Posted on Leave a comment

Militair ingrijpen helpt burgers in Syrië niet verder

Victims Civil War Syria - Novini

Ontelbare levenloze lichamen die naast elkaar liggen opgebaard in kleine kamertjes en gangen wegens een gifgasaanval. Zulke beelden schreeuwen om een antwoord van de internationale gemeenschap. Een militaire aanval zal de kans op vrede verkleinen en de humanitaire ramp in Syrië echter hoogstwaarschijnlijk verergeren. De ChristenUnie pleit er daarom voor dat Minister Timmermans zich uitspreekt tegen militair handelen.

Een chemische aanval mag niet ongestraft voorbij gaan. Er zijn aanwijzingen dat President Assad achter de aanval zit. De resultaten van de VN-inspecteurs zullen waarschijnlijk aantonen dat er sprake is geweest van een chemische aanval maar kunnen geen antwoord geven op de schuldvraag. De Verenigde Staten, Frankrijk en Engeland; Rusland zegt goede gronden te hebben om aan te nemen dat de rebellen er juist achter zitten. Inmiddels heeft Minister Timmermans laten weten dat hij ook ‘met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid’ ervan overtuigd is dat Assad verantwoordelijk is voor het gebruik van chemische wapens. Daarom hebben we een verzoek gedaan om opnieuw vertrouwelijk een briefing te krijgen van de Nederlandse inlichtingendiensten.

Een andere cruciale vraag wordt echter vrijwel niet gesteld: wat wordt er eigenlijk bereikt met een militaire aanval? Een mogelijk antwoord hierop ligt verscholen in het principe van de rechtvaardige oorlog. Heel simpel gezegd: bezint eer gij begint!

Dit concept, ooit bedacht door filosofen als Hugo de Groot en Thomas van Aquino, leidt ook voor het Syrische conflict tot heldere inzichten. Het uitgangspunt is dat een staat haar soevereiniteit verliest wanneer zij handelingen pleegt die ‘het morele geweten van de mensheid shockeren’. De chemische aanval heeft dit teweeg gebracht, al moeten we ook de enorme aantallen slachtoffers die al gevallen zijn niet vergeten. In dergelijke gevallen kan de internationale gemeenschap met militaire middelen haar morele verantwoordelijkheid nemen.

Het principe van de rechtvaardige oorlog verbindt wel eisen aan een militaire aanval. Zo moeten diplomatieke mogelijkheden zijn uitgeput, het geweld proportioneel zijn en de initiatiefnemers geleid worden door zuivere motieven.

Maar er is nog een belangrijk aspect. De militaire ingreep, de aanval moet een gerede kans van slagen hebben. Om twee redenen: een kansloze aanval betekent het slachtofferen van je eigen militairen. En een aanval die de kans op vrede verklein en niet tot minder, maar juist tot meer slachtoffers leidt, moet alleen al om die reden achterwege blijven. Dan is het middel erger dan de kwaal. En dat is er wel aan de hand als we het hebben over militair ingrijpen in Syrië.

Voorstanders van militair ingrijpen benadrukken dat afzijdig blijven geen optie is, omdat een chemische aanval een misdaad tegen de menselijkheid is. Dat is helaas maar al te waar. Toch kun je niet voorbijgaan aan de complexiteit van het Syrische conflict. Het gaat hier niet alleen om monster Assad dat in gevecht is met heldhaftige vrijheidsstrijders. De rebellen zijn niet eensgezind en bestrijden ook elkaar omdat ze verschillende ideeën hebben over de toekomst van Syrië.

Een militaire aanval op het regime van Assad zal de krachtsverhoudingen veranderen in het voordeel van de rebellen. Maar wie zijn dat eigenlijk? Het Amerikaanse congres bevroeg Minister Kerry juist hierover maar zijn antwoorden waren zeer verontrustend. Volgens Kerry is de Syrische oppositie gedurende de laatste maanden ‘steeds gematigder geworden’ en veel meer dan voorheen ‘voorstander van het democratische proces en een grondwet die minderheden beschermt’.

Niets blijkt minder waar. Ook uit Amerikaanse veiligheidsbronnen blijkt dat de oppositie verre van gematigd is. Ook de oppositie heeft zich schuldig heeft gemaakt aan oorlogsmisdaden aldus VN-onderzoeker Pinheiro. Ook zij zijn verantwoordelijk voor standrechtelijke executies, het bestoken van woonwijken en gijzelnemingen. Het meest prangende is echter dat niet kan worden uitgesloten dat deze groeperingen ook chemische wapens hebben gebruikt.

Radicaal islamitische strijdkrachten, zoals Al Nusra, maken een cruciaal onderdeel uit van het verzet tegen Assad. Zij hebben geen oog voor andersdenkenden, of het nu gematigde moslims zijn, of christenen of alawieten. Afgelopen week kwam naar buiten dat jihadisten het christelijke dorp Maaloula zijn binnengevallen. Kerken werden verbrand en christenen vermoord. Wanneer het Assad-regime wordt verzwakt door een militaire aanval, wordt het bijltjesdag: voor de geloofsgenoten van Assad, voor christenen en voor iedereen die de jihadisten in de weg staan. Wat is dan het antwoord van Obama, Hollande en Cameron?

Wij moeten niet met een roze bril naar de oppositie te kijken. Een militaire oplossing zorgt er niet zo maar voor dat de mensenrechten, waaronder bescherming van minderheden, zullen worden gerespecteerd. En het is al helemaal geen recept voor democratie. Er bestaan geen gemakkelijke oplossingen om het bloedvergieten in Syrië te stoppen.

Natuurlijk moet duidelijk zijn dat oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid niet ongestraft kunnen blijven. Niet voor Assad en niet voor de oppositie. Maar daar zijn meer wegen voor. Nu afzien van ingrijpen is niet hetzelfde als voor altijd een vrijbrief geven aan oorlogsmisdadigers.

Beëindiging van het conflict moet het eerste doel zijn. Hopelijk is het ontmantelen van de chemische wapens waar nu over wordt gesproken daartoe een eerste stap. Alle aandacht dient nu gericht te zijn op het laatste initiatief binnen de VN-veiligheidsraad om tot een vreedzame oplossing te komen. Maar zelfs indien dat initiatief niet slaagt moet een militaire aanval op Syrië pertinent worden uitgesloten. Het komt ongetwijfeld voort vanuit een nobel streven maar zal de situatie voor de Syriërs waarschijnlijk alleen maar verergeren

Daarna zijn er mogelijkheden om het recht alsnog te laten zegevieren. Bijvoorbeeld door Assad en andere leiders die oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid hebben bedreven voor het Internationaal Strafhof te krijgen. In de Bijbel roept de profeet Amos ons op om het recht te laten stromen als water en gerechtigheid als een rivier. In dit geval staat militair handelen haaks op dat streven.

Joël Voordewind & Shamir Ceuleers (respectievelijk Tweede Kamerlid en beleidsmedewerker van de ChristenUnie-fractie)

 

Posted on Leave a comment

Er zit potentie in gezamenlijk EU-buitenlandsbeleid

Trineke Palm reageert op Peter van Dalen

Peter van Dalen stelt de vraag: wat is de echte toegevoegde waarde van de Hoge Vertegenwoordiger en EDEO? Het woordje “echte” geeft de richting van zijn antwoord al aan: weinig. Zijn analyse dat het conflict in Syrië de beperktheden van de EU als internationale actor blootlegt, is een breed gedeelde observatie. Zijn conclusie dat de positie van de HR moet worden overwogen en EDEO kan worden afgeslankt, ligt echter minder voor de hand.

Hoge Vertegenwoordiger Catherine Ashton spreekt de minister van Buitenlandse Zaken, bijeen als Europese Raad, toe (Foto: EEAS).
Hoge Vertegenwoordiger Catherine Ashton spreekt de ministers van Buitenlandse Zaken, bijeen als Europese Raad, toe (Foto: EEAS).

Aan de hand van het (gebrek aan) optreden van de EU in het conflict in Syrië, en daarvoor Mali en Libië, beargumenteert Van Dalen dat de macht van de EU in het internationale speelveld beperkt is. Dit is een breed gedeelde observatie. De gevolgtrekking die Van Dalen hieruit maakt, namelijk dat de positie van de HV moet worden overwogen en EDEO in afgeslankte vorm verder moet, ligt echter minder voor de hand.

Ten eerste, hoewel deze conflicten kritiek zijn in de zin dat het op deze momenten aankomt, zijn ze tevens een heel hoge standaard om een geheel buitenlands beleid aan af te meten. Ook de NAVO en de VN hebben dit conflict (nog) niet succesvol ten einde weten te brengen.

Ten tweede, het heroverwegen van de positie van de HV en het afslanken van EDEO lossen het probleem van Syrië ook niet op. Het is een te makkelijke oplossing om de verantwoordelijkheid van de EU als geheel weg te schuiven en daarmee de weg vrij te maken voor andere grootmachten.

Ten derde, vanuit dezelfde analyse kan gepleit worden voor het versterken van de positie van de HV, o.a. door EDEO te versterken. Pas dan kan er tegenwicht worden geboden aan het “eigenhandig” optreden van lidstaten en andere grootmachten. Zoals Van Dalen aangeeft, juist de EU kan een onderscheidende positie innemen. Er zit dus potentie in een gezamenlijk buitenlands beleid. Dan is het dus zaak om, ook vanuit het Europees Parlement, vanuit een constructief kritische houding te kijken hoe dit vorm kan worden gegeven. De notie om publieke gerechtigheid te zoeken, één van de kernbegrippen in het christelijk politieke denken, beperkt zich niet tot een bepaalde overheidslaag. Juist het zoeken van publieke gerechtigheid is misschien wel van toepassing op het EU buitenlands beleid.

Posted on Leave a comment

Syrië en de Barones

De opstand in Syrië is de afgelopen twee jaar uitgemond in een sektarische burgeroorlog waar de internationale politiek geen antwoord op lijkt te hebben. Waar andere landen actief zoeken naar overleg, of één van de partijen daadwerkelijk steunt, is de afwezige in het debat de Hoge Vertegenwoordiger van de Europese Unie, barones Catherine Ashton. Dat doet de vraag rijzen of een gemeenschappelijk Europees buitenlandbeleid op alle onderdelen haalbaar is. Wat is de echte toegevoegde waarde van deze functie van de Hoge Vertegenwoordiger en de Europese Dienst van Extern Optreden (EDEO)?

Dubbele pet Ashton
De functie van de Hoge Vertegenwoordiger is geregeld in het Verdrag van Lissabon in 2009. Tot de taken behoren leiding geven aan de instrumenten van het buitenlands beleid, dus onder andere de diplomatieke dienst van de EU, de EDEO. Maar wat deze functie bemoeilijkt, is dat de vertegenwoordiger een functie in de Europese Raad combineert met een functie in de Europese Commissie. Mevrouw Ashton heeft dus een dubbele pet op. De verhoudingen tussen de Europese instellingen vertroebelt op deze manier. Want namens wie spreekt Ashton? Namens de lidstaten of namens de Europese Commissie? De vertegenwoordiger mag uitsluitend op punten waar consensus heerst namens alle lidstaten optreden, een verzwarende factor dus. Want dit zal in de praktijk vooral onderwerpen betreffen die letterlijk of figuurlijk ver van Europa afstaan. De Eurofractie van de ChristenUnie heeft zich altijd uitgesproken tegen dit gevaar van de twee, mogelijk tegenstrijdige, functies die Ashton vertegenwoordigt.

Toegevoegde waarde Hoge Vertegenwoordiger beperkt
We zagen al eerder dat de rol van Ashton in de internationale politiek beperkt is. Zowel de escalatie in Mali en de situatie in Libië lieten zien dat Europa geen collectieve vuist kan maken, maar individuele lidstaten het initiatief naar zich toetrekken. Maar nu ook in Syrië, een conflict dat na twee jaar al meer dan 93.000 mensen het leven heeft gekost, is Ashton opnieuw onzichtbaar. Dit zorgt er voor dat de geloofwaardigheid van de Europese Unie in het buitenlandse beleid aan betekenis inboet. Met Syrië had de Europese Unie bijvoorbeeld een belangrijk verschil kunnen maken in de organisatie van de conferentie in Genève die mogelijk aanstaande is. Die bijeenkomst, waar zowel de oppositie als vertegenwoordigers van het regime aanwezig zijn, kan een van de laatste mogelijkheden zijn om een echte oplossing van het conflict te vinden. De Europese Unie had een rol kunnen spelen omdat het zich onderscheidt van andere machtsblokken en zowel met de oppositie als het regime zou kunnen overleggen. In tegenstelling tot met name Rusland en de Verenigde Staten. De tijd slinkt echter, en we hebben 27 mei jl. al het einde van het wapenembargo voor de Syrische oppositie gezien.

Hoge Vertegenwoordiger Catherin Ashton overlegt met de Britse minister van Buitenlandse Zaken William Hague (Foto: EEAS)
Hoge Vertegenwoordiger Catherine Ashton overlegt met de Britse minister van Buitenlandse Zaken William Hague (Foto: EEAS)

De kans voor Europa om deze onderhandelingen te leiden is gemist en toont dat bij de echt grote internationale onderwerpen en conflicten het de grootmachten als de Verenigde Staten, Rusland, maar ook Groot-Brittannië en Frankrijk, zijn, die de dienst uitmaken. De EDEO blijft ook afhankelijk voor informatie en inlichtingen van de nationale lidstaten. Primair Frankrijk en Engeland. Dit zijn echter ook de landen die de grootste voorstanders waren van het beëindigen van het wapenembargo in Syrië. Dat maakt de Hoge Vertegenwoordiger erg kwetsbaar.

EDEO terug naar kerntaken
De rol van de Hoge Vertegenwoordiger en de EDEO moet worden heroverwogen. De toegevoegde waarde van de EDEO is beperkt aangezien op belangrijke internationale vraagstukken er geen EU-consensus te bereiken is. Dat betekent dus ook dat de dienst kan worden afgeslankt. Om zich te concentreren op taken en aandachtsvelden waar de Europese landen het met elkaar eens zijn en waarvoor geen bevoegdheden op militair en inlichtingengebied naar Brussel hoeft te worden overgeheveld. Dit zijn taken zoals het ondersteunen bij en coördineren van concrete missies bijvoorbeeld bij de bestrijding van piraterij voor de kust van Somalië. Adequate hulp aan vluchtelingen uit Syrië kan ook zo´n missie zijn. En focus op heel concrete onderwerpen als opkomen voor vrijheid van godsdienst en steunverlening bij de opbouw van jonge democratieën als Birma. Door zo’n aanpak wint de EDEO aan geloofwaardigheid. Geloofwaardigheid die Barones Ashton helaas vooral met het Syrische conflict heeft verloren.

Posted on Leave a comment

Christenen hadden in Assads Syrië meer vrijheden dan in Turkije

Dat schrijft Tweede Kamerlid voor de ChristenUnie Joël Voordewind in een verslag van een reis die hij samen met een medewerker en iemand van de christelijke mensenrechtenorganisatie Jubilee Campaign maakte.

“Hoewel christenen volgens de grondwet niet worden erkend en formeel geen rechten hebben, was er onder Assad ruimte om christen te zijn. Er waren kerken die bezocht konden worden en klokken van kerken mochten worden geluid. Christenen konden eigen scholen en seminaries oprichten. Uit meerdere verklaringen hebben wij ook kunnen afleiden dat moslims en christenen in redelijke harmonie samenleefden en dat gematigde moslims en Christenen deel uitmaakten van  elkaars  vriendengroepen. Een vergelijking met de vrijheid van christenen in het huidige Turkije levert op dat een christen onder het regime Assad meer vrijheden kende dan een christen in  het huidige Turkije. In tegenstelling tot in Turkije mochten christenen hun eigen taal spreken, kerken bezoeken en bouwen, scholen (inclusief kinderopvang) en seminaries stichten. Verder hadden christenen hoge posities in de maatschappij en in de politiek. In de republiek Turkije is nu voor het eerst in de geschiedenis een christelijke Koerd in het parlement gekomen. In Syrië waren er meer mogelijkheden om politiek actief te zijn. Ook typerend is dat een kerk in Turkije geen klokken mag luiden -uitzonderingen daargelaten zoals in een enkel dorp waar (bijna) uitsluitend christenen wonen- terwijl dat in Syrië wel mocht. Volgens bisschop Samuel van Mor Gabriel die wij spraken had iedereen in Syrië in tegenstelling tot in Turkije respect voor bisschoppen. Hij deelde ons ook mee dat hij bij reizen vanuit Turkije naar Syrië respect ervoer van de Syrische politie. ”Er werd zelfs voor mij gesalueerd” vertelde hij”

Na de zogenaamde Arabische lente werd alles anders:

“Van de vele christelijke vluchtelingen die we hebben gesproken hebben we verhalen gehoord over beroving, bedreiging en ontvoering. Ook over fatwa’s tegen christenen onder meer inhoudende dat christenen straffeloos mochten worden ontvoerd of gedood. Vluchtelingen vertelden ons dat  het begon met rebellen die christelijke mensen met aanzien, zoals artsen of ondernemers, ontvoerden om met het losgeld wapens te kunnen kopen. Om het losgeld bij elkaar te krijgen is de familie genoodzaakt hun mooiste kleren te verkopen en in bepaalde gevallen zelfs hun  land en huis. Zelfs dan zijn ze echter nog niet zeker dat ze hun familielid weer in de armen kunnen sluiten. Door de gebeurtenissen voelden ook de gemiddelde burgers zich helemaal niet meer veilig en vluchtten. In Syrië vallen onder alle bevolkingsgroepen slachtoffers en zijn er onder alle groepen ook vluchtelingen. Christenen lijden echter aantoonbaar meer. Getalsmatig zijn er meer ontheemd en gevlucht [..]. Christenen zijn een makkelijk slachtoffer, omdat ze vaak welgesteld zijn en geen bescherming genieten. Ze hebben geen militie of leger die hen beschermd. Ze willen ook niet meevechten omdat ze pacifistisch zijn en het omver werpen van het regime niet hun doel is. Daarnaast zijn het de militante  moslims die christenen zwaar onderdrukken. Christenen kunnen niemand vertrouwen en heel moeilijk bepaalde gebieden of straten afschermen, zoals bijvoorbeeld de Koerden wel kunnen doen. Na drie uur gaat niemand meer de straat op uit angst voor ontvoering. [..] Berichten van ontvoerde en vermoorde christenen en stromen van christenen die richting Turkije vluchten, blijven ons bereiken.”

Het rapport beschrijft verder de situatie van de vluchtelingen, zowel binnen Syrië als in buurland Turkije, verschillende (gewapende) oppositiegroeperingen en tast verschillenden oplossingsrichtingen af om uiteindelijk tot een aantal aanbevelingen te komen.  Gesuggereerd wordt onder andere het vormen van een veilige zone voor christenen en opvang van christenen in aparte vluchtelingenkampen, zodat ze niet bedreigd worden door moslimvluchtelingen. Verder wordt ontraden wapens te leveren aan de oppositie vanwege de samenwerking radicaal-islamitische beweging Jabat al-Nusra.

Het reisverslag is op de website van Jubilee Campaign te downloaden.

Posted on Leave a comment

De staat van de Unie

Donderdag 7 maart jongstleden vond in de Tweede Kamer een debat plaats over de staat van de Europese Unie, waarbij ook diverse Nederlandse europarlementariërs zich tot de kamer richtten. Zo ook Peter van Dalen, europarlementariër voor de ChristenUnie (Europese Conservatieven en Hervormers, ECR). Hieronder zijn speech:

Hoe staat de Europese Unie ?

Mijn favoriete schrijver is Erich Maria Remarque. Zijn bekendste boek is “Im Westen nichts Neues”. Dit boek is door de nazi’s verbrand. Het boek bericht over een generatie die door de oorlog werd vernietigd. Èn het boek bericht over de generatie die ontkwam aan de granaten!

erich-maria-remarque-1898-1970-german-everettEr bleef immers ook een generatie in leven. Maar hoe? In een Europa zonder werk; een Europa met honger; een Europa vol vluchtelingen; een Europa waar het bezit van een paspoort het verschil maakte tussen leven en dood.

Dàt Europa kennen we niet meer. Daar mogen we God voor danken. Ons Europa is al meer dan 65 jaar verschoond van een grote oorlog. In ons Europa kunnen personen, goederen, diensten en kapitaal vrij reizen. In ons Europa werken we samen om te kunnen eten en in vrijheid te leven.

Maar ons Europa staat onder grote druk. We hebben een munt die ons de kop kan gaan kosten. Euroleiders als Draghi bedenken constructies die nauwelijks nog te begrijpen zijn. Schuldenbergen worden tot onvoorstelbare hoogten opgetast. En Van Rompuy, Barroso en Verhofstadt roepen: meer, méér Europa, dan komt alles goed.

Erich Maria Remarque wees in zijn béste boek op “Der schwarze Obelisk”. Een concentratiepunt van macht. In zijn tijd een concentratiepunt van donkere, zwarte macht.

Ik trek de parallel met “ein weisser Obelisk”. Een concentratiepunt van witte macht in Brussel. Op het oog liefelijk en aantrekkelijk. Maar toch: geconcentreerde macht.

Hamvraag is dan: “Waar is de tegenmacht?” Ik zeg u: zéér zeker níet in het Europese Parlement. Daar lopen de grote fracties als duffe schapen achter die witte macht aan. Ze willen niets liever dan hun dorst lessen bij die macht.

Ik richt mij tot dìt parlement. En op de Kamer aan de overzijde. Wees die tegenmacht!  Gebruik die gele- en oranje kaart procedure. Wees kritisch!

En tegen dit Kabinet zeg ik: draag David Cameron voor de Karelsprijs voor! Dat zeg ik niet omdat ik met zijn partijgenoten in één en dezelfde Europese fractie zit. Ik zeg dit omdat Cameron de juiste vragen stelt. Hij vraagt: hoe staat de unie? Wat moet Brussel doen, wat kan Brussel minder doen, wat doen de hoofdsteden zelf? En hij geeft antwoord op die vragen.

Waarom zijn die vragen en antwoorden nodig? Om die witte obelisk van tegenmacht te voorzien, en om burgers weer te betrekken bij Europa. Opdat burgers zien dat Europa een zegen kan zijn, en geen vloek wordt! Ja dàn stáát de unie!

Posted on 2 Comments

Verhoging alcoholleeftijd goede stap om alcoholmisbruik uit te bannen

Voor het zomerreces heb ik samen met andere fracties een initiatiefwet ingediend waardoor de alcoholleeftijd wordt verhoogd van 16 naar 18 jaar. Deze week wordt door een ruime meerderheid voor de wet gestemd. Is deze overheidsbetutteling nodig en kunnen we het wel of niet drinken van alcohol door pubers niet overlaten aan de ouders? Zij voeden hun kinderen toch op? Er is veel voor te zeggen om als overheid grenzen te stellen aan alcoholmisbruik. Alcoholproblemen gaan niet alleen de gebruiker zelf, maar ook de samenleving aan. 

comazuipenIn Amsterdam blijkt dat 90 procent van de keren dat de politie na 23.00 uur uitrijdt wegens een melding, alcohol gerelateerd is. Dan gaat het om openbaar dronkenschap, vernieling, huiselijk geweld en agressie in het verkeer. De maatschappelijke kosten als gevolg van alcoholmisbruik en -problemen zijn hoog. Alcohol maakt meer kapot dan je lief is. Ook jongeren weten de aandacht op zich te vestigen, bijvoorbeeld door het zogenoemde ‘comazuipen’. Niet meer dan terecht om in te grijpen en de maatschappelijke kosten proberen te verminderen.

Het gaat niet alleen om maatschappelijke kosten. Ook de veiligheid is in het geding. Of het nu gaat om ‘project X’ in Haren, rellende hooligans na een voetbalwedstrijd, of verkeersongevallen, vaak is een teveel aan alcohol een belangrijke reden waardoor het uit de hand loopt.

Om de maatschappelijke kosten terug te dringen en de veiligheid te verbeteren, is ingrijpen door de overheid nodig. Het verhogen van de alcoholleeftijd is een stap in de goede richting. In de meeste Europese landen is de alcoholleeftijd al verhoogd. De belangrijkste reden om de leeftijd voor alcoholconsumptie te verhogen, heeft echter niet te maken met maatschappelijke kosten of veiligheid, maar met gezondheidswinst. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat er een verband is tussen de leeftijdsgrens en de leeftijd waarop jongeren beginnen met drinken. Hoe hoger de leeftijdsgrens, hoe hoger de startleeftijd. Ieder jaar dat jongeren later beginnen met drinken is gezondheidswinst: het leidt tot minder agressie en (verkeers)ongevallen tijdens het uitgaan, het vermindert de kans om op latere leeftijd verslaafd te raken aan alcohol en de hersenen kunnen zich beter ‘uitrijpen’.

Overheid: treedt dus op tegen alcoholmisbruik! Samen met de eerder genomen maatregelen, te weten een stevige handhaving en goede voorlichting aan de ouders, vormt de leeftijdverhoging nu een effectieve aanvulling om gezondheidswinst te boeken. Laten we hersenen beschermen in plaats van beschadigen!

Posted on Leave a comment

Handelsverdrag EU-India: meer dan geld alleen!

Vorige maand was ik in India met een delegatiereis van het Europees Parlement. We bezochten de hoofdstad New Delhi, en de zuidelijke stad Chennai, in de deelstaat Tamil Nadu. Het cliché van India als land van de grote tegenstellingen is absoluut waar. Bijna nergens ter wereld zijn de armen zo arm en de rijken zo rijk. Daarbij is het land nog eens bijzonder dichtbevolkt, waardoor arm soms letterlijk bij rijk op de deurmat ligt.

De laatste jaren is de berichtgeving over India wel wat eenzijdiger geworden. Het land heeft een goede positie verworven als ‘I’ in de BRICS. In de internationale media gaat het vaak over “shining India” en zijn er velerlei verhalen van een snel rijker wordende middenklasse. Deze groep houdt van fel licht, glitter, glamour en juwelen, vandaar het “shining”. Indiase politici doen vaak ook erg hun best om dit verhaal te benadrukken en spreken dan vol trots over de economische groeicijfers, de sterke IT-sector, of een nieuwe raketlancering waarmee Pakistan nu definitief overtroffen is.

Met dit India wil de Europese Unie graag een handelsverdrag sluiten. Een verdrag dat, indien aangenomen, het grootste handelsverdrag ter wereld kan worden. Het gaat om een verdrag waarmee meer dan 100 miljard Euro is gemoeid. De voorstanders van dit verdrag zeggen dat de snelgroeiende Indiase middenklasse een enorme afzetmarkt is voor Europese producten. Bovendien zou India Europese investeringen hard nodig hebben en op haar beurt profiteren van 500 miljoen vaak welvarende consumenten.

Laat ik meteen duidelijk zijn: ik ben vóór internationale handel. Het kan zeker helpen om mensen uit de armoede te trekken en zelfredzaam te maken. Handel bevordert ook internationale contacten. Maar na dit, en eerdere, werkbezoeken aan India ben ik wel steeds meer overtuigd dat een handelsverdrag alleen goedgekeurd moet worden als het rekening houdt, ja zelfs opkomt voor ‘het andere India’.

Op de voorlaatste dag van de India-reis organiseerde ik een bijeenkomst met International Justice Mission (IJM), een van origine Amerikaanse organisatie die zich tot doel heeft gesteld de rechtssystemen in ontwikkelingslanden zo te hervormen dat ze niet alleen de rijken, maar eindelijk ook de armen en kwetsbaren gaan dienen.

Wat is de situatie nu: naar schatting 40 miljoen Indiërs werken en leven iedere dag als slaven. Ze worden door afpersing, wurgcontracten en geweld gedwongen tot 18 uur per dag te werken voor een paar cent. Contracten en schulden worden van generatie op generatie doorgegeven. Hele families zitten op deze manier opgesloten in steenfabrieken, zoutmijnen en rijstmolens. De kinderen weten niet beter en de volwassenen zijn door ondervoeding en uitputting niet meer in staat om zich te verweren. In het Indiase kastensysteem zijn de mensen van de laagste kaste – of klasse – de Dalits, meer dan wie dan ook slachtoffer van dit soort praktijken.

IJM speurt naar dit soort ‘werkplekken’. Onlangs nog werden nabij Chennai 512 slaven en hun gezinnen bevrijd uit een rijstmolen. En dan begint het werk pas echt: het op weg helpen van de bevrijde slaven naar een nieuw leven (‘victim care’), hen begeleiden in een nieuw bestaan (‘victim aftercare en freedom training’) en herstel vanuit een jarenlange situatie van fysiek en emotioneel lijden. Maar IJM brengt ook de ‘bazen’ voor de rechter: dat betekent het aanbrengen van een onderbouwde klacht bij de Openbare Aanklager, en steunverlening in de procesgang tot aan de veroordeling. Zo werd de eigenaar van die rijstmolen veroordeeld tot 5 jaar cel en een geldboete van bijna 1000 Euro. Een unicum! Sinds de 19e eeuw was er in India niet zo’n straf uitgedeeld. Want dat de Indiase wetgeving er op papier schitterend uitziet is één ding, maar die toepassen is iets totaal anders. Deze boodschap is bij mijn collega’s van het Europees Parlement goed aangekomen!

Toen ik in Chennai de minister-president van Tamil Nadu (een deelstaat van India, red.) vroeg naar de situatie van de Dalits en slavenarbeid in haar deelstaat, verzekerde ze mij dat er niets aan de hand was. Slavenarbeid? Dat komt hier niet voor! Dankzij het goed gedocumenteerde werk van IJM en andere organisaties weten we wel beter. In het op handen zijnde EU-India handelsverdrag zal dus een hoofdstuk moeten komen waarin concreet staat beschreven hoe vrije handel de slavenarbeid niet zal verergeren. En datzelfde geldt voor kinderarbeid, discriminatie van Dalits, van christenen. Dit hoofdstuk moet dezelfde status krijgen als hoofdstukken over import- en exporttarieven, overheidsaanbestedingen en investeringsclausules. Wanneer India, of Europa, niet voldoende hun best doen om slavenarbeid en andere uitwassen tegen te gaan, moet het handelsverdrag worden opgeschort. Alleen op deze manier kan handel ook echt iets betekenen voor de allerarmsten en kwetsbaren.

Posted on Leave a comment

Petitie voor ter dood veroordeelde Iraanse christen

De christelijke mensenrechtenorganisatie Jubilee Campaign Nederland en Tweede Kamerlid Joël Voordewind (ChristenUnie) zullen volgende week woensdag een petitie aanbieden aan de Iraanse ambassadeur.

Met de petitie hoopt men het Iraanse bewind af te brengen van het ter dood brengen van Yousef Nadarkhani wegens afvalligheid. De ex-islamiet bekeerde zich tot het christendom. Eerder was de uitvoering van het vonnis mede onder internationale druk reeds opgeschort, maar volgens bronnen in Iran is het doodsvonnis nu herbevestigd en zou het binnen enkele dagen uitgevoerd kunnen worden.

Diverse landen hebben het Iraanse bewind reeds opgeroepen Nadarkhani niet ter dood te brengen. Jubilee Campaign heeft inmiddels ruim 18.000 handtekeningen verzameld. De petitie kan nog steeds ondertekend worden op www.redyousef.nu

 

Posted on Leave a comment

5.‘Veel van onze ervaringen waren ronduit shockerend’

CU-jongere Esther Kruijsbergen en SGP-jongere Gert-Jan van Panhuis reisden met gate48 naar Israël en de Palestijnse Gebieden

Ze hadden niet zozeer het beloofde land, maar een geroofd land bezocht. Dat schreven CU-jongere Esther Kruijsbergen en SGP-jongere Gert-Jan van Panhuis over hun recente reis naar Israël en de Palestijnse Gebieden. Deze reis voor jongeren van politieke partijen werd georganiseerd door de Nederlands-Israëlische organisatie gate48. In een interview noemen ze de reis confronterend en heftig. Maar, zeggen ze ook: iedereen houdt vast aan zijn of haar eigen verhaal.

Rick Meulensteen

Op de vraag of ze alweer gewend zijn aan Nederland, anderhalve maand na hun reis naar Israël en de Palestijnse Gebieden begin januari, glimlacht Esther Kruijsbergen: ‘Het weer is er veel beter dan hier’. Dat de reis haar en Gert-Jan Panhuis nog altijd bezig houdt, is evident. Beiden hebben voor hun eigen politieke jongerenorganisatie, PerspectieF – de jongerenorganisatie van de ChristenUnie -, en de SGP-jongeren – de jongerenorganisatie van de Staatkundig Gereformeerde Partij -, impressiestukken geschreven over hun reis. Esther vertelt dat ze recent nog een presentatie heeft gegeven in haar kerk, hoewel het ‘door de complexiteit’ van de regio en het conflict soms moeilijk is een duidelijke, volledige visie neer te leggen.

Wat is eigenlijk de visie op Israël, de Palestijnen en het conflict binnen jullie partijen?
Gert-Jan: ‘Bovenal voelt de SGP een verbondenheid met Israël en het Joodse volk. Het zijn onze broeders. Al sinds het jaar 70 worden de Joden vervolgd en onderdrukt. Dat neemt niet weg dat er binnen onze visie ook ruimte is voor de Palestijnen. Er is ook oog voor de Palestijnse zaak. Wij zijn voor een twee-statenoplossing. De SGP-jongeren zijn daar wat explicieter in dan de SGP zelf.’
Esther: ‘Binnen de ChristenUnie en PerspectieF wordt overwegend gelijk gedacht over het conflict. Ook wij voelen een verbondenheid met Israël en het Joodse volk vanuit onze christelijke achtergrond. Het bestaansrecht van de staat Israël staat niet ter discussie, en het bestaansrecht van Israël moet ook erkend worden door de Palestijnen. De Joden hadden en hebben recht op een eigen staat. Dat neemt echter ook voor ons niet weg dat de Palestijnen ook recht hebben op een eigen staat.’
Gert-Jan: ‘De visie op het conflict binnen de SGP is de afgelopen jaren wel veranderd. Vroeger vond men de Palestijnse zaak en de gehele Arabische wereld één pot nat, maar nu wordt daar wel wat genuanceerder over gedacht.’

En jullie persoonlijke visie? Is hier verandering in gekomen door de gate48-reis?
Esther: ‘Voordat ik met de reis meeging wist ik eigenlijk maar weinig van het conflict, en ik heb me daarom goed ingelezen. Vroeger was het voor mij vooral een ver-van-mijn-bed-show. Daar is nu in ieder geval verandering in gekomen. Veel ervaringen tijdens de reis waren voor mij ronduit shockerend. Je krijgt pas echt een goede impressie van het conflict als je er daadwerkelijk zelf bent.’
Gert-Jan: ‘Wel was er binnen de reis vooral oog voor de Palestijnse zijde van het verhaal, en minder voor de Israëlische kant. Natuurlijk is het belangrijk om het Palestijnse verhaal te horen, maar sommige aspecten van het conflict, zoals de Muur, misten een Israëlisch perspectief.’
Esther: ‘Aan de andere kant is het wel zo, zoals ook een van de reisbegeleiders zei, dat elke visie op het conflict gekleurd is. Desondanks had de Israëlische kant van het verhaal meer belicht mogen worden.’

Tijdens jullie reis zijn jullie onder meer in de Palestijnse stad Hebron en in de Israëlische nederzetting Efrat geweest. Hoe hebben jullie dat ervaren?
Esther: ‘Het bezoek aan Hebron maakte op mij veel indruk. We werden begeleid door Israëlische politieagenten en Israëlische soldaten om ons te beschermen tegen mogelijk geweld door de Joodse kolonisten daar. Toen we weer Hebron uitreden werd het me duidelijk: het is hier echt menens. In eerste instantie denk je dat het allemaal zal meevallen, maar toen ik eenmaal daar, in Hebron, was dacht ik: wat doen mensen elkaar toch aan?’
Gert-Jan: ‘In Hebron zie je de scheiding tussen de Israëli’s en de Palestijnen. We reden ook over wegen op de Westelijke Jordaanoever die verboden waren voor Palestijnen en alleen open waren voor Israëli’s. De scheiding die zo wordt gecreëerd, ook door de Afscheidingsmuur, is een slechte ontwikkeling.’
Esther: ‘In de Joodse nederzetting Efrat spraken we met de burgemeester die tegen ons zei: dit land behoort ons toe, omdat het toebehoorde aan onze voorouders. Hij zei ook dat hij in vrede met zijn Palestijnse buren wil leven. Ik geloof dat hij daar oprecht in was.’
Gert-Jan: ‘Het is wel moeilijk hoe je tegen zijn landclaim aan moet kijken. In Bijbelse tijden behoorde het land waar de nederzetting op gebouwd is inderdaad toe aan Israël, maar het is lastig deze claim door de tijd heen te trekken. Er is een historisch gat.’

Hoe kijken jullie nu aan tegen de Palestijnse visie op het conflict?
Gert-Jan: ‘Het was confronterend om de situatie te zien waarin de Palestijnen verkeren. Via de reis heb ik daar meer inzicht in gekregen. Vanuit Nederland is het moeilijk daar goed zicht op te hebben.’
Esther: ‘Bij de ChristenUnie krijg je vooral de Israëlische kant op het conflict te horen. Het doet je iets als mens als je ook de Palestijnse verhalen hoort. De Palestijnen zitten gevangen in een kooi, ze kunnen geen kant op.’

Zien jullie kansen voor vrede?
Esther: ‘De Bijbel en mijn Bijbelse achtergrond leert mij dat er geen vrede zal komen in Israël tot het moment dat God vindt dat het goed is. Ook al komt er vrede met de Palestijnen, dan nog zal Israël geplaagd blijven door conflict. Dit neemt echter niet weg dat je aan vrede moet blijven werken.’
Gert-Jan: ‘Sommigen beredeneren dat het doordat de Bijbel dit zegt geen zin heeft je met het conflict te bemoeien, en dat het conflict alleen van hogerhand kan worden opgelost. Maar ik bekijk het liever wat rationeler.’
Esther: ‘Het conflict is wel erg complex. De oplossing ervan ligt in eerste instantie bij de Israëli’s en de Palestijnen zelf. Een derde partij kan zich er wel mee bemoeien maar het is aan de strijdende partijen zelf om tot een oplossing te komen. Je moet de Israëli’s en de Palestijnen ook zelf de kans geven om het conflict op te lossen.’
Gert-Jan: ‘Meer dan Esther zie ik wel een rol voor een derde partij, zoals de Europese Unie of Nederland. Desondanks is terughoudendheid op zijn plaats. Het conflict is inderdaad te complex om als Europese Unie of Nederland een te grote rol te willen spelen.’
Esther: ‘Wel denk ik dat de Israëli’s en de Palestijnen beiden aan vrede willen werken, hoe moeilijk dat ook gaat worden.’

Is er nog iets wat extra indruk heeft gemaakt tijdens de reis?
Gert-Jan: ‘We zijn onder meer met een tour van B’Tselem mee geweest en dat heeft wel indruk gemaakt. Het bestaan van dit soort Israëlische mensenrechtenorganisaties bezie ik in ieder geval positief. Wel moet men ervoor waken niet tegen de wet in te gaan.’
Esther: ‘Wat indruk op me heeft gemaakt is het bestaan van de vier Hand-in-Hand scholen in Israel. Op deze scholen zitten zowel Joden als Palestijnen, die in zowel het Hebreeuws als in het Arabisch les krijgen. Er wordt de leerlingen liefde en respect voor elkaar bijgebracht. Daat gaf mij een erg positief gevoel. ‘

Uit het verslag dat Esther Kruijsbergen en Gert-Jan van Panhuis tijdens de reis schreven:

‘In deze reis hebben we vooral gezien hoe Israël een geroofd land is. We hebben ons vaak afgevraagd: waar blijft het verhaal van het beloofde land. We hebben vooral gezien hoe de Palestijnen onderdrukt worden door Israël. Hoe het is om in bezet gebied te moeten leven, waarbij de mensenrechten van de Palestijnen met voeten getreden worden. Hoe radicale Joodse settlers (de kolonisten) de Palestijnen weg terroriseren. De Israëlische overheid de illegale bouw van setlements (Joodse nederzettingen) stimuleert, dat ten koste gaat van de Palestijnen en Palestijnse bezittingen. Hoe in de Westbank apartheid prevaleert boven menselijke gelijkwaardigheid. Zoals wegen waar alleen Joden nog maar gebruik van mogen maken en de muur die sommige Palestijnse dorpen volledig afsluiten van de buitenwereld. We kunnen hier niet omheen. We hebben met eigen ogen gezien welk onrecht Palestijnen wordt aangedaan. Het zal duidelijk zijn dat we ons moeten verzetten tegen deze misbruiken.’

Interview door Rick Meulensteen met CU-jongere Esther Kruijsbergen en SGP-jongere Gert-Jan van Panhuis is verschenen in het maartnummer van De Brug, tijdschrift van het Steuncomité Israëlische Vredes- en MensenrechtenOrganisaties (http://www.sivmo.nl/).
Zie ook http://www.eenanderjoodsgeluid.nl/index.asp?navitemid=73&type=3&item=2819

Posted on Leave a comment

SGP stelt Kamervragen over arrestaties in Wit-Rusland

De politie in Wit-Rusland heeft gisteren twee leiders van de Wit-Russische Christen-Democraten (BCD) gearresteerd. Ze werden opgepakt nadat ze lokale partijleden bezocht hadden. De BCD ziet dit als een nieuwe poging om de officiele oprichting van de partij tegen te houden.

Het oprichtingscongres wordt morgen voor de 4e keer gehouden. De vorige pogingen werden steeds door de overheid als onrechtmatig beoordeeld en afgekeurd.

 

De co-voorzitters van de BCD tijdens een eerder oprichtingscongres, vlnr: Vital Rymashevsky (presidentskandidaat 2010), Aliaksiej Shein, Pavel Sieviarinets en Georgi Dmitruk

 

De leden van de BCD vrezen ditmaal voor zwaardere repressies van het regime van dictator Loekasjenko. Na de presidentsverkiezingen, die afgelopen jaar werden gehouden, belandden diverse partijleden in de gevangenis. Ook het feit dat visum-aanvragen van Nederlandse gedelegeerden werd afgekeurd is een alarmerend signaal.

Reden voor de SGP om samen met de PVV en de ChristenUnie kamervragen te stellen. Zie hieronder:
______
Schriftelijke vragen van de leden Van der Staaij (SGP), De Roon (PVV) en Voordewind (CU) aan de minister van Buitenlandse zaken over de arrestatie van twee leiders van de op te richten christendemocratische partij in Wit Rusland.

16-12-2011

  • Heeft u kennisgenomen van de arrestatie door de politie in Wit Rusland van twee leiders van de op te richten christendemocratische partij?
  • Staat de arrestatie van deze twee leiders in direct verband met de beoogde oprichting van de christendemocratische partij in Wit Rusland?
  • Hoe beoordeelt u deze arrestatie?
  • Wat is de situatie van eerder gearresteerde leiders van deze partij? Zitten zij nog in detentie en zo ja, wat zijn hun vooruitzichten?
  • Wat is momenteel de trend in Wit Rusland als het gaat om partijvorming, deelname aan democratie, bevorderen rechtstaat e.a.?
  • Op welke wijze bent u én de internationale gemeenschap op dit moment betrokken bij het zoveel mogelijk bevorderen van democratie en rechtstaat in Wit Rusland? Welke effecten heeft de inzet van de internationale gemeenschap tot nu toe opgeleverd?
  • Bent u bereid de arrestatie van deze twee leiders rechtstreeks en in EU-verband ter sprake te brengen, evenals de pogingen van de Wit Russische autoriteiten om de oprichting van de christendemocratische partij te frustreren? Hoe en wanneer?