Posted on

Nieuw fregat vergroot inzetbaarheid Duitse marine

De Duitse marine heeft met de ‘Baden-Württemberg’ in Wilhelmshaven de eerste van vier fregatten van de klasse F125 in gebruik genomen. Het is het modernste schip in de Duitse vloot en volgens de marineleiding een “mijlpaal in de geschiedenis van de Duitse marine”.

De Baden-Württemberg is het eerste fregat van de Duitse marine dat geen vaste bemanning heeft, maar een roterende. De moderne maar robuuste techniek moet intensief gebruik, tot twee jaar aaneengesloten inzet voor missies zonder gepland werfbezoek mogelijk maken. Door de hoge mate van automatisering kan het schip bovendien met een bemanning van slechts 120 man toe. Dat is ongeveer de helft van de sterkte van voorlopers.

Uitgebreide verkennings- en wapenreikwijdte

Met de fregatten van de klasse F125 “krijgt de marine de mogelijkheid tot verreikende tactische vuursteun van legereenheden aan land, alsmede tot afweer van asymmetrische dreigingen”, aldus de Duitse marineleiding trots. Met vier kleine motorboten en helikopters beschikt ieder fregat in deze klasse naast een uitgebreide verkennings- en wapenreikwijdte over omvattende transportmiddelen om eigen specialisten voor redding of evacuatie, voor gewapende extractie of operaties tegen vijandige eenheden in te zetten. Ook de bestrijding van onderzeeërs behoort tot de mogelijkheden.

Wilhemshaven

De onderkomens voor het personeel zijn ook aangepast aan moderne maatstaven. Iedere kamer is uitgerust met een natte cel en beschikt over een internetverbinding. Zo kunnen de soldaten ook tijdens lange afwezigheid met het thuisfront in contact staan.

De marine nam de Baden-Württemberg bewust op 17 juni in gebruik. Dat was namelijk het 150-jarig jubileum van de stad Wilhelmshaven. Daarmee wou de Duitse marine haar verbondenheid met de basis van alle fregatten tot uitdrukking brengen. Het schip zou eigenlijk enkele jaren geleden al in gebruik genomen worden. Eerst moesten echter enkele technische problemen nog verholpen worden.

Straat van Taiwan

Intussen speculeert men in de politieke wandelgangen in Berlijn reeds over de eerste inzet van het gloednieuwe fregat. Sommige Duitse politici pleiten ervoor het schip door de straat van Taiwan te sturen om een wit voetje te halen bij de Verenigde Staten. Anderen zijn daar tegen omdat het de betrekkingen met handelspartner China onnodig zou belasten. Andere voor de hand liggende gebieden om het fregat in te zetten zijn de Zwarte Zee en de wateren rond de Hoorn van Afrika en het Arabisch schiereiland.

Posted on

Kijktip: Borderless – Documentaire Lauren Southern over migratiecrisis

“Het was een grote vergissing!” Met die woorden eindigt de documentaire Borderless, die de Canadese publiciste Lauren Southern onlangs op YouTube publiceerde. Ze klinken uit de mond van een zwarte afrikaan bij het kampvuur in een tentenkamp onder een brug in het winterse Parijs. 

Southerns documentaire is niet wat je misschien zou verwachten. De Canadese nam eerder deel aan de anti-immigratiemissie Defend Europe en staat er dan ook niet neutraal in. Maar met Borderless heeft ze geen rechtse propagandafilm geproduceerd, maar eerder een goed onderzocht stuk onderzoeksjournalistiek. Zoals ze overigens eerder al een goede documentaire over het lot van de blanke boeren in Zuid-Afrika maakte.

Hotspots van de asielcrisis

Met haar team reist ze naar verschillende hotspots van de asielcrisis. De Turkse kust tegenover Lesbos, Marokko, de Spaanse enclaves Ceuta en Melilla en de Bulgaars-Turkse grens. Daarbij ligt haar focus niet primair op de migranten, maar vooral op de profiteurs van de crisis.

Profiteurs

Dat is de rode draad in Borderless: Wie verdient er eigenlijk aan mensen vanuit Afrika naar Europa te transporteren? Wie winnen erbij en wie zijn de verliezers? Bij het zoeken naar antwoorden op deze vragen, stuit ze op rücksichtslose mensensmokkelaars en criminele ngo-medewerkers, die soms zonder scrupules de mensenhandel op de Middellandse Zee faciliteren.

Verborgen camera’s

Het is met name dit onderzoeksdeel van de documentaire, dat het de moeite waard maakt. Ze slagen er bijvoorbeeld in met een verborgen camera opnames te maken van een medewerkster van een grote asiel-ngo die vrijuit vertelt hoe ze potentiële asielaanvragers acteerles geeft zodat ze zich voor christelijke vluchtelingen uit kunnen geven. Anderen vertellen over smeergeld, valse identiteitsbewijzen, doktersverklaringen en wat dies meer zij. Kijken dus, Borderless!

Posted on

Handel met Syrië: Rusland pacht haven Tartus

Rusland heeft de haven van Tartus voor 49 jaar van Syrië gepacht. Tartus is na Latakia de grootste haven van het land. De Russen willen de haven gebruiken om de handel met Syrië een impuls te geven. 

Tot nog toe beschikte Rusland alleen over een kleine bevoorradings- en reparatiebasis in de marinehaven van Tartus. Het enige Russische steunpunt in de Middellandse Zee. Vanaf 2015 is deze basis reeds uitgebreid. Deze dient echter vooral voor militaire bevoorrading. De nieuw gepachte haven is daarentegen voor civiel transport bedoeld.

Economische samenwerking

In december kwamen Moskou en Damascus reeds een omvangrijke economische samenwerking overeen. Deze omvat ook de aanleg van een luchthaven bij Tartous. De Russische plannen voor de uitbouw van economische infrastructuur in Syrië kunnen mogelijk versterkt en aangevuld worden door Chinese investeringen. In potentie zou Syrië door zijn ligging in het westen van Azië aan de Middellandse Zee een schakel kunnen vormen in een van de Nieuwe Zijderoutes. Syrië is kandidaat-lidstaat van de Euraziatische Economische Unie (EAEU) en de Shanghai Samenwerkingsorganisatie (SSO).

Posted on

Rusland vergemakkelijkt verstrekking paspoort aan inwoners Donbass

De Russische president Poetin heeft een presidentieel decreet getekend waardoor inwoners van de Donbass gemakkelijker een Russisch paspoort kunnen krijgen. Dat kwam hem op een sterke veroordeling vanuit Oekraïne en de VS te staan. Een dag na de uitvaardiging van het decreet nam de Verchnova Rada een reeds lang besproken voorstel voor een ingrijpende nieuwe taalwet aan, die niet-Oekraïense talen verder uitbant.

Sprekend voor de Raad van Wetgevers (een gremium bestaande uit de voorzitters van de Doema en de Federatieraad en hun plaatsvervangers, alsmede de voorzitters van verschillende commissies in beide kamers van het parlement en de voorzitters van de parlementen van de deelgebieden van de federatie) lichtte president Poetin zijn decreet waardoor inwoners van de Donbass gemakkelijker de Russische nationaliteit kunnen ontvangen toe.

“In principe hebben wij geen behoefte om problemen te creëren voor de nieuwe Oekraïense macht. Maar om een situatie te tolereren waarin mensen die leven op het territorium van deze Donetsk- en Loeganskrepublieken hun burgerrechten volledig ontnomen worden, dit gaat de grenzen al te buiten in termen van mensenrechten. Ze mogen niet normaal heen en weer bewegen, ze mogen niet in hun meest elementaire behoeftes voorzien. Dit is een zuiver humanitair vraagstuk.”

Het verwijzen naar humanitaire gronden voor de versimpeling is niet uit de lucht gegrepen. Dat de Volksrepublieken Donetsk en Loegansk niet worden erkend betekent dat veel inwoners van het gebied geen internationaal paspoort meer hebben. Als ze al een Oekraïens internationaal paspoort hadden aan het begin van het conflict kan deze zijn verlopen of kwijtgeraakt in de oorlog. Sommigen kunnen mogelijk het territorium van Oekraïne niet meer in vanwege mogelijke represailles. Paspoorten kunnen om die redenen niet opnieuw worden aangevraagd. Wel hebben de twee niet-erkende landen hun eigen paspoorten uitgegeven. Die worden echter alleen in Rusland geaccepteerd.

Paspoorten niet uitgedeeld, maar aan te vragen

Het Russische ministerie van Binnenlandse Zaken legt in een verklaring uit dat de regeling vooral bedoeld is voor personen die permanent wonen op het territorium van de Volksrepublieken Donetsk en Loegansk (DNR en LNR). Hierbij hoeft de aanvrager geen afstand te doen van zijn Oekraïense nationaliteit, mocht hij deze nog bezitten. In de verklaring is sprake van het accepteren van verzoeken van personen in de bovenstaande categorie langs ambtelijke weg vanuit de LNR en de DNR. De verzoeken zullen vervolgens worden beoordeeld in het Russische Rostov Oblast. Binnen drie maanden moet er een antwoord volgen, waarna het paspoort zal moeten worden opgehaald in Rusland. Mogelijk zal het ophalen aan de grens zelf kunnen.

Dat paspoorten worden ‘uitgedeeld’, zoals de Volkskrant beweert, is op basis van informatie die nu bekend is onjuist. Ook is er geen sprake van dat Rusland de nationaliteit van inwoners van de Donbass verandert zoals de scheidende Oekraïense president Porosjenko beweert. Inwoners moeten zelf de aanvraag indienen en worden niet gevraagd de Oekraïense nationaliteit op te geven.

Nieuwe president

Het presidentiële decreet komt slechts drie dagen na de Oekraïense presidentsverkiezingen waarin Zelensky met een overgrote meerderheid van de stemmen heeft gewonnen. De toekomstige president van Oekraïne heeft te kennen gegeven met Rusland (maar niet met de DNR en LNR) te willen onderhandelen over het stoppen van de oorlog in Donbass. Zelensky stelde daarnaast een ‘informatie-oorlog’ te willen starten om de oorlog in Oekraïne te beëindigen. Hij nodigde journalisten en bloggers uit hem te helpen.

Nauw contact met oligarch Kolomoisky

Zelensky wordt ervan verdacht de kandidaat te zijn voor de oligarch Kolomoisky. In de afgelopen paar weken is meer duidelijk geworden over de verhouding tussen Kolomoisky en Zelensky. Onder andere is gebleken dat de acteur die in dienst was bij het TV-kanaal 1+1 van Kolomoisky en tijdens de campagne stelde geen contact met Kolomoisky te onderhouden, de oligarch de afgelopen jaren 14 keer heeft bezocht in Geneve en Tel Aviv. Daarnaast zou de zender van Kolomoisky veel aandacht besteed hebben aan de kandidatuur van Zelensky en zouden ze dezelfde advocaat hebben.

Kolomoisky is mogelijk de machtigste oligarch van Oekraïne. De eigenaar van PrivatBank is er vandoor gegaan met de tegoeden van veel inwoners van de Krim. Daarnaast is Kolomoisky betrokken bij een omvangrijk fraudeschandaal. Verder is de oligarch bekend om zijn financiële steun aan een reeks ultranationalistische gewapende groeperingen die tegen de separatisten in Oost-Oekraïne vechten.

Oekraïense reacties

De Oekraïense minister van Defensie Oleksandr Toertsjynov stelde: “Poetin creëert de wettelijke voorwaarden voor het officieel gebruik van de strijdkrachten van de Russische Federatie tegen Oekraïne. (…) Dit omdat de Russische wetgeving het toelaat haar strijdkrachten in te zetten om Russische burgers te beschermen buiten de Russische grenzen.” Toertsjynov voegt eraan toe dat de enige reactie hierop het versterken van de defensiecapaciteiten en het invoeren van strengere sancties is.

De permanente vertegenwoordiger van Oekraïne naar de VN, Volodimir Jeltsjenkov, meldde op twitter:

“Opgedragen door Petro Porosjenko, heb ik al een beroep gedaan op de VN Veiligheidsraad. Deze onbeschaamde stap is in tegenspraak met de Minsk-akkoorden die zijn goedgekeurd door de Veiligheidsraad.”

Ook de VS hebben fel gereageerd. In een verklaring schreef het State Department: “De VS veroordeelt de beslissing (…) door Poetin om versneld Russisch burgerschap te verlenen aan Oekraïners die leven in het door Rusland gecontroleerde deel van Oost-Oekraïne. Rusland, via deze hoogst provocatieve actie, intensiveert zijn aanval op Oekraïnes soevereiniteit en haar territoriale onafhankelijkheid.”

Nieuwe Oekraïense taalwet

De dag na het Russische presidentiele decreet nam de Verchnova Rada, het Oekraïense parlement, de wet ‘Over de Oekraïense taal’ aan. Een wet die 7 maanden geleden al besproken werd. De wet stelt dat de officiële taal van Oekraïne Oekraïens wordt. Voor veel functies wordt het daarom verplicht om de taal te spreken. In alle educatieve instellingen moeten lessen worden gegeven in het Oekraïens. In gebieden waar minderheidstalen worden gesproken (bijvoorbeeld Hongaars of Russisch) wordt de balans geregeld via de wet ‘Over de nationale minderheden’.

TV-uitzendingen moeten in het Oekraïens zijn, indien het buitenlandse programma’s zijn moeten ze worden overgesproken in het Oekraïens. Gasten die geen Oekraïens spreken moet het kanaal vertalen. In de gedrukte media moeten 50% van de boeken en tijdschriften die worden aangeboden in het Oekraïens zijn. Geprinte media mogen worden gedrukt in andere talen, maar verplicht is dat er ook in het Oekraïens wordt gedrukt. Verslag van sportevenementen moet in het Oekraïens. De wet wordt gehandhaafd met boetes die dezelfde orde van grote hebben als een gemiddeld maandsalaris. Ook wordt het voor Oekraïners verplicht de Oekraïense taal te spreken.

Videobijschrift: Nadat bekend wordt dat de Verchnova Rada de wet ‘Over Oekraïense taal’ heeft aangenomen, scandeert een groep demonstranten ‘Goed gedaan!’ en de (inmiddels ingeburgerde, maar van Nazi-collaborateurs afkomstige) groet schreeuwende: “Eer aan Oekraïne! Eer aan de helden!”) Waarna de groep het Oekraïense volkslied inzet.

‘200 000 ton aan diplomatie’

Bijna tegelijkertijd met het bekend maken van het decreet bleek dat de Amerikaanse ambassadeur in Rusland, Jon Huntsman was afgereisd naar een vliegdekschip in de Middellandse Zee. Voor het eerst sinds 2016 zijn er in de Middellandse Zee twee Carrier Task Groups aanwezig, beide bestaande uit een vliegdekschip begeleid door andere marineschepen. Aan boord verklaarde Huntsman aan CNN:

“Als je 200 000 ton aan diplomatie hebt dat door de Middellandse Zee kruist – dat is wat ik diplomatie noem, dat is wat ik voorwaarts ingezette diplomatie noem – dan hoeft niets meer te worden gezegd. Je hebt alle zelfvertrouwen dat je nodig hebt om aan tafel te zitten en te proberen oplossingen te vinden voor de problemen die ons nu al vele jaren verdelen.”

Inmiddels is bekend geworden dat Rusland een onderzeeër van de Zwarte Zeevloot door de Bosporus heeft laten varen. Het Verdrag van Montreux staat het varen van onderzeeërs door de straat alleen toe indien de onderzeeër wordt gerepareerd. De Stary Oskol, die in dienst is genomen in 2015, zou inderdaad op weg zijn naar reparatie. Dergelijke transits door de Bosporus zijn zeer zeldzaam. Toch is dit nu de tweede onderzeeër die doorvaart binnen 40 dagen.

Oekraïne zegt verdrag op

Vlak voor het uitvaardigen van het decreet door Poetin zegde Oekraïne een verdrag op dat haar verplicht geheime uitvindingen uit de Sovjet-tijd daadwerkelijk geheim te houden.

Uitgifte Russische paspoorten in het verleden

Het is niet de eerste keer dat Rusland paspoorten verstrekt aan mensen buiten de Russische Federatie. Een vergelijkbaar scenario speelde zich af in Zuid-Ossetië en Abchazië, twee niet-erkende landen die zich af hebben gescheiden van Georgië. Nadat toenmalig president Saakasjvili bekend maakte geen pensioenen en andere sociale zekerheid meer uit te betalen aan de burgers van Abchazië en Zuid-Ossetië, begon Rusland met het uitgeven van Russische paspoorten. Op die manier werd het voor inwoners van de niet-erkende landen makkelijker om een pensioen te ontvangen, zij het via de Russische Federatie.

Het Russische burgerschap van een groot aantal Abchazen en Zuid-Osseten en het willen beschermen van haar burgers in het buitenland, was een bijkomend argument voor Rusland om Zuid-Ossetië bij te staan toen er oorlog uitbrak met Georgië.

De Russische Federatie is overigens niet het enige land in de wereld dat buitenlanders (onder voorwaarden) in staat stelt het staatsburgerschap te verwerven. Ook Israël, Duitsland, Griekenland en Hongarije hebben bijvoorbeeld dergelijk beleid.

Posted on

Syrië gaat zaken doen met Donbass en Krim

Goederen uit Donbass kunnen in de toekomst via de Krim naar Syrië getransporteerd worden. Dat verklaarde het hoofd van de Krimrepubliek, Sergej Aksyonov. De uitspraak valt samen met een verdrag dat de Krim heeft gesloten met de Volksrepublieken Donetsk en Loegansk (DNR en LNR). Verder wordt er een regelmatige bootverbinding gestart tussen de Krim en Syrië in februari.

Aksyonov verklaarde eerder deze week:

“Onze contacten in Syrië in acht nemend, zijn er een groot aantal gebieden waarin het mogelijk is een assortiment goederen te transporteren, die worden geproduceerd of worden gewonnen op de territoria van de DNR en LNR.”

Het hoofd van de DNR, Dennis Poeshilin, zei tegenover Radio Krym iets vergelijkbaars:

“Onze producten zijn inderdaad concurrerend en gevraagd. In het veld van logistiek zijn er moeilijkheden. In het opzicht van coöperatie en integrerende processen, zoeken wij, natuurlijk naar economische samenwerken. In het bijzonder is de Krim interessant in het opzicht van transit. In de zelfde richting, als de punten worden gespecificeerd, zijn er een aantal wederzijds voordelige projecten.”

De uitspraken van Poeshilin en Aksyonov kwamen kort na het sluiten van een verdrag tussen de Krim en de Volksrepublieken.

Westerse sancties

Doordat de Krim en veel van de daar gevestigde bedrijven onder westerse sancties vallen, heeft het schiereiland weinig te verliezen aan een economische samenwerking met de niet-erkende gebieden in Oost-Oekraïne. Ook Syrië hoeft niet veel te vrezen van sancties in verband met het aannemen van goederen die getransporteerd zijn uit de Krim en/of zijn gemaakt in de DNR en de LNR omdat het land al zwaar gesanctioneerd is.

Impuls

Een dergelijke samenwerking kan een impuls geven aan de economie in de Donbass en de DNR en LNR in staat stellen financieel onafhankelijker te worden van de Russische Federatie. Wat op zijn beurt Rusland ook ten goede komt. De Krim op haar beurt versterkt haar economische positie. Syrië stelt zich met de goederen uit de Donbass in staat veel metaal, cement en andere bouwmaterialen af te nemen van de sterk geïndustrialiseerde Donbass, om haar land weer op te bouwen.

Syrië en de niet-erkende wereld

Dit is overigens niet de eerste keer dat Syrië de banden aanhaalt met niet-erkende landen en gebieden. Eerder erkende Syrië als één van de eerste landen ter wereld Abchazië en Zuid-Ossetië, twee de facto-staten die zich van Georgië hebben afgescheiden na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, maar internationaal nauwelijks erkend zijn. Zuid-Ossetië hoopt dit jaar zelfs een ambassade in het Arabische land te openen. Assad gaf eerder, tot woede van Kiev, reeds aan voornemens te zijn de Krim te bezoeken.

Posted on

Nederlands fregat houdt oefening met Oekraïense marine

Na eerder te hebben aangemeerd in de Oekraïense havenstad Odessa heeft het Nederlandse fregat Zr. Ms. De Ruyter deelgenomen aan een oefening waaraan ook de Oekraïense Marine deelnam. Het Nederlandse fregat maakte tijdens deze oefening deel uit van de Standing NATO Maritime Group 2 (SNMG2) waarvan ook Duitsland, Turkije en Roemenië deel uitmaakten.

Oekraïne, dat geen lid is van de NAVO, deed mee aan de oefening met haar fregat Hetman Sagaydachniy. Het doel van de oefening is om de interoperabiliteit te verbeteren en interactie te oefenen binnen een multinationale tactische eenheid volgens NAVO-standaarden. De oefening bestond uit een aantal manoeuvres en er werden artillerie-aanvallen uitgevoerd tegen gevechtseenheden van multi-purpose-schepen.

Hoewel de oefening van de SNMG2 en de Oekraïense marine al eerder was gepland, valt de oefening samen met oplopende spanningen tussen Oekraïne en Rusland in de Zee van Azov. In dit opzicht is het belangrijk te vermelden dat de Oekraïense marine van bescheiden formaat is. De Oekraïense marine bestaat, naast kleinere en ondersteunende schepen, uit één fregat en één korvet. Ter vergelijking: De Nederlandse Marine beschikt over vier korvetten en zes fregatten. Doordat de NAVO (inclusief Nederland) gezamenlijk oefent met Oekraïense schepen geeft NAVO Oekraïne een sterkere positie, ook in de Zee van Azov.

Het fregat Hetman Sagaydachniy is het vlaggenschip van de kleine Oekraïense marine (foto: NAVO).

De aanwezigheid van marineschepen van niet-Zwarte Zeelanden in de Zwarte Zee ligt gevoelig. Dit heeft onder andere te maken met het Verdrag van Montreux dat uit de jaren ’30 stamt. Dit verdrag legt sterke beperkingen op aan de soort en hoeveelheid oorlogsschepen van niet-Zwarte Zee-landen en de duur van hun verblijf, ook indien er sprake is van een uitnodiging. Daarmee is het een soort binnenlandse zee van de verschillende Zwarte Zee-landen. De aanwezigheid van marineschepen van NAVO-landen van buiten de regio in de Zwarte Zee kan dan ook als een bedreiging voor Rusland gezien worden.

Posted on

De oorzaken van de massamigratie in historisch perspectief

In zijn nagelaten werk Das Migrationsproblem ontwerpt de Duitse historicus, politicoloog en socioloog Rolf Peter Sieferle een groot historisch en functioneel beeld van het verschijnsel massa-immigratie.

De ondertitel van het boek, over de onverenigbaarheid van verzorgingsstaat en massa-immigratie, is daarentegen misleidend. Gelukkig maar, want over dit thema valt per slot van rekening weinig meer te zeggen. Wie nu nog niet begrepen heeft dat een solidariteitssysteem slechts op grond van exclusiviteit kan functioneren, of gechargeerd, dat we niet de halve wereld een uitkering kunnen bieden, zonder onze verzorgingsstaat te overvragen, die zal het wel nooit begrijpen.

Gelukkig heeft Rolf Peter Sieferle (1949-2016) veel meer te bieden dan deze trivialiteit. In Das Migrationsproblem poogt hij het verschijnsel van de massa-immigratie binnen het functionele kader van de hedendaagse westerse democratie te verklaren en historisch te plaatsen. Dat alles in niet meer dan 124 pagina’s. Het probleem dat Sieferle bespreekt bestaat dan ook niet, zoals de ondertitel deed vrezen, in het eindeloos herhalen van het hierboven beschrevene. In tegendeel, het gaat om een groot essay met een keur aan inzichten, zonder expliciete integrerende betoogtrant.

Ondanks dat is het een even leesbaar als omvattend boek. Sieferle slaagt er in vanuit de kern van zijn bespreking, de destructieve wisselwerking tussen verzorgingsstaat en immigratie, waarin de verzorgingsstaat de immigranten aantrekt en deze de verzorgingsstaat overbelasten, verbanden te leggen in vrijwel alle richtingen.

Hij begint met de oorzaken van de migratie en maakt duidelijk dat er met het oog op de bevolkingsexplosie in de derde wereld geen relevant onderscheid tussen economische en burgeroorlogsvluchtelingen meer is. Van de wereldhistorisch onvermijdelijke aftakeling van de verzorgingsstaat in de oude industrielanden gaat hij over naar het blootleggen van de verschillende narratieven waarmee de politiek de massa-immigratie rechtvaardigt.

Demografische ontwikkeling

In het bijzonder een simpele vaststelling verdient het ook door de tegenstanders van het multiculturele experiment ter kennis genomen te worden: De huidige massa-immigratie heeft niets met de teruglopende demografie van de ontwikkelde landen te maken. Dit is veeleer een gezonde ontwikkeling in een tijd waarin het massale sterven door infectieziektes gelukkig tot het verleden behoort.

De “indringers” dringen niet in lege gebieden door. In tegendeel, ze trekken in de regel van dunner bevolkte naar dichter bevolkte gebieden. Sieferle loochent niet de demografische druk van een overschot aan jongeren in Afrika, maar verwijst het complementaire idee van een demografische zog van het kinderarme Europa, die een soort ‘eigen schuld’ impliceert, naar het rijk der fabelen.

Hetzelfde geldt voor de zich anti-imperialistische noemende ideologie, die de armoede van de derde wereld verklaart door de vermeende uitbuitende handel met de eerste wereld. Alsof deze landen niet reeds lang voor het koloniale tijdperk arm waren en het handelsvolume van de industrielanden onder elkaar de handel met de ontwikkelingslanden niet vele malen overstijgt.

Ochlocratie

Daarbij ontlast Sieferle de Europeanen echter geenszins van de verantwoordelijkheid voor hun huidige dilemma. In tegendeel, hij ziet hun huidige politieke systemen als onhervormbaar gecorrumpeerd. Dikwijls bekruipt de lezer het gevoel dat de onspectaculaire titel van het boek ter versluiering dient, om zich ten minste het gekrijt van die commentatoren van het lijf te houden, die een dergelijk boek sowieso niet lezen, maar bij een titel de inhoud treffend beschrijft alleen al vanwege de titel in de gebruikelijke luidkeelse verontwaardiging ontbrand zouden zijn.

Sieferle ziet de democratie in Duitsland en West-Europa in ieder geval onderhevig aan ochlocratisch verval. Verval dat zich, aan de hand van de stijgende staatsschuld, die immers niets anders dan consumptie op de pof is, zelfs laat meten. Kort bespreekt hij de problemen van verschillende vormen van degeneratie van staten, om uiteindelijk de vraag te stellen of het Chinese systeem niet beter is toegesneden om de duurzaamheidsproblemen van de 21e eeuw meester te worden.

In deze ochlocratie nu heeft de universalistische ethiek van de gelijkheidsideologie een catastrofale uitwerking. Het geïnfantiliseerde volk kiest ook in dit opzicht de weg van de minste weerstand en ziet er geen been in zich tegen de prijs van de opname van onintegreerbare “barbaren” het goede geweten te verschaffen dat in de welvaartszones tot de levensstandaard behoort.

Multiculturalisme

Hier ligt echter ook de grote zwakte van het boek. Sieferle, die overigens nog veel meer verschijnselen bespreekt dan hier behandeld kunnen worden, zwijgt over het ontstaan en de verbreiding van de multiculturele ideologie. Het lijkt wel of deze uit de lucht is komen vallen, een onafwendbaar lot van de Europese beschaving. Alleen het nationaalsocialisme noemt hij als oorzaak. In de Duitse context speelt dit natuurlijk ook een grote rol. Maar Sieferle laat na de vraag te bespreken of dit door links niet propagandistisch is uitgebuit om de huidige metapolitieke misère te creëren. In plaats daarvan vervalt Sieferle, die in 2016 zelfmoord pleegde, in defaitisme.

Met de holocaust als oorzaak van het multiculturalisme, ziet Sieferle Duitsland als het onbetwiste centrum en uitgangspunt van de multiculturele waanzin. Daarmee vergeleken zou de rest van de westerse wereld nog relatief normaal zijn. In het andere boekje uit zijn nalatenschap, Finis Germania, wordt dit nog duidelijker. Deze kijk op Duitsland gaat gepaard met de voor dergelijke gezichtspunten niet ongebruikelijke anglofilie, die het huidige Engeland en Amerika, maar ook Frankrijk als “burgerlijk-aristocratische wereld” wil zien.

In het licht van de decennia lange, door de politie niet gehinderde, handel van Pakistaanse bendes in Engelse meisjes, de regelmatig in brand staande Franse voorsteden en de absurde excessen van Amerikaanse social justice warriors, lijken alle naar Duitse bijzonderheden verwijzende verklaringen voor de multiculturele ideologie echter moeilijk houdbaar. De kwestie van het recente politieke verleden maakt het de Duitsers dan wel niet gemakkelijker de multiculturele ideologie te bestrijden, het ontslaat ze niet van hun verantwoordelijkheid.

Toekomst

Zeer zinvol is daarentegen hoe Sieferle het migratieprobleem in de historische horizon van onze tijd plaatst. Met het oog op zijn jarenlange studie naar het thema is het niet verwonderlijk dat zijn aandacht hierbij vooral uitgaat naar de onopgeloste energie-economische vragen van onze industriële beschaving. De huidige economische bedrijfsvoering vernietigt in ras tempo de eigen basis en nieuwe duurzaamheid is volgens de auteur alleen door massieve technologische doorbraken – en geenszins door nulgroei – mogelijk.

Of een geïslamiseerd of geafrikaniseerd Europa aan deze daadwerkelijke opgaven voor de mensheid zijn bijdrage zal kunnen leveren, is meer dan twijfelachtig. Met dit perspectief toont Sieferle het migratieprobleem als wat het uiteindelijk is: Een nieuwe barbareninval, die we geconfronteerd met urgente andere problemen kunnen missen als kiespijn.

N.a.v. Rolf Peter Sieferle, Das Migrationsproblem. über die Unvereinbarkeit von Sozialstaat und Masseneinwanderung (Manuscriptum: Waltrop/Berlin, 2017), paperback, 135 pagina’s.

Posted on

Britse en Duitse militaire missies in Constantinopel en de Eerste Wereldoorlog

De bemoeienissen van de Duitse generaal Otto Liman von Sanders met het Turkse leger in de aanloop tot én tijdens de Grote Oorlog heeft in de geschiedschrijving een bijzondere plaats gekregen. De militaire missie onder zijn leiding is door de Anglo-Amerikaanse geschiedschrijvers gebruikt om de aan Duitsland toegeschreven c.q. nagestreefde Weltmacht te illustreren. Ze werd gepresenteerd onderdeel te zijn van een bewust gevoerde agressieve koers met de oorlog van ’14-’18 als logisch resultaat.

Wát was er zo bijzonder aan deze missie en wat was de reden dat vooral de eerder genoemde historici zo gebeten waren op Liman von Sanders? Duitsland was namelijk niet het eerste of enige land dat activiteiten ontplooide binnen de Ottomaanse krijgsmacht. Engeland was bijvoorbeeld al sinds al sinds 1868 nauw betrokken bij de opbouw en ontwikkeling van de Ottomaanse vloot. De Engelse admiraal Hobart Hamden vervulde vanaf dat jaar een belangrijke rol binnen de Ottomaanse marine en zou in 1885 zelfs opklimmen tot persoonlijk adviseur van de Sultan. Ook Frankrijk was nauw betrokken bij het rijk der Ottomanen, met name door middel van haar grote betrokkenheid met de douane en het bankwezen.

Achtergrond

Mede door haar grote militair-economische strategische positie werden de grenzen van het Ottomaanse Rijk constant bedreigd door de gebiedshonger van haar Engelse, Russische en Franse tegenstrevers. Nadat in 1871 Duitsland als overwinnaar uit de Frans-Pruisische oorlog tevoorschijn was gekomen en daaruit het Tweede Duitse Rijk tevoorschijn kwam, richtten de Ottomanen zich tot dit nieuwe rijk voor o.a. militaire ondersteuning. Om minder van de Engelse en Franse wapenleveranties afhankelijk te zijn, werd op verzoek van de Turken het leger gereorganiseerd met Duitse ondersteuning. Onder toezicht van de Duitse generaal Colmar Freiherr von der Goltz werden in de periode van 1883 tot 1895 grote hoeveelheden Krupp-geschut en aanzienlijke hoeveelheden diverse vuurwapens geleverd. Het Duitse Rijk werd een nieuwe speler in het militair-strategische gebied van de Bosporus.

Russische militairen steken de Donau over in juni 1877 (schilderij van Nikolai Dmitriev-Orenburgsky)

Na enkele bloedige conflicten – zoals de Russisch-Turkse oorlog van 1877-1878, een oorlog met Griekenland in 1897 en de Eerste- en de Tweede Balkanoorlog van 1912 en 1913 – zette het Ottomaanse Rijk zich schrap voor een volgend conflict. Een oorlog die naar alle verwachting gevoerd zou worden met haar rivaal en buurland Griekenland met alle mogelijke consequenties die voortvloeiden uit de sleutelpositie die ze in de regio vervulde. De andere grootmachten uit die tijdsperiode – Engeland, Rusland en Frankrijk – aasden als roofgieren op elke mogelijkheid de scepter over te kunnen nemen van de Zieke Oude Man. Elk van hen was gebrand op een zo groot mogelijke invloed binnen het Ottomaanse Rijk dat zijn beste tijd al achter zich had.

Engels – Ottomaanse bemoeienis

Door een van buitenaf bewust gevoede verdeel-en-heers politiek heerste er grote instabiliteit binnen het rijk. Angst bij het staatshoofd om door kringen binnen het eigen militaire apparaat van de troon gestoten te worden, leidde er onder andere toe dat de Ottomaanse krijgsmacht in een deplorabele toestand verkeerde. Ondanks dat werden binnen legerkringen constant pogingen ondernomen de krijgsmacht naar een hoger plan te tillen. In 1904 werden twee Amerikaanse officieren – admiraal Bucknam en Captain Ledbetter – aangetrokken om de marine onder handen te nemen, zonder zichtbaar resultaat. Daarop verzocht de Ottomaanse regering in 1908 Engeland haar te assisteren de marine te moderniseren en 2 februari 1909 maakte admiraal Douglas Gamble zijn opwachting in Constantinopel. Hij zou zich – overigens zónder merkbaar resultaat – tot maart 1910 bezig houden met de sterk verouderde marine. In april 1910 werd hij opgevolgd door admiraal Hugh Williams die tot april 1912 – net als zijn voorganger Douglas Gamble – weinig vorderingen maakte met de modernisering van de vloot. De Ottomanen waren over de Engelse inspanningen dan ook niet tevreden.

De vlootopbouw: gecontroleerde modernisering

De Ottomaanse vloot bestond in die periode uit een samenraapsel van 52 oude en nieuwe schepen, sterk verschillend in grootte en sterkte, waarvan er 24 in zo’n slechte technische staat verkeerden dat ze niet inzetbaar waren. De aankoop van twee – 20-jaar oude – Duitse oorlogsschepen uit de Brandenburgklasse in augustus 1910 moest de Turkse vloot in staat stellen enig tegenwicht te bieden aan het op een Italiaanse werf op stapel staande Griekse oorlogsschip Averoff. Tussen deze beide rivalen was een heuse wapenwedloop gaande. De Ottomaanse wens om moderne(re) Engelse oorlogsschepen aan te schaffen, werd echter stelselmatig getorpedeerd, zoals op 10 juli 1910 toen Engeland weigerde de Swifture en Triumph te verkopen. Daarvoor in de plaats bood ze twee kleinere schepen aan met beduidend minder vuurkracht. Van Duitsland werden toen wél passende oorlogsbodems betrokken. In mei 1911 stemde Engeland uiteindelijk in met de bouw van twee Dreadnoughts (gepantserde slagschepen) wat in Griekenland tot grote irritatie leidde. Op 6 december 1911 werd de kiel van één van de bestelde schepen – de Reshadiye – gelegd. Frankrijk raakte op haar beurt ook geïrriteerd, omdat zij van mening was dat Engeland bovenmatig profiteerde van de economisch aantrekkelijke wapenwedloop tussen Griekenland en het Ottomaanse Rijk.

De SMS Kurfürst Friedrich Wilhelm die later in Ottomaanse dienst zou komen.

Dat de beide Engelse admiraals niet bijzonder succesvol waren, was niet in de laatste plaats te wijten aan de opdracht om vooral de Engelse belangen in het oog te houden. Een moderne, slagkrachtige marine was iets waarvoor Good Old Albion het minste belangstelling had. Een strijdmacht die ze mogelijk in de toekomst als tegenstander op haar pad zou kunnen vinden. Een militair krachtige natie vormde – in dat voor haar zo belangrijke deel van de wereld – een forse bedreiging en een sterke marine was evenmin in het belang van haar Entente-genoot Rusland. Zich afzijdig houden van de vlootmodernisering zou betekenen dat ook haar invloed minimaal zou zijn, iets wat de heersers van Albion tegen elke prijs wilden voorkomen.

„If a British Admiral does not organize the fleet, a German admiral will be called in, who will push matters with greater speed”, zoals het Engelse ministerie van Buitenlandse Zaken aan Rusland liet weten.

Toen het mandaat van admiraal Hugh Williams op zijn eind liep, werd op 11 maart 1912 admiraal Arthur Limpus tot zijn opvolger benoemd. Deze admiraal met één jaar ervaring werd door Winston Churchill aangeprezen als een „fine fellow’ who would make a good personal impression”. Begin mei 1912 arriveerde Limpus met zijn staf in Constantinopel. Ook Limpus was gehandicapt door het mandaat dat hij meegekregen had. Tóch slaagde hij er in een opdracht voor een drijvend reparatiedok binnen te halen, dat door de Vickers Armstrong Company gebouwd zou worden. Limpus liet weten dat met deze opdracht de invloed binnen de Ottomaanse marine een onaantastbare voorsprong voor Engeland betekende. Zoals hij het omschreef was het een practical monopoly of naval construction and repairs for thirty years.’ Het Ottomaanse Rijk bleef intussen onverkort vasthouden aan haar koers om haar vloot uit te bouwen en te moderniseren met grote oorlogsbodems, maar ondervond een zeer terughoudend Engeland op haar pad.

Duitse inmenging

Het succes van Limpus met het reparatiedok werd overschaduwd door de komst van de Duitse generaal Liman von Sanders die niet zoals de Engelse missies door een mandaat gehinderd werd. Het lokte nogal heftige Engelse en Russische reacties uit. Met name Rusland stond nogal wat drastische maatregelen voor: “the three powers must be prepared to take active steps such as the occupation of Turkish Ports”, aldus minister Sazonov. Maar de Engelse en Russische protesten haalden niets uit. De Groot-Vizier reageerde daarop door mee te delen de Duitse missie gelijkwaardig aan die van Engeland te beschouwen, “Limpus had a similar if not more extensive command. Admiral Limpus had command of the whole Turkish fleet, whereas the German general was to have command of one army corps only … the two commands could hardly be compared in importance”.

Eind 1912 polste het Ottomaanse Rijk het Duitse Keizerrijk hoe het dacht over het zenden van een militaire missie om haar leger te reorganiseren. Terwijl verkennende besprekingen daarover gaande waren, bracht de Russische tsaar in mei 1913 een bezoek aan Berlijn waar de Duitse keizer hem op de hoogte bracht van het Turkse verzoek, een verzoek waartegen hij geen bezwaar aantekende. Op 22 mei 1913 volgde daarop het officieel Turkse verzoek en benoemde Duitsland op 30 juni 1913 generaal Liman von Sanders tot leider van de Duitse militaire missie naar Constantinopel. In de formele overeenkomst liet de Turkse regering in augustus 1913 vastleggen dat Liman von Sanders in de functie van Ottomaans generaal het in Constantinopel gelegerde 1legerkorps zou omvormen tot een elite-eenheid. Toen in december 1913 de Duitse missie in Constantinopel arriveerde en haar specifieke taak naar buiten gebracht werd, stuitte dat op hevige Russische protesten. Ook in Engeland was men ‘not amused’ en de Amerikaanse ambassadeur Henry Morgenthau was eveneens niet bepaald enthousiast. De critici meenden het zenden van de missie als een stap te moeten presenteren van Duitsland om de macht in die belangrijke regio naar zich toe te trekken en de Turkse geest te vergiftigen (poisoning the Turkish mind).

De grootmachten vergaten daarbij voor het gemak de eigen belangenverstrengeling binnen zowel het Ottomaanse leger áls de marine. Om aan de bezwaren enigszins tegemoet te komen werd besloten een cosmetische aanpassing aan te brengen in rang en titel van Liman von Sanders. In januari 1914 werd hij tot Ottomaans maarschalk benoemd en kreeg hij de opdracht mee om zich in de minder belangrijke functie van Inspecteur Generaal te belasten met de meer algemene reorganisatie van het Ottomaanse leger.

Vlootpolitiek en Britse belangen

Terwijl Liman von Sanders zich met de modernisering van het leger bezig hield, hield het Ottomaanse Rijk nauw contact met de Engelse marinemissie om haar marine te versterken.

Door geldgebrek was in 1912 de bouw van het tweede – in 1911 bestelde – slagschip, de Mahmud Resad V geannuleerd. In januari 1913 liet Sir Gerard Lowther – de Engelse ambassadeur in Constantinopel – aan zijn regering weten dat het Ottomaanse Rijk grote belangstelling had voor de Rio de Janeiro, een Dreadnought welke in opdracht van Brazilië op een Engelse werf gebouwd werd. Behalve van Ottomaanse zijde was er ook van Russische en Italiaanse kant interesse in dit schip dat Brazilië door financieringsproblemen van de hand wilde doen, maar nog niet officieel op de markt gebracht was. Het schip zou niet eerder dan in de zomer van 1914 van stapel lopen wat Turkije wel als een handicap beschouwde. Duitsland bood daarop twee 19-jaar oude schepen aan, die wel direct ter beschikking waren. In reactie op het Duitse aanbod liet Limpus in een bericht van 12 maart 1913 aan Winston Churchill weten dat zo’n aankoop de Ottomanen steviger in Duitse armen zou drijven en hij drong er op aan dat Engeland een tegenbod moest doen door bijvoorbeeld 2 oudere types Dreadnought aan te bieden. In antwoord hierop liet Winston Churchill op 3 april 1913 aan Limpus weten niets anders dan twee oude en afgedankte Royal Sovereigns in de aanbieding te hebben, een aanbod dat van Turkse zijde werd afgeslagen.

Ondertussen ging het getouwtrek om de Rio de Janeiro stug door. Italië leek de koop rond te hebben, wat Frankrijk weer in allerhoogste alarmfase bracht. Een oorlogsbodem met zulke formidabele vuurkracht als onderdeel van de marine van de Italiaanse buurstaat, was iets dat niet in Frans belang kon zijn. Frankrijk deed daarop Griekenland het voorstel het schip te financieren en leek daarin succesvol te zijn. Op 22 november 1913 informeerde het Engelse ministerie van Buitenlandse Zaken Churchill dat Griekenland de financiering rond had waarna deze zijn goedkeuring gaf en de werf de waarschuwing kreeg het schip niet aan een andere partij dan Griekenland te verkopen. Uiteindelijk ging het schip tóch aan de Griekse neus voorbij. Op 15 december 1913 werd bekend dat het Ottomaanse Rijk alsnog de nieuwe eigenaar geworden was van de Rio de Janeiro. Ze was aangekocht met behulp van een Franse lening…..[!] en hernoemd in Sultan Osman I. Het financiële belang had gewonnen. Als bonus bij de verkoop was namelijk bedongen dat ook de renovatie van de Ottomaanse scheepswerven door Armstrong Whitworth bij de deal waren inbegrepen, eveneens door Frankrijk gefinancierd.

Engelse confisquatie en publieke opinie

Op 3 september 1913 werd de eveneens in 1911 bestelde Reshadiye te water gelaten en begon de verdere afbouw van het schip. De Turken waren er op gebrand om de Reshadiye en de Sultan Osman I zo snel als mogelijk in eigen wateren te hebben, niet in de laatste plaats vanwege de ontwikkelingen op maritiem gebied in de Griekse buurstaat. Een Turkse bemanning was al in Engeland om de Reshadiye naar eigen wateren te varen en admiraal Limpus werd op 27 juli 1914 naar Engeland gezonden om de levering te begeleiden van de Sultan Osman I. Bij het ontbreken van een voldoende opgeleide Turkse bemanning kreeg hij de opdracht mee dit schip te laten bemannen met Engelse marineofficieren ‘in ruste’. Het zou vergeefse moeite zijn. De Armstrong Whitworth werf kreeg op 31 juli 1914 van Winston Churchill de opdracht het schip vast te houden en niet te overhandigen, in de middag gevolgd door een bestorming van het schip door Engelse mariniers die het in bezit namen. De actie kwam voor Enver Pasha niet onverwacht. Ook de Reshadiye werd door Engelse mariniers bestormd, haar Ottomaanse bemanning gevangen genomen en het schip geconfisqueerd.

De Reshadiye in Britse dienst als HMS Erin

Zowel de Sultan Osman I als Reshadiye werden na een verklaring van Winston Churchill op 3 augustus 1914 in de Engelse vloot opgenomen en omgedoopt tot respectievelijk HMS Agincourt en HMS Erin. Op 22 augustus werd HMS Erin officieel in gebruik genomen. Beide schepen zouden in de zeeslag bij Jutland in 1916 slag leveren met de Duitse vloot. Een ander – nog in 1914 bij de Engelse Vickers-werf besteld – schip dat de naam Fatih had moeten dragen, werd bij het uitbreken van de oorlog niet meer in productie genomen. In totaliteit zou het Ottomaanse Rijk in elf jaar (tot 1914) 40 schepen van Engelse werven aanschaffen. Door de annexatie van de schepen beroofde Engeland het rijk tegelijk van een investering van £ 4.000.000; een bedrag dat voor een groot deel door haar burgers in een nationale schooi- en bedelcampagne bij elkaar gebracht was. De Engelse actie zorgde ervoor dat de Turkse publieke opinie omsloeg in haar nadeel.

Duitse compensatie en Griekse bewapeningswedloop

De Engelse actie zou er mede voor zorgen dat het Ottomaanse Rijk zich aan de kant van de Centrale Mogendheden stelde. Ze ontving ter compensatie van de door Engeland in beslag genomen schepen, reeds op 12 augustus 1914 de volledig bemande Duitse oorlogsbodem SMS Goeben (omgenoemd tot Javuz Sultan Selim) en de SMS Breslau (omgedoopt in Midill). Admiraal Limpus werd op 15 augustus 1914 van zijn functie ontheven waarna hij naar Malta vertrok om in september zijn nieuwe post te betrekken: Superintendent of the dockyard’. De Duitse admiraal Souchon werd daarop door de Sultan tot opperbevelhebber van de Ottomaanse vloot benoemd.

Ook de Griekse marine kende onder soortgelijke condities als het Ottomaanse Rijk ondersteuning door Engelse militaire missies, zoals onder admiraal Lionel Tufnell die Griekenland moest adviseren. De Grieken bevonden zich in een wapenwedloop met het haar Turkse buurnatie en was druk doende haar vloot op oorlogssterkte te brengen. Begin 1910 wist ze een – oorspronkelijk voor de Italiaanse marine geplande – kruiser aan te kopen. Op de Orlando-werf in het Italiaanse Livorno was begin 1910 de kiel gelegd van deze £ 950.750,- kostende kruiser die om budgettaire redenen al spoedig stilgelegd werd. Op 27 februari 1910 zag Griekenland kans de kruiser voor 30% van de originele kostprijs aan te kopen en volgde er op 12 maart 1910 de officiële bekrachtiging. Het aankoopbedrag werd voor een deel betaald uit de nalatenschap van de Griekse zakenman Giorgios Averoff; het overige deel werd via buitenlandse credieten gefinancierd. De nieuwe kruiser zou de naam van de ‘gulle gever’ gaan dragen Giorgios Averoff.

Tewaterlating van de Averof in het Italiaanse Livorno in 1910

En bij de Vulcan-werf in het Duitse Hamburg plaatste Griekenland de bouw van een kruiser die oorspronkelijk de naam Vasilfs Georgios zou meekrijgen. Onder de uiteindelijke naam Salamis zou deze slagkruiser voorzien worden van geschut van Amerikaanse makelij, maar ze werd nooit opgeleverd. Het uitbreken van de oorlog in 1914 zorgde ervoor dat de bouw werd opgeschort.

Admiraal Mark Edward Frederick Kerr

Begin 1913 diende Griekenland een verzoek in de militaire missie te vernieuwen; en dan niet geleid door naval pensioners zoals Tufnell, maar onder commando van een officier in actieve dienst. Op 2 juni 1913 liet Winston Churchill per brief aan de Griekse minister van marine weten dat door de snelle groei van de Engelse marine moeilijk aan die wens tegemoet kon worden gekomen, maar dat hij er tóch in geslaagd was een geschikte kandidaat te vinden. Admiraal Mark Edward Frederick Kerr – een protégé van Louis Alexander von Battenberg (ná 1917 Lord Mountbatten genoemd) – werd uitgezonden en op 17 september 1913 nam hij het commando over de Griekse marine op zich. Kerr zag zijn benoeming niet zozeer als een promotie, eerder als een belemmering van zijn marinecarrière en dat zou hij op een nogal bijzondere manier laten gelden.

Kerr kreeg van Churchill de opdracht mee niet té meegaand te zijn en vooral toch het Engelse belang boven het Griekse belang te stellen. Een slagkrachtige Griekse marine was – net als een moderne Ottomaanse vloot – niet in het belang van het British Empire. Ook hier gold dat afzijdigheid bij de vlootmodernisering gelijk zou staan aan minimaal invloed. Iets wat de heersers van Albion tegen elke prijs wilden voorkomen. Om de regie te kunnen voeren in de modernisering nam ze een ‘actieve’ rol op zich, want ook hier gold “If a British Admiral does not organize the fleet, a German admiral will be called in, who will push matters with greater speed”..

Engels Mandaat en Kerrs verzoek

Kerr kreeg van Winston Churchill een gelijksoortig mandaat mee als zijn tegenhangers in Ottomaanse dienst:

“It is not intended that the instruction and assistance we are giving to the Greek Navy should place them on the same level of naval science as the British. The refinements of our gunnery, torpedo, and submarine courses should not be disclosed but only that general information such as would be appropriate to foreign officers allowed for instructional purposes to attend certain courses”.

Gehinderd door dit mandaat kreeg Kerr het herhaaldelijk aan de stok met minister-president Eleutherios Venizelos die – evenals de Ottomaanse Sultan – zijn zinnen had gezet op zwaar oorlogsmaterieel. Zijn verstandhouding met de Griekse koning Constantijn was daarentegen zeer bijzonder en intens. Dit vertaalde zich in grote sympathie en loyaliteit, iets dat hem in een moeilijke positie bracht. Door het mandaat gehinderd kon Kerr niet anders dat elk verzoek tot levering van grote en zware slagschepen saboteren. Door te lobbyen via zijn beschermheer Lord Mountbatten probeerde hij ter compensatie ondersteuning los krijgen – indien er daadwerkelijk tussen Griekenland en het Ottomaanse Rijk oorlog uitbrak – in de vorm van Engelse onderzeeërs destroyers en kruisers. Hij verbond daaraan verregaande persoonlijke consequenties:

“If war breaks out in the spring or summer when we are so weak, I feel I should change my nationality and fight for these people. I know it means ruin for me afterwards, but I have a strong feeling that I should do so. I would not feel so, except for the fact that they will be so weak, having no one who knows how to work a flotilla and I may make the difference of victory or defeat”.

…. in zijn verzoek dat geen Engels belang diende en bij voorbaat kansloos was.

Uitbreiding van de Griekse vloot

Griekenland bleef naarstig op zoek naar aanvulling op haar vloot. Ze bood Japan een fors bedrag voor haar kruiser Kongo, maar de deal ging niet door. China bood een kleine kruiser aan, die op het punt stond de Amerikaanse scheepswerf te verlaten; het woog allemaal niet op tegen de komst van de twee Ottomaanse Dreadnoughts de Reshadiye en de Sultan Osman I. In haar wanhoop bood ze begin 1914 met gulle hand op twee afgedankte Amerikaanse oorlogsschepen, de Idaho en de Mississippi, die de New York Times omschreef als: “In the ordinary course, the ships would be consigned to the scrap heap, or be used as targets”.

Op 28 mei 1914 gaf de Amerikaanse Senaat hieraan haar goedkeuring, maar even leek het nog dat het de Ottomanen gelukt was roet in het eten gooien. Zij boden een hoger bedrag voor de dodelijke schroot. Tijdens een Senaatszitting van 23 juni 1914 werden de afdankertjes alsnog aan Griekenland gegund. De afgeschreven schepen brachten meer op dan de originele bouwkosten! Admiraal Kerr was woedend over de aankoop die Venizelos achter zijn rug om gedaan had: “The deal ruined the progress of the Greek navy for the rest of the time I was there, and afterwards”.

De Idaho – die (héél comfortabel) op oefening was in de Middellandse Zee – kon snel worden overgedragen zodat Griekenland haar mogelijk nog kon inzetten voordat de Sultan Osman I van de Engelse werf zou glijden. Het Griekse schip kreeg daarbij de naam Limnos.

Een afhoudende koers: Kerrs rol uitgespeeld

Toen de Groote Oorlog op het punt van uitbreken stond, ontving admiraal Kerr van de kant van de First Lord of the Admiralty – Winston Churchill – het verzoek de Griekse marine aan geallieerde zijde te plaatsen. Kerr stelde daaraan dusdanige eisen dat van een samengaan geen sprake kon zijn. De gevraagde Griekse maritieme ondersteuning van een Engelse campagne in de Dardanellen kwam niet tot stand. Kerr wilde zijn Griekenland zo lang als mogelijk buiten de gevechten en zo mogelijk neutraal houden. Zo nam hij radiostilte in acht rondom de beide Duitse oorlogsschepen de Breslau en de Goeben die onder commando van admiraal Wilhelm Anton Souchon richting Griekenland opstoomden. De exacte locatie van beide schepen was hem bekend, maar hield hij deze informatie 3 dagen voor zich vóórdat hij ze via prins Sdemidoff – de Russische ambassadeur in Athene – doorspeelde. Sdemidoff telegrafeerde deze strategisch belangrijke informatie naar de admiraliteit in St. Petersburg, die op haar beurt de Engelse admiraliteit op de hoogte bracht. De goede verstandhouding die Kerr had met de Duitse keizer, zal zeker meegewogen hebben in de door hem gemaakte keuze. Kerr kende de keizer persoonlijk. Hij had hem meerdere keren ontmoet, zoals in 1889 toen prinses Sophie – zuster van de keizer – met de Griekse prins Constantijn trouwde en in april 1908 op het eiland Corfu waar hij een lange ontmoeting met hem gehad had.

Admiraal Souchon (rechts) met Otto Liman von Sanders en zijn dochter aan boord van de Goeben

Al met al was de houding van Kerr voor de de First Lord of the Admiralty reden op hem in 1914 van zijn Griekse post te ontheffen. De carrière van Kerr binnen de Engelse marine was definitief voorbij en hij moest zijn heil elders zoeken. Kerr nam vlieglessen en kreeg via zijn machtige connecties uiteindelijk een aardig betaalde positie binnen de Engelse luchtmacht. In 1919 wist Kerr voor een moment terug te komen in de wereldaandacht. Samen met Air Commodore H.G. Brackley wist hij de eerste lucht-post vlucht te maken van New Foundland naar New York.

Duits commando tijdens de oorlog

De talloze verzoeken van zowel Griekenland als het Ottomaanse rijk tot een met Engeland af te sluiten alliantie of bondgenootschap, waren al die jaren stelselmatig afgewezen. Terwijl Griekenland zich neutraal probeerde op te stellen, sloot het Ottomaanse Rijk op 1 augustus 1914 een overeenkomst met het Duitse Keizerrijk. Ze zette admiraal Souchon aan het hoofd van haar marine en benoemde generaal Liman von Sanders in augustus 1914 tot bevelhebber van het vijfde Turkse leger in de Bosporus.

Diens invloed was in eerste instantie beperkt en tegen zijn uitdrukkelijk advies in ging Enver Pasha op 22 december 1914 over tot een stoutmoedig plan om met het 3e Turkse leger de aanval te openen op het Russische Kaukasus-leger. Hij had daarmee de bedoeling om daar alle in de Russisch-Turkse oorlog van 1877 verloren gebieden terug te veroveren. Het zou een militaire blunder van de eerste orde zijn met catastrofale gevolgen. Het Turkse leger werd in de Slag van Sarikamish vernietigend verslagen en op 17 januari 1915 waren van de 95.000 manschappen slechts 20.000 over! Na deze mislukte operatie droeg Enver het commando over aan generaal Hafiz Hakki en gaf collaboratie door Armeniërs als reden voor het mislukken van de veldtocht.

Na een volgende mislukte operatie eind januari 1915 in Egypte om het Suezkanaal in handen te krijgen, onder aanvoering van de al even ondeskundige Djemal Pasha, kwam het commando in handen van Liman von Sanders. Het was onder zijn leiding dat de geallieerde aanvallen op de Dardanellen in maart 1915 stukliepen tegen het door hem gecommandeerde 5e Turkse leger. Anders dan zijn Engelse tegenhangers in buitenlandse dienst, die jarenlang de militaire opbouw frustreerden, was Liman von Sanders niet gehinderd door beperkende mandaten. Kampend met dezelfde problemen binnen het militaire apparaat wist hij wél – en dat binnen ettelijke maanden – het Ottomaanse leger te hervormen tot een slagvaardig leger. Dit alles was er de oorzaak van dat Liman von Sanders zich bij de geallieerden weinig geliefd maakte.

Naspel

Nadat de Grote Oorlog in het voordeel van de geallieerden was beslecht, werd Liman von Sanders door zijn rancuneuze tegenstanders op 3 februari 1919 als oorlogsmisdadiger op Malta vastgezet. Hij werd beschuldigd van betrokkenheid bij de Armeense genocide door Turkije, een beschuldiging die niet hard gemaakt kon worden. Het was juist mede door de persoonlijke tussenkomst van hém geweest dat de Armeniërs van Constantinopel en Smyrna enigszins gespaard bleven! Nadat ook Sir Ian Hamilton – zijn Engelse opponent in de slag om de Dardanellen – zich voor hem ingezet had, werd hij op 26 juli 1915 uit zijn eenzame opsluiting vrijgelaten waarna hij in augustus 1919 arriveerde in Berlijn.


Bronnen

Ursachen und Ausbruch des Weltkrieges, G. von Jagow, Reimar Hobbing Verlag, Berlin, 1919
Manuscript ‘Schaakspel om de Wereldmacht’- Fré Morel
net.lib.byu.edu/estu/wwi/comment/morgenthau/Morgen08.htm
www.kcl.ac.uk/lhcma/locreg/LIMPUS.shtml
en.wikipedia.org/wiki/Otto_Liman_von_Sanders
www.gallipoli-association.org/contentpage.asp?pageid=35
www.firstworldwar.com/bio/liman.htm
en.wikipedia.org/wiki/Battle_of_Sarikamis
en.wikipedia.org/wiki/First_Suez_Offensive
 de.wikipedia.org/wiki/Colmar_Freiherr_von_der_Goltz
 www.manorhouse.clara.net/main/straits.htm
 de.wikipedia.org/wiki/Deutsche_Milit%C3%A4rmission_im_Osmanischen_Reich
 www.stahlgewitter.com/14_10_30.htm
 www.historyhouse.com/in_history/turkey_boat
 www.superiorforce.co.uk
en.wikipedia.org/wiki/Mark_Kerr_(admiral)
 www.manorhouse.clara.net/main/straits.htm
 www.superiorforce.co.uk(externe link)
 en.wikipedia.org/wiki/HMS_Agincourt_(1913)
 de.wikipedia.org/wiki/HMS_Erin
 hnsa.org/ships/averoff.htm
 www.bsaverof.com/uk/history.htm
 www.geocities.com/roynagl/handleypage.htm
 www.knerger.de/Die_Personen/militar_14/militar_15/militar_16/hauptteil_militar_16.html

Posted on 1 Comment

60 goed geconserveerde scheepswrakken voor Bulgaarse kust

Nabij de Bulgaarse Zwarte Zeekust heeft een team internationale onderzoekers afgelopen najaar meer dan 60 zeer goed bewaard gebleven historische scheepswrakken ontdekt. Het gaat om schepen van Romeinse, Byzantijnse, Ottomaanse en Venetiaanse oorsprong, die op een diepte van 90 tot 2000 meter op de zeebodem liggen.

Sinds de herfst van 2016 stuurden de wetenschappers op afstand bestuurbare onderzeeboten met moderne camera’s en laserscanners naar de wrakken. Onder de schijnwerpers werden duizenden foto’s gemaakt en vervolgens op de computer samengevoegd tot hoge-resolutie 3D-modellen.

Met op afstand bestuurbare onderzeeërs werden de scheepswrakken in beeld gebracht (foto: Black Sea MAP).

Het resultaat is spectaculair: Duidelijk te herkennen zijn details zoals touwen op het dek, het roer, vaten, kanonnen en kunstig houtsnijwerk. Er konden scheepstypen geïdentificeerd worden die tot nu toe alleen uit geschriften of van schilderingen bekend waren.

Drie jaar heeft het team rond professor Jon Adams van het Centrum voor Maritieme Archeologie van de Universiteit van Southampton langs de Bulgaarse Zwarte Zeekust onderzoek naar de zeebodem gedaan. De expeditie met de titel ‘Black Sea Maritime Archeology Project’ had ten doel de vroegere kustlandschappen in de Zwarte Zee in kaart te brengen. Men wil de paleo-ecologische voorgeschiedenis van het waterlichaam reconstrueren. De centrale van het team was het met de modernste onderwater-meetapparatuur uitgeruste schip Stril Explorer.

Het team opereerde vanuit de Stril Explorer (foto: Black Sea MAP).

De ontdekking van het scheepskerkhof kwam volstrekt onverwacht. Al in de Oudheid was de Zwarte Zee een veel bevaren waterweg, die Venetië, de Balkan, Griekenland en Klein-Azië met de Krim, de Euraziatische steppen, de Kaukasus en Mesopotamië verbond.

Oorspronkelijk was de Zwarte Zee een zoetwatermeer. Door stijgende waterspiegels zou op enig moment in de prehistorie echter het water doorgebroken zijn door wat nu de Bosporus en de Dardanellen zijn, waardoor een verbinding met de Egeïsche Zee ontstond. Door het verschillende gewicht van het Zwarte Zeewater en het veel zoutere Middellandse Zeewater, vloeit er zowel water de ene als de andere kant op op verschillende dieptes. Hierdoor ontstaat een zuurstofvrije laag op diepten vanaf 150 meter, waardoor de gezonken schepen met lading en al sensationeel goed bewaard zijn gebleven.

Griekse kolonies aan de Zwarte Zee (kaart: George Tsiagalakis / CC-BY-SA-4)

Aan de hand van de vondsten hoopt men bewijzen te vinden voor de import van zijde, specerijen, parfum, juwelen en zelfs boekrollen. Of er ook scheepswrakken geborgen zullen worden is nog niet besloten. De Bulgaarse minister van Cultuur heeft aangekondigd dat er op het schiereiland Sint-Quiricus bij Sozopol – in de Oudheid Apollonia genoemd – een Museum voor Onderwaterarcheologie moet ontstaan om de vondsten van de schepen tentoon te stellen.

Posted on

Italië en Turkije houden Merkel in spanning

Veel Duitse politicologen hebben inmiddels gewezen op het concept van asymmetrische demobilisatie als een belangrijke bouwsteen in verkiezingsoverwinningen van CDU-leider Merkel tot nu toe.

Een bestanddeel van deze tactiek is het innemen van thema’s die mobiliserend werken op de kiezers van de concurrenten. Alternatieven als onmogelijk wegzetten is er ook onderdeel van. En over heikele thema’s zoveel mogelijk zwijgen. De bondskanselier is er lange tijd in geslaagd het thema van de massamigratie buiten de verkiezingscampagne te houden en dat past dan ook in dit concept.

Maar de campagnetactiek die voor de verkiezingen van 2009 en 2013 zo succesvol was, dreigt in de komende weken niet op te gaan. Uitgerekend het polariserende thema immigratie zou voor 24 september opnieuw het politieke debat en de berichtgeving kunnen gaan beheersen.

Steeds meer wijst er namelijk op dat de asielcrisis op korte termijn weer acuut wordt en een vergelijkbaar verloop krijgt als in 2015. Hoe explosief de problematiek is, heeft de kanselier in het afgelopen jaar ervaren, toen haar steun in de peilingen instortte. Merkel slaagde er vervolgens met uitspraken als “Een situatie als die in de late zomer van 2015 kan, mag en zal zich niet herhalen” in om de stemming bij een deel van de bevolking weer bij te draaien.

Maar nu moet ze vrezen voor de ontwikkelingen in Italië en Turkije. De Italiaanse premier Paolo Gentiloni waarschuwt reeds weken dat zijn land met sterk stijgende aantallen immigranten kampt en de opnamecapaciteit van zijn land in gevaar komt. Ook de afhankelijkheid van de Turkse president Recep Tayyip Erdogan ten gevolge van het zogenaamde vluchtelingenakkoord zou de bondskanselier fataal kunnen worden. Zowel de regering in Rome als die in Ankara hebben het in de hand om de migratiestroom richting Duitsland op enig moment weer in gang te zetten.

Alleen de macht van de gebeurtenissen zou dan de campagnetactiek van de asymmetrische demobilisatie al onderuithalen en voor een mobilisatie van kiezers zorgen. Gezien de staat van de concurrentie zou het zou haar denkbaar niet eens het kanselierschap kosten, maar wel een slechtere verkiezingsuitslag opleveren.