Posted on

Onverdraagzaam fanatisme extreemlinks leidt tot terreur

Op 19 januari 1984 gooiden zelf benoemde ‘anti-apartheidsactivisten’ – lees: barbaren – de bibliotheek van de Nederlands Zuid-Afrikaanse Vereniging in een Amsterdamse gracht. Twee jaar later belegerde dezelfde mensensoort een hotel in Kedichem, waar de Centrumdemocraten van Hans Janmaat een bijeenkomst hielden. Het gebouw werd in brand gestoken en bij de secretaresse van Janmaat moest na hun vluchtpoging een been worden geamputeerd. In de jaren tachtig van de vorige eeuw was Nederland regelmatig het toneel van veldslagen tussen krakers en hun sympathisanten enerzijds en de overheid en de bevolking anderzijds. Rellen in Amsterdam waren in die jaren aan de orde van de dag, en ook in Groningen, Utrecht en Nijmegen werd door krakers en andersoortige activisten terreur uitgeoefend. Ook het bezoek van paus Johannes Paulus II aan Nederland in 1985 voltrok zich deels in wolken traangas.

De terreur ging nog een stap verder in 1991 met de bomaanslag op het huis van staatssecretaris Aad Kosto, verantwoordelijk voor het vluchtelingenbeleid. De jaren daarvoor werden benzinestations en groothandels, die handel dreven met onder meer Zuid-Afrika, in de brand gestoken. De aanslagen werden opgeëist door RaRa, de Revolutionaire Anti-Racistische Actie. Eén lid van deze terreurgroep werd ooit veroordeeld. Hij woont tegenwoordig in Venezuela!

Voorlopig dieptepunt is de moord op Pim Fortuyn in 2002, die bij ieder publiek optreden al werd belaagd door linkse activisten. En uit eigen ervaring weet ik dat om die moord in progressieve kringen geen traan is gelaten. En al die jaren, tot de dag van vandaag, moeten politici en schrijvers rekening houden met bekladde ramen en muren en dichtgekitte sloten, alleen omdat ze in de ogen van de ‘activisten’ – lees: terroristen – er een verkeerde mening op na houden.

Civitas Christiana

Het laatste slachtoffer van deze linkse terreur is Civitas Christiana. De mensen van deze bij Nijmegen gevestigde stichting staan al regelmatig bloot aan laster en fysiek geweld. Linkse activisten verstoren hun manifestaties. ‘Havanna aan de Waal’ was altijd al een broeinest van extreemlinkse acties. Nu hebben zij afgelopen week het kantoor van Civitas beschadigd en beklad. Uiteraard in de nacht en anoniem, want het daglicht verdragen zij niet.

Het is niet moeilijk te achterhalen uit welke hoek deze activisten komen. Via geplakte stickers en een pamflet (inclusief spelfouten en slechte grammatica) laten zij hun geloofspapieren zien. De verklaring bevat de bekende ronkende zinnen als “Het uiterst conservatieve gedachtegoed van Civitas Christiana is een aanval op ons allen en is exemplarisch voor het politieke klimaat waar we in leven. We moeten als progressieve idealisten ons niet laten verdelen maar zien dat onze strijd een geheel vormt voor een wereld waar gelijkheid, solidariteit en vrijheid centraal staan.”

Voorhoedegedachte

Wie zijn die “allen”? “Exemplarisch politiek klimaat”? Het is opmerkelijk dat activistische minderheden altijd voor ons “allen” praten. De voorhoedegedachte zit diep in de genen bij extreemlinks. En het politieke klimaat lijkt me wat betreft de speerpunten van het anonieme linkse groepje (recht op abortus, rechten voor transgenders, vernietiging patriarchaat) beter dan ooit. De terreurachtergrond van hen wordt echter helemaal duidelijk met deze zinsnede: “Ze zien het als hun missie om katholieke beschaving te verspreiden en om de progressieve waarden die voortkwamen uit bijvoorbeeld de Franse revolutie en de sociale bewegingen uit de vorige eeuw teniet te doen.”

Terreur van links

De Franse revolutie zette namelijk de toon voor de terreur van links. Het was, net als de revoluties in de 20ste eeuw in Rusland, China, Vietnam, Cuba, en Cambodja, een staatsgreep door een fanatieke en intolerante minderheid. Na 1795 maakte de guillotine overuren, net zoals de geheime politie in genoemde landen in de vorige eeuw mensen voor het executiepeleton plaatste.

De voorhoede, het kleine groepje partijleiders, moet het volk leiden naar een glorieuze toekomst. Die toekomst, de marxistische transformatie van socialisme naar communisme en het afsterven van de staat, werd door de ‘proletarische voorhoede’ keer op keer uitgesteld. Zogeheten ‘vijanden van het volk’ belemmerden de realisering van de ‘heilstaat’ en werden daarom opgespoord, verbannen en vermoord. En waar de linkse extremisten er niet in slaagden de macht te grijpen, organiseerden ze zich in terroristische groepen, die het volk rijp moesten maken voor het ‘rode paradijs’.

Alleen al het lezen van biografieën van partijleiders of terroristen laat zien dat de weg naar het paradijs, de heilstaat, niet geplaveid is met goede bedoelingen, maar met de dode lichamen van honderdduizenden onschuldige mensen. Dit scenario is keurig samengevat in ‘De revolutionaire catechismus’ (1869) van Sergej Netsjajev. De catechismus is een opsomming van 26 stellingen met slechts één thema: vernietiging. Stelling 6 bijvoorbeeld:

“Tiranniek ten opzichte van zichzelf, moet hij [de revolutionair] ook tiranniek ten opzichte van anderen zijn. Hij moet alle zachtzinnige, verzwakkende gevoelens van verwantschap, liefde, vriendschap, dankbaarheid en zelfs van eer in zichzelf onderdrukken en moet de ijskoude, doelgerichte hartstocht voor de revolutie ruimte geven. Voor hem geldt slechts één vreugde, één troost, één loon en één bevrediging — het slagen van de revolutie. Dag en nacht mag hij maar één gedachte, één doel voor ogen hebben — de meedogenloze vernietiging. Terwijl hij onvermoeibaar en koudbloedig dit doel nastreeft, moet hij bereid zijn, om zichzelf te vernietigen en met zijn eigen handen alles te vernietigen, wat de revolutie in de weg staat.”

Geldingsdrang

De vraag is waarom mensen overgaan tot dit denken en handelen? Natuurlijk zullen er een paar naïeve idealisten zijn die oprecht denken dat ze aan het werk zijn voor een betere wereld. Voor de rest zal het een mengsel zijn van geldingsdrang, “kijk mij eens bezig zijn voor de goede zaak” en rauwe machtspolitiek. Binnen links lopen heel veel machtswellustige mannen en vrouwen rond, die bereid zijn heel ver te gaan om hun doel te bereiken. Opnieuw, lees de biografieën van de partijleiders. Overtuigd van hun eigen gelijk zijn ze voortdurend op zoek naar doelwitten, binnen én buiten de organisatie. Het elkaar de maat nemen – hoe ver durf jij te gaan, hoe radicaal ben jij eigenlijk? – leidt bijvoorbeeld tot nachtelijk activisme. Zogenaamd voor de goede zaak, maar feitelijk een wedstrijdje elkaar ophitsen wie het meeste durft. Je moet ook wat, als je de hele dag in touw bent voor de realisering van het rode paradijs. Nescio had er een mooie roman over kunnen schrijven.

De jongens en meisjes die afgelopen week het kantoor van Civitas Christiana bekladden zijn een slap aftreksel van de terreur van de Russische nihilisten die zich lieten leiden door ‘De revolutionaire catechismus’. Maar ze staan, net als de anti-apartheidsactivisten en antiracisten, wel degelijk in dezelfde traditie, die begint met intimidatie, geweld, intolerantie, minachting en uiteindelijk leidt naar terreur.

Posted on

ChristenUnie-minister snoert vrijheid van onderwijs in

Dwang tot nationale opvoeding, invoeren van een staatsideologie, symboolpolitiek. Dat zijn zo’n beetje de steekwoorden in de reacties op het plan van minister Arie Slob voor Basis- en Voorgezet Onderwijs om scholen te verplichten tot burgerschapsonderwijs. Scholen zijn sinds 2006 wettelijk verplicht om lessen in burgerschap te geven, maar de minister vindt dat te vrijblijvend. Hij wil de eisen aanscherpen.

“De school moet ook een oefenplaats zijn, waar kinderen kunnen oefenen hoe je je als burger gedraagt,” vindt Slob. De crux zit ‘m in dat woordje ‘ook’. Want scholen moeten al heel veel en steeds meer. Je vraagt je als buitenstaander wel eens af hoe die onderwijzers nog toekomen aan het geven van klassieke vakken, zoals taal, rekenen en geschiedenis. Zoveel ruis zit er namelijk tegenwoordig in het curriculum. Het versje is allang afgeschaft en het zingen van het Wilhelmus is nog niet eens ingevoerd, maar de lesdagen worden tegenwoordig gevuld met voorlichting over seksuele diversiteit, anti-pestprogramma’s, herkennen van vooroordelen en het oefenen in empathie. “Mijn kinderen weten alles over Marokko, maar over de vaderlandse geschiedenis leren ze niets meer,” verzuchtte een vader een aantal jaren geleden in een ingezonden brief. Lessen in burgerschap fietsen daar nog doorheen – de jaarlijkse excursie naar Verkeerspark Assen is ook lang geleden gesneuveld – maar scholen kunnen in het kader daarvan eenmaal per jaar een project-dag organiseren of een debatwedstrijd. En daar wil Slob nu een einde aan maken. ‘Kennis en respect voor de basiswaarden van de democratische rechtstaat’ moeten centraal staan in het burgerschapsonderwijs. Concreet: meer en verplicht onderwijs over democratie, rechtsstaat en gelijkheid. “De universele rechten van de mens en de grondwet moeten leidend zijn,” zegt Slob in dagblad Trouw. “Een belangrijke basiswaarde in het onderwijs is dat mensen verschillend mogen zijn en dat we respect moeten hebben voor elkaar.”

De ironie wil dat het weinig verplichtende karakter van de huidige wet, die in 2006 werd aangenomen, een gevolg is van het verzet van het CDA en de ChristenUnie in het vierde kabinet Balkenende (2007-2010). De christelijke coalitiepartijen vreesden dat de vrijheid van onderwijs met allerlei verplichtingen ondermijnd zou worden. De Raad van State viel de partijen bij: “Een inbreuk op de vrijheid van richting en inrichting”. Tien jaar later gaat een minister van CU-huize juist over tot verplichting. “Een school die niet onderwijst in de vrijheid van meningsuiting, gelijkwaardigheid, begrip voor anderen, verdraagzaamheid, autonomie en het afwijzen van discriminatie zal daartoe voortaan door de Inspectie, met Slobs nieuwe wetsvoorstel in de hand, worden gemaand,” schrijft de Volkskrant. In Trouw probeert de minister mogelijke onrust onder zijn achterban te bezweren: “Ik treed niet in de vrijheid van scholen om het onderwijs in te richten zoals zij het willen. Er is een kern van wat leerlingen moeten kennen en kunnen. Ik wil alleen richting geven waaraan de inhoud moet voldoen. Tegelijkertijd houden scholen ruimte om keuzes te maken in hun lesaanpak, methodes en leermiddelen. Die vrijheid houden ze zonder meer. Zolang scholen maar wel fundamentele waarden en vrijheden respecteren en onderwijzen.”

Het Friesch Dagblad, een van de kleinste dagbladen in Nederland én christelijk, heeft er niet veel vertrouwen in. De krant voorziet conflicten tussen de diverse grondrechten, maar ook over de verschillende visies op bijvoorbeeld medisch-ethische kwesties. “Grondrechten zijn niet waardevrij en niet los verkoopbaar,’ schrijft de krant in haar hoofdcommentaar van 6 juni. “De uitleg van Slob doet denken aan de Orwelliaanse uitspraak dat iedereen gelijk is maar dat sommigen meer gelijk zijn dan anderen. Met andere woorden, het invoeren van een staatsideologie ligt levensgroot op de loer en staat op gespannen voet met de vrijheid van onderwijs. Welk grondrecht krijgt voorrang?”.

Terwijl de Friese krant terechte vraagtekens zet bij het idee van de minister, gaat het voorstel voor een aantal belanghebbenden niet ver genoeg. Hans Teunissen, voorzitter Nederlandse Vereniging van Leraren Maatschappijleer, zegt tegen een verslaggever van de Volkskrant dat je al in de peuterklas moet beginnen met burgerschapskunde. ‘Van peuter tot puber’ is het motto van Teunissen. Bij hem komt de echte aap wel uit de mouw: “Train leerlingen in elk leerjaar om over gevoelige thema’s te praten, zich te verdiepen in standpunten van anderen, wat de (grond)wet is en wat die voor jou betekent. Dan zijn ze van jongs af aan gewend om te spreken over onderwerpen als populisme en discriminatie”. En Jan Heijhuurs, adviseur bij Diversion (bureau voor maatschappelijke innovatie), voegt daar in de krant aan toe: “Goed burgerschap begint bij de docent als moreel kompas, daarin is dit wetsvoorstel een mooi begin… Aan scholen zelf is het de taak om de buitenwereld de klas binnen te halen”.

Nederland lijkt in rap tempo het Zweedse voorbeeld te volgen. De staat neemt de (morele) opvoeding, die normaliter binnen het gezin behoort plaats te vinden, over. En het onderwijs blijft een speeltuin voor linkse hobby’s. Nota bene een minister van een christelijke partij gaat er voor zorgen dat staatsopvoeding de autoriteit van ouders buitenspel zet. De progressieve secularisten zullen juichen.

Posted on

De Soros-machine

Het Franse liberaal-conservatieve weekblad Valeurs Actuelles bracht de afgelopen week een dossier over de Amerikaanse oligarch George Soros, met daarin een aantal artikels over politieke opvattingen van Soros en zijn rol in de ondersteuning van islamisme en immigratie naar Europa. Dit onder de titel ‘de miljardair die samenzweert tegen Frankrijk’ een krachtige kop met als doel nieuwsgierige lezers te lokken. Soros heeft overigens een moeizaam verleden met Frankrijk, tijdens zijn werk als speculant op de geldmarkt werd hij in 2005 in Hoger Beroep in het land definitief veroordeeld voor handelen met voorkennis. Zijn enorme fortuin dat hij met speculatie op verschillende markten heeft vergaard, schatte men op 8 miljard dollar nadat hij in oktober 2017 een groot deel van zijn geld (18 miljard) naar zijn Open Society Foundations (OSF) overboekte.

Over speculatie gaat het dossier dus niet, het heeft betrekking op wat er precies met het geld van het OSF gebeurt en vooral de rol van inmenging in interne politieke aangelegenheden van Europese landen. George Soros gebruikt de organisaties zonder winstoogmerk naar eigen schrijven omdat “NGO’s een onderwerp zijn waarmee de politiek zich niet bemoeit”. Evenwel is hij een graag geziene gast bij beleidsmakers van de Europese Unie en droomt van een wereld zonder grenzen, die wordt bestuurd door de economie en niet door de politiek. Een voorbeeld van het hand in hand gaan van de activiteiten van zijn NGO’s en zijn handelsgeest komt uit Oekraïne. Daar steunde Soros de oppositie tijdens de staatsgreep van 2014 en heeft vervolgens grote invloed binnen het energiebedrijf Naftogaz verworven, dat momenteel op het punt staat om te worden geprivatiseerd.

In het artikel ‘de activist voor massa-immigratie en islamisme’, heeft het tijdschrift uitgezocht dat er in Europa 5 grote programma’s lopen voor steun aan migranten en tegen racisme en islamofobie, met daarachter een complexe stroom van gelden naar onder andere islamitische en extreemlinkse organisaties. Dit past bij de opvattingen van Soros dat Europa 1 miljoen immigranten per jaar moet binnenlaten, lichtere straffen voor misdaden begaan door immigranten, grenzen moeten verdwijnen, sancties voor landen die geen migranten opnemen en het wegvegen van de westerse identiteit. Ook opvallend is zijn steun voor euthanasie en abortus in bepaalde landen. Zo richt hij zich specifiek op Ierland, door hem aangeduid als katholiek en conservatief land, waar de pro-abortus groeperingen worden ondersteund. De gedachte is hierbij dat als dit land zijn beleid hierop wijzigt dit een impact zal hebben op andere katholieke landen zoals Polen.

Inmiddels is er al enige tijd en zelfs in de Europese Unie sprake van tegenwerking, Zo heeft de Hongaarse regering wetgeving ingevoerd om dergelijke organisaties met externe geldinjecties voor 25 procent te belasten en daarnaast hun rol gepolitiseerd en onderdeel van het publieke debat gemaakt (zoals bij de laatste verkiezingen). Kortom, een interessant dossier dat nog maar de oppervlakte raakt en gezien de miljoenen aan geldstromen en de druk van de OSF op regeringen om intern het beleid te veranderen een noodzakelijk journalistiek onderwerp dat verdere uitdieping behoeft.

Lees ook:

Posted on

Gendergekte met gevolgen

De techniek is ondertussen genoegzaam bekend. Om wetgeving te laten aannemen, wijzigen of afschaffen, creëer je een mediahype. Je zoekt een opvallend, merkwaardig, revolterend of droevig feit, je gooit dat in de openbaarheid en je kadert het mediatiek goed in.

Idealiter is dit plotse feit al het voorwerp geweest van een lange opvolging door een bekend journalist, en heb je de experten achter de hand om op de leemten of beletsels in de wetgeving te wijzen. Vervolgens zet je dan aandachts- en bezigheidszoekende wetgevers aan het werk.

Zo ging dat met het homohuwelijk, met euthanasie, met euthanasie voor minderjarigen, met de kraakpanden en nu vorige week met gender, genderwijziging en genderkeuze. Boudewijn werd Bo.

Men kan respect of sympathie hebben voor de private keuzes van mensen die hun persoonlijk leven betreffen; daar is helemaal niets mis mee. Maar als die private keuze het voorwerp van een mediagestuurde hoogmis wordt, als het onderscheid tussen privé-sfeer en publiek domein verdwijnt, is dit ook niet langer een private aangelegenheid. De vraag wordt dan wat de ‘maatschappelijke agenda’ echt is.

In dit opzicht is dan ook het fait divers van vorige week van veel minder belang dan de (voorbereidende?) wet van 25 juni 2017 ‘tot hervorming van regelingen inzake transgenders wat de vermelding van een aanpassing van de registratie van het geslacht in de akten van de burgerlijke stand en de gevolgen hiervan betreft’.

In tegenstelling tot wat de titel van de wet zou doen vermoeden heeft deze veel minder te maken met transgenders, dan wel met het veralgemeend mogelijk maken van genderkeuze.

Inderdaad kan eenieder, man of vrouw, zelfs minderjarig, er sinds de genderkeuzewet voor kiezen om van gender te wijzigen (weliswaar beperkt tot ‘man’ of ‘vrouw’ – zelfs niet tot ‘transman’ of ‘transvrouw’) door een eenvoudige verklaring bij de ambtenaar van de burgerlijke stand, louter op voorwaarde van enkele consultaties en een afwezigheid van bezwaar van de procureur des Konings. Enige medische ingreep is niet langer vereist.

Wie is mama, wie is papa?
Maar, en hier komt de kat op de koord, de regels van het burgerlijk wetboek inzake vaderlijke en moederlijke afstamming werden niet gewijzigd. Dit betekent dat een man die vrouw wordt (transvrouw) en een kind verwekt, nog steeds, als vrouw, de vader van haar kind wordt.

En een vrouw die man wordt (transman) en een kind baart, wordt nog steeds de moeder van zijn kind.

Men hoeft geen groot geleerde te zijn om in te zien dat zoiets onhoudbaar is, en dat binnen de kortste keren zal geijverd worden voor het schrappen van de begrippen vaderlijke en moederlijke afstamming in ons recht. De minister van justitie alludeerde daar trouwens al op tijdens de bespreking in de Kamercommissie. En wie de begrippen vaderlijke en moederlijke afstamming afschaft, schaft meteen de noties vader en moeder af, en zelfs de noties meemoeder en meevader.

In eerste instantie blijft dan enkel nog het begrip ‘ouder’ over, ouder 1 en ouder 2. Evenwel zal zelfs het begrip ‘ouder’ niet houdbaar blijken op het ogenblik dat twee samenlevende vrouwen een beroep doen op een gametendonor, en twee samenlevende mannen een beroep zullen mogen doen op een draagmoeder om hun recht op een kind te realiseren.

Wat er dan overblijft zijn zorgende en opvoedende wensouders. Wensouders kunnen ongetwijfeld uitstekende opvoeders zijn, maar als ze het kind niet verwekt of gebaard hebben zijn het geen ouders in afstammingszin.

En er zijn volwassenen en kinderen die een warme opvoeding genoten hebben, maar toch op zoek gaan naar hun biologische ouders.

Daarvoor wil dezelfde wetgever dan zelfs de anonimiteit van de gametendonatie afschaffen. En rijst onmiddellijk de vraag wat de rechten zijn van de donoren en hun partner(s) t.a.v. het kind, en van het kind t.a.v. de donoren en hun partner(s). Vele donoren willen helemaal geen ‘ouder’ zijn, en men kan dit zeer goed begrijpen.

Een zo goed als onontwarbaar kluwen is het onvermijdelijke gevolg. Nog maar eens.

Maar wat meer is, deze radicale transformatie gaat naar het wezen van onze cultuur, waarin familie, afstamming, gezin, en de rol van vader en moeder – evoluerend, jazeker – steeds centrale referenties geweest zijn.

Ik herinner me het relletje in mei 2017 toen een school de viering van ‘moederdag’ afschafte omwille van de grote diversiteit in gezinssituaties. Het is minstens paradoxaal te noemen dat de luidste roeptoeters van toen amper een maand later de hogervermelde genderkeuzewet mee patroneerden.

En om het voor de goegemeente allemaal wat verteerbaar te maken, blijft men het nog even hebben over slechts twee genders, man en vrouw. Maar wie de materie zelfs maar een heel klein beetje kent, weet dat volgens de genderideologie binariteit gelijkstaat met vloeken in de kerk. De kern van de genderideologie, overal gepropageerd, is juist dat een emancipatie uit dit binaire, biologisch gedetermineerde denken dringend noodzakelijk is.

Progressief

Gender is in deze religie een fluïde begrip, met een onbeperkt en onbepaald aantal varianten, wisselend naar tijd en omstandigheden. Facebook somt bijna 90 genders op. Genderideologie is een van de instrumenten om een cultuur radicaal te transformeren. Zoals steeds spelen transnationale netwerken, gebruik makend van het juridisch instrument van de ‘grondrechten’, hierin een belangrijke rol.

Genderideologie is zelfs gaan behoren tot het wezen van ‘het Europees project’ – zie de talrijke resoluties van het Europees ‘Parlement’ en hun weerslag in talrijke Richtlijnen.

Een hoofddoek dragen is zogezegd een aanslag op onze cultuur, en een boerkini is een atoombom, maar onze cultuur in het hart treffen, dat is meerijden op de trein van de geschiedenis.

Want “die moslims moeten eindelijk maar eens beseffen hoe progressief we wel zijn”. Wat mij betreft is de liberaal-libertaire sharia een acutere bedreiging.

Dit opiniestuk is oorspronkelijk gepubliceerd op VRT NWS.

Posted on

Wat Hubert Smeets niet snapt over ’68 en cultuurmarxisme

1968, dit jaar 50 jaar geleden. De eerste herdenkingsnummers liggen al in de winkel. Hubert Smeets, Oost-Europa expert en columnist van NRC Handelsblad, doet op een van de eerste dagen van dit jubileumjaar in zijn krant ook een duit in het zakje. Zijn insteek is niet de opstandige minderheid van studenten die in dat jaar de straten en universiteiten van een groot aantal westerse steden bezette, maar het ‘cultuur-marxisme’. Volgens de oud-correspondent maken “nieuwrechtse denkers in Europa en Amerika” een fout door de geest van ’68 te zien als “als bron van al het kwaad dat ons teistert”. 1968 was juist “een kraamkamer voor krachten waaraan het marxisme ten onder zou gaan”.

Smeets maakt niet alleen een karikatuur van het begrip ‘cultuur-marxisme’, hij laat ook zien dat hij er niets van heeft begrepen. De voorbeelden die hij noemt – Dubcek in Tsjechoslowakije, Michnik in Polen en Sacharov in de Sovjetunie – zijn volstrekt willekeurig. Want 1968 was ook het jaar van het Tet-offensief in Vietnam, waarmee de communisten in Hanoi lieten zien dat ze nog lang niet verslagen waren. 1968 was ook het jaar waarin Mao Zedong, dankzij de Culturele Revolutie die hij twee jaar eerder had uitgeroepen, zijn macht over de Communistische Partij versterkte. 1968 tenslotte was ook het jaar waarin de Khmer Rouge, een tot dan toe onbekende illegale beweging, voor het eerst een landelijke opstand in Cambodja ontketende. Maar deze gebeurtenissen verdonkeremaant Smeets, omdat ze niet in zijn kraam te pas komen. Iets wat hij de critici van de geest van ’68 juist verwijt.

Want voor die critici, die het begrip ‘cultuur-marxisme’ hebben gemunt, is het jaartal 1968 slechts een symbool. De geest van ’68 mag dan wel in dat jaar met veel rumoer van zich laten horen, de geestelijke wortels van de studentenbeweging reiken veel dieper in de geschiedenis. Historici van het beruchte decennium noemen daarvoor een instituut, de Frankfurter Schule. Deze groep van Duitse sociologen en filosofen begon voor de Tweede Wereldoorlog vanuit een marxistische visie kritiek te leveren op maatschappelijke structuren. Na hun vlucht naar de Verenigde Staten na de machtsovername van Hitler cs. vonden de ideeën van Horkheimer, Adorno, Marcuse en Fromm steeds meer ingang op de Amerikaanse universiteiten. Hun boeken gingen in de jaren zestig van hand tot hand.

De kritiek op de soixant-huitards – getypeerd als ‘cultuur-marxisme’ – richt zich niet op de voormalige socialistische heilstaten in het oosten. De kritiek richt zich op de macht van de babyboomers in de media en het onderwijs in westerse landen. In het Oostblok heeft de bevolking zich op eigen kracht vrijgevochten van het communistische juk. In het Westen heeft het (cultuur)marxisme tot in de diepste poriën van de samenleving haar invloed doen gelden (een overwinning waar de communistische machthebbers van toen alleen maar over konden dromen). En de ironie, die Smeets ook niet noemt, is dat de voormalige Oostbloklanden politiek gezien duidelijk afstand nemen van de ‘cultuur-marxistische’ verworvenheden, terwijl de met Mao-vlaggen zwaaiende en met Che Guevara-buttons getooide vertegenwoordigers van de generatie van 1968 vijf decennia lang hun invloed uit konden oefenen in de westerse samenlevingen. Op dat laatste richt de conservatieve kritiek anno 2018 zich.

Posted on

Christelijke organisaties bundelen krachten voor fundamentele vrijheden in EU

Donderdag 13 februari vindt in Hilversum de presentatie van een nieuw ‘Platform Fundamentele Rechten en Vrijheden in de EU’ plaats. In het platform heeft zich een groot aantal christelijke organisaties verenigt om in EU-verband op te komen voor het leven, voor het gezin en voor fundamentele vrijheden.

De aanleiding voor de oprichting van het platform  is gelegen in de recente debatten in het Europees Parlement die zowel aan medisch-ethische kwesties raakten als aan de onderwijsvrijheid en het gezin. In het persbericht wordt gewezen op “de recente pogingen in het Europees Parlement om van abortus Europees beleid te maken, vanuit de EU artsen te verplichten abortussen uit te voeren en de EU invloed te geven in de seksuele voorlichting in het onderwijs. Door deze debatten werd het duidelijk hoeveel invloed o.a. de abortuslobby al heeft in de EU en dat het nodig is dat ook het geluid dat opkomt voor leven, gezin en vrijheid duidelijk gehoord wordt in Europa.” Waarbij gedacht kan worden aan de rapporten van de europarlementariërs Edite Estrela (Portugal, Socialisten) en Ulrike Lunacek (Oostenrijk, Groenen) die zich goeddeels begaven op terreinen waar de Europese Unie strikt genomen geen bevoegdheid heeft. Van uitspraken van het Europees Parlement gaat echter wel een belangrijke signaalwerking uit. Waar het rapport van Estrela nipt werd verworpen, met subsidiariteit als voor velen doorslaggevend argument, werd het rapport van Lunacek aangenomen.

Het platform wil christenen in Nederland er meer van bewust maken dat deze kwesties spelen op het niveau van de Europese Unie en dat daarbij fundamentele vrijheden op het spel staan. Het platform roept christelijke kiezers op om met het oog op deze kwesties in de komende verkiezingen voor het Europees Parlement een stem uit te brengen op de ChristenUnie-SGP-lijst, onder het motto ‘Kies voor leven, gezin en vrijheid in Europa!’

Het platform wordt momenteel gedragen door de volgende organisaties: Nederlandse Patiënten Vereniging (NPV), Vereniging Gereformeerd Schoolonderwijs (VGS), St. Hulp Vervolgde Christenen, 24/7 Gebed Nederland, St. Christenen voor onderwijsvrijheid, Schreeuw om Leven, Stirezo, Werkgroep geen Abortus, Coalitie Apostolische Reformatie, Abortusinformatie.nl en de European Christian Political Foundation en staat open voor meer deelnemende organisaties.

De presentatie van het platform vindt donderdag 13 februari om 10.00 uur plaats in de Grote Kerk te Hilversum. Het manifest van het platform is te vinden op www.stemvoorhetleven.eu

Posted on Leave a comment

Seculiere zendingsijver in Europa. Durven zwijgzame christenen de confrontatie aan?

Enkele weken geleden, op de Nederlandse ambassade in Tbilisi, Georgië vond een gesprek plaats tussen een medewerker van de ambassade, een medewerker van de universiteit in Tbilisi en een vertegenwoordiger van een Nederlandse universiteit.

Het volgende voorstel werd geopperd. In Georgië is er de noodzaak voor begeleiding voor kinderen met handicaps. De universiteit van Tbilisi heeft een plan uitgewerkt waarbij een school met dagopvang wordt gebouwd voor kinderen met allerlei soort van handicap. Hierdoor kunnen honderden kinderen geholpen worden in hun dagelijks leven. Geld om de school te bouwen is er, geregeld door Noorwegen en Japan. Het enige wat nog ontbreekt is het ontwerp zelf. Er is nog een beperkt geldbedrag nodig om het ontwerp te maken.

Helaas, de Nederlandse ambassade heeft wel geld, maar niet voor een dergelijk initiatief. De aanwezige fondsen zijn gelabeld en bestemd voor `sexuele minderheden´.

Zomaar een voorbeeld. Maar wel een die het seculiere gezicht van Nederland in Europa laat zien. In dit artikel bekijken we een aantal recente gebeurtenissen in dit licht.

Meer dan een belangengemeenschap
De Europese Unie vindt zijn oorsprong in de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS), die in 1952 gevormd werd door zes landen (België, Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg en Nederland). Deze gemeenschap was bedoeld om samen te werken op het gebied van zware industrie, noodzakelijk om elkaars productie van wapentuig te controleren. In 1958 kwamen de Europese Economie Gemeenschap (EEG) en de Europese Atoom Gemeeschap (Euratom) tot stand. De laatste om het vreedzaam gebruik van atoomenergie voor vreedzame doeleinden in Europa te bewerkstelligen. De EEG bevorderde de onderlinge samenhang op het vlak van onderlinge handel. In 1993 werd bij het verdrag van Maastricht de Europese Unie zoals we die nu kennen een feit. Inmiddels heeft de Europese Unie 27 lidstaten.

Vormt het gedeelde belang van vrede, handel en economie de enige gemeenschappelijke grond voor een hechte samenwerking van Europese lidstaten? Nee. Om een andere gezamenlijke bron op het spoor te komen gaan we verder terug in de tijd.

Christelijke wortels
Dit jaar is het 1700 jaar geleden dat in Edict van Milaan[1] werd uitgevaardigd in het Romeinse Rijk door Licinius en Constantijn de Grote. Vanaf toen waren burgers vrij hun godsdienst openlijk uit te oefenen. We mogen zeggen dat vanaf toen het christendom groeide in Europa en de cultuur mede gevormd heeft. De landen in Europa hebben een christelijke geschiedenis met daarbij behorende culturen en tradities.

In de afgelopen 1700 jaar is vanzelfsprekend veel gebeurd en veranderd. Was in het jaar 1000 de theologie nog absoluut de koningin der wetenschappen, aan het einde van de middeleeuwen was dat de natuurkunde. De rede had het geloof verdreven van de universiteiten. Deze overwinning van de rede werd met de Verlichting bezegeld.

Anno 2013 hebben we te maken met een ander Europa, een werelddeel met een nieuw gezicht, een nieuwe orde. De landen in Oost-Europa herleven na het communisme. Het christendom groeit daar terwijl het in West-Europa tanende is.

Seculiere propaganda
Golden vroeger de christelijke waarden in West-Europa, inmiddels zijn ze  vervangen door humanistische en libertijnse waarden. Dit wordt met name verspreid door de instellingen van de Europese Unie. De Europese Unie is een instituut geworden die de soevereiniteit van de natiestaten overstijgt, terwijl het verdrag officieel stelt dat EU de soevereiniteit en identiteit van de lidstaten respecteert.

De bevordering van humanistische en libertijnse waarden zien we vooral terug bij de omgang met toetredingseisen voor nieuwe lidstaten. Een land dat wil toetreden tot de Europese Unie heeft officieel te maken met de criteria van Kopenhagen. Deze criteria bevatten een aantal voorwaarden waaraan een land moet voldoen wil het kunnen toetreden tot de Europese Unie. Deze voorwaarden zijn vastgelegd door de Europese Raad in 1993 in Kopenhagen. Volgens deze voorwaarden moet een land dat wil toetreden tot de Europese Unie o.a. de mensenrechten respecteren, democratische principes in de praktijk brengen en een goed functionerende markteconomie hebben. Buiten het gegeven dat de mensenrechten universeel worden benoemd, gaan de Kopenhagen-criteria niet in op ethische kwesties. Toch worden deze criteria in de praktijk gebruikt als een kapstok om humanistische c.q. libertijnse waarden te introduceren en aan landen aanvullende eisen te stellen voor toetreding. Moldavië kreeg bijvoorbeeld te maken met Europese druk om abortus en euthanasie te legaliseren, omdat toetredingsgesprekken anders geen zin hadden.

Niet alleen het de instellingen van de propageren deze seculiere waarden, diverse lidstaten waaronder Nederland doen dat ook. In het vervolg van dit artikel gaan we in op een aantal voorbeelden uit de praktijk waarin deze seculiere zendingsijver in Europa tot uitdrukking komt:
–          Het Pink Embassy initiatief en de Nederlandse ambassade in Albanië
–          De kwestie Rocco Buttiglione en Tonio Borg
–          De reacties op anti-homohuwelijk demonstraties in Parijs

PINK Embassy
PINK Embassy is een initiatief dat opkomt voor homorechten in Albanië en wordt mede gesubsidieerd door Nederlandse MATRA-programma en COC-Nederland. Regelmatig schuift de Nederlanse ambassadeur, De la Beij aan bij rondetafelgesprekken.[2]

Nu zijn er ongetwijfeld Albanezen die hierop zitten te wachten. Er is immers aandacht en geld voor een bepaalde minderheid. Echter veel Albanezen zien dit initiatief als een grove belediging aan het adres van Albanië. Wie denken de Nederlanders wel dat ze zijn, en waar bemoeit die ambassade zich eigenlijk mee?

Dit en het voorbeeld waar dit artikel mee begon, duiden erop dat het secularisme bepaald niet neutraal is, maar traditionele, christelijke waarden wil vervangen door wat men ‘moderne waarden’ vindt. Genoemd is al het voorbeeld waarbij alleen geld beschikbaar is voor ´sexuele minderheden´ in een land als Georgië waar christelijke waarden hoog in het vaandel staan. In die traditionele maatschappelijke context zullen secularisten in 2013 wel even vertellen dat het allemaal anders moet. Blind als men is voor voor het levensbeschouwelijk karakter van het eigen streven, schoffeert men zonder meer de lokale samenleving en hun tradities. En dat in naam van ‘Democratiebevordering’. Je gaat je afvragen van wie ze dit kunstje hebben afgekeken…

Rocco Buttiglione en Tonio Borg
In 2004 zou de Italiaan Rocco Buttiglione aantreden als eurocommissaris voor Justitie, Vrijheid en Veiligheid. Echter, hij werd weggestemd door liberale en socialistische groeperingen in het Europees parlement, met als reden dat hij als christen niet kan instemmen met de seculiere visie op homoseksualiteit. Hoewel Buttiglione aan de leden van het Europees Parlement helder uiteenzette dat hij zijn privémening keurig gescheiden zou houden van de uitvoering van de taken waarvoor hij als eurocommissaris verantwoordelijk is, werd hij toch weggestemd. Men pruimde zo’n conservatieve christen gewoonweg niet. Feitelijk was zijn levensbeschouwing de reden om af te zien van een aanstelling.

De casus Tonio Borg is van recenter datum. Hij volgde vorig jaar John Dalli op als eurocommissaris voor Gezondheid. Borg is orthodox katholiek en burger van Malta. Ook Tonio Borg werd bevraagd over zijn standpunten rondom abortus en het homohuwelijk. Ook nu weer kwam de meeste kritiek uit de liberale en socialistische kampen van het Europees Parlement. Uiteindelijk werd hij toch gekozen met een minimale benodigde meerderheid van stemmen.

Uit het voorgaande blijkt duidelijk dat het een orthodox christen bijzonder moeilijk wordt gemaakt om eurocommissaris te worden. De discussie gaat niet over de capaciteiten van de kandidaat, maar over levensbeschouwelijke zaken die vaak niets of slechts zijdelings te maken hebben met de functie. Daarnaast is het zo dat de Europese Unie zich niet mag inlaten met ethische kwesties van lidstaten. Op dit punt lopen wetten en regelgeving in de lidstaten uiteen. Het is volgens het verdrag niet toegestaan dat er vanuit de Europese Unie pressie wordt uitgevoerd op lidstaten om hun wetgeving op dit punt aan te passen.

Parijse demonstratie tegen homohuwelijk

Demonstraties in Parijs
Eind maart 2013 gingen meer dan een miljoen vreedzame betogers de straten van Parijs op om te protesteren tegen de invoering van het homohuwelijk. Schattingen naar aantallen liepen in de media nogal uiteen. Van honderdduizenden tot 1,4 miljoen.

Volgens de politie was er sprake van overtredingen door de betogers en daarom zette zij traangas in. Zelfs kinderen werden hier het slachtoffer van.

Men durfde zelfs zover te gaan dat organisaties die betrokken waren bij de organisatie van deze betoging, getypeerd moesten worden als staatsgevaarlijk, extra in de gaten moesten worden gehouden en mogelijk zelfs verbieden.

Wat in Frankrijk is gebeurd is demonstratief voor de toenemende intolerantie van het secularisme in Europa. We zien regelrecht de aanval geopend worden op christelijke organisaties die pleiten voor het traditionele gezin en daarmee tegen een mening van de dominante meerderheid ingaan. Blijkbaar raakten de protesterende mannen, vrouwen en kinderen – vaak ook jonge gezinnen! – een gevoelige snaar bij hun seculiere opponenten. Aan de andere kant moeten we bedenken dat er in Parijs meer dan een miljoen mensen op de been waren om christelijke waarden publiekelijk te verdedigen, daar kunnen we in Nederland nog wat van leren.

Geen enkele levensbeschouwing is neutraal
De christelijke overtuiging is niet neutraal, de niet-religieuze liberalen of atheïsten zijn beslist ook niet neutraal. Iedere overtuiging heeft levensbeschouwelijke of filosofische uitgangspunten. De christelijke heeft dat, de atheïstische of humanistische hebben dat niet minder. Het vertrekpunt bijvoorbeeld dat er geen waarheid bestaat of dat alle godsdiensten even waar of even onwaar zijn, is net zo goed vooringenomen als een religieus vertrekpunt. In filosofische zin gaat het bij geloven en bij niet-geloven om dezelfde handeling, slechts de oriëntatie of het object van de gelovige of ongelovige verschilt. Een mens kan de ene kant opgaan en zich in de richting van God bewegen, of zich van Hem vandaan bewegen en de andere kant opgaan. Tegenover God staat geen macht of mens neutraal.

Verder geldt de overweging dat de meerderheid niet altijd gelijk heeft. Soms is een mening zo dominant in een samenleving dat men bij voorbaat degenen die een andere opvatting erop nahouden als achterlijk bestempelt. In een democratie telt elke stem, anders ontaardt zij in een dictatuur van de meerderheid. Daarom is het belangrijk dat christenen vandaag de dag de moed opbrengen om een afwijkende mening naar voren te brengen.

En het is goed om christen-jongeren vaardigheden aan te leren hoe zij hun visie of mening naar voren kunnen brengen, zodat ze zich niet bij het eerste het beste tegenargument uit het veld laten slaan. Op deze manier kunnen we de zwijgzaamheid van christenen doorbreken. Dat hoeft niet alleen in het publieke debat te gebeuren, juist op de werkplek en in het alledaagse leven, bij de bakker of de kapper, is het goed om een andere visie te laten horen.

Zwijgzaamheid doorbreken
Christenen willen niet graag provoceren en zijn daarom mogelijk te zwijgzaam. Ze laten zich misschien ook te makkelijk uit het veld slaan met ondeugdelijke argumenten van anderen. Maar als we zelf wegduiken, geven we libertijnen en atheïsten volop de ruimte. Het liberale verhaal mag dan populair zijn, het is ook vrij kortzichtig. Men zet oude, diep verankerde waarden overboord voor nieuwe, soms zeer vluchtige opvattingen. Gisteren werd het homohuwelijk legaal, nu spreekt men over polygamie, wordt straks pedofilie ook normaal? Europa is door moderniteit en secularisme op drift geraakt. We moeten daarom onze zwijgzaamheid doorbreken. De samenleving mag best meer aan de weet komen waar christenen voor staan.


Zicht
Zicht 2013-2 kleinDit artikel verscheen in Zicht 2013-2: Christenvervolging wereldwijd.

Wereldwijd worden er vandaag de dag zo’n 100 miljoen christenen verdrukt en vervolgd omwille van hun geloof. Christenen in politiek en samenleving mogen niet zwijgen over het kwaad en onrecht dat medebroeders en –zusters in andere landen op deze wereld wordt aangedaan.

Vanaf 2012 heeft Novini een eigen rubriek in het tijdschrift Zicht onder de naam Worldview. Zicht is een kwartaaluitgave van het Wetenschappelijk Instituut van de SGP. Meer info over Zicht vindt u hier.

Posted on Leave a comment

6500 betogers voor Franse staatstelevisie tijdens interview Hollande

Gisteravond hebben 6500 mensen deelgenomen aan het protest tegen president Hollande voor de gebouwen van de Franse staatstelevisie. Ditmaal hebben de organisatoren met meerdere ploegen de manifestanten geteld bij hun aankomst voor de televisiestudio’s. Het aantal deelnemers wordt systematisch door de officiële media gereduceerd tot in het belachelijke. Als men weet dat er gisteren meer dan 500 ordehandhavers gemobiliseerd zijn, dan gaat het niet over een betoginkje van een paar honderd mensen zoals vele nieuwssites (zie onder andere het filmpje onderaan dit bericht) beweren.

2380785_manifestation-contre-le-mariage-homosexuel-a-paris-le-28-mars-2013

De manifestanten eisen de intrekking van het wetsvoorstel voor het homohuwelijk, dat na de goedkeuring in de Assemblée vanaf volgende week in de Senaat wordt besproken. Om zijn populariteit op te krikken liet Hollande zich interviewen door David Pujadas van de overheidszender France 2. Het homohuwelijk kwam pas aan het einde van het interview aan bod. Eerst ging het over de slechte economische situatie, de hoge belastingdruk, de militaire interventie in Mali, … In het algemeen maakte de president een onzekere en zwakke indruk. Zelfs de regeringsvriendelijke krant Le Monde schrijft vandaag dat de populariteit van Hollande niet zal stijgen en dat hij te weinig voluntarisme in zijn pleidooi stak. Zowel links als rechts zijn het er over eens dat het sop de kool niet waard is.

Demonstranten schenken bloemen aan de ordetroepen, die hen verleden zondag hardhandig met traangas en wapenstok van de Champs Elysées verdreven.
Demonstranten schenken bloemen aan de ordetroepen, die hen afgelopen zondag hardhandig met traangas en wapenstok van de Champs Elysées verdreven.

Hollande verklaarde niet te willen terugkomen op het homohuwelijk. Hij accepteert het gegeven dat er protest is, maar vind dit niet de moeite waard om bij stil te staan. Hij is vooraf met het Parlement overeengekomen om de adoptie door homokoppels onder bepaalde omstandigheden toe te staan; de kunstmatige voortplanting (PMA: procréation médicalement assistée) door te verwijzen naar een ethische commissie, die aan het einde van het jaar een beslissing zal nemen; en het draagmoederschap (GPA: gestation pour autrui) zal tijdens zijn ambstermijn niet gelegaliseerd worden. Zo verzekerde hij.

Gedurende de 17 jaar dat Chirac en Sarkozy president waren, kwam er geen homohuwelijk, euthanasie, migrantenstemrecht, … Nu links weer de meerderheid heeft in het parlement en ook het presidentschap, raast het laïcisme als een dolgedraaide stier door de Franse samenleving, om zo snel mogelijk de ethische achterstand in te halen op landen als Belgë, Spanje, Nederland, …

De manifestanten zijn echter vastberaden om niet op te geven en hun acties te radicaliseren om het voorstel in de Senaat te laten blokkeren. Overal in Frankrijk zijn actiecomités tegen het homohuwelijk werkzaam, om ministers en regeringsleden luidruchtig te verwelkomen tijdens hun werkbezoeken. Via sms-berichten zijn in een mum van tijd honderden mensen gemobiliseerd in steden zoals Lyon.

Posted on Leave a comment

De nalatenschap van Benedictus XVI

Paus Benedictus treedt af

Omstreeks 17.00 uur op 28 februari heeft Benedictus XVI per helikopter het Vaticaan verlaten. Achttien dagen voordien had hij aangekondigd het pausambt neer te leggen, omdat zijn afnemende lichaams- en geesteskracht hem niet meer in staat stelde het schip van Petrus goed te besturen. Zijn laatste audiëntie die voor de gelegenheid op het Sint-Pietersplein werd gehouden, trok 200.000 belangstellenden aan. De Paus sprak er zijn vertrouwen en vreugde uit over de Kerk en haar toekomst, ondanks de wilde wateren en de tegenwind waar zij doorheen moet varen – terwijl het soms lijkt alsof God slaapt.

Na de dood van Johannes Paulus II in 2005 kwam in België en Nederland een mediatheater op gang van progressieve opiniemakers. Zij ijverden voor een paus die bij de tijd was, alsof het aggiornamento van het 2e Vaticaans Concilie maar een voorspel was geweest: vrouwen moesten de priesterwijding kunnen ontvangen, het verplichte celibaat diende afgeschaft, homohuwelijken moesten kerkelijk ingezegend. En natuurlijk ook niet langer abortus, euthanasie, contraceptie en condooms veroordelen. Rechtzinnige stemmen waren in de reguliere media nauwelijks te horen. Zo gaat het nu ook weer. Links tracht met de druk van de publieke opinie de pauskeuze te beïnvloeden.

Paus Benedictus treedt afWat zij hierbij vergeten, is dat het bestuur van de Kerk geen binnenlandse aangelegenheid is. Het gaat om een wereldkerk die verder reikt dan de navelstaarderij van progressieve elites, die misschien in West-Europa en Noord-Amerika het mooie weer mogen maken, maar in de rest van de wereld op heel wat minder bijval kunnen rekenen. Afrika, de Arabische wereld, Oost-Europa, Azië, Latijns-Amerika, … Overal wonen katholieken en in die landen deelt men niet altijd de Westerse opvatting inzake homoseksualiteit, gelijkheid van man en vrouw, …

Vrijzinnigen en atheïsten willen graag het profiel van de volgende paus bepalen. Alsof het een zichzelf-vervullende-profetie wordt, wanneer ze het maar genoeg in de media herhalen. Het heeft iets van een dwangneurose. Er zijn echter kerkgenootschappen die zowat alles wat Rome afkeurt, goedkeuren. Meestal zijn het kleine en weinig dynamische gemeenschappen, die onevenredig veel aandacht in de media krijgen. Iedereen die wil kan toetreden tot die vrijzinnige kerken als hij niet tevreden is met Rome.

Maar dat is blijkbaar de bedoeling niet. Alsof de duivel geen eigen kerk wil, maar Rome zelf wil veroveren. Als dat zou lukken en de Paus verkondigt de glorie van het moreel relativisme, gaat de progressieve goegemeente zich dan bekeren en ‘s zondags naar de kerk komen? Ik denk het niet. Het enige wat zal gebeuren, is dat Rome zichzelf vernietigt. En dat is blijkbaar het ultieme doel. De Kerk uit de weg ruimen. Zij is een geestelijk wereldrijk dat al tweeduizend jaar in voor- en tegenspoed stand houdt. Ondanks haar vele teloorgangen rijst zij telkens weer als een feniks uit haar as op. De duivel wordt er gek van.

Toen Joseph Ratzinger op 19 april 2005 tot paus gekozen werd, wist het Westen dat de Kerk niet links zou worden. De heersende media en haar intriges hebben er vanaf dat moment alles aan gedaan om zijn imago te beschadigen. Leugens, uit hun verband gerukte citaten, de affaire Williamson, Vatileaks, … Alles was toegelaten om de Paus te besmeuren en haat te zaaien. Wie er openlijk voor uit kwam achter Benedictus XVI te staan, kreeg van hetzelfde laken een pak. Gewone katholieken moesten zich op het werk en in hun kennissenkring verantwoorden voor hun katholiek-zijn, als zij dit niet verborgen hadden gehouden. Het was alsof je een lepralijder was. Je mocht enkel nog katholiek zijn als je de Paus maar slecht vond.

Dit alles was buiten de daadkracht van de Paus zelf gerekend. Benedictus XVI heeft met het in ere herstellen van de Tridentijnse ritus de hervorming van de hervorming ingezet. Vaticanum II is geen breuk met het verleden meer, maar moet geïnterpreteerd worden in de hermeneutiek van de continuïteit met de traditie. Een andere lezing is vandaag niet meer denkbaar. De onjuiste interpretaties van het Concilie zijn voor een groot deel te wijten aan de misleidende berichtgeving ervan in de media. Theologen binnen de Kerk durven het Concilie nu aan een kritisch onderzoek te onderwerpen, wat voordien taboe was.

De Kerk is de traditie aan het herontdekken. Jonge priesterstudenten voelen zich weer aangetrokken tot de Tridentijnse liturgie en krijgen op verschillende seminaries de kans om haar aan te leren. Op ethisch vlak heeft Benedictus XVI de strijd aangebonden tegen het moreel relativisme dat de Westerse wereld bedwelmd heeft. Abortus, euthanasie en homohuwelijk zijn een intrinsiek kwaad voor mens en samenleving. De marsen voor het leven in West-Europa kennen een groeiend succes. Meer dan 800.000 mensen namen deel aan de mars tegen het homohuwelijk in Parijs op 13 januari jongstleden. De Paus is er in geslaagd de katholieke gemeenschap in West-Europa te mobiliseren en zo een dynamiek op gang te brengen met andere christelijke gemeenschappen voor de verdediging van het leven en het gezin.

Zijn trilogie over het leven van Jezus inspireerde zowel katholieken als protestanten. Hij maakte brandhout van het historisch-kritische bijbelonderzoek en bracht de historische Jezus weer in samenspraak met de Jezus van het geloof. De theologische erfenis van Benedictus XVI is van onschatbare waarde voor de Kerk. Zijn rechtzinnige koers heeft ook tot gevolg gehad dat de behoudende vleugel van de Anglicaanse kerk, die ontevreden was met de progressieve koers van Rowan Williams, naar de katholieke Kerk is teruggekeerd.

Zijn opvolger zal niet dezelfde zijn. Hij zal een andere persoonlijkheid en charisma hebben. Het Jaar van het Geloof, dat van start ging op 11 oktober 2012, nodigt hem uit om de hervormingen en de herevangelisering verder te zetten. Vooral orde op zaken stellen in de Curie. Het Vatileaks-schandaal, waarbij de butler van de Paus vertrouwelijke documenten lekte naar de pers, heeft de problemen op pijnlijke wijze openbaar gemaakt. Het carrièrisme, de corruptie en het machtsmisbruik. Er zijn geen structurele maatregelen nodig, maar wel een grondige mentaliteits- en gedragswijziging. De nieuwe paus is dan ook best een goede ordehandhaver. Door de vele buitenlandse reizen van Johannes Paulus II en de theologische activiteiten van Benedictus XVI is er de laatste dertig jaar te weinig toezicht op de Curie zelf gehouden.

Het schip van Petrus vaart al tweeduizend jaar op woelige wateren. De Kerk zal ook deze crisis weer te boven komen. Zelfs voor hen die geloven dat de eindtijd is aangebroken, zal na de barensweeën met de tweede komst van Christus een nieuwe tijd aanbreken. God wint altijd, wat Zijn vijanden ook vermogen.

Posted on 2 Comments

Secularisatie en Revolutie? Groeiende seculiere intolerantie in West-Europa

Voor Zijn hemelvaart zei Jezus tegen Zijn discipelen dat ze om hun geloof vervolgd zouden worden. In Nederland kunnen vandaag de dag steeds vaker belemmeringen worden waargenomen in de vrije uiting van het christelijke geloof en de algemene acceptatie daarvan in de samenleving. Voorbeelden hiervan zijn de discussies over het vrouwenstandpunt van de SGP, “weigerambtenaren” en homoseksuele docenten op confessionele scholen.

De bron van deze belemmeringen, zo blijkt uit sociologische en historische onderzoeken, is een steeds radicaler secularisme, gestoeld op de overtuiging dat religie en geloof geen invloed mogen uitoefenen op de maatschappij. Deze overtuiging gaat veelal gepaard met een grote intolerantie voor diegenen – voornamelijk christenen – die dat niet delen. Ook ontstaat er grote spanning tussen fundamentele grondrechten die in de praktijk neerkomt op inperkingen van de vrijheid van godsdienst en de vrijheid van meningsuiting. Dit fenomeen kan aangeduid worden als “seculiere intolerantie” of “radicaal secularisme.”

Radicaal secularisme zou in zekere zin gezien kunnen worden als een “moderne” vorm van christenvervolging, met eigen mechanismen en uitingen. Europarlementariër Mario Mauro (2010) typeert seculiere intolerantie dan ook als “bloodless persecution.” Vanuit staatkundig gereformeerd perspectief kan seculiere intolerantie gezien worden als een exponent van het immer aanwezige verlichtingsdenken in de samenleving. Anderhalve eeuw geleden analyseerde Groen van Prinsterer het gevaar van een onjuiste visie op de scheiding van kerk en staat en van de grote invloed van het gelijkheidsdenken.

Het is noodzakelijk om meer tegenwicht te bieden aan de toenemende druk op christenen en christelijke instituties in Nederland vanuit de ‘motor’ van seculiere intolerantie. Dat kan door helder te krijgen hoe dat mechanisme van de seculiere intolerantie verloopt en door strategieën op af te stemmen.

Het werk van Groen van Prinsterer over de verhouding tussen ongeloof en revolutie en de daaronderliggende humanistische overheidsvisie is nog steeds actueel. De secularisering van de samenleving heeft niet alleen gevolgen gehad voor de rol van religie in het publieke debat, maar gaat ook gepaard met een groeiend onbegrip voor christelijke waarden. Boyd-McMillan (2006) toont aan dat seculiere intolerantie in de samenleving zich uit doordat geloofsovertuigingen steeds vaker worden aangemerkt als een kwestie van smaak (godsdienst wordt gerelativeerd). Op politiek gebied gebeurt dat door godsdienst te privatiseren.

Vanuit die gedachte kan gesteld worden dat seculiere intolerantie een direct gevolg is van de secularisering. Dit kan zowel vanuit theoretisch (politiek-filosofisch) perspectief geanalyseerd worden, als vanuit een praktische beschrijving van de mechanismen van seculiere intolerantie.

Ondanks het feit dat er in West-Europa formeel godsdienstvrijheid is, worden de rechten van christenen op subtiele wijze ondermijnd en fundamentale grondrechten opzij geschoven. De “revolutionaire” geest die Groen van Prinsterer een anderhalve eeuw geleden al uitvoerig aan de kaak stelde, nog steeds aanwezig is, maar nu in de vorm van “seculiere intolerantie.” Van Ruler waarschuwde in 1948 dat het einde van de neutrale verhouding van kerk en staat in zicht was, omdat een kerk die de soevereiniteit van God uitdraagt over alle aspecten van het leven, maar in het bijzonder over de staat, een groot risico loopt om uitgeroeid te worden.

Dit ondervindt niet alleen de Kerk maar ook politieke organisaties. In de naam van mensenrechten en principes als “gelijkheid”, “non-discriminatie” en “respect van het pluralisme” worden fundamentele rechten als godsdienstvrijheid en vrijheid van meningsuiting steeds vaker opzij geschoven, voor een vaag begrip van tolerantie. Het is daarom relevant om de verschillende vormen die seculiere intolerantie aanneemt te onderzoeken en te begrijpen hoe die de grondslagen van de Nederlandse rechtstaat aantasten.

De combinatie van radicaal secularisme, politieke correctheid en discriminatie (verminderde juridische bescherming voor de christelijke minderheid) perken de fundamentele vrijheden in.

Mogelijk vormt seculiere intolerantie in het Westen een grotere bedreiging voor getuigende christenen dan de “klassieke” vormen van christenvervolging, door haar subtiele infiltratie in maatschappelijke en politieke instituties. De Belgische hoogleraar Vanbeckevoort (2008) ziet met name dat de onderwijssector langzaamaan wordt overgenomen door seculier-humanistische ideeën en hoe dit zijn doorwerking heeft op andere gebieden van de samenleving. Zo worden instituties die voor christenen belangrijk zijn steeds vaker gemarginaliseerd. Een voorbeeld hiervan is de zondagsrust omdat de 24-uurseconomie die in grote delen van Europa een gezond gezinsleven ondermijnt.

Ruse (2009) toont aan dat VN-instrumenten worden gebruikt om een humanistische agenda te bevorderen. Het verbieden of anderszins beperken van abortus wordt politiek en steeds vaker ook juridisch aangemerkt als “discriminatie tegen vrouwen” en zelfs als een vorm van “geweld.” Vanuit VN-instellingen wordt actief beleid gevoerd om “alle soorten gezinnen gelijke rechten” te geven, om de mogelijkheden voor euthanasie te verruimen en om stamcelonderzoek te bevorderen. De Raad van Europa oefent druk uit op alle Europese landen om abortus te legaliseren. Politici die in het openbaar getuigen van hun geloof worden in de media verguisd. Auteur Hans van Dam pleit er in zijn boek Euthanasie, de praktijk anders bekeken voor om artsen strafrechtelijk te vervolgen als ze verzoeken voor hulp bij zelfdoding afwijzen.

Het is meer dan ooit noodzakelijk om onderzoek te doen naar de betekenis van het fenomeen seculiere intolerantie vandaag de dag, opdat Nederlandse politieke partijen en organisaties hier daadkrachtig op kunnen reageren.

Relevante literatuur (selectie):

– Boyd-MacMillan, R. Faith That Endures: The Essential Guide to the Persecuted Church (2006)
– Burke, E. Reflections on the Revolution in France (1987)
– Casanova, J., Public Religions in the Modern World (1994)
– Couwenberg, S.W. (red.), Opstand der burgers. De Franse revolutie na 200 jaar (1988)
– Dekker, G., Van centrum naar de marge. De ontwikkeling van de christelijke godsdienst in Nederland (2006)
– Dekker-Bijsterveld, S.C., De verhouding kerk en staat in het licht van de grondrechten (1988)
– Groen van Prinsterer, G., Ongeloof en Revolutie (1847, tweede herziene druk 2011)
– Hoedemaker, P.J., Een Staat met de Bijbel. Vier lezingen (1902)
– Holdijk, G. ‘Christendom en cultuur in het gereformeerd protestantisme: De les van de geschiedenis. De opdracht van de kerk en de christen in de hedendaagse cultuur’, in: G. van den Brink en E. van Burg (red.), Strijdbaar of lijdzaam. De positie van christenen in het publieke domein (2006)
– Jackson D., Constructing European Secularity (in press)
– Jaeghere, M. de, Enquete sur la christianophobie (2006)
– Kennedy, J., Stad op een berg. De publieke rol van protestantste kerken (2010)
– Kuyper, A., De gemeene Gratie (1902)
– Marshall, P. Religious Freedom in the World (2000)
– Mauro, M., War against Christians (2010)
– Middelkoop, E. van, Reformatie en tolerantie (1985)
– Mulder, H.W.J., Groen van Prinsterer, staatsman en profeet (1973)
– Observatory on Intolerance and Discrimination, Shadow Report on Intolerance and Discrimination Against Christians in Europe, 2005-2010
– PEW, Global Restrictions on Religion (2009)
– Ruler, A.A. van, Religie en Politiek (1945)
– Ruse, A., Remarks at the World Congress of Families Amsterdam 2009
– SCP, Godsdienstige verandering in Nederland. Verschuivingen in de binding met de kerken en de christelijke traditie (2006)
– Staaij, K. van der, Bavincklezing Theocratie en democratie, 27 april 2005, opgenomen in: Religie en democratie (2006)
– The Christian Institute, Marginalizing Christians (2009)
– Vanbeckevoort, E., Secular Humanism and Biblical Christianity (in press)
– Woldring, H.E.S., De Franse revolutie. Een aktuele uitdaging (1989)