Posted on

Azov Bataljon in Hong Kong? En wel hierom:

De VS sleepte in 1992 al Moedjahedien naar Bosnië – vanuit Noord-Afrika, het Nabije Oosten en het Midden-Oosten – om daar Joegoslavië als land tot ontploffing te brengen, wat uitmondde in een verschrikkelijke ‘burgeroorlog’. Later deed ze hetzelfde met de Syrische ‘burgeroorlog’, en nog recenter werden IS-bataljons van Irak naar Khorasan (Centraal Azië) overgevlogen omdat IS haar werk in Syrië er klaarblijkelijk op had zitten, maar effectiever zou zijn in de regio, omdat IS daar druk kan zetten naar China (Oeigoeren), naar Rusland en naar Iran.

Maar hetzelfde gebeurt met zogenaamd extreem-rechtse groeperingen. Kenden we in de Koude Oorlog het project Gladio, in de laatste decennia zagen we hoe de VS en de NAVO extreem-rechtse groeperingen bewapende in Kiev, die overigens ook banden hadden met IS-terroristen in het Midden-Oosten. Behalve bij de terroristen van IS, vechten deze Oekraïense neonazi’s nu ineens mee met de demonstranten in Hong Kong. Wat? Inderdaad.

In de westerse media is men van links tot rechts van de legitimiteit van deze demonstranten overtuigd, want wat is er slechter dan China? Zoals activist Jim Glover opmerkte, gedragen de Hongkong-demonstranten zich dermate slecht dat ze in de VS veel slechter behandeld zouden zijn dan nu in Hong Kong, en zouden ze in de VS al veel eerder zijn afgetuigd, neergeschoten en zijn opgesloten dan in Hong Kong. Maar ze demonstreren tegen China, dus is alles geoorloofd en westerse mainstream media promoten dat idee honderd procent.

 

Nou, daar is inmiddels al heel veel op af te dingen. Zo bleek Hong Kong een safe space voor Chinezen die het te heet onder de voeten werd in eigen land en wegens corruptie en andere criminaliteit vervolging boven het hoofd hing. Hong Kong leverde immers niemand uit aan ‘Peking’. Ongeacht het niveau van de Chinese rechtstaat, wil geen enkel land natuurlijk met een de facto verzelfstandigde provincie opgescheept zitten die alle schurken huisvest om vervolging te willen ontlopen van dat land. Een wetsvoorstel moest daar dus verandering in brengen en hoppa, opeens gingen studenten de straat op om te protesteren. Nu vraagt u zich, in tegenstelling tot de hele westerse pers, direct af waarom uitgerekend studenten gaan protesteren tegen een wet die uitlevering van Chinese criminelen mogelijk maakt aan China. Wat hebben studenten daarmee te maken? Goeie vraag! Want ik zou het ook niet weten, behalve dat de inzet van studenten al meer dan 50 jaar een beproefd middel is om iets te forceren dat niets met studeren te maken heeft.

Maar deze protesten in Hong Kong zijn geen noviteit. In mijn boek Permafrost heb ik uitgebreid de protesten uit 2014 behandeld. Kent u Occupy Central nog, de goedgemarkte verzetsbeweging die met hippe logo’s, bedrukte spandoeken en door marketeers bedachte slogans en symbolen streed “voor meer burgervrijheid en minder inmenging van Peking”? Wat een nobel idee! Wie is er niet voor meer burgervrijheid, meer zelfbestuur en minder controle van de Partij? Iedereen in het Westen is er dus voor. Maar of die Chinese inmenging werkelijk wel zo slechts was, vraagt niemand zich hier af.[i] Wat nu als deze beweging enkel de frontorganisatie is voor westerse aanwezigheid in de regio, en strategische spelletjes om Peking bezig te houden in eigen land, de bevolking, waar mogelijk, op te zetten tegen het landsbestuur en de openbare orde, en natuurlijk tegelijkertijd een beroep te doen op ónze afkeer van dat Chinese bestuur terwijl dat Chinese bestuur de bevolking meer democratie geeft dan tijdens de hele Britse bestuursperiode het geval was?

 

Wel, zo simpel is dat. In 2014 werd Occupy Central door de NED aangejaagd en gesponsord, Deze CIA-organisatie was al actief in Hong Kong, twee jaar voordat de stad in 1997 aan China zou worden overgedragen door Groot-Brittannië. En vergeet ook niet het flinke aantal genânte ontmoetingen tussen Britse, Amerikaanse, Duitse en andere westerse consuls in Hong Kong met protestleiders als Joshua Wong, Benny Tai en anderen tussen 2012 en nu en wellicht al voor 2012.[ii] Uit alles blijkt dat westerse overheden en hun (n)go’s maar wat graag in ‘vijandig gebied’ stoken, partijen tegen elkaar opzetten en zich dus van begin tot einde met “buitenlandse aangelegenheden” bemoeien.

 

En nu haalt het Russische nieuwsbureau Sputnik facebookposts naar voren waaruit blijkt dat de nuttige idioten die in Oekraïne al jaren dood en verderf zaaien, dat nucook in Hong Kong doen. Want Amerika beloont haar knechten doorgaans best behoorlijk. Ben je mobiel, dan is strijden in het Amerikaanse proxylegioen heel lucratief. De vlag van IS kan snel ingewisseld worden voor die van andere ‘islamitische’ splintergroepen, en ‘demonstranten’ kunnen in een vloek en een zucht van de ene naar de andere door het Westen opgezette kleurenrevolutie overstappen, en voor allerlei ‘democratische’ bewegingen c.q. knokploegen werken die niet alleen Hong Kong maar ook Kiev van de regen in de drup hielpen, en alleen al in Oekraïne tienduizenden doden ten gevolg had en nog steeds heeft. De deurtjes blijven hetzelfde, maar de naambordjes en logo’s zijn snel veranderd. De stroom van geld en ‘adviseurs’ is de enige constante.

 

In Hong Kong wordt wederom enorm veel geplunderd waardoor de middenstand tegen het bestuur opgezet wordt omdat ze geen orde creëren. Dezelfde strategie hanteert Antifa en andere rioters ook bij ons: Creëer een breed gevoel van onveiligheid onder de bevolking en de regering zwicht snel voor de eisen van opstandelingen. Dat westerse regeringen ondertussen zelf de grootste terrorist van de middenstand zijn, dringt nu langzaam door in Europa en Amerika. Ook bij ons zijn de meeste ‘demonstraties’ in feite weinig meer dan bewust door de overheid opgezette publiekscampagnes, zoals de hele scholierenklimaathysterie, die vanaf de allereerste aanzet door de EU en andere instellingen is gefinancierd om de bomenkap, elektrisch rijden en windfarms op zee en op land er doorheen te kunnen jassen. Hersenspoel de jeugd en je wint de toekomst, maar vooral heel veel geld. Vernietig het MKB, boeren en vissers en je controleert het land. Dit zijn zomaar wat algemene leidraden uit de huidige politieke praktijk. Het gaat er natuurlijk om al die punten met elkaar te verbinden in een groter verband. Connect the dots: who benefits? Een van de leidraden uit mijn eigen boek Permafrost is dat de oorlog in het buitenland dezelfde is, als die in eigen land. En dat zie je telkens weer terug. De eisen van ‘opstandelingen’ komen bepaalde westerse regeringen altijd erg goed uit. Of het nu gaat om milieuclubs die via de rechter afdwingen dat door de overheid ingevoerde milieunormen eindelijk eens gehandhaafd gaan worden, of om het zaaien van verdeeldheid en creëren van hoofdpijndossiers voor de regeringen in Moskou en Peking. Het Westen bestaat inmiddels al lang niet meer uit soevereine landen: de EU, VN, IMF, ECB, zijn vehikels van multinationals, investeringsfondsen en banken om beleid te implementeren dat enkel in hun voordeel is en soevereine volkeren onderwerpt aan een ondoordringbaar web van internationale regelgeving, jurisprudentie en netwerken. Dit is volledig onttrokken aan elke vorm van grip van de volkeren zelf.

 

Ondertussen vinden de Hongkongse demonstranten het, zoals verwacht, helemaal niet erg dat dit Oekraïense tuig er ook tussen loopt. Elk van deze groepen staat in dienst van een kracht die groter is dan zij, en die hen gebruikt voor een ander doel dan wat zij beogen. Dus komen ze ook niet verder dan dat ook Azov-tuig ‘vrijheid van meningsuiting’ heeft, terwijl het hen natuurlijk op molotovs en stenengooien naar de politie aankomt, en daarbij is iedere hand welkom. Dus zijn ze welkom. ‘Instructies van bovenaf’, denk je dan meteen:

 


NOTEN:


[i] “The situation isn’t so black and white. The NPC did indeed agree to allow universal suffrage for chief executive elections in 2017 at the earliest, with Hong Kong’s Legislative Council elected by universal suffrage in 2020.

It must be noted that the interpretation of universal suffrage in the city’s Basic Law, which has served as Hong Kong’s constitution since 1997, stipulates the following: “The ultimate aim is the selection of the Chief Executive by universal suffrage upon nomination by a broadly representative nominating committee in accordance with democratic procedures.”

This effectively means that China cannot be accused of reneging on its commitments to allow Hong Kong residents full universal suffrage to vote because universal suffrage – as defined by the territory’s own laws – always required that candidates be vetted by a nominating committee. The Sino-British joint declaration of 1984 that paved the way for the handover made no mention of universal suffrage.

While activists may not be happy about accepting these legal stipulations, it should be acknowledged that the planned 2017 reforms would still allow the population to directly elect the chief executive through one-person-one-vote for the first time in history. Direct elections were never held at any point during the British colonial period, while a 1,200-member electoral college – made up of elite figures and tycoons – currently elects the chief executive.

Although there may be an unsavory caveat in the electoral process that requires a nominating committee to approve candidates, the new system is a far more democratic process than any previously practiced in Hong Kong’s history. Popular elections are undoubtedly a move toward a more representative framework.”

https://www.rt.com/op-ed/191824-hongkong-rally-conflict-protests-violence/

 

[ii]  ‘NDI will work with civil society organizations on parliamentary monitoring, a survey, and development of an Internet portal, allowing students and citizens to explore possible reforms leading to universal suffrage.’

 

http://www.ned.org/publications/annual-reports/2012-annual-report/asia/china-hong-kong

 

Posted on

De terugkeer van mei 68 en zijn toekomstobsessie

In 2018 werd uitdrukkelijk het vijftigjarig jubileum van mei 68 gevierd. 2019 zal de geschiedenis ingaan als haar finale wraakoefening. Mei 68 is niet alleen terug, maar zegeviert overal. De opstand van de boeren laat eindelijk zien wat er al decennia is voorbereid, en wat in enkele voorstadia al (door onder meer Sicco Mansholt) is voorbereid: grootschalige afschaffing van zowel privé-eigendom als van publieke middelen, de afschaffing van zelfstandige mensen en de uitbouw van een almachtig superviserend systeem, aangestuurd door letterlijke slechts enkele tientallen supperrijken. Als je gaat zoeken, kom je het overal tegen. Zoals we gisteren op onze sociale media uit het ‘toekomstplan‘ van de gemeente Hollands Kroon citeerden:

Twee weken geleden schreef ik in dit commentaar dat de val van de muur alleen kon plaatsvinden, omdat elders al nieuwe muren zijn opgetrokken, gordijnen zijn neergelaten en nieuwe fronten zijn ontstaan. Onzichtbaar weliswaar, maar beter. Een idee dat ik uitgebreid in mijn boek Permafrost behandel. Ook bij mei 68 is dat meer dan zichtbaar. Vorig jaar vierden we tijdens de herdenking van 50 jaar mei 68 het einde ervan. Maar de revolutie van 68 kon juist een stille dood sterven omdat ze almachtig is geworden, omdat de beweging is opgegaan in iets dat groter is dan waaruit het is voortgekomen. Het systeem waaraan mei 68 ten dienste stond, is gestaag uitgebouwd tot een systeem waaruit geen ontsnappen mogelijk is. De rebellen van toen zitten nu op de hoogste posten en verschuilen zich achter kromme, doodgejurispondeerde rechtstaten, democratische instellingen die niet bij te sturen zijn, geneutraliseerde grondwetten waar slechts een ambitie uit spreekt: elk vrijheidslievend initiatief van buiten of onderop onmogelijk te maken.

In 1968 schreef de Freiherr Caspar von Schrenk-Notzing:

Als Amerika niest, is Europa verkouden. Zwaar verkouden stormt de Europese jeugd door de straten, balt de vuisten, spuit met verf, gooit molotov-cocktails en bouwt barricades omdat in het lexicon staat dat wie barricades bouwt, geschiedenis maakt. Op geen enkele andere grond treedt de linkse jeugd op. Men zoekt naar het recept waaruit de toekomst gebrouwen kan worden. De jeugd denkt dat de poort naar de toekomst met twee sleutels open gaat: de sleutel van het plan, het programma, is zonder de sleutel van de macht nutteloos. het ‘verbond’ met de revolutionaire bewegingen in de derde wereld draait enkel om de baardmode, niet om de bestaande machtsverhoudingen.

Een adviseur van het State Department en president Johnson, Zbigniew Brzezinski schetst de toekomst die al begonnen is: In de komende decennia zal de mens in het ontwikkelde deel van de wereld een mutatie doorgaan die met de langzame evolutie van het dierlijke naar het menselijke bestaan te vergelijken is. Het overgangsproces zal echter in zo’n kleine tijdsruimte plaatsvinden, dat schokeffecten niet kunnen uitblijven.De postindustriële, op electronica en communicatiemedia gefundeerde ‘technotronische’ maatschappij waarin de mutatie zich voltrekt, is tot nu toe alleen in de VS ontstaan. De technische grondwet van het nadoen, leidde in het tehnotronische tijdperk tot een ‘wereldsupercultuur’ die vanuit Amerika is beïnvloed. Door het delen van wetenschappelijk-technische kennis zal het bijdragen aan de uitbreiding van een wereldsupercultuur en tot inhoud van de Amerikaanse politiek worden. De overgang van mensen naar een gestuurd technetron – door chemische gedachtecontrole, individualiteitsverlies naar transplantiaties, manipulaties van genetische structuren en politieke controle door opslag van alle data (ook de meest private) en de razendsnelle beschikking daarover door de autoriteiten – stellen de tot gedachtefabrieken omgebouwde universiteiten voor grote opgaves. Als scheppende centra van geweldige communicatienetwerken, als uitgangspunt van een groot deel van de strategische planning voor de binnenlandse en internationale politiek, zal de universiteit ook het nieuwe type van de intellectuele politicus voortbrengen. De verwachte regeringsvorm van de persoonlijke dictatuur door ‘aangename’, magnetische persoonlijkheden die de nieuwste communicatietechnieken benutten om de gevoelens te manipuleren en het denken te sturen en zich van de individuele steun van miljoenen ongecoördineerde burgers verzekeren, vooronderstelt hersenfuncties. De schoksgewijze overgang naar het technotronische tijdperk mag niet ten koste van de stabiliteit van het internationale systeem gaan, en dat zal ook niet gebeuren vanwege alle atoom-, chemische en biologische wapens waarover de internationale supermachten beschikken, van waaruit een stabiliserende werking uitgaat

De obsessie met de toekomst in de afgelopen 75 jaar is overduidelijk. Vorige jaar vierden we 50 jaar mei 68, deze maand dertig jaar de val van de muur, en deze maanden tot aan mei 2020, vieren we 75 jaar bevrijding. Maar dit hele tijdperk ontwikkelde zich slechts in één richting: toekomstbeheersing. De uit 1968 stammende, hierboven beschreven, opbouw van een controlesysteem, het toewerken naar een onomkeerbare werkelijkheid als enig vaststaand gegeven. Alles wat daarbuiten valt moet juist zonder ankerpunten, zonder vaste gegevenheden zijn. Had je vandaag een vaste baan? Niets is vast en morgen kun je die kwijt zijn. Heb je een bedrijf? De ondernemingskamer kan die zonder enige verdere rechtsgang en bewijsvoering van je afnemen. Heb je een huis? Dat dacht je maar. Heb je een bankrekening? Morgen niet meer. Een vriend van mij ging een aantal maanden geleden met een internationaal journalistengezelschap naar Syrië. Toen hij terugkwam, werd hij een week later door de Rabobank gebeld dat hij “niet langer klant kon blijven”. Hij heeft in Syrië geen geld opgenomen en deed alles om de reis in anonimiteit te kunnen maken, maar toch mocht hij daar van die bank niet geweest zijn. Heel binnenkort zitten we gevangen in een werkelijkheid waar vrijwel geen politie meer nodig is. Overtreed je de codes van het systeem, dan verlies je je bankrekening, je hypotheek, je boerderij, je MKB-bedrijf, je werk. Dit is al werkelijkheid

Het gaat niet om stikstof, PFAS etc. 

Enkele dagen geleden verscheen in het Reformatorisch Dagblad een stuk ‘Rekenmodellen maken Nederland kapot’. Dat klopt.  Modellen van het IPCC,  het RIVM, van de Wageningen Universiteit en ga zo maar door, zijn zelden op betrouwbare meetgegevens gebaseerd, maar zijn wel de leidraad voor beleid van de VN, de EU en Den Haag. In Epoque nr. 3 publiceerden we een artikel van de scheikundige en bodemdeskudige Marc van Bemmel, waarin hij bodemonderzoek in de Krimpenerwaard en de regio rond Dordrecht onderzoekt op in het grondwater aanwezige PFAS, waaronder GenX, PFOAS en C8. De bron daarvoor is de chemische fabriek Chemours in Dordrecht. De hoeveelheden GenX in het lichaam van werknemers, maar ook in die van omwonenden, zijn schrikbarend hoog, en hoger dan het RIVM gezond acht. Absurd genoeg is zelfs de norm van het RIVM vijftien keer hoger dan wat de Europese Autoriteit als norm heeft gesteld.

Maar nu het PFAS- en stikstofdebat in Nederland speelt, wordt Chemours nog steeds niets in de weg gelegd. Dan telt zelfs ineens de verbijsterend hoge norm van het RIVM niet meer. Ineens moeten de bouw- en de agrarische sectoren worden stilgelegd. Die liggen nu al maanden stil, maar de grote vervuiler Chemours blijft doordraaien. Het gaat dus niet om de PFAS en stikstof zelf. Het stilleggen van bouwprojecten is ook niet in het nadeel van de grote bouwbedrijven. Vergelijk het met de bankencrisis van 1929. Voordien beschikte de VS over vele duizenden kleine banken en tientallen grote. Na de crisis bleven alleen de groten over. Ook deze imaginaire PFAS- en stikstofcrises zijn alleen in het nadeel van de kleine bouwers, van agrarische familiebedrijven, van de zelfstandigen zonder personeel. De recessie die voor de deur staat doet de rest. Zoals ook VNO-NCW niet in handen is van MKB-Nederland, maar van multinationals, bankiers en beroepsbestuurders, zo is Bouwend Nederland dat ook. Multinationals en grote bouwbedrijven wringen zich in de handen. Chemours hoeft niet eens te handenwringen, want mag duizenden kilo’s toxisch materiaal in het grondwater lozen, tot meer dan 15 maal het maximum dat de EU gesteld heeft. De EU doet niets, het RIVM doet niets, en de Inspectie doet niets. Maar boeren en bouwers moeten stante pede met alles stoppen en een deel ervan zal failliet zijn voordat alles weer op gang komt. Natuurlijk zonder dat ze compensatie van de overheid krijgen, want er wordt nu al gewerkt aan een formule die ze straks uit  uit de hoge hoed wordt getoverd. Boeren en bouwers zullen als vanouds mogen doorgaan, maar dan met een paar duizend kleine boeren en bouwers minder. Geschiedenismakers kijken niet op een slachtoffer meer of minder.

Hetzelfde in de visserij

In de visserij zie je hetzelfde: de kottervloot dook de afgelopen jaren massaal in het pulsvissen, verruilde de zware motoren voor veel lichtere, maar het pulsvissen werd verboden via een dubieus spel waarbij een Franse ‘milieuclub’ werd ingezet. Dit betekende het einde voor  een groot deel van de kottervloot en vele boten waarop visquota voor tong en schol rust, staan nu in de verkoop of zijn al overgenomen. De overnames komen vrijwel allemaal vanuit de echte grote visserijsector, namelijk de hecktrawlervloot, een kartel dat in Nederland officieel vier maar waarschijnlijk slechts twee reders heeft: Jacson, Vrolijk, Parlevliet-Van der Plas (PP) en Van der Zwan. Financieel vormen deze vier driekwart van de hele Nederlandse visserij, hoewel het samen om nog geen 25 varende visfabrieken gaat, zijn ze toch al drie keer groter dan de 300 garnalenkotters, en honderden platviskotters. Deze grote reders vangen vooral pelagische vis. Maar PP heeft bijvoorbeeld ook al de hele garnalenvisserij in Nederland en Duitsland in handen. En nu kopen ze alle failliete pulsvissers op.

En du moment dat ze die boten overnemen, gaat het tij keren voor het pulsvissen. Ja, het is nog verboden, maar nu begint de machine pas echt te draaien. In Visserijnieuws verscheen het eerste artikel ‘Geen dood en verderf in spoor pulskotters’. Wageningen Universiteit, de WC-eend van het Ministerie van LNV, maar ook huisvriend van de grote reders, gaat zich inzetten voor het pulsvissen:

Uit het discards overlevingsonderzoek dat door Wageningen Marine Research (WMR) is uitgevoerd blijkt bijvoorbeeld dat ruim 90% van de tong en schol in de vangsten van pulskotters levend aan dek komt. Deze tongen en schollen zijn allemaal blootgesteld geweest aan het pulsveld, zonder dat ze daar massaal aan dood zijn gegaan. Ook het blootstellen van ongewervelde dieren aan pulsvelden in het laboratorium leverde geen bewijs op dat deze dieren daaraan dood gaan. Alhoewel het onwaarschijnlijk is dat de passage van een pulskor tot grote sterfte leidt, was er nog geen onderzoek gedaan naar hoe het bodemleven er kort na de passage van een pulskor uitziet. Daarom heeft het ministerie van LNV aan WMR de opdracht gegeven een pilotstudie uit te voeren naar het bodemleven in het spoor van een pulskotter.

Om de Franse NGO ‘ZOOM’ die in haar eentje het puslverbod voor elkaar kreeg, hangt ook een heel vreemd luchtje. Net als de wel heel laat gestarte Wageningse onderzoeken, waarvan de resultaten nu pas naar buiten mogen komen. Enfin, het einde van het liedje is: twee of drie grote reders kopen momenteel in een klap heel veel familiebedrijfjes in de kottervisserij op, na een heel verdacht spel met de EU, een Franse ngo, LNV en de WMR. Daarmee gaan ze een grote speler worden in de kottervisserij, gaan de marktprijzen bepalen, zoals ze die momenteel al voor de pelagische vis bepalen, en zo gaat de rest van de kottervloot ook op de fles. We kunnen nu al voorspellen: het pulsverbod zal niet blijven. Over een of twee jaar zal er weer met puls gevist mogen worden en dan zit een groot deel van de quota voor tong en schol, plus een prachtige vloot, in de pocket van het visserijkartel, en dan gaat ook de rest van de kottervloot naar hun pijpen dansen. 500 familiebedrijven in de kottervisserij noem je een markt, maar 2 of 3 bedrijven noem je een kartel.

Dit zijn zo de tactieken om u vandaag al af te nemen wat u gisteren nog dacht te bezitten, en waarvan u morgen bent verjaagd. Het staat er ook zo precies in dat ‘Gebiedsplan’:

Schaalvergroting: minder bedrijven, maar grotere bedrijven. Van boerengezinsbedrijven naar bedrijven met meerdere eigenaren/financiers en eigenaren op afstand.

Daarvan is geen afwijken mogelijk. Het gaat immers om de sleutel van de macht, evenzeer als om de sleutel van het plan. De nieuwe werkelijkheid is er een waarin alle macht geconcentreerd is op één plek, en alle anderen van die plek zijn uitgesloten. Das Leben der Anderen – ons leven dus – is gedoemd tot een bestaan zonder uitgangspunten, zonder zekerheden en zonder toekomst. Het tijdperk van de toekomstobsessie heeft ons van dè toekomst beroofd.

 

 

Posted on 1 Comment

Klimaatdrammers markeren doodsstrijd oude midden #PS2019

Het politieke paradigma is aan het verschuiven en politici hebben er geen invloed op. Dat steekt. Dit is precies de reden waarom de druk van de klimaatdrammers zo groot is. Systemen in verval slaan namelijk het meest krachtig om zich heen. Een laatste flikkering van het licht voor het weer dooft. De tijden zijn er tumultueus door.

Een dergelijke kracht wordt geprojecteerd vanuit zwakte. Als je gelijk hebt hoef je niet te drammen. Dan komt men vrijwillig je kant op. Het is een teken dat de realiteit van Nederlanders veranderd is en dat ze daar in politieke zin uiting aan geven. Voor het het eerst doen ze dat massaal buiten de partijen van de Verzuiling. Die bezetten nu virtueel 1/3 van de Tweede Kamer.

Het midden verdwijnt nooit

Het politieke midden ligt altijd daar waar de meeste mensen zich comfortabel voelen om hun politieke stem aan te geven. Het midden lijkt dus alleen te verdwijnen als je zelf op een positie staat die niet meer het midden is.

Kiezers bewegen langs twee assen. Ze bewegen binnen het Overton-raamwerk. Dat is het raamwerk van maatschappelijk geaccepteerde meningen. Dit raamwerk bevindt zich op een politieke schaal. Zowel het raamwerk als de plaats op de schaal bewegen in een nieuwe richting. Het is evident dat deze verschuiving in een wat rechtsere richting is.

Het oude midden bevindt zich daardoor meer aan de rand van zowel de politieke schaal als van het Overton-raamwerk. Dat doet pijn. Zij waren het redelijke midden, vormden partijen, leuke clubs, vulden columns en collegezalen. Het is hen niet kwalijk te nemen dat ze op dezelfde plek blijven. De eigen vertrouwde netwerken laten niemand zomaar los.

Kracht is een teken van zwakte

Het oude midden kan alleen nog relevant blijven door zichzelf te krachtig te manifesteren. Dat is nodig omdat hun ideeën niet meer aansprekend zijn. Slechts door kracht worden zij nog geaccepteerd.

Het is mogelijk om deze kracht uit te oefenen omdat de netwerken nog in dezelfde denkwereld zitten. Dit zijn media- en bedrijfsnetwerken die de oude maatschappelijke midden-structuur vorm hebben gegeven. Het is logisch dat zij zich conformeren aan de overblijfselen van de oude structuren.

De realiteit is echter dat het politieke midden zich al verwijderd heeft van de oude structuren. Hierop kracht toepassen werkt niet omdat het midden zich niet laat dwingen. Dat werkt alleen bij totale repressie. Dan is er geen keuze meer over. Precies die tendens kan men terugzien in de politiek geïnspireerde censuur van het referendum, in de door mensen gemaakte algoritmes van Facebook, YouTube en Twitter. Kracht gebruiken om mensen van ideeën weg te houden is een teken van zwakte. Het toont dat de eigen leegte. Deze trend is echter niet begonnen met Rutte.

Het nieuwe paradigma

Het hautaine gedrag tegen Fortuyn is de scheidslijn. De bestaande partijen werden erdoor van hun magie ontdaan. Er was alleen nog geen ruimte voor de kiezer om daadwerkelijk weg te lopen. Dat is nu anders. Alle nieuwe partijen in de Tweede Kamer zijn post-Verzuiling partijen in de zin dat zij voor Fortuyn niet bestonden.

Deze post-Verzuiling partijen hebben geen last van apologeten van communistische moordregimes, van voormalige of onbewezen terroristen, van gekochte politici, van grote schandalen. Ze hebben hun eigen problemen, uiteraard. Deze vallen echter in het niet bij de oude partijen. Kiezers zijn nog vergevingsgezinder omdat deze partijen anders lijken te zijn.

Post-verzuilingspartijen bezetten op 17 maart 2019 virtueel 1/3 van de Tweede Kamer. Daarmee laten burgers zien dat het maatschappelijk toelaatbaar is om op het nieuwe midden te stemmen. Het is de verplaatsing van het Overton-raamwerk in de praktijk.

Trendlijnen en toekomst

De komende Provinciale Statenverkiezingen worden een nieuw datapunt voor de trendlijn van het midden. Peilingen wijzen erop dat post-Verzuiling partijen ook hier hun slag gaan slaan, met uiteraard gevolgen voor de Eerste Kamer.

De trendlijn zal in geen geval abrupt afbreken en omkeren, gegeven normale omstandigheden. Alleen uitzonderingssituaties zoals optreden tegen buitenlandse functionarissen zullen een tijdelijke winst genereren. Lokale partijen zullen hun invloed verder uitbreiden. Daarmee neemt in steeds meer bestuurslagen de invloed van het oude midden af.

Komt deze gedachte uit dan is dat een nieuwe bevestiging van de verschuiving van het midden. Dit blijft ruimte scheppen voor nieuwe partijen of de groei van bestaande post-Verzuiling partijen. In de tussentijd zal het oude midden zich krachtig verweren tegen deze verandering, waar ze geen enkele invloed op hebben.

Met het einde van de Verzuiling verdwijnen ook de partijen en hun netwerken. Dat beseffen ze deels, en dat is waarom ze zich zo met kracht manifesteren. Bedenk telkens dat het een teken van zwakte is. Als hun ideeën zo goed waren had u ze wel gevolgd en hoefde u niet gedwongen te worden. De verzuiling is nu echt ten einde. Zoals De zanger van het vorige midden zong: The times, they are, a-changing. U weet wat u te doen staat bij de komende verkiezingen.

Posted on 1 Comment

“Wantrouw de media en val elkaar nooit in het openbaar af”

Aangetrokken door de titel Kerkgangers en Zuilenbouwers waagde ik mij aan het boek van Sid Lukkassen om mijn gedachtes daarover min of meer reviewend weer te kunnen geven. Als theoloog, één met affiniteit met de neocalvinistische traditie, was ik direct geïnteresseerd.

Ik kwam ongeveer tien jaar geleden in de restanten van de toen net doodverklaarde vrijgemaakte minizuil, maar bevond mij nog wel in een groep mensen die verzuilder waren en dachten dan ze zelf doorhadden. Ook heb ik mij met het fenomeen verzuiling beziggehouden vanuit de geschiedenis van het kerkelijk landschap van de vorige twee eeuwen. De naam Sid Lukkassen had ik wel eens voorbij zien komen, maar nooit iets van gelezen of gezien. Wat betreft politiek en maatschappelijke discussie beschouw ik mijzelf meer als een van de stillen in den lande. Desondanks was ik geprikkeld en besloot het boek te lezen en te kijken of Lukkassen mij kon overtuigen zich bij zijn nieuwe kerk te voegen of op te laten nemen in zijn zuil.

Het is vrij eenvoudig te formuleren waar De Nieuwe Zuil (verder afgekort tot DNZ) voor staat: een gemeenschap van mensen die uit solidariteit elkaar financieel willen steunen om vrije gedachte-uitwisseling te waarborgen tegen de achtergrond van de gestagneerde maatschappelijke en politieke hoofdstroom (vgl. de zin in appellerende wijs waarmee Lukkassen DNZ weergeeft op blz. 52 en 77). Deze hoofdstroom is de globalistische neomarxistische elite die zichzelf aan de macht houdt door voornamelijk tegenstanders door framing monddood te maken. Hoofdstuk negen werkt deze visie uit in 28 punten, gevolgd door een schematisch overzicht van missie, doelstelling, profiel van de leden en de te houden activiteiten. “Dus wantrouw de media en val elkaar nooit in het openbaar af”; korter en pregnanter kan het niet gezegd worden (blz. 82).

Zwaartepunt

Het zwaartepunt van het boek ligt m.i. op blz. 51-87, daarbuiten staan enkele gesprekken met mensen uit de samenleving, die allemaal de indruk maken erg blij te zijn met hem. De rest van het boek bevat allemaal betogen die de noodzaak van de zuil duidelijk maken. Lukkassen geeft zijn meningen over thema’s en gebeurtenissen uit de afgelopen tijd om het failliet van links aan te tonen en de noodzaak van DNZ op rechts. Wat mij betreft was zijn pleidooi al prima als het alleen bestond uit de bladzijdes met het zwaartepunt.

Je leest het boek om als het ware rondgeleid te worden in het gebouw, maar op den duur voelde het voor mij als lopen op de woonkamerafdeling van de Ikea. Je ziet allemaal kleine kamers, los van elkaar en op een of andere manier lijken ze op elkaar. Met als enige verschil dat de Ikea-woonkamers allemaal af zijn en de losse hoofdstukken van Lukkassen ietwat onafgerond aandoen. Dit kan natuurlijk zijn omdat hij de openheid naar de toekomst wil behouden, conform uitgangspunt 28, en alvast een voorzet wil geven voor bezinning. Per slot van rekening geeft Lukkassen van DNZ, om in de Ikea metafoor te blijven, als het ware de bouwinstructies, niet het meubel zelf.

De gewone man

Aan de andere kant lijkt het mij ook te maken te hebben met de abstractiegraad van het betoog. Soms lijkt DNZ alleen interessant voor filosofen en is het vooral een wereld van geschreven en gesproken woorden. Er zit een neiging in het denken van Lukkassen om filosofen op de grond te stellen. Ik vraag me af of de doelgroep van DNZ echt gebaat is bij het plan om een prijs uit te reiken voor “het beste boek” of om “jonge ambitieuze denkers en schrijvers” te stimuleren. Zeker aangezien hij zich richt op de vader aan de keukentafel, op de ondernemer, op de gewone man en vrouw.

Ook registreert Lukkassen dat masculiniteit een probleem is dat aangepakt moet worden, enerzijds door gebrek eraan in het Avondland ten opzichte van de islam, anderzijds doordat de linkse cultuur masculiniteit tegenwerkt. Maar in zijn ethische gedeelte komt deze notie niet terug, noch hoe de deugdethiek die hij voorstaat wordt geoefend en gewaarborgd in praktijken. Deugdethiek is bij uitstek een ethiek van een gemeenschap en praktijken, en zou masculiniteit niet het beste in gezinnen kunnen worden ingezet? Maar zoals eerder gezegd, het kan zijn dat dit in andere werken van Lukkassen die ik (nog) niet gelezen heb behandeld wordt. Wat dat betreft zou DNZ wat kunnen leren van Rod Dreher’s Benedict Option, en minder inzetten op het gehalte Intellectual Darkweb.

Filosofen en krijgslui

Er zit ook ergens iets lichtelijk ironisch in om aan de ene kant filosofen (“en andere briljante mensen”) een leiderspositie toe te schrijven en aan de andere kant voornamelijk leiders als voorbeelden te kiezen die toch krijgslui waren. Het feit dat Marcus Aurelius ook een stoïcijn was doet niet af aan het feit dat ook het zwaard de geschiedenis maakt en bepaalt wie de pen hanteert (blz. 110). Nu wil ik mij wel haasten dat dit niet betekent dat het idee van DNZ compleet waardeloos is door deze punten. Ik ben allang blij dat Lukkassen het idee oppert en dat hij serieus nadenkt over belangrijke vragen. Daarvoor verdient hij lof, zeker omdat hij een van de weinigen is die het niveau van memes en politiek-incorrect zijn door middel van vuilbekkerij en grofheden overstijgt. Ik ben niet de door hemzelf beschreven intellectueel die Lukkassen afkraakt omdat ik hem te ongenuanceerd vindt (blz. 21). Ik vermoed dat wat ik aanstip punten zijn waar hij best over in discussie zou willen, als hij mij al niet wijst op plaatsen in andere werken waar hij dit wel of anders uitwerkt (ik heb immers alleen dit boek gelezen).

Antithese?

Maar, ondanks alle waardering die ik voor zijn initiatief en denkwerk heb, voeg ik mij niet bij zijn kerk en zoek ik geen plaats binnen zijn zuil. Het is voor mij niet duidelijk waar nu de antithese zit tussen DNZ en het door Lukkassen verfoeide cultuurmarxisme. Voor Abraham Kuyper, de aanjager van de verzuiling, bestond de antithese ten diepste op het gereformeerde leerstuk van de uitverkiezing, het theologische leerstuk dat God voor de schepping heeft bepaald welke mensen er tot geloof komen of niet. Zo werd de mensheid opgedeeld in groepen, de eerste met de mogelijkheid, al dan niet geactiveerd, tot geloof, en de ander zonder de mogelijkheid tot geloof. Zonder te vervallen in theologische nuances of discussies komt deze visie erop neer dat de mensheid zich ook organiseert in twee groepen, een christelijke groep met het christelijke leven vanuit (de mogelijkheid van) het geloof, en die zonder. Omdat het beginsel van geloof ligt in een besluit van God in de eeuwigheid en niet in mensen, is de tegenstelling tussen deze mensen absoluut en onverenigbaar. Zie hier de antithese die de rechtvaardiging is voor de verzuiling, er is een onoverkoombare tegenstelling tussen gelovigen en ongelovigen.

Scheppende rede

Als ik dit kuyperiaanse schema als bril gebruik en kijk naar DNZ van Lukkassen, valt mij op dat Lukkassen wel de antithese scherp neerzet. Hij lijkt de kloof te leggen tussen twee existentieel-metafysische wereldbeschouwingen, die voorkomt dat cultuurmarxisten rationeel te overtuigen zijn (blz. 123-124)  Maar wat in vergelijking met het kuyperiaanse schema ontbreekt, is de filosofische of theologische rechtvaardiging voor de antithese. En ik vraag mij af een rechtvaardiging mogelijk is. Want naar mijn indruk is het niet dat de wereldbeschouwing van Lukkassen, een waarin rationaliteit de basis vormt, veel verschilt van de wereldbeschouwing van (cultuur)marxisten. Ook deze vertrekt vanuit rationaliteit naar de werkelijkheid en is ook een product van de Verlichting. Beide nemen hun uitgangspunt in wat dr. W. Aalders noemde de scheppende rede.

Sociaal-constructivisme

Zo beschouwd neemt Lukkassen slechts een rationele positie in tegenover een even rationele positie. DNZ staat dan voor het nationale of het Europese tegenover het globalistische. Ook staat het voor meer risico nemen, zeker in de drang naar heroïsche daden, tegenover minder risico nemen, met name ten opzichte van gevoelens van groepen mensen, het sobere tegenover het hedonistische. Zonder de rechtvaardiging van de antithese kan Lukkassen alleen maar de onwenselijkheid benadrukken, maar niet de onjuistheid aantonen van zijn tegenstanders. Daardoor zie ik in zijn wereldbeeld een ietwat willekeurige en vooral pragmatische trek. Dat verklaart waarschijnlijk ook waarom Lukkassen spreekt over macht en niet over de wet, in tegenstelling tot een van zijn voetnoten (blz. 23). Macht is niet gegrond en gerechtvaardigd door een goddelijke of kosmische wet.  Deze weg heeft Lukkassen voor zichzelf afgesneden met het beroep op Verlichting. Het is dan ook de vraag wat zijn opvatting is van de menselijke natuur, wie dit niet ziet als een essentie, loopt het grote risico om uiteindelijk te belanden in scepticisme en denken in sociaal-constructivisme.

Mobilisatie

En dit is de tragiek van de verzuiling, het is een kenmerk van wat Charles Taylor in zijn boek A Secular Age noemt The Age of Mobilisation. Een periode die vooral lag in de 19de eeuw die liep tot de jaren ’60 van de 20ste eeuw en toen werd opgevolgd door de Age of Authenticity. In de Age of Mobilization  is het kenmerkend dat politieke, sociale en kerkelijke instituten in existentie moeten worden gemobiliseerd door mensen met een gemeenschappelijk doel. Hier tegenover staat dat in eerdere tijden, het ancien régime, achter al deze politieke, sociale en kerkelijke instituten een ordening van de wereld, beter gezegd, van de kosmos stond. Deze orde ging aan alle instituten vooraf en verleende de autoriteit aan deze. Dit verklaart waarom Lukkassen macht reduceert tot menselijke disposities, die hij Informele Macht noemt (blz. 112-117).

Agnostisch

Niet dat DNZ daarmee een waardeloos idee is en direct kan worden door geschoven naar de prullenbak. Ik hoop alleen dat Lukkassen ziet dat agnostisch blijven over het volgende leven (uitgangspunt van DNZ 11, blz. 67) ook rust op onbewust aangenomen theologische uitgangspunten. Iedere levensbeschouwing die zijn uitgangspunt neemt in de autonome scheppende rede veronderstelt een perspectief buiten alles wat bestaat en buiten een absolute in zichzelf bestaande God die hieraan voorafgaat en die het Christendom altijd heeft beleden. Wie deze positie niet kan innemen, maar toch atheïst of agnost wil blijven, veronderstelt hiermee een andere of een valse god dan het Christendom belijdt en is genoodzaakt de rede te hanteren als een selffulfilling prophecy of te vervangen door willekeur en contingentie.

Co-belligerence

En hier zie ik de antithese tussen mijzelf als belijder van het klassieke Christendom en Lukkassen als een modern Verlichtingsdenker. Dat sluit discussie en sympathie voor zijn denkwerk niet uit, maar ik zal mij hierom niet in zijn zuil kunnen laten opnemen. De belangrijkste les van hem neem ik in ieder geval wel ter harte, ik zal mij niet onder druk van Lukkassen distantiëren om te laten zien dat ik heus wel deug. Want de antithese sluit niet uit dat we elkaar aan dezelfde kant van het politieke spectrum kunnen tegenkomen en met elkaar moeten samenwerken. Maar ik zal wel altijd een voor de overige stillen in den lande bekend wijsje fluiten of neuriën: Quare fremuerunt gentes.

N.a.v. Sid Lukkassen, Kerkgangers en Zuilenbouwers (eigen beheer, 2018), paperback, 273 pagina’s.

Posted on

Anton Jäger en Sid Lukkassen in debat over cultuurmarxisme

Vrijdag is ‘vrijdenkers dag’ bij Klara, een in België geproduceerd radioprogramma/podcast, gepresenteerd door Werner Trio. Onlangs vond daar – naar aanleiding van een bundel over dat onderwerp – een interessante discussie plaats over ‘cultuurmarxisme’, waarin Sid Lukkassen de degens kruiste met Anton Jäger, terwijl Eric Hendriks telefonisch werd geconsulteerd over het onderwerp in relatie tot de Mao’s ‘Culturele Revolutie’ in het China van 1966 tot 1976.

Jäger zet aan het begin uiteen hoe hij het begrip cultuurmarxisme opvat, namelijk als een “rechtse benaming voor een bepaalde tendens ter linkerzijde om maatschappelijke kwesties door de lens van cultuur te gaan interpreteren en dan vooral ook politiek als een culturele taak te gaan opvatten”. Lukkassen stelt daartegenover dat cultuurmarxisme al een oudere term is en niet specifiek een moderne rechtse benaming voor een links verschijnsel. Integendeel zelfs: oorspronkelijk wordt de term in de 60-er jaren al benut in academisch-filosofische kringen. Hij zet uiteen dat het marxisme geleidelijk aan het pad van de economie ontstijgt en inmiddels wordt toegepast in termen van cultuur.

http://www.novini.nl/cultuurmarxisme-een-strijd-om-het-denken/

Met andere woorden: waar het oorspronkelijke marxisme gelijke uitkomsten en opbrengsten bepleit voor deelnemers in de economie, is het nu kennelijk populair hetzelfde toe te passen in het denken over de uitkomsten en opbrengsten van cultuur. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de magere economische en culturele resultaten van Afrikaanse landen, die categorisch worden geweten aan de – voormalige – kolonisatiedrang van het Westen. Dit bracht bijvoorbeeld de Amsterdamse hoogleraar Gloria Wekker tot de slotsom dat “de witte, westerse mens een per definitie racistische mens is”, vanwege het feit dat de vigerende – ‘witte’ – cultuur zou zijn gevestigd uit middelen die zijn vergaard in de koloniale tijd.

Zowel Jäger als Lukkassen gaan diep in op de grondslagen van de filosofie achter het cultuurmarxisme, hetgeen deze podcastaflevering absoluut de moeite waard maakt om te beluisteren.

Posted on

Over nut en noodzaak van de Renaissancevloot – Zin en onzin van ‘imagined traditions’

Gister werd ik met mijn neus op de feiten gedrukt. Ik had afgesproken met een vriend van mijn eerdere lerarenopleiding – inmiddels zo’n veertien jaar geleden. Die persoon was altijd best nationalistisch en behoudend. Nu zag ik mezelf nooit als nationalist en meer als humanist. Dat gaf aanleiding tot boeiende discussies over maatschappij en politiek. Plots kwam het gesprek nu op Thierry Baudet. Wat er vervolgens tussen ons werd gezegd heeft meer met me gedaan dan me slechts ‘aan het denken gezet’. Het heeft me op een existentiële wijze geraakt.

Wat we gezamenlijk hadden was dat we beiden het belang zagen van levenskrachtige tradities en een sterke cultuur, om een land bijeen te houden. Het was zoals Gerard Pieters, docent Middeleeuwen, destijds zei: “Als een natiestaat geen boeiende verhalen kan vertellen over haar geschiedenis, dan verliest de democratie iedere samenhang.”

Europese cultuurfamilie

Destijds al had ik het idee, dat de levensbeleving in de Randstad behoorlijk verschilde van de landelijke provincieën, en dat dit ‘natiegevoel’ te zwak was om ook maar enige aantrekkingskracht te hebben op minderheden. Ik zag Nederland als deel van de Europese cultuurfamilie, die tegen de contouren van het globalisme wél duidelijk te onderscheiden is. Nu ik meer tijd in Brussel doorbreng, begin ik het typische volkskarakter van de Nederlander beter te zien, de recht-door-zee-heid die velen van ons kenmerkt. Als er een probleem is dan hoeft men met de Nederlander  – anders dan met de Belg – geen serie aftastende gesprekken te voeren om te ontdekken wat het probleem zou kunnen zijn. En wat landen als Duitsland en Zweden zichzelf aandoen, daar kan een weldenkend mens slechts op neerkijken.

Maar ik zag dus altijd al dat het ‘natiegevoel’ weinig vlees op de botten heeft, en is opgelost in een levenshouding van consumeren. Als Michiel de Ruyter ooit zou terugkeren, dan zou het hooguit een cameo-appearance zijn op de omslag van meergranenbiscuits, als een soort kapitein koek. Wél zouden door de globalisering en de geopolitieke botsing van culturen, de Europese volkeren zich bewust worden van een verwante cultuurgeschiedenis en gedeelde identiteit.

Maar die studiegenoot kon juist prachtige verhalen vertellen over figuren als De Ruyter, Willem van Oranje en Willem Barentsz. Hij was fan van die vaderlandse helden, kende de details van hun ontdekkingsreizen en geloofde oprecht in de bezielende, natievormende kracht die daar van uitging. Hij hield bij het vak ‘drama’ gloedvolle pleidooien voor de Sinterklaastraditie omdat dat tenminste een authentiek Europees feest was met wortels in de Germaanse mythologie. En geen “kloonproductie zoals de Kerstman, die is uitgevonden door Amerikaanse bedrijven”.

Zwarte Piet wijst op wezenlijk vraagstuk

Gisteren zei hij dan plots: “Sid je moet weten dat ik nu anders over dingen denk. Zo vind ik bijvoorbeeld dat Zwarte Piet best groen mag worden geschminkt. Als we hierdoor minder mensen voor het hoofd stoten. Want die Zwarte Piet is toch een knecht. Ik was altijd voor het behoud van tradities omdat dit wortels geeft. Maar nu zie ik dat je niet trots kunt zijn op dingen die je niet zelf hebt gemaakt. Ik hoor tokkies zeggen: ‘het mag niet veranderen, want het is traditie’. Dat is een onzinargument. Dat is net zoiets als de islam die weigert om haar heilige teksten aan te passen.”

Ik antwoordde dat ik nooit Sinterklaas vier, maar dat het veranderen van Zwarte Piet om twee redenen geen goed plan is. Ten eerste omdat het nooit een issue was – dit is het discours van Amerikaanse universiteiten, een discours met wortels in Martin Luther King, de Jim Crow laws en de KKK. Europa heeft een totaal andere koloniale geschiedenis en tot voor kort wisten alle zwarte mensen dit: hierom was Zwarte Piet nooit een issue, totdat dit discours hier kwam. Ten tweede moet je als heersende cultuur kracht uitstralen en eisen van anderen dat zij zich aanpassen, niet andersom.

Omdat het op deze wijze een vervelende avond zou worden, verlegde ik de aandacht naar de islam. Ik wees erop dat dit geen goede vergelijking was. Tradities zijn door mensen gemaakt en hebben historische wortels: de Koran zou daarentegen een ongeschapen boek zijn dat buiten de wereldlijke tijd bestaat. Het Zwarte Piet-discours chanteert met een positie van achtergesteldheid en slachtofferschap, maar de islam stelt vanuit zelfvertrouwen een eigen dominante claim centraal. Namelijk dat democratieën worden gemaakt door mensen en daarmee ook feilbaar zijn zoals mensen; het onfeilbare woord van God zou dus de grondslag zijn van een superieure politieke orde.

Baudet en de Renaissancevloot

Vervolgens kwam het gesprek op Thierry Baudet. “Ik zou nooit op hem kunnen stemmen. Hij spreekt wel erudiet maar ik krijg er een rare gewaarwording bij. Ik ben wel voor een seculiere staat natuurlijk, daarin geef ik hem gelijk. Maar dan met die stomme VOC-bootjes op de achtergrond… Dat gepraat over een Renaissance, ik voel me er onpasselijk bij. En dan ben ik nog iemand die erg in geschiedenis is geïnteresseerd.”

Ik knipperde met mijn ogen toen ik dit hoorde. Van iemand die ik kende als behoorlijk nationalistisch. “Je bedoelt dat met die schepen een bepaald beeld van de Nederlandse historie wordt opgeroepen? Het beeld zou zinspelen op een oer-Nederland. Daarbij vraag je je af, wat dat Nederland dan is.”

“Daar sla je precies de spijker op zijn kop. En ik maak me zorgen over de islam en ben natuurlijk vóór een seculiere rechtsstaat. Maar om die zorgen te onderbouwen, heb ik geen behoefte aan een verhaal over de Nederlandse identiteit.”

Imagined traditions

“Maar is dat niet de meerwaarde van een Thierry Baudet? Net noemde je Wilders een ‘schreeuwer’ die ‘alleen maar in herhaling valt’. Baudet probeert mensen te verleiden en hun harten te winnen met een positief eigen verhaal. Toevallig ken ik de man die die poster met de Renaissance-schepen heeft gemaakt. En ik weet ook wat het idee erachter is. Onze geschiedenis is niet perfect – dat weten wij geschiedenisdocenten als geen ander. Maar we hebben toch nationale of op zijn minst cultuurhistorische symbolen nodig om maatschappelijke samenhang te organiseren? Om daarop een bezielend verhaal te baseren over de leidende cultuur.”

“Maar zelfs als het gebaseerd is op verbeelding? Dan kom je uit bij de imagined traditions. Want zelfs in de Gouden Eeuw was er natuurlijk ruzie tussen de orangisten en de patriotten. Er waren conflicten tussen de zee- en de landgewesten, tussen de remonstranten en de contraremonstranten, tussen de stadhouder en de raadspensionaris, enz.”

“Wij kunnen samen een bezield en bevlogen gesprek voeren over deze nuances omdat wij deze kennis hebben over de geschiedenis van dit land. Het alternatief is een generatie die hier helemaal niets van weet, maar wél een rugzakje naar school draagt met daarop de kreet: ‘Fuck Nederland, Turkije nummer één’.”

De strijd om de Leitkultur

Men kan zeggen, ‘ik hoef alleen een liberale rechtsstaat – ik wil hier niet een overheersende cultuur hebben met duidelijke symbolen als standbeelden van De Ruyter om die cultuur uit te dragen’. Maar wat is dat standpunt waard als er een versnippering van cultuurenclaves voor terugkomt: Turkse en Marokkaanse of wie weet Somalische, die de publieke ruimte opeisen? Wat nu als dit wél duidelijke identiteiten zijn, met bijbehorende etniciteiten en religies en uiteindelijk ook eigen visies op het recht? En waar ‘wij’ dan eigenlijk geen antwoord op hebben? Om precies dat scenario te voorkomen, mag de Nederlandse cultuurhistorie met wat meer eigenwaarde worden uitgedragen.

En ten tweede, je kunt zeggen: ‘Ik wil alleen die seculiere rechtstaat, waar mensen gelijk voor de wet zijn, maar daar hoef ik niets omheen te hebben.’ Dan heb je inderdaad dat kader van die liberale rechtstaat, maar dat is een kale kapstok. Je hebt je kantoorbestaan, je werkt en betaalt belasting, maar verder heb je niets om jouw samenhang met die rechtsorde mee in te kleden. Stel nu dat jij een ‘kansenjongere’ bent, met weinig mobiliteit in het leven. Dan ben je vooral aangewezen op religie: die geeft houvast en identiteit. Waarom zou zo iemand dat laatste stukje trots en eigenwaarde loslaten voor de ‘kale kapstok’ van zo’n seculiere rechtstaat?

Hierdoor moest hij terugdenken aan een Syrische leerling die hij jaren geleden in de klas had. De leerling bleef met alle ernst volhouden dat Wilders van de ChristenUnie was, ondanks de tastbare tegenbewijzen. De verklaring hiervoor, zo zei mijn gesprekspartner, is als volgt. Hoe zouden zij als moslims omgaan met christenen in hun land? In die landen behoor je eerst en boven alles tot een religie – pas dan spelen zaken als nationaliteit of burgerschap een rol. Zelf zouden die moslims absoluut de meerderheid willen blijven boven de christenen. En dus projecteert die leerling ditzelfde denken op Wilders: die zou hoe dan ook zijn christelijke land christelijk willen houden, en is daarom kritisch op moslims. Moet je nagaan als zij ooit een meerderheid zouden worden…

Hoofdconclusie

Zo kwamen we terug op de kern van de discussie: zulke mensen kunnen alleen maar een verhouding aangaan op basis van kracht. Enkel vanuit het idee: ‘Ik ben de sterkere – mijn cultuur is hier leidend. Ik ben hier trots op en jij hebt je aan te passen. Jij moet eerst maar eens bewijzen of je het wel waardig bent om hier te zijn, dus heb jij je te voegen naar mijn cultuur.’

Als dit soort eisen dus niet worden uitgesproken, dan ben je in hun ogen zwak en ridicuul en niet serieus te nemen. Daarom kun je dus niet aankomen met een seculiere rechtsstaat zonder dit in te passen in een leidende cultuur met een bijbehorende identiteit. Inmiddels is dit besef van identiteit zo sterk verwaterd in Nederland – of zo u wilt geliberaliseerd – dat het vanuit de verbeelding moet worden verwekt.

Tot slot

Nu moet u weten dat deze persoon op de universiteit studeerde tussen echt radicale linksgekkies: mensen voor wie Baader Meinhof nog te rechts was. Door met hen om te gaan groeide zijn weerstand tegen die denkbeelden en werd hij voor zijn gevoel conservatiever. Maar juist door die omgeving van studie en discussie achter zich te laten en een kantoorbaan aan te nemen, werden al zijn gevoelens bij natie en traditie uitgewist: het enige wat voor hem nu nog telt zijn de seculiere rechtsstaat en de vrijheid om hedonistisch te leven. Zo blijkt weer duidelijk dat niet de ‘linksgekkies’ de ware vijand zijn, maar het gebrek aan maatschappelijk houvast. Hoog tijd voor een Nieuwe Zuil!

En kom langs op de 22ste!

Posted on

Hoe zou een soeverein buitenlandbeleid eruitzien? (video)

In kwesties van buitenlands beleid is Europa niet leidend maar volgend. De diverse Europese landen kijken in de eerste plaats naar Amerika. De meeste Europese landen zijn dan ook aan Amerika gebonden via de NAVO of daaraan gerelateerde partnerschapsprogramma’s. Alleen al daarom kan er geen sprake zijn van een soeverein Europees buitenlandbeleid gemeenschappelijk of individueel. Als Europa een keer afwijkt van de Amerikaanse lijn, bekritiseert ze die echter slechts voorzichtig en gaat ze uiteindelijk vaak alsnog door de pomp. Hoe dan ook is het doorgaans Europa dat het meest geconfronteerd wordt met de gevolgen van het Amerikaanse beleid in het Midden-Oosten en Afrika. Zo wordt duidelijk dat de belangen van Amerika en Europa lang niet altijd samenvallen.

De vraag dringt zich dan ook op hoe een soeverein buitenlandbeleid eruit zou kunnen zien. Manuel Ochsenreiter, hoofdredacteur van het Duitse geopolitieke magazine Zuerst, formuleerde in zijn toespraak tot het Institut für Staatspolitik  getiteld ‘Rußland, USA, Europa. Von Souveränität und Hegemonie’ een antwoord op deze pertinente vraag. Bekijk de video hieronder:

Lees ook:

Posted on

Sid Lukkassen: Samen kunnen we het fundament leggen van een Nieuwe Zuil!

Met zijn project ‘Verhalen uit de samenleving’ wil publicist dr. Sid Lukkassen een stem geven aan de vele mensen in Nederland die nu nog niet gehoord worden.

Waar de mainstream media in de ban zijn van politieke correctheid en ideologische vooringenomenheid, wil Lukassen het rationale debat opzoeken, gericht op een realistische kijk op wat er speelt in de samenleving. Alles wat zich niet aan de ideeën van de weldenkende klasse conformeert wordt in de mainstream media gemakzuchtig afgedaan als irrationeel onderbuikgedoe, maar de rationele analyses die eronder liggen worden simpelweg genegeerd. Sid Lukkassen wil zich er voor inzetten om deze toch over het voetlicht te brengen om zo het publieke discours echt vooruit te brengen. En daar heeft hij uw steun voor nodig, in de vorm van een bijdrage aan de crowdfunding om dit project mogelijk te maken. Meer informatie daarover is te vinden op http://www.latenwekerkenbouwen.nl/crowdfunding/ 

In onderstaande videoboodschap licht Lukkassen zijn plannen toe:

Posted on

Thierry Baudet en de representatieve democratie

In het bevrijdingsweekend verscheen in de Telegraaf een uitgebreid interview met Thierry Baudet (FvD). Als we het interview destilleren komen we tot drie kernpunten, die licht werpen op de democratie in Nederland vandaag de dag:

  1. Kamerleden worden gerekruteerd op hun vermogen om onbewegelijk te blijven onder argumenten.
  2. Geen Kamerlid laat zich ooit overtuigen: alles is al “bedisseld” en dan slechts door een handvol centrale figuren. De rest van de Kamerleden is min of meer klapvee. Of, nog harder gesteld: stemvee.
  3. Zogezegd worden debatten gevoerd om zaken “opgehelderd” te krijgen. Echter de oppositie weet bij voorbaat dat de coalitie de regering zal steunen. De debatten die de oppositie aanzwengelt zijn dus feitelijk uitputtingsslagen, die worden gevoerd in de hoop dat iemand (in de coalitie) zich verspreekt.

Levenswijsheden ingeruild voor lobbyisme

Deze punten zijn – weliswaar op academische wijze – behandeld in mijn proefschrift De Democratie en haar Media. De drie punten zijn ook op een andere wijze te duiden: onderaan de streep blijkt helaas dat de ruimte om écht inhoudelijk van gedachten te wisselen zeer beperkt is. Vandaag is in de politiek geen ruimte meer om partijprogramma’s bij te schaven op basis van levenswijsheden en filosofische inzichten. Het zijn de belangen van lobbyisten die de politieke melodie bepalen: hierdoor is de politiek vandaag een plek van levensbeschouwelijke en ideologische leegheid.

Sid Lukkassen ~ De democratie en haar media

Vroeger was er nog zoiets als een zuil of een kerk, die op basis van een inhoudelijke visie de politiek kon bijsturen. Dit alles is vandaag echter opgelost in één overkoepelend globalistisch progressivisme, met binnenskamers een ons-kent-ons bestuurscultuur. Een debat om elkaar oprecht te overtuigen is tegen deze achtergrond onmogelijk: bij gebrek aan zuilen achter de partijen hebben spindoctors en managers van vluchtige indrukken de macht gegrepen. Een meetup van Jesse Klaver, om een voorbeeld te nemen, is feitelijk een exercitie in zenden door een populaire voorman. Politici worden tot stijliconen: esthetiek neemt het over van de inhoud. Dit is kenmerkend voor de alomvattende beeldcultuur die ik analyseerde in mijn proefschrift.

Argumenten pro- en contra

Evengoed kan men tegenwerpen dat een goed debat veronderstelt dat de partijen zich niet laten overtuigen. Deze wijze van redeneren stelt echter de ratio buiten werking: de politicus wordt dan een handpop van voorgegeven belangen. Met als gevolg dat het debat puur een showtje voor de bühne wordt. Ook toont deze opvatting minachting voor zowel het dualisme als de controlerende rol van gekozen volksvertegenwoordigers. Een fractievoorzitter van een coalitiepartij mag het debat niet ingaan met de onwankelbare mening dat de premier hoe dan ook gelijk heeft en dat hij de regering koste wat kost moet beschermen.

Men kan op de drie punten ook tegenwerpen dat partijen nu eenmaal vaste belangengroepen hebben als achterban, en dat die kiezers rechtstreeks vertegenwoordigd moeten worden.

Die opvatting van democratie gaat echter in tegen de filosofie van Edmund Burke: namelijk dat de gekozen volksvertegenwoordiger zijn rationele oordeelsvermogen nooit mag uitschakelen of laten gijzelen door een extern belang. Vandaag zien we in Groot Brittannië hoe Labour-politici nu clausules in de mediawetgeving bouwen die miljonairs beschermen tegen kritische journalisten. Denken in termen van louter belangen brengt parlementariërs namelijk tot de conclusie: ‘Ik kan niemand overtuigen – in het hele parlement is er maar een handjevol mensen met alle inside informatie. Dan laat ik mezelf maar inpalmen en fêteren door lobbyisten. Hopelijk ligt er voor mij dan een invloedrijke baan in het verschiet na mijn Kamerlidmaatschap waar ik wél impact kan maken.’

Onderwerp die handpoppen aan waarheidsvinding!

Als het uitgangspunt is dat je geen parlementariërs kunt overtuigen – omdat iedereen de handpop is van één of ander belang – dan nóg is overreding op basis van waarheidsvinding van grote importantie. Bij ieder politiek debat moet namelijk eerst worden vastgesteld wat precies het probleem is, voordat men kan bepalen wat voor de eigen achterban de beste omgang is met het probleem.

Een SP’er zal bijvoorbeeld de lijn uitdragen dat ontslagbescherming in het belang is van zijn kiezer. Maar een VVD’er kan vervolgens inbrengen dat een werkgever minder snel een werkloze zal aannemen, als hij moeilijk van deze persoon kan afkomen. Zodoende moet de politicus zich openstellen om de belangen van zijn achterban in een nieuw licht te zien. Een PVV’er kan vervolgens weer het punt maken dat mensen niet aan een gezin beginnen als er geen financiële zekerheid is, wat betekent dat een totale flexibilisering van de arbeidsmarkt een bevolkingsverandering versterkt.

Druk van de massa leidt tot slechte besluiten

Al deze argumenten zijn relevant en verdienen het om serieus genomen te worden op basis van waarheidsvinding, en niet op basis van louter retorica ofwel ‘een showtje voor de bühne’. Helaas betekent de praktijk van onze democratie dat het heroverwegen van een standpunt wordt geframed als zwakte. Dit betekent dat volharding in domheid en destructie dus meer loont dan ‘beter ten halve gekeerd, dan ten hele gedwaald’.

Democratieën drijven op kiezersdoelgroepen, en dus op groepsidentificatie wat leidt tot groepsdruk. Onder groepsdruk worden er ondoordachte besluiten doorgeramd die zijn gericht op de korte termijn. Daarin had Burke volkomen gelijk: het is een universeel bewezen feit van de geschiedenis dat het zelfstandig denkende individu betere beslissingen maakt dan mensenmassa’s. Vaak stond ik toen er een trein uitviel in een rumoerige massa te wachten op een vervangende bus. Terwijl ik op een app zag dat er ook een reguliere stadsbus naar de bestemming vertrok vanaf de andere kant van het station. “Al deze mensen kunnen er toch niet naast zitten?” dacht ik toen. Totdat ik als individu de proef op de som nam en naar de andere kant van het station liep. Daar nam ik in alle rust de lijnbus.

Moet visievorming in het parlement überhaupt meespelen?

Wat er over de conclusies van het interview met Baudet voorts nog beweerd kan worden, is dat ideologische overreding in de Tweede Kamer irrelevant zou zijn: visievorming zou namelijk al hebben plaatsgevonden in het maatschappelijk debat. Deze bewering mondt uit in twee belangrijke argumenten.

Ten eerste ben ik juist hierom bezig met de opbouw van een ‘Nieuwe Kerk’ – een nieuw levensbeschouwelijk huis van het Westen, waar verhalen uit de samenleving kunnen klinken die niet door managersjargon zijn besmet. Want de hele gang van zaken die überhaupt tot de oprichting van Forum voor Democratie leidde, is dat er in het maatschappelijke debat geen brood te verdienen is met visievorming op basis van realisme. Dit hangt weer samen met het linksliberale subsidiekartel, dat zo goed als alle betaalde talkshows, universiteiten en dagbladen beheerst. Precies hierom is het van belang dat lezers overwegen om mijn crowdfunding te steunen, om een tegenhanger te bieden.

Het tweede argument is dat Baudet in dat geval terecht redeneert (al zal hij dit niet letterlijk zo zeggen): “Ik kan al mijn energie opgebruiken om met mijn twee zetels achter ieder dossier aan te rennen en daar ons plasje over te doen. Maar omdat de maatschappelijke visievorming elders plaatsvindt, bereik ik daar weinig mee, buiten dat mijn achterban dan precies zal weten wat ik van ieder dossier vind. Mijn achterban weet echter al wat ik vind. Ik heb er meer aan om mezelf alvast te oriënteren op de toekomst en op de dossiers die zullen spelen zodra ik wél een meerderheid in de Kamer achter me kan krijgen – ook aan visievorming via boekpublicaties heb ik meer.”

Reflectie op Wilders en de PVV

Dit laat onverlet dat een andere aanpak op zijn plaats zou zijn wanneer FvD met twaalf of meer zetels in de Kamer komt. Met al deze overwegingen in het achterhoofd, is het tot slot interessant om nog kort te reflecteren op Geert Wilders.

De PVV speelt het parlementaire spel precies volgens de regels en doet mee in ieder debat. Hoewel de kiezer terecht waardering heeft voor deze plichtsbetrachting, steekt het systeem wel zo in elkaar dat de PVV-bevindingen niet terugkomen in de machinekamer van de macht. Naar verluid hebben topambtenaren zelfs geweigerd om de inbreng van de PVV in het coalitieakkoord uit te voeren, toen de PVV van 2010 tot 2012 deel was van een gedoogkabinet. De ministers en staatssecretarissen hebben dit destijds maar met de ‘mantel der liefde’ bedekt: de PVV trok haar eigen conclusies.

Tot besluit

Deze kennis maakt Baudets positie des te meer sympathiek. Het systeem is broken en in het interview komt hij daar openlijk voor uit. Hij zou zich wel helemaal kunnen identificeren met het parlementaire stelsel; daarmee zou hij echter ook verwachtingen opwekken die hij in het huidige systeem niet kán waarmaken – hij zou een agent of disillusion worden. Daarom is het goed dat hij wat mentale afstand tot het parlementswerk houdt.

De realiteit is namelijk dat een selecte groep de hoofdlijnen uitzet: de rest vangt de broodkruimels op die van de tafel vallen. Backbenchers brengen deze bijzaken onder tromgeroffel naar de achterban in de regio, in de hoop om zo weer herkozen te worden. Het is een trieste cyclus zonder uitweg. Dit is een mentale gevangenis waar Baudet met zijn intellectuele activiteiten aan ontsnapt.

Qua intellectuele activiteiten ben ik momenteel bezig met een crowdfunding, om de inhoudelijke discussies mogelijk te maken die in de politiek niet aan de orde zijn. Volg mijn project:

https://www.voordekunst.nl/index.php/projecten/7175-verhalen-uit-de-samenleving-1

Aanbieding: bibliotheek der democratie

Posted on

Een reëel alternatief voor de klassenstrijd van Ewald Engelen

Ewald Engelen ontketende de discussie over klassenstrijd en over nieuwe politieke prioriteiten van ‘links’. Deze polemiek is nu overgewaaid naar rechts: daar woedt het debat over de juiste verhouding tussen sociaal-economische en identitaire kwesties.

Lukkassens analyse

Sid Lukkassen betoogde dat sociaal-economische thema’s altijd prominent voorkomen in zijn werk ‒ wie hem volgt kan dit bevestigen. Bij het Oekraïne-referendum voorspelde mijn vader dat ‘nee’ dat zou winnen, hoewel peilingen toonden dat ‘ja’ er goed voorstond in de grote steden. “In de Randstad heb je te maken met kosmopolitische citydwellers; in de provincie zijn er meer MKB’ers die qua inkomsten onafhankelijk zijn van de staat en daarom zelfstandig denken.” Dit is wat hij voorspelde en hij kreeg gelijk: het komt precies overeen met Lukkassens analyse. Al in Avondland en Identiteit schreef hij over de tegenstelling tussen stemmers met een regionaal of nationaal identiteitsbeeld, en lieden die zichzelf als wereldburgers zien.

Lokale versus globale economie

Andere vormen van sociale segregatie hangen hiermee samen. Zoals dating voor hoger opgeleiden, blanke elitescholen en de verandering van het VVD-electoraat. Haalt men het inkomen uit de lokale economie of uit de mondiale economie? We herkennen dit in Oostenrijk, met Van der Bellen en Hofer, en idem dito voor Brexit en Trump. In feite voert de mondiale elite een economische oorlog tegen de middenklasse: daarbij wordt het eigen wereldbeeld bekostigd door de rest van het land.

Sinds het doorsnijden van de band tussen lokaliteit en geld – zoals is begonnen door Saint Simon en de zijnen in de 19e eeuw – voltrokken zich twee catastrofes. Allereerst kwam de financiering van maatschappelijke ontwikkelingen bij politici terecht die bevriende bedrijven voorrang geven. De tweede catastrofe is dat die combinatie geen rekening houdt met mens en milieu, omdat winsten voor de politicus en diens bevriende ‘ondernemers’ zijn. Verliezen worden daarentegen afgewenteld op alle mensen en hun omgeving. Vandaag heet dit ‘vriendjeskapitalisme’ of ‘staatskapitalisme’.

Aangestelden in plaats van MKB’ers

Deze laatste twee begrippen brengen ons op Mark Rutte. Voordat hij aantrad bij de VVD had deze partij nog een ledenbestand vol MKB’ers. Zelfstandig denkend, ‘van de koude grond’ en met de ‘poten in de modder’. Vandaag bestaat het uit millennials met stropdassen die elke dag in pak naar het werk gaan, werkend voor de overheid of als jurist op het kantoor van een multinational. Dit zijn geen mensen die vanuit het niets iets kunnen maken: het zijn aangestelden die vanuit de studiebanken komen binnenrollen op een hoge positie dankzij hun kneedbaarheid, hun vlotte babbel en connecties. Bij deze postmoderne kosmopolieten zonder principes staat alles ten dienste van het doorsnijden van de band met het lokale geld.

Deze aangestelden komen vlot en ‘opwaarts mobiel’ over: in die zin hebben zij een ‘liberaal’ imago. Qua denken hebben zij echter de band met het klassiek liberalisme van de kleine zelfstandige doorgesneden. Ongeveer alle vrijdenkers zijn op een dood spoor gezet bij de VVD: wat overblijft is een verwaterde kartelpartij voor oligarchen en lobbyisten. Zodoende snakt dit land naar vrijdenkers als Lukkassen, wiens achterban bestaat uit hardwerkende middenklassers. Dit is mede doordat zijn analyses gericht zijn op de problemen waarmee deze groep worstelt. FvD heeft goed denkwerk verricht maar spreekt toch vooral tot salonfähige intellectuelen en hedgefunders in grachtengordelpanden.

Links faalt om van dit verraad te profiteren

We zouden denken dat dit enorme kansen schept voor links – juist in een tijd waar het volk massaal is verraden door de elite. Probleem is alleen dat links heeft meegewerkt aan dit verraad. Denk aan het schrappen van de dividendbelasting en het feit dat we belanden in een transferunie. Recent werd nog het punt gemaakt dat Kok en Wallage (PvdA) PostNL hebben gesloopt. Links biedt geen realistisch antwoord: we zien vooral leegte en het opnieuw opvoeren van ‘klassenstrijd’ is pure wanhoop. Als de markt verzadigd is voor een product, dan bedenken we een nieuwe branding voor hetzelfde product.

Zodoende brengt de discussie die Engelen ontketende de leegte aan het licht op de linkerzijde van het publieke debat. Dat bedoel ik niet denigrerend: de vragen waar het om gaat zijn nogal pregnant – zeker de vragen die Engelen stelt. Het debat laat echter ook zien dat er geen oplossing is binnen bestaande denkkaders. ‘Politiek bedrijven’ komt vandaag neer op het uitventen van graduele verschillen. Mijn voorstel? Gooi eindelijk de marxistische denkstructuren het raam uit en stel je open voor de wereld zoals deze is.

Marxistische denkstructuren en evolutie

De vele reacties op Engelen laten een geëvolueerd gebruik van het begrip ‘klassenstrijd’ zien. Zij volgen de doorontwikkelde variant. Dat is de variant die Gramsci ontwikkelde. Onderdrukking is niet meer gerelateerd aan de bezittende klasse binnen de superstructuur, zoals bij Marx, maar aan een abstracte onderdrukker en onderdrukte.

Twee elementen zijn daar aan toegevoegd door andere denkers. Het eerste is de conceptie van het ik in Heidegger’s werk Sein und Zeit. Dit is gegrond in Dasein. Het gaat daarbij om een groepsopvatting van het individu. Kort door de bocht: zonder collectief (leiderschap) geen individueel bestaan. De tweede component is Schmitts opvatting van de politiek en het politieke in Der Begriff des Politischen. Politiek is een antagonistische strijd waaraan de mens zijn wezen ontleent. Zonder deze levensinvulling zou slechts een leegte overblijven, het niets.

Ziehier de leest waarop het begrip ‘klassenstrijd’ binnen het politieke debat is geschoeid. Mede op basis hiervan ontstond de postmodernistische revolutie waarvan sofisten en charlatans – zoals Derrida – de vaandeldragers zijn. De reacties op Engelen leggen deze geëvolueerde versie van klassenstrijd aan de dag. Hijzelf lijkt vast te willen houden aan het klassieke begrip. Nu is de vraag of het mogelijk is om terug te keren naar een ouder begrip en de latere ontwikkeling van het begrip klassenstrijd, zoals hier geschetst, links te laten liggen?

De geest terug in de fles?

Zoals ik hierboven opsomde is dit min of meer oude wijn in nieuwe zakken. Oftewel: probeer de oude Cola! Beter dan de nieuwe Cola! Dit soort rebranding c.q. marketing zal niet werken. Binnen de denkstructuur van Engelen en de zijnen resteert alleen dwang: de dwang waarmee de ander tot zwijgen wordt gedwongen.

In drie punten voorwaarts!

Wat opvalt in de twee columns van Engelen (31 Januari en 10 April) is een hang naar overstijgende waarden, of op zijn minst verenigende ideeën. Uit de bovenstaande beschrijving van de klassenstrijd wordt echter duidelijk dat strijd, onverzoenlijk antagonisme en groepsfragmentatie geen fundering bieden voor die gerede wens. Voorts drie suggesties aan Engelen om dat fundament te bouwen.

Werk ten eerste aan de harmonie van belangen op lange termijn. De wet van de comparatieve kostenvoordelen toont dat menselijke samenwerking universeel tot grotere welvaart voor allen kàn leiden. Het moet makkelijk zijn voor arbeiders om flexibel in hun soort werk te zijn. Bij verdwijnende banen kunnen zij dan makkelijker van soort werk wisselen. Kapitaal moet relatief immobiel zijn: dit zorgt voor directere betrokkenheid, want lokale binding aan mens en milieu.

Het moreel goede – voor mens én milieu – komt het best tot stand in vrijwilligheid. Bij vrije associatie denk ik aan broodfondsen, kredietunies en onderlinge verzekeringsmaatschappijen. Zorg dat alle mensen die ruimte hebben.

Ten derde wil ik blijven vechten voor een werkend geldsysteem. Non-productief kapitaal (in de vorm van overheidscertificaten en -leningen) schiep de afgelopen vijftig jaar weliswaar een geldexplosie, maar géén gelijkelijk groeiende kapitaalstructuur voor bedrijven waarin mensen daadwerkelijk kunnen werken.

Kritiek en toekomst

Engelen heeft gelijk dat de nieuwlinkse invulling van de ‘klassenstrijd’ links niet verder helpt, en de samenleving evenmin. Hij lijkt echter vast te zitten tussen teruggaan naar een niet-meer -in-gebruik-zijnde opvatting van klassenstrijd, of niet willen meegaan in de evolutie van dit concept.

Als alternatief heb ik drie kerndoelen omschreven – ik hoop vurig dat hij hierop zal willen reflecteren. Het zijn in ieder geval meetbare en economisch-wetenschappelijke punten: in die zin zouden de punten moeten aansluiten bij de insteek van sociaaldemocratisch en wetenschappelijk links. Voor zover dat nog bestaat en niet geheel is uitgeroeid door de identitaire tak van het academisch postmodernisme, oftewel regressief links.