Posted on Leave a comment

De morele crisis van de consumptiemaatschappij

De beelden van plunderende en rellende bevolkingsgroepen in de straten van Londen, Birmingham en andere steden van Engeland, deden Europa even op haar fundamenten schudden. Hoe is het mogelijk dat in een welvarende staat als Engeland, dat zich bevindt in het hart van de westerse, vrije democratieën het zo uit de hand kan lopen? Één ding is glashelder; de westerse wereld is, ondanks haar liberale verworvenheden, zoals gelijkheid en (economische) vrijheid, verwikkeld in een morele crisis.

Geweldsexplosie
De vlam sloeg in de pan toen een agent de 29-jarige Mark Duggan, vader van vier kinderen, doodschoot. Een vreedzaam protest in de Londense wijk Tottenham tegen het politiegeweld escaleerde in een geweldsuitbarsting, waarbij honderden jongeren hun frustratie botvierden op de politie. Al snel verspreidden de rellen zich naar andere wijken van Londen; spoedig daarna ook naar de grote steden Birmingham en Manchester. Het eindresultaat bestond uit vijf slachtoffers en een schadepost van miljoenen euro’s.

De vraag hoe het zo uit de hand heeft kunnen lopen in Engeland wordt verschillend beantwoord. In de meeste reacties die volgden op de gebeurtenissen in Engeland wordt duidelijk dat de rellen dit keer niet afgedaan kunnen worden als protest van een gewelddadige minderheid of kansloze onderklasse. In de straten van Londen stonden geen protesterende immigranten die opkwamen voor hun politieke rechten, of werkelozen die maatschappelijk gezien in een uitzichtloze situatie verkeerden. Er was dan ook geen sprake van vernielingen aan overheidsgebouwen of politiek bolwerken. De relschoppers, of beter gezegd plunderaars, in Londen hadden het gemunt op winkels en commerciële instellingen. Met grof geweld werden winkels opengebroken en de nieuwste elektronische gadgets gestolen.

‘A broken society’
Vrij breed is men er van overtuigd dat we hier niet te maken hebben met een plotselinge uitbarsting van geweld, maar dat er een dieperliggend probleem ten grondslag ligt aan de rellen van afgelopen zomer. Dat de schrik er goed in zat blijkt wel uit de reactie van premier – Cameron, die voortijdig terugkwam van vakantie en sprak over een diep moreel verval van de samenleving. De conservatieve Cameron legde schuld voor de rellen vooral bij de burgers en hun gebrek aan persoonlijke verantwoordelijkheid. Hij typeerde de Engelse samenleving als een ‘broken society’, die gekenmerkt wordt door ‘onverantwoordelijkheid, egoïsme, kinderen zonder vaders, scholen zonder discipline, beloning zonder inspanning en rechten zonder verantwoordelijkheden’.[1] De sociaal democratische voorman Ed Miliband legde de zere vinger juist bij de grote kloof tussen arm en rijk. Volgens hem speelt die de Engelse samenleving parten.

Voorop moet gesteld worden dat er geen eenduidige verklaringen te geven zijn voor de rellen en de sociale onrust in Engeland. De groepen burgers die betrokken waren bij de rellen zijn te divers om enkel te spreken van een sociaal conflict, zoals de socialisten menen. Tegelijkertijd moeten we constateren dat het al langer broeide in de buitenwijken van Londen. Bij een relatief klein gedeelte van de Engelse bevolking heerst grote armoede. De Britse psychiater Theodore Dalrymple, die veel met deze groep in aanraking komt, spreekt zelfs over een onderklasse.[2] Het probleem is dat deze onderklasse slechte huisvesting heeft en dikwijls werkeloos thuis zit. Bovendien leeft deze groep samen in sterk geürbaniseerde gebieden. Zo telt alleen de stad Londen al de helft van het aantal inwoners in Nederland.[3]

Discrepantie
De grote vraag is of dergelijke rellen ook kunnen ontstaan in Nederland. Paul Schnabel, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) meent dat het zo’n vaart niet zal lopen, hoewel hij het ook weer niet uitsluit. Zijns inziens heeft het Verenigd Koninkrijk te maken met een aantal structurele sociale problemen, die niet of in geringe mate van toepassing zijn op Nederland. Deskundigen wijzen erop dat de verzorgingsstaat in Nederland een factor van betekenis is in het voorkomen dergelijke rellen. Het Nederlandse stelsel heeft namelijk een nivellerende werking. Met andere woorden, de kloof tussen rijk en arm is relatief klein.[4]

Hoewel Nederland dus niet te maken heeft met ernstige, structurele sociale problemen, heerst er wel degelijk onrust. In een opiniërende bijdrage in het Reformatorisch Dagblad wijzen twee onderzoekers op de discrepantie in het beleid van het huidige kabinet. Enerzijds wordt de bal vooral gekaatst naar de bevolking; dikwijls spreekt de overheid haar afschuw uit over morele misstanden, die vooral het gevolg zouden zijn van een te grote overheid. Anderzijds worden, in het kader van een kleine overheid, de handen van de samenleving afgehouden en komt de nadruk te liggen op eigen verantwoordelijkheid. Tegelijk geeft het kabinet een statement door repressief op te treden. In de woorden van de auteurs: ‘de democratische bewijslast wordt omgekeerd: niet de overheid ziet zichzelf genoodzaakt haar beleid te verantwoorden, maar legt de burger langs de morele meetlat.’[5] Deze politieke houding heeft consequenties. Als het in de praktijk immers bij gesproken woorden blijft en de daadwerkelijke misstanden uiteindelijk niet worden aangepakt, veroorzaakt dat onbegrip bij de burger.

De les die hieruit te leren valt, is dat burgerschap een tweerichtingsverkeer is. Van elke burger mag tenminste verwacht worden dat hij anderen niet tot last is. Nog liever zien wij burgers die zelf de verantwoordelijkheid nemen voor hun medemens die, op welke manier dan ook, buiten de boot dreigt te vallen. Tegelijk heeft de overheid de taak daartoe de juiste kaders te bieden. Dit kan eenvoudig door te wijzen op de rechten en plichten van haar onderdanen.[6]

De waarde van het gezin
Laten we terugkeren naar de casus-Engeland. Het probleem van Engeland, en impliciet ook van Nederland, gaat namelijk veel dieper. De hebzucht die tijdens de Engelse rellen duidelijk zichtbaar was, gaat de midden- en bovenklasse niet voorbij. Hebben we hier eigenlijk niet te maken met een zieke moraal? In de huidige consumptiemaatschappij staan individualisme en zelfontplooiing hoog in het vaandel. De wrange vruchten zijn egoïsme en nihilisme. Veel burgers zien alleen hun rechten en verzaken hun plichten. Oplossingen om (mogelijke) misstanden te voorkomen mogen daarom niet alleen gezocht worden in ‘meer banen, meer ontmoetingsplaatsen voor jongeren en meer jongerenwerkers’. De eerste hobbel die genomen moet worden, is van morele aard. Het onderscheid tussen goed en kwaad kan niet gedegradeerd worden tot een persoonlijke keuze, maar is ons door God Zelf aangereikt. Het morele tekort op de maatschappelijke balans moet daarom omgeslagen worden.[7] Concreet dient de politiek daarom de geborgenheid van het gezin te benadrukken en actief burgerschap te stimuleren.

Er wordt weleens lacherig over gedaan, maar het gezin is nog altijd de hoeksteen van de samenleving. In het gezin wordt het individu zowel moreel als sociaal gevormd. Het blijkt dat, waar liefde en geborgenheid in een gezin centraal staan, de leden voor zichzelf en tot elkaar beter tot hun recht komen.[8] In het natuurlijke gezin ligt de verantwoordelijkheid echter niet alleen bij de moeder, maar heeft de vader eveneens een taak. Ten onrechte wordt de positie van de vader vaak ondergewaardeerd. Man en vrouw vullen elkaar namelijk aan in een gezin; beiden zijn nodig. Een kind is gebaat bij het geduld van moeder, maar ook bij de duidelijkheid van vader.[9] Het toenemend aantal scheidingen en ontwrichte gezinnen verdient daarom de aandacht van de politiek. Een gezinsvriendelijk beleid is één van de nuttige kaders die de overheid kan bieden om kinderen in een veilige, vertrouwde omgeving te doen opgroeien. Een minister van Jeugd en Gezin, die oog heeft voor het belang van het gezin, is daarom geen overbodige luxe.

Een morele crisis
Na de economische crisis zijn het nu de rellen in Engeland die onze moderne maatschappij een spiegel voorhouden. Wat beide crises met elkaar gemeen hebben is de hang naar materialisme, zonder morele verplichtingen en verantwoordelijkheden. Ze zijn tekenend voor de morele crisis waarin onze consumptiemaatschappij zich bevindt.

In de moderne westerse cultuur ligt de nadruk op wat iemand bezit en niet op hoe iemand leeft. Geluk wordt meestal in verband gebracht met materieel gewin en genot. Het is de consumptiemaatschappij die de jongeren steeds meer ‘musthaves’ opdringt. Het roept ons dagelijks toe: ‘koop en geniet! Het goede leven kan op aarde bereikt worden’. Morele waarden en normen lijken hieraan ondergeschikt te zijn gemaakt. Het probleem van onze liberale samenleving is het uitgangspunt dat ieder vrij is om zijn of haar eigen geluk na te streven. Niettemin moeten al die individuen samen een samenleving vormen.[10] Wat als er geen hogere moraal is die de samenleving bindt? Waarschijnlijk staat het ergste ons dan nog te wachten. Terecht noemt Theodore Dalrymple de rellen ‘symptomatisch voor een maatschappij die snel uiteenvalt, voor een volk dat geen leiders en geen volgelingen telt, maar enkel nog egoïsten.’[11]

Het volstaat daarom niet om de relschoppers weg te zetten als criminelen. Wij maken zelf eveneens onderdeel uit van een cultuur van hebzucht en afgunst, die in beweging blijft door een onverzadigbare hang naar materialisme. De Engelse theoloog en apologeet C.S. Lewis laat in een van zijn belangrijkste werken zien waar de rotte plek zit in onze samenleving, namelijk in de hoogmoed en de afgunst. In onze competitiesamenleving, waarin we het altijd beter moeten doen dan de ander. Lewis merkt dan ook scherp op: ‘De Hoogmoed beleeft geen plezier aan het hebben van iets, maar aan het hebben van meer dan een ander’.[12] Helaas wordt ons dat ook nu nog met de paplepel in gegoten.

Gert-Jan van Panhuis MA & Johan van de Worp BA

Dit artikel is eerder gepubliceerd in het studieblad Zicht. Het magazine  van het wetenschappelijk instituut van de SGP. http://www.wi.sgp.nl/Home/HomeNieuws_6030/16155.wlid


[1] G. Drosterij en R. Peeters, ‘Burger in de beklaagdenbank’, Reformatorisch Dagblad, 24 september 2011.

[2] Voor een uitgebreide analyse over de Engelse onderklasse, zie Theodore Dalrymple, Leven aan de onderkant. Het systeem dat de onderklasse instandhoudt. Zijn stelling luidt in het kort dat het bestaan van de onderklasse eerder een keuze is dan een vorm van determinisme.

[3] De Volkskrant, ‘Britse rellen zullen niet snel overslaan naar Nederland’, 10 augustus 2011.

[4] Ibidem.

[5] G. Drosterij en R. Peeters, ‘Burger in de beklaagdenbank’, Reformatorisch Dagblad, 24 september 2011.

[6] Kernideeën, Politiek-filosofische uitgangspunten voor de SGP-jongeren (z.p., z. j.), p. 25.

[7] Jan Schippers, ‘Morele moed gevraagd’, De Banier.

[8] Partijprogramma SGP, verkiezingen 2010.

[9] G. de Jong, ‘Vaderschap heft geen status’. Interview met Rob  De Oogs september 2011.

[10] A.Th.van deursen, De geest is meer dan het lichaam. Opstellen over geschiedenis en cultuur (Amsterdam 2010) 230.

[11]Volkskrant, ‘Theodore Dalrymple: ‘Rellen Engeland zijn het loon van laf leiderschap’,12 augustus 2011

[12] C.S.Lewis, Onversneden christendom (Kampen 2002) 125.