Posted on

Macron wijst eisen Corsicaanse nationalisten af

De Franse president Emmanuel Macron lijkt niet van zins enige toegeving te doen aan de Corsicaanse nationalisten die regeren op het eiland in de Middellandse Zee. Bij zijn eerste officiële bezoek aan Corsica heeft hij de belangrijkste eisen van de Corsicaanse regering afgewezen.

Zo keerde Macron zich in zijn toespraak in Bastia tegen het gelijkstellen van Corsicaans en Frans op het eiland. Ook over de vraag om meer politieke autonomie zei de president slechts dat hij deze suggestie “respecteert”. Eerder had hij reeds de vrijlating van prominente Corsicaans-nationalistische gevangenen van de hand gewezen.

In zijn toespraak in de tweede stad van Corsica, die ongeveer een uur duurde, deed Macron alleen een meer symbolische tegemoetkoming aan de eisen van de Corsicaanse regering: Hij zei er voor te zijn Corsica in de Franse grondwet te noemen. Daarmee zou de specifieke identiteit van het eiland erkend worden en “in de republiek verankerd” worden.

Tijdens zijn bezoek ontmoette de Franse president onder andere de voorzitter van de Corsicaanse regioregering, Gilles Simeoni, en andere autonomisten. Macrons uitnodiging voor een “republikeins middagmaal” op woensdag sloeg het Corsicaanse leiderschap echter af. Een woordvoerder noemde als reden daarvoor de “heftige inhoud” van Macrons toespraak.

Posted on

Regionalisten winnen absolute meerderheid op Corsica

In de tweede ronde van vervroegde regionale verkiezingen op Corsica heeft een Corsicaans-nationalistische alliantie zondag een absolute meerderheid gewonnen.

Pè a Corsica, een alliantie van twee linkse Corsicaans-nationalistische partijen, de ene gericht op autonomie en de andere op uiteindelijke onafhankelijkheid, hebben zondag in de tweede ronde van de regionale verkiezingen op het mediterrane eiland 56,46% van de stemmen gekregen. Centrumrechts en La République En Marche van president Emmanuel Macron kwamen niet verder dan respectievelijk ruim achttien en een kleine dertien procent. Het Front National keert niet in het regionale bestuur terug.

In 2015 was de Corsicaans-nationalistische alliantie met 35,34% ook al de grootste geworden. Er moesten nu echter vervroegd nieuwe verkiezingen worden gehouden vanwege een territoriale herindeling op het eiland. De alliantie van linkse, Corsicaans-nationalistische partijen wil na de niet mis te verstane verkiezingsoverwinning van zondag op korte termijn met de Franse regering spreken over meer autonomie voor het eiland en onder andere een gelijkberechtiging van het Corsicaans met het Frans.

Vanaf de jaren ’70 pleegde het Nationale Bevrijdingsfront van Corsica aanslagen om de aandacht te vestigen op het Corsicaanse onafhankelijkheidsstreven. In 2014 en 2016 kondigde het Bevrijdingsfront aan de gewapende strijd te staken. Hoewel de meer radicale partner binnen de verkiezingsalliantie van Corsicaans-nationalisten ‘Corsica Libera’ de activiteiten van het Bevrijdingsfront niet veroordeeld, streeft deze partij niet naar onmiddellijke afscheiding van Frankrijk, maar wil het hier geleidelijk naartoe werken. De grotere partner binnen de alliantie ‘Femu a Corsica’ streeft echter slechts naar een grotere mate van zelfbestuur voor het eiland.

Corsica neemt een bijzondere positie in binnen Frankrijk. Het eiland was lange tijd van de Italiaanse handelsstad Genua en werd in de achttiende eeuw onafhankelijk, om vervolgens al snel veroverd te worden door de Fransen. Na de verovering door de Fransen duurde het nog jaren voor het eiland ook daadwerkelijk bij Frankrijk ingelijfd werd en tot in de 19e eeuw was het Italiaans de cultuurtaal op het eiland.

Posted on

De identiteit van de Elzas staat onder druk

Een jaar nadat de Elzas door Parijs is opgeheven als zelfstandige regio, leeft onder de Elzassers breed de angst dat er verdere inperkingen van hun regionale en culturele rechten zullen volgen.

In het afgelopen jaar stonden de belangen van de regio al duidelijk onder druk. In plaats van de zelfstandige regio kwam een nieuwe, grotere regio, genaamd Grand Est; een onhistorische samenvoeging van Elzas, Lotharingen en Champagne-Ardennen. Ondertussen blijven de verwachte schaalvoordelen, een belangrijk argument voor de invoering van de grotere regio, uit.

Veel Elzassers zien daarentegen hun regionale, culturele en talige karakter onder druk staan. En daar is ook alle aanleiding toe. Eind 2015 had Radio France reeds haar uitzendingen op de middellange golf gestopt. Die maatregel trof ook de radiozender France Bleu Elsass in het Elzassische Sélestat/Schlettstàdt. Deze zender was de laatste die, vanuit de regionale Radio France-studie in Straatsburg, nog een volledig programma in de Elzassische taal uitzond. Sinds 1 januari 2016 is het programma alleen nog via internet-streaming te beluisteren, een beleidskeuze waartegen vooral oudere luisteraars te hoop liepen. Radio France, dat nog wel haar programma’s in het Bretons, Corsicaans en Baskisch via de ether uitzendt kon echter niet bewogen worden op haar keuze terug te komen, maar volstond met een reclamecampagne om luisteraars te informeren.

De keuze om het Elzassisch anders te behandelen dan de andere regionale talen laat zich slecht rechtvaardigen, in de Elzas maakt nog zo’n 60 procent van de bevolking geregeld actief gebruik van het Elzassisch. Tien jaar geleden stopte het laatste tweetalige dagblad al met haar tweetalige editie.

En voor het bewustzijn van de Elzassische identiteit misschien nog wel grotere slag was het verdwijnen van de Sint-Nicolaasfeesten op twee basisscholen in de gemeente Hüningen, nabij de Zwitserse grens. Daar beriepen zich voor het eerst in de geschiedenis van de regio twee schooldirectrices op de laïciteit van de Franse Republiek om de Sint-Nicolaasfeesten uit de scholen te verbannen. Ook het verbod op de aanduiding ‘Christkindelsmärik’ voor de Kerstmarkt en het verwijderen van de kerststal van het Kleberplein door het Straatsburgse stadsbestuur werden met dergelijke argumenten onderbouwd. Op de Kerstmarkt in Straatsburg waren dan ook veel protestborden te zien met opschriften als “Je suis Christkindel”.

De rigoureuze scheiding van kerk en staat die in Frankrijk in 1905 ingevoerd werd, werd in Elzas-Lotharingen, dat pas in 1918 weer bij Frankrijk gevoegd werd, niet doorgevoerd. Het principe van de laïciteit geldt met andere woorden in deze drie departementen helemaal niet, en toch wordt er nu effectief een beroep op gedaan. Geen wonder dat steeds meer inwoners van Elzas en Lotharingen deze verworvenheid van de regionalisten uit 1922, toen de weerstand van de Elzassische bevolking ertoe leidde dat de centrale Franse overheid zich genoodzaakt zag de reeds in werking getreden scheiding van kerk en staat weer terug te nemen, in gevaar zien. Het door de terugtrekking voortbestaande concordaat van 1801 heeft ook tot gevolg dat met Goede Vrijdag en Tweede Kerstdag twee wettelijke feestdagen behouden bleven in Elzas-Lotharingen die in de rest van Frankrijk reeds afgeschaft waren.

In 1922 bereikten de regionalisten ook dat veel van hun regionale en lokale privileges uit de tijd dat Elzas en Lotharingen bij het Duitse keizerrijk hoorden behouden bleven. Deze privileges betreffen vooral bepalingen uit het arbeidsrecht, het verzekeringswezen en het kadasterwezen. In de afgelopen jaren waren verscheidene van die bepalingen voorwerp van rechtszaken. Steeds weer benadrukte de Vereniging voor de Verbreiding van het Franse Laïcisme daarbij de eenheid van de Franse Republiek en exclusieve geldigheid van de Franse taal. Sommige van de regionaal nog van toepassing zijnde wetten die nog uit de Duitse tijd stammen zijn namelijk nooit in het Frans vertaald. Men is die zogezegd vergeten. In de Duitse tijd, van het einde van de Frans-Duitse oorlog (1871) tot het einde van de Eerste Wereldoorlog (1918), zijn wetten uitgevaardigd die deels op de toentertijd zeer vooruitstrevende sociale wetgeving van Bismarck gebaseerd waren en die in 1918 niet afgeschaft zijn. Zo vergoed het ziekenfonds in Elzas-Lotharingen meer dan in de rest van Frankrijk, zijn uitkeringen reeds vanaf 16 jaar in plaats vanaf 25 jaar beschikbaar, is de doorbetaling bij absentie op het werk royaler geregeld en is de ontslagbescherming voor werknemers beter.

De regionalisten van de Elzassische partij ‘Unser Land’ ondersteunen in de Franse presidentsverkiezingen van mei aanstaande de gezamenlijke kandidaat van diverse regionalistische partijen, de Breton Christian Troadec, die uiteraard weinig kans maakt. De ervaring leert dat de presidentskandidaten van de grote partijen tijdens de campagne ook op de belangen van de regionalisten ingaan en beloftes doen over het respecteren van het Europese Handvest voor regionale talen of talen van minderheden, om die eenmaal verkozen niet waar te maken. Dat is de Franse politieke traditie sinds de vaststelling van dit handvest in 1992 – Frankrijk heeft het nog altijd niet geratificeerd.

Posted on

In één Franse regio kwamen wel nationalisten aan de macht

Terwijl alle aandacht uitging naar de resultaten van het Front National, die ondanks grote steun onder de kiezers in geen enkele regio aan de macht kwam doordat gevestigde partijen in de tweede ronde van de verkiezingen ten gunste van de ander niet aantraden, wisten op het eiland Corsica de nationalisten de verkiezingen te winnen.

Voor het eerst werd de Corsicaanse onafhankelijkheidsbeweging de sterkste politieke kracht op het eiland. De autonomistische ‘Pè a Corsica’ (Verrijs Corsica!) van Gilles Simeoni wist in de twee ronde van de verkiezingen door een lijstsamenvoeging met de radicalere partij ‘Corsica Libera’ (Vrij Corsica) van Jean-Guy Talamoni op 35% van de stemmen te komen.

Doordat de gevestigde partijen in 2005 – mede om het Front National te dwarsbomen – het landelijke kiesrecht dat de grootste partij begunstigt ook voor de regionale verkiezingen invoerden, kon de beweging van Simeoni 24 van de 51 zetels in het regionale parlement van Corsica bemachtigen. Simeoni, tot voor kort burgemeester van Bastia, kon dan ook de leiding van de nieuwe regionale regering voor zich opeisen, terwijl Talamoni voorzitter van het parlement wordt.

Met de Corsicaanse separatisten lijken de gevestigde partijen, verblind door de opkomst van het Front National, niet gerekend te hebben. Anders hadden de Parti Socialiste en Les Républicains (voorheen UMP) in de tweede ronde wel samengewerkt, zoals ze ook deden in diverse regio’s waar het Front National het in de eerste ronde bijzonder goed deed.

Het verkiezingsprogramma van Pè a Corsica bevat onder andere punten zoals de erkenning van het Corsicaans, dat meer van het Italiaans dan van het Frans weg heeft, als ambtelijke taal op het eiland. Een eis die zich slecht verdraagt met het Franse centralisme. Corsica heeft reeds een bijzondere status, zo is er een zogenaamd eilandstatuut voor het 320.000 inwoners tellende eiland. Parijs heeft het dan ook niet gewaagd bij de herindeling van de regio’s ook Corsica met andere gebieden samen te voegen tot één regio, zoals het bijvoorbeeld wel met de Elzas deed.

Simeoni en Talamoni verwijten Parijs echter een koloniaal bewind te voeren over Corsica, waarin de oorzaak zou liggen voor welig tierend cliëntelisme, corruptie en criminaliteit. Simeoni wil dat Corsica in de Franse grondwet vermeld wordt, waarbij Corsica een grotere autonomie moet worden toegekend en het eiland ook wetgevende bevoegdheid krijgt.

In het kader van de herindeling moeten op Corsica in 2018 de twee ongeliefde departementen Zuid-Corsica en Hoog-Corsica, met hun door Parijs benoemde prefecten, opgeheven worden, waardoor de positie van de regionale regering versterkt wordt. Dat betekent echter ook dat er over twee jaar al weer nieuwe verkiezingen voor het regionale parlement op Corsica plaats zullen vinden. Allicht zullen de Socialisten en de Republikeinen de autonomiebeweging tegen die tijd niet meer onderschatten en dan wel op een of andere wijze samenwerken om ook de Corsicaanse nationalisten van de macht te houden.