, langs het meer van Genève, grijpt de onbeschaamde schoonheid van het landschap hem dermate aan dat hij niet meer naar buiten wil kijken. De lente is in aantocht, ver weg nog, maar de natuur viert het al. Onverstoorbaar en haast minachtend naar de mens, die ervoor gekozen heeft het eigen leven tot een hel te maken.”

De Palestina-lijst zal voor een kleine groep Joden toch nog hun redding betekenen. Dat wordt niet alleen beschreven vanuit het perspectief van de betrokken Joden. Kalmann neemt ons mee naar het Haifa van 1933 waar we de smid Ulrich Goetz ontmoeten; een lid van een sektarische gemeenschap van Duitse protestanten, de zogenaamde Templergemeinschaft. Zijn zoontje heeft als peuter uit een fles loog uit de smederij gedronken en is daardoor gruwelijk verminkt: “Hij is taai en weigert dood te gaan, en zijn slokdarm laat na een jaar kleine stukjes voedsel door. Maar zijn hele groei en ontwikkeling zijn verstoord. Hij wordt uiteindelijk niet groter dan 1 meter 20. Zijn borst steekt als een ijsbreker vooruit.” Dat bedoel ik nu met personages van vlees en bloed.

Michael is met ruim 450 pagina’s een stevige roman. Er zit veel onderzoek in en in het nawoord worden diverse mensen genoemd die in het verhaal voorkomen en die Kalmann nog heeft kunnen spreken. Dat maakt Michael tot een rijke roman maar ook tot een deel van een levende geschiedenis die, vrij naar Bilderdijk, steeds in het heden present blijft.

Michael en Co de Kloet

Het is ongetwijfeld een tour de force geweest om deze roman te voltooien. De grote belangstelling voor de boekpresentatie en de prachtige locatie waren beslist een bekroning op dit werk.

Menno Kalmann, Michael, Groningen, De Blauwe Tijger, 2019.
€ 32,00 te bestellen via de webwinkel.

Posted on

Epidemiologica: de samenzweringstheorie achter Medialogica

Ik heb een raar weekeinde achter de rug. Zaterdagmorgen was ik op het kantoor van Forum voor Democratie om een lezing te geven. Het onderwerp was ironie. Ik heb het vooral over Kierkegaard en Houellebecq gehad en we hebben een tekst van de Amerikaanse filosoof Richard Rorty gelezen. ’s Middags presenteerde ik in Utrecht een debat over Rusland, georganiseerd door het Metis genootschap. Voor aanvang nog even gebabbeld met Joost Niemöller en na afloop met Wierd Duk, die een van de sprekers was.

Nadat ik zondag in twee kerkdiensten was voorgegaan, keek ik ’s avonds nog even naar de documentaire Medialogica, Handboek voor haatzaaiers. Afgaande op de bezwerende stem van Clairy Polak zou ik me op dat moment rot moeten zijn geschrokken. Forum voor Democratie en Joost Niemöller zouden zich in het centrum van een extreemrechts netwerk bevinden dat zich voedt met radicale ideeën uit de Verenigde Staten en nu haar tentakels in Nederland begint uit te breiden. En ik maar denken dat ik me de afgelopen dagen, in aangenaam gezelschap, discussiërend en exegetiserend nuttig had gemaakt.

De titel van de documentaire Medialogica suggereert dat er een soort mediastrategie is waarmee ‘Alt-right’ (wat dat is wordt nergens helemaal duidelijk) de toon bepaalt op sociale media, waar politiek rechts oververtegenwoordigd zou zijn. Je zou verwachten dat een documentaire die mediamanipulatie als onderwerp heeft, extra goed kijkt naar de integriteit van de eigen journalistieke methode. Daar blijkt niet veel van. De documentaire was eenzijdig en suggestief en had alle kenmerken van een hijgerig complot-denken.

De reportage steekt in een met een zorgwekkende impressie van de toon van het maatschappelijk debat; dat zou door rechts worden ‘vergiftigd’. Er komen mensen aan het woord die zich inzetten voor ‘medemenselijkheid’, hulp aan vluchtelingen et cetera. Die zouden door rechtse twitteraars zijn geïntimideerd. Iedereen die langer dan een week actief is op sociale media, weet dat dit gebeurt, onafhankelijk van politieke richting. Maar volgens de documentairemakers, Hansje van de Beek en Myrthe Buitenhuis, wordt de geëngageerde burger en journalist het leven bijkans onmogelijk gemaakt.

Na een shot van Afshin Ellian en Geert Wilders en enkele opmerkingen over mensen die kritiek hebben op het Nederlandse immigratiebeleid, gaat de reportage uitvoerig in op intimidaties en bedreigingen in de game-wereld in de Verenigde Staten. Blijkbaar moet de kijker de indruk krijgen dat conservatieven onder een hoedje spelen met mannelijke gamers in de Verenigde Staten. Ik kan me vergissen, maar de mensen die ik de afgelopen dagen ontmoette, zijn wel de laatsten die sympathiseren met de virtuele subcultuur van bankhangende, chips-etende gameverslaafden uit de Verenigde Staten.

Moeten conservatieve of rechtse cultuurcritici zich nu ook al verantwoordelijk gaan voelen voor de game-industrie, met al haar dubieuze manifestaties? Moeten zij zich het lot aantrekken van de nogal neurotisch ogende feministische game-developer Brianna Wu, die prominent aan het woord is in de reportage en die blijkbaar het slachtoffer is geworden van de gamecultuur waar ze zelf een integraal onderdeel van is?

Het verhaal is in de eerste tien minuten van de uitzending al rond: de slachtoffers van de culture wars zijn pro-immigratie activisten, radicale feministen en linkse game-programmeurs. En uit het reservoir van meelijwekkende, haatdragende game-verslaafden zou de conservatieve beweging in Nederland haar aanhang rekruteren. En zo is er een scenario mogelijk waarin witte nationalisten naar de macht grijpen, dissidenten monddood maken en “alle niet-blanken hun burgerrechten willen ontnemen.”

Dit lijkt me toch wel een heel sterk staaltje van suggestieve berichtgeving door wit-linkse journalisten die zelf iedereen die het niet met hen eens is in een kwaad daglicht stellen. Maar het is nog erger. Want die journalisten presenteren zichzelf ook nog eens als slachtoffer. Zij worden immers op hun beurt gemanipuleerd door diezelfde blanke nationalisten, die achter de schermen blijkbaar de dienst uitmaken in de media, en zo hun ideeën op slinkse wijze mainstream maken.

Alles aan deze documentaire heeft de trekken van een samenzweringstheorie. Dat blijkt ook uit de manier waarop de beide ‘experts’ die aan het woord komen (Jelle van Buuren en Robert Farris) over de vermeende invloed van rechtsextremisten spreken. Zij geven beide aan dat het feitelijk maar om een marginale groep gaat. In plaats van te concluderen dat er dus niet zoveel aan de hand is op rechts, draaien ze het om: die kleine groep manipuleert de hele rechterflank, heeft directe invloed op de uitslagen van verkiezingen (Trump) en zet de media naar zijn hand. Deze strategie is een ware epidemie die zich over de gehele wereld verspreidt en ook Nederland bereikt.

De ‘onderzoeksjournalisten’ van Medialogica steken zo de ‘Kronieken van de wijzen van Sion’ naar de kroon: laat je niet voor de gek houden! Er is een groep mensen die achter de schermen aan de touwtjes trekt. En die samenzwering laat zich het beste beschrijven als een bacterieel gevaar dat mogelijk een epidemische vorm kan krijgen.

Een voorbeeld van deze aanpak is Volkskrant-journalist Hassan Bahara. Ik heb hem en Annieke Kranenberg bij meerdere conservatieve bijeenkomsten mogen verwelkomen. Ze waren nooit geïnteresseerd in een gesprek. Vervolgens krijgen ze in de Volkskrant hele pagina’s tot hun beschikking. Nooit gaan zij inhoudelijk in op de ideeën die bij deze bijeenkomsten werden bediscussieerd. Ze werken als epidemiologen wier taak het is de besmettingsgraad in kaart brengen. Er worden lijntjes getrokken tussen gewone conservatieven, vermoedelijke alt-right elementen, rechtse politici en hun afstand tot extreemrechts En zo komt Hassan Bahara tot zijn volstrekt ongefundeerde inzichten over hoogopgeleide Nederlandse jongemannen die een verlengstuk zijn van het Amerikaanse Alt-right en in Nederland hun blanke superioriteitsdenken verspreiden waarvan ‘moorddadigheid’ de uiteindelijke consequentie is. De analogie met het bacteriële gevaar van rechts wordt vervolmaakt door een ‘twitter analyse’ van Jelle van Buuren. Hij laat op een scherm felgekleurde bewegende bolletjes oplichten die een bepaalde concentratie van extremisme op Twitter weer zouden geven.

Met deze mensen kun je natuurlijk ook niet gewoon in gesprek, want het zijn mensen die je eigenlijk in hun online chat-kanalen moet bespieden. Want daar zeggen ze wat ze echt vinden. Naar buiten doen ze zich voor als fatsoenlijke mensen, maar in werkelijkheid zijn het nazi’s, verheerlijken ze Hitler en streven naar een ‘blanke etnostaat’ (voor deze beweringen wordt overigens geen enkele vorm van bewijs geleverd). De enige keer dat Medialogica de gesuggereerde media manipulatie meent te kunnen aantonen is door een retweet van Thierry Baudet te laten zien van een twitterbericht van Joost Niemöller (“de meest invloedrijke twitteraar uit het alternatief-rechtse kamp”). Wat een scoop! Gelukkig hebben we academici als Jelle van Buuren die ons de slinksheid van deze manipulatietechnieken openbaren: ze verkeren onder ons, ze verspreiden haast ongemerkt hun radicale ideeën en met hun dogwhistles hebben ze “een schadelijke invloed op het leven van andere mensen.”

Als ik ‘onderzoeksjournalisten’ als Hansje van de Beek en Myrthe Buitenhuis serieus zou moeten nemen, ben ik deel van een rechts-nationalistisch complot, ben ik een white-supremacist en deel van een gevaarlijk netwerk. Zij zijn het geweten der natie en dreigen zelf ten prooi te vallen aan rechtse manipulatie.

Terugdenkend aan de conservatieve bijeenkomsten waar ik geregeld kom, zie ik kleine groepjes mensen die serieus bezig zijn met maatschappelijke en politieke vragen. Journalisten als Hassan Bahara zijn welkom, ook al weet ik van tevoren dat hun berichtgeving op zijn minst tendentieus zal zijn. Voor een lezing krijg ik een flesje wijn en – als ik geluk heb – een vergoeding voor mijn reiskosten. Als ik de aftiteling van Medialogica bekijk bedenk ik me dat deze journalistieke flauwekul met belastinggeld is gefinancierd, dat er alleen linkse ‘experts’ aan het woord komen met goedbetaalde aanstellingen aan Nederlandse en Amerikaanse universiteiten. Zelfs het onderzoek van Thomas Boeschoten (de ‘twitter analyses’) waar deze uitzending grotendeels op is gebaseerd, was een gesubsidieerd project. De bezorgde journalisten zitten er, met andere woorden, warmpjes bij. In een opwelling van cynisme bedenk ik me dat ze hun pijlen juist op de sociale media richten, omdat dat het enige medium is dat ze maar niet in hun greep krijgen. Maar die gedachte moet wel voortkomen uit mijn irrationele zwakte voor complottheorieën.

Posted on

Voor een Europa trouw aan de menselijke waardigheid

Dit jaar werd het Europese burgerplatform One of Us opgericht. One of Us is een federatie van een groot aantal Europese gezins- en prolifeorganisaties. Dit jaar werd als onderdeel hiervan het Europees Cultureel Platform opgericht. In dit platform zijn filosofen, ethici en wetenschappers over heel Europa verbonden. Een van de denkers achter One of Us is de Franse filosoof Rémi Brague. Hij nam het voortouw voor het manifest Voor een Europa trouw aan de menselijke waardigheid. Het manifest is nu ook in het Nederlands beschikbaar en hieronder te lezen.

In Nederland is Leontien Bakermans woordvoerder van One of Us. Leontien zet zich vooral in voor de beschermwaardigheid van het leven. De Blauwe Tijger heeft haar gevraagd deel te nemen aan een debat over abortus. Dat debat, waar ook ethicus prof. Theo Boer, pater Daniël Maes en Solomé van der Wende aan deelnamen, wordt binnenkort op de website van de Blauwe Tijger en via Youtube uitgezonden.

Voor een Europa trouw aan de menselijke waardigheid

In de afgelopen decennia lijkt Europa zijn morele kompas verloren te hebben. Er zijn talloze duidelijke tekenen van hopeloosheid. Het is niet eens een kwestie van concurrerende visies, maar van een diepe morele crisis die het voortbestaan van de Europese beschaving bedreigt. De vraag is of deze crisis een gelegenheid tot wedergeboorte is of het einde van Europa inleidt.

De huidige crisis
Europa heeft al vele jaren trouw gezworen aan drie gevestigde erfenissen: de Griekse filosofie, de Romeinse wet en de bijbelse religies, jodendom en christendom. Hieraan moeten twee creaties worden toegevoegd die specifiek zijn voor Europa: de moderne wetenschap en de erkenning van fundamentele vrijheden. Zonder deze erfenissen zijn noch de Europese cultuur, noch de grote artistieke creaties ervan begrijpelijk. Het is niet verwonderlijk dat de universiteit een van de hoogste uitdrukkingen van de Europese beschaving is geweest en haar grote culturele instelling. De grootsheid van Europa, zijn missie voor zijn volken en naties, komt voort uit deze drie erfenissen en twee grote creaties.

Het is ook in deze geest dat bepaalde grondleggers van de Europese Gemeenschap handelden, met als doel oorlog in Europa onmogelijk te maken. Het is in dezelfde geest dat vandaag One of Us tracht het leven te verdedigen en zich te verzetten tegen  bepaalde misstanden die zich in de Europa voordoen.

De oorzaak van Europa’s mogelijke ondergang is dat het zichzelf verraadt. In feite komt de huidige crisis voort uit een afname van de volgende vijf elementen, die bepalend zijn voor zijn identiteit:

  1. De Europese filosofie wordt op twee punten geraakt. Ten eerste de ontkenning van de ware definitie van de filosofie als zoektocht naar waarheid en, ten tweede, de vervanging ervan door andere vormen van onderzoek, met name wetenschappelijk onderzoek, die ongetwijfeld de moeite waard zijn, maar een ander karakter hebben.
  2. De geest van de Romeinse wet maakt plaats voor een juridisch positivisme dat beweert dat alles als wet kan worden beschouwd als het maar de vorm heeft van een wetsregel die is goedgekeurd door een meerderheid en zo ruimte biedt voor een alternatief gebruik van de wet’, dat bepaalde politieke en ideologische belangen moet dienen.
  3. Er verspreidt zich een radicaal en militant secularisme dat de bron is van een vorm van ‘christofobie’. We brengen niet alleen ons christelijk geloof en onze waarden in diskrediet, maar ook de bijdrage van het christendom aan de Europese cultuur, terwijl Europa in werkelijkheid juist daaraan  de grote meerderheid van zijn kunst, zijn denken en zijn gebruiken te danken heeft.
  4. Wetenschap is niet immuun voor risico’s. Denk aan een gebrek aan respect voor zuivere wetenschap, relativisme en de vergoddelijking van de technologie.
  5. De rechtsstaat heeft moeite zich te verdedigen tegen zijn eigen fouten maar ook tegen totalitaire regimes en demagogische machten en tegen degenen die proberen hun eisen op te leggen door opstand en geweld.

Er zijn veel tekenen die deze analyse bevestigen. Waaronder dalende geboortecijfers, de crisis van het gezin en het huwelijk, het ontkennen van de culturele identiteit van Europa en zijn integrale elementen, de opkomst van relativisme, multiculturalisme, aanvallen op gewetensvrijheid en vrijheid van meningsuiting, het ontkennen van de zin van het leven, ontkennen van de objectiviteit van principes en morele standaarden, sociale acceptatie van abortus, euthanasie en andere daden tegen de menselijke waardigheid, genderideologie en bepaalde vormen van radicaal feminisme, onrecht zoals armoede, achteruitgang van de leefomgeving, oorlog en kinderarbeid, het uitbannen van pijn, dat wordt beschouwd als het allerhoogste kwaad, zich verbergen voor de dood, minachting voor de mens als een uniek en verantwoordelijk wezen en de verspreiding van het atheïsme. Kortom, de ontmenselijking van de mensheid.

Het symbool van het christendom
Deze feiten – de verspreiding van atheïsme en de gevolgen daarvan, de ontkenning van wat het heiligst is van de menselijke conditie – zijn meer dan tekenen: het zijn de hoofdoorzaken van een crisis die alleen overwonnen kan worden door de betekenis van deze bedreigde werkelijkheden te herstellen: filosofie, recht, religie, wetenschap en het waarborgen van fundamentele vrijheden.

Tot de bijdragen van de bijbelse religies en in het bijzonder van het christendom aan de ontwikkeling van de Europese geest behoren het idee van een persoonlijke God en liefde als de essentie van God, het idee van het individu en zijn waardigheid, de betekenis van de schepping, de hoop op een volmaakt, eeuwig leven, de vrijheid en verantwoordelijkheid van de mens (in verbinding met het klassieke denken), het idee van geweten of subjectiviteit en van het primaat van het innerlijk leven waar de waarheid verblijft, zachtmoedigheid en het algemene gebod van liefde, de ontwikkeling van ideeën van soevereiniteit van het volk, vrijheid en mensenrechten.

De verlichting, de moderne politieke regimes en de mathematische aard van de wetenschap konden zich alleen maar ontwikkelen en bloeien op de plek waar het christendom de gedachten en instellingen van mensen beïnvloedde. Wij zijn dus niet bezorgd over de moderniteit als zodanig, maar wel over de beperkte en geïsoleerde vorm daarvan die op dit moment domineert. Onze vijanden zijn niet vrijheid, rede en wetenschap, maar despotisme, de irrationaliteit van onvoorwaardelijke emotie en onwetendheid. Veel mensen klagen over de kwalen waar ze ten prooi aan zijn gevallen, maar ze blijven — misschien zonder dat te beseffen — afbreken wat die kwalen zou kunnen verlichten. Ze klagen over ziekte terwijl ze de mogelijke behandeling ondermijnen.

Wat we willen bereiken
Bij One of Us proberen we bij te dragen aan het herstel van Europa als een positieve morele kracht door basisbeginselen en fundamentele waarden te herbevestigen. Europa moet het pad van de suprematie van het spirituele boven het materiële en van de excellentie herstellen. Het moet het pad van vals egalitarisme en relativisme achter zich laten. Een van de sleutels hiervoor is de hervorming van het onderwijs, dat moet worden hersteld, sterker worden en de zegeningen van de Europese beschaving moet overbrengen.

Materiële bezittingen die noodzakelijk zijn voor het leven, moeten ten goede komen aan het algemeen welzijn. Europa kent een sociale markteconomie. Dit zal altijd de voorkeur hebben boven collectivistische systemen, zolang het van mening is dat de wetten van de markt niet kunnen worden toegepast op alle gebieden van het gemeenschapsleven. Er zijn tal van realiteiten en zaken – daarvan waren de Romeinen zich al bewust – die niet het domein van de markt behoren.

Onze inspanningen zijn gericht op het ontwaken van het Europese bewustzijn, gebaseerd op het gemeenschappelijke spirituele en culturele erfgoed waarop Europa is gebouwd en loyaliteit aan de fundamentele mensenrechten. Hiertoe willen we het bewustzijn van de publieke opinie vergroten en zullen we standpunten gaan innemen over de meest relevante kwesties die in het politieke leven en in openbare debatten naar voren worden gebracht.

Onze prioriteiten

We richten ons in het bijzonder op de volgende prioriteiten:

-Bevestiging van het leven
Het recht op leven is alleen afhankelijk van het behoren tot de menselijke soort, niet van secundaire factoren zoals leeftijd, geslacht, ontwikkelingsniveau of het bezit van bepaalde vermogens. Het menselijke embryo bevat de genen die kenmerkend zijn voor onze soort, met eigenschappen die het tot een uniek persoon maken, onvervangbaar en anders dan zijn moeder en vader. Vanaf het moment van de conceptie is er een nieuwe mens gecreëerd en deze mens ontwikkelt zich op een continue, gecoördineerde, geleidelijke en onafhankelijke manier, zolang er niets is om dit te voorkomen.

One of Us wil het leven van de ongeborenen verdedigen met voorstellen die, afhankelijk van de omstandigheden, een betere bescherming van het menselijk leven zullen waarborgen, vanaf het moment van de conceptie tot de natuurlijke dood.
One of Us wil er eveneens voor zorgen dat we de genetische identiteit van de mens respecteren. Het verzet zich tegen het modificeren van genen in menselijke embryo’s dat erop gericht is het embryo te ‘verbeteren’ of bepaalde eigenschappen te geven, met name wanneer deze procedures niet de minimale veiligheidsmaatregelen die de medische ethiek daaraan stelt. Het laatste nieuws met betrekking tot genmodificatie van menselijke zygoten maakt het innemen van een standpunt urgent.

De bescherming van het menselijk leven is ook aan de andere kant van het leven verzwakt: ouderdom, handicap en ongeneeslijke ziekten. One of Us wil vechten tegen de legalisering van euthanasie of het kunstmatig rekken van het leven. Het zal echter palliatieve zorg bevorderen waarbij het leven van de persoon in de terminale stadia van een ziekte wordt gerespecteerd.

– Bescherming van het gezin gebaseerd op een huwelijk tussen een man en een vrouw. De overheersende trend in Europa vandaag is het verval van het huwelijk als de basis van het gezin. De “progressieve” stroming verdedigt en bevordert de “opkomst van nieuwe gezinsmodellen”. We zijn echter van mening dat we een crisis doormaken met betrekking tot het gezin, wat zeer schadelijke gevolgen kan hebben voor de toekomst van onze samenleving. One of Us is tegen herdefiniëring van huwelijk (vandaag de introductie van homohuwelijk, morgen polygamie, enz.) en ondersteunt maatregelen gericht op de bescherming van het gezin op basis van het huwelijk tussen een man en een vrouw.

– Bevordering van geboortecijfers en bewustwording van de “demografische winter”.
Een geboortecijfer dat substantieel lager is dan die welke de vervanging van generaties mogelijk maakt, leidt tot sociaaleconomische achteruitgang, maakt de welvaartsstaat op de lange termijn onhoudbaar en, indien dit voor onbepaalde tijd doorgaat, zal tot regelrechte uitsterving leiden. One of Us wil maatregelen ondersteunen die gericht zijn op het stimuleren van het aantal geboortes. We zullen ook de Europese samenleving bewust maken van de ernst van de demografische winter.

– Bevestiging van het binaire geslachtsmodel en afwijzen van genderideologie.
De mensheid bestaat uit mannen en vrouwen. De zogenoemde ‘genderideologie’ eist echter dat het biologische begrip van sekse vervangen moet worden door de culturele categorie ‘gender’, die geconstrueerd en gestandaardiseerd zou moeten worden. Deze ideologie, die elke wetenschappelijke basis mist en een van de belangrijkste antropologische pijlers opheft (de mens is òf man òf vrouw), probeert normatief te worden als educatief model. One of Us wil dit voorkomen en zal aandacht schenken aan integrale seksuele en emotionele opvoeding die de morele overtuigingen van het gezin respecteert en niet resulteert in vroegtijdige seksualisering van kinderen.

– Bevestiging van de vrijheid van denken, meningsuiting en opvoeding.
We zijn gevaarlijk dicht bij een dictatuur van het ‘politiek correcte’. Een nieuwe onderdrukkende stroming die, paradoxaal genoeg, samenvalt met het meest extreme intellectuele en ethische relativisme, onderdrukt de vrijheid van debat in universiteiten, parlementen en de massamedia in heel Europa.

One of Us verdedigt de vrijheid van gedachte, meningsuiting en opvoeding op alle gebieden van de Europese samenwerking en veroordeelt, waar dit ook gebeurt, het oneigenlijk gebruik van valse ‘haatdelicten’ of het verbod op ‘discriminatie’ als een middel tot intimidatie en ideologische harmonisering.

– Tegen draagmoederschap.
Het zogenaamde ‘draagmoederschap’ impliceert de objectivering van de zwangere vrouw, die wordt teruggebracht tot een onpersoonlijk ‘vat’ (baarmoeder) en de commerciële exploitatie van voortplanting (baarmoeders te huur).
Om deze reden verdedigt One of Us het verbod op draagmoederschap en promoot het juridische alternatieven voor paren (mannen en vrouwen) die problemen hebben met zwanger worden of het uitdragen van een zwangerschap, zoals adoptie. Het zal zich ook verzetten tegen de uiteindelijke vervaardiging van kunstmatige uterussen als een alternatief voor natuurlijke reproductie.

– Het potentieel van de menselijke natuur ontwikkelen
De vooruitgang van NBIC-technologieën (nanotechnologie, biotechnologie, informatietechnologie, cognitieve wetenschap) kan de verandering van de basis van de menselijke natuur spoedig mogelijk maken. Het heeft geen zin om zo’n verandering te veroorzaken als er al zoveel aspecten inherent aan de menselijke natuur zijn, die gepromoot moet worden. Vandaar de ontwikkeling van solidariteit, respect voor anderen, verbetering van de levensstandaard, met name in ontwikkelingslanden, de strijd om de gezondheid, het onderwijs en alles wat bijdraagt tot ons welbevinden, enz.

One of Us verzet zich tegen zogenaamde ‘transhumanistische’ projecten: genetische modificatie van het menselijke embryo, de creatie van de ‘supermens’ in een laboratorium en menselijke cryogenisatie. Deze praktijken kunnen het einde betekenen van de eenheid van de mensheid – die dan zou worden verdeeld in verschillende menselijke soorten met verschillende vermogens – en zelfs zou leiden tot het einde van de mensheid zoals wij die kennen.

Conclusie
Concluderend: One of Us wil het menselijk leven in al zijn dimensies bevorderen door zich met kracht in te zetten op de principes en idealen die de aanvang en voortzetting van de Europese beschaving mogelijk maakten. We zijn meer gefocust op enthousiasme en hoop dan op ongeluk of zelfs lijden. We zoeken een rechtvaardige orde en rust te midden van de wanorde en rumoer. We zoeken licht in de duisternis.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Rémi Brague en Leontien Bakermans tijdens het OneofUs congres in oktober in het Spaanse Santiago de Compostella

Posted on

Cultuur onder vuur

Jenny Douwes. Foto: Oscar Brak

Zaterdag 19 oktober was De Blauwe Tijger aanwezig bij het congres van Cultuur onder vuur.

Cultuur onder vuur is onderdeel van de katholieke organisatie Civitas Christiana. Het eerste congres werd gehouden in de Philharmonie in Haarlem. Het congres bood een breed programma waarin niet alleen het katholieke geluid te horen was, maar waar ook ruimte was voor ‘seculiere’ cultuurkritiek.

Namens de internationale katholieke beweging Tradition, Family, and Property hield de Duitse hertog Paul van Oldenburg een lezing waarin hij het moderne secularisme werd benoemd als de wortel van allerlei hedendaags ongenoegen. Uit katholieke hoek leverden onder andere Henk Rijkers en pater Elias een bijdrage. Henk Rijkers doet voor Cultuur onder Vuur onderzoek naar linkse indoctrinatie in Nederlandse schoolboeken. In zijn bijdrage vroeg hij aandacht voor de manier waarop de islam wordt gepresenteerd in lesmethoden voor het godsdienstonderwijs op middelbare scholen.

Hugo Bos en Henk Rijkers. Foto: Henk-Jan Prosman

 

Cultuur onder vuur zoekt duidelijk aansluiting bij een bredere conservatieve beweging. Zo leverde prof. Andres Kinneging een bijdrage in de vorm van een lezing over de betekenis van een maatschappelijke elite. Hij betoogde dat de elite vroeger samenviel met een (adelijke) sociale klasse; in een democratische samenleving, waarin veel meer mensen toegang hebben tot hoger onderwijs, moet iedereen voor leiderschap worden opgeleid. Het is de vraag of dat op dit moment voldoende gebeurt.

Journalist Arnold Karskens vertelde over zijn onderzoek naar de objectiviteit van het NOS journaal. Volgens Karskens verspreidt de NOS nepnieuws. Hij demonstreerde dit aan de hand van een aantal voorbeelden waarin moslims en gekleurde mensen relatief positief werden neergezet in vergelijking met christenen en blanken. Deze bijdrage van Karskens past in de werkwijze van Civitas Christiana om via petities, demonstraties en onderzoek kritiek te uiten op de dominante progressieve cultuurpolitiek in Nederland. In dat kader werd ook een vrijheidsprijs uitgereikt aan Jenny Douwes: de Friese ondernemer die landelijke bekendheid kreeg door met haar verzet tegen het anti-zwarte Piet activisme.

Cultuur onder Vuur heeft voor het eerst een congres georganiseerd. Maar liefst 650 mensen hebben daarvoor een ticket gekocht en dat mag beslist als een succes gezien worden. Zeker omdat de synergie tussen christelijk Nederland en de rechtse ‘counter culture’ de laatste jaren vooral een protestantse aangelegendheid was. Het congres van Civitas Christiana laat zien dat ook katholieken te mobiliseren zijn voor een levensbeschouwelijk geïnspireerde tegenbeweging.

 

Posted on

Fotoverslag Boerenprotest

Vandaag was De Blauwe Tijger weer present bij de boerenprotesten.
Wat vooral opviel was de massieve aanwezigheid van politie en leger. De helicopters in de lucht maken het beeld compleet.
Hier is een overheid aan het werk die de voeling met boeren en burgers helemaal kwijt is en uit nervositeit overgaat tot intimidatie.

De werkelijkheid is dat beide boerenprotesten in Den Haag volstrekt vreedzaam zijn verlopen.
De boeren beseffen heel goed dat media en politiek paraat staan om bij de minste of geringste aanleiding de boeren als onbetrouwbare populsiten weg te zetten (voorzover ze dat al niet doen).
Alles wijst erop dat overheden geen idee hebben van wat er leeft onder de boeren. Opvallend is het hoeveel jeugd er aanwezig is.
Deze mensen staan er niet om rel te schoppen, maar om te laten zien dat er een vitale toekomstbestendige landbouw in Nederland is, die alle steun verdient.

Er waren ook vissers onder de demonstranten. De vissers uit Den Oever en Texel die ik heb gesproken zien vooral de windmolenparken op zee hun toekomst bedreigen.
Daarmee verliezen zij een aanzienlijk deel van hun visgronden.
Als de Brexit straks een feit is, wordt het toekomstperspectief voor de Nederlandse vissers wel heel somber.

Een van de boeren die ik sprak vertelde me dat voor veel boeren het vertrouwen in de overheid weg is. En daarmee het vertrouwen in de toekomst.
Ook al zou voor de ‘stikstofcrisis’ een oplossing gevonden worden: wat is het volgende dat hen boven het hoofd hangt?

Een kippenboer uit Coevorden ondervindt zelf geen hinder van de stikstofrichtlijnen. Hij is met de auto naar Den Haag gekomen om zijn solidariteit met zijn collega’s te tonen.

Die solidariteit is in alles merkbaar. Want anders dan bij de imaginaire ‘extinction’ van de klimaatrebellen staat hier werkelijk iets op het spel.
Je ziet gezinnen, collega’s, betrokken burgers, die heel goed zien dat er niet zoveel meer nodig is, voordat duizenden familiebedrijven de nek wordt omgedraaid.

Posted on

George van Houts. Kom plot deel II

Op 1 september schreef het Algemeen Dagblad dat “Khalid Sheikh Mohammed, het brein achter de aanslagen van 11 september 2001” eindelijk voor de rechter komt. Bijna 20 jaar na de aanslagen, op 11 januari 2021, zal dan eindelijk het proces tegen de daders beginnen. Het is dus wat voorbarig om Khalid Sheikh Mohammed nu al “het brein achter de aanslagen” te noemen. Het lijkt me dat de rechtszaak bedoeld is om dat te bewijzen. Ondertussen, zo meldt ook het AD, is Mohammed al 183 keer gewaterboard, dus is het maar zeer de vraag of het proces tot ‘wettig en overtuigend bewijs’ zal leiden.

Met deze update begint George van Houts zijn tweede theatercollege over de aanslagen op de Twin Towers. Of eigenlijk moeten we zeggen op de Twin Towers en Building 7. Aan het derde gebouw dat die dag is verwoest is het grootste deel van Van Houts college gewijd. Volgens Van Houts is Building 7 de ‘smoking gun’ in het 9/11 onderzoek. Ironisch in dit verband is dat in recent interview bij Café Weltschmerz, de toenmalige commandant der strijdkrachten, Dick Berlijn, te kennen gaf nog nooit van Building 7 gehoord te hebben.

Veel van wat hij ter sprake brengt was ook al in de eerste collegetour aan de orde geweest. Maar er zijn zeker nieuwe inzichten te melden. Zo noemt Van Houts een onderzoek van de University of Fairbanks (Alaska) dat is uitgevoerd in opdracht van de organisatie Architects for 9/11 Truth. Zij concluderen dat de bevindingen van het officiële NIST onderzoek niet houdbaar zijn. Building 7 kan niet als gevolg van een brand, die veroorzaakt zou zijn door brokstukken van de Twin Towers, zijn ingestort.

Van Houts is als geen ander in staat om ongerijmdheden en omissies in het officiële 9/11 verslag bloot te leggen. Maar nog belangrijker zijn de geopolitieke gevolgen van deze aanslag. In dit verband wijst Van Houts op de opening van het nieuwe NAVO hoofdkwartier. Daar zijn in 2017 twee monumenten onthuld: een is gewijd aan de val van de Berlijnse muur en een tweede aan de aanslagen van 11 september. Dit monument toont een stuk schroot van de rampplek en suggereert dat de aanslagen in New York blijkbaar dezelfde geopolitieke betekenis hadden als de val van het communisme en een rechtvaardiging bieden voor militair optreden in NAVO-verband.

Hoeveel vraagtekens je ook kunt zetten bij de gang van zaken op 11 september 2001, voor de Verenigde Staten en andere westerse naties was het aanleiding tot heuse ‘war on terror’ en een reeks van interventies in de Arabische wereld. Die interventies hebben tot op de huidige dag enorme geopolitieke gevolgen. Alleen daarom al is het van belang die gebeurtenissen met de grootst mogelijke skepsis te onderzoeken.

Kom plot deel II is tot december 2019 te zien in verschillende theaters. 

 

 

Posted on Leave a comment

Klimaatbeleid en boerenprotest

In de week dat duizenden boeren protesteerden in Den Haag bracht De Waarheidsvriend, het periodiek van de Gereformeerde Bond in de PKN, een themanummer uit over het klimaat. Waar is de tijd gebleven dat gereformeerde dominees zich bijzonder verbonden voelden met de boerenstand? In plaats van de aandacht te geven aan de invloed die het klimaatbeleid heeft op het leven van burgers, boeren en ondernemers, wordt de lezer een ronduit extreem klimaatscenario voorgeschoteld op grond waarvan alle maatregelen gerechtvaardigd lijken.

Als expert wordt prof. Blok opgevoerd, hoogleraar natuurkunde aan de TU Delft. Blok meent dat de toename van de CO2 in de atmosfeer verantwoordelijk is voor de stijging van de temperatuur en dat de modellen die klimaatwetenschappers gebruiken dat heel precies kunnen vaststellen. Wat Blok niet vermeldt is dat de snelheid waarmee deze opwarming gaat in de modellen van het IPCC stelselmatig te hoog wordt ingeschat. Marcel Crok schreef hier over: “Klimaatmodellen warmen gemiddeld meer dan drie graden op als de CO2-concentratie verdubbelt. De gemeten opwarming sinds 1850 gekoppeld aan onze kennis over het broeikaseffect van CO2 suggereert echter een klimaatgevoeligheid van tussen de 1,5 en 2 graden.”

In de week dat de media in de ban waren van het ‘klimaatmeisje’ Greta Thunberg, boden 500 wetenschappers een rapport aan waarin op bezonnen toon werd gewaarschuwd voor klimaatalarmisme. Blok lijkt geen boodschap te hebben aan de kritiek van klimaatsceptische wetenschappers. Hij suggereert dat die worden gefinancierd door de fossiele industrie en dat hun beweringen daarom onbetrouwbaar zijn. Het lijkt mij beter om een bewering inhoudelijk te corrigeren, dan te suggereren dat de onderzoekers onbetrouwbaar zijn. Bovendien kunnen we ook van veel wetenschappers en activisten die beweren dat de aarde opwarmt door menselijke CO2-uitstoot ook wel vaststellen dat ze daar ruime financiering voor ontvangen (of zou Al Gore het allemaal voor niks doen?). Ook de enorme groei van de handel in bijvoorbeeld ‘green bonds’, waarin al meer dan 500 biljoen dollar omgaat, doet vermoeden dat er nogal wat financiële belangen gemoeid zijn met een negatief klimaatscenario.

Ook suggereert Blok dat politieke partijen zoals de PVV en de FvD die bezwaar hebben tegen het klimaatbeleid van onze regering dat uit politiek opportunisme doen. Opnieuw beschuldigt Blok mensen die zijn visie niet delen van kwade intenties. Overigens is de uitspraak van Baudet, dat alle voorgenomen klimaatregelen slechts 0,0003 graden minder opwarming zullen opleveren vaak geridiculiseerd, maar nooit weerlegd.

Als het verband tussen CO2 en klimaatverandering eenmaal is geaccepteerd, lijkt het Blok ook zeker dat daardoor natuurverschijnselen zoals orkanen extremer worden en dat de zeespiegel stijgt. Hij noemt als mogelijk gevolg ook de afnemende landbouwproductie, terwijl algemeen wel bekend is dat een toename van CO2 in de atmosfeer de plantengroei juist stimuleert en dus een vergroenend effect heeft. Je zou dan ook kunnen aantekenen dat de toename van CO2 ook zijn voordelen heeft.

Blok vindt dat de kosten van klimaatbeleid eigenlijk wel meevallen: zo’n 1 à 2 procent van het wereldwijde BNP. De Volkskrant becijferde de kosten voor Nederland in de komende jaren overigens op 2 à 3 procent van het BNP, tussen de 500 en 700 miljard euro. Het gaat om honderden miljarden. En Blok lijkt ervan uit te gaan dat deze maatregelen ook allemaal zinvol zijn. Ik ben daar niet van overtuigd. Als CO2 inderdaad de grote boosdoener zou zijn, zou kernenergie natuurlijk een verbetering zijn. Maar in de huidige regelgeving is dat geen optie, en geldt het opstoken van Canadees hout als ‘groen’, terwijl het juist een hogere CO2 uitstoot oplevert en ook nog eens enorme schade toebrengt aan de natuur. De voorgenomen klimaatwetgeving staat bol van de dogma’s – met name de inzet op zon en wind ten koste van aardgas en kernenergie – die een effectieve en betaalbare reductie van CO2 uitstoot alleen maar belemmeren.

Belangrijker nog vind ik het levensbeschouwelijk en economisch kader waarin deze discussie wordt geplaatst. Blok vindt dat christenen ‘voorop moeten gaan’ in de strijd voor het redden van het klimaat. Ik denk dat we er goed aan doen die zorg om het klimaat met de nodige scepsis te benaderen. Met het economisch kader bedoel ik dat vanaf de Earth Summit in Rio de Janeiro in 1992, klimaatbeleid vergezeld ging van de wens om privaat kapitaal aan te trekken om de doelen te verwezenlijken. Ook professor Henk Jochemsen heeft erop gewezen dat klimaat- en milieubeleid begrepen kan worden in een neoliberaal paradigma, waarin de natuurlijke leefomgeving wordt ingezet om kapitaal te genereren. Ik zou daar als christen niet graag in voorop gaan.

Levensbeschouwelijk wordt de zaak zeker tekort gedaan als er alleen maar wordt verwezen naar ‘rentmeesterschap’. De enorme kapitaalvernietiging door zinloze beleidsmaatregelen kan ik nu eenmaal moeilijk als een vorm van rentmeesterschap zien. Bovendien komt het klimaatbeleid voort uit een nogal radicale politieke hoek. Linkse denkers en economen, zoals Naomi Klein, waarschuwden nog niet zo lang geleden (met name met het oog op de ‘war on terror’) voor de retoriek van crisis en ondergang, omdat die in feite was bedoeld om staatsingrijpen te legitimeren en de vrijheden van burgers te beperken. Ik vind het bijzonder opmerkelijk dat links zich nu zo gedwee achter het liberale vaandel van Ed Nijpels schaart om de ‘green new deal’ mogelijk te maken. Waar zijn de ‘linkse intellectuelen’ als je ze nodig hebt? Op dit moment wordt de burger door de politiek en de media, en helaas ook door de kerken, bijna onophoudelijk gebombardeerd met de retoriek van crisis en ondergang. Dit zal bedrijven en overheden in staat stellen om hun controle over de economie, het vrije ondernemerschap, de bestedingen van gezinnen et cetera aanmerkelijk te vergroten. Klimaatalarmisme zie ik als een ‘shock-doctrine’ (Klein) die de democratische cultuur nu al behoorlijk onder druk zet.

Burgers en boeren zullen het een tijdlang verdragen als wetenschappers, politici, predikanten en journalisten hen proberen te overtuigen van de onontkoombaarheid van een ingrijpend en discutabel beleid. Maar als ze merken dat ze vast komen te zitten in een web van regels en belastingen. Als ze merken dat de enorme kosten uiteindelijk toch door de belastingbetaler zullen moeten worden opgebracht, dan zal er een moment komen dat ze het niet meer pikken. En misschien waren die boeren met hun trekkers op het Malieveld daar wel een eerste teken van.

Posted on

Secularisatie en biopolitiek

De burger verkeert in tweestrijd. Hij gelooft nog in zijn verworven vrijheden. De secularisatie heeft hem immers bevrijd van de last van geloof, gezag en gezin. Maar steeds sterker dringt het besef zich op dat de moderne democratisch gelegitimeerde staat ook niet bepaald vrijblijvend is. Die rukt op in steeds meer domeinen van zijn persoonlijke en sociale leven: de gezonde levensstijl, de opvoeding en het gewenste ecologische bewustzijn.

In de traditie van de politieke theologie, met name bij de Italiaanse filosoof Giorgio Agamben, wordt de secularisatie als een dubbelzinnig proces geschetst. Daarin staat de gedachte centraal dat alle eigenschappen die in het verleden door theologen aan God werden toegeschreven, in de moderniteit worden toegepast op de staat. De moderne mens beroemt zich erop God van de troon te hebben gestoten, maar is daarmee ook beroofd van een instantie die de aardse macht onder kritiek kan stellen. Zo is de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring een correctie op het vrijheidsbegrip van de Franse revolutie: onze rechten worden niet door de staat verleend, maar door God.

Agamben maakt duidelijk dat de secularisatie veel ingrijpender is dan sociologen met hun statistieken over kerkverlating ons willen doen geloven. De secularisatie introduceert vanaf de middeleeuwen ook een sacralisatie van de macht in de figuur van de soevereine vorst. De ware vorst is niet meer degene die de wet toepast, maar de soeverein die boven de wet staat en de wet ook buiten werking kan stellen: een sterfelijke god.

Moderne democratieën legitimeren zichzelf nu juist door te beweren dat zij afscheid hebben genomen van dergelijke aspiraties. Toch is volgens Agamben ook de westerse democratie erfgenaam van dit absolutisme. Ook moderne democratieën nemen beslissingen waarin een ‘uitzonderingstoestand’ wordt afgekondigd. Zij doen dit zelfs in toenemende mate. In onze tijd ziet Agamben in de voortdurend uitgesproken crisis, een indicatie van deze grensoverschrijding. In een staat van crisis kan het recht immers worden opgeschort, zeker als iedereen er heilig van overtuigd is dat het maar goed is mensen geen schepsels zijn die door God begiftigd zijn met onvervreemdbare rechten. Juist in onze tijd, waarin crises per definitie globale crises zijn en betrekking kunnen hebben op zaken als terrorisme, de economie en het klimaat, dienen zich ruim voldoende momenten aan waarop het geldende recht ter disucssie gesteld kan worden.

Waar secularisatie traditioneel een progressieve beweging suggereert, van een feodale en religieuze cultuur naar een seculiere democratie van toenemende vrijheid en emancipatie, constateert Agamben slechts de opmerkelijke continuïteit van macht. We leven niet meer in een tijd van bisschoppen en absolute heersers, maar meer dan ooit gaat het in de moderne samenleving om beheersing. Deze macht manifesteert zich alleen op andere terreinen, zoals de politiek, de economie en, steeds vaker, het klimaat.

Secularisatie gaat dus niet alleen over godsdienstig geloof. In het christendom, maar ook in de klassieke cultuur, had de politiek betrekking op de ordening van de staat en het publieke leven. In de moderne tijd, waarin God en de natuur geen normatieve functie meer hebben, ziet Agamben een ontwikkeling naar een politiek die zich vooral richt op het fysieke leven van haar burgers. Agamben noemt dit biopolitiek. Politiek is in moderne democratieën grenzeloos geworden en strekt zich uit tot de meest fysieke aspecten van ons bestaan; van arbeid en gezondheid, milieu en klimaat tot geslachtelijkheid, voortplanting en het levenseinde. Hiermee komt Agambens cultuurtheorie in een onheilspellend licht te staan. De staat streeft onverminderd naar beheersing. En in een cultuur waarin de mens zich niet meer tot religieuze of transcendente betekenissen verhoudt, wordt het mens-zijn zelf een politieke kwestie. Elk gevoel voor de beperkte betekenis van de politiek verdwijnt. En zonder een oriëntatie op transcendente waarden, zijn alleen immanente doelmatigheid en efficiëntie normatief. Zo werd, volgens Agamben, de 20e eeuw de eeuw van de staat waarin zowel linkse als rechtse hun biopolitieke ambities konden waarmaken.

In de hoogtijdagen van de secularisatietheologie klonk er een onbegrensd vertrouwen in de post-christelijke wereld. In de secularisatie zou de kern van het geloof behouden blijven; misschien niet het verhaal, maar wel de moraal. En we zouden allemaal vrijer worden. Agambens analyse ontmaskert dit beeld als een illusie. Het is niet eens de marginalisering van de kerk of de teloorgang van de christelijke politiek, die ons zouden moeten verontrusten, maar het ontstaan van het seculiere beheersingsideaal, waarvan Agamben de contouren schetst. Het vraagt een bijzondere alertheid om een secularisatie te doorgronden die zich sinds de jaren 60 presenteert als een bevrijding, maar die inmiddels vrijwel alle gebieden van ons (samen)leven doordringt en dat op steeds minder vrijblijvende wijze.