Posted on

Is het politieke conservatisme dood?

Is het politieke conservatisme dood? Ik vraag het me de laatste maanden steeds meer af.

Conservatisme is een politieke filosofie die in de eerste plaats de complexiteit van een samenleving onderkent, en meer nog van een geleidelijk (wat niet wil zeggen aan constante snelheid) gegroeide en verder groeiende beschaving, een systeem van deelsystemen met elk hun eigen wetmatigheid. Conservatisme tracht de samenhang te begrijpen en te bewaren, en discontinuïteit en disruptie te vermijden, en is daarom pragmatisch en voorzichtig. Wat allerminst beginselloos of zwak betekent.

Conservatieven vonden gewoonlijk een partner bij de liberalen. Bij alle verschillen – liberalen waren bijvoorbeeld veel antistatelijker dan conservatieven – deelden ze toch bijvoorbeeld het uitgangspunt dat een maatschappij niet kan bestaan zonder ordening, en het respect voor de vrijheid van vereniging, ook voor die met een religieuze overtuiging. Gedurende lange tijd hielden conservatisme en liberalisme elkaar in evenwicht, maar voor een authentiek conservatisme is er hoe langer hoe minder tolerantie in de hedendaagse ‘liberale’ benadering van de politiek. Het zou zelfs tegen ‘de mensenrechten’ indruisen. Het liberalisme werd hoe langer hoe fundamentalistischer anticonservatief, en ondermijnt in naam van ‘fundamentele’ individuele en groepsrechten de klassieke grondslagen van de maatschappelijke orde.

Het rechtstreekse gevolg van de verbanning van conservatieven uit het klassieke speelveld is de opkomst van iets nieuws. Het lijkt erop dat het politieke conservatisme momenteel opgeslorpt wordt door een rechts blok van globalistische identitaristen, wier Grote Gids Donald J. Trump is, een van de grootste charlatans die het ooit tot president van de Verenigde Staten gebracht heeft. In tegenstelling tot wat sommigen nog lijken te denken, is dit blok geen ‘virielere’ versie van het conservatisme, maar een apparaat dat in naam van verabsoluteerde tegenstellingen aanstuurt op de globalisering van conflicten, lak heeft aan instituties, en een soort van leninistische “volksdemocratie” huldigt, waarbij de voorhoede staat voor ‘het volk’. Dit alles wordt gekoppeld aan een aanspraak op morele superioriteit, die de tegenstander tot vijand van het volk reduceert. Hoewel de sociale retoriek vaak ook anti-elitair is, kan dit nauwelijks de feitelijke alliantie met een deel van de financiële superklasse verbergen, die blijkbaar belang ziet in het financieren van dergelijke fenomenen.

Laten we een paar van deze vaststellingen even van wat meer nabij bekijken.

Ook in het wereldbeeld van een conservatief is het conflict en niet de harmonie de motor van de politiek. Maatschappelijke vrede en stabiliteit zijn nooit vanzelfsprekend, een conflict kan op elk moment ontaarden in een vijandschap die door een eigen dynamiek tot erger kan leiden. Daarom is een conservatief zich steeds van het conflictuele potentieel bewust en gaat hij er erg voorzichtig mee om. Een conservatief ziet politiek in belangrijke mate als conflictbeheersing, terwijl hij tezelfdertijd uiteraard toch zijn doelstellingen zal trachten door te zetten.

Wat we hierna ‘rechts’ zullen noemen, wil conflicten niet beheersen, maar ze net aanscherpen om ze te kunnen aanwenden voor eigen gewin. Er wordt gezocht naar gemeenschappelijke noemers om zoveel mogelijk kwesties in één categorie onder te brengen, en daardoor hun mobilisatiekracht te verhogen. Zo, bijvoorbeeld, wordt het Midden-Oosten niet waargenomen als een schaakbord van regionale en mondiale machtsspelers, aangedreven door een verscheidenheid van motieven, maar als een simpele strijd van ‘het westen’ tegen ‘de islam’, dezelfde strijd die ook in onze steden geleverd wordt. Er ontstaat zodoende een rechtstreekse band tussen de aanslagen door moslims in Europese steden, een hoofddoek achter een loket, en de Israëlische annexatiepolitiek.

Idem voor de gemeenschappelijke noemer ‘cultuurmarxisme’ en het catalogeren onder ‘links’ van al het negatieve dat niet aan de islam kan toegeschreven worden. Of cultuurmarxisme wel echt een accurate term is, wat het dan precies is, en of veel van wat eraan toegeschreven wordt er dan wel echt aan te wijten is, is irrelevant. Het gaat om de mobilisatie, liefst de massamobilisatie, het bespelen en sturen van massapsychologie.

Ach, hoor ik u al zeggen, zoiets heeft toch altijd bestaan. Wat voor nieuws is daar nu aan?

Veel, zou ik daarop antwoorden. In een wereld van permanente communicatie (weliswaar op kleine schermen i.p.v. de grote in Orwell’s 1984), zijn mobiliserings- en conflictpotentieel exponentieel toegenomen. Sturing, inkadering (‘framing’) en massapsychologie spelen daarin een cruciale rol. Voor zover doelmatig, worden zonder enige scrupule aantoonbaar valse feiten en beelden de wereld ingestuurd en vervolgens verspreid.

Van conservatieven verwacht je dat ze zouden ingaan tegen dergelijke pogingen tot intensifiëring en globalisering van conflicten, precies vanuit het conflictbesef en de realisatie dat een complex maatschappelijk geheel zeer snel onherstelbaar ontwricht kan worden. Bij rechts zie je het tegengestelde, niet als neveneffect, maar als hoofddoel. Geheel naar leninistisch model, wordt de moraliteit van een actie zo goed als uitsluitend bepaald door haar doelmatigheid voor De Zaak, wat niet hoeft te verwonderen aangezien de rechtse voorhoede zichzelf het monopolie van moraliteit toe-eigent, in het belang van het Volk dat ze beweert te vertegenwoordigen.

Hierdoor ontstaat een soort van rechts-bolsjewistische Internationale, die zichzelf beschouwt als de speerpunt van een globale beschavingsstrijd. De talrijke internationale of globale verbindingen die via stevig gefinancierde ‘think tanks‘ gelegd worden tussen de ‘bestrijders van islam en cultureel marxisme’ spreken voor zich.

Maar ook in deze is niets zo maar wat het lijkt.

Dit alles speelt zich af in een wereld van toenemende financiële instabiliteit. Zelden heeft een superklasse zichzelf zo royaal bediend, door een combinatie van technieken die passen in het sprookje van beurskoersen als graadmeter van de gezondheid van een economie, maar dit model staat op de helling. Met de multilaterale economische ordening van na Wereldoorlog II in verval, heeft het oorlogsdenken nu officieel zijn intrede gedaan in de economische concurrentie. Er wordt nu gesproken over economische vijanden.

In die wereld willen de Verenigde Staten, althans een invloedrijke groep in de Verenigde Staten, ook economisch hun machtspositie in West-Europa consolideren, en een permanente controle uitoefenen op zijn markten, zijn infrastructuur en zijn havens. Vandaar dat de VS, met President Trump op kop, geen seconde aarzelt om door middel van secundaire sancties Europese bedrijven te bestraffen die zich niet schikken naar de Amerikaanse wetgeving, extraterritoriaal toegepast, van zodra er nog maar eens sancties werden afgekondigd tegen een of andere ‘schurkenstaat’.

Vandaar ook dat deze clan de Britten zo diep mogelijk van de EU wil afsnijden, en een handels- en vooral investeringsakkoord wil sluiten dat helemaal naar Amerikaans model zal zijn en de Wall Street-vrienden gul zal bedienen. Rechts heeft een anti-Wall Street retoriek, maar het vergt niet veel moeite om te zien dat er nooit zoveel Wall Street was als in de regering-Trump. Het is niet de eerste keer in de geschiedenis dat de superklasse zich verbindt met ‘populisten’. Zelden zijn daardoor de belangen van ‘het volk’ gediend.

Voor deze plannen zijn politieke bondgenoten in Europa en daarbuiten welkom. Zij moeten helpen bij de juiste toonzetting en de kiezers mobiliseren. Rechts speelt daarin zijn rol of rolletje, ongetwijfeld in ruil voor ‘campagnesteun’. Je zou verwachten dat zogenaamde anti-globalisten zich niet zouden laten verleiden tot hulp aan de creatie van een globale anti-Iranhysterie van Israëlisch-Amerikaanse makelij. Maar het tegendeel is waar. Door zich helemaal in te schrijven in de anti-islamhysterie, voelt elke component van rechts, van Vlaams Belang tot Salvini’s Lega, nu ook de aandrang om ter luidst en met de vinger op de naad mee op te roepen voor regime change in Iran, het troetelproject van de regering-Trump. Van bij het prille begin was de Trump-regering een anti-Iran regering. Een sinister figuur als Rudy Giuliani, maar ook voormalig veiligheidsadviseur John Bolton, zijn vaste sprekers – en hun taal is allesbehalve diplomatisch – op congressen van MEK, een beweging die vaak een sekte genoemd wordt, die op merkwaardige wijze van de terrorismelijst verdween, en oproept tot gewelddadige revolutie in Iran. Dat dit wonderwel samenviel met het programma van de Israëlische premier Netanyahu, van de rechtse Pravda ‘Breitbart’ en een van diens stichters Steve Bannon, zal wel toeval zijn. Anti-globalisme, zei u?

Dat heel wat instituties ondertussen ernstige averij oplopen, is misschien op zichzelf nog niet zo erg, aangezien vele onder hen sowieso een ernstige correctie nodig hadden.

Dat heel wat instituties ondertussen ernstige averij oplopen, is misschien op zichzelf nog niet zo erg, aangezien vele onder hen sowieso een ernstige correctie nodig hadden. Vele conservatieven kritiseerden de ontwikkeling van de Europese Unie, de transformatie van internationaal in globaal recht, de verrechterlijking en de vergrondrechtelijking, en ga zo maar door. Maar rechts zorgt niet voor correcties; rechts zoekt doelbewust de disruptie om de disruptie. Ofwel zal rechts de politieke macht naar zich toehalen, en dan dreigen we te belanden in een brutaal autoritair regime, gebaseerd op autoritaire leiders die op het buikgevoel spelen en niet geacht worden coherente ideeën naar voor te brengen, ofwel keren we terug naar de status quo ante, maar dan dreigen een aantal van de conservatieve ideeën, die rechts zich in een totaal ander kader toe-geëigend heeft, geweerd te zullen worden, omdat rechts ze gediscrediteerd heeft. Kankercellen tasten nu eenmaal het ganse lichaam aan.

Zo zal tegen anti-globalisme opgeworpen worden dat rechts zogenaamd enkel anti-globalistisch was om enkele rechtstreeks belanghebbenden toe te laten een multilateraal systeem te ontwrichten. Telkens de idee van tarieven als essentieel onderdeel van een internationaal handelssysteem ter sprake komt, zal naar de handelsoorlogen-zonder-regels verwezen worden. Wie vindt dat er een ander type van relatie tussen Europa en Rusland moet komen, zal geconfronteerd worden met de schimmige deals van rechtse partijen en figuren met Russisch-Oekraïens-Israëlische maffiosi (overigens verre van het monopolie van rechts, maar dat zal er dan niet meer toe doen) die zonder scrupules gesloten werden. Grondrechten en een rechterlijke macht die het laatste woord heeft zullen uiteraard als essentieel beschouwd worden om de herinnering aan een onzalig tijdvak uit te wissen en zijn terugkeer te verhinderen. Over bio-ethische thema’s zal gezegd worden dat die voor rechts slechts een thema waren omdat ze een kiezerssegment moesten consolideren, en dat voor het overige de totale vermarkting, ook in de ‘life sciences‘, tot de kernpunten van de zo door rechts verdedigde rauwe vrije-marktfilosofie behoort. De christenen zal hun opportunistische collaboratie verweten worden, en van vrijheid om een eigen christelijke identiteit gestalte te geven in eigen instellingen zal niets overblijven. Voor een politiek conservatisme met invloed en macht zal er bijgevolg geen plaats meer zijn.

Het wordt tijd dat conservatieven zich afvragen in welk gezelschap ze (willen) verkeren als ze hun politieke inzichten willen redden. En ernaar handelen. Als het daarvoor nog niet te laat is.

[De auteur, Fernand Keuleneer, is advocaat bij de balie in Brussel. Dit stuk verscheen eerder in het Belgische blad Knack.]

Posted on

De terugkeer van mei 68 en zijn toekomstobsessie

In 2018 werd uitdrukkelijk het vijftigjarig jubileum van mei 68 gevierd. 2019 zal de geschiedenis ingaan als haar finale wraakoefening. Mei 68 is niet alleen terug, maar zegeviert overal. De opstand van de boeren laat eindelijk zien wat er al decennia is voorbereid, en wat in enkele voorstadia al (door onder meer Sicco Mansholt) is voorbereid: grootschalige afschaffing van zowel privé-eigendom als van publieke middelen, de afschaffing van zelfstandige mensen en de uitbouw van een almachtig superviserend systeem, aangestuurd door letterlijke slechts enkele tientallen supperrijken. Als je gaat zoeken, kom je het overal tegen. Zoals we gisteren op onze sociale media uit het ‘toekomstplan‘ van de gemeente Hollands Kroon citeerden:

Twee weken geleden schreef ik in dit commentaar dat de val van de muur alleen kon plaatsvinden, omdat elders al nieuwe muren zijn opgetrokken, gordijnen zijn neergelaten en nieuwe fronten zijn ontstaan. Onzichtbaar weliswaar, maar beter. Een idee dat ik uitgebreid in mijn boek Permafrost behandel. Ook bij mei 68 is dat meer dan zichtbaar. Vorig jaar vierden we tijdens de herdenking van 50 jaar mei 68 het einde ervan. Maar de revolutie van 68 kon juist een stille dood sterven omdat ze almachtig is geworden, omdat de beweging is opgegaan in iets dat groter is dan waaruit het is voortgekomen. Het systeem waaraan mei 68 ten dienste stond, is gestaag uitgebouwd tot een systeem waaruit geen ontsnappen mogelijk is. De rebellen van toen zitten nu op de hoogste posten en verschuilen zich achter kromme, doodgejurispondeerde rechtstaten, democratische instellingen die niet bij te sturen zijn, geneutraliseerde grondwetten waar slechts een ambitie uit spreekt: elk vrijheidslievend initiatief van buiten of onderop onmogelijk te maken.

In 1968 schreef de Freiherr Caspar von Schrenk-Notzing:

Als Amerika niest, is Europa verkouden. Zwaar verkouden stormt de Europese jeugd door de straten, balt de vuisten, spuit met verf, gooit molotov-cocktails en bouwt barricades omdat in het lexicon staat dat wie barricades bouwt, geschiedenis maakt. Op geen enkele andere grond treedt de linkse jeugd op. Men zoekt naar het recept waaruit de toekomst gebrouwen kan worden. De jeugd denkt dat de poort naar de toekomst met twee sleutels open gaat: de sleutel van het plan, het programma, is zonder de sleutel van de macht nutteloos. het ‘verbond’ met de revolutionaire bewegingen in de derde wereld draait enkel om de baardmode, niet om de bestaande machtsverhoudingen.

Een adviseur van het State Department en president Johnson, Zbigniew Brzezinski schetst de toekomst die al begonnen is: In de komende decennia zal de mens in het ontwikkelde deel van de wereld een mutatie doorgaan die met de langzame evolutie van het dierlijke naar het menselijke bestaan te vergelijken is. Het overgangsproces zal echter in zo’n kleine tijdsruimte plaatsvinden, dat schokeffecten niet kunnen uitblijven.De postindustriële, op electronica en communicatiemedia gefundeerde ‘technotronische’ maatschappij waarin de mutatie zich voltrekt, is tot nu toe alleen in de VS ontstaan. De technische grondwet van het nadoen, leidde in het tehnotronische tijdperk tot een ‘wereldsupercultuur’ die vanuit Amerika is beïnvloed. Door het delen van wetenschappelijk-technische kennis zal het bijdragen aan de uitbreiding van een wereldsupercultuur en tot inhoud van de Amerikaanse politiek worden. De overgang van mensen naar een gestuurd technetron – door chemische gedachtecontrole, individualiteitsverlies naar transplantiaties, manipulaties van genetische structuren en politieke controle door opslag van alle data (ook de meest private) en de razendsnelle beschikking daarover door de autoriteiten – stellen de tot gedachtefabrieken omgebouwde universiteiten voor grote opgaves. Als scheppende centra van geweldige communicatienetwerken, als uitgangspunt van een groot deel van de strategische planning voor de binnenlandse en internationale politiek, zal de universiteit ook het nieuwe type van de intellectuele politicus voortbrengen. De verwachte regeringsvorm van de persoonlijke dictatuur door ‘aangename’, magnetische persoonlijkheden die de nieuwste communicatietechnieken benutten om de gevoelens te manipuleren en het denken te sturen en zich van de individuele steun van miljoenen ongecoördineerde burgers verzekeren, vooronderstelt hersenfuncties. De schoksgewijze overgang naar het technotronische tijdperk mag niet ten koste van de stabiliteit van het internationale systeem gaan, en dat zal ook niet gebeuren vanwege alle atoom-, chemische en biologische wapens waarover de internationale supermachten beschikken, van waaruit een stabiliserende werking uitgaat

De obsessie met de toekomst in de afgelopen 75 jaar is overduidelijk. Vorige jaar vierden we 50 jaar mei 68, deze maand dertig jaar de val van de muur, en deze maanden tot aan mei 2020, vieren we 75 jaar bevrijding. Maar dit hele tijdperk ontwikkelde zich slechts in één richting: toekomstbeheersing. De uit 1968 stammende, hierboven beschreven, opbouw van een controlesysteem, het toewerken naar een onomkeerbare werkelijkheid als enig vaststaand gegeven. Alles wat daarbuiten valt moet juist zonder ankerpunten, zonder vaste gegevenheden zijn. Had je vandaag een vaste baan? Niets is vast en morgen kun je die kwijt zijn. Heb je een bedrijf? De ondernemingskamer kan die zonder enige verdere rechtsgang en bewijsvoering van je afnemen. Heb je een huis? Dat dacht je maar. Heb je een bankrekening? Morgen niet meer. Een vriend van mij ging een aantal maanden geleden met een internationaal journalistengezelschap naar Syrië. Toen hij terugkwam, werd hij een week later door de Rabobank gebeld dat hij “niet langer klant kon blijven”. Hij heeft in Syrië geen geld opgenomen en deed alles om de reis in anonimiteit te kunnen maken, maar toch mocht hij daar van die bank niet geweest zijn. Heel binnenkort zitten we gevangen in een werkelijkheid waar vrijwel geen politie meer nodig is. Overtreed je de codes van het systeem, dan verlies je je bankrekening, je hypotheek, je boerderij, je MKB-bedrijf, je werk. Dit is al werkelijkheid

Het gaat niet om stikstof, PFAS etc. 

Enkele dagen geleden verscheen in het Reformatorisch Dagblad een stuk ‘Rekenmodellen maken Nederland kapot’. Dat klopt.  Modellen van het IPCC,  het RIVM, van de Wageningen Universiteit en ga zo maar door, zijn zelden op betrouwbare meetgegevens gebaseerd, maar zijn wel de leidraad voor beleid van de VN, de EU en Den Haag. In Epoque nr. 3 publiceerden we een artikel van de scheikundige en bodemdeskudige Marc van Bemmel, waarin hij bodemonderzoek in de Krimpenerwaard en de regio rond Dordrecht onderzoekt op in het grondwater aanwezige PFAS, waaronder GenX, PFOAS en C8. De bron daarvoor is de chemische fabriek Chemours in Dordrecht. De hoeveelheden GenX in het lichaam van werknemers, maar ook in die van omwonenden, zijn schrikbarend hoog, en hoger dan het RIVM gezond acht. Absurd genoeg is zelfs de norm van het RIVM vijftien keer hoger dan wat de Europese Autoriteit als norm heeft gesteld.

Maar nu het PFAS- en stikstofdebat in Nederland speelt, wordt Chemours nog steeds niets in de weg gelegd. Dan telt zelfs ineens de verbijsterend hoge norm van het RIVM niet meer. Ineens moeten de bouw- en de agrarische sectoren worden stilgelegd. Die liggen nu al maanden stil, maar de grote vervuiler Chemours blijft doordraaien. Het gaat dus niet om de PFAS en stikstof zelf. Het stilleggen van bouwprojecten is ook niet in het nadeel van de grote bouwbedrijven. Vergelijk het met de bankencrisis van 1929. Voordien beschikte de VS over vele duizenden kleine banken en tientallen grote. Na de crisis bleven alleen de groten over. Ook deze imaginaire PFAS- en stikstofcrises zijn alleen in het nadeel van de kleine bouwers, van agrarische familiebedrijven, van de zelfstandigen zonder personeel. De recessie die voor de deur staat doet de rest. Zoals ook VNO-NCW niet in handen is van MKB-Nederland, maar van multinationals, bankiers en beroepsbestuurders, zo is Bouwend Nederland dat ook. Multinationals en grote bouwbedrijven wringen zich in de handen. Chemours hoeft niet eens te handenwringen, want mag duizenden kilo’s toxisch materiaal in het grondwater lozen, tot meer dan 15 maal het maximum dat de EU gesteld heeft. De EU doet niets, het RIVM doet niets, en de Inspectie doet niets. Maar boeren en bouwers moeten stante pede met alles stoppen en een deel ervan zal failliet zijn voordat alles weer op gang komt. Natuurlijk zonder dat ze compensatie van de overheid krijgen, want er wordt nu al gewerkt aan een formule die ze straks uit  uit de hoge hoed wordt getoverd. Boeren en bouwers zullen als vanouds mogen doorgaan, maar dan met een paar duizend kleine boeren en bouwers minder. Geschiedenismakers kijken niet op een slachtoffer meer of minder.

Hetzelfde in de visserij

In de visserij zie je hetzelfde: de kottervloot dook de afgelopen jaren massaal in het pulsvissen, verruilde de zware motoren voor veel lichtere, maar het pulsvissen werd verboden via een dubieus spel waarbij een Franse ‘milieuclub’ werd ingezet. Dit betekende het einde voor  een groot deel van de kottervloot en vele boten waarop visquota voor tong en schol rust, staan nu in de verkoop of zijn al overgenomen. De overnames komen vrijwel allemaal vanuit de echte grote visserijsector, namelijk de hecktrawlervloot, een kartel dat in Nederland officieel vier maar waarschijnlijk slechts twee reders heeft: Jacson, Vrolijk, Parlevliet-Van der Plas (PP) en Van der Zwan. Financieel vormen deze vier driekwart van de hele Nederlandse visserij, hoewel het samen om nog geen 25 varende visfabrieken gaat, zijn ze toch al drie keer groter dan de 300 garnalenkotters, en honderden platviskotters. Deze grote reders vangen vooral pelagische vis. Maar PP heeft bijvoorbeeld ook al de hele garnalenvisserij in Nederland en Duitsland in handen. En nu kopen ze alle failliete pulsvissers op.

En du moment dat ze die boten overnemen, gaat het tij keren voor het pulsvissen. Ja, het is nog verboden, maar nu begint de machine pas echt te draaien. In Visserijnieuws verscheen het eerste artikel ‘Geen dood en verderf in spoor pulskotters’. Wageningen Universiteit, de WC-eend van het Ministerie van LNV, maar ook huisvriend van de grote reders, gaat zich inzetten voor het pulsvissen:

Uit het discards overlevingsonderzoek dat door Wageningen Marine Research (WMR) is uitgevoerd blijkt bijvoorbeeld dat ruim 90% van de tong en schol in de vangsten van pulskotters levend aan dek komt. Deze tongen en schollen zijn allemaal blootgesteld geweest aan het pulsveld, zonder dat ze daar massaal aan dood zijn gegaan. Ook het blootstellen van ongewervelde dieren aan pulsvelden in het laboratorium leverde geen bewijs op dat deze dieren daaraan dood gaan. Alhoewel het onwaarschijnlijk is dat de passage van een pulskor tot grote sterfte leidt, was er nog geen onderzoek gedaan naar hoe het bodemleven er kort na de passage van een pulskor uitziet. Daarom heeft het ministerie van LNV aan WMR de opdracht gegeven een pilotstudie uit te voeren naar het bodemleven in het spoor van een pulskotter.

Om de Franse NGO ‘ZOOM’ die in haar eentje het puslverbod voor elkaar kreeg, hangt ook een heel vreemd luchtje. Net als de wel heel laat gestarte Wageningse onderzoeken, waarvan de resultaten nu pas naar buiten mogen komen. Enfin, het einde van het liedje is: twee of drie grote reders kopen momenteel in een klap heel veel familiebedrijfjes in de kottervisserij op, na een heel verdacht spel met de EU, een Franse ngo, LNV en de WMR. Daarmee gaan ze een grote speler worden in de kottervisserij, gaan de marktprijzen bepalen, zoals ze die momenteel al voor de pelagische vis bepalen, en zo gaat de rest van de kottervloot ook op de fles. We kunnen nu al voorspellen: het pulsverbod zal niet blijven. Over een of twee jaar zal er weer met puls gevist mogen worden en dan zit een groot deel van de quota voor tong en schol, plus een prachtige vloot, in de pocket van het visserijkartel, en dan gaat ook de rest van de kottervloot naar hun pijpen dansen. 500 familiebedrijven in de kottervisserij noem je een markt, maar 2 of 3 bedrijven noem je een kartel.

Dit zijn zo de tactieken om u vandaag al af te nemen wat u gisteren nog dacht te bezitten, en waarvan u morgen bent verjaagd. Het staat er ook zo precies in dat ‘Gebiedsplan’:

Schaalvergroting: minder bedrijven, maar grotere bedrijven. Van boerengezinsbedrijven naar bedrijven met meerdere eigenaren/financiers en eigenaren op afstand.

Daarvan is geen afwijken mogelijk. Het gaat immers om de sleutel van de macht, evenzeer als om de sleutel van het plan. De nieuwe werkelijkheid is er een waarin alle macht geconcentreerd is op één plek, en alle anderen van die plek zijn uitgesloten. Das Leben der Anderen – ons leven dus – is gedoemd tot een bestaan zonder uitgangspunten, zonder zekerheden en zonder toekomst. Het tijdperk van de toekomstobsessie heeft ons van dè toekomst beroofd.

 

 

Posted on

Eric van de Beek bij Café Weltschmerz over The Hague Invasion Act

Eric van de Beek was onlangs bij Café Weltschmerz te gast om met Stan van Houcke te spreken over The Hague Invasion Act. In februari maakte Van de Beek voor Novini een reconstructie van de totstandkoming van deze wet die een Amerikaanse invasie van Nederland mogelijk maakt wanneer een Amerikaan bij het Internationaal Strafhof in Den Haag aangeklaagd wordt voor oorlogsmisdaden en de reactie van de Nederlandse politiek hierop in de loop der jaren. Nu openbaar aanklager Fatou Bensouda vooronderzoek gestart is, dreigde de Amerikaanse nationale veiligheidsadviseur John Bolton nogmaals met dit vooruitzicht. Een zeer actuele kwestie dus.

Nepnieuwsexplosie ~ Tabe Bergman & Eric van de Beek (red.)

Posted on 1 Comment

Klimaatdrammers markeren doodsstrijd oude midden #PS2019

Het politieke paradigma is aan het verschuiven en politici hebben er geen invloed op. Dat steekt. Dit is precies de reden waarom de druk van de klimaatdrammers zo groot is. Systemen in verval slaan namelijk het meest krachtig om zich heen. Een laatste flikkering van het licht voor het weer dooft. De tijden zijn er tumultueus door.

Een dergelijke kracht wordt geprojecteerd vanuit zwakte. Als je gelijk hebt hoef je niet te drammen. Dan komt men vrijwillig je kant op. Het is een teken dat de realiteit van Nederlanders veranderd is en dat ze daar in politieke zin uiting aan geven. Voor het het eerst doen ze dat massaal buiten de partijen van de Verzuiling. Die bezetten nu virtueel 1/3 van de Tweede Kamer.

Het midden verdwijnt nooit

Het politieke midden ligt altijd daar waar de meeste mensen zich comfortabel voelen om hun politieke stem aan te geven. Het midden lijkt dus alleen te verdwijnen als je zelf op een positie staat die niet meer het midden is.

Kiezers bewegen langs twee assen. Ze bewegen binnen het Overton-raamwerk. Dat is het raamwerk van maatschappelijk geaccepteerde meningen. Dit raamwerk bevindt zich op een politieke schaal. Zowel het raamwerk als de plaats op de schaal bewegen in een nieuwe richting. Het is evident dat deze verschuiving in een wat rechtsere richting is.

Het oude midden bevindt zich daardoor meer aan de rand van zowel de politieke schaal als van het Overton-raamwerk. Dat doet pijn. Zij waren het redelijke midden, vormden partijen, leuke clubs, vulden columns en collegezalen. Het is hen niet kwalijk te nemen dat ze op dezelfde plek blijven. De eigen vertrouwde netwerken laten niemand zomaar los.

Kracht is een teken van zwakte

Het oude midden kan alleen nog relevant blijven door zichzelf te krachtig te manifesteren. Dat is nodig omdat hun ideeën niet meer aansprekend zijn. Slechts door kracht worden zij nog geaccepteerd.

Het is mogelijk om deze kracht uit te oefenen omdat de netwerken nog in dezelfde denkwereld zitten. Dit zijn media- en bedrijfsnetwerken die de oude maatschappelijke midden-structuur vorm hebben gegeven. Het is logisch dat zij zich conformeren aan de overblijfselen van de oude structuren.

De realiteit is echter dat het politieke midden zich al verwijderd heeft van de oude structuren. Hierop kracht toepassen werkt niet omdat het midden zich niet laat dwingen. Dat werkt alleen bij totale repressie. Dan is er geen keuze meer over. Precies die tendens kan men terugzien in de politiek geïnspireerde censuur van het referendum, in de door mensen gemaakte algoritmes van Facebook, YouTube en Twitter. Kracht gebruiken om mensen van ideeën weg te houden is een teken van zwakte. Het toont dat de eigen leegte. Deze trend is echter niet begonnen met Rutte.

Het nieuwe paradigma

Het hautaine gedrag tegen Fortuyn is de scheidslijn. De bestaande partijen werden erdoor van hun magie ontdaan. Er was alleen nog geen ruimte voor de kiezer om daadwerkelijk weg te lopen. Dat is nu anders. Alle nieuwe partijen in de Tweede Kamer zijn post-Verzuiling partijen in de zin dat zij voor Fortuyn niet bestonden.

Deze post-Verzuiling partijen hebben geen last van apologeten van communistische moordregimes, van voormalige of onbewezen terroristen, van gekochte politici, van grote schandalen. Ze hebben hun eigen problemen, uiteraard. Deze vallen echter in het niet bij de oude partijen. Kiezers zijn nog vergevingsgezinder omdat deze partijen anders lijken te zijn.

Post-verzuilingspartijen bezetten op 17 maart 2019 virtueel 1/3 van de Tweede Kamer. Daarmee laten burgers zien dat het maatschappelijk toelaatbaar is om op het nieuwe midden te stemmen. Het is de verplaatsing van het Overton-raamwerk in de praktijk.

Trendlijnen en toekomst

De komende Provinciale Statenverkiezingen worden een nieuw datapunt voor de trendlijn van het midden. Peilingen wijzen erop dat post-Verzuiling partijen ook hier hun slag gaan slaan, met uiteraard gevolgen voor de Eerste Kamer.

De trendlijn zal in geen geval abrupt afbreken en omkeren, gegeven normale omstandigheden. Alleen uitzonderingssituaties zoals optreden tegen buitenlandse functionarissen zullen een tijdelijke winst genereren. Lokale partijen zullen hun invloed verder uitbreiden. Daarmee neemt in steeds meer bestuurslagen de invloed van het oude midden af.

Komt deze gedachte uit dan is dat een nieuwe bevestiging van de verschuiving van het midden. Dit blijft ruimte scheppen voor nieuwe partijen of de groei van bestaande post-Verzuiling partijen. In de tussentijd zal het oude midden zich krachtig verweren tegen deze verandering, waar ze geen enkele invloed op hebben.

Met het einde van de Verzuiling verdwijnen ook de partijen en hun netwerken. Dat beseffen ze deels, en dat is waarom ze zich zo met kracht manifesteren. Bedenk telkens dat het een teken van zwakte is. Als hun ideeën zo goed waren had u ze wel gevolgd en hoefde u niet gedwongen te worden. De verzuiling is nu echt ten einde. Zoals De zanger van het vorige midden zong: The times, they are, a-changing. U weet wat u te doen staat bij de komende verkiezingen.

Posted on

Raad van Europa: “Bescherm kind tegen draadloos”

De Raad van Europa roept lidstaten op wifi-netwerken en mobiele telefoons te weren op scholen. Maar Nederland neemt geen maatregelen. Het kabinet lijkt de verantwoordelijkheid af te willen wentelen op de telecomindustrie.

“Voor kinderen in het algemeen, en in het bijzonder in scholen en klaslokalen, maak liefst gebruik van bedrade internetverbindingen en leg strenge regels op voor het gebruik van mobiele telefoons op schoolterreinen.” Aldus adviseerde in 2011 de Raad van Europa de Europese lidstaten in een resolutie getiteld De potentiële gevaren van elektromagnetische velden en hun effect voor de omgeving. Ook zouden de ministeries van Onderwijs, Volksgezondheid en Milieu van de lidstaten campagnes moeten beginnen om “leraren, ouders en kinderen bewust te maken van de specifieke risico’s van vroegtijdige, ondoordachte en langdurige blootstelling aan mobiele telefoons en andere apparaten die microgolven uitzenden.”

“voldoende bewijs”

De Raad van Europa, die overigens geen deel uitmaakt van de Europese Unie (EU), baseert zich voor haar visie op de gezondheidseffecten van straling op de uitkomst van een rapport, dat werd samengesteld aan de hand van twee hoorzittingen die een comité van de Raad had georganiseerd in 2010 en 2011. Op de hoorzittingen kwamen zowel vertegenwoordigers van de telecomindustrie aan het woord, alsook onafhankelijke wetenschappers. Na alle deskundigen te hebben gehoord, concludeerde de Raad dat er inmiddels “voldoende bewijs” is voor de stelling dat straling van mobiele telefoons, wifi, babyfoons, DECT-huistelefoons en andere draadloze apparaten zoals tablets en laptops schadelijk kan zijn voor mensen, dieren en zelfs planten. Zo verwijst de Raad naar de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) die sinds 2011 aanneemt dat veelvuldig en langdurige mobiel bellen mogelijk kan leiden tot tumoren in het hoofd.

Dat er ook veel onderzoeken zijn waaruit geen schadelijke gezondheidseffecten naar voren komen, verklaart de Raad door te wijzen naar de financiering ervan: slechts uit 33 procent van de onderzoeken die betaald zijn door de telecomindustrie blijkt dat er gezondheidseffecten zijn, tegen ruim 80 procent van de studies die bekostigd zijn met publiek geld. Ook het terughoudende optreden van overheden verklaart de Raad uit activiteiten van de telecomindustrie, die elke ingreep zou tegenhouden die de belangen van de industrie kunnen schaden.

voorzorgsbeginsel

De Raad van Europa erkent weliswaar dat er nog veel onduidelijk is over de effecten van straling van draadloze apparaten en de bijbehorende zend- en ontvangstapparatuur, maar acht het inmiddels de hoogste tijd om het voorzorgsbeginsel in acht te nemen, en wijst in dit verband naar het optreden van overheden ten aanzien van asbest en tabak. Al ruim honderd jaar geleden waarschuwden wetenschappers voor de gezondheidseffecten, maar pas vrij recent zijn overheden het gebruik ervan gaan reguleren. Vooral kinderen zouden in bescherming moeten worden genomen tegen straling, vindt de Raad. Dit omdat zij behoren tot de meest intensieve gebruikers van draadloze apparaten en ook omdat zij een groter risico zouden hebben op de ontwikkeling van tumoren in het hoofd.

dovemansoren

De resolutie van de Raad was aan dovemansoren gericht. Althans in Nederland. Er werden vanuit de Tweede Kamer geen vragen over gesteld en kabinetsmaatregelen bleven uit. Hoe is dit mogelijk?

Bij de behandeling van de resolutie in de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa (PACE) was slechts één Nederlander aanwezig: SP-senator Tiny Kox. Dat hij de resolutie niet onder de aandacht heeft gebracht van zijn partijleden op het Binnenhof was te verwachten. Uit de notulen van de assemblee blijkt weinig enthousiasme bij Kox voor de resolutie. “We moeten uitkijken voor radicale voorstellen zoals het bannen van mobiele telefoons van schoolpleinen,” zo liet hij zuinigjes weten, verwijzend naar een eerdere versie van de resolutie, die kennelijk pleitte voor nog strengere maatregelen dan in de definitieve versie vervat waren. De resolutie en het onderliggende rapport hebben op Kox kennelijk ook weinig indruk gemaakt. Hij zegt zich er desgevraagd, nu, zeven jaar later, niks van te kunnen herinneren. Zelfs niet dat hij bij de behandeling aanwezig is geweest.

niet op de hoogte

De Raad roept met name ministeries van Volksgezondheid, Onderwijs en Milieu op maatregelen te treffen. De Nederlandse ministeries van Volksgezondheid, Welzijn & Sport (VWS) en Onderwijs, Cultuur & Wetenschap (OCW) verklaren echter niet op de hoogte te zijn van de resolutie. Alleen het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) zegt er bekend mee te zijn. “Wij vinden het belangrijk de blootstelling te beperken,” aldus woordvoerster Ilana Rooderkerk. Maar voor het nemen van maatregelen op scholen verwijst zij naar het ministerie van OCW. “Dat is aan zet waar het gaat om het gebruik van wifi en mobiele telefoons door scholieren.”

Vinden de ministeries dat er iets moet gebeuren om in het bijzonder kinderen in bescherming te nemen tegen de straling van draadloze apparatuur? Zowel het ministerie van IenW als de ministeries van VWS en OCW verwijzen naar een advies  van de Gezondheidsraad, die in 2016 stelde: “Er is geen bewezen verband tussen langdurig en frequent gebruik van een mobiele telefoon en een verhoogd risico op tumoren in de hersenen of het hoofd-halsgebied. Een verband kan echter ook niet worden uitgesloten, maar is naar het oordeel van de raad onwaarschijnlijk.”

meningsverschil

De Gezondheidsraad blijkt dus van mening te verschillen met de Raad van Europa. Waar de Gezondheidsraad het “onwaarschijnlijk” acht dat mobiele telefoons kankerverwekkend kunnen zijn, ziet de Raad van Europa wel degelijk een gezondheidsrisico, en niet alleen in het gebruik van mobieltjes, maar van alle draadloze apparatuur. Hoe is het mogelijk dat die visies zo ver uit elkaar liggen? Heeft de Gezondheidsraad eigenlijk überhaupt kennis genomen van de resolutie van de Raad van Europa en het onderliggende rapport? Woordvoerder Eert Schoten is daar kort over: “De Gezondheidsraad spreekt zich niet apart uit over resoluties van de Raad van Europa.”

In het advies van de Gezondheidsraad aan het kabinet wordt niet in het bijzonder ingegaan op het gezondheidsrisico voor kinderen, die volgens de Raad van Europa extra risico lopen. Maar in een eerder rapport van de Gezondheidsraad, uit 2011, van de Commissie Elektromagnetische velden, wordt daar wel iets over gezegd: “In verschillende landen loopt nog epidemiologisch onderzoek naar de relatie tussen mobiele telefoongebruik en hersentumoren bij kinderen. Over langetermijneffecten bij kinderen kunnen dus voorlopig geen goede uitspraken worden gedaan.” Zeven jaar later, anno 2018, is de commissie nog steeds deze mening toegedaan. “Er loopt momenteel nog steeds een onderzoek naar langetermijneffecten bij kinderen, maar daarvan zijn nog geen resultaten bekend,” aldus wetenschappelijk stafmedewerker dr. Eric van Rongen van de Gezondheidsraad.

“blootstelling zo laag mogelijk”

Vindt de Gezondheidsraad dus dat de overheid geen maatregelen hoeft te treffen? Ze ziet daarvoor “geen aanleiding”, staat in het advies aan het kabinet. Niettemin adviseert ze “de blootstelling zo laag te houden als redelijkerwijs mogelijk is.” Ze legt niet uit waarom. Alleen dat ze zich daarmee aansluit bij een advies dat ze eerder uitbracht, getiteld Voorzorg met rede.

Niet alleen heeft de Gezondheidsraad het kabinet nooit geadviseerd over de langetermijneffecten van langdurig en frequent mobiel bellen voor de gezondheid van kinderen. Ook heeft de Gezondheidsraad het kabinet nooit geadviseerd over langdurige blootstelling van kinderen aan elektromagnetische velden van wifi-routers, tablets op schoot en mobiele telefoons die op het lichaam worden gedragen. Maar toch verwijzen de ministeries unisono naar de Gezondheidsraad als ze gevraagd wordt naar hun mening over de Resolutie van de Raad van Europa waarin wordt opgeroepen kinderen te beschermen tegen elektromagnetische velden.

klokkenluider

Binnen het ambtelijk apparaat heerst onvrede over de manier waarop het kabinet het dossier ‘elektromagnetische velden en gezondheid’ behandelt. “Het is een onderwerp dat tussen wal en schip dreigt te belanden,” zegt een ambtenaar die liever niet bij naam genoemd wil worden. “Om de een of andere reden is lang geleden besloten dat alles wat met straling en gezondheid te maken heeft bij het milieuministerie hoort in plaats van bij Volksgezondheid. Hoe vreemd die constructie ook is, deze heeft decennialang wel gefunctioneerd. Tot nu toe. Het ministerie van IenW heeft inmiddels besloten dat de verantwoordelijkheid van eventuele gezondheidsproblemen veroorzaakt door kunstmatige bronnen, zoals hoogspanningslijnen en mobiele telefoons, bij degenen ligt die verantwoordelijk zijn voor die bronnen. Dus: de elektriciteitsmaatschappijen en de telecombedrijven. En dat IenW zich daar beleidsmatig uit terugtrekt. IenW vindt dat het dossier elektromagnetische velden en gezondheid meer thuishoort bij Economische Zaken of bij Binnenlandse Zaken, maar het ziet er naar uit dat die ministeries weinig trek hebben om dit dossier over te nemen.”

Dat het dossier tussen wal en schip dreigt te belanden, zal als een boemerang op de overheid terugslaan, zo verwacht hij:  “De maatschappelijke onrust over elektromagnetische velden neemt toe. Want zie bijvoorbeeld het groeiende protest tegen de installatie van 5G-zendmasten. Als de overheid zich terugtrekt op dit dossier, dan zal ze zich niet meer laten adviseren door de Gezondheidsraad en het RIVM, en dan zal ook een einde komen aan de publieksvoorlichting, die nu verzorgd wordt door het Kennisplatform Elektromagnetische Velden.”

De ambtenaar wijst er verder op dat, hoewel het ministerie van IenW zegt de blootstelling aan straling te beperken, er in Nederland nog steeds geen ‘wettelijk vastgelegde blootstellingslimieten’ zijn voor ‘de algemene bevolking’. “Nederland is wat dat betreft een beetje een buitenbeentje in Europa,” zegt hij. “Wettelijke limieten zijn er alleen voor beroepsmatige blootstelling. Als gevolg van een Europese richtlijn is in Nederland vastgesteld dat werkgevers ervoor moeten zorgen dat werknemers niet boven een bepaald niveau aan elektromagnetische velden mogen worden blootgesteld.”

“geen dwingende maatregelen”

Het ziet er niet naar uit dat er in Nederland een wettelijke blootstellingslimiet zal komen voor de gehele bevolking. “Dwingende overheidsmaatregelen in die richting liggen niet voor de hand,” schreef staatssecretaris Stientje van Veldhoven in december 2017 in een brief aan de Tweede Kamer. “Dit omdat onduidelijk is wat de waarde daarvan zou zijn.” Verder verwijst ze naar het ministerie van Economische Zaken en Klimaat dat “met de telecomsector de mogelijkheden heeft besproken om op vrijwillige basis de blootstelling zo laag als redelijkerwijs mogelijk te houden.”

En ook verklaarde ze, in antwoord op vragen van CDA-Kamerlid Maurits von Martels, dat er in de praktijk in Nederland al wel blootstellingslimieten worden gehanteerd, namelijk limieten die worden aanbevolen door de International Commission on Non-Ionizing Radiation (ICNIRP). “Deze ICNIRP-blootstellingslimieten bevatten een ruime veiligheidsmarge, zodat ook rekening gehouden wordt met ouderen, kinderen en mensen met een zwakke gezondheid,” aldus de staatssecretaris. Ze gaat daarbij voorbij aan de kritische kanttekening die de Raad van Europa plaatst bij de door ICNIRP aanbevolen limieten. De ICNIRP is een in Duitsland gevestigde NGO, die zich profileert als onafhankelijk, non-profit en wetenschappelijk. De Raad van Europa stelt dat de herkomst en de structuur van de ICNIRP “niet al te duidelijk” zijn en dat de ICNIRP “warme contacten” lijkt te onderhouden met “industrieën die voor hun expansie afhankelijk zijn van aanbevelingen voor maximale drempelwaarden.”

bliksemafleider

Niet alleen in het ambtenarenapparaat, maar ook bij burgers die zich zorgen maken over de gezondheidseffecten van draadloze technologie heerst onvrede over het kabinetsbeleid. Zo voelde emeritus professor Michiel Haas zich jarenlang niet gehoord. Hij is betrokken geweest bij de klankbordgroep van het Kennisplatform Elektromagnetische Velden, maar daar is hij uitgestapt omdat daar volgens hem “de industriebelangen te veel vertegenwoordigd werden”. Dr. Leendert Vriens van Stop UMTS verliet om dezelfde reden deze klankbordgroep. “Waar het op neerkomt is dat het Kennisplatform fungeert als bliksemafleider voor de telecom- en overheidsbelangen op het gebied van draadloze communicatie en de continue uitbreiding daarvan,” stelt hij. “De financiële belangen van zowel overheid als telecomindustrie zijn enorm.”

De door de ICNIRP  aanbevolen blootstellingslimieten, die volgens staatssecretaris van Veldhoven in Nederland zouden worden nageleefd, vindt Vriens volstrekt ontoereikend. “De stralingslimieten zijn in Rusland, China en de meeste voormalige Oostbloklanden een factor 10 tot 100 lager,” zegt hij, verwijzend naar cijfers van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). “De ICNIRP gaat uit van de hypothese dat alleen door elektromagnetische velden veroorzaakte verwarmingseffecten schadelijk voor ons lichaam kunnen zijn. Er zijn duizenden peer-reviewed publicaties waaruit blijkt dat er ook gezondheidsschade kan ontstaan door niet-thermische biologische effecten. De ICNIRP negeert alle wetenschappelijke publicaties die schadelijke effecten aantonen, zoals enkele en dubbele breuken in DNA, vorming van micronuclei, productie van de stresshormonen HSP27 en HSP70, vorming van reactieve vrije radicalen waaronder reactive oxygen species, verandering bloedwaarden, melatoninetekort, veranderingen in EEG en ECG, doorlatend worden van de bloed-hersenbarrière en schade aan de hersenen.”

Frans wifiverbod

Vriens kent de Resolutie van de Raad van Europa, maar dat is volgens hem maar “één van de negentig” relevante adviezen, uitspraken en maatregelen die de Nederlandse overheid in de wind slaat. Hij wijst er op dat in andere landen wel maatregelen zijn genomen om kinderen te beschermen tegen draadloze apparatuur. Zo geldt er in Frankrijk een wet die Wifi verbiedt op crèches – en die basisscholen verplicht de ouders op de hoogte te stellen als er een wifi-netwerk wordt geïnstalleerd en dit uit te schakelen als er geen gebruik van wordt gemaakt. Ook geldt er in Frankrijk vanaf september 2018 een verbod op het gebruik van mobiele telefoons op lagere en middelbare scholen, zowel tijdens de lesuren als tussen de lesuren en in de pauzes.

Posted on

Wierd Duk geeft antifa koekje van eigen deeg

Nogal wat ophef in de linkse (sociale) media-kanalen. Aanleiding is het artikel van Wierd Duk en Marcel Vink, waarin de Telegraaf-journalisten een analyse maken van de dwarsverbanden tussen een aantal ‘anti-Zwarte Piet’ personen en hun organisaties plus de financiers van deze clubs. Bovendien zetten de journalisten een aantal uitspraken van bekende activisten op een rijtje. Uitspraken die er niet om liegen.

Wat Duk en Vink hebben gedaan is al decennia gebruikelijk binnen radicaal-links (antifa, krakers, dierenactivisten, etc.). In grote schema’s en dossiers brachten linkse activisten personen en organisaties in kaart die in hun ogen extreem-rechts waren. En dat ging ‘van dik hout zaagt men planken’. Via EO-journalisten en DS’70-parlementariërs was men in enkele stappen bij Joop Glimmerveen (NVU) en de weduwe Rost van Tonningen. Vandaag de dag doen de activisten nog steeds hetzelfde. En kan het gebeuren dat dorpsbewoners die in de nabijheid van een asielzoekerscentrum wonen of een buurtcomité in een zogeheten ‘Vogelaarwijk’ met gemak geassocieerd worden met neo-nazi’s die jaarlijks aanwezig zijn op de Rudolf Hess-herdenking in Duitsland. Naming & Shaming is een geliefde bezigheid binnen linkse actiekringen. Het liefst ook nog met foto en adres van de desbetreffende ‘fascist’.

Hypocriet

De verontwaardiging die nu binnen die kringen is opgestoken is dan ook hypocriet. Duk en Vink presenteren de actievoerders een koekje van eigen deeg. Maar dan wel een koekje volgens het juiste recept. Want wat de twee journalisten op een rijtje zetten is schokkend. “Ik houd van vechten, vooral tegen de witte man,” schrijft Mitchell Esajas, een van de voormannen van Kick Out Zwarte Piet. “Ik hoop dat jullie dit jaar iets doen, vreedzaam of niet.” Zijn compaan Jerry Afriyie zei in een toespraak: “Het is oorlog. Ik wil niet langer rekening houden met jouw gevoelens, als jij na vierhonderd jaar niet weet, of niet kunt accepteren dat ik ook gevoel heb.” En op een andere plek riep hij: „De één gaat zingen op de Dam, de ander gaat met een knuppel naar een intocht. Ik vind dat ze allebei de ruimte moeten krijgen.”

‘Shoot the messenger!’

Maar in plaats van op de inhoud van de door Duk en Vink opgetekende uitspraken in te gaan, gaat de achterban van Kick Out Zwarte Piet en vergelijkbare organisaties los op de verslaggevers. ‘Shoot the messenger!’ is hun credo. Activisten die opereren onder veelzeggende namen als ‘YoungFarrakhan’ eisen van andere journalisten dat deze publiekelijk afstand moeten nemen van het artikel van Duk en Vink. “We kennen de kracht/macht van de media en we kunnen niet toestaan dat zij die misbruiken,” twittert de jonge bewonderaar van de racistische en antisemitische Louis Farrakhan. Een andere twitteraar spreekt over een wraakactie van Duk omdat de Blokkeerfriezen veroordeeld zijn.

Links privilege

Beter dan schieten op de boodschappers kunnen de mensen die sympathiseren met Esajas en Afriyie zich eens gaan afvragen wat voor soort activisten ze steunen. Maar linkse extremisten genieten een links privilege, schreef Nausicaa Marbe een jaar geleden. “Wat de NCTV [Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid] als een links-extremistisch gevaar ziet, wordt door het linkse establishment, scholen en maatschappelijke organisaties gekoesterd als een motor voor een ’beter’ land. Niemand die KOZP steunt, zou zich inlaten met een club die de NCTV als rechtsextremistisch identificeert. Maar voor linksextremisten gelden andere maatstaven, dan verschuift de moraal.” De verontwaardiging over de Telegraaf-analyse bewijst dit maar weer eens.

Posted on

De mysterieuze verdwijning van Arjen Kamphuis

Noorse politie vindt kajak van Arjen Kamphuis, meldden de media op 13 september. Een paar dagen eerder had een visser al andere spullen gevonden van de vermiste Nederlander, waaronder zijn ID-bewijs. Na de vondst van de kajak vond de politie een peddel die waarschijnlijk van Kamphuis is. Kamphuis, een gerenommeerd cybersecurityspecialist, wordt sinds 20 augustus vermist. Hij is voor het laatst gezien bij het uitchecken van een hotel in Bodø, Noord-Noorwegen.

Alles aan de verdwijning van Arjen Kamphuis is raar. De vermissing is nu een maand geleden. Sindsdien zijn er spullen van de beveiligingsexpert gevonden: een kajak, een peddel, een ID-kaart. Wat er verder is gevonden heeft de politie in Noorwegen tot nu toe niet bekend gemaakt. Maar tien dagen nadat Kamphuis voor het laatst werd gezien is zijn telefoon 20 minuten actief en worden de simkaarten verwijderd en vervangen door een Duitse kaart. Dat gebeurt in Vikeså, op zo’n 1700 kilometer ten zuiden van Bodø. Een getuige verklaart dat hij Kamphuis die dag (30 augustus) in dat plaatsje heeft gezien. Er waren twee nog niet geïdentificeerde personen bij hem. Hoe kan iemand de telefoon van de cybersecurityexpert, die nu juist bekend staat om zijn uitstekende beveiliging van digitale apparatuur, activeren en een nieuwe simkaart plaatsen? Is Kamphuis het slachtoffer van een ongeluk – omgeslagen kajak in ijskoud water in een verraderlijke fjord, een misdrijf, of een in scene gezette verdwijning?

Een uitgebreide reconstructie in het Algemeen Dagblad van de verdwijning van Kamphuis werpt meer licht op de raadselen. Waarom boekte hij eerst een reis naar Spitsbergen, maar annuleerde hij die vlak voor vertrek? Waarom vervolgens voor een reis naar Noord-Noorwegen een dure kajak aanschaffen, terwijl hij het daar volgens vrienden nooit over had? Waarom heeft niemand hem, op de hotelreceptionisten na, gezien in Bodø? Wat heeft hij die tien dagen in het stadje, dat nu niet echt bekend staat als toeristische trekpleister, gedaan?

Cybersecurity

Er zijn een aantal aanwijzingen. Arjen Kamphuis is een cyberspecialist en ict-specialist op het gebied van privacy. Hij werkte voor diverse bedrijven en overheden om de online veiligheid te waarborgen. Maar Kamphuis had ook contact met Julian Assange en Wikileaks. “Hij is wereldwijd een van de meest prominente cybersecurity-experts van de wereld. Hij benadert het van de ethische kant en denkt na over hoe we ervoor zorgen dat onze maatschappij een vrije democratische rechtsstaat blijft in een tijd waarin we vaak online communiceren,” zei Ancilla van de Leest, voormalig lijsttrekker van de Piratenpartij en één van de beste vrienden van Kamphuis, in een radio-interview. Zij nuanceert overigens de Wikileaks-connectie, net als andere vrienden van Kamphuis. Silkie Carlo, directeur van Big Brother Watch en mede-auteur van een boek van Kamphuis over hoe je onder de radar van overheidsurveillance kan blijven, twitterde: “WikiLeaks might want to make this sound like it’s about them, but it is not … It makes me, and others, feel sick to my stomach to see Arjen being missing/out of contact reported like a WikiLeaks murder mystery.”

In Bodø is weinig te doen, maar net buiten de plaats is het hoofdkwartier van het Noorse leger en NAVO-steunpunt gevestigd in een ondergrondse bunker.

Het is echter wel opmerkelijk dat Bodø bekend staat als een van de grootste cybersecuritycentra ter wereld. In een voormalige Nazi-bunker in een berg in de buurt van het stadje huist het Joint Headquarters van het Noorse leger. In Bodø is ook een luchtmachtbasis die tevens dienstdoet als uitvalsbasis voor de Navo. In Fauske, op enkele kilometers van de plek waar de spullen van Kamphuis zijn gevonden, heeft de Noorse inlichtingendienst een basis waar gegevens worden verzameld en geanalyseerd die binnenkomen van satellieten. Voor een cybersecurityspecialist niet zomaar een plaats. Maar ook een plek die in het brandpunt van de inlichtingendiensten staat.

Een lege kajak

En dan is er de kajak. Op 28 april 1996 vindt een visser een lege kano op de oever van een zijrivier van de Potomac, Maryland. Negen dagen later wordt het lichaam van de kanoër gevonden. Het bleek te gaan om William Colby, gepensioneerd CIA-directeur. Colby leidde de Amerikaanse geheime dienst van 1973 tot 1976. In de decennia daarvoor had Colby, “the man nobody knew”, carrière gemaakt in de CIA en haar voorloper de OSS. Hij was actief als geheim agent in Europa tijdens de Tweede Wereldoorlog. Direct na het einde daarvan werd hij verantwoordelijk voor het opzetten van Gladio, het geheime paramilitaire ‘stay behind network’, dat tijdens een eventuele Sovjetbezetting in actie moest komen. In de jaren zeventig en tachtig was het betrokken bij een groot aantal ‘false flag’-aanslagen, ontvoeringen en sluipmoorden op vooraanstaande personen in Europa. In de jaren zestig was hij hoofd van de CIA in Vietnam en onder meer verantwoordelijk voor het geheime Phoenix-programma, waarin duizenden Vietnamezen werden vermoord die verdacht werden te werken voor de Vietcong.

CIA-directeur William Colby (links) in gesprek met o.a. president Ford in 1975

Maar halverwege de jaren zeventig klapt Colby uit de school. In de nasleep van Watergate kwamen de inlichtingdiensten steeds meer onder vuur te liggen. Het Amerikaanse Congres deed onderzoek. William Colby antwoordde openhartig op de vragen die hem werden gesteld en hij stelde een lijvig rapport samen over de illegale activiteiten die de CIA sinds 1945 had uitgevoerd. De veelzeggende titel van het rapport: ‘Family Jewels’. De CIA-directeur maakte hiermee geen vrienden. CIA-medewerkers noemden hem een verrader en onder druk van minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger stuurde president Ford Colby de laan uit en verving hem door George H.W. Bush.

Vragen

Volgens de zoon van William Colby pleegde zijn vader zelfmoord. De officiële lezing houdt het op een ongeluk. Onderzoeksjournalist Zalin Grant, een kennis van Colby, is ervan overtuigd dat de oud-CIA baas is vermoord. De zaak Kamphuis is nog volledig open. Toch roepen zijn activiteiten in en rond de plaats waar hij logeerde heel veel vragen op, al was het alleen maar vanwege de betekenis van het Noorse stadje. Kamphuis zal niet de eerste zijn die op een raadselachtige manier van de aardbodem verdwijnt. De inlichtingdiensten hebben een lange staat van dienst als het gaat om ‘ongelukken’ en ‘verdwijningen’. Er is een lange lijst met eenzijdige verkeersongevallen, mensen die zomaar uit een raam vallen, ontploffende geisers en omgeslagen vaartuigen. Dat lot trof getuigen, journalisten, maar ook politici en zelfs mensen uit eigen gelederen.

Saillant detail in de levensloop van William Colby: in april 1945 werd hij als inlichtingenofficier gedropt achter vijandige linies… in Noorwegen.


In april 2017 interviewde Eric van de Beek Arjen Kamphuis voor Novini:

http://www.novini.nl/ieder-mens-wel-iets-verbergen/

Posted on

Paul Scheffer praat goed wat niet goed te praten valt

Paul Scheffer – ooit mede-aanzwengelaar van het migratiedebat – is nu ingezet om het onbehagen op dit onderwerp te temperen. Dit blijkt uit een column in NRC, waar hij in één adem door Forum voor Democratie zwart maakt, door uit de school te klappen over een bijeenkomst waar hij was uitgenodigd als spreker. Scheffer heeft ongetwijfeld gewetenswroeging over de politieke consequenties van zijn vroegere wetenschappelijke integriteit. Er is namelijk onbehagen rond een prognose van de VN: vorig jaar werd voorspeld dat er in het jaar 2100 mede als een gevolg van migratie mogelijk 24 miljoen mensen in Nederland zullen wonen.

We zouden bijna denken dat hij is omgekocht om te deugen. Dit is wat hij schrijft:

“Na de lezing wilde een Vlaamse student weten hoe ik dacht over remigratie. Ik zei dat het overgrote deel van de migranten die hier zijn is genaturaliseerd, dus hoezo remigratie? Dan nemen we hun paspoorten toch weer af, was zijn repliek die op enige bijval kon rekenen. Ik zei dat zelfs Pim Fortuyn – toch hun held – niet wilde terugkomen op de migratie uit het verleden.”

Wat een bizarre uitspraak. In de tijd van Fortuyn was de situatie nog beheersbaar gebleven, als op dat moment alle migranten waren genaturaliseerd en de grenzen waren gesloten. Oftewel als de migratie uit niet-Westerse landen op dat moment was stopgezet.

De realiteit is, dat men vijftien jaar is doorgegaan met het opnemen van mensen uit moslimlanden. Hierdoor is vandaag een totaal andere situatie ontstaan: waarschijnlijk had Fortuyn vandaag ook iets totaal anders gezegd.

Wat het nóg lager maakt, is dat Scheffer gebruik maakt van Schild en Vrienden, om FvD zwart te maken. Heeft Scheffer dan ook zijn sprekersvergoeding teruggestort, toen hij ontdekte dat er iemand van Schild en Vrienden aanwezig was?

Het is triest gesteld dat dergelijke academici nog altijd worden betaald voor ‘onderzoek’ om het kromme recht te doen lijken. Zo hoorde ik gister bij de verhalen op Prinsjesdag dat het “goed gaat met de werkgelegenheid”. Wordt er ook bijgezegd dat iedereen die één uur betaald werk verricht, sinds enkele jaren wordt meegeteld als werkende? Dacht het niet!

Scheffer probeert het optimisme rond de Troonrede aan te vullen met zijn boodschap dat het wel meevalt met de bevolkingsverandering. Ja, als je iedereen na twee generaties plots als ‘autochtoon’ bestempelt, zoals in huidige rekenmethodes. Toch zijn er genoeg derde generatie Turken en Marokkanen die een gebrekkiger Nederlands spreken, dan Afghanen die in de jaren negentig zijn ingevlogen.

Scheffer beweert als volgt: “Bij een migratiesaldo van + 50.000 per jaar komt de bevolking in 2060 uit op 20 miljoen inwoners, bij een saldo van – 8.000 op 16 miljoen.” Echter, dit zegt totaal niets over de omvang van bevolkingsgroepen en hun vruchtbaarheidscijfers. Noch zegt het iets over hoe die bevolkingsgroepen zich tot elkaar verhouden qua leefbaarheid. Scheffer probeert het onbehagen over migratie weg te nemen zonder het onderliggende issue te adresseren. Dit noemen we op zijn Oudhollands: wegkijken.

“Mijn opmerking dat er nog zoiets is als een rechtsstaat, kon het enthousiasme voor remigratie ook niet drukken.”

Leg eens uit dan, hoe een Westerse rechtstaat kan overleven onder druk van de islam? Want volgens onderzoekers als David Suurland en Ruud Koopmans heeft een groot deel van de Europese moslims een voorkeur voor een rechtssysteem gebaseerd op de islam.

Het betoog van Scheffer komt neer op “het zal zo’n vaart niet lopen”. In mijn eigen jeugd werden dergelijke prognoses afgedaan als “complottheorieën van Janmaat”. Er waren zó weinig migranten in verhouding tot de Nederlanders, daar kon toch geen serieuze invloed van uitgaan?! Dat werd in mijn jeugd door ouders, leraren en officiële onderzoekers voortdurend herhaald. Intussen is DENK in een stad als Schiedam de populairste onder jongeren met 20,77 procent van de stemmen. Dat gaan hele gezellige wijken worden, waarin Scheffer niet zal hoeven wonen.

Hij gebruikt zijn grijze erudiete hoofd met diepe rimpels en denklijnen om dat goed te praten wat niet goed te praten valt. Waarom doet hij dit? Er is maar één antwoord: hij wil deugend de kist in. Zoals ik hier al voorspelde.

Posted on

Han ten Broeke: de Diepte-Analyse

Een oude casus die al lang intern was afgehandeld kwam bovendrijven en nu is Han ten Broeke opgestapt als Kamerlid van de VVD. Hij had een affaire met een medewerkster. Is dit een kwestie van ‘killed by komkommertijd’?

Het is in ieder geval tekenend dat de beslommeringen van Ten Broeke in de Telegraaf een groter ding zijn dan Geert Wilders’ annulering van de cartoonwedstrijd die definitief bewijst dat geweld en het dreigen met geweld de meest effectieve manier is om onze cultuur te beïnvloeden. Laat niemand ooit nog lullen over ‘geweld lost niets op’ – moslims beperken feitelijk de Westerse vrijheid om met spot en humor om te gaan, omdat zij bereid zijn tot geweld om hun cultuurwaarden door te zetten. Geweld trekt aan het langste eind: desondanks zijn de seksuele escapades van het afgetreden Kamerlid een dominanter media-item.

Klaas Dijkhoff (VVD) greep onmiddellijk de kans om nog even na te trappen naar Halbe Zijlstra: “Als ik fractievoorzitter was geweest, dan had ik Han meteen weggestuurd!” Oftewel verzetsheld na de oorlog. Wist Dijkhoff wat er precies speelde tussen Han en de betreffende dame? Uit niets is op te maken dat zij op het vertrek van Ten Broeke zou hebben aangedrongen.

Puriteinse hetze
Nu deze kwestie dan zo dominant is in de media, is het belangrijk dat wij hier ook een goede en realistische duiding aan geven. De plotse hetze rond Ten Broeke is tekenend voor het neo-puritanisme van deze tijd. De acute ophef bewijst dat de typisch Amerikaanse preutsheid nu ook zijn klauwen in het Nederlandse liberalisme heeft geslagen. De deugmachine van #MeToo blijft doordraaien – pr-adviseurs en spindoctors staan soeverein boven de parlementaire democratie. De media en vooral de imago-managers van partijen bepalen wie wel en niet mag blijven: de kiezer heeft er niets over te zeggen. We hebben het dan nog puur over de afrekening en niet over de voorkant, het opstellen van de verkiezingslijsten.

Harry van Bommel van de SP, Willem Vermeend van de PvdA – het zijn ook namen die in het Haagse circuit worden genoemd. Evenals een aantal dames, waarover door internen driftig wordt gespeculeerd. Het gonst van de geruchten dat Ten Broeke over de partijgrenzen heen seksueel actief was. Wie de publicaties leest, krijgt het beeld dat de Haagse kaasstolp één groot hoerenkot is waar de lustige sappen constant en ritmisch tegen de plinten klotsen. Vroeger was de cultuur meer Europees-aristocratisch: een slippertje werd gezien als een privékwestie. De oude bokken die nog uit die cultuur komen zijn opeens zeer kwetsbaar.

Ministeriële machtsgreep van D66
Dezelfde bron waaruit de informatie over de betreffende dames is gelekt, weet te melden dat de sleutel van Han ten Broekegate ligt bij Buitenlandse Zaken. D66 speelt hier een cruciale rol: de partij wil Kaag als enige regent op BuZa – geen duo-heerschappij meer. Al eerder was Blok vleugellam geslagen, na het onthullen van zijn kritiek op de multiculturele samenleving. Ten Broeke is met zijn kennisvoorsprong en invloed op coalitieonderhandelingen, een opponent van die alleenheerschappij. Ernst Lissauer en anderen hebben al suggesties in deze richting gedeeld (bron 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7). Dit zou perfect verklaren waarom HP/De Tijd eerder een artikel bracht over ‘klusjes’ die Ten Broeke verrichtte vanuit een advieskantoor.

Misschien is het allemaal veel banaler dan we denken. Macht erotiseert – mannen met status en een hoge positie zijn nu eenmaal spannend voor vrouwen. Hier een fragment uit een eerdere publicatie hierover, die in 2015 wat stof deed opwaaien in de wandelgangen van de Radboud Universiteit:

“De essentie zien we in de film ‘Doctor Zhivago’: vóór de Russische Revolutie slaapt de beeldschone Lara Antipova met een koddige liberale parlementariër. Ná de revolutie ligt ze ineens naast een strak-geüniformeerde communistische legerofficier.”

Omgekeerd geldt dit trouwens ook – ik herinner me een verhaal van een vrouwelijke Europarlementariër met twee assistenten. Een lange, goedlachse knappe Italiaan en een inhoudelijk type uit een Portugees bergdorpje. Die Italiaan kreeg voortdurend cadeautjes (op kosten van de fractie) en hoefde zelden wat te doen: de Portugees werkte voor twee. Is dat dan ook ‘#MeToo’? Maar dit is een ander verhaal. In ieder geval is dit in het Europarlement schering en inslag: het boeit niemand wat. In de Tweede Kamer, die allang door de EU is overvleugeld, is het plots groot nieuws.

Analyses van Ybeltje
In haar boek Voorlichting loopt met u mee tot het ravijn (2017) meldt voormalig VVD-Kamerlid Ybeltje Berckmoes het volgende:

“Persoonlijk medewerkers waren in de praktijk nauw met elkaar verbonden. PM’er Elodie Verweij bijvoorbeeld, die als ‘Elodietje’ moeiteloos de grote ego’s in de fractie om haar vinger wist te winden, deelde ineens in 2016 via Twitter mee: ‘BREKEND: vanaf 1 feb ben ik gewoon de nieuwe parlementair journalist van Omroep WNL. Hoe leuk!’ Elodie bleef als journalist een makkelijke entree houden bij de borrels van de PM’ers en kon zo aardig wat nieuwtjes vergaren voor haar nieuwe werkgever. Daar was de fractieleiding flink van geschrokken.” (p.41)

“Zou Han dan nu eindelijk minister worden? Het gerucht ging dat dit er niet in zat, omdat er in het verleden ‘iets’ was voorgevallen. Maar wat, dat wist dan ook weer niemand precies.” (p.144)

Berckmoes bewijst dat de representatieve democratie definitief kapot is. Niet alleen wegens de innige vervlochtenheid van politiek en media. Ieder mens heeft wel iets op zijn kerfstok. Dan doel ik niet op een penthouse dat buiten de registers blijft. Een slippertje, een burenruzie, een controversiële uitspraak gedaan in een verhitte discussie of tijdens een filosofisch gedachte-experiment. Met de nieuwe media is het maar een kwestie van tijd totdat de machten achter de schermen besluiten dat iemand weg moet. Plots wordt dan iets in de media gebracht.

Elk kleurrijk mens is kwetsbaar – niemand kan meer in de politiek. Dit toont opnieuw het belang van een Nieuwe Zuil. Een achterban die vanuit sociale samenhang rotsvast achter haar vertegenwoordigers blijft staan. En die ongevoelig is voor de framing die de mainstream deugpers over hun leiders zal uitgieten. Voor de democratie is het nu heersende puritanisme een doodlopende weg. Trump bijvoorbeeld is ook niet puur maar kocht eigen media-aandacht met zijn enorme rijkdom.

Verborgen motieven
Dit alles overwegende is het nogal overdreven dat Ten Broeke moest opstappen vanwege een slippertje – is er soms een verborgen motief? Wat bijvoorbeeld opvalt in de persverslagen is dat Zijlstra ogenblikkelijk aanstuurde op juridisering. Pas toen de beide betrokkenen zelf aangaven het buiten de gang naar de rechter op te lossen, kwam het tot een overeenkomst om de kwestie te sussen. Waarom heeft Zijlstra daar niet op aangestuurd, in plaats van eerst aan te sturen op escalatie? Zag hij soms een kans om concurrent Ten Broeke eruit te werken? Of wordt dit beeld van de juridische opties enkel uitgedragen om het beeld van de VVD als ‘doofpotpartij’ te ontkrachten?

En verder wordt, wat #MeToo betreft, steeds benadrukt dat seksuele intimidatie en dergelijke om macht draaien. Vervolgens zouden #MeToo-situaties voorkomen moeten worden door uitdrukkelijke ‘instemming’. Deze affaire laat echter zien dat instemming niets waard is, want een vrouw kan zich altijd weer bedenken en alsnog “#MeToo!” roepen, zelfs als er achteraf een overeenkomst is gesloten om de zaak te laten rusten.

Scheve machtsverhoudingen
Er is kortom niet alleen een machtsverhouding tussen Ten Broeke en de medewerkster, maar was er óók tussen Zijlstra en Ten Broeke. Verder draait seksuele intimidatie allicht in zekere zin om macht, maar #MeToo is tevens ‘wil tot macht’ en een instrument dat naar believen kan worden misbruikt.

Vandaag meldt de Telegraaf hierover:

“Verbijsterd waren VVD’ers toen zich in 2013 een fractiemedewerker met een aangrijpend verhaal meldde dat Ten Broeke bij haar over de schreef zou zijn gegaan. En dat terwijl zij aan de vooravond stond van haar huwelijk, met een voormalig medewerker van een CDA-bewindspersoon. […] Als Kamerlid had hij een reputatie als rokkenjager ontwikkeld. Op meerdere gelegenheden werd hij tijdens het eerste kabinet Rutte met zijn collega Jeanine Hennis gezien, waar observanten vaststelden dat ze het bijzonder goed met elkaar konden vinden.”

Zoals gezegd werkt macht en status erotiserend en hypnotiserend. Maar bleek het Kamerlid net zoals alle minnaars gewoon een man die een scheet in bed laat met een veeg in zijn onderbroek? Begon ze te twijfelen, voelde ze zich onrein, kreeg ze ‘buyers remorse’ en legde ze hierom het voorval aan Zijlstra voor als fractievoorzitter? Voelden haar eigenwaarde en trots als vrouw zich uitgedaagd toen een grens die zij voor zichzelf had gesteld als onaantastbaar, in aanwezigheid van Ten Broeke toch vloeibaar bleek? Wenste zij, toen er geruchten rondingen, weer zuiver en puur te zijn? Kwam de beschuldiging vanuit het oogpunt dat alles beter is dan uitgemaakt te worden voor hoer of slet tijdens wanhopige zoektochten naar het verbinden met jezelf? Het zijn waarschijnlijke scenario’s. Dijkhoff kende deze gevoelens niet maar gaf er achteraf wél een veroordelende mening over.

Onder de streep blijft staan dat affaires tussen machtige mannen en jonge, knappe vrouwen van alle tijden zijn. Zie ook Kees Verhoeven (D66). Wel is het voorval tekenend voor de ‘bedrijfscultuur’ van Den Haag: incrowd netwerkjes waar stijgen en dalen in de hiërarchie niet samenhangt met meritocratie maar met andere ‘kwaliteiten’. “In de coulissen leggen ze hun kadaverdiscipline op aan een zielloze meute opportunistische carrièrejagers”, aldus GeenStijl. Neem een escort als je eens lekker ‘buiten de deur wil eten’ en laat het buiten je werk als volksvertegenwoordiger. Krijgen ze meer dan genoeg salaris voor.

Conclusie

Was het, alles bij elkaar genomen, terecht dat Ten Broeke aftrad? Nee – het was intern al afgehandeld en door af te treden is er weer een nieuw precedent geschapen dat de moralistische #MeToo-deugers in de kaart speelt. Sommigen zullen de hetze niettemin geweldig vinden omdat dit de VVD beschadigt – daarvoor zijn er echter al afdoende andere gevallen. Toch is het aftreden wel een zinnige aanleiding om de Haagse ‘bedrijfscultuur’, en hoe het daar qua hiërarchievorming en opwaartse mobiliteit aan toegaat, weer door te lichten.

Kom allemaal naar de Café Avond op 2 september in Rotterdam! Meerdere mensen die verbonden zijn aan het project ‘De Nieuwe Zuil’ zullen aanwezig zijn. Paul Cliteur zal spreken over Pim Fortuyn en, als geestelijk vader van het project, over het boek Cultuurmarxisme. Daarna zal misantropisch humanist Jesper Jansen het woord nemen over o.a. cultuurmarxisme in de praktijk.

 

Posted on

Uitgeverij De Blauwe Tijger lanceert nieuw tijdschrift

De Groningse uitgeverij De Blauwe Tijger lanceert deze zomer een nieuw tijdschrift. Het magazine gaat Epoque heten en moet een glossy “boordevol cultuur, geopolitiek, economie, trends, ambacht en kunst” worden.

“Epoque springt in een gat dat al langer aanwezig is op de Nederlandse bladenmarkt”, zo schrijft De Blauwe Tijger op haar website. “Het is gericht op langlopende trends op gebied van economie, literatuur, kunst, (geo)politiek, geschiedschrijving, onderwijs en opvoeding.”

“In een tijdperk waarin mensen steeds minder kranten en bladen lezen, is Epoque Magazine een middel om zicht te krijgen en visie te ontwikkelen op trends in binnen- en buitenland”, zo licht de uitgeverij toe.

Het is de bedoeling dat ieder nummer van het magazine, dat vooreerst als kwartaalblad verschijnt, een katern rond een thema bevat. In het eerste nummer is dat thema rust. “Thema’s worden over meerdere essays en achtergrondcommentaren ontleed. Vervolgthema’s zijn o.a. Brexit, Merkel, stedebouw, popcultuur, Salamanca.”

Daarnaast wil het blad veel ruimte vrijmaken voor reportages en dossiers: “Dossiers besteden aandacht aan gevoelige maatschappelijke onderwerpen als gaswinning en pulsvisserij en Europese regelgeving. (Foto-)reportages gaan over unieke en vakbekwame ondernemers, en beeldend kunstenaars. En met de kunst is ook het laatste vaste onderdeel aangeboord. Epoque besteedt niet alleen veel aandacht aan het chroniqueren van de kunst en literatuur, maar zal ook literatuur, poëzie en essayistiek plaatsen.”

De redactie van het tijdschrift wordt gevoerd door Antoine Bodar, Henk-Jan Prosman en Tom Zwitser. Auteurs die bijdragen aan het tijdschrift zijn onder andere: Willem Jan Otten, Robert Lemm, Fernand Keuleneer, Alexander Zwagerman, Diederik Boomsma, Klaas Maas, Sietske Bergsma, Amanda Kluveld, Charlotte Blaak, Hugo Beuker, Martin van Creveld, Harry Prins, Peter van Duyvenvoorde, Jesper Jansen, Nikko Norte, Rypke Zeilmaker, Jonathan van Tongeren.

Het eerste nummer van Epoque moet in september verschijnen. De uitgeverij vestigt er de aandacht op dat het initiatief tot stand komt zonder investeerders en vraagt zodoende iedereen die dit wil steunen om niet te wachten met abonneren. “We beginnen weliswaar als kwartaalblad, maar willen zo snel mogelijk een maandblad worden. Dit kan alleen met uw hulp! Treuzel niet, en neem een abonnement!”, aldus De Blauwe Tijger. In de losse verkoop gaat het magazine 16,95 euro kosten, een abonnement is 52,- euro.

Meer informatie en abonneren op de website van De Blauwe Tijger