Posted on

Wat afsplitsers FvD kunnen leren van afsplitsingen AfD

afsplitsingen AfD

De laatste tijd is er het nodige te doen over ex-FvD’ers die voor zichzelf willen beginnen. Een kijkje bij onze oosterburen leert echter dat dergelijke afsplitsingen weinig kans van slagen hebben. 

Sinds de oprichting van de nationaal-conservatieve Alternative für Deutschland in het voorjaar van 2013 had de jonge partij steeds weer met afsplitsingen te kampen. De afsplitsingen bleken echter nauwelijks een bedreiging te vormen voor de verkiezingsresultaten van de AfD.

Bernd Lucke en de Liberal-Konservative Reformer

Bernd Lucke heeft inmiddels de handdoek in de ring geworpen. Bij de door hem opgerichte partij Liberal-Konservative Reformer (LKR) gaat bijna het licht uit. Aan de komende verkiezingen voor de landdagen van Saksen, Thüringen en Brandenburg neemt ze niet eens deel. Lucke was in 2013 een van oprichters en enige tijd voorzitter van de AfD. In 2015 sprak hij echter van een ruk naar rechts en verliet de partij. Sindsdien bracht hij nog een boek over de euroreddingspolitiek uit, maar speelt hij in het publieke debat nauwelijks nog een rol.

In de europarlementsverkiezingen van dit jaar behaalde de LKR met 0,2 procent van de stemmen niet één zetel. Eerder hadden de andere europarlementariërs die in 2014 voor de AfD gekozen waren en zich samen met Lucke afsplitsten, de LKR reeds verlaten vanwege Luckes bestuursstijl.

Lucke neemt nu zijn hoogleraarschap aan de Universiteit Hamburg weer op. De 56-jarige zal in het komende semester weer doceren, zo bevestigt een zegsvrouw van de universiteit. Over de toekomst van de nog slechts enkele honderden leden tellende partij zwijgt Lucke vooralsnog. Gezien de volledige ontstentenis aan electorale perspectieven ligt ontbinding voor de hand.

Frauke Petry en de Blaue Partei

Iets dergelijks geldt voor de Blaue Partei, die in Saksen onder de naam Team Petry wel aan de komende verkiezingen voor de landdag deelneemt. Lijsttrekker is de oud-AfD-voorzitter Frauke Petry. De gepromoveerde scheikundige verliet de AfD direct nadat ze in de herfst van 2017 in de Bondsdag gekozen was.

Haar hoop een conservatieve beweging tussen de AfD en de CDU in te vestigen lijkt inmiddels vervlogen. Zelfs in haar eigen deelstaat Saksen heeft ze amper honderd medestrijders. Haar laatste hoop is nu dat de Blaue Partei erin slaagt in de landdag gekozen te worden. ‘Conservatief. Maar fatsoenlijk’, is de verkiezingsleus van de partij. “De CDU is niet conservatief en de AfD allang niet meer fatsoenlijk. De verbinding vormt de Blaue Partei”, aldus Petry. Meetbare steun voor de partij is er echter niet. Petry heeft voorlopig haar positie als lid van de Bondsdag nog, maar het is onwaarschijnlijk dat ze daar in geval van nieuwe verkiezingen op eigen kracht terug kan keren.

André Poggenburg en de Aufbruch Deutscher Patrioten

Ook voor de enige afsplitsing van de AfD ter rechterzijde geldt dat er geen meetbare steun is. Met veel bombarie verliet deelstaatvoorzitter in Saksen-Anhalt André Poggenburg begin dit jaar de AfD. Anders dan Lucke en Petry meende hij dat zijn voormalige partij teveel toenadering zocht tot het establishment en steeds liberaler werd.

Er blijkt echter weinig animo te zijn voor de nieuwe partij Aufbruch Deutscher Patrioten. Ze slaagde er weliswaar in om in Saksen op het stembiljet te komen. Maar naar haar steeds groots aangekondigde demonstraties komen zelden meer dan enkele tientallen aanhangers.

Posted on

Hoe schrijf je een goed Volkskrant-artikel? – een aantal tips

Voorpagina van de Volkskrant, zaterdag 13 juli 2019

Sinds mijn tiende ben ik een verwoed krantenlezer. Eerst nationaal, en vanaf mijn dertiende ook internationaal. Ik hield en hou vooral van zogenaamde kwaliteitskranten. En juist vanwege die liefde viel me op hoe alles in de loop der jaren veranderde, eerst langzaam, maar steeds sneller. Hoe alles steeds banaler werd, kortzichtiger, lomper, dommer en – vooral – eenvormiger. Of het nu de Times, de Frankfurter Allgemeine, de Volkskrant of de NRC betrof, overal leek hetzelfde virus rond te waren. Uiteindelijk besloot ik alle kranten vaarwel te zeggen. Losse exemplaren zijn hun geld niet meer waard al trap ik soms nog in de val er eentje te kopen.

Ik heb het sinds maanden maar weer eens gedaan: een Volkskrant. En alleen omdat ik ‘erin sta’. Of liever: er wordt over mij geschreven. Onder de titel ‘Hoe rechtzinnige katholieken samen met cultuurchristenen de strijd aanbinden tegen links’. Wat men schrijft, interesseert me eigenlijk niet zoveel. Ik verwachtte er toch al niets van. Maar wat opvalt is de domheid van het stuk.

Op het eerste gezicht lijkt het nog heel wat. Een grote foto op de voorpagina. Pagina’s vol met tekst en illustraties. Veel namen komen voorbij. Maar ik lees niet als consument. Ik weet van het journalistieke receptuur wat aangaande mijn persoon door Annieke Kranenberg en Hassan Bahara werd toegepast. Zoveel opgepoetste stompzinnigheid had ik niet verwacht. Ik verwachtte van grachtengordelaars meer niveau, meer intelligentie, minder doorzichtigheid. En dat vind ik vervelend. Als men probeert mij journalistiek kalt zu stellen, dan zij dat zo, maar dan wel graag in stijl. Zoals het hoort. En niet op de wijze der patjepeeërs.

Daarom een aantal tips – in eerste instantie gericht aan ‘Annieke’ en pas in tweede instantie aan haar loopjongen Hassan – om deze journalistieke smurrie in het vervolg te voorkomen. Met alle goede bedoelingen. Met de verwachting dat men er iets van zal leren. Want mensen die blijkbaar weinig tot niets weten, leren al heel snel aardig wat.

Tip 1. Check uw feiten. Check uw bronnen, en vooral: lees ze!

Enkele uren voor verschijnen kreeg ik een aantal citaten toegestuurd met wat vragen van Hassan (Bahara) met de vraag om toelichting. Het betrof citaten uit enkele artikelen die ik zou hebben geschreven. Al snel werd me duidelijk dat het derdehands citaten betrof aangezien Hassan en/of Annieke (Kranenberg) niets hadden gelezen van deze artikelen. Weggeplukt uit een duister artikel van internet van drie neokatholieke obscuranten en uit een stukje uit de hoek van AFA/Antifa had men dezelfde ‘citaten’ gebruikt zonder context. Eén zin bleek zelfs niet in het genoemde artikel te staan. Er was maar wat overgekalkt.

Het resultaat was nogal pijnlijk. Een satirisch stuk waarin ik juist het racisme aanviel van hen die met de mond belijden dat iedereen welkom is, maar die ondertussen de werkelijke aard van ‘immigranten’ verafschuwen, had men omgetoverd tot een schijnbaar racistisch stuk. Dat is natuurlijk niet kies. Ik ga natuurlijk ook niet het stuk van Hassan en Annieke omtoveren tot een oproep om FvD te stemmen en katholiek te worden. Maar zij zijn er blijkbaar wel toe in staat. Ik zal later de volledige tekst plaatsen.

Hetzelfde met iets anders. Had men namelijk eerder aangegeven te wachten op mijn stuk in Epoque, uit het artikel blijkt wel dat er met een Epoque werd gezwaaid, maar niet dat er ook in is gelezen. Welnu, wapperen met Epoques is niet genoeg. De krant leent zich niet voor visuele effecten. Citeer en laat zien dat u de materie beheerst en ook daadwerkelijk iets gelezen heeft. Uw doelgroep bestaat uit lezers en die stellen het op prijs dat ook ‘hun’ journalisten soms iets lezen.

Tip 2. Maak gebruik van zoekmachines.

U kon blijkbaar niets van mij vinden. Welnu, Google is reuze handig om een aantal oudere artikels terug te vinden. De connectie Jan Hoogduin c.q. (vml.) kraakpand Vrankrijk [1] had u dus links kunnen laten liggen (ik heb te vaak te maken gehad met journalisten die onderdeel uitmaakten van linkse groepen die door de AIVD als staatsgevaarlijk werden bestempeld). Evenals die van de broddelbeiers Van Zoest, Van den Berg en Bosman.

Tip 3. Verdiep u in de betekenis van woorden, van zinnen, artikelen en stijlvormen.

In een satirisch stukje is er dikwijls sprake van overdrijving en van zekere spot. Een satire is geen persverklaring. Hou dat goed in de gaten. The Life of Brian van Monty Python moet men niet lezen als een werk van Augustinus. En de artikelen in de Volkskrant niet als de geopenbaarde wil van Allah aan Mohammed in de grot. En een satirisch stukje van mij niet als een politiek pamflet. U doet dat wel, en dat komt nogal dom over.

Iets soortgelijks viel me al op tijdens de boekpresentatiebijeenkomst in Amsterdam. Annieke oreerde er lustig op los door alle mogelijke termen die ze weleens had gehoord – zoals altright, nationalisme, conservatief en reactionair – aan elkaar te breien. Toen ik haar rustig probeerde uit te leggen wat voor onzin ze daarmee debiteerde vond ze de termen opeens niet meer van belang, iets wat door haar per mail werd herhaald. Ze wist blijkbaar niet waar ze het over had, en daarmee bevond ze zich in ‘goed’ gezelschap.

Onlangs liet namelijk ook een zekere prof. Stefan Paas in het Reformatorisch Dagblad blijken niet te weten wat het verschil is tussen conservatief en reactionair (wat door hem als hetzelfde werd gezien), en het bleek dat hij als politieke nazaat van de ARP dus blijkbaar ook niet het verschil weet tussen antirevolutionair en contrarevolutionair. Het is niet erg om dit niet te weten zolang men erover zwijgt. Gaat men echter spreken, dan komt de begrippenzwendel je weldra tegemoet. Dat voorkomt men heel simpel door te zwijgen over zaken waar men niets van af weet.

Tip 4. Wees duidelijk wat betreft het onderwerp waar u over wilt schrijven.

Een kind kon aanvoelen dat de reden om mij te willen interviewen een kulreden was en dat de werkelijke reden een geheel andere was. U beweerde dat er sprake zou zijn van een trend van ‘toenemende belangstelling in het katholicisme in conservatieve en rechtse kringen’. Ik wees naar de zaal en zag in uw ogen meteen dat u wist dat u onzin sprak.

Ook per mail kon en wilde u niet uitleggen waarom er sprake zou zijn van een dergelijke trend. In mijn ogen is minder dan één persoon per jaar die deze stap zet geen noemenswaardige trend. Er is wel sprake van een sympathie van vele minder katholieke e.a. gelovigen richting FvD en PVV. Maar dat is heel wat anders. Dat had u moeten zeggen zonder de onzin eromheen.

Uw eigenlijke missie was een andere, en deze kwam stapsgewijs naar buiten. Eerst door per mail alles af te buigen richting Catholica en de mailinglijst van Breivik, en later door alles te koppelen aan de figuur van Baudet, een persoon die u als krant al langer in het vizier heeft.

Tip 5. Communiceer helder en eerlijk en speel geen toneel.

Het was vermakelijk om te zien hoe happig u – Annieke – reageerde toen ik – via een citaat van een niet-genoemd persoon – kritiek leverde op Paul Cliteur. Als u toen op een fiets had gezeten, was u er van opwinding vanaf gegleden. Weer bleek niet de ‘trend’, maar de aanval op Forum voor Democratie uw eigenlijke beweegreden te zijn om met mij te willen spreken.

Uw antwoordmail op mijn lijst van vragen was van het gelijke laken een pak. U kon en wilde nergens op ingaan, maar ging er wel vanuit dat ik zou happen. Uw doorzichtigheid was vermakelijk. Ik denk werkelijk dat in uw ogen alles wat rechts is, katholiek en/of man ‘dom’ is. Maar u laat zich dan ook omringen door nog dommere personen, zoals Hassan.

Zijn laatste mail bevatte namelijk de bewering dat hij en ik met elkaar ‘kennis hadden gemaakt’. Nu herinnerde ik me wel dat u naar hem wees. De jongeman die als een oude woestijnvos door de zaal ijsbeerde om een plek te vinden om te sterven, bleek uw loopjongen te zijn die zich geen houding kon geven en een en al uitstraalde dat hij de boel journalistiek aan het belazeren was.

Tip 6. Sla niet onnodig deuren dicht.

De schamelheid van het aantal personen dat in uw artikel geïnterviewd werd c.q. geïnterviewd wilde worden, moet u toch te denken geven? Sluit dan ook niet uit dat dit wellicht ook aan uzelf ligt. Leg niet meteen de bal bij de ander. Durf te denken voorbij de dijken van het eigen gelijk. Uw ongeduld om te investeren in relaties met mensen, en uw onwil om zelfs vragen fatsoenlijk te willen beantwoorden, heeft ertoe geleid dat er een idioot artikel is ontstaan. De personen waar het over gaat, buikspreken allemaal. Dat men aan het buikspreken was, wordt grappig geïllustreerd door het vergeten van de aanhalingstekens bij de tussenkop ‘Neo-Tridentijns hipster-fascisme’. Daardoor laat u zien dat dit volgens u geen mening is, maar een door uw krant erkend objectief feit. Overigens worden alle elementen in deze kop nergens onderbouwd, maar voor u stond de strekking van deze draak van een term (waar zijn bijvoorbeeld de skinny jeans?) blijkbaar al vast voor de eerste uwer vingeren de eerste typemachinetoets had aangeraakt.

Die enige drie die wel spreken, Bosman, Van den Berg en Van Zoest, buikspreken bij monde van eerstgenoemde twee personen. Waarbij direct de vraag oprijst: met welke autoriteit spreken zij? Hun verregaande uitspraken over mij en Tom Zwitser zijn van tevoren niemand voorgelegd om op te reageren. Deze uitspraken vormden dus reeds de onomstootbare kern van uw artikel.

U kon en wilde niet uitleggen wat mijn autoriteit zou zijn op dit gebied als persoon zonder publieke functies of bijzondere expertise. Dat enige autoriteit of deskundigheid er voor u niet toe doet, bevestigt niet alleen de idee dat het u uitsluitend te doen is om beschadiging van de FvD via personen zoals ik, maar heeft ook geleid tot een hilarische opbouw van dit stuk. De enige drie personen van ‘gewicht’ die u kon vinden zijn drie obscuranten. Eentje een vereenzaamde doordrinkende pornocraat, een ander een beoefenaar van een zelfverzonnen wetenschap – cultuurtheologie – en de derde slaat werkelijk alles. Deze ‘internetondernemer’ werd jaren geleden ontmaskerd als de verkoper van sites die à la minute te hacken waren, en als iemand die geld verdiende door goedgelovige katholieke oude vrouwtjes voor geld ‘twittercursussen’ aan te smeren.

De grootste grap was het vervolg. Had hij eerder, met zijn ‘kompanen’, Catholica ervan beschuldigd ruimte te geven aan zogenaamde ‘heel-Nederlandse’ ideeën; deze ‘ondernemer’ presteerde het om zijn critici aan te vallen door de enige Heel-Nederlandse advocaat en activist in dienst te nemen die ons land kent: Wim Schuller. Deze maakte het zo bont om alle critici van mijn naamgenoot formeel te beschuldigen van ‘poging tot doodslag’… Verder bleek dat diezelfde ondernemer de domeinnaam katholiek.nl had verkregen via een connectie die niet alleen sedevacantist was geworden, maar ook verbonden was aan een gemeenschap in Oldenzaal die sympathiseert met Mgr. Richard Williamson, de welbekende Holocaust-ontkenner.

Ik ben dus niet onder de indruk van hun morele autoriteit. En dit gezelschap van maatschappelijke kwakzalvers laat u uw lezers vertellen wat ‘normale’ katholieken zijn en hoe neonazistisch zij zijn die andere opvattingen koesteren dan deze heren. Kijk, hiermee kweekt u geen vertrouwen. En zo wordt het nooit wat met de podiumfunctie van uw krant.

Tip 7. Denk na over bewoordingen en gooi niet alles op een hoop.

Vermijd, in vervolg van voorgaande punt, taalgebruik dat richting personen zoals die van mij de suggestie voedt dat u wellicht doet aan haatzaaien door bepaalde termen te gebruiken c.q. toe te staan c.q. te publiceren in uw artikel. Dat wilt u natuurlijk niet, maar u doet het wel. U weet natuurlijk heel goed dat ‘bruine rand’ niet verwijst naar de kleur van een stoelleuning, maar naar nazisme. Hou u er dan ook verre van.

Mail mij dan ook niet dat ik ‘geweigerd’ zou hebben geïnterviewd te worden, terwijl u niet in staat was of wilde zijn mijn simpele vragen over zo’n interview te beantwoorden. Geef dan ook geen ruimte aan obscure types door via hen te buikspreken dat ik een tegenstander zou zijn van ‘normale’ en ‘gematigde’ katholieken. Geef charismatisch en seksueel gemankeerden niet de kostbare ruimte te oreren over masturbatie (ik moet weer aan die fiets denken).

En haal niet zomaar ergens de NSB bij, waar ooit is geschreven over de driekleur ‘Oranje, blanje, bleu’. Ik heb dat vroeger gewoon geleerd op de lagere school en mijn leraren waren geen NSB’ers, ook al vinden u en Wikipedia van wel (want u lijkt letterlijk Wikipedia te citeren…). Ik schreef dit ooit op in combinatie met aandacht voor de drieslag ‘Unie, Religie en Militie’. U weet wel, de typering die prof. Van Hamel vlak na de bevrijding van stal haalde (in boekvorm onder de titel De eendracht van het land, maar reeds in april 1944 in een artikel in De Gids uitgegeven in bevrijd Nederland) met een verwijzing naar een schilderij van Rembrandt.

Op dit punt overschrijdt uw stompzinnigheid de grens met de kwaadaardigheid. Daarom: gooi in vervolg niet alles op een hoop. Hou het voor u inzichtelijk, zeker wanneer het een materie betreft die voor u volkomen nieuw is. Bedenk: vele discoursen hebben een eigen jargon en een specifiek symbolisch universum. U stampt daar als een olifant doorheen. Mijn advies: niet doen.

Tip 8. Ontwikkel een sterke maag.

In deze wereld zijn er meer opvattingen dan enkel en alleen die van de journalisten aan de Wibautstraat. Het kan zijn dat sommigen van u vanwege achtergrond, ervaring en ontwikkeling een zekere gevoeligheid hebben ontwikkeld voor afwijkende opvattingen. Neem daarom deze raad ter harte: “kweek een sterke maag”.

Niet iedereen is zoals u en besef dat dit ook niet zo snel zal gebeuren. Om de kwaliteit van uw waarnemingen en uw oordeelsvermogen te bewaren is het dan ook noodzakelijk op zijn minst andersdenkenden te verdragen en elk gevoel van walging te voorkomen. Dit vergt een oefening die wellicht in bepaalde gevallen, zoals de uwe, beter buiten de vertrouwde kring kunnen plaatsvinden om enig effect te sorteren. Een Turks koffiehuis is dan ook een betere oefenlocatie dan een redactielokaal van een Volkskrant.

Tip 9. Wees duidelijk in het uitdragen van uw missie.

Een journalist is allereerst dienstbaar en is slechts de explicitering van een eigenschap die elke burger bezit; namelijk drager en uitoefenaar van de vrijheden c.q. rechten van meningsuiting, informatievergaring en drukpers. Het enige verschil tussen de journalist en de burger is dat de eerste is vrijgesteld om deze eigenschap c.q. vrijheid c.q. recht te beoefenen in het algemeen belang. Een journalist staat dus nooit boven de burger en alleen al daarom dient de journalist elke burger met respect en eerlijkheid te bejegenen en te behandelen.

Uw vraag aan mij per mail naar de ideologische overeenstemming tussen Breivik en mijn persoon was dan ook zeer onbetamelijk. En niet zozeer vanwege de aanname dat ik dat manifest gelezen zou hebben – ik heb dat namelijk niet. Nee, de vraag herbergt de suggestie dat de vragensteller volledig onwetend is aangaande de aard van ‘terrorisme’, namelijk als de combinatie van deugd en geweld (Robespierre).

Sinds wanneer doet het gewelddadige grijpen van een individu naar geweld de ‘deugd’ teniet? De Volkskrant was nooit kieskeurig t.a.v. van figuren als Paul Rosenmöller die openlijk hun steun uitspraken richting mannen als Mao, Pol Pot, Stalin en Enver Hoxha. Nooit raakten voor de Volkskrant hierdoor haar linkse deugden in diskrediet. En evenzeer nooit de figuur van Rosenmöller.

Maar het is erger. De vraag suggereert dat het eventuele verwijzen van Breivik naar Benedictus XVI zou betekenen dat elke katholiek ideologisch verbonden zou zijn met een massamoordenaar als Breivik. Dit is uiteraard een krankzinnige opvatting die grenst aan het onbedaarlijke. Dit soort uitglijders zijn onvergeeflijk, tenzij u erop terugkomt. Daarom: volg op z’n minst een workshop ‘dienstbaarheid’. En:

Tip 10. Durf excuses aan te bieden.

Iedereen maakt fouten, sommigen maken soms grote fouten. Zoals u. Dat is niet erg. Fouten maken hoort bij het leven, maar fouten moeten wel erkend worden en worden opgevolgd door excuses. Schade aan uw krant, de geloofwaardigheid van uzelf en de onnodige schade aan de reputaties van goedwillende burgers dienen te worden rechtgezet. Dit versterkt uw geloofwaardigheid en tevens uw karakter.

Geef rustig toe dat u nooit van plan was een eerlijk interview af te nemen. Dat u wel degelijk in staat was mijn vragen te beantwoorden, maar dat u gewoon niet wilde. Dat u niet geïnteresseerd bent in welk verhaal dan ook. Het lucht op en maakt van u een beter mens.

Tip 11. Volg onderwijs.

Wie te kort schiet op alle bovengenoemde punten kan beter het zekere voor het onzekere nemen en gewoon weer naar de schoolbanken gaan. Een gewezen ombudsvrouw van de Volkskrant is nog niet automatisch een goede journalist. Evenals een afvallige islamhater dat is. Zonder goed onderwijs is het lastig om paginagrote artikelen te schrijven met enige samenhang en betekenis.

Tip 12. Houdt uzelf een spiegel voor.

Bijvoorbeeld de satire ‘Ik wil een echte neger’. Ik vond nog ergens het origineel. En ik kan er – in tegenstelling tot u – eerlijk gezegd niets fouts in ontdekken. De strekking is en was duidelijk: waar in 2010 (en nog steeds in 2019) de mainstream-politici, media en opiniemakers zogenaamd solidair zijn met Afrikanen, immigranten en allochtonen, is en was men in feite alleen maar tolerant ten aanzien van ‘negers’ als lege hulzen: die hun moraal, cultuur en opvattingen hebben afgelegd en vanbinnen ‘blanke, progressieve, liberale homo-activisten-in-spe’ zijn geworden.

De strekking van de Volkskrant (en anderen) is duidelijk: wie ‘echte negers’ welkom wil heten, zoals ik dat deed, is in hun ogen een racist. In uw ogen is er slechts een welkom voorbehouden aan aangepaste en leeggemaakte ‘negers’ om zo uw grachtengordels en Wibautstraten van nieuw neuk- en schrijfvlees te voorzien.

Echte negers ~ Een satire (uit mei 2010)

Volgens de Nederlandse Minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen zijn echte negers “meer dan afschuwelijk”. Hij zei dit na het incident in Malawi waar twee kerels die met elkaar wilden trouwen een fikse gevangenisstraf kregen opgelegd (die na hevige externe druk weer werd ingetrokken). En zowat de hele wereld viel hem daarin bij. Want zeg nu zelf: echte negers zijn eng, agressief, hebben een achterlijke moraal. Zolang ze in Amsterdamse varkensflats huizen, vallen ze nog mee. Maar zodra ze hun mond opentrekken krijg je van die meer dan afschuwelijke spirituals te horen. Onze fijnbesnaarde Rammstein- en Youp van ’t Hek-oortjes kunnen daar natuurlijk niet tegen.

Negers zijn een mooie voorbeeldcase van onderdrukte volken. Naar aanleiding van de uitspraak van de Hoge Raad inzake de SGP presteerde Trouw-columniste Elma Drayer het om de vergelijking te leggen tussen slavernij en het vrouwenstandpunt van deze partij. De analogie was volgens haar duidelijk: ooit was slavernij normaal, maar thans verboden; idem dito met het afwijzen van passief vrouwenkiesrecht door een SGP. Dat Elma daarmee impliciet zei dat onze maatschappij er een is van slaven die elke vier jaar haar slavenhouders kiest, drong waarschijnlijk niet tot deze columniste door. De grap was vooral het neger-element.

Elma Drayer vindt het goed dat juist de partij met de grootste neger-factor wordt aangepakt. Niet alleen uiterlijk in zwarte pakken en slobkousen, maar ook qua opvattingen. De Nederlandse Veluwenegers zitten volgens mevrouw Drayer terecht in het verdomhoekje van Halsema-land. Elma Drayer haat negers, zelfs blanke stadsnegers uit olde Barnevelt.

Nu zijn negers ook niet iets om trots op te zijn. Zeg nu zelf: verpest door kolonialisme, door een politiek van moraalafbraak, uitbanning van huwelijk en huwelijkstrouw onder slaven, en het uit elkaar trekken van mannen en vrouwen in townships is er een fantastisch mengsel ontstaan van rasta-dragende, rondcopulerende bling bling gangstarappers. MTV spint er garen bij, evenals de Amerikaanse NBA.

Halsema-typetjes – waar onder invloed van Flair en Viva ons land zo langzamerhand vol mee zit – hebben niets met MTV – dus niets met negers. Neem nu Femke. Viel haar voorganger André van Es nog op fors geschapen zwarte mannen; Femke Halsema geeft negers het liefst een knietje. Seksisten moet je te grazen nemen. Zelfs al heten ze Jan Peter Balkenende.

In Amerika weten ze er raad mee. Toen Californië onlangs het homohuwelijk afwees – Proposition 8 – en de homoactivisten kwamen erachter dat dit vooral te danken c.q. wijten was aan de tegenstem van zwarten, ontstonden er heuse razzia’s door homo’s op negers. De ondankbaarheid van negers is groot, zullen we maar zeggen. Ben je doodgeknuffeld door neomarxistische welzijnswerkers, zit je zoon in de gevangenis en ligt zijn pa in de goot, ben je nog niet dankbaar! In Californië maten linkse homo’s zich daarom het recht aan negers in elkaar te meppen. Aan het velletje van Oom Tom zie je toch niet dat hij blauwe plekken heeft – dus niet zeuren.

Een ander ondankbaar soort negers woont in Malawi. Daar proberen ze nog iets te redden van een maatschappelijke orde die niet is verwoest door de goede bedoelingen van het Westen. Ondankbaar volk, niet? Ze hebben geen kennis van onze strafmaten. Madonna heeft er twee gered, maar de rest zal het nooit leren. Honderd jaar leerschool heeft er nog geen keurige negertjes van gemaakt. Dan maar de botte bijl van de VN. De negermoraal moet maar eens afgelopen zijn. Het negervlees gaat dood aan AIDS; de negermoraal gaat dood door de VN. Een cocktail en een knietje.

Volgens onze linkse elite zijn negers “meer dan afschuwelijk”. Echte negers althans. Zwart, aangepast vlees is echter uitstekend. Hetzij in de vorm van half-om-half voor 2 Euro 99 bij de C1000, hetzij in de vorm van hotsende en klotsende voetbalbenen. Maar zodra er in dat zwarte vlees ook nog een neger woont, is de wereld te klein. Het vlees mag er zijn; de voorouderlijke geest moet begraven worden. In Malawi of zo.

Bij Catholica zijn negers welkom. Als ze iemand in de cel willen stoppen, moeten ze dat maar ergens anders doen. Wij sluiten niet zomaar iemand op. En bovendien: onze cellen zitten vol met afgedankte medewerkers die denken dat ze Job Cohen, Mark Rutte of Lee Towers zijn.

Wij vallen wel mee. Wij zullen mannen die zich met elkaar verloven veertien jaar lang uitlachen. Vanuit het cellencomplex van Schiphol. Voordat we het land worden uitgezet en worden teruggezet in de savannes van Negrotopia.

Ten slotte

Dit stuk toont de grondhouding en daarmee de weeffout aan in uw denken. Het is een kritiek op de renegaten zoals die kranten als de Volkskrant bevolken: de afvalligen met onblusbare haatgevoelens en met de moraal van de woestijn. U haat kennelijk Baudet. En in zijn kielzog haat u daarom ook mensen zoals ik. Niet vanuit een sterke overtuiging, maar juist vanwege gebrek aan overtuiging. U bent namelijk een lakei van het systeem en Hassan is uw koelie.

U ziet het als uw taak de lacunes van ons systeem te dichten. Waar justitie te kort schiet, moet volgens u een Volkskrant de taak van eliminatie op zich nemen. De staat van onze pers wordt mede door uw toedoen gekenmerkt door een onderzoeksjournalistiek project waar meerdere mensen vele weken aan gewerkt hebben, maar dat bij nader inzien goedkoop broddelwerk van schoolkrantniveau blijkt te zijn. Denk daarom eens na of u wel geschikt bent voor uw taak en of niet beter een ander die taak op zich kan nemen.


Noot

[1] Jan Hoogduin was één van de fictieve personae die extreemlinks gebruikt(e) om informatie te vergaren en op internet te zetten waar kranten als de Volkskrant e.a. dan weer hun ‘objectieve’ informatie vandaan konden halen.

Posted on

Oproep Gauck tot meer tolerantie naar rechts aan dovemansoren gericht

Joachim Gauck, van 2012 tot 2017 president van de Bondsrepubliek Duitsland, roept op tot “meer tolerantie naar rechts”. Zijn oproep is echter aan dovemansoren gericht, zoals de ontwikkelingen in Görlitz duidelijk maken.

Het zal veel burgers verrast hebben. Oud-president Joachim Gauck riept tot “grotere tolerantie naar rechts” op. Uitgerekend Gauck, die tijdens zijn ambtstijd als staatshoofd het polariserende onderscheid tussen “licht” en “donker Duitsland” in het publieke discours introduceerde. Hier lijkt dus sprake van voortschrijdend inzicht. De oud-pastor heeft kennelijk ingezien in welke donkere steeg een natie verzeild kan raken wanneer er in de plaats van een vrij debat alleen nog vijandige sprakeloosheid en propaganda is. Aan het eind van zo’n steeg loert het spook van burgeroorlog of despotie, zo leert de geschiedenis.

Görlitz

Maar dringen de woorden van Gauck door? Kan hij de mede door hemzelf aangerichte schade repareren? Deze vraag kan helaas nog niet beantwoord worden, maar de voortekenen zijn slecht. Een recent teken daarvan kwam uit Görlitz. Daar slaagde een CDU-kandidaat voor het ambt van Oberbürgermeister, Octavian Ursu, er met steun van een monstercoalitie van alle overige partijen, bijna alle media en zelfs uit Hollywood in om de concurrent van de AfD, Sebastian Wippel, met 55,2 tegen 44,8 procent te verslaan.

Nul tolerantie naar rechts

Je zou verwachten dat Ursu door deze ‘overwinning’ enige bescheidenheid tegenover de AfD zou tonen. Maar niets daarvan, hij riep meteen op tot consequente uitsluiting van de AfD. Hij wil zogezegd Oberbürgermeister “van alle Görlitzer” zijn en “met ontevreden burgers praten”, maar met de partij met de meeste steun onder de burgers wil hij niet praten.

De tegenstrijdigheid van deze uitspraken is hemeltergend. Ursu wil Oberbürgermeister van alle burgers zijn, maar sluit de vertegenwoordigers van bijna de helft van hen van iedere samenwerking uit. Ofwel veronderstelt de CDU-politicus dat de “ontevreden burgers” slechts uit onwetendheid op de AfD-kandidaat gestemd hebben en trekt hij daarmee hun politieke volwassenheid in twijfel. Of hij huichelt. Meest waarschijnlijk is nog dat de koperblazer Ursu slechts de bekende clichés aan elkaar rijgt die hij van de grote politiek heeft afgekeken.

Psychotisch

Ursu is daarmee de kleine afspiegeling van de grote ellende. De psycholoog Holger Richter noemt dergelijk gedrag in het dagblad Die Welt “psychotisch”. Kenmerkend voor de psychose is volgens Richter de intolerantie en volledige onwil met de andere kant werkelijk in gesprek te gaan of zelfs maar pragmatisch samen te werken. Richter werkt in Dresden, dus wellicht kan Octavian Ursu hem eens bezoeken. Joachim Gauck geeft het goede voorbeeld, die wist zich reeds aan zijn psychose te ontworstelen.

Posted on

Na de overwinningen van radicaal-rechts, de overwinning van het morele gelijk*

De verkiezingen zijn zowel in Nederland (voor Provinciale Staten en Eerste Kamer), als in Vlaanderen en Wallonië weer achter de rug. De meerderheid heeft weer eventjes kunnen ‘meedoen’ met de besluitvorming en heeft zijn ongenoegen of steun kunnen uitspreken aan het beleid. In België en Nederland zijn er op z’n minst 3 democratieën die los van elkaar heel uiteenlopende tendensen weergeven, toch vallen er een aantal parallellen te trekken.

Vooral toch tussen Vlaanderen en Nederland. Hoewel ook in Wallonië een anti-stem werd gegeven, uitte dit zich vooral in een stem voor radicaal-links. In Vlaanderen en Nederland daarentegen naar rechts, richting Vlaams Belang en Forum voor Democratie. De voorspelde overwinningen van Groen waren niet zo groot als verwacht. Dit ondanks de gestuurde klimaatprotesten om de agenda van de verkiezingen te sturen. Het was zelfs niet genoeg om het verlies van de linkse en traditionele partijen te compenseren. Migratie en het sociaal-economische speelden een grotere rol dan het klimaat. En de kiezer zocht naar fundamentele en klare antwoorden, in plaats van het compromisbeleid van de zittende regeringen.

‘Luisteren naar het signaal van de kiezer’

De verkiezingsavond volgen is altijd wel leuk. Je weet nooit met welke redenering de verliezende politici hun huid proberen te redden. De winnende politici doen altijd een poging om zich zo slim mogelijk te positioneren naar onderhandelingen toe, of zelfs naar de volgende verkiezingen. Het is natuurlijk een eerste reflex om niet meteen de kiezer op z’n donder te geven. De eerste bezorgde uitspraken van de avonden zijn dan ook eerder: “we moeten luisteren naar het signaal van de kiezer”. Dat verandert snel na het bij elkaar komen van de partijbureaus in de grote ivoren torens van de politiek.

De golf van verontwaardiging was weer zeer groot in de periode na de verkiezingen. Tot slot mag de uitslag van de verkiezingen geen weerslag hebben op het beleid. In de dagen erna zitten de partijstrategen en beroepspolitici dan bij elkaar en plegen ze druk overleg met hun netwerk binnen de media en het middenveld. Na het signaal van de verkiezingen kijkt men naar de oorzaken.

Beïnvloeding

Er kwamen dan ook meteen onderzoeken naar het stemgedrag van deze toch wel vreemde kiezer. Al snel kwamen gelukkig toch wel enkele logische conclusies naar voren. Eerst en vooral was deze kiezer beïnvloed, was het niet door de Russen, dan wel door de sociale media-uitingen van de winnende politieke partijen. Tot slot kan de kiezer toch geen juiste mening erop nahouden, zonder de framing van gepolitiseerde nieuwsredacties als NOS of VRT?

Beter uitleggen

De tweede conclusie is dat de boodschap verkeerd is uitgelegd. Er is niets mis met het beleid van de regeringspartijen, hun vertegenwoordigers hebben het gewoon laten afweten in hun communicatie. Ook ideaal om dus een aantal voorzittersverkiezingen te organiseren om te veranderen van stijl en gezicht. Als er al mensen waren die het bijsturen van het beleid voorstelden, kon dit gelukkig zo snel mogelijk worden verdraaid tot een verandering van stijl en communicatie.

Domme, ongevoelige kiezers

Een derde conclusie, en toch wel de belangrijkste, is dat de kiezer van die radicaal-rechtse partijen laaggeschoold is, minder empathisch, … Wellicht stemmen ze nu allemaal op een rechtse partij wegens een trauma in hun jeugd en is de politieke rebelsheid te verklaren door een psychische aandoening. Althans, zo werden een aantal onderzoeken gelanceerd die dat moesten bewijzen. Zeg maar gerust dat de keuze van een bepaalde kiezer inferieur is aan die van de kiezers van de traditionele en vooral progressieve partijen. Die kiezer beseft eigenlijk ook niet goed welk leed hij met zijn stemgedrag heeft aangericht bij de mensen die daardoor gekwetst zijn!

Tv-sterren

Er werden gelukkig voor het vaderland zelfs enkele tv-sterretjes met een dipje in hun carrière gevonden die het morele geweten wisten aan te zwengelen. Berichten werden gestuurd en gepromoot via de sociale én mainstream media over hoe onverantwoord het wel niet was om op een rechtse partij te stemmen. De verwijzingen naar de jaren ’30 (nu bijna 100 jaar geleden) zijn weer een ideaal wapen om bijna elke discussie snel teniet te doen. Als men de Duitsers van 80 à 85 jaar geleden er niet bij kan halen, is het soms eens verstandig te verwijzen naar de Russen, als equivalent van de reductio at hitlerum. Per slot van rekening zijn Saoedi-Arabië, Qatar, Israël en de Verenigde Staten veel netter als bondgenoot. De bommen die zij laten vallen zijn met veel meer liefde gestuurd.

Morele verontwaardiging

De morele verontwaardiging zal ook de doorslag geven in de komende jaren. Per slot van rekening is dit toch de gemakkelijkste oplossing voor politici. In plaats van het politieke systeem te evalueren, kan men gewoon de mensen die kritiek hebben beschouwen als een besmette, vieze onderlaag van de bevolking. Dit zal hun zeker leren om de volgende keer op de ‘goede’ partijen te stemmen. Per slot van rekening zitten in die poules van partijen telkens partijen met  dezelfde inhoud maar met toch iedere keer een andere communicatietint.

De opgehitste massa kan zich vandaag lekker laten gaan tegenover de vogelvrij verklaarde politici. Dat kan variëren van sociale uitsluitingen, zoals de rage van gedeelde berichten om iedereen te vragen die zichzelf besmet heeft met het radicaal-rechtse virus zich onmiddellijk uit de comfortzone van de virtuele bubbel te verwijderen. In sommige gevallen gaat het natuurlijk over in het oproepen tot geweld. Dan gaat men als het echt niet anders kan, eventjes doen alsof men dit afkeurt en geeft men een korte berisping. Tot slot hangt deze strategie wel samen met moreel hoger te staan als het radicaal-rechts volkje dat durfde op een partij met een afwijkende mening te stemmen.

Schuldgevoel

Zo krijgen we natuurlijk de polarisatie waarop we hebben gewacht. De moreel in hun gelijkgestelde kiezers die, volgens gestuurde onderzoeken, toch bewijzen dat de kiezer van de progressieve partijen wel meer empathie heeft, een hoger diploma, gelukkiger is,… kortom de groep waarbij je toch liever wilt horen? Aan de andere kant staat die groep waarop terecht kan worden neergekeken. Laagopgeleid, egoïstisch en verzuurd. Het schuldgevoel dat er zo bij de mensen kan worden aangepraat zal hen misschien nog terugbrengen aan de juiste kant van de geschiedenis.

Dat is toch alvast een mooie overwinning op zulke verdomde verkiezingen waarin de kiezer niet heeft gestemd zoals men zou willen. Het ontslaat hen nog voor het eventueel bijsturen van regeerakkoorden van de plicht om rekening te houden met de zorgen van de kiezer. Laat staan dat men dus fundamenteel iets gaat veranderen aan de aanpak van de problemen en kernthema’s van de verkiezingen. Want tenslotte is men de morele overwinnaar na de verkiezingen.


* Voor alle duidelijkheid, dit opiniestuk werd deels sarcastisch geschreven.

Posted on

Rood geweld tegen De Rode Hoed

Extreemlinkse activisten gooien met stenen de ruiten van debatcentrum De Rode Hoed in, kalken met verf leuzen op de deuren en spuiten met lijm de sloten van het gebouw dicht. Reden is dat het Forum voor Democratie op vrijdagavond 25 mei haar Renaissancelezing in De Rode Hoed hield. Een beproefde tactiek van de linkse straatterroristen, waarmee ze zonder twijfel weg zullen komen. Want eerder deze week werd bekend dat extreemlinkse activiteiten – waaronder het plegen van aanslagen, het bekladden van huizen, ‘naming and shaming’ en andersoortige bedreigingen – niet of nauwelijks door Justitie worden vervolgd.

De verklaring waarin de antifascisten de aanslag opeisen, ademt de welbekende identiteitspolitiek die zo kenmerkend is voor hedendaags links. “Door fascisten een platform te geven om hun haat en leugens te verspreiden roep je deze vormen van actie over jezelf uit (sic). Met iedere plek waar fascisten mogen spreken neemt het geweld tegen niet witte mensen, mensen die queer zijn en anderen toe. We moeten onszelf verdedigen. Als je ruimte biedt aan fascisten kies je een kant en komen we achter je aan,” ronkt de verklaring. Het is ook een duidelijke oproep tot geweld, tegen objecten, organisaties en personen. En dat is, samengevat, het credo van extreemlinks, zoals de Russische nihilist Sergej Netchajev (1847-1882) dat op schrift stelde in zijn ‘Catechismus van de Revolutionair’ (1869). Dat boek is overigens volgend jaar 150 jaar oud en past daarmee mooi in het rijtje linkse herdenkingsdagen: 100 jaar Russische revolutie, 200 jaar Karl Marx, 50 jaar ‘1968’, 70 jaar Chinese revolutie, 60 jaar Cubaanse revolutie.

“Het doel heiligt alle middelen” is de centrale gedachte van de ‘Catechismus van de Revolutionair’. Dat hebben de Russische anarchisten (Bakoenin was in eerste instantie een vriend van Netchajev) en nihilisten bloedig in praktijk gebracht. En in navolging van hen heeft extreemlinks de vorige eeuw heel wat angst en terreur gezaaid. Om ons te beperken tot Nederland: de krakersrellen die in het voorlaatste decennium van de vorige eeuw de grote steden in Nederland teisterden (Amsterdam, Utrecht, Nijmegen, Groningen), de PSP-jongeren poster “Doe meer, saboteer”, de brand- en bomaanslagen van RaRa, de brand in Kedichem, waar de Centrumpartij van Hans Janmaat vergaderde en waarbij zijn secretaresse Wil Schuurman een been verloor, de moord op Pim Fortuyn, en al die andere gewelddadige acties van extreemlinkse activisten tot nu toe. En tot slot een actuele uit de Verenigde Staten – waar antifascistisch geweld aan de orde van de dag is: “Sabotage Christian Supremacy”…

Het extreemlinkse wereldbeeld is een totalitaire ideologie. “Het is een emancipatiebeweging van een barbaars type, van de ene mens ten koste van de andere, bevrijding door haat, opbouw door vernietiging,” schrijft Erik van Ree in zijn boek ‘De totalitaire paradox’. Van Ree analyseert ook treffend hoe links geweld niet alleen naar buiten toe is gericht, maar ook in de eigen gelederen. Want dezelfde ‘zuiverheid’ die men eist van de samenleving, legt men ook op binnen de eigen organisatie. “Als Stalin of zijn lokale knechten hadden besloten dat met een partijlid zou worden afgerekend, dan werden eerst de zogenaamde activisten bijeengeroepen… Op een dergelijke bijeenkomst werd het aanstaande slachtoffer vogelvrij verklaard. Het jachtseizoen was geopend.” Iedere communistische partij of extreemlinkse actiegroep heeft dit principe toegepast, zowel naar buiten (Janmaat, Fortuyn, Baudet, maar ook wetenschappers als Buikhuisen en Eysenck) als naar binnen.

Terreur zit in de genen van extreemlinks. De jaren 1918-1919 in Duitsland en de eerste jaren van de jaren dertig vorige eeuw in Spanje zijn wat dat betreft verhelderend. In de Nederlandse geschiedenisboeken worden deze jaren aangehaald als het begin van de nationaalsocialistische en fascistische dictaturen van respectievelijk Hitler en Franco. Maar het linkse geweld op straat en de terreur die de activisten uitoefenden tegen personen met een andere mening dwongen de autoriteiten er toe de orde te handhaven of te herstellen. Het was de linkse terreur in Spanje in 1934 die ertoe leidde dat het leger onder leiding van Franco moest ingrijpen. De Spaanse burgeroorlog begon al in 1934, niet twee jaar later. De Spaanse journalist Pio Moa was ooit lid van de radicaallinkse terreurgroep Grapo (verantwoordelijk voor 84 doden en een groot aantal ontvoeringen), maar werd later verdediger van Franco en zijn militair optreden. Hij heeft een aantal boeken geschreven over de mythen van de Spaanse burgeroorlog en de rol van links daarin.

Op internet staat een video van een lezing van Moa in 2008 op de Universiteit Carlos III in Madrid. Linkse activisten verstoren de toespraak en vallen Moa aan. Tijdens het geschreeuw zegt Moa dat we hier een voorbeeld zien van de Republikeinen zoals ze in de jaren dertig in Spanje waren en waarom hun revolutie mislukt is. “Het is de geest van de Tsjeka,” zegt hij. Er loopt een bloedrode lijn vanuit Netchajev naar Franco, Janmaat en Fortuyn en Baudet. In dat opzicht is de naam van het object van het extreemlinkse geweld in Amsterdam afgelopen week wel treffend.

Posted on

Zestien jaar na Fortuyn, de demonisering van Baudet

“Meneer Baudet, we zijn pas begonnen,” schreeuwt D66-leider Alexander Pechtold aan het einde van het verkiezingsdebat in Amsterdam vorige week. Pechtold was toen al meerdere malen uitgevallen naar Thierry Baudet, die zich staande moest houden in een spervuur van vileine en leugenachtige beschuldigingen van onder andere Lodewijk – “Wees toch een  kerel” –  Asscher en Jesse – “morele zelfverheffing” –  Klaver. Dezelfde Asscher, die vier jaar op schoot zat bij Mark Rutte en van kruiperigheid niet wist hoe hij iedere dag zijn gezicht moest plooien. Jesse Klaver, die zijn messiasrol niet in vervulling zag gaan en laf op zijn Babboe-bakfiets de formatiebesprekingen verliet.

Op YouTube staat sinds 10 februari een knap gemaakte videocompilatie, waarin beelden van demoniserende politici tegen Fortuyn worden afgewisseld met beelden van demoniserende politici tegen Baudet. De registratie is beangstigend en misselijkmakend.

We zien een vertwijfelde Ad Melkert (PvdA), die Le Pen van stal haalt om Fortuyn in een hoek te zetten. Ad Melkert, de beoogde opvolger van Wim Kok. Ad Melkert, die voor ieder televisie-debat en fotosessie drie vers geperste grapefruits nuttigde en zo aan zijn zure gezichtsuitdrukking kwam. We zien een valse Thom de Graaf (D66), die citeert uit het dagboek van Anne Frank om Fortuyn te besmeuren. Links-extremisten voegden de daad bij het woord en duwden een taart gevuld met onder meer uitwerpselen in het gezicht van de lijsttrekker van Leefbaar Nederland. We zien grootgrondbezitter Marcel van Dam (PvdA), die Fortuyn een “minderwaardig mens” noemt en daarmee de eerste nagel aan de doodskist spijkerde. En we zien een boze en machteloze Pim Fortuyn, die bij de talkshow van Jensen genoemde politici verantwoordelijk houdt voor zijn dood – hoe profetisch.

En zestien jaar later gaan de opvolgers van genoemde zetelplakkers keihard verder met hun lynchpartij. Fortuyn is uitgeschakeld, Wilders schakelt zichzelf uit, dus wordt alle vitriool en demonisering uitgestort over Thierry Baudet en het Forum voor Democratie. En ze weten zich daarbij zoals altijd gesteund door de media. Zestien jaar geleden legde het oudste weekblad van Nederland, twee dagen na de taartaanslag, Pim Fortuyn op de divan. Psychologen bogen zich over de geestelijke gesteldheid van de lijsttrekker. Op 10 februari schrijven Ruben Koops en Marcel Wiegman in het Parool een groot psychologiserend stuk over Thierry Baudet. Aan de hand van schoolherinneringen, verloren vriendschappen en Baudet’s familiegeschiedenis duiden de journalisten de lijsttrekker. De teneur is duidelijk, gezien de kop boven het artikel: ‘De man die de hele wereld zijn voeten ziet kussen’. Het is gemakzuchtige en schofterige journalistiek, die geen enkele informatie biedt en niet zou misstaan op de Privé-pagina van De Telegraaf. We zien hier het mechanisme dat Sid Lukkassen in zijn proefschrift – onder de titel ‘De democratie en haar media’ verschenen bij uitgeverij De Blauwe Tijger – beschrijft: hoe de politiek onder invloed van de media tot een vorm van entertainment is geworden. Onwaarheden en verkeerd geciteerde uitspraken worden in stelling gebracht om de tegenstander onschadelijk te maken. En het grote taboe – racisme (volgens de Franse filosoof Alain Finkelkraut is het antiracisme de ideologie van de 21ste eeuw) – maakt iedere zinvolle discussie onmogelijk. Artikel 1 van de Grondwet is – CPN-leider Marcus Bakker laat groeten – alsnog verheven tot het grote zaligmakende gebod.

Geen beter bewijs hiervoor dan de hysterie van Pechtold, Asscher en Klaver op 9 februari in Amsterdam.

 

 

Posted on

Gesprek met een innovatieve ondernemer in het hart van de samenleving

Recent werd ik aangesproken door een ondernemer naar aanleiding van de presentatie van mijn boek. Er volgde een interessante gedachtewisseling. Een gesprek over de staat van het land en dagelijkse ervaringen waarin velen zich zullen herkennen. Om mensen te doen inzien dat zij niet alleen staan, heb ik gevraagd of ik het mocht publiceren.

Maurik:
Het linkse fascisme begint me steeds meer te storen. Nu krijg ik zelfs al negatief commentaar wanneer ik een post van jou like. Zeer ernstig deze cultuur waarin er enkel plaats is voor de waarheid van de linkse kerk. Intolerant en nihilistisch, met een moreel-superieur toontje.

Sid:
Wie zijn deze mensen die jou hierop aanspreken? Wat is hun achtergrond, wat is hun motivatie om dat te doen, hoeveel invloed hebben zij op anderen?

Maurik:
De achtergrond is zeer divers, variërend van zakenlui, tot docenten aan de universiteit, tot schrijvers, tot kunstenaars. Ze hebben wel gemeen dat ze een linkse opvoeding ondergingen met een moeder die de broek aan heeft en feministische trekjes heeft.

Sid:
Hoe groot is het probleem?

Maurik:
Vanaf het moment dat ik openlijk mijn steun heb uitgesproken voor FvD merk ik dat dit mijn zakelijke kansen heeft geschaad. Ik heb letterlijk opdrachten en posities misgelopen. Privé sta ik mijn mannetje. Mensen in mijn omgeving die mij aanspreken op mijn mening en overtuiging, die zijn verbaal niet tegen mij opgewassen. Mijn dochter die mix is (haar moeder komt uit Afrika) is zeer slim. Gelukkig kan ik daardoor de context schetsen, haar uitleggen hoe het komt dat mensen reageren zoals ze doen. Mijn dochter snapt ook waarom blanke conservatieve mensen klaar zijn met de aanval op Zwarte Piet. Zij verdedigt als donker meisje de mensen in Dokkum die de snelweg hebben geblokkeerd. Ouders op school kijken mij raar aan en zeggen dat ik mijn dochter vast heb gehersenspoeld.

Sid:
Heb je overwogen om de namen van deze mensen te noteren en hen terug te blokkeren?

Maurik:
Jazeker. Hoewel ik ook heb geleerd dat je je vijanden beter dichtbij kan houden… Dan weet je waar zij mee bezig zijn. Dan confronteer ik hen met de vraag of ze het normaal vinden dat ik een eigen mening heb die afwijkt van hun opvatting. Dat levert altijd een lange stilte op.

Sid:
Er is veel voor te zeggen om ze af te stoten. Dan zorg je dat ze geen informatie over jouw activiteiten krijgen, waarmee zij schade kunnen aanrichten. Als zij jou uitsluiten vanwege je mening, zorg dan ook dat zij op geen enkele wijze van je kunnen profiteren. Wanneer je jouw contact met hen in stand houdt, zullen ze van invloed blijven zijn in jouw leven. Dan komt er een moment dat je dingen niet meer gaat zeggen. Omdat je geen conflict wil met de ouders van de vriendjes van je kinderen, collega’s etc.

Maurik:
Dat laatste zal zeker niet gebeuren. Misschien heb je een punt om hen af te stoten. Het zou mooi zijn als ik in mijn zakelijk bestaan meer mensen zou tegenkomen die geen onderdeel uitmaken van het establishment en hun intolerante houding. Ik merk dat ik al meerdere zakelijke kansen heb gemist omdat ‘men’ weet dat ik een overtuiging heb die haaks staat op die van het establishment. Kwaliteit is van ondergeschikt belang geworden, wat me doet denken aan de strijd die mijn voorouders doormaakten tijdens de Reformatie. Zij waren en bleven bij hun geloof, wat ze hun maatschappelijke positie heeft gekost en uiteindelijk hun vermogen.

Sid:
Die parallel blijkt inderdaad precies op te gaan met vandaag. Hieruit blijkt dat we ons moeten verenigen en zakelijke contacten onderling dienen te gunnen.

Maurik:
Helemaal mee eens. Nu nog zorgen dat we weten waar we ons verenigen zodat we elkaar kunnen vinden.

Sid:
Voorzie je nu dat mensen openlijker hun middelvinger zullen opsteken naar ‘de elite’, dat ze vrijer en ongeremder zullen worden in hun communicatie. Of denk je dat ze juist in hun schulp zullen kruipen, conformistischer worden en de echo’s in de echoput gaan napraten?

Maurik:
Ik zie juist dat mensen die wat te verliezen hebben nu meer op hun hoede zijn. Op politiek vlak zien ze de tegenwerking door FvD en in de media zien zij onthullingen door mensen zoals jijzelf. Kortom geef mensen een hypotheek en een TV en je hebt geen last meer van ze. Financieel speel ik met vuur, maar mijn trots is te groot. Als ik een kameleon zou zijn had ik de afgelopen jaren veel meer geld verdiend. Door ons meerpartijenstelsel en de fragmentatie van partijen zie ik politieke verandering somber in; ik weet wel dat er een verandering gaat komen. Maar die zal zijn over de ‘harde as’.

Sid:
Hoe verklaar je dan de opkomst van partijen als neem nu PVV en FvD? Hebben de mensen die zo negatief naar jou reageren ook specifieke politieke voorkeuren?

Maurik:
De mensen die negatief naar mij reageren stemmen op de middenpartijen. PVV trekt stemmen van de groepen die keihard ploeteren voor hun geld, zoals onderklasse en ondernemers. Deze mensen reageren puur op het gegeven dat de politiek kiest voor uitgaven aan groepen en landen die er niks voor hebben gedaan. FvD profiteert van het feit dat deze groep die aanvankelijk op PVV stemde zich toenemend onmachtig voelt. Zij springen op een andere rijdende trein: FvD snoept een beetje af van VVD en CDA – maar dit is alleen omdat het statusverhogend is om te stemmen op een voorman en partij die goed ontwikkeld ogen.

Sid:
Je noemde herhaaldelijk de samenhang tussen enerzijds negatieve reacties op mijn artikelen, en anderzijds de populariteit van FvD in de huidige tijd. Maar hoe verklaar je dit dan, want ten slotte ben ik VVD-gemeenteraadslid en als je kijkt naar de crowdfunding, komt een deel daarvan ook vanuit VVD-grassroots-achterban. Op mijn boeklancering waren er tot verrassing ook CDA’ers en zelfs SP’ers aanwezig…

Maurik:
Ik begrijp waarom er CDA’ers en SP’ers op jouw boeklancering waren. CDA en SP zijn partijen die consolideren, terwijl ze zeggen dat ze significante veranderingen willen doorvoeren. Dit geldt overigens ook voor de VVD. In mijn netwerk zitten veel mensen die een goed leven hebben. Zij zijn gebaat bij geen verandering en reageren daarom negatief nu deze zaken aan het licht worden gebracht.

Sid:
Zijn er niet juist drastische veranderingen nodig om dat goede leven te behouden? Migratie en enclavevorming zullen dit land dwingend veranderen. Veel mensen worden opgeleid voor banen die spoedig niet meer bestaan; er vindt vergrijzing plaats en voor Europa is er een veranderende geopolitieke realiteit. Ondertussen belanden we via de Europese Centrale Bank in een transferunie. En het trucje van de elite om steeds maar geld bij te drukken, dat raakt uitgewerkt nu crypto-currencies in opkomst zijn, denk aan Bitcoin, Cardano, enz.

Maurik:
Dat klopt helemaal, en is precies wat je zou denken. Maar het gedrag van mensen die het goed hebben is ontkennen. Ze ontkennen dat er grote gevaren op komst zijn. Pas als de rellen uitbreken in de straten van Rotterdam tussen Turken en Feyenoord-aanhang dan wordt deze groep wakker. En wellicht zelfs dan nog niet, omdat ze hun leven zó hebben ingericht dat ze betrekkelijk veilig en geïsoleerd binnen hun eigen kosmopolitische bubbel kunnen functioneren. Zij hebben die optie doordat ze er het geld en de connecties voor hebben.

Sid:
Vind je het goed als ik de nuttige inzichten van dit gesprek anonimiseer en gebruik als artikel?

Maurik:
Ja dat mag.

Posted on

Is Sid Lukkassen de ‘#metoo’ van het linkse fopintellectualisme?

Al sinds het begin van de mensheid wordt macht misbruikt voor seksueel gewin – zelfs in vrije samenlevingen wordt dit misbruik zelden aangekaart. Totdat er een vliegwiel in beweging werd gezet. Net zoals de Arabische Lente sterke emoties losmaakte nadat één arme sloeber zich in brand stak, zo spraken hele massa’s zich uit tegen machtsmisbruik onder de noemer #metoo. De veenbrand werd een uitslaande brand.

Cultuurmarxisme

In ons intellectuele landschap voeren linkse intellectuelen de boventoon en zijn normbepalend. Steeds meer wordt dit normbepalende gedrag een steen des aanstoots voor een groeiende groep mensen. Sinds enige jaren heeft deze steen des aanstoots een naam: cultuurmarxisme. De term geeft aan dat culturele verschillen steeds meer gelijkgetrokken worden. Heldere culturele ijkpunten worden van hun sokkel gesleurd en onbekende culturele elementen worden juichend als alternatief gepresenteerd.

Sid Lukkassen is sinds enige jaren een onvermoeibare voorvechter in de strijd tegen dit cultuurmarxisme. In zijn nieuwste boek Levenslust en Doodsdrift presenteert hij de lezer een bloemlezing uit zijn rijke repertoire van essays. Daarin wordt het cultuurmarxisme vanuit grote belezenheid gekapitteld, ondersteund door een diversiteit aan bronnen.

Serieuze uitdaging voor intellectueel links

In de inleiding geeft hij aan “dat hiërarchieën van cultuurwaarden noodzakelijk zijn om prestaties te waarderen”; hij sluit het boek af met kritiek op de Groene Amsterdammer, die had moeten leren van de misser van Hillary Clinton om de Trump- supporters weg te zetten als een “basket of deplorables” – en dat niet deed. Tussen deze inleiding en de afsluitende column passeert een rijke keur aan onderwerpen de revue met een helder kenmerk: intellectueel links heeft een evenknie op rechts. Hoewel de auteur uit intellectuele eerlijkheid de rechterflank zeker niet spaart. Lukkassen voert een hartverwarmend pleidooi voor de brede middensamenleving – waarmee hij zeker niet bedoelt: het politiek correcte midden.

Uitgaande van de stelling ‘cultuur is een hiërarchie van waarden’ krijgt de afbraak van de westerse cultuur gedecideerd repliek te verduren. In ‘Nieuwe censuur in Duitsland’ verduidelijkt hij hoe met nieuwe regelgeving over het tegengaan van nepnieuws de vrijheid van meningsuiting wordt ingeperkt. Wie bepaalt namelijk wat nepnieuws is of anderszins uit de nieuwsweergave gefilterd moet worden? In de column erna stelt hij: “in een deliberatieve democratie is het van belang dat burgers met elkaar in debat kunnen gaan”, terwijl de door algoritmes geregelde media bepalen wie er toegang heeft tot gebruik van mediakapitaal.

Cultuurverraad krijgt weerspraak

Deze filtering vindt plaats terwijl journalisten zelf bepalen wat journalistiek relevant is: zij gebruiken ons podium om hun wereldbeeld op te leggen. “Ingegraven elites bepalen welke ideeën wel of niet bespreekbaar zijn” stelt Lukkassen – deze elite gooit het liefst verschillende culturen door elkaar. Niet alleen wordt de immigratie vanuit andere culturen gestimuleerd, maar ook worden wij aangespoord om de culturele kracht van ons onbekende culturen te omarmen en tegelijkertijd onze eigen culturele kracht te verloochenen. Juist door alle ijkpunten te verwijderen is “de politiek géén voortzetting mee van de burgerlijke cultuur”. De waarheid is zo geliefd, dat zij die iets anders liefhebben wensen dat dit de waarheid is. De media-elite echter “haat de waarheid in het belang van hetgeen ze liefhebben in plaats van de waarheid”.

Hij legt ook zijn vinger op een zere plek, die bij de PVV veel opgang doet. Hierbij schetst hij het feitelijke verschil tussen de politici van de Europese Commissie, die hun auto parkeren in de beveiligde garage in het Berlaymont en van daaruit hun steun voor een multiculturele samenleving (burgers moeten “hun hart wat meer openstellen voor de medemens”) uitstorten over hun kiezers, die dagelijks worden geconfronteerd met beschadigde auto’s buiten deze beveiligde garage.

Liberalisme en de islam

Binnen de kritiek op de politieke cultuur om te omarmen wat politici ver van zich houden, past ook de kritiek op de omarming van de islam. Alleen al het feit dat ‘islam’ feitelijk ‘onderworpen’ betekent (aan Allah), is voor iedere liberaal – wat de auteur is – een gruwel. In verschillende columns wijst hij op het risico dat de integratie van moslims in de liberale, westerse samenleving nooit kan slagen zolang moslims als een soort elastiek telkens terugkeren naar hun religieuze roots. Zo loop je het risico van Mohammed Anfal (lid van Leefbaar Rotterdam en ondanks zeer westerse overtuigingen toch overstappend naar een islamitische partij); niet alleen een stap dus voor kansarme analfabeten, maar ook voor goed-opgeleide, geïntegreerde moslims.

De kritiek op de huidige samenleving komt ook kleurrijk tot uiting bij het bespreken van de hof-hermafrodiet. Dit fascinerende archetype komt voor in vele gezichten en “verschijnt overal waar baantjes te vergeven zijn en is als een kussen dat altijd de afdruk draagt van de laatste persoon die erop zat”. Deze “sociale glibberigheid” is een rode draad, die in diverse essays in veel varianten terugkomt. Deze “follower van de followers” is ook een rol, die Lukkassen zelf absoluut niet past. Sterker nog: hij propageert actie om de “strijd om het voortbestaan van Europa” te kunnen voeren. En eerlijk is eerlijk: hij gaat voorop in deze strijd.

Irrationeel gedrag versus kritische houding

Zelf las ik ooit met veel plezier het boek Onderstroom – de onweerstaanbare drang tot irrationeel gedrag. Daarin wordt een keur aan sociologische testen en wetenschappelijke missers ten tonele gevoerd met als hoofdlijn dat mensen niet handelen op rationele gronden. Het boek bevat geen geheimen: dit is algemeen bekend en doet wellicht de hoop op het welslagen van Lukkassens acties krimpen. Laat hij echter niet stoppen met zijn belangrijke publicaties. Niet dat ik het altijd inhoudelijk met hem eens ben, maar je moet altijd kritisch blijven. Rust roest en juist een kritische houding brengt de mens op langere termijn verder.

De belezenheid van Lukkassen maakt dat hij dat hij dat op vele fronten laat zien. Naast de reeds vermelde onderwerpen gaat hij ook in op de zorgen over de macht van kartels. De “kartelocratie” van Thierry Baudet en Arnout Maat komt niet alleen voor in de politiek, maar ook in het bedrijfsleven. “In een notendop betekent dit dat het economische systeem machtiger is geworden dan het politieke bestel” volgt op de constatering, dat de politiek niet langer het vliegwiel is de economische ontwikkeling. Dit ziet Lukkassen als een zorgelijk punt voor de sociaaldemocratie, die sinds ‘Nieuw Links’ de steun aan de arbeider heeft ingeruild voor een culturele agenda.

Hof-hermafrodieten en startups

In de bundel is ook zijn pleidooi te vinden voor het oprichten van een “Nieuwe Zuil”, die de bekende (en inmiddels sterk geërodeerde) zuilen uit het midden van de vorige eeuw moet vervangen en de basis moet zijn voor een fris elan in onze samenleving. De “hof-hemafrodiet” heeft, in combinatie met het door elkaar gooien van culturen, veroorzaakt dat “objectiviteit ondergeschikt gemaakt is” aan “het managen van sociale indrukken om de heersende kosmopolitische ideologie aan de macht te houden”.

De kosmopolitische machten houden de burger onwetend, bijvoorbeeld door startups te stimuleren; door Lukkassen vertaald in “bullshit-jobs”. Daar waar ouderen de opbrengsten van onze gasvoorraden hebben uitgegeven aan “ja, aan wat?” en ook nu nog via vakbonden hun eigen rechten veiligstellen, moet de stille generatie “gedwee en kneedbaar” zijn om dit alles mogelijk te laten zijn. Hij analyseert een economie waarin “trouw, loyaliteit en rechtvaardigheid geen plaats meer hebben”. In plaats daarvan worden mensen gevormd op een wijze die representativiteit belangrijker maakt dan inhoudelijke kennis. Door steeds te wisselen van functie wordt alles leeg en inhoudsloos. De specifieke talenten van het individu worden in het eindproduct onzichtbaar: vakmanschap en arbeidstrots verliezen hun betekenis.

Netwerkeconomie

In de economie van nu is de belangrijkste vaardigheid het bouwen van netwerken waarbinnen mensen elkaar functies toekennen. Niet de kwaliteit ten behoeve van de samenleving is daarbij doorslaggevend, maar de loyaliteit aan het netwerk waarvan je deel uitmaakt. Het betoog van de rector van de Universiteit Leiden, dat iemand met een opleiding klassieke talen nu directeur is van een multinational, leidt in een netwerkeconomie tot Lukkassens vraag “of dat niet eerder ondanks klassieke talen dan dankzij” is bereikt.

Het palet aan onderwerpen is nog veel breder dan in een reguliere recensie kan worden behandeld. Zo bekritiseert Lukkassen Frans Timmermans, die te pas en te onpas historische feiten koppelt aan het door hemzelf gewenste toekomstbeeld. Begeesterend is de column waarin hij de polemiek tussen Houellebecq en Lévy behandelt: daarin bekent Houellebecq dat hij liever het onrecht van een dictatuur steunt dan de wanorde te verwelkomen die het omverwerpen van de dictatuur brengt. Ronduit vermakelijk zijn ook de polemieken van Lukkassen met zijn criticasters en vertederend zijn zijn analyses waar het gaat om de vrouwelijke aard.

Tot besluit

Tenslotte: ben ik het op alle punten met Lukkassen eens? Zeker niet, maar juist daarom is het boek zo aanbevelingswaardig. De opgeruimde schrijfstijl dwingt de objectieve en kritische geest steeds weer om onderwerpen in een nieuw licht te zien. Ook staat hij door zijn ruime belezenheid en scherpte ver van uitgekauwde kritiek met betrekking tot complottheorieën en andere drogredenen. Steeds weer wordt die (zeer on-intellectueel) door linkse intellectuelen aangehaald om zelfs de meest doorwrochte kritiek op hun standpunten terzijde te schuiven. De inhoud is waar zij kwetsbaar zijn, dus vluchten zij in framing en morele verontwaardiging.

Dit fopgedrag is intussen zó voorspelbaar dat het saai is geworden. Inmiddels hebben mensen behoefte aan het lezen van nieuwe boeken met verfrissende inzichten zoals deze.

Waar de Arabische lente werd ingeleid door een enkeling en waar #metoo een lawine tot gevolg had, kan ook Sid Lukkassen door het cordon van de Gutmenschen heenbreken. Zij zijn namelijk op veel punten het historische anker al langere tijd kwijt: ze zijn kwetsbaar en Lukkassen heeft de bagage om hen op volwassen wijze een voldragen weerwoord te bieden.

N.a.v. Sid Lukkassen, Levenslust en doodsdrift. Essays over cultuur en politiek (Uitgeverij De Blauwe Tijger: Groningen, 2017), paperback met flappen, 304 pagina’s.

Posted on

Links gaat vooral oppositie voeren tegen AfD in plaats van tegen Merkel en co.

De nieuwe Bondsdagleden van de Alternative für Deutschland hadden er toch al niet mee gerekend dat ze door de andere partijen van harte welkom zouden worden geheten, met ontsporingen als die van SPD-Bondsdaglid Johannes Kahrs zullen ze ook niet gerekend hebben. Nu zouden de “rechtsradikalen Arschlöcher” in de Bondsdag aangekomen zijn, zo commenteerde Kahrs de verkiezingsoverwinning van de AfD.

Zó primitief heeft verder geen andere afgevaardigde gereageerd, maar één ding hebben de andere te verwachten oppositiepartijen al duidelijk laten merken: Ze zullen niet in de eerste plaats oppositie voeren tegen de regering, zoals hun opdracht is als oppositiepartij, maar vooral tegen de op één na sterkste oppositiepartij. De oppositie van links tegen de nieuwe regering zal daarmee in de komende jaren denkbaar tegenvallen, omdat de meeste aandacht uit zal gaan naar de AfD.

Daarmee valt het aan de AfD toe om de regering “op te jagen”, zoals Alexander Gauland het zo plastisch formuleerde. Menigeen valt nu over deze opmerking van Gauland en ziet het als een bewijs van een  verdere verruwing van het Duitse politieke klimaat. Feit is echter dat Ludger Volmer, een politicus van de Groenen, al dezelfde uitdrukking gebruikte op de verkiezingsavond in 1994.

Het zal de AfD overigens niet makkelijk gemaakt worden om dat te doen. Want de ervaring leert dat de andere partijen alles in het werk zullen stellen om de AfD op hoogst ondemocratische wijze van het deelnemen aan het parlementaire werk uit te sluiten. Om een voorbeeld te noemen: In de volksvertegenwoordiging van de deelstaat Hamburg wordt de AfD tweeënhalf jaar na de verkiezingen nog altijd de zetel die haar toekomt ontzegd in de commissie die zich buigt over wat er moet gebeuren met uitgeprocedeerde asielzoekers die om een of andere reden niet uitgezet kunnen worden en bijvoorbeeld een tijdelijk verblijfsrecht toegewezen kan worden.

Ook op andere manieren wordt de AfD gehinderd. Toen de Sleeswijk-Holsteinse AfD-fractie bijvoorbeeld door middel van een landelijke advertentie een wetenschappelijk medewerker wilde zoeken, liet marktleider Axel Springer Verlag weten, dat men “uit principiële overwegingen” überhaupt geen advertenties van de AfD wil publiceren.

Ook in de Bondsdag zullen de AfD-afgevaardigden met dergelijke tegenwerking en hinder ook op praktisch niveau moeten rekenen. Daar gaat van beide kanten tijd en energie in steken, die ook besteed had kunnen worden aan het eigenlijke werk van de volksvertegenwoordiging: het controleren van de regering.

Posted on

Gebroodroofd en geïsoleerd, ondanks hun rol in het verzet

De CPN stond tijdens de Koude Oorlog (1945-1989) onvoorwaardelijk aan de kant van de Sovjet-Unie, althans dat is het beeld dat in de geschiedschrijving overheerst. Jos van Dijk wil met zijn boek Ondanks hun dappere rol in het verzet naar eigen zeggen meer nuance en meer respect voor de communisten. Daar slaagt zijn boek ten dele in.

Van Dijk verzet zich tegen het beeld dat de CPN-ers slechts de waterdragers van Moskou waren. Hij doet dat aan de hand van de rol van de CPN tijdens de Tweede Wereldoorlog en de naoorlogse geschiedenis. Hij wijst er op dat de populariteit van de communisten tot ongekende hoogten steeg tijdens de Duitse bezetting door hun rol in het verzet en dat de communisten vlak na de oorlog hoopten op een plaats in de regering vanwege hun vaderlandslievende houding. Hij wijst er verder op dat de CPN vanaf de jaren ’60 steeds kritischer tegenover de Sovjet-Unie kwam te staan, zoals in 1968 toen de onderdrukking van de Praagse Lente door het Rode Leger niet werd gesteund.

De communisten kwamen na 1945 echter van een koude kermis thuis – de Koude Oorlog legde een zware hypotheek op de binnenlandse politieke verhoudingen. Van Dijk betoogt dat er ook vanuit de gevestigde orde in het binnenland vanuit de gevestigde politieke orde veel verzet was tegen het idee om de communisten te beschouwen als een volwaardige democratische partij. Het boek levert om die reden alleen al voor de buitenstaander een schat aan informatie  op over de bedenkelijke methoden die partijen en veiligheidsdiensten meenden te moeten aanwenden tegen de communisten. Zo was er bijvoorbeeld de wetsaanpassing die louter bedoeld was om communistische wethouders uit hun ambt te kunnen zetten.

Verder gaat Van Dijk uitgebreid in op de vileine methoden die werden toegepast om communisten ook maatschappelijk te isoleren en te broodroven. Het dieptepunt was in juni 1956, toen het communistische hoofdkwartier in Amsterdam werd belaagd door een woedende menigte naar aanleiding van het neerslaan van de Hongaarse opstand in Boedapest door het Rode Leger. Toen werden ook bij communisten thuis de ramen ingegooid, niet zelden onder het toeziend oog én zelfs  medewerking van de politie. Zo richtte de politie in Utrecht de schijnwerper op het appartement van een communistisch raadslid, zodat de opgeschoten menigte wist op welk raam ze moesten mikken…

Een ander goed voorbeeld van brutale intimidatie was het inzetten van pantserwagens voor de ingang van het kerkhof om de herdenking van de communistische verzetsstrijdster Hannie Schaft in de kiem te smoren. Van Dijk bouwt zijn zaak voor meer respect voor de CPN vooral op rond de rol van de partij in het verzet tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het punt is dat ook bij de communisten hierdoor alle nuance zoek begon te raken omdat alles door deze lens werd gezien: iedereen die rechts was, was een fascist (of een proto-fascist). Van Dijk ontsnapt zelf ook niet aan dit hokjes-denken wanneer hij een Oostenrijkse en een Duitse muzikant verwijt dat zij tijdens de Tweede Wereldoorlog als soldaat in het Duitse leger hebben gediend (pagina 122-123). Het is lastig een zaak te maken voor nuance als je die zelf niet toepast.

Een ander punt van kritiek op het boek is de rol van de CPN in de naoorlogse arbeidersbeweging. Van Dijk stelt dat het stakingsmiddel door het werk van de CPN behouden bleef voor de werkende klasse en spreekt stelselmatig van het sociaaldemocratische verraad aan de linkse zaak, in het bijzonder bij de coalitievorming met de ‘rechtse’ Katholieken. Hij ‘vergeet’ hierdoor gemakshalve dat de sociaaldemocratie samen met de Katholieken in de jaren ‘50 de verzorgingsstaat hebben opgetuigd. Drees werd hiervoor over de partijgrenzen heen gerespecteerd door de naoorlogse generatie. De tragiek van de naoorlogse communisten is juist dat hun invloed vrijwel nihil was door hun beperkte omvang en bijna volkomen isolement.

9200000060402873Persoonlijk kon ik dit boek niet anders lezen dan door de lens van het boek van Joost Niemöller over de meer recente geschiedenis van Hans Janmaat en zijn centrumdemocraten. Hierin wordt tot in detail omschreven hoe een rechts-radicale stroming in een soortgelijk maatschappelijk isolement kwam en werd tegengewerkt door de inlichtingendiensten. Van Dijk spreekt er met geen woord over, ook niet in zijn drie zinnige lessen voor de democratie in het nawoord. Integendeel, hij spreekt vermanend over de PVV, terwijl juist de aanhangers van deze partij heden ten dage te maken hebben met maatschappelijke uitsluiting op basis van politieke denkbeelden. Hij heeft zeker een interessant boek geschreven, maar door het onvermogen van de schrijver om uit zijn eigen uitgesproken linkse hokjes-denken te breken heeft het boek niet de reikwijdte die het had kunnen hebben met een meer objectieve en analytische benadering voorbij de links-rechts tegenstelling.

N.a.v. Jos van Dijk, Ondanks hun dappere rol in het verzet… Het isolement van Nederlandse communisten in de Koude Oorlog (Soesterberg, 2016), 248 pagina’s.