Posted on

Verdere escalatie terroristische aanslagen door terugkeer jihadisten

West-Europese veiligheidsexperts hebben een gedetailleerde analyse over jihadisten gepubliceerd. Daaruit kwamen de volgende, soms weinig verrassende, zaken naar voren: Dat het meestal om mannen tussen de 15 en 69 jaar oud gaat. De helft van hen is vrijgezel, terwijl bijna een kwart getrouwd is en kinderen heeft. 40,2 procent van de jihadisten was werkloos, meer dan 41 procent had een strafblad, een derde psychologische problemen. Meer dan 35 procent werd voor de ‘heilige oorlog’ in Syrië geworven door de massieve internetpropaganda van ‘Islamitische Staat’ (IS) en bijna 48 procent door persoonlijke contacten in hun land van herkomst.

In de afgelopen tijd werden de eerste gevallen bekend waarin vanuit Syrië als gesneuveld gemelde jihadisten in werkelijkheid nog in leven waren en met valse identiteitspapieren naar een Europees land terug gekeerd waren, naar het zich laat denken om daar hun ‘heilige oorlog’ voort te zetten.

Terrorisme-expert Peter Neumann van het Londense King’s College alsmede de Zwitser Léon Gaucher, die als een van de eersten sinds 2005 over jihadisten publiceert, vrezen dat jihadisten vanwege hun steeds verdere terugdringing in Syrië “een nieuwe escalatiegraad, een nog gruwelijker aanslag zullen beramen, om sterker de aandacht te trekken. Ze willen angst en paniek verbreiden. Daarvoor zijn steeds dramatischer aanslagen nodig.”

Neumann sluit zelfs niet uit dat er op enig moment chemische wapens gebruikt zullen worden bij terroristische aanslagen in Europa.

Posted on

Saoedi-Arabië schakelt over van ‘culturele verwoestijning’ naar harde middelen

Dat uitgerekend Saoedi-Arabië afgelopen juni Qatar ervan beschuldigde terrorisme te ondersteunen was een gotspe. Niet dat Qatar niets op de kerfstok heeft, maar geen ander land heeft zoveel gedaan om de radicale islam te verspreiden als Saoedi-Arabië. Reeds sinds enkele tientallen jaren financiert het olierijke land door middel van publieke en private instellingen een veelheid aan organisaties die zich toeleggen op het verspreiden van de meest radicale en reductionistische interpretaties van de islam.

Het omvormen van de islam tot een strategisch inzetbaar wapen is een belangrijk onderdeel van het Saoedische buitenlandbeleid. Het is de voornaamste manier waarop het land macht projecteert en invloed veiligstelt in landen in het Midden-Oosten en de bredere islamitische wereld. Het is tot nu toe een erg succesvolle strategie gebleken, mede mogelijk gemaakt door de Verenigde Staten.

Saoedi-Arabië is bezig met een soort culturele verwoestijning. Eeuwen van diverse en uiteenlopende religieuze tradities binnen de islam, in landen zoals Jemen, Somalië, Egypte, Syrië en Irak, worden weggevaagd door een influx van in Saoedi-Arabië opgeleide imams en in Saoedi-Arabië geproduceerde lesmaterialen. Deze imams en deze lectuur leren de radicale soort islam die overheerst in Saoedi-Arabië: Wahabisme.

In 1744 sloot Mohammed bin Saoed een Faustisch akkoord met Mohammed ibn Abdul-Wahhab: Wahhab zou Saoed steunen in zijn strijd om suprematie als hij trouw zou zweren aan Wahhabs fundamentalistische visie op de islam, die weinig verschilt van de militante Salafistische overtuigingen van ‘Islamitische Staat’ of Al Qaida’s opvatting van de islam.

De Saoeds, die niet afstammen van de profeet Mohammed en die zelfs geen bijzondere claim hebben op de heerschappij in hun territoriale kernland van Najd, steunden op de imams van de Wahhab-familie voor hun religieuze legitimiteit. Zodoende hield het akkoord dat in 1744 gesloten werd stand. In 1926 nam Saoed de Hidjaz over en in 1932 werd het land Saoedi-Arabië in het leven geroepen. Saoeds verovering van het grootste deel van het Arabische schiereiland had niet plaats kunnen vinden zonder de steun van de fanatieke krijgen (de Ikhwan), die vooral vochten om het schiereiland te zuiveren van wat zij als ketterse geloofspraktijken zagen.

De Saoedische koninklijke familie heeft herhaaldelijk geworsteld met wat sommige leden van het Saoedische koningshuis een pact met de duivel genoemd hebben. Hervormingsgezinden binnen de koninklijke familie zijn met handen en voeten gebonden door gedreven imams die een toenemende macht uitoefenen binnen het koninkrijk. De belangrijkste geestelijk leider in Saoedi-Arabië is de moefti van Saoedi-Arabië. Abdul Aziz bin Baaz, de vorige grootmoefti, was berucht om zijn archaïsche opvattingen, zo loochende hij dat de aarde om de zon draait.

De huidige grootmoefti, Abdul Aziz Aal ash-Shaikh, heeft fatwa’s (proclamaties) uitgegeven die opriepen tot de vernietiging van alle kerken op het Arabisch schiereiland, het recht van mannen om meisjes van tien tot bruid te nemen overeind houden, het spelen van schaak verbieden en de gehele Iraanse bevolking tot afvalligen verklaarden.

Dergelijk fanatisme helpt een land niet vooruit, zelfs een buitengewoon rijk land niet. Ondanks zijn rijkdom worstelt Saoedi-Arabië met een snel groeiende bevolking, toenemende armoede en werkloosheid en bloedige sektarische verdeeldheid. Net als de buurlanden aan de Perzische Golf, blijft Saoedi-Arabië in hoge mate afhankelijk van gastarbeiders. Dit is met name het geval bij banen die veel technische expertise vereisen. De maakindustrie in Saoedi-Arabië is zeer beperkt en de economie is nog altijd vrijwel geheel afhankelijk van de export van olie.

Deze binnenlandse problemen dragen bij aan de angst van het Saoedische bewind voor wat het ziet als toenemende Iraanse invloed in de regio. Deze angst is tot op zekere hoogte niet zonder grond. In tegenstelling tot Saoedi-Arabië, beschikt Iran over een formidabele krijgsmacht, een diverse economie met een relatief bloeiende maakindustrie en een groeiende hogeropgeleide middenklasse. Ook niet onbelangrijk is dat Irak, dankzij de Amerikaanse invasie, nu duidelijk binnen de Iraanse invloedssfeer valt.

De reële binnenlandse problemen van Saoedi-Arabië, waar grotendeels niets aan gedaan wordt, in combinatie met de vrees voor Iraanse invloed in de regio, vormen de achtergrond van een buitenlandbeleid dat steeds agressiever wordt. Saoedi-Arabië zet nog een tandje bij in het werken aan culturele klimaatverandering in de rest van de islamitische wereld.

Deze strategie is overal in de islamitische wereld zichtbaar, maar het duidelijkst in het Midden-Oosten en de Hoorn van Afrika. Saoedische stichtingen en charitatieve instellingen hebben in de afgelopen jaren het nodige bewerkstelligd in landen als Somalië en Jemen, eeuwenoude tradities, zoals het bezoeken van de schrijnen van Soefi-heiligen, zijn verdwenen. In veel gevallen zijn de schrijnen zelf vernield door radicale islamisten. Ook aan de kleding is het te zien, zo droegen vrouwen in grote delen van Somalië en Jemen vanouds geen sluiers en in sommige gevallen zelfs geen hoofddoek, maar inmiddels zijn de Saoedisch-geïnspireerde abaya’s, boerka’s en nikaabs opgerukt.

Dit mogen ogenschijnlijk oppervlakkige veranderingen zijn, maar ze zijn het resultaat van aanhoudende inspanningen van ‘charitatieve instellingen’ uit Saoedi-Arabië en de Golfstaten. Eén van hun methodes bestaat in het voorzien in een stortvloed aan gratis of sterk afgeprijsde religieuze materialen, beurzen voor studenten en imams in opleiding om te studeren in madrassa’s in Saoedi-Arabië en het verlenen van microkredieten aan mannen die gezien worden als volgers van de Saoedische variant van de islam.

Deze relatief zachte methodes om deze radicale ideologie te verspreiden, hebben de Saoedische staat goede diensten bewezen. Dergelijk beleid houdt de geestelijke tevreden en scheppen tegelijk een band tussen Saoedi-Arabië en delen van de bevolking in de rest van de islamitische wereld. Ten gevolge van de toegenomen invloed van Iran en zijn eigen diepgewortelde onzekerheid grijpt het Huis Saoed nu echter ook toenemend naar harde middelen.

In Irak, Syrië en Jemen financiert Saoedi-Arabië deels openlijk en deels heimelijk een heel scala aan gewapende groeperingen, die als ze al niet openlijk aan groepen als Al Qaida gelieerd zijn, grotendeels dezelfde doelen nastreven, namelijk de vestiging van een staat waar een radicale interpretatie van de islamitische wetgeving geldt. Ondanks het feit dat vijftien van de negentien kapers van 11 september Saoedische paspoorten hadden en mogelijk geholpen werden door Saoedische functionarissen, heeft de Amerikaanse regering de rol die Saoedi-Arabië speelt in het verspreiden van het radicale islamisme grotendeels genegeerd. Dit is, afgezien van een paar subtiele verschillen, dezelfde ideologie als ten grondslag ligt aan terroristische groeperingen als ‘Islamitische Staat’. Niet alleen hebben de VS de rol die Saoedi-Arabië speelt in het verspreiden van radicaal islamisme doorheen de islamitische wereld genegeerd, ze steunen nu ook nog eens de rücksichtslose oorlog van een coalitie onder leiding van Saoedi-Arabië in Jemen.

In Jemen is Saoedi-Arabië betrokken in een oorlog die het hele land in de vernieling heeft geholpen en de op dit moment grootste, meest nijpende en tegelijk meest miskende humanitaire crisis in de wereld heeft voortgebracht. De groepering die nog het meeste heeft geprofiteerd van de oorlog van Saoedi-Arabië en co. in Jemen is Al Qaida op het Arabisch Schiereiland (AQAP). Terwijl Saoedische bommenwerpers zonder ophouden alles in Jemen, van ziekenhuizen en boerderijen tot vluchtelingenkampen gebombardeerd hebben, nemen ze nooit bolwerken van AQAP op de korrel. AQAP is er zodoende in geslaagd de Jemenitische havenstad van Mukalla een jaar lang te bezetten. AQAP en Saoedi-Arabië vechten tegen de zelfde vijand: de Houthi’s. De Houthi’s worden gemakshalve door veel commentatoren als een Iraanse proxy neergezet in het kader van een breder soennitisch-sjiitisch conflict, maar dat is een te grote simplificatie, want in feite behoren de leden van de rebellengroep tot de Zaidi’s, die zich nog weer onderscheidt van de Sjiitische islam in Iran. Bovendien is er vanuit Iran hooguit morele, maar niet of nauwelijks materiële steun geweest voor de Houthi’s.

De oorlog in Jemen heeft in ieder geval ook de beperkingen van het Saoedische buitenlandbeleid laten zien en bovendien de zwakte van zijn krijgsmacht, die er dikwijls niet in slaagt het eigen territorium te verdedigen tegen de Houthi’s. De oorlog in Jemen zou ook een waarschuwing moeten zijn voor de Amerikaanse beleidsmakers. Doordat men Saoedi-Arabië heeft toegelaten de stap van zachte naar harde middelen te maken, hebben terroristische groeperingen als AQAP voet aan de grond gekregen, evenals diverse groeperingen in Syrië.

Dat Saoedi-Arabië toenemend naar harde middelen grijpt, is ook een risico voor relatief stabiele landen in het Midden-Oosten. Saoedi-Arabië en zijn bondgenoot de Verenigde Arabische Emiraten hebben nu een blokkade van Qatar ingesteld. Qatar is echter ook een bondgenoot van de Verenigde Staten en biedt tevens onderdak aan het Amerikaanse commandocentrum voor het hele Midden-Oosten. Doordat de VS Saoedi-Arabië hebben toegelaten van zachte middelen over te schakelen naar harde middelen, is er een dynamiek ontstaan waarin ook de Amerikaanse belangen in de regio in gevaar kunnen komen.

Posted on

Toenemende invloed Saoedi-Arabië en Turkije in Kosovo

Vanwege werving voor de jihad in Syrië en Irak, aanstichting tot haat, het propageren van religieuze intolerantie en tenslotte belastingontduiking, is in de Kosovaarse hoofdstad Pristina de hoofdprediker van de centrale moskee Shefet Krasniqi (51) gearresteerd.

De opperimam van Kosovo hoorde in de jaren ’90 tot de eerste Kosovo-Albanezen die hun studie in Saoedi-Arabië deden. Krasniqi is geen uitzondering. Volgens een bericht van Le Figaro zou in de omgeving van Pristina in 22 moskeeën zijn opgeroepen tot de heilige oorlog. En dat bij wijze van spreken onder het toeziend oog van EU-soldaten en -ambtenaren, die daar gestationeerd zijn.

Het Balkanlandje is tot Europa’s jihadcentrale geworden. In Kosovo heeft de radicale Saoedi-Arabische staatsislam van de Wahhabieten zich gevestigd. Net als de Salafisten staan de Wahhabieten voor een primitieve islam, die zich strikt op Mohammeds 7e eeuw oriënteert.

Van de momenteel meer dan 800 moskeeën in Kosovo stammen er 240 van financiers uit Saoedi-Arabië, die via stichtingen en ngo’s sinds de afscheiding in 1999 geld naar Kosovo overmaken. Vooral de nieuwe moskeeën worden verantwoordelijk gehouden voor de Wahhabitische indoctrinatie van de Kosovaren.

Terwijl het westen onder aanvoering van de Amerikanen in 1999, onder het mom van democratie en mensenrechten, militair intervenieerde om de afscheiding van Kosovo van (romp-)Joegoslavië mogelijk te maken, gebruikten de Saoedi’s de ontstane situatie om hun versie van de islam ingang te doen vinden.

Maar de geldschieters uit Saoedi-Arabië, Qatar, Koeweit en Bahrein maakten niet alleen de bouw van moskeeën mogelijk, ze betaalden ook de opleiding van honderden imams op het Arabisch schiereiland. Volgens het Franse dagblad betaalden religieuze stichtingen ook premies variërend van 100 à 300 euro aan mannen die een salafistenbaard lieten staan en vrouwen die zich sluierden.

Terwijl er voor 2000 nauwelijks gesluierde vrouwen te zien waren in Kosovo, wordt hun aantal inmiddels steeds groter. De Ramadan, vroeger een privézaak, wordt nu publiek doorgevoerd en door de staat bewaakt. Het Albanese nationalisme, dat eens tot de opstand tegen Slobodan Milosevic leidde, heeft met het Wahhabisme een belangrijke wereldbeschouwelijke concurrent gekregen.

Van de Europese Unie heeft Kosovo sinds 1999 zo’n vijf miljard euro aan hulpgelden ontvangen, veel meer per hoofd van de bevolking dan bijvoorbeeld de 16 miljard dollar Marshall-hulp aan 16 Europese landen na de Tweede Wereldoorlog. Desondanks is Kosovo nog altijd het armste land van Europa. De werkloosheid ligt bij 30 en de jeugdwerkloosheid bij 70 procent.

Terwijl toetreding tot de EU voor het straatarme land veraf is, toont Recep Tayyip Erdogan in het kader van zijn nieuwe Turkse grootmachtpolitiek belangstelling voor Kosovo. De opvolger van het Ottomaanse rijk investeert in luchthavens, wegen en banken en stuurt imams naar Kosovo. Een van de wederdiensten die Ankara verlangt, is dat Kosovo zijn schoolboeken zo corrigeert dat de Ottomaanse geschiedenis mooier voorkomt.

Posted on 2 Comments

“Zonder Poetin was Syrië er geweest”

Volgens de Vlaamse pater Daniël Maes, die sinds 2010 in Syrië woont, klopt er niks van de berichtgeving over de oorlog in het land. Niet president Bashar al-Assad is het probleem, maar onze eigen politici, die ISIS en Al Nusra steunen om de Syrische regering ten val te brengen. “De echte terroristenleiders zitten in het Westen en Saoedi-Arabië.”

De 79-jarige pater Daniël Maes is tijdelijk terug in zijn geboorteland België. Hij verblijft in de norbertijner abdij van het Vlaamse Postel, van waaruit hij in 2010 vertrok naar Syrië, dat toen nog niet in oorlog was. In Qara beleefde hij precaire momenten, toen in 2013 het 25.000 zielen tellende dorp werd ingenomen door een rebellenleger van 60.000 man. Nu is hij ‘op vakantie’ in België, om aan te sterken, nadat hij in Syrië zwaar ziek was geworden (‘Ik dacht: Het is gedaan’), en het eten daar niet meer kon verdragen. Maar ook om de mensen in de Lage Landen het ‘echte verhaal’ te vertellen over Syrië, omdat ze dat van de mainstream media niet te horen krijgen. Midden juni vertrekt hij weer, zijn valiezen gevuld met hulpgoederen voor de noodlijdende Syrische bevolking. 

U woont in een klooster uit de zesde eeuw na Christus, in een land ver van huis.  Hoe kwam u daar zo terecht? 

Ik kwam daar op uitnodiging van de moeder overste, zuster Agnes-Mariam. Zij is een bijzondere figuur. Ze heeft jarenlang als hippie de wereld rondgezworven. En zij heeft de gave de authenticiteit van het monnikenleven in een aangepaste stijl te brengen. Ik vond in het Mar Yakub klooster waar ik mijn hele leven mee bezig was geweest: charismatische bezieling, oecumenische openheid, het missionarissenwerk en de zorg voor de armen. Het klooster was een ruïne, toen moeder Agnes-Mariam het aantrof, en het is vanaf het jaar 2000 onder haar leiding prachtig gerestaureerd. Ik kwam er als toerist, en ik zou er als toerist weggaan, maar Agnes-Mariam vroeg mij of ik een propedeutisch jaar wilden organiseren, een voorbereiding voor de priesteropleiding, het allereerste katholieke seminarie van heel Syrië. En zo ben ik gebleven.

Wat was uw indruk van Syrië voordat de oorlog uitbrak?

Het was een prachtig land. De persoonlijke politieke vrijheden bleken niet al te groot te zijn; dat had ik wel verwacht. Maar voor het overige werd ik aangenaam verrast. Er heerste een weldadige oosterse gastvrijheid, en een rust en orde zoals wij die in eigen land nooit hebben gekend. Stelen en baldadigheden waren nagenoeg onbestaande. De vele verschillende gelovige en etnische groepen leefden harmonieus naast elkaar.

Het land had geen staatsschuld en kende geen daklozen. Integendeel, vele honderdduizenden vluchtelingen van omringende landen, zoals Irak, werden opgenomen en ook onderhouden als eigen burgers.

Het dagelijks leven was bovendien zeer goedkoop, zoals de voeding. Scholen, universiteiten en ziekenhuizen waren gratis, zelfs voor ons vreemdelingen. Ik sprak een Franse chirurg die zei dat de ziekenhuizen in Syrië beter waren dan die in Frankrijk.

Hoe is het conflict in Syrië begonnen? De heersende opinie in het Westen is dat de eerste protesten in Homs vreedzaam begonnen, en dat dat op slag veranderde door het harde optreden van de regering.

Dat is klinkklare nonsens. Ik heb met eigen ogen gezien hoe die zogenaamde volksopstand ontstaan is in Qara. Op een vrijdagavond in november  2011, onderweg naar de pastorie, waar ik was uitgenodigd, zag ik bij de centrale moskee een groep van zo’n vijftien jongeren. Ze riepen dat Assad een dictator was, en dat hij weg moest. En ik zag andere jongeren die daar foto’s van maakten. Ze maakten zoveel herrie dat het mij een unheimisch gevoel gaf. Ik meldde dat bij de pastoor, maar die wist er al van. Hij zei: ‘Sinds enige tijd komen hier mannen van buiten Syrië. Die komen herrie maken, en die nodigen dan onze jongeren uit om daar foto’s  en video’s van te maken. Als ze die aan de Al Jazeera bezorgen, dan krijgen ze daar geld voor.’

Toen waren er nog geen protesten geweest in Homs?

Het moet rond de tijd zijn geweest dat daar de protesten begonnen. De Nederlandse Pater Frans van der Lugt, die in Homs woonde, en die later daar vermoord is, heeft ook gezien en gemeld in zijn brieven dat het niet de politie was die begon met schieten, maar de terroristen die zich te midden van de demonstranten bevonden.

De Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders vindt dat Assad zou moeten worden berecht door het Internationaal Strafhof in Den Haag vanwege oorlogsmisdaden. U ziet dat anders?

Die Koenders is een kleine jongen die daar staat als een koning maar niet weet dat hij geen kleren aan heeft. Iedereen met een klein beetje verstand ziet dat hij een marionet is van de Amerikanen, die precies zegt wat ze hem influisteren.

Wie de belangen van vreemde grootmachten dient om andere volken in de diepste ellende te storten, is een terroristenleider, de naam van staatsman onwaardig.

Assad heeft niks verkeerds gedaan?

Zie de gifgasaanval in Goutha, bij Damascus, in 2013, waarvan Assad onmiddellijk werd beschuldigd. Iedereen die zich daar ook maar een klein beetje in verdiept, ziet meteen dat het de terroristen waren die daar achter zaten.

Een jaar voor de gifgasaanval had Obama gezegd: ‘Het gebruik van chemische wapens is een rode lijn.’  Iedereen in de journalistiek zou toen moeten hebben gedacht: ‘Klinkt dat niet een beetje als president Bush, die indertijd zei: Binnen 48 uur moeten de massavernietigingswapens van Irak bovenkomen.’

Maar ze trapten er opnieuw in. Met veel mediaomhaal werd er een internationale onderzoekscommissie naar Damascus gestuurd, en juist toen ze waren gearriveerd, was er die enorme gifgasaanval, praktisch onder hun neus. In Ghouta nota bene, een onbewoonde streek, waar de mensen allang waren gevlucht.

En binnen twee uur verschenen er foto’s van kamers met stervende kinderen. Van Hollywood-kwaliteit. Sommige bleken lang tevoren te zijn genomen, andere twee uur na de aanval. En nergens een treurende moeder te zien.

Er waren wel ouders die hun kinderen herkenden op de foto’s. Maar die woonden niet in Ghouta, maar 200 kilometer verderop, in dorpen rondom Latakia. Twee weken voor de gifgasaanval waren hun dorpen overvallen door terroristen, en die hadden hun kinderen gekidnapt. Het waren dus gekidnapte kinderen die we op de foto’s te zien kregen, die vermoord waren om een mediastunt uit te halen. Hoe is het mogelijk dat er zoveel stomme journalisten zijn die dat niet doorhebben? U kunt het nalezen in het rapport van Moeder Agnes-Mariam.

Zijn er dan helemaal geen oorlogsmisdaden gepleegd door de Syrische autoriteiten? Amnesty International bracht in februari nog een rapport uit over massaexecuties in een gevangenis in de buurt van Damascus.

Als je als journalist wilt weten hoe het werkelijk zit, dan moet je geen rapporten van Amnesty gaan lezen, dan moet je naar het land zelf gaan. En ik vraag u: Hoe kan het dat een president die zoveel oorlogsmisdaden begaat tegen zijn eigen volk, zolang in leven kan blijven, terwijl het land vol zit van terroristen die hem naar het leven staan? En hoe kan het dat je overal in Syrië mensen ziet met de foto van Assad op de achterruit van hun auto?

De christenen, sjiieten, druzen en alawieten misschien. Maar ook de soennieten?

Absoluut. De overgrote meerderheid van de soennieten staat achter Assad. En als je in Tartus komt, waar veel soennieten wonen, dan zie je daar niet alleen foto’s van Assad, maar ook die van Poetin.

Voor het rapport van Amnesty over de Saydnaya-gevangenis zijn tientallen getuigen geïnterviewd.

Dat is vals. Het laatste verhaal is dat Assad duizenden mensen heeft gecremeerd in die gevangenis. Dat kan helemaal niet. Die is zo klein, daar kunnen nooit in zo’n korte tijd zoveel mensen zijn omgebracht.

Amnesty heeft gezegd dat ze het Amerikaanse verhaal van de crematies niet kan bevestigen.

Ze spreken het ook niet tegen. En intussen hebben de media de verdenking zo vaak herhaald, dat de mensen het zijn gaan geloven.

Hoe ziet u de rol van de journalistiek? Hoe kan het dat zij een beeld schetsen van Syrië dat u totaal niet herkent?

Daarvoor moet u het boek lezen van de Duitse journalist Udo Ulfkotte, Gekochte Journalisten.  Als je niet meegaat met de heersende opinie, het opgelegde draaiboek niet volgt, dan kom je onvermijdelijk in botsing. Dan word je buitengezet.

Maar erger vind ik nog een organisatie als Pax Christi, die in naam van kerkelijke instanties reclame maakt voor de zogenaamde ‘gematigde rebellen’, en zich daarmee totaal keert tegen de christenen in Syrië, tegen de bisschoppen en patriarchen daar. Pax Christi steunt het uitmoorden van Syrische christenen.

Ik heb een voordracht gezien van een zogenaamde Midden-Oosten expert van Pax Christi. Aan het einde van haar voordracht toonde ze haar bronnen. Die waren: Al Jazeera, Al Jazeera en Al Jazeera.

Wat betreft die journalisten: Ik begrijp het wel een beetje. Ze hebben vaak een gezin waarvoor ze moeten zorgen. Maar ik zou wel willen dat ze wat meer ruggengraat toonden.  Het zijn zakken, platbroeken, die je overal neer kunt zetten, omdat ze zelf geen enkele mening hebben.

Waarom denkt u dat zoveel landen af willen van Assad?

In 2009 heeft Qatar Bashar al-Assad gevraagd een pijpleiding aan te leggen door Syrië naar de Middellandse Zee. Assad heeft toen gezegd: Wij gaan dat niet doen want we zijn al bezig zo’n pijplijn aan te leggen met Rusland en Iran. Toen is de oorlog begonnen. Niet in 2011.

We moeten niet vergeten: Homs, waar de protesten begonnen, is een belangrijke locatie voor de doorgang van de pijpleiding. Het is geen toeval dat juist daar de gewelddadigheden begonnen, en dat de nieuwszender van Qatar, Al Jazeera, daar bovenop zat.

En de overige landen? Waarom zijn zij Assad vijandig gezind?

Voor het Westen is het onaanvaardbaar dat Syrië nog een van de weinige landen is met een bank die onafhankelijk is, en dat het land geen staatsschuld had en dus niet ‘gered’ hoefde te worden.

En de Turken die willen gewoonweg het Ottomaanse rijk terug. Het is ook schandalig wat ze in Aleppo hebben gedaan. Aleppo was het economische hart van Syrië. De Turken hebben daar in een paar dagen tijden alle fabrieken ontmanteld en meegenomen naar Turkije.

Israël is ook een hele belangrijke motor achter het conflict. De zionisten willen een pure joodse staat van de Nijl tot de Eufraat. Ze willen dat Syrië in kleine staatjes uiteen valt, en dat die staatjes elkaar gaan bevechten. Divide et empera.  Verdeel en heers.

De Israëli’s bombarderen in Syrië, ze verplegen gewonde terroristen en ze leveren wapens.

Ik denk dat het zionisme even slecht is voor het jodendom als ISIS voor de islam. Maar laten we dat maar niet hardop zeggen, want dan is men voor veel protestanten in Nederland de duivel zelve.

De Israeli’s zeggen dat ze zich in het conflict mengen vanwege de aanwezigheid van milities van Hezbollah.

Dat is waar. Maar Hezbollah is één van de mooiste verzetsbewegingen die er bestaan. Ik heb jongemannen van Hezbollah gesproken, en zij zeggen: ‘Wij zijn ontstaan toen de zionisten onze families kwamen verjagen en uitmoorden. En wij helpen daarom degenen die op dezelfde wijze zo onderdrukt worden’.

U zegt zelfs dat u uw leven te danken heeft aan Hezbollah.

Het is mede dankzij Hezbollah dat zoveel christenen en andere Syriërs nog in leven zijn.  Ze zijn ons op de moeilijkste momenten te hulp geschoten. En hetzelfde geldt voor het Syrische leger en de Russen. Als Poetin niet gekomen was in 2015, dan had Syrië zeker niet meer bestaan.

Van de Russen wordt gezegd dat ze zich in het conflict hebben gemengd om hun positie in Syrië te verdedigen.

Er zal zeker eigenbelang bijzitten. Maar Poetin is ook iemand die de christenen wil verdedigen. En hij wil ook een multipolaire wereldorde, waarin niet één land, Amerika, alles bepaalt. Het ergert Poetin dat de Amerikanen zich niks aantrekken van internationale regels. Ze plegen een staatsgreep in Oekraïne, en zijn dan nog zo brutaal om te zeggen dat de Russen zo agressief reageren.

Syrië is een soeverein land. Dat is wat Poetin benadrukt. Hij zegt ook: Wij zijn er niet ter bescherming van Assad, maar ter bescherming van de Syrische staat.

De Russen zijn de enigen die, met toestemming van de Syrische regering, militair aanwezig zijn in Syrië. Wat doen de Belgische en Nederlandse F16’s daar? Die hebben er niks te zoeken. Zij werken mee aan de vernietiging van een land.

Het Westen zegt ISIS te bestrijden. Maar u betwijfelt dat?

U herinnert zich vast nog de Hollywoodopnamen van ISIS die Syrië binnenreed, een eindeloze colonne van gloednieuwe Toyota’s, dwars door de woestijn. Die zouden toch in een half uur opgeruimd moeten zijn geweest als het Westen dat werkelijk gewild had? Maar dat is niet gebeurd hè? En van wie hadden ze die Toyota’s? Ga dat maar eens uitzoeken.

Wat we wel steeds horen is dat ISIS bij vergissing wapens in handen krijgt die bedoeld zijn voor de gematigden, en dat bij vergissing het Syrische regeringsleger wordt gebombardeerd. En hier en daar wordt dan misschien nog eens een ISIS-strijder getroffen, maar dat zijn meer de uitzonderingen.

Christenen vormen een minderheid in Syrië. Hoe zien zij het geweld van ISIS, Al Nusra en andere groeperingen? Als een probleem van de islam?

In de eerste plaats zien zij het als een politiek middel van het Westen, om Syrië te ontwrichten en een regeringswissel te brengen. En niet alleen de christenen, ook de moslims in Syrië zien dat zo. Zij schamen zich voor ISIS en Al Nusra. Zij zeggen: ‘Dat is niet de islam.’

Hoe ziet u zelf het geweld binnen de islam?

De islam is dubbelzinnig. In de Koran staan hele mooie verzen over de vrede. Maar in de Koran staat ook dat de ongelovigen, dus de niet-moslims, afgemaakt moeten worden.

De Bijbel en de Torah zijn ook niet vrij van geweld.

Dat is zo. Maar de onvolmaaktheden van het Oude Testament komen tot ontplooiing in het Nieuwe Testament. En van de Koran zou je kunnen zeggen: het is het Oude Testament zonder de geest van het Nieuwe Testament.

Jezus zei: ‘Ik kom niet om de vrede te brengen, maar het zwaard.’

Als jij iemand met het zwaard doodt of verwondt, dan zal in heel de christenheid niemand zeggen: ‘Die man volgt het evangelie.’ Maar als een moslim zichzelf opblaast midden in een grote groep mensen, dan zijn er helaas moslims die zeggen: ‘Ik zou dat eigenlijk ook moeten doen, maar ik heb de moed niet.’

Maar uw ervaringen met moslims in Syrië zijn overwegend positief?

Ik ben door moslims altijd even gastvrij ontvangen als door christenen. Syrië is een seculiere staat. Syriërs zien zichzelf in de eerste plaats als Syriër, en daarna pas als christen, soenniet, druz, alaviet of sjiiet. Je ziet dat ook in de regering. Daar zie je ministers van diverse religies. Iedereen mag zichzelf zijn. De harmonieuze samenwerking van bevolkingsgroepen is altijd kenmerkend geweest voor Syrië. Ze zien zichzelf als één familie.

Ik heb zelfs een kolonel meegemaakt van het Syrische leger, die mij vroeg of ik hem wilde zegenen voordat hij naar Aleppo vertrok. Dat was een soenniet.

Hoe denken christenen in Syrië over de steun die westerse regeringen geven aan gewapende groeperingen?

Ze lijden eronder dat hun geloofsgenoten in het Westen niet solidair zijn met ze. Ze begrijpen het ook niet.

Misschien zijn er in Syrië ook christenen die het juist toejuichen dat het Westen bepaalde gewapende groepen steunt?

Ik ken ze niet. Maar als u ernaar op zoek gaat, zult u ze misschien vinden. Er zijn altijd en overal uitzonderingen op de regel. Maar de doorsnee Syriër moet daar niets van hebben.

Heeft u contact gehad in België of in Nederland met politici?

Met Herman van Rompuy, in 2012, toen hij voorzitter was van de Europese Raad. Ik had de indruk dat hij nauwelijks wist waar Syrië lag. Het enige wat hij over Syrië dacht te weten, had hij uit rapporten die het land omschreven als de vreselijkste dictatuur ter wereld. Die ontmoeting heeft mij echt ontgoocheld. Ik vertelde hem dat mijn ervaring was dat Assad gesteund werd door brede lagen van de bevolking, ook door de soennieten. Maar het leek alsof die man dat ervoer als heiligschennis. Ik had sterk de indruk dat hij vooral bezig was met de vraag: ‘Hoe voorkom ik dat ik op die 28 paar tenen ga staan in de Europese Raad?’

Pieter Omtzigt van het CDA heb ik vorig jaar ontmoet. Die weet werkelijk wat er gaande is en is ook bereid zich in te zetten.

Ik heb begrepen: In Nederland hebben de christelijke partijen gestemd voor een motie om de steun te staken aan het Vrije Syrische Leger. Maar de PVV heeft tegen gestemd. Begrijpt u dat? Is dat omdat zij zionisten zijn? Als je tegen de radicale islam bent, waarom stem je dan voor het steunen van islamitische terroristen in Syrië?

Veel Syriërs zijn gevlucht naar Libanon en naar gebieden in Syrië die onder controle zijn van de Syrische staat. Wat onderscheidt deze vluchtelingen van degenen die  naar het Westen vluchten?

Iedereen die de kans had te vluchten naar gebieden die door het regeringsleger gecontroleerd werden, heeft dat gedaan. Uitgezonderd degenen die geen toekomst meer zagen in Syrië.

Er is kritiek op Syrische jongemannen die naar het Westen gevlucht zijn. Daarover wordt gezegd: Waarom zijn die gevlucht? Waarom vechten ze niet terug?

Het is een georganiseerde ontwrichting. Die jongemannen zijn naar Europa gelokt, want Europa moet geïslamiseerd worden.

Kan iedere jongeman dienst nemen in het Syrische leger? Bestaat er een dienstplicht?

Jazeker. Alleen wie vluchten ontkomen daaraan. Daar staat tegenover dat veel oudere mannen zich vrijwillig hebben aangemeld.

Het Westen leidt een boycot tegen Syrië. Hoe houden de Syriërs zich desondanks in leven?

Veel komt het land binnen via liefdadigheid. Maar ik heb tot mijn verbazing, net voor mijn vertrek uit Syrië, medicamenten gezien die in Aleppo gemaakt waren. Dus ondanks alle verwoesting daar zijn ze er toch weer in geslaagd opnieuw te beginnen.

In een eerder interview sprak u de hoop uit dat president Donald Trump voor verandering zou zorgen van het Amerikaanse beleid. Bent u nog steeds zo hoopvol gestemd over hem?

Trump zei tijdens zijn verkiezingscampagne wat elk verstandig mens in zijn plaats gezegd zou hebben: ‘We moeten stoppen met wapens leveren aan rebellen, want we weten niet wie het zijn. Laten we stoppen met interveniëren in soevereine landen. En laten we samen met Rusland het terrorisme bestrijden.’

Dat was hoopvol. Maar intussen is hij in de greep gekomen van de Deep State, de werkelijke machthebbers in het land. Hij heeft die raketten afgevuurd op dat militaire vliegveld in Syrië. Waarschijnlijk onder druk van de Deep State. Desondanks heeft hij de Syriërs verwittigd. Zodat er weinig schade is aangericht. De meeste vliegtuigen waren al weggehaald. En de helft van de raketten was niet eens aangekomen. De dag erna was het vliegveld alweer operationeel.

U bent nu op vakantie in België. Gaat u met een gerust hart terug naar Syrië? U heeft er benauwde momenten doorgemaakt.

In 2013 werd Qara ingenomen door een leger van 60.000 terroristen. Ze liepen schietend door de stad. We hebben ons toen verstopt in de kelder van het klooster. Na een week werden ze verdreven door het Syrische leger. Die waren maar met 200 man! Maar toch sloegen de terroristen op de vlucht, terug naar Libanon, de ene groep na de andere. Dat was omdat ze geen sterk geheel vormden. Ze bestreden elkaar. Toch is er geen enkele menselijke verklaring voor waarom ze met zulk een overmacht het klooster niet hebben ingenomen.

U bent toen niet bang geweest?

De meesten van ons hebben geen enkele vrees gehad, zelfs niet op de momenten dat we dachten: Het is gedaan. We hadden ook geen tijd om ons zorgen te maken, omdat er kinderen en vrouwen en zwakken van gestel waren om wie we moesten denken. Er is zelf nog een kind geboren bij ons. Iedereen was erg bekommerd om elkaar. De kinderen moesten bezig gehouden worden. We deden spelletjes, we hebben gebeden en gezongen. We hadden na een paar dagen geen water meer, maar nog wel melk. En aan het einde van de week begon het te sneeuwen. Dat was het begin van het einde van de belegering.


Noot van de redactie: Aanvankelijk is per abuis een ongecorrigeerde versie van het interview gepubliceerd. Om 10.37 uur is derhalve een aantal kleine correcties gedaan.

Posted on

IS-leider mogelijk in Amerikaanse foltergevangenis Abu Ghraib geradicaliseerd

Volgens een reportage van het journalistieke platform The Intercept, zou de IS-leider Ibrahim Awad Ibrahim al-Badry, beter bekend onder zijn nom de guerre Abu Bakr al-Baghdadi, in de Amerikaanse foltergevangenis Abu Ghraib geradicaliseerd kunnen zijn.

In 2004 leidde de publicatie van beeldmateriaal uit deze gevangenis in Irak internationaal tot een schandaal. Op foto’s en film was vastgelegd hoe Irakese gevangenen door hun Amerikaanse bewakers zwaar mishandeld, misbruikt en gefolterd werden.

De beelden zorgden destijds wereldwijd voor ontsteltenis bij regeringen en media, waarop zich de toenmalige Amerikaanse president George W. Bush en zijn minister van Defensie Donald Rumsfeld zowaar publiek verontschuldigden. De verantwoordelijke gevangenisbewaarders werden weliswaar veroordeeld, niemand weet echter wat er van de gevangen die het betrof precies geworden is.

Tot nog toe werd vermoed dat IS-leider Ibrahim Awad Ibrahim al-Badry in Camp Bucca, een Amerikaans gevangeniskamp nabij de havenstad Umm Qasr in het zuiden van Irak gevangen was. Nu heeft het Amerikaanse leger tegenover journalisten van The Intercept echter bevestigd dat hij onder het nummer US9IZ-157911CI acht maanden in Abu Ghraib was.

Van de levensloop van al-Badry is vrij weinig bekend, wat een analyse van zijn persoonlijkheid en motivatie bemoeilijkt. De Verenigde Staten hebben aan die vaagheid echter ook bijgedragen. Zo waren er tot nog toe veel tegenstrijdige gegevens over de duur van zijn gevangenschap en de locatie in Irak waar hij gevangen gehouden werd.

De Verenigde Staten hebben inmiddels een prijs van 10 miljoen dollar staan op het hoofd van ‘kalief Ibrahim’ zoals al-Badry zichzelf noemt. Hij wordt verantwoordelijk gehouden voor misdaden tegen de menselijkheid, etnische zuiveringen en executies door onthoofding, kruisiging, verdrinking en levende verbranding, die in het ‘kalifaat’ hebben plaats gevonden.

Het feit dat al-Badry in Abu Ghraib gevangen heeft gezeten, zou mede kunnen verklaren hoe hij geradicaliseerd is. Wie de beelden van de toestanden in de Amerikaanse gevangenis in Irak kent (googelen op eigen risico), kan het niet verbazen dat deze na de oorlog de reputatie van ‘djihad-universiteit’ kreeg.

Posted on

De mentale geografie van ‘Islamitische Staat’

Dat ‘Islamitische Staat’ (IS) zijn veroverde gebied inmiddels langzaam maar zeker verliest aan diverse andere staten of groeperingen, betekent nog niet dat IS daarmee ook verslagen wordt, schrijft de Franse schrijver en filmregisseur Yann Moix in het Franse dagblad Le Monde. IS is volgens Moix namelijk allang bezig een gemoedstoestand te worden.

Hoe meer grondgebied IS verliest, hoe meer zieltjes het wint. Een land dat in werkelijkheid steeds onvoorstelbaarder wordt, wordt in de verbeelding steeds reëler. Elke verloren kavel metamorfoseert tot een intentie. De aanslagen in naam van IS zullen niet ophouden bij IS: het verloren kalifaat zal zich, als het beloofde paradijs, in de hoofden realiseren.

IS wordt zo de staat voor al diegenen die zich in een bepaalde gemoedstoestand bevinden, een mentale staat met andere woorden. Volgens Moix is het te simpel om te stellen dat als IS als staat geen fysiek territorium meer bezet, het dan simpelweg niet meer bestaat. Dat onderschat volgens hem de vermenging die er kan zijn tussen realiteit en virtualiteit:

Kijk maar naar Pokémon Go. De werkelijkheid beperkt zich momenteel niet meer tot wat reëel is; ook het virtuele speelt een rol. De Islamitische Staat van de grond en de Islamitische Staat van het web zijn één pot nat.

In een tijd waarin de computer en het internet zo’n belangrijke plaats innemen, zou het volgens Moix een vergissing zijn te denken dat de territoriale versie van IS van groter belang is dan de draagbare versie.

Moix wijst er vervolgens op dat IS de gewoonte van het opeisen van aanslagen fundamenteel verandert heeft. Waar het vroeger gebruikelijk was om een aanslag achteraf al dan niet op te eisen voor een organisatie, eist IS als het ware bij voorbaat aanslagen op:

[H]et opeisen is niet langer een kwalificatie van een daad uit het verleden, maar van willekeurig welke toekomstige daad. [..] IS tekent de godganse dag blanco cheques: Célines geliefde uitdrukking ‘dood op krediet’ is hier alleszins van toepassing. Elke gepleegde aanslag past op de een of andere manier in de toekomst die IS met zijn ogen dicht voor zich ziet.

Datzelfde verschil van verleden en toekomst ziet Moix bij de reactie op de aanslagen. Na de aanslagen gedenkt men in het Westen de doden, is met andere woorden gericht op het verleden. Ondertussen gedenkt IS niet de terroristen die omgekomen zijn, maar houdt zich bezig met degenen die zich opmaken voor volgende aanslagen. De schrijver typeert de strijd met IS dan ook als een oorlog van verschillende tijdsbelevingen.

Wat Yann Moix schrijft over werkelijkheid, realiteit en virtualiteit, doet sterk denken aan het boek Welkom in de woestijn van de werkelijkheid van de Sloveense filosoof Slavoj Zizek, dat insteekt bij de aanslagen van 11 september 2001 op het World Trade Center en het Pentagon.

Posted on 1 Comment

Hoe voormalig Duits regeringscentrum Bonn een Salafistenbolwerk werd

De diplomatieke wijk van het voormalige Duitse regeringscentrum Bonn is, na het vertrek van de regering, het parlement en het staatshoofd naar Berlijn, door de komst van de König-Fahd-Akademie tot een salafistisch bolwerk uitgegroeid.

De naar de in 2005 overleden vijfde koning van Saoedi-Arabië vernoemde school in de wijk Lannesdorf van de deelgemeente Bad Godesberg van Bonn was oorspronkelijk een door Saoedi-Arabië gefinancierde onderwijsinstelling uitsluitend voor tijdelijk in Duitsland wonende kinderen van Saoedische diplomaten.

Sinds de diplomaten in 2000 naar Berlijn vertrokken, zijn het vooral kinderen van vrome Salafisten van Noord-Afrikaanse afkomst die zich mede vanwege de school in Bad Godesberg gevestigd hebben. Nabij de school ontstond dan ook een moskee, die ruimte biedt aan enkele honderden gelovigen.

De König-Fahd-Akademie biedt onderwijs volgens het Saoedische onderwijsplan in twaalf leerjaren. Wettelijk valt de school niet onder het Duitse onderwijstoezicht en ze richt zich dus ook niet naar Duitse onderwijsrichtlijnen. Alles gebeurt onder verantwoordelijkheid van het koninkrijk Saoedi-Arabië. Tot 2004 werd er acht uur in de week godsdienstonderwijs gegeven, zes uur Arabisch en slechts één uur Duits. Pas in 2008 werd het onderwijs in de Duitse taal uitgebreid.

Reeds in 2003 werden echter op grote schaal activiteiten van Salafistische groeperingen vast gesteld.In de herfst van datzelfde jaar kwam ook naar buiten dat tijdens het vrijdaggebed in de moskee bij de school tot de heilige oorlog tegen niet-moslims opgeroepen was.

Na onderhandelingen tussen de toenmalige president van het district Keulen Jürgen Roters (SPD) en de ambassade van Saoedi-Arabië werd de voortzetting van de school onder voorwaarden toegestaan. De Frankfurter Allgemeine Zeitung had kort daarvoor geciteerd uit een lesboek voor de zevende klas, waarin pejoratief gesproken werd over jodendom en christendom en zelfmoordterroristen als helden voorgesteld werden.

De König-Fahd-Akademie in Bad Godesberg is uitgegroeid tot een verzamelplaats voor Salafistische groeperingen (foto: Hans Weingartz).
De König-Fahd-Akademie in Bad Godesberg is uitgegroeid tot een verzamelplaats voor Salafistische groeperingen (foto: Hans Weingartz).

In mei 2012 raakten bij Salafistische rellen 2 politieagenten zwaar en 24 licht gewond door messteken. Aanleiding voor de Salafistische rellen was een vreedzame manifestatie van de burgerbeweging Pro NRW nabij de school, waarbij karikaturen van Mohammed te zien waren geweest.

De König-Fahd-Akademie is een verzamelplaats voor fundamentalistische groepen uit heel Duitsland geworden, samen met de Al-Ansar-moskee van de Marokkaanse culturele vereniging aan de Bonner Straße, die in Bad Godesberg inmiddels als ‘Bagdad Allee’ bekend staat. Diverse straten of delen daarvan hebben de reputatie een no-go-area te zijn voor autochtonen en politieagenten. Daarmee is Bad Godesberg tot een heus bolwerk van radicaal Salafisme uitgegroeid.

Zo’n tien procent van de vanuit Duitsland naar Syrië gereisde islamisten, oftewel zo’n 40 à 50 personen, zijn uit dit milieu in Bonn afkomstig, met een sterke concentratie in de deelgemeente Bad Godesberg.

Intussen is Arabisch na Duits de meest gesproken taal in Bonn. En dat is allemaal het resultaat van het feit dat de König-Fahd-Akademie decennia lang ongestoord haar gang kon gaan, fundamentalistische gezinnen uit heel Duitsland naar Bonn kon trekken en dat nu nog steeds kan doen.

Bonn was vanaf 1949 de regeringszetel van de Bondsrepubliek Duitsland, in de omgang ook wel West-Duitsland genoemd. Na de hereniging met de Duitse Democratische Republiek, verhuisden de regering en de Bondsdag uiteindelijk in 1999 naar Berlijn. In Bonn zijn nog wel de ministeries van Landbouw en Defensie gehuisvest.

Posted on

Nice – Eigen schuld, dikke bult

Zoals verwacht heeft de salafistische terreur nog maar eens toegeslagen in Europa. Ditmaal was Nice het doelwit. Met mensen, veel kinderen incluis, die naar het vuurwerk zaten te kijken en plots geconfronteerd werden met een kamikaze met vrachtwagen die door de massa rijdend meer dan 80 doden maakte. De Franse nationale feestdag passend gevierd zal men bij salafisten zeggen.

Zij aan zij met al Qaeda

Maar dit is natuurlijk allemaal geen verrassing. Salafistische terreurgroepen zullen nog een tijd hier blijven toeslaan en het bloed veelvuldig doen stromen. Maar waar komt dit geweld vandaan? Hoe kon dit zo groeien en zo geraffineerd werken? Het antwoord is doodsimpel. Het westen leerde hen de trucs, hielp met diplomatieke steun en gaf hen zelfs de wapens om ermee toe te slaan.

Neem het Parijse satirische tijdschrift Charlie Hebdo dat begin 2015 werd aangevallen en de redactie gedecimeerd. Het was al Qaeda, niet rivaal ISIS, die had toegeslagen. Maar nog steeds wordt datzelfde al Qaeda in o.m. Syrië en Jemen de hand boven het hoofd gehouden.

Het aan al Qaeda gelieerde Ansar al Sharia zij aan zij met het leger van de Verenigde Arabische Emiraten bij de Jemenitische stad Taiz. De foto is genomen in februari 2016. Een oorlog die de steun heeft van François Hollande, de Britten en de VS.
Het aan al Qaeda gelieerde Ansar al Sharia zij aan zij met het leger van de Verenigde Arabische Emiraten bij de Jemenitische stad Taiz. De foto is genomen in februari 2016. Een oorlog die de steun heeft van François Hollande, de Britten en de VS.

Kijk naar Jemen waar al Qaeda en ISIS dankzij de Saoedische interventie exponentieel konden groeien. Al Qaeda vecht zelfs aan de zijde van de Saoedische interventiemacht. En die krijgt volop steun van de VS, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk.

De Franse president François Hollande – die het lef heeft om zich socialist te noemen – steunt dus nog steeds die groep die bij Charlie Hebdo dat bloedbad veroorzaakte. De man zou dan ook best nu ontslag nemen en voor de rechtbank gesleurd worden wegens medeplichtigheid aan terreur en landverraad. Dit is toch heulen met de vijand.

Typerend is dat men nu in Europa overal een minuutje stilte gaat houden. Mooi gebaar. Maar toen Charlie Hebdo werd aangevallen betuigde de Syrische regering haar condoleances. Als diezelfde terreurgroepen in Syrië toeslaan was er jarenlang zelfs applaus in de salons van Londen, Parijs en Washington. Onze kranten hadden het over een ‘succesvolle bevrijdingsstrijd’. Om van te kotsen.

De Standaard

Kijk naar een invloedrijke krant als De Standaard. Wie in Vlaanderen wil weten wat er allemaal in de wereld gebeurt leest die krant. Maar zie, recent riep men in die krant nog op om aan die Syrische jihadisten modern luchtafweergeschut te bezorgen.

En hun correspondent in het Midden-Oosten, Jorn De Cock, gaf zelfs mediatraining aan die opstandelingen die hij nadien in zijn krantenartikels dan omschreef als de toekomst voor het land, de helden van de (sic) revolutie. En intussen hielp zijn deels Libische vrouw vanuit jihadistenland Qatar mee zodat al Qaeda & Co Libië kort en klein konden slaan. Wat haar vader als premier ooit hielp opbouwen.

Of neem hun andere journaliste, Corry Hancké die zich voor haar berichtgeving over de Krim baseerde op de propaganda van Hizb ut Tahrir, na de Moslimbroeders de belangrijkste internationaal georganiseerde salafistische terreurgroep. En zo gaat die krant onverstoord verder. Excuses? Koerswijziging? Vergeet het.

De Franse president François Hollande met zijn vrienden uit de Arabische woestijnstaten. Rechts van hem de Saoedische koning Salman de Hakbijl. En die president moet dan de salafistische terreur gaan bestrijden. Hoe zot moet men zijn om dat te geloven? Nu nog ook zo’n kleed en Hollande is klaar voor de strijd. Wat een smeerlap, wat een clown.
De Franse president François Hollande met zijn vrienden uit de Arabische woestijnstaten. Rechts van hem de Saoedische koning Salman de Hakbijl. En die president moet dan de salafistische terreur gaan bestrijden. Hoe zot moet men zijn om dat te geloven? Nu nog ook zo’n kleed en Hollande is klaar voor de strijd. Wat een smeerlap, wat een clown.

Hoeft het dan te verbazen dat het politiek debat in onze politiek over die terreur en het Midden-Oosten van een onvoorstelbaar laag niveau is. Een man zijn broek zakt er van af. Maar ja, al die parlementsleden lezen De Standaard en denken dan dat ze aan de hand van de verhalen van een Corry Hancké en Jorn De Cock echt weten wat er ginds aan het gebeuren, is.

Joegoslavië

Neem bijvoorbeeld ook de Joegoslavische oorlog uit de jaren negentig van vorige eeuw. Tonnen papier verspilden diezelfde kranten aan de Servische president Slobodan Milosevic – het ‘monster’ – en die voor hen bloeddorstige Serviërs. Maar dat ginds Bin Laden en al Qaeda volop actief waren las men er NOOIT. Men hield het voor de buitenwereld verborgen.

Het resultaat is nu gekend. Niet België is per hoofd van de bevolking in Europa de grootste leverancier van Syriëstrijders zoals onze kranten verkeerdelijk schrijven. Neen, dat zijn Albanië, Kosovo en Bosnië. Landen die volop de steun van de VS genoten, zelfs hun creaties zijn en een bekeringsgebied bij uitstek bleken voor Saoedi Arabië. Het krioelt er tegenwoordig van de minaretten en hoofddoeken.

Daar ligt het probleem. De VS zegt nu toch al Qaeda en haar bondgenoten in Syrië eindelijk te willen gaan aanvallen. Afwachten maar. Met dubbele tong spreken was een uitdrukking van de inheemse bevolking in Noord-Amerika over de regering in Washington. En ze kenden de praktijk van die regering. Luister niet naar hun woorden dus maar kijk naar hun daden. Liefst die achter de schermen.

Drie Syrische rebellengroepen netjes bij elkaar. Links Ahrar al Sham, waartoe onze Molenbeekse sjeik Bassam Ayachi behoort, het Vrij Syrische leger, waarvan Didier Reynders stelt dat hij die steunt, en rechts Jabhat al Nusra, de Syrische tak van al Qaeda. En dan beweert onze regering dat ze strijd tegen de terreur. Leugenaars!!
Drie Syrische rebellengroepen netjes bij elkaar. Links Ahrar al Sham, waartoe onze Molenbeekse sjeik Bassam Ayachi behoort, het Vrij Syrische leger, waarvan Didier Reynders stelt dat hij die steunt, en rechts Jabhat al Nusra, de Syrische tak van al Qaeda. En dan beweert onze regering dat ze strijd tegen de terreur. Leugenaars!!

Neen, zolang men de salafistische bekeringsijver van die Arabische woestijnstaten blijft tolereren en zich door hen laat omkopen zal de strijd tegen de terreur alleen maar een lege doos blijven, een slogan zonder inhoud. Maar of we van figuren als Didier Reynders, Hollande, Nicolas Sarkozy of Barack Obama een echte koerswijziging gaan krijgen is zeer twijfelachtig. Eerst zien en dan geloven.

PS: Wie een uitstekend stuk wil lezen over wat de VS in Syrië moet doen kan dit eens lezen. Het is geschreven door twee voormalige Amerikaanse toplui die vroeger onder Obama betrokken waren bij het beleid tegenover het Midden-Oosten. De neo-conservatieven en ‘progressieve’ haviken zoals die van Human Rights Watch zullen het niet graag lezen.

The New York Times, 15 juli 2016, ‘Why the U.S. military can’t fix Syria’, Simon Stevin en Jonathan Stevens. http://www.nytimes.com/2016/07/14/opinion/why-the-us-military-cant-fix-syria.html?nlid=67751936&src=recpb&_r=0.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op de weblog van Willy Van Damme en met toestemming overgenomen op Novini.

Posted on

Islamitische Staat: Een serieuze bedreiging?

In 1922 komt er na meer dan zeshonderd jaar een einde aan het Ottomaanse Rijk. Na jaren van interne onrust en druk van buitenaf is het de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) die het definitieve einde inluidt van dit laatste islamitische kalifaat. Hiermee komt er niet alleen een einde aan het Ottomaanse Rijk, maar ook aan de reeks islamitische kalifaten die elkaar vanaf de oorsprong van de Islam in de 7e eeuw na Christus, onafgebroken hebben opgevolgd.

Na 1922 kent de wereld bijna honderd jaar geen Islamitisch kalifaat meer. Tot vorig jaar: op 29 juni 2014 roept Abu Bakr al-Baghdadi zich uit als kalief van een nieuw kalifaat. Hoewel door geen enkel land erkend, is een nieuw kalifaat geboren: Islamitische Staat (IS). Dit kalifaat strekt zich uit in delen van Syrië en Irak en onderhoudt nauwe contacten met andere afdelingen en groeperingen in Noord-Afrika.

In de negen maanden van haar bestaan heeft IS veel van zich laten horen. Iedereen herinnert zich de verbranding van de Jordaanse piloot, de onthoofding van de 21 Kopten en recent de gruwelijke executie van de ten minste 28 Ethiopische christenen in Libië. De gruwelijke executievideo’s volgen elkaar in hoog tempo op. Al deze video’s en berichten hebben maar één doel: het zaaien van angst.

De vraag is: is deze angst terecht? Vormt deze staat een serieuze bedreiging voor het Midden-Oosten en Noord-Afrika in de eerste plaats, maar ook voor onze Westerse wereld? Laten we daarvoor in de eerste plaats stilstaan bij de vraag of deze nieuwe staat als staat kans maakt om te overleven.

Op het eerste gezicht heeft het er alle schijn van. De snelle opkomst van IS is zorgwekkend. Anderhalf jaar geleden kende vrijwel niemand deze groepering. IS, toen nog Islamitische Staat in Irak en de Levant (ISIS) was een vrij onbekende groepering. Als afdeling van Al-Qaida splitst ze zich naar verloop van tijd af en gaat zelfstandig verder.

Profiterend van de onrust en chaos in Syrië en Irak, wint de organisatie aan invloed. In juni 2014 wordt een officieel kalifaat opgericht en wordt de naam veranderd in IS. In korte tijd verovert IS een gebied dat groter is dan het Verenigd Koninkrijk. De veelal soenitische moslims die in het veroverde Iraakse gebied wonen, zien in de eveneens soenitische IS een beter alternatief dan de onderdrukking van de sjiitische Iraakse regering van Nuri al-Maliki die na de westerse interventie en de val van Saddam Hoessein aan de macht kwam. In zijn regeerperiode werden soennieten politiek geïsoleerd en stelselmatig onderdrukt.

Tegelijkertijd sluiten veel buitenlandse strijders zich bij IS aan. De toestroom is enorm. Duizenden jihadisten zijn bereid hun leven te geven voor deze staat. Exacte cijfers zijn er niet, maar de schattingen lopen uiteen van enkele tienduizenden tot tweehonderdduizend strijders.

Nu de andere kant. IS is een afsplitsing van Al-Qaida, een terroristische beweging die geen eigen staat kent. Het voordeel hiervan is de flexibiliteit. Bij een offensief van de tegenstander, zoals nu bij IS het geval is, is het gemakkelijker om onzichtbaar te worden dan wanneer er een staat is uitgeroepen zoals IS heeft gedaan. Een staat vraagt daarnaast om een geheel andere aansturing en structuur, maar ook om een eigen economie.

IS geeft aan niet gebonden te zijn aan landsgrenzen en kent zoals ze zelf zegt geen grenzen maar alleen frontlinies. Dit is nogal een ambitie, want dit betekent het voeren van een voortdurende oorlog. Een oorlog beginnen is gemakkelijker dan hem voortzetten. Hiervoor is bijvoorbeeld een continue productie of toelevering van wapens nodig, waarop ook de economie gericht moet zijn. Iets wat veel vergt van een beginnende staat.

Terug naar het Ottomaanse Rijk. Meer dan zeshonderd jaar oefent dit rijk zijn macht uit in grote delen van het Midden-Oosten, Noord-Afrika en de Balkan. Je zou je kunnen afvragen wat ervoor zorgde dat dit rijk zo lang heeft kunnen bestaan. Eén van de redenen is het feit dat het Ottomaanse rijk een grote tolerantie kende, ook tegenover andere gelovigen. Misschien is dit juist wel de reden dat IS het Ottomaanse Rijk niet als kalifaat erkent. Net als het feit dat het Ottomaanse Rijk de sharia (islamitische wetgeving) niet strikt toepaste, iets waar de IS juist in uitblinkt.

De tolerantie van de Ottomaanse heersers is een belangrijk gegeven. Een rijk heeft geen toekomst als het anderen op gewelddadige wijze onderdrukt. Vroeg of laat zal het door interne spanningen ten onder gaan. Het gros van de mensen wil maar één ding: vrede en rust, geen onderdrukking en onrust. Juist deze onderdrukking, intolerantie en het overmatige gruwelijke geweld dat IS toepast haalt het fundament onder deze staat weg.

Er zijn enorme voedingsbodems waarop IS heeft kunnen groeien en nog steeds groeit. Tegelijkertijd heeft IS als staat wat mij betreft geen toekomst en haalt ze haar eigen fundament omver. Dat betekent echter niet dat de Islamitische Staat ook snel zal verdwijnen. Daarnaast is dit ook niet het antwoord op de vraag of hiermee onze angst voor IS onterecht is. In een volgend artikel ga ik hier verder op in.

Posted on

Veel Tsjetsjenen in leiding ‘Islamitische Staat’

Wenen – Hoewel er slechts een miljoen Tsjetsjenen zijn, vervullen zij steeds vaker belangrijke rollen in de strijd van islamistische groeperingen. En dat niet alleen in de Kaukasus, waar ze vandaan komen, maar ook in Europa, de Verenigde Staten en in Syrië en Irak. 

De Ottomaanse Turken zagen de agressiviteit en het extremisme  van de Kaukasische bergvolkeren, die zich langer dan wie dan ook hebben verzet tegen Russische overheersing, reeds en wisten dat ook te benutten in de strijd tegen Rusland. De Ottomanen zetten Tsjetsjenen en Cirkassiërs in allerlei opstandige provincies van hun rijk in, ze stonden bekend als extra felle strijders, omdat ze tegenover andere islamitische bevolkingsgroepen een minderwaardigheidscomplex hadden, vanwege hun relatief late bekering tot de islam.

Ook Adolf Hitler zou later Kaukasische vrijwilligersverbanden van de Wehrmacht inzetten in de oorlog tegen de Sovjet-Unie. Jozef Stalin deporteerde na de Tweede Wereldoorlog een groot deel van de Tsjetsjenen van de Kaukasus naar Centraal-Azië. Anders dan sommige andere gedeporteerde bevolkingsgroepen mochten de Tsjetsjenen echter in 1956 al weer terug keren naar Tsjetsjenië, waar ze al voor het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 als eersten de wapens opnamen tegen de Russen.

Deze onafhankelijkheidsstrijd was in eerste instantie nationalistisch gekleurd. De Tsjetsjeense islam had onder Stalin slechts ondergronds overleefd dankzij een oud broederschapsnetwerk. Onder invloed van wahabitische predikers uit Saoedi-Arabië ging de islam echter een grotere rol spelen. De nationalistische beweging onder de Tsjetsjenen werd geleidelijk overgenomen door een transnationale, religieus-ideologische beweging. Het feit dat de Tsjetsjenen islamieten waren, bood Al Qaida een bruggenhoofd voor het opzetten van operaties in de Kaukasus. Geleidelijk kreeg naast de traditionele, door de broederschappen in stand gehouden, gematigde islam, ook het extremistische salafisme een voet aan de grond onder de Tsjetsjenen. Heden ten dage zien we dan ook geen strijd meer tussen Russen en Tsjetsjenen, maar tussen verschillende Tsjetsjeense facties.

De voortdurende gewapende conflicten hebben in de afgelopen 25 jaar veel Tsjetsjenen doen vertrekken naar Europa en Amerika, waar ze asiel kregen, omdat het immers om vluchtelingen ging. Door hun broederschappen ontstonden er al snel ook in West-Europa en in de VS goed ingevoerde netwerken voor het salafisme en djihadisme. Zo hebben Tsjetsjeens djihadisten in de afgelopen jaren op het slagveld in landen als Afghanistan, Irak en Syrië een haast legendaire reputatie opgebouwd. Tsjetsjeen werd synoniem voor competente djihadist. De Tsjetsjenen hebben over de jaren een krijgscultuur ontwikkeld die eerder Russisch dan Arabisch aandoet. Zodoende hebben ze ook de reputatie dat ze op het slagveld effectiever zijn. Vooral in de ‘Islamitische Staat’ hebben Tsjetsjenen inmiddels leidersrollen op het slagveld opgenomen. Te denken valt aan Omar al-Shishani uit de Pankisivallei in Georgië, die in het Georgische leger het militaire handwerk geleerd heeft.

Niet alleen op het slagveld opereren Tsjetsjenen intelligenter en bedachtzamer dan bijvoorbeeld Arabieren of Turken. Ook op het gebied van terrorisme ontwikkelden ze zich, zoals bijvoorbeeld te zien is aan de mannen die een aanslag pleegden op de marathon van Boston, zij waren daarvoor nooit als islamisten naar buiten getreden en zeilden zo onder de radar door. Ook in West-Europa hebben Tsjetsjenen door hun internationale contacten en hun Europese voorkomen een leidende rol gekregen in djihadistische netwerken, vooral in België, Frankrijk, Duitsland en Oostenrijk. Opvallend vaak zijn ze in grensgebieden te vinden, zoals de Elzas, het oosten van België of Oostenrijk. In Wenen alleen wonen 15.000 Tsjetsjenen en twee keer zoveel in Oostenrijk als geheel. Dat is de grootste concentratie Tsjetsjenen buiten Tsjetsjenië. Waar de Tsjetsjenen aanvankelijk bekend stonden als een groep die zeer tot integratie bereid was, is hun populariteit drastisch afgenomen, nadat ze eerst een bovengemiddelde criminele activiteit aan de dag legden en later door toenemende islamistische activiteit. Zo’n 100 Tsjetsjenen uit Oostenrijk zijn inmiddels naar Syrië of Irak getrokken om zich daar bij de strijders van IS te voegen. Daarbij ging het vrijwel uitsluitend om asielzoekers, waarvan de meesten reeds een verblijfsvergunning hadden.