Posted on

“The Hague Invasion Act blijft gevaarlijk”

“Dreigementen gericht tegen het Internationaal Strafhof zijn dit keer veel serieuzer”, zegt William Pace van de Coalitie voor het Internationaal Strafhof. “Onder de huidige regering Trump is alles mogelijk.”

William Pace leidt de Coalitie voor het Internationaal Strafhof, een internationale koepel van meer dan 2500 maatschappelijke organisaties die pleiten voor een rechtvaardig, effectief en onafhankelijk Internationaal Strafhof. Hoewel het Strafhof wordt gesteund door maar liefst 123 lidstaten, inclusief alle landen in de Europese Unie, is het er niet in geslaagd om de Verenigde Staten, Rusland, China, India en Israël aan boord te krijgen. Sterker nog: sinds het Hof in 2002 van start ging, hebben de Verenigde Staten verschillende maatregelen genomen om ervoor te zorgen dat er nooit een Amerikaan voor de rechter kan verschijnen in Den Haag. In 2002 riep het Amerikaanse Congres de Amerikaanse Service-Members’ Protection Act in het leven, die al snel de bijnaam ‘The Hague Invasion Act’, ‘Den Haag Invasiewet’ kreeg. De wet machtigt de Amerikaanse president met alle middelen, zo nodig met geweld, personen te bevrijden die door of namens het Internationaal Strafhof gevangen worden gehouden. Bovendien bedreigde de Amerikaanse nationale veiligheidsadviseur John Bolton in september 2018 het Strafhof met sancties en beloofde hij functionarissen van het Strafhof strafrechtelijk te zullen vervolgen – indien de rechtbank een onderzoek zou beginnen naar mogelijke oorlogsmisdaden begaan door Amerikaanse militairen en inlichtingendiensten tijdens de oorlog in Afghanistan. Hetzelfde lot zou het Strafhof treffen als het Israël of een andere Amerikaanse bondgenoot in het beklaagdenbankje zou plaatsen.

Meneer Pace, denkt u dat de aanklaagster van het Strafhof, Fatou Bensouda, toestemming zal krijgen van de rechters van het Strafhof om een ​​onderzoek in te stellen naar Amerikaanse betrokkenheid bij oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid in Afghanistan?

Ik denk dat het erg moeilijk zal zijn voor de rechters om geen toestemming te verlenen voor het Afghaanse onderzoek. Maar dat is slechts een mening op basis van alle misdaden tegen de menselijkheid en de oorlogsmisdaden die daar sinds 2002 hebben plaatsgevonden. Het zou uiterst vreemd zijn als een onderzoek naar de Taliban en IS niet werd toegestaan. Ik weet echter niet of de rechters het onderdeel van de extraordinary renditions daarin zullen opnemen.

(Met Extraordinary renditions wordt bedoeld: Amerikaanse ontvoeringen van personen in Afghanistan en hun buitengerechtelijke overdracht aan het militaire gevangenenkamp Guantanamo Bay en ‘black sites’, geheime gevangenissen van de CIA, met als doel de Amerikaanse wetten inzake ondervraging, detentie en foltering te omzeilen, EvdB)

Zullen misschien de rechters mevrouw Bensouda niet machtigen om de extraordinary renditions te onderzoeken uit vrees voor de recente dreigementen van John Bolton?

Ik weet niet of de rechters aandacht schenken aan de dreigementen van Bolton. Ik hoop dat ze dat niet doen. Maar ik denk wel dat Bolton alles zal doen waar hij mee weg kan komen. Hij is fanatiek tegen een Internationaal Strafhof en hij was een belangrijke architect van de The Hague Invasion Act.

Wat als mogelijke misdaden van Amerikanen niet worden onderzocht? Hoe zullen de Afrikaanse landen hierop reageren? Sommige hebben het Internationaal Strafhof ervan beschuldigd een instrument te zijn van westers imperialisme, alleen leiders van kleine, zwakke staten te straffen en misdaden van rijkere en machtiger staten te negeren.

Ik denk dat het voor de geloofwaardigheid van de rechtbank absoluut van belang is dat de aanklager en de rechters alle personen vervolgen die zich schuldig hebben gemaakt aan misdaden waar het Hof bevoegd is, ongeacht de regio of nationaliteit van de beschuldigden. De VS, Rusland en Israël mogen dan weliswaar nog niet hebben geratificeerd, maar de rechtbank heeft niettemin rechtsbevoegdheid over misdaden begaan door Amerikaanse, Russische en Israëlische staatsburgers indien begaan op het grondgebied van landen die het Statuut van Rome hebben geratificeerd. Aangezien Afghanistan het Statuut heeft geratificeerd, heeft de rechtbank jurisdictie over alle misdaden begaan op Afghaans grondgebied, of het nu Afghaanse onderdanen of Amerikaanse staatsburgers zijn. Veel van de klachten van tegenstanders van het Strafhof in Afrika negeren dergelijke juridische implicaties van het Statuut van Rome. Nu Palestina geratificeerd heeft, kan de aanklager zowel vermeende Palestijnse misdaden onderzoeken als vermeende Israëlische misdaden. Georgiërs zijn van mening dat Rusland misdaden heeft begaan op hun grondgebied, en aangezien Georgië een verdragsstaat is, heeft het Hof rechtsmacht over vermeende misdaden van Russische staatsburgers op Georgisch grondgebied.

Wat als Fatou Bensouda niet gemachtigd wordt onderzoek te doen naar mogelijke misdaden van Amerikanen? Kan dit leiden tot een uittocht van Afrikaanse landen?

Er is veel meer steun voor het Strafhof in Afrika dan de academici en media ons willen doen geloven. Twee jaar geleden deden Kenia, Soedan en anderen een oproep aan de Afrikaanse landen zich massaal terug te trekken uit het Strafhof. Zestien regeringen in de Afrikaanse Unie hebben zich toen publiekelijk hiertegen uitgesproken. Ook zijn de meeste Afrikaanse regeringen erg afhankelijk van Amerikaanse hulp en handel. Ze zullen daarom de rechtbank niet snel bekritiseren als die besluit geen Amerikaanse leiders of zelfs soldaten te vervolgen. En het is verder interessant te zien dat de kritiek van de Afrikanen op de rechtbank vooral van invloed is geweest op de manier waarop er in het Westen wordt gekeken naar de rechtbank. In Zuid-Amerika en Azië is er nauwelijks iets veranderd in de opvattingen over het Strafhof.

Denkt u dat het Strafhof zich beschermd voelt door de Nederlandse regering en de Europese Commissie? Is het Strafhof tevreden over de manier waarop Den Haag en Brussel reageren op acties en verklaringen zoals die sinds 2002 uit Washington komen?

Zelfs met de huidige conservatieve regering en de huidige premier Rutte die Trump prijst, staat Nederland vierkant achter het Statuut van Rome en het Internationaal Strafhof. De Europese Unie heeft zich ook een fervent supporter getoond.

Steun uitspreken aan het Strafhof is één ding. Hebben bij uw weten Den Haag en Brussel zich ooit publiekelijk uitgesproken tegen verklaringen en acties van de VS gericht tegen het Strafhof?

Ze hebben zich grotendeels op de vlakte gehouden, waarschijnlijk uit berekening, omdat de The Hague Invasion Act werd aangenomen nog zo kort na de aanslagen van 11 september op de Verenigde Staten. De meeste regeringen waren toen niet bereid openlijk kritiek te uiten op de regering-Bush.

Meteen nadat Barack Obama tot president was verkozen, in 2009, heeft onze minister van Buitenlandse zaken Maxime Verhagen in het Amerikaanse Congres gepleit voor intrekking van de The Hague Invasion Act. Zonder succes.

Het Congres heeft een aantal bepalingen van de American Service Members’ Protection Act aangepast toen deze ten koste bleken te gaan van de militaire samenwerking met landen en van de Amerikaanse wapenverkopen, maar de The Hague Invasion-bepaling is toen inderdaad niet geschrapt.

Den Haag en Brussel steunen het Strafhof, maar ze hechten ook sterk aan goede betrekkingen met Washington. Zijn ze bereid om hun relatie met Washington op het spel te zetten voor de bescherming van het Strafhof?

Dat is één van de kwesties waarbij we goed de vinger aan de pols houden. We zien overal in de wereld een buitengewoon gevaarlijke verkwanseling van de principes van het multilateralisme. En het meest zorgelijk is dat sommige regeringen in West-Europa zich daarin mee laten slepen. Als afnemende steun voor multilateralisme zou leiden tot omstandigheden waarin regeringen bereid zouden zijn het Strafhof te offeren aan goede betrekkingen met de Verenigde Staten, dan zou dat een grote nederlaag betekenen voor de internationale rechtsorde.

Moeten Nederland en de EU de The Hague Invasion Act serieus nemen? In 2002 verklaarde de Amerikaanse ambassade in Den Haag dat de Amerikaanse regering zich geen omstandigheden kon voorstellen waarin de Verenigde Staten zouden besluiten om militaire actie te ondernemen tegen Nederland.

Het officiële standpunt van het Amerikaanse Congres, de The Hague Invasion Act, blijft een gevaarlijk symbolisch verzet tegen het internationale strafrecht. Het hele idee van een militaire invasie van Nederland om een ​​Amerikaans staatsburger te bevrijden, zou je normaliter naar het rijk der fabelen verwijzen. Maar we hebben nu een president die voortdurend in die sectie opereert. Onder de huidige regering Trump is alles mogelijk. Als beschuldigingen worden ingebracht tegen hooggeplaatste personen uit de regering-Bush of tegen onze militairen, dan denk ik dat dit zal leiden tot een zeer krachtige reactie. En ik denk dat dat precies is wat Bolton graag zou zien gebeuren. Hij zou de internationale gemeenschap er graag van overtuigen: “U hebt een fout gemaakt met de oprichting van het Strafhof en nu moet u de deuren sluiten. Als u dat niet doet, zullen we u net zo lang straffen totdat u dat wel doet.” Tijdens de regering-Bush waren er nog personen in het Witte Huis die Bolton een beetje in toom konden houden, zoals de ministers van Buitenlandse zaken Colin Powell en Condoleeza Rice. Nu heeft hij meneer Trump. Ik denk daarom dat we zijn dreigementen dit keer veel serieuzer moeten nemen.

Posted on

Waarom Libië een failed state werd

In het Noord-Afrikaanse land werd in 2011 door westerse interventie een regimewissel doorgezet. Voorgewende reden was dat Khadaffi grof geweld zou gebruiken tegen de burgerbevolking. In feite werd het ooit welvarende land vanwege westerse belangen in chaos en ellende gestort.

Sinds 2015 geldt Libië als een van de grootste doorgangslanden voor de Afrikaanse migratie naar Europa. In het afgelopen jaar probeerden landen als Frankrijk en Italië de massale transit vanuit Libië in overladen en vaak niet zeewaardige boten te kanaliseren. Wat alleen al moeilijk bleek omdat er in Libië geen centraal gezag is dat de controle over de gehele Libische kust uitoefent. Of het teruglopen van de migratiestroom in het najaar van 2017 het gevolg is van onderhandelingen met lokale warlords of toch vooral met het jaargetijde samenhangt, zal de komende maanden blijken. De situatie in de Libische kampen is in ieder geval nauwelijks verbeterd.

Opdat niet in vergetelheid raakt hoe het tot deze tragedie gekomen is en wie daarvoor verantwoordelijk is, is het van belang om de aanvalsoorlog tegen Libië in herinnering te roepen, die ruim zeven jaar geleden, in maart 2011, begon. Op 1 mei 2003 verklaarde de toenmalige Amerikaanse president George W. Bush de Irak-oorlog voor succesvol beëindigd. Enkele dagen later verkondigde John Gibson, een leidende manager van de Halliburton’s Energy Service Group, in een interview: “We hopen dat Irak de eerste dominosteen is en dat Libië en Iran aansluitend vallen. We houden er niet van uit markten buitengesloten te worden, omdat dit onze concurrenten een oneerlijk voordeel verschaft.” De voorzitter van de raad van toezicht van Halliburton van 1995 tot 2000 was Richard (Dick) Cheney, voordat hij in 2001 vicepresident van de Verenigde Staten werd.

In 2011 moest de Libische dominosteen vallen. Bewust misleidende berichten over slachtingen die de Libische regering aan zou richten onder demonstranten leidden op 17 maart tot Resolutie 1973 van de VN-Veiligheidsraad, waarmee een wapenembargo en een no-fly-zone werden opgelegd. Op 19 maart begonnen Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten luchtaanvallen op Libië, totdat de NAVO de oorlogsvoering op 31 maart overnam. Tegen de zomer van 2011 had de door Resolutie 1973 voorziene beperkte interventie ter bescherming van burgers zich ontwikkeld tot een tegen het internationaal recht indruisende campagne voor regime change. De uitkomst was de politieke en economische instorting van Libië, oorlog tussen de verschillende milities en stammen, humanitaire crises en de migratiecrisis, wijdverbreide schendingen van de mensenrechten, slavenmarkten, de plundering van Libische wapenarsenalen vanwaar wapens hun weg vonden naar landen als Mali en Syrië, en de uitbreiding van de positie van ‘Islamitische Staat’ in Noord-Afrika.

De oorlog tegen Libië druiste in tegen de grondwet van de Verenigde Staten, tegen letter en geest van het Noord-Atlantische Verdrag en tegen het internationaal recht. Het Handvest van de Verenigde Naties verbiedt de leden geweld te gebruiken tegen een andere lidstaat en laat alleen zelfverdediging tegen een aanval of een interventie met een mandaat van de VN-Veiligheidsraad toe. De Veiligheidsraad kan de inzet van militaire middelen echter pas dan toestaan wanneer de internationale veiligheid niet met andere middelen bewaard kan worden en de wereldvrede bedreigd wordt.

Libië heeft in 2011 echter geen ander land aangevallen, noch ging er een bedreiging voor de wereldvrede van uit. Er werd dan ook een rookgordijn aan voorgewende redenen opgetrokken, waarachter de agressors hun werkelijke economische en geostrategische beweegredenen verborgen:

  1. Libië zou terroristen steunen,
  2. de bescherming van de mensenrechten zou niet gewaarborgd zijn,
  3. burgers zouden het slachtoffer van slachtingen door de regering zijn.

De werkelijke redenen voor de oorlog waren echter:

  1. het veiligstellen van de toegang tot Afrikaanse natuurlijke hulpbronnen,
  2. bezorgdheid om het mogelijke verlies van westerse grip op het bankwezen van Libië en mogelijk andere Afrikaanse landen,
  3. het veiligstellen van westerse geostrategische belangen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten.

Bondgenoot tegen islamistisch terrorisme

Voor de NAVO-oorlog gold Moeammar al-Khadaffi in Amerikaanse militaire en inlichtingenkringen als een betrouwbare bondgenoot in de strijd tegen het islamistische terrorisme. in 2006 kondigde de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice derhalve aan dat de volwaardige diplomatieke betrekkingen van de VS met Libië hervat werden en bedankte Libië daarbij uitdrukkelijk voor de “uitstekende samenwerking” in de terrorismebestrijding. Khadaffi gold in islamistische oppositiekringen namelijk als vijand nr. 1. Deze kringen bestreden hem dan ook niet omdat hij een vijand van de democratie zou zijn, maar omdat hij in hun ogen ‘onislamitisch’ was.

Om het mensenrechtenargument te beoordelen, moet men Libië vergelijken met andere landen in de bredere regio. Nemen we slechts Saoedi-Arabië en Bahrein als voorbeelden: Saoedi-Arabië is een van de meest repressieve staten ter wereld en in 2011 werd niet alleen in Libië, maar ook in Bahrein militair geweld aangewend tegen demonstranten. In Bahrein wordt namelijk een sjiitische twee derde meerderheid door een soennitisch koningshuis onder de knoet gehouden. De Verenigde Staten hebben echter militaire bases in Bahrein, Qatar, Koeweit, Oman en de Verenigde Arabische Emiraten. In Bahrein ligt het hoofdkwartier van de Amerikaanse 5e vloot. In het Westen zweeg men dan ook over het met hulp van Saoedische troepen neerslaan van de volksopstand in februari 2011.

Bovendien moesten de Amerikaanse minister van Defensie Robert Gates en de chef van de generale staf, admiraal Michael Mullen, tijdens een persconferentie van het Pentagon op 1 maart 2011 op vragen van journalisten reeds toegeven, dat er geen bewijzen waren dat Khadaffi luchtaanvallen op zijn eigen volk uit zou hebben laten voeren. Er was in Libië een genocide, noch etnische zuiveringen, noch een slachting onder de burgerbevolking.

Het in september 2016 gepubliceerde onderzoeksrapport van het Britse Lagerhuis was dan ook een dreunende oorvijg voor de Britse regering onder de toenmalige premier David Cameron en daarmee ook voor de andere aan de oorlog deelnemende mogendheden. De acties van het Westen berustten volgens het rapport “niet op accurate inlichtingen van de geheime dienst. De [Britse] regering onderkende met name niet, dat het gevaar voor de burgerbevolking overdreven voorgesteld werd en dat zich een aanzienlijk aantal islamisten onder de rebellen bevond.”

Nadat Libië afzag van het bezit van massavernietigingswapens investeerden westerse olieconcerns massief in het land. Men was echter al snel teleurgesteld, omdat Libië terughoudend was met de door Amerikaanse firma’s verwachte miljardenopdrachten voor de uitbouw van de infrastructuur. Ook Khadaffi was ontevreden over de opbrengst van de Libische olie en dacht erover de oliebedrijven te nationaliseren. Tijdens zijn bezoek aan Moskou in november 2008 werd de oprichting van een aardgaskartel besproken, dat Rusland, Libië, Iran, Algerije en Centraal-Aziatische landen zou moeten omvatten. Nauwelijks een maand na de moord op Khadaffi op 20 oktober 2011 hadden vertegenwoordigers van diverse Amerikaanse firma’s een ontmoeting met het Libische staatsbedrijf National Oil Company, naderhand toonden ze zich uiterst tevreden en hoopvol ten aanzien van toekomstige zaken.

Libië wikkelde zijn financiële transacties buiten de controle van internationale, dat wil zeggen westerse, financiële agentschappen af. De Libische Centrale Bank, die voor honderd procent in handen van de Libische staat was, kon eigen betaalmiddelen in omloop brengen en een eigen kredietsysteem runnen. De Libische onafhankelijkheid van externe financieringsbronnen moest mogelijk gemaakt worden door zijn goudreserves en zijn fossiele brandstoffen. Libië beschikt immers over de grootste aardolievoorraad op het Afrikaanse continent en de Libische aardolie staat bekend om zijn goede kwaliteit.

De Libische centrale bank bezat verder in het jaar 2010 143,8 ton goud en nam daarmee plaats 24 op de ranglijst van landen met goudreserves in. Deze reserves moesten dienen tot dekking van een pan-Afrikaanse, op de Libische goud-dinar berustende, munt. Voorts zouden ook alle handelszaken met Libische olie via de Libische centrale bank op basis van deze munt afgewikkeld moeten worden, in plaats van in Amerikaanse dollars. Dat had voor de VS het verlies van de controle over de aardoliehandel met Libië betekent. Aangezien de Verenigde Staten er aanspraak op maken zich met alle transacties die in dollars afgehandeld worden te mogen bemoeien en buitenlandse zakenpartners voor Amerikaanse rechters te mogen dagen, zou het succes van Khadaffi’s plan een verlies aan controle van de VS over Libisch-Afrikaanse handels- en financiële aangelegenheden met zich mee gebracht.

Slachtoffer van geostrategische machtsprojectie

De door de VS ‘bevroren’ tegoeden van de Libische staat, van minstens 30 miljarden dollar, hadden de Libische bijdrage moeten zijn aan de financiering van drie kernprojecten van de Afrikaanse monetaire onafhankelijkheid: de Afrikaanse Investeringsbank in Sirte, het Afrikaanse Monetair Fonds in Yaoundé en de Afrikaanse Centrale Bank in Aboedja. Een centrale bank die eigen geld uitgeeft op basis van de dekking door Libisch goud had de francofone staten in Afrika een alternatief voor de Franse CFA-frank verschaft.

Volgens de toenmalige Franse president Nicolas Sarkozy vormden de Libische activiteiten een “bedreiging voor de financiële veiligheid van de mensheid”. Volgens een e-mail aan Hillary Clinton van 2 april 2011, die zich baseert op informatie uit Franse inlichtingenkringen, wou Sarkozy door de oorlog tegen Libië

  1. voor Frankrijk een groter aandeel in de Libische aardolieproductie veiligstellen;
  2. de Franse invloed in Noord-Afrika vergroten;
  3. verhinderen dat Libië op de lange termijn Frankrijk verdringt als dominante macht in francofoon Afrika;
  4. de Franse krijgsmacht de gelegenheid geven op het wereldtoneel zijn kunnen te demonstreren;
  5. zijn eigen politieke positie in Frankrijk verstevigen.

Libië was een Noord-Afrikaanse staat die zich ertegen verweerde onder curatele van het United States African Command (Africom) te raken en door de verplaatsing van het Africom-hoofdkwartier van Stuttgart naar Libische bodem tot NAVO-partnerstaat te worden. Africom coördineert de Amerikaanse militaire activiteiten in Afrika, om te verzekeren dat de Afrikaanse grondstoffen vrijelijk naar de wereldmarkt (lees: de Amerikaanse en Europese markt) blijven vloeien. In het jaar 2000 importeerden de VS reeds 16 procent van hun aardolie uit Sub-Sahara-Afrika, bijna evenveel als uit Saoedi-Arabië. Al in 2002 gold de Golf van Guinee als een gebied van vitaal Amerikaans veiligheidsbelang, want de regio beschikt niet alleen over fossiele brandstoffen maar ook over mineralen en delfstoffen die voor de VS van grote economische betekenis zijn: chroom, uranium, kobalt, titanium, diamanten, goud, koper, bauxiet en fosfaten.

Een geostrategisch doel van het Westen is de neutralisering van de invloed van China en Rusland in Afrika. Het ging zodoende bij de oorlog tegen Libië ook om de inrichting van een basis voor de Amerikaanse machtsprojectie in de rest van het Afrikaanse continent. Van daaruit moesten de Maghreb, het zuidelijk Middellandse Zeegebied en de staten van de Sahel onder controle gebracht worden. Met Khadaffi ontdeed men zich van de sterkste tegenstrever, want hij was faliekant tegen een basis voor Africom op Afrikaanse bodem.

De Wikileaks Documenten ~ Wikileaks en Julian Assange

Een diplomatiek bericht van de Amerikaanse ambassade in Tripoli informeerde minister van Buitenlandse Zaken Rice voor haar bezoek aan Libië in 2008 over de houding van de Libische regering: “Met betrekking tot Africom is de Libische regering van mening dat iedere buitenlandse militaire aanwezigheid op het Afrikaanse continent, ongeacht haar opdracht, een onacceptabel neokolonialisme en bovendien een aantrekkelijk doelwit voor Al Qaida zou vormen.”

Khadaffi kwam in het vizier van de NAVO, omdat hij niet inschikkelijk genoeg tegenover de westerse belangen en doelstellingen was. Daarom besloot men hem uit de weg te ruimen. Libië, eens een bloeiende staat, werd door de NAVO-oorlog in chaos en ellende gestort. Welke fatale gevolgen dit had, wordt alleen al duidelijk uit de Human Development Index, die levensstandaard, levensverwachting, kindersterfte, inkomen, opleidingsgraad, voeding, gezondheid, vrije tijd en infrastructuur meet. Libië had in 2010 de hoogste plaats onder alle staten op het Afrikaanse continent. Dat is verleden tijd.

Posted on

Obama legitimeert drone-aanvallen – Nergens zo veel oorlogstaal als waar men zelf niet weet wat oorlog is

Aan puin geschoten steden, met de grond gelijk gemaakte scholen en ziekenhuizen, gefolterde en geëxecuteerde gevangenen, ontploffende autobommen. Lange rijen vluchtelingen, hun huizen kapot gebombardeerd, strompelend langs een weg die nergens naartoe leidt met hun schamele resterende bezittingen op hun rug. Sprekende foto’s en filmbeelden uit het Midden-Oosten, Azië, Afrika, laten steeds weer de keerzijde van de ‘Nieuwe Wereldorde’ zien, het mondiale systeem onder Amerikaanse leiding, dat president George H.W. Bush in 1991 voorspiegelde.

Ze laten ook de enorme kloof in perceptie zien tussen grote delen van de wereld en het Westen, meer in het bijzonder de Verenigde Staten. De Verenigde Staten op wier territorium zich als sinds Pancho Villa in 1916 Nieuw-Mexico binnenviel, geen vreemde mogendheid meer vertoond heeft. Amerika kent noch begrijpt de realiteit van oorlog, wat de oorlogszuchtige taal van presidentskandidaten en andere politici niet ongevaarlijker maar wel absurder maakt. Intussen wordt er ook nu weer stevig op de oorlogstrom geslagen, terwijl het Pentagon onlangs bekend maakte dat de Verenigde Staten zoveel mensen gebombardeerd hebben op zoveel verschillende plaatsen dat men van lieverlee door de voorraad heen raakt.

In reactie op een toenemende roep om enige verantwoording, heeft president Barack Obama toegezegd meer openheid te geven over de drone-oorlogen die de VS op dit moment in tenminste zeven landen voeren. Door deze en gene is al niet geringe kritiek geuit op de drone-missies, vanwege het ontbreken van een juridisch kader. De regering stelt echter de drone-missies gerechtvaardigd worden door de Autorisatie voor het Gebruik van Militair Geweld uit 2001, die de strijdkrachten carte blanche geeft om ‘aan Al Qaida gelieerde terroristen’ met alle beschikbare middelen te achtervolgen en uit te schakelen. De bijkomende drone-aanvallen door de CIA zijn ‘geheime acties’ die gelegaliseerd worden door presidentiële ‘bevindingen’ en zowel de inlichtingendiensten als de strijdkrachten laten zich naar verluidt leiden door het principe dat de VS het gezag heeft een ‘dreigende’ terrorist tot doelwit te maken, wanneer het de overheid ter plaatse aan de middelen of de wil ontbreekt om dat zelf te doen.

Berichtgeving in de Amerikaanse media suggereert dat er binnenkort een rapport van het Witte Huis uitkomt over de aantallen burgers die sinds 2009 door drone-aanvallen om het leven zijn gebracht, maar zoals wel vaker zit het ‘m in de details. De Amerikaanse overheid probeert te laten zien dat het aantal burgerslachtoffers minimaal is, hoewel men waarschijnlijk niet zover zal gaan als CIA-directeur John Brennan die stelde dat de aanvallen van zijn dienst “geen burgers” gedood hadden. Men zal het aantal burgerslachtoffers dat uit het rapport naar voren komt, tot een minimum reduceren door zowel ‘oorlogszones’ in Afghanistan, Syrië en Irak als ‘clandestiene’ operaties van de CIA buiten beschouwing te laten. Alleen Libië, Somalië, Jemen en mogelijk Pakistan zullen meegenomen worden in de statistieken.

Het rapport zal ook zijn eigen definities van wat een terrorist of strijder mag heten manipuleren. En het zal sommige aanvallen die anders niet uit te leggen zouden zijn, als ‘zelfverdediging’ met het oog op andere Amerikaanse operaties interpreteren. De richtlijnen voor het afvuren van Hellfire-raketten door drones zijn enigermate subjectief geweest, zo werd bijvoorbeeld iedere man van weerbare leeftijd met een wapen zonder meer als terrorist aangemerkt waarmee zij in aanmerking kwamen voor eliminatie. Het dragen van een wapen is in tribale samenlevingen als in Afghanistan en Pakistan echter allerminst ongebruikelijk voor mannen en hoeft helemaal niet te wijzen op betrokkenheid bij een terroristische organisatie. In andere gevallen zal een tribale samenkomst waar naar verluidt enkele vermeende terroristen aanwezig zijn voor honderd procent als terroristisch beschouwd worden, ook al heeft degene die de drone bestuurt geen idee wie de andere mensen zijn in de groep waarin de al of niet duidelijk geïdentificeerde vermeende terroristen zich bevinden.

Het document zal waarschijnlijk ook dubieuze aannames over de doelwitten van de aanvallen bevatten, wie tussen de regels door leest zal ernstige twijfel hebben aan de zogenaamde precisieaanvallen die door middel van drones uitgevoerd worden. Maar het verleden leert dat alles aan de aandacht onttrokken zal worden door de bespreking van juridische aspecten van het gebruik van drones en dat men de menselijke tragedies, die zich op de grond afspelen doordat de Amerikaanse regering het voordeel van de twijfel krijgt wanneer een doelwit niet in een duidelijke categorie valt, weg zal wuiven of simpelweg zal negeren.

Er zit evident een politieke bedoeling achter het rapport, namelijk het institutionaliseren van het proces van het wereldwijd inzetten van drones voor dodelijke aanvallen per presidentieel fiat. Obama heeft de drone in zijn hart gesloten als zijn favoriete wapen tegen terroristen. Hij heeft al honderden aanvallen gesanctioneerd, wat een gigantische uitbreiding van de inzet van drones is, ten opzichte van zijn ambtsvoorganger George W. Bush, die in zijn acht jaar in het Witte Huis minder dan vijftig maal een drone-aanval goedkeurde. Het ligt in de lijn der verwachting dat Obama het proces voor het selecteren en doden van doelwitten per decreet zal formaliseren voor het einde van zijn ambtstermijn.

Drone-aanvallen of niet, Amerikanen zouden sowieso ontsteld moeten zijn over het aantal mensen dat hun overheid direct of indirect om het leven heeft gebracht sinds het begin van de ‘Oorlog tegen Terreur’ bijna vijftien jaar geleden. Zeker aangezien Amerika gedurende die periode niet echt in staat van oorlog is geweest met wie dan ook – en waarschijnlijk zouden de meeste Amerikanen ook ontsteld zijn als ze het wisten. Vergeet niet dat er veel manieren zijn om om het leven te komen. De voormalige minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright stelde in een beruchte uitspraak dat de dood van 500.000 Irakese kinderen ten gevolge van sancties in de jaren ’90 die de import van medicijnen en voedsel beperkten “het waard” was. Recenter zijn er nog tien- of honderdduizenden om het leven gekomen in grot stromen vluchtelingen. Het vereist geen kogel of granaatscherf om ten gevolge van oorlogsgeweld om het leven te komen.

Schattingen van de dodentallen ten gevolge van de Amerikaanse invasies in Afghanistan en Irak zijn op best goed geïnformeerde gokken en variëren sterk naar gelang wat men wel of niet mee in beschouwing neemt. Is uithongering ten gevolge van onderbroken voedselvoorziening of dood door een ziekte die behandeld had kunnen worden als het ziekenhuis niet vernietigd was, de verantwoordelijkheid van de VS? Daar is wel een zaak voor op te zetten.

Hoe het ook zij, het optellen van het uiteindelijke aantal doden komt uiteindelijk neer op een exercitie die niet plaats had hoeven vinden als de militaire actie niet had plaats gevonden. Overheden zullen altijd proberen de getallen laag te houden en zullen oorzakelijke verbanden van de hand wijzen, terwijl andere waarnemers misschien het tegenovergestelde zullen doen.

Een rapport uit maart 2015 van de Nobelprijs-winnende organisatie ‘Physician for Social Responsibility’ (PSR, Artsen voor Maatschappelijke Verantwoordelijkheid) wijst er op dat er aanzienlijke, moedwillige bagatellisering plaats vindt van de werkelijke gevolgen van de door Amerika geleide reactie op het terrorisme. Het rapport stelde dat in de eerste tien jaar na de aanslagen van elf september alleen in Irak, Afghanistan en Pakistan al meer dan 1,3 miljoen mensen gedood werden in het kader van de zogenaamde ‘Global War on Terror’. Een jaar later kan men bij elkaar optellen dat de aantallen in die landen nog verder zijn toegenomen, en verder Syrië, Libië, Somalië en Jemen aan de slachting toevoegen, zodat men in redelijkheid mag vermoeden dat het huidige lopende totaal boven de 2 miljoen slachtoffers uitstijgt. Sommige anderen schattingen gaan uit van eerder 4 miljoen. Het rapport van de PSR benadrukt dat hun inschatting van het dodental ‘behoudend’ is en gebaseerd op de meest betrouwbare bronnen, wat er op wijst dat er ook grote aantallen doden gemelden zijn die niet bevestigd konden worden.

Ook als we George W. Bush en Barack Obama niet als massamoordenaars in de zin van Pol Pot of Stalin beschouwen, leert deze kwestie wel dat het leiden van wat in naam een democratie is, geen beletsel is voor het grotendeels lukraak uithalen zonder de gevolgen voor de bevolking in de landen in kwestie in overweging te nemen. Amerika, dat democratische voorbeeld voor de wereld, ziet zich nu gereduceerd tot het uitbrengen van rapporten om de lijn te ondersteunen dat er toch heus niet zoveel burgerslachtoffers zijn gevallen ten gevolge van drone-aanvallen in landen waarmee Amerika niet in oorlog is, maar die wel plaats kunnen vinden door middel van een dubieuze, mogelijk zelfs ongrondwettelijke, machtiging door het Congres.

In de afgelopen vijftien jaar heeft dit moordproces post kunnen vatten en men staat nu aan de vooravond van de formele institutionalisering ervan. De volgende president, Clinton of Trump, zal in staat meer van hetzelfde te doen, aangezien de procedures in kwestie ‘volstrekt legaal’ zijn en het er dik in zit dat ze binnenkort door een presidentieel decreet geautoriseerd worden. Die 2 miljoen, 4 miljoen of later misschien wel 6 miljoen, zullen uiteindelijk, zoals Stalin zei, geen tragedie zijn, maar slechts een statistiek.

Dit artikel is oorspronkelijk in het Engels verschenen bij het tijdschrift The American Conservative.

Posted on

Kaukasische lessen

Is het de verveling die toeslaat? Of heeft het liberale heropvoedingsprogramma de moderne westerse mens zo hypergevoelig gemaakt voor enige vorm van onrecht dat de slagschepen en de bommen meteen van stal moeten worden gehaald? Rusland is het nieuwe grote gevaar. En dit feit verenigt ons: islambashers en multiculti’s vinden elkaar immers in de haat voor dit land. Links haat dit land omdat Rusland niet meer communistisch wil zijn; rechts haat het land al van ver voor dat dit land communistisch werd. Een vijand is geboren; een NAVO-ster is blinkend opgestaan.

De Republikeinse presidentskandidaat John McCain gebruikt dit momentum om zijn rol als wereldleider neer te zetten: met oorlogszuchtige taal neemt hij het niet alleen op voor Georgië, maar slaat ook dreigende taal uit richting Rusland [1]. De bedachtzame, pragmatische en Realpolitieke houding van Obama moet daarbij wel verbleken. Hoe gek kan men zijn om de wereldvrede in de waagschaal te gooien? Otto von Bismarck deed ooit de uitspraak: “God heeft een speciale Voorzienigheid voor idioten, dronkaards en de Verenigde Staten van Amerika.” Laten we hopen dat deze Voorzienigheid gelijke tred blijft houden met het gedrag van Amerikaanse politici van dit moment. Waar Amerika, en een deel van haar NAVO-bondgenoten koersen richting een nieuwe Koude Oorlog met Rusland, is het nodig een pas op de plaats te maken.

Veel is er geschreven over het conflict in de Kaukasus, waarbij Rusland en Georgië tegenover elkaar staan inzake Zuid-Ossetië en Abchazië, twee afvallige provincies van Georgië. Veel is er geschreven, maar weinig is er gezegd dat ter zake is en het niet al bij voorbaat opneemt vóór Georgië en tégen Rusland. De ideologische verblinding van democratische en liberale krachten in de westerse media roept een sfeer op die volgens de Russische president Poetin doet denken aan de Koude Oorlog [2]. Gelijk heeft hij. Rusland kan bij ons op voorhand al niets goeds doen. Dit land is een agressor, Poetin is een kwade genius achter de schermen, en het westen moet krachtdadiger ingrijpen om orde op zaken te stellen, Rusland de wacht aan te zeggen en Georgië te beschermen. Een aantal punten waarom Rusland niet perse ongelijk hoeft te hebben, en het westen, en dan met name Amerika, niet perse gelijk hoeft te hebben.

  1. Rusland zou de agressor zijn en zou buitenproportioneel geweld hebben toegepast om de Georgiërs te verslaan. Het is maar hoe je het bekijkt. Het meest opvallende in de reacties is dat men het buitenproportionele geweld van Georgische kant, in de beginfase van het conflict, verzwijgt en dat van Rusland uitvergroot. Van Amerikaanse ooggetuigen was bekend dat Georgische tanks over vrouwen en kinderen heenreden en dat men met granaten Ossetische burgers in kelders uitrookte c.q. levend verbrandde. De Georgiërs hielden flink huis onder de Zuid-Ossetiërs, die meest van Russische afkomst zijn of zich in ieder geval als Rus beschouwen. Hoeveel doden er in werkelijkheid zijn gevallen doet er in dit geval niet toe. De eerste reactie van de NAVO, bij monde van Jaap de Hoop Scheffer, was immers een geheel verzwijgen van de slachtoffers die er waren gevallen door toedoen van de Georgiërs en het betreuren van de Georgische slachtoffers door toedoen van de Russen.
  2. Rusland zou dit militaire ingrijpen zorgvuldig hebben voorbereid. Opvallend was en is het verzwijgen van de ware toedracht van deze oorlog door het gros van de westerse media. Het verzwijgen van de agressie van Georgië tegen nauwelijks bewapende Ossetiërs lijkt te worden ingegeven door een aantal redenen, waaronder deze: Rusland zou haar militaire actie jarenlang zorgvuldig hebben voorbereid, getuige het bliksemsnelle reageren van het Russische leger. Ook daar zijn de nodige kanttekeningen bij te plaatsen: reeds bij het aantreden in 2004 van president Saakasjvili verklaarde deze dat hij alles zou doen om Zuid-Ossetië en Abchazië weer onder centraal gezag te brengen. Dat dit met militaire middelen zou gebeuren, was van meet af aan duidelijk. Vanaf 2000 vonden er immers grootschalige wapenleveranties plaats aan Georgië door Israël, de Verenigde Staten en Frankrijk. Amerikaanse en Israëlische militaire adviseurs trainden het Georgische leger tegen… ja, tegen wie? Wie de geopolitieke situatie bekijkt waarin Georgië zich bevindt, weet natuurlijk: men trainde de Georgische troepen tegen Rusland. Niet voor niets prees de Georgische minister Temur Yakobashvili Israël, door op de Israëlische radio te verklaren dat: “Israël trots mag zijn op zijn militaire apparaat, dat Georgische soldaten heeft getraind. Dankzij deze opleiding heeft een groep Georgische soldaten een hele Russische divisie uitgeschakeld.” [3] De gezamenlijke legeroefeningen van het Amerikaanse en het Georgische leger, en de wens van Georgië om toe te treden tot de NAVO versterken het beeld dat het – in ieder geval ook – Georgië was die zich jarenlang heeft voorbereid op een militair ingrijpen. Het is naïef om te vooronderstellen dat Rusland hiervan niet op de hoogte was en dat men werkeloos zou blijven toezien; en het is naïef te veronderstellen dat Rusland geen voorbereidingen zou treffen. Georgië behoort in de ogen van de Russen immers tot de Russische belangensfeer? En het conflict rond Ossetië lag immers nog open?
  3. Het gewelddadige gedrag van Rusland maakt dat de oorzaak het conflict er niet meer toe doet. Volgens Evita Neefs, in de Belgische De Standaard, doet het er weinig meer toe wie het conflict in Zuid-Ossetië is begonnen sinds de Russen Georgië binnenvielen [4]. Deze houding is de algemene teneur in de westerse media. Zonder kennis van de geschiedenis wordt het volkenrechtelijke argument van de soevereiniteit van Georgië van stal gehaald om Rusland te bekritiseren. Voorbij wordt gegaan aan het feit dat de verhouding tussen Ossetië en Georgië al minimaal 90 jaar problematisch is. Niet voor niets kreeg Ossetië in 1920 een autonome status nadat Georgië grote bloedbaden onder de Ossetische bevolking had aangericht. Het feit dat Georgië zich in 1991 met behulp van de CIA onafhankelijk verklaarde van de Russen doet hier niets aan af. De Ossetiërs zaten en zitten niet te wachten op een enkelvoudige heerschappij door de Georgiër alleen. Waarom zouden de Ossetiërs wel de erfenis van de Sovjet-Unie moeten koesteren, en Georgië niet? De gerechtvaardigde eis tot onafhankelijkheid van de Georgiërs in 1991 leidde bij de westerse media niet tot de erkenning van de gerechtvaardigde eis van de lotsbestemming van de Zuid-Ossetiërs die vlak na de onafhankelijkheid van Georgië reeds op een niet mis te verstane wijze duidelijk maakten niet te zijn gediend van een Georgische overheersing. Ook in de huidige beschouwingen wordt gemakshalve maar voorbijgegaan aan de gewelddadigheden van de Georgiërs in 1991 toen men ook dorpen platbrandde. De onderdrukking van Ossetiërs, die al meteen na de “onafhankelijkheid” van Georgië inzette, deed het merendeel van de Ossetiërs naar Rusland vluchten. Het is niet moeilijk om in het optreden van de Georgiërs een element van etnische zuivering te ontdekken. Waarom verzwijgt het westen dit allemaal? Waarom gaat het westen voorbij aan de wens van de Ossetische bevolking? Waarom gaat het westen voorbij aan de kritiek van de Georgische oppositie zelf die geen goed woord overheeft voor het roekeloze optreden van de Georgische president Saakasjvili? Volgens de Georgische oppositieleider Oesoepasjvili stond Saakasjvili al een tijd te popelen om ten strijde te trekken. Oesoepasjvili: “Als een klein kind wilde hij zijn nieuwe wapens uitproberen. Toen hij op de NAVO-top in Boekarest te horen kreeg dat een NAVO-lidmaatschap er voorlopig niet inzat, liep het uit de hand. Vanaf dat moment begon hij zijn oorlogsplan op te stellen, want hereniging van Georgië met Zuid-Ossetië en Abchazië was een van de vereisten voor NAVO-toetreding.” [5]
  4. Rusland is het nieuwe kwaad. Wat neoconservatieven als Afshin Ellian allang rondbazuinden, wordt nu breeduit rondgestrooid: Rusland behoort tot de As van het Kwaad. U weet wel, die befaamde As van het Kwaad van Femke Halsema en Ayaan Hirsi Ali: de Islam, de fundamentalistische evangelicals, het Vaticaan en Iran (en Noord-Korea). Dit verklaart waarschijnlijk een groot deel van de eenzijdige berichtgeving rond het Kaukasische conflict, waarin slechts iemand als SP-kamerlid Harry van Bommel een tegengeluid laat horen [6]. De veelvuldige vergelijkingen van Rusland met de nazi’s, of een vergelijk tussen de inval in Hongarije in 1956 door Rusland [7] of die in 1968, toen de Russen Praag introkken [8], laten een ontnuchterend beeld zien dat zelfs de Tsjechische president Vaclav Klaus te gortig is [9] Was het rond het conflict in Tsjetsjenië zo dat men met meer recht een zwart-wit beeld kon neerzetten, nu is dit toch wel anders. Waar Georgië zelf bloed aan haar handen heeft, een lange voorgeschiedenis kent van gewelddadige onderdrukking van de Ossetiërs, en waar zelfs de Georgische oppositie aangeeft dat Georgië uit was op een militair avontuur, wordt het Russische kwaad niet bepaald door de actualiteit. Er spelen andere motieven, zoals 1) geopolitieke en economische motieven, 2) ideologisch-politieke redenen en 3) pragmatisch-politieke redenen. Ad. 1) De geopolitieke en economische motieven spreken voor zich. Georgië is belangrijk voor de toekomstige olietoevoer vanuit Kazachstan. De Amerikaanse activiteiten in Centraal-Azië staan hier niet los van. Iedereen herinnert zich nog de bezorgdheid van Europa om al te afhankelijk te zijn van Russische aardolie en aardgas. Ad. 2) Ideologisch-politiek is Rusland een kwade macht vanwege haar vermeende gebrek aan liberale democratie. In bijna geen enkele westerse krant werden de laatste verkiezingen serieus genomen en steevast klinken er beschuldigingen als zou er geen persvrijheid in Rusland zijn, zoals door de OVSE [10]. Dit laatste feit werd trouwens vrij makkelijk weerlegd door De Pers van 15 juli j.l. [11] Ook de laatste dagen klonk er vanuit de mond van president Bush de beschuldiging dat ‘Rusland bang is voor democratie’. Rusland mag ook niet deugen, anders valt de westerse politieke agenda aan duigen. Ad. 3) Het laatste argument, het pragmatisch-politieke, is het meest speculatieve argument, maar is toch hard te maken: Rusland is een afleidingsmanoeuvre voor andere problemen. Ik citeer prof. Paul Gottfried: “Europe today does not face a “fascist” threat but an “antifascist” danger making way for a hostile Muslim takeover. This seems to me a far more troublesome thing than whether the New York Post’s “evil Vlad” is trying to reestablish a Russian beachhead in the Caucuses, with lots of local cooperation. That, I would argue, is none of our collective business. The other matter, which is closer to home in the Euro-American heartland, certainly is.” [12] Waar het westen zich afkeert van werkelijke problemen, zoals het demografische probleem, de islamisering en het vliegerwiel van de vrije marktanarchie, heeft men een afleidingsmanoeuvre gevonden: Rusland. China is te belangrijk voor onze economie, net als de Arabische wereld. Het communisme is weliswaar dood, maar niet getreurd: Rusland bestaat nog, dus het communisme “leeft”. Dat deze laatste opmerking geen misplaatste scherts is, getuigt de kritiek op Rusland die zich in de media moeiteloos vermengt met verwijzingen naar haar communistische verleden, zoals “1956” en “1968”.
  5. Er is behoefte aan een cordon militaire rond Rusland. Deels om dit “kwaad” – dit Evil Empire – te bestrijden, en deels andersom: het demoniseren om het onder meer economisch te bestrijden, zijn de westerse landen bezig een cordon aan te leggen van bevriende naties die politiek, economisch en militair het westen welgevallig zijn. Naast de opbouw van conventionele militaire middelen in Georgië, Roemenië, Polen en in Centraal-Azië, is men immers ook bezig met een anti-raketschild, zogenaamd om zich te beschermen tegen raketten van Al Qaeda en Iran (zo werd het letterlijk gepresenteerd op het nieuwsbulletin van de NOS). Dat het anti-raketschild van de Amerikanen tegen Iran is gericht, gelooft ondertussen natuurlijk geen verstandig mens. Want waarom Polen, en geen Turkije om Iraanse raketten tegen te houden? Net zomin als Georgië is gegrensd aan een (islamitische) schurkenstaat, is Polen dat. Rusland heeft dus gelijk dat men de aanleg van dit schild als een regelrecht militair dreigement ziet. Niet Iran is zozeer het doelwit, maar voornamelijk Rusland. Het is veelzeggend dat de overeenkomst tussen Polen en de VS rond dit anti-raketschild werd bekrachtigd met de “beloning” om Amerikaans afweergeschut te plaatsen in Polen. Dit kan alleen tegen Rusland zijn gericht, aangezien Wit-Rusland nauwelijks een leger heeft; een feit dat nog eens wordt versterkt door het feit dat Polen onderdeel is van de NAVO. De NAVO is bezig zich militair sterk te maken tegenover Rusland. De defensie van Rusland is vooral gebaseerd op haar nucleaire dreiging; haar conventionele sterkte is ver onder de maat. Als Amerika in staat is met haar anti-raketschild deze nucleaire dreiging te elimineren, is de weg voor het westen vrij om met militaire middelen concrete druk uit te oefenen op dit land. Dat dit geen slag in de lucht is, geven de talloze commentaren aan die in het licht van dit conflict of pleiten voor een Europese legermacht, of pleiten voor een opname van Georgië in de NAVO [13]. Let wel: Georgië is Zuid-Ossetië binnengevallen, heeft Russische eenheden uitgeschakeld en burgers omgebracht. Rusland reageerde met een strafmaatregel. Men negeert deze volgorde van zaken. Men redeneert heel eenvoudig als het ware: als Georgië een NAVO-lid was geweest, had men gerust militair kunnen ingrijpen, want dan had Rusland toch niets terug durven doen [14]. Rusland is het teken van al het onheil dat ons te wachten staat [15]. Dat is mooi; alle rotzooi die wij creëren, kunnen we dan op het bordje van dit land schuiven.

Conclusie

De belangrijkste vraag in dit kader is: waar is de Realpolitik? Waar zijn de Realpolitikers van het formaat Gerhard Schröder? Volgens de Duitse ex-bondskanselier heeft het westen in zijn beleid versus Rusland “ernstige fouten” gemaakt. Volgens hem zouden zelfs de westerse opvattingen over Rusland niet overeenstemmen met de realiteit. In een vraaggesprek wuift Schröder het gepraat over een nieuwe Koude Oorlog weg: de Russische leiders zijn hoegenaamd niet geïnteresseerd in een conflict met (de klanten in) het westen. Nee, zouden wij zeggen: Rusland is niet uit op een nieuwe Koude Oorlog, maar anderen, waaronder de VS, wel. Volgens Schröder “kan geen enkel groot wereldprobleem – het Iraanse nucleaire programma, Noord-Korea, vrede in het Midden-Oosten of de opwarming van de aarde – zonder Rusland opgelost raken” [16]. Schröder onderstreept hiermee de kortzichtigheid van de huidige westerse politici. Alle grote wereldbedreigende problemen vallen volgens deze politici immers weg tegen het vertekende beeld van een mini-oorlog in de Kaukasus.

In een klimaat dat wordt bepaald door emoties moeten we ons afvragen waar op dit moment de politici zijn die een verstandige, pragmatische Realpolitik tentoon kunnen spreiden. Het gebrek aan strategische en Realpolitieke inzichten bij de westerse machten is schrijnend. Het lijkt erop dat slechts één ding het westen beweegt: een wereldwijde vestiging van liberalisme, democratie en vrije markteconomie. Deze blikvernauwing levert nauwelijks iets op. Het knullige beleid waarmee het westen Afrika de grondstoffen aan China verspeelt [17], lijkt zich rond Rusland te herhalen te krijgen. Rusland is van belang voor het westen vanwege haar aardolie, aardgas, haar grondstoffen, haar geopolitieke ligging en haar wereldvoedselvoorraad. Het “straffen” van dit land, zou dit land wel eens in de armen van China kunnen drijven. Terwijl Latijns-Amerika zich steeds kritischer opstelt tegenover het westen en terwijl China steeds meer haar vleugels uitslaat in Afrika is het westen bezig om Rusland van zich af te stoten. Dit getuigt van een enorm gebrek aan politieke realiteitszin, of van een structurele onwil om zich door realiteitszin te laten leiden. In dit licht is het ook verbijsterend te zien hoe de Israëli’s bezig zijn om hun eigen glazen in te gooien. Wat beweegt een land als Israël om terwijl men zogenaamd in haar voortbestaan zou worden bedreigd door een Iraanse atoombom, de betrekkingen met Rusland op het spel te zetten? Om Iran in te dammen en om te voorkomen dat Rusland lange-afstandsraketten aan dit land zou leveren, had Israël toch op z’n minst eerst kunnen nadenken voordat men een land als Georgië ging volpompen met geavanceerd wapentuig? Men heeft sinds 2000 voor 500 miljoen dollar aan wapens geleverd, men heeft het Georgische leger getraind en nog steeds zijn er militaire adviseurs van Israël in Georgië te vinden. Zonder Israëlische hulp was Georgië niet in staat geweest zo doeltreffend bommentapijten te leggen op Zuid-Ossetië, haar hoofdstad te verwoesten en waren haar troepen niet in staat om maar één stap te verzetten. Waarom hebben de Verenigde Staten Israël niet gewaarschuwd Rusland al te zeer tegen de schenen te schoppen? Amerika is toch zo bewogen met Israël? Of is Rusland nu opeens een groter gevaar dan Iran? We zullen het er maar op houden dat de Iraanse atoombom nog steeds een reële dreiging is, maar dat het westen, Israël incluis, zich niet laat leiden door dat wat in ons algemeen belang is, maar door korte termijn politiek en financieel gewin.

De oorlogsretoriek van Bush Jr., Condoleeza Rice en John McCain dienen slechts één doel: het winnen van de presidentsverkiezingen [18]. Alleen wanneer deze verkiezingen door de Republikeinen worden gewonnen zijn deze immers in staat iets van de mislukkingen van de Bush administration weg te poetsen. En is men in staat het beleid voort te zetten van “to make de world safe for democracy and capitalism”. Maar dit verklaart lang niet de gehele houding van het westen inzake het conflict op de Kaukasus. In het conflict in Zuid-Ossetië laat het westen haar ware aard zien: het uitlokken van een militaire confrontatie met Rusland – of in ieder geval het spelen met deze gedachte – en onderwijl proberen met alle andere mogelijke middelen dit land te breken. Ik sluit af met een citaat van de Russische mensenrechtenactivist Igor Awerkin, een tegenstander van Poetin, die op een conferentie in Berlijn voor een Amerikaanse ngo zijn geduld verloor en zei: “Telkens als ik in Duitsland kom, heb ik toch de indruk uit een fascistische staat te komen en een slachtoffer te zijn. Welnu, Rusland is geen fascistische staat en ik ben geen slachtoffer. Ik sta alleen voor wat ik juist vind.” [19]

Het westen wil dit niet horen. De Georgische oppositie wordt door haar genegeerd. En onwelgevallige oppositieleiders in Rusland zelf ook. Wie meeblaat met de westerse democratieën is een goede vriend van Europa, Amerika en de universele mensheid. Wie ook maar één enkel kritisch of afwijkend geluid laat horen dat westerse toehoorders onwelgevallig in de oren klinkt, kan het wel schudden. De onlangs overleden Russische dissident Alexander Solzhenitsyn was een goede man zolang hij als icoon tegen het communisme kon gelden. Totdat hij in 1978 in Harvard zijn kritische geluid liet klinken tegen de Amerikaanse cultuur. Alles wat hij sindsdien zei, werd tegen hem gebruikt. Bij zijn overlijden enkele weken geleden werd hij door de Nederlandse media weggezet als een hypocriet (door Trouw) of als een arrogant persoon (volgens de NRC Handelsblad was hij dit al in 1970). Enkele jaren tevoren hadden neoconservatieve Amerikaanse media hem al geprobeerd te ontmaskeren als een antisemiet, en wel met terugwerkende kracht vanaf 1967. De grootste misdaad van Solzhenitsyn was echter zijn lovende woorden voor Poetin. Dit was onvergeeflijk. Daarom moest hij worden gebroken. Net als onder het communisme; daar werden “helden” ook gemaakt en gebroken. En werd het verleden zo nodig met terugwerkende kracht herschreven. Als het “communisme” nog leeft, leeft het voort in het westen, en niet in Rusland. Rusland is veranderd en heeft een weg gevonden van hernieuwd zelfbewustzijn. Het westen heeft nog geen richting gevonden. Haar identiteit ligt nog in de verbondenheid tegen Rusland en het voortzetten van de Koude Oorlog tegen deze natie. Zolang het westen niet volwassen wordt, is elke schermutseling of gewapend conflict een potentieel mondiaal conflict. Is het niet om een Amerikaanse presidentscampagne te voeden, dan wel om een Europese Unie vaart te geven. De NAVO gaat misschien Rusland straffen, maar iedereen die zoals de westerse politici zo kortzichtig te werk gaan, is vooral een straf voor zichzelf.

Noten

[1] McCain wil betrekkingen tussen VS en Rusland herzien in De Morgen d.d. 19 augustus 2008. Lees in dit licht ook: McCain bestempelt Rusland als autocratie, bericht van Belga d.d. 27 juli 2008, waaruit blijkt dat de anti-Rusland campagne van McCain al dateert van voor de huidige crisis. In hoeverre McCain zich met al zijn zogenaamde ervaring op het gebied van de buitenlandse politiek zou laten leiden door gezonde inzichten, valt te betwijfelen, getuige het bericht McCains Top Foreign Policy Advisor Got Money From Georgia op The Huffington Post, 19 augustus 2008.
[2] Trouw, 12 augustus 2008
[3] Israel is niet echt blij met Georgisch compliment in Nederlands Dagblad d.d. 12 augustus 2008.
[4] Evita Neefs, “Tandeloos”, in De Standaard d.d. 13 augustus 20008.
[5] Niemand neemt Saaka iets kwalijk in NRC Handelsblad d.d. 12 augustus 2008. Zie ook: Georgie ziet de rozenrevolutie verwelken in NRC Handelsblad d.d. 10 november 2007.
[6] Harry van Bommel: Koude oorlog herleeft d.d. 13 augustus 2008.
[7] Thomas Sowell in Georgia on our mind , op National Review.com d.d. 19 augustus 2008.
[8] Mia Doornaert, “Europa voor spek en bonen”, in De Standaard d.d. 14 augustus.
[9] Tsjechische president verwerpt Praagse Lente-vergelijking in De Morgen d.d. 15 augustus 2008.
[10] Persvrijheid afgenomen in Ethiopie, Cuba, Rusland, in De Pers d.d. 2 mei 2008.
[11] Urineren in de mond van Dmitri Medvedev in De Pers d.d. 15 juli 2008.
[12] Paul Gottfried: It aint any of our business op Takimag.com d.d. 14 augustus 2008. Lees in dit licht ook Caucasian Games: The Score door Srdja Trifkovic op Chroniclesmagazine.org d.d. 13 augustus 2008.
[13] Westen moet Georgie nadrukkelijker helpen in Reformatorisch Dagblad d.d. 12 augustus 2008. Dezelfde auteur deed soortgelijke uitspraken in een interview met de Volkskrant van 13 augustus 2008: NAVO moet Georgië snel kandidaat-lid maken.
[14] Wat het Amerikaanse neoconservatieve blad National Review in feite ook doet door met instemming Mark Almost van de Britse Guardian te citeren: “Great powers do not commit suicide for allies.”. Bron: Putin overplays a strong hand op NationalReview.com d.d. 18 augustus 2008.
[15] Zie hiervoor het volgende artikel in het Brits-conservatieve The Spectator: Russias Aggression In Georgia Is A Portent Of Perils To Come, door Philip Bobbit, 13 augustus 2008.
[16] Schröder geeft Georgië schuld voor conflict met Rusland in De Morgen d.d. 16 augustus 2008.
[17] Pieter Huys, “Edito” in Nucleus juni 2008: “Afrika is ongetwijfeld onze geopolitieke uitdaging voor de toekomst, niet alleen omwillen van zijn rijkdom, maar ook voor onze eigen bescherming.”
[18] Dat dit beleid vruchten afwerpt, is ondertussen duidelijk: McCain slaat politieke munt uit Georgie-crisis in De Tijd d.d. 19 augustus 2008.
[19] Maurizio Blondet, “Waarom ze Poetin weer willen”, in Nucleus oktober 2007.