Posted on

Lek in Mail on Sunday en beslag op Iraanse supertanker

Correspondentie van de Britse ambassadeur in Washington waarin hij het Witte Huis disfunctioneel noemde lekte uit naar de krant. Het heeft er alle schijn van dat het lek vergelding is voor de flater die de Britten sloegen door voor Gibraltar een Iraanse supertanker in beslag te nemen op basis van onjuiste Amerikaanse informatie.

Merkwaardig toch dat lek in de Britse zondagskrant Mail on Sunday, een der favoriete kranten van de Conservatieven in het Verenigd Koninkrijk. Daarin stond een deel van de private correspondentie van de Britse ambassadeur in Washington met zijn regering over de Amerikaanse president Donald Trump en zijn administratie.

De Amerikaanse president Donald Trump is volgens de Britse ambassadeur in Washington onbekwaam, onzeker en incompetent. Waarbij het Witte Huis een disfunctioneel milieu is.  “Wij betalen hem om oprecht te zijn” De waarheid dus stelde de Britse regering. U zegt???

Aangezien het om een normaal gesproken geheim document gaat kregen we ditmaal geen gewauwel en gelul, maar vrank en vrij wat de Britse topdiplomaat aan zijn baas, de minister van Buitenlandse Zaken schreef.

En dat was dan ook een weinig fraai beeld en in wezen niet verrassend. De man en zijn administratie zijn gewoon een bende knoeiers die behoudens ruzie maken zowel intern als met de buitenwereld er niets van bakken. En dat zal volgens de ambassadeur nog zo blijven.

Lek

Naar wie dat lek veroorzaakte hoeven we niet ver te zoeken. Alleen Buitenlandse Zaken heeft die documenten, niet de Mail on Sunday of de minister van Defensie. En zeker gezien de reactie in London op dit lek hoeft men niet eens meer te zoeken.

Want in plaats van een te verwachten ‘no comment’ of ontkenning klonk het aan de Thames nu verbazingwekkend dat men die in dienst heeft om ons oprecht zijn visie te geven. De waarheid dus? Het is een nooit geziene reactie tussen wat nauwe bondgenoten heten te zijn.

Maar waarom komt dat lek en dat toch zwaar diplomatiek incident plots nu? Dat is hier de centrale vraag. Het is natuurlijk gokken om de echte reden voor deze rel te kennen en geen van beide regeringen zullen het aan onze neus hangen. Zo werkt normaal toch de diplomatie.

Europees embargo

En dan is het uitkijken naar wat London recent erg boos kon maken wat betreft de VS. Een nadenkend mens ziet dan dat grote incident van enkele dagen eerder voor de kust van Gibraltar en Spanje. Daar hebben Britse mariniers een Iraanse supertanker gekaapt die volgens de Britten op weg was naar de Syrische raffinaderij van Banyas.

En, stelde London fier: “Er is een Europees embargo tegen Syrië wat betreft olieleveringen en dus legden we beslag op dit schip. Het heeft niets met Iran te maken.” Waarop Teheran woest reageerde als door een wesp gestoken. “Dat de Britten maar oppassen, want wij kunnen in de Perzische Golf en de Straat van Hormuz ook een Britse tanker in beslag nemen.”

Dat men in Londen hierop plots schrik kreeg bleek toen het Brits-Canadese persbureau Reuters twee dagen terug met luide trom wist te melden dat een Britse tanker ongehinderd de Straat van Hormuz had kunnen passeren, vertrekken uit de Perzische Golf. Het leek op een zucht van verlichting.

Iraanse supertanker te groot voor Syrische haven

Intussen loopt er over die zaak in Gibraltar al een proces. En wat stelt Iran: Die supertanker is niet bestemd voor Syrië want daar kan men geen dergelijke supertanker, volgeladen goed voor 2 miljoen ton, laten aanmeren. Probleem voor de Britten natuurlijk die zo hun enige argument van tafel zien verdwijnen.

Iraanse supertanker
Een VLCC, een zogenaamde supertanker, kan een lengte hebben die gaat tot 470 meter (1540 voet). De Grace 1, het in beslag genomen schip heeft een lengte van 330 meter (1081 voet) terwijl de haven van Banyas, waar de raffinaderij ligt, een kaai heeft met lengte van 500 voet. Volgens Iran grijpt de bevoorrading van die raffinaderij in Banyas trouwens plaats met kleinere tankers die door het Suezkanaal varen. De in beslag genomen supertanker is te groot en kan niet door het Suezkanaal en voer dus om Afrika heen.

Bovendien blijkt dat volgens de Spaanse regering de kaping van de Iraanse supertanker gebeurde in Spaanse wateren en op vraag van de VS, dus het oorlog stokende duo John Bolton en Mike Pompeo, respectievelijk de Nationale Veiligheidsadviseur en minister van Buitenlandse Zaken.(1) Deze hebben zelfs een speciale dienst opgericht om elke beweging van Iraanse tankers nauwgezet te volgen. Want in Iran is het nu na de zware Amerikaanse sancties smokkelen geblazen.

Bekend is dat de Britse minister van Defensie droomt van wilde militaire avonturen – de man wou weer oorlogsbodems naar het Verre Oosten sturen – terwijl die op Buitenlandse Zaken alleen kaas, vliegtuigmotoren, scotch, Brits lamsvlees en dergelijke meer naar het Verre Oosten wil zenden.

Zou het kunnen?

Zou het kunnen dat het duo Bolton en Pompeo aan Londen een tip gaven en vroegen in te grijpen en hen daarbij een fabeltje vertelden? Mede om zo de Europese bemiddeling in de kwestie van het nucleair akkoord met Teheran te kelderen. Waarna de Britten puin mogen rapen. En was Londen zo ontdaan over de strapatsen van dit duo dat men met een USB-stick dan maar eens naar de Mail on Sunday stapte.

Het is een mogelijk en zeker niet vergezocht scenario. Er moet nu eenmaal een voor de ontslagnemende regering van Theresa May gegronde reden geweest zijn om zomaar de geheime correspondentie van hun topdiplomaat op straat te gooien. Wie nauwkeurig een regeringsgetrouwe Britse krant als The Financial Times leest ziet dat London trouwens met die kaping van die Iraanse supertanker erg in de maag zit.

Kaping Iraanse supertanker

Het zomaar in beslag nemen van een vrachtschip in de Straat van Gibraltar is nu eenmaal alleen als een kaping te beschouwen. De Britse eigenaar van deze haven, rots en fraudeursparadijs moeten bij wet vrije doorgang verlenen aan elk schip, of dat nu passagiers, militairen of vracht aan boord heeft.

Hetzelfde trouwens voor elke zee-engte zoals de Bosporus, het Panamakanaal of de Straat van Hormuz. Argumenten als een Europees of Amerikaans embargo zijn hier waardeloos. Wat de Britten hier deden was gewoon pure piraterij en diefstal. Het leek wel of kapitein Drake terug is, ooit Londens grootste piraat. Maar dit is niet de zeventiende eeuw maar 2019. Wakker worden!


1) Het idee van Trump betreffende Iran was bijna zeker te doen wat hij deed met Noord-Korea. Eerst het land tegen de muur gooien en dan gaan praten en liefdesverklaringen afleggen. Zonder dat men natuurlijk wat ook bereikt. Met Pyongyang lukte dat voorlopig maar in Iran stellen de politici unaniem dat ze met de VS niet willen praten zolang men die sancties niet opheft. Een strategie die Trump vermoedelijk niet had verwacht. Geknoei dus.

Posted on

Syrië en de chemische wapens – De centrale rol van de VS

Verhalen rond Syrië en chemische wapens die de wereld recent bijna over de afgrond duwden begonnen al te circuleren in de nazomer van 2012. Toen rukten die salafistische rebellen dankzij de toestroom van tienduizenden buitenlandse Syriëstrijders overal op. Met grote delen van zelfs Damascus en Aleppo, de twee grootste steden, die samen met steeds meer militaire basissen in hun handen vielen. De vrienden van al Qaida & co in onze media zagen hen toen al de macht in Damascus overnemen.

Syrisch gifgas

En op sommige van die basissen – welke was geheim – lagen sarin en mosterdgas in grote hoeveelheden opgeslagen. Zo beschikte het leger over meer dan 1.300 ton gifgas.(1) Specifiek voor gebruik in de oorlog tegen Israël dat naast een vermeende 200 atoombommen nog steeds trouwens over grote hoeveelheden gifgas beschikt.

Een van die militaire basissen die in het jihadistische vizier lag was die van Sjeik Soeleiman, alias Regiment 111 vlakbij de stad Daret Izza in de buurt van Aleppo. In de ochtend van 10 december 2012 na een bijna zes maanden durende strijd viel die basis in handen van al Qaida. Tot dan had de Syrische luchtmacht die jihadisten tegengehouden maar er waren die dagen teveel bewolking en dus geen luchtmacht beschikbaar.

Toen op 21 augustus 2013 in de regio van Oost-Ghouta een aanval met sarin, een zeer dodelijk zenuwgas, gebeurde op de steden Zamalka en Moadamiyah dan waren de massamedia, ngo’s genre Human Rights Watch en Artsen zonder Grenzen en de regeringen van de NAVO, Qatar, Turkije, Israël en Saoedi-Arabië er zeker van: Dit was het werk van het regeringsleger want die ‘verzetsstrijders’, zoals men ze toen veelal noemden, hadden geen sarin en konden dat ook niet produceren. Onzin natuurlijk.

Zogenaamde Iraakse Borak-projectielen met sarin die de CIA in 2015 opkocht.

Zo is er het verhaal van de Japanse sekte Aum Shinrikyo(2) die op 20 maart 1995 sarin gebruikte bij een aanslag op de Tokyose metro. Met als resultaat 12 doden. In het grootste geheim hadden ze in een eigen fabriek, vermomd als een tempel, sarin zitten produceren. En niemand had het gezien.

En dan is er natuurlijk het Iraakse verhaal over het leuren met gifgasbommen, restafval van het leger van Saddam Hoessein dat door een slimme zakenman aan de Amerikaanse CIA werd doorverkocht.(3)

Bommen die in bepaalde gevallen nog 25% van hun capaciteit hadden. Wie de verkoper was is nooit bekend geworden. Wel schreef The New York Times dat de man ze elders dreigde te verkopen indien de VS geen interesse meer hadden.

Sjeik Soeleiman

Mogelijkheden genoeg dus voor die jihadisten om aan sarin te geraken. Maar zoals het verhaal van Sjeik Soeleiman aantoont was hun probleem reeds op 10 december 2012 opgelost.

Volgens de Nederlandse correspondent Harald Doornbos en Jenna Moussa, een journaliste verbonden aan Al Aan TV uit Dubai, nam al Qaida toen 15 containers met chloor en sarin mee. Bijna zeker was daar trouwens ook de voorraad mosterdgas bij. Genoeg materiaal voor 10 grote vrachtwagens. (4)

Waarheen die vertrokken is niet bekend. Wel zal sarin al snel daarna op het slagveld opduiken. Opvallend is echter de houding in deze kwestie van de regering van Barack Obama toen in het najaar van 2012.

Met Amerikaanse steun kon al Qaida het op de basis van Sjeik Soeleiman opgeslagen sarin in handen krijgen. Ze zullen het nadien nog enkele malen ook gebruiken.

 

Zo rakelde men vanuit Washington het probleem van de Syrische gifgassen almaar meer op alsmede het gevaar komende van die ‘hondsbrutale dictator’ uit Damascus. Want die, stelde Obama, dreigde dat te gebruiken. De verklaringen van Obama en Hillary Clinton, toen zijn minister voor Buitenlandse Zaken, werden dan ook steeds harder. Men voerde bewust de spanning rond deze kwestie op.

Begin december zal de Britse krant The Telegraph zelfs stellen dat het Syrisch leger alles in gereedheid had gebracht om sarin te gebruiken.(5) Men was al begonnen met het mengen van de chemische producten om zo sarin te maken opperde deze krant. Zich baserend op niet nader genoemde Amerikaanse regeringsbronnen.

In de zomer van 2012 hadden al Qaida (toen Jabhat al Nusra) samen met de kleinere groepen Mahlis Shura al Mujahideen, Kataib Muhajiri al Sham en Katibat al Battar het stadje Daret Izza al veroverd en begon hun belegering van de nabijgelegen legerbasis. Het waren volgens de berichten vooral ook buitenlanders waaronder Libiërs en mensen uit de vroegere Sovjet-Unie die er vochten.(6)

En dan op 2 december 2012 herhaalden zowel Hillary Clinton als Barack Obama dat moest het Syrische leger chemische wapens gebruiken dan zou dat voor hen een rode lijn zijn, een die tot Amerikaans militair optreden ging leiden. Wat zij eerder al, op 20 augustus 2012, stelden toen de belegering van de basis Sjeik Soeleiman goed op gang was gekomen.(7)

Training al Qaida

Ook stelde Obama dat het beveiligen van dat gifgas voor de VS essentieel was en dat president Bashar al Assad hiervoor persoonlijk verantwoordelijk was. Op 6 december 2012 bracht dan de Amerikaanse website Syria Deeply het verhaal, naar hun zeggen gebaseerd op vier niet bij naam genoemde diplomaten, dat de VS en enkele geallieerden die jihadisten in Jordanië en Turkije leerden om te gaan met dat gifgas.(8)

Zo stelt de website:

The programs were intended to prepare brigades to handle chemical weapons sites and materials they might encounter, as Assad troops lose control over parts of the country.

US contractors have also been on the ground in Syria to monitor the status of regime stockpiles, said an employee with a major US defense consultancy that has been engaged in that work.

Het programma heeft de bedoeling brigades (jihadisten, nvdr.) te leren omgaan met chemische wapens en materiaal waar ze mee in contact kunnen komen.

Amerikaanse onderaannemers zijn ook in Syrië actief met het monitoren van de voorraden (chemische wapens, nvdr.) van het regime, stelde een medewerker van een belangrijke Amerikaanse militaire adviseur die betrokken is bij dit werk.

Ze hadden daarvoor volgens dat verhaal een onderaannemer aangesproken. Iets later had The Washington Post het ook over de betrokkenheid van de CIA en Special Forces, het leger zelf dus.(9)

Ook was hierover volgens die krant ook overleg geweest met Israël en waren Franse en Britse militairen betrokken. De Amerikaanse website NTI stelde gebaseerd op een serie andere bronnen dat er zelfs in Syrië aanwezige Israëlische soldaten bij de zaak actief waren. Wat logisch is.(10)

Jordanië

En alhoewel de locatie van die chemische wapenvoorraden geheim was, lijkt het, mede gezien een serie overlopers van het leger, praktisch zeker dat de VS wist dat in die basis Sjeik Soeleiman gifgas lag opgeslagen. Vandaar ook natuurlijk de training die men volgens de Britse krant The Guardian voorzag in o.a. het Jordaanse King Abdullah II Special Operations Training Center niet ver van de Syrische grens.(11)

Jordanian security sources say the training effort is led by the US, but involves British and French instructors….. The Pentagon said last October that a small group of US special forces and military planners had been to Jordan during the summer to help the country prepare for the possibility of Syrian use of chemical weapons and train selected rebel fighters. That planning cell, which was housed at the King Abdullah II Special Operations Training Centre…

Bronnen bij de Jordaanse veiligheidsdiensten stelden dat bij de door de VS geleide training (van jihadisten, nvdr.) ook Britse en Franse instructeurs betrokken zijn…. Het Pentagon stelde vorige oktober (2012, nvdr.) dat een kleine groep van Special Forces en militaire planners in Jordanië in de zomer hielpen om het land voor te bereiden op het Syrisch gebruik van chemische wapens en het trainen van een geselecteerde groep gewapende opstandelingen. Die groep instructeurs was gehuisvest in de Koning Abdoellah II Special Operations Training Centre…

En dan is er de Israëlische blog Israël Matzav van een orthodoxe maar wel zionistische jood die zich Carl in Jeruzalem noemt en waarschuwt voor het feit dat, zoals hij het stelt, het merendeel van de zogenaamde rebellen die zo’n opleiding krijgen feitelijk leden van al Qaida zijn.(12)

Merkwaardig is ook dat alhoewel de drie jihadistengroepen bij de belegering nauw samenwerkten al Qaida plots in de nacht van 9 op 10 december, tot verrassing van hun ‘bondgenoten’ alleen aanvielen en de basis veroverden. Volgens Doornbos, die zich vooral baseert op de getuigenis van een toen aanwezige jihadist, was het Al Qaida dat er met dat gifgas vandoor ging.

Waarbij de Aramees in Nederland verschijnende blog Aramnahrin bijna als een profetie waarschuwt dat de verovering van een basis met chemische wapens het mogelijk zal maken om er zogenaamde valse vlagaanvallen mee uit te voeren.(13)

Het verhaal van de verovering verscheen op 16 december 2012 in The Washington Post en op 10 december, de dag zelf dat men de basis in handen kreeg, in The Long War Journal van de Amerikaanse en erg zionistische Foundation for the Defense of Democracies. Waarbij beiden het hadden over de vermoedelijke aanwezigheid op die basis van gifgas.

Khan al Asal

Dus terwijl Obama stelde dat Assad persoonlijk verantwoordelijk was voor de veiligheid van die wapens dirigeerde hij jihadisten om die basis te veroveren. En Obama ging zelfs zorgen dat al Qaeda de nodige specialisten kreeg toegewezen om hen te leren hoe ze met die chemische wapens moesten omgaan. Het is dan ook niet verbazend dat de Rode Lijn van Obama snel overschreden zal worden.

De dirigent achter al Qaeda in Syrië en hun chemische wapens.

Slechts vier maanden nadien, op 19 maart 1013, zal het stadje Khan al Asal voor zover bekend als eerste een aanval met sarin ervaren. Khan al Asal werd toen aangevallen door alweer al Qaida en mede dankzij deze gifgasaanval kon men het stadje veroveren.(14)

 

Waarna al Qaida en haar bondgenoten in de stad een waar bloedbad aanrichtten waarbij men zowel burgers als militairen standrechtelijk executeerde.(15) Volgens het rapport van de VN-missie van Ake Sellström die de zaak van die gifgasaanval in 2013 moest onderzoeken kwamen bij die aanval 16 soldaten om alsmede 10 burgers en geen enkele jihadist.(16)

Al snel rees hier het vermoeden dat sarin gebruikt werd. Wat een gespecialiseerd Russisch lab nadien bevestigde. Maar terwijl Syrië naar die jihadisten wees stelden die jihadisten dat het leger hiervoor zelf verantwoordelijk was en daarbij hun eigen troepen per ongeluk hadden aangevallen. Waarbij men elkaar echter tegensprak en de enen het hadden over een mortiergranaat en de anderen over een vliegtuigbom.

Het eigenaardige is echter dat de Syrische leger zweeg over het gifgas van Sjeik Soeleiman en stelde dat het om eigen fabricaat van die jihadisten ging. Waarom men in Damascus over die diefstal zweeg is raar maar niet bekend. (17)

Wel bleek achteraf uit onder meer verklaringen van Ahmet Üzümcu, baas van de Organisatie voor het Verbod van Chemische Wapens (OPCW) in Den Haag, dat alle Syrische gifgasvoorraden niet meer in handen waren van het leger. Details werden echter door Üzümcu en zijn OPCW nooit gegeven.(18)

Men zal, uiteraard louter symbolisch, vanuit de VS onder meer aan die jihadisten zelfs vragen om ook hun gifgasvoorraden te laten inspecteren en ontmantelen. Natuurlijk zonder dat er ooit van hen een antwoord kwam of dat men vanuit Washington ook maar verder aandrong.

ISIS

Hierbij dient men ook te beseffen dat al Qaida in 2012, toen feitelijk al Qaida in Irak, nog niet in tweeën gesplitst was tussen ISIS en het huidige Hayat Tahrir al Sham, al Qaida in Syrië. Maar dat betekent wel dat ISIS dat pas begin 2014 ontstond ook zo de beschikking kreeg over die chemische wapens en dankzij de VS, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Israël bovendien de nodige expertise verkreeg over hoe er mee om te gaan.

Op 9 maart 2016 zal volgens getuigenissen en verklaringen van de VS ISIS mosterdgas gebruiken in Irak. Ook veroverden die jihadisten op 8 december 2012, twee dagen voor de val van Sjeik Soeleiman, de vlakbij de stad Safira in de provincie Aleppo gelegen Syrian-Saudi Chemicals Company, de grootste producent van chloor in het land. Wat in Syrië op veel plaatsen voor paniek zorgde.

Daar ISIS bij de verovering van de basis van Sjeik Soeleiman nog in een alliantie met al Qaida zat, kon ook ISIS mee genieten van die voorraad aan chemische wapens en de door de VS en haar bondgenoten geleverde training. Later zal ISIS trouwens zeker één keer mosterdgas gebruiken.

 

Na de aanval op Khan al Asal vroeg de Syrische regering om een onderzoek door de VN van die gebeurtenissen en reeds op 27 maart 2013 werd de Zweed Ake Sellström, een oud-gediende van de zinloze serie inspectierondes van 2002 en 2003 naar de niet-bestaande Iraakse massavernietigingswapens.

Maar het duurde nog tot 18 augustus voor hij met zijn missie in Damascus arriveerde. Plots immers bleken er na Khan al Asal de een na de andere vermeende gifgasaanval te zijn en eiste de VS met haar bondgenoten dat men al die sites met zogenaamde gifgasaanvallen zou onderzoeken. Wat Damascus en Rusland weigerden.

Die hadden immers geen zin in een herhaling van de farce van die andere Zweed Hans Blix die men maandenlang in Irak steeds maar nieuwe plaatsen liet onderzoeken waar de VS beweerde dat er massavernietigingswapens verstopt zaten. Wat de VS zo toeliet om via hun spionnen in die missies allerlei militaire basissen te laten onderzoeken.

Oost-Ghouta

En dan plots gaf de VS toe en liet het de missie van Sellström vertrekken ondanks het feit dat men van Damascus alleen maar twee andere plekken mocht bezoeken. En kijk, toevallig drie dagen nadat de missie van Sellström op 18 augustus 2013 in Damascus arriveerde was er opnieuw een aanval met sarin, en ditmaal dan nog vlakbij Damascus. En het was bovendien nog een heel grote aanval. Tja, toeval nietwaar.

Volgens de verhalen van die jihadisten, westerse regeringen, ngo’s en de massamedia was het de meest dodelijke aanval in de oorlog. De Amerikaanse regering had het zelfs over 1.429 doden waaronder meer dan 400 kinderen. De Franse regering sprak dan weer over 281 doden.

Niemand wist het juiste getal en iedereen raaskalde er maar op los. Ervoor zorgend dat de cijfers liefst zo hoog mogelijk werden opgedreven want men wou het Amerikaanse leger Syrië doen aanvallen. Zo riep Human Rights Watch in een persbericht zelfs op tot het bombarderen van Syrië. De humanitaire (sic) oorlog dus.

Uiteindelijk was het vooral het Amerikaanse leger met stafchef generaal Martin Dempsey die neen zei en Obama die hem volgde.(19) Volgens sommigen om te verhinderen dat al Qaida Syrië in handen zou krijgen en ook met de bedoeling de oorlog en de vernielingen zo lang mogelijk te laten voortduren.

Ake Sellström geeft zijn rapport op 12 december 2013 af aan Ban Ki-moon, de toenmalige secretaris-generaal van de VN. Ondanks de zware problemen waarmee hij kampte leverde zijn team toch een behoorlijke prestatie.

 

Achteraf bleek dat de ene raket die voor zover bekend gebruikt werd en neerkwam in Zamalka slechts maximaal een 2,2 kilometer ver kon vliegen en daarom praktisch zeker uit rebellengebied moest komen. Het plan om Syrië plat te bombarderen en de staat zoals Libië te doen instorten mislukte omdat het Amerikaanse leger en Obama er geen zin in hadden.(19)

Achteraf zal James Mattis, de huidige minister van Defensie van de VS, zelfs verklaren dat er geen bewijs is dat het Syrische leger ooit sarin heeft gebruikt.(20) En dat die jihadisten er geen probleem mee hadden om die wapens te gebruiken en ze ook hadden blijkt ook uit de verklaring van de Nederlandse Turk Salih Yilmaz (4), een oud-gediende van zowel het Turkse als het Nederlandse leger en lid van ISIS, op diens blog:

“Where do you think IS got their chemical weapons from? From our enemies – And thus we use their own weapons against them.”

“Waar denkt U dat IS (ISIS) zijn chemische wapens vandaan haalde? Van onze vijanden – En dus gebruiken wij hun eigen wapens tegen hen.”

Dubieus OPCW

Nadien zullen er in Syrië nog meerdere vermeende aanvallen met chemische wapens plaats hebben, vooral dan met chloor. Zoals met Khan Sheikhoun in april 2015 en recent in de stad Douma. Niet een van die verhalen is echter geloofwaardig.

Allen waren slechts gebaseerd op verhalen van groepen zoals al Qaida en dit zonder enige onafhankelijke getuigenissen of forensisch materiaal dat op een correcte betrouwbare wijze was verkregen. Dat het OPCW hierover rapporten vol insinuaties publiceerde toont alleen de dubieuze natuur aan van deze instelling. Het is een vermeende wetenschappelijke instelling totaal onwaardig.

Zeker de verhalen over Khan Sheikhoun waar sarin door de OPCW werd ontdekt, en Douma zijn te ongeloofwaardig om serieus genomen te worden. Ze dienden alleen als een laatste poging van al Qaida en haar supporters om alsnog de militaire nederlaag af te wentelen. Het werd niks.

De Turkse diplomaat Ahmet Uzumcu, hoofd van de OPCW, wiens organisatie in het dossier van Syrië teveel blunders beging om nog echt aanvaardbaar te zijn. Men had die opdrachten rond die vermeende aanvallen met chloor en die met sarin in Khan Sheikhoun om zuiver professionele reden gewoon moeten weigeren.

 

Conclusie

Nergens in de geciteerde artikels en documenten wordt echt gesteld dat de VS en haar bondgenoten al Qaida en hun vrienden leerden om sarin als wapen te gebruiken. Maar duidelijk is dat de VS, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Israël al Qaida leerden omgaan met die wapens.

En dan is het gebruik ervan een simpele kleine stap verder. Men kan ook moeilijk verwachten dat Washington zomaar publiek gaat toegeven dat zij die jihadisten trainden om sarin te gebruiken. Een openbaar en doorgedreven onderzoek zou die bewijzen wel kunnen leveren. Maar, wees er zeker van, dit komt nooit.

Bewezen is wel dat al Qaida het gifgas gebruikte tegen het leger en de burgerbevolking. Bewezen is ook dat al Qaeda hier steeds een centrale rol speelde. Zowel met de basis van Sjeik Soeleiman, Khan al Asal, Zamalka en Khan Sheikhoun waar telkenmale met zekerheid sarin werd gebruikt was al Qaida altijd betrokken. Zo viel Zamalka toen op 21 augustus 2013 onder controle van al Qaida. Hetzelfde voor Khan Sheikhoun.

Duidelijk is ook dat Barack Obama, samen met Hillary Clinton, de dirigenten waren die dit gruwelijk oorlogsbeleid leiding gaven en daarom verantwoordelijk zijn voor dit onnoemelijk leed. Spreken over een Rode Lijn en intussen al Qaida een opleiding in chemische wapens bezorgen is grof en je reinste hypocrisie. Het is een zeer zware oorlogsmisdaad.


1) The New York Times, 18 augustus 2014, Alan Rappaport, ‘Syria’s Chemical Arsenal Fully Destroyed, U.S. Says.’ https://www.nytimes.com/2014/08/19/world/middleeast/syrias-chemical-arsenal-fully-destroyed-us-says.html

2) Wikipedia, Aum Shinrikyo, https://nl.wikipedia.org/wiki/Aum_Shinrikyo

3) The New York Times, 15 februari 2015, C.J. Chivers en Eric Schmitt, ‘C.I.A. Is Said to Have Bought and Destroyed Iraqi Chemical Weapons.’ https://www.nytimes.com/2015/02/16/world/cia-is-said-to-have-bought-and-destroyed-iraqi-chemical-weapons.html

4) Foreign Policy, 17 augustus 2016, Harald Doornbos en Jenan Moussa, ‘How the Islamic State Seized a Chemical Weapons Stockpile.’ http://foreignpolicy.com/2016/08/17/how-the-islamic-state-seized-a-chemical-weapons-stockpile/

Het verhaal is een reconstructie van wat toen gebeurde bij de aanval op de militaire basis van Sjeik Soeleiman aan de hand van een bij naam genoemde bron binnen die salafistische groepen, Abu Ahmad. Het verhaal komt overeen met eerder in december 2012 gepubliceerde verhalen over deze episode.

Salih Yilmaz kwam volgens de Britse krant The Daily Mail op 7 september 2016 om het leven bij de gevechten in Rakka.

5) The Telegraph, Richard Spencer, 3 december 2012, ‘Syria regime ‘mixing chemicals to make sarin gas’: report’. https://www.telegraph.co.uk/news/worldnews/middleeast/syria/9719511/Syria-regime-mixing-chemicals-to-make-sarin-gas-report.html

Het gebruiken van anonieme bronnen om verhalen te verspreiden over Syrië is een vaste praktijk in de oorlog tegen Syrië. In wezen is dit soort informatie dan ook grotendeels waardeloos en vooral stemmingmakerij en propaganda. Het is een herhaling van de hysterie rond de Iraakse massavernietigingswapens.

6) The Long War Journal, 10 december 2012, Bill Roggio, ‘Al Nusrah Front, foreign jihadists seize key Syrian base in Aleppo;’ https://www.longwarjournal.org/archives/2012/12/al_nusrah_front_alli.php

The Long War Journal is een website van de Foundation for the Defense of Democracies, een studie- en lobbydienst die in de VS tot de harde zionistische kern behoort. Een van haar medewerkers was in het begin van de Syrische oorlog zelfs lid van die rebellenregering. Bill Roggio is hun man die het Syrische dossier op de voet volgt.

7) The Washington Post, 20 augustus 2012, James Ball, ‘Obama issues Syria a ‘red line’ warning on chemical weapons.’ https://www.washingtonpost.com/world/national-security/obama-issues-syria-red-line-warning-on-chemical-weapons/2012/08/20/ba5d26ec-eaf7-11e1-b811-09036bcb182b_story.html?utm_term=.0a4b65982748

Ook: The Telegraph, 3 december 2012, Richard Spencer, ‘Syria regime ‘mixing chemicals to make sarin gas’: report.’ https://www.telegraph.co.uk/news/worldnews/middleeAst/syria/9719511/Syria-regime-mixing-chemicals-to-make-sarin-gas-report.html

8) Syria Deeply, 7 december 2017, Lare Setrakian en Alex Zerden, ‘EXCLUSIVE: US Trains Rebel Brigades to Secure Chemical Weapons.’ https://www.newsdeeply.com/syria/articles/2012/12/07/exclusive-us-trains-rebel-brigades-to-secure-chemical-weapons

9) The Washington Post, 16 december 2012, Craigh Whitlock en Carol Morello, ‘U.S. plans for possibility that Assad could lose control of chemical arms cache.’ https://www.washingtonpost.com/world/national-security/us-plans-for-possibility-that-assad-could-lose-control-of-chemical-arms-cache/2012/12/16/f4912be2-4628-11e2-a685-c1fad0d6cd1f_story.html?utm_term=.ea7a95330836

10) NTI, 10 december 2012, ‘Israel Deploys Commandos to Syria to Monitor WMD: Report.’ http://www.nti.org/gsn/article/israel-deploys-special-operators-syria-monitor-chemical-arms-report/

NTI is een website die zich specialiseert in de problematiek van nucleaire, chemische en biologische wapens en werd opgericht door Ted Turner, stichter van de mediagroep CNN, en Sam Nunn, vroeger op militair vlak een erg invloedrijke Democratische senator. NTI staat voor Nuclear Threat Initiative.

11) The Guardian, 8 maart 2013, Julian Borger en Nick Hopkins, ‘West training Syrian rebels in Jordan.’https://www.theguardian.com/world/2013/mar/08/west-training-syrian-rebels-jordan

De Koning Abdoellah II Operations Training Center is een door het Amerikaanse leger gefinancierde, ontworpen en gebouwde militaire basis. De beslissing hiervoor viel in 2006 en ze werd operationeel in 2009. Twee jaar voor het begin van de oorlog tegen Syrië.

Eind 2006 viel volgens het in The New Yorker gepubliceerde artikel The Redirection van Seymour Hersh de beslissing om Hezbollah uit te schakelen door eerst Syrië te vernielen. In 2006 leed Israël een feitelijke nederlaag tegen Hezbollah toen ze nog maar eens Libanon aanvielen.

Sindsdien laten ze het land min of meer met rust. Deze Jordaanse basis was het voornaamste trainingscentrum in Jordanië voor die salafistische bendes. Zou men hen er ook hebben leren kelen?

12) Israël Matzav, 8 december 2012, ‘US training Syrian rebels to secure chemical weapons.’  http://israelmatzav.blogspot.com/2012/12/us-training-syrian-rebels-to-secure.html

13) Aramnahrir, 30 juli 2012, ‘Syrië: Is de tijd gekomen om een aanslag met chemische wapens in scene te zetten zodat de koloniale machten het land kunnen binnenvallen?’

Aramees was de lingua franca in de Levant. Wat na de Arabische invasies van de zevende eeuw geleidelijk aan veranderde. De taal wordt nog wel gesproken en soms onderwezen in delen van Syrië, Libanon, Irak en Turkije. Het Hebreeuws is er verwant mee.

14) Reuters, 19 maart 2013, Oliver Holmes, Erika Solomon, ‘Alleged chemical attack kills 25 in northern Syria.’, https://www.reuters.com/article/us-syria-crisis-chemical/alleged-chemical-attack-kills-25-in-northern-syria-idUSBRE92I0A220130319

15) BBC, 29 juli 2013, ‘Syria opposition condemns Khan al-Assal ‘executions.’ https://www.bbc.com/news/world-middle-east-23488853

Volgens het Syrian Observatory for Human Rights, een onderdeel van de rebellenbeweging, werden er bij de verovering van de stad op 21 en 22 maart 2013 in totaal 51 mensen, waarvan 30 militairen, standrechtelijk neergeschoten. De regering had het over 123 doden.

De rebellenregering van de Syrische Nationale Raad beloofde toen een onderzoek naar de feiten met indien nodig maatregelen tegen de daders. Het is wachten. Al meer dan 5 jaar lang. Het zal er vermoedelijk komen samen met het Britse onderzoeksresultaat naar de rol van MI5 bij de aanslag op de Manchester Arena van vorig jaar. Met Sint-Juttemis dus.

16) Verenigde Naties, 12 december 2013, ‘United Nations Mission to Investigate Allegations of the Use of Chemical Weapons in the Syrian Arab Republic. Final report.’   https://undocs.org/A/68/663

Het onderzoek in Oost-Ghouta zelf alsmede die elders nadien heeft maar een beperkte waarde daar alle getuigenissen en het verzamelen van bewijsmateriaal gebeurden onder controle van die salafistische groepen, een betrokken partij. Zij bepaalden waar men stalen kon nemen en welke getuigen men mocht ondervragen en onderzoeken. Wat vanuit forensisch oogpunt natuurlijk onaanvaardbaar is.

Zeker is wel dat een raket met sarin werd afgevuurd in Zamalka. Volgens de onderzoekers Theodor Postol, professor Technology and National Security, en Charles M. Lloyd van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) bevatte die raket een vijftig liter sarin. Deze kon volgens hen en Ake Sellström een 2,2 kilometer vliegen en kwam dus praktisch zeker vanuit het door die salafistische bendes gecontroleerde gebied. .

Zie: London Review of Books, 19 december 2013, Seymour Hersh, ‘Whose sarin?’. https://www.lrb.co.uk/v35/n24/seymour-m-hersh/whose-sarin. Zie brief onderaan artikel van beide professoren.

Het eigenaardige van dit onderzoek is dat bij het analyseren van de in de stad Moadamiyah genomen stalen maar een ervan bij de twee aangestelde laboratoria positief bleek voor DIMP, een restproduct van sarin. In Zamalka daarentegen bleken praktisch alle staten positief te testen voor de afbraakproducten van sarin zoals DIMP.

Waarop men zich de vraag moet stellen of er in Moadamiyah wel degelijk gifgas was gebruikt. Uiteindelijk hadden die jihadisten, die men veronderstelde kroongetuigen te zijn van die aanval, de te onderzoeken plekken voor de VN-missie aangeduid.

17) CBRNE World, Februari 2014. Gwyn Winfield, Interview met Ake Sellström. http://www.cbrneworld.com/_uploads/download_magazines/Sellstrom_Feb_2014_v2.pdf

Het is uit dit interview duidelijk dat beiden onvoldoende kennis hadden van de geschiedenis van dit dossier. Anders hadden ze geweten van de episode bij Daret Izza en de basis Sjeik Soeleiman.

18) The New York Times, 14 oktober 2013, Allan Cowell en Anne Barnard, ‘Syrian Rebels Urged to Let Inspectors See Arms Sites.’ https://www.nytimes.com/2013/10/15/world/middleeast/syria.html

19) London Review of Books, 19 december 2013, Seymour Hersh, ‘Whose sarin?’. https://www.lrb.co.uk/v35/n24/seymour-m-hersh/whose-sarin.

20) Newsweek, 8 februari 2018, Ian Wilkie, ‘Now Mattis Admits There Was No Evidence Assad Used Poison Gas on His People: Opinion.’ http://www.newsweek.com/now-mattis-admits-there-was-no-evidence-assad-using-poison-gas-his-people-801542

Posted on

UKIP lijkt in oktober voor het eerst in Lagerhuis te komen

Het Conservatieve Lagerhuislid voor Clacton Douglas Carswell is overgestapt naar de eurosceptische UK Independence Party (UKIP). Zijn overstap betekent dat er in waarschijnlijk in oktober een tussentijdse verkiezing gehouden moet worden in zijn kiesdistrict. De eerste peiling sinds zijn overstap wijst uit dat hij goede kans heeft herkozen te worden, maar dan voor UKIP.

Volgens de peiling zou 64% van de kiezers in het district op Carswell/UKIP stemmen, zo meldt het dagblad Daily Mail. Carswell lijkt de stemming in zijn district goed aangevoeld te hebben, want 57% van hen die aangeven op Carswell/UKIP te stemmen, doet dat vanwege UKIP, terwijl 34% vooral voor de persoon Carswell kiest. Van de kiezers die in 2010 Conservatief stemden, juicht ongeveer de helft de stap van Carswell toe, terwijl 17 procent hem als verrader ziet. 54 procent van de ondervraagden is van mening dat het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie moet verlaten en gevraagd naar de belangrijkste zorgen van kiezers, wordt immigratie veruit het meest genoemd (47%).

[note color=”#F4FDFF”] Blijf op de hoogte van nieuws, opinie en achtergronden met een internationale focus: Volg Novini!

[/note]

De stap van Carswell maakt dat UKIP – die zich sinds jaren in een groeiende afvaardiging naar het Europees Parlement mag verheugen en ook al enkele leden van het Hogerhuis telt,  in oktober goede kansen heeft voor het eerst een afgevaardigde naar het Lagerhuis te kunnen sturen. In 2010 nam UKIP niet deel aan de verkiezingen in het kiesdistrict van Carswell en verbeterde zo de kansen van de eurokritische toenmalige Conservatief. De Conservatieve Partij volgt UKIP in de peiling voor Clacton met nog slechts 20% van de stemvoornemens ene verlies van 33 procentpunten ten opzichte van 2010.

Diverse eurokritische Conservatieve Lagerhuisleden zouden intussen onderhandelingen voeren met UKIP om er voor te zorgen dat er geen UKIP-kandidaat tegen hen aantreedt in de komende reguliere parlementsverkiezingen.


Lees ook Derek Turners analyse: Wat er mis is met de Britse rechtervleugel

 

Posted on 2 Comments

Wat er mis is met de Britse rechtervleugel

Laat ik beginnen met het definiëren van ‘rechts’, want het is een vage term, een term waar over gestreden wordt – meestal door mensen die niet rechts genoemd willen worden. Ik bedoel mensen – van welke partij ook, of partijloos – die geloven dat er zoiets is als een aangeboren menselijke natuur die zowel slechte als goede trekken omvat, dat mensen en volken geboren worden met verschillen, dat terwijl hun natuur aangepast kan worden, deze nooit compleet veranderd kan worden – en dat deze verschillen niet veroordeeld, maar gevierd zouden moeten worden.

Hieruit vloeit bijna al het andere dat de conservatieve gezindheid bepaalt voort – geloof in de onmogelijkheid ooit gelijkheid te bereiken – een voorkeur voor lokale identiteiten en tradities boven abstracte aspiraties – een afkeer van onoprechte demagogie en politiek-correcte pantomimepolitiek.

De meeste van de bekwaamste en aangenaamste mensen die ik ooit ontmoet heb, vallen onder deze categorie – en zelfs wanneer ze niet bekwaam of aangenaam zijn, zijn rechtse mensen ten minste interessant! Mensen op de linkervleugel zijn dikwijls tot de opmerkelijke prestatie in staat tegelijkertijd hoogst hartstochtelijk te zijn – en ongelooflijk saai!

Mijn kwalificaties – voor wat ze waard zijn – om over dit onderwerp te spreken, bestaan in ongeveer 20 jaar van schrijven voor en redigeren van conservatieve publicaties van allerlei soort. In deze tijd heb ik ‘ rechtsen’ van allerlei pluimage ontmoet, Conservatieve leden van het Hogerhuis en het Lagerhuis, academici en journalisten, UKIP-politici, leden van kleinere partijen, Amerikaanse en Europese nieuw-rechtse denkers, katholieken, protestanten, joden, paganisten en atheïsten. Ik hak zelf niet met een partijpolitiek bijltje en probeer altijd het beste te zien in dingen en in mensen, zelfs wanneer ik het niet met ze eens ben. Mijn commentaar is constructief bedoeld. Ten slotte onttrek ik mezelf niet van mijn eigen kritiek – ik heb ook wel eens onverstandige dingen gedaan of gezegd en zal dat allicht nog wel eens doen.

Er wordt vaak gedacht – zelfs door conservatieven – dat Groot-Brittannië een conservatief land is – een plaats waar ontspannen gezond verstand prevaleert, een plaats die niet alleen door het Kanaal van Dover voor revolutie beschermd wordt, maar ook door iets in het nationale volkskarakter zelf.

De gebeurtenissen van deze zomer lijken dit te bevestigen – de omvangrijke, vrolijke menigten die in de regen kwamen opdraven voor het diamanten jubileum [van de koningin, red.] en gretig de prestaties van Team GB op de Olympische Spelen volgden. Ten aanzien van allerlei onderwerpen varieert de Britse publieke opinie, door alles sociale klassen en achtergronden heen, van gematigd conservatief tot sterk reactionair. Dit wordt weerspiegeld in decennia van opiniepeilingen, invloedrijke rechtse gedrukte media en een eeuw van verkiezingsresultaten die steeds weer de Conservatieve Partij aan de macht hebben gebracht en in recentere jaren de UK Independence Party (UKIP) 12 leden van het Europese Parlement bezorgden. Er was zelfs een tijd – in de dagen voor New Labour – dat van de Conservatieven gezegd werd dat ze de ‘natuurlijke regeringspartij’ waren.

En toch – ondanks dit alles – is het Groot-Brittannië van 2012 vrijwel geheel anders dan dat van 1912, of 1952, of 1992 of zelfs 2002. Verandering is onvermijdelijk, niet alle tradities kunnen gered worden en sommige verdienen het niet om gered te worden – maar dit land waarvan gezegd wordt dat het conservatief is, ondergaat een soort van permanente revolutie. Alles is tot een cultureel slagveld geworden en er is steeds minder onderscheid tussen de publieke en de private levenssferen. Opvattingen die ooit als ‘loony left’ beschouwd werden zijn tot iets van het midden geworden – en opvattingen die ooit als simpelweg conservatief werden beschouwd zijn dientengevolge ‘uiterst rechts’  geworden.

De monarchie heeft op de een of andere manier overleefd, maar dit verhult slechts het feit dat Groot-Brittannië in ieder ander opzicht een vreemd land geworden is, haast letterlijk een ander land – een plaats waar de bouwwerken van een groots verleden bewoond worden door een in toenemende mate onverenigde bevolking geregeerd door een steeds opdringeriger regering. Gemeten aan zo ongeveer iedere indicator, heeft de grote staatsdragende partij die beloofd had de onafhankelijk en identiteit van het koninkrijk te bewaren laten zien niet tegen deze taak opgewassen te zijn.

De voornaamste reden is dat, hoewel de Conservatieven dikwijls de regering vormden, ze zeer zelden de macht bezaten. Conservatieve regeringen hebben vaak – zelfs wanneer ze grote meerderheden tot hun beschikking hadden en onder leiders met een sterke overtuiging – kansen verspeeld en zelfs hun eigen zaak ondermijnd. De Conservatieve Partij is een formidabele machine voor het winnen van verkiezingen, maar als ze de verkiezingen eenmaal gewonnen heeft, weet ze doorgaans niet meer wat te doen.

De enige keer dat een nieuwe Conservatieve regering een echt duidelijk idee had van wat ze wilde gaan doen was in 1979 – en het Thatcheristische programma was slechts ten delen conservatief. De vrije marktideologen hadden gelijk dat economisch radicalisme nodig was, maar in sommige opzichten, en in sommige delen van het land, ging het programma te ver en te snel. Al dat ontmantelen van bedrijven en het los verkopen van de onderdelen, had vergezeld moeten gaan van nieuwe sociale woningbouw om de mensen te verenigen in een post-imperiale zingeving. Sommige Conservatieven uit de jaren tachtig waren helaas echter meer geïnteresseerd in directeursposities dan in de richting van het land.

En dan waren er de zaken die de regering Thatcher niet deed. Behalve op het gebied van de economie, draaiden ze weinig tot geen van de wetten terug die door Labour geïntroduceerd waren. De voormalige adviseur van Thatcher, Sir Alfred Sherman, noemde dit het ‘paleffect’, waarbij beleid zich in het algemeen slechts in een richting ontwikkeld, ongeacht wie Downing Street [de straat met de ambtswoningen van de premier en de minister van Financiën, red.] bezet.

In dit opzicht was mevrouw Thatcher minder schuldig dan haar voorgangers. In 1951, toen Churchill terugkeerde als premier, zei hij tegen zijn schoonzoon dat het beleid van zijn regering zou bestaan in “huizen en vlees en niet worden getorpedeerd”. Spoelen we twintig jaar door, dan zien we hoe Ted Heath en Harold Wilson zoveel op elkaar leken dat Enoch Powell de verkiezingen van 1970 van de hand deed als een wedstrijd “tussen een man met een boot en een man met een pijp”.

Wat nog rampzaliger was, is dat de Thatcheristen vrijwel volledig de meedogenloze opkomst van de politieke correctheid negeerden, met name in het onderwijs en op radio en televisie. Er bestond een luie aanname dat als je de mensen economische kansen gaf, ze op magische wijze zouden veranderen in sociale conservatieven. Zoals Thatcher zei toen ze premier was, “Economie is slechts de methode. Ik wil de zielen van de mensen veranderen”. Zoals we weten is dit nooit gebeurd – en er was ook nooit enig uitzicht dat dit zou gebeuren. De economie volgt de cultuur, niet andersom. Economie wint de verkiezingen, maar cultuur wint oorlogen. Een van de voornaamste Conservatieve tekortkomingen is een chronisch gebrek aan belangstelling in ideeën en cultuur.

De Conservatieve Partij heeft te lang simpelweg vertrouwd op het vaderlandslievende gezonde verstand van de menigten – en dit is verdraaglijk zolang de cultuur gezond is. Maar de menigten bestaan uit individuen die op het internet surfen, televisie kijken, naar de radio luisteren, tijdschriften lezen en naar scholen gaan, die overgoten zijn met ideeën die vijandig staan tegenover conservatisme en zelfs beschaving. Het is onredelijk om te verwachten dat je op de mensen kunt blijven rekenen zonder hen van intellectuele ammunitie en culturele hernieuwing te voorzien. Gisteren nog, werd bekend gemaakt, dat er onder de huidige door de Conservatieven geleide regering vijf keer zoveel Labour-kiezers als Conservatieve keizers zijn aangesteld in publieke dienst. De Conservatieven spelen altijd het spelletje mee – en ze verliezen bijna altijd.

De regeringen onder Thatcher moesten het hoofd bieden aan de grof onverantwoordelijke vakbonden, maar ze hadden op de een of andere manier ook de tijd moeten vinden om conservatieve waarden te bevorderen in alle hoeken van de samenleving. Waar waren, tussen de sombere pamfletten over huurhervorming en de vraag wie het telecombedrijf zou moeten runnen, de discussies over ecologie, gelijkheid, de historische misdaden van het communisme, de toekomst van de Anglicaanse kerk, de aard van de westerse beschaving, gezinsleven, volkstradities, het erfprincipe en het Hogerhuis, immigratie, manieren, multiculturalisme, politiek-correcte censuur… de lijst lijkt wel oneindig. Het was een rampzalig gebrek aan verbeeldingskracht. Financiële ondersteuners uit het bedrijfsleven doneerden geld aan individuele politici of aan verkiezingsfondsen, maar er werd niet systematisch geïnvesteerd in ideeën.

Zelfs in het uiterst zeldzame geval dat Conservatieven wel proberen om scherpe culturele politiek te bedrijven, is het bijna altijd in reactie op een vijandig offensief. Conservatieven initiëren vrijwel nooit een campagne – het aanvallende leger heeft zodoende het voordeel van de verrassing en heeft al het moraal en het momentum opgebouwd voordat de verdedigers zelfs maar opgemerkt hebben dat de oorlog is begonnen. Aanvallers hebben altijd hoop dat ze hun doel zullen behalen – terwijl de verdedigers alleen maar kunnen hopen hun nederlaag een tijdje uit te stellen.

Eervolle uitzonderingen daargelaten, lijkt het erop dat Conservatieve politici een te zwakke maag hebben om te vechten. Ze worden wellicht afgeleid door hun district of interne beslommeringen van hun partij, of misschien hebben ze zich gewoon te comfortabel verschanst in de machtsstructuren. Het zou echter ook simpelweg kunnen zijn dat ze niet geloven  dat ze kunnen winnen. Het zou nauwelijks verrassend zijn als ze er zo over dachten, want conservatieven hebben maar weinig gewonnen de laatste zestig jaar.

Velen ter linkerzijde zijn daarentegen obsessief gefocust – als iets of iemand eenmaal in hun vizier is, zullen ze eenvoudigweg niet stoppen tot ze hem vernietigd hebben. Simplistisch en scherp moralistisch, heeft hun extatische wereldbeschouwing een ingebouwde manische energie. Zoals W.B. Yeats in zijn gedicht  The Second Coming uit 1919 al stelde – “The best lack all conviction, while the worst / Are full of passionate intensity.”

De slechtsten zijn ook sluw. Als ze niet onmiddellijk succesvol zijn, zullen ze hun tactieken aanpassen. Dit is waarom de Fabian Society [een socialistisch intellectueel gezelschap dat als voorloper van de Labour partij gezien kan worden, red.] als logo een wolf in schaapskleren aannam – als teken van de tactische flexibiliteit van links.  Links is er doorgaans tevreden mee om twee stappen vooruit te doen en een stap terug – terwijl veel conservatieven liever zouden sterven dan zich aan te passen. In sommige opzichten zijn ze het tegendeel van de Fabianen – ze zijn schapen in wolfskleren.

Zo nu en dan zal een Conservatief parlementslid in verontwaardiging ontbranden over iets uit het nieuws en aankondigen dat hij een campagnegroep zal oprichten om te bestrijden wat hem geërgerd heeft. Deze groep heeft dan een startbijeenkomst met hoge omes en veel aplomb – en nadien wordt er nooit meer iets van vernomen. Soms hebben ze zelfs geen noemenswaardige startbijeenkomst! In de zeldzame gevallen dat een traditionalistische groep, zoals de oude Monday Club, tekenen van leven vertoont, neemt het partijleiderschap er onmiddellijk afstand van of valt het initiatief zelfs aan.

Het is een vernietigende aanklacht tegen de Conservatieve Partij, dat er dikwijls steviger geopponeerd wordt tegen links door de landelijk dagbladen als de Daily Mail of de Daily Telegraph dan door alle Conservatieve parlementsleden bij elkaar. Het zou fascinerend zijn om te zien wat er zou gebeuren als de Conservatieve Partij ooit een systematische en vastberaden campagne zou lanceren tegen de een of andere linkse institutie of persoonlijkheid of zelfs tegen een van de geloofsartikelen van de politieke correctheid. Het is zonderling dat dit nog nooit geprobeerd is.

Maar misschien is het niet zo uitzonderlijk – omdat conservatieven een achterwaartsgerichte, melancholische verbeelding hebben. Er bestaat vaak een aanname dat het heden niet kan tippen aan het verleden – en dat de toekomst waarschijnlijk zowel onbegrijpelijk als weerzinwekkend zal zijn. Mijn favoriete futurofobische citaat komt van het 18e eeuwse Ierse Conservatieve parlementslid Sir Boyle Roche – “All along the untrodden footpaths of the future, I can see the footprints of an unseen hand.”

Conservatieven zijn half verliefd op verliezen. Ze schrijven boeken met titels als De Afschaffing van Groot-Brittannië – of Engeland: een Grafrede. Het is wat de romanschrijfster Rose Macaulay Het Genot van Ruïnes noemde – een bitterzoete voldoening in het omringd zijn door verval, staande als de Laatste Man of Aarde tussen de puinhopen van een vervallen stad.

Nu is het een gezonde en nobele zaak om zich in het verleden te verbeelden, om zichzelf in historische context te plaatsen – om zich te kunnen verplaatsen in hen die je zijn voorgegaan. Ik besteed een groot deel van mijn eigen leven door rond te struinen door middeleeuwse kerken en landhuizen of door vergeten wegen te volgen door dorpen die van de aardbodem verdwenen zijn! Maar ik ben realistisch genoeg om te weten dat dergelijke activiteit nooit de basis kan vormen van een praktisch programma.

Sommigen van jullie herinneren je misschien het verkiezingslied van Labour in 1977 – “Things Can Only Get Better“. Dat was een sentimenteel liedje en gebaseerd op een sentiment dat duidelijk niet waar is – maar als liedje werkte het een stuk beter dan het impliciete Conservatieve volkslied, Things Can Only Get Worse!

Er zijn veel Conservatieve tekortkomingen om uit te kiezen! Maar de Conservatieven zijn ten minste pragmatische en praktisch ingesteld. Ze weten dat politiek een rommelige zaak is waar compromissen gesloten moeten worden. Ze weten dat politieke partijen allianties zijn – en dat je soms met mensen moet samenwerken waar je het niet mee eens bent of waar je zelfs een hekel aan hebt. Ze zijn misschien niet blij met wat hun leiders soms zeggen, maar ze weten dat dingen soms gezegd moeten worden en dat sommige dingen er nu eenmaal bij horen. Dat iets gezegd wordt betekent ook nog niet dat er iets gedaan zal worden. Zelfs nu, in haar teruggang, trekt de Conservatieve Partij nog altijd intellectuele en integere mensen aan – er zijn veel indrukwekkende jonge parlementsleden – en voor de afzienbare toekomst zal ze waarschijnlijk de meest voor de hand liggende verdediger van conservatieve zaken blijven. En toch is er zelfs nu geen effectieve sociaal-conservatieve stroming binnen de partij.

UK Independence Party
Naast de Conservatieve Partij is er UKIP. UKIP is traditioneel een laatste uitwijkmogelijkheid voor Conservatieven die vinden dat er iets ernstig mis is gegaan met alles en dat deze problemen voornamelijk voortvloeien uit het Britse lidmaatschap van de EU. UKIP trekt weliswaar ook leden aan uit andere partijen, maar het is toch in de eerste plaats een soort van Conservatieve Partij in ballingschap.

UKIP doet het, onder leiding van de eloquente Nigel Farage, goed in opeenvolgende Europarlementsverkiezingen.

Historisch is UKIP geneigd geweest tot buitengemeen harde interne conflicten, maar deze problemen zijn afgenomen. Haar belangrijkste tactische probleem is nu uiteraard het parlementaire kiesstelsel. [De leden van het nationale parlement worden, anders dan die van het Europese, door middel van een districtenstelsel verkozen, red.]. Voor de afzienbare toekomst blijft ze waarschijnlijk vooral op het niveau van het Europees Parlement opereren. Dit betekent dat ze grotendeels onzichtbaar zullen blijven voor de Britse kiezers, omdat zij begrijpelijkerwijze geen hoge pet op hebben van wat er daar gebeurd!

UKIP heeft ook wat dieperliggende problemen. Het heeft een smalle leiderschapsbasis. De partij heeft hard geprobeerd om beleid te ontwikkelen op allerlei terrein, maar het is effectief nog steeds een single-issuepartij. Er is geen UKIP-denktank en ze hebben simpelweg niet diepgravend genoeg nagedacht over de problemen waarvoor het Verenigd Koninkrijk zich gesteld ziet. Veel leden van UKIP lijken te geloven dat het eenvoudig verlaten van de EU een panacee zou zijn en Groot-Brittannië op magische wijze zou herstellen tot een soort utopia dat aan Britse televisieseries uit de jaren ’50 doet denken, waarin treinen vol buitenlui langs mooie optrekjes razen.

Sommige van de UKIP-leden huldigen een zwartgallig anti-Europeanisme – alsof Groot-Brittannië niet zelf deel uitmaakt van de Europese beschaving. Een minderheid van de leden lijkt ook nog altijd de Tweede Wereldoorlog uit te vechten. Er zijn dikwijls verwijzingen naar de EU als een soort van Vierde Rijk – een liberale façade voor nazisme dat in het geheim zeventig jaar overbrugd heeft, ongetwijfeld gebruikmakend van de beroemde luchtbases op Antarctica! Ze wijzen op overeenkomsten in retoriek tussen Nazi- en EU-politici en op enige continuïteit in bureaucratie en ze tellen een en een op tot drie. Er is overduidelijk een element van nostalgie in hun constante terugverlangen naar de periode toen de vijand zou duidelijk aan te wijzen was en Brittannië nog echt Groots was. Ze lijken niet in staat te zijn om te onderscheiden tussen Duitse individuen die van de EU profiteren en Duitsland als geheel dat niet van de EU profiteert. Ze zijn kennelijk ook niet in staat om onderscheid te maken tussen de janboel van het managerschap van de EU en de verschrikkingen die de Nazi’s hebben aangericht.

Een kleiner deel van de UKIP-leden ziet de EU als een nieuwe USSR. Dit is een waarschijnlijker argument, dat ook wel is gemaakt door aanzienlijke denkers zoals Vladimir Bukovsky – maar mij komt dit overdreven voor. Er is een massief kwalitatief verschil tussen bolsjewisme en de EU-variant van liberalisme. Het is het verschil tussen wreedheid en goedbedoelende dwaasheid. De oorsprong en aard van beide is simpelweg niet te vergelijken. De doelstellingen en zelfs sommige van de effecten zijn allicht hetzelfde, maar tot nu toe is de EU niet eens in staat geweest om een gemeenschappelijk buitenlands beleid tot stand te brengen, laat staan om pantserkonvooien landen binnen te laten binnenvallen om er een meer inschikkelijk regime te installeren.

Maar UKIP heeft een capabele leiding en lijkt een stabiele basis van steun onder de kiezers ontwikkeld te hebben. Er zijn tijden geweest dat de stemmen van UKIP in de nationale verkiezingen er toe geleid hebben dat de Conservatieven zetels verloren. Dit is de reden dat er in toenemende mate opgeroepen wordt tot een verkiezingspact van Conservatieven en UKIP. Zo’n pact is onwaarschijnlijk, maar als het zou gebeuren zou het riskant zijn voor UKIP, die veel van haar aanhang dankt aan het zijn van een anti-establishmentpartij. Een partij kan echter niet altijd alleen maar een protestpartij blijven; op een gegeven moment zal UKIP moeten buigen in een poging om te overwinnen. Op dat moment zal het lijden, net zoals de zinloze partij van Nick Clegg [de Liberaal-Democraten, red.] heeft geleden onder haar gedartel met de Conservatieven – en UKIP zal stalen zenuwen moeten hebben om dit te overleven.

Kleine partijen
Een overzicht als dit zou incompleet zijn zonder een korte blik op de kleinere partijen die van tijd tot tijd de kop opsteken of de rechtervleugel. Ze zijn niet meer dan een korte blik waardig, omdat ze in het grotere geheel van de dingen niet veel impact gehad hebben. Net als UKIP lijden ze onder het first-past-the-postkiesstelsel – anders dan UKIP verspelen ze echter dikwijls de kansen die ze krijgen.

Deze partijen komen vooral op in reactie op Conservatieve onzinnigheid en trekken kortstondig wat teleurgestelde Conservatieven aan. Hun lot hangt deels af van hoe slim de Conservatieve Partij inspeelt op de gevoelens op haar rechtervleugel. Het Nationale Front stortte bijvoorbeeld in toen Margaret Thatcher haar befaamde opmerking maakte over het “overspoeld” worden door immigratie – een onderwerp waar ze echter kennelijk daarna nooit meer een gedachte besteed heeft. Maar deze kleinere partijen worden in het algemeen ook slecht geleid en veel van de getalenteerde en respectabele mensen die door hen aangetrokken worden vertrekken vaak al snel weer – afgeschrokken door de paranoia, de weigering om talent te belonen en het gebrek aan ernst van deze partijen.

Links en de media schetsen doorgaans een vals beeld van deze partijtjes en ik wil er geen goedkope gijpen over maken – maar de waarheid gebied te zeggen dat deze partijen daadwerkelijk bovengemiddeld veel gekken, dromers, egomaniakken en fanatici aantrekken. Sociaal onaangepaste mensen die nergens een politiek onderdak kunnen vinden, vinden hun weg naar dit soort partijen – aangetrokken door het feit dat deze partijen zo gehaat en vervolgd worden. Hun marginale persoonlijkheden versterken vervolgens de marginale aard van deze partijen. Het is een ondeugdelijke cirkel van steeds toenemende irrelevantie.

Wat is nu de toekomst voor traditionalistisch rechts? Veel zal afhangen van externe, onvoorspelbare factoren, in de woorden van Macmillan “Events, dear boy, events”! Er zijn alle mogelijke scenario’s denkbaar, zeker als de economische slechtere tijden aanhouden. Het economisch, sociaal en cultureel uithollen van de laatste decennia is dermate voortgeschreden dat het wellicht ongeneeslijk is. Het naoorlogse politiek model van steeds toenemende welvaart plus steeds lakser liberalisme werd ‘gefinancierd’ door eeuwen van opgehoopt sociaal kapitaal en industriële macht, die nu grotendeels verspeeld zijn. Het valt moeilijk in te zien hoe het naoorlogse model nog gered zou kunnen worden – niet dat dat moet! De waarschijnlijke, radicale herstructurering van alle westerse samenlevingen zal kansen bieden voor hen die gereed zijn om er op in te springen – en op ieder moment kan een tot nu toe onbekende individu of partij naar voren treden en alles op zijn kop zetten.

Maar of de toekomst er nu een is van revolutionaire of alleen van geleidelijke verandering, traditionalisten zouden samen moeten werken, hun denken aan moeten scherpen en hun praktijken en presentatie moeten verbeteren. De tekortkomingen van het westerse politieke systeem zijn evengoed de tekortkomingen van links als van centrum-rechts, en de intelligentere jongeren zien dit in. Links had eens een doel – soms een nobel doel – maar nu staat links voor saai burgerlijk conformisme en haar politiek-correcte geloofssysteem is niets dan een neurotische religie. Rechts heeft nu een kans om het intellectuele initiatief te grijpen, met een aantrekkelijk uitgedrukte, voorwaartsblikkende filosofie die tot de verbeelding van intelligente mensen kan spreken. Het moge logisch inconsistent zijn met het begrip van conservatisme van sommige mensen, maar we moeten inspirerende ideeën bestrijden met inspirerende ideeën en realistische programma’s met realistische programma’s.

Heden ten dage is het links dat obscurantistisch is en de gevestigde orde vormt – en het oude rechts dat radicaal is, dat teruggrijpt op eerste principes. Wij zijn het die werkelijk geloven in het vieren van verschillen en daarvoor willen vechten tegenover de wereld. Het is onze zijde die gelooft in diversiteit boven gelijkvormigheid – in het vieren van onderscheiden – in kwaliteit boven gelijkheid – in trots boven schaamte – en vrijheid boven groepsdenken. Dit is een krachtige en positieve boodschap en als we maar een manier kunnen vinden om deze naar voren te brengen, zouden we misschien zelfs het tij nog kunnen keren en iets van het geweldige verleden over kunnen dragen op een veel betere toekomst.

Dit artikel is gebaseerd op een toespraak op een gezamenlijke conferentie van de Quarterly Review en de Traditional Britain Group en met toestemming van de auteur overgenomen. Vertaling: Jonathan van Tongeren